You are on page 1of 19

Dagboekfragmenten 1954-1960

jwr1947

De levensperiode 1954-1960 beschrijft de basisschoolopleiding, waarin ik achteraf in mijn archief enkele interessante documenten als elementaire elementen kan identificeren. De godsdienstles vormt de basis voor de uitleg van de scheppingslegende, die een bipolaire, symmetrische, menswording beschrijft. De kleurcodes rood en blauw worden mij op school al 1954-1955 als de symbolen voor mannelijk, respectievelijk vrouwelijk aangeduid. Het is dit fenomeen, dat mij later in het leven als filosofisch studiethema bijzonder interesseert. Het daarop volgende jaar 1956 is wellicht de fase, waarin ik met steun van mijn ouders het schrijven van spookjes en vertellingen leer waarderen. Het schrijven en documenteren heeft mij vanaf 1970 onophoudelijk als een elementaire werkmethode begeleid. In 1959 leer ik door middel van bouwdozen mijn eerste experimenten met elektriciteit en magnetisme en met de radiotechniek als positieve ervaringen kennen. Deze ervaringen zijn uiteindelijk voor mijn beroepskeuze in het bereik elektrotechniek doorslaggevend. Het eenjarige verblijf in Venezuela (1960) levert als positieve bijdrage een goede basiskennis van het Engels en Spaans ende ervaring der oorspronkelijke Zuid-Amerikaanse muziek op. Het meerjarig verblijf van het huisgezin in Venezuela leidt automatisch tot de keuze van een internaat voor de middelbare schoolopleiding. De in 1959 opgedane ervaring met de bouwdozen wordt tijdens de middelbare schoolfase voortgezet en leidt tot de keuze van de richting Elektrotechniek in de ingenieursopleiding. Op zichzelf zijn deze ervaringen niet direct van levensbelang. Toch blijken deze fases voor de latere levensloop de richting voor alle navolgende keuzes te hebben voorbereid. Zij kunnen als onbewust cruciale keuzes worden gedentificeerd. Ook in de beroepsfase kunnen enkele al vroeg gemaakte keuzes voor de latere fases als doorslaggevend worden gedentificeerd. Vroege ervaringen met digitale technologie leiden ertoe, dat de mij opgedragen projecten mij steeds meer ervaring met IT-oplossingen opleveren. Uiteindelijk voert mijn weg naar de technologisch en commercieel interessante intensivering van centrale gegevens in een grote, succesrijke firma. Geen van deze in de beroepsfase gepresenteerde keuzemogelijkheden was mij geboden, als niet een tevoren in de basisschoolfase de belangwekkende keuze in de goede richting was gevallen. Men kan wellicht stellen, dat men in het leven ongeveer een twintigtal elementaire beslissingen moet treffen, waarvan er misschien slechts een handvol werkelijk onafhankelijk zijn en de overige alle een secundaire rol spelen. In deze terugblik lijkt mij de beginperiode 1954-1960 met de basisschoolopleiding de cruciale keuzes te hebben voorbereid. Het is natuurlijk denkbaar, dat dit proces een individuele ervaring is, die nauwelijks door anderen wordt gedeeld. Wellicht is het echter ook een proces, dat ieder voor zich pas na een nauwkeurige analyse kan identificeren.

1954 godsdienstlessen
Een van mijn oudste geschriften documenteert de eerste godsdienstlessen, die mij in 1954 op 7jarige leeftijd werden gegeven. Aan de school, die ik slechts de eerste twee schooljaren 1953-1955 heb kunnen bezoeken, draag ik nauwelijks herinneringen. Na 1955 werd er in Strijp recht tegenover onze woning een nieuwe school gebouwd: de Maria Regina-school, waarvoor ik slechts de straat hoefde oversteken. Godsdienst was destijds in Brabant een verplicht vak, waarover niet werd gediscuteerd. De vijf gezinsleden gingen elke zondagmorgen naar de mis in de nabijgelegen kerk, waar de pastoor of kapelaan preken van een hoge preekstoel hield, waarboven een enorm houten klankbord als reflector was geplaatst. De kerk was in die jaren vol. Eindhoven groeide als gevolg van de werkgelegenheid en de geboortegolf na de oorlog. Er waren altijd genoeg kinderen, waarmee wij konden voetballen of vuurtje stoken op de omliggende weilanden. Tot de herinneringen behoren ook twee foto's, die ik bij de verzameling aan schriften heb gevonden. In de tweede klas van deze school waren kennelijk 1954 in totaal 34 leerlingen ondergebracht, althans voor zover de foto het volledige aantal weergeeft.

Fig. 1: Klassenfoto van de tweede klas, Zeelsterstraat 138, 1954

Achteraf kan men zich afvragen, of men kinderen op deze leeftijd in een verplicht vak een onbewezen verhaal als opperste waarheid mag inprenten. In een terugblik accepteer ik deze methode, omdat er ook in latere jaren nooit dwang is uitgeoefend om onwillige en onverschillige leerlingen te maatregelen. Het is deze tolerantie, die ik aan deze methode waardeer. In latere jaren begon het mij te interesseren, hoe deze religieuze achtergrond is ontstaan en welke invloeden de religie op de bevolking kan uitoefenen. Daaruit resulteert het onderzoek naar de oorsprong der religies. Bij deze analyse blijken zich diverse controverse leerstellingen in de loop der eeuwen te hebben ontwikkeld, die met name het verbond, resp. de band tussen man en vrouw sterk hebben benvloed. Alhoewel de scheppingslegende in het door mij teruggevonden manuscript man en vrouw onmiddellijk als gelijkwaardige partners laat ontstaan, heb ik later uit de bibliotheek van mijn vader geleerd, dat in der Kerk ook kort na de oorlog nog de man als gezinshoofd en de vrouw als zijn ondergeschikte werden beschouwd. In ons huisgezin heb ik deze ondergeschiktheid in mijn jeugd nooit waargenomen. Het is echter de vraag of kinderen hun ouders op dit punt werkelijk kunnen beoordelen. De navolgende godsdienstles heeft tenminste ook geen voorrechten in de volgorde geleerd. Er is geen vrouw uit de rib van de eerstgeboren man ontstaan. Man en vrouw zijn gelijktijdig op aarde geplaatst en op de eerste blik geheel gelijkwaardig. De man is rood en de vrouw is blauw. Voor mij was dat destijds geen probleem. Pas later heb ik geleerd, dat deze kleuren een symbolische betekenis hebben. Vermoedelijk baseert ook de Nederlandse vlag op deze kleurcode. Het is zelfs denkbaar, dat ik de religie anders had beoordeeld, als men mij de samenhangen tussen de kleuren der eerste mensen, de kleurcode van de vlag, de kledij van de middeleeuwse vorsten, de Paars van het stadhuis te Leiden1 en de Bijbelse voorschriften van God op de juiste tijd in mijn opleiding naar waarheid had geleerd. Nu echter heb ik dit inzicht in eigen onderzoek moeten uitwerken... Het resultaat is voor de gelovigen vermoedelijk onverteerbaar, terwijl vele ongelovigen het resultaat eerder onverschillig waarnemen. Het manuscript is m.i. echter een geschiedkundig document, waarin de toenmalige leer in een overzichtelijk aantal pagina's is gecomprimeerd. Ik acht het in deze samenstelling zelfs waardevoller dan elke professionele catechismus uit de omvangrijke collectie, die mij ook nog ter beschikking staat. De omvangrijkere werken zijn voor volwassenen in een geheel andere taal geschreven. In de Dagboekfragmenten 1954-1955 wordt alleen op de inhoud van de godsdienstlessen uit het schooljaar 1954-1955 ingegaan. In een terugblik baseert het door mij geschreven schrift hoofdzakelijk op de eerste Catechismus, die de Kerk voor de eerste schoolklassen voorschrijft. De doelstelling van dit boekje blijkt duidelijk uit de tekst. De Kerk wil de bevolking tot gehoorzaamheid leiden, door het goede te belonen en het kwade te bestraffen.

1 In het stadhuis van Leiden bevond zich honderden jaren geleden een grote ruimte, die "Paars" werd genoemd.

6 oktober 1954 maandag Bestuursvergadering Loevestein


Tenminste vanaf 1953 waren vrijwel alle Strijpse buurtkinderen van de Speeltuin Loevestein aan het Hugo de Grootplein.

Fig. 2: Speeltuinfeest Loevestein, ca. 1953 Het jongetje rechts vooraan op de bank is vermoedelijk Hans Richter. In de agenda van mijn vader bevindt zich op 6 oktober de notitie: Bestuursvergadering speeltuin. Er was destijds vrij veel geld in de kas en als voorzitter overtuigde mijn vader het bestuur rond eind 1954 vrijwel alle beschikbare financile middelen in speeltuigen (onder andere een groot klimrek) te investeren, waarop de speeltuin door een enorme toeloop verrast werd. Er was op gegeven moment zelfs een oppas nodig. Van de feestelijke opening rond 1955 van de nieuwe speeltuin is een foto bewaard gebleven. De vergadering van 6 oktober 1954 betrof kennelijk de voorbereiding van dit evenement.

Fig. 3: Opening van de speeltuin Loevestein aan het Hugo de Grootplein Foto Nr: 12111 Bijdrager: Chris Verstappen Jaar: (circa) 1955

Fig. 4: Het klimrek (ca. 1960) Groepsfoto van de jeugd op het klimrek in de speeltuin aan het Hugo de Grootplein rond 1960.

In het internet vindt men foto's waarin de speeltuin ook wel Loevenstijn wordt genoemd. De juiste schrijfwijze kan men wellicht aflezen in Vestdijks roman De koperen tuin, Aangeboden ter herinnering aan Uw bestuursfunctie als Voorzitter van de speeltuinvereniging "Loevestein" - Het Bestuur (& 7 handtekeningen).

Fig. 5: Afscheidsgeschenk aan de voorzitter

1956 Spookjes en Vertellingen


Op de dagboekfragmenten van 1954-1955 met de godsdienstles sluiten de dagboekfragmenten 1956 in zoverre aan, dat het ook in 1956 om de ervaring van het schrijven gaat. Schrijven wordt niet alleen een plichtoefening in de lagere school, maar tevens een elementaire levensvoorwaarde. De kwaliteit van het schrijfsel speelt een ondergeschikte rol. Het gaat om de van deze ervaring uitgaande impuls zelf. Een grote rol speelden daarbij ongetwijfeld mijn ouders, die het schrijven ondersteunden en begeleidden. Zij leerden mij op de leeftijd van 9 jaar een schrift te gebruiken, titels en hoofdstukken te definiren en elk verhaal van een datum te voorzien. Daardoor is het achteraf mogelijk het schrijftempo, het taalgebruik en de ontwikkeling te reconstrueren. Het schoolschrift met de titel Dagboekfragmenten 1956 (Spookjes en Vertellingen, deel 1) bevat 16 verhalen van uiteenlopende lengte. Uit de titels kan man het behandelde thema en de bijbehorende, bij mijn leeftijd passende belangstelling aflezen. Enkele verhalen zijn duidelijk door een film, respectievelijk een kinderverhaal genspireerd. De in totaal 78 bladzijden zijn in een tijdsbestek van 2 weken volgeschreven. De startimpuls werd kennelijk geleverd door de Spaanse film Marcelino Pan Y Vino uit het jaar 1955, die nog in1956 vermoedelijk in een katholiek Eindhovens instituut aan de jeugd werd vertoond. Ook Lassie, waaraan drie verhalen zijn gewijd behoorde tot de inspirerende thema's. Poliemoris baseert op de cyclopenlegende van Homerus. De inspiratiebronnen voor de overige verhalen zijn mij niet bekend. Titel 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Marcelino Brood en Wijn Lassie het brandend weeshuis De grote roofvogel De grote zeeslang De reis van Keesje Jim, de grote reuzenaap Poliemoris Pietje Koes Lassie de oorlog Omvang, pag. 11 10 3 2 10 5 4 7 2 1 2 3 1 2 5 2 Tabel 1: Inhoud "Spookjes en Vertellingen, deel I" 11. Okt. 1956 14. Okt. 1956 14. Okt. 1956 15. Okt. 1956 15. Okt. 1956 17. Okt. 1956 17. Okt. 1956 18. Okt. 1956 18. Okt. 1956 18. Okt. 1956 19. Okt. 1956 Gedateerd 5. Okt. 1956 10. Okt. 1956

10 De zeilboot 11 De ontevreden appel 12 De oude boom 13 Het stomme boek 14 Jap 15 Lassie de dief 16 Jantje

Het boekje begint op 5 oktober met het verhaal Marselino, d.w.z. Marcelino, waarin Brood en Wijn kennelijk achteraf aan de titel zijn toegevoegd. Het taalgebruik is archasch, en uiteraard ook kinderlijk. De gedachten volgen het gedachte sprongsgewijze, alsof de overdracht der episoden direct uit het geheugen naar het papier plaatsvindt. Alhoewel de meeste complexe woorden, zoals bijvoorbeeld Marselino, fout gespeld zijn, worden de meeste teksten vloeiend, vrijwel zonder aarzelingen neergeschreven.

Fig. 6: Openingsbladzijde "Sprookjes en Vertellingen"

1958 Ontmoeting met de dood


In 1958 word ik geconfronteerd met de dood van een klasgenoot, die aan de gevolgen van een blindedarmontsteking sterft. De gestorvene wordt thuis opgebaard om de levenden een gelegenheid tot afscheid nemen te bieden. Met andere scholieren bezoek ik het indrukwekkende vaarwel. Vanaf die dag blijft Daniel G. de enigste klasgenoot, die ik mij van de lagere school herinner, omdat hij gestorven is en de anderen deze fase gewoon overleefd hebben. De eerste ontmoeting met de onverwachte dood heeft zich in mijn herinnering ingebrand. Vrijwel alle latere sterfgevallen, daaronder ook die van eigen familieleden, verbleken bij de eerste dood.

1959 Valkenswaard
Eerste experimenten met de radiotechniek
In de loop van 1959 verhuizen wij van Strijp naar Valkenswaard, waar wij aan het Wilhelminapark een splinternieuw huis betrekken. De verwarming bestaat uit een moderne oliestook, die alleen de huiskamer met een oliekachel verwarmt. Achter het huis staat een groot olievat op een stellage, dat via een koperpijpje de kachel van olie voorziet. 's Morgens moet men daarin een brandende lucifer werpen, die de olie ontsteekt. De badkamer op de tweede verdieping wordt slechts matig verwarmd met twee warmtelampen. In een eigen kamer experimenteer ik met de eerste Philips Junior en Senior bouwdozen, waarmee de jeugd een eigen ontvanger/versterker kon bouwen. In de eenvoudige Junior radiootjes was solderen nog niet nodig. Gaandeweg leerde ik ermee omgaan en ook de jampot- en kristalontvangers te bouwen. Voor de ontvangst van Hilversum lag Valkenswaard tamelijk ongunstig. Er werd driftig gexperimenteerd met een grote draadantenne aan de huismuur en een aardleiding. Dat was in een huis zonder verwarming niet eens zo eenvoudig. De OC13 en OC14 transistoren ruisten sterk en door het intensieve zoeken naar signalen met een kristal oortelefoontje heb ik voorgoed een gat in het hoorspectrum van mijn rechteroor gebrand. Aan waarschuwingen voor te hoge decibelwaarden dacht men destijds niet eens. Inspirerend voor de latere beroepskeuze is met name de Mrklin Elex-bouwdoos (501) voor elektrische en magnetische experimenten, dat een algemenere basis voor proeven ter beschikking stelt en met de Meccano bouwdozen compatibel was. Ook werd er over het destijds nog niet dichtgegroeide Wilhelminapark heen een optische communicatieverbinding opgebouwd, waarbij fietslampreflectoren en lichtgevoelige weerstanden werden toegepast. Veel van deze experimenten waren attractief alhoewel het technische resultaat maar uiterst mager was.

De lagere school te Valkenswaard


De verhuizing rond Pinksteren heeft tot gevolg, dat ik de laatste weken van het zesde schooljaar een lagere school in Valkenswaard moet volgen, waar een gengageerde broeder de kinderen en passant zelfs eerste lessen in de taal Frans kan onderrichten. In de kerk legde ik het vormsel af, wat ook min of meer mijn laatste officile kerkelijke activiteit moet zijn geweest. Doorslaggevend is wellicht het gebed met volle aflaat geweest, dat mij ook als jeugdige als volkomen ongeloofwaardig is geweest.

Fig. 7: Gebed met een volle aflaat

Fig. 8: 1959 klas 6 lagere school Valkenswaard

Fig. 9: 1959 klas 6 lagere school Valkenswaard

Een verhuizing naar Venezuela


Het toelatingsexamen tot het Eindhovense Augustinianum vindt plaats in de oude gymnastiekzaal van het klooster Marinhage. Vanaf september volg ik drie maanden de lessen in de klas Ic in een nieuwe school aan de Geldropseweg. In 1959 werd de spoorlijn tussen Eindhoven en Valkenswaard opgeheven en voor de 10 km lange weg naar dit gymnasium ga ik meestal met de bus. Mijn vader werkte bij een grote gloeilampenfabriek "in het zuiden des lands" in de kredietverlening aan klanten. Hij kende Spaans en ons gezin werd dus door de N.V. voor enkele jaren naar het ZuidAmerikaanse "wilde westen" gestuurd, waar de firma veel onervaren, jonge managers naar toe stuurde en er evenzovele financile problemen op oplossingen wachtten. Eind 1959 besluiten mijn ouders echter onverwacht akkoord te gaan met een uitzending naar Caracas, Venezuela. Met behulp van een platenspeler leren wij de basisbeginselen van het Spaans. De huisraad wordt in een grote houten container verpakt, die later aan een Venezolaanse collega wordt afgestaan om tot een huisje (rancho) te worden omgebouwd. Venezuela was destijds een dunbevolkt, jong land, dat hoofdzakelijk uit een grote hoofdstad Caracas met een haventje La Guaira, een oliehaven Maracaibo aan een grote binnenzee en daartussen twee of drie wegen door savannen en oerwoud bestond. Een fraaie beschrijving van het land in die wilde jaren staat in een boek Venezuela - door Mr. W.J. van Balen.

8 December 1959 London - Caracas


Wij reizen op 8th December 1959 met vluchtnummer BA696/060 van London naar Caracas. Het vliegtuig is een propellermachine van het type Bristol 175 Britannia 312 met serienummer GAOVC 2. Door sterke tegenwind is de piloot gedwongen een route via Boston te nemen. De route verloopt nu van London via Boston naar Bermuda, Barbados en Trinidad naar Caracas. Het vluchtplan van deze vlucht is gedeeltelijk bewaard gebleven. Voor het traject BermudaBarbados gelden: vluchthoogte: 5900 meter Cabinedruk: hoogte 1500 meter temperatuur: -5C grondsnelheid: 580 km/uur Vertraging: 4 uur Aankomst op Barbados: 17:45 GMT

Fig. 10: Vlucht London-Caracas op 8 december 1959

2 Foto (G-AOVC)

Fig. 11: Vluchtplan BA696/060 van 8 december 1959

Fig. 12: BOAC Bristol Britannia 312 G-AOVP landing at Manchester (Ringway) Airport
Author: RuthAS - licensed under the Creative Commons Attribution 3.0 Unported license.

9 December 1959 Hotel Tamanaco


Na de vlucht verblijven wij enkele weken in hotel Tamanaco 3 te Caracas, dat naar een Venezolaans opperhoofd der Mariches en Quiriquires werd benoemd. Voor de jeugd is het zwembad uiteraard een topattractie.

Fig. 13: Hotel Tamanaco, Caracas (1959) Het Venezuela uit de jaren zestig wordt gedocumenteerd in een reeks foto's in het Picasa-foto-album Venezuela rond 1960.

Venezuela-postal cards from 1960

3 Hotel Tamanaco in Caracas

Edificio Manaure, Calle Carabobo, El Rosal, Caracas


Na een kort verblijf in het hotel betrekken wij tot de aankomst van de meubels in een scheepscontainer een gemeubileerde flat in de wijk Pinalie. Ook deze flat is slechts een tussenstation. Na de aankomst van de meubels verhuizen wij naar een gloednieuwe flat in Edificio Manaure in de Calle Carabobo, El Rosal, Caracas. In Caracas kende men destijds geen huisnummers. In Google Maps bestaat het adres nog steeds.

Fig. 14: Kaart van Caracas in 1960 (Rode markering: Hotel Tamanaco) In de eerste maanden 1960 onderwijst mijn vader mij enkele weken met behulp van passende leesboeken in het Engels en Spaans. Dit onderricht dient niet alleen ter voorbereiding voor het volgen van lessen aan een internationale school, maar ook om mij bezig te houden in een stad, waar kinderen buitenshuis maar weinig mogelijkheden tot een zinvolle dagvulling wordt geboden. De weekends worden intensief benut om de omgeving van Caracas te verkennen, bijvoorbeeld romantische bergdorpen en de mooiste toegankelijke stranden (Higuerotte). Het aantal uitvalstraten is beperkt. Waar men het stadsgebied verlaat staan op strategische posities wachtposten, waar de bestuurder een identiteitsbewijs (cedula) moet laten zien. In de overblijvende tijd bouw ik met behulp van diverse bouwdozen houten en plastic vliegtuigmodellen. Voor de ontspanning buitenshuis staat in feite alleen een country club ter beschikking, maar daar moet ik als twaalfjarige met de auto naar toe worden gebracht.

Highschool
Tot de grote vakantie in 1960 bezoek ik enkele maanden de zesde klas van de Gloria Felix school te Caracas, waar vele buitenlandse kinderen worden geschoold. Met name de oliefirma's maken van deze buitenlandse scholen gebruik. Tot de speciale vakken behoren Engels en Spaans. Voor deze school worden de kinderen door kleine busjes opgehaald. Zij hebben kleine metalen lunchkoffertjes met boterhammen en Tetra pakjes melk bij zich. De Amerikaanse scholingsmethoden wijken nogal af van de Nederlandse. Aan de puntentelling met A (excellent), B+ (very good), B (good), C+ en C (average), D (passing), ...F (Failure) went men snel. Op deze school neem ik als souffleur deel aan een kleine theateropvoering van Shakespeares a Midsummmer Night's Dream. De lerares Mrs. Bradford geeft mij uitstekende punten voor alle vakken, maar het voortgezet onderwijs in Zuid-Amerika is onvoldoende en mijn ouders besluiten voor mij een vlucht naar Amsterdam te boeken en mij vanaf September 1960 op het internaat te Roermond aan het Gymnasium van het Bisschoppelijk College verder te laten studeren.

Fig. 15: Diploma voor dePromotion to Junior High School

Muziek
In Venezuela beschikte mijn vader over een platenverzameling met een kleine collectie ZuidAmerikaanse muziek, waarvan met name de melodieuze nummers op de Venezolaanse platen mij imponeerden. Ook andere muziekrichtingen zoals bijvoorbeeld de St. Louis Blues van Nat King Cole met het fameuze "Morning Star" en Progy and Bess trokken echter mijn aandacht. Omdat ik deze muziek al vroegtijdig via een bandrecorder afspeelde, zijn de langspeelplaten na vijftig jaren nog steeds in goede staat. Daarvan heb ik geselecteerde opnames, die zich vermoedelijk alleen nog maar als laatste exemplaren in mijn archief bevinden, in 2008 gedigitaliseerd. Daarna zijn deze opnames als videoclips in YouTube onder de gebruikersnaam jwr1947 gepubliceerd om te garanderen, dat deze geniale muziek "voor alle tijden" geconserveerd blijft. Voor deze opnames is een playlist beschikbaar. Tot de indrukwekkendste opnames behoren op de eerste plaats de LP Musica del Folklore Venezolano4 uit de tijd rond 1953. Niet alleen L.F. Ramon y Rivera, maar ook het orkest en het gezangsduo Ofelia Ramn en E. Garca verheffen deze plaat tot de topkwaliteit. Geniale nummers zijn: Amalia Rosa, Sancocho e Guesito, Lejania, maar vooral Brisas del Torbes. Dit laatste nummer is een tijdje in de spelonken van het Canadese Toronto tot een tophit aangegroeid: antpepe98 schrijft op 19 november 2008 het volgende commentaar bij Brisas del Torbes: Esta cancion suena, en este momento, a toda mecha, en Ottawa, Canada Deze waardering is opmerkelijk, omdat de Spaanse tekst van dit lied in Toronto niet door iedere luisteraar kan worden verstaan. Alhoewel ik in Venezuela de Spaanse taal redelijk goed heb leren kennen, was het toch vaak pas mogelijk een songtekst volledig te begrijpen, nadat ik de originele teksten van de Venezolaanse liederen in het Internet gevonden had. Een tweede langspeelplaat met uitstekende muziek is bijvoorbeeld Voces y Cuerdas del Ecuador, geproduceerd door "Casa Ecuatoriana en Venezuela" met bijvoorbeeld Vasija de Barro, een lied, dat de oude (inmiddels misschien reeds uitgestorven) begrafenisrituelen van de indianen bezingt. Een bijzondere belevenis was ook de kennismaking met de familie Herrera, die mij op 8. Juni 2008 schreef, dat de publicatie van de muziek van twee familieleden, waarvan zij praktisch geen herinneringsstukken meer bezitten, hen in hoge mate heeft verrast: Hello. wow very impressing, it is not a bother at all. I just found it quiteinteresting and i would love to have all and any information you have available of the Herrera's. My mother is Lorenzo Herrera's grand-daughter, she is 51 years old and she is also highly interested in any pieces you have cause we really don't have much of anything of Lorenzo Herrera, he has onlyone son alive, his other son Lorenzo passed away years ago and Rafael (mywell. Okay I hope maybe you will be able to send whateverelse you have available my email address is: <skipped> and my mothers email: <skipped>.. .. Thank you for responding hope to hear from you soon. Have a wonderful day. Lorenzo Herrera (de vader) en Lorenzo Eduardo Herrera behoren tot de eerste artiesten, die de Venezolaanse muziek hebben geconserveerd. In totaal is de verzameling van grammofoonplaten natuurlijk veel omvangrijker. Zo bevinden zich daaronder ook enkele zeldzame opnames, o.a. een Dreigroschenoper van Kurt Weil, Bertolt Brecht met Lotte Lenya als Jenny, onder supervisie van Lotte_Lenya. De complete documentatie van dit platenarchief bevindt zich eveneens in een web-tabel (Just Another Archive of Vinyl Discs).

met de dirigent: Professor Luis Felipe Ramon y Rivera, en het Orchestra: Orquesto Tipica Nacional del Ministerio de Educacion Nacional

1960 Nederland
27 augustus 1960 Terugreis naar Schiphol
Mijn visum documenteert, dat ik op 27 augustus 1960 Venezuela verlaat. Het toestel is een legendarische drie-staart KLM-Constellation, die na een 26 uur lange vlucht met talloze tussenlandingen op Schiphol landt. In deze jaren staan de deuren naar de cockpit tijdens de vlucht gewoon open en mogen kinderen de piloten gerust een tijdje over de schouders kijken.

Fig. 16: Naar school met de KLM in 1960

6 september 1960 dinsdag


De Dagboekfragmenten 1960-1972 documenteren mijn aankomst en de daarop volgende jaren in het internaat van het Bisschoppelijk College te Roermond, waar ik een belangrijke fase van mijn leven zal slijten.

Related Interests