DE SOCIO-ECONOMISCHE STREEKONTWIKKELING VIA DE ERSV – SERR – RESOC - STRUCTUUR

SITUERING
De provincies profileren zich reeds enige jaren als dé trekker inzake streekbeleid en gebiedsgerichte werking in het algemeen en streekgericht sociaal-economisch beleid in het bijzonder. Maar ze stonden hierbij niet alleen.

Op lokaal en bovenlokaal niveau bestonden tot voor enkele jaren twee belangrijke structuren die socioeconomische topics behandelen: de STC’s (Subregionale Tewerkstellingscomités) en de Streekplatformen. Daarnaast geven de vroegere GOM’s (Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen), intercommunales voor streekontwikkeling, en natuurlijk lokale en provinciale besturen allen mee vorm aan het streekbeleid. Het is daarom niet verwonderlijk dat een hertekening van dit socio-economische landschap aan bod kwam tijdens de gesprekken in het kader van het Kerntakendebat tussen het lokale, het provinciale en het Vlaamse bestuursniveau. Welk overheidsniveau is immers het best geschikt om de organisatie van het sociaal-economische streekbeleid op zich te nemen? Daarnaast onderging het streekbeleid ook de BBB-oefening (Beter Bestuurlijk Beleid), waarmee de Vlaamse overheid het overleg en de structuren op het niveau van de subregio’s wenste te rationaliseren en transparanter te maken.

HET DECRETALE KADER
De afspraken als resultaat van het gevoerde Kerntakendebat werden vastgelegd in het politieke bestuursakkoord van 25 april 2003. Daarna kreeg de concrete implementatie van deze hervorming van het socio-economische streekbeleid vorm via drie nieuwe decreten. Enerzijds werden de vroegere GOM’s ontdubbeld in Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM’s) en in het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO). Anderzijds verdwenen STC’s (Sociale Tewerkstellingscomités) en streekplatformen en maakten ze plaats voor ERSV’s (Erkend Regionaal Samenwerkingsverband), SERR’s (Sociaal Economische Raad van de Regio) en RESOC’s (Regionaal Economisch Sociaal Overlegcomité).

OPZET VAN HET DECREET VAN 7 MEI 2004 BETREFFENDE HET STATUUT, DE WERKING, DE TAKEN EN DE BEVOEGDHEDEN VAN DE ERKENDE REGIONALE SAMENWERKINGSVERBANDEN, DE
SOCIAALECONOMISCHE RADEN VAN DE REGIO EN DE REGIONALE SOCIAALECONOMISCHE OVERLEGCOMITÉS

Inzake advies wou de decreetgever komen tot een afspiegeling van het stelsel dat op Vlaams niveau bestaat. Sinds 1985 laat de SERV zijn licht schijnen over alle belangrijke sociale en economische
VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006
1/ 7

aangelegenheden die Vlaanderen aanbelangen. De SERV is de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en bestaat uit vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers. Daarnaast is er ook de aangehechte VESOC-structuur (Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité), waarvan het secretariaat door de SERV wordt waargenomen, waarbinnen werknemers en werkgevers overleggen met de Vlaamse regering.

NIEUWE NAMEN VOOR NIEUWE STRUCTUREN
De SERR, of Sociaal Economische Raad van de Regio, is de tegenhanger van de SERV op het bovenlokale niveau. Deze raad verzamelt de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers binnen een bepaald werkingsgebied, subregio of streek, rond de tafel. Om dubbel werk te voorkomen en een vlotte doorstroming van informatie te waarborgen zijn de vertegenwoordigers in de SERR dezelfde als deze van de gekoppelde RESOC. Hun kerntaak is het uitbrengen van beleidsvoorbereidend advies uit eigen beweging, op vraag van de Vlaamse minister (voorlopig enkel voor de beleidsdomeinen economie, werkgelegenheid en toerisme) of op vraag van een lokaal of provinciaal bestuur binnen het werkingsgebied. De RESOC, of Regionaal Economisch Sociaal Overlegcomité, wordt de subregionale tegenhanger van VESOC. Dit comité vormt de brug tussen sociale partners en de lokale en provinciale overheden. Het is de plaats waar het overleg plaatsvindt over de sociaal-economische streekontwikkeling. De sociale partners hebben zestien zitjes, de vertegenwoordiging van de gemeenten en provincies telt minimum acht leden, paritair verdeeld tussen provincie en de gemeenten. In het decreet voorziet men ook de mogelijkheid vertegenwoordigers van andere organisaties die in het sociaal-economische veld actief zijn, al dan niet met stemrecht, op te nemen. Het voorzitterschap van het RESOC wordt waargenomen door een vertegenwoordiger van de lokale of provinciale overheid. Ongetwijfeld één van de belangrijkste opdrachten van deze structuur wordt het ontwerpen en opvolgen van een streekpact. Dit streekpact wordt vervolgens behandeld en moet de goedkeuring krijgen van de provincieraad en de gemeenteraden van de betrokken gemeenten. De adviesbevoegdheid is vanzelfsprekend analoog met deze van de SERR’s. De besluitvorming gebeurt steeds bij consensus. Dat geeft draagkracht aan de plannen en adviezen en waarborgt de concrete uitvoering. Daarnaast werd als rechtspersoon voor deze beide overlegraden het ERSV gecreëerd: het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband. Een vereniging zonder winstoogmerk die optreedt als werkgever voor het ondersteunende personeel en dus de facto instaat voor het secretariaat van één of meerdere RESOC’s en SERR’s. In heel Vlaanderen kunnen er maximum vijftien ERSV’s worden opgericht en hun werkingsgebied mag het grondgebied van één provincie niet overschrijden. De sociale partners, lokale en provinciale overheden en de vroegere STC’s en streekplatformen hebben sui generis een akkoord gezocht over de afbakening van de ERSV-gebieden. Dit was geen gemakkelijke oefening, waarbij het vooral afwachten was op welke manier de lokale besturen zich in deze organiseerden. Niet elke stad of gemeente kon namelijk een zitje innemen in de RESOC/ERSV-structuren.

TRANSITIEPERIODE MET BEGELEIDING OP VLAAMS EN REGIONAAL NIVEAU
Aangezien deze hervorming een ware revolutie binnen het werkveld betekende, werd een begeleidingscommissie opgericht die de implementatie van het decreet begeleidde. In deze commissie zetelden vertegenwoordigers van de Vlaamse kabinetten Werkgelegenheid en Economie, van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten, Vereniging van de Vlaamse Provincies en sociale partners. Op dit forum bespraken de betrokken beleidsniveaus en de sociale partners de grote lijnen

VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006

2/ 7

van de implementatie. Naast deze commissie op Vlaams niveau komt er ook op regionaal niveau een begeleider van het hervormingsproces. Deze regionale veranderingsmanager moet de concrete omvorming van STC en streekplatform in goede banen leiden. Er werd bovendien door de Vlaamse overheid 250 000 euro uitgetrokken om deze regionale integratieprocessen financieel te ondersteunen. In de loop van 2004 en 2005 werden de ERSV’s opgericht en erkend. De ERSV’s Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen werden op 17 december 2004 erkend als regionaal samenwerkingsverband. De erkenning van ERSV Limburg volgde op 28 januari 2005, ERSV Provincie Antwerpen op 10 juni 2005 en ERSV Oost-Vlaanderen op 22 juli 2005. In de loop van 2005 legden de ERSV’s zich voornamelijk toe op het opstarten en uitbouwen van hun SERR en RESOC-werking. Momenteel zijn er vijftien RESOC’s en dertien SERR’s operationeel. Na de oprichting en erkenning van de onderscheiden ERSV’s ging de begeleidingscommissie (die de transitie begeleidde) over in een Platform Socio-economische Streekontwikkeling. Vanuit elke RESOC werd een vertegenwoordiger aan de vergadering toegevoegd en het platform heeft als doelstelling “de stimulering, de ondersteuning, de opvolging en coördinatie van het socio-economisch streekbeleid en van de werking van de erkende regionale samenwerkingsverbanden.”

SITUATIE OP HET TERREIN
In elke provincie werd een ERSV op provinciale schaal georganiseerd. Binnen deze ERSV’s werden één of meerdere RESOC’s en SERR’s ingericht.
Vroegere structuren West-Vl. STC’s 3 Kortrijk-Roeslare Brugge Oostende Streekplatformen Nieuwe structuren 5 West-Vl. REBAK Brugge Oostende Westhoek Roeselare-Tielt 5 Dendermonde Gent Meetjesland Waasland ZO Vlaanderen 3 Antwerpen Mechelen Kempen 3 Haspengouw Midden-Limburg Noord-Limburg 1 Hageland Oost-Vl. ERSV 1 SERR Resoc

Oost-Vl.

3 AalstOudenaarde Gent Sint-Niklaas

1

4 5 Zuid West-Vlaanderen Zuid West-Vlaanderen Brugge Brugge Oostende Oostende-Westhoek Westhoek Midden West- Midden West-Vlaanderen Vlaanderen 4 4 Zuid Oost-Vlaanderen Zuid Oost-Vlaanderen Gent en rondom Gent Meetjesland, Leie & Schelde Waas en Dender Gent en rondom Gent Meetjesland, Leie Schelde Waas en Dender 3 Antwerpen Mechelen Kempen 1 Limburg 2 Halle-Vilvoorde Leuven &

Antwerpen

Limburg

3 Antwerpen Mechelen Turnhout 1 Limburg 2 Halle-Vilvoorde Leuven

Antwerpen

1

Limburg

1

3 Antwerpen Mechelen Kempen 1 Limburg 1 Vlaams-Brabant

Vl-Brabant

Vl-Brabant

1

VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006

3/ 7

In West-Vlaanderen bestaat er één ERSV-structuur komen. Daarnaast zijn er vijf RESOC’s, met name voor de regio’s Brugge, Zuid-West-Vlaanderen, Midden West-Vlaanderen, Oostende en Westhoek. Bijna parallel aan de RESOC’s werden er vier SERR’s opgericht worden. Naast een SERR in Brugge, Kortrijk en Roeselare-Tielt is er slechts één SERR voor de regio Oostende - Westhoek. In Oost-Vlaanderen zijn er vier RESOC’s en evenveel SERR’s en dit in de Zuid-Oost-Vlaanderen, Waas en Dender, Gent en rondom Gent en Meetjesland, Leie & Schelde. In Antwerpen zijn er drie RESOC’s en evenveel SERR’s met name Antwerpen, Mechelen en Kempen. In Limburg werd één ERSV-vzw, één RESOC en één SERR voor het hele grondgebied van de provincie ingericht. Wel zijn er verschillende streektafels die onder meer aan het uitschrijven van het streekpact meewerken.

FINANCIERING
In de transitieperiode werd de Vlaamse financiering voor de vroegere STC’s en streekplatformen (ook het Hefboomfonds) gegarandeerd en aan de ERSV’s toegekend. Het subsidiebesluit van 22 oktober 2004 legde hiervoor de krijtlijnen vast. In 2003 waren de verschillende bestuurlijke partners overeengekomen om de financieringswijze van de ERSV’s te herbekijken tegen 1 januari 2006. De omschakeling naar de ERSV’s werd pas medio 2005 afgerond en de beleidsuitvoerende organisaties VLAO en POM moesten op dat moment nog opgericht worden. Daarom was het aangewezen om 1 januari 2007 als realistische streefdatum voor nieuwe financieringsmodaliteiten te hanteren. Midden 2006 werd uiteindelijk een nieuwe financieringsafspraak uitgewerkt tussen het kabinet van de betrokken minister, de Vereniging van de Vlaamse Provincies en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Hiertoe werd het subsidiebesluit van 22 oktober 2004 aangepast. De ERSV’s blijven de eindbegunstigde van de financiering. Zij dienen de subsidie aan te wenden ter ondersteuning van hun SERR’s en RESOC’s. Bij de verdeling van de middelen tussen de ERSV’s werd voor zestig procent uitgegaan van de historisch gegroeide verdeling om de bestaande streekwerking verder te garanderen. Daarnaast wordt veertig procent van de middelen verdeeld op basis van de criteria zoals gehanteerd in het Provinciedecreet. Om de continuïteit niet in het gedrang te brengen, wordt het niveau van ondersteuning in alle subregio’s minimaal behouden. Regio’s die op basis van bovenstaande verdeling minder zouden krijgen dan in het verleden, zullen dit gecompenseerd krijgen.

OPMAAK VAN HET STREEKPACT
De voornaamste decretale taak van de RESOC’s is het overleg tussen de partners, wat resulteert in de gezamenlijke opmaak van een streekpact. Het streekpact wordt ten minste opgemaakt bij de start van een nieuwe legislatuur van provincieraad en gemeenteraad en voorziet minstens in: • een gemeenschappelijke probleemanalyse op het vlak van de sociaal-economische ontwikkeling van de regio (met bijzondere aandacht voor kansengroepen op de arbeidsmarkt); • de langetermijnstrategie voor de sociaal-economische ontwikkeling van de regio, waarbij er een evenwicht is tussen economie en werkgelegenheid en waarbij eventueel ook aandacht uitgaat naar aanpalende beleidsdomeinen zoals ruimtelijke ordening en mobiliteit, leefmilieu, welzijn en onderwijs;
VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006
4/ 7

• • •

de verbintenissen van de stemgerechtigde leden met betrekking tot de uitvoering van de strategieën; afspraken inzake opvolgcriteria; de procedure die zal worden gehanteerd om een zo ruim mogelijk draagvlak te creëren bij de lokale besturen.

Eind 2006 werd in enkele regio’s reeds een streekpact opgemaakt en goedgekeurd. Vele andere regio’s voorzien de opmaak en goedkeuring van het streekpact in de loop van 2007.

MEER INFO EN CONTACTGEGEVENS
ERSV ANTWERPEN

Koningin Elisabethlei 22, 2018 Antwerpen RESOC/SERR ANTWERPEN Sint-Elisabethstraat 38a, 2060 Antwerpen Tel: 03-270 16 09, Fax: 03-270 16 16 e-mail: info@resocantwerpen.be RESOC/SERR KEMPEN Spoorwegstraat 7, 2300 Turnhout Tel: 014-44 51 49, Fax: 014-44 51 00 e-mail: wim.dekinderen@resockempen.be www.resockempen.be, www.serrkempen.be RESOC/SERR MECHELEN Hendrik Consciencestraat 5, 2800 Mechelen Tel: 015-28 15 47, Fax: 015-28 15 51

ERSV OOST-VLAANDEREN
Gouvernementstraat 1, 9000 Gent Tel: 09-267 86 99, Fax: 09-267 86 98 e-mail: pascal.de.meyer@oost-vlaanderen.be RESOC/SERR GENT EN RONDOM GENT Seminariestraat 2 – 3e verdieping, 9000 Gent Tel: 09-235 76 75, Fax: 09-235 76 70 RESOC/SERR ZUID-OOST-VLAANDEREN Keizersplein 42, 9300 Aalst Tel: 053-60 77 00, Fax: 053-60 77 01 e-mail: info@streekoverlegzov.be; (website: www.streekplatformzov.be) RESOC/SERR MEETJESLAND, LEIE EN SCHELDE Raamstraat 10a, 9900 Eeklo Tel: 09-373 55 89, Fax: 09-377 17 97

VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006

5/ 7

RESOC/SERR WAAS EN DENDER Meulenbroekstraat 2, 9220 Hamme Tel: 052-49 90 11, Fax: 052-49 90 09 e-mail: carlo.claes@resocwd.be

ERSV LIMBURG
Kunstlaan 18 – 6e verdieping, 3500 Hasselt Tel: 011-30 02 30, Fax: 011-30 02 31 e-mail: info@ersvlimburg.be SERR/RESOC LIMBURG vzw ERSV Limburg Kunstlaan 18 – 6e verdieping, 3500 Hasselt Tel: 011-30 02 30, Fax: 011-30 02 31 e-mail: info@ersvlimburg.be

ERSV VLAAMS-BRABANT
Provincieplein 1, 3010 Leuven Tel. 016. 26 74 40, Fax: 016-26 74 49 e-mail: cil.cuypers@vlaamsbrabant.be RESOC HALLE VILVOORDE Witherenstraat 19, 1800 Vilvoorde Tel: 02-255 92 78, Fax: 02-255 92 37 RESOC LEUVEN Provincieplein 1, 3010 Leuven Tel: 016-26 74 40, Fax: 016-26 74 49 SERR VLAAMS-BRABANT Provincieplein 1, 3010 Leuven

ERSV WEST-VLAANDEREN

Maatschappelijke zetel: Provinciehuis Boeverbos Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries Tel: 050-40 31 11, Fax: 050-40 31 41 e-mail: ersv@west-vlaanderen.be Correspondentieadres: Koning Leopold III-laan 66, 8200 Sint-Andries Tel: 050-40 34 17, Fax: 050-71 94 06 e-mail: ersv@west-vlaanderen.be RESOC/SERR BRUGGE Streekhuis Kasteel Tillegem Tillegemstraat 81, 8200 Sint-Michiels
VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006
6/ 7

Tel: 050-40 70 40, Fax: 050-40 31 41 e-mail: resoc.brugge@west-vlaanderen.be RESOC/SERR ZUID – WEST – VLAANDEREN Orangerie Broel Dam 71 bus 22, 8500 Kortrijk Tel: 056-46 16 66, Fax: 056-24 99 90 e-mail: resoc.zuidwvl@west-vlaanderen.be RESOC/SERR MIDDEN WEST-VLAANDEREN Streekhuis Midden-West-Vlaanderen Peter Benoitstraat 13, 8800 Roeselare Tel: 051-27 55 50, Fax: 051-27 55 51 e-mail: resoc.middenwvl@west-vlaanderen.be SERR OOSTENDE/WESTHOEK Schoolplein 6 bus 1.4, 8600 Diksmuide Tel: 051-50 39 15, Fax: 051-51 92 79 e-mail: coordinator@stcctoow.be RESOC WESTHOEK Streekhuis Esenkasteel Woumenweg 100, 8600 Diksmuide Tel: 051-51 94 30, Fax: 051-51 93 51 e-mail: sigrid.verhaeghe@west-vlaanderen.be RESOC OOSTENDE Provinciaal Ankerpunt Kust Wandelaarkaai 7, 8400 Oostende Tel: 059-34 01 61, Fax: 059-34 21 31 e-mail: ann.vanassche@west-vlaanderen.be

Sofie Bracke VVP stafmedewerker

VVP elektronisch handboek provinciaal beleid – Socio-economische streekontwikkeling– oktober 2006

7/ 7