You are on page 1of 164

beleidsnota

economie 2007-2012

“Samenwerken aan een doordacht provinciaal sociaaleconomisch beleid met duurzaamheid, innovatie en durf voorop” is het motto van deze beleidsnota Economie. Federeren is immers meer dan ooit noodzakelijk om tot nieuwe en creatieve ontwikkelingen te komen, zeker in het sociaaleconomische werkveld, waar naast de overheid diverse organisaties actief zijn. Voor hen zal deze beleidsnota een kapstok vormen om overeenkomsten met de Provincie aan te gaan. Deze beleidsnota verduidelijkt de verantwoordelijkheden die de Provincie wil opnemen via een visie, een missie, doelstellingen en maatregelen. In dit werkveld is de Provincie nog een jonge bondgenoot. Pas onlangs kreeg de Provincie, samen met de gemeenten, de bevoegdheid over de streekontwikkeling en werd het sociaaleconomische werkveld sterk hervormd. Zo werd in West-Vlaanderen het ERSV met vijf RESOC’s en vier SERR’s en de POM opgericht en werd de dienst Economie versterkt. Daardoor speelt de Provincie als intermediair niveau vanaf nu een centrale rol op het domein van de sociaaleconomische streekontwikkeling, waarbij vanuit het beleidsdomein Economie een trekkersrol opgenomen wordt.

2

voorwoord
De realisatie van deze nota was trouw aan het eigen bovenstaande beginsel. Zo kwam dit document tot stand door een samenwerking tussen voornamelijk de dienst Economie, het WES en de POM. De dienst Economie stond garant voor de coördinatie en de eindredactie. Bovendien werd een groot draagvlak gecreëerd door de participatie van heel wat personen van interne diensten en externe organisaties. Zij namen actief deel aan zowel de stuurgroep als aan de werkgroepen die voor verschillende thema’s werden opgericht. Daarnaast werden tussentijdse consultaties gehouden, zowel intern binnen het provinciebestuur als extern. Met deze beleidsnota Economie slaat de Provincie West-Vlaanderen een nieuwe weg in en is het duidelijk hoe ze zich voor dit beleidsdomein verder zal profileren als kennispartner en regiobestuur. Dit is immers de ambitie in het algemeen voor de Provincie, waarbij een van de slogans luidt: ‘Ondernemen. Het zit in ons.’ Ik ben ervan overtuigd dat we onze doelstellingen en maatregelen samen met u kunnen realiseren. Marleen Titeca-Decraene Gedeputeerde voor Economie

Beleidsnota Economie 2007-2012.

3

2 4 7 9 13 13 14 19 21

Voorwoord Inhoud 1. Inleiding 1.1. Aanleiding en focus 1.2. Proces 1.2.1. Methodologie en verband met het meerjarenplan 2007-2012 1.2.2. Procesverloop en participatie 1.2.3. Opbouw van de beleidsnota 1.3. De dienst Economie en sociaaleconomische streekontwikkeling in de voorbije legislatuur

41 3. Visie en missie 42 44 44 45 3.1. Visie 3.2. Missie 3.2.1. De positionering en rol van de Provincie 3.2.2. De positionering en rol van het beleidsdomein economie 51 4. Strategie 53 53 53 53 54 61 61 62 63 63 76 4.1. Algemeen 4.1.1. Inleiding 4.1.2. Kern-SWOT 4.1.3. Strategische intentie 4.1.4. Doelstellingen en maatregelen 4.2. Ruimtelijke economie 4.2.1. Inleiding 4.2.2. Kern-SWOT 4.2.3. Strategische intentie 4.2.4. Doelstellingen en maatregelen 4.3. Transport-distributie-logistiek

25 2. Maatschappelijke context 27 30 34 2.1. Algemene uitgangssituatie 2.2. Trends: transformatie sociaaleconomisch bestel 2.3. De economische situatie van West-Vlaanderen

4

inhoud
76 77 78 79 90 90 90 91 92 106 106 107 108 108 119 119 119 120 121 4.3.1. Inleiding 4.3.2. Kern-SWOT 4.3.3. Strategische intentie 4.3.4. Doelstellingen en maatregelen 4.4. Arbeidsmarkt en opleiding 4.4.1. Inleiding 4.4.2. Kern-SWOT 4.4.3. Strategische intentie 4.4.4. Doelstellingen en maatregelen 4.5. Sociale economie 4.5.1. Inleiding 4.5.2. Kern-SWOT 4.5.3. Strategische intentie 4.5.4. Doelstellingen en maatregelen 4.6. Bedrijfsversterking 4.6.1. Inleiding 4.6.2. Kern-SWOT 4.6.3. Strategische intentie 4.6.4. Doelstellingen en maatregelen 164 Colofon 150 153 158 144 141 137 139 Bijlagen Bijlage 1: De RESOC- en SERR-gebieden in West-Vlaanderen Bijlage 2: Participatie aan de opmaak van de beleidsnota Economie West-Vlaanderen Bijlage 3: Concordantietabellen beleidsnota Economie – provinciaal meerjarenplan 2007-2012 Bijlage 4: Begrippen Bijlage 5: Gebruikte afkortingen Bijlage 6: Overzicht doelstellingen (D) en maatregelen (M) beleidsnota Economie 133 5. Uitleiding

Beleidsnota Economie 2007-2012.

5

6

1

inleiding

1.1. Aanleiding en focus
De Provincie is bevoegd voor de regeling van de provinciale belangen. Hiertoe behoren de bovenlokale taakbehartiging, de ondersteunende taken op verzoek van andere overheden en het nemen van initiatieven met het oog op gebiedsgerichte samenwerking. Ze vult deze opdracht in door zich te profileren en op te treden als kennispartner en regiobestuur. Meer hierover: zie missie (3.2.) en meerjarenplan Provincie West-Vlaanderen 2007-2012. Sedert het kerntakendebat en het bestuursakkoord van 25 april 2003 tussen het Vlaams, het provinciaal en het lokaal bestuursniveau, kreeg de Provincie samen met de gemeenten de bevoegdheid over de streekontwikkeling. Dit is echter een begrip met een brede betekenis waar, naast economie, ook ander (provinciaal) beleid verantwoordelijkheden draagt zoals bijvoorbeeld het beleid op het vlak van welzijn, milieu en natuur, ruimtelijke planning en mobiliteit, gebiedsgerichte werking en externe relaties. Het provinciaal beleidsdomein economie s.l. bestaat uit de subdomeinen ‘economie s.s.’ of ‘sociaaleconomische streekontwikkeling’, ‘landbouw en visserij’ en ‘toerisme en recreatie’. Voor het beleid over landbouw en visserij verwijzen we naar de afzonderlijke beleidsnota’s hierover (Beleidsplan voor Land- en Tuinbouw 2005-2010, Beleidsnota Visserij is in opmaak). Voor het beleid over toerisme en recreatie verwijzen we naar de strategische beleidsplannen over deze materie voor de diverse streken. Deze beleidsnota economie gaat dus over de visie, missie en strategie met doelstellingen en maatregelen vanuit het subdomein economie s.s. Dit subdomein wordt binnen de Provincie ook sociaaleconomische streekontwikkeling genoemd, daar het beleid ervan vooral ten behoeve van deze streekontwikkeling gevoerd wordt.

Beleidsnota Economie 2007-2012

9

Figuur 1: Het beleidsdomein economie (s.l.) van de Provincie West-Vlaanderen: hoofdstructuur en belangrijkste meerjarige beleidsdocumenten
Beleidsdomein economie (s.l.)

Subdomein sociaaleconomische streekontwikkeling (economie s.s.)

Subdomein landbouw en visserij

Subdomein toerisme en recreatie

Beleidsnota Economie

Beleidsplan voor Land- en Tuinbouw, Beleidsnota Visserij

Strategische beleidsplannen voor toerisme en recreatie

In overeenstemming met het kerntakendebat werden tijdens de laatste jaren belangrijke structuren en organisaties van het sociaaleconomische werkveld hervormd. Op 7 mei 2004 keurde het Vlaamse parlement de volgende decreten goed: - het decreet over de erkende regionale samenwerkingsverbanden (ERSV), de sociaaleconomische raden van de regio (SERR) en de regionale sociaaleconomische overlegcomités (RESOC); - het decreet over de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM); - het decreet over het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO). Sedertdien werden al deze nieuwe organisaties opgericht. Zo ontstond in de Provincie West-Vlaanderen in 2005 het ERSV met vijf RESOC’s en vier SERR’s (zie bijlage 1: de RESOC- en SERR-gebieden in West-Vlaanderen). Op 1 juni 2006 werd de GOM West-Vlaanderen

10

ontbonden en werd door de Provincie de POM West-Vlaanderen opgericht. Tegelijkertijd werd de dienst Economie voor het domein van de sociaaleconomische streekontwikkeling versterkt. Daardoor speelt de Provincie als intermediair niveau nu een centrale rol op het domein van de sociaaleconomische streekontwikkeling. Waar precies naar gestreefd wordt binnen de provinciale legislatuur 2007-2012, maakt het onderwerp uit van deze beleidsnota. Met deze beleidsnota worden de volgende zaken beoogd: - het bepalen en voorstellen van de rol, de positionering en de profilering van de Provincie op het vlak van de sociaaleconomische streekontwikkeling, vanuit het beleidsdomein economie s.s.; dit betreft een verduidelijking en verdere invulling van het meerjarenplan 2007-2012 voor de Provincie West-Vlaanderen; - het aanduiden van verantwoordelijkheden en van de rol van de Provincie voor verschillende thema’s via het voorstellen van doelstellingen en maatregelen; - een actieve participatie, inbreng van externen en een groot draagvlak creëren door middel van een stuurgroep, vijf werkgroepen, tussentijdse interne administratieve en politieke consultatie en externe consultatie bij de RESOC’s en POM (meer hierover: zie 1.2. Proces); - het creëren van een basis voor nieuwe of vernieuwde relaties, afspraken en overeenkomsten met andere provinciale diensten, de POM en externe actoren; - het funderen van jaarlijkse actieprogramma’s en van het inzetten van budget. Deze beleidsnota economie is dus absoluut geen allesomvattend plan dat dé toekomst van de economie of van alle sociaaleconomische ontwikkelingen van West-Vlaanderen voorstelt. Heel wat zaken zijn immers verantwoordelijkheden voor andere overheden en organisaties. Die komen hier niet allemaal aan bod, gezien de bovenstaande hoofddoelen. Om een bredere (sociaal)economische strategie uit te werken met inbegrip van de taken en rollen van andere organisaties is een andere methodiek en participatie van actoren noodzakelijk. Tegelijkertijd is een van de uitgangspunten hier dat voor sociaaleconomische ontwikkelingen het niet louter om een top-downbenadering kan gaan. Er wordt ruimte gelaten voor de subregionale en lokale instanties en hun bevoegdheden op sociaaleconomisch vlak. In het bijzonder zijn hier de RESOC’s te vermelden, waarvan de meeste in ongeveer dezelfde periode hun streekpacten hebben opgemaakt.

Beleidsnota Economie 2007-2012

11

Vier streekpacten van vijf RESOC’s in West-Vlaanderen werden in juni 2007 door de Provincieraad bekrachtigd. Wel ontstond er een kruisbestuiving tussen de beleidsnota/dienst Economie en de streekpacten/RESOC’s (zie verder: 1.2. Proces). Deze beleidsnota beoogt dus helemaal niet om een overzicht te geven van wat in de streekpacten werd voorgesteld. Hiervoor verwijzen we naar de desbetreffende streekpacten. Aangezien de diverse streekpacten methodologisch op verschillende wijze tot stand kwamen en ook inhoudelijk divers zijn, konden ze niet meteen beschouwd worden als de basis van de provinciale beleidsnota. Bovendien is het werkterrein van de streekpacten in sommige gevallen breder dan de focus van deze beleidsnota (bv. uitspraken over cultuur, toerisme en recreatie in bepaalde streekpacten). Aangezien de focus van de streekpacten op de sociaaleconomische streekontwikkeling ligt, zijn er uiteraard wel vergelijkbare of overeenstemmende doelstellingen en acties. Bij de doelstellingen van de beleidsnota worden de aanknopingspunten met de doelstellingen van de streekpacten weergegeven (zie 4. Strategie). Tot slot moet benadrukt worden dat deze beleidsnota geen statisch document of doel op zich is. De samenleving in het algemeen, de bestuurlijke omgeving en de beoogde sociaaleconomische ontwikkelingen in het bijzonder zijn altijd aan verandering onderhevig. Een wijzigende context kan een bijsturing van het beleid wenselijk maken. De voorgestelde maatregelen moeten daarom niet als bindend of limitatief gezien worden. Door overleg met de betrokken actoren kunnen nieuwe accenten bepaald worden. Toch beogen we met deze beleidsnota de bakens uit te zetten voor het vernieuwde provinciale economische beleid en concreet weer te geven waar de Provincie verantwoordelijkheden opneemt.

12

1.2. Proces
1.2.1. Methodologie en verband met het meerjarenplan 2007-2012
De methodologie die gebruikt werd om tot deze beleidsnota te komen, stemt gedeeltelijk overeen met die van de strategische (beleids) planning. In een strategisch planningsproces komen samengevat de volgende fasen voor: analyse van de bestaande toestand (interne en externe factoren) en opstellen van een SWOT, opstellen van een visie en missie, bepalen van strategische opties, doelstellingen en acties, operationele planning en bepalen van indicatoren en kritische succesfactoren en beleidsevaluatie. Omdat aanvankelijk gedacht werd om deze methodologie te volgen, werd in de beginfase meteen gesproken van een ‘strategisch plan economie West-Vlaanderen’ (roepnaam ‘spec’). Het werd evenwel snel duidelijk dat het om een beleidsnota zou gaan. Tijdens de opmaak van de beleidsnota economie werd immers in functie van de nieuwe provinciale legislatuur ook gewerkt aan een nieuwe provinciale beleidsnota of meerjarenplan met een bijbehorend actieprogramma en werd gesteld dat er nadien sectorale beleidsnota’s opgemaakt zouden worden. Ook vanuit het beleidsdomein economie werd voor het meerjarenplan input geleverd (bv. ‘insteeknota’ in 2006 en ‘rooster beleidsvoorbereiding’ in 2007). Daardoor ontstond een kruisbestuiving tussen beide processen. Er werden voor de Provincie twaalf strategische doelstellingen bepaald met per beleidsdomein operationele doelstellingen, subdoelstellingen en acties. Bovendien beoogt de beleidsnota niet om een strategie te bepalen voor dé economie van West-Vlaanderen, maar wel om de beleidsprioriteiten van de Provincie voor het beleidsdomein economie voor de huidige legislatuur voor te stellen (zie ook: 1.1. Aanleiding en focus). Daarenboven komt in een strategisch plan idealiter ook de volledige beleids- en beheerscyclus aan bod met inbegrip van concrete actieplanning, financiële planning en voorstellen van beleidsevaluatie. Deze laatste worden hier niet opgenomen (zie 5. Uitleiding). Hoewel het meerjarenplan het kader vormt voor deze beleidsnota, werd hier toch niet vanuit de indeling van de strategische doelstellingen van het meerjarenplan vertrokken. Er werd de voorkeur aan gegeven om de strategie in te delen volgens de diverse thema’s die voor het beleidsdomein economie s.s. gezien worden. Volgens deze indeling werden ook de diverse werkgroepen samengesteld die bijeenkwamen met het oog op de opmaak van deze beleidsnota (zie verder). Wel werd een volledige afstemming en overeenstemming tussen deze beleidsnota en het meerjarenplan met zijn actieprogramma nagestreefd om finaal dezelfde resultaten te bereiken. In het

Beleidsnota Economie 2007-2012

13

hoofdstuk strategie (zie 4.) wordt per doelstelling verwezen naar de desbetreffende strategische en operationele (sub)doelstelling en actie van het meerjarenplan en actieprogramma. Als bijlage wordt ook nog een concordantietabel opgenomen die deze overeenstemming weergeeft. Er werden geen anomalieën vastgesteld.

1.2.2. Procesverloop en participatie
Samengevat zag het proces om tot de beleidsnota te komen er als volgt uit. 1. De pre-analyse fase : Econovisie 2004 Naar aanleiding van de sociaaleconomische hervorming (zie 1.1.) werd in de loop van 2004 binnen het provinciebestuur actief gediscussieerd over de rol van de toekomstige provinciale “beleidscel economie” en de POM. In dit verband zijn onder meer de volgende bijeenkomsten te noemen: - Provinciale ontwikkelingsmaatschappij in de steigers - Econovisie 2004, verenigde commissie van de provincieraad, 29.03.2004; - Beleidsgroep POM, 29.06.2004. Op basis daarvan werden in 2004 de volgende resultaatgebieden of pijlers voor het provinciaal sociaaleconomisch beleid voorgesteld: sociaaleconomische onderbouw en strategieontwikkeling; ruimtelijke economie, economische infrastructuur en economische mobiliteit; arbeidsmarkt en meerwaardeneconomie; bedrijfsversterkende projecten en lokale economie; internationalisering van het bedrijfsleven. Een eerste vorm van te nemen maatregelen werd toen geformuleerd. 2. Het proces: overleg en participatie van najaar 2005 tot najaar 2007 De deputatie verleende in zitting van 22.09.2005 de goedkeuring aan de concrete organisatie over de opmaak van het ‘strategisch plan economie West-Vlaanderen’. Het opzet, een voorstel van structuur, het stramien van de inhoud, de organisatie en participatie en een voorstel van ontwikkelingsproces om tot een einddocument te komen, werden toen bepaald. Ook in de startnota van 18.11.2005 werden deze elementen opgenomen.

14

Voor de totstandkoming van het document werden een projectleider aangeduid, een kerngroep, een stuurgroep en werkgroepen opgericht. De namen van de leden van deze groepen en de datums van de bijeenkomsten worden in bijlage 2 opgenomen. Om het draagvlak nog te vergroten en de inhoud eventueel bij te stellen werd tussentijds toelichting gegeven aan de vijf RESOC’s, de raad van bestuur van de POM, de 3e commissie van de provincieraad, het managementteam EEG en de stuurgroep gebiedsgerichte werking (zie verder bij concrete procesverloop).

• Kerngroep als regisseur
Een kerngroep organiseerde het proces en het verloop van de werkgroepen, maakte werkteksten op en deed de eindredactie van de beleidsnota. De kerngroep werd gevormd door vertegenwoordigers van de dienst Economie en de bestuursdirecteur EEG. Projectleider was het diensthoofd Economie. Voor een aantal aspecten (bv. werkteksten, opmaak van deelnota’s, methodologische aanpak SWOT-analyse) werd een beroep gedaan op externe personen die als trekker, procesbegeleider of voorzitter fungeerden in de verschillende werkgroepen (zie vijf werkgroepen).

• Stuurgroep als procesbegeleider en focusbepaler
De stuurgroep begeleidde en stuwde de opmaak en het proces om tot gedegen resultaten te komen, en organiseerde ook de tussentijdse en eindevaluatie van het geleverde werk. De stuurgroep werd gevormd door de kerngroep, het coördinatieteam van de dienst Economie en enkele externe personen.

• Vijf werkgroepen voor draagvlak en inhoud
De werkgroepen kwamen bijeen om de juiste inhoud te bepalen, voor discussie en toetsing van de werkteksten, om draagvlak te creëren en prioriteiten te bepalen. Ze werden gevormd door leden van de kerngroep en vertegenwoordigers van diverse provinciale diensten en externe organisaties. Binnen de werkgroepen werden kernteams samengesteld die in hoofdzaak bestonden uit ‘trekkers’ voor de opmaak van basisnota’s en het voorstellen van de strategie, en ‘procesbegeleiders’ of ‘voorzitters’ om de bijeenkomsten van de werkgroepen in goede banen te leiden.

Beleidsnota Economie 2007-2012

15

Het concrete procesverloop wordt hierna weergegeven.

• Eind 20051
De eerste bijeenkomsten van de werkgroepen vonden plaats voor de volgende vijf thema’s: arbeidsmarkt en onderwijs; sociale economie; ruimtelijke economie; transport-distributie-logistiek (TDL) en internationalisering; bedrijfsversterking. De werkgroep voor het thema ruimtelijke economie kwam bijeen onder de naam ‘platform regionale economie’. In dit platform werden immers ook de vijf RESOC-coördinatoren en de ERSV-coördinator opgenomen. Zo werd een forum aangeboden om over bepaalde RESOC-aangelegenheden van gedachten te wisselen of afspraken te maken, los van de opmaak van de beleidsnota. Tegelijkertijd werd hierdoor ook een kruisbestuiving tussen de dienst Economie/opmaak beleidsnota en de RESOC-coördinatoren/opmaak streekpacten beoogd. Dit was mogelijk door participatie van leden van de dienst Economie in werkgroepen die de RESOC’s oprichtten en omgekeerd en door deelname van RESOC-vertegenwoordigers in werkgroepen t.b.v. de beleidsnota Economie. De stuurgroep kwam tweemaal bijeen. Zowel in de werkgroepen als in de stuurgroep werd gevraagd naar gerichte basisanalyses en werd ook voorgesteld om een beroep te doen op enkele externe personen. Per werkgroep werd een kernteam opgericht met o.m. trekkers en procesbegeleiders of voorzitters. Deze kernteams bestonden in hoofdzaak uit vertegenwoordigers van de dienst Economie, van de GOM/POM, van het WES en enkele andere externe personen. Hun namen worden in bijlage 2 weergegeven.

• Voorjaar 2006
De vijf specifieke thema’s waarover de werkgroepen zich zouden buigen werden vastgelegd: arbeidsmarkt en onderwijs, sociale economie, ruimtelijke economie, transport-distributie-logistiek en bedrijfsversterking. Er traden lichte herschikkingen op met verruiming van de werkgroep TDL en vernauwing van de werkgroep bedrijfsversterking tot een kernteam. Het thema internationalisering werd opgenomen bij bedrijfsversterking.

1 Uitzondering voor de werkgroep sociale economie: die kwam al voor het eerst samen op 04.07.2005.

16

Er werden vijf basisnota’s opgemaakt, voor vier specifieke thema’s en voor West-Vlaanderen algemeen. Er werd afgesproken om in de basisnota’s de volgende elementen op te nemen: omschrijving en afbakening thema, uitdagingen, kenmerken en analyse, eerste SWOT, preliminaire doelstellingen en acties. Naast analyse van vlot beschikbare statistische data werden eveneens bestaande beleidsdocumenten geëvalueerd. De analyse van de statistische data gebeurde zoveel als mogelijk tot op het niveau van RESOC-gebieden. Zodoende bood dit eveneens informatie voor de opmaak van de streekpacten door de RESOC’s. Enkel voor het thema bedrijfsversterking werd geen basisnota volgens dit stramien opgemaakt. In het kernteam voor dit thema werd wel een intensieve evaluatie van bepaalde beleidsdocumenten uitgevoerd en met behulp van het Ishikawa-model werden oorzaakgevolgrelaties bepaald. In eerste instantie werd een zeer open proces gevoerd. In de analyse en de opmaak van de SWOT kon het zowel gaan over het grondgebied West-Vlaanderen als over de rol van het provinciebestuur zelf. Tegelijkertijd werd de missie van de Provincie voor de provinciale beleidsvoering 2007-2012 duidelijker door de voorbereiding van de opmaak van het provinciale meerjarenplan1. Hiermee werd dan geleidelijk aan gefocust op de specifieke rol van de Provincie in het beleidsdomein economie en zijn diverse thema’s. De basisnota’s werden in twee bijeenkomsten van de stuurgroep besproken en zijn beschikbaar bij de dienst Economie.

• Najaar 2006 – voorjaar 2007
De uitgebreide SWOT’s ontstonden uit de basisnota’s en door discussie in de werkgroepen. Ze vormden de basis voor het formuleren van doelstellingen en maatregelen. Om daartoe te komen werd een zogenaamde SWOT-analyse uitgevoerd. Eerst werden in de werkgroepen per specifiek thema de belangrijkste sterkten, zwakten, opportuniteiten en bedreigingen gekozen, wat tot de kern-SWOT’s leidde. Daarna werden via een confrontatiematrix de sterken en zwakten in relatie gebracht met de opportuniteiten en bedreigingen. Zodoende werden via een geijkte methode de strategische sterkten en zwakten bepaald die de uitgangsbasis zouden vormen voor het formuleren van doelstellingen en acties. Het zijn díe sterkten en zwakten die bij prioriteit aangepakt moeten worden om in de huidige omstandigheden een maximale impact te hebben op de opportuniteiten en bedreigingen.

1 Kadernota – Centrale uitgangspunten voor de provinciale beleidsvoering 2007-2012. Achtergrondtekst voor de opmaak van insteeknota’s in de diverse beleidsdomeinen. Maart 2006, 20 p.

Beleidsnota Economie 2007-2012

17

Deze SWOT-analyse nam veel tijd in beslag maar was zeer nuttig om te focussen en prioriteiten te kunnen stellen bij het formuleren van de doelstellingen en maatregelen. Enkel voor het specifieke thema bedrijfsversterking werd dit niet uitgevoerd. Zoals hiervoor al aangegeven, werd met het Ishikawamodel een poging ondernomen om tot oorzaak-gevolgrelaties te komen en zodoende de focus te bepalen. Doordat in dit thema veel taken van de POM zitten en in dezelfde periode de beheersovereenkomst met de POM werd opgesteld, werd uiteindelijk afgezien van deze methode voor het thema bedrijfsversterking (zie ook: 4.6.2.). In het voorjaar van 2007 resulteerde dit in de strategienota’s voor de diverse thema’s. De strategische intentie geeft kort een streefbeeld weer en werd ontwikkeld door de in de basisnota opgenomen uitdaging al dan niet aan te passen aan de inzichten van de werkgroepen. Daarop volgen de doelstellingen en maatregelen. De doelstellingen zijn veeleer operationeel van aard en werden zoveel als mogelijk ‘SMART’ geformuleerd: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Ze worden voorgesteld alsof ze gerealiseerd zijn op het einde van de legislatuur. De maatregelen zijn verfijningen daarvan. Ze kunnen beschouwd worden als een verdere operationalisering waaruit diverse acties en projecten kunnen ontstaan. Bovendien zijn de voorgestelde maatregelen ook verschillend van duurtijd. In sommige gevallen zijn ze permanent van aard, in andere gevallen zijn ze kortstondig. Daarenboven is het engagement van de Provincie zelf verschillend per maatregel. Om al deze redenen werden daarom per maatregel geen specifieke indicatoren vernoemd. Die zouden immers ofwel te algemeen ofwel de evidentie zelf zijn. In elk geval leek het niet zinvol om aan elke doelstelling of maatregel specifieke sociaaleconomische statistische indicatoren te koppelen om zodoende het effect te meten. Er werden in hoofdzaak maatregelen opgenomen waar de Provincie een bepaalde rol kan opnemen. De aard van de rol wordt telkens weergegeven, alsook andere te betrekken actoren, zonder limitatief te zijn. Na ontwikkeling van deze strategienota’s in de werkgroepen werden die in het voorjaar in twee bijeenkomsten van de stuurgroep besproken. Daarin werd ook een tweede versie van de visie en de missie besproken. Tegelijkertijd werd het draagvlak verder vergroot en de inhoud in voorkomend geval bijgesteld door tussentijdse besprekingen in de vijf RESOC’s en met de RESOC-coördinatoren, de raad van bestuur van de POM, de 3e commissie van de provincieraad, het managementteam EEG en de stuurgroep gebiedsgerichte werking.

18

• Najaar 2007
De resterende strategieën (‘algemeen’ en ‘bedrijfsversterking’) en het eindvoorstel van de visie en missie werden door de stuurgroep geëvalueerd. Door de diverse nota’s samen te brengen ontstond de eerste versie van voorontwerp die zowel aan de leden van de stuurgroep gebiedsgerichte werking als aan alle leden van de werkgroepen overgemaakt werd, met een laatste mogelijkheid om opmerkingen te geven. Het document werd daarna voorgelegd aan de deputatie, aan de 3e commissie van de provincieraad en finaal aan de provincieraad zelf ter goedkeuring.

1.2.3. Opbouw van de beleidsnota
Door deze methodologie en het procesverloop wordt samengevat uiteindelijk de volgende structuur verkregen. 1. Een inleiding, met de weergave van de aanleiding, het proces van de opmaak van de beleidsnota en een korte voorstelling van de dienst Economie in de voorbije legislatuur. 2. De maatschappelijke context, met een voorstelling van de algemene uitgangssituatie, trends en een beknopte voorstelling van West-Vlaanderen sociaaleconomisch. 3. De visie (het beeld van de toekomst, waar streven we naar) en de missie (wat is de rol van de Provincie, waar zetten we op in). 4. De strategie per thema, met telkens als vertrekbasis de kern-SWOT en de strategische sterkten en zwakten, een voorstelling van de strategische intentie, de doelstellingen en de maatregelen om die te realiseren (uitleg over deze onderscheiden elementen: zie 1.2.2.). Belangrijk hierbij is dat de thema’s niet zomaar los van elkaar staan. Bovendien kunnen bepaalde maatregelen even goed thuishoren in een ander thema. Toch werd geprobeerd om dit te objectiveren en de maatregelen logisch toe te wijzen. Waar nodig wordt bij het ene thema verwezen naar het andere thema. 5. Een uitleiding met een weergave van het vervolg.

Beleidsnota Economie 2007-2012

19

Figuur 2: Onderverdeling van de strategie van de beleidsnota

ARBEIDSMARKT EN OPLEIDING ALGEMEEN RUIMTELIJKE ECONOMIE

SOCIALE ECONOMIE

BEDRIJFSVERSTERKING

TRANSPORT, DISTRIBUTIE EN LOGISTIEK

20

1.3. De dienst Economie en sociaaleconomische streekontwikkeling in de voorbije legislatuur
Zeer sterk samengevat kan gesteld worden dat het provinciaal economisch beleid in de voorbije legislatuur aanvankelijk vooral behoeftegestuurd was. Dit werd sinds het kerntakendebat gradueel afgebouwd i.f.v. de invulling van een provinciale rol inzake streekontwikkeling. Bij het verlenen van toelagen aan sociaaleconomische partners werden inhoudelijke accentverschuivingen dikwijls via beheersovereenkomsten bepaald. De Provincie trad in het verleden meer op als kennispartner dan als regiobestuur, met als belangrijke partners GOM, WES, Syntra West, instellingen hoger onderwijs, werkgeversorganisaties. De promotiecampagne West-Poort kwam op volle toeren in het kader van het speerpunt ‘Ondernemen. Het zit in ons’. De gemeenten werden ondersteund via het uitgebouwde aanspreekpunt lokale economie. Het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband (ERSV) en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) werden door de Provincie opgericht. Tegelijkertijd werd de dienst Economie versterkt om op het vlak van de sociaaleconomische streekontwikkeling een sterkere rol te kunnen spelen bij de beleidsvoorbereiding. In 2004 bestond de dienst Economie in totaal uit 3 VTE’s, met name een afdelingschef, een adjunct-adviseur en een medewerker. Daarnaast was er ook een adjunct-adviseur actief op het domein van de landbouweducatie. Sedert 2005 maakt de dienst Economie deel uit van de eenheid Economie, Externe relaties en Gebiedsgerichte werking (EEG). De bestuursdirecteur EEG was tot medio 2007 gemandateerd om de reorganisatie van het sociaaleconomisch streekbeleid en de integratie ervan in de provinciale organisatie te begeleiden. Eind 2006 telt de dienst Economie in totaal 13,5 personeelsleden waarvan 11 adjunct-adviseurs (A), 1 deskundige (B) en 1,5 medewerkers (C). Daarbij fungeren afgerond 1 VTE A als leidinggevende, 7 VTE A voor sociaaleconomische streekontwikkeling inclusief gegevensverzameling en –analyse, 2 VTE A voor landbouw en visserij incl. landbouweducatie. Zij worden op de dienst zelf administratief, communicatief en technisch ondersteund door 1 VTE A, 1 VTE B en 1,5 VTE C. Van de adjunct-adviseurs sociaaleconomische streekontwikkeling is er een personeelslid halftijds ter beschikking gesteld van het ERSV en vervult een personeelslid tevens een rol als administratief aanspreekpunt voor Westtoer. Beleidsdocumenten over sociaaleconomische streekontwikkeling zijn niet nieuw. De laatste tien jaar werden o.m. de volgende documenten gemaakt met West-Vlaanderen of delen ervan als plangebied:

Beleidsnota Economie 2007-2012

21

- Beleidsnota Economie 1997 Provincie West-Vlaanderen, Provincieraad 20.02.1997; - West-Vlaanderen 2010 – een strategie voor economische ontwikkeling, GOM West-Vlaanderen 2001; - Streekcharters en visies voor diverse streekplatformen. Van een coherent provinciaal sociaaleconomisch beleid was er evenwel weinig sprake. Pas door de recente hervorming van de sociaaleconomische structuren kon daar verandering in komen. De dienst Economie kreeg als opdracht de opmaak van een ‘strategisch plan economie West-Vlaanderen’, wat uiteindelijk resulteerde in de voorliggende beleidsnota. Het is de eerste keer dat de beleidsnota economie werd voorbereid en gecoördineerd door de dienst Economie. In een participatief proces werden bepaalde deelnota’s door deskundigen van de POM en het WES opgemaakt. (zie ook 1.1. en 1.2.). Een samenvattend overzicht van de begroting 2007 voor economie s.s. of het domein sociaaleconomische streekontwikkeling wordt in de volgende tabel weergegeven. Voor meer details verwijzen we naar de ontwerpbegroting 2007, de toelichting bij de begrotingsartikels daarvan en de beleidsnota daarbij.

22

Tabel 1: Samenvattend overzicht begroting 2007 economie s.s. Provincie West-Vlaanderen
Begrotingsartikel 530 62 / 640 040 530 55 / 640 040 530 57 / 640 040 530 58 / 640 040 530 63 / 640 040
524 51 / 640 040 523 00 / 613 203 523 00 / 613 107 741 51 / 640 040 530 65 / 640 040 530 66 / 640 040 530 67 / 640 040 530 68 / 640 040 530 69 / 640 040 530 01 / 612 004 530 01 / 613 110 530 01 / 613 203 523 52 / 640 040 530 00 / 612 001 t.e.m. 530 00 / 613 203

Omschrijving Toelagen aan sociaaleconomische partners: - POM - WES als documentatie- en informatiecentrum en specifieke opdrachten - ERSV (basiswerking ERSV en RESOC’s, cofinanciering hefboomprojecten)
Ondersteuning vorming en educatie: - toelagen aan vormingscentra voor kmo’s (Syntra West) - publiciteit, promotie en voorlichting over ondernemerschap in gemeenten, organisaties en scholen - subsidies aan het hoger onderwijs voor de oprichting van nieuwe studierichtingen Toelagen aan specifieke instanties: - incubatiecentra of startcentra sociale economie

Bedrag (in euro) 1.294.286 415.469 687.000
1.347.340 81.600 200.000 16.400

- POM: cofinanciering projecten verduurzaming bedrijventerreinen voor vijf RESOC-gebieden

34.409

Streekontwikkeling (studies, administratieve werkingskosten, publiciteit, promotie en voorlichting) en promoten van streekproducten Algemeen dienst Economie:diverse werkingskosten, uitbestede studies, aanspreekpunt lokale economie, cofinanciering Europese programma’s, uitwerking speerpunt ondernemen (bv. West-Poort) enz.

265.091

403.000

Beleidsnota Economie 2007-2012

23

Daniël de Kievith
24

2

maatschappelijke context

2.1. Algemene uitgangssituatie
In de beleidsnota 2004-2009 van Fientje Moerman, toenmalig Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel vinden we: “Eén van de kernopdrachten van de Vlaamse regering is er voor te zorgen dat Vlaanderen tot de meest competitieve regio’s van de wereld behoort met een economie die gelijktijdig de economische, sociale en ecologische vooruitgang bevordert. Deze doelstelling kan slechts worden gerealiseerd als Vlaanderen zich nog meer profileert als een kennisregio en een regio waar het goed investeren en werken is. Informatie, kennis, onderzoek en ontwikkeling, innovatie, opleiding, en creativiteit bieden troeven en mogelijkheden, die Vlaanderen optimaal moet benutten en uitbouwen. Slechts dan zullen ondernemers en ondernemingen opteren om in Vlaanderen te investeren en zodoende economische groei en werkgelegenheid creëren”. In deze missie voor Vlaanderen herkennen we drie sleutelthema’s die ook in andere maatschappelijke contexten en uitgangssituaties geregeld terugkeren: (1) duurzame ontwikkeling, (2) kennis en innovatie en (3) tewerkstelling. Deze drie sleutelthema’s lopen als rode draden doorheen de beleidsnota: ze moeten zo veel als mogelijk bij de diverse doelstellingen en maatregelen in rekening gebracht worden.

1 Duurzame ontwikkeling
Sinds de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling (UNCED) in Rio De Janeiro in 1992 wordt duurzame ontwikkeling wereldwijd als algemeen geldende doelstelling erkend. Duurzame ontwikkeling wordt omschreven als “Die ontwikkeling die gericht is op een bevrediging van de noden van het heden zonder deze van de komende generaties in het gedrang te brengen en waarvan de realisatie een veranderingsproces vergt waarin het gebruik van hulpbronnen, de gerichtheid van technologische ontwikkeling en institutionele veranderingen worden afgestemd op zowel toekomstige als huidige behoeften” (Brundtland-rapport, 1987). Duurzame ontwikkeling impliceert dat drie pijlers gezamenlijk worden aangepakt: economische groei, sociale ontwikkeling én milieubescherming (de zogenaamde 3 P’s: profit, people en planet).

Beleidsnota Economie 2007-2012

27

Duurzame ontwikkeling vergt verder een universele aanpak. Aangezien echter vele van de problemen, kansen, belemmeringen en oplossingen voor de introductie van internationale en intergenerationele solidariteit hun wortels hebben in plaatselijke activiteiten, kan duurzame ontwikkeling moeilijk worden gerealiseerd zonder de nodige aandacht en inspanningen op lokaal niveau. Al tijdens de UNCED-conferentie werd gesteld dat “de lokale gemeenschappen een strategische rol te spelen hebben in de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen die tot duurzame ontwikkeling moeten leiden”1. Ondernemingen dragen ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ondernemingen die hun rol op milieuvlak en op sociaal vlak ter harte nemen, veruiterlijken dit onder meer door het halen van bepaalde labels, certificaten of het onderschrijven van bepaalde charters. Het opmaken van diversiteitsplannen is een voorbeeld van de groeiende maatschappelijke bekommernis. De aandacht voor het milieu is de laatste jaren sterk toegespitst op de klimaatsveranderingen en het energiegebruik. Het klimaatverdrag van Kyoto in 1997 legde de basis voor reductie van broeikasgassen.

2 Kennis en innovatie
Nagenoeg alle beleidsnota’s, visieteksten, actieprogramma’s en onderzoeksrapporten die zich uitspreken over de richting waarin de economie zich ontwikkelt, hebben het over de sleutelrol van een kenniseconomie. Zo wordt volgens de Organisatie voor Economisch Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de groei van welvaart en werkgelegenheid in hoge mate bepaald door de capaciteit om te innoveren en zich aan te passen. Op de Europese Top van Firenze in juni 1996 stelde de Europese Raad dat de strijd voor werkgelegenheid de eerste prioriteit van de Unie en haar lidstaten moet blijven. Opnieuw werd innovatie daarbij aangeduid als een van de belangrijkste te volgen strategieën. Ook nadien werd dit herbevestigd, bijvoorbeeld op de Europese top van Lissabon in maart 2000. Toen werd gesteld dat de Europese Unie de meest concurrentiële en dynamische kenniseconomie in de wereld moet worden.

1 Hoofdstuk 28 van Agenda 21.

28

Aandacht voor innovatie vinden we ook terug in het Pact van Vilvoorde (november 2001) waarin de Vlaamse overheid voor zichzelf 21 doelstellingen voor de 21e eeuw formuleert, die tegen 2010 verwezenlijkt moeten zijn om Vlaanderen te laten evolueren naar een ondernemende samenleving. Bijvoorbeeld doelstelling 9: “In 2010 wordt een kwart van de omzet van de Vlaamse ondernemingen gerealiseerd via nieuwe producten en diensten” of doelstelling 2: “In 2010 is het aantal personen met ICT-vaardigheid gestegen tot meer dan driekwart van de bevolking”. De achterliggende gedachte in deze en andere visierapporten is nagenoeg steeds dat als we onze welvaart willen handhaven en onze concurrentiepositie willen behouden, de (concurrentiële) meerwaarde moet komen van kennis, creativiteit en innovatie.

3 Tewerkstelling
Momenteel is er wel een lage werkloosheid in West-Vlaanderen, maar na een periode van hoogconjunctuur komt altijd een periode van laagconjunctuur (zie ook hiervoor). Toch komt ook in een periode van hoogconjunctuur werkloosheid of geen deelname aan de arbeidsmarkt voor. In welke conjunctuur ook, het streefdoel moet altijd zijn om een duurzame werkgelegenheid met een volwaardige arbeidsparticipatie van iedereen te verkrijgen. Het verhogen van de werkzaamheidsgraad in het algemeen, en van kansengroepen in het bijzonder, is aangewezen. Werk komt immers op de tweede plaats wanneer gevraagd wordt naar de belangrijkheid van levensdomeinen zoals gezin, vrienden, werk, vrije tijd, politiek en godsdienst1. Het hebben van werk is van groot belang voor de integratie in de maatschappij en de kwaliteit van het leven.

1 Hendrik Van Geel, (2003). Vijf steken diep graven naar levenskwaliteit. Stativaria 28, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Beleidsnota Economie 2007-2012

29

2.2. Trends: transformatie sociaaleconomisch bestel
West-Europa bevindt zich in een steeds verdergaande transformatie van een industriële naar een postindustriële maatschappij. In de diverse regio’s spelen zich vergelijkbare processen af, waar ook West-Vlaanderen niet aan ontsnapt. Hierna volgen enkele ontwikkelingen die van belang zijn voor het toekomstige sociaaleconomische beleid en economische weefsel.

Verkleuring van de bevolking: ontgroening, vergrijzing, toename multiculturaliteit
Na de Tweede Wereldoorlog was er een babyboom tot medio de jaren zestig van de vorige eeuw. Sedertdien is de ontgroening en vergrijzing begonnen. Men onderkent al een tijd deze evolutie, maar pas nu en in de toekomst wordt de bewustwording van dit fenomeen er alleen maar groter op. De vergrijzing neemt momenteel met rasse schreden toe, binnen 20 jaar zal het aantal 60-plussers op zijn hoogtepunt zijn, binnen 40 jaar het aantal 80-plussers. De beroepsbevolking in West-Vlaanderen zal dalen en ouder worden. De verhouding van het aantal werkenden t.o.v. het aantal niet-werkenden zal verder afnemen. Zonder veranderend beleid heeft dit als gevolg dat de beroepsbevolking verder daalt met gevolgen voor de arbeidsmarkt – de knelpunten die meer en meer structureel van aard worden - en de financiering van de sociale zekerheid. Hoe men de welvaart en het welzijn wil behouden en welke beleidsmaatregelen men moet nemen, daar is niet iedereen het over eens. Voor velen komt het er in hoofdzaak op neer om de werkzaamheidsgraad, de arbeidsproductiviteit en de arbeidsmobiliteit te verhogen. Anderen stellen dat besluitvorming die tot nog toe altijd gebaseerd was op groei van bevolking en economie, door de komende daling van de bevolking omgebogen moet worden in een politiek van de krimp. Een dalende beroepsbevolking zal immers effecten hebben op heel wat domeinen zoals de arbeidsmarkt, mobiliteit (woon-werkverkeer), bedrijventerreinen en woningbouw. De vergrijzing leidt wel tot een stijgende vraag naar zorgfuncties en diverse diensten. Dit heeft een positieve tewerkstellingsevolutie in de quartaire sector tot gevolg, met een groot potentieel aan jobs voor zowel hoger als lager gekwalificeerden. Met de steeds verdergaande globalisering (zie verder), het verruimen van de Europese Unie, de grotere evenwaardigheid van allochtonen en mensen van vreemde afkomst, zal de verkleuring van de bevolking in het algemeen en op de werkvloer in het bijzonder verder toenemen.

30

Figuur 3: Vergrijzing en ontgroening in West-Vlaanderen en het Vlaamse Gewest, 1990-2050. Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Planning en Statistiek. Statistisch profiel van de provincie West-Vlaanderen. Verwerking: Dienst Economie, Provincie West-Vlaanderen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

31

Figuur 4: Bevolking naar leeftijd en geslacht in West-Vlaanderen, 1 januari 1996 en 1 januari 2006. Bron: FOD Economie, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie. Verwerking: Dienst Economie, Provincie West-Vlaanderen.

32

Globalisering van de (wereld)economie met steeds sneller gaande processen
De term globalisering betekent het verspreid raken over de hele wereld. In het algemeen wordt hiermee het volgende bedoeld: “toename van het aantal verbindingen tussen de staten en de samenlevingen

van de wereld. Op die manier krijgen gebeurtenissen, beslissingen en activiteiten in één deel van de wereld, belangrijke gevolgen voor individuen en gemeenschappen in een andere uithoek van de wereld. Deze trend situeert zich op tal van domeinen van het maatschappelijk leven: economie en financiën, technologie, cultuur, politiek, mentaliteit …” (R. Petrella).
Meer economisch gaat het over de evolutie waarbij ondernemingen steeds meer rekening houden met de internationale dimensie, zowel in de organisatiestructuur als in de strategie. De globalisering neemt steeds verder toe met snel veranderende markten, verdergaande processen, nieuwe technologieën en toepassingen (bv. nanotechnologie, genetica). Niet alleen delokalisatie van goedkope productie is aan de orde, ook onderzoek en ontwikkeling wordt meer en meer wereldwijd uitbesteed. Het westen investeert in het oosten, maar ook het omgekeerde gebeurt en dat zal verder toenemen.

Toenemend belang van de kwaliteit van het leven (wonen, werken, vrije tijd) met werk als belangrijke speler in het maatschappelijk functioneren
We evolueren van het gericht zijn op creëren van kwantiteit naar het verkrijgen van kwaliteit. In alle levensdomeinen (gezin, werk, gezondheid, sociaal leven en vrije tijd …) wordt kwaliteit belangrijker. Met een ouder en bewuster wordende samenleving wordt de vraag naar een kwaliteitsvollere samenleving misschien sneller bereikt dan vroeger. Het hebben van werk is belangrijk (zie algemene uitgangssituatie). Er worden wel voortdurend hogere eisen gesteld aan werkenden en werkzoekenden. Vorming en opleiding is niet alleen voor, maar ook tijdens de loopbaan noodzakelijk. Levenslang leren is noodzakelijk om mee te kunnen in de snel veranderende maatschappij. We evolueren verder van een vaste jobzekerheid naar een flexibele werkzekerheid, met werken in een aangename omgeving. Tegelijkertijd wordt steeds meer gekozen voor deeltijds werken. We evolueren van uitblussen (burn-out) naar oplichten (light-up). Een goed welbevinden ligt mee aan de basis van een sterk draaiende economie. Er wordt verwacht dat de werkzaamheidsgraad bij de vijftigplussers de komende jaren geleidelijk zal toenemen. De ouderen nemen meer dan vroeger deel aan het vakantiegebeuren en de vrijetijdsbesteding, mede doordat ze gezonder zijn en over een hoger besteedbaar inkomen beschikken.

Beleidsnota Economie 2007-2012

33

2.3. De economische situatie van West-Vlaanderen
Sociaaleconomische situatie
In de onderstaande tabel wordt een samenvattend overzicht gegeven van de sociaaleconomische situatie in West-Vlaanderen. West-Vlaanderen Demografie Aantal inwoners, 1/1/2006 Evolutie bevolking, 1995-2005 Ouderdomscoëfficiënt, 1/1/2006 Interne vergrijzing, 1/1/2006 Dependentiecijfer, 1/1/2006 Tewerkstelling Jobs in de industrie, 31/12/2004 Aandeel industrie in totaal Evolutie industrie, 1992-2004 Jobs in de zakelijke dienstverlening, 31/12/2004 Aandeel zakelijke dienstverlening in totaal Evolutie zakelijke dienstverlening, 1992-2004 Vestigingen Totaal aantal vestigingen met tewerkstelling Tewerkstelling in vestigingen met < 200 wn Tewerkstelling in vestigingen met > 1.000 wn Aantal vestigingen met > 1.000 wn 33.677 74,5 % 3,9 % 10 > < 151.412 69,1 % 9,4 % 98 95.094 24,9 % -13,2 % 17.051 4,5 % +53,2 % < < > |<| 425.863 21,1 % -17,0 % 150.063 7,5 % +82,2 % 1.141.866 +1,7 % 116,5 19,7 88,9 < > > > 6.078.600 +3,4 % 103,6 19,0 82,4 Vlaams Gewest

34

Zelfstandigen Aandeel zelfstandigen Activiteit Aantal actieve BTW-plichtigen, 1/1/2005 Oprichtingsratio, 2005 Stopzettingsratio, 2005 Nettogroeiratio, 2005 Turbulentieratio, 2005 Arbeidsmarkt Activiteitsgraad Werkgelegenheidsgraad (raming) Werkzaamheidsgraad Werkloosheidsgraad Welvaartscreatie Jaarlijkse economische groei, 1996-2005 BBP per inwoner, 2005 Beschikbaar inkomen per inwoner, 2004 2,0 % 26.542 € 15.499 € < < < 2,2 % 28.241 € 16.348 € 75,1 % 70,0 % 69,9 % 6,9 % > > > < 74,0 % 65,0 % 67,8 % 8,3 % 95.117 7,4 % 5,6 % 1,8 % 13,0 % < < < < 432.290 8,3 % 6,3 % 2,0 % 14,6 % 21,3 % > 17,8 %

Bronnen: FOD Economie, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie; RSZ, RSVZ, 31 december 2004; Steunpunt WSE, 2005; NBB, Belgostat. Verwerking: Dienst Economie, Provincie West-Vlaanderen. Hieruit leiden we de volgende zaken af: - De West-Vlaamse bevolking is ouder dan in het Vlaamse Gewest. De bevolking groeide de afgelopen tien jaar ook niet zo sterk in West-Vlaanderen. Dit zou kunnen betekenen dat, als de randfactoren ongewijzigd blijven, de West-Vlaamse bevolking vroeger in aantal zal afnemen dan in de rest van Vlaanderen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

35

Figuur 5: De ruimtelijk-economische structuur van West-Vlaanderen en omgeving Bron: Ruimtelijke-economisch onderbouwde behoefteraming van economische ruimte in Midden-West-Vlaanderen tot 2020 (Peter Cabus en Wim Vanhaverbeke, eindrapport januari 2006, p.26).

36

- De overgang van industriële naar kenniseconomie gebeurt in West-Vlaanderen trager dan in de rest van Vlaanderen. Dit uit zich bijvoorbeeld in een tragere afname van de industriële tewerkstelling en daartegenover een minder sterke aanwezigheid en groei van de zakelijke dienstverlening. - West-Vlaanderen is een provincie van kmo’s en kent een grotere graad van zelfstandige activiteit binnen de totale werkgelegenheid. - Ten opzichte van het aantal actieve ondernemingen worden in West-Vlaanderen minder ondernemingen opgericht, maar zijn er ook minder stopzettingen. Dit leidt tot een kleinere turbulentie1. - Op het vlak van de arbeidsmarkt, zowel aanbod- als vraagzijde, is West-Vlaanderen een zeer performante regio binnen Vlaanderen. - Op het vlak van de welvaart en de welvaartscreatie presteert West-Vlaanderen iets minder goed.

Ruimtelijk-economische situatie
De ruimtelijk-economische structuur van West-Vlaanderen en omgeving wordt weergegeven in figuur 5 op p. 36. Op basis van de combinatie van economische densiteit en aanwezige infrastructuren kan men een onderscheid maken tussen drie types van gebieden in Vlaanderen: - Het economisch kerngebied bevat ongeveer 75 % van de werkgelegenheid en 86 % van de omzet in Vlaanderen. In het kerngebied is 81 % van de bedrijventerreinen gelokaliseerd (inclusief haventerreinen). - Het gebied met bovenlokale economische betekenis bevat gemeenten met een lagere densiteit dan het kerngebied. Toch hebben ze meer dan een lokale economische betekenis. In totaal staan deze gebieden in voor ongeveer 10 % van de economie in Vlaanderen. In deze gebieden is 11 % van de bedrijventerreinen gelokaliseerd. - Ten slotte zijn er de gebieden met een lagere economische densiteit. Veelal gaat het hier om landelijke gebieden, maar ook om suburbane gemeenten en heel wat kustgemeenten. Deze zones staan eveneens voor ongeveer 10 % van de economie. In deze gebieden is 8 % van de bedrijventerreinen gelokaliseerd.

1 De turbulentieratio geeft weer in welke mate het economisch weefsel zich vernieuwt. Een kleinere turbulentie hoeft echter niet noodzakelijk negatief te zijn. Belangrijk is dat er een gezond evenwicht is tussen in- en uittrede van ondernemingen. Een te hoge uittrede gaat immers gepaard met verlies van investeringen, kennis, banen ... en brengt onzekerheid voor nieuwe bedrijven.

Beleidsnota Economie 2007-2012

37

In Vlaanderen wordt het economisch kerngebied onderverdeeld in drie delen: een centraal, een oostelijk en een westelijk economisch kerngebied in Vlaanderen. Het westelijk economisch kerngebied bevat twee vleugels. De oostelijke vleugel bevat als centrale gemeente Gent. De westelijke vleugel heeft Brugge en Roeselare als belangrijkste kernen. Beide vleugels komen samen in het Kortrijkse. Deze assen vallen geografisch samen met respectievelijk de E17-as en de A17/E403-as. Als we deze V-structuur verder in een ruimer geografisch verband beschouwen, loopt dit gebied verder uit in Frankrijk (Lille) en Wallonië (Komen, Moeskroen-Doornik). De V-structuur wordt dan een Y-structuur met Rijsel en het Bassin Minier in het noorden van Frankrijk als verlengstuk van dit kerngebied. De gebieden met een hogere economische densiteit liggen hoofdzakelijk in het noorden (het Brugse en Oostende) en het zuiden (Kortrijk-Roeselare-Tielt en Ieper-Poperinge) van West-Vlaanderen. Daartussen liggen een groot aantal gemeenten met een lagere economische densiteit. De economische activiteiten in West-Vlaanderen blijken heel sterk geconcentreerd in stedelijke agglomeraties. Ook de poorten (twee luchthavens en twee zeehavens) spelen een belangrijke rol. Samen met de onderlinge infrastructurele verbindingen of de bestaande netwerkinfrastructuur (belangrijke wegen, waterwegen en spoorweglijnen) vormen ze de kern van de ruimtelijk-economische structuur van West-Vlaanderen.

Conjunctuur
Momenteel bevinden we ons in een gunstige economische conjunctuur. Het ondernemersvertrouwen bevindt zich op dit moment op een niveau dat ons doet denken aan de hoogconjunctuur van de periode 2000-2001. De geschiedenis leert dat na een periode van hoogconjunctuur onvermijdelijk een periode van laagconjunctuur volgt.

38

Figuur 6: Synthetische conjunctuurcurve voor West-Vlaanderen, 1992-2007. Bron: NBB. Verwerking: Dienst Economie, Provincie West-Vlaanderen.

Voor meer economische informatie over West-Vlaanderen verwijzen we naar de jaarlijkse publicatie ‘West-Vlaanderen sociaaleconomisch – feiten en cijfers’ en de basisnota’s die in voorbereiding van dit beleidsplan werden opgemaakt. Beide documenten zijn beschikbaar bij de dienst Economie.

saldo van positieve en negatieve antwoorden

Beleidsnota Economie 2007-2012

39

40

3

visie en missie

3.1. Visie
De transformatie van het sociaaleconomisch bestel in West-Europa in het algemeen en in West-Vlaanderen in het bijzonder zal zich de komende 20 jaar nog meer dan ooit manifesteren. De verkleuring van de bevolking door vooral de vergrijzing en de ontgroening en de globalisering van de samenleving en meer bepaald van de economie zullen verder toenemen. Algemeen is er het besef om te werken aan de kwaliteit van het leven. De veroudering en daling van de eigen beroepsbevolking zal effect hebben op onze leefcultuur. Deze transformatie van het sociaaleconomisch bestel is als een uitdaging en creëert nieuwe kansen. Hoogtechnologische en innovatieve ontwikkelingen, samen met een groter waardenbesef, zorgen voor het verleggen van de klemtoon op kwantiteit naar kwaliteit. Als basisantwoord op deze uitdaging zien we globaal twee belangrijke zaken: glokalisering en institutionele verdichting. Glokalisering betekent een adequate wisselwerking vinden tussen de processen op wereldschaal en de lokale troeven en processen van de streken. Glokalisering is het samengaan van globalisering (zie trends) en lokalisering. Bij globalisering zijn plaatsen economisch steeds meer van elkaar afhankelijk, terwijl bij lokalisering de economie en de productie en consumptie op een bepaalde plaats zijn afgestemd op de beperkingen en behoeften van die plaats. Glokalisering is globalisering zonder wereldwijde uniformiteit en impliceert besluitvorming op het lokale of (sub)regionale niveau. Door glokalisering worden de unieke positie, karakteristieken en troeven van West-Vlaanderen verder benut en geoptimaliseerd. De volgende elementen zijn van groot belang: - ligging tegelijkertijd tussen de West-Europese kerngebieden én aan de Noordzee; - logistieke troeven, nabijheid diverse afzetmarkten; - bestaande bedrijvigheid met een sterke industriële basis en typische endogene ontwikkelingen en ondernemerszin. Zo blijven de sectoren landbouw, voeding, textiel, houtverwerking, metaal en kunststoffen, belangrijk; - levenskwaliteit, gebiedsgerichte differentiatie met een vrij evenwichtig netwerk van regionale en kleine steden aan de ene kant en open plattelandsgebieden aan de andere kant: bv. Kust, Westhoek, Brugs Ommeland, stedelijk netwerk Roeselare-Menen-KortrijkWaregem. Gelet op de trends met hun uitdagingen, dringen zich meer dan in het verleden keuzes op. Gezien de vergrijzing en de gebiedsgerichte troeven van West-Vlaanderen, kan van de volgende facetten meer werk gemaakt worden: de welzijnssector in ruime zin (zogenaamde wellness business) en de alternatieve energieproductie. Beide bieden enorme mogelijkheden voor nieuwe economische activiteiten. Ook de gevolgen en effecten van de toekomstige krimpende en verouderende beroepsbevolking op de economische activiteiten en

42

infrastructuur verdienen nader onderzoek. Het zich voorbereiden op de nieuwe samenleving en de economische omschakeling is van groot belang. Door innovatie in zijn meest ruime betekenis, gepaard met ofwel verbreding ofwel vernauwing van bestaande activiteiten, is verdere ontwikkeling met blijvende tewerkstelling en het creëren van toegevoegde waarde in diverse sectoren mogelijk. Institutionele verdichting in de economie betekent het bij elkaar brengen van diverse actoren, zowel beleids- en ontwikkelingsactoren, onderzoekers als bedrijven met als doel de economische structuur van een regio performanter te maken of regionaal-economische ontwikkelingen te bevorderen. Zoals hierboven gesteld, leidt dit wellicht tot meer keuzes. Binnen het provinciebestuur is men zich daarvan bewust en er wordt meer en meer gedacht aan het oprichten van een denktank voor het formuleren van een visie op de langere termijn. Een vernieuwend West-Vlaams regionaal economisch beleid, waar de diverse bestuursniveaus, kennisinstellingen, sociale partners en andere belanghebbende instanties kunnen achter staan, zou daar dan de resultante van zijn. Een dergelijk proces kan als een voorbeeldproject van institutionele verdichting gezien worden. Het provinciebestuur is daarbij zelf ook een van de institutionele actoren die actieve partnerschappen tussen bedrijven, diverse instellingen en overheden kan creëren. Zodoende zou een echte kennisregio kunnen ontstaan. De visie wordt als volgt samengevat (mission statement): SAMENWERKEN AAN EEN DOORDACHT PROVINCIAAL SOCIAALECONOMISCH BELEID MET DUURZAAMHEID, INNOVATIE EN DURF VOOROP. De rol die de Provincie in het algemeen en het beleidsdomein economie in het bijzonder hierbij zal opnemen, wordt in de missie voorgesteld. In het hoofdstuk strategie wordt dit verder per thema uitgewerkt.

Beleidsnota Economie 2007-2012

43

3.2. Missie
3.2.1. De positionering en rol van de Provincie
De Provincie bekleedt een eigen positie als gevolg van een aantal politieke ontwikkelingen tijdens de voorbije legislatuur, zoals het kerntakendebat dat in 2003 afgesloten werd en de goedkeuring van het nieuwe provinciedecreet in 2005. De Provincie is het intermediaire beleidsniveau tussen het Vlaamse en het gemeentelijke niveau en wil bijdragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het provinciale gebied. Ze is bevoegd voor de regeling van de provinciale belangen. Hiertoe behoren de bovenlokale taakbehartiging, de ondersteunende taken op verzoek van andere overheden en het nemen van initiatieven met het oog op gebiedsgerichte samenwerking. De Provincie verzekert een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van haar bevoegdheden, ze betrekt de inwoners zoveel mogelijk bij het beleid en zorgt voor openheid van bestuur. De Provincie West-Vlaanderen vult deze opdracht concreet in door zich te profileren en op te treden als kennispartner en regiobestuur. Als regiobestuur betekent dit in alle beleidsdomeinen een maatschappelijke meerwaarde realiseren evenals de doelmatigheid en de democratische kwaliteit van de bovenlokale beleidsvoering verhogen door een streekgebonden, gebiedsspecifieke of grens- of sectoroverschrijdende werking. Als kennispartner biedt de Provincie West-Vlaanderen niet alleen inhoudelijk en thematisch, maar ook methodisch, logistiek en infrastructureel een meerwaarde aan andere bestuursniveaus en beleidsactoren. Voor het bijdragen tot het welzijn van de burgers en de duurzame ontwikkeling, focust de Provincie zich vooral op de versterking en verdere ontwikkeling van drie speerpunten: West-Vlaanderen als ondernemende, recreatieve en kwaliteitsvolle regio (cf. regiomarketingcampagne provincie West-Vlaanderen). Bij de duurzame ontwikkeling is ook oog voor vernieuwing in een veranderende maatschappelijke context. De beleidsvoering houdt hierbij tegelijkertijd rekening met economische ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid en ecologische kwaliteit, zonder de draagkracht van het gebied te ondermijnen.

44

Het provinciale beleid wordt gevoerd op basis van vastgestelde prioriteiten die gekozen worden binnen de beschikbare beleidsruimte. Uitgangspunt bij de keuze van prioriteiten is het creëren van meerwaarde. Daarbij bakent de Provincie doelgroepen af en voert ze een generiek beleid voor het hele grondgebied. Door regiowerking worden bepaalde doelstellingen in vooraf bepaalde regio’s uitgewerkt. Voor meer informatie: zie meerjarenplan provincie West-Vlaanderen 2007-2012.

3.2.2. De positionering en rol van het beleidsdomein economie
De Provincie kreeg samen met de gemeenten onlangs de bevoegdheid over de streekontwikkeling waarbij in eerste instantie vertrokken wordt vanuit een sociaaleconomisch uitgangspunt. De laatste jaren kwam er een herstructurering van enkele belangrijke spelers op dit terrein, waarbij het ERSV–RESOC–SERR, de POM en het VLAO werden opgericht. In dit recentelijk hervormde veld zullen de rollen en de taken van de diverse partners gedurende de nieuwe legislatuur zich verder kristalliseren volgens de nieuwe structuren. De Provincie als intermediair niveau speelt hierin een centrale rol. Zij positioneert en profileert zich hierbij als regiobestuur en kennispartner via de dienst Economie, de POM, het ERSV en haar subregionale structuren. Sociaaleconomische streekontwikkeling is evenwel geen zaak van het beleidsdomein economie (s.s.) alleen. Dit heeft ook betrekking op de beleidsdomeinen landbouw en visserij, toerisme en recreatie, welzijn, ruimtelijke planning, milieu en natuur, externe relaties, gebiedsgerichte werking … Economie is trouwens te zien als een facet binnen het overheidsbeleid, naast welzijn, cultuur, ruimte en milieu. Idealiter zou de sociaaleconomische streekontwikkeling moeten uitmonden in een geïntegreerde streekontwikkeling. In elk geval speelt het beleidsdomein economie nu wel al een trekkersrol voor de sociaaleconomische streekontwikkeling. De rol bestaat erin gegevens te verzamelen en te verwerken, beleid voor te bereiden, visie te ontwikkelen, projecten te initiëren en uit te voeren, deskundig advies te geven, waarbij altijd afstemming met diverse partijen nodig is. Meer bepaald om de visie in het algemeen en het mission statement in het bijzonder uit te voeren is een actieve netwerking zowel intern in het provinciebestuur als met externe partners noodzakelijk, temeer omdat in het werkveld een groot aantal betrokkenen en belanghebbenden aanwezig is. Inspelen op de nieuwe Europese programma’s is hierbij aangewezen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

45

De dienst Economie legt zich toe op de beleidsvoorbereiding en coördinatie van de uitvoering, de POM op de projectmatige uitvoering van het provinciaal sociaaleconomisch beleid. Gelet op de eigen rechtspersoonlijkheid van de POM en haar taken (cf. decreet over de POM, statuten, beheersovereenkomst ProvinciePOM) wordt op de structuur van deze instantie niet verder ingegaan. De thematische focusbepaling komt verder aan bod.

Situering beleidsdomein economie in de provinciale organisatiestructuur
Het organogram van de provinciale diensten werd op 21.06.2007 door de provincieraad vastgesteld. Binnen de provinciale organisatiestructuur worden vijf beleidsdomeinen, waaronder economie, en vier beheersdomeinen onderscheiden. Een beleidsdomein omvat materies en diensten die een externe output leveren. Het zijn gebiedenbeleid, economie, opleiding en ontwikkeling, leefomgeving en leefcultuur. Een beheersdomein is gericht op de performantie en het management van de organisatie in zijn geheel. Daarin worden overheid, planning, realiseren en ondersteunen onderscheiden. Onder het beleidsdomein economie vallen de volgende subdomeinen: ‘sociaaleconomische streekontwikkeling’ (of economie s.s.), ‘landbouw en visserij’ en ‘toerisme en recreatie’. Respectievelijk zijn de POM, het POVLT en Westtoer hieraan gerelateerd. De relaties en verhoudingen tussen de dienst Economie en deze drie instanties zijn verschillend gezien de bevoegdheden van deze instanties. Deze nieuwe structuur opent perspectieven voor de toekomst en een verdere verruiming van economie s.s. De rol van de dienst Economie hierin kan in de nabije toekomst hierdoor veranderen. In dit bestek wordt hier niet verder op ingegaan. Gezien de focus van deze beleidsnota wordt wel verder ingegaan op economie s.s. Voor landbouw en visserij en toerisme en recreatie verwijzen we respectievelijk naar de provinciale beleidsnota land- en tuinbouw en de strategische beleidsplannen toerisme en recreatie voor de diverse streken.

Focusbepaling sociaaleconomische streekontwikkeling
Binnen sociaaleconomische streekontwikkeling worden voor het beleidsdomein economie naast economisch informatie- en databeheer vijf specifieke thema’s onderscheiden: ruimtelijke economie, transport-distributie-logistiek (TDL), arbeidsmarkt en opleiding, sociale economie en bedrijfsversterking.

46

Binnen deze thema’s zal de Provincie zich diverse rollen aanmeten: - een trekkende rol: als organisator, coördinator, katalysator of uitvoerder van analyse en visievorming, opzetten van (proef)projecten, afstemming creëren en streven naar consensus met breed draagvlak; in voorkomend geval als lobbyist optreden; - een aanvullende rol: als deskundig adviseur of participant, als facilitator, als financiële of logistieke ondersteuning; - een volgende rol met zo nodig ook financiële of logistieke ondersteuning. Om het mission statement “SAMENWERKEN AAN EEN DOORDACHT PROVINCIAAL SOCIAALECONOMISCH BELEID MET DUURZAAMHEID, INNOVATIE EN DURF VOOROP” waar te maken, zal de Provincie zich vooral toeleggen op economisch informatie- en databeheer en de specifieke thema’s ruimtelijke economie, transport-distributie-logistiek en bedrijfsversterking. Deze keuze houdt sterk verband met de bevoegdheden die de Provincie zelf en haar POM hebben op het vlak van ruimtelijke planning en op het vlak van het uitvoeren van projecten voor de ruimtelijk-economische infrastructuur en projecten gericht op een bedrijfsversterkend resultaat. In deze thema’s dienen zich grote vraagstukken en opportuniteiten aan, kan nog heel wat visievorming gebeuren en kunnen nog een veelheid van projecten uitgevoerd worden die door andere actoren niet of nauwelijks aan de orde zijn. Voor de thema’s arbeidsmarkt en opleiding en sociale economie zal de Provincie en haar POM veeleer een aanvullende rol of volgende rol spelen. Andere bestuursniveaus en organisaties vervullen hier immers belangrijke kerntaken. Zo is het Vlaamse niveau bevoegd voor werkgelegenheid en toeleiding naar de arbeidsmarkt, bevorderen van meer en beter ondernemerschap, meerwaardeneconomie en sociale economie. Ook voor de sociale partners zijn hier belangrijke taken weggelegd, bv. op het subregionale niveau. Vanuit haar functie op bovenlokaal niveau en inspelend op vragen of behoeften vanuit West-Vlaanderen waar niet of nauwelijks door anderen wordt op ingegaan, kan hier wel een aanvullende rol gespeeld worden. Zodoende wordt sterk rekening gehouden met en respect getoond voor de kerntaken van de diverse sociaaleconomische partners. Gelet op de thema’s en wat ook al hierboven werd gesteld, zal de dienst Economie zich vooral manifesteren als een netwerkdienst. Zowel binnen als buiten de provinciale organisatie zijn hierbij heel wat relaties te noemen. Hierboven werden al enkele instanties vernoemd. De onderstaande figuren geven meer inzicht in een aantal van deze bevoorrechte relaties, zonder dat alle instanties vernoemd worden.

Beleidsnota Economie 2007-2012

47

Schema beleidscyclus sociaaleconomische streekontwikkeling

beslissen beleidsvorming, beleidsbeslissingen: provincieraad en deputatie voorbereiden beleidsvoorbereiding: dienst Economie s.s. evalueren ondersteuning beleidsvoorbereiding: diverse organisaties (bv. WES, RESOC) uitvoeren coördinatie van beleidsuitvoering: dienst Economie s.s. beleidsuitvoering: POM (bevoorrecht), dienst Economie s.s. zelf en andere instanties (bv. Leiedal/wvi, WES, VLAJO, Syntra West, sociale partners ...)

48

SVR, RSZ, RSVZ, (V)KBO, FOD Economie (ADSEI), NBB, ...

Externe partners
Dienst DWH, SSP

RESOC/SERR, Syntra West, VDAB, Hoger Onderwijs, ...

Interne partners
Dienst Cultuur/ Onderwijs Arbeidsmarkt en opleiding

Leiedal, wvi, Ag. Economie, Ag. Ruimt. Ord., RESOC/SERR, ... DRuM, GGW, POM Ruimtelijke economie

Info- en databeheer

Economie s.s. of sociaaleconomische streekontwikkeling
Sociale economie Dienst Welzijn, MiNaWa, POM Startcentra sociale economie, RESOC/SERR, ... Bedrijfsversterking Transportdistributielogistiek DRuM, POM West-Poort partners, VIL, RESOC/SERR, Dep. Mobiliteit Waterwegen en Zeekanaal, Infrabel, ...

MiNaWa, Ext. Rel., Vergunningen, POM

Innovatiecentrum, VLAO, RESOC/SERR, sociale partners, ...

De gebruikte afkortingen zijn terug te vinden in bijlage 5.

Beleidsnota Economie 2007-2012

49

50

4

strategie

In het hoofdstuk strategie worden de doelstellingen en maatregelen weergegeven voor de vijf specifieke thema’s (4.2. t.e.m. 4.6.). Het eerste deel (4.1. Algemeen) bevat de overkoepelende doelstellingen en maatregelen.

4.1. Algemeen
4.1.1. Inleiding
Onder deze noemer worden de kerntaken vernoemd die niet direct aan één specifiek thema toewijsbaar zijn maar veeleer overkoepelend van aard zijn. Het zijn als het ware horizontale doelstellingen en maatregelen. Ze hebben te maken met databeheer, ondersteuning van de lokale overheden en afstemming van het sociaaleconomische beleid.

4.1.2. Kern-SWOT
In tegenstelling tot de specifieke thema’s werd voor het bepalen van deze doelstellingen en maatregelen geen afzonderlijke basisnota noch SWOT opgesteld. De invulling van de algemene provinciale doelstellingen en de inzichten van de dienst Economie zijn bepalend geweest voor deze verdere invulling. Wel werd een basisnota ‘West-Vlaanderen algemeen’ opgesteld die echter in hoofdzaak een aantal demografische en economische parameters voorstelde. Daarin zijn de zaken die hieronder vernoemd zijn (zie ook: 1.2. Proces) niet begrepen.

4.1.3. Strategische intentie
Een netwerkgerichte dienst Economie zijn met een basisdienstverlening van sociaaleconomische informatie en data en met ondersteunende en afstemmende taken i.f.v. de sociaaleconomische streekontwikkeling Zoals in de missie verwoord is, draagt de Provincie de verantwoordelijkheid voor de bovenlokale taakbehartiging, de ondersteunende taken op verzoek van andere overheden en het nemen van initiatieven met het oog op gebiedsgerichte samenwerking. Om een meer doordacht sociaaleconomisch beleid te realiseren is analyse van informatie in het algemeen en van statistische data in het bijzonder,

Beleidsnota Economie 2007-2012

53

noodzakelijk. De Provincie neemt de verantwoordelijkheid hiervoor en meet de dienst Economie voor deze taak een belangrijke rol toe. Het aanreiken van informatie en data is evenwel niet voldoende. Naast analyse is ook permanente interpretatie van data nodig. Bovendien is regelmatig meer diepgaand onderzoek noodzakelijk om tot bepaalde nieuwe of vernieuwde inzichten te komen. Dit moet dan gecombineerd worden met de kennis over het sociaaleconomische werkveld met de taken en bevoegdheden van de diverse overheden en organisaties. Zodoende kan enerzijds aan deze overheden en organisaties een degelijke ondersteuning aangeboden worden en kan anderzijds de nodige afstemming bereikt worden bij het voorbereiden van beleidsbeslissingen of het uitvoeren van projecten.

4.1.4. Doelstellingen en maatregelen
1. Een performante economische informatie- en kennisontwikkeling i.f.v. sociaaleconomisch streekbeleid is gerealiseerd. Sociaaleconomisch streekbeleid is een ruim begrip (zie ook: 3.2. missie). Vanuit het beleidsdomein economie wordt er werk van gemaakt om gericht en afgestemd met andere beleidsdomeinen en externe partners vooral economische informatie, algemene statistische data en grondige inzichten te verwerven. Het gemakkelijk toegankelijk maken en gericht verspreiden hiervan is zeer belangrijk om tot een degelijk beleid van de verschillende overheden en partners te komen. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.3.1. (952, 953, 954, 955, 956, 957), 17.5.1. (959) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: - Oostende: - Midden-W-Vl: 1.7. - Zuid-W-Vl: 2.3.

54

Maatregel 1: Uitbouwen van de economische bibliotheek en indien nodig omvormen van het digitaal kennis- en leerforum Beschrijving De economische bibliotheek van de Provincie West-Vlaanderen is gesitueerd in en wordt beheerd door het West-Vlaams Economisch Studiebureau (WES). Dit gebeurt in opdracht en door financiële ondersteuning van de Provincie. In de voorbije legislatuur werd in opdracht van de Provincie een digitaal kennis- en leerforum opgericht dat eveneens door het WES beheerd wordt. Het gebruik van dit medium wordt geëvalueerd en moet indien nodig aan het gebruik of de verwachtingen aangepast worden. Op vandaag wordt het bestaande kennis- en leerforum immers vooral als een gegevensbron en voor aankondigingen van nieuwe documenten of evenementen gebruikt, minder als een discussieforum of een middel tot actieve participatiegerichte kennisopbouw. Bovendien is het wenselijk dat er een sterkere koppeling met de klassieke bibliotheek gebeurt. Rol Provincie Trekkend, coördinerend als opdrachtgever Betrokkenen WES, belangrijke gebruikers economische bibliotheek en kennis- en leerforum Maatregel 2: Uitbouwen van een performant datacentrum voor sociaaleconomische gegevensverzameling en –verwerking, en voor een economisch GIS Beschrijving In het verleden gebeurde de verzameling en verwerking van sociaaleconomische data alsook de ontwikkeling van een GIS over bedrijventerreinen door de GOM. N.a.v. de hervorming van de sociaaleconomische structuren en organisaties, werd beslist om dit als een van de kerntaken van de dienst Economie te zien. De ambitie is om nog sterker te focussen op sociaaleconomische gegevens en hun beleidsrelevantie te toetsen, alsook om een sterkere koppeling te maken met de ruimtelijk-economische en bedrijfseconomische data, door middel van een GIS.

Beleidsnota Economie 2007-2012

55

Een continu beheer en verdere ontwikkeling van deze instrumenten volgens de nieuwste technische mogelijkheden is hierbij noodzakelijk. Tegelijkertijd wordt werk gemaakt van een doeltreffende ontsluiting en verspreiding van de data, via diverse kanalen. De ondersteuning van andere provinciale diensten (bv. DRuM, gebiedsgerichte werking, externe relaties), de gemeenten en de RESOC’s, alsook van andere externe instanties is primordiaal. Voorbeelden van informatie die door de dienst Economie nu structureel verspreid worden zijn de driemaandelijkse conjunctuuranalyse, de jaarlijkse publicatie ‘West-Vlaanderen sociaaleconomisch - feiten en cijfers’, gemeentelijke steekkaarten en datasets voor de RESOC’s. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie als coördinator en uitvoerder Betrokkenen Diensten DWH, Internetontwikkeling, Informatietechnologie en Communicatie, Welzijn (Steunpunt Sociale Plannning), DRuM, POM, Westtoer, WES, Leiedal, wvi, VLAO, SVR, RSZ, RSVZ, (V)KBO, Bureau Van Dijk, FOD Economie (ADSEI), enz. Maatregel 3: Ondersteunen van de redactie en verspreiding van publicaties over de West-Vlaamse sociaaleconomische situatie Beschrijving Naast de opmaak en verspreiding van sociaaleconomische rapporten door de dienst Economie zelf (zie vorige maatregel), worden op vandaag ook andere publicaties door de Provincie financieel ondersteund. De belangrijkste publicaties zijn momenteel ‘West-Vlaanderen Werkt’ en ‘Facetten van West-Vlaanderen’ waarvan de redactie door het WES gebeurt. Naar aanleiding van de toekomstige overeenkomsten met het WES is het wenselijk dat een evaluatie van de oplage en de doelgroepen gebeurt; een beter gecoördineerd en afgestemd beleid m.b.t. de verspreiding van sociaaleconomische data en publicaties is wellicht wenselijk (dit staat ook in relatie met de vorige maatregel).

56

Rol Provincie Trekkend: dienst Economie als coördinator; financiële ondersteuning voor externen Betrokkenen WES Maatregel 4: Specifieke studies uitvoeren: thematisch of gebiedsgericht, meetinstrumenten, benchmarking Beschrijving Om een meer doordacht economisch beleid te realiseren, een beter inzicht te krijgen in de positionering van gemeenten en subregio’s in de provincie m.b.t. diverse sociaaleconomische thema’s, is het noodzakelijk om thematische en gebiedsgerichte economische studies of beleidsvisies op te maken en indien nodig een sterk draagvlak te creëren. Dit kunnen studies zijn met onderwerpen van de specifieke thema’s ruimtelijke economie, transport-distributie-logistiek, arbeidsmarkt en onderwijs, sociale economie, bedrijfsversterking. Dit kan ook nuttig zijn ter ondersteuning van andere provinciale beleidsdomeinen, andere overheden en belanghebbende instanties (bv. RESOC). Een voorbeeld hiervan is de onlangs uitgevoerde ruimtebehoeftestudie voor bedrijventerreinen i.o.v. het provinciebestuur (beleidsdomeinen economie en ruimtelijke planning), ERSV en RESOC’s, gecoördineerd door de dienst Economie en het ERSV. Enkele andere voorbeelden van studies en creatie van draagvlak: sectoranalyses, studie over de TDL-sector, ontwikkeling achterlandstrategie voor logistiek en distributie, studie over de braindrain, meetinstrument voor centrumbeheer, koopstromenonderzoek, West-Poort-campagne. De analyses kunnen ook input leveren voor de denktank die zich buigt over de toekomst van de West-Vlaamse economie (zie ruimtelijke economie, 2e doelstelling, 3e maatregel). Rol Provincie Trekkend of aanvullend: dienst Economie als coördinator of facilitator Betrokkenen Diverse overheden en organisaties, afhankelijk van het thema en het gebied

Beleidsnota Economie 2007-2012

57

2. De sociaaleconomische streekontwikkeling is adequaat ondersteund of aangestuurd Door het kerntakendebat (2003), het decreet over de ERSV, RESOC en SERR, het decreet over het VLAO, het decreet over de POM (2004) en het Provinciedecreet (2005), kreeg de Provincie samen met de gemeenten de bevoegdheid over de sociaaleconomische streekontwikkeling. In 2005 en 2006 richtte de Provincie het ERSV en de POM op en werd de dienst Economie versterkt om een draaischijffunctie te vervullen. De rollen en taken van de diverse partners zullen zich gedurende de nieuwe legislatuur verder kristalliseren, waarbij de Provincie als intermediair niveau een centrale rol speelt. Het provinciaal sociaaleconomisch beleid moet efficiënt, transparant en afgestemd uitgevoerd worden. Vanuit het beleidsdomein economie wordt een trekkersrol opgenomen in de vorm van aansturing, afstemming of ondersteuning. Deze rollen worden in de onderstaande maatregelen verduidelijkt. Respect voor de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van elke organisatie is primordiaal. Gelet op de bepalingen in het nieuwe provinciedecreet over de verschillende instrumenten die ondersteuning of samenwerking met andere partners regelen, zullen diverse vormen van overeenkomsten afgesloten worden. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.5.2. (961, 962, 963) en 17.10.1. (986) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 3.4. - Oostende: 3.1. - Midden-W-Vl: - Zuid-W-Vl: -

58

Maatregel 5: De werking van het ERSV behartigen Beschrijving Het ERSV West-Vlaanderen werd in 2005 door de Provincie opgericht en erkend door het Vlaamse Gewest. Het vormt de juridische structuur waarbinnen de RESOC’s en de SERR’s georganiseerd worden. Een personeelslid van de dienst Economie is halftijds gedetacheerd naar het ERSV om een adequate juridische, administratieve en financiële werking van het ERSV zelf en van de RESOC’s en SERR’s te verkrijgen. Meerjarige convenanten tussen de Provincie en het ERSV, Raad van Bestuur en algemene vergadering van het ERSV en structureel overleg tussen de ERSV-coördinator en de RESOC-coördinatoren helpen om de relaties tussen de Provincie en deze sociaaleconomische structuren en hun werking uit te bouwen. Rol Provincie Trekkend: verantwoordelijk voor het ERSV, faciliterend voor de RESOC en SERR m.i.v. financiële ondersteuning Betrokkenen ERSV, RESOC, SERR Maatregel 6: Optimale afstemming verkrijgen tussen het provinciaal beleid en externe instanties die de sociaaleconomische streekontwikkeling helpen realiseren of uitvoeren Beschrijving De uitvoering van de sociaaleconomische streekontwikkeling gebeurt door tal van organisaties. Er moet evenwel een optimale afstemming verkregen worden tussen de nieuwe en gevestigde spelers op dit terrein. De dienst Economie speelt een trekkersrol vanuit het eigen beleidsdomein en coördineert in samenspraak met de andere beleidsdomeinen de relaties met de organisaties die in hoofdzaak op het sociaaleconomische terrein werkzaam zijn, om tot goede afspraken te komen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

59

Zo helpt de dienst Economie om de adviestaken, de visievorming en de projectvoorstellen van de RESOC’s en de SERR’s te realiseren en afstemming met het provinciaal beleid te verkrijgen. De afstemming tussen het provinciaal beleid en de streekpacten van de RESOC’s en de opvolging van de RESOC-werkzaamheden is zeer belangrijk. Dit moet leiden tot een kruisbestuiving tussen de Provincie en de subregio’s. Ook de regiocoördinatoren van de dienst Gebiedsgerichte Werking hebben hier een rol te vervullen in afspraak met de dienst Economie. De POM is een bevoorrechte partij om projectmatig het provinciaal sociaaleconomisch beleid uit te voeren. Ook hier zijn structureel overleg tussen de dienst Economie en de POM, de raad van bestuur van de POM en een beheersovereenkomst tussen de Provincie en de POM noodzakelijke middelen om afstemming, goede relaties en een degelijke werking te verkrijgen. Ook met andere instanties zijn er doeltreffende overeenkomsten of afspraken te maken om tot een efficiënte voorbereiding en uitvoering van het sociaaleconomische beleid te komen. Voorbeelden van deze instanties zijn het WES, Leiedal, wvi en Syntra West waar de Provincie nauwe banden mee heeft en zo nodig financiële ondersteuning aan geeft om bepaalde taken te vervullen. Ook met andere organisaties dan bovenstaande kunnen samenwerkingsovereenkomsten gesloten worden, bijvoorbeeld in het kader van specifieke projecten (bv. sociale partners, VLAJO, VLAO, VLAIO). Rol Provincie Trekkend: dienst Economie als coördinator en katalysator; Provincie als facilitator met financiële ondersteuning Betrokkenen ERSV, RESOC, SERR, POM, Leiedal, wvi, WES, Syntra West, sociale partners, VLAO enz. Maatregel 7: Doeltreffende aanspreekpunten lokale economie helpen realiseren Beschrijving De Provincie kan ondersteunende taken op verzoek van andere overheden uitvoeren. Een van deze taken voor de dienst Economie is de ondersteuning van de lokale ambtenaren en mandatarissen economie, de zogenaamde ‘aanspreekpunten lokale economie’ d.m.v. het ter beschikking stellen van data, studies, meetinstrumenten enz. die nuttig zijn voor het lokaal economisch beleid.

60

Jaarlijks vinden diverse overlegrondes met gemeentelijke vertegenwoordigers plaats en worden specifieke projecten uitgewerkt (bv. werkgroep benchmarking centrumbeheer, grensoverschrijdende bezoekersstromen). Deze maatregel staat ook nauw in relatie met de eerste doelstelling. Rol Provincie Trekkend of aanvullend: dienst Economie als organisator, coördinator of facilitator Betrokkenen Gemeenten

4.2. Ruimtelijke economie
4.2.1. Inleiding
De ruimtelijke economie bestudeert de wederzijdse relaties tussen ruimte en economie en omvat de analyse van de ontwikkeling van economische activiteiten in de ruimte en de impact van de ruimtelijke structuur op de economische ontwikkeling. Deze discipline wordt ook ruimer beschouwd als de algemene theorie over de lokatie van producenten en consumenten en hun onderlinge samenhang. Ruimtelijke economie kan ook opgevat worden als het geheel van thema’s waar de ruimtelijke component een belangrijke factor is, thema’s die ruimtelijk sterk toewijsbaar zijn of wanneer ingegaan wordt op de economische ontwikkelingen van een specifiek gebied. Zo zijn onderzoek naar vestigingsfactoren en verhuisbewegingen, vraag- en aanbodanalyses voor bedrijventerreinen, plattelandseconomie, economische visievorming over leegstaande gebouwen, meetinstrumenten voor centrumbeheer in het kader van kernenbeleid, als ruimtelijk-economische onderwerpen te beschouwen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

61

4.2.2. Kern-SWOT
STERKTES • Goede ontsluiting en vlotte bereikbaarheid (bedrijventerreinen, economisch kerngebied) • Geo-economische ligging • Dynamisch ondernemerschap: zie sterk presterende bedrijven in een aantal industriële deelsectoren (textiel, metaal, voeding, kunststoffen) • Verwevenheid van functies (minder bedrijventerreinen nodig) ZWAKTES • Weinig visievorming (via kennisopbouw en monitoring) inzake (ruimtelijke) economische ontwikkeling • Gebrek aan doortastend beleid • Zwakke structuur van industriële en tertiaire sector • Onevenwichtig of onvoldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod aan bedrijventerreinen • Perifere ligging binnen Vlaanderen • Verwevenheid van functies BEDREIGINGEN • Internationalisering van het bedrijfsleven (met als gevolg: delokalisatie, verhoogde concurrentie) • Verenging van het Vlaams planologisch kader op ruimtelijk-economisch vlak • Toenemende maatschappelijke weerstand tegen bedrijvigheid die niet op bedrijventerreinen gesitueerd is • Onvoldoende maatschappelijk draagvlak voor bedrijventerreinen en economische activiteiten (met perceptie) van hinderlijkheid • Beperkte aandacht op Vlaams niveau voor West-Vlaanderen (buiten de Vlaamse ruit)

OPPORTUNITEITEN • Recente ontwikkelingen van nieuwe grote afzetmarkten • Grensoverschrijdende samenwerking in een stroomversnelling • Maatschappelijke bewustwording en ontwikkeling van Vlaams beleid mbt kwaliteit/duurzaamheid/innovatie/brownfieldontwikkeling • Toenemende aandacht voor nieuwe vormen van dienstverlening (verzorgende functies, functies i.v.m. vrije tijd (‘leisure’) enz.) • Ontwikkeling Vlaams beleidskader inzake niet-agrarisch hergebruik van functieloze agrarische sites • Ligging in een groeiende afzetmarkt • Hervorming inzake structuren voor streekontwikkeling

Strategische sterkten en zwakten:
1 2 3 4 5 6 Zwakte Zwakte Zwakte Sterkte Zwakte Sterkte Gebrek aan doortastend beleid Weinig visievorming (via kennisopbouw en monitoring) inzake (ruimtelijke) economische ontwikkeling Onevenwichtig of onvoldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod aan bedrijventerreinen Dynamisch ondernemerschap: zie sterk presterende bedrijven in een aantal industriële deelsectoren (textiel, metaal, voeding, kunststoffen) Zwakke structuur van de industriële en de tertiaire sector Goede ontsluiting en vlotte bereikbaarheid (bedrijventerreinen, economisch kerngebied)

62

4.2.3. Strategische intentie
Werken aan een meer doordacht en doortastend ruimtelijk-economisch beleid Voor de Provincie, die zich wenst te profileren als kennispartner en als intermediair bestuur dat bevoegd is voor de regeling van de provinciale belangen, is op het vlak van de ruimtelijke economie een belangrijke taak weggelegd. De belangrijkste uitdagingen voor het provinciaal beleid zijn de volgende: - kennisopbouw over ruimtelijke economie ontwikkelen die relevant is voor de West-Vlaamse context en die toelaat om een doeltreffend ruimtelijk-economisch beleid te voeren. Zoals uit de omschrijving van het thema ‘ruimtelijke economie’ blijkt, zijn er in dit domein heel wat elementen en relaties van uiteenlopende aard die geanalyseerd kunnen worden en van belang zijn voor zowel visievorming als beleidsuitvoering; - een meer samenhangend ruimtelijk-economisch beleid ontwikkelen, waarin de Provincie als intermediair bestuur een trekkersrol speelt. Vanuit het gegeven dat ruimte een schaars goed is, dient een coherent ruimtelijk-economisch beleid zowel ten goede te komen aan de economische, de maatschappelijke als aan de ecologische verwachtingen (cf. duurzame ontwikkeling, mens-milieu-economie). De economische structuur en attractiviteit van de regio moeten versterkt worden op basis van de streekgebonden potenties. Het ruimtelijkeconomisch beleid moet meer zijn dan het louter bepalen van de ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen. West-Vlaanderen moet over een doordacht aanbod van gedifferentieerde ruimte voor ondernemerschap beschikken en dient ook meer op een langere termijn een antwoord te bieden op de vraag welke richting het verder wil uitgaan.

4.2.4. Doelstellingen en maatregelen
3. Er is een adequate ruimtelijk-economische kennis opgebouwd die voor diverse belanghebbenden bruikbaar en vlot consulteerbaar is. In onze kennis- en informatiemaatschappij zijn op diverse plaatsen bij verschillende besturen en instanties heel wat data aanwezig. Toch blijven aanspreekpunten nodig die diverse data verzamelen, beheren, analyseren, ontsluiten en het overzicht over de diverse data kennen, vooral om efficiëntieredenen ten voordele van de klant/gebruiker. Een structurele werking waarbij permanent een beroep gedaan kan worden op een ‘aanspreekpunt’ is noodzakelijk. Als kennispartner en regiobestuur wil het provinciebestuur hierbij een voortrekkersrol spelen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

63

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.3.1. (954, 955, 957), 17.5.1. (959) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 2.1. - Oostende: - Midden-W-Vl: 1.1. - Zuid-W-Vl: 2.2. – 2.7. – 6.17. Maatregel 8: Uitbouwen van een economisch GIS voor West-Vlaanderen Beschrijving De ambitie is om te komen tot een economische kaart van West-Vlaanderen die alle economische activiteiten weergeeft. Deze activiteiten zijn lokaliseerbaar tot op adrespuntniveau en er wordt zoveel als mogelijk informatie aan gekoppeld afkomstig van andere databanken (bv. aard van de economische sector, tewerkstelling, bedrijfseconomische gegevens …). Dit moet toelaten om doeltreffende sectorale en gebiedsgerichte analyses te maken. Dit GIS moet ontsloten zijn voor diverse gebruikers zowel binnen als buiten de Provincie en moet tevens ruimtelijke gegevens van de bedrijfspercelen kunnen integreren (zie volgende maatregel). Rol Provincie Trekkend: dienst Economie als coördinator (aanspreekpunt) en uitvoerder Betrokkenen Provinciale dienst datawarehousing (DWH), andere provinciale diensten (financiën, milieuvergunningen …), externe instellingen zoals federale en Vlaamse instanties die over relevante data beschikken (bv. KBO, VKBO, RSZ enz.), gemeenten enz.

64

Maatregel 9: Ontwikkelen van een monitor die permanent de ruimtebalans voor bedrijventerreinen weergeeft Beschrijving De ruimtebalans is de confrontatie van de ruimtebehoefte (of de vraag) en het ruimteaanbod voor economische activiteiten. Het meest noodzakelijk is het ontwikkelen van een permanente monitor die dit weergeeft voor de bedrijventerreinen. Het is aangewezen om de resultaten van deze ruimtebalans op een voldoende groot schaalniveau weer te geven, met name op provinciaal en subregionaal niveau (bv. volgens RESOC-gebieden). Om deze ruimtebalans te kunnen opmaken zijn twee zaken te onderscheiden: het bepalen van de behoefte aan bedrijventerreinen aan de ene kant en het bepalen van het beschikbare aanbod aan de andere kant. 1) De behoefte (of vraag) aan bedrijventerreinen Voor West-Vlaanderen en gebiedsgericht op subregionaal niveau (bv. volgens de vijf RESOC-gebieden) moet de vraag naar ruimte voor bedrijvigheid berekend worden voor een middellange termijn. Het is wenselijk om een dergelijke raming op basis van verschillende methodieken te doen. Voorbeelden daarvan zijn de methodiek op basis van de groei van de werkgelegenheid in bepaalde economische sectoren en de uitgiftemethode op basis van de verkoop van bedrijfspercelen in het verleden. Het kennen van de vraag is sowieso belangrijk met het oog op de herzieningen van het Vlaamse en het provinciale ruimtelijke structuurplan in het algemeen en het bepalen van de ruimtebehoefte voor de nieuwe planperiode in het bijzonder. Daarnaast rijst de vraag of ook het permanent inventariseren van concrete vragen van bedrijven voor heel de provincie niet op een bepaalde uniforme wijze zou kunnen gebeuren. Diverse terreinbeheerders, vastgoedbureaus en (gemeentelijke) overheden beschikken hierbij uiteraard over de meest cruciale gegevens die wel dikwijls als confidentieel beschouwd moeten worden. Er moet dus nagegaan worden of het mogelijk is om een monitoring in dit verband op te zetten. In voorkomend geval zou een dergelijke vraagmeter als een soort ruimtelijk-economische barometer kunnen fungeren.

Beleidsnota Economie 2007-2012

65

2) Het beschikbare aanbod aan bedrijventerreinen Het aanbod aan bedrijventerreinen volgens diverse beschikbaarheidsklassen (ingenomen, uit te rusten, bouwrijp, niet realiseerbaar enz.) werd vroeger door de GOM West-Vlaanderen geïnventariseerd en periodiek geactualiseerd, het zogenaamde GIS bedrijventerreinen. N.a.v. de oprichting van het VLAO en de POM in 2006 zou het VLAO de ontwikkeling en het beheer van het GIS bedrijventerreinen voortzetten en deze gegevens uitwisselen met de Provincie of de POM. Tevens voert de POM West-Vlaanderen in opdracht van het Vlaamse Gewest een specifiek onderzoek uit over de onbenutte bedrijfspercelen (o.a. naar ligging, oppervlakte, eigendomsstructuur, oorzaken). Aan de andere kant zijn er de laatste jaren op subregionaal en grensoverschrijdend niveau modelprojecten van GIS bedrijventerreinen ontwikkeld door de terreinbeheerders zelf (bv. BISK door Leiedal) of door samenwerking tussen diverse instanties (bv. Gogis door Provincie, wvi en AGUR). Daarnaast worden er door de drie beleidsniveaus (Vlaamse Gewest, provincies en gemeenten) ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt voor diverse soorten bedrijventerreinen. De doelstelling is om al deze gegevens over bedrijventerreinen van diverse instanties samen te brengen in één GIS bedrijventerreinen. Mogelijkerwijs kan dit als een uitbreiding gezien worden van het economisch GIS (zie eerste maatregel), met name het inbrengen van een ruimtelijke component voor de economische activiteiten die aanwezig zijn op bedrijventerreinen. Rol Provincie Trekkend: Diensten Economie en Ruimtelijke Planning en Mobiliteit (DRuM) als coördinatoren en uitvoerders Betrokkenen Terreinbeheerders zoals Leiedal en wvi, VLAO, POM, RESOC, gemeenten enz.

66

Maatregel 10: Provinciegrensoverschrijdend ruimtelijk-economische data verzamelen en beheren, kennis verzamelen over nieuwe projecten Beschrijving Met het oog op visievorming is het noodzakelijk om op de hoogte te zijn van ruimtelijk-economische ontwikkelingen buiten de provinciegrenzen. Ook het bestaande aanbod aan ruimte voor economische activiteiten kan zo nodig in een grensoverschrijdend GIS opgenomen worden. Een voorbeeld van dit laatste is het project Gogis (grensoverschrijdend GIS) dat door de Provincie West-Vlaanderen, wvi en AGUR ontwikkeld wordt. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie als coördinator of uitvoerder Betrokkenen Aangrenzende provincies, departementen of regio’s of terreinbeheerders van deze gebieden; West-Vlaamse terreinbeheerders, dienst Externe Relaties enz. Maatregel 11: Verder onderzoek uitvoeren naar de lokalisatiefactoren voor bedrijven, de redenen voor de sterkten en zwakten van de West-Vlaamse economie en de haalbaarheid van (ondersteuning van) clusters (‘valleys’) van economische activiteiten Beschrijving Verder onderzoek met betrekking tot ruimtelijk-economische factoren zoals lokalisatie, verhuisbewegingen en –motieven, netwerkstructuren enz. is noodzakelijk om tot een onderbouwd lokatiebeleid te komen. De analyse van de tewerkstellingsevolutie in West-Vlaanderen toont aan dat er enerzijds een zwakke structuur is van de industrie en de dienstensector. Dit houdt in dat groeisectoren, evenals hightech- en kennisintensieve sectoren, structureel ondervertegenwoordigd zijn. Anderzijds zijn er de relatief sterk presterende West-Vlaamse ondernemingen binnen hun sector, die ervoor

Beleidsnota Economie 2007-2012

67

zorgen dat de afname van de West-Vlaamse industriële tewerkstelling per saldo minder ongunstig is dan op het Vlaamse niveau. Voor de diverse deelsectoren zijn verschillende vaststellingen te maken. In de kern-swot kwamen deze conclusies eveneens tot uiting door aan de ene kant de sterkte over dynamisch ondernemerschap (sterk presterende bedrijven in een aantal industriële deelsectoren zoals textiel, metaal en voeding) en aan de andere kant de zwakte over de zwakke structuur van de industriële en de tertiaire sector. Een meer diepgaande analyse is noodzakelijk, hetzij gebiedsgericht, hetzij volgens deelsectoren om de diverse redenen van de sterkten en de zwakten te achterhalen. Dit zou meer verduidelijking moeten geven over onder meer de volgende zaken: - de aard van het technologisch niveau van de West-Vlaamse industrie en subregio’s en de relatie met de tewerkstelling; - de te detecteren clusters of ‘valleys’ van activiteiten die een toegevoegde waarde betekenen voor de provincie of haar subregio’s; - de aard van de clusters die vanuit de overheid ondersteund moeten worden (bv. d.m.v. een faciliterend ruimtelijk beleid, innovatietrajecten, interbedrijfssamenwerking …) op basis van bepaalde criteria (bv. toegevoegde waarde, tewerkstelling, toekomstgericht en innovatief karakter, ruimtegebruik en hinderlijkheid …); - benchmarking of ervaringsuitwisseling met andere regio’s.

(Dit staat tevens in relatie met bedrijfsversterking)
Rol Provincie Trekkend of aanvullend: dienst Economie als coördinator, katalysator of facilitator Betrokkenen WES, Innovatiecentrum West-Vlaanderen, POM, andere instanties

68

4. Er zijn meer gedragen ruimtelijk-economische visies ontwikkeld. Zowel vanuit het oogpunt van de economische actoren als vanuit het oogpunt van de ruimtelijke ordening is er vraag naar meer ruimtelijk-economische visieontwikkeling. Aangezien ook de bevoegdheden op het vlak van de ruimtelijke planning van de drie bestuursniveaus evenwaardig zijn opgebouwd, kan het provinciale niveau als regiobestuur en kennispartner voor ruimtelijk-economische visievorming een trekkersrol opnemen. In overleg met de provinciale dienst Ruimtelijke Planning en Mobiliteit kan de dienst Economie voor ruimtelijk-economische aangelegenheden hierbij een ondersteunende, een adviserende of een trekkende rol spelen. Dit sluit aan bij uitgangspunten en doelstellingen die in de Vlaamse beleidsnota’s over ruimtelijke ordening en over economie worden aangehaald. - In de Vlaamse beleidsnota “Economie, ondernemen, wetenschap, innovatie en buitenlandse handel 2004-2009” wordt gesteld dat een volwaardig economisch locatiebeleid ook inspeelt op de actuele noden van ondernemers en ondernemingen; dit vergt een economische onderbouwing van het infrastructurenbeleid en aandacht voor professionele bedrijfshuisvestingsmogelijkheden voor alle types en fasen van ondernemerschap. - In de Vlaamse beleidsnota “Ruimtelijke ordening, monumenten en landschappen 2004-2009” wordt gesteld dat de ruimtelijke ordening alléén niet in staat is het ruimtelijk beleid vorm te geven; alle ruimtebehoevende sectoren dienen hun maatschappelijke doelstellingen ruimtelijk te vertalen en de ruimtelijke ordening moet meer vanuit een bescheiden opstelling haar integrerende en coördinerende rol ten aanzien van sectorale belangen waarmaken. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen: 17.5.1. (959, 96O), 17.6.1. (965) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 2.1. - Oostende: 1.3. - Midden-W-Vl: 1.1. – 1.5. – 3.1. - Zuid-W-Vl: 2.2. - 2.6. - 2.7.

Beleidsnota Economie 2007-2012

69

Maatregel 12: Een strategisch locatiebeleid voor bedrijvigheid opbouwen op West-Vlaams niveau met een gebiedsgerichte differentiatie Beschrijving Op basis van de ruimtelijk-economische structuur en de kennis van de vraag en het aanbod m.b.t. bedrijventerreinen moet een duurzaam beleid opgebouwd worden voor strategische initiatieven van bovenlokaal belang. Daarbij moeten professionele locaties voorgesteld worden volgens het locatiebeleid waarbij het mobiliteitsprofiel van de activiteit afgestemd wordt op het bereikbaarheidsprofiel van de locatie. Hiermee worden diverse zaken beoogd: - strategische keuzes voorstellen i.f.v. aantrekken grootschalige en/of buitenlandse investeringen; - strategische reserves bepalen, o.a. om een gefaseerde groei van bedrijvigheid toe te laten en meer thematische clusters van activiteiten op langere termijn te realiseren; - ondersteuning van de subregio’s (bv. op RESOC-gebiedniveau). Rol Provincie Trekkend: dienst Economie in afspraak met de DRuM Betrokkenen POM, Leiedal, wvi, gemeenten, havens, RESOC’s, VLAO, FIT enz. Maatregel 13: Ondersteunen of initiëren van thematische of gebiedsgerichte visievorming en een sterker maatschappelijk draagvlak creëren Beschrijving Dit kunnen studies zijn volgens diverse thema’s (sectoraal, gebiedsgericht) met een belangrijke ruimtelijk-economische inslag of die een belangrijke impact kunnen hebben op het ruimtelijk-economisch functioneren en waar beleidskeuzes gemaakt dienen te worden (cf. link met andere thema’s zoals transport-distributie-logistiek, arbeidsmarkt en onderwijs, sociale economie). Deze visievorming kan

70

ook nuttig zijn ter ondersteuning van andere provinciale beleidsdomeinen (bv. ruimtelijke planning, gebiedsgerichte werking, landbouw en visserij, toerisme en recreatie), andere overheden (gemeenten en Vlaams Gewest) en belanghebbende instanties (bv. RESOC). Enkele voorbeelden: plattelandseconomie, stedelijke economie, ontwikkelingen in leegstaande gebouwen, sectoranalyses bv. problematiek ruimtebehoevende sectoren, TDL-sector en achterlandstrategie, centrumfuncties en kleinhandel, meetinstrumenten enz. Ook voor bepaalde adviesvragen (bv. van het Vlaamse niveau) waar de gemeenten en RESOC’s mee geconfronteerd worden, kan de Provincie in voorkomend geval een coördinerende rol spelen. Voor bepaalde elementen is in diverse vormen al heel wat onderzocht of besproken (bv. specifieke gebiedsgerichte studies, overlegfora zowel op provinciaal als op Vlaams niveau zoals het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO), waar rekening mee gehouden moet worden. Rol Provincie Trekkend of aanvullend Betrokkenen Diverse organisaties afhankelijk van het thema en het gebied Maatregel 14: Een denktank oprichten die zich buigt over de toekomst van de West-Vlaamse economie Beschrijving Voor het maken van ruimtelijk-economische keuzes op de langere termijn is het wenselijk om tot een breed gedragen toekomstvisie voor de economie in West-Vlaanderen te komen. Een continuering van het strategisch-economisch denken en plannen op provinciaal niveau is de centrale taakstelling van deze maatregel. De denktank dient niet enkel aan te duiden wat er nodig is en wat de mogelijkheden zijn, maar moet ook aangeven hoe we het kunnen bereiken (acties formuleren) en hoe we kunnen inspelen op bepaalde mogelijkheden en tendensen (bv. groei van de

Beleidsnota Economie 2007-2012

71

welzijnssector). Een regionaal-economische strategie dient te worden bepaald, geëvalueerd en bijgestuurd en een antwoord geformuleerd op de vraag waar de Provincie naartoe wil op lange termijn (> 10 jaar). Als vertrekbasis kunnen diverse bestaande onderzoeken en visies genomen worden. Ook het uit te voeren onderzoek over de sterktes en zwaktes van de West-Vlaamse economie (zie hiervoor) is hierbij opportuun. De visies die momenteel op subregionaal niveau opgesteld worden, met name de streekpacten, kunnen hierbij eveneens een invalsbasis vormen. Dit forum zou ook ingezet kunnen worden om het beleidsplan economie zelf te evalueren. Rol Provincie Trekker, coördinatie Betrokkenen ‘Captains of industry’, experten uit diverse organisaties zoals WES, POM, intercommunales, onderzoeksinstellingen, belangenorganisaties, Innovatiecentrum West-Vlaanderen enz. 5. De opgebouwde kennis en visievorming is sneller doorvertaald in nieuwe realisaties. De opgebouwde kennis en visievorming moet leiden tot een snellere realisatie van het aanbod van gedifferentieerde ruimte voor ondernemerschap. Als intermediair bestuur kan de Provincie hier een belangrijke taak opnemen om met diverse partners in overleg te treden met het oog op de concrete uitvoering van beoogde visies en beleidskeuzes. Hierbij kunnen concreet de volgende zaken beoogd worden: - het beschikbare aanbod van bouwrijpe bedrijventerreinen bedraagt op elk ogenblik minimaal de verwachte vraag voor de volgende drie jaar; - het aanbod van uit te rusten bedrijventerreinen bedraagt op elk ogenblik minimaal de verwachte vraag voor de volgende drie jaar; - de beschikbaarheid van bedrijfsinfrastructuur voor diverse vormen van ondernemerschap zoals voor startende en doorgroeiende ondernemingen, bedrijven gefocust op kenniseconomie, innovatie en onderzoek en ontwikkeling.

72

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: Doelstellingen 17.6.1. (965, 967), 17.6.3. (972) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 2.1. – 2.2. - Oostende: 1.3. - Midden-W-Vl: 1.1. – 1.6. – 1.7. - Zuid-W-Vl: 2.7. Maatregel 15: Een performante overlegstructuur opzetten om resultaatgericht oplossingen te creëren bij structurele aanbodtekorten van bedrijventerreinen of bedrijfsinfrastructuur Beschrijving Wat de behoefte aan bedrijventerreinen betreft dient op basis van de monitoring van de ruimtebalans (zie maatregel 2 van doelstelling 2.1.) het principe van de strategische of ijzeren voorraad een ingang te vinden. De Provincie wenst dit principe te installeren als beleidsinstrument, zowel op het niveau van de provincie als op het niveau van de RESOC-gebieden. Er dient immers een groter evenwicht tussen vraag en aanbod tot stand te komen wat de ruimte voor economische activiteiten betreft. Een overlegstructuur op initiatief van het Provinciebestuur waarin de diverse bestuursniveaus en belanghebbenden vertegenwoordigd zijn, moet het mogelijk maken om achter dezelfde strategie te staan en resultaatgerichte oplossingen te creëren, waardoor op een gerichte manier knelpunten van vraag en aanbod concreet opgelost worden, tevens in functie van een langetermijnperspectief. Ook het aanbod van bestaande bedrijfsonthaalinfrastructuur (bv. bedrijvencentra, doorgangsgebouwen, innovatie- en incubatiecentra, ondernemerscentrum …) dient geëvalueerd te worden om gepaste initiatieven te nemen om het ondernemerschap te bevorderen. (Dit staat tevens in relatie met bedrijfsversterking)

Beleidsnota Economie 2007-2012

73

Rol Provincie Trekkend en aanvullend: naargelang het onderwerp de dienst Economie en de DRuM (bv. voor bedrijventerreinen) of de POM (bv. over bedrijfsonthaalinfrastrctuur) Betrokkenen Vlaamse Gewest, gemeenten, RESOC’s, terreinbeheerders zoals Leiedal en wvi enz. Maatregel 16: Mechanismen ontwikkelen om onbenutte bedrijfsgronden sneller te vermarkten Beschrijving Op basis van een inventarisatie van de GOM West-Vlaanderen (situatie 01.01.2006) blijkt dat van de 7.815 ha bedrijventerreinen in West-Vlaanderen er 529 ha in reserve is van bedrijven en 591 ha tijdelijk niet realiseerbaar is. Daarnaast was er op dat moment ook nog 237 ha die wel al bestemd maar nog niet uitgerust (bouwrijp) was. Er dient nagegaan te worden: - op welke wijze bestemde terreinen sneller bouwrijp gemaakt kunnen worden; - op welke wijze onbenutte bedrijfspercelen (reserves en tijdelijk niet realiseerbare percelen) vermarkt kunnen worden. Het beschikbaar maken van een instrumentarium hiertoe is aangewezen; - hoe knowhow opgebouwd kan worden over het saneren van verouderde bedrijfsinfrastructuur (o.a. brownfields, leegstaande bedrijfspanden). Rol Provincie Trekkend (POM) en aanvullend (dienst Economie) Betrokkenen terreinbeheerders zoals Leiedal en wvi, gemeenten, Vlaamse Gewest enz.

74

Maatregel 17: Implementeren van principes van duurzaamheid en kwaliteit bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, bij de reconversie van bestaande bedrijventerreinen en bij de bedrijfsvoering Beschrijving De laatste jaren zijn al heel wat inzichten ontstaan en handleidingen geschreven over principes van duurzaamheid en kwaliteit op bedrijventerreinen. Met het nieuwe subsidiebesluit van het Vlaamse Gewest over de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen en de herstructurering van verouderde en vervuilde bedrijventerreinen, staat duurzaamheid eveneens centraal als uitgangspunt, waarbij ook de CO2-neutraliteit beoogd wordt. Globaal kan gesteld worden dat het aan de ene kant gaat om terreingebonden materie (parkmanagement) en aan de andere kant om duurzaam ondernemerschap, zowel individueel als door interbedrijfssamenwerking. Samengevat in West-Vlaanderen wordt hoofdzakelijk het ene uitgevoerd door de terreinbeheerders, het andere wordt gestimuleerd door de POM. Voor diverse initiatieven over duurzaam ondernemerschap moet van geval tot geval (gebiedsspecifiek of sectoraal) rekening gehouden worden met bestaande instanties die in voorkomend geval op dat vlak al initiatieven nemen (bv. beroepsfederaties, RESOC/SERR, VLAO enz.). Ook bij de opmaak en de advisering van ruimtelijke plannen over bedrijventerreinen moeten deze principes ingang vinden en zoveel als mogelijk geïmplementeerd worden.

(Dit staat tevens in relatie met bedrijfsversterking)
Rol Provincie Aanvullend: dienst Economie ondersteunend en adviserend Trekkend: DRuM uitvoerend en adviserend Betrokkenen POM, terreinbeheerders, Vlaams Gewest, gemeenten, beroepsfederaties, andere instellingen

Beleidsnota Economie 2007-2012

75

4.3. Transport-distributie-logistiek
4.3.1. Inleiding
Transport, distributie en logistiek is het hele proces waarin goederen op het juiste moment op de juiste plaats terechtkomen. Het is een keten van activiteiten die nauwkeurig op elkaar aansluiten.1 Bijvoorbeeld: verschillende onderdelen komen tegelijk aan in de fabriek, vervolgens worden de onderdelen geassembleerd tot producten. Deze producten gaan nadien naar warehouses en van daaruit worden ze verspreid naar de eindgebruikers. Vlaanderen neemt een prominente plaats in in het Europese logistieke gebeuren. Die positie dankt de regio aan zijn centrale ligging, de dichte en multimodale transportinfrastructuur en zijn goed opgeleide, meertalige en productieve werknemers. Buitenlandse investeerders, die kunnen rekenen op een stevig uitgebouwde dienstverlening, zien Vlaanderen dan ook als een ideale vestigingsplaats voor een Europees distributiecentrum, zoals ook bevestigd in het European Distribution Report van Cushman & Wakefield en Healey & Baker (2004 en 2006).

1 www.werkeninlogistiek.nl

76

4.3.2. Kern-SWOT
STERKTES • Geo-economische ligging in de nabijheid van de belangrijkste productie- en afzetmarkten • Uitgebreid multimodaal infrastructuurnetwerk en aansluiting op internationale verkeersassen (met o.a. twee zeehavens en twee luchthavens) • Zeewaartse toegankelijkheid (o.a. diepzeehaven) • Goede reputatie als mogelijke vestigingsplaats voor logistieke projecten ZWAKTES • Onvoldoende multimodale capaciteit havens aan landzijde • Afwezigheid van grote logistieke dienstverleners en goederenbehandelaars in de regio • Beperkt maatschappelijk en politiek draagvlak (o.a. ruimteverslindende perceptie, mobiliteitsproblemen …) • Gebrek aan voldoende specifiek opgeleide en beschikbare arbeidskrachten in TDL-sector (logistiek niet sexy, negatief imago) • Versnipperd opleidingsaanbod • Gebrek aan TDL-cultuur in het bedrijfsleven • We vallen buiten de TEN’s (uitz. Leie) BEDREIGINGEN • Duur van beslissingsprocessen en hun uitvoering • Toenemende verkeerscongestie van aansluitende infrastructuur • Centrum van de productie- en consumptiemarkt schuift op naar het oosten • Weinig aandacht voor specifieke West-Vlaamse infrastructuurprojecten • Ontwikkelingen metropool Rijsel (congestie)

OPPORTUNITEITEN • Toename toegevoegde waardecreatie in de logistieke sector • Outsourcing van logistieke functies (scheiding productie-distributie) • Groeiende transoceanische belangstelling om via distributie de Europese markt te veroveren • Goede vooruitzichten logistieke sector • Nog grotere containerschepen • Ontwikkelingen metropool Rijsel (economische logistieke activiteiten)

Strategische sterkten en zwakten:
1 2 3 4 5 Zwakte Zwakte Sterkte Zwakte Zwakte Afwezigheid van grote logistieke dienstverleners en goederenbehandelaars in de regio Beperkt maatschappelijk en politiek draagvlak logistiek Uitgebreid multimodaal infrastructuurnetwerk en aansluiting op internationale verkeersassen Onvoldoende multimodale capaciteit havens aan landzijde Gebrek aan TDL-cultuur in het bedrijfsleven

Beleidsnota Economie 2007-2012

77

4.3.3. Strategische intentie
Creëren van duurzame en volwaardige werkgelegenheid en een verdere verduurzaming van het goederenvervoer, door de valorisatie van de logistieke troeven van West-Vlaanderen, geënt op de huidige en toekomstige sterke West-Vlaamse sectoren De uitdaging van het actieveld ‘Transport – Distributie – Logistiek’ ligt in de valorisatie van de logistieke troeven van West-Vlaanderen. Dit kan aan de ene kant door het aantrekken en verder uitbouwen van logistieke activiteiten met meer toegevoegde waarde, en aan de andere kant door te streven naar een verdere verduurzaming van de goederenstromen. Voor de realisatie van de eerste doelstelling wenst de Provincie West-Vlaanderen gepast in te spelen op een aantal globale trends zoals toenemende vrijhandel door deregulering en harmonisatie, ‘mass customisation’1 en ‘ Value Added Logistics’1. Daarvoor moet een logistieke strategie ontwikkeld worden die leidt tot de aantrekking van de juiste logistieke activiteiten op de juiste plaats. Voor de realisatie van de tweede doelstelling dienen de logistieke troeven van West-Vlaanderen sectorondersteunend te worden ingeschakeld. De Provincie West-Vlaanderen wenst immers blijvend aandacht te besteden aan de groeikansen van endogene ondernemers. Bestaande en toekomstige industriële clusters moeten daarom in kaart gebracht en ondersteund worden door een duidelijke logistieke strategie met de nodige aandacht voor geplande infrastructuurprojecten. Via innovatieve logistieke projecten moet gestreefd worden naar efficientere en effectievere goederenstromen, wat bovendien bijdraagt tot een adequate en performante supply chain. Beide doelstellingen dragen bij tot de valorisatie van de logistieke opportuniteiten die dankzij de West-Vlaamse havens, luchthavens, multimodale binnenvaartterminals en transportzones aanwezig zijn. De ambitie moet dus zijn om West-Vlaanderen zowel nationaal als internationaal op de kaart te plaatsen als interessante investeringslocatie. De netwerkvorming tussen de verschillende logistieke knooppunten in West-Vlaanderen, waarbij men actief op zoek gaat naar synergieën met elkaar en andere knooppunten buiten West-Vlaanderen, vormt een belangrijke bron voor het bereiken van een competitief voordeel voor West-Vlaanderen en het verankeren van bestaande of nieuwe belangrijke ketenregisseurs.

1 Uitleg: zie bijlage 4: begrippen.

78

Op die manier creëert de Provincie West-Vlaanderen gunstige voorwaarden voor en biedt ze ondersteuning aan de ontwikkeling van een toekomstgerichte logistieke sector die op meer toegevoegde waarde is geënt. De Provincie streeft daartoe naar een optimale samenwerking met andere strategische sectoren en beleidsniveaus en rekent op het ondernemerschap van zeehaven- en luchthavenbesturen.

4.3.4. Doelstellingen en maatregelen
6. Er is een maatschappelijk en politiek draagvlak gecreëerd, geschoeid op een degelijke onderbouwing. Voor de realisatie van de strategische intentie is de creatie van een maatschappelijk en politiek draagvlak een absolute voorwaarde. De vaststelling is dat er tot op heden te weinig maatschappelijk en politiek draagvlak is voor het aantrekken van extra en vooral grootschalige logistieke activiteiten. De sector heeft te kampen met een negatieve connotatie en vooral de negatieve effecten worden door de bevolking en bij uitbreiding de politici gepercipieerd. Om dit om te buigen dient de omvang en de impact van de TDL-sector in West-Vlaanderen in kaart te worden gebracht en te worden gecommuniceerd naar alle relevante doelgroepen. Politici dienen hierbij een vooraanstaande rol te spelen en op een proactieve manier te worden betrokken. Er zijn in de voorbije jaren al heel wat inspanningen geleverd door de campagnes die gevoerd werden in het kader van ‘West-Poort’, zowel naar de bevolking toe als naar de politici en de eigen ondernemers. De geleverde inspanningen dienen te worden geëvalueerd en op basis daarvan verder uitgebouwd of herzien te worden. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.5.1. (959), 17.6.2. (971) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 3.1. – 3.3. - Oostende: - Midden-W-Vl: - Zuid-W-Vl: 2.6. - 6.17

Beleidsnota Economie 2007-2012

79

Maatregel 18: In kaart brengen van de logistieke sector in West-Vlaanderen Beschrijving Onbekend is onbemind. Bestaande statistische bronnen laten nauwelijks toe om de sector Transport-Distributie-Logistiek in kaart te brengen. Een alternatieve aanpak is aangewezen wil men de sector in kaart brengen met het oog op draagvlakvorming. Dit kan o.a. een onderzoek omvatten naar de omvang en de economische impact van de TDL-sector in West-Vlaanderen (berekening van de rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling en toegevoegde waarde); meting van de afhankelijkheidsgraad van de West-Vlaamse economie van de havens van Oostende en Zeebrugge; meting van de uitbestedingsgraad van logistieke activiteiten in West-Vlaanderen; onderzoek naar de aanwezigheid van tweede partij (2PL), derde partij (3PL) en vierde partij (4PL) logistieke dienstverleners; in kaart brengen van de goederenstromen op West-Vlaams grondgebied (oorsprong en bestemming, capaciteiten, knelpunten en potenties) enz. Rol Provincie Trekkend als opdrachtgever, dienst Economie als coördinator Betrokkenen VIL, WES, West-Poort-partners, Vlaamse administraties m.b.t. mobiliteit en openbare werken (o.a. Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Agentschap Infrastructuur, Waterwegen en Zeekanaal nv) enz. Maatregel 19: Een ruimtelijk economische analyse maken over de vestigings- en locatiefactoren van TDL in West-Vlaanderen en het ontwikkelen van een achterlandstrategie Beschrijving Als men zich wil profileren als logistieke toplocatie dient een grondige ruimtelijk-economische analyse te gebeuren van de vestigings-en locatiefactoren van TDL in West-Vlaanderen, en dit op meso- en microniveau. Een logistieke strategie moet uitgestippeld worden

80

voor bestaande industriële clusters die in West-Vlaanderen sterk vertegenwoordigd zijn, zoals de bouwsector, de metaalverwerkende nijverheid, de automotive sector, de houtsector, de textielsector, de visserijsector, de (agro)-voedingssector. Daarnaast moet ook een logistieke strategie uitgestippeld worden voor een aantal (toekomstige) nichesectoren. De consequenties van dergelijke strategie moeten worden doorvertaald naar alle relevante beleidsdomeinen met als doel de noodzakelijke randvoorwaarden te creëren. Deze maatregel zit grotendeels vervat in de studie die wordt uitgevoerd in West-Vlaanderen in het kader van het Extended Gateway concept van het VIL. Deze studie die de werktitel draagt ‘West-Vlaanderen: potenties als logistieke regio – Strategie en Uitvoeringsplan’ zal breder dan het ruimtelijk-economische een logistiek masterplan opleveren voor West-Vlaanderen. Rol Provincie Trekkend als opdrachtgever, dienst Economie als coördinator Betrokkenen POM, VIL, DRuM, Leiedal, wvi, West-Poort-partners, RESOC’s, W&Z enz. Maatregel 20: Promotie voeren bij het brede publiek, de politiek en het onderwijs via West-Poort Beschrijving Gerichte campagnes die de TDL-sector kenbaar/geliefd maken bij het brede publiek en politici. Dergelijke campagne kan omvatten: - verspreiding van de resultaten van bovenstaande maatregelen; - campagne gericht op het vergroten van de instroom van studenten naar ‘TDL-opleidingen’; - verruimen van de West-Poort-actie door de begunstigde doelgroep open te trekken tot de gehele TDL-sector; - campagne gericht op de tewerkstellingsmogelijkheden binnen de logistieke sector en verhogen van de aantrekkelijkheid van de sector. Rol Provincie Trekkend als opdrachtgever, dienst Economie als coördinator

Beleidsnota Economie 2007-2012

81

Betrokkenen Federaties, Onderwijs, West-Poort-partners, POM 7. Logistieke actoren zijn verder verankerd in West-Vlaanderen. Het aantrekken van ketenregisseurs zoals rederijen, verladers, expediteurs en ruimer logistieke dienstverleners en goederenbehandelaars mede in functie van de reeds eerder bepaalde belangrijke sectoren vormt de basis voor de verdere verankering van de logistieke sector in West-Vlaanderen. Die logistieke actoren hebben immers een belangrijke beslissingsmacht om goederenstromen aan te trekken of om economische activiteiten aan de (haven)regio te binden.1 Indien men er in slaagt die actoren in West-Vlaanderen te lokaliseren, dan haalt men ook de beslissingscentra naar West-Vlaanderen, wat de positie van West-Vlaanderen in het TDL-landschap en de West-Vlaamse economie kan versterken. De havens vormen daarbij de belangrijkste hefboom, waarbij de overslagfunctie op zich niet langer centraal staat maar wel de concurrentie om de logistieke ketens. Een dergelijke verankeringsstrategie veronderstelt dus een havenoverschrijdende oriëntatie met als doel het actief benutten van synergieën met knooppunten in het achterland en omliggende regio’s.2 De West-Vlaamse zeehavens, luchthavens en ‘inland terminals’ dienen zich dus achter één en dezelfde verankeringsstrategie te schragen met het oog op complementariteit en netwerkvorming. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.6.2. (970, 971), 17.5.1. (959) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 3.1. - Oostende: 1.1.
1 De haven als onderdeel van de logistieke keten: Quo Vadis., Theo Notteboom, 2004, p. 164. In: 26ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, ‘Logistiek. Laatste front in de concurrentieslag’. 2 De haven als onderdeel van de logistieke keten: Quo Vadis., Theo Notteboom, 2004, pp. 164- 167. In: 26ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, ‘Logistiek. Laatste front in de concurrentieslag’.

82

- Midden-W-Vl: - Zuid-W-Vl: Maatregel 21: Aantrekken van extra EDC’s1 in West-Vlaanderen Beschrijving In West-Vlaanderen zijn op heden slechts 8 % van de Vlaamse EDC’s gehuisvest. Deze ondervertegenwoordiging is des te frappanter, gelet op de aanwezigheid van twee zeehavens en twee luchthavens in de provincie. Het logistieke belang van een regio mag niet verengd worden tot de aanwezigheid van EDC’s maar toch kan het belang ervan niet onderschat worden. EDC’s geven aanleiding tot Value Added Logistics (VAL), dus creatie van duurzame en volwaardige tewerkstelling. Ten tweede zijn EDC/ELC’s vaak voorlopers van andere internationale activiteiten (bv.: hoofdkantoren, ‘shared services centers’ en ‘callcenters’). Ten slotte is het zo dat investeringen in EDC’s extra meerwaarde creëren.2 De ambitie is om op een termijn van zes jaar tien nieuwe EDC’s aan te trekken, rekening houdend met de eerder bepaalde logistiek te ondersteunen sectoren. De ruimtebehoefte wordt geraamd op ten minste 50 ha (bruto). Dit kan een extra tewerkstelling brengen van 1.000 tot ca. 2.500 directe arbeidsplaatsen, afhankelijk van de aard van de gecreëerde toegevoegde waarde.3 Rol Provincie Trekkend: POM als coördinator en projectuitvoerder Betrokkenen VIL, FIT, havenbesturen, terreinbeheerders zoals Leiedal en wvi enz.

1 Uitleg: zie bijlage 4: begrippen. 2 Europese distributiecentra en Value Added Activities in Vlaanderen: economische betekenis en concurrentiepositie, L. Sleuwaegen et. al, 2006, pp. 87-90. In : 26ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, ‘Logistiek. Laatste front in de concurrentieslag.’ 3 Dit is vergelijkbaar met de gemiddelde ruimtebehoefte per werknemer in de andere industriële sectoren.

Beleidsnota Economie 2007-2012

83

Maatregel 22: Het uitbreiden van de promotie van West-Vlaanderen als vestigingsplaats via West-Poort Beschrijving De ambitie is om de West-Poort-campagne verder te verdiepen en te verruimen en de multimodale infrastructuur als troef uit te spelen. De verdieping bestaat er in eerste instantie in dat West-Vlaanderen zich profileert als één logistieke netwerkregio met complementariteit tussen de verschillende knooppunten (= West-Poort-partners) en een duidelijke achterlandstrategie. Dit ter ondersteuning van de huidige en toekomstige sterke sectoren in West-Vlaanderen. De complementariteit tussen de zeehavens, luchthavens en binnenlandse multimodale platformen gekoppeld aan die sterke sectoren vormt immers het comparatief voordeel van West-Vlaanderen. Dit veronderstelt een duidelijke visie- en analysevorming en het ondernemen van gerichte acties op basis daarvan. De West-Poortpartners dienen verder op zoek te gaan naar synergieën met elkaar en uitgespeeld te worden als speerpunten. De campagne wordt bovendien opengetrokken naar de gehele TDL-sector in West-Vlaanderen (zie maatregel 20). In tweede instantie wordt de campagne verder verruimd en gaat men actief op zoek naar synergieën met andere knooppunten (Antwerpen, Gent, Rijsel …) in binnen- en buitenland. Het West-Poort-concept wordt ingeschakeld in de strategie van het VIL en het FIT. Dit houdt o.a. een proactieve werving in naar specifieke doelgroepen zoals buitenlandse logistieke dienstverleners, buitenlandse consultants, koerierdiensten, buitenlandse vastgoedmakelaars enz. Buitenlandse investeerders doen namelijk tijdens hun beslissingsproces vaak een beroep op dezelfde logistieke providers en consultants als in hun thuisland. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie Betrokkenen POM, FIT, West-Poort partners, businessclubs, VLAO, dienst Externe Relaties enz.

84

8. Het multimodaal infrastructuurnetwerk is verder uitgebouwd en de aansluiting op internationale verkeersassen is verder afgewerkt. Het multimodaal infrastructuurnetwerk dat in West-Vlaanderen aanwezig is en dat de West-Vlaamse poorten verbindt met het achterland wordt terecht beschouwd als een sterkte van deze regio. Toch wordt in de analyse meermaals gewezen op het feit dat deze infrastructuur onafgewerkt is en een aantal knelpunten vertoont. Met het oog op een verdere uitbouw van de TDL-sector wordt het absoluut noodzakelijk geacht het multimodaal infrastructuurnetwerk verder af te werken en West-Vlaanderen beter aan te sluiten op de internationale (hoofd)verkeersassen. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.2. (969). Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 1.1. – 1.2. - Oostende: 1.1. – 1.2. - Midden-W-Vl: 1.4. - Zuid-W-Vl: 2.6. - 6.17. Maatregel 23: Afwerken van de infrastructuur – uitvoering van de genomen opties, rekening houdende met de uit te voeren strategische TDL-projecten op sectorniveau Beschrijving Deze maatregel omvat voor de verschillende vervoersmodi de volgende realisaties: - spoor: voltooiing tegen 2012 van de geplande werkzaamheden (onder meer aanleg van derde spoor tussen Brugge en Zeebrugge en derde en vierde spoor tussen Brugge en Gent) met het oog op de ontsluiting van de twee zeehavens; - waterwegen: start in 2008 van de implementatie van estuaire vaart en van de uitvoering van de werkzaamheden met het oog op de ontsluiting van de twee zeehavens; - waterwegen: studie Seine-Schelde West, resultaat tegen voorjaar 2008;

Beleidsnota Economie 2007-2012

85

- wegen: wegwerken tegen 2012 van de knelpunten in het wegennet (o.m. omvorming van de N31 en de N49, aanleg van de AX enz.); - wegen: uitwerken van een provinciaal standpunt ten aanzien van de Franse A24 en coördinatie ter zake met de Vlaamse regering. Rol Provincie Trekkend als lobbyist (zaak bepleiten bij de bevoegde (hogere) overheid) en aanvullend als adviseur Betrokkenen Bevoegde administraties, RESOC’s enz. Maatregel 24: Een opvolgingscommissie (of platform/forum) oprichten die permanent de aandacht vestigt op de ontsluitingproblematiek en de noodzakelijke West-Vlaamse infrastructuurprojecten Beschrijving Uit de SWOT-analyse kwamen de bedreigingen ‘duur van beslissingsprocessen en hun uitvoering’ en ‘weinig aandacht voor specifieke West-Vlaamse investeringsprojecten’ naar voor. Om deze te counteren zou een opvolgingscommissie kunnen worden opgericht om druk uit te oefenen. De commissie of platform zou jaarlijks op een prominente manier de aandacht kunnen vestigen op de ontsluitingsproblematiek en de noodzaak van de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden. Belangrijk hierbij is dat gefocust wordt op de bestaande consensuslijsten (Vlaamse beleidsnota’s) en investeringsprogramma’s. Rol Provincie Trekkend als coördinator Betrokkenen Alle belangrijke West-Vlaamse stakeholders (publiek en privé), RESOC’s

86

9. De TDL-cultuur in het bedrijfsleven en bij de logistieke operatoren is verder versterkt. Naast de noodzakelijke hardware is ook de noodzakelijke software vereist. Met betrekking tot logistieke kennis en expertise moeten zowel het bedrijfsleven, de overheid als een aantal relevante intermediaire organisaties zich waar mogelijk verder versterken en zo nodig samenwerken. Via innovatieve logistieke projecten moet gestreefd worden naar efficiëntere en effectievere goederenstromen, wat op zich bijdraagt tot een adequate en performante supply chain. Op die manier verhoogt de Provincie haar competitiviteit voor het aantrekken van logistieke investeerders. De vragende én uitvoerende partij met betrekking tot logistieke beslissingen is uiteindelijk het bedrijfsleven. Elk bedrijf beoogt de voor hem optimale logistieke oplossing. Wie die beslissingsnemer is hangt sterk af van de mate waarin de logistieke- en transportactiviteiten worden uitbesteed. Globale logistieke oplossingen liggen daar waar een verstandige trade-off gemaakt wordt van de verschillende logistieke hefbomen. Belangrijkste evenwicht dat moet gezocht worden is tussen de focus op kosten en de consumentenbenadering. Deze evenwichtsoefening wenst de Provincie dus verder te faciliteren in het voordeel van West-Vlaanderen. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.6.2. (968), 17.6.5. (977, 978) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 6.1. - Oostende: 1.1. - Midden-W-Vl: 1.5. - Zuid-W-Vl: 2.6.

Beleidsnota Economie 2007-2012

87

Maatregel 25 : Het opstellen van gebruiksklare uitvoeringsplannnen op het niveau van bedrijventerreinen in functie van de modal shift naar vervoer te water en per spoor Beschrijving De profilering van West-Vlaanderen als interessante investeringslocatie voor logistieke activiteiten veronderstelt een efficiënte en effectieve logistieke keten, en dit voor alle sectoren. Op het niveau van bedrijventerreinen moeten hiertoe uitvoeringsplannen uitgewerkt worden die bijdragen tot de consolidatie van goederenstromen. Rol Provincie Trekkend: POM Betrokkenen VIL, Infrabel, W&Z, werkgeversfederaties, Promotie Binnenvaart, terreinbeheerders zoals Leiedal en wvi enz. Maatregel 26: Opzetten van proefprojecten ter bevordering van de logistieke samenwerking voor bedrijven Beschrijving Voorbeeld: uitvoeren van een haalbaarheidsstudie voor de omgeving van het Roeselaarse om een nieuw specifiek regionaal bedrijventerrein te ontwikkelen waar gemeenschappelijke infrastructuur voor bedrijven uit de agro-industrie van deze regio wordt gepland, bv. gemeenschappelijke parking voor vrachtwagens, faciliteiten voor (buitenlandse) truckers, diepvriesloodsen modulair te verhuren aan bestaande groenteverwerkende bedrijven op piekmomenten enz. Rol Provincie Trekkend: POM als projectuitvoerder

88

Betrokkenen VIL, POM, wvi, Leiedal, RESOC’s, werkgeversfederaties enz. Maatregel 27: Betere afstemming verkrijgen tussen arbeidsmarkt en opleiding in de TDL-sector Beschrijving De doelstelling van deze maatregel is het in kaart brengen van aan de ene kant de noden op de arbeidsmarkt (vraagzijde) en aan de andere kant het aanbod aan logistieke opleidingen (aanbodzijde). Op basis van deze stand van zaken moeten een aantal maatregelen genomen worden die de kloof tussen arbeidsmarkt en opleiding overbruggen. Dit kan o.a. omvatten: initiëren van samenwerking tussen verschillende kennisinstellingen op het vlak van logistieke opleidingen, uitwisselingsprojecten tussen onderwijs en bedrijfsleven, ontwikkelen van transnationale curricula en uitwisseling van studenten in het Noordzeegebied, promotie en sensibilisering met betrekking tot de logistieke sector (zie maatregel 20 en zie thema ‘arbeidsmarkt en opleiding’, doelstelling 10 maatregelen 28 en 29) enz. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie als coördinator Betrokkenen RESOC’s, HOWEST, KHBO, KATHO, Syntra, VDAB, MBZ, APZI enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

89

4.4. Arbeidsmarkt en opleiding
4.4.1. Inleiding
Het thema ‘arbeidsmarkt en opleiding’ gaat in dit bestek in hoofdzaak over de vraag (werkgelegenheid en werkaanbiedingen) en het aanbod (werkende bevolking en werklozen) op de arbeidsmarkt en de relaties tussen beide. Belangrijk in deze relatie is de rol die het bedrijfsleven, het onderwijs en aanvullende opleidingen, en diverse andere instanties spelen.

4.4.2. Kern-SWOT
STERKTES • Hoge werkgelegenheidsgraad • Vlotte doorstroming van schoolverlaters naar arbeidsmarkt • Aantal unieke opleidingen, afstudeerrichtingen • Relatief hoog aandeel zelfstandigen • Ruim aanbod van permanente vorming OPPORTUNITEITEN • Verhoogde aandacht voor kansengroepen • Verhoogde aandacht voor competenties, loopbaanbegeleiding, stages • Verhoogde aandacht vanuit de reguliere economie voor sociale economie • Er worden meer middelen ter beschikking gesteld voor onderzoek en innovatie • Grensoverschrijdende samenwerking (met win-winsituatie) met het NoordFranse metropoolgebied en met Zeeuws-Vlaanderen (zowel op het vlak van arbeidsmarkt als op het vlak van onderwijs) ZWAKTES • Grote groep schoolverlaters zonder startkwalificatie • Gebrek aan onderzoek in bedrijven en instellingen • Laag aandeel hooggeschoolden in werkende bevolking • Arbeidsmarktsituatie niet in alle West-Vlaamse regio’s even gunstig (er zijn dus zwakke regio’s) • Structurele aanwezigheid van knelpuntberoepen/verkeerde opleidingskeuze BEDREIGINGEN • Dalende beroepsbevolking (door vergrijzing en ontgroening) kan arbeidsmarktkrapte doen toenemen • Hoge arbeidskost • Toenemende internationale concurrentie leidt tot toenemende afstoot van laaggeschoolde arbeid • Wijziging van het grensarbeiderstatuut biedt mogelijk een bedreiging voor de bedrijvigheid • Vergrijzing aan de kust met mogelijk tekorten op de arbeidsmarkt en specifiek in de quartaire sector

90

Strategische sterkten en zwakten:
1 2 3 4 5 6 Sterkte Zwakte Zwakte Sterkte Sterkte Zwakte Ruim aanbod van permanente vorming Grote groep kansengroepen/schoolverlaters zonder startkwalificatie Structurele aanwezigheid van knelpuntberoepen/verkeerde opleidingskeuze Vlotte doorstroming van schoolverlaters naar arbeidsmarkt Aantal unieke opleidingen, afstudeerrichtingen Gebrek aan onderzoek in bedrijven en instellingen

4.4.3. Strategische intentie
Beschikken over een kwalitatief hoogstaand en toekomstgericht onderwijs- en opleidingsaanbod, in relatie met een duurzame werkgelegenheid en een volwaardige arbeidsmarktparticipatie van iedereen Daarmee spelen we in op de uitdaging die geformuleerd wordt op het Vlaamse niveau. In de beleidsnota 2004-2009 ‘WERK’ van Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke, lezen we dat het ‘verhogen van de Vlaamse werkzaamheidsgraad door meer mensen aan het werk te helpen’ de belangrijkste uitdaging is voor het Vlaamse beleid in de komende jaren. Dit impliceert in eerste instantie dat de werklozen op een actieve manier en beter worden toegeleid naar werk. Tevens is het belangrijk om de werkenden ook aan het werk te houden. Je zou dit kunnen samenvatten als ‘betere banen, andere banen en langere banen’. Als Provincie willen we het beleid op Vlaams niveau, dat verder vorm krijgt op subregionaal (RESOC-) niveau, ondersteunen en in voorkomend geval complementaire maatregelen nemen. Wel merken we op dat de Provincie hier veeleer een volgend of aanvullend beleid zal voeren, gelet op de kerntaken van de andere niveaus en actoren.

Beleidsnota Economie 2007-2012

91

4.4.4. Doelstellingen en maatregelen
10. Er is een ruim aanbod van permanente vorming dat flexibel afgestemd is op de actuele behoeften van de diverse economische sectoren, de werkenden en werkzoekenden. Ondanks het sterke aanbod van permanente vorming in de provincie West-Vlaanderen, worden we nog steeds geconfronteerd met een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Ook in periodes waar er weinig krapte heerst op de arbeidsmarkt, hebben heel wat bedrijven moeite om hun vacatures ingevuld te krijgen. De belangrijkste oorzaak voor het bestaan van knelpuntfuncties in Vlaanderen is nog steeds de kwalitatieve kloof tussen vraag en aanbod. De kwalitatieve problemen hebben vooral te maken met gebrek aan ervaring, het ontbreken van de gevraagde kwalificaties of het gebrek aan bijkomende kennis en/of competenties. De analyse van de knelpuntberoepen laat toe om opleidingsbehoeften te detecteren en van hieruit nieuwe, arbeidsmarktgerichte opleidingen te organiseren die beter afgestemd zijn op de huidige noden van zowel werkgevers, werkenden als werkzoekenden. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.5. (977, 978, 979) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 5.1. – 6.2. – 6.3. - Oostende: 2.3. – 4.3. - 4.4. – 4.5. - Midden-W-Vl: 2.1. – 2.2. - Zuid-W-Vl: 3.8. – 3.9. – 3.10 - 5.14.

92

Maatregel 28: Bevorderen van de communicatie tussen aanbieders van permanente vorming en hoger onderwijs aan de ene kant en bedrijfsleven en sectoren aan de andere kant Beschrijving Er is momenteel onvoldoende aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (cf. knelpuntvacatures). Dit heeft o.m. te maken met de gebrekkige doorstroming van communicatie vanuit het bedrijfsleven naar de permanente vorming, de beperkte slagkracht van kmo’s, de nichegerichtheid van veel bedrijven (een lasser in het ene bedrijf heeft niet hetzelfde profiel nodig als in het ander bedrijf) en het mankeren in veel sectoren van een visie, en een strategie op middellange termijn. Er is dus nood aan een vlotte aansluiting bedrijfsleven/sectoren en permanente vorming, om sneller te kunnen inspelen op de noden van de industrie en samenleving (zowel op korte, middellange als lange termijn). De permanente vorming zal ook moeten inspelen op nieuwe toekomstige behoeften in bv. de welzijnssfeer, waarbij mogelijkheden gecreëerd worden voor tewerkstelling van kansengroepen. Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - stimuleren van samenwerkingsvormen tussen aanbieders van permanente vorming en hoger onderwijs door bv. de creatie van een overlegplatform vanuit de Provincie; - creëren van een platform voor kmo’s. Vermits een aantal sectoren op provinciaal niveau georganiseerd zijn, zou het nuttig zijn om op provinciaal niveau dergelijk platform te ontwikkelen. Vroeger bestond er een ‘platform permanente vorming’. Het toevoegen van de werkgeverszijde aan dit platform kan nuttig zijn om een vlottere doorstroming van de communicatie te bewerkstelligen zodat behoeften van het bedrijfsleven op het vlak van permanente vorming en trends op het vlak van tewerkstelling sneller duidelijk worden. Rol Provincie Trekkend of aanvullend, bv. als initiatiefnemer om verschillende partijen bij elkaar te brengen Betrokkenen Permanente vorming, hoger onderwijs, bedrijfsleven, RESOC/SERR, RTC enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

93

Maatregel 29: Ervoor zorgen dat opleidingsinstanties zoals Syntra West, Centrum voor Volwassenonderwijs, secundair en hoger onderwijs enz. flexibel (kunnen) inspelen op (acute) vragen van de bedrijven naar specifieke opleidingen Beschrijving Vanuit een snelwijzigende economische realiteit is er nood aan opleidingsinstanties die zich snel en flexibel kunnen aanpassen aan (acute) vragen vanuit het bedrijfsleven voor specifieke opleiding of opleidingen op maat. Ook het gewone onderwijs (secundair en hoger onderwijs) zou adequaat moeten kunnen inspelen op bepaalde vragen. Zo ondersteunt de Provincie al lang de opleidingen voor volwassenen via Syntra West. Het provinciaal reglement voor toelagen aan vormingscentra voor kmo’s kan in dit verband herbekeken worden. Rol Provincie Aanvullend in het algemeen; trekkend als initiatiefnemer om verschillende partijen bij elkaar te brengen Betrokkenen Permanente vorming, hoger onderwijs, bedrijfsleven, RESOC/SERR, RTC enz. Maatregel 30: Iedereen stimuleren om deel te nemen aan permanente vorming Beschrijving Met de steeds veranderende en snel evoluerende samenleving is het belangrijk dat iedereen ‘bijblijft’. Permanente vorming moet zich daarom richten tot alle bevolkingsgroepen: - ook tot lager geschoolden; - ook tot personen met een diploma van het beroepsonderwijs of technisch onderwijs; - ook tot ASO’ers zonder hoger diploma. Hierbij is er nood aan aangepaste trajecten, methodieken, vertraagde niveaus enz.

94

Deze maatregel bevat bv. sensibiliseringsacties. De Provincie zou een rol kunnen spelen als wordt ingegaan op specifieke West-Vlaamse knelpunten. Rol Provincie Aanvullend, ondersteunend op initiatieven op Vlaams niveau Betrokkenen Permanente vorming, RESOC/SERR enz. 11. Alle schoolverlaters uit West-Vlaanderen worden vlotter ingeschakeld in de arbeidsmarkt. Om de uitdaging ‘duurzame en volwaardige arbeidsmarktparticipatie van alle West-Vlamingen’ te bereiken is het belangrijk dat nieuwkomers op de arbeidsmarkt vlot worden ingeschakeld. Uit onze basisanalyse bleek dat in Vlaanderen de doorstroming van schoolverlaters naar de arbeidsmarkt het vlotst verloopt in West-Vlaanderen en dit voor alle studieniveaus. Toch zijn er ook binnen onze provincie een aantal opleidingen die weinig arbeidsmarktgericht zijn en die een minder vlotte doorstroming van schoolverlaters naar de arbeidsmarkt met zich meebrengen. Het is daarom belangrijk dat jongeren de juiste opleidingskeuze maken. Ten tweede is het van belang dat de opleidingen aangepast zijn aan de huidige noden van de economische sectoren. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.6.5. (980, 981), 17.3.1. (957), 17.5.1. (959) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 6.2. – 6.3. – 7.1. - Oostende: 4.3. – 4.4. - Midden-W-Vl: 2.2. - Zuid-W-Vl: 2.2. – 3.8. - 3.9.

Beleidsnota Economie 2007-2012

95

Maatregel 31: Stimuleren van bedrijven om stages, stageplaatsen en bedrijfservaring ter beschikking te stellen Beschrijving Stages vullen opleidingen aan met ervaring uit de realiteit. Leerlingen en/of studenten die een stage kunnen doorlopen, vergroten hun kansen op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven dient dan ook het engagement aan te gaan om voldoende kwalitatieve stageplaatsen ter beschikking te stellen. Ook voor deeltijds lerenden dienen voldoende werkervaringsplaatsen beschikbaar te zijn, om ook deeltijds lerenden interessante ervaringen te laten opdoen in de bedrijfswereld en op die manier ongekwalificeerde uitstroom te voorkomen (zie verder). Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - stages voor BSO, TSO; - stageplaatsen voor hoger/universitair onderwijs; - werkervaringsplaatsen voor deeltijds lerenden; - stageplaatsen voor leerkrachten; - faciliteren van buitenlandse stages voor studenten; - personen in lerarenopleiding laten kennis maken met het bedrijfsleven; - docent laten meelopen in eindprojecten laatstejaars. Belangrijk is dat de concrete acties die worden uitgewerkt rond deze maatregel worden afgestemd op de streekpacten van de diverse West-Vlaamse RESOC’s. Rol Provincie Trekkend als voorbeeldfunctie door zelf stageplaatsen ter beschikking te stellen; aanvullend of trekkend als coördinator of katalysator om bedrijven hun stageplaatsen bekend te laten maken binnen en buiten de provincie Betrokkenen Onderwijs, bedrijfswereld, RESOC/SERR, Syntra, RTC, Innovatiecentrum West-Vlaanderen enz.

96

Maatregel 32: De herwaardering van het imago van het technisch onderwijs ondersteunen Beschrijving Uit de analyse van de knelpuntberoepen door de VDAB blijkt dat de meest hardnekkige knelpunten worden gevonden bij beroepen waarvoor een stevige technische kennis vereist is of waarvoor de technische kennis gecombineerd moet worden met commerciele en/of administratieve vaardigheden. Er is een absoluut tekort aan schoolverlaters uit technische richtingen vanaf het niveau secundair technisch onderwijs van de derde graad. Ook stellen we vast dat het technisch onderwijs nog altijd te kampen heeft met een imagoprobleem en een cascadesysteem. Studiekeuzes moeten evenwel gebaseerd zijn op de aanleg en persoonlijke interesses van de jongere in kwestie. De herwaardering van het beroeps- en technisch secundair onderwijs, en ook van het deeltijds onderwijs is daarbij heel belangrijk. Het watervalsysteem dient een halt toegeroepen te worden. Dit vereist een mentaliteitswijziging bij alle betrokkenen (ouders, leerlingen, leerkrachten, media enz.). Heel wat pogingen in het verleden hebben niet het verhoopte resultaat gehad. Toch moet het beleid hier verder prioritair aandacht aan schenken. De acties ter herwaardering van het imago van het technisch onderwijs moeten niet enkel gericht zijn op het secundair onderwijs maar ook op het basisonderwijs en tevens op de ouders. Bijkomend kunnen acties uitgewerkt worden om ondernemerschap te stimuleren. Belangrijk is dat rond deze maatregel gewerkt wordt op lange termijn en dat er afstemming gebeurt met de acties die in de verschillende streekpacten van de RESOC’s worden geformuleerd. Bijvoorbeeld: - bundelen, coördineren van diverse projecten; - tonen van ‘best-practices’; - via gerichte campagnes een positief beeld geven van het technisch onderwijs en van ondernemerschap (werken op langere termijn).

Beleidsnota Economie 2007-2012

97

Rol Provincie Algemeen: aanvullend, ondersteunend op initiatieven van het Vlaamse of subregionale niveau; zo nodig trekkend als coördinator om binnen West-Vlaanderen afstemming te creëren Betrokkenen Onderwijs, VLAO, UNIZO, RESOC/SERR, het RTC, VOKA, bedrijfsleven, Pet Af, CLB’s, Syntra enz. Maatregel 33: Onderzoek voeren naar de instroom van jongeren naar West-Vlaanderen en specifiek onderzoek voeren naar de instroom van hoog opgeleiden Beschrijving Het is belangrijk om te weten op welke groep jongeren de provincie West-Vlaanderen in het algemeen en het West-Vlaamse bedrijfsleven in het bijzonder een aantrekkingskracht uitoefent. Enkele jaren geleden is een studie gemaakt over de migratie van West-Vlaamse jongeren. Bedoeling was de motieven van deze jongeren te achterhalen. Analoog zou het interessant zijn om na te gaan welke jongeren instromen op de arbeidsmarkt in West-Vlaanderen, voor welke beroepen zij dit doen en wat hun motivatie is. Ook de relatie met de aanwezigheid van een aantal unieke opleidingen in West-Vlaanderen moet nagegaan worden. Het onderzoek moet uitmonden in beleidsmatige voorstellen. Daarbij moet niet alleen gefocust worden op hooggeschoolden, maar ook op mensen met andere competenties. Rol Provincie Trekkend als coördinator en facilitator (financiële ondersteuning) Betrokkenen Onderzoeksinstanties, hoger onderwijs, RESOC/SERR enz.

98

12. Het aantal unieke opleidingen, afstudeerrichtingen in West-Vlaanderen, die het economisch weefsel in de provincie versterken, is verhoogd. Naar aanleiding van de resultaten van diverse onderzoeken met betrekking tot het hoger onderwijs in West-Vlaanderen, is de voorbije jaren een trend op gang gekomen waarbij het onderwijsaanbod aan de West-Vlaamse hogescholen en aan de KULAK stelselmatig wordt uitgebreid, voornamelijk met unieke opleidingen. Met het oog op het verhogen van de aantrekkingskracht van het hoger onderwijs in West-Vlaanderen (zowel naar jonge West-Vlamingen als naar jongeren elders in Vlaanderen) is het belangrijk dat deze trend wordt voortgezet. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.8.1. (984) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 6.1. - Oostende: - Midden-W-Vl: 2.2. - Zuid-W-Vl: 2.6. - 3.8. Maatregel 34: Streven naar het verhogen van het aantal unieke opleidingen, afstudeerrichtingen in West-Vlaanderen Beschrijving De Provincie moet blijven streven naar extra unieke opleidingen in West-Vlaanderen, in overeenstemming met de eigen sterkten en noden. Compententiegericht modulair onderwijs is hierbij eveneens aan de orde. De bedoeling hierbij is dat de aantrekkingskracht van West-Vlaanderen op jongeren vergroot zodat er sprake is van ‘braingain’. Deze maatregel bevat bv. de volgende acties: - herbekijken van het provinciaal reglement omtrent toelagen aan hogescholen voor nieuwe opleidingen; - voortbouwen op proefproject ‘Tertiair Short Cycle’.

Beleidsnota Economie 2007-2012

99

Rol Provincie - Trekkend: creëren van een politiek draagvlak via lobbywerk (zodat nieuwe opleidingen in de provincie opgestart mógen worden); - Aanvullend ondersteunend of faciliteren: de duurzaamheid van opleidingen met toekomst in West-Vlaanderen. Betrokkenen Hoger onderwijs, RESOC/SERR, West-Vlaamse parlementsleden enz. 13. Het aantal schoolverlaters zonder startkwalificatie is sterk gedaald. Het percentage jongeren dat de school verlaat zonder diploma van hoger secundair onderwijs is de laatste jaren gestegen. Nochtans is een diploma nog steeds cruciaal om vlot ingeschakeld te worden op de arbeidsmarkt. Personen zonder diploma hebben veel kans om later tot de groep van kansengroepen te gaan behoren. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.5. (982) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 7.1. - Oostende: 4.3. – 4.4. – 4.5. - Midden-W-Vl: 2.1. - Zuid-W-Vl: 3.10 – 4.11.

100

Maatregel 35: Beter leren kennen van de groep schoolverlaters zonder startkwalificaties en maatregelen uitwerken op maat van deze personen Beschrijving Vooraleer over te gaan tot acties is het belangrijk om de groep van schoolverlaters zonder startkwalificaties of kansengroepen in het algemeen beter te leren kennen (wie, wat, hoe, waarom?). Op die manier kunnen maatregelen uitgewerkt worden op maat van de persoon. Er dient onderzoek verricht te worden naar het profiel van de schoolverlaters zonder startkwalificatie (of ruimer naar de volledige groep van kansengroepen). Een aantal West-Vlaamse RESOC’s hebben plannen om op dit vlak onderzoek te verrichten (onder meer in samenwerking met de VDAB). Afstemming tussen de RESOC’s is noodzakelijk. Verder kan ook gedacht worden aan: - het onder de aandacht brengen van de resultaten; - het samenbrengen van instanties zodat bij de herscholing van kansengroepen in het algemeen en schoolverlaters zonder startkwalificaties in het bijzonder de bestaande opleidingscentra beter benut worden. Rol Provincie Trekkend of aanvullend: coördinerend of ondersteunend van bepaalde acties Betrokkenen RESOC/SERR, VDAB, onderzoeksinstanties, scholen enz. Maatregel 36: Acties ondersteunen die de valorisatie van competenties bevorderen Beschrijving Er is nood aan valorisatie en erkenning van via ervaring verworven talenten en vaardigheden zodat mensen nieuwe en/of betere kansen op werk krijgen. De volgende acties zijn hierbij nuttig:

Beleidsnota Economie 2007-2012

101

- onder de aandacht brengen van de nood aan erkenning van elders verworven competenties en aandringen op het sneller komen tot resultaten voor bepaalde sectoren; - ondersteunen van acties over jobcoaching, over nieuwe initiatieven in de sociale economie met het oog op duurzame tewerkstelling van kansengroepen, over evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, over randvoorwaarden zoals mobiliteit en kinderopvang enz.; - promotie van de sociale economie (zie ook werkgroep sociale economie). Rol Provincie Aanvullend of volgend; POM als eventuele organisator van het secretariaat van de werkgroep jobcoaching. Betrokkenen Scholen, RESOC/SERR, sectoren, SERV, VESOC, VDAB enz. 14. Vacatures worden vlotter ingevuld. Zoals besproken bij de eerste doelstelling, stellen we nog altijd vast dat, ondanks het grote aantal werkzoekenden, er nog heel wat vacatures zijn die heel moeilijk ingevuld worden. De rol van de Provincie is hier evenwel beperkt. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.5. (983) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 6.1. – 7.1. - Oostende: 4.5. - Midden-W-Vl: 2.1. - Zuid-W-Vl: 4.11.

102

Maatregel 37: Stimuleren van jongeren om de juiste opleidingskeuze te maken Beschrijving De volgende acties kunnen geformuleerd worden: - gerichte campagnes voeren (bv. via soaps) om bepaalde richtingen die leiden tot een knelpuntberoep aantrekkelijker te maken. Dit kan via (regionale) televisie, websites enz.; - studierichtingen afstemmen op de noden van de arbeidsmarkt; - ontwikkelen ‘reality check’. Jongeren moeten weten wat hen te wachten staat eens ze de stap op de arbeidsmarkt zetten, ze moeten zicht hebben op onder meer de arbeidsomstandigheden en op het nettoloon dat ze zullen ontvangen; - ontwikkelen van educatieve pakketten; - organiseren van jobdagen op bedrijventerreinen; - lobbywerk bij CLB’s zodat die bij aanbevelingen aan studenten ook rekening houden met specifieke noden van arbeidsmarkt. Rol Provincie Aanvullend of volgend, in complementariteit met initiatieven op Vlaams, (sub)regionaal of lokaal niveau Betrokkenen Onderwijs, RESOC/SERR, sociale partners, CLB enz. Maatregel 38: Stimuleren van de arbeidsmobiliteit van werkzoekenden Beschrijving De volgende acties kunnen geformuleerd worden: - ontwikkelen van faciliteiten om de arbeidsmobiliteit te bevorderen. Aandacht voor een betere ontsluiting van bepaalde delen van de provincie (bv. de Westhoek) met de rest van de provincie. Aandacht voor de motivatie van werkzoekenden; - onderzoek naar mogelijke synergie met Noord-Frankrijk en Henegouwen (bv. grensoverschrijdende jobbeurzen).

Beleidsnota Economie 2007-2012

103

Rol Provincie Aanvullend of volgend; lobbywerk bij openbare vervoersmaatschappijen en op Vlaams niveau Betrokkenen Openbare vervoersmaatschappijen (De Lijn, NMBS), RESOC/SERR, VDAB enz. 15. West-Vlaanderen telt een groter aantal unieke onderzoeks-/kenniscentra. In de rede van De heer Paul Breyne, Gouverneur van West-Vlaanderen, uitgesproken in de provincieraad van 5 oktober 20041, stelde hij dat het de uitdaging is van de instellingen van hoger onderwijs in de provincie om performante en relevante kenniscentra uit te bouwen:

‘Voor de KULAK en de hogescholen (HOWEST, KATHO, KHBO) ligt een belangrijke taak weggelegd. Zij moeten boven en behalve hun prioritaire taak van uitbouw van hoogwaardig onderzoek en onderwijs tevens als doorgeefluiken en hoogwaardige experts en begeleiders fungeren. Het betreft dan het marktrijp maken van eigen en elders ontwikkelde technologie binnen nieuwe bedrijven of dito afdelingen van bestaande bedrijven. Binnen de globale dimensie van productie en onderzoek en ontwikkeling zal West-Vlaanderen op lange termijn het meest gebaat zijn met enkele hightech hoogdrempelige centra. Hierbij moet speciale ruimte worden voorbehouden aan de laagdrempelige insteek, waardoor de lowtechbedrijven op basis van kennisinnovatie aan de bak kunnen komen. Van de bedrijven moet worden verwacht dat zij zich meer zullen richten op samenwerking bij de ontwikkeling zowel in horizontale zin (met leveranciers en klanten) als in verticale zin (met sectorgenoten). Meer dan ooit zal een mentaliteitswijziging noodzakelijk zijn om voldoende kritische massa aan kennis, kapitalen en mensen te mobiliseren.’
Deze doelstelling staat ook in relatie met de doelstelling over meer duurzaam en innovatief ondernemerschap bij het thema bedrijfsversterking. De rol van de Provincie situeert zich veeleer op het vlak van de creatie van omgevingsfactoren die ervoor zorgen dat een aantal zaken mogelijk worden. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.6.3. (974)
1 Innovatie in West-Vlaams perspectief (een actuele stand van zaken).

104

Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 3.1. - 5.2. - Oostende: 2.4. - Midden-W-Vl: 1.2. – 2.2. - Zuid-W-Vl: 2.3. – 3.10. – 4.13. Maatregel 39: Stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe kenniscentra en van de verspreiding van kennis Beschrijving Voor een aantal typisch West-Vlaamse sectoren zouden nieuwe kenniscentra ontwikkeld moeten worden. Bedrijven kunnen dan een beroep doen op die kenniscentra voor het ondersteunen van technologische innovatie, het oplossen van specifieke problemen, het uitvoeren van testen enz. Acties die in dit verband genoemd kunnen worden zijn: - hogescholen en universiteiten ondersteunen om aan wetenschappelijk onderzoek te doen; - creëren van het ruimtelijk kader dat mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van een kenniseconomie (zie thema ruimtelijke economie); - gerichte acties naar bedrijven om IWT-steun, innovatiecentrum enz. kenbaar te maken (zie ook thema bedrijfsversterking); - krachten bundelen om te komen tot een gerichte samenwerking tussen hogescholen, universiteiten, POM, innovatiecentrum enz. - voortzetting van het project ‘kennisvalorisatie op basis van afstudeerrichtingen’; - aantrekken van (post)doctorale onderzoekers. Rol Provincie Trekkend als coördinator of katalysator, aanvullend of volgend Betrokkenen RESOC/SERR, hoger/universitair onderwijs, innovatiecentrum, POM, POVLT, sectoren enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

105

4.5. Sociale economie
4.5.1. Inleiding
“Sociale Economie bestaat uit een verscheidenheid van bedrijven of initiatieven die in hun doelstellingen de realisatie van maatschappelijke meerwaarden vooropstellen en hierbij de volgende basisprincipes respecteren: voorrang van arbeid op kapitaal, democratische besluitvorming, maatschappelijke inbedding, transparantie, kwaliteit en duurzaamheid. Bijzondere aandacht gaat ook naar de kwaliteit van de interne en externe relaties. Zij brengen de goederen en diensten op de markt en zetten middelen economisch efficiënt in met de bedoeling continuïteit en rentabiliteit te verzekeren” (definitie VOSEC). Deze maatschappelijke meerwaarde kan bv. de volgende zaken inhouden: het tewerkstellen van kansengroepen (95 % van de gevallen), werken aan Noord-Zuidverhoudingen, milieuvriendelijkheid. Sociale economie is dus ruimer dan het tewerkstellen van kansengroepen (= sociale tewerkstelling of sociale inschakelingseconomie). In dit bestek beperken we ons enerzijds tot de sociale inschakelingseconomie, of dat onderdeel van de sociale economie dat specifiek het tewerkstellen van kansengroepen tot doel heeft, en de diensteneconomie. Deze tewerkstelling kan tijdelijk zijn – een tussenstap naar de reguliere economie – of een permanent karakter hebben. Beide hebben een sociale, maatschappelijke meerwaarde of een maatschappelijke rentabiliteit. De sociale inschakelingseconomie zien we én als een vangnet én als een toegangspoort tot het reguliere of normaal economisch circuit. Het inschakelen van kansengroepen hierin zien we eveneens als een onderdeel van dit actiedomein.

106

4.5.2. Kern-SWOT
STERKTES • Sterke overlegtraditie/-cultuur aanwezig in segmenten van de sociale economie • Sterk uitgebouwde structuur sociale inschakelingseconomie (SIE) met Startcentra Sociale Economie en diverse krachtige toeleiders voor kansengroepen naar het reguliere economische circuit • Opgang van de diensteneconomie vanuit de markt • Innovativiteit • Werk op (mensen)maat voor kwetsbare groepen OPPORTUNITEITEN • Vlaams regeerakkoord (decreten, Pact van Vilvoorde, meerbanenplannen …) en Federaal plan • Nieuwe noden en behoeften vanuit de markt (incl. social profit, ouderenzorg …) + grote vraag naar nieuwe diensten • Jobaanbiedingen voor laaggeschoolden (databank en VDAB) + West-Vlaanderen is een KMO-economie • Opmaken van sectorprotocol (belang van sectorfondsen) • Uitbesteden lokale besturen (vanuit een mvo-aandacht), diensten inkopen met een SE-toets ZWAKTES • Imagoprobleem sociale economie en kansengroepen (onder meer imago van onvoldoende kwaliteit) • Te veel verschillende begeleidingsinstanties stappen afzonderlijk op bedrijven af • Heel divers in haar aanbod en werkvormen • Zwakke ondersteuning bij aanwerving van werkzoekenden in REC • Te weinig mobiliserend BEDREIGINGEN • Delokalisatie naar lageloonlanden (door de loonkost) • Onduidelijkheid inzake opnemen regierol dienstenwerkgelegenheid / SE staat niet vaak op de agenda van de lokale besturen • Te sterke afhankelijkheid van de overheid (structureel kader gekoppeld aan financiering), overheid sterk dominant op het vlak van tewerkstelling van kansengroepen, sterk regulerend op basis van diploma’s • Geen motivering om kansengroepen aan te werven: kansengroepen worden als eerste ontslagen (in sectoren met dalende tewerkstelling sneuvelen eerst de laaggeschoolde jobs) • Werkloosheidsval + geringe motivatie van werkzoekenden

Strategische sterkten en zwakten:
Sterk uitgebouwde structuur sociale inschakelingseconomie (SIE) met Startcentra Sociale Economie en diverse krachtige toeleiders voor kansengroepen naar het reguliere economische circuit Zwakke ondersteuning bij aanwerving van werkzoekenden in REC Werk op (mensen)maat voor kwetsbare groepen Imagoprobleem sociale economie en kansengroepen (onder meer imago van onvoldoende kwaliteit) Opgang van de diensteneconomie vanuit de markt Sterke overlegtraditie/-cultuur aanwezig in segmenten van de sociale economie

1 2 3 4 5 6

Sterkte Zwakte Sterkte Zwakte Sterkte Sterkte

Beleidsnota Economie 2007-2012

107

4.5.3. Strategische intentie
Stimuleren van duurzame en kwalitatieve tewerkstelling voor kansengroepen op de arbeidsmarkt (zowel in het reguliere als in het niet-reguliere circuit) Het eindresultaat moet zijn dat kansengroepen in West-Vlaanderen niet meer oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheid. Verwijzend naar het Pact van Vilvoorde (22 november 2001) kunnen we volgende indicator als meetbaar eindpunt stellen: “In 2010 is de achterstand van vrouwen enerzijds, en van kansengroepen (onder meer allochtonen, arbeidsmarktgehandicapten, laaggeschoolden) anderzijds inzake deelname aan het arbeidsproces in belangrijke mate weggewerkt. Dit blijkt o.m. uit het feit dat zij niet langer oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheid.” Het spreekt voor zich dat deze indicator ook na 2010 (in 2012 – einde van de huidige provinciale legislatuur) nog actueel is en gemeten kan worden. Gezien het belangrijke beleid op andere niveaus en actoren met betrekking tot dit thema, zal het provinciaal beleid hier veeleer aanvullend of volgend zijn. Nieuwe initiatieven zullen steeds afgewogen moeten worden en een complementaire meerwaarde moeten bieden.

4.5.4. Doelstellingen en maatregelen
16. De sociale economie is in ruime kring gepromoot en gekend. De sociale economie kampt met een imagoprobleem. Bedrijven, lokale besturen, intermediairen, studenten enz. hebben vaak een verkeerde perceptie over het wezenlijke van de sociale economie. Er is wel degelijk sprake van een ‘Social Return On Investment’, maar wordt dit buiten de sociale economie ook zo gepercipieerd? Daarenboven is sociale economie heel divers in haar aanbod. Velen, zelfs actoren binnen de sociale economie, geraken er geen wijs meer uit. Het promoten en kenbaar maken van de Sociale Economie is daarom een belangrijke doelstelling. Onbekend is immers onbemind.

108

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.3.1. (954, 955, 956, 957), 17.5.1. (959), 17.9.1. (985) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 7.1. - Oostende: - Midden-W-Vl: 2.3. - Zuid-W-Vl: 4.11. – 4.13. Maatregel 40: Concreet kenbaar maken wat sociale economie inhoudt en teweeg brengt Beschrijving Het concreet kenbaar maken, het promoten en het communiceren over de sociale economie zorgen voor een versterkt imago en een breder draagvlak van de sociale economie. De sector sociale economie moet meer gemobiliseerd worden; wat Vlaams en federaal is naar het werkveld sociale economie in West-Vlaanderen halen. We moeten in West-Vlaanderen maximaal gebruik maken van de instrumenten en subsidies die er zijn. Deze maatregel omvat o.m. de volgende acties: - Verspreiding van publicaties/onderzoeksresultaten rond sociale economie (methodieken, instrumenten, niches op de arbeidsmarkt …), mee ondersteunen van economische fora inzake sociale economie enz. - De uitwerking van communicatiecampagnes voor deelluiken van de sociale economie. De Provincie kan de promotie ondersteunen en vooral ook de ‘regionale promotiewerking rond sociale economie’ overkoepelend aanzwengelen. De coördinatie en de zorg dat alle regio’s aan bod komen kan een taak van de Provincie zijn. - Jaarlijks terugkerende acties in de ‘Week van de sociale economie’ met telkens een andere focus inzake inhoudelijke thematiek en inzake doelgroep. - Good practices uit West-Vlaanderen bekend maken en laten doorsijpelen in de rest van Vlaanderen. Dit kan onder meer gebeuren door een regelmatige bundeling van deze good practices in een handboek dat mede door de Provincie West-Vlaanderen wordt verspreid naar diverse beleidsmakers, werkveld, middenveld enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

109

Rol Provincie Trekkend als coördinator, aanvullend als ondersteuning: dienst Economie en POM Betrokkenen Werkveld sociale economie, SERR, Innovatiecentrum West-Vlaanderen enz. Maatregel 41: Uitbouwen van een monitoringsysteem inzake sociale economie Beschrijving Het in kaart brengen van de plaats in en impact voor West-Vlaanderen van de sociale economie, de tewerkstelling (van kansengroepen) binnen de sociale economie in West-Vlaanderen, beleidslijnen enz. Deze maatregel omvat o.m. de volgende acties: - Jaarlijkse actualisering en publicatie van de studie “Tewerkstellingsinitiatieven voor kansengroepen in West-Vlaanderen”; - Jaarlijks in kaart brengen van de kwantitatieve groep kansengroepen voor de subregio’s binnen en voor West-Vlaanderen als geheel; - Onderzoek naar de kwalitatieve aspecten (competenties …) van de kansengroepen. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie en POM Betrokkenen VDAB, RESOC, SERR enz.

110

17. De sociale economie wordt in West-Vlaanderen op een professionele wijze gemanaged. Elke organisatie, groot of klein, winstgedreven of niet, lokaal of internationaal heeft nood aan goed management. Mensen doen samenwerken tot het bereiken van een gemeenschappelijk doel en dit binnen alle (financiële, wettelijke, maatschappelijke) beperkingen is nergens een eenvoudige zaak en vraagt veel inspanning, motivatie, energie en inzet. Dit is ook het geval voor de sociale economie in haar geheel. Binnen sociale-economie-ondernemingen moet het succesvol en duurzaam tewerkstellen van kansengroepen (de sociale doelstelling) gebeuren door middel van een duurzame economische activiteit. Hierbij moet winst nagestreefd worden om de continuïteit van de organisatie te kunnen waarborgen. De kansengroepen die worden (her)ingeschakeld via sociale economie bedrijven en/of lokale besturen hebben baat bij een goed management op het vlak van strategisch beleid van de organisatie, marketingbeleid, HR-beleid, financieel beleid enz. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.3. (972), 17.6.5. (977), 17.9.1. (985), 17.10.1. (986) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: - Oostende: 4.2. - Midden-W-Vl: 2.3. – 3.2. - Zuid-W-Vl: 4.11. – 4.13.

Beleidsnota Economie 2007-2012

111

Maatregel 42: Ondersteunen van de werking van de Startcentra Sociale Economie Beschrijving De West-Vlaamse Startcentra (Kanaal 127, De Werkhoek, De Kaap en Vaart!) moeten centraal staan in het sensibiliseren en begeleiden van ondernemingen én lokale besturen inzake tewerkstelling van kansengroepen en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zij zijn dan ook een belangrijke ondersteunende en aanzwengelende factor in een meer professionele sociale economie in hun regio. Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - positie en werking van de vier West-Vlaamse startcentra versterken door middel van uitvoering van het Provinciaal Reglement; - gezamenlijke acties inzake promotie van de West-Vlaamse startcentra opdat hun rol als aanspreekpunt sociale economie in hun regio meer bekend zou worden (www.west-vlaanderen.be/startcentra, gezamenlijke folder enz.); - deelname aan de Raden van Bestuur. Rol Provincie Trekkend en aanvullend: dienst Economie en POM Betrokkenen Startcentra Sociale Economie Maatregel 43: Stimulansen voorzien, drempels wegwerken voor gepaste en noodzakelijke opleidingen voor de sociale economie Beschrijving Stimulansen voorzien, drempels wegwerken zodat sociale economie bedrijven of organisaties vlugger de weg vinden naar en de mogelijkheden hebben tot het volgen van voor hen gepaste en noodzakelijke opleidingen.

112

Het is belangrijk hiervoor op twee sporen te werken. Eerst is het nodig de vele bestaande opleidingen in West-Vlaanderen een SE-toets of een MVO-toets mee te geven. Daarnaast moeten meer sociale-economie-organisaties de weg vinden naar een voortdurende en systematische kennisopbouw (levenslang leren). Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - een lager inschrijvingsbedrag voor SE-organisaties bij het volgen van een opleiding inzake managementtechnieken, bedrijfsbeheer, marketing, kwaliteitszorg enz.; - het aanbieden van specifieke opleidingen op maat voor bepaalde werkvormen binnen de sociale economie via een externe opleidingsinstantie of het organiseren van een mentor- of peterschapsproject voor bepaalde deelsectoren van de sociale economie. Rol Provincie Trekkend of aanvullend: dienst Economie of POM Betrokkenen verstrekkers van (ondernemers)opleidingen, onderwijswereld enz. Maatregel 44: Ondersteunen van de verdere uitbouw van de activiteiten en professionalisering van de bestaande initiatieven binnen de lokale diensteneconomie Beschrijving In de diensteneconomie combineert men tewerkstelling van (voornamelijk) kansengroepen met lokaal gebonden dienstverlening. In het voldoen aan nieuw ontstane noden op individueel (strijkateliers, poetshulp …) en collectief vlak (buurtwerking, organisatie van ontmoetingsmomenten, kinderopvang …) is er een heuse dynamiek aanwezig en zijn er ruime toekomstperspectieven. Heel wat buurt- en nabijheidsdiensten (BND) en dienstenchequebedrijven (al dan niet binnen of buiten de ‘sociale’ economie) worden opgericht. Hier is weliswaar nog een grote behoefte aan expertise, vorming (van zaakvoerders en personeel), overleg, begeleiding van hun personeel, ondersteuning, kwaliteitssturing (kwaliteit van de arbeid), bundeling van initiatieven enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

113

Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - lokale besturen kregen de rol van regisseur toebedeeld vanuit de Vlaamse overheid. De startcentra kunnen hen hier op het terrein ondersteunen. De taak van de Provincie is er zorg voor te dragen dat alle regio’s in West-Vlaanderen op een voldoende wijze ontsloten worden inzake lokale diensteneconomie. Zo nodig kan de Provincie hier een meer coördinerende rol opnemen, over de subregio’s heen; - ondersteunen van het West-Vlaams overleg van buurt- en nabijheiddiensten, het opgestarte vormingsaanbod in West-Vlaanderen in 2007 enz. en dit ten behoeve van de coördinatoren werkzaam binnen de projecten lokale diensteneconomie. Rol Provincie Aanvullend of volgend Betrokkenen Dienst Welzijn, Startcentra, Werk.Waardig, Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen, lokale besturen, HIVA, POM West-Vlaanderen, Innovatiecentrum West-Vlaanderen enz. Maatregel 45: Stimuleren van innovatie in beschutte en sociale werkplaatsen in West-Vlaanderen Beschrijving Beschutte en sociale werkplaatsen vormen samen de belangrijkste werkgever binnen de West-Vlaamse sociale inschakelingseconomie. De sector zit momenteel in volle evolutie en in een belangrijke overgangsfase. De beschutte werkplaatsen werden op Vlaams niveau sinds 1 april 2006 overgeheveld van het beleidsdomein Welzijn naar het beleidsdomein Sociale Economie. Er is een nieuw eenheidsdecreet in de maak waardoor beide meer op elkaar afgestemd zullen worden. Sinds oktober 2006 tot en met einde juni 2007 loopt een project ‘Innovatie in de sociale en beschutte werkplaatsen in de regio Westhoek – Oostende’. Dit project werd mede onder impuls van de POM, het Innovatiecentrum, het startcentrum sociale economie en de RESOC’s opgestart.

114

Deze maatregel omvat bv. de volgende mogelijke actie: het ondersteunen van een vervolgtraject ‘innovatie in de beschutte en sociale werkplaatsen voor heel West-Vlaanderen’ (complementair met het Vlaams goedgekeurde TIS-project inzake Thematische Innovatiestimulering in beschutte en sociale werkplaatsen). Rol Provincie Aanvullend (ondersteunend) Betrokkenen Innovatiecentrum West-Vlaanderen, POM, de RESOC’s, de beschutte en sociale werkplaatsen enz. Maatregel 46: Creëren van een gunstig voorwaardenscheppend en ondersteunend klimaat en provinciaal beleid ten aanzien van de sociale economie Beschrijving Om de sociale economie verder te laten groeien in West-Vlaanderen, is het belangrijk dat zij een provinciaal aanspreekpunt heeft, dat op diverse beleidsniveaus rekening gehouden wordt met de specifieke dynamiek van de sociale economie, dat ondersteunende, voorwaardenscheppende (provinciale) reglementen blijven bestaan. Binnen de Provincie West-Vlaanderen zitten er verspreid over een aantal diensten (dienst Welzijn, dienst Milieu, dienst Economie …) provinciale reglementen die elk een bepaalde werkvorm van de sociale economie op de één of andere manier subsidiëren. Deze diensten weten dit onvoldoende van elkaar en de betrokkenen onderhouden evenmin geregelde contacten onderling. Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - een aangepast provinciaal subsidiekader uitwerken ten behoeve van de sociale economie door samenvoeging en herwerking van een aantal bestaande provinciale reglementen verspreid over verscheidene diensten (dienst Economie, dienst Welzijn, dienst Milieu …); - zesmaandelijks overleg tussen de betrokkenen binnen de Provincie en de POM. Als uitgangspunt staat hier de disseminatie van de aanwezige kennis over sociale economie binnen de provincie voorop; - bij adviesvragen of nieuwe voorstellen van projecten door externe actoren waarbij het onderwerp zowel met sociale economie als welzijn te maken heeft, tussentijds met de betrokken diensten overleg plegen;

Beleidsnota Economie 2007-2012

115

- onder de aandacht brengen van sociale economie in de Interregwerking (uitwisseling met Nederland, Noord-Frankrijk …) als interessante piste voor kruisbestuiving, ervaringsuitwisseling, capaciteitsopbouw enz. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie en POM Betrokkenen Diensten Welzijn, MiNaWa, Externe Relaties enz. 18. Er is een vlotte samenwerkinssen de reguliere en sociale economie in West-Vlaanderen. De verschillende ondernemingen/organisaties binnen sociale economie (sociale en beschutte werkplaatsen, invoegbedrijven, werkervaringsprojecten, dienstenchequebedrijven …) zijn weinig bekend bij het brede publiek en zeker niet bij de reguliere bedrijven. Deze onbekendheid betekent echter eveneens dat veel bedrijven geen idee hebben van de economische activiteiten die binnen de sociale economie voltrokken worden. Hierdoor blijft een mogelijk commercieel partnership en economische samenwerking tussen een gewoon bedrijf en een organisatie uit de sociale economie vaak achterwege. Ditzelfde geldt eveneens voor de Vlaamse overheden die onvoldoende vertrouwd zijn met de eigenlijke economische activiteit binnen de sociale economie. Daarenboven is de perceptie die beide van elkaar hebben voor verbetering vatbaar. Ook de toeleiding van kansengroepen naar het reguliere economische circuit verloopt niet vanzelfsprekend. Meer economische samenwerking en overleg tussen beide zal niet alleen zorgen voor een correcter beeld (cf. eerste doelstelling), maar zal ook leiden tot capaciteitsopbouw in diverse domeinen (strategie, management, personeelsbeleid …). Samenwerking tussen bedrijven in de sociale economie en bedrijven in de reguliere economie moet gebeuren vanuit een win-winsituatie. Op termijn moet het een evidentie zijn dat er onderling op een professionele manier samengewerkt kan worden. Gelet op de toenemende vergrijzing en de dalende beroepsbevolking kan tewerkstelling in de social profit sector aangemoedigd worden. Via het opzetten van een overlegplatform kunnen opportuniteiten tot samenwerking in deze sector met de sector sociale economie bekeken worden (tewerkstelling van bv. langdurig werkloze vrouwen die zorgtaken wensen op te nemen enz.).

116

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17. 3.1. (957), 17.6.5. (977), 17.9.1. (985) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: - Oostende: 4.2. - Midden-W-Vl: - Zuid-W-Vl: 4.13. Maatregel 47: Bekijken van de mogelijkheden om een ‘Connect West-Vlaanderen’ op te starten (naar het voorbeeld van Connect Oost-Vlaanderen) Beschrijving De verschillende initiatieven binnen de sociale economie (sociale en beschutte werkplaatsen, invoegbedrijven, werkervaringsprojecten, dienstenchequebedrijven …) zijn weinig bekend bij het brede publiek en zeker niet bij de reguliere, particuliere bedrijven. Deze onbekendheid betekent eveneens dat veel bedrijven geen idee hebben van de activiteiten die binnen de sociale economie voltrokken worden. Hierdoor blijft een mogelijk partnership en samenwerking tussen een gewoon bedrijf en een organisatie vaak achterwege. Bovenstaande maatregel beoogt de uitwisseling en dialoog tussen de sociale en reguliere economie, om in de eerste plaats de sociale economie te positioneren als partner voor bedrijven uit de reguliere economie. Bedoeling is de sociale en reguliere economie met elkaar in contact te brengen en een duurzame brug te bouwen tussen beide onontbeerlijke luiken van onze economische realiteit. Deze maatregel kan volgende acties inhouden: - de uitwerking van een handig en bruikbaar instrument om sociale economie in West-Vlaanderen in kaart te brengen en in contact te brengen met zowel reguliere bedrijven, overheden als consumenten; - het mee ondersteunen van ervaringsuitwisseling van sociale economie bedrijven en het regulier economische circuit inzake HR-beleid (opleiden, begeleiden en motiveren van kansengroepen …).

Beleidsnota Economie 2007-2012

117

Rol Provincie Trekkend als katalysator, aanvullend als ondersteuning: dienst Economie en POM Betrokkenen Startcentra Sociale Economie, RESOC’s, werkgeversfederaties, Welzijnsconsortium Zuid-West-Vlaanderen (EQUAL-project Werk.Waardig), Connect Oost-Vlaanderen, Innovatiecentrum West-Vlaanderen enz. Maatregel 48: Bevorderen en ondersteunen van integratie van kansengroepen in het reguliere economische circuit Beschrijving Diversiteit op de werkvloer is een belangrijk thema. Een bedrijf moet een weerspiegeling zijn van de maatschappij. Niet alleen het zoeken naar nieuwe niches voor tewerkstelling van kansengroepen in het reguliere circuit is belangrijk, maar ook een betere toeleiding, integratie en begeleiding van de kansengroepen in het bedrijf zijn hier van belang (voornamelijk SERR-taken). Deze maatregel omvat bv. de volgende acties: - ondersteuning bieden aan de promotie binnen West-Vlaanderen van begeleidingsinstrumenten zoals bv. jobcoaching. De POM verzorgt momenteel het secretariaat van de werkgroep jobcoaching en moet hiervan op relatief korte termijn (zomer 2008) een evaluatierapport van de werkgroep opmaken; - mee ondersteunen en uitwerken van mogelijke sectorprotocols (bv. in de groensector, strijkwinkels … ). Voorbeelden van andere provincies kunnen inspirerend werken. Rol Provincie Aanvullend of volgend: POM Betrokkenen Dienst Economie, dienst Welzijn, Provinciale werkgroep Jobcoaching, Sectorfondsen enz.

118

4.6. Bedrijfsversterking
4.6.1. Inleiding
Met bedrijfsversterking in ruime zin kunnen alle activiteiten beschouwd worden die het bedrijfsleven ten goede komen. Aangezien heel wat doelstellingen en maatregelen van de vorige thema’s daar onder vallen, wordt aan het thema bedrijfsversterking hier een specifiekere invulling gegeven. Met dit thema worden de activiteiten bedoeld die zowel ten goede komen aan het ondernemerschap en de bedrijfsvoering als aan de omgevingsfactoren. In deze zin is in dit thema een zeer sterke combinatie tussen economische bedrijvigheid, innovatie en duurzame ontwikkeling aan de orde. In veel gevallen gaat het om activiteiten waar de bedrijfswereld rechtstreeks sterk bij betrokken moet worden. Bij dit thema sluiten ook bepaalde delen van de taken van de POM nauw aan. Ze worden volgens het POM-decreet van 7 mei 2004 als volgt omschreven: projecten gericht op de versterking van de infrastructuur tot vestiging van het bedrijfsleven en ontwikkeling van de ruimtelijk-economische infrastructuur; projecten gericht op een bedrijfsversterkend resultaat; de medewerking aan projecten tot efficiënte aanwending van de bedrijfsinfrastructuur, zoals brownfieldprojecten. In de memorie van toelichting van dat decreet worden in dit verband zonder beperkend te zijn onder andere de volgende zaken vermeld: bedrijvencentra, innovatie- en incubatiecentra, doorgangsgebouwen of multifunctionele gebouwen, transportzones; innovatieondersteunende projecten, pro-actieve milieubevorderende projecten, kwaliteitsoptimaliserende projecten, de actieve betrokkenheid in een organisatie die buitenlandse investeringen aantrekt, projecten die de economische poorten versterken of die een specifieke problematiek aanpakken. Een groot deel van deze zaken wordt hier opgenomen, andere zaken kwamen bij de thema’s ruimtelijke economie en transport-distributie-logistiek aan bod.

4.6.2. Kern-SWOT
Zelfs al wordt het thema bedrijfsversterking beperkt zoals hierboven beschreven, dan nog kan het aantal onderwerpen van dit thema zeer talrijk zijn. Om die reden werd met behulp van het Ishikawa-model een poging ondernomen om tot oorzaak-gevolgrelaties te komen en zodoende de focus te bepalen. Doordat in de periode van deze oefening ook de beheersovereenkomst met de POM en de doelstellingen en acties voor het provinciaal beleid bepaald werden, werd uiteindelijk afgezien van de methodologie die bij de andere thema’s wel gehanteerd werd. Daardoor is geen SWOT opgemaakt om tot de doelstellingen en maatregelen te komen. De invulling

Beleidsnota Economie 2007-2012

119

van de algemene provinciale doelstellingen, de beheersovereenkomst met de POM en overige inzichten van de dienst Economie zijn bepalend geweest voor de volgende strategische intentie, doelstellingen en maatregelen (zie ook: 1.2. Proces).

4.6.3. Strategische intentie
Versterken van de West-Vlaamse economie met meer duurzame ontwikkelingen en innovatie in het bedrijfsleven, in nauwe afstemming met de betrokkenen De versterking van de economie, deze verder verduurzamen op alle vlakken en innovatie in de brede betekenis van het woord stimuleren, is een brede doelstelling. Naast de taakstelling voor de POM zijn er in relatie met dit thema heel wat overheidsinstanties, sociale partners zoals beroepsfederaties, andere verenigingen en private ondernemingen actief. Er moet nauwlettend rekening gehouden worden met de kerntaken van bepaalde dienstverlenende instanties. Enkele voorbeelden: - Innovatiecentrum West-Vlaanderen, IWT en Innovatienetwerk: dienstverlening op het vlak van innovatie (advies, audit, strategie, subsidies) en technologie; - Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO): promotie en ondersteuning van het ondernemerschap, eerstelijnsadvies en begeleiding over alle ondernemingsvragen; - Vlaams Agentschap Internationaal Ondernemen (VLAIO of FIT): ondersteuning bedrijven op het vlak van internationale en exportgerichte activiteiten en promotie van buitenlandse investeringen in Vlaanderen; - Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO): technologisch en wetenschappelijk onderbouwd advies en ondersteuning om duurzame ontwikkeling te stimuleren en het economisch en maatschappelijk weefsel in Vlaanderen te versterken; - Werkgeversfederaties (bv. UNIZO, VKW, VOKA): dienstverlening op het vlak van startersbegeleiding, netwerking tussen bedrijven, belangenbehartiging, advies aan individuele ondernemingen, peterschapsprojecten enz. ; - Werknemersfederaties: dienstverlening aan de werknemers; - Leiedal en wvi: ontwikkeling, verkoop en beheer van bedrijventerreinen; - Daarnaast zijn er nog tal van andere organisaties die op één of ander vlak over expertise en dienstverlening beschikken in relatie met het thema bedrijfsversterking (bv. Agoria, Confederatie Bouw, In-Ham, Fedichem/Essenscia, Flanders’ Food, OVAM, POVLT, instellingen hoger onderwijs, Innovatie- en Incubatiecentrum Kortrijk, Vlaams Kunststoffencentrum, Greenbridge Incubator, Kenniscentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen enz.).

120

Als het onderwerp van een doelstelling of maatregel van dit thema nauw aansluit bij een kerntaak van een van deze organisaties, dan moet deze organisatie sterk betrokken worden bij het provinciale initiatief. Initiatieven van de dienst Economie en van de POM zullen zich in eerste instantie richten op groepen van bedrijven, hetzij thematisch, hetzij gebiedsgericht. Deze provinciale bedrijfsversterkende projecten overstijgen het eerstelijnsadvies of individuele bedrijfsbegeleiding, wat immers een taakstelling voor het Vlaamse niveau is. De provinciale initiatieven zijn niet individueel vraaggestuurd, maar spelen in op een algemene behoefte of zijn gebaseerd op een langetermijnvisie over streekontwikkeling. Bedrijfseconomische belangen moeten daarbij zorgvuldig afgewogen worden ten opzichte van het provinciaal economisch belang en het algemeen belang. Gezien de vele spelers op dit terrein rijst de vraag of de Provincie en haar POM zich op dit terrein niet meer moeten focussen op een bepaald facet om zo hun rol als kennispartner en regiobestuur volwaardig te kunnen spelen en echte meerwaarde te creëren. Zo staat het bijdragen aan het oplossen van de klimaatsproblematiek sterk in relatie met dit thema en zou in de toekomst een sterke focus op duurzame of alternatieve energie gelegd kunnen worden. Dit sluit ook aan bij diverse kenmerken en sterktes van onze provincie zoals de ligging aan zee, de landbouwprovincie bij uitstek, de sterke industriële basis en enkele toonaangevende bedrijven in de energiesector. Nader onderzoek en overleg is nodig om hiertoe te besluiten. Probleemsituaties of aandachtspunten voor de doelgroep bedrijven die vanuit andere provinciale beleidsdomeinen gedetecteerd worden, passen in veel gevallen eveneens in dit thema (bv. in verband met milieu, ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit).

4.6.4. Doelstellingen en maatregelen
19. De internationalisering van de West-Vlaamse economie is significant verbeterd. De ambitie is om de plaats van de West-Vlaamse economie in de globale economie te versterken. Dit moet leiden tot meer inwaartse en uitwaartse investeringen, wat in de meeste gevallen ten goede komt aan de innovatie en verbetering (bv. toename toegevoegde waarde) van de eigen economie. De positionering en promotie van de provincie West-Vlaanderen dient door diverse belanghebbenden op eenzelfde manier te gebeuren.

Beleidsnota Economie 2007-2012

121

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstellingen 17.2.1. (951) en 17.6.1. (966). Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 3.3. - Oostende: 2.3. - Midden-W-Vl: - Zuid-W-Vl: Maatregel 49: Promoten van de provincie als economische aantrekkelijke regio om te investeren Beschrijving De provincie moet op een uniforme manier gepromoot worden als een economisch aantrekkelijke regio om in te investeren. - In 2003 startte de algemene regiomarketingcampagne van de Provincie West-Vlaanderen. Als vervolg hierop werd specifiek voor het economische luik in 2005 en 2006 door de dienst Economie een promotiemiddel over economisch West-Vlaanderen ontwikkeld. Dit bestaat uit een cd-rom waarop een film, troeven van West-Vlaanderen en socaaleconomische informatie en statistische data voorkomen, zowel over ondernemend West-Vlaanderen in het algemeen als over West-Poort in het bijzonder. Op een plooifolder werd een selectie van de informatie van deze cd-rom gegeven. De bedrijven en bepaalde organisaties beschouwen dit als waardevolle middelen die ze in hun internationale relaties gebruiken. Om deze reden is een actualisering en een nieuwe verdeling van dit promotiemiddel wenselijk. - De POM staat in voor het aantrekken van (buitenlandse) ondernemingen naar West-Vlaanderen. Het is wenselijk dat hiervoor een gedragen prioriteitenplan gemaakt wordt, in samenwerking met belanghebbende actoren zoals VLAIO, VLAO, terreinbeheerders en de Provincie. Rol Provincie - Dienst Economie trekkend als organisator en coördinator, specifiek voor wat betreft het algemene promotiemiddel van economisch West-Vlaanderen;

122

- POM trekkend voor het specifiek aantrekken van investeringen in West-Vlaanderen, in afspraak met belanghebbende actoren. Betrokkenen VLAIO (FIT), VLAO, West-Poort partners, POM, beroepsfederaties, terreinbeheerders en andere organisaties. Maatregel 50: Participeren aan of ondersteunen van (West-)Vlaamse missies en deelname aan Europese projecten ter versterking van het provinciaal economisch belang Beschrijving Het provinciaal grensoverschrijdend beleid, bepaalde Europese projecten, provinciale missies naar buitenlandse regio’s en buitenlandse missies naar West-Vlaanderen, dienen vanuit het beleidsdomein economie ondersteund te worden. Zowel de dienst Economie als de POM kunnen hierin een rol spelen. Globaal beschouwd is tussen deze beide instanties de volgende verdeling te maken: - de dienst Economie staat in voor de voorstelling van economisch West-Vlaanderen in het algemeen (feiten en cijfers, algemene promotie), veeleer vanuit een beleidsbegeleidende rol, of neemt deel vanuit een beleidsvoorbereidende invalshoek, bv. als onderzoek of visievorming (vooral ruimtelijk-economisch) sterk aan de orde is; - de POM treedt op als het om specifieke of thematische missies of projecten gaat, bv. concreet gericht op een sector of cluster van ondernemingen. Rol Provincie Trekkend of aanvullend: dienst Economie en POM Betrokkenen Dienst Externe Relaties, VLAIO (FIT), werkgeversfederaties, beroepsfederaties enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

123

Maatregel 51: Het ondersteunen van (het netwerk van) internationaliserende bedrijven Beschrijving Diverse werkgeversfederaties en andere organisaties (bv. VLAIO/FIT) ondersteunen het internationaliseren van de bedrijven. Zo bestaan er diverse netwerken en fora voor bedrijven die grensoverschrijdend of internationaal willen opereren. De dienst Economie en de POM kunnen deze netwerken gericht ondersteunen waar nodig, vergelijkbaar met de voorgaande maatregel. De POM staat eveneens mee in voor het aantrekken van ondernemingen naar West-Vlaanderen. Rol Provincie Aanvullend of volgend: dienst Economie en POM Betrokkenen VLAIO (FIT), werkgeversfederaties enz. Maatregel 52: Selecteren van ruimtelijk-economische infrastructuur t.b.v. investeringen door exogene ondernemingen Beschrijving De Provincie heeft behoefte aan een meer doordacht aanbod van gedifferentieerde ruimte voor ondernemerschap (zie ook volgende doelstelling). Binnen het strategisch locatiebeleid dienen een aantal zones voorgesteld te worden om gericht (buitenlandse) investeringen aan te trekken (zie ook: ruimtelijke economie, 2e doelstelling, 1e maatregel; transport-distributie-logistiek, 1e doelstelling, 2e maatregel en 2e doelstelling, 1e en 2e maatregel). Over deze zones dient een promotiemiddel opgebouwd te worden dat door diverse actoren gebruikt kan worden in het kader van een gemeenschappelijk actief acquisitiebeleid. Rol Provincie Trekkend: dienst Economie en POM

124

Betrokkenen Terreinbeheerders (Leiedal, wvi, havenbesturen), VLAO, VLAIO (FIT), DRuM, gemeenten 20. West-Vlaanderen beschikt over een meer doordacht aanbod van gedifferentieerde ruimte voor ondernemerschap. Deze doelstelling staat nauw in verband met doelstellingen geformuleerd bij de strategie over ruimtelijke economie. Hier wordt het begrip ‘ruimte’ evenwel vernauwd tot gebouweninfrastructuur; voor bedrijventerreinen verwijzen we naar het thema ruimtelijke economie en transport-distributie-logistiek. Wat de startcentra sociale economie betreft: zie thema sociale economie. West-Vlaanderen beschikt over een vrij evenwichtig verspreid aanbod van zogenaamde ‘bedrijfsonthaalinfrastructuur’: bedrijvencentra, doorgangsgebouwen, incubatiecentra Kortrijk en Oostende, Ondernemerscentrum Kortrijk. In de ontwikkeling en het medebeheer hiervan heeft de POM een belangrijke rol te spelen (cf. POM-decreet). Aan de andere kant zijn er ook elders op de private markt bedrijfsgebouwen beschikbaar (bv. loodsen of kantoren, te koop of te huur) of komt er leegstand voor die niet aangeboden wordt. Tot op heden ontbreekt een totaaloverzicht van het aanbod en de vraag. Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.1. (964) Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 2.2. - Oostende: 3.1. - Midden-W-Vl: - Zuid-W-Vl: 1.1. – 2.7.

Beleidsnota Economie 2007-2012

125

Maatregel 53: In een kwalitatief aanbod van bedrijfsonthaalinfrastructuur voorzien Beschrijving Met de bestaande bedrijfsonthaalinfrastructuur wordt hier de verzameling van bedrijvencentra en doorgangsgebouwen bedoeld. De vraag rijst of het bestaande aanbod van bedrijfsonthaalinfrastructuur overeenstemt met de huidige noden van het ondernemerschap. De meeste bedrijvencentra en doorgangsgebouwen dateren immers van de jaren tachtig. In de Westhoek is momenteel een proefonderzoek aan de gang dat de vraag naar en het aanbod van ruimte voor startende ondernemingen in kaart brengt. De POM en andere actoren verlenen hier hun medewerking aan. Het is wenselijk dat ook elders in de provincie dergelijk onderzoek gebeurt en dat het aanbod van leegstaande bedrijfsgebouwen in kaart wordt gebracht. Los daarvan zal de POM initiatief nemen of medewerking verlenen aan het (verder) renoveren van bestaande bedrijvencentra en doorgangsgebouwen, en het oprichten van nieuwe dergelijke gebouwen. De mogelijkheden tot samenwerking of samenvloeiing van bedrijvencentra en doorgangsgebouwen worden nagegaan. Rol Provincie Trekkend en aanvullend: POM Betrokkenen VLAO, Leiedal en wvi, gemeenten, aanbieders van bedrijfsruimte, beroepsfederaties enz. 21. Er is meer duurzaam en innovatief ondernemerschap aanwezig. Duurzame ontwikkeling als sleutel tot kwaliteit, en innovatie als sleutel tot het creëren van meerwaarde zijn noodzakelijk om tot een succesvolle bedrijfsvoering te komen. Voor de Provincie en haar POM ligt de focus op het nemen van initiatieven die samenwerking tussen bedrijven thematisch of gebiedsgericht bevorderen en waar ook de omgevingskwaliteit beter van wordt. Voor dergelijke initiatieven met betrekking tot het thema transport-distributie-logistiek verwijzen we naar de strategie van het gelijknamige thema.

126

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.3. (972, 973, 974). Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 2.1. – 3.1. – 3.2. – 3.3. – 3.4. - Oostende: 1.1. – 2.3. – 2.4. – 2.6. – 3.2. - Midden-W-Vl: 1.2. – 1.5. – 1.6. – 1.7. - Zuid-W-Vl: 1.1. – 2.2. – 2.3. – 2.7. – 6.16. Maatregel 54: Meer interbedrijfssamenwerking realiseren Beschrijving Om gelijkaardige problemen op te lossen en bedrijfsversterkende resultaten te boeken worden gerichte projectinitiatieven genomen voor groepen van bedrijven, hetzij sectoraal (clustervorming), hetzij gebiedsgericht (bv. op bedrijventerreinen), rekening houdend met bestaande circuits. Overlapping of een waterval van initiatieven bij altijd dezelfde bedrijven moet vermeden worden. Specifieke aandacht voor kleinere bedrijven is eveneens aangewezen. Tevens moet vooral ingegaan worden op bepaalde uitdagingen die door de andere provinciale diensten naar voren worden geschoven, bv. op het vlak van milieu, mobiliteit, en ruimtelijke kwaliteit. Gebiedsgericht kunnen relaties tussen diverse sectoren (bv. landbouw, landbouwverwerkende industrie, andere procesindustrie, dienstverlening) in bepaalde projecten geïnitieerd of geoptimaliseerd worden. De vraag rijst of de Provincie en haar POM niet moeten focussen op een beperkt aantal facetten om zo een nog sterkere meerwaarde te kunnen creëren in de thema’s energie en water, de ondersteuning van de oprichting van werkgeversverbanden, initiatieven buiten bedrijventerreinen. Overleg en afspraken met de terreinbeheerders, diverse provinciale diensten en andere organisaties zijn hierover noodzakelijk. Rol Provincie Trekkend: POM (projectmatig uitvoerend) of dienst Economie (beleidsvoorbereidend)

Beleidsnota Economie 2007-2012

127

Betrokkenen Diensten MiNaWa, Vergunningen, DRuM, POVLT, Innovatiecentrum West-Vlaanderen, VLAO, Vlaamse administraties of agentschappen enz.

Maatregel 55: Meer proefprojecten realiseren bij individuele bedrijven op een selectief aantal thema’s Beschrijving Sterk vergelijkbaar met de vorige maatregel kan ook meegewerkt worden aan een aantal individuele bedrijfsinitiatieven en kan de communicatie over goede voorbeelden ondersteund worden. Dit komt in het vaarwater van individuele bedrijfsbegeleiding (zie ook uitleg bij de strategische intentie). Er moet daarom gefocust worden op een selectief aantal thema’s (zie ook vorige maatregel), in overleg met andere diensten en instanties. Een voorbeeld van een communicatiemiddel in het verleden en op vandaag is de brochure ‘kwaliteitsvolle bedrijfsgebouwen’ (dienst Economie). De POM gaat na of een platform en website duurzaam ondernemen nodig is en het instrument milieucharter of duurzaamheidscharter wordt geëvalueerd. Rol Provincie Trekkend: POM (projectmatig uitvoerend) of dienst Economie (beleidsvoorbereidend) Betrokkenen Diensten MiNaWa, Vergunningen, DRuM, POVLT, Innovatiecentrum West-Vlaanderen, VLAO, Vlaamse administraties of agentschappen enz.

128

Maatregel 56: Een groter aantal unieke onderzoekscentra, kenniscentra of competentiepolen realiseren Beschrijving Ondersteunen van bestaande en stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe onderzoekscentra, kenniscentra of competentiepolen is noodzakelijk om een economische dynamiek te behouden. In de diverse streekpacten worden mogelijkheden genoemd waarvan de haalbaarheid onderzocht moet worden of waarvan de uitwerking moet gebeuren. Zo valt er bv. te denken aan een kenniscentrum logistiek en een kenniscentrum agrovoeding/ groenteverwerking. Deze maatregel staat ook in relatie met de maatregelen 11 en 15 van het thema ruimtelijke economie en met de maatregel 39 van het thema arbeidsmarkt en opleiding. Rol Provincie Trekkend of aanvullend: dienst Economie en POM Betrokkenen VLAO, Innovatiecentrum West-Vlaanderen, beroepsfederaties, bestaande kenniscentra enz. 22. Het ondernemerschap is versterkt. De graad van ondernemerschap van een regio beïnvloedt in belangrijke mate de economische welvaart ervan. Nieuwe en groeiende bedrijven verhogen de innovatiecapaciteit van een economie, spelen flexibeler in op marktvragen en scheppen nieuwe banen. Het ondernemerschap moet dus verder bevorderd worden. Het Vlaamse niveau ziet dit voor zichzelf als een belangrijke kerntaak. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor het VLAO dat het ondernemerschap ondersteunt, gaande van sensibilisering over eerstelijnsadvies tot accountmangement en specifieke opdrachten en taken. De Provincie kan aanvullend een selectief aantal initiatieven nemen of ondersteunen om op West-Vlaams niveau het ondernemerschap te helpen versterken.

Beleidsnota Economie 2007-2012

129

Relatie met het meerjarenplan 2007-2012 Provincie West-Vlaanderen: doelstelling 17.6.4. (975, 976). Relatie met de streekpacten van de RESOC’s: - Brugge: 3.4. - Oostende: 2.3. - Midden-W-Vl: 1.2. - Zuid-W-Vl: 2.2. Maatregel 57: Een hoger aantal startende ondernemingen verkrijgen door het ondernemerschap te stimuleren in het onderwijs Beschrijving Het stimuleren van ondernemerschap vanaf jonge leeftijd is nuttig om tot een creatieve economie en samenleving te komen: jong geleerd is oud gedaan. De Provincie kan hier nieuwe initiatieven nemen, complementair aan wat op Vlaams niveau ontwikkeld wordt, of bepaalde bestaande initiatieven ondersteunen die zich op bovenlokaal niveau voordoen. Voorbeelden hiervan zijn het ondersteunen van initiatieven voor diverse leeftijdsklassen zoals ‘kid@bizz’, opmaken van een ondernemerskoffer, oprichten van ‘mini-ondernemingen’ en ‘Small Business Projects’. Rol Provincie Aanvullend of volgend: dienst Economie Betrokkenen VLAJO, CEGO, onderwijs, werkgeversfederaties enz.

130

Maatregel 58: Het imago van het ondernemerschap helpen vergroten door selectief een aantal evenementen te ondersteunen Beschrijving De ondernemer vervult een belangrijke maatschappelijke rol. Zowel zelfstandigen, kleine en middelgrote ondernemingen als multinationals zijn noodzakelijk in het economisch en maatschappelijk weefsel. Snelgroeiende bedrijven zijn veelal dragers van innovatie en hebben een voorbeeldfunctie voor andere ondernemingen. Het imago van het ondernemerschap kan versterkt worden door bepaalde evenementen. De Provincie kan gericht een aantal initiatieven ondersteunen die van provinciaal belang zijn, zoals bv. de ‘Dag van de klant’, ‘Met belgerinkel naar de winkel’ en ‘Trends Gazellen’. Rol Provincie Aanvullend of volgend: dienst Economie en POM Betrokkenen Werkgeversverenigingen enz.

Beleidsnota Economie 2007-2012

131

132

5

uitleiding

Met deze beleidsnota wordt het meerjarenplan van de Provincie West-Vlaanderen op het vlak van economie (s.s.) verder ingevuld. Dit document toont op welke manier de Provincie vanuit het beleidsdomein economie een rol wenst te spelen in het sociaaleconomische werkveld. Deze beleidsnota vormt een belangrijke schakel in de beleidscyclus. De diverse doelstellingen en concrete maatregelen zullen in de nabije toekomst uitgevoerd worden, waarbij jaarlijks via de beleidsnota’s bij het budget de desbetreffende acties zullen worden opgenomen. Op die manier zullen jaarlijks prioriteiten bepaald worden afhankelijk van de beschikbare besteedbare middelen en personeelsleden. In het kader van de uitvoering zal in de meeste gevallen overleg gevoerd worden met de betrokken actoren, zowel met interne partners binnen de provinciale organisatie als met externe partners. Deze beleidsnota dient ook als basis voor de opmaak van diverse soorten overeenkomsten en afspraken met bevoorrechte partners. Periodiek zal de beleidsnota geëvalueerd worden om te waken over de voortgang van de uitvoering ervan.

Beleidsnota Economie 2007-2012

135

136

Bijlagen

Bijlage 1: De RESOC- en SERR-gebieden in West-Vlaanderen
1) De RESOC-gebieden

Knokke-Heist Blankenberge

NEDERLAND

0

5

10

15 km

O NO

RD

ZE

E
Bredene

De Haan

Zuienkerke

Damme

OOSTENDE
Oudenburg Middelkerke Jabbeke

BRUGGE

Gistel Ichtegem Zedelgem Oostkamp

Beernem

Koksijde De Panne

Nieuwpoort Koekelare Torhout

OOST-VLAANDEREN

VEURNE

DIKSMUIDE
Kortemark Lichtervelde

Wingene

Ruiselede

Pittem Alveringem Lo-Reninge Houthulst Staden Hooglede Ardooie

TIELT

Dentergem Meulebeke

Vleteren

LangemarkPoelkapelle

ROESELARE

Ingelmunster Izegem

Oostrozebeke Wielsbeke

Moorslede Poperinge Ledegem Zonnebeke Wevelgem Wervik Menen FRANKRIJK Heuvelland Mesen

Lendelede

Harelbeke

Waregem

IEPER

Kuurne Deerlijk Anzegem

KORTRIJK

Zwevegem Avelgem

HENEGOUWEN Spiere-Helkijn

Westhoek Oostende Brugge Midden-West-Vlaanderen Zuid-West-Vlaanderen

Beleidsnota Economie 2007-2012

139

2) De SERR-gebieden

Knokke-Heist Blankenberge

NEDERLAND

0

5

10

15 km

O NO

RD

ZE

E
Bredene

De Haan

Zuienkerke

Damme

OOSTENDE
Oudenburg Middelkerke Gistel Ichtegem Koksijde De Panne Nieuwpoort Koekelare Torhout Zedelgem Jabbeke

BRUGGE

Beernem

Oostkamp OOST-VLAANDEREN

VEURNE

DIKSMUIDE
Kortemark Lichtervelde

Wingene

Ruiselede

Pittem Alveringem Lo-Reninge Houthulst Staden Hooglede Ardooie

TIELT

Dentergem Meulebeke

Vleteren

LangemarkPoelkapelle

ROESELARE

Ingelmunster Izegem

Oostrozebeke Wielsbeke

Moorslede Poperinge Ledegem Zonnebeke Wevelgem Wervik Menen FRANKRIJK Heuvelland Mesen

Lendelede

Harelbeke

Waregem

IEPER

Kuurne Deerlijk Anzegem

KORTRIJK

Zwevegem Avelgem

HENEGOUWEN Spiere-Helkijn

Oostende -Westhoek Brugge Midden-West-Vlaanderen Zuid-West-Vlaanderen

140

Bijlage 2: Participatie1 aan de opmaak van de beleidsnota Economie West-Vlaanderen
Projectleider Lode Vanden Bussche (dEc) Kerngroep Leden: Annelies Demeyere (dEc), Alexander Demon (dEc), Katleen Gyselinck (dEc), Lode Vanden Bussche (dEc), Regine Vantieghem (EEG), Tom Van Welden (dEc) Stuurgroep Leden: Bieke Bouciqué (kabinet gedeputeerde Economie), André Calus (POVLT), Toon Colpaert (Infrabel en Gewestelijk Havencommissariaat Ministerie Vlaamse Gemeenschap), Annelies Demeyere (dEc), Alexander Demon (dEc), Frank Demuynck (Innovatiecentrum West-Vlaanderen), Hans Desmyttere (WES), Magda Monballyu (Westtoer), Marleen Titeca-Decraene, voorzitter (gedeputeerde Economie), Lode Vanden Bussche (dEc), Jacques Vanneste (UA en KULeuven Campus Kortrijk), Regine Vantieghem (EEG), Tom Van Welden (dEc en ERSV), Luc Vermandere (POM), Frank Witlox (UGent) Bijeenkomsten: 1/12/2005, 15/12/2005, 15/05/2006, 15/06/2006, 22/03/2007, 19/04/2007, 4/10/2007

1 Enkel de namen van de leden die op de bijeenkomsten aanwezig waren of schriftelijke reacties hebben toegestuurd, zijn hier opgenomen.

Beleidsnota Economie 2007-2012

141

Werkgroep ruimtelijke economie (‘Platform regionale economie’) Leden: Peter Cabus (SERV), Bart Candaele (Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie), Ward Claerbout (Leiedal), Tine Decuypere (RESOC Brugge), Stefaan Dehullu (RESOC Brugge), Liesbeth De Muer (DRuM), Annelies Demeyere (dEc), Alain Depreux (RESOC Zuid-WestVlaanderen), Niek Deroo (wvi), Hans Desmyttere (WES), Hans Destrycker (Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie), Diederik Franco, medeauteur basisnota ruimtelijke economie en West-Vlaanderen algemeen (WES), Evelyne Lanneau (RESOC Midden-West-Vlaanderen), Johan Proot (wvi), Brigitte Smessaert (RESOC Midden-West-Vlaanderen), Tanja Termote, medeauteur basisnota West-Vlaanderen algemeen (WES), Ann Vanassche (RESOC Oostende), Steven Vanassche (Leiedal), Lode Vanden Bussche, trekker (dEc), Tine Vandewalle (RESOC Brugge), Wim Vanhaverbeke (Universiteit Hasselt), Tom Van Welden (ERSV), Sigrid Verhaeghe (RESOC Westhoek), Patrick Zutterman (wvi) Bijeenkomsten: 18/11/2005, 29/03/2006, 9/06/2006, 22/09/2006, 25/10/2006, 8/11/2006, 22/11/2006, 25/01/2007 Werkgroep transport-distributie-logistiek Leden bij eerste bijeenkomst op 12/12/2005 (inclusief thema internationalisering): Bart Candaele (Vlaamse Gemeenschap, Administratie Economie), André De Raes (POM), Evert de Pauw (DRuM), Geert Eggermont (UNIZO Internationaal), Diederik Franco (WES), Fanny Galle (VOKA), Els Ingelbrecht (dEc), Francis Rome (VIL), Brigitte Smessaert (RESOC Midden-West-Vlaanderen), Wim Stubbe (EEG), Riet Van Dale (HOWEST- Dep. Simon Stevin), Lode Vanden Bussche (dEc), Regine Vantieghem (EEG), John Verzeele (FIT), Pascal Walrave (FIT) Leden overige bijeenkomsten: Jan Allaert (AG Haven Oostende), Patrick Degryse (Oostendse Havengemeenschap), Patrick Demeyer (Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid), Alexander Demon, trekker beleidsnota (dEc), Evert de Pauw (DRUM), Alain Depreux (RESOC Zuid-West-Vlaanderen), André De Raes, trekker basisnota (POM), Geert Eggermont (UNIZO Internationaal), Diederik Franco, medeauteur basisnota (WES), Katleen Gyselinck (dEc), Ivan Landuyt (WES), Francis Rome, voorzitter (VIL), Wim Stubbe (EEG), Ann Vanassche (RESOC Oostende), Patrick Van Cauwenberg (MBZ), Riet Van Dale (HOWEST- Dep. Simon Stevin), Lode Vanden Bussche (dEc), Stefaan Van Eeckhoutte (WIV), Wouter Vanmarcke (VOKA), Stijn Vannieuwenborg (Leiedal), Gaby Veranneman (Transportcentrum LAR Kortrijk-Menen-BITLAR), Lode Verkinderen (SAV) Bijeenkomsten: 27/03/2006, 12/06/2006, 18/09/2006, 10/10/2006, 6/11/2006, 12/12/2006, 5/02/2007

142

Werkgroep arbeidsmarkt en opleiding Leden: Liederik Cordonni (RESOC Zuid-West-Vlaanderen), Lode De Geyter (Hogeschool West-Vlaanderen - dep. PIH), Eddy Demeersseman (KULAK), Annelies Demeyere (dEc), Hans Desmyttere (WES), Ann Dumoulin (Hogeschool West-Vlaanderen - dep. PIH), Diederik Franco (WES), Katleen Gyselinck (dEc), Eric Halsberghe (KATHO), Patrick Huyghe (Syntra West), Serge Huyghe (VKW), Evelyne Lanneau (RESOC/SERR Midden-West-Vlaanderen), Eef Stevens (Steunpunt WAV), Walter Temmerman (KATHO), Tanja Termote, trekker (WES), Riet Van Dale (HOWEST - dep. Simon Stevin), Vincent Vandenameele (Vormingsfonds voor uitzendkrachten), Lode Vanden Bussche, voorzitter (dEc), Ilse Vanderhaeghe (dEc), Nick Vanwalleghem (SERR Oostende-Westhoek), Caroline Vermandere (Steunpunt WAV), Antoon Vermeulen (VDAB Kortrijk-Roeselare), Ann-Sophie Vandecandelaere (VLAO), Annelies Vanneste (RESOC Zuid-WestVlaanderen) Bijeenkomsten: 25/11/2005, 28/03/2006, 8/06/2006, 19/09/2006, 11/10/2006, 13/11/2006, 22/01/2007 Werkgroep sociale economie Leden: Dany Cottyn (SERR Brugge), Dirk Dalle, voorzitter (Hefboom), Annelies Demeyere (dEc), Dirk D’Hulster (Sociale Economie Oostende), Robert De Clercq (VDAB Brugge), Rik Desmet (Kanaal 127), Serge Huyghe (VKW), Luc Huysentruyt (VDAB Kortrijk), Damien Kinds (dienst Welzijn), Piet Lareu (Mentor vzw), Luc Maertens (Kringloopcentrum Midden-West-Vlaanderen), Niki Maes (Werkwinkel Brugge), Herbert Moenaert (Consultatiebueaus West-Vlaanderen), Eddy Moerenhout (dienst Welzijn), Tanja Termote, verslaggeving (WES), Ann Vanassche (RESOC Oostende ), Sonja Vandaele (SOWEPO), John Vandelanotte (Jobcentrum West-Vlaanderen), Vincent Vandenameele (Vormingsfonds voor uitzendkrachten), Lode Vanden Bussche (dEc), Ilse Vanderhaeghe (dEc), Ilse Van Houtteghem, trekker (POM), Nancy Van Landegem (Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen), Nick Vanwalleghem (SERR Oostende-Westhoek), Antoon Vermeulen (VDAB Kortrijk-Roeselare), Quentin Verstraete (Werkwinkel Brugge), Luc Ysebaert (Waak) Bijeenkomsten: 4/07/2005, 5/12/2005, 31/01/2006, 4/05/2006, 4/12/2006, 29/01/2007

Beleidsnota Economie 2007-2012

143

Werkgroep bedrijfsversterking Leden eerste bijeenkomst 2/12/2005: André Calus (POVLT), Hans Desmyttere (WES), Koen Dewulf (Dienst Vergunningen), Fons Kemps (VLAO), Peter Norro (MiNaWa), Johan Proot (wvi), Philippe Tavernier (POM), Lode Vanden Bussche (dEc), Philip Vanneste (Innovatiecentrum West-Vlaanderen), Stijn Vannieuwenborgh (Leiedal), Patrick Zutterman (wvi), Regine Vantieghem (EEG) Leden kernteam: Annelies Demeyere, auteur basisnota (dEc), Alexander Demon (dEc), Paul Denecker, procesbegeleider, André De Raes (POM), Hans Desmyttere (WES), Eddy Jonckheere (VLAO), Philippe Tavernier (POM), Regine Vantieghem (EEG), Katrien Vancraeynest (DRuM), Lode Vanden Bussche, auteur beleidsnota (dEc), Philip Vanneste (Innovatiecentrum West-Vlaanderen), Regine Vantieghem (EEG) Bijeenkomsten : 6/03/2006, 30/03/2006, 11/05/2006, 2/06/2006, 27/06/2006, 6/07/2006

Bijlage 3: Concordantietabellen beleidsnota economie – provinciaal meerjarenplan 2007-2012
De nummers vermeld bij de beleidsnota economie komen overeen met de nummers van de doelstellingen en maatregelen die in dat document voorkomen. De nummers vermeld bij het provinciaal meerjarenplan komen overeen met de nummers van de strategische en operationele doelstellingen die in dat document voorkomen. De nummers tussen haakjes komen overeen met de nummers van de acties die daaronder ressorteren.

144

1) Vertrekkend vanuit de indeling van de beleidsnota economie Beleidsnota economie BELEIDSNOTA ECONOMIE ALGEMEEN 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 2.5. 2.6. 2.7. RUIMTELIJKE ECONOMIE 3.8. 3.9. 3.10. 3.11. 4.12. 4.13. 4.14. 5.15. 5.16. 5.17. 17.3.1. (954, 955) 17.3.1. (955) 17.3.1. (957) 17.5.1. (959) 17.5.1. (959), 17.6.1. (965) 17.5.1. (959) 17.5.1. (960) 17.6.1. (965) 17.6.1. (967) 17.6.3. (972) 17.3.1. (952, 953) 17.3.1. (954, 955) 17.3.1. (956) 17.3.1. (957), 17.5.1. (959) 17.5.2. (961) 17.5.2. (962) 17.5.2. (963), 17.10.1. (986) Provinciaal meerjarenplan 17.5.1. (958)

Beleidsnota Economie 2007-2012

145

TRANSPORT–DISTRIBUTIE-LOGISTIEK 6.18. 6.19. 6.20. 7.21. 7.22. 8.23. 8.24. 9.25. 9.26. 9.27. ARBEIDSMARKT EN OPLEIDING 10.28. 10.29. 10.30. 11.31. 11.32. 11.33. 12.34. 13.35. 13.36. 14.37. 14.38. 15.39. 17.6.5. (977) 17.6.5. (978) 17.6.5. (979) 17.6.5. (980) 17.6.5. (981) 17.3.1. (957), 17.5.1. (959) 17.8.1. (984) 17.6.5. (982) 17.6.5. (982) 17.6.5. (983) 17.6.5. (983) 17.6.3. (974) 17.5.1. (959) 17.5.1. (959) 17.6.2. (971) 17.6.2. (970, 971) 17.5.1. (959) 17.6.2. (969) 17.6.2. (969) 17.6.2. (968) 17.6.2. (968) 17.6.5. (977, 978)

146

SOCIALE ECONOMIE 16.40. 16.41. 17.42. 17.43. 17.44. 17.45. 17.46. 18.47. 18.48. BEDRIJFSVERSTERKING 19.49. 19.50. 19.51. 19.52. 20.53. 21.54. 21.55. 21.56. 22.57. 22.58. 17.2.1. (951) 17.2.1. (951) 17.2.1. (951) 17.6.1. (966) 17.6.1. (964) 17.6.3. (972) 17.6.3. (973) 17.6.3. (974) 17.6.4. (975) 17.6.4. (976) 17.3.1. (955, 956, 957), 17.9.1. (985) 17.3.1. (954, 955, 956), 17.5.1. (959), 17.9.1. (985) 17.9.1. (985) 17.6.5. (977), 17.9.1. (985) 17.9.1. (985) 17.6.3. (972), 17.9.1. (985) 17.9.1. (985), 17.10.1. (986) 17.3.1. (956), 17.9.1. (985) 17.6.5. (977), 17.9.1. (985)

Beleidsnota Economie 2007-2012

147

2) Vertrekkend vanuit de indeling van het meerjarenplan Provinciaal meerjarenplan 17. Economie 17.2.1. (951) 17.3.1. (952) 17.3.1. (953) 17.3.1. (954) 17.3.1. (955) 17.3.1. (956) 17.3.1. (957) 17.5.1. (958) 17.5.1. (959) 17.5.1. (960) 17.5.2. (961) 17.5.2. (962) 17.5.2. (963) 17.6.1. (964) 17.6.1. (965) 17.6.1. (966) 17.6.1. (967) 17.6.2. (968) 17.6.2. (969) 17.6.2. (970) 19.49. - 19.50. - 19.51. 1.1. 1.1. 1.2. - 3.8. - 16.41. 1.2. - 3.8. - 3.9. - 16.40. - 16.41. 1.3. - 16.40. - 16.41. - 18.47. 1.4. - 3.10. - 11.33. - 16.40. BELEIDSNOTA ECONOMIE 1.4. - 3.11. - 4.12. - 4.13. - 6.18. - 6.19. - 7.22. - 11.33. - 16.41. 4.14. 2.5. 2.6. 2.7. 20.53. 4.12. - 5.15. 19.52. 5.16. 9.25. - 9.26. 8.23. - 8.24. 7.21. Beleidsnota economie

148

17.6.2. (971) 17.6.3. (972) 17.6.3. (973) 17.6.3. (974) 17.6.4. (975) 17.6.4. (976) 17.6.5. (977) 17.6.5. (978) 17.6.5. (979) 17.6.5. (980) 17.6.5. (981) 17.6.5. (982) 17.6.5. (983) 17.8.1. (984) 17.9.1. (985) 17.10.1. (986)

6.20. - 7.21. 5.17. - 17.45. - 21.54. 21.55. 15.39. - 21.56. 22.57. 22.58. 9.27. - 10.28. - 17.43. - 18.48. 9.27. - 10.29. 10.30. 11.31. 11.32. 13.35. - 13.36. 14.37. - 14.38. 12.34. 16.40.-16.41.-17.42.-17.43.-17.44.-17.45.-17.46.-18.47.-18.48. 2.7. - 17.46.

Beleidsnota Economie 2007-2012

149

Bijlage 4: Begrippen
Activiteitsgraad Werkenden + werkzoekenden ten opzichte van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (18-64 jaar). De werkenden worden door het Steunpunt WSE berekend op basis van RSZ, RSZPPO, RSVZ, RIZIV en ADSEI-gegevens. De werkzoekenden zijn enkel de niet-werkende werkzoekenden. Dependentiecijfer Bevolking van 60 jaar en ouder en bevolking jonger dan 20 jaar t.o.v. bevolking van 20 tot 60 jaar. EDC In de nota wordt de term EDC aangehouden. Sleuwaegen definieert een Europees Distributiecentrum (EDC) als volgt: “… een distributiecentrum, niet noodzakelijk verbonden met een productievestiging, dat als hoofdactiviteit ontvangst en opslag van goederen, orderverzamelen en verzenden van goederen naar minstens vijf Europese landen heeft, en bovendien in toenemende mate betrokken wordt in ‘value added logistics’, waarbij ‘postponed manufacturing’ gecombineerd wordt met distributieactiviteiten, waardoor het distributiecentrum een kritische link tussen de aanbodketen en de consument geworden is” (Sleuwaegen et al, 2002). Er is volgens het VIL en Nederland Distributieland sprake van een nieuwe terminologie waarbij men niet langer spreekt van EDC maar wel van Europees Logistiek Centrum (ELC). Dit houdt een verschuiving van de hoofdactiviteit in en zou meer een dienstencentrum zijn met toegevoegde waarde activiteiten dan louter centrale opslag en distributie voor de Europese markt. Aangezien de diensten gekoppeld aan een EDC vandaag in (West-)Vlaanderen de operationele sfeer nog niet overstijgen blijft de term EDC voorlopig gangbaar. Interne vergrijzing Bevolking van 80 jaar en ouder t.o.v. bevolking van 60 jaar en ouder. Jaarlijkse economische groei Gemiddelde jaarlijkse groei van de bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen in kettingeuro’s (referentiejaar 2004). Vanaf 2006 worden de reeksen in vaste prijzen uitgedrukt in kettingeuro’s met als referentiejaar 2004. Voor meer informatie over deze nieuwe berekeningsmethode: http://www.nbb.be/DOC/DQ/N/METHOD/OVERHN05.pdf

150

Mass customisation De term past in de verschuiving naar een vraaggerichte economie. De hedendaagse consument is meer en beter geïnformeerd en dus ook veeleisender geworden. Hierdoor is in veel bedrijven niet langer sprake van massaproductie maar wel ‘massa-individualisering’ of massaproductie op maat van de consument (mass customisation). Een direct gevolg hiervan is de noodzaak om producten zo laat mogelijk in de logistieke keten klantspecifiek te maken. Nettogroeiratio Verschil van oprichtings- en stopzettingsratio. Oprichtingsratio BTW-plichtigen met oprichtingsdatum in het referentiejaar (ook indien tijdens het jaar al weer geschrapt) t.o.v. actieve ondernemingen. Ouderdomscoëfficiënt Bevolking van 60 jaar en ouder t.o.v. bevolking jonger dan 20 jaar. Stopzettingsratio BTW-plichtigen in de loop van het referentiejaar geschrapt (als niet-actief gemerkt) t.o.v. actieve ondernemingen. Turbulentieratio Som van oprichtings- en stopzettingsratio. Value added logistics Deze trend speelt in op de hierboven beschreven ontwikkeling van mass customisation. Concreet betekent Value Added Logistics (VAL) meer toegevoegde waarde door meer logistieke dienstverlening. Dit uit zich praktisch in het combineren van traditionele logistieke dienstverlening (zoals transport en opslag) met secundaire productieactiviteiten (zoals labelling, verpakken of klantspecifiek assembleren, installatie en reparatie enz.). De meeste VAL-activiteiten gebeuren als gevolg van de evolutie naar ‘postponed manufacturing’ (of ordergestuurde productie). Dergelijke activiteiten speelden zich vroeger af in de productievestiging en krijgen nu elders een plaats,

Beleidsnota Economie 2007-2012

151

namelijk dichter bij de klant. VAL-activiteiten concentreren zich in Vlaanderen rond de poorten en op de routes van die poorten naar het achterland. Werkgelegenheidsgraad Aantal arbeidsplaatsen ten opzichte van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (18-64 jaar). De werkgelegenheidsgraad verwijst naar de vraagzijde van de arbeidsmarkt (aantal jobs). Het aantal arbeidsplaatsen omvat zowel jobs in loondienst als jobs voor zelfstandigen en helpers in hoofdberoep. Werkloosheidsgraad Aantal werklozen ten opzichte van de beroepsbevolking. De werklozen zijn de niet-werkende werkzoekenden. De beroepsbevolking zijn de personen op arbeidsleeftijd (18-64 jaar) die actief zijn op de arbeidsmarkt als werkende of werkzoekende. Deze definitie verschilt van de definitie die de dienst Economie hanteert in zijn publicatie “West-Vlaanderen sociaaleconomisch – feiten en cijfers”. Daarin wordt de werkloosheidsdruk berekend, zijnde het aantal niet-werkende werkzoekenden inclusief oudere werklozen ten opzichte van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (18-64 jaar). Werkzaamheidsgraad Werkenden ten opzichte van de bevolking op beroepsactieve leeftijd (18-64 jaar). De werkzaamheidsgraad verwijst naar de aanbodzijde van de arbeidsmarkt (werkenden). Zakelijke dienstverlening Onroerende goederen, verhuur en diensten aan bedrijven, exclusief de selectie en terbeschikkingstelling van personeel (nacebel 70 t/m 74 excl. 745).

152

Bijlage 5: Gebruikte afkortingen
Ag. Ruimt. Ord. APS-Vlaanderen APZI ASO BISK BBP BND BSO BTW bv. ca. cd CEGO cf. CLB CO2 d.m.v. dEc Dep. DRuM DWH EDC EEG ELC enz. Agentschap Ruimtelijke Ordening Administratie Planning en Statistiek Association Port of Zeebrugge Interests Algemeen Secundair Onderwijs Bedrijventerreinen-inventarissysteem van het arrondissement Kortrijk Bruto binnenlands product Buurt- en Nabijheidsdiensten Buitengewoon Secundair Onderwijs Belasting op de Toegevoegde Waarde bijvoorbeeld circa compactdisc Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs confer Centrum voor Leerlingenbegeleiding Koolstofdioxide door middel van Dienst Economie Departement Dienst Ruimtelijke Planning en Mobiliteit Datawarehousing Europees Distributie Centrum Economie, Externe Relaties en Gebiedsgerichte Werking (provinciale dienst) Europees Logistiek Centrum enzovoort

Beleidsnota Economie 2007-2012

153

ERSV Ext. Rel. FIT FOD GGW GIS Gogis GOM ha HIVA HOWEST HR i.f.v. i.o.v. i.v.m. ICT incl. IPO IWT(-Vlaanderen) KATHO KBO KHBO KMO Kulak KULeuven LAR m.b.t. MBZ

Erkend Regionaal Samenwerkingsverband Externe Relaties Flanders Investment and Trade (= VLAIO) Federale Overheidsdienst Gebiedsgerichte Werking Geografisch Informatie Systeem Grensoverschrijdend Geografisch Informatie Systeem Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij hectare Hoger Instituut voor de Arbeid Hogeschool West-Vlaanderen Human Resources in functie van in opdracht van in verband met Informatie- en Communicatie Technologie inclusief Interbestuurlijk Plattelandsoverleg Inventarisatie van het Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek (in Vlaanderen) Katholieke Hogeschool Kruispunt Databank Ondernemingen Katholieke Hogeschool Brugge Oostende Kleine en Middelgrote Onderneming Katholieke Universiteit Leuven Afdeling Kortrijk Katholieke Universiteit Leuven Lauwe Aalbeke Rekkem (transportzone) met betrekking tot Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen

154

MiNaWa MVO n.a.v. NBB NMBS nv o.a. o.m. OESO OVAM p. PIH POM POVLT REC RESOC RIZIV RSV RSVZ RSZ RSZPPO RTC s.l. s.s. SAV SE SERR SIE

Milieu, Natuur en Water (provinciale dienst) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen naar aanleiding van Nationale Bank van België Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Naamloze Vennootschap onder andere onder meer Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij pagina Provinciale Industriële Hogeschool Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Provinciaal Onderzoeks- en Voorlichtingscentrum voor Land- en Tuinbouw Regulier Economisch Circuit Regionaal Sociaaleconomisch Overlegcomité Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Zelfstandigen Rijksdienst voor Sociale Zekerheid Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Plaatselijke en Provinciale Overheden Regionaal Technologisch Centrum sensu latu (in ruime zin) sensu stricto (in beperkte zin) Koninklijke Beroepsvereniging Goederenvervoerders Sociale Economie Sociaaleconomische Raad van de Regio Sociale Inschakelingseconomie

Beleidsnota Economie 2007-2012

155

SMART Sowepo SSP Streekontw. SVR SWOT t.b.v. t.e.m. t.o.v. TDL TEN TIS TSO UA UGent UNCED UNIZO VAL VDAB VESOC VIL VITO VKBO VKW VLAIO VLAJO VLAO VN

Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden Sociale Werkplaatsen Poperinge Steunpunt Sociale Planning Streekontwikkeling Studiedienst Vlaamse Regering Strenghts, Weaknesses, Opportunities and Threats (sterkten, zwakten, opportuniteiten en bedreigingen) ten behoeve van tot en met ten opzichte van Transport, Distributie en Logistiek Trans European Network Thematische Innovatiestimulering Technisch Secundair Onderwijs Universiteit Antwerpen Universiteit Gent United Nations Conference on Environment and Development Unie van Zelfstandige Ondernemers Value Added Logistics Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding Vlaams Economisch en Sociaal Overlegcomité Vlaams Instituut voor de Logistiek Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek Verrijkte Kruispunt Databank Ondernemingen Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden Vlaams Agentschap Internationaal Ondernemen Vlaamse Jongeren Ondernemingen Vlaams Agentschap Ondernemen Verenigde Naties

156

VOKA VOSEC VTE WAV - WSE W&Z WES WIV wn WSE wvi

Vlaams netwerk van ondernemingen Vlaams Overlegplatform voor Sociale Economie Voltijds Equivalent Steunpunt Werk en Sociale Economie Waterwegen & Zeekanaal West-Vlaams Economisch Studiebureau West-Vlaamse Intercommunale Vliegveld Wevelgem-Bissegem werknemers Werk en Sociale Economie, Steunpunt WSE West-Vlaamse Intercommunale

Beleidsnota Economie 2007-2012

157

Bijlage 6: Overzicht doelstellingen (D) en maatregelen (M) beleidsnota economie
ALGEMEEN D1. Een performante economische informatie- en kennisontwikkeling i.f.v. sociaaleconomisch streekbeleid is gerealiseerd. M1: Uitbouwen van de economische bibliotheek en indien nodig omvormen van het digitaal kennis- en leerforum M2: Uitbouwen van een performant datacentrum voor sociaaleconomische gegevensverzameling en –verwerking, en voor een economisch GIS M3: Ondersteunen van de redactie en verspreiding van publicaties over de West-Vlaamse sociaaleconomische situatie M4: Specifieke studies uitvoeren: thematisch of gebiedsgericht, meetinstrumenten, benchmarking D2. De sociaaleconomische streekontwikkeling is adequaat ondersteund of aangestuurd. M5: De werking van het ERSV behartigen M6: Optimale afstemming verkrijgen tussen het provinciaal beleid en externe instanties die de sociaaleconomische streekontwikkeling helpen realiseren of uitvoeren M7: Doeltreffende aanspreekpunten lokale economie helpen realiseren RUIMTELIJKE ECONOMIE D3. Er is een adequate ruimtelijk-economische kennis opgebouwd die voor diverse belanghebbenden bruikbaar en vlot consulteerbaar is. M8: Uitbouwen van een economisch GIS voor West-Vlaanderen M9: Ontwikkelen van een monitor die permanent de ruimtebalans voor bedrijventerreinen weergeeft M10: Provinciegrensoverschrijdend ruimtelijk-economische data verzamelen en beheren, kennis verzamelen over nieuwe projecten

158

M11: Verder onderzoek uitvoeren naar de lokalisatiefactoren voor bedrijven, de redenen voor de sterkten en zwakten van de West-Vlaamse economie en de haalbaarheid van (ondersteuning van) clusters (‘valleys’) van economische activiteiten D4. Er zijn meer gedragen ruimtelijk-economische visies ontwikkeld. M12: Een strategisch locatiebeleid voor bedrijvigheid opbouwen op West-Vlaams niveau met een gebiedsgerichte differentiatie M13: Ondersteunen of initiëren van thematische of gebiedsgerichte visievorming en een sterker maatschappelijk draagvlak creëren M14: Een denktank/forum oprichten die zich buigt over de toekomst van de West-Vlaamse economie D5. De opgebouwde kennis en visievorming is sneller doorvertaald in nieuwe realisaties. M15: Een performante overlegstructuur opzetten om resultaatgericht oplossingen te creëren bij structurele aanbodtekorten van bedrijventerreinen of bedrijfsinfrastructuur M16: Mechanismen ontwikkelen om onbenutte bedrijfsgronden sneller te vermarkten M17: Implementeren van principes van duurzaamheid en kwaliteit bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, bij de reconversie van bestaande bedrijventerreinen en bij de bedrijfsvoering TRANSPORT-DISTRIBUTIE-LOGISTIEK D6. Er is een maatschappelijk en politiek draagvlak gecreëerd, geschoeid op een degelijke onderbouwing. M18: In kaart brengen van de logistieke sector in West-Vlaanderen M19: Een ruimtelijk economische analyse maken over de vestigings- en locatiefactoren van TDL in West-Vlaanderen en het ontwikkelen van een achterlandstrategie M20: Promotie voeren bij het brede publiek, de politiek en het onderwijs via West-Poort

Beleidsnota Economie 2007-2012

159

D7. Logistieke actoren zijn verder verankerd in West-Vlaanderen. M21: Aantrekken van extra EDC’s in West-Vlaanderen M22: Het uitbreiden van de promotie van West-Vlaanderen als vestigingsplaats via West-Poort D8. Het multimodaal infrastructuurnetwerk is verder uitgebouwd en de aansluiting op internationale verkeersassen is verder afgewerkt. M23: Afwerken van de infrastructuur – uitvoering van de genomen opties, rekening houdende met de uit te voeren strategische TDL-projecten op sectorniveau M24: Een opvolgingscommissie (of platform/forum) oprichten die permanent de aandacht vestigt op de ontsluitingproblematiek en de noodzakelijke West-Vlaamse infrastructuurprojecten D9. De TDL- cultuur in het bedrijfsleven en bij de logistieke operatoren is verder versterkt. M25: Het opstellen van gebruiksklare uitvoeringsplannnen op het niveau van bedrijventerreinen in functie van de modal shift naar vervoer te water en per spoor M26: Opzetten van proefprojecten ter bevordering van de logistieke samenwerking voor bedrijven M27: Betere afstemming verkrijgen tussen arbeidsmarkt en opleiding in de TDL-sector ARBEIDSMARKT EN OPLEIDING D10. Er is een ruim aanbod aan permanente vorming dat flexibel afgestemd is op de actuele behoeften van de diverse economische sectoren, de werkenden en werkzoekenden. M28: Bevorderen van de communicatie tussen aanbieders van permanente vorming en hoger onderwijs aan de ene kant en bedrijfsleven en sectoren aan de andere kant M29: Ervoor zorgen dat opleidingsinstanties zoals Syntra West, Centrum voor Volwassenonderwijs, secundair en hoger onderwijs, … flexibel (kunnen) inspelen op (acute) vragen van de bedrijven naar specifieke opleidingen

160

M30: Iedereen stimuleren om deel te nemen aan permanente vorming D11. Alle schoolverlaters uit West-Vlaanderen worden vlotter ingeschakeld in de arbeidsmarkt. M31: Stimuleren van bedrijven om stages, stageplaatsen en bedrijfservaring ter beschikking te stellen M32: De herwaardering van het imago van het technisch onderwijs ondersteunen M33: Onderzoek voeren naar de instroom van jongeren naar West-Vlaanderen en specifiek onderzoek voeren naar de instroom van hoog opgeleiden D12. Het aantal unieke opleidingen, afstudeerrichtingen in West-Vlaanderen, die het economisch weefsel in de provincie versterken, is verhoogd. M34: Streven naar het verhogen van het aantal unieke opleidingen, afstudeerrichtingen in West-Vlaanderen D13. Het aantal schoolverlaters zonder startkwalificatie is sterk gedaald. M35: Beter leren kennen van de groep schoolverlaters zonder startkwalificaties en maatregelen uitwerken op maat van deze personen M36: Acties ondersteunen die de valorisatie van competenties bevorderen D14. Vacatures worden vlotter ingevuld. M37: Stimuleren van jongeren om de juiste opleidingskeuze te maken M38: Stimuleren van de arbeidsmobiliteit van werkzoekenden D15. West-Vlaanderen telt een groter aantal unieke onderzoeks-/kenniscentra. M39: Stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe kenniscentra en van de verspreiding van kennis

Beleidsnota Economie 2007-2012

161

SOCIALE ECONOMIE D16. De sociale economie wordt in ruime kring bekendgemaakt en gepromoot. M40: Concreet kenbaar maken wat sociale economie inhoudt en teweeg brengt M41: Uitbouwen van een monitoringsysteem inzake sociale economie D17. De sociale economie wordt in West-Vlaanderen op een professionele wijze gemanaged. M42: Ondersteunen van de werking van de Startcentra Sociale Economie M43: Stimulansen voorzien, drempels wegwerken voor gepaste en noodzakelijke opleidingen voor de sociale economie M44: Ondersteunen van de verdere uitbouw van de activiteiten en professionalisering van de bestaande initiatieven binnen de lokale diensteneconomie M45: Stimuleren van innovatie in beschutte en sociale werkplaatsen in West-Vlaanderen M46: Creëren van een gunstig voorwaardenscheppend en ondersteunend klimaat en provinciaal beleid ten aanzien van de sociale economie D18. Er is een vlotte samenwerking en kennisoverdracht tussen de reguliere en sociale economie in West-Vlaanderen. M47: Bekijken van de mogelijkheden om een ‘Connect West-Vlaanderen’ op te starten (naar het voorbeeld van Connect Oost-Vlaanderen) M48: Bevorderen en ondersteunen van integratie van kansengroepen in het reguliere economische circuit BEDRIJFSVERSTERKING D19. De internationalisering van de West-Vlaamse economie is significant verbeterd. M49: Promoten van de provincie als economische aantrekkelijke regio om te investeren

162

M50: Participeren aan of ondersteunen van (West-)Vlaamse missies en deelname aan Europese projecten ter versterking van het provinciaal economisch belang M51: Het ondersteunen van (het netwerk van) internationaliserende bedrijven M52: Selecteren van ruimtelijk-economische infrastructuur t.b.v. investeringen door exogene ondernemingen D20. West-Vlaanderen beschikt over een meer doordacht aanbod van gedifferentieerde ruimte voor ondernemerschap. M53: In een kwalitatief aanbod van bedrijfsonthaalinfrastructuur voorzien D21. Er is meer duurzaam en innovatief ondernemerschap aanwezig. M54: Meer interbedrijfssamenwerking realiseren M55: Meer proefprojecten realiseren bij individuele bedrijven op een selectief aantal thema’s M56: Een groter aantal unieke onderzoekscentra, kenniscentra of competentiepolen realiseren D22. Het ondernemerschap is versterkt. M57: Een hoger aantal startende ondernemingen verkrijgen door het ondernemerschap te stimuleren in het onderwijs M58: Het imago van het ondernemerschap helpen vergroten door selectief een aantal evenementen te ondersteunen

Beleidsnota Economie 2007-2012

163

colofon
Opdrachtgever De deputatie van West-Vlaanderen Paul Breyne, provinciegouverneur Jan Durnez, Patrick Van Gheluwe, Dirk De fauw, Marleen TitecaDecraene, Gunter Pertry, Bart Naeyaert, gedeputeerden Hilaire Ost, provinciegriffier Redactie en coördinatie Eindredactie en coördinatie: Lode Vanden Bussche (dEc) Redactie beleidsnota: Annelies Demeyere (dEc), Alexander Demon (dEc), Nele Depestel (dEc, POM), Tanja Termote (WES), Lode Vanden Bussche (dEc), Ilse Van Houtteghem (POM) Redactie basisnota’s: Annelies Demeyere (dEc), André De Raes (POM), Diederik Franco (WES), Tanja Termote (WES), Lode Vanden Bussche (dEc), Ilse Van Houtteghem (POM) Verslaggevers van de stuur- en werkgroepen: Annelies Demeyere (dEc), Alexander Demon (dEc), Katleen Gyselinck (dEc), Tanja Termote (WES), Lode Vanden Bussche (dEc), Tom Van Welden (dEc) Grafische vormgeving en druk Provincie West-Vlaanderen, Grafische Dienst Depotnummer D/2008/0248/10 Verantwoordelijke uitgever Hilaire Ost, provinciegriffier Koning Leopold III-laan 41 8200 Sint-Andries (Brugge) Informatie en contactadres Dienst Economie Provinciehuis Olympia Koning Leopold III-laan 66 8200 Sint-Andries (Brugge) T 050 40 71 87 E economie@west-vlaanderen.be W www.west-vlaanderen.be/economie

164