You are on page 1of 3

Samenvatting Literatuurgeschiedenis Engels (T61

)
Old English Period (700-1066)
• Taal: eerst met name Germaans (Angelsaksische periode), vanaf de 9e eeuw ook
Scandinavische invloeden (invallen van de Vikingen).
• Poëzie: anoniem, mondeling overgeleverd, veel alliteratie, met name epische poëzie.
• Beowulf: eerste Engelstalige werk.
- speelt in Denemarken en Zuid Zweden
- heidens met christelijke elementen (waarschijnlijk opgeschreven door een monnik na
de bekering van Engeland in de 7e eeuw.)
- deugden als moed, kracht, uithoudingsvermogen en heldhaftigheid. Veel waarde
gehecht aan het Lot (Wyrd)
• Anglo Saxon Cronicle (geschreven door monniken in kloosters tot in de 12e eeuw)
• Vertalingen van Latijns werk

Middle English Period (1066-1500)
• 1066: William the Conqueror: Frans sprekende adel
• Taal: Germaanse invloeden verdwijnen, Franse invloed + overgenomen woorden
• Poëzie:
- rijm in plaats van alliteratie
- ‘romances’ (King Arthur and the Knights of the Round Table)
- ‘The Canterbury Tales’ van Geoffrey Chaucer (raamvertelling)
- ballades (bijvoorbeeld Robin Hood)
• Drama:
- invloed van de kerk wordt minder
- miracle plays (Bijbelse scènes)
- morality plays (gekenmerkt door personificaties, voorbeeld: Everyman)
- interlude (Ne: klucht, voorloper van de komedie)
• Proza:
- William Caxton drukt eerste boeken
- Sir Thomas Mallory schrijft Morte d’Arthur (verzameling Arthur legenden)
• Allegory: verhaal verteld d.m.v. ander verhaal, leesbaar op twee niveaus (letterlijk en
symbolisch), voorbeeld: Everyman.

Renaissance (1500-1660)
Algemene dingen:
• Hernieuwde interesse in de Klassieke Oudheid
• Humanisme: mens en het leven op aarde staan centraal (i.p.v. God en het hiernamaals),
kritische houding
• Valt samen met Engelse reformatie (Henry VIII)
• Sir Thomas More
- Utopia (vgl. Plato’s “De Staat”)
- Belangrijke humanist en tegenstander van Henry VIII (leidt uiteindelijk tot executie)
• Introductie van sonet (van origine Italiaans -> Petrarch) door Wyatt (strakke,
Petrarchiaanse vorm) & Surrey (vrijere, Engelse vorm en blank verse = iambic
pentameter)
• Drama: toneelstukken vaak verdeeld in vijf acts, maar de eenheid van tijd, plaats en
handeling worden door veel toneelschrijvers genegeerd.

Elizabethan Age:
• Bloeiperiode van de Renaissance in Engeland
• Grote welvaart, stimulatie van kunst en wetenschap
• Poëzie:
- Edmund Spenser schrijft The Faerie Queene (allegorisch, episch gedicht)
- veel lyrische poëzie (sonetten): Edmunt Spenser, Sir Phillip Sidney, William
Shakespeare.
- Sonnet: Petrarchiaans/Italiaans sonnet heeft 8 + 6 regels, Shakespeariaans/Engels
sonet heeft 3x4 + 2 regels.
- courtly love poetry: type poëzie dat vooral in Frankrijk voorkwam in de 12e eeuw,
maar veel invloed had op de Europese literatuur tot 1600.
- methaphysical poems: mix van intellectuele en emotionele elementen, vreemde en
vergezochte vergelijkingen (conceit). Belangrijke dichters waren John Donne en
George Herbert.
• Proza: wel geschreven, maar nog niet in de vorm van de ‘novel’
• Drama:
- theaters: verschillende sociale klassen, maar weinig of geen menging. Regelmatig
gesloten omdat toneel gezien werd als zondig of uit angst voor verspreiding van
ziekten.
- Christopher Marlowe (o.a. The Tragic History of Dr Faustus)
- William Shakespeare: Comedies (As You Like It, The Tempest), Tragedies (Romeo &
Juliet, Hamlet, Macbeth, Othello), History plays (Richard III, King John)
Late Renaissance:
• Sociale veranderingen: grote invloed van de Puriteinen (nadruk op hard werk en
religie, geen vermaak), weerstand tegen het beleid van James I en Charles I
• Puriteins leger o.l.v. Oliver Cromwell: Engeland wordt een republiek van 1649 tot
1660.
• Theaters gesloten van 1642 tot 1660 (theater was zondig volgens de puriteinen)
• John Milton schrijft Paradise Lost

Restoration & Neoclassical Period (1660-1740)
• Enlightment/Age of Reason (Verlichting)
• Engeland weer een monarchie (Charles II), Franse invloed
• Heroic Couplets (iambische pentameter)
• Satire (zowel in Proza als in Poëzie): John Dryden (Annus Mirabilis), Alexander Pope
• Drama: theaters weer toegestaan, maar niet meer van het niveau ten tijde van
Shakespeare, ontstaan Private Theater (met name voor hogere sociale klassen)
• Proza:
- Periodical Magazines: The Spectator van Addison & Steele (voor de middenklasse,
cultuur, moraal en politiek, Sir Roger de Coverley)
- Daniel Defoe (journalist) schrijft o.a. Robinson Crusoe (rationalisme, puriteinse
elementen)
- Jonathan Swift schrijft Gulliver’s Travels (satire, commentaar op de samenleving,
bijv. wetenschappers van de Royal Academy) en A Modest Proposal (armen geven
kinderen aan de rijken als voedsel)
Romanticism (1740-1830)
• Literair klimaat verandert, met name wat betreft poëzie. Kenmerken zijn:
- minder aandacht voor de stad, meer voor natuur en platteland
- interesse in het verleden (Middel Eeuwen)
- persoonlijke gevoelens (lyrische poëzie)
- informeel taalgebruik, vrijere versvormen
- invloed van Franse revolutie
• Vroege romantiek: William Blake (Songs of Innocence, Songs of Experience, mystiek,
gedichten waren gegraveerd, dus ook beeldende kunst)
• Romantische dichters van de eerste generatie: Wordsworth en Coleridge publiceren
Lyrical Ballads, ze schrijven met name over natuur en simpel plattelandsleven, en
Coleridge ook over bovennatuurlijke dingen (The Rime of the Ancient Mariner)
• Romantische dichters van de tweede generatie: hun werk wordt meestal verbonden
met hun (korte) persoonlijke levens (nogal Bohemienachtig), voorbeelden zijn Lord
Byron, John Keats en Percy Byssche Shelley
• Ontwikkeling van de roman: minder beïnvloed door romantische ideeën, wordt
belangrijker door populariteit van reizende bibliotheken.
- Sir Walter Scott: historische romans geplaatst in Schotland, zoals The Heart of Mid-
Lothian en Ivanhoe.
- Jane Austen: realistische en ironische boeken over de positie van vrouwen in de
upper middle class. Pride and Prejudice, Sense and Sensibilty, Emma

The Victorian Age (1830-1900)
• Industriële revolutie leidt tot nieuwe samenleving, gekenmerkt door welvaart maar
met bittere contrasten. Belangrijke problemen waren:
- opkomst van de democratie
- positie van de armen
- emancipatie van vrouwen
De Liberals voerden 2 Reform Bills in: de wet tegen kinderarbeid en de Poor Law
(workhouses). Aan het einde van de regeringsperiode van Victoria ontstond er een
socialistische beweging.
Een ander kenmerk van deze tijd is Imperialisme (the empire where the sun never sets)
• Poëzie:
- Alfred Lord Tennyson: met name romantisch
- Pre-Raphaelites (terug naar Italiaanse Primitieven): puur, simpel en droomachtige
admosfeer. -> Dante Gabriel Rossetti en zijn zuster Christina
• Proza: verdere ontwikkeling van de roman
- Charles Dickens: ingewikkelde en onwaarschijnlijke plots, komische en overdreven
personages, realistische beschrijvingen van het leven van de armen, kritiek op de
samenleving. (Oliver Twist, Nicholas Nickleby, David Copperfield, Hard Times, Great
Expectations)
- William Thackeray schrijft Vanity Fair
- Charlotte Brönte (Jane Eyre) en Emily Brönte (Wuthering Heights)