Nieuwe Media en Populaire Cultuur: Computergames, 2011-2012

Opdrachtentraject (VERSIE 15 NOVEMBER)
Er zijn drie soorten opdrachten:    Leesvragen (individueel) Groepspresentaties / Debat (groepsverband) Paperopdrachten (individueel)

Leesvragen (individueel):
Iedere student formuleert over elk van de (meestal) drie teksten van de desbetreffende week een leesvraag. De leesvraag heeft betrekking op de inhoud van die tekst. Let bij het formuleren op de volgende punten: - Wees kritisch, bijvoorbeeld over een onduidelijkheid of tekortkoming in de tekst, of een interessant punt dat wordt aangekaart. - Probeer je vraag te relateren aan de game die er voor die week uitgekozen is. - Geef naast de vraag ook enige context voor de vraag. Voeg dus enkele zinnen toe waaruit blijkt dat je vraag relevant en interessant is! - Je eigen onderzoek kan een belangrijke leidraad zijn – het biedt namelijk een specifiek perspectief van waaruit de teksten worden geanalyseerd. Tijdens elk werkcollege neem je de leesvragen in twee versies uitgeprint mee. - De eerste versie bevat alle leesvragen en voorzie je van jouw naam en studentnummer en lever je aan het begin van het werkcollege in bij de docent. - De tweede versie is anoniem en bevat op elke pagina slechts één leesvraag (dus afzonderlijk geprint). Deze lever je in bij de voor die week verantwoordelijke groep.

Groepspresentaties / debat
Iedere student verzorgt in groepsverband eenmalig de eerste helft (60 min.) van een werkcollege. Hiertoe wordt in groepsverband gewerkt aan een reflectie op het weekthema. De indeling van de groepen zal gebeuren tijdens de eerste werkgroep. De    eerste helft van het werkcollege zal er als volgt uitzien (tijdschema is een richtlijn): Peer-review leesvragen (15 min) Presentatie verantwoordelijke groep (20 min) Plenaire discussie (25 min)

De voorbereiding en uitvoering bestaat uit het volgende:

De Game van de Week Een week voor het desbetreffende werkcollege, kiest de verantwoordelijke groep een game uit die goed past binnen het thema van het hoorcollege en de literatuur. De game zal vervolgens tijdens de werkgroep worden besproken aan de hand van het hoorcollege en de literatuur. Ook de leesvragen zullen (deels) in het teken staan van de opgegeven game. Let op het volgende: - De game mag maximaal 10 Euro kosten. - De game mag ook een indiegame zijn die beschikbaar is via verschillende kanalen en vaak gratis of goedkoop aan te schaffen is via bijvoorbeeld Steam, Desura, Indie bundels etc. (zie voor kanalen het doc op Facebook). De game moet voor iedereen beschikbaar zijn (dus geschikt voor Windows/Mac/Linux/etc., of bijvoorbeeld browser-based). - De game hoeft niet een letterlijk voorbeeld te zijn voor het thema, maar moet voer voor discussie leveren en voldoende gelegenheid bieden voor leesvragen mbt het thema. Iedereen moet de game in de week voor de werkgroep gespeeld hebben! Peer review leesvragen Iedere student formuleert leesvragen, één voor elk van de te lezen teksten. Deze worden aan het begin van het desbetreffende werkcollege door de verantwoordelijke groep verzameld en blind weer uitgedeeld. Elke leesvraag van een tekst wordt in een gezamenlijk proces beoordeeld tijdens het werkcollege. De leesvraag wordt door de studenten onderling beoordeeld op relevantie mbt thema, inhoud en discussiemogelijkheden. Dit wordt in het geheel beoordeeld met een cijfer (1 voor matig, 2 voor aardig, 3 voor goed). De leesvragen die uiteindelijk het hoogste cijfer krijgen vormen vervolgens onderdeel van de plenaire discussie. Presentatie De verantwoordelijke groep houdt een presentatie van ongeveer 15 minuten over het thema van de week als voorbereiding op de plenaire discussie. De presentatie moet GEEN samenvattingen bevatten van de literatuur en/of het hoorcollege. Introduceer de thematiek van de literatuur en hoorcollege met eigen voorbeelden, analyses en inzichten. Verken het onderzoeksveld voor dit thema, zet aan tot uitwisseling van kennis en opvattingen en bouw repertoirekennis verder uit Zoek en presenteer hiervoor drie aanvullende teksten (i.e. teksten die niet in de verplichte literatuur staan aangegeven) die aansluiten op het thema. Maak ook gebruik van interessante voorbeelden (bijv. games/genres/speelmethoden, of websites/films/etc.). Plenaire Discussie De verantwoordelijke groep zal een plenaire discussie voorzitten. Uitgangspunt zijn zowel de geïnventariseerde leesvragen, als vragen die de organiserende groep zelf heeft

meegenomen (bijvoorbeeld op basis van de aanvullende teksten? Wees creatief in je voorbereiding van de plenaire discussie - probeer een prikkelend, uitdagend debat te creëren!

Paperopdrachten (individueel)
De opdrachten moeten voor de betreffende werkgroep worden gemaakt en tijdens de betreffende werkgroep worden ingeleverd. Week 1 (23 nov.): Introductieopdracht “Know Thyself” Beschrijf in max. 500 woorden je eigen verhouding tot games en gamecultuur. Het doel is je eigen rol als onderzoeker helder te krijgen. Wat is je achtergrond, qua academische interesse maar ook als speler? Ben je een buitenstaander op het gebied van (digitale) spellen? Zou je jezelf een gamer noemen? En hoe zit het met je directe omgeving? Wat is de slechtste of beste game die je hebt gespeeld? Bij welk thematisch wekelijks perspectief uit deze cursus denk jij het beste aan te sluiten en waarom? Neem deze opdracht uitgeprint mee naar de werkgroep!

Week 2 (30 nov.): Eerste versie onderzoeksopzet Schrijf een eerste onderzoeksopzet (richtlijn 500 woorden) met daarin op zijn minst een toelichting op de objectkeuze, de inhoudelijke relevantie, een formulering van de vraagstelling(en). Besteed ook alvast, zij het in mindere mate, aandacht aan je theorie en methode. Leg kort uit bij welk perspectief je verwacht dat je onderzoek het beste aan gaat sluiten en welke theoretische achtergrond je daarbij wil gaan gebruiken en waarom. Het is aan te raden om hiervoor de literatuur van de aankomende colleges te bekijken. Neem deze opdracht uitgeprint in tweevoud mee naar de werkgroep! Week 3 (7 dec.): Literatuurlijst Stel een voorlopige literatuurlijst samen (volgens een consequente bibliografische stijl) van teksten die je denkt in je onderzoekspaper gaat gebruiken. De lijst bevat tenminste 3 aanvullende academische teksten die niet in de reader staat of in de door ons aangeboden aanvullende literatuurlijst. Geef ook een argumentatie voor de keuze van deze 3 teksten. Waarom denk je dat deze teksten relevant zijn voor je onderzoek; bespreek waarom je voor deze tekst en/of auteur hebt gekozen. Neem deze opdracht uitgeprint in tweevoud mee naar de werkgroep! Week 4 (14 dec.): Theoretisch Kader Werk een theoretisch kader (situering in het veld) uit voor je paper en beschrijf met welke methode je je onderzoeksvraag wil beantwoorden. Kun je aangeven bij welke academische stroming of auteur jouw aanpak het beste aansluit? Past je onderwerp binnen een bestaande onderzoekstraditie (zo ja, welke en hoe?), of probeer je juist zelf een aanzet te geven tot interdisciplinair onderzoek (zo ja, welke disciplines zijn het meest relevant en op waarom)? Annoteer je bronnen volgens een consequente bibliografische stijl. De richtlijn voor kader en methode is 1000 woorden. Neem deze opdracht uitgeprint in tweevoud mee naar de werkgroep!

Week 5 (4 jan.): Definitieve versie onderzoeksopzet Werk aan een definitieve versie van je onderzoeksopzet en zorg ervoor dat alle elementen (aanleiding, objectkeuze, vraagstelling, theoretisch kader, methode, relevantie) helder en in een lopend verhaal zijn uitgewerkt. Richtlijn voor de onderzoeksopzet is 1500 woorden. De definitieve versie van de opzet moet zowel uitgeprint als digitaal worden ingeleverd bij de werkgroepdocent en zal door hem worden beoordeeld. Het cijfer voor deze opdracht vormt 20% van het eindcijfer (zie Cursusoverzicht document). Week 6 (11 jan.): Peer review onderzoeksopzet Peer review de aan je uitgereikte onderzoeksopzetten van andere studenten. Let hierbij op de kwaliteit van de inhoud (onderzoeksvraag, theoretisch kader, relevantie, etc.), de structuur, de academische vaardigheden en stijl. Neem je commentaar op de onderzoeksopzetten uitgeprint mee. Week 7 (18 jan.): “Know Thyself 2.0” Beschrijf wederom in max. 500 woorden je eigen verhouding tot games en gamecultuur, nu met de in de cursus opgedane kennis in het achterhoofd. Wat heb je geleerd over games en gamecultuur? Is je mening over games en gamecultuur veranderd, en zo ja/nee, waarom? Reflecteer eventueel ook op je eerste “Know Thyself”, of op de door het schrijven van de paper opgedane kennis. Neem deze opdracht uitgeprint mee naar de werkgroep!

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful