Mobiliteit en infrastructuur

sectorale beleidsnota 2007-2012

Deze beleidsnota geeft de intenties weer van de provincie op het vlak van mobiliteit en weginfrastructuur voor de komende legislatuur. De uitdagingen die zich op vlak van mobiliteit stellen in de komende decennia zijn niet min. Er is de noodzaak om de immer groeiende automobiliteit beter te beheersen en de klimatologische en ecologische impact van het vervoer te beperken. Bereikbaarheid en leefkwaliteit zijn de afgeleide doelstellingen hiervan, voorwaarden voor een duurzame economische ontwikkeling van de regio. Daarbij mag verkeersveiligheid niet uit het oog verloren worden. Mobiliteit is meer dan wegen bouwen, fietspaden aanleggen of een het openbaar vervoer exploiteren. Een goed georganiseerd mobiliteitsbeleid stemt vervoerswijzen op elkaar af, kiest voor doelmatigheid en maakt klare bestuurlijke afspraken. De provincie wil die problemen niet passief ondergaan, maar wenst integendeel een pro-actief beleid te voeren. De samenwerking met de Vlaamse overheid en de gemeenten en het

provinciedecreet leggen de contouren vast van het provinciaal mobiliteitbeleid. Ervaringen en realisaties van de afgelopen jaren hebben bewezen dat het provinciebestuur over de nodige know-how beschikt. Meer nog, dat een streekbestuur als de provincie noodzakelijk is als een gecoördineerd beleid op efficiente wijze uitvoering wil krijgen op het terrein. Daarbij schrikt het bestuur niet terug voor noodzakelijke veranderingen of het in vraag stellen van de eigen organisatie, traditionele taken en bevoegdheden. Deze beleidsnota maakt keuzen in functie van de nieuwe uitdagingen en in functie van de specifieke sterkten en troeven van de provincie. Het is duidelijk dat die keuzen dit niet altijd de gemakkelijkste weg impliceren. Een gecoördineerd beleid vergt veel overleg en medewerking van besturen, organisaties en belangengroepen die elk eigen prioriteiten hebben. Van het betrokken personeel wordt flexibiliteit en bijscholing verwacht en beleidsmakers moeten moeilijke beslissingen nemen die soms op onbegrip stuiten bij de burger.

2

voorwoord
De manier waarop wij ons verplaatsen zal in de komende jaren drastisch veranderen – ook in mobiliteit moet gekozen worden voor kwaliteit i.p.v. kwantiteit. Een gedurfd beleid is noodzakelijk om die veranderingen te begeleiden en voor een goede organisatie van de mobiliteit. Meer dan in andere regio’s hangt het economisch welzijn en de welvaart in West-Vlaanderen daar van af. Wij zijn er van overtuigd dat deze provinciale beleidsnota een goede aanzet is om die uitdagingen het hoofd te bieden.

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

3

4

3 5 7 11 17 21 23 25 31 35 39 48

Voorwoord Inhoud 1. Inleiding 2. Maatschappelijke en bestuurlijke context 3. Missie en visie 4. Strategie 4.1 Analyse van de interne en externe omgeving (SWOT) 4.2 Overzicht van de beleidsdoelstellingen 4.3 Toelichtingen 5. Tenslotte 5. Bijlagen Colofon

inhoud

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

5

6

inleiding

deel1

8

De provincie West-Vlaanderen bouwt haar beleidscyclus verder uit. Het provinciedecreet heeft hiervoor een kader gecreëerd. Dit inleidende hoofdstuk wil deze sectorale beleidsnota duiden binnen dit kader. De basis voor het beleid tijdens de legislatuur vormt het meerjarenplan. Het meerjarenplan bestaat uit een beleidsnota en een financiele nota. De beleidsnota bevat de beleidsinitiatieven die de provincie voor de komende periode wil realiseren. Ze zijn opgebouwd vanuit de 12 strategische doelstellingen en verder geconcretiseerd in tactische doelstellingen. De tactische doelstellingen zijn doelstellingen op middellange termijn en kunnen worden beschouwd als de grote bouwblokken van het provinciale beleid voor de legislatuur. De financiële consequenties van de beleidsnota wordt berekend en verantwoord in de financiële nota. Deze beide documenten vormen op die manier het kader voor de verdere legislatuur. De provincieraad heeft in haar zitting van 23 oktober 2007 goedkeuring verleend aan het meerjarenplan 2007-2012. Na het meerjarenplan volgt het tweede document: de sectorale beleidsnota. Deze sectorale beleidsnota is bedoeld om per bevoegdheid meer duiding te geven over de vooropgestelde beleidsinitiatieven. Het is, met andere woorden, een meer gestoffeerde verantwoording voor de genomen beleidskeuzes in het meerjarenplan omdat daar in het meerjarenplan weinig ruimte voor is voorzien. De sectorale beleidsnota focust zich op de maatschappelijke en bestuurlijke context per bevoegdheid om vervolgens via een sterkten en zwaktenanalyse een verantwoording te geven voor

de genomen beleidsinitiatieven. De sectorale beleidsnota geeft met andere woorden een uitvoerige verantwoording voor het gekozen beleid en legt prioriteiten. Indicatief is een inschatting van de personeelsinzet en de financiële inzet toegevoegd die de prioriteiten onderstrepen. Het derde document is het budget, bestaande uit een beleidsplan en een financiële nota. Het budget is de jaarlijkse concretisering van de beleidsinitiatieven zoals die in grote blokken zijn gedefinieerd in het meerjarenplan, en verantwoord in de sectorale beleidsnota. Het provinciedecreet legt de provincies de verplichting op om het budget af te leiden uit het meerjarenplan. Concreet wordt in het budget verdere invulling gegeven aan de tactische doelstellingen uit het meerjarenplan. Jaarlijks wordt dus bepaald op welke manier de grote bouwblokken van het provinciale beleid vorm zullen krijgen. Dat gebeurt via een beleidsplan waarin alle initiatieven worden omschreven. Net zoals bij het meerjarenplan worden ook hier de financiële gevolgen bepaald en opgenomen in de financiële nota bij het budget. Deze concretisering gebeurt aan de hand van het verder invullen van de tactische doelstellingen via operationele doelstellingen. Hieraan worden de verschillende budgetaanvragen (initiatieven) gekoppeld. Op die manier worden beiden componenten (beleid en financiële impact) gekoppeld.

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

9

10

maatschappelijke en bestuurlijke context

deel2

12

Het beleidsdomein mobiliteit is gericht op planning en op verkeersorganisatorische beleidsacties die de provincie onderneemt. Het beleidsdomein verkeersinfrastructuur is gericht op beheer en uitvoering van fysische infrastructuur ten behoeve van de mobiliteit en leefomgeving. De rol van de provincie in het beleidsdomein mobiliteit en verkeersinfrastructuur is vooral bepaald door de provinciale kerntaken mobiliteit, zoals in het bestuursakkoord van 25 april 2003 vastgelegd. Het gaat om bovenlokale en streekgerichte taken binnen het grondgebied van de provincie, en om ondersteuning van andere overheden in hun mobiliteitsbeleid. Deze taken zijn complementair met die van de federale en Vlaamse overheid en respecteren de subsidiariteit t.a.v. het mobiliteitsbeleid van de gemeenten. Als gevolg van het kerntakendebat zou de provincie vanaf 2010 niet meer moeten instaan voor het beheer van de wegen: het beheer van de secundaire wegen zou overgedragen worden aan de Vlaamse overheid en de lokale wegen aan de desbetreffende gemeentes. Anderzijds zou de provincie moeten instaan voor de uitbouw van het provinciale functionele fietsroutenetwerk en het beheer en bevorderen van de trage wegen (buurtwegen). Voor het beleidsdomein mobiliteit en infrastructuur zijn de taken voor de provincie in de komende legislatuur: - Het kwaliteitsvol en verkeersleefbaar in stand houden van de provinciale wegen, tot de overdracht van de wegen is gerealiseerd.

- het ondersteunen van de realisatie van bovengemeentelijke infrastructuur voor trage mobiliteit (bovenlokaal netwerk voor fietsers) met het versneld en kwaliteitsvol uitbouwen van het provinciaal functioneel fietsroutenetwerk. - het bepalen van het fysieke inrichtingskader van secundaire wegen (streefbeelden) - het stimuleren van het gebruik van duurzame vervoerwijzen (zoals fiets, openbaar vervoer, carpooling) - het verzamelen en verwerken van mobiliteitsinformatie voor andere overheden - het doelgroepgericht (bedrijven, scholen, …) aanbieden van onderzoek en coördinatie op vervoersorganisatorisch vlak. - Activeren en opwaarderen gebruik van trage wegen (buurtwegen) - Het verfraaien van de routes, groene assen, provinciale domeinen en de omgeving van de provinciale gebouwen - Het versterken van de coördinerende rol van de provincie, zowel voor het mobiliteitsbeleid van de verschillende openbare besturen in West-Vlaanderen als voor (publieke en private) vervoersorganisaties op haar grondgebied. - Het ontwikkelen van permanent actuele en deskundige informatie over mobiliteit en infrastructuur, zowel voor andere besturen, vervoersorganisaties en specifieke doelgroepen als voor eigen gebruik. Onze mobiliteit verloopt elke dag moeilijker. Het groeiritme van ons wagenpark is onhoudbaar. De auto heeft veel voordelen gebracht, maar nu beginnen de nadelen steeds zwaarder te wegen: files die

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

13

economische schade veroorzaken voor de bedrijven, onveilig en onleefbare wegen en een zware belasting voor milieu en gezondheid. De samenleving moet dus echt op zoek naar een nieuwe benadering van de mobiliteit wil zij in de komende jaren niet letterlijk vastlopen in een verkeersinfarct. Terwijl mobiliteit in de jaren 80 en 90 eerder een “groen” idee was, dat vooral uitgedragen werd door idealisten, evolueerde de mobiliteitsproblematiek de laatste jaren naar een sociaal-economisch thema met een toenemend milieutechnisch belang. Immers, steeds meer blijkt dat de economische slagkracht in de toekomst afhankelijk wordt van de bereikbaarheid en de leefkwaliteit van een regio. Het behalen van normen zoals voorgesteld in Kyoto zal steeds dwingender worden. Dit geldt voor Europa, België en Vlaanderen; dit geldt in bijzonder ook voor West-Vlaanderen. Mobiliteit neemt dan ook een steeds belangrijker plaats in als beleidsdomein. Binnen de overheid is hieromtrent al heel wat denkwerk verricht en samengevat in het Mobiliteitsplan Vlaanderen dat goedgekeurd werd door de Vlaamse regering in 2004. Het mobiliteitsplan inventariseert en analyseert de mobiliteitsproblematiek en stelt een pakket maatregelen voor dat tegemoet komt aan doelstellingen op vlak van (economische) bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid, milieu en gezondheid en sociaal beleid. Het blijkt dat er geen mirakeloplossingen bestaan, maar dat stappen in de goede richting gezet kunnen worden door het invoeren van vele en diverse maatregelen die moeten leiden naar een meer duurzame mobiliteit. Duurzame oplossingen lijken steeds moeilijker in te voeren vanuit

een centrale overheid, maar eisen samenwerking, coördinatie en draagvlak. En hierin heeft de provincie als regiobestuur duidelijk troeven. De Vlaamse overheid speelt in op deze tendensen en tracht, ook op het beleidsdomein mobiliteit, haar beleidsdoelstellingen te verwezenlijken in samenwerkingsverbanden met bestuurlijke en andere partners, met beheersovereenkomsten en convenanten. In het kader van de hervorming Beter Bestuurlijk Beleid werden de traditionele administraties Wegen en Verkeer, Waterwegen en Zeewezen drastisch hervormd. Het Vlaamse beleid wordt geconcentreerd in beperkte (centrale) administraties, de uitvoering wordt toevertrouwd aan verzelfstandigde agentschappen, aan constructies van publiek-private samenwerking of gewoon aan de privésector. Met betrekking tot het bovenlokaal, streekgericht beleid lijkt deze evolutie ruimte te creëren voor de provincie. De provincie heeft vanaf haar ontstaan een belangrijke rol gespeeld bij de uitbouw van het wegennet. Nog steeds worden de secundaire wegen voor een deel beheerd door de provincie. Maar deze beleidstaak raakt achterhaald door de evoluties hierboven beschreven. Overigens zien we bij de overblijvende wegbeheerders (gewest en gemeenten) een verdere tendens van uitbesteding van het wegbeheer aan zelfstandige agentschappen of privé partners. Anderzijds heeft de provincie noodzakelijkerwijs een aantal meer beleidsmatige taken inzake verkeer en vervoer op zich genomen de afgelopen jaren. Waar de opdracht in eerste instantie beperkt was tot het adviseren van de deputatie en het verzorgen van de mobili-

14

teitsaspecten binnen de ruimtelijke planning, is de afgelopen jaren het takenpakket sterk uitgebreid en strekt de beleidsopvolging en advisering zich uit over tal van sectoren en (provinciale) diensten. De provincie evolueert van louter wegbeheerder naar mobiliteitsmanager met een sterk technische knowhow.

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

15

16

missie en visie

deel3

18

De provincie West-Vlaanderen is een partnerbestuur. Ze wil bovenlokale doelstellingen realiseren en vanuit haar bevoorrechte plaats als verkozen bestuur een efficiënte samenwerking met andere overheden, organisaties en instellingen bevorderen. Ze wil West-Vlaanderen, via een specifieke aanpak in verschillende streken, verder uitbouwen tot een ondernemende, recreatieve en kwaliteitsvolle topregio. Zo verbetert de provincie het welzijn van àl haar inwoners en versterkt ze duurzame ontwikkeling op haar grondgebied. Als gebiedsgericht regiobestuur en als kennispartner wil de provincie expertise bieden in complexe materies. Met oog voor beleidsvernieuwing speelt ze hiermee alert in op maatschappelijke en bestuurlijke veranderingen. Ze garandeert een kwalitatieve, servicegerichte en verantwoordelijke organisatie die alle West-Vlamingen zoveel mogelijk bij het beleid betrekt. De faire en stimulerende werkomgeving waarin de provinciale medewerkers hun competenties verder kunnen ontwikkelen, draagt hiertoe bij. Specifiek vanuit de bevoegdheid “mobiliteit en infrastructuur” wil de provincie West-Vlaanderen een coördinerende rol spelen in het mobiliteitsbeleid in West-Vlaanderen en ondersteunend werken op gebied van infrastructuur. Het is de bedoeling om de mobiliteit mee te helpen ondersteunen en de openbare ruimte kwaliteitsvol in te richten.

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

19

20

strategie

deel4

22

4.1 Analyse van de interne en externe omgeving (SWOT)
STERKTEN • Het technisch personeel in wegendienst kan bogen op jaren ervaring en een grote technische knowhow. Het personeel in dienst mobiliteit bestaat uit een relatief jonge en gedreven ploeg in mobiliteit. • De provinciale wegendienst is bereid te zijn nieuwe uitdagingen aan te gaan en ondersteunend te werken naar andere diensten en externen (gemeentebesturen, opleidingen,…). Sinds midden jaren 90 heeft de provincie bewezen resultaatgericht te kunnen werken, ook op vlak van mobiliteit (provinciaal fietsroutenetwerk, provinciaal ongevallen GIS, bedrijfsvervoerplancoördinatie). • De provinciale administratie is relatief klein en flexibel. Door gebruik te maken van netwerking is uiteenlopende expertise (economie, ruimte, milieu/natuur, IT/GIS, recreatie…) beschikbaar.

of de gemeenten. Dit bemoeilijkt de toekomstplanning en schept onzekerheid voor personeel en diensten. • Door de evoluties van de laatste jaren en de onzekerheden over het wegbeheer is het technisch personeelskader niet meer afgestemd op het toekomstig takenpakket. Meerdere personeelsleden werken onder hun niveau van opleiding en zoeken andere toekomstmogelijkheden. Ook het personeel op belangrijke leidinggevende en technische functies valt weg binnen een paar jaar. De personeelsstructuur voor mobiliteit is zwak en bestaat overwegend uit tijdelijke contracten. Know-how en ervaring vloeit weg door gebrek aan toekomstperspectieven. Hierdoor ontstaat een tekort aan competentie binnen de diensten wegen en mobiliteit. • Een tekort aan financiële middelen voor de inrichtingen van wegen en andere infrastructuur (domeinen, groene assen,omgevingswerken gebouwen,…)

OPPORTUNITEITEN • Een aantal aspecten van het mobiliteitsbeleid worden in het bestuursakkoord kerntaken dan ook uitdrukkelijk aan de provincies toegewezen. De Vlaamse overheid werkt aan de realisatie

ZWAKTEN • De onduidelijkheid over de manier waarop het beheer van de provinciewegen overgedragen wordt aan het Vlaams gewest en/

van deze taakverdeling door samenwerkingsakkoorden te structureren en samen te brengen in een bestuursakkoord mobiliteit en door een nieuw mobiliteitsdecreet met provinciale taakstelling

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

23

in het vooruitzicht te stellen. Het beleidsdomein mobiliteit groeit, is toekomstgericht, vernieuwend en van strategisch belang. • Uitvoering van nieuwe taken in verband met infrastructuur, onder meer door de gewijzigde beheersovereenkomst met Westtoer, zoals infrastructuurwerken op recreatieve en groene assen, domeinen en de omgeving van provinciale gebouwen, alsook de financiële middelen voor realisatie bovenlokaal fietsroutenetwerk door oprichting van het Fietsfonds.

• Bovenstaande evolutie brengt het ontstaan van een weinig coherent beleid dat de economische aantrekkingskracht en de leefbaarheid van de regio bedreigt. • Voor de uitbouw van het bovenlokaal fietsroutenetwetwerk is de provincie afhankelijk van de beleidsopties en keuzes van de gemeentes, alsook de voorwaarden die het Vlaams Gewest oplegt (onder meer op technisch vlak via auditcommissie). • Onzekerheid welke taakstelling de provincie op het vlak van

• Het Vlaams beleid wordt geconcentreerd in beperkte (centrale) administraties, de uitvoering wordt toevertrouwd aan verzelfstandigde agentschappen, aan constructies van publiek-private samenwerking of aan de privé-sector. Met betrekking tot het bovenlokaal, streekgericht beleid lijkt deze evolutie ruimte te creëren voor de provincie. • Duurzame oplossingen lijken steeds moeilijker in te voeren vanuit een centrale overheid, maar eisen samenwerking, coördinatie en draagvlak. Hierin heeft de provincie als regiobestuur duidelijk troeven.

mobiliteit verder zal mogen blijven vervullen (duurtijd fietsfonds, …). Een verder te optimaliseren interbestuurlijke samenwerking, met betere afstemming qua inhoud en timing met het mobiliteitsbeleid van andere besturen, zowel in planning als in uitvoering (Vlaams Gewest, gemeenten, aangrenzende besturen,…).

BEDREIGINGEN • Als de provincie haar mobiliteitsbeleid niet (tijdig) uitbouwt, wordt de beleidsruimte ingenomen door andere, wellicht minder geschikte, actoren: privé organisaties, intercommunales, Vlaamse uitvoerende agentschappen…

24

4.2 Overzicht van de beleidsdoelstellingen
Nr: 1 Accuraat en klantvriendelijk behandelen van klachten en vragen over verkeersinfrastructuur. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 1 – Dienstbaar voor alle West-Vlamingen. Het betreft zowel klachten betreffende de kwaliteit en het gebruik van verkeersinfrastructuur onder provinciaal beheer, als klachten betreffende verkeersinfrastructuur en mobiliteitsproblemen onder beheer of bevoegdheid van andere overheden waar de klagende partij de provincie soms aanspreekt als bemiddelaar. De klagende partij kan zowel privé als een publieke instelling of bestuur zijn. Een accurate behandeling van deze klachten, binnen de provinciale bevoegdheden, draagt bij tot het welzijn van de burgers en verhoogt de democratische kwaliteit van de provinciale beleidsvoering. Daartoe wordt eveneens bijgedragen door een actieve opvolging binnen de provinciale bevoegdheden (wat betreft provinciale verkeersinfrastructuur) en door constructieve interbestuurlijke bemiddeling (in het andere geval).

Nr: 2

Realiseren van een geografische mobiliteitsdatabank

voor andere overheden en eigen gebruik. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 3 – Kennis delen, kennis vermeerden. Het samenstellen, beheren en verspreiden van verscheidene (geografische) dataverzamelingen mobiliteit past in de structuren voor datawarehousing en Gis-West II, waar de provincie zich als forum presenteert voor de uitwisseling van digitale informatie tussen overheden. Aldus verwerft de provincie inhoudelijke expertise voor zichzelf en voor andere besturen en instellingen, wat past in haar profilering als kennispartner. Concreet gaat met momenteel over volgende dataverzamelingen: In afspraak met de Vlaamse overheid bouwt de provincie sinds 1999 een geografische, gestandaardiseerde en continu actualiseerbare databank op van verkeersongevallen op haar grondgebied (ongevallen-GIS). Deze geografische databank wordt gebruikt door besturen (gemeenten, Vlaamse gewest), die er hun investeringsprogramma’s mee kunnen bepalen, door politiezones als input voor hun veiligheidsplannen en door studiebureaus en intercommunales in het kader van hun opdrachten voor diverse besturen en administraties. In 2005-2007 heeft de provincie de atlas der buurtwegen geactualiseerd en gedigitaliseerd. Deze geografische databank onder-

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

25

steunt het trage wegenbeleid van de gemeenten en wordt en beheerd, verfijnt en actueel gehouden door de provincie. Zie ook tactische doelstelling 11. De routes van het bovenlokaal fietsroutenetwerk zijn volledig geïnventariseerd in een databank. In samenwerking met het Vlaams gewest wordt deze databank beheerd, actueel gehouden en verfijnd en aangewend voor potentieelanalyses en prioriteitenstellingen in de investeringsprogramma’s van gewest en provincie. Daarnaast beheert de provincie verscheidene dataverzamelingen wegencategorisering, schoolfietsroutes, plaatselijke

bovengemeentelijke samenwerking in de provincie ondersteund en aangemoedigd door de provinciale vereniging van lokale technische diensthoofden (Tedewest).

Nr: 4 nieuwe,

Actief adviseren van buitenlandse initiatieven voor grensoverschrijdende verkeersinfrastructuren bij

voorkeur in West-Vlaams verband. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 5 – Streken bovenlokaal ontwikkelen. In het bijzonder Noord-Frankrijk heeft grootschalige beleidsinitiatieven voor nieuwe grensoverschrijdende verkeersinfrastructuren op de tekenplank liggen, zoals de verbinding Amiens–Lille-België (LAALB) of de grote ring Franco-Belge rond de Rijselse metropool.

verkeerstellingen…

Nr: 3

Bijdragen tot een kwaliteitsvol gemeentelijk beleid op

De realisatie van deze initiatieven zal een zware mobiliteitsimpact hebben op de provincie West-Vlaanderen. Door een actieve , deskundige advisering, bij voorkeur in coördinatief verband met het Vlaamse gewest en de betrokken gemeentebesturen, kan de provincie deze beleidsinitiatieven begeleiden en tijdig optimale maatregelen nemen ten aanzien van mobiliteitsgarantie, verkeersleefbaarheid en de dynamiek van nieuwe mobiliteitsaantrekkende activiteiten op haar grondgebied. De provincie draagt daardoor bij tot de duurzame ontwikkeling van haar grondgebied en speelt daardoor, als regiobestuur, een actieve rol in bovenlokale, strategische visievorming en planning, ook ter ondersteuning van betrokken gemeenten.

verkeerstechnisch en bouwkundig vlak. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 3 – Kennis delen, kennis vermeerderen. De provincie stelt haar verkeerstechnische en bouwkundige kennis qua wegen, riolen buurtwegen, … ter beschikking aan externen. Door deze inhoudelijke expertise ter beschikking te stellen profileert zij zich bij de gemeenten als kennispartner en als aanspreekpunt naar hogere overheden door deelname aan diverse werkgroepen op dit vakdomein. Bovendien wordt de

26

Nr: 5

Ondersteunen van bedrijven bij de (re-)organisatie van

Nr: 6

Versterken van de coördinatie van het mobiliteitsbeleid

hun mobiliteitsmanagement en bedrijfsvervoerplanning. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 6 – West-Vlaanderen verder laten groeien. In samenwerking met de Vlaamse overheid biedt de provincie sinds 2004 aan bedrijven en instellingen (de zgn. ‘mobidesk’, vandaag Provinciaal Mobiliteitspunt genoemd) ondersteuning aan voor het bijsturen van hun woon-werkverplaatsingen. Dit kan gebeuren door specifiek bedrijfsonderzoek, het opmaken van een bedrijfsvervoerplan en het aanbieden van ondersteuning bij de uitvoering ervan. Daarbij is een belangrijk accent gericht op meer gebruik van fiets en openbaar vervoer in plaats van de auto. Het provinciaal Mobiliteitspunt is door de Vlaamse overheid ook aangeduid als aanspreekpunt en begeleider voor het Pendelfonds waardoor bedrijven kunnen betoelaagd worden voor innoverende projecten van duurzaam woon-werkverkeer. Het nemen van gecoördineerde acties op het vlak van woon-werk verkeer is ook cruciaal voor de economische bereikbaarheid van de provincie. De provincie draagt daardoor bij tot de duurzame ontwikkeling van haar grondgebied. De opgebouwde inhoudelijke expertise past ook in haar profilering als kennispartner.

in West-Vlaanderen. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings- en leefkwaliteit verbeteren. Het versterken van de coördinerende rol van de provincie, zowel voor het mobiliteitsbeleid van de verschillende openbare besturen in West-Vlaanderen als voor (publieke en private) vervoersorganisaties op haar grondgebied. Waar de provincie slechts ten gronde moet inspelen op enkele aspecten die best bij haar missie aansluiten, omvat het geheel van het mobiliteitsbeleid de inzet van meerdere actoren (Vlaamse gewest, Vlaamse en federale agentschappen, gemeenten, privé partners …). Gezien haar troeven als regiobestuur is de provincie het aangewezen niveau om dit bestuurlijk kluwen te smeden tot een gecoördineerd, efficiënt en gedragen mobiliteitsbeleid voor West-Vlaanderen. Dit gebeurt door de opvolging van de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplanning, de opvolging van de mobiliteitsimpact van economische beleidsplannen en fora zoals de provinciale mobiliteitsraad, de provinciale auditcommissie en de openbare vervoerscommissies en de raad van advies van De Lijn.

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

27

Nr: 7

Realiseren van het provinciale functionele fiets-

Nr: 8

Verzekeren van de verkeersveiligheid en de verkeers-

routenetwerk. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings- en leefkwaliteit verbeteren. Het provinciaal, bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk is als provinciaal beleidsplan goedgekeurd in 2001, en betreft circa 1950 km fietspaden, waarvan slechts een gering aandeel voldoende kwaliteit bezit. De fysische realisatie gebeurt in afspraak met het Vlaamse gewest en gemeenten, en vergt ingrepen in openbaar domein onder zowel gemeentelijk, eigen provinciaal als Vlaams gewestelijk beheer. In de voorbije legislatuur is de uitbouw van dit net aangezet, maar het overgrote deel van het net is nog te realiseren, door renovatie van bestaande fietsinfrastructuur of nieuwbouw. Binnen de komende legislatuur kan een substantiële vooruitgang geboekt in deze realisatie binnen het kader van het Fietsfonds, waarvoor de provincie instaat als trekker, coördinator en ook als realisator van de uitvoeringsprojecten. Een aangehouden realisatie-inspanning van de provincie draagt als bovenlokale taakstelling bij tot het welzijn van de burger en tot een duurzame ontwikkeling van het provinciale gebied. Deze doelstelling brengt ook een maatschappelijke meerwaarde tot stand en profileert de provincie als regiobestuur.

leefbaarheid op de provinciewegen. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings- en leefkwaliteit verbeteren. De provincie is (vooralsnog) de beheerder van circa 180 km provinciewegen. Een essentiële taak voor de verkeersveiligheid is het in goede staat houden van deze wegen en de verkeersleefbaarheid verzekeren door een goede inrichting van de weg die een aangename leefomgeving waarborgt. Volgens recente onderhandelingen met het Vlaams Gewest zou de provincie vanaf 2010 niet meer moeten instaan voor het beheer van de wegen: het beheer van de secundaire wegen zou overgedragen worden aan de Vlaamse Gemeenschap en de lokale wegen aan de desbetreffende gemeenten. Deze taakstelling blijft tot wanneer de wegen worden overgedragen. Er zullen ook inspanningen moeten worden gedaan om deze overdracht vlot te kunnen laten verlopen, rekening houdende met de lopende engagementen.

Nr: 9 wegen.

Uitbouwen van het inrichtingsbeleid van secundaire

Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings-en leefkwaliteit verbeteren.

28

Via het decreet Ruimtelijke Ordening wordt de planningsbevoegdheid voor de secundaire wegen toevertrouwd aan de provincie (selectie van secundaire wegen in het provinciaal ruimtelijk structuurplan). Via het vastgelegd afwegingskader wordt de opportuniteit voor omleidingswegen afgetoetst. Verder dienen voor de realisatie van dit beleid streefbeelden opgemaakt en moet bewaakt worden dat een vernieuwde herinrichting in overeenstemming is met de gewenste functie van de weg. De provincie heeft al enkele streefbeelden opgemaakt voor secundaire provinciewegen en zal in de komende legislatuur ook haar verantwoordelijkheid opnemen voor streefbeelden van secundaire wegen in Vlaams gewestelijk beheer.

Gezien het stijgend belang van de milieu-en klimaatproblematiek is de verwachting dat de Vlaamse overheid in toenemende mate beroep zal doen op de provincie voor monitoring en sensibilisering naarmate meer stringente milieu-eisen van toepassing zullen worden op mobiliteit en verkeer. De provincie draagt daardoor bij tot de duurzame ontwikkeling van haar grondgebied en tot het welzijn van de bevolking.

Nr: 11

Activeren en opwaarderen van het gebruik van trage

wegen (buurtwegen). Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings- en leefkwaliteit verbeteren.

Nr: 10

Stimuleren van het gebruik van economisch, sociaal en De provincie wil het netwerk van trage wegen op haar grondgebied (waaronder de klassieke buurtwegen) ruimtelijk geïntegreerd en gebiedsgericht opwaarderen, voor een multifunctioneel gebruik voor traag verkeer, zoals voetgangers, landbouwverkeer, fietsers en recreanten. Ter ondersteuning van het lokaal beleid wordt door de provincie een stimulerend beleid gevoerd, instrumenten gecreeerd en begeleiding aangeboden, alsook het up to date houden de atlas der buurtwegen. Deze doelstelling draagt bij tot het welzijn van de burger, ondersteunt de lokale overheden en realiseert een meerwaarde voor de omgeving, met de provincie als kennispartner.

fysisch-ecologisch verantwoorde vervoersmiddelen. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings- en leefkwaliteit verbeteren. In afspraak met de Vlaamse overheid voert de provincie sinds 2001 sensbiliseringsacties en zet mobiliteitseducatieve projecten op, gericht naar doelgroepen (scholen, werknemers,…) en stimuleert de provincie het gebruik van fiets, openbaar vervoer, carpooling… Een aantal van deze acties worden ook uitgevoerd binnen het kader van de samenwerkingsovereenkomst milieu 2008-2013 afgesloten tussen de provincie en de Vlaamse overheid.

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

29

Nr: 12

Verfraaien van de routes, groene assen, domeinen en de

omgeving van de provinciale gebouwen. Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 7 – De omgevings- en leefkwaliteit verbeteren. De provincie onderhoudt en realiseert nieuwe bovenlokale verbindingen, onder meer recreative assen zoals op oude spoorwegbeddingen en/of in combinatie met groene assen. Bovendien moeten vele infrastructuurwerken worden onderhouden, vernieuwd of aangelegd worden in domeinen en rond provinciale gebouwen. Deze projecten moeten gerealiseerd worden ter verbetering van de omgevings- en leefkwaliteit van de burger.

Nr: 13 dienst.

Verhogen van de efficiëntie en effectiviteit van de interne

Looptijd: 2007 – 2012 Draagt bij tot strategische doelstelling 11 – Steeds professioneler werken. Om als dienst goed te kunnen functioneren moeten de nodige middelen ter beschikking worden gesteld. Bovendien moet ook geïnvesteerd worden in overleg, teamwork, netwerking en opleiding.

30

4.3 Toelichting
Onderstaand vindt u een overzicht van de tactische doelstellingen per legislatuurjaar waarvoor elk van de legislatuurjaren een inschatting wordt gegeven van de financiële middelen (F) en de personele middelen (P) die per doelstelling ingezet zullen worden. Deze inschatting is procentueel en is bedoeld om de inzet en de evolutie weer te geven. De verdeling is voor 2008 ook visueel voorgesteld.
Gebiedsgerichte werking Nr. TD 8.1 8.2 8.3 8.4 TD Accuraat en klantvriendelijk behandelen van klachten en vragen over verkeersinfrastructuur. 2008 F 6 P 0 0,11 0 0,05 2009 F 6 4 8 1 P 0 0,11 0 0,05 2010 F 5 4 8 1 P 0 0,19 0 0,1 2011 F 5 4 8 1 P 0 0,19 0 0,1 2012 F 5 4 8 1 P 0 0,19 0 0,1

Realiseren van een geografische mobiliteitsdatabank voor andere 4 overheden en eigen gebruik. Bijdragen tot een kwaliteitsvol gemeentelijk beleid op verkeerstechnisch en bouwkundig vlak. Actief adviseren van buitenlandse initiatieven voor nieuwe grensoverschrijdende infrastructuren, bij voorkeur in West-Vlaams verband. Ondersteunen van bedrijven bij de (re-)organisatie van hun mobiliteitsmanagement en bedrijfsvervoerplanning. Versterken van de coördinatie van het mobiliteitsbeleid in West-Vlaanderen. Realiseren (in versneld tempo) van het provinciale functionele fietsroutenetwerk. Verzekeren van de verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid op de provinciewegen. Uitbouwen van het inrichtingsbeleid van secundaire wegen. Stimuleren van het gebruik van economisch, sociaal en fysischecologisch. Activeren en opwaarderen van het gebruik van trage wegen (buurtwegen). 9 1

8.5 8.6 8.7 8.8 8.9 8.10 8.11

5 3 16 25 2 3 6

0,26 0,32 42,11 55,8 0,26 0,72 0,05

5 5 21 25 2 3 6

0,32 0,34 42,05 55,72 0,3 0,74 0,05

5 5 28 0 3 5 8

0,57 0,61 95,8 0 0,57 1,35 0,19

5 5 28 0 3 5 8

0,57 0,61 95,8 0 0,57 1,35 0,19

5 5 28 0 3 5 8

0,57 0,61 95,8 0 0,57 1,35 0,19

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

31

8.12 8.13

Verfraaien van de routes, groene assen, domeinen en omgeving provinciale gebouwen. Verhogen van de effeciëntie en de effectiviteit van de interne dienst. Totaal

11 9 100

0 0,32 100

15 9 100

0 0,32 100

19 9 100

0 0,62 100

19 9 100

0 0,62 100

19 9 100

0 0,62 100

Personele en financiële inzet per tactische doelstelling (2008)
60

50

F P

40

30

20

10

0

8.1

8.2

8.3

8.4

8.5

8.6

8.7

8.8

8.9

8.10

8.11

8.12

8.13

32

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

33

34

tenslotte

deel5

36

Er is nog steeds onduidelijkheid over de overdracht van provinciewegen naar andere besturen. Deze onzekerheid werkt demotiverend op het personeel en belet de betrokken diensten toekomstgericht te werken. Anderzijds worden meer taken gevraagd, dit op het vlak van mobiliteit, uitbouw fietsroutenetwerk, trage wegen en omgevingsinfrastructuur. Een hertekening van de diensten is te overwegen. Er wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de personeelsproblematiek die zich binnen de diensten wegen en mobiliteit stelt door het niet tijdig vervangen van personeel en de vele tijdelijke contracten. Er moeten op korte termijn bevorderingsmogelijkheden worden aangereikt en (statutaire) aanwervingen gebeuren van gekwalificeerd

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

37

38

bijlagen

deel6

40

NUTTIGE ADRESSEN EN LOCATIES
Provinciale overheid Zetel van de provincieraad en de deputatie Kabinetten van gedeputeerden Durnez, Van Gheluwe, De fauw, Titeca-Decraene, Pertry en Naeyaert Kabinet van de provinciegriffier Provinciehuis Boeverbos Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 11 – F 050 40 31 00 Kabinet van de gouverneur Burg 3, 8000 Brugge T 050 40 58 11 – F 050 40 58 00 Provinciale administratie Provinciehuis Boeverbos Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 11 – F 050 40 31 00 • Organisatie en HRM • Griffie • Financiën (boekhouding, budgettering en interne controle) • Personeel

• Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk • Externe relaties en gebiedsgerichte werking • Communicatie • Internetontwikkeling • Huishoudelijke dienst • Milieu, natuur en waterbeleid • Groendienst • Vergunningen • Ruimtelijke planning en mobiliteit • Welzijn • Cultuur Provinciehuis Boeverbos – Filiaal I Koning Leopold III-laan 31, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 11 – F 050 40 31 01 • Grafische dienst Provinciehuis Olympia Koning Leopold III-laan 66, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 66 – F 050 71 94 06 Provinciehuis Abdijbeke Abdijbekestraat 9, 8200 Sint-Andries T 050 40 71 12 – F 050 40 71 00 • Beheerscontrole-audit • Financiën (provinciebelastingen) • Datawarehousing • ICT-projectcoördinatie

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

41

• Informatietechnologie • Contracten, overheidsopdrachten en patrimonium • Gebouwen • Wegen (district noord) • Waterlopen (district noord) Doornstraat 114, 8200 Sint-Andries T 050 40 76 86 – F 050 40 76 87 • Sport

Provinciaal Noord-Zuidcentrum (PNZC) Hugo Verrieststraat 22, 8800 Roeselare T 051 26 50 50 – F 051 20 43 49 Streekhuis Kasteel Tillegem Tillegemstraat 81, 8200 Sint-Michiels T 050 40 35 44 – F 050 40 31 41 • Gebiedsgerichte werking Brugge-Oostende Streekhuis Esenkasteel

Gistelse Steenweg 528, 8200 Sint-Andries T 050 40 72 90 – F 050 34 90 79 • Archiefdienst Tolhuis Jan Van Eyckplein 2, 8000 Brugge T 0800 20 021 – F 050 40 74 75 • Provinciaal informatiecentrum • Europe Direct • Provinciale bibliotheek en documentatiecentrum Provinciehuis Potyze Zonnebeekseweg 361, 8900 Ieper T 057 20 00 27 – F 057 21 84 28 • Wegen (district zuid) • Waterlopen (district zuid)

Woumenweg 100, 8600 Diksmuide T 051 51 93 50 – F 051 51 93 51 • Gebiedsgerichte werking Westhoek Streekhuis Zuid-West-Vlaanderen Doorniksesteenweg 218, 8500 Kortrijk T 056 46 16 63 – F 056 24 99 90 • Gebiedsgerichte werking Kortrijk Streekhuis Midden-West-Vlaanderen Peter Benoitstraat 13, 8800 Roeselare T 051 27 55 50 – F 051 27 55 51 • Gebiedsgerichte werking Midden-West-Vlaanderen (Roeselare-Tielt)

42

Provinciaal Ankerpunt Kust (PAK) Wandelaarkaai 7, 8400 Oostende T 059 34 21 47 – F 059 34 21 31 • Coördinatiepunt duurzaam kustbeheer Provinciaal onderwijs en wetenschappelijke instellingen Provinciaal Onderzoek- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw (POVLT) Ieperseweg 87, 8800 Rumbeke T 051 27 32 00 – F 051 24 00 20 Provinciaal Centrum voor Landbouw en Milieu vzw (Proclam) Ieperseweg 87, 8800 Rumbeke T 051 27 33 80 – F 051 24 00 20 Provinciaal Centrum voor Volwassenenonderwijs (PCVO) Meiboomstraat 8, 8870 Izegem T 051 30 04 28 – F 051 32 01 08 Campus Karel de Goedelaan Karel de Goedelaan 7, 8500 Kortrijk T 056 22 13 41 – F 056 22 53 52

Vormingscentra School voor Bestuursrecht van West-Vlaanderen (SBR) Provinciehuis Boeverbos – Filiaal I Koning Leopold III-laan 31, 8200 Sint-Andries T 050 40 34 51 – F 050 40 31 01 WIVO, schakel tussen mens en bestuur Provinciehuis Boeverbos – Filiaal I Koning Leopold III-laan 31, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 84 – F 050 40 31 01 EduWEST.be vzw Korte Meersstraat 6, 8900 Ieper T 057 21 45 17 – F 057 21 29 35 West-Vlaamse Politieschool (WPS) Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries T 050 40 45 40 – F 050 39 38 79 West-Vlaams Opleidingscentrum voor Brandweer, Reddings- en Ambulancediensten (WOBRA) Burg 4, 8000 Brugge T 050 40 57 83 West-Vlaams Agrarisch Vormingsinstituut vzw (WAVI) Ieperseweg 87, 8800 Rumbeke T 051 27 32 00 – F 051 24 00 20

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

43

Natuureducatieve en bezoekerscentra • Bezoekerscentrum Bulskampveld Bulskampveld 9, 8730 Beernem T 050 55 91 00 – F 050 81 69 76 • Bezoekerscentrum De Palingbeek Vaartstraat 7, 8902 Zillebeke T 057 23 08 40 – F 057 23 08 51 • De Gavers, Sport en NME Eikenstraat 131, 8530 Harelbeke T 056 22 21 19 – F 056 22 75 68 • Provinciaal Natuurpark Zwin Graaf Léon Lippensdreef 8, 8300 Knokke-Heist T 050 60 70 86 – F 050 62 20 00 Provinciale sportaccommodatie Provinciaal Olympisch Zwembad (Olympiabad) Doornstraat 110, 8200 Sint-Andries T 050 39 02 00 – F 050 40 20 70 Watersport- en avonturensportcentrum De Gavers Eikenstraat 131, 8530 Harelbeke T 056 22 21 19 – F 056 22 75 68

Provinciemusea • Kunstmuseum aan Zee Romestraat 11, 8400 Oostende T 059 50 81 18 – F 059 80 56 26 • PMCP – Museum Constant Permeke Gistelsteenweg 341, 8490 Jabbeke T 050 81 12 88 – F 050 81 55 40 • Museum van het Bulskampveld (wagenpark) Provinciedomein Lippensgoed – Bulskampveld 8730 Beernem – T 050 55 91 00 • PMSS – Museum Stijn Streuvels ‘Het Lijsternest’ Stijn Streuvelsstraat 25, 8570 Ingooigem T 056 77 72 14 GESLOTEN VOOR ONBEPAALDE DUUR WEGENS RESTAURATIE • Memoriaal Prins Karel, Openluchtmuseum Atlantikwall, Walraversijde 1465 Nieuwpoortsesteenweg 636, 8400 Oostende T 059 70 22 85 – F 059 51 45 03 • BE-PART Westerlaan 17, 8790 waregem T 056 62 94 10 – F 056 62 17 95

44

Provinciedomeinen Raversijde Nieuwpoortsesteenweg 636, 8400 Oostende T 059 70 22 85 – F 059 51 45 03 • Cafetaria Walrave – T 059 30 62 44 Lippensgoed-Bulskampveld Bulskampveld 9, 8730 Beernem • Algemeen nummer – T 050 55 91 10 • Cafetaria – T 050 78 95 65 D’Aertrycke Zeeweg 42, 8820 Torhout • Hotel – T 050 23 07 70 Conciencestraat 18a, 8820 Torhout • Domeinwachter – T 050 22 22 76 of 0800 20 021 Provinciaal Natuurpark Zwin Graaf Léon Lippensdreef 8, 8300 Knokke-Heist T 050 60 70 86 – F 050 62 20 00

’t Veld Bloemgatstraat, 8850 Ardooie • Domeinwachter – T 051 74 52 85 of 0800 20 021 • Cafetaria De Keunepupe – T 051 63 39 95 De Palingbeek Verbrande Molenstraat 5, 8902 Zillebeke • Domeinwachter – T 057 20 34 72 of 0800 20 021 • Cafetaria – T 057 20 56 72 Tillegembos Tillegemstraat 83, 8200 Sint-Michiels • Domeinwachter – T 050 38 24 16 of 0800 20 021 • Kasteel – T 050 40 35 44 • Bistro De Trutselaar – T 050 38 89 00 De Gavers Meersstraat 5, 8530 Harelbeke • Domeinwachter – T 056 21 35 02 of 0800 20 021 • Cafetaria – T 056 72 55 22 Wallemote-Wolvenhof

Sterrebos Sterrebosdreef 66, 8800 Roeselare • Domeinwachter – T 051 20 11 80 of 0800 20 021 • Restaurant – T 051 21 17 96

Kokelarestraat 85, 8870 Izegem • Huisbewaarder – T 051 30 09 44 Ieperse Gasthuisbossen Ieper-Zonnebeke-Heuvelland • Domeinwachter – T 057 20 34 72 of 0800 20 021

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

45

De Kemmelberg Heuvelland • Domeinwachter – T 057 20 34 72 of 0800 20 021 Fort van Beieren Damme-Koolkerke • Domeinwachter – T 050 38 24 16 of 0800 20 021 • Cafetaria – T 050 67 95 80 Zeebos Koning Albert I-laan, 8370 Blankenberge • Domeinwachter – T 050 38 24 16 of 0800 20 021 De Baliekouter Ommegangstraat, 8720 Wakken-Dentergem • Domeinwachter – T 050 78 91 76 of 0800 20 021 Bergelen Hemelhofweg, 8560 Gullegem-Wevelgem • Domeinwachter – T 051 20 11 80 of 0800 20 021 • Cafetaria – T 056 40 01 30 Gassbekeduinen De Panne Damse Vaart Brugge-Damme

Provinciale uitleendiensten voor audiovisueel materiaal • Brugge Doornstraat 112, 8200 Sint-Andries T 050 40 76 76 – F 050 40 76 75 • Ieper Provinciehuis Potyze Zonnebeekseweg 361, 8900 Ieper T 057 21 56 06 – F 057 21 84 28 • Kortrijk Emiel Clauslaan 3, 8500 Kortrijk T 056 22 56 22 – F 056 22 28 89 • Oostende Wandelaarkaai 7, 8400 Oostende T 059 80 22 96 – F 059 51 18 08 Sociale dienstverlening Provinciale dienstverleningscentra vzw • Centrum Ons Erf Chartreuseweg 53, 8200 Sint-Michiels T 050 40 69 60 – F 050 40 69 61 • Centrum De Waaiberg Koolskampstraat 22d, 8830 Gits T 051 26 30 80 – F 051 24 45 45 • Centrum ’t Venster Willem Elsschotstraat 19/1, 8870 Emelgem T 051 31 84 72 – F 051 31 90 34

46

Technisch adviesbureau en meldpunt omtrent toegankelijkheid Westkans vzw Provinciehuis Boeverbos – Filiaal II Kerkhofstraat 1, 8200 Sint-Andries T 050 40 73 73 – F 050 40 71 00 POM Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Koning Leopold III-laan 66, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 66 – F 050 71 94 06 Autonoom provinciebedrijf Westtoer apb Koning Albert I-laan 120, 8200 Sint-Michiels T 050 30 55 00 – F 050 30 55 90 Provinciebedrijf TiNCK – Ticket Informatie Cultuur Knooppunt Provinciehuis Boeverbos – Filiaal II Kerkhofstraat 1, 8200 Sint-Andries T 070 22 50 05 – F 070 22 50 06

Paraprovinciale instellingen Monumentenwacht West-Vlaanderen vzw Provinciehuis Boeverbos – Filiaal I Koning Leopold III-laan 31, 8200 Sint-Andries T 050 40 31 36 – F 050 40 31 01 Vlaams Instituut voor de Zee vzw (VLIZ) Wandelaarkaai 7, 8400 Oostende T 059 34 21 30 – F 059 34 21 31

sectorale beleidsnota 2007-2012 mobiliteit en infrastructuur

47

colofon
Opdrachtgever De deputatie van West-Vlaanderen Paul Breyne, provinciegouverneur Jan Durnez, Patrick Van Gheluwe, Dirk De fauw, Marleen Titeca Decraene, Gunter Pertry, Bart Naeyaert, gedeputeerden Hilaire Ost, provinciegriffier Eindedactie en coördinatie dienst Griffie, Provincie West-Vlaanderen Kabinet Gedeputeerde Van Gheluwe Grafische vormgeving en druk Provincie West-Vlaanderen, Grafische Dienst

Informatie en contactadres Provinciaal Informatiecentrum Tolhuis Jan Van Eyckplein 2, 8000 Brugge 0800 20 0 21 (gratis nummer) provincie@west-vlaanderen.be

Depotnummer D/2008/0248/32

48