Dagboekfragmenten – Een reis naar Zwitserland (2011

)
jwr1947

Fig. 1: Opname van de Bluemlisalp, Beatenburg Het leven is zo eenvoudig. Zoals iedere mens ontkiemt elke plant uit een zaadje en ontluikt tot een prachtige bloem, die bij de insecten wedijvert voor de bevruchting van een partner. Hoe groter de concurrentie tussen de planten wordt, des te intensiever wordt de druk om de partnerkeuze te optimaliseren. De plantenwereld reageert daarop door de bloemen met fantastische kleuren en vormen op de al even complexe insectenwereld aan te passen. Uiteindelijk wedijvert iedere plant om een eigen insect voor de bestuiving, die de voortplanting van speciaal deze soort optimaliseert. Het is een wonder, dat zich voor onze ogen ontwikkelt. Marcel Proust heeft het in de inleiding tot Sodom en Gomorra1 beschreven. Lees maar na. Het wonder bergt echter ook risico's. Als het insect uitsterft, betekent dit in enkele gevallen ook de ondergang voor de bijbehorende plant. Plant en insect zijn dan een zo sterke symbiose aangegaan, dat zij als het ware één lichamelijk wezen vormen. Net als de planten en dieren heeft ook de mens zijn bevruchtingsmechanismen gespecialiseerd en geoptimaliseerd. Na de ontdekking van de rol van de taal bij het bevruchtingsproces stelde ik vast, dat met name de Ego-pronomina2 bij dit proces een grote rol spelen. Deze woorden vormen de basis van een religieus systeem, dat zich over een groot gedeelte van het Indo-Europees taalgebied heeft verspreid3. De Ego-pronomina zijn niet alleen zo gevormd, dat zij de mannelijke en vrouwelijke antipoden coderen, maar ook nog de kern (yau/iau) vormen van de Indo-Europese goddelijke naam Dyaus, respectievelijk Diaus.

1 À la recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd) is een roman van Marcel Proust. Het werk is geschreven tussen 1908 en 1922. 2 persoonlijke voornaamwoorden van de eerste persoon enkelvoud 3 Het Ontstaan Van de West-Europese Ego-Pronomina (overzicht)

Het verschijnsel, dat de Ego-pronomina de kern van de hemelse god Dyaus vormen, heeft zich het duidelijkst in de Alpenregio rond de Zwitserse stad Chur ontplooid. Ter bestudering van deze taalkundige anomalie ondernam ik uitgerekend in de tijd van de ineenstortende Eurokoers met mijn echtgenote Fries en twee vrienden Norbert en Linda in september 2011 een korte reis naar de Alpen. Duits Nederl Surselvi Sutselvi Surme Puter Valla Ruman Ladin Ladin Latein Italien ands sch sch irisch der tsch (Gher (Nones isch Grisch dëina) ) un ich ik jeu jou ja eau eu jau ie mi ego io Ru mä nis ch eu

Tabel 1: Ego-Pronomina uit Wikipedia's tabel in Rätoromanisch

Fig. 2: Oorspronkelijke spraakgrenzen voor Rumansche idiomen in Graubünden
bron: Karte Sprachen Graubünden, Taalgrenzen in het Kanton Graubünden, eigenhandig getekend door Tschubby (public domain)

14 september 2011 – woensdag – de Raeto-Romaanse dialecten
Voor de heenreis volgen wij min of meer de Rijn via het Oostenrijkse Bregenz tot Chur. De weg volgt een gemakkelijke en ongevaarlijke route door een breed dal, dat een circa 100 km lange, optimale weg naar het midden van de Alpen vormt. In Chur echter splitst de Rijn zich op in twee armen, de Vorderrhein en de Hinterrhein, die elk een eigen dal hebben gevormd. In deze regio, die Graubünden wordt genoemd spreekt men de zogenaamde Raeto-Romaanse dialecten. De Hinterrhein loopt door naar het zuiden, waar de reiziger op het obstakel “Via Mala” stoot en na overwinning van deze hindernis via de San Bernadinopas Italië bereikt. In het gebied van de Hinterrhein spreekt de bevolking “Sutsilvaans”4, dat wordt gekenmerkt door het Ego-Pronomen “jou”. In het oostelijke gedeelte van deze streek spreekt men (in de richting van de Juliapas) een Surmeirisch dialect, dat zich van Sutsilvaans onderscheidt door een Ego-pronomen „ja“, dat mijns inziens uit het oostelijk daarvan toegepaste “jau” van het Vallader-dialect is afgeleid. Vallader wordt gesproken in het oostelijkste Zwitserse kanton, genaamd Engadin, dat door de bovenloop van de Inn wordt gevormd. Tussen Surmeirisch en Vallader-dialect bevindt zich nog een dialect Putér met het Ego-pronomen „eau“, dat eveneens een overgang vormt tussen „ja“ en “jau”. Het dal van de Vorderrhein voert de reizigers daarentegen in westelijke richting, waar men eveneens op een obstakel stoot, dat als Rijnkloof bekend staat. Het obstakel heet “Ruinaulta”, dat wil zeggen “hoge steenhoop”, omdat zij een weg moet banen tussen een enorme aardverschuiving, die hier in prehistorische tijd heeft plaatsgevonden. Op de plaats van dit obstakel ligt het stadje “Flims”, waar wij ons eerste hotel hebben geboekt. In het dal van de Vorderrhein spreekt de bevolking “Surselvisch”, dat wordt gekenmerkt door het Ego-Pronomen “jeu”. Samenvattend (en sterk vereenvoudigend) kan men stellen, dat de Ego-pronomina vanuit Chur zich in westelijke richting tot “jeu”, in zuidelijke richting tot “jou” en in oostelijke richting tot “jau” hebben ontwikkeld. De laatste volksgroep wordt omwille van dit pronomen ook wel “Jauers” (jau-zeggers) genoemd. Er zijn ook familienamen Jauers, die wellicht uit deze streken afkomstig zijn5. Merkwaardig is, dat de spreidingspatroon der Ego-pronomina zich op grotere schaal heeft voortgezet. Onder verlies van de laatste letter “u” kan men vaststellen, dat de Ego-pronomina vanuit Chur zich in westelijke richting tot het Franse “je”, in zuidelijke en zuidwestelijke richting tot “jo” of liever gezegd het Italiaans-Spaanse “io” en in oostelijke richting tot het Slavische “ja” hebben ontwikkeld. Ons hotel ontpopt zich als een klein familiebedrijf, waarin wij aan de receptie en ontbijttafel met de eigenaars en hun kleine dochtertje Laura de grondbeginselen van de Raeto-Romaanse dialecten kunnen beoefenen. De eigenaresse spreekt uiteraard vloeiend haar moedertaal Rumantsch, en daarnaast even vloeiend Duits, Frans en Italiaans. Zij legt mij ook uit, dat “Ruinaulta” “hoge steenhoop” betekent. De tienjarige Laura heeft in de eerste klassen de taal Rumantsch geleerd en schakelt nu in een andere school over op Duits. Een probleem vormt natuurlijk de standaardisering van het Rumantsch. Er zijn vijf hoofddialecten, waarvan de uitersten onderling moeilijk verstaanbaar zijn en de overgangsdialecten leggen te weinig gewicht in de schaal om als compromis te kunnen dienen. De meeste sprekers telt het Surselvisch, de westelijkste variant, gevolgd door het Vallader, de oostelijkste6. Sinds 1982 bestaat het Rumantsch Grischun, een kunstmatige standaardtaal die berust op de drie grootste dialecten en nu in het onderwijs wordt gebruikt, maar die niemands moedertaal is en die onder de Reto-Romaanstaligen weinig sympathie geniet. De naam “Sutsilvaans” is volgens de lokale bevolking overigens minder bekend dan “Sursilvaans”.
4 De religieuze basis van het Proto-Indo-Europees 5 Jauers or other spellings of this name - Jawor - Family History 6 Info uit Wikipedia Reto-Romaans

Uit de gesprekken met de hoteleigenaars blijken de immigratiegolven, met name der Walserbevolking voor de taalontwikkeling een grote rol te hebben gespeeld.

De Rijnkloof – Ruinaulta
Wij ondernemen na aankomst in het hotel nog een wandeling, die ons door een stadspark in drie kwartier naar de Rijnkloof (“Ruinaulta”) voert. Het uitzichtpunt met de naam “Conn” bevindt zich direct aan de rand van de kloof, die er optisch uitziet als de witte krijtrots van het eiland Rügen. De intensieve kleur wit stamt ook van het krijt, dat in de ondergaande zon fel oplicht.

Fig. 3: De Rijnkloof Ruinaulta bij Flims De bovenstaande foto werd op de uitzichttoren op het punt “Conn” (op 970m), dat 45 minuten van Flims-Waldhaus (1130m) verwijderd is. De weg daarheen leidt door een parkachtig bosgedeelte, waarin men ook eenvoudig het fantastische Caumameer (997m) via een lift kan bezoeken. Aan dit meer moet ook koningin Wilhelmina in haar jeugd een vakantie hebben genoten. De Rijn zelf bevindt zich in het dal op 656 meter hoogte.

15 september 2011 – donderdag – De Rijnkloof bij Flims
Voor de donderdag staat een wandeling door de Ruinaulta bij Flims op het programma. Wij nemen de postbus naar Ilanz en vandaar de Rhätische Spoorweg naar Trin. Voor dit traject is een dagticket voor 16 Franken ideaal. De postbus ontwijkt met haarscherpe precisie de dakranden en buitenmuren der schots en scheef geplaatste woonhuizen in de dorpen. De chauffeur heeft zijn grote ervaring elders opgedaan, want het aantal krassen op de huizen en op de glanzende bussen is minimaal. Door wegwerkzaamheden heeft de postbus vertraging en rijdt de trein voor de aankomst van de bus het station van Ilanz binnen. Het bus moet nu voor de gesloten overweg wachten en loopt gevaar de passagiers te laat voor het vertrek op het perron af te leveren. In geval van nood belt de buschauffeur echter vanuit de wachtende bus op naar het station om de trein even te laten wachten. Dit systeem werkt uitstekend en wij hebben een ideale aansluiting op de vertrekkende trein. Trin nam in de wereldoorlogen een militaire sleutelpositie in voor de verdediging van de Alpenvesting. Op het station kan men beneden in het dal de geringe breedte van de Rijnkloof goed identificeren. Omdat de rivier sterk meandert, kan men de oevers niet eenvoudig voor paden gebruiken, laat staan voor gewone wegen. Er is alleen een spoorlijn en een smal voetpad mogelijk. Na de bezichtiging nemen wij de eerstvolgende trein terug. Voor de terugweg moet men niet vergeten een “halt”-knop te drukken, anders rijdt de trein zonder stoppen gewoon door... In Versam stappen wij uit en lopen eerst enkele honderd meter stroomafwaarts langs de Rijn terug in richting Trin om de imposante meandercurve van de Rijn te bezichtigen. Vervolgens keren wij terug en lopen over de wandelpaden langs de rivier naar het station Valendas. Daar nemen wij de trein terug naar Ilanz, vanwaar de postbus ons terugbrengt naar Flims. De paden door de Rijnkloof zijn alleen geschikt voor een voetpad en een smalspoor treinrails voor de Rhätische Bahn, die overigens mede op initatief van de Nederlander Willem-Jan Holsboer uit Zutphen is ontstaan. Dit betekent echter niet, dat de handelswegen in de oudheid geheel onmogelijk zijn geweest. Vlak bij Flims ontdekken wij een archeologisch monument (het park “La Mutta”) uit het bronzen tijdperk, dat wordt gedateerd op 1600 tot 400 voor Christus. Wij besluiten dit park op woensdag te bezoeken.

16 september 2011 – vrijdag – Falera (Fellers) La Mutta
Het park “La Mutta” te Falera (Duits: Fellers) omvat 36 menhirs, die in meerdere rijen naast een dorpskerkje opgesteld staan. Ook is er een naald met een gegraveerde schijf gevonden, die wellicht een kalender afbeeldt ter berekening van de synodische periode van de planeet Venus met een omlooptijd van 584/585 dagen. De menhirs vormen een megalithische kalendersysteem, waarvan de hoofdlijn is uitgericht op de kerktoren van Ladir-Ruschein (azimut 62°-63°), waar 30 dagen voor, respectievelijk na de zonnewende de zon bij Taminser-Calanda opgaat. Een andere lijn (azimut 31°-32°) markeert de opgang van het sterrenbeeld Cassiopeia (de ster Caph) in het bronzen tijdperk. De volgende foto verduidelijkt in een detailfoto de hoofdlijn met de menhirs waarop geheel rechts aan de beeldrand op de achtergrond de kerktoren van Ladir achter een (uiteraard veel jongere) boom verschuild gaat. In werkelijkheid omvat de hoofdlijn minstens zeven menhirs op één lijn.

Fig. 4: Hoofdlijn met de menhirs met geheel rechts op de achtergrond de kerktoren van Ladir

Archeologen hebben vastgesteld, dat de katholieke Kerk vrijwel alle imposante cultplaatsen en menhirs in de omgeving van Ilanz door kerkjes heeft vervangen. Ongetwijfeld geldt dit ook voor de kerkjes in Falera en Ladir-Ruschein. Onder de fundamenten van deze oude monumenten vindt men wellicht nog waardevolle restanten van een oude cultuur. Ook in Chur en bijvoorbeeld Saas Fee kunnen oorspronkelijk heidense heiligdommen door Christelijke kerken zijn vervangen.

Hoeveel menhirs zijn er intussen verdwenen? Juist de waardevolste menhirs en zonneschijven zijn inmiddels wellicht in de fundamenten van middeleeuwse kerken verbouwd. Aan de achterzijde van de kerk bevindt zich een bron, die achteraf uit een oorspronkelijk heidense menhir met een even heidens cupschaal heeft gevormd. De schaal voor het water is mijns inziens een cupmark, die de archeologen over het hoofd hebben gezien. Het is moeilijk te zien, omdat het materiaal verweerd of eventueel ook opzettelijk werd verminkt om alle sporen van oorspronkelijke afgoderij te verwijderen. Het zijn zeker geen stenen voorwerpen, die een pastoor voor zijn dorpskerk heeft laten beitelen door een hedendaagse steenhouwer...

Fig. 5: Cup mark bij de kerk in het La Mutta-park

In het prehistorische dorp zijn de 1,5m dikke en 2m hoge muren nog goed herkenbaar. Door asresten van een offervuur kon men de nederzetting op 1400 voor Christus dateren. Enorme rotsblokken duiden de burcht aan. In een spleet vermoedt ik een soort cisterne of bron. De gravure van de Lachende Persoon bevindt zich te midden van ineengestorte steenblokken vol mos.

Fig. 6: Lachende persoon

Het dorpje Falera (1220m) ligt op een heuvel, 570 meter boven de Rijnkloof (656m). De bouwwijze is min of meer vergelijkbaar met Troje. De muren bestaan in tegenstelling tot het ongeveer even oude Bernstorf7 uit enorme steenblokken. La Mutta is daarentegen veel ouder dan de ommuurde Kelten-“stad” op de Heuneburg, die pas rond 600 voor Christus werd opgebouwd en als de “oudste stad” ten noorden van de Alpen wordt beschouwd8. Kennelijk heeft men bij deze keuze La Mutta over het hoofd gezien. Aan de rand van de heuvel kan men terrassen onderscheiden, die momenteel als weiland worden benut, maar vroeger vermoedelijk voor akkerbouw werden benodigd.

7 Gelegen in Beieren aan de monding van de Glon in de Amper, gebouwd met eikenhouten palissaden. 8 Bron: Heuneburg

St. Remigius kerk
De centrale dorpskerk (gedateerd op ca. 1475 AD) binnen het park “La Mutta” is gewijd aan St. Remigius en bevat een aantal schilderijen, waaronder een beroemd avondmaal-fresco, gedateerd 16469. Judas met de verraderlijk gele tunica onder de rode mantel zit tegenover Jezus en Joannes aan tafel, maar is zonder nimbus met een zak vol geld afgebeeld. Op het aan de tegenoverliggende kerkwand afgebeelde einde der tijden draagt God een rode (mannelijke) mantel.

Fig. 7: Avondmaal-fresco, gedateerd 1646, St. Remigius kerk, Falera De oudste van de vier klokken is rond 1300 gegoten. De kerk is gelegen in een ommuurde ruimte, die aan een ark van Noah herinnert. De vensters bevatten de traditionele Keltische cirkels met drie spaken. Vanaf het dorp Falera wandelen wij terug op een weg, die ons op ongeveer 1200m hoogte terugvoert naar Flims. 's Middags bezoeken wij nogmaals het Caumameer (997m) en maken gebruik van de lift, die ons zo'n 100 meter hoogteverschil cadeau doet.

9 Georg Wilhelm Gresner

17 september 2011 – zaterdag – van de Rijn- naar de Rhone-bronnen
Wij nemen afscheid van onze gastfamilie en volgen het Rijndal tot de Oberalppas (2046m), waar vlak bij Andermatt één van de Vorderrijn-bronnen in het gebied Tujetsch ontspringt. De naam Tujetsch lijkt wel wat op Duits. Het lokale Rumansch-dialect heet Tuatschin, terwijl voor de geschreven versie Sursilvan wordt toegepast. De Tomasee (2345 m) geldt als de bron van de Hinterrhein. Een andere tak leidt vanaf de splitsing Disentis (letterlijk: “tweesprong”) naar de Lukmanierpas (1914m), die de reizigers naar Italië laat reizen. Vervolgens dalen wij af naar Andermatt, dat als kruispunt voor de handelswegen naar de Gotthardpas een belangrijke rol heeft gespeeld. Wij nemen echter koers op het westen en bestijgen de Furkapas (2436m), waarna een korte afdaling naar de Belvedère ons direct naar de Rhône– gletsjer leidt. De gletsjer is beduidend kleiner geworden. Met witte doeken wordt het smelten van het dak van de profitabele ijsgrot vertraagd, maar dat is natuurlijk allemaal knutselwerk. Opvallend zijn de door het gletsjerijs gepolijste stenen van de morenen en de blauwe lichtinval in de ijsgrot. Het hotel Belvedère is gesloten en een bouwval. Vanaf deze gletsjer begint officieel de jonge Rhône, die in het lokale dialect Rotten heet. Dit woord stamt kennelijk van de Latijnse naam Rhodanus voor de Rhône. Na een steile afdaling volgt het gehucht Gletsch, dat oorspronkelijk aan de voet van de Rhônegletsjer gelegen was. Het dorpje heeft evenals hotel Belvedère betere tijden gekend en moet nu grotendeels als bouwval kan worden beschouwd. Vervolgens rijden wij door een lang gestrekt Rhône-dal naar Visp en buigen af naar de laatste Saasgemeente aan het einde van het Saas-dal. Wij arriveren gelijktijding met onze vrienden Norbert en Linda bij hotel Olympia10 in Saas Almagell (1673m). Circa 25 km westelijk van Visp ligt bij het stadje Leuk de taalgrens, die de overgang van Duits naar Frans markeert. Deze grens verloopt vrij willekeurig van noord naar zuid en kruist onder andere Fribourg, Morat en Biel11. Tussen deze taalgrens en het Sursevische taalgebied ligt rondom Andermatt een aanzienlijk stuk Zwitserland, waar Duits gesproken wordt. Wij benutten de rest van de middag voor een eerste wandeling aan het stuwmeer aan de Mattmarkalp op circa 2000 m.

10 Hotel Olympia - CH-3905 Saas Almagell 11 Taalgrenzen in Zwitserland

18 september 2011 – maandag – Saas Fee
Bij relatief fris weer wandelen wij via het bospad van Saas Almagell naar Saas Fee, dat hoog boven het dal op een hoogplateau is gelegen. Afgezien van enkele authentieke houten opslagschuren is het plaatsje een modern skioord, dat architectonisch vooral opvalt door een gigantische parkeergarage, die elke illusie van religieuze mystiek in de kiem smoort.... De bunker is de prijs, die dit stadje voor een autovrij centrum heeft moeten betalen.

Fig. 8: Het dominerende parkeergebouw in Saas Fee

De speciale betekenis als bedevaartsplaats wordt pas duidelijk, als wij de weg langs de beroemde kapellenreeks naar beneden afdalen. Bij de ingang van het dorp ontdekken wij een kruisbeeld uit 1763, dat een gekruisigde Christus in blauw te midden van diverse symbolen afbeeldt, zoals een haan, het alziende oog, de zon en de maan, dobbelstenen, ladders, een lans, een afgehakte hand, een nijptang, enzovoorts. De zon en de maan zijn m.i. heidense symbolen, maar daarover kan men natuurlijk filosoferen. Het kruis draagt de opschrift: “Er war gehorsam bis zum Tode am Kreuze”.

Fig. 9: Kruisbeeld Saas Fee (1763)

De kapellenreeks van Saas Fee
De Mariakapel aan het einde van de kapellenreeks naar de bedevaartsplaats Saas Fee stamt uit 1687. Het hoofdaltaar werd in de periode 1695-1709 opgebouwd. In alle afbeeldingen en beelden is Maria hoofdzakelijk in rood en blauw gekleed. Om de kapellen in de juiste chronologische volgorde te bezoeken moet men beneden beginnen, maar wij zijn nu eenmaal vanuit Saas Almagell boven aangekomen en bezichtigen de 15 baroktaferelen in de omgekeerde volgorde. In de ten hemelopname van Maria is Gods Moeder in rood en blauw gekleed, terwijl God de Vader in rood, de Zoon in blauw, en de heilige Geest in wit worden afgebeeld.

Fig. 10: God de Vader in rood, de Zoon in blauw en de H. Geest in wit.

Het kleursysteem is niet geheel sluitend, want ook Christus wordt bij de hemelopname in paars, rood en blauw (met gouden randen) afgebeeld:

Fig. 11: Hemelopname van Christus

Bij de kruisiging draagt Jezus echter een rood gewaad:

Fig. 12: Jezus draagt een rood gewaad bij de kruisiging Tijdens de geseling is Jezus daarentegen in een witte doek gehuld.

Fig. 13: Geseling van Jezus

In een van de 15 kapellen worden Maria in rood, wit, geel/goud en blauw en Josef in lichtpaars, wit en lichtblauwe gewaden met een rood, wit, blauwe helm afgebeeld.

Fig. 14: Maria, Josef en Jezus Opvallend is de merkwaardige helm, die Josef draagt en uit rode horens, een witte band en een blauwe bol is opgebouwd.

Fig. 15: De helm van Josef

God de Vader wordt (in rood, blauw en goudgeel) samen met de Heilige Geest (in wit) als een hemelse God met een grijze baard afgebeeld.

Fig. 16: God de Vader In de vijftien kapellen te Saas Fee worden de H. Familie en de H. Drie-eenheid met behulp van een speciale kleurcode afgebeeld, die hoofdzakelijk op rood, wit, goudgeel en blauw baseert. Merkwaardig is, dat men deze kleurcode zonder opgave van redenen in vrijwel alle middeleeuwse kunstwerken kan terugvinden. Niemand schijnt zich voor de achtergronden van deze kleurcode te interesseren, die overigens ook al in Exodus zo'n 25 maal wordt vermeld. Het mysterie schijnt tot de middeleeuwse mystiek te behoren, die in de loop der tijden verloren is geraakt.

19 september 2011 – woensdag – Wandeling bij het Mattmark stuwmeer
Er waait een snijdende wind, als wij tegen een exorbitant hoog bedrag van 5 Euro voor een paar kilometer de postbus nemen van Saas Almagell naar het stuwmeer, dat bedreigend hoog (bij 2000m) boven dit dorpje troont. Bij de bouw van deze stuwdam zijn, onder andere door een lawine van de daarboven liggende Allalin-gletsjer, talloze arbeiders om het leven gekomen 12. Het gerechtelijk proces, die de Italiaanse families der offers moest voeren, ging verloren en de kosten moesten uiteindelijk door de Italiaanse staat worden betaald. Aan beide zijden van het stuwmeer voeren wegen naar de St. Moropas (2868m), die het contact tot een Italiaans (Walser) dorpje Macugnaga (1195m) mogelijk maakt. Deze weg willen wij weliswaar niet helemaal, maar toch symbolisch tot het eerstvolgende hoogplateau verkennen. Bij de bushalte aan het meer is de noordenwind aangewakkerd tot een forse storm, waarin enkele losse sneeuwvlokken ons horizontaal voortjagen. Bij de aankomst van de bus stormen een dozijn merkwaardig gekleurde geiten op ons af, die aan de voorkant zwart en van achteren wit zijn. Nieuwsgierig speuren zij naar eetbaar materiaal, maar wij hebben niets te eten in onze handen. Zij keutelen kleine ronde kogeltjes, die naast het zwart en wit een derde, bruine kleur achterlaten.

Fig. 17: Zwart, wit - bruine geiten

12 Mattmark: Dunkle Seite der Baugeschichte : Am späten Nachmittag des 30. August 1965 verschütten im Wallis 2 Millionen Kubikmeter Eis und Geröll 93 Arbeiter. 88 von ihnen fanden den Tod. 56 der Toten waren italienische Staatsangehörige. … "Und der Clou war noch, dass die Gerichtskosten den Familien der Opfer auferlegt wurden", betont Schiavi. "Das hat in Italien grosse Empörung ausgelöst." Schliesslich hat dann der italienische Staat diese Kosten übernommen. "Das war wirklich ein Skandal", sagt Schiavi.

Wij nemen de weg aan de rechterzijde van het stuwmeer, die door enkele tunnels voert. Foto's met overlijdensgegevens van de verongelukte arbeiders illustreren, dat hier vooral Italianen bij het gevaarlijke werk zijn omgekomen. Aan het einde van het meer voert de weg in een linker curve op vlakke stenen platen omhoog. Het landschap is indrukwekkend ruig. Het is zelfs in de herfst een woeste streek, waarin men liever niet in nood mag raken. Over de wollen muts is een capuchon nodig om de oren tegen de wind te beschermen. Natuurlijk draagt iedereen handschoenen. Wij lopen omhoog tot de hoogvlakte bij ongeveer 2500 meter en zien boven in de wand de bergwandelaars, die de weg naar de Moro-pas hebben gekozen. De sneeuw blijft op deze hoogte liggen.

Fig. 18: Op weg naar de Moropas, ver boven het stuwmeer Na een afdaling met een woedende tegenwind genieten wij van een whirlpool met verkwikkende sauna. Na deze plotselinge afkoeling moet het weer officieel langzaam beter worden. In dit dal met de steile bergwanden kan men de hemel nauwelijks waarnemen. Wij verlaten ons uitsluitend op de weersvoorspellingen uit internet en televisie. Hoe hebben de middeleeuwse reizigers onder deze omstandigheden gereisd? In een reisgids lees ik, dat in 1906 de laatste reiziger in een draagstoel over de Moropas naar Italië werd gedragen. Voor die tijd schijnt de draagstoel dus een heel gewoon transportmiddel te zijn geweest...

20 september 2011 – dinsdag - De kleine Scheidegg
Wij nemen afscheid van het hotel te Saas Almagell 13 en rijden naar Goppenstein, vanwaar de trein ons via de Lötschbergtunnel in een kwartiertje naar Kandersteg brengt. Deze afkorting stelt ons in staat nog vóór aankomst in het volgende hotel een bezoek aan het zonnige Grindelwald in te lassen. In dit gedeelte van Zwitserland moet men goed weer onmiddellijk voor een bezienswaardigheid benutten. Iedere mooie herfstdag biedt kansen en deze dag belooft goed te worden. Wij nemen de tandradbaan naar de kleine Scheidegg, het gigantische platform, dat ons het dichtst bij de top der Alpen brengt. Aan de linkerkant de beroemde Eiger-nordwand, daarnaast de Mönch, het Jungfraujoch en de Jungfrau. De aanblik is voor ons allen overweldigend, ook al hebben wij Grindelwald jaren geleden al eens bezocht.

Antennes
Ik herinner mij, dat het antennelaboratorium rond 1975 een tweetal 1,2m-antennes voor 11/14 Ghz op het Jungfraujoch heeft geplaatst. Deze worden beschreven in een boek 14 maar zijn inmiddels ongetwijfeld verdwenen. Op een sterk uitvergrote opname ontdek ik echter een hut met diverse antennes, waaronder ook enkele Muschel-antennes met de karakteristieke schelpvorm.

Fig. 19: Antennes bij de Jungfrau

13 Hotel Olympia - CH-3905 Saas Almagell 14 Bild 9.11: Antennenanlage eines 11 GHz/14 GHz-Satelliten auf dem Jungfraujoch und bei Interlaken in Antennenpraxis: eine Einführung in die Welt der Antennen

De koffie (voor een respectabel bedrag van 5 CHF) in het restaurant op de kleine Scheidegg is volkomen ongenietbaar. Wellicht heeft de keuken eind verleden week vergeten de machine met nieuwe koffie op te vullen... Niet bepaald hygiënisch zijn ook de raven, die het tafelkleed niet alleen als voederplaats maar ook als toilet beschouwen.

Fig. 20: Raven op de kleine Scheidegg

De vensters in de Eiger-Nordwand
Na de afdaling valt ons op, dat de vensters van de Jungfraubahn het zonlicht toevallig zo reflecteren, dat men de ramen van de tunnel in de rotswand kan zien. Dit toeval is in een aantal foto's goed zichtbaar. In een detailfoto kan men de naburige vensters eveneens identificeren.

Fig. 21: Reflecties aan de vensters van de Eiger Nordwand (detailfoto) De foto werd op dinsdag, 20. September 2011, om 17:31:06 uur vlak voor het station GrindelwaldGrund gemaakt. Vermoedelijk kan men elk jaar rond deze tijd de vensters in de rotswand terugvinden door de reflecties waar te nemen.

21 september 2011 – woensdag – Het hart van Zwitserland
Het belooft goed weer met een matige Föhn te worden. Deze kans moeten wij waarnemen om een vlucht boven de Eiger, Mönch en Jungfrau te riskeren. “Goeden morgen, meneer, is het mogelijk bij u een rondvlucht naar de Eiger, Mönch en Jungfrau te boeken?” “Ja natuurlijk, meneer, wij hebben een helikopter voor u klaarstaan. Vanwaar belt u op?”. “Vanuit hotel Dorint op de Beatenberg.” “Ja, dan kunt meteen komen en de vlucht om zo'n 11 uur beginnen.” Wij pakken wat foto-apparatuur in en rijden met de auto richting Grindelwald. Het vliegveldje is gelegen in Gsteigwiler bij Interlaken. Wij volgen het weggetje door het dorp tot op het einde, waar een zich een kantoorgebouw naast een hangar bevindt. Er staat inderdaad een glimmend gepoetste machine klaar. In het kantoor raadt de chef ons aan een vlucht van om het beroemde bergtrio te nemen, waarvoor hij slechts 220 CHF per persoon verlangt 15. Terwijl wij het verschuldigde bedrag bijeenzoeken en ons over de overtrokken hoge Frankenkoers beklagen, corrigeert hij ons, dat de Frank juist stabiel is en de onbekwame politici niet in staat zijn hun huishoudens onder controle te houden. Alleen volksbeslissingen kunnen de wil van het volk representeren. Hij is geen Zwitser, maar Eidgenosse. Zwitser wordt men door middel van een paspoort, maar als Eidgenosse wordt men geboren. Hij belt even een piloot op, om te zeggen, dat er werk aan de winkel is. Ik geef hem groot gelijk. Rondom Zwitserland bevinden zich landen met enorme schulden, die de politici nooit hebben willen of zullen terugbetalen. Het enige middel ter oplossing van de schuldenspiraal is een inflatiegolf, die de spaarders volledig van de oude dagreserves zal beroven.

Fig. 22: De glimmend gepoetste Wildstrubel...

15 De firma BOHAG in CH-3814 Gsteigwiler bij Interlaken

Dan komt Frans binnen, die alvast een overall draagt. Hij geeft ons ieder een koptelefoon en enkele instructies voor de communicatie tijdens de vlucht. Wij nemen plaats en wachten met spanning op wat er gaat komen. Nadat de rotoren op volle snelheid draaien, stijgt de heli langzaam omhoog en neemt koers op Grindelwald, dat in miniatuurvorm onder ons te zien is. Frans vliegt over de Männlichen recht op de Eiger noordwand af en laat ons de vensters van de spoorwegtunnel zien, waarlangs de eerste expeditie destijds een tragisch verloop heeft genomen. Vervolgens stijgt hij nog wat en neemt een koene zwaai om de rand naar de achterliggende gletsjers, die glinsterend wit in het zonlicht schitteren. Zover wij kunnen kijken is de hemel bij de heersende Föhn onbewolkt en glashelder. De enorme gletsjers verenigen zich in de Concordia-plaats, vanwaar de Aletsch afvloeit.

Fig. 23: Concordia-kruising, waar de Aletsch wegvloeit... De helikopter neemt nu koers op de Mönch en vliegt vervolgens achter de top van de Jungfrau om. Dan stijgt Frans naar 4000 meter hoogte en laat ons de bergen bewonderen, die wij tot de einder kunnen zien. Hij wijst ons de belangrijkste toppen aan, waaronder ook de spierwitte Mont Blanc. In de verste zien wij ook het Euroland, waar momenteel ons geld verbrandt. Zwitserland is overduidelijk een miniatuurstaatje, dat echter een centrale plaats in Europa inneemt. Frans neemt via het Lauterbrunnendal koers op de thuishaven. Wij bespeuren een geweldige druk op de oren bij het snelle dalen van 4000 naar circa 800 meter hoogte. De speelgoedauto's worden snel groter en even later staan wij op de aarde en verlaten de helikopter onder het wakend oog van het grondpersoneel. Er is nog steeds geen vuiltje aan de lucht.

De Trümmelbach-watervallen
Wij nemen afscheid van Frans, die ons tijdens de vlucht op de imposante Trümmelbach-waterval in het nabijgelegen dal heeft gewezen. Het zijn slechts enkele kilometers rijden naar het dorp Lauterbrunnen, vanwaar wij de drie kilometer afstand door het dal willen wandelen. De rotswanden van dit vrij brede dal zijn indrukwekkend. Diverse kleine watervallen storten over de overhangende rand van dit dal naar beneden, maar deze vormen slechts een nevenrol in de waterstromen van dit dal. Een van deze watervallen verdeelt zich in een enorme hoeveelheid los vallende druppeltjes....

Fig. 24: ... enorme hoeveelheid los vallende druppeltjes

De tien spectaculaire, onderaardse Trümmelbach-watervallen verwerken 20.000 liter gletsjerwater per seconde van de Eiger, Mönch en Jungfrau en voeren dit via een rivier naar het merengebied van Interlaken. Bij de terugkeer naar Lauterbrunnen ontmoeten wij de jaarlijkse terugkeer van de koeien, die na een zomer op de Alpenweiden feestelijk versierd terugkeren naar de winterstallingen. Ook de oudste en de jongste telg van de familie zijn feestelijk uitgedost. Alle dieren dragen hun koebellen en kleurige feestboompjes. Een rijke oogst wordt meegevoerd op de opgetooide open wagen.

Fig. 25: De oogst van een half jaar kaasproductie op de Alpenweiden 's Avonds volgt na een rondje zwemmen en een fantastische sauna een voortreffelijk diner (een originele Zwitserse raclette met jonge aardappeltjes) in het Dorint-restaurant.

Literatuur
Kort voor het inslapen lees ik in deze dagen de Zeit-Bibliothek der 100 Bücher, die 1980 is verschenen en een deprimerend beeld levert van de honderden auteurs, die door middel van romans enige verbetering in de samenleving te brengen. Het is, zoals bekend, nooit echt helemaal gelukt. Momenteel is de monetaire crisis weer eens opgelaaid. Politici hebben nu eenmaal een gestoorde affiniteit tot schulden, zodat nu weer eens een roman over de periodieke noodzaak tot een globale geldontwaarding op stapel moet worden gezet. Gezien het magere resultaat wil ik daarvan afzien en ontwerp op het balkon met een grandioos uitzicht over Eiger, Mönch en Jungfrau de éénzijdige, ja zelfs éénzinnige doctorale these, die bij wijze van uitzondering16 geheel en al door de doctorandus in spe zelf is geformuleerd. Het ontwerp ontstaat in de Duitse versie en wordt analoog aan Schopenhauers “Welt als Wille und Vorstellung” getiteld: “Die Welt als Unwille und Ungewolltes”. In het Nederlands vertaal ik de titel in: “Een Wereld tegen Wil en Dank”. Van de 100 boeken, die de Zeit-Bibliothek opvoert, imponeert mij overigens Kafka's Schloss mij nog het meest – niet alleen, omdat ik dit boek al als gymnasiast gelezen heb, maar ook omdat diverse levenservaringen, o.a. het avontuur met de British Airways op Heathrow17 in het Schloss op meesterlijke wijze gethematiseerd worden.

16 Gezien de beklagenswaardige gewoonte om tegenwoordig doctorale studies door copy & paste uit het internet samen te stellen. 17 Heathrow's Dagboeken

Een Wereld tegen Wil en Dank
jwr's eenzijdige!, maar onvervalste doctorale these...

Alhoewel ons talloze hooggewaardeerde, maar nauwelijks gelezen en vaak nog minder begrepen boekwerken in alle facetten over de beklagenswaardige toestand der maatschappij informeren, zoals 18 : Cervantes' Quijote, Grimmelshausen's Simplicissimus, Swift's Gulliver, Kant's Ewige Vrede, Bräker's Tockenburg, Jean Paul's Siebenkäs, Hölderlin's Hyperion, Lichtenberg's Sudelbücher, Goethe's Wahlverwandtschaften, Grimm's Sprookjes, Hoffman's Murr, Eichendorff's Taugenichts, Stendhal's Rot & Schwarz, Büchner's Lenz, Balzac's Illusies, Dickens' Twist, Gogol's Seelen, Kierkegaard's Entweder-Oder, Heine's Wintermärchen, Poe's Verhalen, Melville's Moby Dick, Flaubert's Bovary, Dostojewskij's Demonen, Hamsun's Honger, Wilde's Dorian Gray. Mann's Buddenbrooks, Musil's Törless, Mann's Untertan, Proust's Verloren Tijd, Joyce's Ulysses, Kafka's Schloss, Hesse's Steppenwolf, Carroll's Alice, enzovoorts... blijven wij nog steeds het bewijs schuldig voor de hier ter plekke in de nodige bondigheid geïmplementeerde these, dat men even goed – of zelfs beter – in één enkele zin beschrijven kan, hoe de mens, zoals de haan het vliegen, het denken heeft verleerd, zodat wij bijvoorbeeld... • • • • • bankemployees premies betalen, die zich oriënteren aan de mate, waarmee zij ons belazeren, politici kiezen, die onze kinderen en hun achterkleinkinderen genadeloos, maar wel tegen onze adviezen, tot de neusgaten onder de schulden zetten, technici opleiden, die ons milieu weliswaar onwillig, maar dan toch maar met nucleaire afval belasten, mobieltjes op de markt brengen, die onze gehoorgangen en hersenen met een te hoge stralingsenergie verkankeren, ouderen en zieken in hun luiers laten smoren totdat zij vrijwillig de wens tot een kerkelijk verboden zelfmoord ondertekenen, die als een monster in talloze pillen en poedertjes in een driemaal vergrendelde medicijnkast op zijn kans staat te wachten,

en ons dus langzaam duidelijk moet worden, dat wij met het oog op het beperkte attentievermogen der toehoorders en lezers de formulering van waarlijk belangrijke punten - bij gebrek aan elders dringend benodigde resources maar eens moeten proberen te formuleren met een minimale hoeveelheid zwartsel en lood, respectievelijk ademlucht, met name ook om te verhinderen, dat onze gesprekspartners voortijdig de kans om onze stroom ideeën te onderbreken zouden kunnen waarnemen, wat mij nu... - quod erat demonstrandum in deze zin kennelijk ook gelukt is.
18 Door bestudering der Zeit-Bibliothek der 100 Bücher, die Fritz J. Raddatz in 1980 heeft gepubliceerd, ontdekt de lezer, dat het grootste deel der geselecteerde boeken in diverse stijlvariaties de kwalijkste misstanden in onze maatschappij documenteren, maar dat deze werken – die weliswaar vaak tot imitatie uitnodigen of althans in elk geval bewonderd worden – kennelijk geen enkele invloed op de ontwikkeling van onze samenleving uitoefenen, die in haar hebzucht, corruptie en machtsmisbruik gewoon haar gang gaat. Om deze redenen wordt nu een poging gestart om in één enkele zin uit dit excellente honderdtal een geconcentreerde kwintessens te extraheren, in de hoop, dat deze samenvatting zich beter tot een ideale goedenacht-lectuur voor politici, bankiers of iedere, andere burger moge ontplooien...

Het jubeljaar – 50 Neuro op 1 Januari van het Jubeljaar
Uit financieel oogpunt is de herinvoering van het oudtestamentische Jubeljaar19 ongetwijfeld het ideale alternatief ten opzicht van het politieke onvermogen met schulden om te gaan. De Joden hebben als vanouds een pragmatische oplossing voor dit probleem gevonden en om de vijftig jaar een periodieke reset op alle schulden verordend. Iedere burger heeft natuurlijk al tevoren geweten, wanneer dit hoogtepunt in zijn leven zou plaatsvinden en kon zodoende zijn levensplan daarop afstemmen. Ook de geldgevers konden zich niet over oncontroleerbare afschrijvingen opwinden, omdat de verliezen tevoren vastgelegd en dus berekenbaar bleven. Het is volkomen onbegrijpelijk, dat de ministers van financiën de optie “Jubeljaar”, die al in het Oude Testament als godsgeschenk voor alle financiële transacties werd vastgelegd, hebben kunnen vergeten. Nu moeten zij heimelijk nieuwe bankbiljetten laten drukken en overal in de gemeentehuizen laten deponeren. Ieder krijgt op 1 Januari van het Jubeljaar 50 Neuro.

19 Het jubeljaar wordt beschreven in Leviticus 25, samen met het sabbatsjaar. Het sabbatsjaar werd elk zevende jaar gevierd. Als er zeven sabbatsjaren gevierd waren, dan was het jaar daarna een jubeljaar. In de zevende maand op de tiende dag werd door middel van bazuingeschal aangekondigd dat het jubeljaar was begonnen. Evenals in een sabbatsjaar mocht het land niet worden bewerkt. Alle bezittingen keerden terug naar de oorspronkelijke eigenaars en alle schulden werden kwijtgescholden. (uit Wikipedia: Jubeljahr)

22 september 2011 – donderdag – De Beatenberg Niederhorn
Vandaag voert ons de kabelbaan van Beatenberg (1200 m) omhoog naar de Niederhorn (1950 m), waarop een enorme zendmast met een groot aantal antennes voor de straalverbindingen, TV, digitale radio en telefonie staat. Aan de achterzijde ontdek ik een tweetal originele antennes uit het ANTantennelaboratorium, waar ik in de periode 1972-1980 heb gewerkt. Zij stammen naar schatting uit ongeveer 1985. De lak is links en rechts wat verdwenen, maar dat is onbelangrijk.

Fig. 26: Twee antennes uit het ANT-antennelaboratorium – Niederhorn Het uitzicht is gigantisch. Bij stralende zonneschijn bewonderen wij het beroemde trio EigerMönch-Jungfrau, en onder andere in de verte de spierwitte Mont Blanc. Na een lange afdaling bereiken wij Vorsass, waar zich een tussenstation en een restaurant met een uitstekende Flammkuchen met wit bier bevindt.

De kolenmijn bij Vorsass
Direct na dit station (op ongeveer 1500 meter hoogte) ontdek ik een circa 200 jaar oude kolenmijn met een lange gang, die merkwaardigerwijze nog toegankelijk is. Het laatste gedeelte van de afdaling naar de Beatenberg volgt vermoedelijk het oude pad, dat van de hoofdweg naar de kolenmijn leidt.

Fig. 27: Kolenmijn te Vorsass

Onderweg treffen wij op de weilanden nog een hoogst originele schrobber aan, waarmee de koeien zich zelf aan de boven- en zijkant tegelijk kunnen krabben. Het is niet helemaal duidelijk, of men de koeien moet leren, hoe de dieren met deze krabbers om moeten gaan. De weg volgt een op de laatste hoogtemeters de Erich von Däniken-weg20, die daarmee met enkele borden levensbeschrijving een locale auteur huldigt.

Fig. 28: Originele schrobber voor geïrriteerde koeien... Als afscheidsdiner kiezen wij voor een Tessiner Rösti met een glas rode Dôle. Eten en drinken zijn in Zwitserland haast onbetaalbaar.

20 Erich von Däniken

23 september 2011 – vrijdag – De terugreis
Om 7:00 word ik wakker. Er is nog tijd een half uurtje te zwemmen in het royale zwembad van het hotel. Met vijf andere, onervaren gasten wordt het baantje trekken al behoorlijk lastig. Vervolgens een voortreffelijk ontbijt met vers bruin brood, zalm, een uitstekende uitsmijter, tomatensap, ananas, een peer en natuurlijke yoghurt met vers fruit. Dan pakken wij de auto in, nemen afscheid van Linda en Norbert en rijden rond half tien weg. In Zwitserland verloopt de reis via Bern, Schaffhausen en Singen nog tamelijk voorspoedig, maar zo'n dertig kilometer voor Stuttgart beginnen de files, die tot Marbach aanhouden. Via allerlei kleine landweggetjes aan de rand van het Zwarte Woud (bij Weil der Stadt) bereiken wij weer de snelweg naar Heilbronn. Op die snelweg heeft echter een aanrijding plaatsgevonden, die ons een uur oponthoud bezorgt. Pas om half vijf komen wij behouden thuis aan.

24 september 2011 – zaterdag – Conclusie
Het is nu duidelijk, dat de Ego-pronomina met name rondom Chur een taalkundige anomalie vormen, die mijns inziens op een religieuze basis berust. Het is echter duidelijk, dat deze pronomina ieu, iou, ja respectievelijk iau uit de naam voor de hemelse God Dyaus stammen, maar het blijft een raadsel of deze woorden nog tot de Proto-Indo-Europese (PIE) kern mogen worden gerekend. Het is uiteindelijk ook mogelijk, dat de Ego-pronomina pas later zijn ingevoerd. De noord -/zuidwaarts gerichte taalgrens tussen de Franse resp. Duitse dialecten duiden op een handel, die hoofdzakelijk tussen noordelijke en zuidelijke regio's werd bedreven. Daar de linguïstische anomalie te Chur in tegenstelling tot de vrijwel rechtlijnige taalgrens tussen de Franse en Duitse zone een cirkelvormige symmetrie rondom de eerste bisschopszetel ten noorden van de Alpen vertoont, mogen wij aannemen, dat ook deze stad oorspronkelijk op een heidens centrum baseert, dat gedurende de vroege middeleeuwen analoog aan de La Mutta-nederzetting te Falera door de katholieke kerk werd overtroefd en vervangen. Het in Falera gelokaliseerde megalithische kalendersysteem bewijst, dat er vóór 1400 voor Christus nederzettingen met stenen muren en religieuze centra met astronomische basiskennis zijn ontstaan. De La Mutta-vesting behoorde wellicht tot de karavanserais, die voor de handel met verre landen in de Alpen werden benodigd.

Inhoud
14 september 2011 – woensdag – de Raeto-Romaanse dialecten....................................................3 15 september 2011 – donderdag – De Rijnkloof bij Flims..............................................................5 16 september 2011 – vrijdag – Falera (Fellers)...............................................................................6 17 september 2011 – zaterdag – van de Rijn- naar de Rhone-bronnen.........................................10 18 september 2011 – maandag – Saas Fee.....................................................................................11 19 september 2011 – woensdag – Wandeling bij het Mattmark stuwmeer....................................18 20 september 2011 – dinsdag - De kleine Scheidegg....................................................................20 21 september 2011 – woensdag – Het hart van Zwitserland.........................................................23 22 september 2011 – donderdag – De Beatenberg........................................................................29 23 september 2011 – vrijdag – De terugreis..................................................................................32 24 september 2011 – zaterdag – Conclusie....................................................................................32

Afbeeldingen
Fig. 1: Opname van de Bluemlisalp, Beatenburg.................................................................................1 Fig. 2: Oorspronkelijke spraakgrenzen voor Rumansche idiomen in Graubünden..............................2 Fig. 3: De Rijnkloof Ruinaulta bij Flims..............................................................................................4 Fig. 4: Hoofdlijn met de menhirs met geheel rechts op de achtergrond de kerktoren van Ladir.........6 Fig. 5: Cup mark bij de kerk in het La Mutta-park..............................................................................7 Fig. 6: Lachende persoon.....................................................................................................................8 Fig. 7: Avondmaal-fresco, gedateerd 1646, St. Remigius kerk, Falera................................................9 Fig. 8: Het dominerende parkeergebouw in Saas Fee........................................................................11 Fig. 9: Kruisbeeld Saas Fee (1763)....................................................................................................12 Fig. 10: God de Vader in rood, de Zoon in blauw en de H. Geest in wit...........................................13 Fig. 11: Hemelopname van Christus..................................................................................................14 Fig. 12: Jezus draagt een rood gewaad bij de kruisiging....................................................................15 Fig. 13: Geseling van Jezus................................................................................................................15 Fig. 14: Maria, Josef en Jezus............................................................................................................16 Fig. 15: De helm van Josef.................................................................................................................16 Fig. 16: God de Vader.........................................................................................................................17 Fig. 17: Zwart, wit - bruine geiten......................................................................................................18 Fig. 18: Op weg naar de Moropas, ver boven het stuwmeer..............................................................19 Fig. 19: Antennes bij de Jungfrau.......................................................................................................20 Fig. 20: Raven op de kleine Scheidegg..............................................................................................21 Fig. 21: Reflecties aan de vensters van de Eiger Nordwand (detailfoto)...........................................22 Fig. 22: De glimmend gepoetste Wildstrubel.....................................................................................23 Fig. 23: Concordia-kruising, waar de Aletsch wegvloeit...................................................................24 Fig. 24: ... enorme hoeveelheid los vallende druppeltjes...................................................................25 Fig. 25: De oogst van een half jaar kaasproductie op de Alpenweiden..............................................26 Fig. 26: Twee antennes uit het ANT-antennelaboratorium – Niederhorn...........................................29 Fig. 27: Kolenmijn te Vorsass.............................................................................................................30 Fig. 28: Originele schrobber voor geïrriteerde koeien.......................................................................31

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful