You are on page 1of 21

ICT-COMPETENTIES VOOR

HET EINDE VAN DE


BASISSCHOOL

Eindtermen
ICT-competenties
Ontwikkelingsdoelen

© STEFAAN DHONDT
ICT-COMPETENTIES IN HET BASISONDERWIJS

© STEFAAN DHONDT
VISIE OP ICT

• Met de ICT-competenties wil de DVO een


referentiekader bieden voor wat ICT-
gebruik in de klas aan kennis,
vaardigheden en attitudes kan opleveren
op het einde van de basisschool.

• Het is niet de bedoeling om een nieuw


leerdomein of vak in te voeren in de
basisschool!

© STEFAAN DHONDT
VISIE OP ICT: SLEUTELWOORDEN

 eigen initiatief
 intrinsieke motivatie
 zelfsturing
 communicatie
 exploratie
 samenwerking
 zelfstandigheid
 creativiteit en probleemoplossend denken

© STEFAAN DHONDT
ICT-COMPETENTIES VOOR HET EINDE VAN DE BASISSCHOOL

© STEFAAN DHONDT
VISIE OP ICT

• Het zwaartepunt van de ICT-competenties


ligt bij leerprocesgerichte vaardigheden.
• De technisch-instrumentele vaardigheden
zijn hierbij enkel ondersteunend !
• De technisch-instrumentele vaardigheden
worden best geleerd op het ogenblik dat er
een praktische en zinvolle toepassing aan
de orde is binnen de klaspraktijk.

© STEFAAN DHONDT
ICT-COMPETENTIES VOOR HET EINDE VAN DE BASISSCHOOL

I Leerprocesgerichte strategische
competenties

II Instrumentele vaardigheden

III Sociaal-ethische competenties

© STEFAAN DHONDT
LEERPROCESGERICHTE ICT-COMPETENTIES

1. De leerlingen kunnen functioneel samenwerken aan een opdracht waarbij


zij ICT benutten.
2. De leerlingen kunnen met ondersteuning van ICT informatie multimediaal
voorstellen.
3. De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde
leeromgeving.
4. De leerlingen kunnen doelgericht bestaande informatie opzoeken,
verwerken en bewaren met behulp van ICT.
5. De leerlingen kunnen met behulp van elektronische
communicatiemiddelen eigen boodschappen zenden en voor hen bedoelde
boodschappen ontvangen.
6. De leerlingen kunnen met behulp van ICT zelfstandig oefenen.
7. De leerlingen kunnen met behulp van ICT zelfstandig een werkstuk
creëren.

© STEFAAN DHONDT
ICT-COMPETENTIES VOOR HET EINDE VAN DE BASISSCHOOL

Leerprocesgerichte strategische
competenties

Instrumentele vaardigheden

Sociaal-ethische competenties

© STEFAAN DHONDT
ALGEMENE INSTRUMENTELE VAARDIGHEDEN

8. De leerlingen bezitten de nodige instrumentele kennis en


vaardigheden om de ICT-apparatuur in relevante contexten te
kunnen hanteren.

8.1. De leerlingen zijn in staat om functioneel gebruik te maken van een


correcte basisterminologie.
8.2. De leerlingen zijn in staat om de elementaire functies van een
computer en voor hen beschikbare randapparatuur te gebruiken.
8.3. De leerlingen zijn in staat om hun eigen gegevens op een
gestructureerde wijze digitaal op te slaan.
8.4. De leerlingen zijn in staat om de basishandelingen uit te voeren van
een vertrouwd besturingssysteem.
8.5. De leerlingen zijn in staat om de basishandelingen uit te voeren van
eenvoudige schrijf -, teken -en presentatie-programma’s, van zoek -en
communicatieprogramma’s.
8.6. De leerlingen zijn in staat om de elementaire bedienings -en
veiligheidsvoorschriften te respecteren.

© STEFAAN DHONDT
ICT-COMPETENTIES VOOR HET EINDE VAN DE BASISSCHOOL

I Leerprocesgerichte strategische
competenties

II Instrumentele vaardigheden

III Sociaal-ethische competenties

© STEFAAN DHONDT
SOCIAAL – ETHISCHE COMPETENTIES

ALGEMENE ATTITUDES
9. De leerlingen wenden ICT nuttig aan als hulpmiddel.

9.1. De leerlingen gaan op een kritische, waarderende wijze om met ICT als
maatschappelijk gegeven.
9.2. De leerlingen werken nauwkeurig en verzorgd en controleren hun werk op fouten.
9.3. De leerlingen dragen zorg voor de apparatuur en de software.
9.4. De leerlingen signaleren contact met schadelijke of discriminerende inhouden aan
een vertrouwde volwassene.
9.5. De leerlingen werken op een ergonomische manier met de computer.
9.6. De leerlingen proberen de duur van een ICT-opdracht realistisch in te schatten en te
bewaken.
9.7. De leerlingen vragen spontaan hulp bij computerproblemen.
9.8. De leerlingen hebben respect voor de intellectuele eigendom van anderen bij het
gebruik van informatie en software.
9.9. De leerlingen houden rekening met de financiële en ecologische aspecten van ICT-
gebruik.
9.10. De leerlingen hebben weet van het bestaan van virussen en signaleren spontaan
voor hen ongewone berichten.

© STEFAAN DHONDT
WANNEER ZIJN WE GOED BEZIG?

Veel leerkrachten denken dat ze “GOED BEZIG” zijn als ze


kinderen vooral technische vaardigheden met de computer
leren:

met muis en toetsenbord werken


de fijnere kneepjes van tekstverwerken
het hele ICT-jargon aanleren
enzovoort.

Dit is echter van secundair belang!

© STEFAAN DHONDT
WANNEER ZIJN WE GOED BEZIG?

Wat wel belangrijk is, is het volgende:

 De computer, als je hem gebruikt,


alleen in zinvolle situaties inzetten.
 De computer als ondersteunend in het
leerproces gebruiken.

© STEFAAN DHONDT
WANNEER ZIJN WE GOED BEZIG?

In dit leerproces laten we ons dus


leiden door de ontwikkelingsdoelen
en de eindtermen.

Dus, accent op:


 Kennis, vaardigheden en attitudes die te
maken hebben met communicatie en
samenwerken,…
 Technische ICT-vaardigheden worden ‘al
doende’ verworven.

© STEFAAN DHONDT
EVEN PRAKTISCH…

Niet teveel van dit…

 (te veel) aparte computerlesjes te geven.


 alleen in een pc-klas te werken.
 heel strikt een ‘leerlijn’ ICT te volgen.

© STEFAAN DHONDT
EVEN PRAKTISCH…

Wat meer van dit…

 De computer inschakelen in de klas voor


hoekenwerk (als één van de vele hoekjes).
 De computer inschakelen als dit werkelijk een
meerwaarde oplevert voor je les. Het is
bijvoorbeeld duidelijk dat de computer ideaal
is om te leren samenwerken: informatie
opzoeken, samen presentaties maken,…
 Bepaalde ICT-competenties pas aanleren als
dit echt noodzakelijk is.
© STEFAAN DHONDT
VOORBEELDEN VAN ‘GOOD PRACTICE’

Visie goede praktijk


Binnen de context van ICT is een voorbeeld van
good practice:

een beschrijving door een leerkracht


van een geslaagde activiteit
waarbij de kinderen met ICT werken en
waar de integratie van ICT een manifeste
meerwaarde toevoegt aan het leerproces.

© STEFAAN DHONDT
VOORBEELDEN VAN ‘GOOD PRACTICE’

 De stelcarrousel - een webpagina voor de


leerlingen

 Luizen - een webquest (inleiding – opdracht –


verwerking – bronnen – beoordeling –
afsluiting – leerkracht)

 Zie brochure “ICT-competenties in het


basisonderwijs”

© STEFAAN DHONDT
CONCLUSIE

Niet wat kinderen weten of


kennen over de computer
is belangrijk
Wel wat ze ermee kunnen
doen.

© STEFAAN DHONDT
TH
E
EN
D

Deze Powerpointvoorstelling
werd u aangeboden door:

Stefaan Dhondt
ICT-coördinator
Gesubs. Vrije Basisscholen regio Gavere, Kruishoutem, Maarkedal en Zingem

© STEFAAN DHONDT