Ode aan de laaglanders (1) Gorgelend zompig moer is het lage land dat niet bewoond kan worden zonder

wachters bij de sloten. Geen mens leeft hier zonder te malen (of te waden): knettergekke zonen en dochters van halfverzopen kaninefaten. Hun vroegste sporen zijn laat. Zij zullen de laatste schreden vroeg zetten, zoals de hazen hun vluchtprinten achterlaten voor de voorjaarsvloed uit. Her en der blijft iets van hun bestaan even over.

Dromgedicht 2003