Beleid Texelse scholen Rond “Agressie en Geweld”

Jacob Daalderschool Vliestraat 26 1794 AV Oosterend Maart 2007

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Inleiding Scholen hebben de verplichting om beleid te hebben rond het thema ‘Agressie en Geweld”. Er is afgesproken dat we op alle Texelse scholen hetzelfde raamdocument gebruiken, aangevuld met schoolbeleid over veiligheid en regels. De scholen die gebruik maken van dit document zijn: 1. De Bruinvis 2. Thijsseschool 3. J. Daalderschool 4. J.P. Strijbosschool 5. Kompasschool 6. J. Drijverschool 7. Durperhonk 8. De Hogeberg 9. Lubertischool 10. Jozefschool 11. De Fontein 12. De Akker 13. De Vrije School Het volledige beleid bevat informatie over agressie en geweld en procedures De volgende onderwerpen worden behandeld: - uitleg van het begrip agressie - gevolgen van agressie - opvang van slachtoffers van agressie en geweld - melding van agressie en geweld - evaluatie In de bijlagen zijn te vinden: adressenlijst formulier incidenten registratie procedure in stappen (schoolspecifieke bijlagen)

Pagina 2 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Inhoudsopgave
Inleiding 1. Begripsbepaling 1.1 1.2 Het begrip Agressie Gevolgen van agressie 1 4 4 4 6 6 6 8 8 9 10 10 10 11 11 14 15 15 15 16 16 16 17 18 18 19

2. Werken: opvang van slachtoffers van agressie en geweld 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 Inleiding De verwerking van schokkende gebeurtenissen Opvang van slachtoffers van schokkende gebeurtenissen Juridische opvang Collegiale opvang Opvang van de leerling Opvang van de hulpverlener De rol van de buitenwereld Signalen van een verstoord verwerkingsproces Opvanggesprekken Opvang en de publieke belangstelling

3. Werken: Melding van agressie en geweld 3.1 3.2 Melding van ernstige ongevallen als gevolg van agressie en geweld Melding van beroepsziekten en vermoede beroepsziekten als gevolg van agressie en geweld

4. Evaluatie 4.1 4.2 5. Jaarlijkse rapportage Teamoverleg als evaluatie Adressenlijst

6. Bijlagen Melding incident Kort protocol “schokkende gebeurtenis”

Pagina 3 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

1.

Begripsbepaling
Onder agressie en geweld wordt in de wetsbepaling verstaan: voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid. Deze wetsbepaling heeft niet alleen betrekking op werknemers, maar ook op andere personen zoals stagiaires, ouders, leerlingen, enz. Ook beperkt deze wetsbepaling zich niet alleen tot het schoolgebouw zelf, maar betreft ze ook de onmiddellijke omgeving van de school zoals het schoolplein. ( Zie hiervoor de Arbeidsomstandighedenwet 1998) Agressie en geweld kan zich op veel verschillende wijzen manifesteren. • Fysiek geweld, gericht op het lichaam van werknemers, onder andere schoppen, slaan, verwonden, vastgrijpen. • Psychisch geweld tegen werknemers, onder andere lastig vallen, bedreigingen met geweld, chantage, onder druk zetten, irriteren, achtervolgen. • Seksueel geweld tegen werknemers, onder andere seksistische opmerkingen, seksuele toespelingen, ongewenste intimiteiten. • Discriminatie van werknemers in woord of gedrag.

1.1 Het begrip Agressie

• • • • •

Verbaal geweld tegen werknemers (voor zover niet vermeld onder de voorgaande categorieën), onder andere schelden, beledigingen. Agressie via Internet, o.a. bedreigingen, schelden, beledigingen via internet, mail, msn, sms, chatboxen Vernielingen van objecten in het bijzijn van de werknemer. Vormen van geweld tegen bedrijven of instellingen waardoor medewerkers zich onveilig of bedreigd voelen. Vormen van geweld in de omgeving van bedrijven of instellingen waardoor medewerkers zich bedreigd voelen.

In het onderwijs vindt men al deze vormen van geweld in meerdere of mindere mate terug. Tevens kent men in het onderwijs nog een dimensie van geweld, namelijk het geweld van leerlingen onderling waardoor het personeel zich bedreigd kan voelen; ook als het geweld niet direct tegen henzelf, de instelling of de omgeving van de instelling is gericht. 1.2 Gevolgen van agressie Agressie vormt een risico voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van een mens. Ook is agressie een risico voor personeel en derden die zich binnen de schoolomgeving bevinden. Hieronder komen de voornaamste gevolgen van agressie en geweld kort aan de orde. 1.2.1.de persoon De gevolgen van agressie voor de getroffen persoon zijn heel divers. In grote lijnen is een onderscheid te maken uit de volgende gevolgen: • Fysieke gevolgen, bijvoorbeeld blauw oog, kneuzingen, bloedneus, beten in lichaamsdelen. Gevolgen kunnen

Pagina 4 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

• •

zijn: langdurig (ziekte)verzuim, studieresultaten, inkomensderving. Beschadigde eigendommen, zoals kapotte kleding, tassen, boeken. De gevolgen zijn vooral van materiële en financiële aard. Psychische gevolgen. De duur van de psychische gevolgen moet hierbij in ogenschouw genomen worden. Hoe langer de psychische gevolgen duren hoe groter de kans op het ontwikkelen van psychosomatische klachten of een post traumatisch stress syndroom wordt. Vaak is hierin een geleidelijke lijn waarneembaar die loopt van bijvoorbeeld angstgevoelens/gevoelens van hulpeloosheid/schuldgevoelens naar eetstoornissen/slaapstoornissen naar hoofdpijnklachten/maagdarm klachten/rugpijn naar burnout. Bij een post traumatisch stress syndroom zijn de gevolgen voor de getroffen persoon zo zwaar en langdurig dat het gewone dagelijkse handelen niet meer kan plaatsvinden. We spreken dan van een verstoorde verwerking. De persoon is hierdoor fysiek en mentaal volledig uitgeput geraakt. Sociale gevolgen. Met het verwerken van traumatische gebeurtenissen en geleden schade doet de getroffen persoon een verhoogd appèl op zijn privé-situatie. Niet zelden zien we dat de omgeving van slachtoffers deze opvang niet aankan en dat de verhoudingen op dit vlak verstoord raken. Het kan hierbij gaan om collega’s waarmee betrokkenen ook vriendschappelijk omgaan, gezinsleden, familie, vrienden en buren.

1.2.2. Voor de school Een toenemend aantal van incidenten en slachtoffers van agressie en geweld kan negatieve gevolgen hebben voor de organisatie. In grote lijnen zijn de volgende gevolgen te onderscheiden: • Hogere kosten, zoals ziekteverzuimkosten en vervangingskosten, verhoogd aantal arbeidsongeschikten. • Materiële gevolgen, zoals vervanging van kleding, vervanging en reparatie van kapotte materialen in de school, claims, tijd en energie die wordt beesteed door medewerkers om incidenten op te lossen. • Werkklimaat in de school gaat achteruit. Een gevolg kan zijn dat medewerkers en leerlingen onverschillig of cynisch raken, collegialiteit neemt af, motivatie om kapotte materialen of onveilige situaties aan te pakken neemt af, onveiligheidsgevoelens en een sfeer van “ieder voor zich” neemt toe. • Prestaties van de schoolorganisatie gaan achteruit. De houding van docenten naar leerlingen wordt steeds minder positief, kapotte schoolmaterialen belemmeren het optimaal lesgeven, de pedagogische basis raakt aangetast. • Slecht imago, waardoor problemen ontstaan met de werving van personeel, problemen met inschrijven van voldoende leerlingen, hoog leraar- en leerling-verloop, devaluatie van beroepswaardering in onderwijsfuncties.

Pagina 5 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

2. Werken: opvang van slachtoffers van agressie en geweld
2.1 inleiding In het kader van Arbobeleid neemt de opvang van slachtoffers van agressie en geweld een belangrijke plaats in. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verwerking en opvang van schokkende gebeurtenissen. 2.2.1 Wie zijn de slachtoffers? Niet alleen degene die de confrontatie met de agressor meemaakt is slachtoffer. Ook de leerlingen/leerkrachten die toeschouwer waren van het incident, een te hulp schietende collega of ouders en familie kunnen emotioneel geraakt worden door het gebeuren. Het is daarom beter om te spreken van alle personen die direct en indirect bij het incident zijn betrokken en hier hinder van ondervinden. 2.2.2 Hoe verloopt de verwerking? Of een gebeurtenis als schokkend wordt ervaren verschilt van persoon tot persoon. Ook is het van belang hoeveel de betreffende persoon op dat moment in andere situaties te verwerken heeft. Een leerling waarvan juist de moeder plotseling in het ziekenhuis is opgenomen kan op zo’n moment minder verdragen van agressie dan wanneer dit niet het geval zou zijn. De meeste mensen gedragen zich na een schokkende gebeurtenis gedurende een bepaalde periode anders. Psychische en lichamelijke klachten zijn in zo’n periode normaal. Ook zien we vaak dat concentratie- en geheugenprocessen in zo’n fase wat moeizamer verlopen. Dit zijn normale reacties op een abnormale gebeurtenis. Vaak zien we dat mensen incidenten in gedachten of in dromen herbeleven. Allerlei geluiden, geuren en beelden kunnen de betreffende gebeurtenis nog een tijd na het incident in herinnering oproepen. Deze perioden van herbeleven worden vaak afgewisseld met ontkenning. Via de ontkenning lukt het slachtoffers om de gebeurtenis even “opzij te parkeren” zodat het gewone leven weer zijn gang kan gaan. Het kan zijn dat het slachtoffer in deze periode behoefte heeft om de situatie die aan de gebeurtenis herinnert voor enige tijd te vermijden. De plaats van het gebeuren of de betreffende klas wordt dan liever even gemeden. Deze rust is nodig om de emoties te kunnen verwerken, en niet opnieuw te worden overspoeld met gevoeligheden. Een ander defensiemechanisme dat we bij kinderen vanaf heel jonge leeftijd zien, is het “vakantie nemen van de depressieve stemming”. Kinderen vertonen dan gedrag van overdreven levendigheid, lawaai, onrust en ongerichte activiteit. Het gaat hier in feite ook om afweergedrag want er is gen sprake van echte opgewektheid of constructief met activiteiten aan de gang gaan. Het verwerken van schokkende gebeurtenissen kost veel energie. Deze energie gaat ten koste van de dagelijkse activiteiten. Uiterlijk wordt de betreffende ervaring verwerkt en krijgt een plaats in het bestaan van de betreffende persoon. De meeste getroffenen lukt het om op eigen krachten de gebeurtenis te verwerken. Zo’n verwerkingsproces kan van een paar weken tot een jaar duren, al naar gelang de ernst van het incident en de draagkracht van de getroffene op dat moment.

2.2 De verwerking van schokkende gebeurtenissen

Pagina 6 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

De persoonlijkheid van de betreffende persoon, eerdere ervaringen, maar ook zeker de mate van steun vanuit de omgeving spelen hierbij eveneens een rol. Wanneer herbeleving en ontkenning te lang aanhouden is er waarschijnlijk sprake van een post traumatisch stress syndroom. 2.2.3 Kenmerken van schokkende gebeurtenissen Schokkende gebeurtenissen kenmerken zich door: • gevoelens van machteloosheid; • een acute ontwrichting van het dagelijkse leven; • een extreem onbehagen. 2.2.4 De invloed van steun Sociale steun blijkt niet alleen bij schokkende gebeurtenissen belangrijk te zijn. Het vormt vaak een verhoging van de weerstand tegen stress in het algemeen. Mensen die sociale steun uit hun omgeving ervaren via vrienden, collega’s, familie, leidinggevenden ondervinden dat er erkenning is voor hun gevoelens. Bij schokkende gebeurtenissen geschiedt dit in de vorm van erkenning, begrip, troost, aandacht, informatie, aanmoediging, praktische ondersteuning en samen verwerken. Ook collega’s kunnen elkaar op deze vaak heel simpele wijze ondersteunen in de dagelijkse stress en bij incidenten in het bijzonder. Op heel veel scholen zij de collegiale verhoudingen gelukkig zodanig dat deze steun goed mogelijk is. De afwezigheid van steun, of zelfs negatieve reacties kunnen zeer nadelige invloed hebben op het verwerkingsproces. Dit wordt ook wel secundaire victimisatie genoemd. Secundaire victimisatie zien we in verwerkingsprocessen ook optreden wanneer er lang getouwtrek ontstaat over claims, juridische procedures over schuld of bewijslast en uitblijven van informatie over het gebeurde. We zien dan vaak dat veel energie van het slachtoffer in de vorm van irritatie, vechten, onderzoek en discussie gaat zitten die ten koste gaat van het verwerkingsproces. Bovenstaande klachten zijn heel normale reacties als gevolg van het meemaken van schokkende gebeurtenissen. Zij horen bij het verwerkingsproces dat mensen na een ingrijpende ervaring doorlopen. 2.2.5 Verwerkingsfasen Het verwerkingsproces kan onderverdeeld worden in een aantal fasen. Hieronder worden deze verwerkingsfasen kort behandeld. Fase 1: De ‘outcry’-fase In deze fase treedt de eerste emotionele reactie op. Deze is vaak reflexmatig van aard, zoals bijvoorbeeld het roepen van “kijk uit”! In sommige gevallen treedt er geen ‘outcry’-fase op en er is meteen sprake van de tweede fase. Fase 2: De ontkenningsfase Gedurende de tweede fase probeert de betrokkene uit zelfbescherming de herinnering aan de gebeurtenis te mijden en wil er ook niet over praten. Door het ontkennen van de herinnering voorkomt de betrokkene dat hij door emoties overspoeld wordt en niet goed meer in het gewone dagelijkse leven kan functioneren. Fase 3: De herbelevingfase In deze fase is de betrokkene eraan toe de gebeurtenis te

Pagina 7 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

herbeleven. Door deze herbeleving wordt gereconstrueerd wat de betrokkene heeft meegemaakt. Hierdoor krijgt de gebeurtenis een plaats in het bestaan en wordt langzaam toegewerkt naar acceptatie van het gebeurde. Fase 4: De doorwerkingfase In deze fase is de betrokkene in staat de schokkende gebeurtenis en de consequenties, die deze voor het verdere leven heeft, onder ogen te zien. Fase 5: De voltooiingfase Hierbij is er een terugkeer van de proporties van het dagelijks leven, waarbij de betekenis van de gebeurtenis geïntegreerd is in de wijze waarop de betrokkene zichzelf en de buitenwereld ziet. De schokkende gebeurtenis is verwerkt en de betrokkene pakt de draad van het leven weer op. 2.3 Opvang van slachtoffers van schokkende gebeurtenissen 2.3.1 Inleiding De persoon die heeft gezorgd voor de eerste opvang van de medewerk(st)er/leerling, zoekt samen met het slachtoffer naar eventuele mogelijkheden om het probleem zelf tot een oplossing te brengen of de schade te regelen. De eerste opvang wordt in principe altijd gedaan door de directeur; bij diens afwezigheid door een leerkracht (hierna genoemd de opvanger.) De persoon die het slachtoffer opvangt dient de vertrouwelijkheid van informatie van het slachtoffer en de betreffende situatie te respecteren en zal geen stappen ondernemen zonder toestemming van het slachtoffer en diens ouders/verzorgers. Alleen op verzoek van het slachtoffer (en diens ouders) kan aangifte worden gedaan bij de politie. De persoon die het slachtoffer opvangt kan daarbij desgevraagd begeleiden en helpen in de procedure of voorzien van informatie. De opvang heeft ook een belangrijke taak bij de nazorg. Het doel hierbij is om te voorkomen dat het slachtoffer onnodig hinder ondervindt bij zijn terugkomst; in welke vorm dan ook. Via een aantal (na)gesprekken wordt door de opvanger in de gaten gehouden of het verwerkingsproces goed verloopt en hoe de thuissituatie hiermee omspringt. Zo nodig wordt door de opvang expertise aangevraagd of doorverwezen naar professionele hulpverlening. Van de opvanger wordt verwacht dat deze zorg draagt voor het invullen van het registratieformulier (zie bijlage) 2.3.2. • • • • 2.4 Juridische opvang Voorwaarden voor de opvanger De opvanger kan zelfstandig deskundigen raadplegen. De opvanger is een directielid of dient rechtstreeks toegang te hebben tot de directie De directie heeft toegang tot de personeels/leerlinggegevens. De opvang verdient daar waar nodig scholing in het voeren van opvanggesprekken.

2.4.1 Aangifte bij de politie Wanneer iemand slachtoffer is geworden van een misdrijf, dan doet zo iemand normaal gesproken aangifte bij de politie. Dit kan in de

Pagina 8 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

schoolsituatie soms zo lopen dat de politie ter plekke wordt geroepen en dat op school reeds een proces verbaal wordt opgemaakt. De politie is daarbij ook een instantie waar de school en het slachtoffer voor informatie en hulp terechtkunnen bij misdrijven. De school kan hierbij de hulp inroepen van de ‘schoolagent’. Het kan natuurlijk ook zo lopen dat het slachtoffer of de ouders hiervan besluiten om na het incident in de school alsnog aangifte te doen op het politiebureau. Ook is het mogelijk om hier te bespreken wat aangifte van het betreffende incident voor effect heeft. Dan wordt dus alleen informatie over het doen van aangifte gevraagd. Bij de politie kan altijd aangeven worden of men de aangifte met een man of een vrouw wil bespreken. Degene die op school de opvang verzorgt kan aanbieden om mee te gaan naar het politiebureau. Ook kan het slachtoffer in deze situaties altijd vragen om begeleiding van een medewerker van Bureau Slachtofferhulp. Een kopie van de aangifte kan nodig zijn voor de verzekering van het slachtoffer om de geleden schade vergoed te krijgen. Als er geen aangifte wordt gedaan, kan de school besluiten om melding te doen van het incident. Als er een melding wordt gedaan, gebeurt dit altijd door de directeur van de school In voorkomende gevallen kan de politie of de school ook de dader van het incident vragen om de schade aan het slachtoffer te vergoeden. Ook kan het zijn dat de schade wordt behandeld door de officier van justitie of de rechter in een strafproces. Het is daarbij goed om te beseffen dat de incidenten waar wij hier over spreken niet tot een strafzaak hoeven te leiden. Tot slot: als iemand een strafbaar feit pleegt dan is hij/zij in principe zelf verantwoordelijk voor de financiële gevolgen. Hierin neemt de directie van de school een duidelijk standpunt. De school bemiddelt hier hoogstens in. 2.4.2 Melding bij de arbeidsinspectie Onder punt 3.1 staat vermeld hoe en wanneer incidenten met betrekking tot geweld en agressie kunnen worden aangemeld bij de arbeidsinspectie. Daarnaast is het te allen tijde mogelijk om al werknemer of leerling/student een klacht in te dienen bij deze arbeidsinspectie over arbeidsomstandigheden die te maken hebben met artikel 3 uit de Arbo-wet (zie adressenlijst) Ook de MR kan voor deze kwesties naar de arbeidsinspectie stappen met klachten. De arbeidsinspectie bezoekt ook zelf scholen om de arbeidsomstandigheden en de aanpak van risico’s te controleren. 2.4.3 Melding bij de arbeidsinspectie Bij vragen over geweld en/of seksuele intimidatie vormen de vertrouwensinspecteurs belangrijke aanspreek- en steunpunten voor de school. (zie adressenlijst) 2.5 Collegiale opvang Veel leraren/docenten die slachtoffer of dader zijn geworden van geweld en agressie willen hier graag over praten. Collegiale steun is hierbij erg belangrijk. Ook leraren die getuige waren van een gewelddadig incident, tussenbeide zijn gekomen of het slachtoffer hebben opgevangen zijn er vaak slechter aan toe dan de omgeving denkt. Veel mensen en ook medewerkers van de school denken, vaak nog onterecht, dat dit bij de kennis en vaardigheden van het vak hoort. Maar ook mensen die slachtoffers opgevangen hebben, hebben

Pagina 9 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

behoefte aan ondersteuning en ruimte om gevoelens te ventileren. Het gaat hierbij vaak om de directe opvang na het incident. Wanneer iemand er dan toch langer mee rondloopt, dan zien we vaak klachten optreden en uiteindelijk ziekteverzuim. De bedrijfsarts is dan degene die het incident of de aaneenschakeling van gebeurtenissen te horen krijgt. Door een aantal Arbo-diensten wordt dan doorverwezen naar een psycholoog of bedrijfsmaatschappelijk werker. De directeur draagt zorg voor de vervolgopvang en gaat na hoe herhaling voorkomen kan worden. 2.6 Opvang van de leerling Na terugkeer op de school nodigt de groepsleerkracht of mentor de betrokken leerling uit voor een gesprek. In dit gesprek kan geïnformeerd worden naar de gevoelens van de betrokkene, bijvoorbeeld “Wat is er nu precies gebeurd?”, “Wat vond je het ergste?”, “Vind je het moeilijk om in de groep te verschijnen?”, “Is er iets wat ik voor jou zou kunnen doen?”. Alle gevoelens en emoties die bij de betrokkene tijdens dit gesprek naar boven komen kunnen daarbij zo veel mogelijk positief worden benoemd en onvoorwaardelijk worden geaccepteerd. De leerkracht kan aangeven dat deze gevoelens en emoties normaal zijn na zo’n gebeurtenis en dat ze horen bij een goede verwerking. Daarnaast kan de leerkracht informeren of de betrokkene genoeg sociale steun ondervindt van klasgenoten, familie en vrienden. De rol van de leerkracht in het verwerkingsproces heeft vooral een steunend karakter. Een snelle en adequate afhandeling van eventuele schade aan persoonlijke uitrusting, eigendommen, declaraties van geneeskundige verzorging en dergelijke kunnen het verwerkingsproces aanzienlijk bespoedigen.. Iedereen kent wel situaties in het leven waarin opvang van collega’s, vrienden of familie gewenst is. Kenmerkend in zo’n situatie voor de opvanger is vaak dat er naast de dagelijkse bezigheden plotseling allerlei extra tijd voor gesprekken, bezoeken en ondersteunende diensten bij komt. Daarbij wordt de opvanger tijdens deze gesprekken en gebeurtenissen vaak geconfronteerd met emotionele aspecten die hem zelf als mens ook kunnen raken. Als steunverlener ben je er echter voor de ander en is er weinig ruimte om deze eigen beleving op dat moment te ventileren. De drukte van zo’n situatie laat bovendien weinig gelegenheid voor verwerking van dit alles. Wanneer alles dan eenmaal achter de rug is, verdient de opvang rust en ruimte om zelf te verwerken. Wanneer zo’n traject langer gaat duren dan een of twee weken dan is het van belang om voor vervanging van de opvang te zorgen. Er wordt dan opvang geregeld met meer mensen en bij toerbeurt gewerkt. De directie is verantwoordelijk voor de organisatie hiervan. 2.8 De rol van de buitenwereld Veel klachten kunnen doorspelen in het privé-leven van de betrokkene en op dit gebied tevens problemen veroorzaken. Het is belangrijk dat de buitenwereld (leidinggevende, collega’s, partner, familieleden en vrienden) de betrokkene de mogelijkheid geeft om over het incident en zijn emoties te praten op het moment waarop deze dat nodig heeft. Het komt vaak voor dat de betrokkene niet over zijn emoties durft te praten, omdat hij zich door de buitenwereld niet begrepen voelt.

2.7 Opvang van de hulpverlener

Pagina 10 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Bijvoorbeeld onbegrip bij de leidinggevende ( “Ik heb hem toch de dag erna vrij gegeven”), grappen van collega’s (“Wij kunnen er wel tegen”), reacties van partner en familieleden (vinden het beroep te gevaarlijk, zien betrokkene niet meer als de krachtige steun in het gezin). Bejegeningfouten die door de buitenwereld vaak gemaakt worden, zijn: Bagatelliseren: dit wordt door de betrokkene als zeer grievend en als een extra trauma ervaren (‘Het had toch veel erger gekund?’) • Het niet erkennen van de psychische gevolgen van de gebeurtenis: Het is toch goed afgelopen? • Geen opvang geboden: Men praat over van alles, zoals het weer, het werk, collega’s, maar vermijdt om over het incident te praten. Men negeert het gebeurde en de emoties. • Slachtoffer krijgt de schuld van de gebeurtenis: hierbij speelt vaak een rol welke functie het krijgen van de schuld heeft voor degene die de beschuldiging uit: het is voor de spreker veiliger een ander de schuld te geven, de spreker zelf is niet zo stom, de spreker zelf zal deze gebeurtenis nooit hoeven door te maken. • Het ten onrechte verdenken van het slachtoffer: soms wordt de betrokkene nog al eens in de verdachtenhoek geplaatst. Het effect hiervan is vaak zeer ingrijpend. • Verkeerde grappen maken: bijvoorbeeld: “Zo, Jan, een nieuwe hobby?” Het vermijden van deze bejegeningfouten door de buitenwereld draagt bij aan een goed verwerkingsproces: de betrokkene voelt zich begrepen en kan zijn verhaal kwijt 2.9 Signalen van een verstoord verwerkingsproces Soms komt het voor dat het verwerkingsproces stagneert. Wanneer de klachten na ongeveer twee maanden niet minder zijn geworden of zelfs zijn verergerd, kan het noodzakelijk zijn dat de betrokken persoon professionele begeleiding krijgt. Deze begeleiding bestaat doorgaans uit een aantal gesprekken met een maatschappelijk werker of psycholoog, waarin eventueel ook de partner en andere gezinsleden betrokken kunnen worden. De school kan bemiddelen bij het zoeken naar adequate professionele ondersteuning. Signalen voor een verstoorde verwerking zijn: • Stressreacties houden aan • Uitval door verzuim: let op vermijdingsgedrag en drankgebruik (frequent kort verzuim). • Sociaal terugtrekken: gevoel van vertrouwen door trauma aangetast. • Medicijngebruik. • Depressieve klachten. • Spanningsklachten (met name hoofdpijn, hyperventilatie, buikklachten, rugklachten). Ook wanneer professionele begeleiding wenselijk is, blijft het belangrijk dat de betrokkene zich begrepen voelt door de buitenwereld. Hij moet ook nu overtuigd worden dat het krijgen van professionele hulp een heel normale zaak is na het meemaken van een schokkende gebeurtenis.

Pagina 11 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

2.10 Opvanggesprekken

Op verschillende momenten in het verwerkingsproces houdt de hulpverlener een opvanggesprek. De locatie van gesprek wordt voor zoveel mogelijk door de hulpaanvrager bepaald. De opvang moet in principe een goede, neutrale en vooral rustige gespreksruimte kunnen aanbieden. Verstoring van het gesprek dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. 2.10.1 Directe opvang ( eerste gesprek) Na een schokkende gebeurtenis is het van belang dat de betrokken personeelsleden of leerlingen direct worden opgevangen. De directe opvang geschiedt in de meeste gevallen door omstanders of personen die toevallig in de buurt zijn. Pas hierna zal degene die belast is met de opvang in de school (b.v. de vertrouwenspersoon) erbij betrokken worden. Voor onze school is dat de directeur. Direct na het incident is er vaak behoefte aan ondersteuning bij allerlei praktische zaken. Het is dan verstandig om vervoer te regelen en eventuele begeleiding naar huis aan te bieden. Indien het slachtoffer in een shocktoestand verkeert, dan zal hij dit zelf vaak niet onderkennen en toch zelf willen gaan rijden. Het is goed om te bedenken dat het slachtoffer onderweg naar huis of een ander adres nog steeds in werktijd of schooltijd opereert en dus onder de verantwoordelijkheid van de school valt. Het kan praktisch van nut zijn wanneer er naar huis gebeld wordt om te informeren of er iemand thuis is en of er bijvoorbeeld opvang moet worden geregeld. In het geval van leerlingen worden altijd de ouders op de hoogte gesteld. Als er geen ouders/verzorgers bereikt kunnen worden zorgt de school voor opvang, tot de ouders komen. Ook kan het nodig zijn dat er iemand meegaat naar het ziekenhuis of de huisarts. Tijdens de directe opvang kunnen de volgende gespreksonderwerpen aan bod komen: • Het opvangen van de betrokkene(n) en hem/haar of hen hun verhaal over het gebeurde te laten vertellen. Dit om emoties rond het gebeuren zoveel mogelijk te ventileren en te uiten. • De betrokkene(n) informeren over de reacties die zich kunnen voordoen na het meemaken van een schokkende gebeurtenis. Het op de hoogte zijn van de reacties op een schokkende gebeurtenis is voor betrokkenen belangrijk aangezien deze kennis weer een stukje controle over hun leven teruggeeft: zij zijn van tevoren op de hoogte van welke reacties zij last kunnen krijgen. Tevens kan informatie over eventuele reacties van de buitenwereld (collega’s, partner, familie en vrienden) nuttig zijn. • Het thuisfront of contactpersoon, die door betrokkene is doorgegeven moet in kennis gesteld worden. Ervoor zorgdragen dat de betrokkene(n) naar huis gebracht word(t)(en) of door iemand van het thuisfront word(t)(en) opgehaald. • De betrokkene(n) de mogelijkheid bieden de volgende dag thuis te blijven. Omdat de gebeurtenis gepaard gaat met de nodige emoties zal de praktische opvang vooral gericht zijn op het structureren en begeleiden van de diverse acties die erna volgen. Vaak is het praktisch om tijdens deze uren allerlei aantekeningen en telefoonnummers die langskomen voor het slachtoffer te noteren.

Pagina 12 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Bij de eerste opvang gaat het tevens om: • In kaart brengen wie slachtoffers zijn, wat er precies is gebeurd. • Samen met de slachtoffers de registratie kort na het gebeuren optekenen, vermijdt mogelijke vertekening door emotionele en cognitieve processen op een later moment. • Afwegen met slachtoffer of doen van aangifte bij de politie nodig is. • Sociale steun in kaart brengen van collega;s en thuis. • Aantal steunverlenende gesprekken voeren of regelen waardoor het slachtoffer zijn verhaal kwijt kan. • Collega’s / medeleerlingen stimuleren om er over te durven praten. • Afspraken maken met het slachtoffer over de tijdelijke vermijding van moeilijke situaties. • Bij zwaardere incidenten een “vinger aan de pols houden” gedurende de eerste zes weken. • Bij vermoeden van een post traumatisch stresssyndroom doorverwijzen naar professionele hulp. • Bij extreme calamiteiten hulp inroepen van een gespecialiseerde instantie. • Contacten met de pers hanteren. 2.10.2 Gesprek binnen 3 dagen Binnen drie dagen na het incident is het aan te raden om een tweede gesprek met de betrokkene(n) te laten plaatsvinden. Tijdens dit gesprek komen onderstaande punten aan bod: • Veelal zal de betrokkene terugkomen op de schokkende gebeurtenis en hierover willen praten. • Men informeert naar de reacties op het gebeurde, hoe het na de directe opvang is verlopen en hoe het thuisfront reageert (met het ook op de sociale steun), indien de betrokkene deze zaken niet vermeldt. Ook nu weer moet benadrukt worden dat de reacties heel normaal zijn na een dergelijke gebeurtenis. • De betrokkene inlichten over alle mogelijkheden die er zijn om psychische hulp te krijgen binnen en buiten het bedrijf (bedrijfsarts, maatschappelijk werker, zelfstandig gevestigde psycholoog, enzovoort). • Men moet de betrokkene de mogelijkheid bieden om, wanneer deze hieraan behoefte heeft, situaties te mijden. • De mentor of groepsleerkracht is de aangewezen persoon om op dit moment eventuele schade aan persoonlijke uitrusting, eigendommen, declaraties van geneeskundige verzorging en dergelijke af te handelen. Een snelle afhandeling van deze zaken heeft een positieve invloed op het verwerkingsproces. 2.10.3 Gesprek binnen 3 weken Het derde gesprek vindt ongeveer twee weken na de gebeurtenis plaats. Dit gesprek bevat voor een groot deel dezelfde onderwerpen als het tweede gesprek. Maar, doordat na ongeveer 14 dagen duidelijk wordt hoe de verwerking tot dan toe verloopt, kan voorkomen worden dat nare beelden of gevoelens over de gebeurtenis verdrongen of vermeden worden. In dit gesprek wordt dieper ingegaan op de af- of toename van de stressreacties bij de betrokkene. Punten die in dit gesprek aan de orde komen, zijn:

Pagina 13 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

• • • •

Betrokkene zijn verhaal laten doen en navragen. Navragen hoe de verwerking verloopt en eventueel uitleg daarover geven aan de betrokkene. Het bespreken van de reacties van de buitenwereld. Ondersteunen bij terugkeer.

2.10.4 Afsluitend gesprek Dit gesprek is de afsluiting van de opvanggesprekken en vindt ongeveer twee maanden na de gebeurtenis plaats. Op dit tijdstip krijgt men een indicatie of het verwerkingsproces goed verloopt of dat er sprake is van verwerkingsproblemen (verstoord verwerkingsproces). Als de stressreacties grotendeels zijn verdwenen, wordt bij wijze van afsluiting gesproken over de veranderingen die zich onder invloed van de gebeurtenis hebben voorgedaan. Hierbij kan men denken aan wijzigingen in waarden en opvattingen over de betekenis en plaats van het werk in het privé-leven. Wanneer de stressreacties niet of nauwelijks zijn afgenomen, is er sprake van een verstoord verwerkingsproces. Op dat moment dient de betrokkene door verwezen te worden naar een deskundige hulpverlener (bedrijfsmaatschappelijk werker, psycholoog). Punten die in het vierde gesprek aan bod komen, zijn: • Navragen hoe het verwerkingsproces verloopt. • Het bespreken welke veranderingen zich hebben voorgedaan. • Bij problemen in het verwerkingsproces moet de betrokkene geïnformeerd worden over d doorverwijzingmogelijkheden. 2.11 Opvang en de publieke belangstelling Gebeurtenissen met betrekking tot agressie en geweld genieten vaak veel publieke belangstelling. Niet zelden worden verantwoordelijke functionarissen, directies van scholen, slachtoffers en getuigen op directe wijze voor het voetlicht gebracht. Het hele proces van opvang en communicatie met ouders, leraren en omgeving wordt hierdoor beïnvloed. Alleen de directie van de school onderhoudt de communicatielijnen met de pers. Indien nodig wordt door de directie iemand ingeschakeld die ervaring heeft het omgaan met de pers.

Pagina 14 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

3. WERKEN: MELDING VAN AGRESSIE EN GEWELD
3.1 Melding van ernstige ongevallen als gevolg van agressie en geweld Met de komst van de Arbo-wet 1998 hoeft alleen het ernstige ongeval nog maar gemeld te worden aan de Arbeidsinspectie; voor sommige ongevallen geldt wel nog een registratieverplichting in een ongevallenregister (zie schema hieronder). Onder ongeval wordt hier verstaan: een aan een werknemer in verband met het verrichten van de arbeid overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid of de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en ertoe heeft geleid dat de werknemer tijdens de werktijd de arbeid heeft gestaakt en niet meer heeft hervat, dan wel met de arbeid geen aanvang heeft gemaakt . Er is sprake van een ernstig ongeval indien iemand lichamelijke en/of geestelijke schade aan de gezondheid heeft opgelopen die binnen 24 uur na het ongeval leidt tot opname in een ziekenhuis ter observatie of behandeling, dan wel naar redelijk oordeel blijvend zal zijn. Bij een ernstig ongeval doet de werkgever hiervan onmiddellijk en schriftelijk mededeling aan een ambtenaar van de Arbeidsinspectie. Registratie en melding kort samengevat: Aanbevolen registratie: (Bijna) ongevallen en gevaarlijke situaties Verplichte melding aan Arbeidsinspectie: Ernstige ongevallen

Verplichte registratie: Arbeidsongevallen die hebben geleid tot ziekte- of studieverzuim Werkdocumenten: - ongevallenregister - registratieformulier agressie en geweld voor intern gebruik

Werkdocumenten: - ongevallenregister - registratieformulier agressie en geweld voor intern gebruik

Werkdocumenten: - ongevallenmeldings gegevensoverzicht Arbeidsinspectie - ongevallenregister - registratieformulier agressie en geweld voor intern gebruik

3.2 Melding van beroepsziekten en vermoede beroepsziekten als gevolg van agressie en geweld.

Van een beroepsziekte is sprake wanneer een ziekte of aandoening in hoofdzaak het gevolg is van arbeid of arbeidsomstandigheden. Van een vermoede beroepsziekte is sprake wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een ziekte of aandoening in hoofdzaak het gevolg is van arbeid of arbeidsomstandigheden. Indien er sprake is van een vermoeden dat een medewerker van de school lijdt aan een beroepsziekte meldt de betreffende arbodienst dit aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. De verplichting voor de werkgever om beroepsziekten te melden bij de Arbeidsinspectie is in de Arbo-wet 1998 komen te vervallen.

Pagina 15 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

4. Evaluatie
4.1 Jaarlijkse rapportage Het evalueren is iets dat permanent de aandacht hoort te hebben. Volgens de Arbo-wet is de school verplicht om jaarlijks te rapporteren over de uitvoering van het Plan van Aanpak dat is opgesteld naar aanleiding van de ri&e. De directie voert over de jaarlijkse rapportage vooraf overleg met de MR en de belanghebbende werknemers. Bij dit overleg wordt ook steeds vastgesteld of de risicoinventarisatie en –evaluatie nog actueel zijn. Deze worden aangepast indien dat nodig blijkt. Om een adequaat beleid te voeren op het gebied van agressie en geweld vindt er één keer per jaar overleg plaats over dit onderwerp. Het reguliere teamoverleg is een goede gelegenheid om het beleid met betrekking tot agressie en geweld geregeld (ieder kwartaal) aan de orde te laten komen. In dit overleg kunnen dan de meldingsformulieren van de afgelopen periode worden besproken en kunnen ervaringen met agressie en geweld aan bod komen en de manier waarop daarop gereageerd is. Bekeken kan worden of het gevoerde beleid en/of gebruikte materialen (b.v. de formulieren) bijstelling behoeven. Bij de bespreking van (persoonlijke) incidenten wordt idealiter de zogenaamde “veilige groepsgrootte” van maximaal 8 à 10 medewerkers niet overschreden. Dit heeft tevens het voordeel dat de problemen bij analyse herkenbaar en generaliseerbaar zijn naar bijvoorbeeld leeftijd, materiële omgeving, leerniveau, populatie, buurt.

4.2 Teamoverleg als evaluatie

Pagina 16 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Adressenlijst
Arbeidsinspectie Kantoor Amsterdam (dichtst bij gelegen) Radarweg 60 1043 NT Amsterdam Postbus 58366 1040 HJ Amsterdam tel. 020-5812612 fax. 020-6864703 Hoofdkantoor Postbus 11563 2502 AN Den Haag tel. 070-3044500 fax. 070-3044593 Arbeidsinspectie www.arbeidsinspectie.nl Meldpunt vertrouwensinspecteurs: 0900-1113111 Bureau Jeugdzorg Telefonische aanmeldspreekuur tel. 0900-2223330 op maandag t/m vrijdag van 10.30 tot 12.30 uur Bezoekuren Alleen na afspraak op het aanmeldspreekuur maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 12.30 uur en van 13.00 tot 17.00 uur Opvoedtelefoon tel. 0900-8212205 op maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur en maandag, dinsdag- en woensdagavond van 19.00 tot 21.30 uur Politie 112 (bij ernstige incidenten) 0900-8844 (bij minder spoedeisende gevallen) Vertrouwenspersoon gemeente Texel Goos Westerlaken Hogereind 20 1793 AG De Waal 0222-314203 Leerplichtambtenaar gemeente Texel Rieki van Dijk Gemeentehuis Texel 0222-362262 Advies & Meldpunt Kindermishandeling 0900-1231230 Bezoekadres Koningsplein 1, 1781KK DEN HELDER 0223 613081 0223 674050 Inspectie onderwijs Kantoor Haarlem Postbus 431 2100 AK Heemstede tel. 023-5483489 fax. 023-5483485 Arbo Dienst voor Arbeid en Gezondheid West-Friesland (AGW) Koopvaarder 1 1625 BZ Hoorn Postbus 4203 1620 HE Hoorn tel. 0229-247614 fax. 0229-213007 e-mail: info@arbodienstagw.nl www.arbodienstagw

Pagina 17 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Bijlagen:
Melding incident
Datum: ………………………………. Incidentbeschrijving: …………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………… …................................... Melder: Slachtoffer: Dader: ………………………………………………………….. ………………………………………………………….. ……………………………………………………………

Maatregel / sanctie: ……………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………… …………………... Aangifte politie: ja / nee Melding politie: ja / nee Zo ja datum: ………………………..... Zo ja datum:…………………………… schriftelijk/mondeling s/m s/m s/m s/m s/m s/m datum

Terugkoppeling naar: Slachtoffer Ouders/verzorgers slachtoffer dader ouders/verzorgers dader nazorg …………. 0 0

Als bijlage is toegevoegd de bij het incident behorende correspondentie Als bijlage is toegevoegd ander relevant materiaal d.d.

Dit formulier is ingevuld door:

Pagina 18 van 19

Beleid Texelse Scholen rond agressie en geweld

Schokkende Gebeurtenis

Bij ernstig delict: Inschakelen: -hulpverlenings diensten -mediadeskundige -melding arbeidsinspectie binnen 24 uur

Directe opvang:

Door omstanders, daarna z.s.m. door aangewezen persoon binnen de school

Gesprek na 3 dagen

-Inlichten over mogelijkheden hulpverlening. -Administratieve handelingen ( waaronder aangifte / melding)

Gesprek binnen 3 weken

-

verwerking ondersteunen voor terugkeer

Afsluitend gesprek -

Verwerkingsproces Mogelijkheden doorverwijzing

Pagina 19 van 19