You are on page 1of 3

OGP3

Format voor sterkte-zwakte-analyse bij lesontwerp
Domein: OJW N&T
*omcirkel wat van toepassing is

-

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de standaarden en criteria, zie
bladzijde 2 van de OGP3-opdracht. Of via
https://www.fontys.nl/pabo/denbosch/competentieprofiel/Propedeusefase/index.html

-

Sta bewust stil bij jouw doelen voor de groep, zoals geformuleerd in de
“overdenking van de groep”
Denk in je antwoorden aan de terugkoppeling naar zowel (vakspecifieke) theorie
als praktijk
Wat ging goed?

Wat mag beter?

B1. Leerdoelen stellen
De student kiest in zijn lesontwerp
voor passende leerdoelen (proce- en
prodcut) die aansluiten bij leeriljnen en
het bestaande onderwijsprogramma
van de stagegroep.

Ik heb me goed aan de
lesdoelen gehouden, zo heb ik
er aan voldaan om een les te
geven die binnen de kerndoelen
van TULE zijn. (Kerndoel 45: De
leerlingen leren oplossingen
voor technische problemen te
ontwerpen, deze uit te voeren
en te evalueren.)
Ik heb de kinderen goed laten
samenwerken in groepjes, en ik
heb gezien dat de kinderen
goed afspraken hebben
gemaakt.

De volgende keer kan ik
misschien voor het
lesdoel ‘De kinderen
maken een mooie en
werkende
paperrollercoaster’ een
iets concreter doel
maken. Zo kan ik er
misschien een spel van
maken met een
puntentelling. Zo kan ik
het lesdoel concreter
maken waardoor het
meetbaar is.

B3. Leeractiviteiten begeleiden
De student toont aan dat hij in staat is
om in de lesuitvoering coöperatieve
wervormen te hanteren. De student
toont aan dat hij leerilngen hulp biedt
bij het leerproces, rekening houdend
met de kenmerken van de groep. Hij
bevordert de samenwerking tussen
leerlingen en de redzaamheid van
individuele leerlingen.

Ik heb de groepjes willekeurig
gemaakt via het programma
Gynzy, dit omdat de kinderen
erg rustig zijn en volgens
Tuckman (Ontwikkeling in de
groep, 2014) zit deze groep dus
in de fase Performing. De
kinderen verstaan de kunst van
het samenwerken, dit omdat
alle kinderen goed met elkaar
samenwerken en er (bijna)
nooit onenigheid ontstaat. Zo
ontwikkelen de kinderen meer
flexibele vormen van
samenwerking om de

Deze les vonden ik en
mijn mentor erg sterk op
dit gebied, hier heb ik
dan ook volledig aan
voldaan.

groepsdoelen te bereiken.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces
De student toont dat hij samenwerking
leren tijdens de onderwijsactiviteiten
bevordert en laat expliciet zien dat hij
kinderen aanspreekt op gedrag, hen
positief stimuleert en zicht houdt op
alle groepjesleerlingen.

A4. Interactie aangaan met de groep
De student toont aan dat hij vanuit een
onderzoekende houding gesprekken
voert met de leerlingen door actief te
luisteren. De student evalueert de
onderwijsactiviteiten met kinderen en
hij geeft feedback aan leerlingen op
het samenwerkingsproces en/of op de
gestelde doelen.
B2 Leeractiviteiten ontwerpen
De student toont in het ontwerp aan
dat hij coöperatieve werkvormen
hanteert.
De student maakt zichtbaar dat hij
voor aanvang van de lesactiviteiten
benodigde materialen en leermiddelen
klaar zet.

Wanneer de kinderen vragen
hadden, moesten ze deze eerst
onderling binnen de groep
proberen op te lossen, dit om
de zelfredzaamheid en
samenwerking binnen de
groepjes te bevorderen.
Ik heb de kinderen
aangesproken wanneer ik zag
dat er iemand meelift gedrag
vertoond. Volgens Luitjes
(Ontwikkeling in de groep, 2014)
kun je dit voorkomen door
groepsleden aan te spreken op
hun persoonlijke
verantwoordelijkheid zowel voor
de groep als geheel als voor de
individuele groepsleden. Dit heb
ik dan ook gedaan, waarbij ik
merkte dat dit ook echt effect
had. Ik deed dit allemaal op een
positief manier zodat ik de
kinderen extra stimuleer om een
mooie paperrollercoaster te
maken.
Ik heb met de kinderen
gesproken hoever ze zijn en wat
ze nog allemaal moeten. Aan de
hand van deze gesprekken met
de groepjes evalueer ik hoeveel
tijd ik de kinderen nog geef.
Ik overleg met de groepjes hoe
het gaat en wat we kunnen doen
om het samenwerken nog
effectiever te maken.
Ik heb voor de les alles goed
voorbereid, waardoor de les
gemakkelijk en vlot kon
beginnen. Zo heb ik al het
papier voor de kinderen in grote
maten afgedrukt, waardoor er
na het maken van de groepjes
meteen met de les gestart kon
worden.

De volgende keer kan ik
misschien met de
kinderen waarvan ik
verwacht dat ze
misschien meeliftgedrag
kunnen vertonen, van
tevoren al een afspraak
maken hoe we dit
kunnen voorkomen.

In het vervolg kan ik
misschien meer met
mijn mentor overleggen
over hoeveel tijd we de
groepjes nog geven.

Dit ging deze les erg
goed, het verbeterpunt
was dat ik misschien de
grondplaten voor de
paperrollercoaster al
voor de les had kunnen
halen, in plaats van in
de les wanneer de
kinderen aan het werk
waren.

Ik heb ook coöperatieve
werkvormen gebruikt, waardoor
de kinderen vrijer zijn dan in een
gewone les en dus actiever
kunnen worden.