You are on page 1of 3

Hoofdstuk 3

Bolle lenzen = positieve lenzen Holle lenzen = negatieve lenzen Het punt waar alle lichtstralen bij elkaar komen heet het brandpunt De afstand van het optisch midden tot aan het brandpunt heet het brandpuntsafstand

Grootheid: Brandpunt Brandpuntsafstand Lenssterkte Beeldafstand Voorwerpsafstand

Eenheid: F f S b v

Grootheid:

m dpt (dioptrie)

Hoe kleiner de brandpuntsafstand, hoe sterker de lens. Als f twee keer zo klein wordt, dan wordt S twee keer zo groot. Dus: f is omgekeerd evenredig met S Formule: S = 1/f (hier: f altijd in meters) In eenheden dpt = 1/m

Bolle lens, v = f geen beeld mogelijk (beeld = scherpe afbeelding) Holle lens v = f virtueel beeld Bolle lens, v < f virtueel beeld (niet te projecteren) Holle lens v < f virtueel beeld

Vergroting Beeld vergroot: N > 1, b > v Beeld even groot: N = 1, b = v Beeld verkleind: N < 1, b < v N = b / v, N = AB/ A B

Lenzenformule 1/f = 1/b + 1/v (lees als: 1 gedeeld door f is 1 gedeeld door b plus 1 gedeeld door v) 1/v = 1/f 1/b 1/b = 1/f 1/v

Divergente werking: de lichtstralen worden afgebogen van de hoofdas af Holle lens heeft een divergente werking (je kunt geen afbeelding maken van een voorwerp)

Convergente werking: de lichtstralen worden afgebogen richting de hoofdas Bolle lenzen hebben een convergente werking

Ooglens = bolle lens. Je kunt voorwerpen op verschillende afstanden scherp waarnemen, omdat de sterkte van de lens kan variren. Dit gebeurt door de lens boller of platter te maken. Om voorwerpen van dichtbij scherp te zien moet de ooglens boller of sterker worden (S groot). Voor voorwerpen van veraf moet de lens minder bol of sterk zijn (S klein). Bijziend : Voorwerpen van veraf zijn onscherp Voorwerpen dichtbij wel scherp Ooglens kan niet plat genoeg worden

Verziend: Voorwerpen van veraf zijn scherp Voorwerpen dichtbij niet scherp Ooglens kan niet bol genoeg worden