P. 1
Sharia en Nationaal Recht in Twaalf Moslimlanden Amsterdam University Press

Sharia en Nationaal Recht in Twaalf Moslimlanden Amsterdam University Press

|Views: 521|Likes:
Published by Ina Dijstelberge

More info:

Categories:Types, Research
Published by: Ina Dijstelberge on Sep 22, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/31/2013

pdf

text

original

Gedurende de achttiende eeuw werd door de regerende Ottomaanse klasse en de
ulama een langdurig politiek debat gevoerd over de vraag hoe het Ottomaanse regime
effectiever zou kunnen functioneren. Na de regering van Selim I (1512-1520) waren
de Ottomaanse sultans zonder twijfel de belangrijkste moslimheersers van de wereld
geworden. Zij heersten over grote delen van het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de
Balkan en waren tevens de bewakers van de drie heilige steden van de islam, Mekka,
Medina en Jeruzalem. Als gevolg daarvan waren de “Sunnitische orthodoxie en de
sharia (s¸eriat),3

zoals verklaard door de ulama van de Arabische wereld, belangrijk
geworden aan het Ottomaanse hof” (Davison 1990: 9).

Geconfronteerd met de expansie van de Europese economische en militaire invloeds-
sfeer in de zeventiende en achttiende eeuw raakten de Ottomaanse leiders echter
verdeeld in twee kampen. De conservatieven gaven de voorkeur aan een terugkeer naar
de wetten van Süleyman I (1520-1566). Zij verzetten zich tegen iedere hervormingsbe-
weging die erop was gericht de Europese en christelijke wetten, concepten en technie-
ken te aanvaarden. Aan de andere kant bevonden zich de hervormingsgezinden, die
opriepen tot het gebruik van Westerse methoden van militaire training, organisatie en
administratie en van civiele, economische en opvoedkundige veranderingen waaraan
de moderne staat behoefte had. De conservatieven wezen erop dat de orthodoxe islam
bepaalde dat staat en religie onscheidbaar waren. De bestuurlijke elite van haar kant
schreef de verzwakking van het rijk toe aan religieus fanatisme (Toprak 2003: 120-121).

Het zou echter te simpel zijn om te beweren dat het ene kamp de sharia propageerde
en het andere het Westerse recht. Vele eeuwen lang had het Ottomaanse juridische
systeem in feite al uit twee soorten recht bestaan. De sultan kon geheel op eigen initi-

TURKIJE

Binnenwerk WRR-webpub-13.indd 145

06-12-2005 14:04:07

146

atief (siyasa) verordeningen maken en wetten uitvaardigen. Deze wetten stonden los
van de sharia, zij werden kanun genoemd. Zij waren gebaseerd op rationele en niet op
religieuze beginselen en werden vooral toegepast in de sfeer van het publieke recht,
met name het administratieve recht (I˙nalcık 1989: 70).4

Na 1800 wonnen de hervormingsgezinden langzamerhand terrein. Zij waren voor-
standers van modernisering naar Europees model. Het Ottomaanse Rijk kon zich niet
langer teweerstellen tegen de groeiende militaire macht van Europa, noch de infiltratie
van Europese ondernemers afwenden. Dit leidde ertoe dat Selim III (1789-1807) het
eerste hervormingsprogramma introduceerde, de belastingen verhoogde, de zoge-
noemde Nieuwe Orde (Nizam-i Jedid) instelde en een modern leger en moderne tech-
nische scholen oprichtte om kadertraining te verzorgen ten behoeve van het nieuwe
regime. Selims reorganisatie lokte een fel protest uit van de conservatieve coalitie van
militaire elites, religieuze leiders en anderen, die zich door de hervormingen bena-
deeld voelden. Uiteindelijk werd Selim in 1807 door troepen van huurlingen afgezet.
Zijn opvolger Mahmut II (1807-1839) ging desalniettemin verder met de modernise-
ring. Hij kreeg daarbij hulp van grootvizier Mustafa Reshit Pasha.Voor de hervormin-
gen op alle bovengenoemde gebieden was een onderwijssysteem vereist, dat de jonge
Ottomanen de benodigde kennis kon bijbrengen. Daartoe richtte men ‘liberale scholen’
op, waarvan de opvoedkundige beginselen afweken van de geldende normen in de rest
van het rijk. Uit deze scholen kwam een nieuwe generatie van hervormingsgezinden
voort die kritisch stond tegenover de traditionele instellingen (Berkes 1998: 400-401).

In 1839 proclameerde het regime het ‘Nobele Edict’, een drastisch hervormingspro-
gramma (de Hatt-I Hümayun van Gülhane), ontwikkeld door Reshid Pasha, dat ook
bekendheid kreeg onder de naam Tanzimat (‘hervorming’). Het jaar 1839 was dus een
zeer belangrijke mijlpaal in de modernisering en verwestersing van het Ottomaanse
Rijk. Het jaar markeerde het beginpunt van vier decennia van grote veranderingen die
overal in het rijk plaatsvonden. Deze veranderingen behelsden de reorganisatie van
de staatsinrichting, van het civiele recht, het grondenrecht en het handelsrecht en de
rechterlijke organisatie. De grondwet van 1876 completeerde ten slotte het hervor-
mingsproces.

Ook vóór 1839 waren er echter al een paar stappen gezet. Mahmud II had reeds enkele
bestuurlijke hervormingen doorgevoerd en in 1838 had hij twee strafwetten voor
overheidsambtenaren afgekondigd. Daarnaast had Mahmud II de organisatie van de
overheid veranderd door aan het einde van zijn regeringsperiode een semi-parlement
tot stand te brengen, de Hoge Raad voor Regelingen van het Recht (Meclis-i Valay-i
Ahkam-i Adliye
). Dit adviesorgaan kreeg tot opdracht wetgeving voor te bereiden die
hervormingen mogelijk maakte. De raad werkte op basis van procedures die waren
ontleend aan de werkwijzen van Westerse parlementaire democratieën. Twintig jaar
later, in 1859, werd een nieuw adviesorgaan opgericht, de ‘hoge raad voor de hervor-

SHARIA EN NATIONAAL RECHT IN TWAALF MOSLIMLANDEN

Binnenwerk WRR-webpub-13.indd 146

06-12-2005 14:04:07

147

mingen’, die onafhankelijk was van de Hoge Raad. Leden waren ministers, ulama en
hoge overheidsambtenaren. Het moest wetsontwerpen en verordeningen voorbereiden
en zich bezighouden met de beginselen van het hervormingsbeleid, terwijl de Hoge
Raad zich verder uitsluitend richtte op bestuursrechtspraak (Bozkurt 1996: 134-137).

In 1861 gingen de twee organisaties samen op in de Raad voor Regelingen van het
Recht (Cevdet Pas¸a 1986 I: 36; II: 153), maar deze raad werd nu verdeeld in drie afde-
lingen, in overeenstemming met het beginsel van de trias politica. De eerste afdeling
richtte zich op zaken van bestuur, de tweede op de voorbereiding van wetten en veror-
deningen, en de derde op administratieve rechtspraak (U˝çok et al. 2002: 284). In 1868
werd de raad opnieuw gereorganiseerd. Deze keer werden er twee rechterlijke instel-
lingen opgericht, een ‘hoge raad voor civiele zaken’ en een ‘hoge raad voor bestuurs-
rechtspraak’ (de zogenoemde Raad van State). De eerstgenoemde afdeling fungeerde
als hoogste beroepscollege voor civiele zaken en de tweede werd het eerste onafhanke-
lijke college voor administratieve rechtspraak (U˝çok et al. 2002: 284).

Als gevolg van de reorganisaties van 1839 hadden er inmiddels ook op het gebied van
het strafrecht belangrijke veranderingen plaatsgevonden. In 1840 werd een nieuw
wetboek van strafrecht uitgevaardigd (Akagündüz 1986: 809). In de Ottomaanse staat
was het al gemeengoed om vergrijpen die niet volgens islamitisch recht strafbaar
waren, te bestraffen door middel van de örf-bevoegdheden5

van de sultan. Er kwam
daarom geen verzet tegen de invoering van het wetboek van strafrecht. Het was de
eerste strafwet in het Ottomaanse Rijk dat voor iedereen gelijkelijk gold. Artikel 1 van
de eerste afdeling van het wetboek formuleerde dit beginsel als volgt: “een herder in de
bergen is de gelijke van een vizier”. Daarmee zette de Ottomaanse wet een streep door
het gebruik dat moslims slechts de helft van de straffen kregen opgelegd die aan niet-
moslims werden toebedeeld. Het gelijkheidsbeginsel en ook de formulering van het
artikel wezen op de invloed van Westers recht (Bozkurt 1996: 98). In 1851 werd een
nieuwe seculier wetboek van strafrecht afgekondigd, dat voor het eerst voorschreef dat
een delinquent in het openbaar terecht moest staan. En na korte tijd, in 1858, kwam er
weer een wetboek tot stand. Dit wetboek, dat in feite een vertaling was van het Franse
wetboek van strafrecht van 1810, schafte de traditionele in de sharia gedefinieerde
hadd-delicten af, met uitzondering van de doodstraf voor geloofsafval. Dit wetboek bleef
van kracht tot 1926, toen Atatürk het door een nieuw verving (U˝çok et al. 2002: 283).

Op allerlei andere rechtsgebieden hadden eveneens veranderingen plaats. Zo werd in
1858 een wetboek inzake grondbezit (Cevdet Pas¸a 1986 IV: 73-74) geïntroduceerd, die
een aantal islamitische regels in een nationale codificatie opnam. Daarnaast maakten
de hechtere banden met het Westen de introductie noodzakelijk van wetgeving op
handelsrechtelijk gebied. De eerste wet op dit terrein ontstond in 1850 in de vorm van
een wetboek van koophandel (Örücü 1992: 45). Dit wetboek was deels een letterlijke
vertaling van het Franse wetboek van koophandel van 1807 (Velideog˘lu 1999: 196-

TURKIJE

Binnenwerk WRR-webpub-13.indd 147

06-12-2005 14:04:07

148

197). Het bevatte ook bepalingen over het betalen van rente, ofschoon renteheffing
niet strookte met de sharia. Hiermee was een radicale stap gezet, die door de nieuwe
(1840) handelsrechtbanken moest worden toegepast (Shaw and Shaw 1977: 118).

In 1861 volgde een wetboek voor procesrecht in handelszaken dat was gebaseerd op
het Franse model, in 1863 verscheen een wetboek voor maritieme handel, dat onder-
delen van het Franse, Belgische en Pruisische recht bevatte, en in 1879 volgde een
wetboek van strafprocesrecht, dat een kopie was van de Franse Code d’instruction
criminelle van 1807.

Wellicht de belangrijkste juridische hervorming van de negentiende eeuw was evenwel
de afkondiging van een nieuw burgerlijk wetboek, de Mecelle. Het eerste deel van de
Mecelle verscheen in 1868, en het wetboek werd in 1876 voltooid. Ahmet Cevdet Pas¸a,
een historicus en jurist die leefde van 1822 tot 1895, was voor het grootste deel de
schrijver ervan. Ali Pas¸a, de grootvizier, gaf er de voorkeur aan om, net als in het geval
van het wetboek van koophandel, delen van de Franse Code Civil over te nemen en tot
het burgerlijke recht van het Ottomaanse Rijk te maken. Cevdet Pas¸a hield echter vast
aan de islamitische traditie en stelde een wetboek samen dat stevig was gegrond op de
sharia (Lewis 1968: 122-123). De Mecelle bleef in Turkije van kracht tot 1926, maar in
andere delen van het oude Ottomaanse Rijk werd het veel langer gebruikt. De codifi-
catie had een bijzonder grote invloed op de islamitische wereld, en bleef voortbestaan
tot lang nadat het wetboek officieel was afgeschaft bij de vestiging van de Turkse repu-
bliek.6

Wat de Ottomaanse rechterlijke organisatie betrof, was in 1856 een hervormingsedict
van kracht geworden dat gelijkheid voor iedereen in het vooruitzicht stelde. Om de
beloften aan de Westerse mogendheden gestand te doen, waren al eerder onafhanke-
lijke gemengde rechtbanken opgericht, waar burgerlijke en strafzaken werden gehoord
voor zowel moslims als buitenlandse andersdenkenden: in 1847 voor strafrechtelijke
en in 1848 voor burgerrechtelijke zaken. In 1865 werd een seculiere rechterlijke orga-
nisatie ontworpen met vier niveaus7

(Belgesay 1999: 215). Dit culmineerde in 1869
in de oprichting van een stelsel van seculiere rechtspraak. In 1871 trad dit nieuwe
systeem in werking naast de sharia-rechtbanken, waarbij het nieuwe stelsel het gezag
en de competentie van de sharia-rechtbanken beperlte (Shaw and Shaw 1977: 119).
Deze zogenoemde nizamiye-gerechten hielden zich bezig met alle zaken, behalve die
welke aan de sharia waren onderworpen. De sharia-gerechten richtten zich op geschil-
len in de sfeer van personen-, familie- en erfkwesties, zoals zij ook vóór 1839 en 1871
hadden gedaan. Er deden zich tussen beide gerechtelijke systemen echter regelma-
tig jurisdictieproblemen voor, om welke reden in 1877 de minister van Justitie per
circulaire een taakverdeling afkondigde. De behandeling van zaken met betrekking
tot huwelijk, echtscheiding, alimentatie, vrijlating van slaven, bloedgeld, testamenten
en erfopvolging waren voorbehouden aan de sharia-gerechten. Handel, zaken die te

SHARIA EN NATIONAAL RECHT IN TWAALF MOSLIMLANDEN

Binnenwerk WRR-webpub-13.indd 148

06-12-2005 14:04:08

149

maken hadden met strafrecht, schadezaken en contracten daarentegen werden behan-
deld door de nizamiye-gerechten. Juridische kwesties die niet behoorden tot een van
de bovengenoemde gebieden werden, wanneer de partijen daarmee instemden, afge-
handeld door de sharia-gerechten en anders door de nizamiye-gerechten. De conflic-
ten tussen beide soorten rechtspraak bleven echter aanhouden tot de ineenstorting
van het Ottomaanse Rijk (Bozkurt 1996: 124-125). Het nationale systeem van recht-
spraak werd verder versterkt door de inwerkingtreding in 1879 van een wetboek van
burgerlijke rechtsvordering, op basis waarvan burgerlijke en handelsrechtbanken op
seculiere grondslag werden opgericht.

Tijdens de codificatiebeweging die op de Tanzimat volgde, kwam er niet een wette-
lijke regeling voor het huwelijk tot stand. De Mecelle kende geen bepalingen over
familierecht. Op grond van de zogenoemde ‘bevolkingsverordening’ moesten moslims
die wilden trouwen toestemming hebben van de islamitische rechter (kadi) en niet-
moslims van hun eigen godsdienstige hoofden. De eerste Ottomaanse regeling van
familiezaken stond in het wetboek voor familiezaken van 1917. Bepalingen over huwe-
lijk en echtscheiding voor moslims, christenen en joden werden samengevoegd in één
wet, zij het met verschillende hoofdstukken (Üçok et al. 2002: 96). Het Turkse burger-
lijk wetboek van 1926 creëerde eenheid op dit gebied, ook bij erfkwesties, waarvoor tot
op dat moment sharia-regels van toepassing waren. En zelfs nu nog gelden er aparte
sharia-erfrechtregels voor degenen die vóór 4 oktober 1926 zijn gestorven.

Zo werd in ongeveer 35 jaar een complete modernisering van het Ottomaanse recht
gerealiseerd. De ideologie die aan deze verandering ten grondslag lag, was die van
nationalisme en modernisering en later ook constitutionalisme. Lapidus zegt hierover:
“Het moderne perspectief werd door de jonge Ottomanen voor het eerst omarmd
in de jaren 1860 en 1870 en de jaren daarna. Hoewel zij de beginselen van de islam
waren toegewijd, riepen deze jongeren het bedreigde Ottomaanse regime op zichzelf te
transformeren tot een constitutionele regering” (Lapidus 2002: 460). Met deze trans-
formatie propageerden zij tevens een nieuwe sociale moraal en een gerevitaliseerde
nationale cultuur gebaseerd op een gesimplificeerde Turkse taal.

Het proces van constitutionele veranderingen werd geïnitieerd door de publicatie
van een Ottomaans wetboek van publiek recht in 1865 (Shaw and Shaw 1977: 119). In
1876 pleegden de constitutionalisten een staatsgreep die Abdül Hamid II aan de macht
bracht (1876-1908). Onder druk van de constitutionalisten moest Hamid vervolgens
de nieuwe grondwet accepteren. Deze eerste Ottomaanse grondwet van 1876 was
geïnspireerd op de Belgische grondwet van 1832 en op die van Pruisen van 1850. Hij
vestigde een democratische staatsstructuur en beperkte de rol van de religieuze auto-
riteiten. Hij verminderde de bevoegdheden van de sultan, stelde een regering op basis
van verkiezingen en een gedecentraliseerd bestuur in, en vestigde gelijkheid voor alle
religieuze groepen.

TURKIJE

Binnenwerk WRR-webpub-13.indd 149

06-12-2005 14:04:08

150

Hij bracht een parlement tot stand dat bestond uit twee kamers: een gekozen kamer
van afgevaardigden en een senaat bestaande uit leden van zowel moslim- als niet-
moslimgemeenschappen, die werden benoemd door de sultan. Er was op de verschil-
lende regionale en lokale niveaus een bestuursraad die bestond uit de hoogste rechter,
de hoogste financiële ambtenaar en het hoofd van het secretariaat, met daarnaast nog
vier afgevaardigden, twee moslims en twee niet-moslims, en de godsdienstige hoofden
van de moslim- en niet-moslimgemeenschappen (Lewis 1968: 388). Deze vertegen-
woordigende instellingen beperkten het monarchale en theocratische karakter van het
Ottomaanse systeem.

Volgens de grondwet van 1876 was de islam staatsreligie en het kalifaat werd daarbij
een constitutionele instelling. De sultan kreeg, als kalief van de moslims, de plicht de
regels van de sharia te toe te passen en daarop een godsdienstige eed af te leggen. De

Sheyh-ül-I˘slam8

werd door de sultan benoemd als lid van de raad van ministers en hij
was belast met de taak te zorgen voor harmonie tussen de wetten en de sharia. Daartoe
onderzocht hij of de wetten in overeenstemming waren met de fiqh en de sharia. Maar
omdat de Sheyh-ül-I˘slam tot de raad van ministers behoorde, verloor hij de bevoegd-
heid om zelfstandig fatwas uit te vaardigen. Zijn positie in de ministerraad zou later
steeds onbeduidender worden. Ook de ulama, die werden opgenomen in het over-
heidsapparaat, verloren hun onafhankelijkheid. De bureaucratisering van de ulama,
die was begonnen onder Mahmut II, bereikte daarmee haar logisch eindpunt (Tanör
2002: 267).

Noch de grondwet van 1876, noch het nieuwe parlement was echter een lang leven
beschoren. De sultan schorste het parlement al gauw en stelde een autoritaire en in
religieus opzicht conservatieve regering samen. Hij claimde als hoofd van de islam
wereldwijde autoriteit over alle moslims (Lapidus 2002: 496-497). Zijn regime zou het
laatste zijn van het eeuwenoude Ottomaanse Rijk.

In 1907 richtte een congres van de ‘Jonge Turken’ de ‘Commissie voor Eenheid en
Vooruitgang’ (Committee for Unity and Progress, CUP) op. Na een militaire staatsgreep
kwamen de CUP en het leger samen aan de macht (Örücü 1992: 48; Lapidus 2002:
497). Zij vormden een parlementaire regering en dwongen de sultan tot wederinvoering
van de grondwet van 1876. Deze constitutie werd nu voor de tweede maal in werking
gesteld, met enkele amendementen. Als reactie op het pan-islamitische streven van
sultan Abdül Hamid II (1876-1908) werden de Jonge Turken van islamitische moder-
nisten tot voorvechters van een seculier constitutionalisme (Lapidus 2002: 460).

Tussen 1913 en 1918 voerde de CUP een seculariseringsprogramma door op scholen,
in de rechtspraak en de wetgeving. Ook nam de regering de eerste maatregelen voor de
emancipatie van de vrouw. In 1916 beperkte de CUP de macht van de Sheyh-ül-I˘slam
door de bevoegdheid inzake de moslimgerechten over te hevelen naar het ministerie

SHARIA EN NATIONAAL RECHT IN TWAALF MOSLIMLANDEN

Binnenwerk WRR-webpub-13.indd 150

06-12-2005 14:04:08

151

van Justitie en de controle over de moslimscholen onder te brengen bij het ministerie
van Onderwijs.

In 1917 werd een nieuw wetboek voor familierecht afgekondigd dat was gebaseerd op
Europese beginselen (Lapidus 2002: 498). Deze wet, met de vorm van een decreet,
bleef in het Ottomaanse Rijk slechts anderhalf jaar van kracht. Elders had zij een
langere geldingsduur.9

Omdat alle hervormingen in het Ottomaans door de sultan
werden doorgevoerd, hebben zij een substantiële invloed uitgeoefend en een moderni-
serend effect gehad op andere moslimmaatschappijen. Omdat de sultan tevens kalief
was, werden zijn edicten geaccepteerd, zelfs wanneer ze afweken van de orthodoxe
islamitische praktijk.

Het nieuwe familierecht bevorderde de eenheid van de rechterlijke organisatie op dit
terrein. Op dit rechtsgebied werd een einde gemaakt aan de competentie van de religi-
euze gerechten. Bij de totstandkoming van het wetboek werden de opvattingen van alle
sharia-scholen in aanmerking genomen, en niet alleen die van de Hanefi-school, die
door de meeste Ottomaanse moslims werd gevolgd. Het wetboek kende afzonderlijke
bepalingen voor moslims, christenen en joden. De nieuwe wet accepteerde het huwe-
lijk als een rechtshandeling in de vorm van een contract dat men moest registreren bij
een door de staat benoemde autoriteit. Het stond de contracterende partijen daarbij
vrij die rituele of sacramentele vorm voor dat huwelijk te kiezen die zij goed acht-
ten (Berkes 1998: 417). Artikel 38 van het wetboek had tot doel een einde te maken
aan polygamie, waarbij de gekozen opvatting die van de Hanbalitische school was.
Het artikel beschouwde een huwelijkscontract dat bepaalde dat indien de man een
tweede vrouw zou nemen, zijn eerste huwelijk zou worden geacht te zijn geëindigd in
echtscheiding als een geldige overeenkomst. Hiermee was een indirect verbod op een
tweede huwelijk geïntroduceerd (Aydın 1998: 314-318).

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->