DOOP EN LIDMAATSCHAP

Wat te doen in een baptistengemeente?

Voor ligt de vraag om als raad een uitspraak te doen over de koppeling van doop en lidmaatschap. Daarbij is het goed om ook na te denken over mensen die wel als kind zijn gedoopt, maar moeite hebben met grootdoop. Je zou in dit stuk vooral kunnen ingaan op wat het lidmaatschap in de Bijbel inhoudt. Die vraag is echter heel lastig te beantwoorden. We hebben eerder al geconstateerd dat het papieren lidmaatschap of lid zijn van de gemeente zoals wij dat kennen in het NT niet voorkomt. Daarom wil ik vooral de vraag proberen te beantwoorden langs 2 lijnen: wat zegt de bijbel over de doop en ook wat is hierin het eigene van een baptistengemeente. Dat laatste afgezet tegenover verschillende keuzes die hierover gemaakt worden.

BIJBELSE DOOP: DE INHOUD
Dat wij in de gemeente mensen dopenis een direct gevolg van de opdracht van Jezus in Mattheüs 28. Voordat Hij terugging naar zijn Vader gaf Hij Zijn discipelen de laatste instructies. Simpelweg 3 dingen: Ga er opuit en maak alle volken tot mijn discipelen Doop iedereen in of naar de naam van God Leer ze Mijn geboden te onderhouden Er zijn verder natuurlijk nog meer plaatsen waarin over de doop gesproken wordt. Het begint allemaal bij de doop van Johannes. Daar blijkt dopen een duidelijke keus om te breken met het oude leven. Om nu echt Jood te worden en je te houden aan Gods geboden en zo rein te zijn als de ware Messias komt. Daarom was het tussen haakjes ook zo problematisch om als Farizeeër of Schriftgeleerde te horen te krijgen dat je je ook moest laten dopen. Daarna doopt ook Jezus zelf samen met Zijn discipelen mensen. Zie o.a. Joh. 3:22 waar staat dat Jezus rondging, discipelen maakte en hen doopte. En natuurlijk vervolgens hen ook de geboden van het Koninkrijk uitlegde en leerde onderhouden. Dat wat de discipelen opgedragen krijgen is dus niet anders dan wat zij Jezus al 3 jaar hebben zien doen en ook zelf gedaan hebben. Door de doop hoorde je dus bij het nieuwe Koninkrijk van Jezus, het Koninkrijk van boven, het Koninkrijk van de hemel. Datzelfde symbool wordt ook na het heengaan van Jezus gebruikt in de gemeente van het NT. Daarbij komt ook het feit dat mensen na Pinksteren worden gedoopt met de Heilige Geest. Dat als Gods antwoord op het zichtbaar ondergaan in het watergraf (Zie Handelingen 2:42). Dat deze volgorde niet altijd hetzelfde is zien we in Handelingen 10 in het huis van de heiden Cornelius. Daar valt eerst de Heilige Geest op deze groep mensen en het antwoord van Petrus is dan dat deze mensen ook behoren te worden gedoopt (zie vers 47 en 48). Opvallend is ook dat in Efeze (Hand. 19) mensen wel gedoopt zijn met de doop van Johannes, de doop van de bekering, maar nog niet met de Heilige Geest. Op dat moment worden ze opnieuw gedoopt in de Naam van Jezus en ontvangen ook zij de Heilige Geest. Hier is dus sprake van overdopen. Paulus spreekt verder meerdere malen in zijn brieven over de doop. In Romeinen 6 is het het watergraf, ofwel het gestorven zijn met Christus en met Hem opstaan tot een nieuw leven. Vergelijk ook met de betekenis hierboven. In Efeze 4 spreekt hij over de eenheid van de gemeente die blijkt uit het gedoopt zijn. U behoort simpelweg tot het lichaam van Christus en daarom hebben wij één Heer, één geloof en één doop. De doop behoort dus eenheid uit te drukken. Als laatste is de lastige tekst te noemen uit Colossenzen 2:12. Daar verbindt Paulus doop en besnijdenis met elkaar. Paulus zegt dat ons hart besneden is door het afleggen van ons oude lichaam van de zonde. Dat lichaam is in de doop begraven. Dus de besnijdenis vindt nu plaats door de doop! Dit als oproep richting Joden om geen heidenen die in Jezus geloven Joods te maken.

Verder zijn nog te noemen de tekst uit Hebreeën 6 waar wordt gesproken over de leer van de doop en de handoplegging. Waaruit blijkt dat deze 2 zaken duidelijk bij elkaar horen. Het is nl. een van de latere brieven van het NT. Dat zegt ons dat deze praktijk dus gebruik was. Men doopte de bekeerde discipel en vervolgens ontving hij/zij de Heilige Geest door handoplegging. In 1Petrus 3:21 is de doop ook een vraag om een goed geweten. Kortom vanaf nu zijn al mijn zonden door God vergeven en vergeten. Ik mag met Hem opstaan uit het watergraf en als werkelijk nieuwe schepping mij vrij voelen van zonden.Dat moet ook steeds zo blijven in mijn relatie tot God blijkens de rest van het hoofdstuk. Samenvattend. De doop is een teken van mijn behoren bij het nieuwe Koninkrijk van Jezus en daarmee dus lid worden van Zijn lichaam de gemeente. Verder wordt ook de zonde zo weggedaan dat ik helemaal rein sta voor God. Daarnaast wordt aan de doop toegevoegd het ontvangen van de Heilige Geest door handoplegging. Van nu af woont God in mij. Onbegrijpelijk, maar waar.

DE DOOP : DE PRAKTIJK VAN HET NT EN DE EERSTE EEUWEN
Het lijkt er veel op dat in het NT alleen volwassenen worden gedoopt die ook persoonlijk de keus maken voor Jezus. In Hand. 8:12 wordt gesproken over mannen zowel als vrouwen . In Hand. 16 wordt er wel twee keer gesproken over alle huisgenoten, zowel bij de Lydia de purperverkoopster als bij de cipier uit Filippi. Je zou dan uit deze teksten moeten concluderen dat ook kinderen werden gedoopt. Hierover kun je wat exegese betreft niets met zekerheid zeggen. Wat wel van belang is om op te merken dat geloven niet alleen een persoonlijke aangelegenheid is. Sterker nog: er staan volgens mij maar enkele individuele bekeringen beschreven: Paulus en de minister van Financiën uit Ethiopië. Verder grijpt God in en komen hele groepen tot geloof. Iets anders is dat de doop in het NT zeer waarschijnlijk alleengebeurde door onderdompeling. Daar wijst in ieder geval het woord baptizo op. Dat is het woord wat wij vertalen met doop. Vandaar ook dat Paulus het heeft over het met Christus gestorven zijn en met Hem opstaan. Vooral vanuit de eeuwen na het NT weten we van de overgang van het dopen door onderdompeling naar het dopen door besprenkeling. Deze overgang vindt plaats in de 4e eeuw en wel als eerste bij het dopen van volwassenen. Pas enkele eeuwen later volgt ook het besprenkelen van baby s. Dat alles lijkt de zekerheid te bevestigen dat in het NT werd gedoopt door onderdompeling. In de eerste eeuwen moet er ook sprake zijn geweest van kinderdoop. Allereerst is er Polycarpus (160 na Chr. gestorven) de leerling van Johannes. Vlak voor hij wordt doodgemarteld op 86-jarige leeftijd zegt hij: Ik heb 86 jaar ben ik dienaar van Koning Jezus en Hij heeft mij nooit iets kwaads gedaan. Hoe zou ik Hem dan nu verloochenen? Hij noemt zich dienaar van Christus gedurende die 86 jaar. Juist in die tijd noemde men een gedoopt iemand dienaar van Christus. Het heeft er in ieder geval alle schijn van dat Polycarpus als kind is gedoopt, mogelijk zelfs door de apostel Johannes. Ook de kerkvader Irenaeus (180 na Chr.) heeft het erover dat er zowel zuigelingen, kinderen als volwassenen tot geloof komen in zijn gemeente in Lyon. Iemand als e Tertullianus (eind 2 eeuw) heeft weliswaar bezwaar tegen de doop van de kinderen van heidense gezinnen als zij tot de gemeente toe treden, maar voegt daar o.a. direct aan toe dat als een kind in levensgevaar verkeerd onverwijld de doop moet worden toegediend. Ook Hyppolitus (215 na Chr.) schrijft in zijn kerkorde over deze gezinsdoop van heidense gezinnen en wel als volgt: "Eerst moet men de kleine kinderen dopen. Allen die voor zichzelf spreken kunnen, moeten zelf spreken. Voor hen echter die niet spreken kunnen, zullen hun ouders spreken of een ander, die tot hun familie behoort." Dit is vooral opvallend omdat hij zegt dat hij geen nieuwe kerkelijke bepalingen wil invoeren, maar de apostolische leer wil vastleggen. Pas omstreeks 330 na Chr. begint men moeite te krijgen met de kinderdoop. De vervolgingen zijn dan voor een groot gedeelte geluwd. Men vreesde dat de ingeschonken genade door de doop later verzondigt zou worde n. En daarom stelde men de doop dan maar uit tot latere leeftijd. Het pleit werd uiteindelijk in de RK beslecht door Augustinus die zelf zo n uitgestelde doop had ondergaan toen hij 32 jaar was. Hij fundeert de kinderdoop als Bijbels. Dit blijft de lijn van de RK en de Reformatie. De dopersen, ook zelf onderdeel van de reformatie,

verwijten de reformatoren dat zij niet ver genoeg gaan in hun afwijzing van de RK, en van het automatisme waarmee genade wordt ingegoten. De dopersen staan een kerk voor van alleen gelovigen en dopen daarom dan ook volwassenen die persoonlijk van hun geloof hebben getuigd. Zij funderen hun opvatting op de volgorde die we in het NT tegenkomen: eerst geloven dan dopen. Een baby kan daar nog niets over zeggen dus kun je daarom zo n baby ook niet dopen. Daarmee zijn we aanbeland bij de traditie waartoe wij als baptisten behoren. De doop op getuigenis. Dopersen en baptisten willen daarbij ook alleen maar hun argumenten baseren op de Schrift en niet op de gegroeide praktijk, ook wel traditie genoemd. Daar hebben ze belangrijk punt want er is in 20 eeuwen kerkgeschiedenis veel scheefgegroeid en daarna traditie geworden. Tegelijkertijd moet dan heel omzichtig omgesprongen met de uitleg van de Schrift. Laten wij de Schrift wel echt zeggen wat de Schrift bedoelde

IK OF WIJ ?
De gedachte dat ik persoonlijk moet geloven en daar dan ook alleen individueel verantwoordelijk voor ben is aan de Bijbel vreemd. In de Bijbel geloof je als gemeenschap en als gezin. Zie ook bijvoorbeeld Paulus argumentatie in 1Korinthe 7:14, waar hij zegt dat kinderen van gelovigen geheiligd en rein zijn. Tegelijkertijd zit er ook iets in het NT van een persoonlijk geloven. Door de tijd heen sluipt dit geheiligd zijn als kind van gelovige ouders de kant op van een bijna magisch ritueel. De zonde van het kind worden afgewassen en de doop is niet langer een teken maar een middel op zich. Daar zit nu juist ook het heikele punt tussen RK en reformatie aan de ene en het Baptisme aan de andere kant. In een tijd dat men zich afzette tegen oneigenlijke traditie die de e e doop als een soort wondermiddel of geestelijke goocheltruc zag, zowel in de 16 als in de 19 eeuw, had men een goed punt om weer eens helder de lijnen te trekken en geloof en doop te koppelen (zie ook verder bij verschillende doopvisies).Hoewel we in die traditie vasthouden aan de doop op geloof is nu het andere uiterste e soms het geval. Dopen wordt een individueel iets van de 21 -eeuwse postmoderne mens die zelfstandig keuzes maakt. Daarom past volwassendoop ook zo goed bij het levensgevoel van mensen. Als wij mijns inziens terecht vasthouden aan de volwassendoop moeten we wel blijven opletten dat we het samen geloven ontzettend sterk benadrukken. Ook de verantwoordelijkheid van ouders voor een gelovige opvoeding en het samen geloven als gezin moet handen en voeten krijgen binnen de gemeente.

DOOP EN LIDMAATSCHAP
Over de koppeling tussen doop en lidmaatschap kunnen we kort zijn. Door de doop wordt je lid van het lichaam van Christus en daarmee onderdeel van de gemeente. Doop en lidmaatschap loskoppelen wordt op basis van Bijbelse argumenten dus moeilijk. Iets anders is de vraag wat lid zijn van de gemeente dan inhoudt. Maar daarover hieronder meer.

VERSCHILLENDE DOOPVISIES
Voordat we onze keus verder uitspreken is het belangrijk om vast te stellen dat er verschillende opvattingen zijn over wat de doop nu echt betekent. Er zijn denk ik 3 hoofdstromen aan te wijzen, die allen zo hun eigen accenten leggen: RK: de doop is de afwassing van de erfzonde en de inschenking van genade Reformatie: de doop is de vervanging van de besnijdenis, daarom hoort het kind bij het Verbond van God met Zijn volk Israel en daarmee in het NT bij de gemeente. Baptisten of Dopersen: getuigenis van het geloof in Christus, met de nadruk op het gestorven en opgestaan zijn met Christus. We hebben in onze gemeente met al deze opvattingen te maken. Simpelweg doordat er mensen vanuit diverse opvattingen in onze gemeente vertegenwoordigt zijn. Dat maakt het nogal lastig om tot een vergelijk te komen. Vooral omdat vanuit RK en Reformatie ook nog eens fel gefulmineerd wordt tegen overdopen . Wanneer je als

kind al bent gedoopt en je laat je later weer dopen dan veracht je daarmee Gods genade, nl. de genade die je door of bij de kinderdoop ontving. Daar komt nog bij dat mensen het ook domweg doodeng vinden om een persoonlijk getuigenis uit te spreken.

DOOP , LIDMAATSCHAP EN PASTORAAT
Wij worden vanuit het NT als gemeente opgeroepen tot zorg voor elkaar. In Hand. 2:43 staat heel duidelijk dat de gedoopte gemeente zich wijdden aan het onderwijs van de apostelen en de onderlinge zorg. De vraag is daarom legitiem: hoe kun je nu zorg verlenen aan iemand die zich niet uitgesproken heeft om bij de gemeente te willen behoren. Welke zeggenschap heb je over zo iemand als vermaning op zijn plaats is. Dit is een belangrijke vraag die in de meeste gemeenten en kerken daarom leidt tot een koppeling tussen doop en lidmaatschap. Dit uitspreken voor het lidmaatschap is niets anders dan het bevestigen van het lidmaatschap dat er al is nl. het lid zijn van Christus lichaam. Je maakt het nu formeel, op papier zo je wilt. Bij het lidmaatschap beloof je je te onderwerpen aan de zorg door de gemeente en dus ook aan de vermaningen vanuit die gemeente. Uitzondering hierop vormen de vergadering van gelovigen, die geen lidmaatschap van de plaatselijke gemeente kennen en die ook de ambten en daarmee o.a. de positie van oudsten niet erkennen als bijbels. Iedere christen heeft een door God gegeven autoriteit en die berust volgens hen dan ook niet bij oudsten. Het eerste is natuurlijk waar, het tweede duidelijk niet. God heeft duidelijk verschillende gaven in de gemeente gegeven. Daarvan staat het NT vol en ook van het feit dat oudsten leiding geven aan de gemeente. De eerlijkheid gebied wel te vermelden dat er binnen deze groepen wel mensen zijn die voortouw nemen, maar dat is nooit formeel vastgelegd.

ONZE TRADITIE EN IDENTITEIT
Vanuit de baptistentraditie wordt min of meer terecht de nadruk gelegd op een persoonlijke keus en daarbij de stap om je te laten dopen door onderdompeling. En wel in die volgorde. Daarnaast is bij ons ook doop en lidmaatschap van de plaatselijke gemeente gekoppeld. Dit om ook duidelijk te maken dat wij ons als lid onderwerpen aan het gezag dat er is in de gemeente. Ontzettend belangrijk is daarnaast dat alle leden samen de Heilige Geest hebben ontvangen, door handoplegging na de doop en dus ook samen het hoogste gezag vormen van de gemeente. Kortom de gemeentevergadering staat boven de raad.

PROBLEMEN EN OPLOSSINGEN
Er zijn twee problemen in onze gemeente geconstateerd:

y y

Mensen willen geen lid worden, want ze zijn al lid van het lichaam van Christus en dan hoef je geen lid te worden van een plaatselijke gemeente, vinden zij. Mensen willen wel lid worden, maar zich niet volwassen laten dopen. Ze zijn al als ki nd gedoopt en dat hoeft niet te worden overgedaan, vinden zij.

Deze situatie wordt al jaren gedoogd. Er worden weliswaar iedere keer opnieuw pogingen ondernomen om mensen te overtuigen om lid te worden dan wel zich volwassen te laten dopen. Die problemen lossen zich echter niet op omdat het voor mensen geen voordelen biedt om de situatie te veranderen. We hebben in ieder geval in het bovenstaande vastgesteld dat 2 dingen voor ons onopgeefbaar zijn:

y y

Mensen laten zich in een baptistengemeente volwassen dopen na een persoonlijk getuigenis, waarna zij door handoplegging ook de Heilige Geest ontvangen Mensen worden door die doop ook lid van onze gemeente en beloven daarmee aan zich onder het gezag van de gemeente te stellen. Kortom zij zijn corrigeerbaar en dat heeft ook consequenties.

De vraag is nu: hoe kun je genadig en tegemoetkomend zijn naar broeders en zusters die moeite hebben met het bovenstaande. Daarin kun je mijns inziens verschillende wegen bewandelen:

DOOP BLIJFT GEKOPPELD AAN LIDMAATSCHAP ZONDER ANDERE OPTIES
Door een heel aantal baptistengemeenten wordt vastgehouden aan deze lijn. Ze is duidelijk, maar tegelijkertijd sluit je daarmee mensen uit. Dit standpunt geldt vooral voor de oudere baptistengemeenten. Generaties voor hen hebben immers uit overtuiging de stap gezet voor de geloofsdoop. Dat verdraagt zich volgens hen dan ook niet met andere doopvisies. Een probleem hierbij is wel de onduidelijkheid die vaak blijf bestaan over wat nu van gedoopte leden verwacht wordt.

DOOP BLIJFT GEKOPPELD AAN LIDMAATSCHAP MAAR ER IS NOG EEN STATUS APARTE:
VRIENDSCHAP
De meeste baptistengemeenten blijven vasthouden aan een gekoppelde doop en lidmaatschap. Zij willen echter tegemoetkomen aan mensen met andere doopvisies. Daarvoor is een constructie in het leven geroepen: de uitgestelde keus, vriendschap. Dit is een status aparte die als zodanig niet alle rechten meebrengt die zijn verbonden aan het lidmaatschap. In de praktijk betekent dit:

y y

Iemand die vriend is mag geen leiding geven in de gemeente. Dus geen oudste worden, geen kring leiden, niet alleen verantwoordelijk zijn voor het jeugd- of kinderwerk. Iemand die vriend is heeft geen stemrecht en kan dus niet meebeslissen in de gemeentevergadering. Vrienden hebben daar meestal wel spreekrecht

Het betekent ook dat mensen die vriendschap aanvragen daarmee ook beloven in de toekomst de volwassendoop te ondergaan. Hoe streng met dit laatste wordt omgesprongen verschilt per gemeente. Opnieuw is het belangrijk aandachtspunt om in gesprek en in de prediking duidelijk te omschrijven wat onder lidmaatschap wordt verstaan. In veel gemeenten komt men erachter dat dit vaak te weinig wordt benadrukt.

DOOP EN LIDMAATSCHAP ZIJN LOSGEKOPPELT
Hierin wordt de doop niet aan het einde of halverwege het proces van discipelschap geplaat t maar s nadrukkelijk direct aan het begin. Zodra iemand gelooft wordt hij of zij gedoopt, ook al is het nog maar een kind of jonge tiener. Daarbij wordt je wel gedoopt in de gemeente en daarmee behoor je tot het lichaam van Christus. Maar we verwachten van zo n pasgeboren gelovige nog niet direct alle verantwoordelijkheid die hoort bij het lidmaatschap. Lidmaatschap is daarmee ook een uitsproken verklaring en het opnemen van verantwoordelijkheid geworden. Bij voorkeur is lidmaatschap daarom ook iets wat steeds opnieuw wordt bevestigd. Bijvoorbeeld aan het begin van het kerkelijk jaar weidden de leden zich letter-lijk opnieuw toe aan de gemeente. Bij het lidmaatschap is dan ook helder omschreven wat de gewoonten zijn die je als volwassen christen doet of waar je je aan houdt:

y y y y y y

Je onderwerpt je aan het gezag van de gemeente Je bezoekt een kring en hebt daardoor onderlinge zorg voor elkaar Je draagt financieel bij aan de gemeente Je onderhoudt je relatie met God (stille tijd) Je bestudeert Gods Woord Je legt regelmatig verantwoording af aan 1 of 2 andere christenen

y

Je gedraagt je in alles als een waardig lid van de gemeente van Christus

EINDCONCLUSIE
Er is geen eenduidige aanwijzing van uit het NT te geven welke oplossing het beste is, hoewel ik optie 3 het meeste recht vindt doen aan de Bijbelse gegevens en de traditie van de vroege kerk en ook pragmatisch bij een verstandige opbouw van een proces voor geloofsgroei. Ik zou er in onze situatie voor opteren om voorlopig echter optie 2 te kiezen. Dat is binnen de Unie van Baptisten op dit moment het meest haalbare en daarmee is ook het punt van de pastorale zorg goed geregeld. Daarbij is het erg belangrijk om goed te omschrijven wat van leden van de gemeente wordt verwacht (zie daarvoor bij optie 3) en dit ook duidelijk te communiceren. Je schept met optie 2 voor de toekomst mogelijkheden als mensen van vooral de RK bij ons binnen komen. Zij zullen bedenktijd willen voordat ze de stap in het doopbad zetten. Laten we ze die geven. Het betekent overigens voor de mensen die nu lid willen worden zonder eerst kopje onder te gaan dat zij duidelijk zullen moeten kiezen of ze met ons als gemeente verder willen. We kunnen ze daarbij het vriendschap aanbieden met een duidelijk uitleg van de tijdelijke status ervan, maar er moet worden gekozen. Het kan en mag niet zo zijn dat mensen dan alleen gaan voor persoonlijke keuzes. Wij zijn samen gemeente en daar gelden dan ook regels. Er is ruimte voor bedenktijd, maar als het erop aankomt dan zijn we gewoon een baptistengemeente. Dat hoeft niet op de gevel te staan, maar iedereen is wel gebaat bij duidelijkheid in de gemeente. Zo kun je ook meer de eenheid bewaren. En dat was uiteindelijk ook de oproep van Paulus: één Heer, één geloof en één doop.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful