Stuart Hall – Encoding/Decoding

Stuart Hall had een grote invloed in cultural studies en veel van zijn terminologie wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt. Hall’s tekst Encoding/Decoding werd voor het eerst gepubliceerd in 1973 en wordt gezien als een keerpunt in zijn onderzoek naar structuralisme. Hall’s paper encoding/decoding gaat in op de manier waarop media teksten worden geproduceerd, verspreid en geconsumeerd volgens een nieuwe theorie van communicatie. Hij daagde alle drie de componenten van het massa communicatie model uit. Ten eerste zei hij dat de betekenis van een media tekst niet alleen maar bepaald is of wordt door de zender. Ten tweede stelt hij dat de boodschap nooit transparant is en ten derde zegt hij dat de ontvanger niet bij voorbaat passief is en dus zomaar de boodschap overneemt. Waar het dus vooral om draait is de receptie van een media tekst welke wordt geëncodeerd aan de ene kant en gedecodeerd aan de andere kant. De receptie van een media tekst kan op diverse manieren worden gelezen, afhankelijk van het discours waarbinnen het valt. Voordat er kan worden gekeken naar een bepaalde betekenis van een media tekst, moet eerst worden vastgesteld wat er onder ‘betekenis’ wordt verstaan. Een betekenis van iets staat in relatie tot een object, persoon of symbool en heeft 3 aspecten, namelijk: 1. Herkent en begrepen worden 2. Geplaatst worden binnen kennis en wereldbeeld 3. Is veranderlijk, maar niet vrij, dus gelimiteerd Aan de encoding kant komt er een betekenis tot stand in de productie van media, waar vervolgens aan de decoding kant een betekenis geconstrueerd en gegeven wordt aan media. Aan de hand van deze theorie ziet Hall vier belangrijke posities/codes die ingenomen kunnen worden. 1. The dominant or hegemonic code De code van de encoder, de producent dus, wordt veronderstelt dat deze precies zo wordt herkent en overgenomen door de ontvanger (decoder) . 2. The professional code Deze werkt in combinatie met ‘the dominant code’. Deze dient ervoor om de dominante definities te reproduceren en werkt met professionele codering welke betrekking hebben op vragen in relatie tot visuele kwaliteit, nieuws en presentatiewaarden, televisie kwaliteit, professionaliteit etc. (Deze is voor mij nog wat vaag en werd volgens mij niet in het hoorcollege genoemd, maar kwam deze wel tegen op Wikipedia. Ik heb hierover ook een vraag gesteld voor het responsiecollege van 23/5)

wordt er nu een hype van gemaakt. welke bepaalde aannames hebben van een bangalijst. geven bijvoorbeeld ouders van kinderen er een andere betekenis aan. 4. Een voorbeeld waar tijdens het college gebruik van werd gemaakt is de ‘bangalijst’. Aan de andere kant. The oppositional code De dominante definities worden herkend. gesitueerd. de decoding. wat zoveel inhoudt als een lijst met meisjes die eenvoudig te ‘scoren’ zouden zijn. Dit is de encoding kant.3. echter worden er op een ander. Terwijl deze zogenaamde lijsten al eeuwenoud zijn. . niveau eigen basisregels gemaakt waardoor er uitzonderingen op de definities verschijnen. The negotiated code De dominante definities worden herkend. De seksualiteit van meisjes moet beschermd worden. Ook wel de onderhandelende leespositie genoemd door Hall. waarmee zij suggereren dat het gevaarlijk zou zijn voor hun dochter. Jongens en meisjes roepen het fenomeen in het leven en geven hiermee betekenis mee aan het woord bangalijst. maar er wordt een totaal andere betekenis aan gegeven.