You are on page 1of 3

Verslag verdiepend rondetafelgesprek II 

Loopbaanoriëntatie en begeleiding als spil van het leerproces  

Datum:  woensdag 6 juni 
Locatie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 
Deelnemers: Marjan Kros (loopbaanadviseur Zadkine Servicecentrum), Thea Kuijper (Projectleider 
VSV, Zadkine), Kars Veling (algemeen directeur Johan de Witt scholengroep), Léon van der Holst 
(directeur Media College Johan de Witt), Jan Willem de Bruil (decaan AOC Groenhorstcollege / NVS­ 
NVL), Mick Waulthers (directeur Servicecentrum Gilde Opleidingen), Varma Datadin (trajectbegeleider 
Loopbaanpunt Albeda College), Vivian Jeffrey (trajectbegeleider Loopbaanpunt Albeda College), 
Fatma Tas (trajectbegeleider Loopbaanpunt Albeda College), Glenda Tecla (decaan Kandinsky 
College), René Fijen (Succesklas Koning Willem I College), P. Kaagman (Clusius College), Helga 
Cleffken (directeur Studieadviespunt ROC Midden Nederland), Hanneke Nap (loopbaanbegeleider 
Studieadviespunt ROC Midden Nederland), Theo Speek (decaan Het Noordik) 

Loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) 

§  Leerlingen die slechts een verkeerde opleidingskeuze hebben gemaakt kunnen vaak snel op 
weg geholpen worden. De groep met achterliggende problematiek heeft veel intensievere 
begeleiding nodig. Er moet goed naar deze problemen gekeken worden om de leerling 
adequaat te kunnen helpen. Deze problemen zijn namelijk zo ingrijpend voor een leerling, dat 
wanneer hier niet op ingesprongen wordt, zij hun aandacht niet op hun schoolloopbaan 
kunnen richten. Het is dan extra belangrijk om deze ‘zorgleerlingen’ goed te ondersteunen. 
§  LOB vormt een continu proces. Iedere leerling verschilt in de hoeveelheid begeleiding die 
hij/zij nodig heeft. LOB moet vraaggericht en samenhangend zijn: wat en wie heeft deze 
leerling nodig om de juiste opleiding te kiezen en te doorlopen? Daarbij is het van groot 
belang om een persoonlijke band met de leerling te hebben. Zo kan gekeken worden hoe 
déze specifieke leerling gemotiveerd kan worden voor een opleiding. 
§  Er moet niet alleen curatief gedacht worden. Leerlingen motiveren voor een opleiding begint 
bij een vroeg oriëntatietraject, al vanaf de tweede klas van het vmbo. 
§  LOB moet gezien worden in het perspectief van de beroepskolom: vmbo­mbo­hbo. Hbo en 
bedrijfsleven moeten betrokken worden in LOB. 
§  Uit onderzoek is gebleken dat leerlingen tot hun zestiende hun keuze vooral baseren op 
adviezen van hun ouders. Daarna gaan ze meer zelf kiezen en wellicht twijfelen aan de eerder 
gemaakte keuze. Het is dus belangrijk om de leerling te blijven volgen en ook de mogelijkheid 
bieden om te wisselen: er mag verkeerd gekozen worden. 
§  We gaan teveel uit van leerlingen die kunnen kiezen. Sommigen kunnen dit niet. Zij moeten 
goed begeleid worden naar een schoolsetting waarin zij passen. De keuze hoeft dan niet 
perfect te zijn, als ze maar op een plek komen waar ze goed begeleid worden richting een 
diploma. 
§  De overstap van het relatief kleinschalige en beschermde vmbo naar het mbo, waar leerlingen 
in een grootschalige ‘leerfabriek’ terecht komen, is voor sommige leerlingen te groot. Zij raken 
hier verdwaalt en moeten ineens veel meer zelf zien te vinden dan op het voortgezet 
onderwijs. Bij problemen met hun opleiding(keuze) weten ze niet waar ze terecht moeten. Zij 
zijn erg gebaat bij een kleinschalige inrichting van onderwijs en ondersteuning. 
§  Leerlingen zijn gebaat bij één duidelijk aanspreekpunt waar ze terecht kunnen met hun vragen 
en problemen. Ze moeten de begeleiding of vraagbaak weten te vinden. 
§  Leerlingen die het moeilijker hebben zoeken vaak zelf één persoon uit om dit te bespreken. 
Dit is niet per sé de mentor maar kan ook een andere docent of vriend zijn waar een klik mee 
is.  ‘Smaakvolle’ docenten zijn onmisbaar om leerlingen te raken en vast te kunnen houden. 
Leerlingen hebben behoefte aan iemand die zij vertrouwen, waar ze een persoonlijke binding 
mee hebben. Als zij een vertrouwensband met iemand opbouwen zullen zij eerder adviezen 
aannemen en gemotiveerd worden om een opleiding te volgen en af te ronden. 
§  Als je eenmaal een band hebt opgebouwd met een leerling in de begeleiding bij studiekeuze, 
moet je ook kunnen anticiperen op andere problemen waar een leerling mee zit. Binnen het 
mbo zijn dit vaak de trajectbegeleiders waar een leerling mee te maken krijgt. Als deze de

Verslag verdiepend rondetafelgesprek II ­ © Het Portaal, 12 juni 2007 
leerling al kent is het prettig als er ook op het gebied van persoonlijke begeleiding hulp 
geboden kan worden. Bovendien zorgt het samenvoegen van loopbaanoriëntatie en 
begeleiding in ‘1 loket’ ervoor dat er geen stempel op de leerling wordt gedrukt: ongeacht wat 
je probleem is, je kunt bij dit punt terecht. Op vmbo­scholen zijn echter alle docenten van een 
leerling betrokken bij zijn of haar ontwikkeling en kunnen. Zij zullen allemaal alert moeten zijn 
op signalen dat een leerling dreigt uit te vallen of problemen heeft. 
§  Trajectbegeleiding is erg intensief op het vmbo. Op het mbo ‘verdwijnen’ leerlingen dan soms 
in de grootschaligheid. Peercoaching kan hier bij helpen. Laat ouderejaars mbo­ers de 
eerstejaars een tijdje begeleiden. 

Schoolorganisatie 

§  Veel docenten zijn onvoldoende geschoold om problemen te kunnen signaleren. 
§  Mede door het competentiegerichte onderwijs is de rol van de docent erg aan het veranderen. 
Hier moet in de opleiding meer aandacht aan besteed worden. Docenten zijn niet meer 
slechts onderwijzers maar ook begeleiders. Dit vraagt specifieke vaardigheden. 
§  Mentoren moeten beter opgeleid worden en meer tijd krijgen voor de begeleiding van 
leerlingen. Scholen zitten in een spagaat van enerzijds de wens om mentoren gelegenheid tot 
scholing te bieden en anderzijds de verplichting om aan een hoge hoeveelheid contacturen te 
voldoen. Een mogelijkheid is om docenten die aanleg hebben voor begeleiding hier meer uren 
voor te geven en docenten die hier niet geschikt voor zijn meer lesuren te geven. Hier moet in 
de CAO’s mogelijkheden voor komen. 
§  Het Kandinsky College in Nijmegen heeft een samenwerkingsverband met de Hogeschool 
Utrecht waarbij docenten intern worden opgeleid. Ook worden studenten Pedagogiek opgeleid 
tot trajectbegeleiders. 
§  Warme overdracht is belangrijk maar mag geen selectiecriterium zijn voor een ROC. Doe de 
overdracht bijvoorbeeld na plaatsing. Sommige scholen kiezen ervoor om leerlingen dit zelf in 
te laten vullen. Het maakt het wel lastiger om bepaalde leerlingen te accepteren aangezien je 
als school op de afvallers afgerekend wordt. 
§  Voor leerlingen die van de praktijkschool komen moeten kleinere klassen gerealiseerd 
worden. 
§  Zij­instromers zijn zeer waardevol voor scholen. Dit moet meer gestimuleerd worden. 
§  Time­out voorzieningen hebben te weinig capaciteit. 
§  De status van bepaalde beroepen wegen in studiekeuzes te veel mee. Zo kiezen veel 
leerlingen vanwege de status voor een opleiding in de sectoren handel en zakelijke 
dienstverlening. Hier zou wat aan gedaan moeten worden. Er zouden voor bepaalde 
beroepen campagnes opgezet moeten worden om het imago hiervan te verbeteren. 

Projecten: 

§  De Succesklas van het Koning Willem I College in ’s Hertogenbosch. Hier worden uitvallers 
opgevangen met een permanente in­ en uitstroom. Leerlingen krijgen gedurende acht weken 
intensieve begeleiding om vervolgens in een nieuwe opleiding in te stromen. Aandacht voor 
het ontdekken van talenten, ontwikkelen van algemene vaardigheden en oriëntatie op diverse 
beroepen. 
§  Time4U van het Albeda College in Rotterdam. Ingebed in het normale lesrooster krijgen 
leerlingen extra begeleiding. Een combinatie van sociale vaardigheidstraining en 
loopbaanoriëntatie waarbij veel gebruik gemaakt wordt van visueel materiaal. 
§  Back 2 Basic van ROC Gilde Opleidingen. Dit is een grootschalig project waarbij alle 
leerlingen die aan een opleiding gaan starten eerst getest worden op algemene taal­ en 
rekenvaardigheden. Het is geen selectiecriterium. Leerlingen die niet het benodigde niveau 
hebben voor de opleiding die ze willen starten krijgen extra begeleiding op de ontbrekende 
vaardigheden om de slaagkans te verhogen. 
§  Het Clusius College in Alkmaar verzorgt leerlingbezoekdagen. Alle vmbo­ 
eindexamenleerlingen gaan een dag naar het ROC waar ze voorlichting, een rondleiding en 
lessen volgen. 
§  Het Albeda College in Rotterdam heeft het Loopbaanpunt, waar leerlingen met alle vragen 
over en problemen met hun studie terecht kunnen.

Verslag verdiepend rondetafelgesprek II ­ © Het Portaal, 12 juni 2007 
§  In Venlo zijn in het project Achilles 25 ketenpartners rondom jeugd (scholen, zorginstanties en 
gemeente) betrokken in een speciaal jeugdbeleid, o.a. gericht op het terugdringen van het 
aantal voortijdig schoolverlaters. 
§  ROC Zadkine in Rotterdam heeft de Doorstroomklas. Hier werken docenten van verschillende 
opleidingen samen in een klas met naast docenten ook een trajectbegeleider. Hier worden 
met permanente in­ en uitstroom schooluitvallers weer op weg geholpen. 
§  Op het Koning Willem I College in ’s Hertogenbosch wordt het schooljaar begonnen met een 
leerdorp waar alle docententeams zich aan elkaar voorstellen. Zo wordt bekendheid met 
elkaars vakgebieden en mogelijkheden vergroot. 
§  In Almelo worden 10 à 12 uitvallers één op één begeleid in ‘de Passage’. 
§  In Nijmegen werken vmbo en mbo samen in het NOVIA­project. Er wordt een gezamenlijke 
website en menukaart ontwikkeld waarmee leerlingen op het vmbo zich gemakkelijk kunnen 
oriënteren op het mbo. 
§  In Weert wordt de moeilijkste groep schoolverlaters in project OpMaat in een sociale 
werkvoorziening geplaatst waar ze op weg geholpen worden naar een werktraject. 
§  Bij de intake op het AOC Groenhorst College worden leerlingen bij de intake een aantal 
vragen gesteld over hun studiekeuze om te onderzoeken hoever ze zijn in hun zelfreflectie.. 
§  Het ROC Midden Nederland in Utrecht heeft een LOB­er op vmbo­scholen geplaatst om de 
contacten te verbeteren en vragen van leerlingen en docenten te kunnen beantwoorden. 
§  In Den Haag zijn post diplomatrainingen gestart. Een vmbo­leraar waar de leerling goed 
contact mee heeft volgt de leerling nog een jaar op het mbo. 
§  Het Zadkine in Rotterdam biedt leerlingen die tegen hun stage opzien het programma 
‘bouwen aan je zelfvertrouwen’.

Verslag verdiepend rondetafelgesprek II ­ © Het Portaal, 12 juni 2007