Christelijk Weekblad Nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland

31 augustus 2012

8

Christelijk Weekblad Nieuws- en opinieblad voor gelovig Nederland

31 augustus 2012

9

Persoonlijk
Jacco de Boer geeft uitdrukking aan zijn geloof met tatoeages

Debat

‘Ik ben niet meer op zoek naar iets wat bij mij past’
Vraag een niet-kerkelijke Nederlander hoe een christen eruit ziet en hij komt waarschijnlijk met een omschrijving die op zijn minst saai is te noemen. Maar dat is een vooroordeel. Levend bewijs van het tegendeel is Jacco de Boer uit Leeuwarden. Maar achter zijn tatoeages zit wel een heel verhaal. Deze column schrijf ik op het moment dat de campagne voor de verkiezingen op 12 septemacco de Boer (38) ziet er niet uit als een christen uit de boeken van Jan Siebelink of Maarten ‘t Hart en voldoet daarmee dan ook niet aan het stereotype beeld dat vaak van christenen wordt geschetst. Grote tatoeages sieren zijn armen en onderbenen en de enige reden dat ze niet ook op gezicht en handen te zien zijn, is dat hij niet financieel onafhankelijk is. Wie de tatoeages goed bekijkt, valt onmiddellijk de christelijke connotaties op. En dat is geen toeval. De Boer groeide op in een doorsnee gereformeerd gezin in Drachten. “Ik kan me nog goed herinneren dat we in de kerk De Arke zaten, die had van die hoge ramen aan de zijkant. Dan stelde ik me voor dat het Ateam daar opeens doorheen zou springen om ons te redden. Zo saai vond ik het. Toen schuurde het al tussen oud en jong. Dat wat nu bijvoorbeeld in de gereformeerde kerken vrijgemaakt plaatsvindt, gebeurde toen in de gewone gereformeerde kerken. Mijn ouders waren cultuurchristenen; je weet wel, ze stemden CDA, lazen de NCRV-gids en we hadden zondagse kleren. Vanaf mijn 14e ging ik in verzet.” Er waren meer redenen voor zijn verzet dan de gewone puberteitsproblemen. “Ik ben geadopteerd. Mijn moeder was 16 jaar toen ze mij kreeg en haar dominee en haar huisarts vonden dat ze mij niet kon opvoeden. Dus werd ik uit huis geplaatst met als belangrijkste voorwaarde dat ik in een gereformeerd gezin terecht zou komen.“ De adoptie was natuurlijk van grote invloed geweest op zijn leven en hij vroeg zich vaak af hoe het was geweest wanneer hij bij zijn moeder was gebleven. Uiteindelijk koos de Boer ervoor zijn geloof en opvoeding

Missie

J

overboord te gooien en voortaan alles zelf te doen. “Niet dat ik me niet thuis voelde in het gezin waarin ik ben opgegroeid. Ik weet niet beter dan dat het zo was. Ik heb een broer en zus uit Sri Lanka en dat ging best goed samen. Maar ik vond dat ik God noch gebod nodig had en die beslissing luchtte me enorm op. Ik stond er alleen voor en daar was ik blij mee.” Liedboek in Drachten blijven was geen optie en De Boer vertrok op zijn 19e naar Londen en later naar Parijs. “Daar heb ik alles gedaan wat God verboden heeft. Drinken, drugs gebruiken, achter de vrouwen aan. Maar na een

Amersfoort vond De Boer een Nederlands Dagblad en dat bracht hem op het idee weer eens naar de kerk te gaan. “Ik zocht in de boekenkast naar het Liedboek voor de Kerken dat ik ooit in klas zes van de lagere school had gekregen en toog naar de kerk. ‘Gereformeerde kerk’ stond er op de gevel maar wist ik veel dat vrijgemaakte kerken dat bijna altijd op de gevel zetten zonder nadere aanduiding ‘vrijgemaakt’? Daar stond ik tussen de andere gemeenteleden en hief prompt het verkeerde lied aan. Zij hebben een ander liedboek. Afgezien daarvan was ik heel veel vergeten, hoe de liturgie ging bijvoorbeeld, dat was helemaal

‘Eigenlijk ben ik op zoek naar de Algemene Katholieke Kerk, maar die bestaat niet’
jaar of vijf dacht ik op een goed moment: nu moet ik terug. Ik kwam in Amersfoort terecht, uitgerekend in het uiterst gereformeerde Amersfoort!” In Londen en Parijs had De Boer geen tijd gehad om na te denken, in Amersfoort ging dat beter. Wat te doen, hoe te leven? “Ik ontmoette iemand die tegen me zei: ‘Als je op de dertigste 10.000 in de maand verdient, dan heb je alles goed voor elkaar.’ En dus ging ik werken, hard werken in de IT-sector. Ik had mazzel, het was de tijd van de bubble en met internet verdiende je geld als water. Dus op mijn 28e had ik een mooi appartement, een goed salaris en een vriendin met grote borsten. En toen dacht ik: is dit het nou? Het viel tegen.” Ergens in het gereformeerde weggezakt.” Het viel nogal op dat hij niet thuis was in de kerk en een meisje vroeg of hij zin had mee te doen aan een Alpha-cursus. “Ja, dat had ik maar ik was ook op mijn qui vive. Want ik had heel goed door dat de bedoeling was dat ik bekeerd zou worden. Maar wat Nicky Gumbel zei op de video die tijdens die cursus werd gedraaid over Bijbelteksten, raakte me: ‘ga eens uitzoeken wat God jóu wil vertellen...’ In het weekend dat bij de Alphacursus hoort, heb ik toen ik ‘s morgens wakker werd alle hekken opengezet. Dat was het belangrijkste moment van mijn leven. Het was alsof mijn hart een bankschroef was, het staafje ging hard ronddraaien en alles raakte los. Ik zat dan ook echt vast, er was veel misgegaan in

mijn leven, alsof de bezoeking er al vroeg in zat, maar vanaf toen nam ik het niemand meer kwalijk. Jezus gaf mij de kracht te vergeven. Achteraf is het goed hoe het allemaal is gegaan, al is het doel daarvan nog steeds een mysterie.” Alles werd anders en alles wat hij had, deed hij weg: het huis, zijn baan, zijn vriendin. Na zijn verhuizing naar Leeuwarden ging hij op zoek naar een kerk. “Ik ben overal wel geweest. Ook bij evangelische gemeentes maar dat is niet mijn theologie, alles is niet opeens goed. Uiteindelijk kwam ik terecht de bij Rooms-Katholieke Bonifatiuskerk, ontving mijn vormsel en ben daar officieel parochielied. Het mooie aan de Rooms-Katholieke Kerk vind ik de continuïteit, de geschiedenis blijft zich voltrekken. En dan de liturgie, ik houd van gaan zitten, staan, knielen, van de kleuren en de geur. Mijn zintuigen worden aangesproken in de katholieke liturgie. Maar ik ga ook naar de evangelisatiepost van de gereformeerde gemeenten hier in de stad. Die heb ik voor de preek, voor de ratio. Wat me bij hen ook aanspreekt is de diepgang en het ontzag voor God. Maar de reformatorische leefwijze past niet bij mij. Als ik daar naartoe ga doe ik een bloes met lange mouwen aan. Eigenlijk ben ik op zoek naar de Algemene Katholieke Kerk, maar die bestaat niet. Ik heb nu maar besloten dat ik gewoon christen ben, ik ga niet meer op zoek naar iets wat bij mij past.” Ineke Evink

ber volop aan de gang is. Dat betekent dat alle politieke partijen zich uitputten om zich, hoe dan ook, te onderscheiden van de andere partijen. Niet vreemd natuurlijk: dat hoort bij campagne voeren zoals we dat kennen.
k zie het met lede ogen aan. Niet omdat het na tien jaar Kamerlidmaatschap en vier verkiezingscampagnes vreemd is nu niet actief deel te nemen. Nee, de reden is dat het wat mij betreft veel beter was geweest als er geen verkiezingen waren gehouden. Dat was beter geweest voor het land en beter voor het vertrouwen in de politiek, dat zo nodig teruggewonnen moet worden. Het was ook niet nodig geweest: op het moment dat Hero Brinkman uit de PVV-fractie stapte, had minister-president Rutte kunnen zeggen: we zijn een minderheidskabinet, de gedoger levert nu geen meerderheid meer, ik ga persoonlijk langs bij alle fractievoorzitters om te kijken op welke punten ik steun krijg. Zodat ik met wisselende meerderheden de stappen kan zetten die nodig zijn om ons land door de financieel-economische crisis te slepen. Werken de andere partijen niet mee, dan komen er verkiezingen. Hij heeft dat niet gedaan. Hij kreeg een herkansing na het mislukken van de Catshuis-onderhandelingen, maar helaas: ook toen pakte hij deze kans niet. Dubbel jammer omdat door het totstandkomen van het lente-akkoord duidelijk werd dat oppositiepartijen wel degelijk bereid en in staat waren over hun schaduw heen te springen voor het landsbelang. Maar terugkijken heeft geen zin. Er komen verkiezingen en ik hoop dat de campagnetijd niet al te veel schade berokkent aan het toch al uiterst fragiele vertrouwen dat men nog in de politiek en politici heeft in ons land. De tweede reden dat ik niet blij ben met verkiezingen nú, is dat ik vrees dat de uitkomst niet zal leiden tot een eenvoudige kabinetsformatie. Er moeten belangrijke beslissingen genomen worden, en we zijn niet gebaat bij een lange periode van formeren en dus van een demissionair kabinet, dat - zoals het woord al zegt - geen missie heeft. Missie hebben, daar komt het op aan in de politiek. Als oud-zendingsarbeidster spreekt dat woord mij bijzonder aan. Na-

I

■■■

Tatoeages
“Op mijn 17e kreeg ik mijn eerste tatoeage, hier op mijn linkerschouder, het logo van een punkband die ik heel tof vond. Op mijn polsen staat Sola en Fide. Daarmee bedoel ik dat ik enkel ben door het geloof, dat we genade ademen. Op mijn rechteronderarm staat een versierde schedel, naar analogie van de sugarskulls die kinderen in Zuid-Amerika krijgen bij Allerzielen. Aan de binnenkant van mijn rechterpols staat de naam van mijn zoontje: Elvis, en op mijn linkerpols zijn geboortedatum. Daarboven zie je een klassieke tatoeage: Mans Ruin, dat wil zeggen alles wat een man naar de afgrond kan helpen: kaarten, dobbelstenen, vrouwen, drank, en er staat een macbook met de emoticon van een gebroken hart. Ik heb het idee dat hij me tegen die afgrond beschermt. Ik heb vroeger veel drank en drugs gebruikt en heb veel achter vrouwen aan gezeten, daar ben ik gevoelig voor. Op mijn linkerbeen staat dan ook een pistool als symbool voor de geestelijke strijd die ik moet voeren, Matt. 3:2 staat erbij. Op de kolf staat een ikoon van Johannes de Doper. Op mijn linkerkuit staat een ikoon van Jezus, daaronder wil ik nog een ikoon van David hebben en daaronder een appel met een slang, de geschiedenis in een notendop. Op mijn linkerarm staat Maria. Mijn vrouw is heel ziek geweest toen ze zwanger was van onze zoon. Ik heb toen opgezocht welke beschermheiligen er zijn voor zwangere vrouwen en dat bleken Maria en Elisabeth te zijn. Maria staat op mijn linkerbovenarm en Elisabeth komt op mijn rechter. Als ik mijn zoon in mijn armen houd, zit hij daar tussenin. Op mijn linkerkuit komt Salomé met het hoofd van Johannes de Doper. Ik voel me verwant met hem. Hij stond ook overal buiten, hij zag er ook afwijkend uit. Zanger Johnny Cash ten slotte is de reden dat ik op de achterkant van mijn bovenarmen een man die doodgeschoten wordt en een pistool heb laten tatoeëren. Hij zong ooit de regels: I shot a man in Reno, just to see him die. Dat is de nullijn waarop de mens zich bevindt, zo zit de mens uiteindelijk in elkaar. Johnny Cash kende die nullijn heel goed. Hij is mijn inspiratiebron, een rauwe christen. Ik heb het gevoel dat mijn tatoeages van binnenuit komen. Ik schrijf niet, ik zing of schilder niet, dit is mijn eigen manier om me uit te drukken. De pijn die het kost heeft een therapeutisch effect, het heeft een functie omdat een tatoeage een markering is voor de rest van je leven.” Jacco de Boer: “Ik heb het gevoel dat mijn tatoeages van binnenuit komen.”

tuurlijk heeft het woord missie in de politiek en het al dan niet ‘missionair’ zijn van een kabinet niet onmiddellijk met geloof te maken, maar met het hebben van een missie, een drive, een overtuiging. Sterker nog, er wordt in toenemende mate beweerd dat de neergang (in de peilingen) van de grotere confessionele partijen duidt op een steeds verder van elkaar verwijderd raken van geloof enerzijds en politiek anderzijds. Daarover verscheen onlangs een boek van de hand van Eginhard Meijering dat als titel heeft Hoe God verdween uit de Tweede Kamer. God is niet verdwenen uit de Tweede Kamer. Zeker niet nadat de SGP als onofficiële gedoger een heel duidelijk stempel wist te drukken op Rutte I. Het viel mij op dat in het dit keer wel erg diverse aanbod van stemen kieswijzers, waarmee media en politiek de zwevende kiezer willen doen landen, er een speciale kieswijzer is voor mensen die op grond van religie willen stemmen. Duidelijk dat ook de confessionele partijen niet meer kunnen rekenen op een trouwe, vaste achterban. Maar ook duidelijk is dat er wel degelijk behoefte is aan stemmen op grond van een overtuiging, van een missie. Na tien jaar Kamerlidmaatschap kan ik alleen maar zeggen dat de wijze uitspraak van Ghandi ‘Wie religie en politiek van elkaar wil scheiden, heeft van beide niets begrepen’ volstrekt waar is. En ik kan ook zeggen dat er in ons land een brede en zelfs groeiende behoefte bestaat om te kiezen voor mensen en partijen met een missie, met bevlogenheid. Hier liggen grote kansen voor alle politieke partijen, maar zeker voor die partijen die religie als uitgangspunt hebben. Waar het aan ontbreekt is een herkenbare vertaling van die missie naar de onderwerpen waar het vandaag om gaat. Niet alleen in economische termen maar ook naar de vragen die te maken hebben met de toekomst van de planeet en hoe wij mensen, als kinderen van de Ene Vader, daarop met elkaar omgaan. De afgelopen jaren heb ik als politicus die het voortdurend als haar missie zag deze gedachten en visie herkenbaar uit te dragen, columns voor u mogen schrijven. Ik verlaat de Kamer en daarmee deze columnplek. Ik dank u voor alle opmerkingen en betrokkenheid die ik van u, lezers van CW, mocht ontvangen. Graag wens ik u veel heil en zegen! Kathleen Ferrier Kathleen Ferrier is tot de verkiezingen lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

■■■

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful