Verslag van de negendaagse rit Hooglede -Venetië

door Marcel Vanslembrouck

Proloog

Als je de tocht naar Venetië aanvaardt wens dat de weg lang en mooi zal zijn vol avontuur, vol ervaringen. De honger en de dorst, de verte en de pech, de overmoedig geplande Mortirolo behoef je niet te vrezen. Moeilijkheden zul je ontmoeten op je weg wanneer zowel je fiets als je gedachten klimmen of dalen en lijden je lichaam beroert. De achtergelaten dagen en het oude weten, het vlakke thuisland, je zult ze niet ontmoeten als je ze niet in eigen geest meedraagt en je verleden ze niet gestalte voor je geeft. Wens als je naar Italië rijdt dat de weg lang maar niet te lang mag zijn. Maar overhaast de reis in geen geval. Beter is dat die voldoende dagen duurt. En weet: was je fiets er niet dan was je nooit vertrokken.

1

Dag 1: Hooglede - Givet
Traditiegetrouw begint de negendaagse fietsuitstap aan een ruime ontbijttafel met koffie, koeken, broodjes en beleg. Kwestie van de fundering waarop goede prestaties rusten extra stevigheid te geven. Dit in het prettige gezelschap van partner, familieleden, vrienden, kennissen, medereizigers, een geestelijke en bestuursleden van de organiserende club De IJzerzonen. Het initiatief dat iedereen naar waarde schat, wordt afgerond met een paar toespraken. Frans, de noodgedwongen afwezige, wenst de groep een goede vaart. Hij licht toe waarom Désiré op de valreep moet forfait geven. De plaatselijke geestelijke zegent de onderneming en smeekt met een gebed gunstige invloeden af voor de rennersbenen, het weer en het verloop (intussen trommelt er treiterende regen op het dak van de kantine). Jackie neemt als laatste het woord en nodigt Frans uit ons naar Venetië achterna te vliegen (ondertussen zijn de wijzers van de klok naar het uur van afscheid gekropen). Om klokslag acht, normaliter het tijdstip voor het startschot, houdt een regenbui de bende gegijzeld binnen. Maar een drang, eigen aan Flandriens, stuwt de fietsers naar hun drijfnatte racer. Enige aarzelingen later wordt de groepsfoto genomen. Met een kwartiertje vertraging trekken zich de moedigen op gang. Ze zullen een uur de regen als spelbreker/pretbederver moeten trotseren. Gelukkig blaast de wind grotendeels in het voordeel. De eerste pech noteren we na amper een paar honderd meter rijden: een spaakprobleem (neen, geen spraakprobleem) voor Jackie. Ook Guido kampte later met een gelijkaardig euvel, terwijl Gabriël twee lekke binnenbanden moest vervangen. De reisweg, zo aantrekkelijk en keurig afgebeeld in de brochure, volgen we zoals voorzien. In de omgeving van Mons moeten we de fietspaden rechts laten liggen omwille van geknakte takken en bomen. We voelen ons een soort rampwielertoeristen. In Fraire, blijkbaar een levendig Waals dorp, begroeten ons folkloristisch verklede inwoners. Sommige jongemannen in adellijke kleren heffen hun schuimend pintje bier in onze richting, terwijl wij ons moeten laven aan een bus lauw water al dan niet op smaak gebracht met mineralen of ander spul. Wanneer we de muur van Thuin nemen, lachen de benen met de hindernis: zulke bulten deren niet. Givet bereiken we om 18 uur. Op de teller prijken 196 km. Het hotel heet ons welkom. We eten lekker en nippen aan een wijntje in een goed restaurant een paar honderd meter verder. De hevig langsstromende Maas ziet ons daarna goedgemutst naar het hotel terugwandelen.

Dag 2: Givet - Amnéville
Om halfnegen zwaaien we het been over het fietszadel en we zijn weg uit Givet. De eerste vijftig kilometers zijn niet van de poes. Zo’n achttal keer kruipen we uit de bedding van een riviertje en bollen, eens goed en wel boven, weer neerwaarts naar een volgende waterloop. De kuiten worden op hun paraatheid getest. We zijn tevreden wanneer het profiel vlakker wordt. De rit vordert rustig, misschien te rustig voor een stel mannen. En… opeens. Opeens, zo rond

2

kilometerpaal 130, gebeurt het onverwachte. Paniek in het peloton. Door een laattijdig bericht van de gps slaan plots de achterste gelederen linksaf, terwijl de nietsvermoedende voorwacht een eind rechtdoor rijdt. Jackie en enkele trawanten die de linkerweg hebben gekozen, zien hun kans schoon een kloof te slaan. De vluchters nemen een behoorlijke voorsprong. Een paar duo’s kunnen relatief snel maar niet zonder moeite de achterstand tenietdoen. Noël, Luc, Freddy en Guido die als laatste begrepen hadden dat ze de verkeerde richting volgden, zitten op grote afstand. Alle hens aan dek voor dit viertal om de van binnenpretjes bulkende vluchters bij de lurven te vatten. Na enige grappige opmerkingen en gespeelde verwijten keert de rust in het gezelschap terug. Iedereen is meer op de hoede en luistert aandachtiger dan voorheen naar de man met de gps. Je weet maar nooit of er nog zo’n slinkse aanval losbarst. De rit wordt verder nog gevuld met veel zon (30°C), slechte Waalse wegen, het passeren van de sterrenkijkers in Gedinne, zweefvliegtuigen boven Bertrix, een lekke band voor Gabriël die een Schwalbe buitenband oplegt en het binnenrijden van de Franse graanschuur. Amnéville bereiken we na 166 km. Het is pas halfzes in de avond. Tijd zat voor recuperatie. Het hotel en de maaltijden zijn minder dan gehoopt. Soit, we maken er het beste van en eten morgen dan maar meer van het lekkers dat Dorine en Jules ons zullen voorschotelen.

Dag 3: Amnéville - Schirmeck
Stipt en na de gebruikelijke groepsfoto aan de voordeur van het achter te laten hotel, vangen we de derde, relatief korte en gemakkelijke etappe aan. Opnieuw zijn er twee grote stops om een maaltijd tot ons te nemen, voldoende vocht naar binnen te gieten, rust in te bouwen, de koersschoenen welverdiende rust en lucht te gunnen, een blij contact te hebben met elkaar en de begeleiders. Opnieuw zetten Jules en Dorine hun beste beentje voor om ons gezond, vers voedsel aan te bieden. We boffen met hun dienstbaarheid en efficiëntie. Zullen we hun contract maar meteen verlengen voor een paar jaar? Na het opbergen van de attributen in de camionette, zetten we gesterkt de rit voort. Komen vandaag het gewone kruisen: ooievaars, kenmerkende huizen in de Elzas, eindeloze graanvelden rijp om te oogsten, het eerste Franse stokbrood met hun scherpe korsten die ons gehemelte in wondjes snijden en de tomaten die met hun aantrekkelijk rood de tafel kleuren. Col du Donon schuilt in de staart van de dag. We moeten de doenbare berg op, want ons hotel staat even voorbij de top. Aankomst om halfzes, we verslonden 168 km. We trakteren ons op een koel biertje. Het hotel is prima en het eten voortreffelijk. Een pluim voor wie deze verblijfplaats selecteerde.

Cursiefje
Elke dag voor ik het verslag opmaak, zeg ik de gebeurde dingen luid op. Ik luister met gespitste oren naar mezelf of ik niet lieg, hoe de zinformuleringen klinken en of de opbouw van mijn gedachten niet op instorten staat. Het is misschien voor vreemden een eigenaardige manier van werken, maar voor mij niet. Trouwens elk heeft zijn eigenaardigheden, zwijg dus maar. Vandaag doe ik het wikken en wegen weer tot iets vreemds mijn gedachtegang onderbreekt.

3

‘Wat,’ raast mijn balpen, 'moet ik weer zoveel inkt aan Jackie verspillen?’ ‘Ja,’ antwoord ik geschrokken om de plotse en heftige reactie, ‘hij haalt allerlei kleine stoten uit. Mogelijk om toch maar in het verslag te staan. Vandaag was het weer zo, we kunnen er niet naast kijken.’ ‘Er niet naast kijken, er niet naast kijken,’ gromt het eenvoudige en gratis gekregen schrijfmiddel, ‘rijden dan geen elf anderen mee?’ Ik aarzel en stotter: ‘Jawel, jawel, maar die mensen vallen zo weinig op. Ze staan op tijd op, vergeten niets op de kamer, melden zich aan de camionette voor de deuren sluiten, kruipen nooit ongevraagd in de laadruimte, ontbijten in stilte om zich te concentreren op de komende rit, staan netjes in de rij voor de groepsfoto, rijden mooi twee per twee in groep, slaan slechts een babbeltje wanneer het hoognodig moet, tappen een mopje een brave welteverstaan, kijken soms naar hun tellertje (tenminste als ze eentje hebben), roepen “pas op” als op de weg een gevaar opdaagt, eten zonder kruimels te morsen, slurpen niet of alleen per abuis, proberen met vriendelijke woorden in de gunst te raken van Jules en Dorine want dat kan nooit kwaad voor een betere persoonlijke bediening, gooien hun afval keurig in de voorbestemde zak en volgen zonder morren de geplande route alsof nergens een noodlot wacht… en dit de hele dag.’ ‘En Jackie dan,’ peilt de ongeduldige pen, ‘wat is er met hem?’ Aan het nieuwsgierige ding vertel ik hoe Jackie zijn fietsdag vult. De goede en minder goede momenten komen aan de beurt. Ik heb een pak minuten nodig om alles af te lopen. Ik kan het ook niet helpen dat zoveel te vertellen valt. En ik laat zonder mijn geweten te moeten forceren zelfs enkele feitjes van lager allooi achterwege. De pen moet niet alles weten. Trouwens koesteren ik en de anderen heel wat sympathie voor onze medereiziger. We zouden hem zelfs missen indien hij er niet bij was. Als ik mijn relaas beëindig, kijkt de pen mij strak in de ogen. Die blik belooft niet veel. ‘Is dat alles,’ snauwt het schrijfmiddel, ‘als het maar dat is: niets over Jackie vandaag!’ ‘Ja, maar...’ protesteer ik zwakjes, want de dagen zijn zwaar. ‘Geen gemaar,’ breekt de pen mijn flauw verweer af, ‘morgen misschien en dan nog is niets zeker.’ Ik ben sprakeloos en verwonderd over mijn enorme toegeeflijkheid. Goed, denk ik ten slotte zuchtend, vandaag dan maar een verslag dat niet over Jackie gaat.

Dag 4: Schirmeck - Titisee
Kwart over acht dalen we Col du Donon af. Hoog is het nog fris, maar de staalblauwe hemel kondigt een snikhete dag aan. Het wordt uiteindelijk meer dan 35°C. Hitte gekoppeld aan veel kilometers en veel klimwerk, lastig dus. Binnen de eerste 75 km schuiven er vier beklimmingen voor de wielen, met als vierde de klim naar Château Du Haut-Koeningsbourg, waar ook een massa dagjestoeristen doorgaans gemotoriseerd naartoe beweegt. We spoelen onze droge kelen met een superkoude cola, een traktatie van Luc. Gabriël, Jackie, Guido en Wim zijn er niet bij, want ze sneden een hoek van het parcours af. Eens weer samen steken we de Rijn over. De vallei laat ons rustig voorbereiden op wat komt: de Kandel met zijn 11 km en hoge lastigheidgraad een taaie brok om te verteren. De tijdverschillen boven liegen niet: deze col bijt. Reserves dienen aangesproken te worden en daarnaast smelt de beschikbare tijd als sneeuw voor de zon. Er kondigt zich een late aankomst aan. De gps is spijtig genoeg onbetrouwbaar, zet

4

de begeleiders op het verkeerde been en stuurt de groep de velden en weilanden is: hellingen en smalle, kronkelende wegjes. Voordeel: we zien de natuur in al zijn pracht en de ene mooie postkaart schuift over de andere. Nadeel: de timing ligt nu helemaal aan diggelen. Moeizaam bereikt het peloton het hotel. Het is halfnegen. Het cijfer 198 licht op van de teller. De duisternis is al ingetreden. Eerst aan tafel aanschuiven, want de hoteldirecteur wil niet langer dan tot negen uur paraat staan met zijn personeel. Jules en Dorine hebben er wel hard moeten voor pleiten. Ondanks het late uur worden we vergast op een uitgebreid en lekker maal. Maar dat het, na een lange en zware rit, te laat arriveren is staat buiten discussie.

Dag 5: Titisee - Näfels
Ietwat na acht uur verlaten we hotel Hochfirst, dat ons een uitgebreid ontbijtbuffet vol energierijk voedsel serveerde. Eerst een afdaling, dan weer een bult op, vervolgens de grens tussen Duitsland en Zwitserland over. De eerste pauze nemen we nabij de watervallen van Neuhausen Am Rheinfall. De zon spreidt haar beste kanten tentoon maar legt ook extra gewicht op de schouders van fietsers. Marcel bezwijkt onder een koortsaanval en verdwijnt uit beeld. De groep trotseert de hitte, gelukkig is het middenstuk van de rit goed verteerbaar. Nog even, na de tweede bevoorrading, de Ricken over en dan richting Walensee. Na een klim van 6 km bereiken we rond zes uur en na 166 km het viersterrenhotel. Eens goed en wel binnen zet een onweer de Zwitserse berglucht in gloed en vlam, de buitenterrassen onder water en de wandelmogelijkheden buitenspel. Dan maar onze hoop gesteld op een smaakvolle maaltijd. Het restaurant straalt klasse uit, op tafel schittert overdadig veel bestek terwijl grote glazen kelken enorme geuten wijn beloven. Dit tafereel wordt omkranst door een magnifiek uitzicht op de groene omgeving en de Walensee, die helaas weggedoken is onder een dikke duisternis. De lunch, door stijlvolle obers met barok armgezwaai op ons bord getoverd, scoort een negen op tien. Het is voor dergelijke geneugten dat we reizen. Hier wordt als toemaatje de twee begeleiders alle lof toegezwaaid. Iedereen is getuige geweest van hun werk en hun voortreffelijke, onderlinge verstandhouding. Als voorzichtige rijders sturen ze hun camionette door vreemd gebied. Zo stipt als mogelijk staan de stoelen, tafels, de bevoorrading ja zelfs de schoeisels uitgeladen op de afgesproken plaats. Ook buitengewone noden op gelijk welk uur lossen Jules en Dorine op. Verscheidene fietsers hebben dit tot hun voordeel ondervonden.

Dag 6: Näfels - Livigno
We nemen de eerste kilometers in dalende lijn met heerlijk zicht op de Walensee. De gemakkelijk lopende weg houdt ons niet lang in een zetel, want gauw vatten we de Fluëlapas 5

aan. Ongeveer 2000 meter de hoogte in, dit over een afstand van 90 kilometer met wisselende stijgingspercentages. Het echte klimwerk komt uiteraard in het laatste gedeelte, eens voorbij het mondaine Davos. Wat het klimmerstalent van de deelnemers betreft, kan de groep in drie kwartetten worden gesplitst. Tot de koplopers behoren Luc, Freddy, Noël en Patrick. Achteraan proberen Jackie, Gabriël, Guido en Wim de achterstand zo klein mogelijk te houden. Tussen beide geven Albert, Herman, Lieven en Marcel het beste van zichzelf om uit de greep van de laatste vier te blijven en dicht bij de eersten te finishen. Iedereen is gaandeweg verzoend geraakt met de waardeverhoudingen. Eens de vaste positie ingenomen, voelt men zich het comfortabelst. Het aantrekkelijke Livigno bereiken we na het nemen van de Ofenpass tunnel. Met de fietsen in de camionette en wij in een verplichte taxi raasden we door de konijnenpijp. Na betaling kon de tocht voortgezet worden, richting eindbestemming. Om 19 uur zaten de 150 km op. Na het avondmaal hadden nog enkelen de moed naar het belastingsparadijs Livigno te stappen om daar vooral in fietswinkels naar het oogstrelende materiaal te kijken.

Dag 7: Livigno - Bagolino
Start pas om halfnegen. Geaarzel om aan de rit met het zwarte beest, namelijk de Mortirolo, te beginnen? Meteen moeten we twee hindernissen over: Passo d’Eira en Passo di Foscagno. Mooie Italiaanse namen voor deze opwarmers die de groep, beducht voor te vroeg en te veel energieverlies, grotendeels in gesloten gelederen overwint. Daarna gaat het neerwaarts tot in Grosio. We missen daar de camionette die zich op een parallelle weg heeft geparkeerd. Na overleg keert de groep ettelijke kilometers terug, want alles is immers al uit de laadruimte gehaald. Ondertussen maakt Freddy kennis met een medefan van Fausto Coppi, een kwieke grijsaard die zich presenteert als een gewezen baas van Mapei. De toevallige ontmoeting wordt door een camera voor de eeuwigheid vastgelegd. Na de maaltijd wenden de fietsers zich naar Mazzo Di Valtellina gelegen aan de voet van de Mortirolo. Pech: eens voorbij de eerste steile decameters gaan de hemelsluizen open. Onweer doemt op en gooit flitsende messen door de muisgrijze lucht. Het water dat via de asfaltwegen naar beneden vloeit doet onze bandjes slippen. Drijfnat door een mengsel van zweet en regen kruipen we de muur op. We passeren het monument ter herinnering aan Marco Pantani. De aanblik ervan biedt ons enige verstrooiing en een vluchtige pauze in het mentale en fysieke afzien. Elke deelnemer haalt de top, waar de camionette de muil wijd open heeft gezet om voor beschutting te zorgen. Men grabbelt in de rugzak naar droge kleren. We eten een brokje, drinken suikers of mineralen en putten moed uit wat zopas gepresteerd werd. Met Gabriël (!) op kop dalen we voorzichtig langs de spekgladde rug van het zwarte beest naar lager gebied af. Het slechte weer achtervolgt ons in het dal. Ook de gps haalt een niet gesmaakte poets uit. We nemen een verkeerde weg, moeten enkele kilometers op onze wielomtrekken terugkeren. Allemaal niet zo schrikkelijk erg ware het niet van de verloren tijd. Een lekke band doet er vervolgens nog een schepje tijdverlies bij. In Breno, een stad net voor de Passo di Croce Domini, staan de wijzers al op halfzes. Nog meer dag 20 km klimwerk en een bijna even lange afdaling voor de boeg. Het hotel zal erg laat gevonden worden, zoveel is zeker. Wim, Jackie, Guido, Gabriël en Marcel zien het onmogelijke van de onderneming in en doen beroep op het bijdehandse gemotoriseerd vervoer. De overige fietsers willen de kelk tot op de bodem legen. Resultaat: de camionette bereikt pas om negen uur het hotel in Bagolino. Het regent onafgebroken en het is pikkedonker. Ongerust wordt 6

gewacht op alle zeven moedigen. Enkelen doemen om 22 uur op. Enigen zien de verraderlijke en aartsgevaarlijke afdaling niet zitten, bellen de begeleiders op die ze uit hun netelige positie gaan redden. Een applausje en een hoera uiten de opluchting: eindelijk zijn we als groep weer compleet. Pas om 23 uur kunnen we aan tafel. De vriendelijke hoteluitbaters schotelen ons nog een warm, fijn bereide Italiaanse maaltijd voor. De benarde belevenissen cirkelen op vleugels van natgeregende woorden boven onze hoofden. En we beseffen: straks in de kamer wacht slechts een veel te korte nacht.

Dag 8: Bagolino - Schio
Het is weekend. Om halfnegen doorkruisen we stilletjes het nog slaperige bergdorp Bagolino, waarvan we spijtig genoeg maar een kletsnatte met duisternis overkoepelde glimp hebben kunnen opvangen. Het typische plaatsje verdient een tweede bezoek, maar onze harten weten dat hier terugkeren waarschijnlijk een utopie is. De heroïsche rit van gisteren heeft voor verzadiging gezorgd. Het merendeel van de fietsers snakt naar een kalme, goed te halen rit. Democratie heerst ook in deze groep: er wordt gesleuteld aan de afstand en aan het parcours. Eens goed en wel op weg laat de gps ons opnieuw in de steek. Italië doorfietsen aan de hand van dit modern toestel blijkt onbetrouwbaar. Laat dit een les zijn voor de toekomst. We worden van de grote weg afgeleid, komen terecht in een dorp met extra nijdige hellingen en, wat enerverend is, belanden op een veldweg die ons neer- en oplopend laat kennis maken met een heus bos. In de hoop dat de ellende van korte duur is, duwen we fiets voor ons uit: eerst verwonderd, dan een beetje misnoegd, ten slotte al grappen makend over het onvergetelijke avontuur. Zoals aan alles komt ook aan deze beproeving een eind. Neveneffect: serieus tijdverlies, Patrick die zijn computertje kwijt is en schoenplaatjes die vol modder zitten. Na een steile afdaling geraken we op een asfaltweg. Hoe voelt die prettig aan! Onze benen ervaren weer hoe een soepele pedaalslag functioneert en zijn daar tevreden mee. We rollen vervolgens naar het Gardameer. Onderweg kopen we fruit, graanproducten en frisdranken in een supermarkt, want de begeleidende auto rijdt omheen het meer. In Toscolano Maderno nemen we de overzetboot naar Torri Del Benaco. Altijd een leuk vakantiegevoel: in Italië een meer omzoomd door bergen overvaren. We genieten van het zalige, halve uur. De wind en de waterspatten die aan boord worden gekeild koelen ons af. Aan de overkant houdt het droommoment onverbiddelijk op. Het eindpunt ligt nog mijlenver van ons verwijderd. We besluiten naar Verona te fietsen en daar de trein te nemen naar Schio. Nabij de stad probeert de gps ons weer een peer te stoven, maar we hebben de kuren van het ding stilaan door. Op het stationsplein vinden we de camionette die de muil openspert en onze twaalf stalen rossen opslokt. Wij stappen met sporttenue het imposante stationsgebouw binnen. Niemand kan naast ons kijken: afgetrainde atleten in een vreemd pak die elkaar met een soort buitenaards koeterwaals aanspreken en elkaar nog verstaan ook. Gabriël, geruggensteund door taalknobbel Herman, zorgt voor de tickets. Even later kondigt het tabellenbord een vertraging van dertig minuten aan. Dan maar de snelheidstrein naar dezelfde tussenhalte geprobeerd. De treinconducteur snapt de netelige situatie en laat ons met een eenvoudige hoofdknik tot de trein toe. Zo geraken we toch tijdig uit Verona weg. Via de tussenhalte bereiken we om 21 uur Schio en het hotel. Tijdens de lunch ontvangen de fietsers, zoals op de vooravond bij voorgaande

7

buitenlandse ritten, een bedrukt truitje als herinnering. De begeleiders en Patrick, die het voorbereidende en begeleidende werk voor zijn rekening nam, bedanken we passend.

Dag 9: Schio - Venetië
Rond acht uur in de morgen racen we met een mooi tempo het nog niet volledig ontwaakte Schio uit. Ons truitje dat de twaalf individuen tot een eenheid smeedt, is precies van hetzelfde blauw gemaakt als de Italiaanse lucht. Prima kleur dus om ons naar de apotheose te vergezellen. Twee meevallers: het windvoordeel en de licht naar beneden lopende wegen. Naast de groep glijdt af en toe een lint van auto’s mee, toeristen die hun zondagse uitstap naar de kust uitvoeren. Het is opletten geblazen voor haperingen aan voertuigen en voor straatkanten vol vuil. Zoals afgesproken komen in Mestre, een woonvoorstad van Venetië, drie lijnen in een snijpunt samen: de lijn van twaalf fietsers, de lijn van de camionette en de lijn van een gehuurde wagen met de vrouwen van Jackie, Guido en Herman plus Frans die alsnog een plaatsje op het vliegtuig naar Venetië kon bemachtigen. Een blij weerzien om een lijstje redenen, maar vooral om het behouden einde na de trip. Daar in de lege straten van Mestre maakt men kiekjes van de opgeluchte bende, aangevuld met de nieuwkomers. Noël vindt een attribuut om de foto uniek te maken. Er volgt een opfrisbeurt en een verkleedpartij. Jackie, Guido, Herman en hun vrouwen klimmen in de huurwagen en zoeken het hotel op. Zij boekten een meerdaags verblijf in de bekoorlijke stad. De overige deelnemers, uitgezonderd Jules die voor de terugreis met de vrachtwagen een uiltje wil vangen, nemen de bus naar Venetië. Het is twee uur wanneer we de wondermooie stad binnenwandelen. We slenteren van de ene bezienswaardigheid naar de andere: Dogenpaleis, klokkentoren Campanile, Grande Canale, Rialtobrug, Markt, gondels en gondeliers, Gallerie Dell’Accademia, shops die uitpuilen van de carnavalsmaskers, het San Marcoplein, de straatanimatie en de talloze verrassende plekjes, zonder de wereldberoemde duiven te vergeten. Albert, door al het fascinerends afgeleid, verliest even de groep uit het oog en moet aldus alleen zien terug te keren naar de bushalte. Het lukt hem opperbest, al zaaide zijn afwezigheid bij sommigen een beetje onrust. Soelaas voor het voorbije, lastige fietswerk vinden we in een ultiem ijsje. Om zes uur keert Dorine met het openbaar vervoer naar Jules terug. De overgeblevenen vertrekken naar de luchthaven. Zonder problemen vervullen we er de formaliteiten. Maar de spreekster van dienst zet een domper op de verwachtingen: wegens onweer verhuizen de vluchten naar een later tijdstip. Ons vliegtuig schiet uiteindelijk om één uur ‘s nacht en met vier uur vertraging de lucht in. Bijna twee uur later landen we in Charleroi. Met twee gehuurde wagens, chauffeurs incluis, raken we veilig thuis.

NACRITERIUM

8

Defilé van moedigen, een ererondje voor elk.
(in alfabetische volgorde) Albert Hij heeft het liefst dat het afzien op de fiets met bekwaamheid gebeurt, de gelaatsuitdrukking niet te serieus en niet te veel van leed doortrokken. Met het prettig petje op dat hij verkiest boven de logge rennershelm haat hij, voorstander van vertier, het teveel aan wiel en het tekort aan terrasplezier. Freddy Is het oudste deel van de gebroeders, Gunstelingen van de wielergoden, die gekroond zijn met eerbetuigingen om het groepswerk en de discipline. Zijn daden als werkpaard zijn tot buiten Hooglede en omstreken bekend, terwijl zijn slogan luidt: voor- of achteraan in steun fietsen is evenveel waard. Gabriël Uit zijn voor renners ongewone baard extra energie puttend, duwend bijna vanuit de schouders reed hij na enkele dagen en lekke banden tevreden op een echte Schwalbe rond, fier ook op de route die hij in zijn voordeel heeft weten te manipuleren. Guido Wacht zich als voorlopige puntenleider van de IJzerzonen voor hoge bergen en diepe dalen, hun steilten lust hij niet: naar boven gaat het echt niet vooruit (of sleept misschien een wiel) en naar beneden trekt de schrik voortdurend aan de remmen. Herman Superslank, zelfs elegant in de tooi van zijn koerstrui en –broek rijdt hij met zijn nobele gedachten en fijne rijstijl graag in Europa rond. Zijn culturele bagage en talenkennis komen de groep goed van pas, als zijn vijftigste jaar daar maar geen achteruitgang in brengt! Jackie Terwijl de tijd die altijd nadelig verstrijkt hem meeneemt naar Venetië om hem alweer wat ouder te maken op de fiets maar ook ernaast, vervloekt hij binnensmonds elke heuvel, elke tegenwind en elke stilte waarna een van zijn getergde ikken roept: ‘een beetje trager alstublieft!’ Lieven Kaalgeschoren neemt hij graag aan de buitenlandse ritten deel. Hij kent het geluk van vaste waarde te zijn in een groep vrienden die hem van harte zijn Leffe gunnen. We bespeuren hem meestal ergens veilig in het peloton waar gedrum noch gewriemel overheerst. 9

Luc Toen de IJzerzonen hem, het jongere deel van de gebroeders Gunst, voor het eerst meenamen op een verre en lastige onderneming, sleepte hij alle bergprijzen en veel lastig kopwerk in de wacht. Hij sloeg ‘s avonds slechts wat stof en beperkte moeheid van zich af. Marcel Sommigen zien in hem, hier verslaggever van dienst, een zweem van Popovich. Een belemmering, ontstaan uit koortsige hitte, vervormde even zijn presteren en zijn innige wijze van de fiets beleven. Om te klimmen en te schrijven kon hij niettemin rekenen op zijn afgetrainde leden en voldoende inkt. Noël Hij verschijnt graag op kop en handelt daar met sterke, soepele benen. Zijn hulp reikt naar wie het lastig heeft of om technische bijstand vraagt. Het overwerk dat hij met stielkennis verricht, trekt ‘s avonds naar zijn gezicht waar het rust zoekt in de trekken van iemand die op zijn vermoeide zelf gelijkt. Patrick Met professionele kennis beladen om het sportieve lichaam te verzorgen en tot in de puntjes gekleed met materiële en geestelijke kwaliteit, zoekt zijn blik in het venstertje van de soms nukkige gps naar de weg die niet elke keer zomaar is te vangen, laat staan met zekerheid in te slaan. Wim Met een dozijn kilo’s minder maar met een zalige verwachting meer kon hij sneller uit de voeten: voor de duiver wachtte immers een duivin. Al vloog zijn fiets als eens met een verwensing aan de kant, Venetië zien was voor hem vergeten hoe de benen stierven langs een godvergeten flank.

EINDSTREEP_________________________

10