You are on page 1of 72

Uitvoering brandveiligheid dakconstructies van stalen damwandprofiel

Projectnummer: 411N5028 Datum: 30 juni 2006

Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding Postbus 7010 6801 HA Arnhem Telefoon: (026) 355 24 00 Fax: (026) 351 50 51 e-mail: info@nibra.nl

Opdrachtgever: VROM-Inspectie Zuid-West De heer M. Balk Weena 723 Postbus 29036 3001 GA Rotterdam

Onderzoeker: ing. J.M. Weges, onderzoeker/adviseur

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Inhoud
Managementsamenvatting 1. Inleiding 2. Onderzoeksopzet 3. Gemeentelijke praktijk: uitvoeringsvarianten en handhaving 3.1 Aangetroffen varianten 3.2 Beoordeling handhaving 4. Varianten in de literatuur 4.1. Literatuuronderzoek 4.2. Gesprekken met deskundigen / leveranciers 5. Aangetroffen varianten 6. Beoordeling van de uitvoeringsvarianten 6.1. Inleiding 6.2. Beoordelingscriteria volgens Bouwbesluit en NEN normen 6.3. Beoordeling van varianten 7. Uitvoeringsvoorstellen 1. Inleiding 2. Details 8. Conclusie en aanbevelingen Referenties Bijlage 1 Vragen en antwoorden Brief aan de gemeenten Vragenlijst gemeenten Antwoorden gemeente Overzichtstabel antwoorden Detailtekeningen Foto's van uitvoering in de praktijk Promat detail Tabellen NEN 6069 Analyse en samenvatting van antwoorden 5 7 8 10 10 11 13 13 16 17 19 19 19 21 23 23 23 32 35 36 36 37 38 48 50 58 68 70 72

Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Managementsamenvatting
Inleiding Bij de brand in een gebouw aan de Flevoweg in de gemeente Leiden op 3 april 2005 zijn door een explosie twee brandweerlieden gewond geraakt. Volgens een onderzoek van TNO (2005) heeft de uitvoering van het stalen damwandprofiel waarschijnlijk bijgedragen aan de branduitbreiding en is de explosie die plaatsvond tijdens de brand, mede het gevolg van de uitvoering van de totale constructie van het dak. De VROM-Inspectie Zuid-West wil, naar aanleiding van deze brand, inzicht krijgen in de toepassing van dakconstructies met een stalen damwandprofiel in Nederland. Vooral de uitvoering van de constructies bij brandwerende scheidingen, moeten worden onderzocht en beoordeeld. Onderzoeksvragen en -opzet Om dit inzicht te verkrijgen zijn 3 onderzoeksvragen gesteld: 1. Op welke wijze worden de aansluitingen van een brandwerende wand met een dakconstructie, uitgevoerd met een stalen damwandprofiel, gerealiseerd? 2. Op welke wijze gaan de gemeenten om met de handhaving op de uitvoering van deze aansluitconstructies? 3. Welke van de onderzochte constructies zijn volgens het Nibra het meest geschikt om toe te passen in brandwerende scheidingsconstructies onder een dakconstructie uitgevoerd met stalen damwandprofiel? Ten behoeve van de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag heeft het Nibra bij 10 gemeenten onderzoek verricht naar de aanwezigheid en uitvoeringsmanier van de aansluitingen tussen dakconstructies van stalen damwandprofielen en brandwerende scheidingen. Door het Nibra zijn in totaal 50 gebouwen bezocht. Tevens is aan de hand van de interviews en inspecties op locatie in de geselecteerde gemeenten inzicht gekregen in de genoemde aansluitingen. De tweede onderzoeksvraag is beantwoord op basis van de informatie uit de interviews en inspecties bij de geselecteerde gemeenten. Ten behoeve van de derde onderzoeksvraag heeft het Nibra informatie verzameld door middel van literatuuronderzoek en via internet. Tevens is gesproken met leveranciers (fabrikanten) van isolatiemateriaal (Rockwool en Stybenex) om hen te vragen naar oplossingen met betrekking tot de onderzochte constructies. Het Nibra heeft op basis van de eisen uit de toepasselijke NEN-normen en kennis van gelijkwaardigheid de varianten beoordeeld en hier een voorkeursvariant voor benoemd en uitgewerkt. Conclusies De volgende varianten in aansluitingen, uitgevoerd met een stalen damwandprofiel, zijn aangetroffen in de literatuur en bij gemeenten: (zie voor voorbeelden van deze varianten en de beoordeling in hoofdstuk 6). 1. scheidingen die door het dak heen voeren 2. scheidingen die slechts zijn voorzien van cannelurevulling boven de scheidingswand 3. scheidingen waarbij de wand aansluit tegen het stalen dak, aangewerkt met losse stukken onbrandbaar isolatie 4. scheidingen waarbij de wand is doorgezet door de stalen dakplaten tegen de isolatie aan 5. scheidingen waarbij de wand is doorgezet door de stalen dakplaten en door de isolatie heen maar niet bovendaks en is voorzien van een extra plaat isolatie 6. scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling alleen boven de scheidingswand en niet boven de beplating

7.

scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling boven de scheidingswand en boven de beplating. Onbrandbare isolatie over de breedte van de "brandwerende" beplating en waterdichte laag afgedekt met grind of tegels (Promatoplossing) 8. een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding, de normale, meestal brandbare isolatie wordt onderbroken door onbrandbare isolatie 9. een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding, de normale, meestal brandbare isolatie wordt onderbroken door onbrandbare isolatie en de waterdichte laag wordt afgedekt met grind of tegels 10. een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding, de waterdichte laag wordt afgedekt met grind of tegels zonder dat de isolatie wordt onderbroken.

De meest te prefereren uitvoeringsvariant betreft in volgorde van voorkeur voor brandwerende scheidingen: De variant 1, bovendaks en de variant die voldoet aan de beschrijving bij 7 en 9. De voorkeursvarianten zijn in de detailuitvoeringen voor de details met een weerstand tegen branddoorslag en overslag (wbdbo) van 60 minuten door het Nibra verder uitgewerkt in hoofdstuk 7, de details 7 t/m 13. Voor lagere brandwerendheden, van toepassing bij bestaande bouw en laagbouw, zijn de details 1 t/m 6 daarop een variatie , waarbij de brandwerendheden op een andere manier vorm is gegeven maar wel rekening is gehouden met de criteria van de NEN 6069. De wijze waarop de gemeenten omgaan met de genoemde constructie-uitvoering is zorgelijk. In elke van de onderzochte gemeenten was de afdeling preventie van de brandweer en/of de afdeling bouw- en woningtoezicht van de gemeenten bekend met de toepassing van stalen damwandprofielen in daken. Hoewel de gemeenten op de hoogte waren met de problemen die ontstaan bij het maken van een brandscheiding onder een dergelijk dak, was er in geen van de gemeenten een consequente controle- en handhavingscultuur om die problemen te signaleren en op te lossen. In slechts incidentele gevallen werden goede handhavingscontroles uitgevoerd. Bij gebouwen zonder brandwerende scheidingen werd in geen van de gemeenten structureel aandacht besteed aan de uitvoering van de aansluiting van scheidingswanden tegen de dakconstructie. Van de 50 bezochte gebouwen was slechts bij ongeveer 20% sprake van een goed uitgevoerde constructie.

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

1. Inleiding
Bij de brand in een gebouw aan de Flevoweg in de gemeente Leiden op 3 april 2005 zijn door een explosie twee brandweerlieden gewond geraakt. Omdat het gebouw in gebruik was bij verschillende gebruikers, waren ter plaatse van de onderlinge scheidingen, wanden aangebracht die aansloten onder tegen de dakconstructie aan. De dakconstructie was opgebouwd uit stalen dakplaten (damwandprofiel) met daarop isolatiemateriaal en bitumineuze dakbedekking. De openingen (cannelures), die door de vorm van het damwandprofiel ontstonden bij de aansluiting van de wand en het dak, waren met een constructie van hout en isolatiemateriaal dichtgezet. Hoewel deze scheidingen volgens de wet niet als brandwerende constructies behoefden te worden uitgevoerd, ontstond door deze uitvoering toch min of meer een brandwerende scheiding. Door deze dakconstructie ontstaan onder het isolatiemateriaal eveneens cannelures, die het transport van eventueel niet verbrande rookgassen tussen isolatiemateriaal en stalen dakplaten mogelijk maakt. Volgens onderzoek van TNO (2005) heeft deze uitvoering van het stalen damwandprofiel waarschijnlijk bijgedragen aan de branduitbreiding en is de explosie, die plaatsvond tijdens de brand, mede het gevolg van de uitvoering van de totale constructie van het dak. De VROM-Inspectie Zuid-West wil, naar aanleiding van de genoemde brand, inzicht krijgen in de toepassing van dakconstructies met een stalen damwandprofiel in Nederland. Vooral de uitvoering van de constructies bij brandwerende scheidingen, moeten worden onderzocht en beoordeeld. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksopzet gepresenteerd. In hoofdstuk 3 worden de aangetroffen varianten bij de gemeenten gepresenteerd. Ook wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeenten omgaan met handhaving in relatie tot de genoemde constructie. Het volgende hoofdstuk presenteert de varianten zoals die zijn aangetroffen in de literatuur, op internet en, zoals genoemd, in gesprekken met deskundigen. In hoofdstuk 5 zijn de aangetroffen basisvarianten en de aanvullingen daarop beschreven en in het daarop volgende hoofdstuk worden deze beoordeeld. In hoofdstuk 7 worden de concrete voorstellen voor toe te passen constructies uitgewerkt. Tenslotte zijn in hoofdstuk 8 de conclusie en aanbevelingen opgenomen.

2. Onderzoeksopzet
Het doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in: het ontwerp en de constructiedetails van brandwerende scheidingen die aansluiten onder tegen een dakconstructie die is uitgevoerd met stalen damwandprofielen de praktische uitvoering en beoordeling van brandwerende scheidingen die zijn opgenomen in de bouwvergunning. Onderzoeksvraag 1 Op welke wijze worden de aansluitingen van een brandwerende wand met een dakconstructie, uitgevoerd met een stalen damwandprofiel, gerealiseerd? De beantwoording van deze vraag moet leiden tot inzicht in de wijze waarop de genoemde constructies in de praktijk worden uitgevoerd en gerealiseerd. De constructie van stalen daken van damwandprofielen wordt veelal toegepast in de utiliteitsbouw en dan hoofdzakelijk bij de functie industrie. In geschat ongeveer 34 gebouwen per 10.000 inwoners worden stalen daken van damwandprofiel toegepast. Het praktijkonderzoek is noodzakelijk om te bepalen welke mogelijke varianten van uitvoering, van dergelijke constructies worden toegepast. Het praktijkonderzoek was onderverdeeld in een dossieronderzoek en een inspectie van de uitvoering van de toegepaste constructies in de gemeenten. Hiertoe is een lijst met gemeenten door de opdrachtgever vastgesteld welke door het Nibra in het onderzoek zijn betrokken. De onderzochte gemeenten zijn bekend bij de opdrachtgever. Het betreft 10 gemeenten uit het gehele land van diverse grootte. In dit rapport zijn de gemeenten niet bij naam genoemd. In de rapportage is het onderscheid vastgelegd door gebruik te maken van hun inwoneraantal. De opdrachtgever heeft in haar opdrachtverlening vooral benadrukt dat het hier geen tweedelijns inspectie betreft. Er is daarom met de gemeenten afgesproken dat de resultaten van het onderzoek worden geanonimiseerd. Het Nibra heeft, ter voorbereiding, de gemeenten een brief gestuurd om namens VROM medewerking te vragen voor het onderzoek. Bij deze brief was tevens een bijlage gevoegd waarin een aantal vragen zijn opgenomen, welke behandeld zouden moeten worden tijdens het bezoek aan de gemeente (zie bijlage 1). De vragen zoals opgesteld door het Nibra en de antwoorden van de gemeenten zijn opgenomen in bijlage 1. In bijlage 2 zijn de vragen samengevoegd in tabellen. De vragen hadden betrekking op de volgende onderwerpen: de kwantiteit van dergelijke dakconstructies in de gemeenten de kwaliteit van de uitvoering de controle en handhavingactiviteit van de gemeenten met betrekking tot deze dakconstructies de ervaring van de gemeente met toepassing van dergelijke constructies de uitvoeringsvarianten van deze constructies bij de onderzochte gemeenten. Het Nibra heeft bij de gemeenten alleen onderzoek verricht naar de aanwezigheid en uitvoeringsmanier van de aansluitingen tussen dakconstructies van stalen damwandprofielen en brandwerende scheidingen.

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Nadat bij de gemeenten op kantoor de vragen waren beantwoord en waar mogelijk studie gemaakt was van de daar aanwezige dossiers, is een inspectie op locatie gehouden. De adressen voor de inspectie kwamen overwegend uit voorstellen van de gemeente. In een aantal gevallen heeft het Nibra aanvullende voorstellen gedaan naar aanleiding van het dossier onderzoek. De bedrijven waar constructies moesten worden bekeken werkten over het algemeen zeer goed mee. In slechts n geval werd de gemeente de toegang geweigerd omdat geen afspraak was gemaakt. Na overleg is besloten dit gebouw buiten de controle te houden omdat nog genoeg andere gebouwen overbleven. Het Nibra heeft de constructie bekeken, waar nodig aantekeningen gemaakt en de uitvoering zo goed mogelijk vastgelegd op foto. De foto's van de praksituaties zijn in willekeurige volgorde opgenomen in bijlage 4. En gemeente had in het geheel geen inzicht in de uitvoering van de onderzochte constructies en kon ook onvoldoende aangeven op welke locaties in die gemeenten zulke constructies voorkwamen. In die gemeente verliep de inspectie dan ook teleurstellend. Geen enkele constructie zowel in theorie (bouwaanvraag) als in de praktijk is daar beoordeeld. Onderzoeksvraag 2 Op welke wijze gaan de gemeenten om de handhaving op de uitvoering van deze aansluitconstructies. Beantwoording van deze vraag moet inzicht geven in de aangetroffen kwaliteit bij de controle en handhaving van deze constructies. Aan de hand van de interviews en controles op locatie heeft het Nibra vastgesteld op welke wijze in de geselecteerde gemeenten deze dakconstructies zijn uitgevoerd en hoe werd omgegaan met de controle en handhaving. Voor elk bezoek werd voldoende tijd uitgetrokken, zodat de gemeenten ruim de tijd hadden om die voorlichting en informatie te geven die noodzakelijk was voor het onderzoek. Bij het bezoek aan de gemeenten werden eerst de vragen doorgenomen en werden de toepasselijke dossiers waarover het onderzoek gaat gelicht en bekeken. Na de interviews werd een praktijkbezoek gebracht bij een aantal tijdens het gesprek daarvoor vastgestelde bedrijven. De bedrijven werden geselecteerd aan de hand van de dossiers (goede details of mogelijke alternatieve oplossingen) of aan de hand van plaatselijke kennis van de handhavers van de gemeente (brandweer en bouw- en woningtoezicht). Van de bezochte bedrijven (die veelal zonder enig probleem medewerking verleenden aan het onderzoek) werden de aangetroffen en/of de van te voren geselecteerde details zo goed mogelijk vastgelegd op foto's (zie bijlage 4). De constructies die in de praktijk zijn genspecteerd zijn door het Nibra beoordeeld op hun uitvoering en brandwerendheid. Onderzoeksvraag 3 Welke van de onderzochte constructies zijn volgens het Nibra het meest geschikt om toe te passen in brandwerende scheidingsconstructies onder een dakconstructie uitgevoerd met stalen damwandprofiel? Naast de bezoeken aan de gemeenten is ook via een literatuuronderzoek en via internet informatie verzameld. Tevens is gesproken met leveranciers (fabrikanten) van isolatiemateriaal (Rockwool en Stybenex) om hen te laten aangeven wat zij voor oplossingen konden aandragen met betrekking tot de te onderzoeken constructies. Het Nibra heeft aan de hand van de bij haar aanwezige expertise en de informatie de varianten beoordeeld op brandpreventieveiligheid. De beoordelingscriteria zijn geselecteerd uit het Bouwbesluit en NEN normen. De voorkeursvarianten zijn benoemd en verder uitgewerkt in mogelijke constructiedetails die kunnen voldoen aan de eis van 20, 30 of 60 minuten brandwerendheid.

3. Gemeentelijke praktijk: uitvoeringsvarianten en handhaving


Op welke wijze de aansluitingen van een brandwerende wand met een dakconstructie met een stalen damwandprofiel worden uitgevoerd, is vastgesteld door dossieronderzoek en inspectie bij de gebouwen.

3.1 Aangetroffen varianten Er zijn 7 basis varianten aangetroffen en 3 aanvullingen hierop. Deze worden hieronder gepresenteerd. 1. Scheidingen die door het dak heen voeren. Deze scheidingen typeren zich door een volledige doorlopende scheiding van de dakconstructie en zijn ook zichtbaar buiten het gebouw. 2. Scheidingen die slechts zijn voorzien van cannelurevulling boven de scheidingswand. Dit is de meest aangetroffen vorm, de uitvoering was gedifferentieerd. Het dichtzetten van de cannelures was in de meeste gevallen uitgevoerd met steenwol (onbrandbaar isolatie), maar ook uitvoeringen met brandbare isolatie zijn aangetroffen. In vrijwel geen enkele situatie waren de steenwolopvullingen speciaal gemaakt, maar waren ter plaatse min of meer op maat gesneden. Het gebruik van opzwellende kit voor het vastzetten van deze vulling, noodzakelijk om naden dicht te laten gaan bij brand en om te voorkomen dat de cannelurevulling door de overdruk bij brand er uit wordt gedrukt, was slecht op een enkele plaats gebeurd. 3. Scheidingen waarbij de wand aansluit tegen het stalen dak, aangewerkt met losse stukken onbrandbaar isolatie. De scheidingswand is zogenaamd "koud" tegen het dak aangezet en de overgebleven naad wordt hierbij opgevuld met steenwol of iets dergelijks. In geen enkele situatie was de steenwol opvulling bevestigd met opzwellende kit voor het vastzetten van deze vulling. Deze opvulling is noodzakelijk om naden dicht te laten gaan bij brand en om te voorkomen dat de naadvulling door de overdruk bij brand er uit wordt gedrukt. 4. Scheidingen waarbij wand is doorgezet door de stalen dakplaten tegen de isolatie aan. Deze oplossing is wel aangetroffen bij details in de bouwaanvraag maar niet in de praktijk. 5. Scheidingen waarbij wand is doorgezet door de stalen dakplaten en door de isolatie heen maar niet bovendaks, en voorzien is van een extra plaat isolatie . Deze oplossing is wel aangetroffen bij details in de bouwaanvraag maar niet in de praktijk. 6. Scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling alleen boven de scheidingswand en niet boven de beplating. Deze oplossing is in de praktijk regelmatig aangetroffen. Omdat de cannelurevulling niet doorloopt ter plaatse van de brandwerende plaat is het effect gelijk aan variant 2, namelijk de ruimte tussen dak en brandwerende plaat is niet opgevuld. De hitte komt daardoor nog steeds direct bij de "dunne" cannelurevulling. (zie ook variant 7).

10

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


7. Scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling boven de scheidingswand en boven de beplating. Onbrandbare isolatie over de breedte van de "brandwerende" beplating en waterdichte laag, afgedekt met grind of tegels (Promatoplossing). Dit is de enig aangetroffen scheiding die is getest bij een erkend laboratorium (TNO) op de eisen van het bouwbesluit. Door het doorzetten van de cannelurevulling, boven de brandwerende plaat, wordt de hitte door een dikker pakket onbrandbare isolatie tegengehouden. Daarnaast waren er door de onderstaande aanvullingen vele ander combinatie mogelijk. Aanvullingen De aanvullingen op de basisvarianten 2 t/m 6 (7 is een variant waarop geen aanvullingen zijn aangetroffen) leiden in alle gevallen tot een verbetering van de basisvariant, maar dat geeft geen garantie voor een voldoende effect met betrekking tot de verbetering van de brandwerendheid. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de normale isolatie, meestal brandbaar, wordt onderbroken door onbrandbaar isolatie. Deze aanvulling, mist over voldoende breedte aangebracht, kan er voor zorgen dat een brand zich niet verspreidt via de brandbare isolatie over de scheiding heen. 9. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de normale isolatie, meestal brandbaar, wordt onderbroken door onbrandbaar isolatie en de waterdichte laag wordt afgedekt met grind of tegels Door deze aanvulling wordt de straling van een uit het dak slaande brand niet direct uitgeoefend op de aangrenzende dakbedekking. Door de bedekking van de meestal brandbare dakbedekking zal de afstand die de straling moet afleggen worden vergroot en daardoor kleiner worden. Mits over voldoende breedte aangebracht, kan de onbrandbare isolatie er voor zorgen dat een brand zich niet verspreidt via de deze brandbare isolatie over de scheiding heen. 8.

10. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de waterdichte laag wordt afgedekt met grind of tegels zonder dat de isolatie wordt onderbroken. Door deze aanvulling wordt de straling van een uit het dak slaande brand niet direct uitgeoefend op de aangrenzende dakbedekking. Door de bedekking van de meestal brandbare dakbedekking zal de afstand die de straling moet afleggen worden vergroot en daardoor kleiner worden. Van al deze varianten heeft het Nibra er op basis van haar expertise 10 varianten geselecteerd en beoordeeld. Deze beoordeling is opgenomen in hoofdstuk 6.

3.2 Beoordeling handhaving De tijdens de inspectie aangetroffen details kwamen niet altijd overeen met de in het betreffende gebouwdossier aangetroffen details. Handhaving op uitvoering is noodzakelijk om te komen tot een goede brandwerende scheiding. Tijdens het onderzoek heeft het Nibra, tijdens de interviews met de gemeente en bij de inspectie, hieraan aandacht besteed om te komen tot een oordeel over de wijze waarop de gemeenten omgaan met de handhaving op de uitvoering van deze aansluitconstructies.

11

De vragen en de bijbehorende antwoorden die hierop betrekking hebben zijn hieronder uitgewerkt: Vraag 3: Zijn er detail tekeningen aanwezig bij de bouwaanvraag? In 7 van de 10 gemeenten waren wel tekeningen van details aanwezig in de diverse dossiers van bouwaanvragen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat niet bij elk bouwplan van de 7 genoemde gemeenten ook details aanwezig waren. Vraag 4. Beoordeelt de gemeente de details bij het toetsen van de bouwaanvraag? Slechts 3 van de 7 gemeenten, waar details in de bouwaanvraag waren opgenomen, voerden deze toets ook werkelijk uit. Geen van de gemeenten had hiervoor een standaard protocol ontwikkeld, de uitvoering en diepgang van de toets was afhankelijk van de behandelende ambtenaar. Vraag 5 Hoe is volgens het Nibra de uitvoering in de praktijk van de onderzochte constructiedetails in de brandwerende scheidingen? In en gemeente heeft het Nibra dit niet kunnen vaststellen omdat de gemeente geen uitvoeringsdetails kon laten zien. In 7 gemeenten was de uitvoering slecht In minder dan 25% van de onderzochte praktijksituatie voldeden de scheidingen in die gemeenten aan de vereiste brandwerendheid. In twee gemeenten was de uitvoering matig. In meer dan 25% en minder dan 50% van de onderzochte praktijksituatie in die gemeenten voldeden de scheidingen aan de vereiste brandwerendheid. Vraag 6. Heeft de gemeente beleid over de uitvoering van deze constructies? In 8 gemeenten was er geen vastgesteld beleid op dit gebeid. En gemeente had nietcontroleerbaar, mondeling afgesproken beleid en slechts in n gemeente was regionaal beleid op dit gebied vastgelegd. De voorbeelden van het regionale beleid zijn opgenomen in de antwoorden van gemeente 1 (zie bijlage 1). De onderstaande tabel vat de analyse samen. In de bovenste rij staat de gemeente (naar inwonersaantal). In de linkerkolom staat de vraag van het Nibra. In de cellen staan de antwoorden per gemeente.
grootte gemeente inw. inhoud vraag zijn er detailtekeningen aanwezig 3 bij de bouwaanvraagdossiers 95.000 70.000 170.000 14.000 106.000 53.000 33.000 12.000 45.000 110.000

nr

nee

nee

ja

ja

ja

nee

ja

ja

ja

ja

beoordeelt de gemeente de details 4 bij de toetst van de bouwaanvraag nee hoe is volgens het Nibra de uitvoering in de praktijk van de onderzochte constructiesdetails in brandwerende scheidingen

nee-nvt

ja

nee

ja

nee-nvt

nee

nee

nee

ja

5*

slecht

slecht

slecht

slecht

matig

onbekend

slecht

slecht

slecht

matig

heeft de gemeente beleid omtrent 6 uitvoering van deze constructies

nee, wel regionaal

nee
in < 25 % van de onderzochte constructies goed uitgevoerd

ja, echter niet schriftelijk vastgelegd nee

nee
in >25 % en < 50 % van de onderzochte constructies goed uitgevoerd

nee

nee

nee

nee

nee

bij 5

slecht

matig

12

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

4. Uitwerkingsvarianten in de literatuur
Om te komen tot praktisch toepasbare uitvoeringsdetails (zie hiervoor hoofdstuk 7), heeft het Nibra literatuuronderzoek verricht, op het internet gezocht en enkele gesprekken gevoerd met deskundigen.

4.1. Literatuuronderzoek Goedgekeurde details Het enige goedgekeurde detail met een Nederlands keuringsrapport van een gecertificeerd test instituut (TNO) is het in bijlage 5 opgenomen "Promat" detail 1.31.60. Dit detail is getest onder nr. 2000-CVB-R02299 van TNO en opgenomen in het Handboek 6.3 van de fabrikant. In de beschrijving1 geeft "Promat" echter aan dat om de WBDBO eis via de buitenlucht te mogen beoordelen, de dakbedekking moet voldoen aan brandvoortplantingsklasse 2 volgens NEN 6065. In de NEN 6068, artikel 6.1. staat dat die eis alleen geldt voor gevels. Voor daken geldt slechts dat het dak niet brandgevaarlijk mag zijn (NEN 6068 artikel 6.2). Details volgens een fabrikant (uit brochure Rhinox vlakdak, 2005) In de brochure van de firma Rockwool wordt aangegeven, dat bij een goede brandscheiding, de wand door het dak moet worden gevoerd. De hoogte van het bovendakse deel van de wand moet tenminste 50 cm bedragen. Details volgens verzekeraars (uit het Handboek Schadepreventie voor de verzekeringspraktijk, uitgave NCP, digitale versie 2006) In het Handboek Schadepreventie is een hoofdstuk opgenomen over brandscheidingen. De verzekeraars maken ook onderscheid tussen de constructie die door de dakconstructie heen voert en die onder de dakconstructie aan sluiten. In het laatste geval moet bij vlakke daken de dakvloer van staal, aan beide zijden van de wand, een brandwerendheid (gerekend van buiten naar binnen) bezitten van tenminste 60 minuten. Bij dit type daken moet rekening gehouden worden met het brandgedrag van isolatiematerialen en dakbedekking. In het geval van daken met een brandbaar isolatiemateriaal moet echter de wand worden opgetrokken tot 30 cm boven het dak. Details volgens Roofing Holland (uit Roofing Holland 97-3 pagina 8, 1997 ) Om aan de eisen voor brandoverslag en/of branddoorslag te kunnen voldoen zijn brandmuren in (industrile) gebouwen vaak noodzakelijk. Aan de aansluitingen moet veel aandacht worden besteed teneinde de brandwerende functie optimaal te garanderen. Een brandmuur die door een dak steekt en aldus de dakvloer in tween deelt is feitelijk niets anders dan een dilatatie in de dakvloer. Daar komt nog bij dat de werking tussen brandmuur en het dak sterk verschilt.
1

Zie bijlage 5

13

Vooral bij grote daken en stalen dakvloeren is er een sterk verschil in werking tussen de brandmuur en het dak. De richting van de cannelures in het profiel kan het verschil in werking nog extra benvloeden. Het Promat detail en de wand door het dak worden hierin besproken. Loss prevention data 1985 1-22 (Factory Mutual Engineering Corp). Criteria for maximum foreseeable loss, fire walls and space separation In dit artikel wordt beschreven dat brandmuren altijd door het dak heen gezet moeten worden en dat de (staal)draagconstructie de mogelijkheid moet hebben om te kunnen zetten en vervormen zonder dat de constructie wordt aangetast. De staalconstructie mag geen (draag)krachten overbrengen op de brandmuur. Voor n van de mogelijke uitvoeringen van een dergelijk detail: zie de tekening hiernaast. Hierbij is de staalconstructie in staat om te kunnen uitzetten en te vervormen zonder dat de muur wordt beschadigd.

Brandveilig bouwen met staal (brochure Brandveilige hallenbouw met staal, 2006) Een alternatief voor de brandwerende wand bovendaks, is het aansluiten van de wand tegen het dak. Een zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze zijn wel vereist. Het vullen van de golven (cannelures) van de dakplaat met bijvoorbeeld steenwol, het onderbreken van de brandbare dakisolatie en afdekken van brandbare dakbedekking is allemaal noodzakelijk . Daarnaast is isolatie aan de onderzijde van het dak bij de wand nodig indien de dakplaten ter plaatse van de wand niet zijn onderbroken.

Dossier NVBB 137 ("Beveiliging tegen brand van opslagplaatsen", 2000) In zowel dit dossier als in het tijdschrift NVBB2 magazine (nr. 153-december 2000) wordt aangegeven dat de NVBB van mening is, dat brandwanden (met hogere brandwerendheid) minimaal 1 meter bovendaks moeten worden doorgezet.

De NVBB is de voormalige vereniging voor beveiliging tegen brand en binnendringing, nu ANPI

14

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Schadenbild (voormalig Duits tijdschrift van verzekeraars, nr. 7, 1990) Volgens de beschrijving in dit blad moet bij stalen daken de dakconstructie worden onderbroken bij de brandwerende wand. De isolatie mag wel doorlopen maar moet onbrandbaar zijn ter hoogte van de wand over een breedte van tenminste 1 meter aan beide zijden. (zie figuur met nr. 13 hiernaast). Tevens moet op de brandbare dakbedekking over een breedte van totaal 2 tot 3 meter een grindlaag (5 cm). of tegels worden gelegd. Als er geheel brandbare isolatie wordt toegepast moet de brandwerende wand worden doorgezet tot 50 cm. bovendaks (zie figuur met nr. 14 hiernaast). Openingen in het dak (b.v. hemelwaterafvoer) mogen niet binnen een afstand van 1,25 meter van de brandscheiding worden aangebracht.

VdS 2234, Brand und Komplexwnde (1999-05) 03 In dit blad wordt eveneens aangeven, dat bij brandwerende wanden met brandbare dakbedekking, de brandwerende wand bovendaks moet worden doorgetrokken (zie figuur met nr. 30 hieronder). Bij daken met niet-brandbare isolatie nabij de scheiding, over een breedte > 5 meter ten opzichte van de scheiding, hoeft de brandwerende wand niet bovendaks te worden doorgezet (zie figuur met nr. 32 hieronder). Let op: hierbij wordt een extra ondersteuningsconstructie voor de draagconstructie van het dak nabij de scheiding aangebracht. In het onbrandbare deel van het dak mogen geen openingen worden aangebracht. Als de dakbedekking brandbaar is moet daaroverheen tenminste over de 5 meter breedte een grindlaag van tenminste 5 cm dik worden aangebracht.

15

Zwitserse Richtlijn SIA271 (1986) De firma Pittsburgh Corning (fabrikant van het isolatiemateriaal Foamglas) past de Zwitserse Richtlijn SIA 271 (1986) toe. In deze richtlijn wordt volgens Pittsburgh Corning aangegeven, dat de cannelures, van een stalen dak, aan weerszijden van brandwerende muren (breedte totaal 4 meter) moeten worden opgevuld met onbrandbaar materiaal. Tevens moet over die breedte de dakisolatie onbrandbaar zijn.

4.2. Gesprekken met deskundigen / leveranciers Het doel van de gesprekken was inzicht te krijgen in de mogelijke varianten die bekend waren bij de deskundigen en / of dat de leveranciers onderzoek hadden gedaan om tot een mogelijke variant te komen. De gesprekken gingen niet inhoudelijk in op de beoordeling van mogelijke door het Nibra onderzocht varianten. Het Nibra heeft ten behoeve van dit onderzoek gesprekken gevoerd met twee externe deskundigen, te weten de heren de Raadt (fa. Rockwool) en Meuwissen (fa. Isobouw en Stybenex). De firma Rockwool levert producten van onbrandbare isolatie materialen (steenwol) en Isobouw is leverancier van EPS3 bouwproducten. Stybenex is de vereniging van fabrikanten van EPS bouwproducten. De gesprekken moesten inzicht geven in de bij de firma's toegepaste en/of onderzochte (geteste) constructies van stalen damwandprofieldaken met respectievelijk steenwol of EPS. Beide heren hebben informatie gegeven over toepassing van hun product bij de te onderzoeken brandwerende scheidingen. De heer Meuwissen heeft specifiek aangegeven, dat EPS niet kan worden toegepast als isolatie op het dak ter plaatse van de brandwerende scheidingen van stalen daken. De heer de Raadt heeft het Nibra onder andere van uitgebreide informatie voorzien over te onderzoeken literatuur. Geen van de genterviewden kon vanuit hun expertise alternatieve details aanleveren.

EPS = gexpandeerd polystyreen

16

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

5. Aangetroffen uitwerkingsvarianten
Zowel van tijdens de praktijkbezoeken als in de literatuur heeft het Nibra verschillende varianten vastgesteld. Alle onderstaande basisvarianten zijn aangetroffen bij de gemeenten. Tijdens het literatuuronderzoek zijn geen afwijkende alternatieven op deze varianten aangetroffen. De verschillende varianten zoals hieronder opgenomen zijn beoordeeld in hoofdstuk 6. 1. Scheidingen die door het dak heen voeren. 2. Scheidingen die slechts zijn voorzien van cannelurevulling boven de scheidingswand. 3. Scheidingen waarbij de wand aansluit tegen het stalen dak, aangewerkt met losse stukken onbrandbaar isolatie. 4. Scheidingen waarbij de wand is doorgezet door de stalen dakplaten tegen de isolatie aan. 5. Scheidingen waarbij de wand is doorgezet door de stalen dakplaten en door de isolatie heen maar niet bovendaks en voorzien van extra plaat isolatie.

variant

`1

variant

variant

variant

17

variant

variant

6
Onbrandbare isolatiemateriaal 500 mm 500 mm Dakbedekking Isolatiemateriaal

Geprofileerde stalen dakplaat

Staalconstructie Brandwand

variant
1000 mm

7
Afdekking grind of betontegels

variant

Onbrandbare isolatiemateriaal

Dakbedekking Isolatiemateriaal Geprofileerde stalen dakplaat

500 mm

500 mm

Onbrandbare vezelplaat

Brandwand

variant

variant

10

6. Scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling alleen boven de scheidingswand en niet boven de beplating. 7. Scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling boven de scheidingswand en boven de beplating. Onbrandbare isolatie over de breedte van de "brandwerende" beplating en waterdichte laag afgedekt met grind of tegels (Promatoplossing). 8. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de normale, meestal brandbare isolatie wordt onderbroken door onbrandbare isolatie. 9. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de normale, meestal brandbare isolatie wordt onderbroken door onbrandbare isolatie en de waterdichte laag word afgedekt met grind of tegels. 10. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de waterdichte laag wordt afgedekt met grind of tegels zonder dat de isolatie wordt onderbroken. 18

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

6. Beoordeling van de uitvoeringsvarianten


6.1. Inleiding Om te kunnen bepalen welke van de onderzochte constructies volgens het Nibra het meest geschikt om toe te passen in brandwerende scheidingsconstructies onder een dakconstructie uitgevoerd met stalen damwandprofiel moeten de gevonden varianten beoordeeld worden. Ten behoeve van deze beoordeling heeft het Nibra de criteria toegepast zoals die zijn beschreven in de bouwregelgeving4. Deze bouwregelgeving geeft aan dat de constructie moeten voldoen aan de norm NEN 6068 en / of aan de NEN 6075.

6.2. Beoordelingscriteria volgens Bouwbesluit en NEN normen In de NEN 6068 staat het volgende: Bepaal de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie in de beschouwde richting van alle scheidingsconstructies die zich in elk van de branduitbreidingstrajecten tussen de beschouwde ruimten bevinden volgens hoofdstuk 4 van NEN 6069. In NEN 6069, hoofdstuk 4 zijn de beoordelingscriteria voor de bepaling van de brandwerendheid opgenomen, dit zijn: Bezwijken (R) Vlamdichtheid op afdichting (E) Thermische isolatie op temperatuur (I) Thermische isolatie op warmtestraling (W). Voor de hier onderzochte bouwdelen, dak/wandconstructie zijn alle vier criteria, volgens NEN 6069, van kracht. De tabellen uit NEN 6069, zie bijlage 6, geven dit voor de wand en de dakconstructie aan. Indien bij de uitvoering van de aansluiting van een wand met het dak, door het dichtzetten van de cannelures, moet worden voldaan aan de wbdbo volgens NEN 6068, moet de uitvoering van de "binnen"constructie voldoen aan NEN 6069. Dit houdt echter ook in dat voor de overslag (via het dak) maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat het dak aan de buitenzijde in brand geraakt. Om dit te voorkomen moet het dak ter plaatse van de scheiding zijn uitgevoerd als een niet brandgevaarlijk dak volgens NEN 6065. Omdat bij geen van de gemeenten bekend was of in de te onderzochte gebouwen een eis was gesteld op het niveau van slechts rookwerendheid heeft er geen beoordeling op de NEN 60755 van die constructievarianten plaatsgevonden. Indien een wand brandwerend is volgens NEN 6069, is de rookwerendheid 3/2 maal die brandwerendheid, waarbij alleen rekening wordt gehouden met het criterium vlamdichtheid op afdichting (E). Bij de beoordeling van iedere constructie worden bovenstaande criteria toegepast. In de onderstaande paragrafen wordt aangeven waarop de diverse criteria worden beoordeeld en waar deze moeten worden toegepast. 6.2.1. Bezwijken De draagconstructie van het dak en de brandwand mogen gedurende de vereiste brandwerendheid niet bezwijken (R).

4 5

Bouwbesluit 2003, artikel 2.106 NEN 6075, bepaling weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimtes

19

Rookwerende scheidingen worden volgens de criteria van NEN 6075 alleen belast op vlamdichtheid (E) en niet belast op hitte. Aan de draagconstructies hoeft daarom bij rookscheidingen geen eis op bezwijken bij brand te worden gesteld. Bij de brandwerende scheidingen van respectievelijk 30 minuten en 60 minuten moeten wel eisen worden gesteld aan het bezwijken van de constructies. Hierbij moet o.a. ook rekening worden gehouden met de uitzetting van bijvoorbeeld staalconstructies. Bij brand zullen (staal)constructies ongeveer 10-12 mm per strekkende meter constructie uitzetten. Door deze constructies vrij te laten van de wand of met een glijdoplegging uit te voeren (zie voorbeeld6 detail 7) kan worden voorkomen dat de wand op de brandscheiding door deze uitzetting wordt beschadigd of bezwijkt. Het bevestigen van de kolommen van een staalconstructie aan de brandwerende wand met z.g. smeltankers zal alleen voldoen indien de liggers van de stalconstructie, onder het dak, vrij kunnen uitzetten bij brand. 6.2.2. Vlamdichtheid op afdichting (E) Bij de beoordeling van vlamdichtheid op afdichting moet worden beoordeeld op de volgende onderdelen: a. Gaten in de wand of constructie tussen de beide compartimenten. Een eventueel gat in de wand of aansluitconstructie mag niet groter zijn dan rond 25 mm en er mag geen spleet ontstaan groter dan 15 cm lang en 6 mm breedte. Populair gezegd: de wand en de aansluitconstructie moet gesloten zijn. Dit kan worden gerealiseerd door bij de aansluiting de constructie goed af te werken en het aan te brengen isolatiemateriaal goed te bevestigen. Isolatiemateriaal Bij de voorbeelddetails is in het dak gewerkt met twee soorten isolatiemateriaal o een onbrandbaar isolatiemateriaal Voldoet aan de NEN 6064 of aan klasse A1 volgens NEN-EN 13501-1. Als voorbeeld hiervan kunnen genoemd worden; Steenwol (Rockwool), Glaswol (Isover) en Foamglas (PC). De toepassing moet in overleg met de leverancier, want het gewicht/m en dikte zijn van belang voor de toepassing. Het Nibra is bij de voorbeelden uitgegaan van het toepassen van steenwolplaten met een persing van > 150 kg/m. o isolatiemateriaal Aan dit materiaal worden vanuit de brandveiligheid geen eisen gesteld. b. Vlammen langer zichtbaar dan 10 seconden Het aanbrengen van de opzwellende kit is hiervoor belangrijk. Indien bij brand naden ontstaan kunnen uit de brandruimte gassen worden geperst. Deze gassen kunnen gaan branden of een voor de naden gehouden dot gedroogde watten ontsteken. Op dat moment is de brandwerendheid ook formeel ten einde. Martiaal (b.v. stof) dat achter de wand aanwezig is kan door dergelijke hete gassen dus ook in brand raken. Het afwerken van de details en bevestigen van isolatiemateriaal kan bijvoorbeeld met o schuimvormende brandvertragende kit, geschikt voor het maken van brandwerende afdichtingen en o het brandwerend afdichten van naden in combinatie met brandwerende coating op de oppervlakte van de onbrandbare isolatie. Indien deze aansluitingen of opvullingen niet goed worden uitgevoerd ontstaat de kans dat door overdruk bij brand de opvulling wordt weggeduwd. (zie foto's bijlage 4).

Voor details zie hoofdstuk 7

20

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


6.2.3. Thermische isolatie op temperatuur (I) Bij brand ontstaan hoge temperaturen. Om spontane ontbranding tegen te gaan van materialen die grenzen aan niet-verhitte zijde van de scheidingsconstructie mag de temperatuur aan de niet-verhitte zijde niet te hoog oplopen. De grens ligt volgens de NEN 6069 bij 140 C gemiddeld voor de hele constructie en plaatselijk bij 180 C. Het is dus noodzakelijk om te voorkomen dat b.v. de stalen dakplaten te heet worden en door geleiding die hitte doorvoeren naar de andere ruimte. Dit kan opgelost worden door ter hoogte van de scheiding de stalen beplating goed te isoleren (zie bijvoorbeeld detail 9)7 of op de scheiding te doorbreken. (zie bijvoorbeeld detail 6). 6.2.4. Thermische isolatie op warmtestraling (W) Door uitslaande vlammen bovendaks kan het dak van het niet brandende compartiment rechtstreek door vlamcontact of door straling in brand geraken. Door te voorkomen dat onder andere door de straling van een uitslaande brand of een dakbrand de dakbedekking van het niet brandende dakdeel in brand raakt is het noodzakelijk ter plaatse van de scheiding van de brandcompartimenten een bovendakse "scheiding" te maken. Dit kan door de brandwerende wand bovendaks door te zetten (zie details 10 en 11) of het dak ter hoogte van de scheiding te voorzien van een onbrandbare laag, bijvoorbeeld een laag grind of een rij tegels. Tevens moet over dezelfde breedte het isolatiemateriaal voldoen aan klasse A1 (volgens NEN-EN 13501-1). De dikte van de grindlaag blijkt uit literatuur onderzoek (Schadenbild en VdS 2234) ongeveer 5 cm te moeten bedragen. De breedte van de laag is ook bepaald aan de hand van de gegevens uit de literatuur en interviews (o.a. Handboek Schadepreventie en informatie uit gesprekken met gemeenten) en is gesteld op 3 meter aan beide zijden voor scheidingen met een brandwerendheid van 60 minuten en 2 meter aan beide zijden bij 30 minuten brandwerendheid.

6.3. Beoordeling van de uitvoeringsvarianten


Beoordeling 10 varianten volgens criteria Bouwbesluit
brandwerende beplarting onderzijde dak brandwerend in minuten volgens opgave

Varianten

beschrijving soort aansluiting Door dak heen Tegen dak aan, met grind Scheiding tegen dak aan, Tegen isolatie aan Door dakplaten heen, extra isolatie op de muur canelurevulling Promat gemeente 1, wand tegen waterdichte laag gemeente 1, onderbroken isolatie tegen dak aan, steenwol nokken in canalures, tegels zeer slecht slecht matig redelijk goed

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

nee nee nee nee nee ja ja nee ja nee

> 60 60 30 60 240 60 60 60 60

NEN 6065 uitbreiding via dak ++ +

NEN 6069 R ++ E ++ I ++ W ++

NEN 6068 wbdbo ++

-++

+ +

-+

++ + ++ ++

-++ + ++ +

-++ + ++

-++ + ++ +

++ + ++

-++ + ++

- + ++

Nb. Doordat de kwaliteit van n criterium bepalend is voor de totale brandwerendheid kan het oordeel, WBDBO volgens NEN 6068, nooit hoger zijn dan het slechts beoordeelde criterium.

De details zoals opgenomen in hoofdstuk 7

21

Er wordt voldaan aan de NEN 6068 en daarmee aan de eisen van het Bouwbesluit indien: de cannelures op de juiste wijze zijn dichtgezet (criterium E en W) de branduitbreiding via de hittegeleiding van het stalen dak wordt tegengegaan (criterium I) de constructie niet bezwijkt (criterium R) en wordt voorkomen dat de brand zich via de buitenlucht (via het dak) verspreidt (NEN 6065). Uit de vergelijking volgens de tabel hierboven zijn de varianten 1, 7 en 9 goed. De varianten 5 en 8 zijn als redelijk te kenmerken. Op basis van deze beoordeling c.q. vergelijking en eigen expertise heeft het Nibra op basis van de details 1, 7 en 9 in het volgende hoofdstuk voorstellen van uitvoeringdetails uitgewerkt als variant op bovenstaande goedkeurde details. Bij de voorstellen van de details is er rekening gehouden met de eisen die gesteld zijn in de bouwregelgeving.

22

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

7. Uitvoeringsvoorstellen
1. Inleiding De brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie moet voldoen aan het gestelde in paragraaf 2 van het vorige hoofdstuk. Dit houdt in dat de uitvoering van de aansluiting van de wand tegen het dak moet voldoen aan de criteria zoals genoemd in de subparagrafen 2.1 t/m 2.4 van hoofdstuk 6. Hierbij is tevens aandacht besteed of aan de eis met betrekking tot het bezwijken van de draagconstructie van het dak wordt voldaan. Bij brandwerendheden tot 20 minuten (tevens rookwerendheid 30 minuten) kan de constructie worden opgelegd in of op de muur van de scheiding. Bij hogere brandwerendheden moet rekening worden gehouden met het uitzetten van de draagconstructie (meestal staalconstructie). De constructie moet dan vrijstaand of vrij bewegend (glijdoplegging) van de scheiding worden aangebracht. Om overslag via het dak boven de brandruimte naar het ander deel van het dak te voorkomen moeten maatregelen worden getroffen, die moeten voorkomen dat de brand zich verspreidt via de dakconstructie (brandbaar isolatiemateriaal en brandbare dakbedekking). Met de onderstaande voorbeelden worden varianten op de in het vorige hoofdstuk onderzochte constructies uitgewerkt, die volgens het Nibra het meest geschikt zijn. De voorbeelden zijn voor toepassing bij brandwerende scheidingsconstructies onder een dakconstructie uitgevoerd met een stalen damwandprofiel. Deze constructies zijn niet getest door een testlaboratorium en kunnen, in overeenstemming met artikel 1.5 van het Bouwbesluit, volgens het Nibra als gelijkwaardig worden beschouwd aan geteste constructie.

2. Details Hieronder zijn 13 details uitgewerkt. Deze details zijn varianten op de goedgekeurde uitvoeringsdetails zoals uitgewerkt in hoofdstuk 6, waarbij steeds rekening is gehouden met de criteria zoals die zijn opgenomen in de subparagrafen 2.1 t/m 2.4 van dat hoofdstuk. 1. Constructie brandwerende aansluiting, 20 minuten wbdbo (30 minuten rookwerend)

isolatie onbrandbare isolatie

Opbouw: waterdichte laag (bijvoorbeeld bitumen), isolatie, stalen damwand profiel, draagconstructie. De rookwerendheid wordt gerealiseerd door het plaatsen van een "prop"

23

onbrandbaar isolatie8 materiaal (minerale wol), vastgezet met opzwellende brandwerende kit, in de cannelure op de scheiding. De cannelure aan de bovenzijde van de stalen dakplaat hoeft hierbij niet te worden opgevuld.

2. Constructie brandwerende aansluiting, 20 minuten wbdbo (30 minuten rookwerend)

isolatie onbrandbare isolatie

Opbouw: waterdichte laag (bitumen), isolatie, stalen damwand profiel, draagconstructie. De rookwerendheid wordt gerealiseerd door het plaatsen van een plaat geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol) vastgezet met opzwellende brandwerende kit, tegen de cannelure op de scheiding. De cannelure aan de bovenzijde van de stalen dakplaat hoeft hierbij niet te worden opgevuld. Op de stalen dakplaten, aansluitend aan de scheidingswand, over een breedte van n meter brandwerende verf, (dikte > 400 m) aanbrengen. Het stalen damwand profiel loopt door over de scheiding.

3. Constructie brandwerende aansluiting, 20 minuten wbdbo (30 minuten rookwerend)

isolatie onbrandbare isolatie

Opbouw: waterdichte laag (bijvoorbeeld bitumen), isolatie, stalen damwand profiel, draagconstructie. De rookwerendheid wordt gerealiseerd door het plaatsen van een "prop"onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), vastgezet met opzwellende brandwerende kit, in de cannelure. Tussen de muur en dakplaat een dunne laag onbrandbaar
8

Onbrandbaar isolatiemateriaal volgens NEN 6065, zoals b.v. Foamglas en minerale wol

24

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


isolatiemateriaal afgewerkt met brandwerende kit. De cannelure aan de bovenzijde van de stalen dakplaat hoeft hierbij niet te worden opgevuld. Op de stalen dakplaten, aansluitend aan de scheidingswand, over een breedte van n meter brandwerende verf, (dikte > 400 m) aanbrengen. Het stalen damwand profiel loopt door over de scheiding.

4. Constructie brandwerende aansluiting, 30 minuten wbdbo


Drainata-tegels of grind (5 cm dik) totaal 4 meter breed

isolatie onbrandbare isolatie

Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), isolatie met op de scheiding een plaat geperste onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol) vastgezet met opzwellende brandwerende kit (ook op de wand gelijmd met deze kit), stalen damwand profiel onderbroken, draagconstructie.

25

5. Constructie brandwerende aansluiting, 30 minuten wbdbo


grind of tegels 5 cm dik breedte 4 meter oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

isolatie onbrandbare isolatie

Opbouw: tegels (grind) 4 meter breed, tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), isolatie met op de scheiding een plaat geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol) vastgezet met opzwellende brandwerende kit (ook op de wand gelijmd met deze kit), stalen damwand profiel onderbroken, draagconstructie.

6. Constructie brandwerende aansluiting, 30 minuten wbdbo


grind of tegels 5 cm dik breedte 4 meter

oooooooooooooooooooooooooooooo
vulling canelures bovenzijde zijde

brandwerende verf 1,5 meter breedte isolatie onbrandbare isolatie

brandwerende verf 1,5 meter breedte

doorlopende dakplaat

Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), over een breedte van 4 meter op de scheiding geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), gevulde cannelures met onbrandbaar isolatiemateriaal bovenzijde (minerale

26

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


wol), vrijstaande draagconstructie. Boven de brandwerende wand een cannelurevulling onderzijde met "onbrandbaar isolatiemateriaal" (minerale wol), vastgezet met opzwellende brandwerende kit, in de cannelure, breedte haaks op de muur, tenminste 20 centimeter . Tussen de muur en dakplaat een dunne laag onbrandbaar isolatiemateriaal afgewerkt met brandwerende kit. Op de stalen dakplaten, aansluitend aan de scheidingswand, over een breedte van 1,5 meter brandwerende verf (dikte > 515 m) aanbrengen. Het stalen damwand profiel loopt door over de scheiding.

7. Constructie brandwerende aansluiting, 60 minuten wbdbo


grind of tegels 5 cm dik, breedte 6 meter

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

vulling cannelures boven- en onderzijde

vulling cannelures boven- en onderzijde

onbrandbare isolatie

Onbrandbaar plaatmateriaal > 15 mm dik


isolatie

Vrijstaande draagconstructie

Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), over een breedte van 5 meter op de scheiding geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), op de wand gelijmd met opzwellende brandwerende kit, gevulde cannelures met onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), onbrandbare beplating (breedte 2meter ieder zijde), stalen damwand profiel onderbroken, vrijstaande draagconstructie.

27

8. Constructie brandwerende aansluiting, 60 minuten wbdbo


Drainata-tegels of grind (5 cm dik) totaal 6 meter breed

onbrandbare isolatie isolatie

Onbrandbaar plaatmateriaal dikte > 15 mm

Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), over een breedte van 5 meter op de scheiding geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), op de wand gelijmd met opzwellende brandwerende kit, gevulde cannelures met onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), onbrandbare beplating (breedte 2meter ieder zijde), stalen damwand profiel onderbroken, vrije glijdoplegging van draagconstructie.

9. Constructie brandwerende aansluiting, 60 minuten wbdbo


Drainata-tegels of grind (5 cm dik) totaal 6 meter breed

onbrandbare isolatie isolatie

Vrijstaande draagconstructie

28

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), over een breedte van 5 meter op de scheiding geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), wand door eerste laag isolatie heen, isolatie op de wand gelijmd met opzwellende brandwerende kit, stalen damwand profiel onderbroken, vrijstaande draagconstructie.

10. Constructie brandwerende aansluiting, 60 minuten wbdbo


grind of tegels 5 cm dik breedte 6 meter

oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

onbrandbare isolatie

Vrijstaande draagconstructie
isolatie

Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), over een breedte van 5 meter op de scheiding geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), wand door eerste laag isolatie heen, isolatie op de wand gelijmd met opzwellende brandwerende kit, stalen damwand profiel onderbroken, vrijstaande draagconstructie.

29

11. Constructie brandwerende aansluiting, 60 minuten wbdbo


grind of tegels 5 cm dik breedte 6 meter ooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo

vulling cannelures boven en onderzijde

isolatie
onbrandbare isolatie

Onbrandbaar plaatmateriaal Dikte > 15 mm

Vrijstaande draagconstructie

Opbouw: tegels (grind) tegen brandoverslag via bovenzijde dak, waterdichte laag (bitumen), over een breedte van 5 meter op de scheiding geperst onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), op de wand gelijmd met opzwellende brandwerende kit, gevulde cannelures met onbrandbaar isolatiemateriaal (minerale wol), onbrandbare beplating (breedte 2 meter iedere zijde), stalen damwand profiel niet onderbroken, vrijstaande draagconstructie.

12. Constructie brandwerende aansluiting, > 60 minuten wbdbo

Wand 50 cm bovendaks

Vrijstaande draagconstructie isolatie

30

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Opbouw: waterdichte laag (bitumen), isolatiemateriaal, stalen damwand profiel onderbroken, vrijstaande draagconstructie.

13. Constructie brandwerende aansluiting, > 60 minuten wbdbo

wand 50 cm bovendaks

Vrijstaande draagconstructie

isolatie

Opbouw: waterdichte laag (bitumen), isolatiemateriaal, stalen damwand profiel onderbroken, vrijstaande draagconstructie.

31

8. Conclusie en aanbevelingen
De analyse van de wijze waarop gemeenten omgaan met de uitvoering van de brandveiligheid van stalen damwandprofielen levert de volgende bevindingen op: In elke onderzochte gemeente komt de dakconstructie van stalen damwandprofiel in aanzienlijke hoeveelheden voor. Een groot aantal gemeenten heeft details van constructies ontvangen bij de diverse bouwaanvragen (zie bijlage 3). Er wordt vrijwel geen controle uitgevoerd op details gedurende het bouwvergunningproces. Er is weinig of geen kennis van alternatieve mogelijkheden met betrekking tot uitvoering van brandwerende scheidingsconstructies. De brand in Leiden heeft nauwelijks effect gehad op handhavingactiviteiten binnen de gemeenten. Bij de beoordeling van de wandaansluiting met het dak moet per onderdeel van de constructie beoordeeld worden of aan de criteria wordt voldaan. Er is bij alle gemeenten maar van n uitvoeringsdetail met zekerheid bekend, dat die voldoet aan alle criteria9. Bij de bepaling van andere oplossingen moet daarom worden beoordeeld (lees beredeneerd) of de uitvoering voldoet. Bij de onderzochte gemeenten resulteerde dit tot een groot scala aan interne gemeentelijke beoordelingscriteria10, die niet voldoen aan de criteria van NEN 6068 en NEN 6069. Het onderzoek leidt tot de conclusie dat veel bestaande gebouwen met stalen dakplaten thans niet de vereiste kwaliteit van uitvoering van details bij scheidingen van brandcompartimentering bezitten. Een grove schatting is dat het in Nederland gaat om duizenden gebouwen met veelal een industriefunctie en in mindere mate een kantoor- of winkelfunctie. Het niet goed functioneren van de brandcompartimentering heeft vooral consequenties voor beheersbaarheid van brand. Een groter deel van een gebouw zal in brand raken, waardoor de economische schade toeneemt en de brandbestrijding complexer wordt. Ook zal de brandweer bij het bestrijden van de brand rekening moeten houden met mogelijk een snellere branduitbreiding en in incidentele gevallen op brandgasexplosies11. De consequenties voor het vluchten bij brand zijn bij de onderzochte constructies mogelijk beperkter. Deze zijn er alleen als de uitgevoerde brandwerende scheidingsconstructies niet minimaal 30 minuten rookwerend zijn. Omdat het onderzoek zich beperkte tot brandwerende scheidingen, zijn daarover geen conclusie getrokken. De volgende varianten in aansluitingen, uitgevoerd met een stalen damwandprofiel zijn aangetroffen in de literatuur en bij gemeenten: zie voor voorbeelden van deze varianten en de beoordeling in hoofdstuk 6. 1. Scheidingen die door het dak heen voeren. 2. Scheidingen die slechts zijn voorzien van cannelurevulling boven de scheidingswand. 3. Scheidingen waarbij de wand aansluit tegen het stalen dak, aangewerkt met losse stukken onbrandbaar isolatie. 4. Scheidingen waarbij de wand is doorgezet door de stalen dakplaten tegen de isolatie aan. 5. Scheidingen waarbij de wand is doorgezet door de stalen dakplaten en door de isolatie heen maar niet bovendaks en voorzien van extra plaat isolatie.

Dit detail is opgenomen in Bijlage 5 Promat detail Zie hiervoor antwoorden van de gemeenten 11 Zie hiervoor het TNO-rapport 2005-CVB-R0395, oktober 2005, brand in Leiden
10

32

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


6. Scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling alleen boven de scheidingswand en niet boven de beplating. 7. scheidingen met "brandwerende" beplating haaks op de wand, cannelurevulling boven de scheidingswand en boven de beplating. Onbrandbare isolatie over de breedte van de "brandwerende" beplating en waterdichte laag afgedekt met grind of tegels (Promatoplossing). 8. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de normale, meestal brandbare isolatie wordt onderbroken door onbrandbare isolatie. 9. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de normale, meestal brandbare isolatie wordt onderbroken door onbrandbare isolatie en de waterdichte laag word afgedekt met grind of tegels. 10. Een combinatie van 2 t/m 6, waarbij over een bepaalde breedte ter hoogte van de scheiding de waterdichte laag wordt afgedekt met grind of tegels zonder dat de isolatie wordt onderbroken. De meest te prefereren uitvoeringsvariant betreft in volgorde van voorkeur voor brandwerende scheidingen: De variant 1, bovendaks en de variant die voldoet aan beschrijving bij 7 en 9. De voorkeursvarianten zijn in de detailuitvoeringen voor de details met een weerstand tegen branddoorslag en overslag (wbdbo) van 60 minuten door het Nibra verder uitgewerkt in hoofdstuk 7, de details 7 t/m 13. Voor lagere brandwerendheden, van toepassing bij bestaande bouw en laagbouw, zijn de details 1 t/m 6 daarop een variatie, waarbij de brandwerendheden op een andere manier vorm is gegeven maar wel rekening is gehouden met de criteria van de NEN 6069. De wijze waarop de gemeenten omgaan met de genoemde constructie-uitvoering is zorgelijk. In elke van de onderzochte gemeenten was de afdeling preventie van de brandweer en/of de afdeling bouw- en woningtoezicht van de gemeenten bekend met de toepassing van stalen damwandprofielen in daken. Hoewel de gemeenten op de hoogte waren met de problemen die ontstaan bij het maken van een brandscheiding onder een dergelijk dak, was er in geen van de gemeenten een consequente controle en handhavingscultuur om die problemen te signaleren en op te lossen. In slechts incidentele gevallen werden goede handhavingscontroles uitgevoerd. Bij gebouwen zonder brandwerende scheidingen wordt in geen van de gemeenten structureel aandacht besteed aan de uitvoering van de aansluiting van scheidingswanden tegen de dakconstructie. Van de 50 bezochte gebouwen was slechts bij ongeveer 20% sprake van een goed uitgevoerde constructie.

Aanbeveling 1 Het Nibra beveelt aan alleen constructies toe te passen die zijn getoetst in overeenstemming met de normen NEN 6068, NEN 6069 en NEN 6075. Omdat uit het onderzoek is gebleken dat slechts n constructie aan die eis voldoet (Promat), heeft het Nibra in hoofdstuk 7 voorstellen gedaan om te komen tot een aantal geaccepteerde constructies die de toets van gelijkwaardigheid kunnen doorstaan zoals is aangeven ion artikel 1.5 van het Bouwbesluit 2003. Het Nibra adviseert deze details voor te leggen aan het Landelijk Netwerk voor de brandpreventie (van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding), om zo een landelijke acceptatie te verkrijgen voor toepassing van deze details.

33

Aanbeveling 2 Het Nibra beveelt aan in de opleiding van controleurs en handhavers van gemeenten (extra) aandacht te besteden aan de uitvoering van de bouwkundige brandveiligheid, vooral ter plaatste van aansluitingen bij brandwerende constructies.

Aanbeveling 3 Het Nibra beveelt aan de repressieve dienst van de brandweer op de hoogte te brengen van de mogelijke gebrekkige uitvoering van aansluitdetails bij scheidingen van brandcompartimentering. Hierdoor kunnen mogelijk gevaarlijke situaties ontstaan bij een inzet. Inventarisatie van gebouwen met slechte uitvoering van genoemde details kan deze informatie concreet maken en tevens dienen als basis voor handhavingacties bij de gemeente.

34

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Referenties
Factory Mutual Engeneering Corp, 1985, Loss prevention data 1985 1-22, Criteria for maximum foreseeable loss, fire walls and space separation. NCP, 2006, handboek Schadepreventie voor de verzekeringspraktijk, digitale versie. NNI, 2003, Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 6065, NEN 6068, NEN 6069 en NEN 6075. NVBB, 1999, Dossier NVBB 137, Beveiliging tegen brand van opslagplaatsen. NVBB, 2000, NVBB magazine nr. 153-december. Promat, 1998, Handboek 6.3 Promat detail 1.31.60. Rockwool, 2005, brochure Rhinox vlakdak. Roofing Holland, 1997, tijdschrift Roofing Holland 97-3 pagina 8. SBR, 2002, Stichting Bouwresearch, infoblad 38, 2002, omgekeerd dak. Schadenbild aktuell, 1990, Bayerische versicherungskammer, verzameling van artikelen uit voormalig Duits tijdschrift van verzekeraars, nr 7. SIA, 1986, Schweizerischer Ingenieur- und Architektenverein, Richtlijn SIA271. Staalbouwkundig genootschap, 2006, Nederland, brochure Brandveilig bouwen met staal, Brandveilige hallenbouw met staal. TNO, 2000, Centrum voor brandveiligheid, rapport nr. 2000-CVB-R02299 van Promat. VdS, 1999, Vetrauen durch Sicherheit, Schadenverhtung, VdS 2234, Brand und Komplexwnde, 1999-05 nr. 03.

35

Bijlage 1 Vragen en antwoorden


Brief aan de gemeenten Op 3 april 2005 heeft bij een brand in een bedrijfsverzamelgebouw in de gemeente Leiden een brandgasexplosie plaatsgevonden, waarbij twee brandweerlieden zwaargewond zijn geraakt. Uit TNO-onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de dakconstructie heeft bijgedragen tot het ontstaan van de explosie. Deze, veel voorkomende, dakconstructie bestaat uit geprofileerde staalplaten met daarop isolatiemateriaal en een bitumen afdekking. Tussen het isolatiemateriaal en de dakplaten zijn hierbij doorgaande holten (de zogenaamde cannelures) aanwezig, gevormd door de damwandprofilering van de staalplaten. Ter plaatse van de brandhaard zijn brandbare gassen in deze cannelures gestroomd. De gassen hebben zich vervolgens via de cannelures verplaatst naar een ander deel van het gebouw waar vervolgens een explosie is ontstaan. Bij de betreffende explosie is gebleken dat een brand zich kan uitbreiden via de dakconstructie. Het vermoeden bestaat dat gemeenten bij de beoordeling van brandwerende scheidingsconstructies hiermee vaak onvoldoende rekening houden. De inspectie van het ministerie van VROM wil daarom inzicht krijgen in de wijze waarop deze scheidingsconstructies in Nederland thans worden uitgevoerd en beoordeeld. De VROM-Inspectie heeft het Nibra opdracht gegeven om dit te onderzoeken. De resultaten van het onderzoek kunnen wellicht leiden tot een verbetering van de brandveiligheid van gebouwen met genoemde dakconstructies. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij tien gemeenten. Uw gemeente is hiervoor door VROM geselecteerd. Ik verzoek u aan dit onderzoek medewerking te verlenen. Het voornemen is om dit onderzoek in februari 2005 uit te voeren. Het onderzoek is inventariserend van aard en is nadrukkelijk niet bedoeld om uw gemeente te beoordelen. Het onderzoek bestaat uit een interview met betrokken ambtenaren en een beoordeling op locatie van uitgevoerde brandwerende scheidingen. Mevrouw R. Haarsma zal binnenkort contact opnemen met uw gemeente om een afspraak te maken voor het uitvoeren van het onderzoek. De uitvoering zal gescheiden door de heer J.Weges. Met vriendelijke groet, Prof. dr. B.J.M. Ale MIFireE Programmamanager Onderzoek

36

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Vragenlijst gemeenten 1) Heeft u in uw gemeente gebouwen met daken geconstrueerd van stalen damwandprofiel12 (al dan niet gesoleerd)? a) Bij welke gebouwen, met welke gebruiksfunctie, worden deze constructies hoofdzakelijk toegepast? b) Hoeveel van dergelijke daken heeft u in uw gemeente (indien mogelijk schatting naar type gebruik volgens Bouwbesluit {of soort gebouwen})? 2) Heeft u of uw collega's inzicht in de uitvoering van deze constructies. a) Heeft u detailtekeningen van de toegepaste constructies en zo mogelijk foto's van de uitvoering? b) Kunt u aangeven op welke wijze deze constructies veelal zijn uitgevoerd? 3) Zijn de hiervoor genoemde constructies ook toegepast ter plaatse van brandwerende scheidingen en/of als onderdeel van de brandwerende scheiding a) Hoe is de uitvoering van dergelijke brandwerende constructie in de brandwerende scheidingen. 4) Welke brandwerendheid kent u toe aan de (diverse) uitvoeringen van dergelijke constructies. a) Heeft u vastgesteld gemeentelijk beleid met betrekking tot toepassing van dergelijke constructies? Zo ja kan het Nibra daarover beschikken?. b) Heeft u vastgesteld welke constructie voor welke brandwerendheid wordt geaccepteerd. (respectievelijk 20, 30 en 60 minuten)? c) Welke overwegingen gebruikt u om constructies te keuren anders dan met behulp van bijvoorbeeld TNO testen en wat zijn daarbij de criteria? d) Zijn de gerealiseerde constructies in overleg met de gemeente tot stand gekomen? Zo ja, was het oorspronkelijke ontwerp afgekeurd en op welke grond? e) Zijn van in uw gemeente toegepasts constructies brandtesten (TNO rapporten of buitenlandse rapporten e.d. ) bij u bekend en zo ja kan het Nibra daarover beschikken? 5) Heeft u of anderen in uw gemeente ervaring bij brand met dergelijke constructies en zo ja welke? a) Zijn op grond van ervaringen in uw gemeente of informatie uit andere gemeenten, bedrijven of dergelijke aanpassingen vereist bij (nieuwe) dakconstructie met stalen damwandprofiel? b) Is de brand in Leiden voor uw gemeente aanleiding geweest om extra aandacht te besteden aan dergelijke constructies en zo ja welke effect heeft dat gehad. 6) Het is noodzakelijk dat het Nibra ten behoeve van dit onderzoek inzicht krijgt in de werkelijke uitvoering van stalen damwandprofielen bij stalen daken, zowel algemeen als op plaatsen van brandwerende scheidingen. a) Kunt u aangeven op welke wijze wij in uw gemeente het beste inzicht kunnen krijgen over de uitvoering van de toegepaste dakconstructies constructies? b) Kan het Nibra samen met u of een andere (brandveiligheids)deskundige van uw gemeente enkele plaatsen bezoeken waar dergelijke constructie zijn/worden toegepast? c) Kunt u ter voorbereiding daarop een lijstje, met gebouwfuncties, maken van plaatsen waar het Nibra het beste kan gaan inspecteren? 7) Heeft u nog opmerkingen aangaande toepassing van stalen damwand profiel op daken in uw gemeente?

12

Met stalen damwandprofiel worden geen daken van golfplaten bedoeld zoals worden toegepast bij b.v. Romney-loodsen

37

Antwoorden gemeente De antwoorden van de gemeenten zijn vastgelegd in aantekeningen en notities. Deze notities zijn opgenomen in dit rapport. Gemeente 1 (95.000 inwoners) 1. a Industrie, opslag bedrijfsgebouwen, utiliteitsgebouwen (dit betreft ingeschat 75 % van de platte daken). b. Meer dan 500 gebouwen, vooral distributiecentra, brandweer kazerne, enkele sporthal. 2. De brandweer heeft vrijwel geen inzicht in de uitvoering. Door brandweer wordt geen controle op de bouw van brandveiligheid van daken uitgevoerd. a. In het verleden werd hieraan weinig aandacht besteed. Sinds de brand in Leiden wordt er meer aandacht aan de controles besteed. b. Er zijn alleen standaard dakbedekkingdetails bekend. Het aantal uitvoeringsdetails groeit wel maar de brandweer heeft vrijwel geen details van aansluitingen wand-dak. De brandweer voert ook met Bouw en woningtoezicht controles uit op de bouw. Maar dat gebeurt vaak pas bij oplevering, geen detail controle bij bouwaanvraag. Normaal worden de cannelures dichtgezet met steenwol en als het goed is ook met brandwerende kit verlijmd en afgewerkt (z.g. Gerco detail). Opvulling van cannelures bovendaks wordt niet gecontroleerd. Wel controle op uitvoering onbrandbare isolatie over strook van 6 meter (3 meter aan beide zijden) aanbrengen onbrandbare (brandwerende) beplating (Promat detail) onderzijde ook over 3 meter aan beide zijden. dichtzetten op scheiding, niet de gehele cannelures vullen over genoemde 6 meter. 3. Hiervoor wordt vooral gekeken naar uitvoering details van bedrijven die ook doorvoeringen dichtzetten. a. 9 van de 10 keer wordt alleen steenwol in de cannelures gezet aan onderzijde, dus algemeen is de uitvoering slecht. 4. Er is geen constructie- en detailbeleid vastgelegd. a. Er is wel een regionaal handboek met voorbeelden / praktijkrichtlijnen. Uitvoering is in principe gebaseerd op het Promat detail. Details regio Voorwaarden voor de constructie-uitvoering volgens de regio, De gebruikte situatie c.q. constructie dient aantoonbaar te voldoen aan de WBDBO-eis.

750 mm Dakbedekking Isolatiemateriaal Geprofileerde stalen dakplaat Staalconstructie Brandwand

38

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


De staalconstructies in de beide brandcompartimenten dienen onafhankelijk van elkaar te zijn. De geprofileerde stalen dakplaat dient gedilateerd te worden ter hoogte van de wand. De brandwand steekt minimaal 750 mm door het dak en de gevels, gemeten vanaf de buitenzijde van dak en / of gevel Het dakvlak wordt ter hoogte van de brandwand onderbroken door onbrandbare isolatiemateriaal. Op de bovenzijde van het dakvlak dient een afdekking van 1000 mm met grind of betontegels te worden aangebracht. Aan de onderzijde van het dakvlak dient aan weerszijde van de brandwand een strook van 500 mm onbrandbaar vezelplaat te worden aangebracht Afdekking grind of betontegels 1000 mm Onbrandbare isolatiemateriaal
Dakbedekking Isolatiemateriaal Geprofileerde stalen dakplaat

500 mm

500 mm

Onbrandbare vezelplaat Brandwand

Aan weerszijde van de brandwand wordt een strook van 5 meter onbrandbaar isolatiemateriaal aangebracht Onbrandbare isolatiemateriaal 500 mm 500 mm Dakbedekking Isolatiemateriaal

Geprofileerde stalen dakplaat

Staalconstructie Brandwand

b. Uitgangpunt is dat er geen gaten te zien mogen zijn. De combinatie van steenwol en Promatec -platen is de meest voorkomende constructie. Bovendaks 75 cm wordt erkend als 60 minuten, hogere brandwerendheden (b.v. voor de rekenmethode beheersbaarheid van brand) niet uitgewerkt, wel belangstelling voor. Ook wordt gekeken naar de sterkte van de constructie bij brand. 30 minuten komt zelden voor (10% van de gevallen maximaal). c. Geen andere constructie dan TNO testen Promat bekend. Door gemeente wordt uitvoering van dat detail met bijvoorbeeld gipsplaat ook goedgekeurd. De criteria voor goedkeuring zijn te splitsen in objectief (b,.v details handboek Regio en details Promat) en

39

subjectief (eigen ervaring). Waarop wordt getoetst: Leerstof Nibra, documentatie ervaring bij brand. d. Er zijn geen objectieve criteria met betrekking tot uitvoering constructie, uitvoeren controles samen met Bouw en woningtoezicht goed, geen overleg met betrekking tot uitvoering details. e. Nee, geen andere testrapporten dan Promat. 5.a Geen effect b. Nee. 6 Zie foto's.

Gemeente 2 (70.000 inwoners) Het toetsen gebeurt globaal, niet op details. Uitgangspunt is gecertificeerde oplossingen (met TNO test of met attest) of oplossingen uit het SBR boek. Bij bestaande bouw geen aanschrijvingen met betrekking tot het dak. Na de brand in Leiden is er een soortgelijk pand in de gemeente getoetst en er is vergunning verleend. De controle bij opbouw van de constructie is niet gebeurd. Er is geen uitvoering die overeenkomt met de eerder genoemde uitgangspunten. Oorzaak: geen tijd om zaken goed aan te pakken. 1.Ja a. Utiliteitsbouw, industrie, een zorggebouw, enz. Komt eigenlijk overal voor met uitzondering van woningbouw. b. Geen idee, in ieder geval heel veel. Gemeentelijke gebouwen meer dan 120 stuks 2. Geen. a. Specifieke vraag, vrijwel nooit. b. Niet brandwerend, geen uitvoeringseis. 3. Cannelures dichtzetten ter hoogte muur, soms ook aan zijkant brandwerende platen die eronder zitten (50 cm breed, Promat detail) Nb. Geen onderbreking brandbare dakisolatie geen bescherming op het dak (dit is maar een enkele keer voorgekomen). Er is ook geen uitvoering bekend met muren bovendaks. 4. a. Nee. b. Zie bij 3, niets vastgesteld, geen verschil tussen 30 of 60 minuten. c. Op gevoel met GBV (gezond boeren verstand). d. Ja altijd. Geen details op tekening gekeurd. Geen zelfstandige controles brandweer, wel incidenteel samen met Bouw en woningtoezicht als adviseur. Afkeuring: als niet aan TNO rapport wordt voldaan.. Gelijkwaardigheid, op gevoel, bv. Dubbel gips-kartonplaat i.p.v. speciale brandwerende plaat.. In de praktijk: controles bij industrie nihil, totall los bij brand is geen probleem van de overheid. Ander risicovol gebruik, b.v. celgebouwen strikt. e. Alleen detail Promat. 5.a. Nee. b. Niet op papier, wel gevoelsmatig, GBV (gezond boeren verstand). 6. Zie foto's.

40

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Gemeente 3 (170.000 inwoners) Algemeen, cannelures zijn aan de bovenzijde open, zie oud detail Promat. Nb. Het aangevoerde detail was ongeveer 7 jaar oud en niet getest, het detail was een door Promat beredeneerde constructie (informatie van B. van Nieuwenhuizen Promat d.d. 2203-2006). Deze constructie voldoet niet. 1.a sportgebouwen, industrie, kantoor. b > 1000 gebouwen. 2.a Zie foto's. b. Niet van toepassing, slechts 1 stuks. 3.a Promat detail zonder invulling cannelures aan de bovenzijde zie foto's . Er was 1 oplossing / uitvoering bekend die geheel volgens laatste Promat detail is uitgevoerd. 4.a Wel mondelinge afspraken, niets vastgelegd. b. Ja wel onderscheid: dikte plaat onderzijde (Promat). materiaal keuze. ervaring (niet aangegeven welke). geen eigen normering. Mogelijke details, niet overlegd als voorbeeld, alternatief voor silacaatplaten met gipskartonplaten (fa. Knauf). c. Via Promat detail doordenken, toetsingskader via tekeningen. d. Nee. e. Nee, mogelijk Knauf detail, deze is echter niet gevonden. 5.a. Brandervaring winkelcentrum, is geheel uitgebrand, zaten echter geen brandscheidingen in. b. Nee, hadden al goede aandacht. 6. Zie foto's.

Gemeente 4 (14.000 inwoners) 1. Ja industrie functie, bedrijfsgebouwen, sportfunctie 1 sporthal, geen winkelcentra e.d. aantal in de gehele gemeente geschat op ongeveer 40. 2. Inzicht in constructie, ja. Echter geen detailtekeningen aanwezig. Opbouw constructie traditioneel, staal skelet, liggers en platen. Afdichting bij de dakconstructie in de cannelure openingen, met steenwol en "kit" en / of bijvoorbeeld silicaat-platen en dergelijke. 3. Brandwerende scheidingen alleen bij bedrijfsgebouwen, sporthal is 1 brandcompartiment. Niet brandwerende scheidingen ook bij bedrijfsgebouwen. Uitvoering van de constructie meestal met steenwol, details op tekening soms onduidelijk. 4. Er is geen gemeentelijk beleid vastgesteld met betrekking tot dit soort constructies. Er is gemeentelijk niet vastgelegd welke constructies, anders dan TNO gekeurde, worden goedgekeurd voor 60-30-20 minuten. Indien geen TNO rapport, geen kennis in huis voor keuring. Een deskundigen verslag (van alternatieve opbouw) wordt ook niet geaccepteerd. Scheidingen van brandwerende constructies, geen controle op detail via tekening, maar alleen in de praktijk. Bij opbouw is certificaat noodzakelijk, b.v. Gerco. Geen eigen constructies bedacht of in de kast staan, wel wordt uitvoering volgens SBR goedgekeurd. Uitleg door brandweer, hoogte bovendaks 50 cm of brandwerende maken dak over 3 meter breedte naast de scheiding. Er is geen vastgelegde overwegingmodel voor goedkeuren of afkeuren van constructies ten behoeve van de brandwerendheid. Er is geen onderscheid tussen 30 minuten brandwerend gelijk en bovenstaand detail. De gemeente heeft wel een eigen oplossing met plafond onder het gehele dak, 30 minuten brandwerend. Bij bestaande bouw wordt altijd 30 of 60 minuten gelijk als bij nieuwbouw geist. 41

Geen andere rapporten bekend. Ook geen eigen voorbeelden aanwezig. 5. Er is geen ervaring bij brand met dit soort constructies. De brand in Leiden is bekend, men houdt daarmee slechts beperkt rekening. Bij bouw varkensstal is gekozen om geen EPS toe te laten als isolatiemateriaal, dit is echter niet onderbouwd. 6. zie foto's.

Gemeente 5 (106.000 inwoners) 1. Kantoren, sporthallen, winkels, bijeenkomstfuncties, aantal > 500. 2. a. Ja, zie foto's, veel details. b. In principe wand altijd door dak heen, alternatief is constructie met glij-oplegging of aparte los van elkaar staande staalconstructies. Isolatie ter plaatse van scheiding steenwol (breedte 5 meter), muur tegen isolatie aan, dakplaten onderbroken. 3. Zie 2, niet brandwerend n.l. geen eisen. 4. Beleid standaard details, mondelinge afspraken. a. Documentatie Promat, bouwen met Staal. b. Overwegingen bij goedkeuring; 1. Brand moet worden tegengehouden. 2. Draagconstructie los van scheiding maken (in verband met bezwijken) , geen constructie met smeltbouten (brand op afstand veroorzaakt wel instorten van de constructie, dan nog geen effect van de smeltbouten). 3. Deuren in doorvoeringen, volgens testrapport. 4. Dakisolatie 2,5 meter aan ieder zijde met steenwol. (SBR boek, en NPR 6089 brandwerendheid hoekoplossing, brand bovendaks straling, (x2 + y2) = 4 voor 60 minuten, aangezien Y is stralend deel, bovendaks vlammen moet x = 4 zijn. Als x = 2,5 m dan is de brandwerendheid slechts 30 minuten).

5. Muur tegen steenwol aan, anders alle cannelures dichtzetten (bovenzijde en onderzijde), twee zijden beplating, 2.5 meter (Promat o.d. geen dikte genoemd). Bovenzijde cannelures wordt niets aan gedaan, bovenzijde bitumen wordt niet beschermd. De dakplaten worden niet doorbroken, dus geen muur door staalplaat heen. c. Constructie los van elkaar, afstand tussen constructie en muur. d. Ja, zie foto's. e. Nee. 5. Zowel met constructie als scheidingen nog niet. 6. Zie foto's.

42

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Gemeente 6 (53.000 inwoners) Opmerking: de brandweer voert geen controles uit op de bouw. 1. Industrie, winkels, sporthal (echter in veel gevallen slechts 1 brandcompartiment). 2. a. Er is vrijwel niets aan dossiervorming op dit gebied gedaan, geen details op tekening en er konden ook geen uitvoeringsdetails in de praktijk worden getoond. b. Wordt niet op gecontroleerd door de brandweer en ook de afdeling bouw en woningtoezicht besteedt vrijwel geen aandacht aan dit onderwerp. 3. a. Het Promat detail is basis voor de constructies, die wordt als voorbeeld gebruikt voor de uitvoering, anders moet de brandwerende scheiding door de dakconstructie heen. Er wordt niet op tekening beoordeeld, er is geen verplichting inleveren van details bij bouwaanvraag. Standaard eis voor uitvoering brandwerende scheiding is 60 minuten. 4.a. Nee, geen gemeentelijk beleid. b. Nee, er is in de praktijk geen onderscheid, alleen scheidingen van 60 minuten. c. Gebeurt niet in de praktijk en indien toch ter sprake komt vind er geen echt gefundeerde beoordeling plaats. d. Nee, niet bekend. e. Nee, niet bekend. 5. Nee, geen ervaring. b. Nee, niet als probleem ervaren. 6. Vrijwel geen praktische informatie, op verschillende locaties geweest, maar slechts twee uitvoeringsdetails gezien (waren niet goed overigens).

Gemeente 7 (33.000 inwoners) 1.a Industrie, winkels, bijeenkomst (sport). b. Totaliteit 100 stuks, isolatiemateriaal meestal EPS. 2. Zie foto's bovenzijde , geen onderzijde bekend, plaatsen van steen wol ipv EPS. a. Bovenzijde steenwol. b. Weet nog niet, moeten we zien op locatie. Promat is een vorm van een oplossing. 3.a de brandwerendheid wordt per geval en per aannemer apart beoordeeld er is geen oplossing standaard. Wel standaard is de dakisolatie, ter plaatse van een bandwerende scheiding wordt een strook van 6 meter (over de gehele lente van de scheiding) onbrandbaar isolatiemateriaal (meestal steenwol) aangebracht. 4.a er is in de gemeente geen beleid met betrekking tot uitvoeren dakconstructies. Wel is er beleid met betrekking tot constructies in het algemeen. Constructies worden altijd gecontroleerd op hun stabiliteit en sterkte. b. Alleen op ervaring brandweer (niet nader omschreven of aan kunnen geven wat dat is), er is geen nader onderbouwing. Er is wel onderscheid tussen de diverse brandwerendheden: 60 minuten constructie in principe door dak heen. 30 minuten aansluiting tegen onderzijde constructie aan, afwerking is daarbij belangrijk, de cannelures moeten dan ook dichtgezet zijn en er moet aandacht worden besteed aan het bezwijken van de draag/bouw constructie. Als isolatie op scheidingen alleen steenwol o.d. toe te staan. Kieren worden dichtgezet met z.g. brandwerende PUR (tot maximaal 15 mm. kiergrootte). Bij 60 minuten laat de gemeente minder toe, bij 30 minuten wordt soepeler omgegaan met uitvoering. Toepassing van z.g. Gerco systeem, afdichten cannelures met steenwol en afwerking van de steenwol met z.g. brandwerende (opzwellende ) kit, wordt ook zonder overwegingen o.d. goedgekeurd. c. Geen overwegingen kunnen aangeven. d. Ja, 60 minuten akkoord als door het dak heen is gevoerd, 30 minuten de "Gerco" oplossing. 43

e. Geen andere rapporten bekend dan van TNO. 5.Er is geen ervaring met branden. a. Ja, over brandwerende scheidingen altijd een strook onbrandbare isolatie (6 meter) heen. b. Nee, geen extra aandacht na Leiden. 6 zie foto's.

Gemeente 8 (12.000 inwoners) 1.a Ja, industrie en scholen. b. Samenwerkingsverband van gemeenten, het aantal is niet in te schatten. Niet zo veel volgens de gemeente. 2. Er zijn geen eisen aan gebouwen zonder brandscheiding, wordt ook geen aandacht aan besteed. 3. Zie details tekeningen, en foto's. Brandwerendheid 30 minuten

Brandwerendheid 30 minuten 4. a. Nee. b. Nee, geen vaststelling van details , Promat wordt als basis gebruikt. c. Brandgassen mogen niet van ene naar een ander brandcompartiment gaan. Compartimentnaden kunnen dichtzetten. Thermische begeleiding. d. Ja, b.v. een aantal gebouwen op industrie terrein. e. Nee. 5.Nee. a. Ja, regionaal wordt dat opgepakt b. Ja, nu wel i.v.m. publiciteit. 6. Zie foto's.

Gemeente 9 (45.000 inwoners) 1. Ja, alleen utiliteitsbouw, b.v. industrie, winkels, bijeenkomst / sport (disco en zwembad). In de afgelopen 3 jaar voor ongeveer 40 locaties dergelijke aanvragen gedaan. Met brandscheidingen geen specifiek aantal bekend. 2. Ja er zijn tekeningen, met principe details, maar er is niet bekend of dat ook de uitvoeringsdetails zijn. Uitvoering veelaal gezaagd steenwol, met PUR vastgezet. Dak isolatie veel EPS en ook wel steenwol.

44

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Laatste jaren steeds betere passtukken voor de specifieke daken, en pasta voor vastzetten en afdichten. Voor dichtzetten van bovenkant, zoals in "Promat"test is uitgevoerd zijn er geen specifieke aantallen bekend (Nb. ook niet in de praktijk gezien). . 1. Figuur: Promat detail Bij het invullen van bestaande daken met nieuwe brandwand is de beoordeling moeilijk. 3. Ja, zie vraag 2. Details zie figuur 2 en 3

Detail Promat en details schadeverzekeraars en het Duitse tijdschrift "Schaden Bild"

Figuur 2 (uit "Schadenbild" nr. 56) Beschrijving. Brandwanden moeten tenminste 50 cm bovendaks zijn uitgevoerd, een volledige onderbreking va de constructie is noodzakelijk, isolatie mag dan brandbaar zijn.

Figuur 3 (uit "Schadenbild") Bij brandwanden die niet door het dak heen gaan is moet het stalen damwand profiel wel volledig onderbroken worden en loopt de wand door tot tegen de isolatie aan. De isolatie ter plaatse van de onderbreking moet over tenminste 2 meter + dikte van de wand onbrandbaar zijn. Op het dak moet grind zijn aangebracht om brandende dakbedekking te voorkomen. De dakvlaken moeten per 1000 m de brandbare isolatie worden onderbroken door onbrandbare isolatie. Bij daken met grind afdekking 1 meter breed, bij daken zonder grind 3 meter breed.

45

De Nederlandse verzekeringsmaatschappijen (TBBS juni 1992) gaat uit van brandmuren tot 70 cm bovendaks, worden doorgetrokken en bij gevels 30 cm of over 5 meter aan beide zijden brandwerend. Voor vlakke en schuine stalen daken geven zij tevens aan dat over een breedte van 5 meter, aan beide zijden van de brandwand, met onbrandbare isolatie moet zijn uitgevoerd en aan de onderzijde 60 minuten brandwerend zijn.

Indien toch brandbaar isolatiemateriaal wordt toegepast moet eveneens over een breedte van 5 meter 60 minuten brandwerendheid aanwezig zijn en de wand tenminste 30 cm bovendaks zijn doorgezet.

Dekbedekking moet worden beschermd met tegels of grind tegen stralingswarmte Het dak moet bij brandscheiding over een breedte van tenminste 6 worden afgedekt. 4. Geen gemeentelijk beleid, geen gelijkwaardigheidbeleid, wel uiteenrafeleling van de prestatie-eis. a. Geen onderscheid tussen 20-30-60 minuten constructie. b. door/via scenario analyse, beweging constructie, uitbreidsnelheid brand, theoretische ondergrond en gevoel en vergaren van informatie, evaluatie vanaf middelbrand. c. Overwegingen al beschreven in TNO rapport. d. Overwegingen afkeuren: lichtstraat vlak nabij scheiding. referentiekaders (niet gegeven). Gevoel. e. Alleen Promat. 5. Ja. Brand in Leiden niet, maar van eigen brand, onderzoek dec. 2003, wel. 6. Zie foto's van controle en tekening detail, erg uitgebreid aanwezig.

Gemeente 10 (110.000 inwoners) 1.a. Industrie, winkels, sport en kerkgebouwen. b. Veel gebouwen, exact niet te vertellen maar ingeschat > 300. 2. Wel details, zie foto's van verschillende oplossingen. b. Algemeen geen eis. 3.De Promat constructie is de basis voor alle constructies. Die wordt gebruikt als voorbeeld, we hebben geen ander overwegingen. Bij bestaande of aangepaste constructie (later aanbrengen nieuwe brandmuur onder het dak) geen eis aan de cannelures. Nb. Bij nieuwbouw of verbouw van het pand (nieuw dak) gaat bij twijfel m.b.t. de uitvoering het dak open (dakbedekking en isolatie er af op plaats van scheiding) Cannelures moeten dan gevuld zijn. Er zou een rekenmodel moeten komen waarin opgenomen de onderwerpen voor bepaling van de brandwerendheid: Materiaal keuze Hoe aan te brengen Dakisolatie Hoe lang (breed) de strook.

46

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


De gemeente is overtuigd dat alleen van onderaf (binnenuit) aanbrengen van afdichting onvoldoende is. Het handboek schadepreventie geeft ook mogelijke oplossingen. 4a. Nee, er is geen werkwijze afgesproken. b. Nee alleen de Promat constructie. c. GZB (gezond boeren verstand), dakaansluiting gaten dichtzetten, cannelures dus dicht. d. Vast wel, zie details van de foto's 5. Geen bekende ervaring bij brand of anders. a. Nee. b. We hebben het rapport niet bestudeerd en hebben daarom nog geen nadere actie ondernomen. 6. Zie foto's tijdens bezoek.

47

Bijlage 2 Overzichtstabel antwoorden


Zie ook voetnoot13
vragen 1 grootte gemeente inwoners inhoud aanwezigheid 95.000 ja ja 70.000 ja 170.000 ja 14.000 ja kantoren, sporthal, bijeenkomst. > 500 ja, veel geen eis voor normale constructies 106.000 industrie, utiliteit en industrie, utiliteit en sport, industrie opslagebouwen zorggebouw kantoor > 500 geen ja regio geen eis voor normale constructies >120 geen nee geen eis voor normale constructies > 1000 ja geen eis voor normale constructies

a soort gebouwen b aantal gebouwen inzicht in constructies a detailtekeningen aanwezig

industrie, sport > 40 ja geen eis voor normale constructies

b hoe algemeen uitgevoerd toepassing brandwerende scheiding

a hoe uitgevoerd brandwerendheid

Gerco detail, Promat detail strook onbrandbaar isolatie 6 m. Canalures onderzijde dicht, boven niet

door dak heen is enige goede. Glij oplegging van de canalures dicht ter staalconstructie in hoogte van combinatie met scheidingsmuur, een strook van 5 soms meter onbrandbare brandwerende Promat detail isolatie en platen, geen zonder dichtzetten Promat detail, onderbroken onderbreking canalures steenwol daklplaten (muur brandbare isolatie bovenzijde vastzetten met "kit" tegen isolatie aan)

a gemeentelijk beleid

geen

geen

wel mondeling geen schriftelijk beleid

geen

standaard details, mondelinge afspraak.

welke constructie., welke weersrtand tegen brand b doorslag

regionaal vastgesteld constructies, wel verschil in wtbd in praktijk altijd 60

geen

Bij opbouw Gerco certificaat nodig, ja wel onderscheid, SBR b.v. dikte boekconstructie, brandwerende geen eigen plaat, 30 en 60 ontwerp, altijd 30 of minuten 60 minuten

wel onderscheid zie overweging c. Dakplaten behoeven niet onderbroken worden. 60 minuten

c overwegingen

geen gaten, sterkte gezond boeren bij brand verstand

via Promat detail doordenken

brand tegenhouden, constructie los van scheiding, deuren met testrapport, dakisolatie, SBR boek hoek oplossing straling. geen overwegings- muur tegen model steenwol

d overleg mbt constructies e andere brandtesten bekend ervaringen bij brand a aanpassingen door ervaring

nee nee

ja altijd, geen details op tekening nee nee, mogelijk nee Knauf

geen geen

ja geen

nee

nee

nee

geen

nee

b effect brand Leiden Inspectie door Nibra a hoe b wie mee c voorbereiding lijst vragen

geen inspecties BRW en BWT nee geen

niet formeel, wel in nee, hadden al gedachte aandacht inspecties BrW en BWT nee geen inspecties BrW en BWT gedeeltelijk geen

ja, geen EPS meer toepassen nee inspecties BrW en BWT geen geen inspecties BrW gedeeltelijk geen

13

BrW = brandeer, BWT = bouw en woningtoezicht, wtbd = weerstand tegen branddoorslag, Gerco = fabrikant van brandwerende afdichtingsconstructies, Promat is fabrikant van beplating voor brandwerende constructies

48

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

vragen 1

grootte gemeente inwoners inhoud aanwezigheid

53.000 ja industrie, winkel, sporthal geen schatting nee geen eis voor normale constructies ja

33.000 ja industrie en scholen

12.000 ja

45.000 ja

110.000

a soort gebouwen b aantal gebouwen inzicht in constructies a detailtekeningen aanwezig

industrie, winkels bijeenkomst > 100 ja, 1

industrie, winkels, industrie, winkels sport en bijeenkomst, sport kerkgebouw > 100 (40 in 3 jaar) > 300 ja geen eis voor normale constructies ja geen eis voor normale constructies

geen schatting

b hoe algemeen uitgevoerd toepassing brandwerende scheiding

ja geen eis voor geen eis voor normale normale constructies constructies

a hoe uitgevoerd brandwerendheid

Promat detail of door constructie heen.

gezaagd steenwol passtuk met pur vastgezet, tegenwoordig vaak beter passtukken met special kit. Promat detail en Bovenzijde steenwolstrook 6 detail volgens blad "Schadenbild" en meter, Promat detail is Promat detail en optie, per geval apart regionaal detail, zie handboek "Schade preventie" beoordeeld ook tekeningen

Promat detail, bij verbouw aanbrengen brandmuur, geen dichtzetten canalures bovenzijde. Bij twijfel gaat dak open bij controle. Niet dichtzetten bovenzijde geeft geen goede oplossing. Handboek schadepreventie

a gemeentelijk beleid

nee

nee, wel op stabiliteit en sterkte 60 minuten altijd door dak heen, 30 minuten onderzijde aansluiting, canalures dicht, kieren dicht met brandwerende PUR. Gerco-systeem in canalures als 30 minuten

nee geen vastlegging details, geen, wel via 60 zowel door dak uitrafeling prestatienee als tegen dak aan. eis

welke constructie., welke weersrtand tegen brand b doorslag

standaard eis 60 minuten

nee geen vastlegging details, 60 zowel door dak als tegen dak aan.

geen onderscheid tussen diverse brandwerendheden. Scenario-analyse waarin: bewegingseffect constructie, uitbreidingsnelheid brand. Verder een goede theoretische ondergrond en gevoel overweging afkeuren: lichtstraat. nee

alleen Promat constructie

c overwegingen

niet gefundeerd

d overleg mbt constructies e andere brandtesten bekend ervaringen bij brand a aanpassingen door ervaring

nee nee

geen onderbouwing. Op eigen ervaring (welke is niet aangegeven). ja, 60 minuten door dak, 30 minuten Gercosystyeem ja, bij industrie nee nee

brandgassen mogen niet van ene brandcompartiment naar andere gaan. Dichtzetten naden, voorkomen thermische geleiding

gezond boeren verstand, materiaalkeuze, hoe dakisolatie, breedte strook onbrandbaar ja, geen voorbeelden nee

nee nee, niet als probleem ervaren inspecties BrW en BWT geen geen

nee

nee

ja, zie brandrapport nee brand Leiden niet, eigen brand wel nee inspecties BrW en BWT geen geen inspecties BrW geen geen

b effect brand Leiden Inspectie door Nibra a hoe b wie mee c voorbereiding lijst vragen

ja over brandwerende aansluiting strook ja wel regionaal onbrandbare isolatie opgepakt inspecties BrW en BWT lijst geen inspecties BrW lijst geen

49

Bijlage 3 Detailtekeningen
De bij de details aangegeven hoogte van de brandwerendheid in minuten is volgens de opgave van de gemeenten.

Brandwerende scheiding tegen dak aan, 60 minuten.

Scheiding door dak heen, > 60 minuten.

Scheiding tegen dak, aan 30 minuten.

50

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Tegen dak aan 60 minuten.

Door dak heen, > 60 minuten.

Door dak heen, > 60 minuten.

Door dak heen, > 240 minuten.

51

Tegen dak aan, 60 minuten.

Tegen dak aan, 60 minuten.

Tegen isolatie aan, 60 minuten.

Tegen dak aan, 60 minuten.

52

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Tegen dak aan, 60 minuten.

Door dak heen, 60 minuten.

Tegen isolatie aan, 60 minuten.

53

Tegen isolatie aan, 60 minuten.

Tegen dak aan, 60 minuten.

Tegen dak aan andere richting dakplaten, 60 minuten.

54

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Door dak heen, extra isolatie op de muur 240 minuten.

Tegen dak aan, 30 minuten.

Tegen dak aan, 60 minuten.

55

Gedeeltelijk door de dakplaten heen, 60 minuten.

56

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

57

Bijlage 4 Foto's van uitvoeringsvarianten in de praktijk


Dichtzetten cannelures niet ter plaatse van brandscheiding maar op een stalen balk er achter.

Deel van de opvulling vergeten.

Brandwerend schuimplastic. (nee het is geen Foamglas).

58

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Zo zitten de opvullingen in ieder geval vast, bij brand zal de PUR echter snel verdwijnen.

Brandwerende houten beplating?

Zo is veel beter. Silcaatplaten.

59

Hieronder loopt de brandwerende scheiding, en is het dak voorzien van onbrandbare isolatie.

Uitvoering Promat detail, "brandwerend" PUR verkeerd gebruikt.

De cannelures wel goed dichtgezet.

60

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Zo heeft het dichtzetten van cannelures geen brandwerend effect. Door overdruk bij brand wordt de steenwol er uitgeperst.

Niet goed uitgevoerd Promat detail.

Zo hoort het wel, cannelures volledig vullen.

61

Ook de cannelures aan de bovenzijde zijn hier gevuld.

Aan de ene zijde, van brandwerende wand 60 minuten.

En aan de andere zijde van de wand, hele smalle cannelure vulling..

62

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL


Uitvoering scheiding brandwerendheid 60 minuten. Er zit hier direct onder een branddeur van 3 meter breed en 3 meter hoog.

Verwijderen brandbare isolatie, bovendaks, boven de brandscheiding en aanbrengen van cannelure vulling bovendaks.

63

Goede uitvoering Promat detail, cannelures geheel gevuld.

Klein foutje halverwege.

Een brandwand door dak en zijwand heen. Aansluitdetails zijn dan geen probleem.

64

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

Zelfs bij normaal gebruik (door tocht) op grote hoogte verdwijnen de verkeerd aangebrachte cannelure-vullingen.

In plaats van met cannelure-vullingde scheiding afgetimmerd met plaatmateriaal (onbrandbaar) in vorm van het dak. Bij vervorming (uitzetting) door brand van het staaldak zal de constructie aansluiting loskomen.

Dicht gezet met z.g. brandwerende PUR

65

Wel afgetimmerd volgens detail van Promat, maar geen cannelure-vulling, zie foto hieronder.

Idem, wel afgetimmerd volgens detail van Promat, maar geen cannelure-vulling, zie foto hieronder.

66

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

De cannelure-vulling wel goed aangebracht.

67

Bijlage 5 Promat detail

68

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

69

Bijlage 6 Tabellen NEN 6069


Dragende bouwdelen met scheidende functie De relevante beoordelingscriteria en de klassen voor de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie zijn weergegeven in onderstaande tabellen. Tabel 1 - Criteria en klassen voor o.a. dragende binnenwanden met scheidende functie.

Tabel 2 - Criteria en klassen voor vloeren en daken.

70

UITVOERING BRANDVEILIGHEID DAKCONSTRUCTIES VAN STALEN DAMWANDPROFIEL

71

Bijlage 7 Analyse en samenvatting van antwoorden


grootte gemeente inw. inhoud 95.000 70.000 170.000 14.000 106.000 53.000 33.000 12.000 45.000 110.000

in welke gebouwfunctie worden deze constructies in de gemeenten industrie en industrie en opslag zorg 1 toegeapst in hoeveel gebouwen per > 500 >120 2 gemeente (schatting gemeente) zijn er detailtekeningen aanwezig 3 bij de bouwaanvraagdossiers

sport, industrie kantoor > 1000

industrie en sport > 40

industrie, kantoor, sporthal winkel en en bijeenkomst. sport geen > 500 schatting

industrie, winkels en bijeenkomst > 100

industrie en scholen geen schatting

industrie, winkel bijeenkomst en sport > 100 (40 in 3 jaar)

industrie, winkel, sport en bijeenkomst > 300

nee

nee

ja

ja

ja

nee

ja

ja

ja

ja

beoordeelt de gemeente de details 4 bij de toetst van de bouwaanvraag nee hoe is volgens het Nibra de uitvoering in de praktijk van de onderzochte constructiesdetails in brandwerende scheidingen

nee-nvt

ja

nee

ja

nee-nvt

nee

nee

nee

ja

5*

slecht

slecht

slecht

slecht

matig

onbekend

slecht

slecht

slecht

matig

heeft de gemeente beleid omtrent 6 uitvoering van deze constructies heeft de brand in Leiden en de publicaties daarover volgens de gemeente effect gehad op de interne werkwijze mbt deze 7 constructies

nee, wel regionaal

nee

ja, echter niet schriftelijk vastgelegd nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee

nee
in < 25 % van de onder-zochte constructies goed uitgevoerd

nee

ja

nee
in >25 % en < 50 % van de onderzochte constructies goed uitgevoerd

nee

ja

ja

nee, wel met eigen brandonderzoek

nee

bij 5

slecht

matig

72