You are on page 1of 5

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Wouter van Rooij
Klas
B
Stageschool Bloktempel
Plaats
Son
Vak- vormingsgebied: taal
Speelwerkthema / onderwerp: stellen

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Wendy Adriaans
3
24

Persoonlijk leerdoel:

Gedurende mijn les ga ik de band tussen leerlingen versterken door een coöperatieve werkvorm in te zetten.
Gedurende mijn les ga ik de samenwerking in de groep verbeteren door tussentijdse feedback te geven op het samenwerken met betrekking op de
omgang met hun klasgenootjes.

Lesdoel(en) wat wil je aanleren?
Productdoel:
 Aan het eind van de les kunnen de kinderen een uitnodiging
schrijven en zijn ze bekent met verschillende aspecten die daarin
voorkomen, zoals de locatie, datum, tijd en activiteit.
Procesdoelen:
 De kinderen werken aan hun samenwerkingsvaardigheden met
betrekking op omgang met klasgenootjes. Dit doen zij door de
regels toe te passen.
 De kinderen werken aan een band met hun klasgenootjes door
elkaar te helpen gedurende coöperatieve werkvormen.

Evaluatie van lesdoelen hoe ga je dit controleren?
Ik evalueer of ik de lesdoelen bereikt heb door aan het eind van de les een klassikale
reflectie te doen met de kinderen. Hierop geven ze zichzelf samen met mij feedback die
ik stuur zodat het volgens de sandwich methode gegeven wordt.

Beginsituatie, wat kunnen ze al? Wat ga ik doen om net een stapje verder te gaan? ( groep, voorkennis, actualiteit, instrumentarium, didactische werkvormen.)
Groep:
De groep is erg ijverig en gedurende uitleg vaak betrokken. Wanneer ze te lang moeten luisteren raken ze afgeleid. Verder zijn ze tijdens activiteiten erg betrokken bij
de les en nemen een actieve participerende rol in de les.
Voorkennis:
De kinderen hebben nog nooit een uitnodiging gemaakt. Ze hebben wel vaker kinderfeestjes gegeven dus ik ga ervan uit dat de kinderen wel weten wat het is en hoe
het eruit ziet. We gaan de zone van naasten ontwikkeling prikkelen door zelf een uitnodiging te maken.
Actualiteit:
Gedurende het hele jaar zijn er leerlingen jarig. Wanneer je deze les geeft is er dus altijd een leerling die in de buurt van de les jarig is en een kinderfeestje geeft.
Probeer hierop in te spelen wanneer je de les geeft. Wanneer dit toevallig niet van toepassing is doe je alsof je eigen neefje, zusje, etc. jarig is. Hierdoor trek je het
onderwerp dichter bij de groep.
Instrumentarium:
Voor deze les heb je een digibord nodig. Ook zou een voorbeeld van een uitnodiging optioneel zijn. Maar wanneer je dit doet moet je er meerdere voorbereiden.
Wanneer je met een voorbeeld aankomt kan het goed zijn dat leerlingen dat voorbeeld na gaan maken en niet meer hun eigen ideeën erin verwerken. Ook moet je
papier hebben, tijdschriften waar de kinderen plaatjes uit kunnen knippen en pennen nodig.
Didactische werkvormen:
Gedurende de opdracht laat je de kinderen in groepjes van vier werken. Doordat ze samen zitten kunnen ze in overleg met elkaar en van elkaar leren. Stimuleer dit
ook. Deze coöperatieve werkvorm is speels en leuk voor de kinderen.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 
Introductie
Ik vertel dat ik een kinderfeest ga geven. Maar
wat heb je nodig voordat je een kinderfeest gaat
geven? Hoe laat je mensen weten waar ze
moeten zijn, hoelaat en of ze wel uitgenodigd
zijn? De kinderen bedenken zich dan dat je een
uitnodiging moet rondsturen.
Voorkennis Ik laat een aantal voorbeelden van
activeren
uitnodigingen zien en de kinderen

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en), reactie
De kinderen luisteren naar het verhaal en krijgen al een
beeld van wat de opdracht zou kunnen zijn. Nadat de vraag
gesteld is gaan ze nadenken wat er allemaal nodig is
vóórdat je een kinderfeest kan geven. Ze komen vanzelf op
het antwoord dat er een uitnodiging rondgestuurd moet
worden.
De kinderen kijken mee naar verschillende voorbeelden van
een uitnodiging. Hierdoor krijgen ze een beeld van een
uitnodiging en misschien al ideeën die ze later kunnen uit
gaan voeren.

Materialen / Organisatie
De kinderen zitten hier nog
aan hun tafeltje.

Hier zitten de kinderen ook
nog aan hun tafel.

Instructie
van de
opdracht

Uitvoeren
van de
opdracht

Ik geef de kinderen instructie. Hierbij leg ik uit
waar je rekening moet houden met een
uitnodiging. Denk hierbij aan tijd, plaats, wat we
gaan doen op het feestje, maar ook aan de layout. Vergeet niet het concept mindmap uit te
leggen. Deze moeten ze namelijk eerst maken.
Daarna gaan de kinderen een tekst op een klad
papiertje schrijven en als ze eruit zijn wat er in
de uitnodiging te staan komt mogen ze een
gekleurd vel pakken. Daarna schrijven ze hier
de uitnodiging op en plakken plaatjes ( die zij uit
tijdschriften geknipt hebben) op om de
uitnodiging aan te kleden.
Wanneer de kinderen de opdracht uitvoeren is
het belangrijk dat je goed oplet op de
zinsopbouw. Wanneer een kind schrijft over de
activiteit die ze gaan uitvoeren moet je letten op
de volgorde. Eerst een speurtocht dan frietjes
eten en niet frietjes eten en een speurtocht
lopen. Begeleid de kinderen, ook met knippen
en plakken maar hou er rekening mee dat ze de
vrijheid nog hebben om hun eigen inbreng in te
geven. De kinderen doen alles in groepjes.
Eerst maken ze een mindmap over
kinderfeestjes. Daarna gaan ze ideeen op doen
voor de tekst en deze uitschrijven en tot slot
zetten ze de uitnodiging in elkaar.

De kinderen luisteren naar de instructie. Ze beginnen de
opdracht te begrijpen maar ik verwacht dat ze het maken
van een mindmap nog moeilijk vinden. Hier moet je de
kinderen in sturen. De kinderen gaan aan de slag.

De kinderen zitten hier nog
aan hun tafeltje.

De kinderen beginnen met het maken van een mindmap
hierbij staat een kinderfeest centraal en de kinderen
schrijven woorden op die betrekking hebben op dit
onderwerp. Bijvoorbeeld een activiteit. Nadat de mindmap
gemaakt is gaan de kinderen de tekst bedenken. Vervolgens
pakken ze gekleurd papier en schrijven ze deze uit. Als dit
af is dan versieren ze de uitnodiging.

De kinderen zitten hier in
groepjes van 4. Dit zodat
overleggen en het
coöperatieve leren beter
gaat.

Reflectie op
samenwerki
ng

Aan het eind van de les reflecteer je met de
kinderen hoe het samenwerken gegaan is.
Hierbij moet je letten op het productdoel, maar
besteed de meeste aandacht aan de
procesdoelen. Je kunt deze niet zien, maar laat
de kinderen vertellen hoe het samenwerken is
gegaan. Dit kan je sturen door vragen te stellen
als: hoe is het samenwerken gegaan? En heb
je gelet op de regels? Heb je iemand geholpen?
Hoe ging dat? En vervolgens kan je hierop
ingrijpen en ze feedback geven. Geef dan bij
gewenst gedrag een compliment en bij
ongewenst gedrag een tip.

De kinderen reflecteren op een door jou gestuurde manier
op hun samenwerking. Doe dit consequent. Stel eerst
positieve vragen, bijvoorbeeld wat ging er goed. Vervolgens
vraag je wat ze niet zo goed vonden gaan en geef je tips en
je eindigt met een compliment. Op deze manier hebben de
kinderen op zichzelf gereflecteerd met een
sandwichmethode in de feedback die ze zowel van zichzelf
als van jou krijgen.

De kinderen zitten hier nog
in groepjes maar met hun
neus naar de meester of
juf.

Persoonlijke reflectie

Feedback mentor (inclusief handtekening)
Datum: