DEEL V DE SANCTIE

Hoofdstuk 1. Overzicht van de sancties
Kenmerk ‘straf’ is één van de essentiële elementen om een misdrijf te onderscheiden van ander ongewenst sociaal gedrag. Daarom: van groot belang eigenlijke straffen te onderscheiden van de maatregelen en sancties die geen strafrechtelijke karakter hebben. Beginselen van het materieel strafrecht gelden in principe slechts voor strafrechtelijke sancties. Beginselen van het strafprocesrecht zijn eveneens principieel voorbehouden aan misdrijven, zodat het aan de hand van de straf gemaakte onderscheid tussen misdrijven en gedragingen die op een nietstrafrechtelijke wijze worden gesanctioneerd, van groot belang is. STRAFFEN Inleiding Straf, leed dat door de rechterlijke macht wordt opgelegd als sanctie voor een misdrijf. Centrale kenmerken strafrechtelijke straf:  leedtoevoegend karakter  stigmatiserend effect (sociale afkeuring) Onderscheid is moeilijk omdat sommige sancties, al naargelang, een strafrechtelijk of een niet-strafrechtelijk karakter kunnen hebben. Grondwettelijk Hof: subjectieve invulling van straf: meer belang aan de wijze waarop een straf wordt ervaren door de rechtsonderhorige, dan het hof van cassatie dat een meer juridisch-technische invulling van het strafbegrip huldigt. (leidt tot tegenstellingen in de rechtspraak van beide hoge rechtscolleges) Kenmerken strafrechtelijke straffen  wettig karakter, moeten steeds op wettelijk basis berusten. Vloeit voort uit legaliteitsbeginsel: enkel de wet kan strafrechtelijke straf invoeren.  Rechterlijk, kunnen enkel doro de rechter worden opgelegd  Persoonlijk en individueel o straffen zijn persoonlijk in die zin dat zij slechts kunnen worden opgelegd. o Straffen zijn individueel in de zin dat collectieve straffen in het strafrecht uitgesloten zijn. Rechtspersonen worden met natuurlijke personen geassimileerd en kunnen strafrechtelijk worden gesanctioneerd. Het Hof gebruikt net zoals t.a.v. het begrip ‘strafzaak’, een autonome interpretatie van het begrip ‘straf’ (cf. Welch v. VK) Staten die willen ‘besparen’ op strafprocedures door bepaalde inbreuken als nietstrafrechtelijke aan te merken om te bewerkstellingen dat sancties via een – veel snellere – administratieve procedure worden opgelegd, kunnen evenzeer in aanvaring komen met het E.V.R.M. (özturk v. Duitsland) Bedoeling Hof: betrokkene behoudt vrijheid de zaak voor de rechter te brengen, m.a.w. voor zover zijn recht tot toegang tot de rechter niet de jure of de facto wordt tenietgedaan. (cf. Hamer tot België) Sommige strafrechtelijk sancties niet verenigbaar zijn met het E.V.R.M., bv. vernederende straffen of disproportionele straffen. 1

Vanuit een praktisch oogpunt is voornaamste indeling wettelijk indeling in criminele, correctionele en politiestraffen + indeling in hoofd en bijkomende straffen. (hoofdstraffen kunnen apart worden opgelegd, bijkomende kunnen enkel samen met een hoofdstraf worden uitgesproken) De door de rechter opgelegde straf bestaat steeds uit hoofdstaf al dan niet met één of meer bijkomende straffen. Vervangende straffen, straffen die plaats komen van een andere straf. Onderscheid tussen gemeenrechtelijke en politieke vrijheidsstraffen (levenslange en tijdelijke hechtenis), relevant omdat t.a.v. bepaalde politieke straffen het regime van de verzachtende omstandigheden verschilt. Onderscheid naargelang leed dat zij aan de veroordeelde bezorgen. De doodstraf Tot 1996 bestond de doodstraf voor de zwaarste misdrijven van gemeen recht. In 1996 heeft België, als één van de laatste landen in Europa, de doodstraf afgeschaft. Doodstraf is in de meeste West-Europese landen afgeschaft behalve, in sommige van deze landen, voor militaire misdrijven. In het Dertiende aanvullend Protocol bij het E.V.R.M. werd de doodstraf ook in vredestijd afgeschaft. De wet van 10 juli 1996, doodstraf definitief uit het strafwetboek geschrapt. De vrijheidsstraffen Afschaffing van de doodstraf lokte discussie uit, want in brede lagen van de bevolking zijn er (opnieuw) talrijke voorstanders van de doodstraf. Moreel oogpunt: doodstraf vanuit een vergeldingsstandpunt verdedigd. (beginsel ‘oog om oog, tand om tand’ zou verantwoorden dat hij die iemands leven beroofd heeft, ook zelf van het leven wordt beroofd. Ethisch oogpunt: intrinsiek inhumaan karakter. Utilitair oogpunt: afschrikkende werking van de straf + ernstige misdadigers worden op definitieve wijze worden ‘uitgeschakeld’ zodat zij de maatschappij geen verdere schade meer kunnen berokkenen. Neutraliseren van gevaarlijke delinquenten kan echter op andere wijze worden bewerkstelligd dan door ze te doden: ook de gevangenisstraf kan deze functie vervullen, zodat ook dit argument m.i. niet overtuigd is Argument tegen doodstraf: ze laat niet toe gerechtelijke dwalingen te herstellen. De vrijheidsstraffen Strafwetboek gebruikt verschillende termen om de vrijheidsstraffen aan te duiden (art. 7 sw.) Tot in 1996 bestond naast gevangenisstraf en opsluiting ook nog de dwangarbeid. Verdeling van de gedetineerden over de penitentiaire instellingen steunt vandaag niet meer op de aard van het misdrijf waarvoor zij werden veroordeeld, maar op criteria die verband houden met de sociale re-integratie van de delinquent. Gevangenisstraf kan worden opgelegd voor overtredingen en wanbedrijven.

2

Concrete duur van de gevangenisstraf wordt berekend volgens de criteria vervat in art. 25 Sw. Opsluiting is voorbehouden voor misdaden en kan, al naargelang de ernst van de misdaad levenslang of tijdelijk zijn (art. 9 Sw) Voor politieke misdaden bestaat speciale straf, hechtenis, die al naar gelang haar duur , levenslag of tijdelijk kan zijn. (niet-onterende straf, die het respect voor politieke delinquenten moet weerspiegelen.) Voorlopige hechtenis is geen modaliteit van een vrijheidsstaf, maar een maatregel die in het kader van het vooronderzoek in strafzaken kan worden opgelegd door de onderzoeksrechter in geval van volstrekte noodzaak oor de openbare veiligheid. (art. 16 § 1 Voorlopige hechteniswet) 1999: strafrechtelijke verantwoordelijk van rechtspersonen ingevoerd in het Belgisch strafrecht (art. 5 Sw), straffen als opsluiting en gevangenisstraf kunnen uiteraard niet worden toegepast op rechtspersonen. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen geldt voor alle misdrijven, dus ook voor misdrijven die strafbaar zijn met vrijheidsstraffen, moest oplossing gevonden worden om deze straffen om te zetten in straffen die op rechtspersonen kunnen worden toegepast, nl. Geldboeten (art. 41 bis Sw.) De terbeschikkingstelling van de regering (t.b.r.) Terbeschikkingstelling van de regering (TBR), bijkomende straf die wordt uitgevoerd na de uitzitting van de gevangenisstraf en tot doel heeft maatschappij tegen gevaarlijke delinquenten te beschermen + mogelijk om veroordeelden na ondergaan van hun straf, nog verder gevangen te houden. Rechtspraak oordeelde dat het om een straf gaat, omwille van het ernstig vrijheidsberovend karakter van de regel + steeds beperkt in de tijd Toekomst: opvolging TBR door strafuitvoeringsrechtbank. TBR kan worden bevolen t.a.v. gewoontemisdadigers, recidivisten en plegers van bepaalde seksuele misdrijven. De TBR wordt door vonnisgerecht uitgesproken en kan, al naargelang het geval verplicht of facultatief is, tot 20 jaar of 5 tot 10 jaar bedragen (art. 22,23 en 23bis Wet Bescherming Maatschappij). Concrete uitvoering gebeurt door minister van Justitie. Nieuw regime: terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, waarin het termijn van TBS voortaan minimum 5 jaar en maximum 15 jaar bedraagt, en de TBS verplicht is en door strafrechter kan worden uitgesproken. De geldboete Geldboete, patrimoniale straf die bestaat uit inning van een geldsom ten voordele van de Staat (art. 38 Sw), belangrijkste straf, want in de praktijk het meest frequent toegepast. Geldboete kan worden opgelegd als hoofd- of bijkomende straf. Onderscheid tussen politiegeldboete en correctionele en criminele geldboeten, naargelang het bedrag van de geldboete door de wet bepaald.

3

Politiegeldboete kan 1 tot 25 euro bedragen, een correctionele of criminele geldboete 26 euro of meer. Bedrag van de boete bepaalt aard van de inbreuk (misdaad, wanbedrijf, overtreding) Sinds 1999: rechtspersonen veroordeeld worden tot het betalen van een geldboete (art. 7 bis, 1° Sw.), maar bij rechtspersonen is geldboete de enige hoofdstraf. Elk misdrijf wordt afzonderlijk gespecificeerd welke de straffen zijn voor natuurlijke personen en welke straffen op rechtspersonen zullen worden toegepast. + geldboeten moet en in sommige gevallen hoger zijn voor rechtspersonen dan voor natuurlijke personen. Systeem van opdeciemen, men vermenigvuldigt de in de wet bepaalde bedragen met een coëfficiënt waardoor de boete aan de inflatie wordt aangepast zonder dat telkens de et moet worden gewijzigd. Art. 40 sw: rechter verplicht, telkens als hij geldboete oplegt, een boetevervangende gevangenisstraf uit te spreken, waarvan maximum in wet is bepaald. Veroordeelde heeft geen keuze tussen boete of uitzitten straf, maar slechts als hij boete niet betaalt zal worden overgegaan tot de uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Sinds 1991: boetevervangende gevangenisstraf in praktijk bijna nooit meer uitgevoerd. Onderscheid met administratieve geldboeten en transacties: administratieve sancties worden niet door rechter opgelegd, maar door overheid en zonder proces en strafrechtelijke boeten en administratieve transacties en geldboeten brengen in elk geval ertoe dat overtreden geldsom zal moeten betalen als sanctie voor overtreding strafwet (verschillen: zie boek) EHRM: vereiste dat overtreder die door administratie tot bestuurlijke sanctie met repressief karakter wordt veroordeeld, steeds toegang heeft tot rechter met volle rechtsmacht die alle waarborgen biedt van art. 6 E.V.R.M. Rechter moet zowel de legaliteit als de opportuniteit van de opgelegde administratieve sanctie kunnen beoordelen. Onderscheid administratieve boete en administratieve transactie:  Bij administratieve boete heeft stilzitten van betrokkene tot gevolg dat de boete definitief wordt  bij administratieve transactie komt zaak voor de rechter. Indien betrokkene zich niet verzet tegen de administratieve boete wordt deze na verloop van tijd definitief Wet Vergoeding Slachtoffers Gewelddaden van 1985: telkens rechter veroordeling tot correctionele of criminele staf uitspreekt, moet betrokkene veroordeeld worden tot bedrag van 25 euro + aantal wettelijke opdeciemen aan Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.

4

De werkstraf Wet van 17 april 2002: werkstraf als autonome straf in correctionele zaken en politiezaken. Doel: volwaardig alternatief voor korte gevangenisstraf + vorm van symbolisch herstel t.o.v. samenleving Werkstraf is een hoofdstraf die als alternatief kan dienen voor gevangenisstraf of geldboete en erin bestaat dat de veroordeelde kosteloos arbeid verricht tijdens de vrije tijd waarover hij naast zijn eventuele school-of beroepsactiviteiten beschikt (art. 37 quater § 1 Sw.) Duur werkstraf bedraagt minstens 20 uren en maximum 300 uren (art. 37ter § 2 Sw.) Criterium: straf die rechter in concreto overweegt op te leggen, waardoor correctionaliseerbare misdaden tevens met werkstraffen kunnen worden bestraft. Werkstraf kan niet samen met gevangenisstraf worden toegepast (art. 7 al. 3 Sw), behalve bij meerdaadse samenloop, maar kan wel samen worden opgelegd met bijkomende straffen, zoals een geldboete of een verval van het recht te sturen. Werkstraf kan alleen met instemming van betrokkene worden opgelegd, zoniet zou zij in aanvaring komen met verbod op dwangarbeid (art. 4 § 2 E.V.R.M.) Een werkstraf kan niet bij verstek worden uitgesproken. De rechter die weigert een werkstraf uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden. De rechter kan aanwijzigingen geven omtrent concrete invulling van de werkstraf (art. 37ter § 4 Sw) Omdat de werkstraf niet kan worden afgedwongen, voorziet rechter reeds in vonnis tot veroordeling tot een werkstraf in een vervangende gevangenisstraf of geldboete. De tenuitvoerlegging van de werkstraf gebeurt onder begeleiding van de justitieassistent van de Dienst justitiehuizen van de FOD Justitie van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de veroordeelde. Werkstraf moet in beginsel worden uitgevoerd binnen 12 maanden na de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan (de probatiecommissie kan deze termijn verlengen, ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde (art. 37ter, §2 al. 2 Sw) De leerstraf Anders dan de werkstraf werd de leerstraf niet omgevormd tot autonome straf. Leerstraf is een modaliteit van de bemiddeling door het parket (art. 216 ter Sv) of als voorwaarde voor probatieuitstel of probatieopschorting door de rechter (art. 1 en 1bis Probatiewet) De confiscatie Confiscatie of verbeurdverklaring, rechterlijke beslissing die eigendomsrecht over bepaalde zaken, die verband houden met een misdrijf , aan de veroordeelde ontneemt (art. 42 e.v. Sw) Sinds 1990: confiscatie van criminele vermogensvoordelen, ook vermogensvoordelen die uit het misdrijf zijn verkregen worden verbeurdverklaard

5

(art.42, 3° Sw) + preventief toezichtmechanisme dat onder meer geldt voor financiële instellingen. Wet van 20 mei 1997: bijzondere verbeurdverklaring t.a.v. goederen die zich in het buitenland bevinden (art. 43 ter Sw.) Kaalplukwet, bij veroordelingen wegens bepaalde misdrijven wordt de band tussen bewezen verklaard misdrijf en vermogensvoordelen die de veroordeelde heeft verworven doorgeknipt: confiscatie kan in bepaalde gevallen worden uitgesproken t.a.v. vermogensvoordelen die werden verworven uit andere misdrijven dan diegene waarvoor de betrokkene werd veroordeeld. (art. 43 quater Sw.) Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring met als taak de gerechtelijke overheden bij te staan bij de opsporing en vervollediging van het onderzoek met het oog op de inbeslagneming en verbeurdverklaring van vermogensvoordelen alsook met de tenuivoerlegging van vonnissen die de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen tot voorwerp hebben. Niet alle zaken kunnen worden verbeurdverklaard (zie 42 Sw)  objectum sceleris, zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken o bijzondere verbeurdverklaring (zie art. 42, 1° Sw) o het ‘corpus delicti’, voorwerp waarop het misdrijf werd gepleegd o objectconfiscatie, betrekking op de individualiseerbare zaak die voorwerp van misdrijf uitmaakte, in wiens bezit en waar ze zich ook bevindt.  instrumentum sceleris, zaken die gediend hebben om het misdrijf te plegen o bijzondere verbeurdverklaring (zie art. 42, 1° Sw) o zaken waarmee misdrijf werd gepleegd o opzettelijk misdrijf, zaken waarmee een onopzettelijk misdrijf werd gepleegd kunnen niet worden geconfisceerd  productum sceleris, zaken die uit het misdrijf voortkomen o bijzondere verbeurdverklaring (zie art. 42, 2° Sw) o ‘product’ van het misdrijf Voor welke misdrijven is er confiscatie?  Misdaden en wanbedrijven, bijzondere verbeurdverklaring (art. 43 al. 1 Sw)  Overtreding, confiscatie in gevallen door de wet bepaald (art. 43 al. 2 Sw) Verplicht of facultatief?  Gewone confiscatie is waar mogelijk altijd verplicht (art. 43 Sw)  Geen verzachtende omstandigheden bij verbeurdverklaring  Kan met uitstel worden uitgesproken (voorwaarden art. 8 Probatiewet)  Confiscatie vermogensvoordelen steeds facultatief. Het voorwerp van het misdrijf (objectum sceleris) en de zaken die hebben gediend tot het plegen van het misdrijf (instrumentum sceleris) kunnen in principe slechts worden verbeurd verklaard voor zover ze eigendom zijn van de veroordeelde (art. 42, 1° Sw) Productum scileris kan steeds worden geconfisqueerd, ook al geen eigendom van de veroordeelde.

6

1990: mogelijkheid tot verbeurdverklaring van criminele vermogensvoordelen. Doel: verhinderen dat delinquenten zouden profiteren van voordelen die zij hebben gehaald uit misdrijven waarvoor zij werden veroordeeld. Dit gaat om een voordeelontneming, die afzonderlijke patrimoniale sanctie uitmaakt, naast geldboete en verbeurdverklaring + onrechtmatige voordelen van misdrijf aan dader te ontnemen. Bij verbeurdverklaring speelt de aard van de zaken, roerend of onroerend, lichamelijk of onlichamelijk niet mee. Naarmate de band met het onderliggend misdrijf losser wordt, vergroot de bewijslast. 2002: buitgerichte procedure, procedure betreffende ontneming van vermogensvoordelen( B) wordt afgesplitst van de hoofdprocedure (A) (nl. De procedure betreffende het misdrijf dat aanleiding geeft tot de toepassing van de confiscatiesanctie. Voor procedure A wordt de normale bewijslast behouden: het openbaar ministerie zal hier het bewijs moeten leveren volgens de gewone regels van het strafprocesrecht) 2002: Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en Verbeurdverklaring, ter ondersteuning van de opsporing, vervollediging van het onderzoek en tenuitvoerlegging van confiscaties van vermogensvoordelen. Confiscatie van vermogensvoordelen kan worden toegepast op alle misdrijven, zelfs op overtredingen. Kaalplukwet (art. 43quater Sw), mogelijkheid tot verruimde confiscatie + ‘verdeling van de bewijslast’ beperkt tot personen, veroordeeld wegens een reeks in de wet bepaalde misdrijven. Confiscatie van vermogensvoordelen is steeds facultatief (art. 43bis, eerste regel Sw) 2002: openbaar ministerie moet in schriftelijke vordering preciseren waarop de vordering tot verbeurdverklaring precies slaat (aangeven van welke vermogensvoordelen goederen en waarden in de plaats zijn gesteld en/of op welke inkomsten uit de belegde voordelen de vordering betrekking heeft.) De verbeurdverklaring blijft hierdoor weliswaar facultatief, maar de rechter zal ze niet langer ambtshalve kunnen uitspreken 2002: wijziging Probatiewet, bij opschorting van uitspraak veroordeling, kan verbeurdverklaring worden uitgesproken, op voorwaarde dat er een schriftelijke vordering is van het openbaar ministerie. Bij de gewone confiscatie wordt het eigendomsrecht over geconfisqueerde zaken in principe aan de staat toegekend of in bepaalde gevallen aan derden. (art; 43bis al. 3 Sw) Verbeurdverklaring krijgt hierdoor gemengd karakter door sanctie en wijze van herstel van de schade. Eigendomsvereiste geldt bij confiscatie van vermogensvoordelen niet, wat betekent dat goederen die aan een derde toebehoren kunnen worden verbeurd verklaard (art. 42, 3°Sw + art. 42, 1° Sw) Volgens rechtspraak mag een derde-eigenaar van een verbeurdverklaard vermogensvoordeel als tussenkomende partij in het strafproces optreden.

7

Als de derde zich burgerlijke partij heeft gesteld, is hij niet langer een derde, maar volwaardige partij in zake + kan gewone rechtsmiddelen van verzet of hoger beroep aanwenden tegen een vonnis of arrest waarbij verbeurdverklaring van zijn goederen zijn werd uitgesproken. Objectconfiscatie, bij de gewone verbeurdverklaring kunnen de geconfisqueerde goederen doorgaans makkelijk worden geïdentificeerd en teruggevonden in het patrimonium van de veroordeelde of van een derde. Het bedrag wordt ex aequo et bono-bepaald. (kritiek of dit al dan niet een punitief karakter heeft.) art. 43ter Sw: confiscatiesanctie ook worden uitgesproken t.a.v. zaken die zich in het buitenland bevinden. 2002: buitgerichte procedure, waarbij confiscatieprocedure kan worden afgesplitst van de zaak waarin uitspraak wordt gedaan over de schuld. Ontnemingonderzoek, op volledig inquisitoire wijze door openbaar ministerie wordt gevoerd + afgesloten door vordering tot verbeurdverklaring, aangebracht bij de vonnisrechter die zich in de hoofdzaak over de schuld van de veroordeelde heeft uitgesproken. Art.43quater Sw, mogelijkheden tot verbeurdverklaring van criminele vermogensvoordelen drastisch uitgebreid. (beperking van verbeurdverklaring van vermogensvoordelen tot goederen en waarden die rechtstreeks in verband staan met het bewezen verklaard misdrijf, wordt niet langer aangehouden.) De band tussen bewezen verklaard misdrijf en het te confisqueren vermogensvoordeel wordt doorgeknipt. De verruimde confiscatie van vermogensvoordelen kan worden uitgesproken t.a.v. personen die werden schuldig bevonden aan reeks misdrijven die limitatief in de wet zijn opgesomd (art. 43 quater §1 sw) Gewone confiscatie van vermogensvoordelen kan enkel worden uitgesproken t.a. v. Vermogensvoordelen die verband houden met het misdrijf waarvoor de beklaagde werd veroordeeld + uitbreiding in art.43 quater § 2 Sw (verbeurdverklaring als veroordeelde over relevante periode verdere vermogensvoordelen heeft ontvangen terwijl er ernstige en concrete aanwijzigingen bestaan dat deze voordelen voortspruiten hetzij uit misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld, hetzij identieke feiten.) Gewone confiscatie of confiscatie vermogensvoordelen: Bewijslast berust bij openbaar ministerie (art. 42,1°en 2° Sw)(art; 42, 3° Sw en art. 43bis Sw) Verruimde confiscatie vermogensvoordelen :verdeling bewijslast (art.43quater Sw) Verbeurdverklaring toegepast als beveiligingsmaatregel, doel: uit de omloop nemen van schadelijke en/of verboden voorwerpen. (confiscatie kan worden bevolen als beklaagde wordt vrijgesproken of als strafvordering vervallen is.)

8

De afzetting Afzetting, rechterlijke beslissing waarbij aan veroordeelde titels,graden, openbare ambten, bedieningen en betrekkingen waarmee hij bekleed is, worden afgenomen (art. 19 Sw) Afzetting is een onterende straf, werkt met terugwerkende kracht en kan dus niet door genademaatregel ongedaan gemaakt worden. Afzetting is bijkomende criminele straf, dus enkel door hoven van assisen worden uitgesproken. Criterium: in concreto opgelegde straf, niet mogelijk na correctionalisering. Bij levenslange en tijdelijke opsluiting, afzetting verplicht Bij gewone hechtenis, facultatief De ontzetting Ontzetting of vervallenverklaring, rechterlijke beslissing die aan veroordeelde het recht ontneemt bepaalde burgerlijke en/of politieke rechten uit te oefenen (art. 31 Sw)  Geldt enkel voor de toekomst (ingangsdatum: datum waarop veroordeelde straf heeft ondergaan)  Omzetting is bijkomende straf (verplicht of facultatief, levenslang of tijdelijk)  Betrekking op geheel of slechts deel hierboven opgesomde rechten (gehele of gedeeltelijke omzetting)  Karakter van beveiligingsmaatregel, automatisch aan strafrechtelijke veroordeling verbonden, zonder dat de rechter ze hoeft uit te spreken.  Doel: bescherming maatschappij tegen bepaalde toekomstige activiteiten dader Speciale regels gelden wanneer de straffen die in abstracto voor het feit zijn bepaalde onder invloed van verzachtende omstandigheden werden verlaagd. Het beroepsverbod Beroepsverbod, ontzetting uit het recht een bepaald beroep uit te oefenen als sanctie voor het misbruik van bepaalde beroepsactiviteiten.  Bepaalde misdrijven: beroepsverbod als straf (cf.art. 383 §2 Sw, art; 382bis Sw)  Art. 1 en 1 bis Wet Beroepsuitoefeningverbod: verbod bepaalde beheersfuncties uit te oefenen als gevolg van veroordeling tot de in deze wet opgesomde vermogensdelicten  Bedoeld als beveiligingsmaatregel, maar wel degelijk straf De bekendmaking van vonnissen en arresten Enkel in de gevallen bepaald door de wet (art.37 bis Sw)(art. 7bis Sw) Straffen die gelden t.a.v. rechtspersonen sommige van deze straffen gelden zowel voor fysieke als rechtspersonen( art. 7 bis sw) ontbinding, ‘doodstraf’ voor rechtspersonen en kan niet worden uitgesproken t.a.v. publiekrechtelijke rechtspersonen (art. 7 bis al.2, 1°) + moet gaan om rechtspersonen die zich reeds van bij hun oprichting in de illegaliteit hebben geplaatst verbod een werkzaamheid te verrichten, kan tijdelijk of definitief zijn en enkel worden uitgesproken in gevallen door wet bepaald (art. 36 sw)

9

bedrijfssluiting, geldt niet t.a.v. inrichtingen waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot opdracht van openbare dienstverlening. Kan tijdelijk of definitief zijn en enkel in gevallen doro de wet bepaald (art. 37 Sw) bekendmaking van de veroordeling, moderne schandpaal. Kan slechts worden uitgesproken in de gevallen door wet bepaald. Andere bijkomende straffen Verval van het recht tot sturen (verplicht of facultatief, levenslang of tijdelijk), kan worden voorafgegaan door onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, waartoe wordt beslist door het openbaar ministerie op het ogenblik van de vaststelling van het verkeersmisdrijf. (art. 38 Wegverkeerswet) Gerechtelijk stadionverbod, duur van 3 maanden tot 10 jaar, eventueel met aanmeldingsplicht. Is een straf maar kan ook als beveiligingsmaatregel worden opgelegd. Voorstellen de lege ferenda Verwijzing naar tuchtrechtelijke of bestuurlijke overheid, vervangingsstraf, die in de plaats zou komen van de gevangenisstraf en erin zou bestaan beklaagde te verwijzen naar de overheid die met de tuchtvordering is belast Schuldverklaring met waarschuwing, in plaats van de straf (art. 157-160 Sw) of in plaats van laattijdig vastgesteld collectief misdrijf. (Schuldigverklaring geeft uiting aan de maatschappelijke afkeuring van het gedrag van de dader en wijst hem op zijn verantwoordelijkheid. Inbreuk wordt erkend, zodat de sociale rust kan terugkeren en slachtoffer schadeloosstelling en herstel kan eisen.) rijverbod als vorm van mobiliteitsbeperking, niet beperkt zijn tot inbreuken i.v.m. het wegverkeer, maar algemene draagwijdte (art; 35 Sw) Elektronisch toezicht als autonome straf, gevangenen die aan eind van detentieperiode zijn worden soms vroegtijdig vrijgelaten en via elektronisch toezicht gecontroleerd of als substituut voor korte gevangenisstraffen, waardoor het een netwidening effect zou kunnen hebben. Probatie als zelfstandige maatregel, verbonden met de modaliteiten van de straf, maar geen straf op zichzelf. Klemtoon: rehabilitatie van de dader met psychosociale problemen en op herstel van de verantwoordelijkheidszin van de dader t.o.v. de maatschappij en het slachtoffer. Opgelegde behandeling, veroordeelde dwingt zich te laten behandelen en die de rechter zou kunnen uitspreken wanneer de beklaagde stoornissen vertoont zonder dat dze hem ongeschikt maken tot het controleren van zijn daden. Sluit nauw aan bij internering, maarverschil: opgelegde behandeling is wel degelijk een straf en duur mag niet langer zijn dan duur van vrijheidsbenemende straf die op het misdrijf is gesteld.

10

BURGERLIJKE GEVOLGEN VAN HET MISDRIJF De wettelijke onbekwaamheid Wettelijke onbekwaamheid, veroordeelde verliest recht van beheer en beschikking over zijn goederen en wordt curator benoemd (art. 20-24 Sw) De teruggave Teruggave van de d.m.v. misdrijf verkregen goederen (art. 44 Sw) wordt van ambtswege bevolen, maar enkel wanneer burgerlijke partij erom verzoekt. Art. 34bis Sw, mogelijkheid om verbeurdverklaarde goederen die aan burgerlijke partijen behoren aan haar terug te geven. (de verbeurdverklaarde zaken worden ook teruggegeven waneer confiscatie werd uitgesproken van goederen en waarden die door de veroordeelde in de plaats zijn gesteld van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij. ) De gerechtskosten Gerechtkosten worden steeds van ambtswege ten laste van de veroordeelde gelegd. Wanneer meerdere personen wegens een zelfde misdrijf bij hetzelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, dan worden zij hoofdelijk tot de gerechtskosten veroordeeld tenzij de rechter het door ieder persoonlijk te dragen aandeel in de kosten bepaalt. (art. 50 Sw) De schadevergoeding Schadevergoeding wordt beschouwd als burgerlijke sanctie, gevorderd door slachtoffer. Niet ambtshalve bevolen + principe dat strafvordering primeert op de burgerlijke vordering (art. 4 VTSv.) brengt met zich mee dat beslissing van rechter op strafrechtelijk gebied verregaande repercussies kan hebben op burgerlijk gebied. Wanneer verschillende deelnemers aan zelfde feit bij hetzelfde vonnis worden veroordeeld, zijn zij hoofdelijk gehouden tot teruggaven en schadevergoeding (art. 50 Sw) 1999: strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen ingevoerd (art. 5 Sw), onder bepaalde voorwaarden kan rechtspersoon samen met natuurlijke persoon worden veroordeeld (art. 5 al. 2 Sw) art. 50bis Sw, niemand kan burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van een geldboete waartoe een ander wordt veroordeeld, indien hij wegens hetzelfde feit wordt veroordeeld. Wet Verhaalbaarheid Erelonen, veroordeelde beklaagde en burgerrechtelijk aansprakelijke partij moet uitdrukkelijk opdraaien voor advocatenkosten van de burgerlijke partij. (art. 162bis Sv.) Nadeel: burgerlijke partij die rechtstreeks gedagvaard heeft en in ongelijk wordt gesteld, riskeert zelf een rechtsplegingvergoeding te moeten betalen aan de beklaagde. MAATREGELEN Strafrechtelijke straffen worden wegens een strafbaar feit opgelegd, maatregelen naar aanleiding daarvan. Matregelen zijn niet repressief, maar ander doel: opvoeding en verzorging van betrokkene en bescherming maatschappij door gevaarlijke personen te isoleren of gevaarlijke producten aan het verkeer te onttrekken.

11

Maatregelen t.a.v. minderjarigen Tweesporenstelsel: alleen voor de gewone delinquenten blijft het ‘normale’ strafrecht behouden, minderjarigen en geestesgestoorden worden aan een vervangend, nietrepressief controlesysteem onderworpen. Jeugdbeschermingwet van 1965, jeugdsanctierecht waarin minderjarige delinquenten en minderjarigen in problematische opvoedingssituatie worden gelijkgeschakeld. Probleem: jeugddelinquentie neemt steeds grotere proportie in totale delinquentie in + vraag naar bescherming van de maatschappij komt meer en meer op voorgrond te staan. Oplossing: behoefte aan ‘derde weg’, apart volwaardig jeugdstrafrecht, waarbij jongere op een meer opbouwende en positieve wijze dan in het klassieke strafrecht op zijn verantwoordelijkheid wordt gewezen. Regionalisering van het jeugdsanctierecht, door de verspreiding van de regelgeving over federale en regionale teksten is de materie uiterst gecompliceerd. ( De juiste bevoegdheidsverdeling tussen respectievelijk de gemeenschappen en federale regering is op vele punten onduidelijk.) eigenlijke ‘strafrechtelijke’ bepalingen blijven tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoren, terwijl de maatregelen met een dienst- of hulpverlenend karakter voortaan door de Gemeenschappen. Toepassingsgebied: maatregelen waarover de jeugdrechter op grond van de Jeugdbeschermingswet beschikt kunnen enkel worden genomen t.a.v. minderjarigen die een ‘misdrijf’ hebben gepleegd m.a.w. ‘een als misdrijf omschreven feit’ (art.36, 4° Jeugdbeschermingswet) Leeftijdsgrens is bepaald op18 jaar (wet geldt t.a.v. personen die als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd voor zij 18 jaar waren.)  Uitzondering: minderjarigen die op ogenblik van feiten tussen 16 en 18 jaar waren. De maatregelen die jeugdrechter kan opleggen zijn niet repressief van aard, maar dienen om minderjarige te beschermen (art. 37 § 1 Sw) Doel: met kennis van zaken te beslissen of een maatregel van bewaring, behouding en opvoeding gepast is en welke de meest gepaste maatregel is. Probleem: gebrek aan middelen, plaatsen en persoon in bijzondere jeugdzorg. Achterliggende filosofie van de Jeugdbeschermingwet:  is de voorkoming van delinquentie  een gepaste rechtsbedeling t.a.v. minderjarigen (met actoren die een specifieke opleiding in het jeugdrecht hebben gevolgd)  respect voor de rechten van het kind  minderjarigen bewust maken van de gevolgen van hun daden  beschermingsgedachte t.a.v. minderjarigen  herstelgerichte benadering van de jeugdcriminaliteit Concreet: diversificatie met betrekking tot de maatregelen die ter beschikking van parket staan en jeugdrechtbanken om te voorzien in alternatief voor plaatsing. Art. 37 § 2, maatregelen die aan minderjarige kunnen worden opgelegd, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende factoren (art; 37 § 1 al. 2) Doel: herstel van de gevolgen van het misdrijf t.a.v. het slachtoffer (art; 37 §2 ter) 12

De sociale dienst ziet toe op de tenuitvoerlegging van het project . Met het oog op het herstel kan de rechtbank ook een herstelrechtelijk aanbod doen van bemiddeling en herstelgericht groepsoverleg (hergo). Bemiddeling en hergo berusten op vrijwillige bereidheid van partijen en zijn niet verplicht. (De gevallen waarin uithandengeving mogelijk is, zijn dezelfde als onder de oude regelgeving. Openbaar ministerie zal zaak aanhangig maken bij bijzondere kamer binnen jeugdrechtbank – wanneer het gaat om een wanbedrijf of correctionaliseerbare misdaad, die het gemeen strafrecht en strafprocesrecht toepast, of, wanneer het gaat om een niet-correctionaliseerbare misdaad, bij het hof van assisen (art; 57 bis)) Op de uithandengeving van minderjarigen wordt het gemene strafrecht toegepast. Art. 12 Sw, levenslange opsluiting kan niet worden uitgesproken t.a.v. een persoon die op het ogenblik van de feiten nog geen 18 jaar oud was. De minderjarigen die als meerderjarigen worden berecht, zullen hun vrijheidsstraf ondergaan in een gesloten federaal centrum voor minderjarigen (art. 606 Sw) Uithandengeving is mogelijk tijdens het gerechtelijk onderzoek (art. 49 jeugdbeschermingwet) Bij de straftoemeting kan rechter rekening houden met het mislukte parcours van jeugdbescherming, maar burgerlijke partij en ouders geen recht op inzage in het ‘persoonlijkheidsdossier’ van de minderjarige. (art. 31 V.T.Sv.) De internering van geestesgestoorde delinquenten Wet Bescherming Maatschappij  beschermend karakter  accent: bescherming maatschappij Aangezien de internering geen straf is maar verzorgende maatregel met als doel de geestesgestoorde delinquent in mate van het mogelijke te ‘genezen’ is het onmogelijk op voorhand te bepalen wanneer de betrokkene daadwerkelijk ‘genezen ‘ zal zijn en in staat zal zijn terug in de maatschappij te functioneren zonder deze maatschappij in gevaar te brengen. Zwaartepunt: opvolging van geïnterneerden tijdens internering + beslissing eventuele vrijlatig op proeg + opvolging op proef vrijgelaten geïnterneerden tot hun definitieve invrijheidstelling. Toepassingsgebied: persoon die ervan wordt verdacht een ‘feit misdaad of wanbedrijf’ te hebben gepleegd, en die op het ogenblik van de berechting verkeert ‘hetzij in staat van krankzinnigheid, hetzij in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden (art. 1) + staat van sociale gevaarlijkheid. De geestesstoornis wordt beoordeeld op ogenblik van de berechting, niet op ogenblik van de feiten. Toepassing ervan is beperkt tot misdaden en wanbedrijven Internering, niet-repressieve vrijheidsberoving die de genezing van de geestesgestoorde beoogt.

13

Internering is van onbepaalde duur. Gewone rechtscolleges zijn bevoegd om internering uit te spreken (geen speciale rechtscolleges ) Internering kan voorafgegaan worden door inobservatiestelling, vorm van voorlopige hechtenis en de voorwaarden zijn in beide gevallen gelijklopend. Inobservatiestelling wordt verricht in psychiatrische afdeling van een strafinstelling.

14

Hoofdstuk 2. Straftoemeting
Wet bepaalt voor ieder misdrijf afzonderlijk de toepasselijke straf. Bepaalde factoren kunnen met zich brengen dat wettelijk bepaalde minima worden verlaag of maxima worden verhoogd. De straf, die door de wet aan een bepaald misdrijf in abstracto wordt verbonden, stemt dus niet noodzakelijk overeen met de straf die door de rechter in concreto wordt opgelegd. Mogelijkheid bepaalde modaliteiten aan sanctie te verbinden:  effectieve straf,beslissen dat straf die hij uitspreekt onmiddellijk uitvoerbaar is  voorwaardelijke veroordeling, uitvoering van de straf gedurende zekere proeftermijn zal worden uitgesteld  opschorting van de uitspraak van de veroordeling, uitspraak van de straf gedurende een zekere proeftermijn opschorten. DE STRAFTOEMETING IN DE STRIKTE BETEKENIS Criteria voor de straftoemeting Vrijwel geen verschil tussen bepaling van de straf in de wet (straf in abstracto) en straf door rechter in concreet geval werd opgelegd (straf in concreto) In de loop van de 19e en 20e eeuw is, vanuit bekommernis de straffen zo veel mogelijk te individualiseren, de beoordelingsvrijheid van de rechter steeds uitgebreid + systeem van minimum-en maximumstraffen. 1888/ Wet Lejeune: voorwaardelijke veroordeling (nu: veroordeling met uitstel) 1964/Probatiewet: opschorting van de uitspraak + invoering nieuwe, alternatieve straffen waardoor beoordelingsmarge van de rechter vergroot wordt. Gevolg: discrepantie tussen de straf zoals zij door de wet in abstracto wordt bepaald, en straf die in concreto wordt opgelegd, steeds groter worden. Reacties: voor sommigen zijn discrepanties in straftoemeting, behalve als er sprake is van willekeur, onvermijdelijk: als men het principe van de individualisering van de straf vooropstelt, dan kunnen verschillen tussen onderling vergelijkbare gevallen niet worden vermeden. Ook individuele verschillen in beoordeling van rechters zijn onvermijdbaar. Anderen willen beoordelingsvrijheid van de rechter beperken. (cf. sentencing guidelines, rechter zich bij de bepaling van de straf in concreet geval moet houden). Doel: discrepanties tussen verschillende rechterlijke beslissingen m.b.t. gelijkaardige feiten te reduceren en straffen terug meer proportioneel te maken, d.w.z. ze aan te passen van de ernst van de feiten en niet aan factoren, eigen aan veroordeelde. (in VS: sentencing guidelines, maar hier: sentencing orientations en starting points) De wet bevat geen criteria voor straftoemeting in concreet geval: zij beperkt zich ertoe voor elk misdrijf de toepasselijke straf te bepalen. Meestal mogelijkheid wettelijk bepaalde maximumdrempel te verlagen door toepassing verzachtende omstandigheden. De rechter beoordeelt op onaantastbare wijze, binnen de grenzen van de wet en E.V.R. M. (art. 3 E.V.R.M.), de straf die hij in verhouding acht tot zwaarwichtigheid van het bewezen verklaard misdrijf. (hij moet keuze ‘nauwkeurig, maar opeen wijze die beknopt mag zijn’ motiveren)

15

Rechter moet strafmaat motiveren voor elke uitgesproken straf of maatregel, tenzij hij minimum oplegt, moet rekening houden met de door de beklaagde aangevoerde elementen over zijn sociale toestand. 1987: wettelijke motiveringsplicht, om willekeur te vermijden en rechters ertoe aan te zetten op bedachtzame wijze de straf te bepalen. De zoektocht naar middelen om meer eenvormigheid in straftoemeting te brengen, is nog zeer actueel. Belangrijk instrument straftoemeting: maatschappelijke enquête, gedragingen en milieu van de verdachte + beknopt voorlichtingsrapport. Herstelbemiddeling, dader en lachtoffer kunnen onder begeleiding van neutrale bemiddelaar tot akkoord komen inzake nadere regels en voorwaarden die tot pacificatie en herstel kunnen leiden (art. 3ter VTSv.) Voorontwerp van Strafwetboek door R. Legros om verschillende denkrichtingen met elkaar te verenigen. Van klassieke leer komt proportionaliteitsvereiste, criteria die verband houden met bescherming van maatschappij en prognose i.v.m. toekomstig gedrag van de beklaagde komen uit positivisme en nieuw sociaal verweer. Probleem: waar de ‘klassieke’ criteria verledengericht zijn, zijn de criteria die onder invloed van het positivisme en nieuw sociaal verweer tot stand kwamen toekomstgericht omdat zij rekening houden met sociale prognose en risico dat beklaagde mogelijk in toekomst oplevert. Rechter moet over gedifferentieerd straffenpalet kunnen beschikken + rechtspleging m.b.t. de straftoemeting moet op meer communicatieve en participatieve wijze gestalte krijgen: openbaar ministerie, dader en slachtoffer moeten aan woord komen. (Splitsing van strafproces in fase over schuld en fase over straf moet dit doel bevorderen) De verschoningsgronden (art. 78 Sw)  enkel toegepast wanneer uitdrukkelijk door wet bepaald (art. 78 Sw)  verplicht en ambtshalve toepassing door rechter  strafvermindering moet volgen uit toepasselijke wetsartikel  kan worden gecumuleerd met verzachtende omstandigheden. De verzachtende omstandigheden (art. 79-85 Sw)  laten rechter toe straf op te leggen beneden wettelijk bepaalde minimum.  Kunnen ook aanleiding geven tot correctionalisering en contraventionalisering op einde vooronderzoek  Niet steeds worden toegepast (onderscheid naargelang aard van het misdrijf)  Werking verschilt naargelang straf op criminele of correctionele straf is gesteld  Als verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, worden bij wet bepaalde criminele vrijheidsstraffen verminderd overeenkomstig (art. 80 Sw) (geldboete in criminele zaken kan worden verminderd, zonder ooit lager te zijn dan 26 euro – art. 83 Sw)

16

Als een feit waarop in de wet een criminele straf is gesteld, door aanneming verzachtende omstandigheden, met correctionele straffen wordt bestraft, kan dit feit geacht ab initio wanbedrijf te zijn. Correctionele vrijheidsstraffen, werkstraffen en geldboeten kunnen worden verlaagd beneden toepasselijke bepaling bepaalde minimumdrempel, zonder ooit lager te mogen zijn dan politiestraffen. (art. 85 Sw) Ontzetting, bij toepassing van verzachtende omstandigheden, is tijdelijk en facultatief (art. 85 laatste al. Sw) Confiscatie, niets bepaald, dus geen verzachtende omstandigheden worden toegepast. Politiestraffen die zijn bepaald door bijzondere wetten kunnen slechts worden verminderd als wet het uitdrukkelijk toelaat (art. 566 Sw) Correctionalisering en contraventionalisering, wetgever anticipeert op toepassing van verzachtende omstandigheden door vonnisgerecht en laat toe dat een misdaad, waarvan kan worden veracht dat ze in het concrete geval, door toepassing van verzachtende omstandigheden, als wanbedrijf zal worden bestraft, voor de correctionele rechtbank wordt gebracht i.p.v. voor het hof van assisen. Wie correctionaliseert? Onderzoeksgerechten en procureur des Konings (persoon die hij ervan verdenkt een als misdaad omschreven feit te hebben gepleegd, mits aanneming van verachtende omstandigheden, voor correctionele rechtbank Voorwaarden  Misdrijf moet in aanmerking komen voor verzachtende omstandigheden overeenkomstig art. 79-85 en 100 Sw  Steeds toelaatbaar (voorwaarde dat wet toepassing van verzachtende omstandigheden toelaat) Recidive of herhaling (art. 54-57 Sw) Recidive of herhaling, als persoon vervolgd wordt die in het verleden reeds door een in kracht van gewijsde getreden vonnis was veroordeeld.  Leidt niet altijd tot verzwaring  Bijkomende maatregel: T.B.R.  Oogpunt klassieke denkrichting: recidivisten zwaarder straffen dan primaire delinquenten  Oogpunt positivisme en nieuw sociaal verweer: recidive als uiting van grotere sociale gevaarlijkheid, waartegen maatschappij moet worden beschermd. Toepassingsvoorwaarden:  Vroegere strafrechtelijke veroordeling, moet in kracht van gewijsde getreden zijn op ogenblik van nieuw misdrijf + uitgesproken door Belgisch rechtscollege (uitzondering: veroordelingen wegens valsemunterij in andere lidstaten EU)  Nieuw misdrijf, aard ervan bepaalt of er herhaling is en welke de gevolgen zijn. (soms: bijzondere herhaling, strafverzwaring wordt voorzien wanneer een inbreuk op die bijzondere wet gevolgd wordt door nieuwe, identieke of gelijkaardige inbreuk op die bijzondere wet.).Voor minder ernstige veroordeling ‘verjaart’ de staat van herhaling na zekere periode en is ’ staat van herhaling’ tijdelijk  Staat van herhaling is door de wet bepaald, slechts voor zover wettelijke voorwaarden zijn vervuld is er technisch gezien sprake van herhaling. 17

Verschillende situaties, al naargelang van de aard van de eerste veroordeling en van de aard van het misdrijf waarvoor de beklaagde in de tweede strafzaak wordt vervolgd. (art. 54 Sw, art. 56 al. 1 Sw, art. 56 al. 2 Sw)  Herhaling misdaad na misdaad, strafbaar ongeacht tijdsverloop sinds vorige beoordeling + facultatieve strafverzwaring (art. 54 Sw),  Herhaling misdaad na wanbedrijf, geen aanleiding tot toepassing strafverzwaring (wel soms T..B.R. op grond van Wet Bescherming Maatschappij)  Herhaling wanbedrijf na misdaad, bestendige staat van herhaling + strafverzwaring is facultatief (art. 56 al. 1 Sw)  Herhaling wanbedrijf na wanbedrijf, vrij gecompliceerd (art. 56 al. 2 sw)  Herhaling overtreding na overtreding, mogelijkheid om bijkomende maatregel op leggen, nl. T.B.R. Sinds de Wet Bescherming Maatschappij beschikt de rechter over mogelijkheid om aan recidivisten bijkomende maatregel op te leggen, nl. terbeschikkingstelling aan de regering; De samenloop (art. 58-65 Sw) Samenloop, wanneer zelfde persoon wegens verschillende misdrijven wordt vervolgd waarvoor geen strafrechtelijke veroordeling werd uitgesproken  Meerdaadse samenloop, als misdrijven door verschillende feiten worden opgeleverd (straffen van bijzondere verbeurdverklaring wegens verscheidene misdaden, wanbedrijven of overtredingen worden steeds tezamen opgelegd – art. 64 Sw)  Eendaadse samenloop, één feit waardoor verschillende inbreuken op de strafwet worden gepleegd. De regels in zake samenloop betreffen de strafmaat die wordt toegepast wanneer een zelfde persoon wegens verschillende strafbare feiten terechtstaat.  Opslorping, enkel zwaarste straf, die lichtere straffen ‘opslorpt  Samenvoeging, straffen opgeteld en samen opgelegd. De straffen van bijzondere verbeurdverklaring wegens verscheidene misdaden, wanbedrijven of overtredingen worden steeds tezamen opgelegd (art. 64 Sw) (bij overtreding geldt de onbeperkte samenvoeging, voor wanbedrijven beperkte samenvoeging en voor misdaden opslorping) Regels inzake meerdaadse samenloop:  Samenloop van overtredingen, straffen onbeperkt samengevoegd (art. 58 Sw)  Samenloop van overtredingen en wanbedrijven, beperkte samenvoeging (art. 59 Sw), alle geldboeten en correctionele straffen worden samen opgeteld binnen grenzen van art. 60 Sw  Samenloop van verscheidene wanbedrijven, alle straffen samen opgelegd, zonder dat zij dubbele maximum zwaarste straf mogen boven gaan.  Systeem van beperkte samenvoeging, rechter moet voor elk misdrijf afzonderlijke straf uitspreken, straffen optellen en eventuele excedent terug aftrekken – straffen worden niet vermengd, maar behouden individualiteit.

18

 

Samenloop van misdaad met één of meer wanbedrijven of overtredingen, enkel de op de misdaad gesteld straf wordt uitgesproken, art. 61 Sw) Samenloop van verscheidene misdaden, alleen zwaarste straf wordt uitgesproken (art. 62 Sw)  Geldt ook voor samenloop van boetevervangende gevangenisstraf en criminele boeten (art. 40 Sw), toepassing opslorping en bij correctionele geldboeten is er beperkte samenvoeging

Regels inzake eendaadse samenloop:  Techniek van opslorping, alleen zwaarste straf wordt uitgesproken  Eendaadse samenloop stricto sensu, in de strikte betekenis, het geval waarin eenzelfde feit meerdere misdrijven oplevert)  Voortgezette misdrijven, waarin verscheidene feiten door eenzelfde persoon, zelfs op verschillende tijdstippen gepleegd, en met opeenvolgende en voortdurende uitvoering van eenzelfde misdadig opzet.  Laattijdig vastgesteld voortgezet of collectief misdrijf, rechter stelt vast dat het feit dat bij hem aanhangig is, de voorzetting is van een misdrijf waarvoor in het verleden reeds een vonnis is uitgesproken en nu aanhangig e feit dateert van voor dit vonnis, zal hij bij de straftoemeting rekening houden met de straffen die in het verleden werden uitgesproken voor dit misdrijf Het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel mag evenwel het maximum van de zwaarste straf niet te boven gaan (art; 65 al. 2 Sw) Belang onderscheid:  voorrang van de strafrechtelijke t.a.v. burgerlijke vordering.  Beslissing over het al dan niet vermengen van de feiten kan belangrijke gevolgen hebben voor de toepassing van de regels inzake recidive en probatiewet. Voor de toepassing van de regels inzake de samenloop, zowel de meerdaadse als de eendaadse is het nodig over criteria te beschikken teneinde uit te maken welke straf het zwaarste is. Door de toenemende diversiteit van het wettelijk straffenarsenaal wordt het steeds moeilijker om te bepalen welke straf de zwaarste is. De straftoemeting bij verzwarende omstandigheden Verzwarende omstandigheden hebben tot gevolg dat hetzij de maximumstraf, hetzij de minimumstraf, voor het betrokken misdrijf worden opgetrokken.  Steeds uitdrukkelijk in de wet bepaald  Vloeit voort uit specifieke wetsbepaling. Wanneer een verzwarende omstandigheid op zichzelf ook een misdrijf uitmaakt, kan geen splitsing worden toegepast tussen het basismisdrijf en verzwarende omstandigheid. Als de rechter vaststelt dat de verzwarende omstandigheid aanwezig is, moet hij de kwalificatie die hiervoor door de wet is bepaald toepassen, en mag hij de feiten niet in twee verschillende misdrijven opsplitsen.

19

De straftoemeting bij strafbare poging en strafbare deelneming Bij Strafbare poging wordt de maximumstraf, die in de wet is bepaald voor het voltooide feit, verminderd overeenkomstig art. 52 Sw en 53 Sw  Poging tot wanbedrijf, enkel strafbaar als uitdrukkelijk in de wet is bepaald  Poging tot overtreding is in principe niet strafbaar. (Aan het principe dat gepoogde misdrijven minder zwaar worden bestraft dan het voltooide misdrijf, wordt door talrijke bijzondere wetten afbreuk gedaan.) De regels inzake strafbare deelneming:  Mededaders worden even zwaar gestraft als daders zelf  Medeplichtigen worden gestraft met lagere straf. DE MODALITEITEN VAN DE STRAFOPLEGGING: ‘EFFECTIEF’, MET UITSTEL, EN DE OPSCHORTING VAN DE UITSPRAAK Algemene beginselen De rechter kan een effectieve straf uitspreken, ofwel uitstel of opschorting toestaan. De Probatiewet heeft de mogelijkheid ingevoerd een maatschappelijke enquête te laten uitvoeren of een beknopt voorlichtingsrapport te laten opstellen met oog op eventuele toepassing van het uitstel of opschorting. (sociaal onderzoek over gedragingen en milieu van de beklaagde, door justitieassistent.) Uitstel kan door alle vonnisgerechten worden toegestaan, opschorting door vonnisgerechten en onderzoeksgerechten. (uitzondering algemene principe dat onderzoeksgerechten zich niet over de grond van de zaak uitspreken) Ratio legis Uitstel en opschorting zijn ontstaan om korte gevangenisstraffen te vermijden. Met probatie werd een vorm van ambulante behandeling van de delinquent in gewone milieu nagestreefd om sociale re-integratie te bevorderen. (met behulp van justitieassistenten onder toezicht van Probatiecommissie) Uitstel, geheel of gedeeltelijk wordt in de praktijk zeer vaak toegepast t.o.v. opschorting, en probatie, die zelden wordt toegestaan. Zowel uitstel als opschorting zijn bedoeld om de korte gevangenisstraf tegen te gaan. Debat over uitstel en opschorting:  Straffen zoveel mogelijk vermijden en afschaffen  Behoud, want ‘short sharp shock’, met een gunstige werking. Sinds Probatiewet bestaat mogelijkheid het uitstel te splitsen: rechter kan straf gedeeltelijk ‘effectief’ en gedeeltelijk met uitstel uitspreken (kritiek: misbruik om voorlopige hechtenis te dekken, effectief gedeelte van de straf die wordt uigesproken komt overeen met de periode die de betrokkene in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht

20

Uitstel en opschorting: wettelijke regeling Uitstel en opschorting kunnen worden toegestaan aan personen met gering gerechtelijke verleden voor niet te ernstige feiten (toepassingsvoorwaarden i.v. m. Gerechtelijke verleden voor opschorting zijn strenger dan uitstel) Straf in concreto, meeste misdrijven, ook allerzwaarste misdaden komen voor uitstel en opschorting in aanmerking. Uitstel en opschorting zijn gunsten die de rechter aan veroordeelde (uitstel- en beklaagde (opschorting) kan geven.  Uitstel kan worden toegestaan aan veroordeelde wiens gevangenisstraf niet langer dan 12 maanden is geweest en wiens nieuwe straf een werkstraf of gevangenisstraf van niet meer dan 4 jaar bedraagt (art. 8 § 1 Probatiewet)  Opschorting kan worden toegestaan aan beklaagde, wiens gevangenisstraf niet meer dan 6 maanden is geweest en die wordt vervolgd wegens feit dat geen straf van meer dan 5 jaar zou kunnen meebrengen (art. 3 Probatiewet) o Tenlastelegging moet bewezen zijn o Beklaagde moet met opschorting instemmen De bijzondere verbeurdverklaring kan i.g.v. opschorting steeds worden uitgesproken. (opschorting is een gunst, verzoek kan worden afgewezen, als er geen enkele aanwijzing is dat opleggen van een bestraffing vaan de beklaagden overdreven sociaal of professioneel nadeel zou toebrengen. ) Probatievoorwaarden: praktische toepassing wordt door de Probatiecommissie beheerd en gecontroleerd en niet-naleving kan leiden tot herroeping van maatregelen.  Niet in de wet omschreven, maar aan vrije beoordeling rechter overgelaten. Duur proeftermijn, kan 1 tot 5 jaar en in bepaalde gevallen ten hoogste 3 jaar bedragen. Gevolgen van uitstel en opschorting:  Uitstel, strafvordering vervalt door veroordeling met uitstel, maar verjaring wordt gedurende proeftermijn geschorst (art. 18 § 2)  Opschorting, strafvordering vervalt niet, maar verjaring van strafvordering wordt geschorst tijdens de proeftermijn (art. 18 § 1) Art; 595 Sv, eenieder die zijn identiteit bewijst, kan uittreksel uit Strafregister verkrijgen, dat overzicht bevat van de daarin opgenomen persoonsgegevens die op hem betrekking hebben (= getuigschrift van goed zedelijk gedrag)

21

Hoofdstuk 3. Strafuitvoering

ALGEMENE BEGINSELEN België: uitvoering van de straffen door openbaar ministerie en minister van Justitie; initiatief tot tenuitvoerlegging door openbaar ministerie (art; 165 Sv) Achtergrond 1867: Aan het openbaar ministerie en autoriteiten belast met de strafuitvoering werd een louter mechanische rol toebedeeld, d.w.z. taak van strafrecht eindigt zodra sanctie is uitgesproken. Wijziging onder invloed positivisme: het is via de uitvoering van de straf dat kan worden getracht de veroordeelde weer op te voeden en zijn sociale re-integratie te bewerkstellingen, d.w.z. strafuitvoering moet actieve rol spelen. Gevolg: ‘tweesporenstelsel,’ met onderscheid tussen minderjarige en geesteszieke delinquenten en ‘normale’ delinquenten. In de nasleep van de zaak dutroux-Nihoul is kentering tot stand gekomen, want:  Te grote soepelheid bij voorwaardelijke vrijlating van gedetineerden  Gebrekkige opvolging personen proef in vrijheid zijn gesteld. Gevolg: ingrijpende beslissingen m.b.t. al dan niet tenuitvoerlegging van door de rechterlijke macht uigesproken straffen en modaliteiten + meer aandacht slachtoffers. Bronnen van het strafuitvoeringsrecht Anders dan in vele West-Europese landen was strafuitvoeringsrecht in België nauwelijks geregeld, maar maakte dit het voorwerp uit van Koninklijke en ministeriële besluiten en ministeriële omzendbrieven. Interne rechtspositie van de gedetineerden, rechten en plichten van gedetineerde als inwoner van strafinrichting, m;a.. leven binnen de gevangenismuren. (art. 603-614 Sv) + Standaard minimumregels voor de Behandeling van gedetineerden + Europese Gevangenisregels van de Raad van Europa en Europees Anti-Folteringenverdrag (karakter van een aanbeveling: gedetineerden kunnen er niet rechtstreeks rechten en verplichtingen aan ontlenen.) Basiswet van 12 januari 2005 betreffende gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden, eigentijdse wettelijke kaderregeling voor interne rechtspositie van gedetineerde veroordeelden en gedetineerde verdachten, beklaagden en beschuldigden. Externe rechtspositie van veroordeelde gedetineerden, rechtspositie m.b.t. ‘extramurale’ aspecten van de detentie (cf. modaliteiten van strafonderbreking), contacten met de samenleving en modaliteiten om geleidelijk terug in samenleving opgenomen te worden. Wet Bescherming Maatschappij van 1998, verbetering controle op (pedo)seksuele geïnterneerden. De rechterlijke controle op de strafuitvoering Niet mogelijk voor rechter, eens straf is opgelegd, nog in de tenuitvoerlegging van de straf die hij heeft uitgesproken in te grijpen. 22

Voorontwerp van Strafwetboek van R.Legros, voorstel oprichting strafuitvoeringsrechtbank Prove van Beginselwet van Lieven Dupont, voorstel oprichting penitentiaire rechtbanken en beklagcommissies. 1998: Commissies Voorwaardelijke Invrijheidsstelling die in elk rechtsgebied werden opgericht, oordelen over:  Voorwaardelijke invrijheidsstelling  Verantwoordelijk voor controle op voorwaardelijk invrijheidsgestelde veroordeelden gedurende proefperiode 2005: Basiswet gevangeniswezen, tuchtprocedure met mogelijkheid om gedetineerden die tuchtinbreuk hebben begaan een tuchtsanctie op te leggen + beklag mogelijk van gedetineerde bij Klachtencommissie over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen. (in administratieve procedure werd voorzien om geschillen in het kader van de interne rechtspositie van de gedetineerden te beslechten.) 2006: oprichting van strafuitvoeringsrechtbanken, waardoor beslissingen m.b.t. externe rechtspositie van de gedetineerde voortaan door onafhankelijke en onpartijdige rechter worden genomen. (De alleenrechtsprekende strafuitvoeringsrechter behandelt alle zaken waarin het effectieve gedeelte van de vrijheidsberovende straffen drie jaar of minder bedraagt. In de andere gevallen beslist de kamer van drie) De strafuitvoeringsrechtbanken hebben taken van de Commissies voor Voorwaardelijke Invrijheidstelling overgenomen + bevoegdheid om in strafuitvoeringsfase de strafmaat te herberekenen wanneer het definitief geworden veroordelend vonnis of arrest geen rekening heeft genouden met een bestaande situatie van samenloop (art. 81 Sw) (de uitgaansvergunning, penitentiair verlof en de onderbreking van de strafuitvoering blijven modaliteiten waarover de minister van Justitie beslist) Momenteel zijn enkel de bepalingen m.b.t. de gevangenisstraffen die de 3 jaar overtreffen in werking getreden, en de modaliteiten waarvoor de minister van Justitie bevoegd is. Voor de gevangenisstraffen beneden de 3’ jaar zijn de oude omzendbrieven nog steeds van toepassing en komt de strafuitvoeringsrechter nog niet tussen. Het Centraal Strafregister Centraal strafregister, systeem van geautomatiseerde verwerking gehouden onder het gezag van de Minister van Justitie waarin, overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van strafvordering, gegevens betreffende beslissingen genomen in strafzaken of ter bescherming van de maatschappij worden geregistreerd, bewaard en gewijzigd (art. 589 Sv) Art. 590 Sv, somt op welke gegevens in het strafregister moeten worden opgenomen. Gegevens worden geregistreerd door griffies van de hoven en rechtbanken of door dienst van het Strafregister van de FOD Justitie Art. 589,593, 594 Sv, toegang tot Centraal Strafregister

23

Art. 585 Sv, bepaalde uittreksels uit het strafregisters kunnen worden uitgereikt aan particulieren die hun identiteit bewijzen ( ook buitenlandse overheden kunnen uittreksel krijgen in de gevallen omschreven in internationale overeenkomsten) OMSTANDIGHEDEN DIE HET VERVAL OF TENIETGAAN VAN DE STRAFFEN MEEBRENGEN De strafuitvoering veronderstelt dat de autoriteiten die het initiatief tot de strafuitvoering nemen en zij die de eigenlijke uitvoering ervan verzekeren, het recht hebben de straf uit te voeren. De dood van de veroordeelde Art. 86 Sw, straffen, uitgesproken bij onherroepelijk geworden arresten of vonnissen, gaan teniet door de dood van de veroordeelde, geldt enkel t.a.v. natuurlijke personen. Dit geldt voor vrijheidsstraffen en andere straffen (met inbegrip patrimoniale straffen zoals geldboete en verbeurdverklaring) Gevolg: rechtsopvolgers van de veroordeelde kunnen na diens overlijden in principe niet meer worden aangesproken voor de betaling van de geldboete. t.a.v. de verbeurdverklaring heeft deze regel tot gevolg dat de verbeurdverklaarde goederen steeds op de nalatenschap kunnen worden verhaald: de eigendomsoverdracht van de verbeurdverklaarde goederen heeft immers plaats op het ogenblik van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis. Art. 86 Sw: geldt slechts t.a.v. strafrechtelijke straffen (niet-strafrechtelijke maatregelen en burgerlijke gevolgen van het misdrijf kunnen tegen de rechtsopvolgers van de veroordeelde worden uitgevoerd.) De verjaring van de straf Het recht de straffe uit te voeren berust bij het openbaar ministerie, maar slechts over bepaalde termijn om de straffen uit te voeren. (art. 91, 92, 93 Sw) De termijnen beginnen te lopen vanaf het ogenblik dat de uitspraak definitief is, d.w.z. vanaf het ogenblik waarop tegen het arrest of vonnis geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden aangewend. Stuiting, onderbreking van de lopende verjaringstermijn, waardoor het reeds verworven gedeelte verloren gaat en een nieuwe termijn begint te lopen die gelijk is aan de eerste. De verjaring van de strafuitvoering wordt gestuit door de aanhouding van de veroordeelde of door andere modaliteiten van vrijwillige of gedwongen tenuivoerlegging van de straf (art. 96 Sw) (De stuiting van de verjaringstermijn voor de strafuitvoering kan onbeperkt plaatsvinden, voor zover de eerste stuitingsdaad binnen de oorspronkelijke verjaringstermijn is gesteld.) Ontvluchting, indien de veroordeelde die zijn straf ondergaat, erin slaagt te ontvluchten, begint de verjaringstermijn te lopen vanaf de dag der ontvluchting (art. 95 Sw) Schorsing van de verjaring, tijdelijke stilstand in de lopende verjaringstermijn .het reeds verworven gedeelte blijft behouden, en na schorsing loopt termijn gewoon verder. Der verjaring van de straf wordt geschorst wanneer het OM in de wettelijke onmogelijkheid verkeert de straf uit te voeren. Twee gevallen:  Veroordeling is uitgesproken met uitstel

24

Proeftermijn voor de voorwaardelijke invrijheidstelling

Amnestie Amnestie, beslissing van de wetgevende macht, die tot gevolg heeft dat het strafbaar feit het kenmerk misdrijf verliest. Gevolg: uitgesproken straffen kunnen niet verder worden uitgevoerd en hangende strafvorderingen vervallen. Het recht van de wetgever om dergelijke wetten uit te vaardigen is niet uitdrukkelijk in de grondwet bepaald, maar wordt afgeleid uit de volheid van bevoegdheid van de wetgever. Amnestie slaat zowel op de straf als op strafbaar karakter van de feiten (genade: enkel betrekking op de straf, en laat misdrijf bestaan) Gevolg: strafbaar feit gaat teniet met terugwerkende kracht. Amnestie wordt soms toegekend na politieke conflictsituaties (cf. oorlog) en sociale conflicten Genade Genade, beslissing van de uitvoerende macht, waardoor de straf geheel of gedeeltelijk wordt kwijtgescholden ,verminderd of omgezet in een andere straf (art. 110 Grondwet) Genade wordt verleend door de Koning, na advies van het openbaar ministerie bij het vonnisgerecht dat de straf heeft uitgesproken, en van de procureur-generaal bij het hof van beroep. De veroordeling blijft behouden; genande heeft enkel betrekking op de uitvoering van de straf. Genade werkt slechts ex nunc, geen terugwerkende kracht. Een genadeverzoek kan worden ingediend, door veroordeelde zelf o door derde, hetzij door het openbaar ministerie (door de veroordeelde zijn het meest frequent) Principieel: indiening van een genadeverzoek geen enkele invloed op de uitvoerbaarheid Praktijk: tenuitvoerlegging van de straf in sommige gevallen. (om schorsend te werken moet het genadeverzoek worden ingediend binnen een zekere tijd na het definitief worden van de uitspraak: in principe bedraagt deze termijn 2 maanden.) DE UITVOERING VAN DE STRAFFEN De tenuitvoerlegging van de geldboete en de verbeurdverklaring Indien de veroordeelde binnen de termijn niet betaalt, dan wordt een onderzoek verrichten naar zijn solvabiliteit en wordt overgaan, hetzij tot de gedwongen uitvoering, hetzij tot de uitvoering van de boetevervangende gevangenisstraf. T.a.v. personen die werden veroordeeld tot geldboete kan het parket of de Ontvanger betalingsfaciliteiten toestaan, zoals de spreiding van de betaling over zekere tijdspanne. Art. 43bis Sw, verbeurdverklaarde goederen kunnen aan burgerlijke partij en aan derden worden teruggegeven. Art. 197 bis Sv, vervolgingen tot invordering van verbeurdverklaarde goederen in naam van de procureur des Konings worden gedaan door de directeur van registratie en

25

domeinen, volgens aanwijzingen van het cnetraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.

De tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen De vrijheidsstraffen worden uitgevoerd op initiatief van het openbaar ministerie en ten uitvoer gelegd door het directoraat-generaal ‘uitvoering van straffen en maatregelen’ van de FOD Justitie. Onder invloed van positivisme en nieuw sociaal verweer: systeem dat toeliet in te grijpen op de uitvoering van de gevangenisstraf wanneer de veroordeelde voldoende blijk van verbetering zou hebben Gevolg: Wet Lejeune 341 mei 1888 met voorwaardelijke invrijheidsstelling + Commissies Voorwaardelijke Invrijheidstelling Doel: stimuleren van goed gedrag in de gevangenis. Tijdens proefperiode blijft een controle op de in vrijheid gestelde bestaan via de voorwaardelijke invrijheidsstelling, waardoor straf pas als volledig ondergaan wordt beschouwd op het ogenblik van de definitieve invrijheidstelling. (Kritiek: in welke mate mogen goed gedrag en gunstige sociale prognose meespelen bij strafuitvoering en welk vergband moet blijven tussen feiten waarvoor de veroordeling werd uitgesproken en uiteindelijke duur van de gevangenisstraf.) (Kritiek: door systeem van voorwaardelijke invrijheidstelling kunnen personen die zeer zware misdrijven hebben gepleegd en die door toepassing van verzachtende omstandigheden vrij lage straffen hebben gekregen, dankzij de voorwaardelijke invrijheidstelling zeer snel vroegtijdig vrijkomen.) VS: gedachte van de ‘three strikes and you’re out’, personen die een derde veroordeling oplopen worden automatisch tot levenslage gevangenisstraf veroordeeld. (Voorstel: systeem van de voorwaardelijke invrijheidstelling in vraag stellen, gebrekkige positie van gedetineerde in kader van huidige regeling bekritiseren + voorstel van voorwaardelijke invrijheidsstelling een recht te maken i.p.v. een gunst.) De door de minister van Justitie toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten:  Uitgaansvergunning (art. 4 en 4 Sv), laat de veroordeelde toe om de gevangenis te verlaten voor een bepaalde duur die niet langer mag zijn dan 16 uren.  Penitentiair verlof (art. 6 tot 9 Sv), laat de veroordeelde toe de gevangenis driemaal 36 uren per trimester te verlaten en heeft tot doel de familiale, affectieve en sociale contracten van de veroordeelde in stand te houden en te bevorderen en sociale re-integratie van de gedetineerde voor te bereiden. (de gedetineerde komt in aanmerking wanneer hij zich bevindt in het jaar voor de datum waarop hij in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling)  De procedure (art. 10 tot 14 Sv), de veroordeelde moet een verzoek richten aan de minister, die beslist na een met redenen omkleed advies van de directeur binnen 14 werkdagen na de ontvangst van het dossier ( bij niet-naleving van de voorwaarden kan de minister beslissingen de voorwaarden aan te passen, te schorsen voor pbepaalde periode of de beslissing herroepen)

26

Onderbreking van de strafuitvoering (art. 15 tot 20 Sv), schorst de uitvoering van de straf voor een duur van maximum 3 maanden , die kan worden hernieuwd, en kan worden toegekend om ernstige en uitzonderlijke redenen van familiale aard. De door de strafuitvoeringsrechter/ strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten.:  Voorwaardelijke invrijheidsstelling, wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde zijn straf ondergaat buiten de gevangenis, mits naleving van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd worden opgelegd (art. 212 Wet Strafuitvoering)(toekenningprocedure is nauwkeurig in de wet beschreven + aan strikte termijnen onderworpen)  Voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering, doel: veroordeelden vroegtijdig vrijkomen, met het oog op het verlaten van het land, hetzij omdat ze geen verblijfsrecht in België hebben, hetzij omdat ze moeten worden overgeleverd aan een buitenlandse autoriteit. (art. 26 Wet Strafuitvoering)  Beperkte detentie en elektronisch toezicht o Beperkte detentie, wijze van tuitvoering van de vriheidsstraf diede veroordeelde toelaat om op regelamtige wijze de strafinrichting te verlaten voor een bepaalde duur van maimum 12 uur per dag om professionele, opleidingsof familiale belangen te behartigen die zijn aanweizgheid vereien (art. 21 Wet Strafuitvoering) o Elektronisch toezicht, wijze van uitvoering waardoor de veroordeelde het geheel of een gedeelte van zijn vrijheidsstraf buiten de gevangenis ondergaat volgens bepaald uitvoeringsplan, gecontroleerd onder meer door elektronishce middelen (art. 22 Wet Strafuitvoering) o Als de modaliteit wordt toegekend, bepaalt de strafuivoeringsrechtbank de algemene en bijzondere voorwaarden die de veroordeelde dient na te leven alsook het programma van de concrete invulling van de toegekende modaliteit.  Opvolging en controle (art. 62 en 63 wet strafuitvoering), openbaar ministerie is belast met de controle op de veroordeelde via politiediensten (art. 2° Wet Politieambt) + met bijzondere voorwaarden ook de justitie-assisten en het Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht  Herroeping, schorsing en herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit, het initiatief tot herroeping ,schorsing of herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit ligt bij het openbaar ministerie. In geval van herroeping wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten. Bij schorsing wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten, maar moet strafuitvoeringsrechbank binnen bepaalde termijn de zaak opnieuw te beoordelen en het zij de strafuitvoeringsmodaliteit te herroepen, hetzij de schorsing terug op te heffen.  De definitieve invrijheidstelling (art. 71 wet strafuitvoering), indien tijdens de proeftijd geen enkele herroeping heeft plaatsgevonden, wordt de veroordeelde definitief in vrijheid gesteld  Bijzondere bevoegdheden van de straffuitvoeringsrechter o Voorlopige invrijheidsstelling om medische redenen (art. 72-80o Herberekening van de strafmaat (art. 58 t.e.m.64 Sw)

27

o Vervanging van de door de strafrechter uitgesproken vrijheidsstraf door een werkstraf (art. 87 – 95)

Oud regime dat voorlopig nog van kracht blijft voor vrijheidsstraffen van 3 jaar en minder: Niet-uitvoering van de korte gevangenisstraf, het openbaar ministerie heeft het recht de straffen die door de rechter zijn uitgesproken, ten uitvoer te leggen, maar is hiertoe niet verplicht. ( om principiële redenen, maar ook uit louter pragmatische overwegingen, wordt vandaag in bepaalde gevallen niet meer overgegaan tot de uitvoering van de korte gevangenisstraf) Bij straffen tot 6 maanden: worden in principe niet uitgevoerd. (geregeld in reeks nietgepubliceerde omzendbrieven, waarin toepassingsvoorwaarden worden bepaald) Bij straffen van meer dan 6 maanden, maar niet meer dan 4 jaar: geen toepassing van de regels inzake de voorwaardelijke invrijheidsstelling en komen in aanmerking voor ambtshalve voorlopige invrijheidstelling na een in de omzendbrief bepaalde gedeelte van hun straf te hebben ondergaan. Hier is geen wijze van uitvoering van de straf. (als de voorlopige invrijheidsstelling niet wordt herroepen, zal na verloop van tijd de verdere strafuitvoering onmogelijk worden doordat de straf dan is verjaard.) Vrijheidsstraffen worden uitgevoerd in strafinrichtingen, instellingen van de staat. Het is de FOD Justitie, die beslist in welke penitentiaire instelling de veroordeelde terechtkomt. De strafinrichtingen worden vandaag onderverdeeld in open inrichtingen, halfopen inrichtingen en gesloten inrichtingen. (onder de gesloten instellingen bevinden zich de huizen van arrest en de eigenlijke strafinrichtingen) De instellingen van sociaal verweer horen niet in deze opsommig thuis: zij herbergen de geïnterneerden. De tenuitvoerlegging van de T.B.R. Als de terbeschikkingstelling van de regering (T.B.R.) wordt bevolen, wordt de betrokkene, na het uitzitten van zijn straf en voor de periode in het vonnis bepaald onder de voogdij van de minister van Justitie gesteld. De toetsingsprocedure is niet onderworpen aan art. 6 E.V.R.M., dat betrekking heeft op de verdediging bij vervolging wegens een strafbaar feit, is niet toepasselijk in het geval de minister van Justitie de internering gelast van een veroordeelde die ter beschikking van de Regering werd gesteld. De ter beschikking gestelde recidivist die door de minister werd geïnterneerd kan opkomen tegen de beslissing van de minister waardoor zijn internering wordt gelast. (art. 25 quater) Ter beschikking gesgtelde recidivisten, gewoontemisdadigers en (pedo)seksuelen kunnen vragen van de gevolgen van de T.B.R. ontheven te worden (art. 26 en 26 bis) Probatieuitstel en probatieopschorting, Voor de gevallen waarin de vonnisrechter beslist het uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf of de opschorting van de uitspraak van

28

de veroordeling aan bepaalde voorwaarden te verbinden, voorziet de wet in een infrastructuur om de effectieve naleving van deze probatievoorwaarden te controleren.

De Probatiecommissie kan de probatievoorwaarden in de loop van de proeftermijn geheel of gedeeltelijk opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, zonder ze evenwel te kunnen verscherpen (art. 12 § 1 Probatiewet) De probatiecommissie is een administratief college en geen rechtbank. Haar beslissingen worden volgens een contradictoire procedure genomen en zijn vatbaar voor hoger beroep bij de rechtbank van eerste aanleg (art. 12 § 2 Probatiewet) De herroeping van uitstel gebeurt in bepaalde gevallen van rechtswege, in andere gevallen is de herroeping facultatief. Bij herroeping van uitstel, kan straf die werd uitgesproken in het vonnis waarbij het uitstel werd toegestaan, worden uigevoerd (niet mogelijk bij opschorting) De herroeping van de opschorting is steeds facultatief. De straffen die worden uitgesproken ten gevolge van de herroeping van de opschorting of die uitvoerbaar worden ten gevolge van de herroeping van het uitstel, worden onder beperking samengevoegd met de straffen die worden uitgesproken voor het nieuwe misdrijf (art. 16 probatiewet) DE UITVOERING VAN BEVEILIGINGSMAATREGELEN De uitvoering van de maatregelen van de jeugdrechter Maatregelen van de jeugdrechter kunnen ook worden uitgevoerd door privéinstellingen. (art. 37 §2,3° Jeugdbeschermingwet) Jeugdrechter kan te allen tijde, op vordering van het openbaar ministerie of ambtshalve, de door hem genomen maatregelen intrekken of wijzigen (art. 60 Jeugdbeschermingwet). De tenuitvoerlegging van de internering De internering wordt uitgevoerd in de Instellingen van Sociaal Verweer (art. 14 al. 4 Wet Bescherming Maatschappij) Toezicht op internering gebeurd door Commissie Bescherming Maatschappij (art. 12 – 14 -15), bevoegdheid: beslissing over de eventuele invrijheidstelling van de geïnterneerde (de beslissingen van de Commissie Bescherming Maatschappij zijn vatbaar voor hoger beroep dat kan worden aangetekend bij de Hoge Commissie tot Bescherming van de Maatschappij, art. 13 en art. 19 en 19 bis)

29

Hoofdstuk 4. Uitwisseling en eerherstel

Eerherstel en automatische uitwissing van veroordeling betreffen niet de straf, maar de maatregelen die kunnen worden genomen nadat de straf is ondergaan, teneidne de reclassering van de betrokkene te bevorderen. Gevolgen: een uitgewiste straf of een straf waarvoor eerherstel werd toegekend kan niet meer in aanmerking komen voor de toepassing van de regels inzake recidive en uitstel en opschorting. AUTOMATISCHE UITWISSING  Wordt automatisch toegepast  Geen vervulling van voorwaarden  Geldt enkel t.a.v. politiestraffen  Gevolgen van herstel in eer en rechten EERHERSTEL  Kan enkel plaatsvinden ten gevolge van een gerechtelijke beslissing, die volgens een vrij omslachtige procedure tot stand komt (art. 621 – 634 Sv)  Zie art. 619 Sv  Persoon die voor eerherstel in aanmerking wenst te komen dient verzoek te richten aan procureur des Konings  Bepaalde voorwaarden

30

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful