Uitw erking opgaven lesbrief Struktograaf 

{opgave 1} schrijf "Voer drie getallen in" lees getal1, getal2, getal3 gemiddelde :=(getal1+getal2+getal3)/3 schrijf "Het gemiddelde is: ", gemiddelde

{opgave 2} schrijf "Geef achtereenvolgens de breedte en " schrijf "hoogte van de balk, en daarna de lengte" schrijf "die de balk uitsteekt." lees breedte, hoogte, lengte gewicht:=(19*breedte*hoogte*hoogte)/lengte schrijf "Het maximale gewicht dat deze balk " schrijf "kan dragen is: ", gewicht

{opgave 3} i:=1 som:=0 ZOLANG i<=100 som:=som+i*i i:=i+1 schrijf "De som van de eerste 100 kwadraten is;", som

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  1 

{opgave 4} schrijf "voer twee getallen in" lees a,b a<b? JA som:=a+2*b som:=b+2*a NEE

schrijf "De som van het kleinste getal en " schrijf "het dubbele van het grootste is: ", som

{opgave 6} schrijf "Voer een getal in" i:=1 lees n produkt := 1 ZOLANG i<=n

produkt:=produkt * i i:=i+1 schrijf "Het produkt van de getallen 1 tot en met ",n schrijf "is gelijk aan: ", produkt

{opgave 7} schrijf "Voer twee getallen kleiner dan 1000 in," schrijf "het eerste kleiner dan het tweede." lees a,b i:=1 ZOLANG i<=100

kwadraat:= i * i kwadraat > a JA kwadraat < b JA schrijf kwadraat i := i + 1 NEE NEE

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  2 

8)  Regel  1,2,3,4  5  6  3,4  5  6  3  6  3  7  X  1  1  3  3  3  5  5  7  7  7  Y  2  3  3  3  6  6  6  6  6  6  X<6  True  x>4  Nee  commentaar 

Terug naar regel 3  True  Nee  Terug naar regel 3  True  False  Ja  Terug naar regel 3  Naar regel 7  Afdrukken: 7 6 

Dus op het scherm komt: 7  6  9a) Regel  1,2,3  4  5  3  6  7b  8 

Aantal  0  0  1  1  1  4  4 

Invoer­  getal  13  8  8  8  8  8  8 

Invoergetal>10  True 

Invoergetal>6  commentaar 

False  Nee 

Terug naar regel 3  Door naar regel 6 

Afdrukken: 8 

Dus op het scherm komt: 8  9b) Regel  1,2,3  4  5  3  4  5  3  6  7a  8  9 

Aantal  0  0  1  1  1  2  2  2  2  3  3 

Invoer­  getal  20  15  15  15  10  10  10  10  10  10  10 

Invoergetal>10  True 

Invoergetal>6  commentaar 

Terug naar regel 3  True  Terug naar regel 3  Door naar regel 6  Ja  Afdrukken: 10  Afdrukken: 3 

False 

Dus op het scherm komt: 10  3  10)  Als we van drie getallen de kleinsten moeten hebben, hebben we een herhaalde  keuze nodig, bijvoorbeeld volgens onderstaand schema:  ja ® a < b <  c,  dus a en b  ja :  <  c  b nee ® b > c en b >  a,  dus a en c  a <  b  ja ® b < a <  c,  dus a en b  nee : a <  c  nee ® a > b en a > c,  dus b en c 

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  3 

{opgave 10} schrijf "Voer drie getallen in" lees a,b,c a<b JA kleinste1:=a b<c JA kleinste2:=b NEE kleinste2:=c JA kleinste2:=a kleinste1:=b a<c NEE kleinste2:=c NEE

som:=kleinste1*kleinste1 + kleinste2*kleinste2 schrijf "De som van de kwadraten van de kleinste twee" schrijf "getallen is: ",som

Een andere mogelijkheid is: 
{opgave 10, alternatief} schrijf "Voer drie getallen in" lees a,b,c a<b JA b<c JA som:=a*a+b*b NEE som:=a*a+c*c JA som:=a*a+b*b a<c NEE som:=b*b+c*c NEE

schrijf "De som van de kwadraten van de kleinste twee" schrijf "getallen is: ",som

{opgave 11} schrijf "Geef het beginkapitaal" lees kapitaal schrijf "Hoeveel procent rente krijg je?" lees rente schrijf "In welk jaar beginnen?" lees beginjaar i:=0 schrijf "jaar ZOLANG i<=20 kapitaal"

kapitaal:=kapitaal*(1+rente/100) {bij bv 5% rente moet je met 1.05 vermenigvuldigen om de nieuwe waarde te krijgen} schrijf beginjaar+i," ", kapitaal {de tussengevoegde spaties voorkomen dat de getallen 'aan elkaar geplakt' worden} i:=i+1

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  4 

{opgave 12} schrijf "Wat is de prijs van het artikel?" lees prijs prijs >150 JA prijs<55 prijs:=prijs *1.19 JA prijs:=prijs*1.11 schrijf "De nieuwe prijs wordt: ", prijs NEE prijs:=prijs*1.16 NEE

{opgave 13} kapitaal := 100000 n:=0 rente:=4 {door het rentepercentage als een variabele in te voeren is het later makkelijk te veranderen!} ZOLANG kapitaal*(1+rente/100)>=5000 {als kapitaal+rente in komend jaar nog boven 5000 komt, is er nog geld genoeg} kapitaal:=kapitaal*(1+rente/100)-5000 {rente erbij geteld, opname eraf} n:=n+1 n>50 JA schrijf "Dit kan je doen ", "tot aan je pensioen." NEE schrijf "Dit kan je ",n," jaar doen"

{opgave 14} schrijf "Geef het aantal gescoorde punten" lees score score>=0 en JA prijs:=500+score*3 score>46 JA prijs:=prijs+(score-46)*2 schrijf "Het prijzengeld is ", prijs, " euro" {let op het gebruik van spaties!!} NEE score<=99 NEE schrijf "Deze score is niet mogelijk!"

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  5 

{opgave 15} schrijf "Geef achtereenvolgens de lengte, de breedte en de hoogte" lees lengte, breedte, hoogte breedte>=10 en lengte>=15 JA lengte+breedte+hoogte<=120 en lengte<=70 schrijf "Het pakket is te klein" JA schrijf "Het pakket heeft toegestane maten" NEE schrijf "Het pakket is te groot" NEE

{opgave 16} {Er moet steeds een groepje van (10+1) opdrachten herhaald worden. Vandaar een herhaling in een herhaling.} i:=0 j:=1 {teller voor het aantal groepjes} {teller voor opdrachten binnen een groepje} kwadraat" {kolomtitels}

schrijf "getal ZOLANG i<=190 j<=10

{20 groepjesvan 10 berekeningen,begin bij 0}

ZOLANG

schrijf i+j, " j:=j+1 schrijf "" j:=1

",(i+j)*(i+j)

{spaties tussenvoegen!}

{de lege regel na 10 regels van de tabel}

{teller binnen het groepje weer beginwaarde geven} {na het groepje van 10+1 opdrachten wordt aan het volgende groepje begonnen.}

i:=i+10

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  6 

{opgave 17} {Vanwege onderhoud of wijzigingen aan het programma is het verstandig om in de code van het programma zo weinig mogelijk constanten (vaste getallen) op te nemen. Vandaar dat de waarden voor de kapitalen en de rentes apart worden opgegeven in de eerste regels. Als je dezelfde vraag voor een ander kapitaal wil oplossen hoef je alleen in de eerste regel dat kapitaal te veranderen!) kapitaal1:=2000 rente1:=7 kapitaal2:=3000 rente2:=5 n:=0 ZOLANG kapitaal1<kapitaal2

kapitaal1:=kapitaal1*(1+rente1/100) kapitaal2:=kapitaal2*(1+rente2/100) n:=n+1 schrijf "Na ",n, " jaar is het eerste kapitaal groter" schrijf "dan het tweede."

{opgave 18} kapitaal:=100000 schrijf "Geef het op te nemen bedrag" lees bedrag schrijf "Wat is het rentepercentage?" lees rente n:=0 jaar:=2002 schrijf "jaar waarde kapitaal"

ZOLANG kapitaal*(1+rente/100)>=bedrag en n<=51 kapitaal:=kapitaal*(1+rente/100)-bedrag schrijf jaar+n, " n:=n+1 n>50 JA schrijf "Dit kun je dus ", "doen tot aan je pensioen" NEE schrijf "Dit kan je dus ", n, " jaar doen" ",INT(kapitaal)

Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

jvd  7 

{opgave 19} schrijf "Geef een geheel getal" lees getal hulpwaarde := INT(getal/10) cijfer:=getal-10*hulpwaarde schrijf "Het laatste cijfer is: ",cijfer

{opgave 20} schrijf "Geef een geheel getal" lees getal hulpwaarde := INT(getal/100) cijfers:=getal-100*hulpwaarde cijfers=0 JA schrijf "De laatste twee ", "cijfers zijn 00" NEE schrijf "De laatste twee", "cijfers zijn: ", cijfers

{opgave 21} voor i:=1 tm 10 dobbelsteen(i):=1+INT(6*random) schrijf "worp ", i, ": ",dobbelsteen(i)

{opgave 22} schrijf "aantal aantal:=10 som:=0 ZOLANG aantal<=100 voor i:=1 tm aantal ogen:=1+INT(6*random) som:=som+ogen gemiddelde:=som/aantal schrijf aantal, " aantal:=aantal+10 som:=0
Uitwerkingen Struktograaf  21­05­07 

gemiddeld aantal ogen"

{werpen} {totaal aantal ogen}

", gemiddelde

{anders wordt het vorige totaal onthouden!}
jvd  8