Nederlands literatuur geschiedenis §5,7 t/m 13

§5. De vorming van onze cultuur De Nederlandse geschiedenis en beschaving zijn vooral bepaald door: a. De autochtone cultuur. a. Germaanse invloed. b. Romaanse invloed. Het Frankische Rijk, met Parijs als centrum, strekte zijn invloed over heel West-Europa uit. Uit het feit dat talloze Franse werken in het Nederlands zijn vertaald blijkt hoe sterk de Franse invloed op onze cultuur is geweest. c. De Keltische cultuur. Via de Franse. b. De antieke cultuur. a. De Griekse en Romeinse cultuur. b. Bloeitijd: 400 v.Chr. – 100 n. Chr. c. In de renaissance werd de belangstelling voor de Griekse taal en cultuur groter, omdat men er behoefte aan had naar de bron terug te keren van waaruit veel van de kennis van de Romeinse cultuur opgeschreven stond. Zo kwam men bij de Griekse cultuur, via de Romeinse. c. De christelijk/Joodse cultuur a. In de middeleeuwen was de invloed van de christelijke cultuur het grootst. b. De roomse kerk bepaalde in die tijd wat cultuur moest zijn. c. Ondanks de secularisatie van onze tijd moet gezegd worden, dat ook nu nog onze West-Europese cultuur doortrokken is van christelijke invloeden. Onze cultuur wordt de laatste tientallen jaren in sterke maten bepaald door: d. De Amerikaanse cultuur. a. Sinds de jaren ’90 is Amerika de enige supermacht van de wereld. Het is het land met de meeste welvaart. e. De Islamitische cultuur. a. De vele allochtonen die vanaf de jaren ’60 naar ons land zijn gekomen hebben steeds meer invloed op onze samenleving. Vooral in de grote steden is hun aanwezigheid en invloed duidelijk. §7. Inleiding Alles wat men leest is lectuur. Naar de inhoud kun je lectuur in twee groepen verdelen: - Non-fictionele teksten. o Feiten, geen verzonnen verhalen. (nieuwsbericht, studieboek) - Fictionele teksten. o Groot gedeelte van het verhaal is verzonnen. Een ander woord voor fictionele teksten is literatuur. Dat is een verzamelterm voor alle soorten teksten in verhaal-, gedicht-, of toneelvorm. Ze verwijzen tegelijkertijd naar de werkelijkheid, zoals naar menselijke karakters, maatschappelijke situaties etc. De schrijven kan de werkelijkheid aanpassen aan zijn doel. Hij kan het zo weergeven dat je die echt vindt lijken op de wereld om je heen. Ook kan het zijn dat de schrijver een verhaal verteld in een droomwereld. Eerste werkelijkheid = de echte werkelijkheid, opgebouwd door controleerbare feiten. Tweede werkelijkheid = De visie van de schrijver op de werkelijkheid. Hoe hij het ziet.

Derde werkelijkheid = de werkelijkheid die je als lezer voor je ziet. Hoe kijkt de lezer tegen bepaalde gebeurtenissen aan?

§8. Schrijver en lezer Literatuur is een vorm van communicatie. Er is een zender (de schrijver) die een tekst (verhaal) door middel van een medium (een boek) communiceert met een ontvanger (lezer). Het belangrijkste verschil tussen schrijver en lezer is dat een schrijver vaste vorm geeft aan gevoelens en gedachten. Hij brengt onder woorden wat een ander alleen maar voelt of denkt. De schrijver leert hoe hij gevoelens zó onder woorden moet brengen zodat de lezer geboeid raakt door zijn tekst. De schrijver schrijft vanuit zijn eigen wereld. De lezer neemt zijn tekst op vanuit zijn wereld. Schrijver en lezer hebben een verschillende werkelijkheid. Dit ligt aan de opvoeding, leefomgeving, belevenissen etc. Ook bevat een tekst altijd ‘witte plekken’. De hoofdpersoon wordt niet helemaal beschreven. Je moet zelf een beeld bedenken bij de hoofdpersoon. Een auteur kleurt zijn werk op met zijn eigen persoonlijke ervaringen en opvattingen. Het resultaat is de schrijverstekst. Als lezer heb je andere opvattingen en beelden. Al lezend krijg je een persoonlijke opvatting over de tekst. Zo ontstaat een lezerstekst. §9 Literatuur en maatschappij Een schrijver die wil amuseren schrijft een tekst wat humor bevat. Hierin kunnen woordspelingen staan. Amusementschrijvers leiden de lezer af van de maatschappelijke problemen. Hun teksten hebben een escapefunctie; ze laten de lezer tijdelijk ontsnappen aan de werkelijkheid. Je kunt een verhaal/gedicht waarin een maatschappelijk probleem aan de orde komt ook wel geëngageerde teksten noemen. Dit probleem wordt op de manier v/d schrijver blootgesteld. Amusementschrijvers leiden de lezer juist af van §10 Literatuur en kunst Elk kunstwerk is uniek, vaak toevallig tot stand gekomen. Kunst roept bepaalde persoonlijke reacties op: gevoelens, herinneringen en herkenningen. Goede kunst is niet te omschrijven. Dat verschilt voor iedereen. Over een paar eigenschappen van goede kunst is de meerderheid het wel eens. De argumenten die voor een goede literaire tekst gelden, kunnen worden vertaald naar kunst: Men vindt het mooi/aansprekend. Met is het eens met de morele waarden die het werk uitdraagt (die opvatting over wat goed en wat slecht is). men vindt dat het werk de werkelijkheid goed weergeeft. Men vindt het werk knap gemaakt. Men waardeert de bedoeling van het werk. In kunst is altijd sprake van een spanning tussen traditie en vernieuwing. Kunst is onderdeel van de maatschappij. Kunstenaars worden beïnvloed door de wereld. Ook het publiek reageert vanuit zijn eigen wereld/tijd. §11 Lezer en mening

Je kunt lezen om je te ontspannen, uit nieuwsgierigheid, om een wereld te verkennen die je zelf niet kent of om je bewust te worden van de werkelijkheid om je heen. Als lezer verplaats je jezelf in de gevoelens van de figuren. De kracht van een goede fictionele tekst schuilt in de herkenning door de lezer, bijv.: - Aspecten die je ook hebt meegemaakt. - Je eigen wensen, dromen. - Dezelfde politieke of geloofsovertuiging. De liefde v/d schrijver voor mooie dingen.

Er is ook sprake van een goede fictionele tekst als je kunt meevoelen met de figuur zijn gevoelens. - Je kunt vinden dat een tekst mooi is geschreven. - De schrijver kan eenzelfde mening als de lezer hebben. De wereld uit het boek spreekt je aan. Je vindt de opbouw goed. Het thema spreekt je aan. §12 Literatuur en lectuur Beeldende kunstenaars bewerken materialen om hun ideeën vorm te geven. Schrijvers gebruiken hiervoor woorden. Literatuur kun je taalkunst noemen. Er is goede en slechte taalkunst; er bestaat literatuur en lectuur. Wie bepaalt wat wat is? De invloed van een deskundige is meer waard dan een willekeurige lezer. In de praktijk maken zij uit wat echt literatuur is. Tot literatuur behoren de teksten die niet alleen ontspannend zijn, maar ook nog op een andere manier belangrijk zijn: - Een boek dat je ontroerd wil je nog een keer lezen. - Een boek dat zo goed is dat je bij de herlezing nieuwe dingen tegenkomt. - Een boek dat je aan het denken gezet heeft over een onderwerp. Tot lectuur rekenen we teksten die alleen ontspannend zijn. Sommige boeken die veel gelezen worden, worden ingelijfd bij de canon van de literatuur. (canon = een officiële lijst). Een tekst kan niet-vervulde wensen bevredigen door identificatie met figuren. Als een tekst herkenbaar is, dan begrijpt de lezer wat er staat. In een tekst worden vooroordelen en stereotiepe aan de kaak gesteld. Een tekst is origineel en onvoorspelbaar. En de schrijver heeft een eigen, herkenbare stijl. §13 Literatuur en levensovertuiging Uit de schrijfteksten van een schrijver blijkt zijn levensbeschouwing. Is hij socialist of liberaal, progressief of conservatief, christen of atheïst? Het wordt in proza duidelijk door de figuren die hij kiest en de situaties waarin hij ze brengt. Sinds de 17e eeuw is qua geloof in Nederland veel veranderd. De schrijvers van de laatste decennia geven zijn geseculariseerd. Vanaf de jaren ’50 zijn in de romans ook passages te vinden waarin seksualiteit en erotiek voorkomen. De beschrijving hiervan staat meestal tegenover de Bijbel. Ook het taalgebruik van moderne schrijvers is vanuit christelijk oogpunt in waarde gedaald.

Omgaan met onchristelijke literuur brengt spanning met zich mee. De houding die je al lezend inneemt is belangrijk. Probeer je houding voortdurend kritisch te laten zijn en wanneer je onchristelijke elementen tegenkomt, een houding van tegenstand/opstand.