Het Proto-Project

en de Nederlandse taal
– J.W. Richter -

Fig. 1 uit: Phallism in Ancient Worship door Hodder M. Westropp en C.S. Wake (1874)

In den beginne1..
was er een idee, dat inmiddels tot het grootste project aller tijden is uitgegroeid. Het is wellicht ook een project, dat aan vrijwel alle navolgende projecten ten grondslag ligt: een prototype voor projecten. Rond 3500 voor Christus hebben er, vermoedelijk in de omgeving van de Zwarte Zee enkele ontwikkelingen plaatsgevonden, die de communicatie tussen de volkeren hebben gerevolutioneerd. In den beginne heeft men de grondslag voor een taalconcept met geïntegreerde religieuze basis vastgelegd, die ook nu nog kan worden getraceerd in onze taal en geschiedschrijving. Dit schema is afleesbaar in de zogenaamde Swadesh-lijsten en in de etymologie der Indo-Europese talen. Voor deze talen is inmiddels een Proto-Indo-Europese2 taal ontworpen, die PIEtaal wordt genoemd. De bijbehorende PIE-religie is ontstaan als een vruchtbaarheidscultus, die heeft geleid tot de keuze van twee symbolen I en U voor de mannelijke, respectievelijk vrouwelijke elementen. Met behulp van I en U legt men vervolgens de namen van de hemelse god en de pronomina “ik”, “U” en “jij” vast, die tot de belangrijkste woorden voor een taal worden gerekend3.

1

De apostel Joannes schrijft, “ In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.- Alle dingen zijn door het Woord geworden.” (Joh.1:1,3) 2 Het Proto-Indo-Europees, afgekort PIE 3 De rangorde der woorden wordt vastgelegd in de Swadesh-lijsten

U, Ik en God
Uit de navolgende tabel kan men aflezen in welke mate de belangrijkste woorden (U en Ik) in een willekeurige taal en de naam voor de oppergod overeenkomen. In het Provençaalse gedicht Mirèio4 viel mij voor het eerst op, dat het persoonlijke voornaamwoord iéu van de eerste persoon enkelvoud volledig in de naam van God (Diéu) opgaat. Dit verschijnsel was mij al eerder opgevallen in het Italiaans en Spaans, maar in deze gevallen beperkt zich de overeenkomst tot slechts twee letters. Dió bevat immer het pronomen ió en Dios het pronomen yo. In het Portugees bevat de naam Deus het pronomen eu en in het Siciliaans bevat Diu het pronomen iu. Ook in het Oud-Duits bevat Diu het pronomen Ih, dat men in de zuid-Duitse dialecten nog steeds kan aantreffen. Het Provençaals leverde nu de duidelijkere aanwijzingen, hoe de woordvorming te werk gaat. Veel van de persoonlijke voornaamwoorden (bijvoorbeeld iéu) baseren op een I en een U, waartussen vaak een van de overige klinkers (a, e, o) wordt geplaatst. Opvallend is, dat ook de Joodse en Arabische woorden “God” tekens bevatten, die op een I of U lijken. Met behulp van de Swadesh-lijsten kan men nu aflezen, dat de afleiding van dit persoonlijke voornaamwoord uit de naam van de oppergod voor een groot aantal talen volgens een vaste regel heeft plaatsgevonden. Dit proces moet hebben plaatsgevonden tussen 3500 voor Christus en ongeveer 500 na Christus.

4

gepubliceerd in 1859 door Frederi Mistral

Taal Siciliaans Romansch Sursilvaans Sutsilvaans Spaans Portugees Oud-Duits Italiaans Frans Arabisch Hebreeuws

“U” (sing.) Tu Ti

“Ik” iu

God Diu (Iu-piter) Dieu Dieu (Diou-piter) Dios Deus Diéu Diu Dió Dieu ‫ا‬ IHVH

Bron Swadesh Swadesh Swadesh

Langue d'Oc Tu

ieu , jo Dieu

jau, eau Dieu jeu jou

tú, usted Tu Thu Tu Tu ‫أنت‬

yo eu iéu Ih ió je ‫أنا‬

Swadesh Swadesh Swadesh Swadesh Swadesh Swadesh Swadesh

Provençaals Tu

Tabel 1: Correlatie van de persoonlijke voornaamwoorden der 1e & 2e persoon en de oppergod

De betekenis van I en U
De eerste religieuze concepten baseren op een vruchtbaarheidscultus, die men met name in het verre oosten nog steeds in ere houdt. De belangrijkste symbolen in een vruchtbaarheidscultus zijn de lingam en de yoni, die traditioneel als zuil en cirkel afbeeldt. In de oudheid heeft men als vrouwelijk symbool ook wel schaalkuiltjes toegepast.

Fig. 1: U and I
Fig. 1 uit: Phallism in Ancient Worship door Hodder M. Westropp en C.S. Wake (1874)

Schaalkuiltjes
Schaalkuiltjes zijn kleine ronde uithollingen, die door mensen in een steen geslagen zijn. Meestal zijn ze op rotsen te vinden, maar ze kunnen ook voorkomen op losse stenen, zwerfkeien of megalieten. In Nederland worden ze ook wel napjes genoemd. In het Engels zijn ze bekend onder de naam 'Cup marks', in het Duits 'Schalengruben'. De schaalkuiltjes en de zuilen vormen wellicht de grafische basissymbolen voor de vruchtbaarheids-cultus, die in eerste instantie als sculptuur, respectievelijk mondeling en daarna schriftelijk werden vastgelegd. De schaalkuiltjes werden daarbij als de vocaal U en later als de bijbehorende letter U (of V) vastgelegd. De zuilen werden als de vocaal I en later als de bijbehorende letter I (respectievelijk Y of J) gedefinieerd.

De kleuren rood en blauw
De vruchtbaarheidscultus paste een bi-polaire structuur toe, waarin de mannelijke, respectievelijk vrouwelijke symbolen antipoden vormen. Waar wij op bi-polaire elementen stoten, zijn deze vrijwel steeds oude symbolen uit de tijd van de vruchtbaarheidscultus. Tot deze bi-polaire elementen behoren o.a. de kleuren rood en blauw, die in de Bijbel 25 maal als goddelijk bevel kunnen worden geïdentificeerd. Deze kleuren worden tegenwoordig met name in de vlaggen van vele landen, waaronder o.a. in de Nederlandse vlag, toegepast.

In de middeleeuwen kan men rood en blauw in de geïllumineerde Bijbels, in de vorstelijke kleding en grafmonumenten identificeren5. Tot de bekende schilders, die symbolen uit de vruchtbaarheidscultus hebben afgebeeld, behoort o.a. ook Jeroen Bosch. In de Tuin der Lusten symboliseert Bosch de levens-fontein als een rozerode zuil boven een donkerblauwe vijver, die wij als symbolen in een vruchtbaarheidscultus mogen interpreteren.

Fig. 2: De tuin der Lusten – Jeroen.Bosch
Fig. 2 Detail uit De Tuin der Lusten (c. 1480-1505) door Hieronymus Bosch. Triptychon, 220 cm x 389 cm, momenteel in het Museo del Prado. -Wikipedia Commons-

5

The Hermetic Codex

Het Indo-Europese concept
Dat een groot aantal talen op een gemeenschappelijke basis berust is al in 1583 opgevallen6. In dat jaar viel het de jezuïet Thomas Stephens op dat bepaalde talen die in India werden gesproken (met name het Konkani) veel overeenkomst vertoonden met het Latijn en Oudgrieks. Hij schreef hierover in een brief aan zijn broer, die pas eeuwen later is gepubliceerd. In de daaropvolgende eeuwen heeft men het Indo-Europese taalsysteem intensief bestudeerd en de historische ontwikkeling in kaart gebracht. De Indo-Europese taal is vanuit een gebied ten noorden van de Zwarte Zee naar alle richtingen uitgebreid.

Fig. 3: Laat-Proto-Indo-Europese taal in de Koerganhypothese (3500 voor Christus)
kaarten-materiaal: Wikimedia Commons. GNU-licentie voor vrije documentatie,

6

Bronvermelding "Indo-Europees"

Grieks, Roemeens, Romansch

Fig. 4: Verspreiding van de PIE-taal in het midden van het 3e millennium v.Chr. Rond 3000 voor Christus bereikt de PIE-taal via de Donau Griekenland en Oostenrijk. Dit is de de beginfase voor de ontwikkeling van het Grieks, het Roemeens, het Romanisch en het Duits, dat zich in de Donau-vallei en de Alpen heeft gevestigd. .In het Roemeens vormt men het pronomen eu , dat als kern van de oppergod Zeu (tevens de Griekse god Zeus) geldt. In de Alpen worden wellicht de pronomina jau, eau, jeu, jou behorende bij een godheid Diou (ofwel de latere Dioupiter) vastgelegd en blijven misschien in de afgelegen bereiken van de Alpen behouden. Roemeens Romansch Sursilvaans Sutsilvaans Ti eu jau, eau jeu jou Zeu, Dumnezeu Dieu Dieu Dieu (Diou-piter ?)

Tabel 2: Het ontstaan van Romansch in de Alpen

Italiaans, Deens en Zweeds
Rond 1500 voor Christus bereikt de PIE-taal via de Elbe Denemarken en Zweden. In het zuiden bereikt de PIE-taal de Provence, het Hettitische rijk (waaronder Troje) en middenItalië.

Fig. 5: Verspreiding van de PIE-taal in het midden van het 2e millennium v.Chr. In de Provençaalse taal kan rond 1500 v.C. het pronomen iéu als kern voor de naam Diéu zijn ontstaan. In de Oud-Duitse taal is denkbaar, dat het pronomen Ih als kern voor de naam Diu ontstaat. Provençaals Tu Oud-Duits Thu iéu Ih Diéu Diu Swadesh

Tabel 3: Het ontstaan van Provençaals en Oud-Duits

Zuid-Italië, Portugal, Zuid-Frankrijk
Pas rond 500 voor Christus dringt de PIE-taal door tot ZuidItalië, Frankrijk, Groot-Brittannië en het zuiden van Portugal.

Fig. 6: Verspreiding in ongeveer 500 v.Chr. In deze periode wordt wellicht het pronomen iu behorende bij de oppergod Diu in Sicilië en het Portugese pronomen eu voor de god Deus gelegd. Ook is een verbreiding van het Provençaals in zuidwestelijke richting mogelijk. Voor de Langue d'Oc geldt het pronomen ieu , jo voor de godheid Dieu. Langue d'Oc Tu Siciliaans Portugees Tu Tu ieu , jo iu eu Dieu Diu (Iu-piter ?) Deus Swadesh Swadesh Swadesh

Tabel 4: Het ontstaan van Langue d'Oc, Siciliaans en Portugees

Engeland; Italië en Portugal
Tijdens het Romeinse Rijk verdringen nieuwe talen het Keltisch uit Frankrijk, Spanje, Portugal en Zuid-Engeland. PIE bereikt nu ook het Midden Oosten en Noord Afrika.

Fig. 7: Verspreiding na het Romeinse Rijk en de Grote Volksverhuizing In deze fase wordt het Spaans, Italiaans en wellicht ook het moderne Frans () gevormd. Spaans Italiaans tú, usted Tu yo ió je I Ic Dios Dió Dieu Diu (?) Tui(s)c (?) Swadesh Swadesh Swadesh

Langue d'oïl Tu Engels Nederlands Thou, U

Tabel 5: Het ontstaan van het Spaans, Frans, Engels, Nederlands, etc.

Nederlands
De zeer late vorming van het Engels en Nederlands heeft misschien tot afwijkingen van het oorspronkelijke schema geleid. De Engelse pronomina “Thou” en “I” correleren echter goed met de Oud-Duitse woorden “Thu” en “Ih”, die baseren op de godheid “Diu”, respectievelijk “Tuisco”. Analoog aan deze afleiding kan men voor het Nederlands de pronomina U en Ic combineren tot de oppergod Tui(s)c, respectievelijk “Tuïsto”. De naam Tuïsto wordt wel vergeleken met Nederlands twist en Oudzweeds twistra (“scheiden”) en gerelateerd aan Germaans *tvi- (“twee”). Tuïsto zou zo duiden op een 'tweevoudig wezen' of een 'tweeling'. Uitgaande van deze interpretatie heeft men Tuisto wel vergeleken met het Vedische godenpaar Yama en Yami: de tweeling (broer en zus) die aan het begin van de Vedische kosmogonie staan. Een andere opvatting is dat Tuïsto niet zozeer een tweevoudig wezen is, maar een enkelvoudig wezen met de kenmerken van een hermafrodiet of androgyn (hybride wordt ook wel gezegd). Dan wordt hij wel met de Romeinse god Janus vergeleken. Deze god was tweevoudig van natuur (hij had twee gezichten) en stond volgens de oudste godenlijsten aan de oorsprong van alle andere goden. Zijn bijnaam luidde dan ook divom deus, “de god der goden”. De door Tacitus gebruikte naam van de bron en oorsprong van alle Germaanse volken "Mannus" vergelijkt men met Nederlands “man”, Engels “man” en Duits “Mann”. De oorspronkelijk betekenis zal “mens” geweest zijn of hier: “oermens” of “eerste mens”.

Het Oude Testament
Het Oude Testament beschrijft naast de militaire wapenfeiten van de Hebreeërs en Israëlieten ook de ontwikkeling van het joodse geloof vanaf de tijd van Abraham. Abraham leefde in een tijd rond 1800 voor Christus. Rond deze tijd heeft de PIEtaal reeds het bereik van Nederland bereikt. Ook de naam IHVH baseert in feite op de symbolische antipoden I en U. De joodse taal kent weliswaar geen klinkers, maar door middel van het hulpmiddel “Matres Lectionis” zijn wij toch in staat de letter V in IHVH als een U te interpreteren. Daarmee voldoet IHVH aan de kenmerken van een elementair PIE-symbool. Ook in het voor-Islamische woord ‫( ا‬Allah) kan men een UI-structuur aflezen. Het woord "elohim" voor de Hebreeuwse God wordt in het algemeen als meervoud geïnterpreteerd. De meeste PIE-goden en namen voor de oppergod worden als androgyne symbolen beschouwd. Dit geldt uiteraard ook voor de naam Tuïsto.

De bipolaire structuur
Een aantal van de bovenstaande pronomina blijkt door middel van de letters I en U een bi-polaire structuur te vertonen, die voldoet aan de beschrijving: “...man en vrouw schiep Hij ze”. Zodoende kan men zich voorstellen, dat de priesters het gehele Bijbelverhaal van de schepping bijvoorbeeld in één woordkern (iéu) van drie letters hebben kunnen coderen:
Genesis 1-27

En God schiep den mens naar Zijn beeld; Zijn Beeld is (in het Provençaals) Diéu . naar het beeld van God schiep Hij hem; naar het beeld van God (Diéu) schiep Hij iéu;

man en vrouw schiep Hij ze. man (i) en vrouw (u) schiep Hij iéu.
1-28

En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt. En God zegende iéu en God zeide tot iéu, “Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt“.

1-28

Genesis 1-31

En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

Het middelste symbool é in het pronomen iéu wordt wellicht omschreven in het volgende Bijbelcitaat:
Hosea 11-9

Ik zal niet wederkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen. De kleurcodes voor de elementaire symbolen I en U worden wellicht vastgelegd in het Bijbelcitaat: want Ik ben Diéu en geen iéu, de Heilige (é) in het midden van iéu;
Exodus 28-4Z

ij zullen dan voor uw broeder Aäron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen. 5 Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen;

In dit scheppingsverhaal is iéu geen man of vrouw, maar een androgyne gestalte, die wij als echtpaar kunnen beschouwen, die in de literatuur als Adam-Cadmon bekend staat. In het oorspronkelijke versie van de legende, die door Plato wordt verhaald in Symposium, is het echtpaar aan het begin van de schepping ruggelings met elkaar verbonden en hebben zij elkaar nog nooit gezien. Uit medelijden scheidt God het tweetal, tooit de vrouwelijke helft als een feestelijke bruid en voert haar voor de man – van oog tot oog. Hij beveelt het paar zich te vermenigvuldigen. Het echtpaar, gesymboliseerd door iéu, is een beeld van de Schepper (Diéu).

Het Wij-concept
Het “Ik” bestaat dus uit een echtpaar, d.w.z. twee personen, die zichzelf als eenheid (één vlees) beschouwen. Voor dit echtpaar is het woord “Wij” meerduidig. Het kan het echtpaar (wij beiden) of een groep mensen (wij samen) aanduiden. In de Swadesh lijst kan men voor de Romaanse woorden aflezen: • • • • Frans: nous, wellicht verwant met us, uit het ProtoGermaans *uns (“us”), Duits uns (“us”), Latijn: nos Italiaans: noi Spaans: nosotros

De beginletter N van deze woorden kan men als negatie (nietik”) interpreteren, waarin men iedereen buiten het echtpaar (U en I, gesymboliseerd als iéu, iau en iou)

Het Spaanse woord nosotros duidt al aan, dat men anderen dan U & I aanspreekt. Het Italiaanse noi geldt wellicht al negatie van “io”, zodat het niet-ik alle personen buiten het echtpaar omvat.

Jij en U
Wie nu iéu als persoonlijk voornaamwoord “ik” toepast, gebruikt dit woord evenals Diéu wellicht als dualis of zelfs als pluralis majestaticus. In de oudheid voerde de man normalerwijze het woord als representant van het echtpaar en de familie. Dit idee werd zelfs tot in de vijftiger jaren der 20e eeuw gehuldigd. In Nederland bestaat er nog steeds een partij, die het kiesrecht voor vrouwen afwijst7. Bij huldiging van het één vlees-concept, waarin man en vrouw één lichaam en één “ik” vormen, treedt er echter in discussies tussen de echtgenoten een probleem op, omdat er tussen twee echtgenoten verschillende persoonlijke voornaamwoorden voor de gesprekspartners moeten worden gekozen. In een gesprek met de echtgenote geldt een ander persoonlijk voornaamwoord “jij” dan het “U” in een discussie met derden. In de besloten kring van het huwelijk werd oorspronkelijk vermoedelijk alleen het vertrouwelijke “jij” toegepast. Een dergelijke vertrouwelijk “jij” wordt door Khaled Hosseini8 voor de Afghaanse taal beschreven. Het Afghaanse woord "Tu" (“jij”) is in gereserveerd voor huwelijkspartners, terwijl men "shoma" (“U”) uitsluitend voor afstandelijke, formele relaties (ook tussen ouders en kinderen) toepast.
7

In Nederland is thans alleen de SGP nog tegen het passief vrouwenkiesrecht 8 in de “Kite Runner” (2003)

De woordvorming
De namen voor de uit Dyaus afgeleide Indo-Europese hemelse goden baseren op de stam *Iou en ieu (→dyeu), die niet alleen voor de goddelijke naam, maar ook voor de goddelijke rechtvaardigheid (ius) en de symbolische, verbindende krachten der samenleving werden toegepast. Deze verbindingen werden gesymboliseerd door het juk, met name door het juk der echtelijke verbinding. Het Latijnse woord ius, leidt tot o.a. tot de vorming van de Nederlandse woorden zoals justitie, juist, jus, enz... In het Latijn worden ius en iungo afgeleid door de woordvorming: • • ieu + s → ius (recht) ieu + g → iungo (ik verbind)

All uit deze woordvorming stammende afleidingen voor de Nederlandse taal dragen in feite de religieuze symbolische betekenis van de antipoden U en I. Daartoe behoren bijvoorbeeld jubel, judicieel, juichen9, juk, jullie (?)10, junctie, jury, justeren, juweel11, justitie, jurisdictie, juist, jus.

9

Duits: jauchzen afleiding uit jou-lui en jij-lui (dat nog tot in de 19e eeuw in Holland leefde) 11 volgens het etymologisch woordenboek v. Jan de Vries,F. De Tollenaere afgeleid van Latijn: jocalis = “tot het spel behorend”
10

De juiste spelling met een trema?
In het Latijn en in het Duits wordt Tuisco automatisch correct als Tuïsco uitgesproken. In het Nederlands is de schrijfwijze Tuisco verwarrend, omdat de ui als klank moet worden beschouwd. In Wikipedia wordt Tuïsco inmiddels inderdaad met een trema geschreven. Datzelfde argument geldt in het kader van de UI-religie en het bijbehorende PIE-concept echter ook voor vele andere woorden. In dergelijke gevallen staat het aanbrengen van een trema ter discussie. Het deelteken of trema is een diakritisch teken in de vorm van twee stippen die, naast elkaar, boven een klinker geplaatst worden. Wanneer het teken op de i geplaatst wordt, wordt de enkele stip door de twee stippen vervangen.

Het trema12
Het 'deelteken' wordt gebruikt om het taalkundig fenomeen diëresis aan te duiden: twee opeenvolgende klinkers die in twee afzonderlijke lettergrepen uitgesproken worden in plaats van als éénlettergrepige klank of tweeklank. In het Nederlands wordt het deelteken regelmatig gebruikt13 en ook andere talen als het Catalaans, het Frans, het Grieks en het Spaans maken er gebruik van. In het Engels is het gebruik niet verplicht en tegenwoordig uiterst zeldzaam; slechts een beperkt aantal kranten en tijdschriften maakt er nog gebruik van.

12 13

Info uit Wikipedia “Trema” Zie: Trema in de Nederlandse spelling

Hoewel ze op elkaar lijken, hebben deelteken en umlautteken een zeer verschillende functie. Het deelteken wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen een tweeklank en twee losse klanken, terwijl een klinker met umlaut een andere klank verbeeldt. Dit blijkt vooral bij het afbreken aan het eind van de regel. Als het woord vlak voor een trema-letter wordt afgebroken, verdwijnt het trema. Er is immers geen verwarring meer mogelijk. Een umlaut blijft gewoon staan.

“uï” of”ui”-Woorden?
Druïde is bij wijze van uitzondering als priesterkaste (ook voor Tuïsco ?) correct geschreven, maar talloze andere woorden, die op dezelfde religieuze kern UI baseren, worden verkeerd gespeld. De Nederlandse begroeting Doei (vergelijkbaar met de afscheidsgroet Adieu of de begroeting Grüss Gott) moet in dat geval eigenlijk als Duï geschreven worden. Duits moet gezien de relatie met de UI-religie in feite als Duïts geschreven worden. Duivel, oorspronkelijk analoog aan Tuïsco een positieve, religieuze gestalte, moet eigenlijk als Duïvel geschreven worden. Tuig, (resp. werktuig,) dat tegenwoordig een negatieve bijklank vertoont, was eertijds een hooggeacht gereedschap, waaronder ook de “penis”14, die als “werktuig voor het verwekken15” werd toegepast. Wellicht is in het kader van de religieuze betekenis de schrijfwijze tuïg, resp. werktuïg gewenst?
14
15

Nederlands etymologisch woordenboek v. Jan de Vries,F. De Tollenaere vgl. Oud-Duits ziugen,, Duits: zeugen (verwekken)

De klasse der substantieven
“Den” in de vierde naamvalsvorm
Een ander merkwaardig fenomeen is het geslacht en de oorspronkelijke verbuiging der substantieven, die men eertijds heeft onderscheiden in mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. In tegenstelling tot het Duits heeft men daarbij in het Nederlands vroeger een onderscheid tussen levende en dode voorwerpen gemaakt. In de bestudering van het PIE-concept is het de moeite waard dit onderwerp eens onder de loep te nemen. Voor sommige woorden werd als bepalend lidwoord in het enkelvoud het lijdend voorwerp “de”, voor andere in dat geval “den” geschreven, Er werd echter altijd “de” gezegd16. Voorbeelden: • • Een agent bekeurde de vrouw en de(n) man. De boer verkocht de geit en de(n) bok.

De substantieven werden dus in drie soorten verdeeld: den-, de en het-woorden. Tot de den-woorden behoorden mannelijke personen, mannelijke dieren en diersoorten, die voor het vrouwelijke dier een woordvorming met de uitgang “-in” kennen. Namen van personen, die nu eens op een man, dan weer op een vrouw betrekking hebben, werden als den-woorden beschouwd, zolang uit het verband niet bleek, dat er een vrouw mee bedoeld werd.
16

Beknopte Nederlandse spraakkunst door C. Apeldoorn en Dr. A.J. de Jong – 22e druk, bladzijde 37 (1958)

“Den” voor levenloze wezens
Indien de “koning” in het schaakspel als levenloos schaakstuk werd bedreigd, mocht men alleen “de” schrijven: “Met die zet bedreigde hij de koning.” Anderzijds gold voor een koning als mens: “De oude man had den koning nog nooit gezien.” Tot de voorbeelden behoren ook de twee zinnen: Hij spande den bok voor het wagentje. De koetsier zat op de bok (van het rijtuig). Niet alle den-woorden behoorden tot de levende wezens. Ook de woorden dienst en tijd werden bijvoorbeeld als mannelijk beschouwd.

God als levend wezen
In dit kader is het de vraag of men het woord God als een denwoord (voor een levend wezen) heeft beschouwd. Inderdaad vindt met met behulp van Google op zoek naar "den levenden God" de volgende passage, die met vele voorbeelden aangeeft, hoe deze regel werd toegepast 17: Na den dood van Astyages kwam het koninkrijk aan Cyrus, uit Perzië. En Daniël was gestadig bij den koning, en meer in aanzien dan alle gunstelingen des konings.

17

Wikisource: Apocriefe boeken/Van den Bel en den Draak te Babel Anoniem (1906) De apocriefe boeken. Uit de Hoogduitsche vertaling van M. Luther eertijds door Adolf Visscher in het Nederduitsch overgezet

Nu hadden die van Babylon een18 afgod, genaamd Bel; dien19 moest men dagelijks offeren twaalf mudden tarwe en veertig schapen en drie aam wijn. En de koning zelf diende den20 afgod en ging hem dagelijks aanbidden; maar Daniël aanbad zijnen21 God. En de koning sprak tot hem: Waarom bidt ook gij Bel niet aan? Maar hij sprak: Ik dien de afgoden niet, die met handen gemaakt, maar den levenden God, die den22 hemel en de aarde geschapen heeft en een Heer is over alles wat leeft. Toen sprak de koning tot hem: Houdt gij dan Bel niet voor een23 levende god? Ziet gij niet hoeveel hij dagelijks eet en drinkt?

“Den” in de derde naamvalsvorm
Uitdrukkingen, die uit de oude tijd zijn overgebleven, zoals bijvoorbeeld “In den beginne”, stammen uit een fase, waarin de woorden anders verbogen werden dan nu en na allerlei voorzetsels de derde naamvalsvorm hadden. Bij enigszins verzorgde uitspraak wordt de “n” in deze uitdrukkingen ook tegenwoordig inderdaad uitgesproken. Merk op, dat ook bij het-woorden soms den voorkomt (voorbeeld: “In den beginne”).
18 19

in dit geval had een levende afgod m.i. de verbuiging “eenen” vereist. in dit geval betreft het de derde naamval 20 merkwaardigerwijze wordt de afgod nu als levend wezen beschouwd – wellicht omdat de auteur in deze zin de mening van de koning weergeeft. 21 in dit geval is het duidelijk een aanbidding van de levende God. 22 kennelijk werd de hemel als mannelijk en de aarde als vrouwelijk beschouwd. 23 in dit geval had een levende afgod m.i. de verbuiging “eenen levenden” vereist.

Mannelijk, vrouwelijk en onzijdig
Als oudere taal onderscheidt vooral het Duits nog in grote omvang de mannelijk, vrouwelijk en onzijdige woorden. Tot de onzijdige woorden behoren (vrijwel ?) alle verkleinwoorden. Ook in het Nederlands valt op, dat bijna alle verkleinde vormen tot de onzijdige woorden behoren, bijvoorbeeld24: • • • • • het meisje, maar de meid, het hondje, maar de hond, het kastje, maar de kast, het mannetje, maar de man, het vrouwtje, maar de vrouw.

Opvallend is ook aan het Brabants de toepassing van het onzijdige geslacht voor alle verkleinwoorden25, dat dit dialect gemeen heeft met het Nederlands en het Duits. Zo is bijvoorbeeld het Durske ongetwijfeld een vrouwelijke persoon, maar wordt omwille van de verkleinende trap onzijdig. Het betreft ongetwijfeld vaak een pasgeboren kind, dat nog te klein is om het met een volwassen lidwoord “de” aan te spreken. Bij Antoon Coolen zijn Durskes echter ook geslachtsrijpe, nog ongetrouwde meisjes. Kennelijk werden kinderen tot en met ongetrouwde vrouwen oorspronkelijk nauwelijks als volwaardige mensen aangezien. Alleen de volwassenen en “grote” mensen behoorden in een echtelijk verbond tot de afbeeldingen van God. Het bovenstaande woordgebruik geeft aan, in welke mate deze regel ook nu nog geldt.
24 25

Nederlands Voor Gevorderden Woordenlijst Brabants

De mens, den mens en het mens
Ook wat betreft de echtparen valt het gebruik van het woord “mens” op, dat meestal in de betekenis van wederhelft, “echtgenoot”, “echtgenote” wordt gebruikt. “Mien Mens” is in het Brabants mijn wederhelft. De wederhelft herinnert aan het oude scheppingsverhaal, waarin de Indo-Europese en Joodse volkeren de eerste mens Adam Cadmon als een androgyn schepsel laten ontstaan. Pas na deze schepping worden man en vrouw gescheiden en vormen twee “halve mensen”. Zo is het eigenlijk vanzelfsprekend toepasselijk de wederhelft als “mien Mens” te benoemen. In mijn herinnering is deze formulering ook in het Limburgs gebruikelijk. Het scheppingsverhaal is ouder dan het Christendom, omdat zij reeds door Plato in het Symposium uitvoerig wordt gedocumenteerd26. Woorden, die mannen of vrouwen beschrijven, worden van het lidwoord "de" voorzien: de man, de vrouw, de jongen, de meid, de ober, de lerares, de mens. Het hoofd van een afdeling of school wordt echter met "het" gezegd en geschreven. Tot de uitzonderingen op deze regel behoren woorden, die sommige vrouwelijke personen met “het” betitelen, zoals “het wijf27” of (in uitzonderlijke gevallen) “het mens”, “het loeder”, "het jong" (vooral in de vorm van "het rotjong") uitzonderingen28.
26

In “The Sky-God Dyaeus” en “Der Himmelsgott Dyaeus” is een aantal thesen met betrekking tot deze algemene Indo-Europese scheppergod gepubliceerd. 27 das Weib is ook in het Duits onzijdig. 28 Nederlands Voor Gevorderden

Het jong is daarbij ongetwijfeld van het jonge, pasgeboren dier afkomstig. Het loeder is onzijdig, omdat het in feite zelfs als persoon als lokspijs wordt beschouwd. Een dergelijke onzijdig woordgebruik (voor volwassenen) vertoont echter steeds een negatieve bijklank. “Het mens” wordt m.i. (in navolging van “het wijf”?) zelfs uitsluitend voor het vrouwelijke geslacht toegepast, dat men als navolger van Eva ook na de middeleeuwen nog lange tijd als slecht heeft beschouwd. In de Duitse taalontwikkeling wordt als afleiding aangegeven: 2) Engl.: wife, Proto-Germanisch: wiban (vom vorherigen gwiban), Altsächs., Altfriesisch: wif, Niederl.: wijf, Althochdeutsch: wib, Deutsch: Weib, Altnorw.: vif, Isländ.: víf, Färöisch: vív, Dän., Schwed., Norw.: viv Het is niet ondenkbaar, dat de negatieve bijklank en de bijbehorende, onzijdige woordvorming als gevolg van de Bijbelse invloed is ontstaan.

Het Runenalfabet Iuthark
Het runenalfabet, dat van CE 100 tot in de middeleeuwen in gebruik is geweest, stamt wellicht uit een oud Italiaans alfabet.

Fig. 8: De Kylver runensteen uit Gotland, Zweden (400AD) Als oudste afbeelding van het runenalfabet geldt de Kylver runensteen uit 400 na Christus, die merkwaardigerwijze met de religieuze symbolen I, U en þ begint.

Fig. 9: Iuþark or Iuþork

Fig. 10: De Kylver runensteen met het IUþark alfabet Op de Kyler-runensteen bevindt zich daarnaast nog een andere, aparte inscriptie, die men met wat goede wil als de hemels-god “Zueius” kan lezen.

Fig. 11: “Zueius”

Samenvatting
De omvang van het proto-project tekent zich af als een omvangrijke schat aan afspraken, etymologische conventies, volksgebruiken, beelden en legendes. Gezien de relatief korte historische ontwikkeling, die (vanaf de eerste expansies 3500 voor Christus) Nederland pas 500 voor Christus heeft bereikt, zijn er nog vrij veel oorspronkelijke PIE-elementen in onze taal actief. Van de in dit bericht onderzochte voorbeelden behoren tot de PIE-relevante elementen: • het woord Druïde, dat traditioneel met een trema wordt geschreven. Inmiddels heeft ook Tuisco een trema terugveroverd. Talloze andere woorden (doei (dui), duivel, tuig, etc.) hebben echter het trema in de loop der tijden verloren. de behandeling van de mannelijke en vrouwelijke woorden, die zich boven de onzijdige woorden verheffen. In enkele gevallen (mens, wijf29) worden vrouwelijke woorden denigrerend gebruikt. Voor mannelijke woorden ontbreekt deze vernedering. Het is echter niet ondenkbaar, dat de negatieve bijklank en de bijbehorende, onzijdige woordvorming als gevolg van de latere Bijbelse invloed is ontstaan. het woord wederhelft als bestanddeel van het scheppingsverhaal, dat de eerste mens Adam Cadmon als één Vlees afbeeldde.

29

das Weib is ook in het Duits onzijdig.

• •

het persoonlijke voornaamwoord U als een vrouwelijk symbool. de afscheidsgroet Doei, die kennelijk is afgeleid van Tuïsco, de oude Germaans-Keltische oppergod en in feite als Duï moet worden geschreven. de naam Doesburg (Tuïscoburg Batavorum) de kleuren rood en blauw, die als mannelijke, respectievelijk vrouwelijke symbolen in de nationale vlag gelden. diverse iu-woorden, zoals bijvoorbeeld jubel, judicieel, juichen30, juk, jullie (?)31, junctie, jury, justeren, juweel32, justitie, jurisdictie, juist, jus.

• •

Kennelijk werden kinderen en ongetrouwde personen oorspronkelijk nauwelijks als volwaardige mensen aangezien33. Alleen de volwassenen en “grote” mensen behoorden althans in een echtelijk verbond tot de afbeeldingen van God. Het woord “mens” beschreef eertijds een echtpaar, waarin elke mannelijke en vrouwelijke persoon afzonderlijk slechts als een halve mens werd beschouwd. Een ongetrouwde leek was uiteraard ook slechts een halve mens.

30

Duits: jauchzen afleiding uit jou-lui en jij-lui (dat nog tot in de 19e eeuw in Holland leefde) 32 volgens het etymologisch woordenboek v. Jan de Vries,F. De Tollenaere afgeleid van Latijn: jocalis = “tot het spel behorend” 33 Deze regel werd uiteraard niet op geestelijke stand toegepast, die zich immers aan Christus had gewijd.
31

Het woord wederhelft verduidelijkt het oude beeld van de androgyne God, die de mens als echtpaar naar zijn beeld had geschapen. Deze oude religie heeft de samenleving destijds zozeer doordrongen, dat de kenmerken ook na eeuwenlange inquisitie en heksenjacht op de andersdenkenden nog steeds zichtbaar blijven.

Inhoudsopgave
In den beginne............................................................................2 U, Ik en God...............................................................................3 De betekenis van I en U.............................................................5 Schaalkuiltjes........................................................................6 De kleuren rood en blauw.....................................................6 Het Indo-Europese concept........................................................8 Grieks, Roemeens, Romansch...............................................9 Italiaans, Deens en Zweeds.................................................10 Zuid-Italië, Ierland, Litouwen.............................................11 Engeland en Portugal..........................................................12 Nederlands...........................................................................13 Het Oude Testament.................................................................14 De bipolaire structuur..........................................................14 Het Wij-concept...................................................................16 Jij en U................................................................................17 De woordvorming....................................................................18 De juiste spelling met een trema?............................................19 Het trema ............................................................................19 “uï” of”ui”-Woorden?.........................................................20 De klasse der substantieven.....................................................21 “Den” in de vierde naamvalsvorm......................................21 “Den” voor levenloze wezens.............................................22 God als levend wezen..........................................................22 “Den” in de derde naamvalsvorm.......................................23 Mannelijk, vrouwelijk en onzijdig...........................................24 De mens, den mens en het mens.........................................25 Het Runenalfabet Iuthark.........................................................27 Samenvatting............................................................................29

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful