You are on page 1of 13

2009-2014: van onderwijsbeleid naar talentenbeleid

Oproep van de Commissie Accent op Talent n.a.v. de Vlaamse verkiezingen 2009

3

inhoudstafel

inhoudsTafel

MeMoranduM

4

ToelichTing Ten geleide hoofdsTuk 1: heT gedachTegoed en de boodschap van accenT op TalenT 1.1. alle talenten ontwikkelen 1.2. “accent op talent”: korte historiek 1.3. Waarom accent op talent? 1.4. anders leren 1.5. anders kiezen 1.6. anders sturen 1.7. anders werken hoofdsTuk 2: de eersTe balans is posiTief hoofdsTuk 3: oproep naar beleidsMakers 3.1. Breed communiceren en sensibiliseren 3.2. onderwijsvernieuwing van onderuit blijven stimuleren 3.3. een langetermijnvisie ontwikkelen op leren en werken in Vlaanderen

8 9 10 10 10 10 11 12 13 13 15 16 16 16 17

bijlagen bijlage 1: saMensTelling van de coMMissies accenT op TalenT bijlage 2: enkele resulTaTen uiT heT onderzoek bij schooldirecTeurs

18 19 21

5

memorandum

MeMoranduM

2009-2014: van onderwijsbeleid naar TalenTenbeleid Vlaanderen moet in 2009 keuzen maken. Politieke keuzen. Keuzen voor het beleid dat het de volgende vijf jaar wil voeren. Onderwijs is een van de cruciale sectoren daarin. De Commissie Accent op Talent van de Koning Boudewijnstichting vraagt u voor het onderwijsbeleid een keuze te maken: het accent te leggen op talent en talentontwikkeling. Het is een keuze die niet uit de lucht komt vallen. Ze is al aanwezig in het werkveld en in de 81 proeftuinprojecten in ruim 600 basis- en secundaire scholen. Ze leeft al in de hoofden van een meerderheid van de directies. Ze groeit ook in de beleids- en ondersteuningsstructuren. En bovenal zit ze in de verwachtingen die de samenleving formuleert aan het adres van het onderwijs. Wij vragen u deze keuze te maken en ze meteen te verankeren in het beleid, de volgende vijf jaar. We beschrijven die keuze in de volgende bladzijden, met verwijzing naar uitvoeriger rapporten, maar vatten ze hier samen in vijf stappen en 10 concrete aanbevelingen. 1. dé klemtoon, hét centrale begrip in het onderwijs en dus ook in het onderwijsbeleid moet worden: talent. het met zorg opsporen, ontdekken en ontwikkelen van talenten, en die talenten ontwikkelen tot competenties. dat is de essentie. daar moet het voortaan om draaien. dat is een ethische en sociale keuze. maar ook een dwingende economische keuze. Vergrijzing en ontgroening en globalisering nopen daartoe. uitgangspunt is dat elkeen talenten heeft en dat alle talenten moeten ontwikkeld worden. Geen talent mag verloren gaan. niemand mag verloren gaan. We kunnen geen enkel talent nog missen. het mag dan ook niet langer dat de ontwikkeling van talenten geremd wordt door afkomst, vooroordelen, eenzijdigheden in het onderwijsaanbod, misvattingen over wat slim en dom is, onderwaardering van vormen van leren, of andere sociale remmen. het mag niet langer dat studiekeuzepatronen uit een vorige eeuw jongeren de verkeerde kant opsturen. het mag niet langer dat de technologische of creatieve talenten weggedrukt of ondergewaardeerd worden. het mag niet langer dat jongeren op 18 zonder kwalificatie stoppen met het ontwikkelen van hun talenten. dat vergt wat in onze rapporten beschreven wordt als anders leren en anders Kiezen. 2. talent- en competentieontwikkeling mogen niet enkel op de schoolbanken plaats hebben. Vlaanderen moet een lerende samenleving worden en zeker de werkplek moet een lerende omgeving zijn. overal moeten talenten opgespoord en ontwikkeld worden. tussen samenleving en school, tussen werkplek en school, moeten meer dwarsverbindingen komen, in beide richtingen. Vóór en na de leeftijd van 18 jaar. dat vergt wat in onze rapporten beschreven wordt als anders Werken. 3. talentontwikkeling vergt ook geloof in de innovatieve kracht van samenwerkende mensen. die keuze is in stilte gemaakt afgelopen decennium: innovatie in onderwijs en talentontwikkeling komt nu van onderen uit. de voortrekkersscholen en de proeftuinen in het onderwijs en in het werkmilieu zijn daarvan getuigen. het beleid moet die vorm van innovatie faciliteren en begeleiden, moet mechanismen bieden om de veralgemening van goede ervaringen mogelijk te maken, moet benchmarking ontwikkelen zodat scholen zichzelf kunnen bijsturen en verder kunnen innoveren in een geest van integrale kwaliteitszorg. dat vergt wat in onze rapporten beschreven is als anders sturen en besturen. 4. dat alles vergt een blik die op de toekomst gericht is, maar niet zonder de rijkdom en kennis die het onderwijs uit alle voorgaande eeuwen heeft gefilterd, te bewaren en door te geven. anders leren,

7

memorandum

anders Kiezen, anders Werken en anders sturen vergen een toekomstvisie, een langetermijnvisie en langetermijndoelen zoals die gedefinieerd werden in Via, Vlaanderen in actie, en in het toekomstpact Vlaanderen 2020. de realisatie van kwalitatieve en kwantitatieve langetermijndoelen waarin ook de openheid op de wereld en vreemdetalenkennis verankerd is, moet de rode draad worden voor leraren, scholen en beleid. 5. de brandstof voor die innovatie in onderwijs en talentontwikkeling is communicatie en sensibilisatie. het beleid en alle bestuurders zullen de komende jaren sterk de nadruk moeten leggen op communicatie en discussie met alle betrokkenen - ouders, leraars en samenleving - over deze toekomstvisie en de wegen om deze langetermijndoelen te bereiken, over de noodzaak van de hoger beschreven veranderingen, en over de economische, en ook de sociale en ethische motivering daarvan.

dit komt doordat 1) meer jongeren het secundair onderwijs afwerken 2) meer jongeren na hun secundair onderwijs verder studeren zowel in het hoger beroepsonderwijs als in hoger onderwijs 3) meer mensen deelnemen aan levenslang en levensbreed leren (stijging tot 15% van de bevolking op beroepsactieve leeftijd). Concreet halveren we het aantal schoolverlaters die het secundair onderwijs zonder voldoende startkwalifcaties verlaten, stijgt het aantal jongeren met een diploma hoger onderwijs aanzienlijk ongeacht herkomst, werksituatie of opleidingsniveau van hun ouders. Kinderen van niet hooggeschoolde ouders bereiken een participatiegraad van ruim 60% in het hoger onderwijs. ook zullen meer bedrijven en sectoren een strategisch competentiebeleid voeren. een lerende samenleving erkent ten slotte competenties, waar en hoe ze ook verworven zijn.

Vertrekkend vanuit deze overwegingen, hoopt de Commissie dat in de volgende regeerperiode zeker volgende tien punten uitdrukkelijk tot het regeerprogramma behoren en ruim gedragen worden door het Vlaams Parlement: 1. het onderwijsbeleid 2009-2014 moet voor alle jongeren in het teken staan van de opsporing en waardering van alle talenten en de ontwikkeling ervan tot brede competenties. 2. het moet krachtige inspanningen doen om de vooroordelen bij de studiekeuzen weg te werken en creativiteit en techniek in alle onderwijsniveaus en -vormen te valoriseren. 3. het moet de verschillen inzake onderwijsprestaties van scholen en sociale groepen drastisch verminderen door de resultaten van alle kinderen te verbeteren. 4. het moet betere resultaten bereiken inzake de kennis van de eigen en vreemde talen. 5. het moet het gedachtegoed van de open school in praktijk brengen: openheid voor vormingsinspanningen ten voordele van de omgeving - ook de arbeidsomgeving - van de school en tegelijkertijd open staan voor vormingsinspanningen die door deze omgevingen kunnen ingebracht worden in de school. 6. het moet inzonderheid het werkplekleren in het onderwijs en het leren op de werkplek in het arbeidsmilieu sterk verhogen. 7. het onderwijsbeleid 2009-2014 moet zwaar de nadruk leggen op de sensibilisatie van ouders, leerkrachten, scholen en bedrijfsleven voor de gedachte dat een vernieuwing van het onderwijs onmisbaar is om jongeren adequaat voor te bereiden op 2020 en om te zorgen dat we inzake welvaart en welzijn in Vlaanderen in 2020 bij de top in europa behoren. 8. het beleid moet kiezen voor innovatie in het onderwijs via de vernieuwingsmethodiek van de proeftuinen, waarbij het beleid vernieuwingen die van onderen uit komen, faciliteert en, na evaluatie, de veralgemening ervan stimuleert. 9. het beleid moet het beleidsvoerend vermogen van de scholen daarvoor opdrijven en hun vrijheidsgraden gelijktijdig verhogen. 10. het onderwijsbeleid 2009-2014 moet inzonderheid de bepalingen over onderwijs en talent uit het ‘Pact Vlaanderen 2020’ overnemen in het regeerakkoord, te weten: in 2020 is Vlaanderen verder uitgegroeid tot een lerende samenleving. Zoveel mogelijk kinderen en volwassenen moeten het best mogelijke onderwijs en de best mogelijke vorming genieten. het aantal kortgeschoolden is in 2020 op de arbeidsmarkt met de helft verminderd.

9

toeliChtinG

ToelichTing

Ten geleide “Willen we in Vlaanderen het welvaartsniveau behouden én tegelijkertijd ervoor zorgen dat niemand uit de boot valt, dan moet iedereen van jongsaf voldoende kansen krijgen om zijn/haar talenten optimaal te ontwikkelen. Voortdurende vernieuwing en meer talentenzorg in het onderwijs en op de werkplek zijn daarvoor onontbeerlijk.” dit was de onderliggende gedachte in het rapport “Accent op Talent. Een geïntegreerde visie op leren en werken” dat in 2002 tot stand kwam mede op vraag van toenmalig minister marleen Vanderpoorten. een commissie van de Koning Boudewijnstichting pleitte in dit rapport voor verregaande vernieuwingen in het onderwijs en op de werkplek. deze voorstellen werden samengevat onder de noemers “Anders leren”, “Anders kiezen”, “Anders sturen” en “Anders werken”. Zes jaar later blijkt dat de boodschap van accent op talent is aangeslagen. Veel van onze scholen zijn geëvolueerd in de richting die door accent op talent werd aangegeven. in het bedrijfsleven is de aandacht voor talentenzorg toegenomen. de projecten in de voortrekkersscholen en later de proeftuinen hebben een nieuwe weg aangegeven voor de invoering van onderwijsvernieuwingen. onder impuls van minister frank Vandenbroucke nam de Vlaamse overheid verschillende beleidsinitiatieven die de realisatie van het gedachtegoed vergemakkelijken. Verdere maatregelen staan in de steigers voor de komende jaren. deze nota bevat een synthese van waar accent op talent voor staat en sluit af met een oproep tot verdere actie naar alle actoren die betrokken zijn bij het beleid. Vlaanderen heeft er alle belang bij om het gedachtegoed van accent op talent verder te operationaliseren en te implementeren. specifieke aandachtspunten voor de nabije toekomst zijn een brede communicatie naar het publiek over het belang van onderwijsvernieuwing en het structureel verankeren van de bottom-up benadering bij de invoering van belangrijke onderwijsvernieuwingen. De jongeren die nu het lager onderwijs aanvatten zullen pas in het echte leven treden in 2030 en maatschappelijk belangrijke rollen op te nemen vanaf 2040. Tegen dan zal onze maatschappij er grondig anders uitzien dan nu. Denken we maar aan het verschil met de wereld van nu en de jaren ‘70 en ’80 van de vorige eeuw. Het is onze plicht én het is een noodzaak voor Vlaanderen om hen daar op een gepaste wijze op voor te bereiden.

11

toeliChtinG

heT gedachTegoed en de boodschap van accenT op TalenT 1.1. alle talenten ontwikkelen de essentie van de boodschap van accent op talent is dat we alle talenten moeten ontdekken, waarderen en ontwikkelen. alle talenten: abstract denken, technisch inzicht, handigheid, creativiteit, nauwkeurigheid, ondernemingszin, sociale vaardigheden, lichaamskracht, snelheid, organisatievermogen, talent voor taal, iCt-vaardigheden, synthesevermogen, probleemoplossend vermogen, enz. dit is niet enkel een uitdaging voor scholen maar ook voor het bedrijfsleven, waar talentontwikkeling van medewerkers een essentiële hefboom is voor continuïteit en groei. accent op talent beschouwt brede talentontwikkeling zowel als een maatschappelijke plicht – iedereen voldoende kansen geven en toekomstperspectief bieden – als een economische noodzaak omwille van de vereisten vanuit de maatschappij, de globalisering van de economie en de technologische evoluties. de omgeving waarin onze scholen opereren verandert immers snel: economische ontwikkelingen, samenlevings- en omgangsvormen, leefwereld van jongeren, verwachtingen van werkgevers, veranderingen op gebied van techniek, iCt, communicatie en mobiliteit, internationalisering, ... in de samenleving van morgen worden voortdurend nieuwe competenties verwacht van jongeren en volwassenen.

ren voor wiskunde, taal en natuurwetenschappen. maar er is ook een keerzijde: bijna nergens verschillen de onderwijsprestaties tussen scholen en socio-economische groepen zo sterk als bij ons. ons onderwijssysteem is steeds minder een poort geworden om op de sociale ladder te klimmen: het reproduceert de sociale segregatie, eerder dan ze te verminderen. • Veel jongeren maken niet de juiste studiekeuze. Ze beginnen aan studierichtingen waar ze niet de juiste talenten voor hebben of volgen studies waar hun talenten weinig benut worden. dit werkt het beruchte watervalfenomeen in de hand. Veel leerlingen zijn schoolmoe en gaan niet graag naar school. Verkeerde studiekeuzen leiden ook tot een aanzienlijke onder- of ongekwalificeerde uitstroom (meer dan 1 op de 10 jongeren haalt geen diploma secundair onderwijs), en lagere slaagcijfers in het hoger onderwijs. Veel jongeren verlaten het onderwijs met een gevoel gefaald te hebben. Kortom, verkeerde keuzes leiden uiteindelijk tot minder kansen op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. • techniek, technische studierichtingen en technische beroepen zijn ondergewaardeerd in onze samenleving. de keuze voor een technische studierichting komt er vaak pas na eliminatie. in internationaal verband scoren we zwak inzake nieuw gediplomeerde ingenieurs en wetenschappers; we verliezen zelfs nog terrein ten opzichte van andere europese landen. in het secundair onderwijs is er sinds vele jaren een gestage daling van leerlingen in technische studierichtingen. en dit terwijl de arbeidsmarkt schreeuwt om mensen met een technische vorming. • ons onderwijs is ook sterk gericht op kennisoverdracht. het blijkt zwakker bij het ontwikkelen van creativiteit, toepassing van kennis, ondernemingszin en communicatieve vaardigheden. het zijn net deze vaardigheden en attitudes die steeds belangrijker worden in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. • de omgeving waarin onze scholen opereren verandert snel. de maatschappij formuleert ook steeds meer verwachtingen naar het onderwijs. maar onze scholen missen vaak de bestuurskracht, het innoverend vermogen, de middelen, de expertise en structuren om al deze uitdagingen te kunnen beantwoorden en om vorm te kunnen geven aan belangrijke ontwikkelingen zoals een toekomstgericht schoolbeleid, modern werkgeverschap, een stimulerende organisatiecultuur en werksfeer, integrale kwaliteitszorg en gedragen onderwijsvernieuwingen. • het onderwijs en de wereld van het werk zijn nog te veel gescheiden omgevingen die elkaar onvoldoende bevruchten. structurele vormen van samenwerking tussen scholen en ondernemingen of andere organisaties zijn nog schaars en vaak enkel gericht op de korte termijn. er is nog te weinig inzicht en ervaring over hoe onderwijs en arbeidsmarkt beter kunnen samenwerken. • uit internationale vergelijkingen blijkt ook dat werknemers in Vlaanderen minder bijscholing volgen dan hun collega’s in veel andere europese landen, en dat de bereidheid tot levenslang leren minder groot is. nochtans is het temidden van de geglobaliseerde kennissamenleving voor een economische regio zoals Vlaanderen absoluut noodzakelijk dat de competenties van de beroepsbevolking continu evolueren, zodat het bedrijfsleven kan blijven innoveren en zo welvaart creëert voor de bevolking. integrale talentenzorg heeft nog een lange weg te gaan bij onze ondernemingen, overheidsdiensten en non-profitorganisaties.

1.2. “accent op Talent”: korte historiek een eerste toekomstverkennende commissie van sleutelfiguren uit onderwijs en sociaal-economische wereld was in de Koning Boudewijnstichting aan het werk van eind 2000 tot najaar 2002. de oorspronkelijke vraag voor die commissie luidde: wat kan er gebeuren om technische en technologische beroepen en opleidingen op te waarderen? de commissie maakte eerst een diagnose op van de toestand van ons onderwijs en dacht na over een nieuw perspectief voor technische en technologische beroepen en opleidingen; eind 2002 formuleerde ze verregaande voorstellen voor onderwijsvernieuwing en talentontwikkeling op de werkvloer. een eerste rapport “accent op talent. een geïntegreerde visie op leren en werken.”, stelde de krijtlijnen van deze vernieuwingsbeweging voor. in 2003 werden met de steun van het departement onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een aantal proefprojecten binnen accent op talent opgestart, waarin een vijftigtal voortrekkersscholen betrokken waren. de commissie bracht eind 2004 een tweede rapport uit “accent op talent. een agenda voor vernieuwing.”, waarin het gedachtegoed verder werd ontwikkeld en geconcretiseerd. dit rapport werd ook toegelicht bij de toenmalige informateur voor een nieuwe Vlaamse regeringsploeg; verschillende basisideeën van het rapport werden overgenomen in de beleidsverklaring van deze regering. deze vijf jaar toekomstgerichte werking van de commissie werd niet in het minst mogelijk gemaakt dank zij het gedreven voorzitterschap van urbain Vandeurzen, voorzitter en gedelegeerd bestuurder van lms international. de samenstelling van deze commissie vindt men in bijlage 1. in 2007, vijf jaar na het verschijnen van het eerste rapport, werd een vernieuwde commissie - onder het voorzitterschap van John dejaeger (Chief operating officer, reynaers aluminium tot 28.02.2009) - bijeengeroepen, om een balans op te maken van vijf jaar accent op talent (samenstelling eveneens in bijlage 1). heeft het gedachtengoed van accent op talent de praktijk en het beleid beïnvloed? hoe zit het met de vernieuwingsbeweging en de aanpak van talentontwikkeling in Vlaanderen? in overleg met de Vlaamse minister van onderwijs en Werk, frank Vandenbroucke, kreeg dit traject een plaats binnen de acties in het kader van Vlaanderen in actie (Via), meer bepaald het thema “talent”.

1.3. waarom accent op Talent? de volgende vaststellingen liggen aan de basis van het gedachtegoed van accent op talent: • ons onderwijs scoort op vele punten kwalitatief goed. de grootschalige internationale Pisa-onderzoeken van de oeso tonen bijvoorbeeld aan dat onze 15-jarigen zich bij de europese en zelfs de wereldtop scha-

1.4. anders leren met ‘anders leren’ pleit accent op talent voor vernieuwingen in zowel de leerinhouden (‘andere dingen leren’) als in de didactische aanpak (‘leren op een andere wijze’). abstracte, technische, creatieve en sociale talenten moeten op een gelijkwaardige wijze worden behandeld, vanaf het basisonderwijs tot in de volwassenenvorming. het onderwijs moet meer competentiegericht, realiteitsgetrouw en beter afgestemd worden op de leefwereld van de jongeren. het onderwijs moet jongeren bijbrengen dat zowel denken als doen belangrijk is in het leven.

13

toeliChtinG

specifieke aandachtspunten uit accent op talent zijn: • techniek en technologie als integraal deel van de algemene vorming van alle jongeren • bevordering van creativiteit en ondernemingszin bij leerlingen • meer nadruk op ontwikkeling van sociale vaardigheden en attitudes • meer leren buiten de schoolmuren: werkplekleren en ervaringsgericht leren voor alle leerlingen • meer activerend onderwijs (doe-activiteiten en projecten) en gebruik van iCt • meer vakdoorbrekende activiteiten om realistische contexten te creëren • een versterking van het vreemdetalenonderwijs en de internationale dimensie in het onderwijs • evaluatievormen die aan deze veranderingen zijn aangepast • leraren die ook leertrajectbegeleider of coach zijn van leerlingen • een bredere en meer gedifferentieerde taakinvulling voor leraren • stages voor alle leraren. de voorbije jaren is er reeds heel wat gebeurd op deze gebieden. Zo werd er met tos21 (techniek op school in de 21ste eeuw) een nieuw referentiekader ontwikkeld voor technische geletterdheid in het onderwijs. in de competentieagenda, een reeks beleidsmaatregelen gericht op de versterking van de competentieontwikkeling in Vlaanderen, werd een significante stap gezet naar meer werkplekleren voor leerlingen en stages voor leraren. Volgens een recent onderzoek van de Koning Boudewijnstichting (zie bijlage 2) leveren onze scholen steeds meer inspanningen op diverse gebieden zoals activerend onderwijs, teamwerking onder de leraren en aandacht voor leerlingen uit sociaal-cultureel zwakkere milieus. het ondernemerschapsonderwijs zit in de lift. ook veel proeftuinen hebben het concept “anders kiezen” omarmd en zijn resoluut de weg ingeslagen van didactische vernieuwing.

ook op deze gebieden is er al vooruitgang geboekt. het systeem voor deeltijds leren en werken werd grondig hervormd. momenteel worden de laatste stappen gezet voor de invoering van het hoger beroepsonderwijs en een Vlaamse kwalificatiestructuur. een hervorming van het secundair onderwijs wordt voorbereid; de beslissingen hierover moeten genomen worden in de volgende Vlaamse regeerperiode. de eVC-principes winnen veld. in het hoger onderwijs is de flexibiliteit toegenomen en wordt meer rekening gehouden met de diversiteit van de studentenpopulatie. in veel scholengemeenschappen wordt meer werk gemaakt van de studiekeuzebegeleiding van leerlingen. er is groeiende aandacht, met name in proeftuinen, voor de overgang tussen het basis- en secundair onderwijs en voor begeleiding van jongeren met leermoeilijkheden. er zijn ook indicaties dat het zittenblijven stagneert of zelfs afneemt. in het hoger onderwijs blijkt de belangstelling voor technische en wetenschappelijke studierichtingen wat te stijgen; maar in het secundair onderwijs blijft de belangstelling voor technische studierichtingen dalen.

1.6. anders sturen de realisatie van het ‘anders leren’ en ‘anders kiezen’ vergt ook een andere sturing van het onderwijssysteem. scholen moeten evolueren naar lerende organisaties die een kwaliteitsvolle aanpak combineren met een sterke vernieuwingscapaciteit op gebied van het aangeboden onderwijs, didactische werkvormen, ondersteunende activiteiten, interne organisatie, … de functie van scholen moet op termijn verbreden: scholen moeten zowel een een leef- en leergemeenschap voor leerlingen worden als centra voor de sociaal-culturele ontwikkeling van de lokale gemeenschap. ook de rol van de overheid naar de scholen toe dient te evolueren. de overheid dient de innovatie in scholen te faciliteren en te ondersteunen. dit kan door een verhoging van de vrijheidsgraden voor scholen gekoppeld aan een vermindering van de regelgeving. ‘Anders sturen’ impliceert o.a.: • meer visieontwikkeling door scholen vanuit een sterk beleidsvoerend vermogen • de uitbouw van een functionele organisatie binnen scholen (met een middenkader) • het aantrekken van sterke directies op basis van een competentieprofiel en een gepaste verloning • de professionalisering van schoolteams en schoolbesturen • meer teamwerk en gezamenlijke probleemaanpak binnen schoolteams • meer instroom van ‘vakmensen’ en inbreng van expertise vanuit andere sectoren • een systeem van integrale kwaliteitszorg in elke school • een voldoende schaalgrootte voor scholen en groepen van scholen • meer netwerking van secundaire scholen met hogescholen, bedrijven, universiteiten en andere organisaties • meer expertise op gebied van innovatiemanagement bij begeleidingsdiensten • sterkere betrokkenheid van leerlingen, ouders, leraren en lokale gemeenschap bij de school. de voorbije jaren zijn er aanzetten geweest die deze beweging ondersteunen. er is meer inzicht gekomen in het beleidsvoerend vermogen van scholen, er gaat meer aandacht naar de professionalisering van de schooldirecties en er is meer samenwerking gegroeid tussen scholen onderling en tussen scholen en bedrijven. Vanuit het beleid werd o.m. de brugfunctie van de rtC’s versterkt. het onderzoek van de Koning Boudewijnstichting heeft ook geïllustreerd dat zowel de teamwerking binnen de scholen als de externe gerichtheid is toegenomen.

1.5. anders kiezen accent op talent stelt voorop dat alle jongeren, dankzij een gerichte studiekeuze in het secundair en hoger onderwijs, een kwalificatie moeten kunnen behalen die hun talenten maximaal benut, hen toelaat actief te participeren in de samenleving en sterke kansen geeft op de arbeidsmarkt. Zowel in het secundair als in het hoger onderwijs maken veel jongeren (én hun ouders) verkeerde studiekeuzen, meestal vanuit een verkeerde inschatting van hun talenten, maatschappelijke noden en loopbaanmogelijkheden. leerlingen zouden een leertraject moeten kiezen met een hoog ambitieniveau, dat leidt naar een zo breed mogelijk competentieprofiel en dat zoveel mogelijk gebruik maakt van hun talenten. als we in die richting evolueren, dan kan het watervalsysteem worden ontmanteld en kan de ongekwalificeerde uitstroom sterk verminderd worden. daarvoor zijn zowel structurele als flankerende maatregelen nodig, in het bijzonder in het secundair onderwijs. accent op talent pleit met ‘anders kiezen’ voor • meer flexibiliteit in de leeromgevingen en in het tempo waarin leerlingen competenties verwerven • betere afstemming tussen basis, secundair en hoger onderwijs • keuzebegeleiding vanaf de basisschool voor het richting geven van talentontwikkeling • een meer gemeenschappelijke eerste graad in het secundair onderwijs met een meer uitgesproken functie van talentontdekking en ontwikkeling van keuzevaardigheid • aanpassing van de actuele onderwijsvormen (aso/bso/kso/tso) naar een systeem met meer flexibele leerwegen en belangstellingsgebieden, met voldoende vrijheidsgraden voor scholen • tijdige identificatie van risicojongeren voor schoolse vertraging, leermoeheid en vroegtijdig afhaken, gekoppeld aan flexibele remediëringsstrategieën • gelijkwaardige attestering van competenties, via welke weg ze ook werden bereikt. ‘Anders kiezen’ zou er ook moeten toe leiden dat meer jongeren leertrajecten volgen met een stevig pakket aan technische en wetenschappelijke vakken.

1.7. anders werken de voorgestelde veranderingen in het onderwijs hebben weinig nut als ze niet gepaard gaan met vernieuwingen op de werkplek. ook de ondernemingen staan immers voor de uitdagingen van de kennismaatschappij, in het bijzonder de talentenzorg bij hun medewerkers. talentontwikkeling op de werkplek is even cruciaal voor de persoonlijke ontwikkeling en het welvaartsniveau van de samenleving als talentontwikkeling in het onderwijs. dit geldt zowel voor leidinggevende als voor uitvoerende functies.

15

toeliChtinG

met ‘anders werken’ geeft accent op talent aan dat onze ondernemingen, overheidsinstellingen en nonprofitorganisaties lerende organisaties moeten worden met een hoge innovatiecapaciteit en dat alle werknemers – zowel de hoog-, midden- als kortgeschoolden – tijdens hun loopbaan hun competenties moeten kunnen verder blijven ontwikkelen. Voorwaarden daartoe zijn: • systemen voor integrale talentenzorg in bedrijven, overheidsdiensten en non-profitorganisaties • professionele ontwikkelingskansen door bijscholing, functionele mobiliteit, taakverrijking, … • aandacht voor informeel leren, samen leren en ‘leren leren’ in wisselende omstandigheden • aandacht voor loopbaanbegeleiding en -ontwikkeling van werknemers • opwaardering van het imago van industriële sectoren en technische beroepen • een gemeenschappelijk statuut voor arbeiders en bedienden • participatie van medewerkers aan organisatie-, proces- en productverbeteringen • attestering van competenties verworven op de arbeidsmarkt • appreciatie voor diversiteit op de werkvloer en de verscheidenheid van talenten • aangename en veilige werkomgevingen voor alle werknemers. accent op talent pleit er voor dat de overheid en de onderwijsinstellingen – in hun rol als werkgever – hier een voorbeeldfunctie zouden vervullen. de voorbije jaren is op de arbeidsmarkt de belangstelling voor competentieontwikkeling en talentenzorg toegenomen. een aantal overheidsmaatregelen heeft de mogelijkheden tot bijscholing, loopbaanoriëntering en attestering van verworven competenties verruimd. nieuwe leermethoden vinden steeds meer ingang in het bedrijfsleven. de diversiteit op de werkvloer neemt toe. toch blijven er nog belangrijke obstakels: het competentiedenken geraakt moelijk vertaald op de werkplek en in het onderwijs, de omvang van formele bijscholingsactiviteiten neemt niet meer toe en er is geen gemeenschappelijk statuut voor arbeiders en bedienden in zicht. Kortom, op deze terreinen is nog een omslag in de samenleving nodig.

de eersTe balans is posiTief in de eerste helft van 2008 maakte de commissie accent op talent een balans op van de evoluties sinds de publicatie van het eerste rapport in 2002. de commissie stelde vast dat de beleidsmaatregelen die de overheid de laatste jaren heeft genomen sterk sporen met de richting die accent op talent aangaf. Voorbeelden zijn de maatregelen m.b.t. het deeltijds onderwijs, de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarktactoren, nieuwe vakoverschrijdende eindtermen, meer aandacht voor techniek, de Vlaamse kwalificatiestructuur, het hoger beroepsonderwijs, erkenning van verworven competenties (eVC), het beleid voor gelijke onderwijskansen (GoK), toekenning van middelen voor scholen die gekoppeld worden aan de zorg voor leerlingen, … in het oog springend zijn de 81 proeftuinen voor onderwijsvernieuwing, waaraan reeds zo’n 600 scholen participeerden. Verder worden er nu reeds stappen gezet die moeten uitmonden in een hervorming van het secundair onderwijs tijdens de volgende Vlaamse regeerperiode. er is dus in het onderwijs een onmiskenbare positieve evolutie in de richting die door accent op talent werd aangegeven. de onderwijsinstellingen, zowel proeftuinscholen als andere scholen, hebben veel inspanningen geleverd op gebieden zoals de samenwerking onder de leraren, de aandacht voor leerlingen uit sociaal-cultureel zwakkere milieus, het gebruik van activerende werkvormen, de samenwerking met externe organisaties en de professionalisering van de schoolteams. deze positieve evoluties sterken de commissie accent op talent in haar overtuiging dat de richting die werd aangegeven ook de juiste is. accent op talent blijkt dus een belangrijke katalysator geweest te zijn voor veranderingen in het basis- en secundair onderwijs. in het bedrijfsleven zijn de veranderingen minder spectaculair, al zien we daar toch een stijgende aandacht voor het competentiedenken en talentenzorg. het is bemoedigend dat er een groeiend draagvlak ontstaat voor onderwijsvernieuwing binnen de scholen. Bij de directeurs van de Vlaamse scholen is er reeds een grote bereidheid om te evolueren in de richting die accent op talent voorstaat (zie bijlage 2).

17

toeliChtinG

oproep naar beleidsMakers voortzetten van de vernieuwing de commissie accent op talent roept de beleidsmakers in Vlaanderen op om de vernieuwingen in het onderwijs en op de werkplek verder te zetten en het gedachtegoed van accent op talent verder uit te werken. drie belangrijke aandachtspunten daarbij zijn: • een brede communicatie en sensibilisering over het belang van de vernieuwingen • blijvend stimuleren van onderwijsvernieuwingen van onderuit • een langetermijnvisie ontwikkelen op leren en werken in Vlaanderen

de commissie pleit er uitdrukkelijk voor om deze methodiek van “vernieuwing van onderuit” te behouden en op een gerichte wijze verder te ontwikkelen. scholen moeten ruimte krijgen om nieuwe werkmethoden, leerinhouden en schoolorganisatievormen uit te proberen om de leermotivatie en de resultaten van jongeren te verhogen en zo de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te doen toenemen. uit het onderzoek van de Koning Boudewijnstichting is alvast gebleken dat schooldirecteurs resoluut voorstander zijn van dergelijke mogelijkheden tot vernieuwing (zie bijlage 2). er moeten per thema voldoende proeftuinen komen zodat de vergelijkbaarheid voldoende groot is, meer expertisedeling tussen scholen mogelijk wordt en men beleidsconclusies kan trekken over welke vernieuwingen veralgemeend en structureel verankerd moeten worden. de overheid dient deze “voortdurende onderwijsvernieuwing van onderuit” te stimuleren via vier verschillende kanalen: • door een inhoudelijk kader aan te bieden passend binnen de langetermijn visie van de overheid, • door de regelgeving aan te passen en te versoepelen, • door netwerking tussen scholen te stimuleren, • door proeftuinen te ondersteunen en door middelen te voorzien die het beleidsvoerend vermogen van scholen versterken.

3.1. breed communiceren en sensibiliseren onderwijsvernieuwing en de richting die het onderwijs uitgaat moeten gedragen zijn door de brede samenleving. de voorbije jaren is evenwel gebleken dat sommige actoren in het onderwijslandschap zich minder aangesproken voelden door accent op talent. het gedachtegoed drong minder door in basis- en asoscholen. ook ouders bleken vaak terughoudend. Veel leraren stelden zich eerder afwachtend op en er bleek weinig vertrouwen in de aanpak van de onderwijsvernieuwing bij de onderwijsvakbonden. nog te weinig mensen in Vlaanderen zien de sterke verwevenheid tussen onderwijsvernieuwing, talentenzorg en behoud van de welvaart. Weinigen beseffen dat we zowel individueel als collectief veel te winnen hebben bij gerichte en brede talentontwikkeling vanaf de basisschool. meer nog, het is een absolute noodzaak dat er een grotere bereidheid naar vernieuwing moet komen. als onderwijs en arbeidsmarkt niet vernieuwen dan gaan we erop achteruit. in de toekomst zullen we beter in staat moeten zijn om alle talenten van onze mensen te ontwikkelen. accent op talent werd door sommigen begrepen als een eenzijdig verhaal met nadruk op verandering zonder het behoud van het waardevolle dat nu al bestaat. dit beeld moet in de toekomstige communicatie rond accent op talent expliciet worden doorbroken. het is geen of/of- maar een en/en-verhaal: niet kennis versus vaardigheden, maar een eigentijdse synthese van kennis én vaardigheden; niet denken versus doen, maar denken én doen; niet de leraar als lesgever of als coach, maar soms als coach én soms als lesgever; niet alleen planmatig en grondig leren versus kritisch en creatief zijn, maar beide. daarom roept de commissie accent op talent de overheid op om de komende jaren breed én gericht te communiceren en te sensibiliseren over talentontwikkeling en onderwijsvernieuwing. er is nood aan een scherpere probleemstelling over het belang van onderwijsvernieuwing en talentenzorg vanuit pedagogisch, sociaal en economisch standpunt en over de noodzaak van de voorgestelde acties en te bereiken resultaten. de commissie stelt voor dat er de komende jaren een wervende communicatie komt naar groepen bij wie het gedachtegoed van accent op talent niet of minder is aangeslagen. daarbij moet de combinatie worden benadrukt van traditie en vernieuwing. de vrees die bij sommigen leeft moet weggenomen worden door aan te tonen hoe weloverwogen onderwijsvernieuwing uiteindelijk leidt tot meer kwaliteit en meer mogelijkheden voor alle leerlingen en uiteindelijk tot meer welvaart voor iedereen.

3.3. een langetermijnvisie ontwikkelen op leren en werken in vlaanderen het Vlaams beleid moet een algemene langetermijnvisie voor het onderwijs en voor talentontwikkeling in het bedrijfsleven ontwikkelen met als perspectief 2020 en verder. in haar laatste rapport identificeerde de commissie vanuit het gedachtegoed van accent op talent alvast vijf “kernresultaten” of doorbraken die tegen 2020 zouden moeten worden bereikt: 1. halvering van de ongekwalificeerde uitstroom 2. onderwijsprestaties van sterke én zwakkere leerlingen in de europese top 3. aanzienlijk meer techniek in de algemene vorming van alle jongeren 4. Gevoelige versterking van de vreemdetalenkennis 5. Verdubbeling van de bijscholing en vorming van volwassenen. de commissie pleit voor een breed gedragen consensus in Vlaanderen over onderwijs en arbeidsmarkt, over leren en werken, en over de inhoud en doel van de basisvorming in de 21ste eeuw: wat moet ons onderwijs doen om jongeren voor te bereiden op hun rol in de brede samenleving? Binnen deze langetermijnvisie kunnen het gedachtegoed van accent op talent en de positieve en veralgemeenbare resultaten van de proeftuinen een plaats krijgen.

rapporTen accenT op TalenT de rapporten “Accent op Talent. Een agenda voor vernieuwing” (2002) en “Accent op Talent. Een geïntegreerde visie op leren en werken” (2004) kunnen besteld worden bij de Koning Boudewijnstichting (www.kbs-frb.be, publi@kbs-frb.be, tel. 070- 233 728). Zowel het rapport “Accent op Talent. Een eerste balans” als het aparte onderzoeksrapport met de resultaten van de enquête “Vijf jaar vernieuwing in scholen. De visie van duizend Vlaamse directeurs” kunnen bekomen worden en ook in elektronische versie gedownload worden via de website van de Koning Boudewijnstichting (www.kbs-frb.be).

3.2. onderwijsvernieuwing van onderuit blijven stimuleren een belangrijk winstpunt vanuit accent op talent is het ‘anders vernieuwen’: vernieuwingen bottom-up introduceren en uitproberen (zoals nu gebeurt in de proeftuinen) en, indien succesvol, ze nadien veralgemenen. scholen kregen ruimte voor vernieuwing binnen een algemene visie over de richting die de verandering moet uitgaan. de meeste van deze experimenten bleken succesvol en droegen bij tot een kwaliteitsverhoging van het onderwijs.

19

BiJlaGen

bijlagen

bijlage 1: coMMissies accenT op TalenT commissie één (2000 - 2004) (met aanduiding van hun toenmalige titels) VoorZitter: urbain Vandeurzen, voorzitter en gedelegeerd bestuurder lms international, ondervoorzitter Voka, ondervoorzitter VBo

raPPorteurs: Bea Bossaerts, freelance redacteur Wouter Van den Berghe, zaakvoerder tilkon leden Van de Commissie: • mark andries, adjunct-directeur Kenniscentrum Voka • Kristien arnouts, inspecteur-generaal secundair onderwijs • Koen debackere, hoogleraar lrd – Ku leuven (tot 2002) • Jean marie debaene, diensthoofd van de studiedienst aBVV • ann demeulemeester, algemeen secretaris aCW • Karel demeyere, technisch adviseur bij de VdaB • Jan denys, manager, strategisch arbeidsmarktbeleid randstad • Wilson de Pril, directeur-generaal agoria Vlaanderen (Jo Celis, stafmedewerker opleiding en Werkgelegenheid, agoria Vl., plaatsvervangend lid) • rudy derdelinckx, algemeen directeur hogeschool antwerpen (tot 2002) • eddy de Waele, algemeen directeur bij het oVsG • trees Gilles, secretaris-generaal van de Vlaamse Confederatie van ouders en ouderverenigingen • Guido Gysemans, bedrijfsadviseur • Gaby hostens, directeur-generaal administratie secundair onderwijs bij het departement onderwijs • Willy ivens, directeur Kamer van Koophandel mechelen • andré macharis, adjunct-kabinetschef van de minister-president van de Vlaamse regering • Willy machiels, directeur syntra-centrum hasselt (tot 2002) • Jean-marie marchand, raadgever op het Kabinet van de Vlaamse minister van onderwijs • Wim nimmegeers, directeur van de Vlaamse dienst voor het Katholiek Volwassenenonderwijs, voordien secretaris Volwassenenonderwijs bij de Vlaamse onderwijsraad (tot 2002) • Kris Peeters, gedelegeerd bestuurder uniZo (Pieter Vanhecke, economisch adviseur uniZo, plaatsvervangend lid) • Boud reggers, voorzitter Vereniging van openbare Verzorgingsinstellingen (tot 2002) • Jan roeland, coördinerend directeur scholengemeenschap salem, vzw eCoV aalst, voordien algemeen directeur Vrij technisch instituut aalst (tot 2002) • daniel samyn, raadgever kabinet van de Vlaamse minister van onderwijs (tot 2002) • Geert schelstraete, secretaris-generaal Vlaams Verbond Katholiek secundair onderwijs • Valeer schodts, directeur diocesane middenschool diest (tot 2002) • marc sels, lid van de raad van Bestuur van de raad van ouders voor het Gemeenschapsonderwijs • Chris serroyen, adviseur studiedienst aCV • hector smeesters, inspecteur secundair onderwijs (industriële sector) (tot 2002) • lut stroobants, adviseur-coördinator pedagogische begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs • Guy tegenbos, redacteur de standaard • nathalie Van avermaet, stafmedewerker bij de Vlaamse scholierenkoepel, stafmedewerker Gelijke onderwijskansenbeleid • ludy Van Buyten, secretaris-generaal van het departement onderwijs • nicole Vancoillie, voormalig directeur dienst Beroepsopleiding, departement onderwijs • Bert Van daele, managing partner arch international BV (tot 2002) • Benny Vanderlinden, voorzitter van de ClB directies van het Gemeenschapsonderwijs • flor Vangheem, directeur Koninklijk atheneum Beveren (tot 2002) • fred vanhoof, opdrachthouder human resources, Vorming en organisatieontwikkeling, ViZo

21

BiJlaGen

• luc Vanneste, directeur studiedienst sP.a, voordien provinciaal secretaris aBVV West-Vlaanderen (tot 2002) • maria Van steenvoort, inspecteur secundair onderwijs (zorgsector) (tot 2002) • eric Vercammen, pedagogisch adviseur bij het VClB-Vormingscentrum • Jan Vercamst, Vlaams gewestsecretaris aClVB • Patrick Weyn, directeur Provinciaal onderwijs Vlaanderen • Veronique Willems, onderwijsdeskundige uniZo (vanaf 01/10/02: adviseur uniZo Vlaams-Brabant) (tot 2002)

bijlage 2: enkele resulTaTen uiT heT onderzoek van de koning boudewijnsTichTing bij schooldirecTeurs scholen spannen zich in voor onderwijsvernieuwing ter ondersteuning van de discussies in de commissie accent op talent besliste de Koning Boudewijnstichting om een enquête te lanceren bij de directeurs van de Vlaamse scholen. in deze enquête konden directeurs aangeven in welke mate er de voorbije jaren veranderingen waren opgetreden in hun school en hoe ze aankeken tegen (mogelijke) beleidsevoluties. de enquête werd afgenomen in januari en februari 2008 en kende een zeer hoge respons (met antwoorden van directeurs van 995 verschillende scholen). uit deze bevraging komt alleszins heel sterk naar boven dat de Vlaamse scholen – en dus vooral de leraren – de jongste jaren belangrijke inspanningen hebben geleverd op gebied van onderwijsvernieuwing. op zeer veel gebieden is er sprake van een positieve evolutie in het Vlaamse onderwijs. dit is het meest uitgesproken – in meer dan drie vierde van de scholen – voor het gebruik van activerend onderwijs, de begeleiding van leerlingen, inhoudelijke vernieuwingen van de vakken en de teamwerking onder de leraren. de volgende grafiek is een illustratie van deze positieve ontwikkelingen. het taartdiagram toont aan op welke gebieden de Vlaamse scholen (basis- en secundair onderwijs samen) volgens de directeurs sinds 2002 het meest vooruitgang hebben geboekt .

commissie twee (2007 – 2009) VoorZitter: John dejaeger, Chief operating officer, reynaers aluminium (tot 28.02.2009)

leden Van de Commissie: • Kristien arnouts, inspecteur-generaal secundair onderwijs, Vlaamse overheid – onderwijsinspectie • luc Bentein, directeur, ensor instituut, oostende • Jos Bollen, directeur, sint-augustinusinstituut, Bree • Wilson de Pril, directeur-generaal, agoria Vlaanderen (vervanger: taeymans martine, adviseur onderwijs,Vorming en arbeidsmarkt, agoria Vlaanderen) • Patrick delbaere, algemeen directeur en Bob loisen, directeur pedagogisch beleid, oVsG • ann demeulemeester, algemeen secretaris aCW, voorzitter van de Vlor • Karel demeyere, technisch adviseur, VdaB • Greet demuynck, algemeen directeur, vzw eCoV, aalst • Jan denys, manager Corporate Communication & Public affairs, randstad Belgium • isabelle Goudeseune, adviseur, unizo-studiedienst (tot 30.04.2008) • Guido Gysemans, bedrijfsadviseur • franky hungenaert, directeur, College heilig Kruis - sint-ursula 2, maaseik • Willy ivens, directeur, Voka - Kamer van Koophandel en nijverheid mechelen • urbain lavigne, afgevaardigd bestuurder, Go!- onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap • Georges monard, ereondervoorzitter van de Koning Boudewijnstichting • nele muys, adviseur, unizo-studiedienst (vanaf 01.05.2008) • tom rydant, projectcoördinator (accent op talent - Proeftuinen - Brede school), Kt@ dendermonde • Geert schelstraete, adjunct-kabinetschef onderwijs, Kabinet van de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Werk, onderwijs en Vorming • Chris smits, secretaris-generaal, Vlaams Verbond van het Katholiek secundair onderwijs • nicole speleers, afdelingshoofd, instellingen en leerlingen secundair onderwijs en Volwassenenonderwijs, Vlaamse overheid - departement onderwijs en Vorming • lut stroobants, adviseur-coördinator, Begeleidingsdienst Go!- onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap • Guy tegenbos, journalist Wetstraat, de standaard • Gert truyens, adjunct-Gewestsecretaris, aClVB Vlaamse regionale • ludy Van Buyten, secretaris-generaal, Vlaamse overheid - departement onderwijs en Vorming • Peter Van der hallen, onderwijsbeleid, aCV-studiedienst • luc Van Praet, coördinator proeftuinen, Vlaamse overheid - departement onderwijs en Vorming • nicole Vancoillie, voormalig directeur van de dienst Beroepsopleiding van het departement onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap • urbain Vandeurzen, voorzitter, gedelegeerd Bestuurder, lms international - voorzitter van Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen • an Van de Ven, coördinator praktijkopleiding, syntra Vlaanderen • françoise Vermeersch, adviseur, Vlaams aBVV • Patrick Weyn, directeur, Provinciaal onderwijs Vlaanderen

gebieden waar vlaamse scholen volgens de directeurs de grootste vooruitgang hebben geboekt sinds 2002
andere gebieden

Vermindering van schoolse vertraging aandacht voor wetenschap en techniek management en bestuur van de school

Vaardigheden en attitudes van leerlingen

onderwijsresultaten van scz-leerlingen

samenwerking onder de leraren

inzet van leraren voor de school

Coaching van leerlingen door leraren

de vertaling naar een algehele verhoging van de leerlingenprestaties en een vermindering van de schoolmoeheid laat wel nog wat op zich wachten. ook is er nog geen sprake van een kentering van het watervalsysteem op basis van deze enquêteresultaten. algemeen gesproken verschilt de mate van verandering weinig tussen het basis- en het secundair onderwijs.

23

aCCent oP talent

een draagvlak voor accent op Talent bij de schooldirecties in de enquête konden de directeurs daarnaast ook hun mening geven over een aantal lopende of mogelijke beleidsinitiatieven die gerelateerd zijn aan accent op talent. uit de analyse van de antwoorden blijkt overduidelijk dat de meeste schooldirecteurs in Vlaanderen een heel eind meegaan en in sommige gevallen zelfs resoluut voorstander zijn van nagenoeg alle in de enquête aan hen voorgelegde (mogelijke) beleidsevoluties. met de volgende stellingen waren zelfs minstens drie op de vier schooldirecteurs het volledig of gedeeltelijk mee eens: • “Leerlingen moeten meer gevormd worden tot actieve, kritische en verdraagzame burgers” • “Scholen moeten meer middelen krijgen op gebied van management en bestuur” • “Leraren moeten een schoolopdracht krijgen die een gedifferentieerde taakinvulling mogelijk maakt” • “Scholen met veel leerlingen uit sociaal-cultureel zwakkere milieus moeten veel extra personeels- en werkingsmiddelen krijgen” • “Scholen moeten meer kansen krijgen om te experimenteren met vernieuwingen” • “Technologie moet een belangrijk onderdeel worden van de algemene vorming van alle leerlingen” • “Er moet meer tijd besteed worden aan de ontwikkeling van creativiteit en ondernemingszin bij leerlingen” • “Er moet een innovatiefonds komen waaruit scholen kunnen putten voor het financieren van projecten voor onderwijsvernieuwing” • “Scholen en bedrijven moeten meer samenwerken op verschillende gebieden” • “De regelgeving inzake personeel moet drastisch versoepeld worden” aan de directeurs werd tot ook gevraagd welke beleidsmaatregelen volgens hen de hoogste prioriteit verdienden. Ze hadden daarbij de keuze uit de 16 antwoordmogelijkheden, waarbij ze maximaal drie antwoorden mochten aankruisen. de top drie bleek te zijn: • Een soepeler systeem voor de opdracht en taakinvulling van leerkrachten. • Versterking van management en bestuur van scholen. • Meer middelen voor opleiding en begeleiding van jongeren uit sociaal-cultureel zwakkere milieus. Verder vindt minstens één directeur op zes de volgende activiteiten een absolute beleidsprioriteit: • Vorming van leerlingen tot actief burgerschap. • Meer mogelijkheden om te experimenteren met onderwijsvernieuwing. • Meer gerichte ontwikkeling van creativiteit en ondernemingszin bij leerlingen [basis]. • Meer nascholing en professionele ontwikkelingsactiviteiten voor leerkrachten [basis]. • Een belangrijker plaats voor technologie in het onderwijs. • Omvorming van het secundair onderwijs naar een systeem van flexibele leerwegen [secundair].

colofon • Reeks accent op talent accent op talent 2009-2014: Van onderwijsbeleid naar talentenbeleid een uitgave van de Koning Boudewijnstichting, Brederodestraat 21 te 1000 Brussel • CoöRdinatie vooR de koning BoudewijnstiChting Guido Knops, directeur Jan Blondeel, projectverantwoordelijke Pascale Criekemans, directieassistente • voRMgeving tabeoka • PRint on deMand manufast-aBP vzw, een bedrijf voor aangepaste arbeid deze uitgave kan gratis worden gedownload van onze website www.kbs-frb.be een afdruk van deze electronische uitgave kan (gratis) besteld worden : on line via www.kbs-frb.be, per e-mail naar publi@kbs-frb.be of telefonisch bij het contactcentrum van de Koning Boude-wijnstichting, tel +32-70-233 728, fax +32-70-233 727 • • • • wettelijk dePot: d/2893/2009/24 isBn-13: 978-90-5130-658-3 ean: 9789051306583 BestelnuMMeR: 1898 maart 2009 met de steun van de nationale loterij

koning boudewijnsTichTing samen werken aan een betere samenleving www.kbs-frb.be de Koning Boudewijnstichting is een onafhankelijke en pluralistische stichting die jaarlijks zo’n 2.000 organisaties en individuen financieel steunt, een forum biedt voor debat en reflectie, en filantropie stimuleert. met een jaarbudget van 48 miljoen euro draagt de stichting bij tot meer rechtvaardigheid, democratie en respect voor diversiteit. We werken vanuit Brussel en zijn actief op regionaal, Belgisch, europees en internationaal niveau. onze raad van Bestuur tekent de krachtlijnen uit voor het beleid. dat wordt gerealiseerd door een 50-tal medewerkers. de stichting werd in 1976 opgericht toen Koning Boudewijn 25 jaar koning was.