You are on page 1of 4

Octave Mirbeau – Corto Maltese

« De staking der kiezers »

Er is iets dat me buitengewoon verbaast, ik zou zelfs durven zeggen dat
het me met stomheid slaat. Er kunnen namelijk in deze kennismaatschappij na
al die pijnlijke ervaringen en dagelijkse schandalen nog steeds kiezers
gevonden worden. De kiezer, dat verbijsterende beest zonder hersens en
zonder ballen dat zich laat storen in zijn bezigheden, zijn dromen en pleziertjes
om te gaan stemmen voor iets of iemand. Wie er even bij stilstaat, zal merken
dat dit verbazingwekkende fenomeen de subtielste filosofieën kan kortsluiten
en de rede logenstraffen. Waar is de Elsschot die ons de fysiologie van de
moderne kiezer openbaart? En welke Nobelprijs Geneeskunde legt het leven en
lijden van deze ongeneeslijke krankzinnige voor ons bloot? We wachten er op.

Ik begrijp dat de reclamelullo's hun gebakken lucht verkocht krijgen. Dat
de politie rekruten en 'Dag Allemaal' lezers vindt. Dat Van het Groenewoud
komt zingen op het trouwfeest van de kroonprins. Ik begrijp zelfs dat de
mensen 'Flikken' schoon vinden. Ik begrijp alles. Maar dat een parlementslid of
een senator of om het even wie van die vreemde grappenmakers die een
verkozen ambt nastreven, er in slaagt een kiezer te vinden. D.w.z. de
onverhoopte creatuur, de zeldzame martelaar die hem vet voert met zijn
voedsel, hem kleedt uit zijn garderobe, hem verrijkt uit de eigen zak. Het enige
vooruitzicht in ruil voor al deze overvloed zijn matrakslagen in de nek of
schoppen in het achterste, als het al geen schot in de borst is... Nee, dat
overtreft mijn toch al erg pessimistische opvattingen over de menselijke
domheid in het algemeen en over onze nationale domheid in het bijzonder. O
dierbare domheid, o heilige dwazekloterij der vaderen !
Het spreekt vanzelf dat ik hier enkel spreek over de bewuste en
overtuigde kiezer: over de goedgelovige sul die zich inbeeldt - de domme
sukkel! - dat hij als vrije burger handelt, zijn soevereiniteit laat gelden, zijn
mening uit, en ja, zelfs (hoe rein en verontrustend kan de dwaasheid zijn?) dat
hij een politieke programma of een sociale eisenbundel steunt als hij zijn stem
uitbrengt. Ik heb het niet over de kiezer die weet wat het allemaal maar waard is
en ermee lacht. Die in de 'hoogmis van de democratie' hoogstens een kans ziet
om zich wat electorale snoepjes te laten toewerpen of om een dossiertje wat
hoger in de stapel te laten schuiven door een ijverige kandidaat. Voor zo
iemand is een stembiljet een entreekaartje voor een pensenkermis en verder
trekt hij zich niets aan. Gelijk heeft hij, want een ander voordeel zal het hem
niet opleveren. Hij weet tenminste wat hij doet. Maar de anderen ?
Ach ja, de anderen ! De ernstigen, de droogstoppels, de zeveraars met
hun « soevereine volk ». Zij die zich bevangen voelen door een dronken
tinteling wanneer ze zichzelf aanschouwen en zeggen : « Ik ben Kiezer! Gans
het raderwerk staat stil wanneer mijn machtige arm het wil! Ik ben de basis van
de moderne samenleving. Door mijn wil maakt Verhofstadt wetten waaraan 10
miljoen mensen onderworpen worden, en Michel eveneens, en ook nog eens
Van de Lanotte. » Hoe komt het dat er nog van dat soort zijn ? Al zijn ze nog zo
koppig, verwaand of verward, hoe is het mogelijk dat je nog steeds stumperds
vindt, en niet alleen op karrensporen in Kuttekoven of bij dampende
mesthopen in Lotenhulle of Reet-Peutie, die zo stom, redeloos, ziende blind en
horende doof zijn dat ze zwart, geel of rood stemmen zonder er voor betaald,
gedrogeerd of gedwongen te zijn ?
Welk barok zieleroersel, welke mysterieuze beïnvloeding heeft die – naar
verluidt – denkende en met een eigen wil begiftigde tweevoeter in zijn macht
dat hij op stap gaat met de fiere blik van iemand die denkt dat hij een
gewichtige taak vervult, om in het stemhokje om het even welk bolletje rood te
kleuren ?... Wat zou hij bij zichzelf denken om zijn buitenissige daad te
rechtvaardigen, of zelfs alleen maar te verklaren ? Wat hoopt hij te bereiken?
Want iemand die er mee instemt om meesters te krijgen die staan te springen
om hem uit te zuigen en te kwellen, moet toch buitengewone dingen denken en
op een toekomst hopen waarvan wij niet eens het bestaan kunnen bevroeden.
Blijkbaar zorgt een krachtige hersenafwijking ervoor dat de ideeën van
volksvertegenwoordigers hem toeschijnen als uitingen van geleerdheid,
rechtvaardigheid, toewijding, werklust en nobele inborst. Blijkbaar proeft hij
alleen al in de namen Stevaert, Dehaene of De Winter een speciale magie en
krijgt hij visioenen over De Wever of Dua of Abou Jahjah als de voorboden van
snelle verlichting en toekomstige gelukzaligheid. En dat is nu werkelijk
angstaanjagend. Uit niets trekt hij lering, niet uit de meest burleske komedies,
noch uit de meest sinistere tragedies.
Hoewel deze aarde al vele eeuwen om haar as draait en verschillende
maatschappijvormen elkaar opgevolgd zijn, loopt er nochtans een rode draad
door de geschiedenis : de groten wordt de hand boven het hoofd gehouden en
de kleinen wordt de laars in de nek gedrukt. En hij wil maar niet begrijpen dat
zijn enige rol in de geschiedenis is te betalen voor een hoop zaken waarvan hij
nooit zal genieten en te sneuvelen voor politieke combines die hem niet
aanbelangen. Als zijn geld wordt opgeëist of als hij de dood wordt ingejaagd,
wat maakt het hem dan uit of het Jan of Piet is die hem doet afdokken of
creperen? Niets toch! Maar in de keuze van zijn berovers en beulen heeft hij
zijn voorkeuren en hij stemt voor de meest grijpgrage en de meest woeste. Hij
heeft gisteren gestemd, hij zal morgen stemmen, hij zal altijd stemmen.
Schapen gaan naar het slachthuis. Ze zeggen niets, ze hopen niets. Maar ze
stemmen tenminste niet voor de slachter die hen zal kelen noch voor de
bourgeois die hen zal opvreten. Nog dommer dan de beesten, nog
schaapachtiger dan de schapen, duidt de kiezer zijn slachter aan en kiest hij
zijn bourgeois. Hij heeft verdomme Revoluties ten tonele gevoerd om dat recht
te verwerven.
O brave kiezer, onnoemelijke imbeciel, dwaze kloot, als je je nu eens niet
liet vangen door de afgezaagde absurditeiten die de dagbladen je doen lezen
(of ze nu pulp of 'kwaliteit' bieden, gebeten om te weten of niet toevallig de
standaard zijn; ze willen je allemaal bij je pietje nemen). Als je nu eens ophield
geloof te hechten aan dat doorzichtige gevlei waarmee men je ijdelheid streelt
en je deerniswekkende soevereiniteit opvrijt. Als je nu eens, in een hoekje bij
de haard, Schopenhauer en Chomsky las, twee schrijvers die je veel zouden
kunnen vertellen over je meesters en over jezelf. Dat zou wel eens een
openbaring kunnen zijn. Misschien zou je na deze lectuur minder geneigd zijn
om je in vol ornaat en met gewichtige blik naar het stemhokje te begeven om
op je grootste vijand te stemmen, welk bolletje je ook kleurt. Ze zouden je, als
kenners van de mensheid, kunnen vertellen dat de politiek een verfoeilijke
leugen is, volledig in strijd met het gezond verstand, het recht en de
rechtvaardigheid. Je hebt er niets te zoeken. Jouw rol is al lang vastgelegd in
het grote boek van de wereldgeschiedenis.
En droom daarna, als je dat wil, van paradijzen van licht en parfum, van
onmogelijke broederlijkheid en irreëel geluk. Maar betrek nooit de mens in je
droom, want waar de mens is, vind je smart, haat en moord. En vooral, gedenk
dat die man die naar je stem hengelt - alleen al daarom - een oneerlijk man is.
Hij belooft je in ruil voor de positie en het fortuin dat je hem bezorgt, een hoop
schitterende dingen die hij je niet zal geven en die hij je trouwens niet zou
kunnen geven. De man die je een hoge positie geeft, vertegenwoordigt noch je
ellende, noch je verlangens. Hij vertegenwoordigt niets van jou, hij streeft
enkel zijn eigen passies en belangen na en die zijn tegengesteld aan de jouwe.
Zoek geen troost en ijdele hoop in de gedachte dat het pijnlijke spektakel dat je
vandaag aanschouwt enkel eigen is aan een bepaald tijdperk of regime en dat
het ooit anders zal zijn. Alle tijdperken zijn aan elkaar gewaagd en ook alle
regimes zijn evenveel waard. Dat wil zeggen: niets. Blijf dus thuis, makker, en
staak tijdens de verkiezingen. Je hebt er niets bij te verliezen, ik verzeker het
je. En er valt misschien wat te lachen als je van op de stoep van je deur - die je
stevig gesloten laat voor stemmenronselaars - het kiesvee ziet voorbij defileren
terwijl jij in stilte je pijp rookt.
En mocht er ergens, in een vergeten negorij, een eerlijke man leven die
bekwaam is om je te besturen en te beminnen, heb dan ook geen spijt. Hij zou
toch teveel gehecht zijn aan zijn waardigheid om zich te willen mengen in het
moddergevecht van de partijpolitiek. Hij zou te trots zijn om van jou een
mandaat te aanvaarden dat je in de regel enkel toekent aan cynische lefgozers,
bruten en leugenaars.
Ik heb het je gezegd, makker, blijf thuis en staak.
Octave Mirbeau, 1888
Corto Maltese, 2004