koning boudewijn

Thierry Debels

Koning Boudewijn
Een biografie

Houtekiet
Antwerpen / Utrecht

© Thierry Debels / Linkeroever Uitgevers nv / Houtekiet, 2010 Houtekiet, Katwilgweg 2, b-2050 Antwerpen www.houtekiet.com info@houtekiet.com Omslag Jan Hendrickx Foto’s omslag en binnenwerk © Belga Foto’s p.39 en 40 © Archief Koninklijk Paleis Zetwerk Intertext Antwerpen isbn 978 90 8924 136 8 d 2010 4765 48 nur 698 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission of the publisher.

Inhoud

proloog De jaren dertig-vijftig 9 hoofdstuk 1 De jaren vijftig: lood 43 hoofdstuk 2 De jaren zestig: goud 135 hoofdstuk 3 De jaren zeventig: zilver 217 hoofdstuk 4 De jaren tachtig: brons 279 hoofdstuk 5 De jaren negentig: ijzer 331 Algemeen besluit 379 Appendix 383 Bronnen 391 Register 397

Zoals steeds voor Cathy, Loïc, Brieuc en Elouan. Deze keer ook voor S.P. en Leo G.

‘Laat mij deez’ bittre tegenspoed omhelzen, Want wijzen noemen dit de verstandigste weg.’ shakespeare

proloog

De jaren dertig-vijftig
‘Wanneer je een koning aanvalt, moet je hem doden.’ ralph emerson

B

oudewijn wordt geboren op zondag 7 september 1930 in het kasteel van Stuyvenberg. ‘De Brusselaars die zich die dag naar de vespers begeven, horen de honderdeneen kanonschoten het blijde nieuws aankondigen, schrijft biograaf José-Alain Fralon. De boreling weegt 4,040 kilo. België viert dat jaar honderd jaar onafhankelijkheid. Daarom wordt de jonge prins het ‘kind van het eeuwfeest’ genoemd. ‘Zijn komst wordt als een cadeau aan de natie opgevat,’ aldus Patrick Roegiers. Het is de eerste zoon voor Leopold iii en Astrid. Zus JosephineCharlotte is dolblij met haar broertje. Volgens de orders van vader Leopold krijgt de jongen zes namen: Boudewijn, Albert, Karel, Axel, Maria en Gustaaf. Oorspronkelijk wordt gekozen voor de voornaam Albert. Dat plan wordt snel verlaten. Grootvader koning Albert i heeft een voorkeur voor de voornaam Boudewijn, naar zijn jong gestorven broer. Het eerste cadeau dat de jonge prins van het eerste regiment grenadiers krijgt, is een metalen beker waarop een sierlijke letter B gegraveerd is. Toch maken de ouders een blunder: ze vergeten hun kind de naam van Leopold, de eerste koning van België, te geven. Hoe is

10

koning boudewijn

het mogelijk? Die naam wordt er nadien nog tussen geschoven, tussen Karel en Axel. Kranten in binnen- en buitenland schrijven verontwaardigde stukken. Het is een omineus voorteken. Voor het overschrijven van de geboorteakte van de prins in de koninklijke registers met alle zeven namen ontvangt ene Jan van Nijlen volgens een nota van 8 mei 1931 maar liefst 510 frank. Omgerekend naar vandaag 316 euro. Mooi verdiend. Zijn eerste naam voorspelt niet veel goeds. Prins Boudewijn, naar wie de baby is genoemd, was immers de oudere broer van Albert i. Die sterft al op 23 januari 1891. Door het vroegtijdig overlijden van de kroonprins moet zijn jongere broer Albert tegen alle verwachtingen in koning worden. Veel zin had hij niet. Net voor de eedaflegging werd Albert zelfs overvallen door plankenkoorts. Over de dood van de kroonprins doen vandaag nog steeds heel wat verhalen de ronde. Officieel is hij aan een longontsteking gestorven. Zus Henriette schrijft dat bij de dood van Boudewijn de pers een vuile campagne opzette. ‘Men vertelde dat hij tijdens een duel gedood werd door graaf X of neergeschoten werd door graaf Y.’ Vraag is uiteraard waar die roddels tot vandaag vandaan blijven komen. Henriette beweert dat de prins op nauwelijks twee dagen tijd bezweken is en dat de enige fout die de koninklijke familie gemaakt heeft, is dat ze verzweeg dat Boudewijn ernstig ziek was. ‘Men vond verhalen uit van knokpartijen, moord zelfs… voor een vrouw.’ De ‘nieuwe’ Boudewijn krijgt begin de jaren dertig bovendien de dynastieke titel van graaf van Henegouwen. Elke oudste zoon van de hertog van Brabant, in casu Leopold iii, krijgt die, al is Boudewijn wel de laatste Coburg die de titel draagt. Het Laatste Nieuws vroeg zich trouwens al na de geboorte van Boudewijn af of vader Leopold hem die titel wel zou verlenen. ‘Misschien krijgt hij er geen,’ schrijft de Brusselse krant. De redacteur verwijst naar een Koninklijk Besluit van 14 maart 1891. Die wet kondigt het einde aan van titels ontleend aan de geschiedenis van de Belgische provincies. Boudewijn mag volgens dat kb enkel prins van België zijn. Het Laatste Nieuws merkt op dat van die regel in het verleden ook afgeweken werd voor de prinsen Leopold en Karel.

de jARen deRTig-VijFTig

11

Dat Boudewijn toch de titel graaf van Henegouwen krijgt, is opnieuw geen gunstig voorteken. Die titel ‘graaf van Henegouwen’ kwam immers eerder toe aan prins Leopold, de op tienjarige leeftijd overleden zoon van Leopold ii. De jongen overleed na een val in de vijver van het paleis. En dan is er nog het peterschap: de jonge Boudewijn krijgt koning Albert i als peter toegewezen. Die zal enkele jaren later in verdachte omstandigheden overlijden bij een val van de rotsen in Marche-les-Dames. Verdacht, omdat hij een goede klimmer was en er geen enkele getuige bij de val was. Buitenlandse kranten vragen zich af of de Coburgs vervloekt zijn. Op 11 oktober heeft de doopplechtigheid plaats in de kerk SintJacob-op-Koudenberg. Dooppeter is dus Albert i, doopmeter is prinses De Bourbon-Parma, geboren Margaretha van Denemarken, de jongste zus van prinses Ingeborg. De plechtigheid wordt geleid door kardinaal Van Roey. Daarvoor was er al een doop in intieme kring.

Grootvader Albert sterft In 1932 schrikt de koninklijke familie een eerste keer op. Ze worden discreet op de hoogte gebracht van een moordplan. De naam Camillo Berneri valt. Twee jaar voordien waren er al dreigbrieven aan minister Jaspar. Als het huwelijk van Marie-José, zus van Leopold en Karel, met Umberto in 1930 doorging, zou geweld tegen de koninklijke familie gebruikt worden. De auteur van de dreigbrieven werd nooit gevonden. Wellicht hoorde hij tot de communisten die fel tegen de Belgische monarchie gekant waren en het huwelijk van Marie-José misbruikten om hun ‘ongenoegen’ uit te drukken. Marie-José leerde Umberto kennen toen ze als kind in Italië verbleef. Vooral Elisabeth en Albert drongen aan op deze verbintenis. Veel inspraak kreeg ze niet, het was een gearrangeerd huwelijk. Umberto, Beppo in de omgang, is de enige zoon van koning Victor Emmanuel iii van Italië en zijn nicht Margaretha. Hij was drie jaar ouder dan Marie-José. Toch verlopen de eerste levensjaren van Boudewijn rustig en gelukkig. Het gezin is verhuisd naar het kasteel Stuyvenberg in

12

koning boudewijn

Koningin Astrid, kort voor haar dood, met Boudewijn en Josephine-Charlotte. Laken. Het Bellevue op het Paleizenplein in Brussel was te druk en bovendien niet geschikt voor jonge kinderen. ‘Josephine-Charlotte en Boudewijn vertoeven vaak in Villers-sur-Lesse, een landgoed dat Leopold en Astrid naar eigen smaak als buitenverblijf hebben laten inrichten, ver van de verplichtingen van het officiële leven,’ weet Christian Koninckx. Boudewijn is ook regelmatig aan zee, in de villa Roemah Laoet in Het Zoute. Dat Astrid een goede moeder is en zich voortdurend bezighoudt met de kinderen, is een hardnekkige mythe. Ter illustratie geven we het volgende mee. Begin 1932 vatten Astrid en Leopold een reis aan naar Frans Oost-Azië. Boudewijn is dan ruim een jaar oud. Die reis duurt een half jaar. In juni zijn de ouders van de jonge prins weer in België. Op 30 december 1932 vertrekken ze opnieuw, deze keer naar Congo. Dat verblijf duurt tot midden april 1933. Op al die verre reizen vergezellen de kinderen hun ouders niet. Op 17 februari 1934 sterft Albert i. Is het een ongeluk, moord of zelfmoord? Zelfs vandaag weten we het niet. Auteur Jacques

de jARen deRTig-VijFTig

13

Noterman twijfelt na een grondig onderzoek tussen moord en zelfmoord. Boudewijn is op dat ogenblik drie jaar. Veel zal hij zich niet herinneren van deze gebeurtenis. Opnieuw hebben buitenlandse kranten het over de vloek van de Coburgs. Op 23 februari legt vader Leopold iii de eed af als nieuwe koning der Belgen. Het jonge koningspaar kan zich nadien nog minder aan de kinderen wijden. In 1934 schrijven de Franse en Belgische bladen dat prins Karel zich zal verloven met Juliana van Nederland. Haar vader Hendrik was in België gesignaleerd om de plannen te bespreken met koningin Elisabeth en koning Albert. De verloving gaat niet door.

Astrid verongelukt Begin augustus 1935 vertrekt de koninklijke familie naar de Dolomieten. Als het einde van de vakantie nadert, beslist Leopold de kinderen naar Brussel terug te sturen. De volgende dag, donderdag 29 augustus 1935, vertrekken Leopold, Astrid en Pierre Devuyst met hun Packard 120 voor een bergtocht. Devuyst is de privéchauffeur van de koning. Deze keer zit hij achteraan in de auto. Leopold stuurt, Astrid is copiloot en volgt op de kaart mee. Als ze in de omgeving van Küssnacht komen, raken door een onoplettendheid van Leopold iii – hij kijkt naar de berg Rigi volgens een getuige of naar de kaart volgens anderen – de rechterwielen een muurtje. Leopold verliest de controle over het stuur. Astrid vliegt uit de rijdende auto en belandt met haar hoofd tegen een perenboom. Ze sterft ter plaatse door een hoofdwonde. Leopold en Devuyst zijn lichtgewond. Uit een verslag van Time blijkt dat de wagen zwaar beladen was met klimspullen. In 1983 bevestigt Pierre Devuyst dit aan La Libre Belgique. ‘De koning wilde alle bagage bij zich hebben. We moesten achter op de auto zelfs een bagagedrager bevestigen om twee extra koffers te kunnen meenemen. Daardoor was de bagage niet erg evenwichtig verdeeld, wat de lange Packard 120 vooraan een beetje onstabiel maakte.’ In België wordt met afschuw gereageerd op het overlijden van de koningin. Het lichaam van Astrid wordt eind augustus met de

14

koning boudewijn

Koning Leopold en zijn kinderen in het domein van Laken in 1938. Vlnr: prinses Josephine-charlotte, prins Albert en prins Boudewijn. trein naar ons land overgebracht. Op 3 september vindt de begrafenis plaats. Leopold volgt de lijkkist te voet, al is dat tegen het protocol. ‘Hij heeft een draagband om zijn arm te ondersteunen en pleisters ontsieren zijn gezicht,’ aldus Fralon. ‘Hij is alleen.’ Een terneergeslagen weduwnaar te midden van een menigte van wellicht twee miljoen mensen. Over het ongeval bestaan tot op vandaag uiteenlopende gissingen. Zieneres Leonie Van Den Dijck of ‘Nieke’ had het ongeval voorspeld. De vrouw, die vooral in en om Geraardsbergen bekend was, beweert ook dat Astrid op dat moment zwanger was. Patrick Roegiers schrijft dat ‘Boudewijns moeder gedood werd door zijn vader.’ Cru maar correct. Volgens Denise Fraden, auteur en uitgeefster van de memoires van Margaretha de Jong, vervloekt Leopold zichzelf omdat zijn fascinatie voor snelheid Boudewijn tot een wees heeft gemaakt. ‘Het is een echt drama,’ noteert Koninckx. Net zoals bij het ‘verdachte’ auto-ongeluk van prinses Diana decennia later, wordt er ook over sabotage gespeculeerd. De Packard van Leopold zou door de Duitse geheime dienst onklaar ge-

de jARen deRTig-VijFTig

15

maakt zijn. De Gestapo en Hitler hadden er volgens sommigen belang bij de Belgische koning uit de weg te ruimen. Sterker nog, Leopold zou bij dit ongeval aan het Vierwoudstedenmeer omgekomen zijn. De vorst werd toen vervangen door een Duitse dubbelganger: Gustav Olendorff of Oldendorff. ‘Dit plan was door Hitler zelf ontworpen,’ schrijft auteur Roger Keyes in een biografie over Leopold iii. Een niet nader genoemd Londens blad beweert volgens Keyes ‘met fotografisch materiaal’ te kunnen aantonen dat er verschilpunten zijn tussen de dubbelganger Oldendorff en Leopold. Het zou in elk geval de houding van ‘Leopold iii’ tijdens de Tweede Wereldoorlog helpen verklaren. De theorie dat Leopold eveneens in Küssnacht omkwam, wordt overigens gevoed door een bericht uit de krant L’Ouest-Éclair. Die meldt op vrijdag 30 augustus 1935 dat er op donderdagmiddag een telex binnenkwam waarin duidelijk stond dat ook koning Leopold overleden was bij het auto-ongeluk. Later die dag wordt het bericht gecorrigeerd: de koning is enkel gewond. Zeker is dat prins Boudewijn vanaf het overlijden van zijn moeder geen gewoon kind meer kan zijn. ‘Voor hem begint een eeuwige zoektocht naar een verloren moeder,’ aldus zijn biograaf Fralon. Hoe reageert de jonge prins op de dood van zijn moeder? Veel hagiografische auteurs beweren dat hij goed beseft wat er gebeurt. Auteur en journalist Christian Laporte schrijft bijvoorbeeld dat ‘Boudewijn heel goed begrepen had dat hij zijn moeder nooit meer zou weerzien’. De werkelijkheid is iets genuanceerder. Boudewijn was op dat ogenblik net geen vijf jaar. Het slechte nieuws werd hem verteld door Marie-Louise, gravin du Roy de Blicquy. ‘De koning (Leopold) was niet in staat om het nieuws zelf te vertellen,’ schrijf José-Alain Fralon. Boudewijn en zijn oudere zus Josephine-Charlotte speelden op dat moment in het park van het kasteel van Stuyvenberg. Prins Albert was op dat ogenblik nauwelijks een jaar oud. Hij heeft geen enkele herinnering aan zijn moeder. De gravin roept beide kinderen bij zich en vertelt ze voorzichtig dat ze slecht nieuws heeft. Ze kan haar eigen emoties nauwelijks de baas. Josephine-Charlotte heeft al beweging opgemerkt. ‘Waarom zijn er zoveel soldaten buiten?’ vraagt ze ongerust. De gravin legt uit dat Astrid op een ‘lange reis’ is. De prinses, een pak ouder

16

koning boudewijn

dan Boudewijn, begrijpt onmiddellijk de ware toedracht en schreeuwt het uit. ‘Het is niet waar!’ roept ze. ‘Het is niet waar!’ En ze rent huilend weg. Boudewijn is veel minder in staat om de boodschap te begrijpen. De jongen rent zijn zus achterna en kijkt dan ook met grote ogen naar haar. De kroonprins probeert haar te troosten. Een halfuurtje later speelt hij weer rustig verder. ‘Het wekt dan ook geen verbazing dat Boudewijn en Albert weinig of geen herinneringen aan hun moeder bewaard hebben,’ schrijft Christian Koninckx terecht. Een paar jaar later, in september 1937, merkte Boudewijn wel de buste van Astrid op in het Centraal Station van Antwerpen. ‘Voilà Maman!’ riep hij. Het voorval werd genoteerd door het aanwezige veiligheidspersoneel. Spelen zal Boudewijn ook op het strand vlak bij de Knokse familievilla. ‘Hij denkt erover om later zeeman te worden, zoals die gekke oom Karel,’ aldus Roegiers in zijn boek over de Belgische koningen. Boudewijn kijkt in die periode erg op naar zijn oom prins Karel, de jongere broer van Leopold. Volgens biograaf Fralon heeft Boudewijn Karel zelfs het liefst van al zijn ooms en tantes. Karel is een beetje anders en daar houdt Boudewijn wel van. Later zal de relatie tussen Boudewijn en Karel sterk bekoelen.

Margaretha de Jong Het abrupte overlijden van Astrid heeft tot gevolg dat men meer dan ooit op gouvernantes moet terugvallen. In januari 1936 wordt de Nederlandse Margaretha de Jong aangeworven als ‘juffrouw’ voor Boudewijn. Er wordt uitdrukkelijk voor gekozen een Nederlandse vrouw in dienst te nemen. De annonce verschijnt immers anoniem in De Nieuwe Rotterdamsche Courant, zij het in het Frans. ‘Belgische patriciërsfamilie zoekt gouvernante.’ Er zijn wel tweehonderdvijftig kandidates. Het is immers volop crisis. De eindbeslissing wordt genomen door koning Leopold, koningin Elisabeth en haar schoonzus Eleonora, hertogin van Beieren. Welke criteria het drietal bij de selectieprocedure hanteert, is niet duidelijk. Zeker is dat de Nederlandse studente een goede indruk moet hebben gemaakt. De Jong is op het ogenblik van haar aanwerving vierentwintig jaar oud.

de jARen deRTig-VijFTig

17

Prins Boudewijn met zijn Hollandse nanny, ‘juf’ Margaretha de Jong.

18

koning boudewijn

Het eerste contact met prins Boudewijn verloopt echter stroef. ‘Baudouin had de tragische gebeurtenissen niet verwerkt en kon moeilijk wennen aan een nieuw gezicht,’ vertelt ze een halve eeuw later. ‘Dat eerste beeld zal ik nooit vergeten. Hij was net teruggekomen met de nachttrein uit Zwitserland. Een verlegen kind dat zich letterlijk en figuurlijk vastklemde aan de broekspijpen van zijn vader.’ Volgens de gouvernante duurde het weken voor het ijs gebroken was. Wat de ‘juf’ vooral is bijgebleven van Boudewijn, is dat hij erg bang was voor zijn vader. Hij durfde nauwelijks binnengaan in zijn bureau. Leopold iii is op dat moment de vierde koning van België. Boudewijn had volgens juf De Jong zelfs ‘een verlammend ontzag’ voor zijn vader. Er bestond een enorme afstand tussen hen beiden. Boudewijn hield volgens haar niet op met te spreken over ‘maman’. Hij zei zelden ‘papa’ tegen Leopold. Wat haar eveneens frappeerde, is dat Leopold veel meer kon verdragen van prins Albert dan van Boudewijn, want zijn oudste zoon werd al op piepjonge leeftijd klaargestoomd voor het koningschap. De keuze voor een Nederlandse nanny is al bij al merkwaardig. Volgens royaltywatcher Reinout Goddyn kiezen Leopold en Elisabeth bewust voor een Nederlandse dame ‘omdat de Nederlandse taal bij Boudewijn moet worden ontwikkeld’. Toch is hierop van Vlaamse kant geen enkele vorm van kritiek te vinden. Kritiek komt er daarentegen wel een halfjaar later, als Boudewijn in de zomer van 1936 naar Noordwijk-aan-Zee gaat. Noordwijk ligt tussen Den Haag en Haarlem. Samen met zijn zus wordt Boudewijn er ondergebracht bij het gezin van burgemeester Van de Mortel. De burgemeester is een persoonlijke vriend van het Belgisch Hof. In 1935 waren Astrid en Leopold al gasten van de burgemeester. In juli komen koningin Wilhelmina en prinses Juliana even kennismaken met Boudewijn. Bij het spelen met de kinderen JanHein en Sabine Van de Mortel moeten de oudste kinderen van Leopold er Nederlands leren. ‘Maar de pers achtervolgt de koningskinderen en er rijst enig protest tegen het feit dat zij in Nederland een taal moeten gaan leren, wat toch evengoed in België kan gebeuren,’ aldus Christian Koninckx.

de jARen deRTig-VijFTig

19

Boudewijn beleeft een aangename periode in Noordwijk. Op 20 juli is er een luchtfestijn met vliegdemonstraties. Een Fokker f22, bijgenaamd ‘papegaai’, scheert rakelings over het strand. De prins heeft een grote belangstelling voor het vliegtuig. De volgende dag keert Boudewijn naar Brussel terug.

Gangster Een van de eerste opdrachten van juf De Jong is Boudewijn extra in de gaten houden. Nauwelijks een paar weken nadat ze in dienst werd genomen, kreeg Leopold anonieme dreigbrieven. Hierin werd gedreigd met de ontvoering van de prinsen als Leopold niet zou ingaan op de eis van de schrijver, de betaling van een som van twee miljoen frank. Elke brief was ondertekend met ‘gangster’. In het grootste geheim werd besloten om in te gaan op de eisen van de afperser. Een zak gevuld met namaakgeld werd achtergelaten in een bos bij Luik. De briefschrijver daagde niet op. De speurders stonden voor een raadsel. In die periode werden de prinsen extra bewaakt. Ook een tweede poging om de misdadiger te snappen mislukte. De doorbraak kwam er pas toen een speurder de link legde met de recente vrijlating van een gedetineerde. Het ging om de eenendertigjarige Nicholas Elsen. Midden april 1936 werd de man in Luik opgepakt. De opluchting bij Leopold was groot. Na deze moeilijke overgangsperiode werden Boudewijn en Josephine-Charlotte steeds meer aan het Belgische volk ‘getoond’, bijvoorbeeld tijdens de Heilige Bloedprocessie in Brugge op 3 mei 1937. Koninklijk ceremoniemeester Christian de Posch vindt het een van de cruciale fouten uit die periode. Door Boudewijn in het openbaar te laten optreden, belette zijn vader hem om voluit kind te zijn. Een jongen van die leeftijd moet kunnen spelen. Boudewijn keek bij elke openbare plechtigheid trouwens triest voor zich uit. ‘Dit is zijn manier om te tonen dat hij in gedachten afwezig is,’ aldus biograaf Fralon. Het Belgische volk houdt oprecht van prins Boudewijn in zijn matrozenpakje. Voor veel Belgen is hij immers een voortzetting van hun populaire koningin Astrid. Zij leeft als het ware verder in

20

koning boudewijn

Joséphine-Charlotte en Boudewijn worden meer en meer aan het publiek getoond. Hier in een roeibootje. haar drie kinderen. Toch kijkt Boudewijn steeds ernstig. ‘Boudewijn ziet er zo serieus uit in zijn kostuum met matrozenkraagje,’ noteert auteur Pierre Stéphany. Le Soir schrijft dat hij ‘ernstig is als een kleine soldaat’. De jongen van zes salueert op militaire wijze. Dat zal later nauwelijks veranderen. De buitenlandse pers vindt dat Boudewijn te snel zijn kinderjaren worden afgenomen. ‘Hij leert koning te zijn.’ Ook voormalig woordvoerder van Boudewijn Claude de Valkeneer vindt dat de publieke optredens van Boudewijn sporen nagelaten hebben bij de jongen. Volgens De Valkeneer had Leopold

de jARen deRTig-VijFTig

21

beter gewacht om zijn oudste zoon naar dergelijke bijeenkomsten mee te nemen.

Extreem bezorgd Boudewijn wordt als kroonprins met extra aandacht opgevoed. Hij moet immers ooit zijn vader Leopold opvolgen. Dat dit al in 1950 zou gebeuren, kon niemand in de jaren dertig al bevroeden. Als hij vijf wordt, krijgt Boudewijn een rood fietsje. Het is een postuum verjaardagscadeau van zijn moeder. Astrid had het fietsje gekocht vóór het fatale auto-ongeval in Zwitserland. De prins noemt het ‘zijn fietsje dat mama me beloofde voor ze naar de hemel ging’. Volgens hem is zijn moeder gelukkig in de hemel. Margaretha de Jong moet hem elke avond verzekeren dat Astrid daar is en niet in de hel. Lang zal Boudewijn niet van dat fietsje kunnen genieten. Al enkele maanden later wordt de fiets afgenomen. Volgens The Sunday Morning Star liep het hardnekkig gerucht dat Boudewijn ermee in de vijver van het park was gesukkeld. ‘Het duurde twee uur om hem terug tot leven te brengen,’ schrijft het blad. Het verhaal doet denken aan prins Leopold die in 1869 in een vijver was terechtgekomen, kou vatte en snel daarna stierf. Volgens het Paleis is dat verhaal over Boudewijn onzin. Alleen de rode fiets van Boudewijn was volgens het Hof in de vijver terechtgekomen. Merkwaardig. Zeker is dat het fietsje verdween. Er werd ook beslist de prins niet meer alleen aan de vijver te laten spelen. Er moest ook altijd een bediende aanwezig zijn om Boudewijn in de gaten te houden als hij zijn boot op het water testte. In ruil kreeg de jonge prins een elektrische auto van Bugatti. Dat was volgens Leopold en grootmoeder Elisabeth veiliger. Boudewijn kreeg de auto in september 1937. Hij is dan zeven jaar. Waarom Boudewijn zo’n elektrische auto kreeg, is een verhaal op zich. De zoon van Jean Bugatti had het eerste exemplaar van zijn vader gekregen en reed er voortdurend mee rond in de werkplaats. Rijke bezoekers die de jongen zagen rijden, waren verrukt en vroegen vader Bugatti om er ook een te kunnen kopen. Bugatti heeft er uiteindelijk honderd van laten maken. Het gaat

22

koning boudewijn

Prins Boudewijn in zijn elektrische speelgoedauto, een Bugatti. om replica’s van het type 52. Ook prins Boudewijn kreeg er een. Zijn grootmoeder Elisabeth was immers een goede klant van Bugatti. Ze had overigens zelf een elektrische Bugatti – maar dan een iets groter model. De andere negenennegentig wagentjes gingen naar koninklijke en bemiddelde adellijke families over de hele wereld. Volgens sommigen werd de elektrische speelgoedauto door Jean Bugatti speciaal voor Boudewijn gebouwd. Dat klopt dus niet. Zeker is dat het autootje striptekenaar Hergé heeft geïnspireerd. De pestkop Abdallah in het album Kuifje en het zwarte goud rijdt immers in een gelijkaardig autootje. Overigens niet echt een compliment voor de kroonprins.

Leopold wil aftreden Leopold had het na het overlijden van Astrid erg moeilijk. Hij was volgens intimi nog maar een schaduw van zichzelf. Hij leed aan slapeloosheid en werd door nachtmerries gekweld. ‘Hofpersoneel

de jARen deRTig-VijFTig

23

herinnert zich hoe akelig het kasteel van Laken weergalmde als de koning huilend en troosteloos ronddwaalde,’ schrijft Koninckx. De koninklijke familie was na de dood van Astrid naar het kasteel van Laken verhuisd. Leopold wilde niet meer in het kasteel van Stuyvenberg wonen omdat alles hem er aan zijn overleden vrouw herinnerde. Zijn relatie met de regering lag erg moeilijk. Premier Paul van Zeeland drong er vanaf medio 1936 bij Leopold op aan om te hertrouwen. Van Zeeland was premier van juni 1936 tot november 1937. Volgens Van Zeeland had het land nood aan een nieuwe koningin. Leopold wilde daarover niet eens praten. Zijn verdriet was nog te groot. Toeval of niet, in die periode duikt het verhaal op dat de koning zou hertrouwen met aartshertogin Adelheid van Oostenrijk. Adelheid is de dochter van Karel i van Oostenrijk. Volgens een betrouwbare bron werd dit gerucht in regeringskringen verspreid. De politici probeerden op die manier de Belgische bevolking stilaan klaar te maken voor een nieuwe koningin. Het conflict tussen Leopold en de regering Van Zeeland escaleert. In december 1936 wil Leopold zelfs troonsafstand doen. Wie hem moet opvolgen is niet duidelijk. Boudewijn is op dat ogenblik net zes jaar. De aanstelling van een regent tot Boudewijn meerderjarig is, had een oplossing kunnen zijn. Maar Van Zeeland kon Leopold overtuigen om voorlopig op de troon te blijven, in het belang van het land.

Fantasieloos In de zomer van 1937 en in de winter van 1938 is Boudewijn in het Zwitserse Gstaad. Hij resideert er in het ‘kinderpension’ MarieJosé. Die naam is best grappig, want Marie-José is ook de tante van Boudewijn. Waarom Zwitserland? Het was een bewuste strategie van vader Leopold. Hij wilde Boudewijn op diverse plaatsen laten verblijven. Niet iedereen vond dit een goede beslissing voor een jongen die net zijn moeder verloren had. ‘De directrice van het pension maakt zich zorgen om Boudewijns gebrek aan fantasie,’ lezen we in België

24

koning boudewijn

en zijn koningen. Als Boudewijn een tekening maakt, is het… een plattegrond van zijn slaapkamer. In februari 1938 wordt in Gstaad alweer een anonieme bedreiging geuit aan het adres van de koningskinderen. De bewaking wordt versterkt. De prinsen zelf ondervinden er weinig hinder van, maar voor alle zekerheid worden persfotografen op een veilige afstand gehouden. Hoe is de relatie van Boudewijn met zijn oudere zus JosephineCharlotte? In hagiografische boeken over het koningshuis wordt deze relatie als opperbest beschreven. Zijn zus waakte over hem als een (surrogaat)moeder. In realiteit was er best wel wat spanning tussen beide kinderen. Zo is er een incident tussen Boudewijn en zijn zus in het bijzijn van hun gymleraar. Beide kinderen beginnen de dag immers met verplichte turnoefeningen. Om zeven uur precies staan er sit-ups geprogrammeerd. Aangezien zijn zus enkele jaren ouder is, doet ze het beter. Boudewijn is boos. ‘Ik ben een man (sic)!’ roept hij de leraar toe. ‘Ik wil niet dat je denkt dat ik het niet evengoed kan doen als een meisje.’ Koningin Elisabeth noteert dat Boudewijn een driftkikker is. Stilaan komt zijn echte temperament naar boven. Het trauma van de dood van Astrid verwerkt de prins op zijn manier. ‘Mama is heel gelukkig,’ vertelt hij aan elke bezoeker. ‘Ze kijkt vanuit de hemel en houdt ons in de gaten. Papa zegt het.’ Toch is hij vaak teruggetrokken, introvert en schuw. De Jong slaagt erin om een goede band met de prins op te bouwen. De Nederlandse is een dynamische vrouw met veel gevoel voor humor. ‘De kleine prins heeft er grote behoefte aan, want Boudewijn is vaak ongerust, angstig,’ aldus Koninckx. ‘Boudewijn is als kind niet zo levenslustig als zijn broer en zus,’ vervolledigt Goddyn het portret. Volgens de directrice van het kinderpension Marie-José probeert de prins alles perfect te doen. Ze verwijt de jongen een gemis aan spontaneïteit en een onbewuste gekunsteldheid.

de jARen deRTig-VijFTig

25

De heldhaftige verdediging van de hertog van Aosta In de loop van 1938 is Boudewijn met koning Leopold iii op bezoek bij de hertog en de hertogin De Guise in Sint-Pieters-Woluwe bij Brussel. Ze zijn er in het Manoir d’Anjou waar ook Henri, prins van Frankrijk en graaf van Clermont in 1933 geboren is. Henri herinnert zich die middag alsof het gisteren was. Ook zijn nichtjes van Aosta waren toen aanwezig. De prins toont Boudewijn, die een paar jaar ouder is, trots zijn tinnen soldaatjes. En dan gebeurt er iets zeer opmerkelijks. ‘Met behulp van de tinnen figuurtjes vertelde hij (Boudewijn) mij over de slag bij Eritrea en de campagne in Ethiopië,’ vertelt Henri. Italië viel dat Afrikaanse land in 1935 binnen en bezette het vanaf 1936. ‘Boudewijn vertelde over de heldhaftige verdediging van onze oom, de hertog van Aosta tegen een machtiger vijand, de Engelsen.’ De hertog van Aosta werd vicekoning van Eritrea en Ethiopië voor Italië. Hij vocht met de asmogendheden maar werd uiteindelijk gevangengenomen door de Engelsen en stierf in 1942 in Nairobi. Deze anekdote geeft een goed inzicht in de voorkeur en afkeer van Boudewijn en Leopold iii. Het biedt bovendien een verklaring voor de diepe haat van de kroonprins tegenover de Engelsen. Boudewijn verblijft medio de jaren dertig ook geregeld in Zweden, op het domein Fridhem. Hij heeft er contact met zijn neefjes en nichtjes van moederskant. Boudewijn kan het als jongen goed vinden met een van de dochters van Märtha, de zus van koningin Astrid. Het meisje op wie Boudewijn volgens sommige bronnen zelfs ‘verliefd’ was, heet… Astrid. Het meisje is twee jaar jonger dan Boudewijn.

Scouts In september 1936 gaat Boudewijn voor het eerst naar school. Hij is dan zes jaar geworden. Zowel op het paleis in Brussel als op het kasteel van Laken wordt een klasje ingericht, waar Boudewijn het programma van de lagere school volgt onder toezicht van juffrouw Berger. Drie leeftijdsgenoten volgen samen met Boudewijn les. Vaak wordt verteld dat zijn medeleerlingen uit verschillende mi-

26

koning boudewijn

In 1939 wordt Boudewijn lid van de scouts. Hij krijgt als totem ‘Trouwe eland’. lieus komen. Dat is weer zo’n mythe. De klasgenootjes horen alle drie tot de betere kringen. De prins is een rustige jongen. Zijn zus en broer zijn turbulenter. Regelmatig zit Boudewijn voor zich uit te staren en te mijmeren. ‘Ooit waande men hem verloren gelopen, maar men vindt hem na lang zoeken hoog in een boom, waar hij naar eigen zeggen bezig was de stratosfeer te bestuderen,’ dixit Koninckx. Het voorval deed zich voor in Zweden. Vanaf 1937 wordt zijn aanwezigheid in het openbaar frequenter: een inhuldiging, een stoet, een tentoonstelling. Op 12 maart 1939 mag prins Boudewijn zelfs met zijn oom Karel naar Rome. De nieuwe paus Pius xii wordt die dag gekroond. Boudewijn maakt door zijn diepe ernst en stijlvolle manieren indruk op alle aanwezigen.

de jARen deRTig-VijFTig

27

Toch liggen officiële plichtplegingen hem niet. Dat zal nooit meer veranderen. In 1939 gaat Boudewijn naar de scouts en wordt welp. Hij krijgt als totem ‘Trouwe eland’. Het lidmaatschap van deze jeugdbeweging maakt een diepe indruk op Boudewijn. De periode draagt volgens historici bij tot de ontplooiing van zijn persoonlijkheid. Er wordt nauwkeurig gelet op de samenstelling van de groep. Vlamingen, Brusselaars en Walen worden proportioneel in de groep opgenomen. Alleen de Antwerpenaars zijn oververtegenwoordigd. Ook de verdeling tussen gelovigen en vrijzinnigen is minutieus berekend. Desondanks zal Boudewijn vanaf 1950 de vrijzinnigen op alle mogelijke manieren schofferen. Die les is blijkbaar niet goed tot hem doorgedrongen. Op 9 december 1939 geeft Leopold zijn fiat aan het project. De horde komt van dan af geregeld samen in Laken. Boudewijn is dan al een einzelgänger. De leider van de groep, akela Henry Briffaut, noteert in zijn dagboek dat Boudewijn, ‘als hij voetbal speelt, het leder per se aan de voet wil houden en met de rest van de ploeg geen rekening houdt.’ (eigen cursivering) Volgens biograaf Fralon speelt de prille jeugd van Boudewijn zich eigenlijk af in een soort virtuele maatschappij. ‘Alles wordt zodanig georganiseerd dat – ondanks de kastelen en de prinselijke verplichtingen – alles “echt lijkt”.’ Later, als Boudewijn koning is, zullen zijn naaste medewerkers eigenlijk net hetzelfde doen. Ze beletten hem de wereld te zien zoals die werkelijk is. Ze plaatsen een scherm tussen de koning en de maatschappij.

Boudewijn studeert In 1939 is Boudewijn op bezoek bij tante Marie-José in Italië. Hij ziet zijn tante graag. Van Umberto, de echtgenoot van Marie-José, krijgt hij als paascadeau vier gigantische chocolade-eieren. Elk paasei is even groot als de prins zelf. Boudewijn is zoveel luxe niet gewoon. In september 1939 krijgt Boudewijn nieuwe leraars. Zijn oom Paul Paelinck doceert wiskunde, natuurwetenschappen en later ook Nederlands. Het is de enige leraar die Boudewijn tutoyeert.

28

koning boudewijn

Ook de samenstelling van de klas wordt gewijzigd. Medeleerlingen zijn nu Michel de Meeüs en de broers Baudouin en Charles de Jamblinne de Meux. Baudouin wordt in de omgang Robert genoemd om het onderscheid met de prins te maken. Hij is even oud als Boudewijn. Charles is een jaar ouder. De medeleerlingen komen ook nu uit het adellijke milieu. De eerste lessen worden in het kasteel van Laken gegeven. De prins heeft het erg lastig met wiskunde. Het is een echte lijdensweg voor de jongen. In die periode moet een esthetische operatie aan de oren van Boudewijn uitgevoerd zijn. Op foto’s van de jonge Boudewijn is te zien dat de oren van de prins behoorlijk ver van het hoofd staan. Later is dat niet meer zo. Volgens de broers De Jamblinne was het leven in de oorlog streng. Het kasteel van Ciergnon, waar de jongens tijdens de oorlog logeren, wordt nauwelijks verwarmd. De winters zijn er hard. Boudewijn leert er skiën. De sneeuw ligt meters hoog. ‘De gezondheid van Boudewijn was broos,’ beweert Robert. Door intensief te sporten werd zijn conditie iets beter. ‘Het was bovendien een vreemde wereld. We kregen helemaal geen informatie over de verwijten van de regering aan Leopold.’ Robert herinnert zich het bezoek van Boudewijn aan de abdij van de trappisten van Saint-Rémy te Rochefort in 1941. ‘Hij heeft er twee konijnen en twee Guineese biggetjes gekregen.’ Op het kasteel waren er geen meisjes. ‘We deden niks anders dan studeren en sporten,’ aldus Robert. Als ze kattenkwaad uithaalden, werden ze voor straf vroeg naar bed gestuurd. ‘Om acht uur ’s avonds,’ verduidelijkt hij. Een andere straf was blootsvoets over steentjes lopen. Boudewijn werd niet gespaard. Hij werd aan hetzelfde strenge regime onderworpen.

Tweede Wereldoorlog In mei 1940 breekt de Tweede Wereldoorlog echt uit, na maanden schemeroorlog. Boudewijn is dan negen jaar. Gouverneur Gatien du Parc Locmaria moet Boudewijn, samen met zijn broer en zus, in veiligheid brengen. Net zoals vele Belgen vluchten ze naar Frank-

de jARen deRTig-VijFTig

29

rijk. Juffrouw De Jong wordt in België achtergelaten. Ze is te zenuwachtig. Boudewijn vindt het jammer. Alweer wordt hij gescheiden van iemand die hij graag heeft. Ze blijven niet lang in Frankrijk. Uiteindelijk komt het gezelschap in Spanje terecht. ‘De Franse overheid dwingt het gevolg om naar Spanje te reizen nadat Leopold iii de wapens heeft neergelegd,’ noteert Goddyn. Leopold vraagt Franco om zijn kinderen in bescherming te nemen. Die antwoordt hem dat hij ‘desnoods met geweld zal verhinderen dat de kinderen aan zijn hoede onttrokken zouden worden’. Franco is dan net enkele maanden alleenheerser van Spanje. Hij blijft aan de macht tot aan zijn dood in 1975. Begin augustus 1940 keren Boudewijn, Albert en JosephineCharlotte al naar België terug. De Zierikzeesche Nieuwsbode schrijft: ‘Zoals bekend bevonden de koningskinderen zich laatst in Spanje, waar generaal Franco een kasteel te hunner beschikking heeft gesteld.’ De periode 1940 tot 1950 zal Boudewijn in erg vreemde omstandigheden doorbrengen. ‘Eerst onder een soort huisarrest in 19401944, van 1944 tot 1945 in een al even vreemde “gevangenschap” in Duitsland en in Oostenrijk en dan van 1945 tot 1950 in Zwitserland,’ vat Herman Van Goethem het decennium kort samen. Biograaf Charles d’Ydewalle beweert dat vooral Boudewijns gevangenschap in Duitsland zware sporen bij de jongen nagelaten heeft. Zeker is dat ook het tweede huwelijk van zijn vader met burgervrouw Lilian Baels een belangrijke invloed op Boudewijn heeft gehad. Lilian is voor Boudewijn naar eigen zeggen ‘de vrouw die na de dood van Astrid de lach op Laken terugbracht’. Op 11 september 1941 trouwen Leopold en Lilian in de kapel van Laken. Nagenoeg niemand is op de hoogte, zelfs de kinderen van Leopold niet. Pas begin december lekt het nieuws uit, als de nazi’s via de radio omroepen dat de Belgische koning hertrouwd is. Lilian leerde Leopold eind jaren dertig beter kennen tijdens enkele golfpartijtjes. Koningin Elisabeth liet in de loop van januari 1941 Lilian geregeld ophalen. Lilian verbleef toen in Anglet, Frankrijk. Elisabeth wilde haar zoon wat afleiding bezorgen. In dat jaar verbleef Lilian vaak op het domein in Laken en in de koninklijke villa in Het Zoute. De strategie slaagde. Leopold werd tot over zijn oren verliefd op deze mooie vrouw.

30

koning boudewijn

Hij was zo gek op haar dat hij zich liet verleiden tot een kerkelijk huwelijk door aartsbisschop Van Roey. Op die manier kon hij trouwen en het huwelijk toch geheim houden, wat met een burgerlijk huwelijk niet het geval was. Maar hiermee schond de koning wel de grondwet, want volgens de grondwet moet een burgerlijk huwelijk altijd aan een kerkelijk huwelijk voorafgaan. Wie de stiekeme trouwpartij bedacht heeft, is niet duidelijk. ‘Naar alle waarschijnlijkheid werd het plan in overleg met Leopold, zijn moeder en kardinaal Van Roey bedisseld,’ aldus Lilian-biograaf Evrard Raskin. De huwelijksreis van Leopold en Lilian gaat in oktober naar Oostenrijk en Moravië. Ze verblijven er vier weken bij graaf Karl Kühn. Graaf Kühn-von Lützow is lid van de nazipartij en Hauptsturmführer, een graad die overeenkomt met die van kapitein in het Duitse leger. Kühn bezit vele kastelen. Een ervan wordt ter beschikking gesteld van de nsdap, Hitlers partij. Nazi’s volgen er een opleiding. Prinses Lilian zal zich vanaf december 1941 over de kinderen van Astrid ontfermen. Volgens alle bronnen doet ze dat goed. Naar eigen schrijven ontmoet ze Boudewijn en Albert voor het eerst op 6 december. ‘Na de middag,’ preciseert ze. Josephine-Charlotte verbleef toen in Italië. Lilian zal de prinses pas later voor het eerst ontmoeten. Lilian is perfectionistisch. Als haar jongste dochter Esmeralda met de briljante Hondurese wetenschapper doctor Salvador Moncada trouwt, is hij niet goed genoeg voor Lilian. Hij heeft immers geen Nobelprijs gewonnen! Bezorgd is ze wel. Op een avond tijdens de Tweede Wereldoorlog merkt ze dat Boudewijn lichtgewond is aan zijn wang. De jongen vertelt haar dat hij met veiligheidsspelden religieuze prenten aan zijn hoofdkussen heeft vastgemaakt. Hij is dan al bijzonder vroom. Het voorval doet overigens sterk denken aan een eerder incident met de prins. Op een avond blijkt zijn bed leeg. Boudewijn is nergens te bespeuren. Na een lange zoektocht wordt hij in de kapel van het paleis gevonden, vlak bij het tabernakel. Als de gouvernante hem daar aantreft, hoort ze de jongen nog enkele woorden fluisteren aan zijn geliefde moeder. Het verlies van zijn moeder is mogelijk een verklaring voor zijn diepe gelovigheid.

de jARen deRTig-VijFTig

31

Op 18 juli 1942 wordt Alexander, zoon van Leopold en Lilian, geboren. Tot dan verbleef Boudewijn meestal in Ciergnon. Nog diezelfde maand verhuizen Boudewijn en Albert naar Laken. Ook Josephine-Charlotte keert uit Rome naar België terug. ‘Prinses Lilian heeft er zelf op aangedrongen dat het hele gezin zou samenwonen,’ aldus Christian Koninckx.

Hirschstein De lessen worden vanaf midden 1942 op Stuyvenberg gegeven. Stuyvenberg ligt op een boogscheut van het kasteel van Laken. Vanaf dan krijgt Boudewijn ook zangles van Lucie Frateur. De Tsjech Jiri Straka, een vriend van koningin Elisabeth, mag Boudewijn viool leren spelen. Vader Leopold werkt in de laatste maanden van 1943 en begin 1944 met zijn militair adviseur Raoul Van Overstraeten aan zijn politiek testament. ‘Ik wens dat de Belgen mijn opvattingen over de lopende gebeurtenissen en de waarheid over mijn houding sinds 28 mei 1940 zouden kennen,’ verklaart Leopold aan zijn secretaris Capelle. Leopold heeft geen enkele waardering voor de regering Pierlot die in Londen zit. Bovendien eist hij excuses van de politici. Tot slot verwerpt hij alle verdragen die de regering daar gesloten heeft. Zijn testament is eigenlijk een pleidooi pro domo. ‘Door de tegenspoed van het leger en het volk te delen, bevestigde ik de onverbrekelijke eenheid van de dynastie en van de staat en verdedigde ik de belangen van het vaderland, wat ook de afloop van de oorlog zou zijn,’ schrijft de vorst. Belgische politici nemen kort na de oorlog kennis van het verslag. Gaston Eyskens is verontwaardigd. Pas in 1949 raakt het bij het ruime publiek bekend. Het geeft tegenstanders van Leopold extra argumenten om tegen de koning te stoken. Bij de geallieerden wordt het politiek testament van Leopold iii op hoongelach onthaald. Toen Churchill het las, reageerde hij kort en krachtig: ‘It stinks.’

32

koning boudewijn

Op 6 juni 1944, de dag van de landing van de geallieerden in Normandië, ontvangt Leopold een deportatiebevel. ’s Anderendaags wordt hij naar Duitsland weggevoerd. Twee dagen later, op 9 juni, worden Lilian en de prinsen gedeporteerd. In eerste instantie worden ze gevangengehouden in het kasteel van Hirschstein aan de Elbe. Hitler had het slot zelf in 1943 van Louise Busse opgeëist en er een staatsgevangenis van gemaakt. Leopold beschrijft de vestiging in Kroongetuige als een gruwelijke gevangenis. ‘Prikkeldraad en loopbruggen voor de wachters omringden het kasteel. Zestig SS’ers met politiehonden waren met onze bewaking belast.’ Historici nuanceren dit verhaal. Het verblijf was niet aangenaam, maar evenmin gruwelijk. Het kasteel verkeert wel in slechte staat en maakt een sombere indruk. Toch moet het gezin van Leopold er tot 6 maart 1945 blijven, zowat negen maanden dus. Leopold organiseert er het dagelijkse leven. De koning geeft wiskundeles en wetenschappen. Lilian neemt letterkunde en kunst voor haar rekening. De regering Pierlot in Londen ontvangt in de zomer van 1944 een telex. Prins Karel wordt actief gezocht door de Gestapo en wil naar Engeland vluchten. Het onderwerp wordt besproken op de ministerraad van 1 augustus. De regering Pierlot besluit alles in het werk te stellen om Karel te helpen. In tegenstelling tot zijn broer Leopold gaat Karel vanaf mei 1940 in het verzet. Gedurende de hele oorlog slaagt hij erin om uit de handen van de Duitsers te blijven. Het plan om Karel naar Engeland over te brengen gaat uiteindelijk niet door. Karel blijft in België. De geallieerden rukken op. In het kasteel van Hirschstein wordt de stemming in de herfst van 1944 bedrukter. Na enkele maanden verminderen de rantsoenen aanzienlijk. ‘De prinsen lijden aan ondervoeding,’ noteert Koninckx. Stilaan worden ze ziek. Hier ligt misschien de oorsprong van de slechte gezondheid van Boudewijn in zijn latere leven. Vanuit België worden voedselpakketten opgestuurd. Ook koningin Elisabeth stuurt eten op. De verzending verloopt via het Rode Kruis. Niet alles komt ter bestemming aan. Begin maart 1945 dreigt Hirschstein te vallen. Leopold en het Belgische gevolg worden naar Strobl in Oostenrijk overgebracht. Ze vertrekken op 7 maart 1945 om acht uur ’s morgens. Door een

de jARen deRTig-VijFTig

33

Koning Leopold in 1944 als gevangene op het kasteel van Hirschstein. bombardement worden ze verplicht zich drie uur lang onder een brug in auto’s schuil te houden, met de portieren op slot. Het is volgens historici een van de weinige keren dat Leopold zijn sang froid verliest. Hij valt uit tegen commandant Lürkner en vraagt om verder te gaan. ‘Als militair zou u moeten weten dat vliegtuigen eerst op dergelijke doelwitten mikken.’ Het is volgens

34

koning boudewijn

Leopold veel te gevaarlijk onder de brug. ‘U brengt het leven van mijn gezin in gevaar,’ roept de Belgische koning. Auteur Mario Danneels stipt aan dat de episode onder de brug veel weg heeft van een fascistisch moordplan. ‘Het waarschijnlijke plan was dat de bombardementen de brug zouden opblazen, het voltallige koninklijke gezin in ware Romanov-stijl zou worden weggeveegd en de nazi’s de schuld in geallieerde schoenen zouden kunnen schuiven.’ Op 8 maart komt de koninklijke familie in Strobl aan het SanktWolfgangmeer in Tirol aan. De gevangenen worden in een alleenstaande omheinde villa ondergebracht. Deze gevangenschap zou slechts twee maanden duren. Ondertussen worden steeds grotere delen van Europa bevrijd. Volgens auteur Koninckx waren deze laatste maanden voor Boudewijn de akeligste omdat de Duitse cipiers de nederlaag voelden naderen en zenuwachtiger werden. In Strobl kreeg Leopold nog een laatste bezoek van commandant Lürkner en een Duitse arts. ‘U zult over enkele dagen bevrijd worden. Aangezien u honger geleden hebt – zoals wij – geven wij u deze blauwe capsules. Het zijn vitamines. Geef ze aan de kinderen en slik ze ook zelf. Dat zal u goed doen.’ Koning Leopold iii en zijn gezin werden op 7 mei 1945 door de Amerikaanse troepen bevrijd. Enkele uren later ontdekte een Amerikaanse arts dat de capsule cyaanzuur bevatte. Nog een aanwijzing dat de Duitsers de Belgische koninklijke familie uit de weg wilden ruimen. Na de Tweede Wereldoorlog stelt het parlement vast dat Leopold in de onmogelijkheid verkeert om te regeren, want hij is niet in België. De politici weten niet eens waar Leopold en zijn gezin verblijven. Hij is door de Duitsers weggevoerd naar een onbekende bestemming. Er wordt beslist zijn jongere broer Karel als regent aan te stellen. Dat gebeurt op 20 september 1944 door Kamer en Senaat. Ook de zoektocht naar Karel verloopt moeilijk. De prins leeft immers ondergedoken als monsieur Richard. Hij heeft zijn haar geverfd om onherkenbaar te zijn. Leopold en koningin Elisabeth zijn woedend over de beslissing van het parlement. Het vormt de basis voor de enorme haat binnen de koninklijke familie. Nagenoeg iedereen is het er nochtans over eens dat Karel zijn functie naar behoren vervult.

de jARen deRTig-VijFTig

35

Vijf jaar lang wordt er gespeculeerd over een mogelijke terugkeer van Leopold naar België. Op de ministerraad van 27 april 1945 bijvoorbeeld is er een felle discussie. Premier Van Acker krijgt van Edgar Lalmand, minister van Ravitaillering en communist, de vraag of er geen officiële verklaring moet komen naar aanleiding van de geruchten over een eventuele terugkeer van Leopold. ‘Het is niet het ogenblik om tegenstellingen te doen ontstaan bij de bevolking,’ argumenteert Lalmand. Premier Van Acker is resoluut: ‘De geruchten zijn ongefundeerd.’ De ministerraad beslist geen aandacht aan de roddels te besteden. Van Acker heeft het bij het rechte eind. Begin juli 1945 meldt de correspondent van de News Chronicle dat Leopold naar Zweden zal gaan. ‘Daarmee onderhoudt hij nauwe banden.’ Ook dat bericht is fout. Op 30 september 1945 verhuist de koninklijke familie van Sankt-Wolfgang naar Prégny, Zwitserland. Het verblijf in de luxueuze villa Le Reposoir aan het Meer van Genève is aangenaam. Boudewijn is net 15 jaar geworden. Hij gaat eerst enkele maanden als intern naar de elitaire school Le Rosey in Rolle. Delphine Boël zal er later ook studeren. Boudewijn ontmoet er Reza, de latere sjah van Iran en Bhumibol, de koning van Thailand. Beiden worden levenslang vrienden. Boudewijn kan er evenwel niet aarden. Er wordt ook gewezen op financiële problemen bij Leopold. Het inschrijvingsgeld van Le Rosey is erg hoog. Hoe dan ook, hij verkast naar een andere instelling: le Grand Collège Jean Calvin in Genève. ’s Avonds krijgt prins Boudewijn privéonderricht van Belgische professoren die zijn uitgenodigd door Leopold iii. Professor Bourquin brengt de prins de basisprincipes bij van het internationaal en grondwettelijk recht, professor Rousseau politieke economie. Verder is er de Zwitserse professor Saini die natuurkunde en scheikunde doceert. Jacques Pirenne wijdt Boudewijn in de Belgische geschiedenis in. Het is een harde leertijd. ‘Deze opleiding is echter zeer wereldvreemd en weinig afgestemd op de Belgische maatschappelijke realiteit,’ weet auteur Maud Bracke. Boudewijn krijgt geen inzicht in het socio-economisch systeem zoals het in de praktijk werkt.

36

koning boudewijn

Ongeletterd Leopold iii spreekt in die periode ook een bevriende edelman aan die Boudewijn moet leren boksen. Het wordt een fiasco. Al na de eerste les klaagt Boudewijn: ‘Ik kan niets zien zonder mijn bril en met bril kan ik niet vechten.’ De bokslessen worden geruisloos afgevoerd. De prins heeft het moeilijk met de permanente begeleiding. Op weg naar school wordt hij steevast vergezeld door een lid van de veiligheidsdiensten. Boudewijn verplaatst zich per fiets of per tram. Op een dag laat hij de lucht uit de banden van de fiets van zijn begeleider en slaagt hij er eindelijk in om alleen naar school te gaan. Het niveau in het college Jean Calvin ligt erg hoog. Hij krijgt er de bijnaam Baudruche. Sommigen beweren dat dit een vervorming is van zijn naam en dat het een nietszeggend begrip is. Dat is fout. Baudruche betekent leeghoofd of domkop. Volgens Time is het een ‘tedere maar lichtjes spottende bijnaam’. Zeker is dat Boudewijn het moeilijk heeft met de leerstof. Hij geeft het later ook toe: ‘Ik was niet bepaald de slimste van de klas.’ Hij noemt zichzelf ‘le plus beau cancre’ of ‘de mooiste slechte leerling’. Of hij echt de mooiste was is twijfelachtig. Hij is een meter tachtig, mager en draagt een zware bril. Een typische slungel. Ook in een vertrouwelijke brief aan het Foreign Office van 1945, dus op het moment dat Boudewijn aan zijn studies in Zwitserland begint, wordt de nadruk gelegd op de beperkte verstandelijke vermogens van Boudewijn. ‘Men zegt me dat prins Boudewijn, die nu vijftien jaar oud is, helemaal geen opleiding heeft genoten. Hij moet potloodstrepen trekken waarop hij dan zijn brieven schrijft, en hij gomt ze nadien niet uit.’ Auteur Pierre Mertens laat Lilian in zijn roman Une paix royale zeggen dat Boudewijn lange tijd praktisch ongeletterd was. Die opgelopen intellectuele schade zal hij nooit meer inhalen. Boudewijn is zich daar zijn hele leven pijnlijk bewust van. Het tijdschrift Time heeft overigens nog iets anders ontdekt: ‘Hij werd er (op school) nooit met een meisje opgemerkt.’ En nog iets: hij snoefde er in Zwitserland altijd over hoe fantastisch zijn vader wel was: Leopold was de beste golfer ter wereld, hij was ook

de jARen deRTig-VijFTig

37

de beste autobestuurder, de beste dit, de beste dat. Boudewijn aanbidt zijn vader. Hij imiteert hem. Net zoals Leopold steekt hij vier vingers in de zakken van zijn sportjasje. Zijn duim laat hij aan de buitenkant. Begin mei 1946 wordt Boudewijn kermend van de pijn wakker. Hij wijst naar de buikstreek. Professor Bickel wordt er bijgehaald en raadt Leopold aan zijn zoon onmiddellijk over te brengen naar de Clinique la Colline in Genève. Daar wordt een ontsteking van de appendix vastgesteld. Boudewijn gaat onmiddellijk onder het mes. De operatie is geslaagd. De Belgische pers is niet op de hoogte.

Boudewijn koning? Liever Albert Zelfs later zullen sommige politici spotten met de beperkte intelligentie van Boudewijn. ‘Sommigen halen vernietigend uit over het intellectuele niveau van de leden van de koninklijke familie, zelfs koning Boudewijn wordt daarbij niet gespaard,’ schrijven Polspoel en Van Den Driessche. Een anonieme minister ontbloot de kroon en vertelt dat Boudewijn hem ooit verzuchtend zei dat hij niet meer kon volgen. Het was allemaal veel te moeilijk voor de vorst. Het gevolg is in elk geval dat Boudewijn in 1950 compleet wereldvreemd is. De vijf jaar in Zwitserland hebben daar niets aan veranderd – integendeel. De Britse ambassadeur schrijft op dat ogenblik nuchter dat ‘Boudewijn niets van België weet’. Is Boudewijn wel een geschikte koning voor België? Ook de Amerikanen uiten hun twijfels over Boudewijn als mogelijke koning van België. Al in 1947 circuleert er een scenario op de Amerikaanse ambassade. Op dat moment is prins Karel nog altijd regent van België, maar koning Leopold wil troonsafstand doen ten gunste van zijn oudste zoon. Alleen hebben de Amerikanen niet zoveel vertrouwen in de capaciteiten van Boudewijn. ‘In een briefwisseling tussen de Secretary of State in Washington en de hier op post zijnde Alan G. Kirk klonk een zekere ongerustheid door over deze hypothese,’ schrijft journalist Christian Laporte. Volgens Kirk had prins Albert meer in zijn mars dan zijn oudere

38

koning boudewijn

broer: meer karakter, een betere attitude, flexibeler en intelligenter. Boudewijn zou daarentegen een ‘gebrek aan persoonlijkheid hebben’. Dezelfde indruk was er ook bij de ambassadeur van Groot-Brittannië, George Rendel. Die schrijft op 21 februari 1950, dus drie jaar later, aan het Foreign Office dat het gevaar bestaat dat Boudewijn al in de eerste jaren troonsafstand zal doen. De beste oplossing volgens Rendel is dan ook dat Albert aan de macht komt zodra hij meerderjarig is. Albert is op dat ogenblik net geen zestien. ‘Dat zou waarschijnlijk de beste oplossing zijn voor België,’ aldus de Britse ambassadeur. Enkele dagen later, op 3 maart, bevestigt Rendel nog eens zijn ideeën: ‘Albert is beter geschikt dan Boudewijn.’ In 1947 wordt in de Belgische pers druk gespeculeerd over een mogelijk plan voor Boudewijn. Hij zou zijn studies voortzetten in Engeland. Er is zeker over nagedacht, maar uiteindelijk gaat dat plan niet door. Boudewijn blijft in Zwitserland. Dat jaar wordt door de ministerraad een belangrijk punt besproken. Regent Karel heeft een nieuwjaarstelegram ontvangen van generaal Franco. Mag de regent antwoorden en zo ja, op welke manier? Op de ministerraad van 13 januari 1947, onder leiding van premier Camille Huysmans, is het een punt van heftige discussie. Minister Spaak van Buitenlandse Zaken vindt dat Karel beter niet antwoordt. Toch vereist het protocol dat. Een andere minister verwijst naar de koningin van Nederland, die wel geantwoord zou hebben. De regering beslist na ampel beraad dat Karel geen antwoord aan Franco mag sturen. De vrees bestaat dat dit in de Spaanse pers misbruikt zal worden en dat een tegenstelling tussen Karel en de regering gecreëerd wordt. De houding van Boudewijn tegenover Franco zal weldra voor heel wat grotere problemen zorgen binnen de regering.

Het bezoek aan Cuba en de vs In België is er na de Tweede Wereldoorlog voortdurend politiek gekrakeel. Er is een felle discussie tussen voor- en tegenstanders van Leopold iii. Dit debat zal uitmonden in de koningskwestie. We komen er in het volgende hoofdstuk uitgebreid op terug.

de jARen deRTig-VijFTig

39

In april 1948 brengt Karel, op uitnodiging van president Truman, een bezoek aan de Verenigde Staten. Boudewijn merkt er relatief weinig van. In villa Le Reposoir worden wel af en toe politici uit België ontvangen. Maar Boudewijn hoort enkel de versie van zijn vader. Hij vindt dat de Belgische politici Leopold onrecht hebben aangedaan. Zijn vader moet opnieuw koning worden. Van januari tot april 1948 verblijft de koninklijke familie op Cuba. Officieel zijn ze met vakantie. Leopold hoopt evenwel op een uitnodiging van de Verenigde Staten. Die komt er niet. Alleen Boudewijn mag het land binnen. De bedoeling is duidelijk. Leopold wil de wind uit de zeilen nemen van zijn gehate broer Karel. De regent is er op staatsbezoek. Marc Platel schrijft: ‘Het doel is het succes van de prinselijke reis te neutraliseren.’ Leopold heeft zijn broer Karel nooit vergeven dat hij het regentschap van België aanvaard heeft. Voor Leopold was dit een blamage. Leopoldisten beweren net het tegenovergestelde. Volgens hen wil prins Karel de reis van Leopold en Boudewijn neutraliseren. De houding van beide kampen verscherpt door al die heisa op dramatische wijze.

40

koning boudewijn

Vanaf 1942 begon Lilian zich over de opvoeding van de kinderen van Astrid te ontfermen. Boudewijn bezoekt van 28 februari tot 1 april in de Verenigde Staten onder meer de steenkoolmijnen. Begeleider Du Parc vergezelt hem. Volgens de Amerikaanse pers gaat het om een ‘gelijkaardig bezoek als dat van Albert i’. Die bezocht in 1920 dezelfde Vesta 5 mijnen van de Jones & Laughlin Steel Corporation. Naar eigen zeggen is het voor Boudewijn zijn beste herinnering aan de trip. ‘Het klinkt stellig vreemd uit de mond van een achttienjarige,’ aldus Fralon. De prins bezoekt ook de redactie van The New York Times, Los Alamos en de militaire academie van Westpoint. Een nieuw plan is dat Boudewijn na zijn achttiende verjaardag in september een militaire opleiding in België aanvat. ‘Menigeen acht de terugkeer van prins Boudewijn zeer gewenst,’ schrijven de kranten. ‘Omdat hij anders al te zeer van land en volk zal gaan vervreemden.’ Na de Amerikaanse rondreis keert Boudewijn terug naar Cuba. Er zijn nog enkele dagen voor ontspanning. Opdracht geslaagd. Over de reis van prins Karel, regent van België, spreekt nagenoeg niemand.

de jARen deRTig-VijFTig

41

In september 1948 wordt Juliana koningin van Nederland. Leopold heeft een formeel verzoek ontvangen van de Belgische regering om zijn zoon af te vaardigen. Leopold weigert. Boudewijn mag niet aanwezig zijn op de kroning. De reden is onbekend. De Nederlandse pers is verontwaardigd. Eind 1948 of begin 1949 moet in het leven van de kroonprins iets merkwaardigs gebeurd zijn. Boudewijn vertelt later dat God hem sedert de leeftijd van achttien jaar nooit meer verlaten heeft. Heeft hij een openbaring gekregen? ‘Sinds die dag is alles veranderd. Deze aanwezigheid (van God) heeft me sinds de leeftijd van achttien jaar niet meer losgelaten.’

Le Pot Enkele maanden later, op 13 juni 1949, is het gezellig druk in café Le Pot in Brussel. Een journalist van Time vraagt de aanwezige klanten wat ze eigenlijk denken over Leopold iii en Boudewijn. De koninklijke familie verblijft nog steeds in Zwitserland en prins Karel is nog steeds regent van België. Die situatie kan niet eeuwig blijven duren. Wat moet er dan gebeuren? De cafébaas is duidelijk: ‘Om het probleem op te lossen moet Leopold troonsafstand doen en moet Boudewijn koning worden.’ Het standpunt van de Brusselse cafébaas is typisch voor Brussel en het industriële deel van Wallonië. Tijdens een volksraadpleging die negen maanden later gehouden zal worden, zal deze visie nog duidelijker worden. België wordt virtueel uit elkaar gescheurd. Vlaanderen is voor de terugkeer van Leopold. Brussel en twee Waalse provincies, Henegouwen en Luik, zijn tegen. Als de journalist van Time de patron van Le Pot voor de voeten werpt dat Boudewijn niet echt de snuggerste is, reageert de man als door een wesp gestoken: ‘We horen inderdaad dat Boudewijn niet echt briljant is, maar wie wil verdorie een slimme koning?’ Typische caféwijsheid. Toch gelooft de cafébaas niet echt in zijn scenario. Hij weet dat Leopold iii een ‘koppige en bittere man is’. Leopold zal zich inderdaad vastklampen aan de troon. Maar hij moet uiteindelijk wijken voor zijn zoon. Voor even, denkt Leopold bij zichzelf.

hoofdstuk 1

De jaren vijftig: lood
‘Het is aangenaam prins tegen een koning te zeggen, omdat het zijn waardigheid vermindert.’ blaise pascal

T

ijdens het verblijf van Leopold in Zwitserland wordt hij na het einde van de Tweede Wereldoorlog geregeld bezocht door Belgische politici. De man die hem het vaakst ontmoet is Paul-Henri Spaak. De socialistische minister probeert herhaaldelijk de dialoog met Leopold te hervatten. Spaak heeft een concreet voorstel op zak: de koning neemt het regentschap van Karel over tot Boudewijn meerderjarig is. De twee mannen spreken daar in het grootste geheim over, onder meer op 18 januari 1948. Maar Leopold iii komt met een tegenvoorstel. Hij wil een referendum over de vraag of hij weer op de troon mag of niet. Hij gokt daarbij op zijn populariteit onder de bevolking. Het dreigt een patstelling te worden. Leopold stelt zich tijdens de gesprekken met de Belgische politici hard op. Eind april 1949 heeft hij nog een vruchteloos gesprek met Paul-Henri Spaak en zijn broer Karel. Maar op 26 juni van dat jaar denkt Leopold dat er eindelijk een doorbraak is. De christendemocraten behalen tijdens verkiezingen de absolute meerderheid in de Kamer en beslissen een volksraadpleging te houden. Eigenlijk proberen ze enkel tijd te winnen. Dat blijkt ook duidelijk uit het feit dat die raadpleging pas in de lente van 1950 gehouden zal worden.

44

koning boudewijn

‘De campagnes die in het kader van deze volksraadpleging gehouden worden, zijn ontzettend hevig en doen veel stof opwaaien,’ noteert Fralon. De beslissing om de mening van het volk te vragen in deze kwestie is dan ook een politieke blunder. Voor- en tegenstanders van Leopold iii staan lijnrecht tegenover elkaar. Het referendum bestond maar uit één vraag: ‘Bent u van mening dat koning Leopold iii zijn grondwettelijke bevoegdheden weer op moet nemen?’ Stemmen was verplicht, maar zoals auteur Roger Keyes terecht opmerkt, weerhield niets de kiezer zijn stembiljet ongeldig te maken. De raadpleging van het volk was eigenlijk geen echt referendum. Leopold had zelf gevraagd om de uitslag van de bevraging als een richtlijn voor het parlement te beschouwen. Zo zouden de volksvertegenwoordigers over de terugkeer van de koning kunnen beslissen. De regering wist dat de volksraadpleging een grote gok was. Als Leopold meer dan zestig procent van de ja-stemmers achter zich kon scharen, kon hij als koning naar België terugkeren. Als er minder dan vijfenvijftig procent ja-stemmen waren, wenkte de troonsafstand. Al op 15 december 1949, maanden vóór de volksraadpleging, voorspelt The New York Times dat de meest waarschijnlijke uitslag tussen vijfenvijftig en zestig procent zal liggen. ‘Op basis van die voorspelling twijfelen veel waarnemers aan de wenselijkheid van een dergelijke volksraadpleging,’ schrijft de krant profetisch. De stemming zelf verloopt vrij rustig. Dat is verrassend aangezien de voor- en tegenstanders van Leopold het in de maanden daarvoor heel hard hebben gespeeld. Leopold haalt uiteindelijk een kleine meerderheid van 57,68 procent. Van de 5.236.740 uitgebrachte stemmen zijn er 2.933.382 voor en 2.151.881 tegen zijn terugkeer. In totaal zijn er slechts 151.477 blanco of ongeldige stemmen. De weg naar het koningschap ligt dus in eerste instantie open. Zo ziet Leopold het resultaat ook. Auteurs schrijven vandaag dat Vlaanderen voor een terugkeer van Leopold stemde, en Brussel en Wallonië tegen. Dat is niet helemaal correct. In de biografie over Leopold iii van Roger Keyes staat een kaart van België met de resultaten van die eerste en

de jARen VijFTig: lood

45

enige volksbevraging. Vlaanderen stemde inderdaad voor een terugkeer van Leopold. Vooral het arrondissement Turnhout (84,5 procent) en Maaseik-Tongeren (84,3 procent) waren voor. Brussel en de arrondissementen net ten zuiden van de hoofdstad waren tegen. In Bergen haalde Leopold nauwelijks 31,2 procent. In Zinnik 34,4 procent en in Nijvel 37,3 procent. Maar nog meer ten zuiden van ons land wordt de verhouding opnieuw positief voor Leopold. In Dinant-Philippeville is 59,7 procent voor een terugkeer van Leopold. In Marche-en-Famenne/Bastogne-Arlon is dat percentage zelfs 65,7 procent. Er is dus geen sprake van een tweedeling (Noord/Zuid) maar een driedeling. Vlaanderen is voor een terugkeer van Leopold, Brussel en de arrondissementen ten zuiden van de hoofdstad tegen. De arrondissementen helemaal in het zuiden van het land, hoofdzakelijk de provincie Luxemburg, is opnieuw voor Leopold. Zelfs in de provincie Namen was 52,8 procent voor de terugkeer van Leopold. Of anders bekeken: het industriële België was tegen Leopold, het rurale België voor.

Een Pyrrusoverwinning Zodra de uitslag van de raadpleging officieel bekend is, brengen premier Gaston Eyskens en de voorzitters van de beide Kamers een bezoek aan Leopold in Prégny. Leopold verklaart dat hij kennis neemt van die uitslag en de uiteindelijke beslissing van het parlement zal respecteren. Socialist Paul-Henri Spaak voert een heftige campagne tegen Leopold. Hij publiceert op 22 maart 1950 een open brief in de socialistische krant Le Peuple. Hierin vraagt de linkse politicus uitdrukkelijk aan Leopold om niet naar België terug te keren. Spaak stelt voor dat Boudewijn koning wordt en zijn taken overneemt. ‘Het land moet zich rondom zijn figuur groeperen.’ Het voorstel valt in dovemansoren. Een belangrijk element in de ontwikkeling van de koningskwestie is de boodschap van 15 april 1950, waarin Leopold iii zelf een tijdelijke machtsdelegatie aan zijn zoon Boudewijn oppert. Volgens Gaston Eyskens is dat een ‘fantastische boodschap die be-

46

koning boudewijn

wees door welke dwaze mensen de koning omgeven was’. Eyskens denkt vooral aan zijn secretaris Jacques Pirenne, ‘le gaffeur’, of vrij vertaald: ‘de politieke Guust Flater’. De dag daarop werd het standpunt opnieuw gewijzigd. De wet die de terugkeer van Leopold mogelijk maakt, wordt op donderdag 20 juli 1950 gestemd. ‘Dit moet gebeuren nog vóór de nationale feestdag aangebroken is,’ schrijft Fralon, ‘want het is symbolisch belangrijk.’ Tegelijk wordt de onmogelijkheid om te regeren voor Leopold opgeheven. Alle christendemocraten stemmen voor. Er is ook een liberaal die met hen meestemt, Hilaire Lahaye. De andere liberalen, socialisten en communisten verlaten uit protest het halfrond. Het nieuws werd onmiddellijk doorgebeld naar de koning in Zwitserland. ‘Zijn reactie was karakteristiek,’ schrijft biograaf Keyes. ‘Hij kuste Lilian en Boudewijn en zonder een woord te zeggen trok hij zich terug in zijn persoonlijk appartement.’ Leopold had zijn slag thuisgehaald. De volgende dag, op de erg symbolische eenentwintigste juli, arriveert premier Duvieusart in Zwitserland om het officiële besluit van het parlement te overhandigen. Leopold wordt verzocht zijn koninklijke bevoegdheden opnieuw op te nemen. Uiteraard aanvaardt hij deze opdracht. Ook zijn echtgenote Lilian Baels is in de wolken. Eindelijk zal ze koningin van België worden. Haar droom wordt bewaarheid. Zijn broer Karel schampert dat Leopold de koning is van één partij, de christendemocraten. Lang zal het nieuwe koningschap van Leopold dan ook niet duren.

De terugkeer Zaterdag 22 juli 1950, vroeg in de ochtend. Op het militair vliegveld van Evere is het bewolkt. Om halfacht landen twee legervliegtuigen van het type Dakota uit Zwitserland. In het eerste vliegtuig zitten Leopold iii, prins Albert en premier Jean Duvieusart. In het tweede toestel zit prins Boudewijn. Het is een traditie bij de Coburgs om niet samen in één vliegtuig te reizen. Als het ene vliegtuig neerstort, overleven de passagiers in het andere en is de schade voor de monarchie beperkter.

de jARen VijFTig: lood

47

Koning Leopold met zijn twee zonen in het kasteel van Laken, vlak na hun terugkeer uit Zwitserland, juli 1950. Leopold en Albert stappen uit. Leopold draagt een nieuw uniform, maar loopt er toch wat onwennig bij na ettelijke jaren ballingschap. Hij is zes jaar niet meer in België geweest. ‘De oorlog, de bezetting, de deportatie, de koningskwestie, de zes jaar ballingschap hadden scherpe harde trekken in zijn bruingebrand gelaat gekerfd,’ schrijft journalist Louis De Lentdecker. Hij was er die grijze ochtend bij. Sommigen maken zich grote zorgen over het gedrag van Leopold. ‘Het probleem is niet het Coburg-karakter,’ noteert auteur Victor Mallet, ‘maar het Wittelsbach-bloed dat in zijn aderen stroomt. Dat bloed is gek en gevaarlijk.’ Mallet verwijst naar de moeder van Leopold, de ‘gekke’ rode koningin Elisabeth. Uit het tweede vliegtuig stapt Boudewijn. Zonder uniform, maar met een olijfkleurig burgerpak. Aan de linkerrevers is een zwarte band bevestigd, ten teken van rouw. De moeder van Lilian Baels is immers een paar dagen voordien overleden. Zelfs op die rouwband komt kritiek in de linkse pers. Daarna stapt prins Albert uit. ‘Och Here,’ vervolgt De Lentdecker in het huldeboek 60/40. ‘Wat

48

koning boudewijn

was u jong, onhandig, bedeesd.’ Boudewijn liep met broer Albert wat slungelachtig achter Leopold. Hij is dan nog geen twintig jaar. Opvallend detail: Boudewijn kijkt stuurs voor zich uit. Hij heeft een uitgestreken lijkbiddersgezicht. Zijn broer Albert kijkt aandachtig naar de aanwezige troepen. ‘Boudewijn is mager als een panlat en draagt een bril,’ beschrijft Roegiers. ‘Zijn stem is onvast, zijn rug gekromd, zijn borst smal en ingevallen.’ Wie kon denken dat die slungel een jaar later koning van België zou zijn? En vooral, wie kon toen voorzien dat hij dat gedurende meer dan vier decennia zou blijven? Op het vliegveld was het stil, herinnert De Lentdecker zich. Doodstil zelfs. Iedereen zweeg. De sfeer op de luchthaven was ‘hallucinant’. Er was geen volk, geen geestdrift. ‘Zij die het meemaakten, hadden allen een gezicht halfstok, alsof ze naar een begrafenis, erger nog, naar een terechtstelling kwamen.’ Die ochtend bij de ontvangst van Leopold en zijn zonen zijn er welgeteld zevenenveertig journalisten aanwezig. En allemaal voelden ze die beklemming. Er past bij het beeld maar één stukje muziek: l a marche funèbre. In een sliert van twaalf auto’s rijdt het gezelschap vervolgens met hoge snelheid naar de binnenstad van Brussel. ‘Er waren weinig toeschouwers,’ noteert De Lentdecker. ‘De stad scheen leeg en grijs en kaal.’ Officieel wordt verteld dat de mensen niet wisten dat Leopold die dag terugkwam. ‘Zij wisten het wel, maar duizenden en duizenden waren bang voor het straatgeweld, vechtpartijen of misschien erger.’ De regering had even het idee geopperd om de koning per helikopter naar Laken te vervoeren. Er werd gevreesd voor incidenten in de straten van Brussel. Paul-Henri Spaak vertelt op 29 juli 1950 aan Robert Murphy, ambassadeur van de vs in ons land, dat er niet alleen een burgeroorlog dreigt maar ‘dat België ook uit elkaar dreigt te barsten’. De volgende dag zullen in Grâce-Berleur bij Luik drie doden vallen. Een vierde overlijdt later.

de jARen VijFTig: lood

49

‘Leve de republiek’ Op 22 juli, de dag van de terugkeer, legt Leopold om één uur ’s middags een verklaring af. ‘Zijn toespraak is stuntelig en irriteert zelfs sommigen van zijn aanhangers,’ noteert Fralon. Leopold slaagt er na zes jaar ballingschap gewoon niet in de juiste toon te vinden. Het laatste bedrijf van dit drama speelt zich af tussen 22 juli en 1 augustus. De gebeurtenissen van die week zullen het lot van Boudewijn resoluut een nieuwe wending geven. In het katholieke Vlaanderen is men tevreden over de terugkeer van Leopold. In een groot deel van Wallonië wordt daarentegen woedend gereageerd. De doden in Grâce-Berleur bij Luik zijn een dieptepunt. De analyse van Spaak is terecht: België bestaat op dat moment uit twee volkeren met compleet tegengestelde verlangens. De toestand is eind juli 1950 zelfs ronduit bizar. Aan het koninklijk paleis liggen duizenden bloemen als steunbetuiging voor Leopold iii. Die bloemen komen uit Vlaanderen. Tegelijk heerst er in de zomer van 1950 een prerevolutionair klimaat in België. Hoe is dat mogelijk? België blijft nu eenmaal een kunstmatige staat. Paul Theunissen schetst in zijn boek over de koningskwestie een bijzonder negatief beeld van Leopold iii. De koning bleef zich immers tot het allerlaatste moment verzetten tegen een troonsafstand. Hij stelde zich onverzoenbaar op. Volgens Theunissen draait de koningskwestie in essentie om de tegenstelling tussen een autoritair bewind onder Leopold versus een democratie. Dat Leopold er een heel autoritaire visie op nahield, blijkt duidelijk uit het ontwerp van een nieuwe grondwet, opgesteld door Louis Fredericq, de kabinetschef van de koning. Het ontwerp ademt de geest van de Nieuwe Orde. Het parlement zou niet meer rechtstreeks verkozen worden en een groot deel van zijn macht inleveren. Ministers zouden bovendien rechtstreeks onder de koning ressorteren en niet langer verantwoording moeten afleggen aan het gekortwiekte parlement. Louis Fredericq werkte vanaf september 1940 aan deze nieuwe grondwettekst. Hij werd bijgestaan door de grondwetspecialisten Raoul Hayoit en René Marcq. Het drietal wilde een oplossing vinden voor de politieke instabiliteit van het interbellum. Bij het

50

koning boudewijn

uitwerken van nieuwe grondwetsartikels vroegen ze vreemd genoeg telkens het advies van kardinaal Van Roey. Behalve de beknotting van de macht van regering en parlement bepaalt de nieuwe grondwet de afschaffing van de persvrijheid. Leopold had zich in de jaren dertig vaak geërgerd aan de berichtgeving van de linkse antiroyalistische kranten. Hij vond dat ze voor eens en altijd het zwijgen opgelegd moesten worden. Volgens Herman Van Goethem en Jan Velaers is het belangrijkste onderdeel van de wettekst het nieuwe artikel 25: ‘De koning is het staatshoofd: hij oefent alle bevoegdheden uit die niet aan een van de andere overheden zijn toegekend in de grondwet of in de wetten.’ De auteurs benadrukken dat hiermee het huidige principe van de macht van de koning omgekeerd wordt. In de bestaande grondwet oefent de koning geen macht uit tenzij anders bepaald. In de nieuwe grondwet oefent de koning alle macht uit tenzij anders bepaald. Het betekent in elk geval het einde van het parlementair systeem. Leopold wilde niet alleen meer macht, hij bleef zich vastklampen aan het koningschap. Dat wordt bevestigd door de onthullingen van Carlo graaf Sforza, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Italië. Sforza had in juni 1950 een geheime ontmoeting met Leopold toen de koning de paus bezocht. ‘Leopold heeft absoluut niet de bedoeling om af te treden,’ aldus Sforza.

Boudewijn volgt een militaire opleiding Het is traditie dat toekomstige koningen een militaire opleiding volgen. Leopold iii was student aan de Koninklijke Militaire School. Boudewijn had daarentegen door de oorlog en het gedwongen verblijf in Zwitserland niet de kans gehad om die opleiding te volgen. Na zijn terugkeer uit Zwitserland wilde Leopold het koningschap voor onbepaalde tijd weer opnemen. Hij had immers het vertrouwen van de bevolking gekregen bij de raadpleging, en ook het parlement had het licht op groen gezet. Aangezien Leopold ervan uitging dat zijn oudste zoon Boudewijn geen rol van betekenis zou spelen in de komende jaren, stippelde hij een militaire

de jARen VijFTig: lood

51

opleiding voor hem uit. Hij werd daarvoor naar de pantserschool in Flawinne gestuurd. Toen duidelijk werd dat Leopold het koningschap uit zijn hoofd moest zetten, werd de nauwelijks gestarte opleiding van Boudewijn stopgezet. Hij keerde in allerijl naar Brussel terug en zou nadien koninklijke prins worden. Kortom, Leopold heeft tot de allerlaatste snik gestreden voor zijn troon maar hij moest uiteindelijk toch aftreden. Op 1 augustus 1950, na een lange nacht van politiek getouwtrek, trok Leopold iii zich terug ten voordele van zijn zoon. De Britten hadden het nochtans liever anders gezien. Hun voorkeursscenario was het aftreden van Leopold én Boudewijn. Bijna werd dat scenario ook werkelijkheid. Een politicus die niet genoemd wil worden, vertelt dat Leopold zijn oudste zoon moest overtuigen om de troon daadwerkelijk te aanvaarden. ‘Boudewijn had een zeer agressieve en uitdagende verklaring voorbereid. Daarin stond dat hij weigerde de troon te aanvaarden indien zijn vader gedwongen werd om af te treden.’ Boudewijn had het moeilijk met het onrecht dat zijn vader werd aangedaan. Volgens die politicus heeft Leopold lang met zijn zoon moeten spreken om die strijdlustige verklaring in te trekken. En dan gaat het snel. Al op vrijdag 11 augustus 1950 zal Boudewijn de grondwettelijke eed in het parlement afleggen. Hij wordt tegen zijn wil koning. De man die geen koning wilde zijn is niet voor niets de sprekende ondertitel van de biografie van Fralon. Koningin Fabiola bevestigt veel later deze versie. ‘Hij was ontredderd omwille van de verantwoordelijkheid op het moment dat hij zijn vader moest opvolgen.’ ‘Het spreekgestoelte in de Kamer was voor die gelegenheid afgebroken en vervangen door een licht verhoog waar een gouden troon op een rood tapijt prijkte,’ herinnert Gaston Eyskens zich.

Tegenstelling tussen het volk en de politieke klasse Boudewijn komt aan de macht door de koningskwestie. De liberale politicus Willy De Clercq vindt dat de katholieken deze kwestie schromelijk misbruikt hebben. In zijn biografie schrijft hij daar

52

koning boudewijn

erg scherp over: ‘De cvp-magnaten bedienden zich van laaghartige politieke kuiperijen om een klerikale meerderheid aan het land op te leggen.’ Alle slagen, ook die onder de gordel, zijn toegelaten. ‘De klerikalen grijpen de koningskwestie enkel aan als redmiddel om de absolute meerderheid te halen,’ klinkt het wrang. Historicus Vincent Dujardin ziet het enigszins anders: ‘De koningskwestie riep een diepgaande tegenstelling in het leven tussen het volk enerzijds en de politieke klasse anderzijds.’ Volgens Dujardin kende het volk zijn koning niet zo goed. Het reageerde in 1950 op een emotionele manier. Net zoals het in 1993, bij het overlijden van Boudewijn, op een even sentimentele manier zal reageren. De politieke klasse kende Leopold iii veel beter. Volgens Dujardin was daarom slechts een kleine minderheid onder hen voor zijn terugkeer. We keren met Gaston Eyskens nog even naar het parlement terug. ‘In een doodse stilte waren de parlementsleden gaan zitten,’ schrijft Eyskens. Nu is het is aan Boudewijn. Zijn rechterhand heeft hij al omhooggestoken. In zijn linkerhand heeft hij zijn kepie, zijn zwaard én een spiekbriefje. Dat is veel voor één hand. Als hij even aarzelt, roept een communistisch parlementslid: ‘Leve de republiek!’ Volgens sommigen gaat het bij de koningskwestie dus niet alleen om de tegenstelling ‘autoritair bewind’ versus ‘democratie’ maar ook tussen ‘monarchie’ en ‘republiek’. Maar wie roept dit? In eerste instantie wordt gedacht aan de communist Julien Lahaut. Maar volgens José-Alain Fralon is het Lahaut’s partijgenoot Georges Glineur. Ook Eyskens weet dat het Glineur is. Een week later, om negen uur ’s avonds, wordt Lahaut vermoord. Het blijft een van de zeldzame politieke moorden in ons land. Toch is het niet echt een verrassing. Want al de dag na de eedaflegging van Boudewijn in het parlement ontploft er een bom bij het hoofdkwartier van de communistische partij van België. Er is alleen materiële schade. Enkele ruiten van het gebouw zijn gesneuveld. Een duidelijke waarschuwing aan de communisten. Velen zien vandaag een rechtstreeks verband tussen de republikeinse oprisping van de communisten in het parlement en de moord op Lahaut. Ten onrechte. Volgens historica Chantal Kesteloot

de jARen VijFTig: lood

53

bestond het plan om Lahaut te vermoorden al veel langer. ‘Het plan is terug te voeren naar de kringen van anticommunistische ultra’s.’ Voor haar is Lahaut een vijfde slachtoffer van de koningskwestie.

Maar wie heeft Lahaut vermoord? Om de strijdkreet van Glineur in het parlement goed te begrijpen, moeten we terug in de tijd. Twee decennia voor de eedaflegging van Boudewijn is Albert i, de grootvader van Boudewijn, aan de macht. De communistische politicus Henri Glineur wordt begin jaren dertig veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf wegens smaad aan de koning. Hij had onthuld dat Albert i een mooi pakket aandelen bezat in de Waalse steenkoolmijnen van Marchienne-au-Pont, meer bepaald voor 9,2 miljoen frank (nu: 276 miljoen frank of 6,8 miljoen euro). Op zich is dat natuurlijk geen reden voor een veroordeling. Alleen schrijft Glineur in februari 1932 ook dat Albert i eigenlijk een ‘sadist is die komt kijken naar het gekookte vlees van de goede kompels die gestorven zijn voor de glorie van het persoonlijke profijt van het Huis van Albert & Co’. Net daarvoor waren immers in een mijn 16 doden en 11 zwaargewonden gevallen. Albert i brengt een bezoek aan de slachtoffers. De ramp zou veroorzaakt zijn door een tekort aan veiligheidsmaatregelen. De stelling van Glineur is, achteraf bekeken, wel erg kort door de bocht. Albert trof natuurlijk geen directe schuld voor dat ongeval. Het was de verantwoordelijkheid van de directie – niet van de aandeelhouders. En een sadist is iemand die plezier beleeft aan het lijden van een ander, terwijl koning Albert de nabestaanden kwam troosten. Henri Glineur is de broer van Georges Glineur. Henri wordt geboren in 1899. Hun vader is mijnwerker en zelf zal Georges ook in de mijnen werken. Beide broers zijn overtuigde communisten en rabiaat tegen de monarchie. Als Georges bij de eed van Boudewijn ‘Leve de republiek!’ roept, is hij de zware straf voor zijn broer natuurlijk nog niet vergeten.

54

koning boudewijn

Het eerste wapenfeit in de prille regeerperiode van Boudewijn is dus een moord, een politieke moord nog wel. Maar wie heeft Lahaut vermoord? Het antwoord is volgens sommigen eenvoudig: François Goossens. Volgens recente onthullingen zou Goossens evenwel niet geschoten hebben. Hij was wel aanwezig toen Lahaut in koelen bloede vermoord werd. Liberaal politicus Vincent Van Quickenborne is er voorstander van de moord grondig te onderzoeken. In 2002 zei hij aan De Morgen dat het een kans biedt om de mythe te ontkrachten dat het koningshuis zelf iets met de moord op Lahaut te maken heeft. Quod non. Want de regering Leterme, waarin minister Van Quickenborne overigens zetelt, houdt het initiatief immers tegen met de drogreden dat er geen geld is voor de studie. La Libre Belgique schrijft dan ook: ‘Het dossier blijft zo gevoelig dat sommigen zich afvragen of het koninklijk paleis niet verbonden is met dit dossier.’

Boudewijn wil Karel weg Terug naar de zomer van 1950. Enkele uren na zijn eedaflegging op 11 augustus, hoort de koninklijke prins Frans Van Cauwelaert, voorzitter van de Kamer, uit over de vorming van de regering. Boudewijn is niet alleen. Hij is vergezeld van zijn kabinetschef Etienne baron de le Court. ‘Dat is zeer ongebruikelijk,’ noteert Emmanuel Gerard. Sommigen hebben er begrip voor. Alles is nieuw voor Boudewijn. De Vlaming Jef Deschuyffeleer wordt adjunct-kabinetschef van Boudewijn. Lang houdt hij het niet vol. In oktober 1950 verdwijnt hij al uit het kabinet van de koning. Toch is dit een belangrijk gegeven. Deschuyffeleer is een christendemocraat van acw-strekking. De Vlaamse katholieken zorgen er onmiddellijk voor vertegenwoordigd te zijn in de omgeving van de koning. Boudewijn stelt midden augustus harde eisen tegenover voormalig regent Karel. Karel heeft zich na de eedaflegging van zijn neef teruggetrokken in de linkervleugel van het koninklijk paleis. Maar Boudewijn wil zijn oom daar weg. Sterker, ‘Boudewijn wilde namelijk geen voet in het paleis zetten zolang zijn oom Karel er

de jARen VijFTig: lood

55

woonde,’ schrijft Rien Emmery. Wellicht wordt Boudewijn opgestookt door Leopold. Boudewijn stuurt dan ook zijn ‘adjudanten’, het duo Amaury de Merode (grootmaarschalk) en Etienne de le Court (kabinetschef), op pad om zijn eis te bepleiten bij premier Pholien. Eind augustus 1950 ontvangt de eerste minister de gezanten van Boudewijn en luistert naar het verzoek van de koning. Boudewijn stelt tegelijk ook een nota op voor Pholien. ‘Het is verloren moeite te hopen op het bedaren van de gemoederen en de eenheid van de Belgen rondom mijn persoon, indien onze landgenoten kunnen veronderstellen dat ik mijn functie slechts vervul onder de controle van een ander lid van de koninklijke familie,’ schrijft Boudewijn. Dat is wel erg cynisch, aangezien hij volgens de meeste waarnemers zelf de eerste tien volgende jaren onder de plak van zijn vader en stiefmoeder Lilian zal liggen. Op 7 oktober wordt Karel manu militari uit het paleis gezet, onder het toeziend oog van rijkswachters. Alfred Bastien, kunstschilder en vriend van Karel, schrijft hierover in zijn dagboek: ‘Die haat van twee broers (Karel en Leopold) gaat alle verbeelding te boven!’ Boudewijn zelf is naar verluidt ‘erg gelukkig’ met het vertrek. Boudewijn haalt dus onmiddellijk een eerste slag thuis bij de politici. Het zal zeker niet de laatste zijn. ‘Hij (Karel) had een verbanning niet verwacht,’ beweert Emmery. Het manoeuvre van Boudewijn komt dus totaal onverwacht voor de voormalige regent van ons land. ‘Hij (Karel) zag nog een politieke rol voor zichzelf weggelegd als raadgever van zijn jonge neef.’ Objectief bekeken was dat natuurlijk geen slecht idee, want Karel had veel politieke ervaring opgedaan tijdens zijn regentschap. Bovendien werd hij door buitenlandse politici zoals Churchill erg gewaardeerd. Boudewijn daarentegen kende door zijn lange verblijf in Zwitserland niets van politiek, en al helemaal niets van de Belgische politiek. Het plan is dat Karel naar het domein van Argenteuil in Waterloo zou verhuizen. Maar begin november verneemt premier Pholien via de staatsveiligheid dat Karel in Hotel Métropole wil logeren – alleen maar om zijn broer Leopold te jennen. Karel is immers zwaar beledigd door zijn gedwongen verhuizing. Het idee om in Argenteuil te wonen wordt overigens na enkele maanden definitief opgegeven.

56

koning boudewijn

Boudewijn legt de eed af als koning.

de jARen VijFTig: lood

57

Koninklijke prins Wat betekent die officiële titel ‘koninklijke prins’ van Boudewijn? Het is volgens specialisten een functie tussen regent en koning. Mossel noch vis dus. De documenten en wetten die in dat jaar door Boudewijn ondertekend werden, dragen de benaming ‘koninklijke prins/prince royal’. De verklaring is dubbel. Boudewijn was nog niet meerderjarig. De meerderjarigheid lag destijds op 21 jaar en de grondwet bepaalt dat de koning meerderjarig moet zijn. Boudewijn kan dus nog niet ten volle koning zijn. De tweede reden is dat Leopold op die manier nog een waterkansje ziet om koning te worden. Wellicht heeft hij achter de schermen gelobbyd om zijn zoon die titel toe te kennen. Bij de eerste overdracht van de macht aan zijn zoon had hij immers met de regering onderhandeld dat Boudewijn er in moest slagen om de eenheid van het land te herstellen. Als hij daar niet in zou slagen, zou hij niet de volgende koning worden. Een rapport van het parlement bewijst dit. ‘De koning (Leopold) blijft de koning tot de troonsbestijging van de prins,’ is het duidelijke besluit. Ook Boudewijn zelf was er heilig van overtuigd dat hij maar een paar jaar koning zou blijven. Het was voor hem een interimbaan. ‘Alles zou mettertijd rustiger worden,’ noteert Jan Van den Berghe. ‘De waarheid zou aan het licht komen en hij (Boudewijn) zou na een jaar of drie de troon weer aan zijn vader afstaan.’ Vraag is uiteraard welke waarheid. Ongetwijfeld het grote gelijk van Leopold… Op 22 augustus 1950 is er het eerste officiële optreden van de koninklijke prins. Hij brengt ter nagedachtenis hulde aan de door de bezetter gefusilleerde landgenoten. Kort daarop is er de vierde editie van het Europees Kampioenschap voor Atletiek. Dat wordt van 23 tot 27 augustus 1950 in het Heizelstadion georganiseerd. Boudewijn heeft alweer geluk. Gaston Reiff wint brons op de vijfduizend meter. Alle blikken zijn nochtans op Boudewijn gericht. Tegenstanders hopen op een faux pas. ‘Maar hij slaat er zich prima doorheen,’ herinnert Patrick Roegiers zich. Op 7 september 1950 viert Boudewijn zijn eerste verjaardag op Belgische bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. De driekleur wappert overal ter ere van de koninklijke prins.

58

koning boudewijn

Boudewijn krijgt vooral vanuit extreemlinkse hoek tegenwind. Volgens de communistische De Rode Vaan is hij een ‘snotaap’. Zelfs zijn omgeving erkent dat hij bitter weinig persoonlijkheid heeft en ‘verstandelijk zeer beperkt is’. Helemaal ongelijk heeft het blad niet. Alleen, wat is op dat ogenblik het alternatief ? Een republiek? Onmiddellijk ontstaan ook geruchten dat Boudewijn gaat trouwen. In 1950 schrijft het dagblad Combat dat Leopold de graaf van Parijs om goedkeuring vroeg voor een huwelijk van Boudewijn met Isabelle, de dochter van de graaf. Die geruchten houden aan tot in 1960. Ondertussen werkt Boudewijn zich in. En dat is nodig. Hij kent geen enkele politicus en hij kent geen enkel politiek dossier. Het aantal publieke optredens wordt dan ook beperkt. Maar enkele maanden later, op zondag 2 december 1950, moet Boudewijn aanwezig zijn op een wedstrijd van fokpaarden. Hubert Pierlot, de voormalige eerste minister, is er ook. Boudewijn weigert hem de hand te schudden. ‘Meer nog. Hij keert hem ostentatief de rug toe,’ aldus Fralon. Boudewijns gedrag is allerminst goed te praten, maar verklaarbaar. Pierlot had in 1940 harde woorden over Leopold iii geuit. Het is de eerste flater van Boudewijn. Er zullen er nog vele volgen. Tijdens een audiëntie laat hij bijvoorbeeld een niet nader genoemde antiroyalistische minister gewoon rechtstaan. En tegen een andere politicus antwoordt hij bits dat hij een zelfde opmerking al eens drie dagen eerder gemaakt heeft. Eigenlijk is het beleid van de koning op dat ogenblik ronduit ‘antipolitiek’. Boudewijn lust sommige politici rauw. ‘Hij is twee dagen ziek als hij de hand heeft moeten schudden van een bewindsman die hij minacht,’ weet Roegiers. Het gaat om André de Staercke, de secretaris van zijn oom Karel. Boudewijn had De Staercke op het paleis uitgenodigd om over de navo te spreken. Na nauwelijks enkele minuten wordt de gast al onderbroken. ‘Waarom bent u vijandig tegenover mijn vader?’ vraagt Boudewijn op strenge toon. Later wordt de relatie tussen Boudewijn en De Staercke beter. Slechter kon natuurlijk niet. Volgens Mark van den Wijngaert zal Boudewijn ‘altijd een zekere afstand tegenover de politieke klasse bewaren’. Hij zal zich ook altijd ietwat verheven voelen. Zeker op het einde van zijn loopbaan is dat duidelijk. Hij vindt de meeste politici maar klaplopers.

de jARen VijFTig: lood

59

Omgekeerd moeten de politici in de beginperiode dan weer niets hebben van ‘snotneus’ Boudewijn. Oudgediende Pierre Harmel onthult in 2001 aan auteur Vincent Dujardin dat Boudewijn in de jaren vijftig hoegenaamd ‘geen gesprekspartner’ was. Boudewijn en Harmel werden desondanks goede vrienden. Volgens Mark Eyskens komt dat door het christelijk geloof, hun gemeenschappelijke band. Sommigen, zoals journalist Louis De Lentdecker, hadden de indruk dat bij Boudewijn in die dagen ‘de eenzaamheid, de verveling, de droefheid zo niet het misprijzen’ ook in het openbaar op zijn gelaat te lezen waren. Ondanks zijn leeftijd leek Boudewijn toen al ‘moe’. Roegiers omschrijft Boudewijn als ‘geremd, onbeholpen, in zichzelf gekeerd en angstig’. Hij voelt zich slecht in zijn vel en is ‘zo stijf als een plank’. Anderen vinden zelfs dat hij ‘ziekelijk en futloos’ is. Volgens de Nederlandse ambassadeur is Boudewijn vooral ‘timide’. Al deze karaktertrekken zijn correct. Als je (hoog)bejaarde mensen vandaag vraagt wat ze zich nog herinneren van de jonge Boudewijn, dan is het ongetwijfeld dit beeld: een onhandige slungel in een overmaats uniform met een te grote kepie op zijn hoofd en een sabel die onhandig naast zijn lichaam zwiept. Die beschrijving lijkt onschuldig maar is het niet. Boudewijn had immers geen militaire opleiding genoten. In tegenstelling tot vele andere leden van het koningshuis krijgt hij geen opleiding in de Koninklijke Militaire School (kms). Als hij in 1950 de eed aflegt als ‘koninklijke prins’, is het wel in het uniform van luitenantgeneraal. Het is een geschenk van zijn vader Leopold, die hem op 10 augustus 1950 die hoge graad toekent. Volgens sommige critici was dat helemaal ten onrechte. Een jaar voor de eedaflegging van Boudewijn komt een commissie in ons land tot de conclusie dat bij een eventueel nieuw militair conflict de koning beter niet meer als opperbevelhebber fungeert. Zijn rol is op dat vlak veeleer symbolisch. ‘Dat weerhoudt Boudewijn er niet van om vooral tijdens de eerste jaren van zijn koningschap nadrukkelijk het uniform van luitenant-generaal te dragen en geregeld militaire installaties te bezoeken,’ schrijven de historici in België en zijn koningen. (eigen cursivering)

60

koning boudewijn

Op 14 september 1950 bezoekt Boudewijn de pantsertroepen in Flawinne. Een week later, op 21 september, is er een ontmoeting met de Zeemacht van Oostende. Op 8 november groet hij de Belgische vrijwilligers voor Korea in Leopoldsburg. En op 24 mei 1951 bezoekt hij de Cadettenschool van Brussel. Op 25 maart 1952 is de koning aanwezig in de infanterieschool van Aarlen en op 11 mei van dat jaar is hij in Martelange. Daar wordt een monument ingehuldigd voor de Ardense jagers. Boudewijn geeft hiermee een duidelijk signaal. Hij wil de band tussen het leger en de monarchie aanhalen. De koningskwestie bracht België in 1950 op de rand van een burgeroorlog. Die nauwere band is vanuit dat oogpunt belangrijk. Alles wat met het leger te maken heeft, beschouwt Boudewijn als zijn ‘speelterrein’. Hij zal als koning dan ook erg dicht bij de militairen staan. Als Guy Coëme decennia later voorstelt om het vredesdividend van de val van de Berlijnse muur op een andere manier te besteden dan aan het leger, wordt hij door Boudewijn persoonlijk teruggefloten. Kortom, Boudewijn heeft een enorme invloed op het leger. Die invloed verloopt rechtstreeks via de benoemingen van de topkaders in het leger. ‘Zijn Militaire Huis speelt hierin een veel grotere rol dan onder zijn voorgangers,’ weten Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. (eigen cursivering) Boudewijn is ook bijzonder goed geïnformeerd over wat er in het leger gebeurt, soms zelfs beter dan de bevoegde minister. Hij schiet dan ook goed op met de talrijke militairen in zijn omgeving. ‘Aan officieren mag je alles vragen en ze doen het onmiddellijk,’ vertelt Boudewijn graag. Hij waardeert hun trouw, hun beschikbaarheid en hun zin voor actie. Als de legerdienst beperkt en uiteindelijk afgeschaft wordt, is Boudewijn diep bedroefd. Toch is er een risico aan het Militaire Huis verbonden. Generaal Jacques Lefèbvre pleegt in 1995 zelfmoord na ondervraging over het dossier Sabca. Hij was eerder vleugeladjudant onder Boudewijn. Een jaar later belandt het diplomatieke paspoort van Boudewijn in de vuilnisbak. De weduwe van kolonel Hubert Rombauts, een voormalige medewerker van het Paleis, had het daar gedumpt. En dan is er generaal Georges Danloy, vleugeladjudant onder Boudewijn, die genoemd wordt in het boek Les grands dossiers criminels en

de jARen VijFTig: lood

61

Belgique van René Haquin en Pierre Stéphany. Danloy had contact met de anticommunistische Florimond Damman, een figuur uit extreemrechtse kringen. Het bewijst dat leden van het Militaire Huis zelf extreemrechtse ideeën koesteren, contacten hebben met elementen uit die kringen of ronduit misbruikt worden door deze extremisten.

Ondertussen in Laken Boudewijn woont in de jaren vijftig bij zijn vader en stiefmoeder in Laken. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Time behandelt Lilian hem als een kind. Boudewijn is dan een twintiger. Tijdens de lunch krijgt Boudewijn zelfs het bevel om zijn ellebogen van tafel te nemen. De Engelse kranten hebben er ook plezier in te schrijven dat Boudewijn een pantoffelheld is die naar de pijpen danst van prinses Lilian en Leopold. Als eerste minister Joseph Pholien, premier van 1950 tot 1952, in het begin van de jaren vijftig op bezoek komt bij Leopold en Lilian, wordt Boudewijn als een schooljongen weggestuurd om een asbak voor de premier te halen. De enige echte koning, zeker voor Lilian, is immers Leopold. Boudewijn is maar een leerling-koning. Tijdens een receptie op het paleis wordt Boudewijn aangekondigd. ‘De koning is daar.’ Lilian reageert gepikeerd. ‘Natuurlijk is de koning daar. Hij is er al lang.’ Ze heeft het over haar echtgenoot. Het is voor haar maar een kwestie van tijd voor Leopold zijn functie opnieuw zal opnemen. En dan zal zij koningin zijn. Wie weet wat Leopold haar wijsgemaakt heeft. Nog een illustratie van de sfeer in Laken. In december van 1950 ziet een bezoeker dat Boudewijn ’s middags een kwartiertje te laat is. Hij heeft die dag de tijd niet gehad om zijn uniform van luitenant-generaal uit te trekken. Dat hoort immers bij zijn middagritueel, om zijn vader niet te kwetsen. ‘Liefste papa en mama,’ stamelt Boudewijn. ‘Ik ben een beetje later. Sorry daarvoor. Maar het is niet mijn schuld. Ik had een vergadering met Ernest Bevin, Dean Acheson en Robert Schuman. En die vergadering is wat uitgelopen.’ Volgens de bezoeker blijft Boudewijn ook wachten tot

62

koning boudewijn

zijn vader hem een teken geeft dat hij aan tafel kan gaan. Het contrast tussen de kinderachtige behandeling en de belangrijkheid van de vergadering kan niet groter zijn. Koninklijke prins Boudewijn beleeft in 1950 zijn eerste oorlog. In juni 1950 is er een conflict tussen Noord- en Zuid-Korea. België verleent steun aan Zuid-Korea. Eind januari 1951 arriveren drieduizend vierhonderd Belgen in Korea. Er is nauwelijks aandacht voor in de Belgische pers. Begin juli is er een merkwaardig incident. Minister van Koloniën Dequae wil een contract sluiten met de Fransen over de elektriciteitsvoorziening in Leopoldstad. Boudewijn is het daar niet mee eens, maar voelt zich machteloos. Secretaris Jacques Pirenne vertelt de koninklijke prins, die blijkbaar nog veel moet leren, dat hij de minister kan ontbieden en hem uitleggen dat het plan gevaarlijk voor België is en dat de ondertekening ervan tegen zijn zin is. Het incident toont aan dat de bijnaam van Pirenne, ‘le gaffeur’, enigszins overtrokken is. Het bewijst ook dat Boudewijn nog alles moet leren. Het is tot slot ook een duidelijke indicatie van de werkelijke macht van een koning in ons land.

Boudewijn wordt koning Enkele dagen later, op 16 juli 1951 om precies te zijn, vindt dan toch de definitieve troonsafstand van Leopold iii plaats. Boudewijn wil bij die gelegenheid een straffe toespraak houden. Maar de socialisten gaan niet akkoord met de inhoud ervan. De Belgische Socialistische Partij (bsp), onder leiding van Max Buset, wil de ceremonie zelfs boycotten als Boudewijn die toespraak toch zou houden. Volgens Jacques Pirenne spelen de socialisten blufpoker. ‘Max Buset had geen enkel recht om zo te handelen en kon onmogelijk weten wat Boudewijn precies zou zeggen,’ schrijft hij in zijn memoires. De socialisten vermoeden en vrezen dat Boudewijn een speech zal houden waarin hij Leopold iii en het koningshuis ophemelt. Voor de antiroyalistische socialisten is dat onaanvaardbaar. Boudewijn houdt voet bij stuk. Pas als Jacques Pirenne, secretaris van Boudewijn, met de eenheid van het land schermt – een

de jARen VijFTig: lood

63

Leopold iii signeert op 16 juli 1951 zijn troonsafstand. stokpaardje van alle Coburgs – bindt Boudewijn in. ‘Uw vader doet troonsafstand voor de eenheid van het land. Zijn troonsafstand mag niet tevergeefs zijn,’ fluistert Pirenne Boudewijn toe. Buset is tevreden, hij heeft zijn slag thuisgehaald. Hij verklaart dat de socialisten zich neerleggen bij de nieuwe koning: ‘Zonder afstand te doen van de republikeinse traditie die eigen is aan onze partij, stellen we toch vast dat de instelling van de koning en de dynastie beantwoorden aan de wensen van de meerderheid van de Belgen.’ Leopold iii draagt die zestiende juli zijn grondwettelijke macht aan zijn zoon over. Boudewijn is strikt genomen nog geen eenentwintig jaar, op dat moment de wettelijke leeftijd van meerderjarigheid. De volgende dag legt Boudewijn in het parlement de eed af als koning. Er wordt geen tijd verloren. De kersverse koning kijkt zo triest en lusteloos dat een commentator opmerkt: ‘Geen van de Belgische prinsen was op de leeftijd van twintig jaar zo oud als Boudewijn.’ Auteur Theo Aronson ziet het als volgt: ‘Zelden begon een monarch met zo weinig enthousiasme aan zijn taak. En zelden ook

64

koning boudewijn

Koning Leopold stelt Boudewijn op het balkon van het koninklijk paleis voor als zijn opvolger. maakte deze zelfde monarch dat gebrek aan enthousiasme zo kenbaar.’ Uit die periode dateert ook het epitheton ornans van Boudewijn: ‘le roi triste’ of ‘de droevige koning’. Volgens zijn biograaf Fralon is die bijnaam evenwel fout: Boudewijn was een ‘chagrijnige koning’, geen droevige koning. Nuance.

Religieuze overtuiging: eerste teken Bij de eedaflegging in het parlement is er voor het eerst een duidelijke verwijzing naar de religieuze overtuiging van de nieuwe koning. ‘Moge God mij bijstaan om het geluk van ons vaderland te verzekeren,’ smeekt Boudewijn uitdrukkelijk. Die verwijzing naar het religieuze duikt vanaf dan steeds vaker in toespraken op. De kerstboodschappen van 1961 en 1962 besluit hij met de zinsnede ‘God bescherme België’. Niemand legt de koning een strobreed in de weg, zeker de christendemocratische ministers of volksvertegenwoordigers niet.

de jARen VijFTig: lood

65

Zowat zestigduizend enthousiaste mensen hebben zich na de eedaflegging in het parlement onder het balkon van het koninklijk paleis verzameld in de hoop dat Boudewijn zou verschijnen. Dat doet hij ook, zij het heel even en aan de zijde van zijn vader: ‘Hij stond daar exact vijftig seconden,’ schampert de Engelse krant The Independent. Een foto die dat moment vastlegde, spreekt boekdelen. Zijn vader steekt zijn rechterhand horizontaal uit alsof hij wil zeggen: ‘Dit is nu de nieuwe koning.’ Boudewijn kijkt naar de grond. Is hij beschaamd omdat hij een symbolische vadermoord pleegt? De enthousiaste menigte vraagt Boudewijn na dat blitzoptreden opnieuw te komen groeten. ‘Sommige vrouwen gebruiken zelfs hun zakspiegeltjes om het zonlicht te reflecteren door het raam van het paleis,’ aldus The Independent. Tevergeefs. De koning laat zich die dag niet meer zien. Iemand uit het volk oppert dat de nieuwbakken vorst misschien moe was. ‘Onzin,’ roept iemand boos. ‘We vragen toch niet veel.’

Kritiek Niet iedereen is die dag enthousiast. Boudewijn wordt ook onthaald op ‘hoongelach, gejoel en zelfs spotternijen,’ aldus Roegiers. En er zijn natuurlijk nog altijd de leopoldisten die, ondanks alle signalen, op een snelle terugkeer van ‘hun’ koning hopen. Misschien ging Boudewijn daarom zo snel naar binnen. ‘Hij buigt, zakt in elkaar, kruipt in zijn schelp,’ herinnert Roegiers zich. Volgens historicus Van den Wijngaert is de nieuwe koning op dat ogenblik volledig ‘van België vervreemd’. Dat heeft hij voor een stuk aan zichzelf te wijten. Toen Boudewijn achttien jaar werd, mocht hij van rechtswege in de Senaat zetelen. Het onderwerp kwam ter sprake op de ministerraad van 30 oktober 1948, maar Boudewijn weigerde hooghartig met het argument dat hij eerst zijn studies wilde afwerken. Als hij op zijn twintigste koning wordt, weet hij volgens Van den Wijngaert ‘nauwelijks hoe het politieke systeem in de praktijk werkt’. Twee jaar in de Senaat hadden hem dat inzicht wel kunnen geven. Het wordt een lange ‘kruisweg’ voor deze jongeman, die zijn

66

koning boudewijn

roeping opvat ‘alsof het om een priesterambt gaat’. Hij moet ‘boeten voor de fouten begaan door zijn vader,’ aldus Patrick Roegiers. Zijn kroon is een ‘doornenkroon’. Ze lijkt op een sanctie, een straf, een kastijding. ‘Mijn leven en mijn taak zijn niet te scheiden,’ zal Boudewijn later herhaaldelijk zeggen.

Zetelt Boudewijn wel rechtmatig op de Belgische troon? In die periode werd her en der, maar vooral vanuit (extreem)-linkse hoek de vraag gesteld of Boudewijn juridisch gezien wel op de troon mocht zitten. Het is een onderwerp dat bij de kroning van elke nieuwe koning opduikt. Om dit te begrijpen moeten we teruggaan naar de beginjaren van de allereerste koning van België, Leopold i. Hij is sinds 1817 weduwnaar van Charlotte, prinses van Wales. In 1828 leert Leopold Karoline Bauer kennen, een nicht van zijn goede vriend en privésecretaris Christian ‘Stocky’ Stockmar. Karoline is ‘een vogeltje zonder hersenen, ze zingt en charmeert, meer niet. Het wordt een verhouding die uitsluitend steunt op Karolines uiterlijk,’ aldus historica Henriette Claessens. De romance is na nauwelijks twee jaar uitgedoofd. Einde van het verhaal, ware het niet dat Leopold volgens bepaalde bronnen in 1829 met haar getrouwd is, al ging het dan om een zogeheten morganatisch huwelijk. In een dergelijk huwelijk deelt de vrouw niet in alle rechten verbonden aan de adellijke stand van haar man. Het huwelijk tussen Leopold en Karoline Bauer zou bovendien nooit ontbonden zijn. Dat betekent dat het huwelijk van Leopold i met Louise, de eerste koningin van België, in 1832 niet rechtsgeldig is en dat de kinderen van Leopold i dus ook geen recht hebben op de troon. Volgens sommigen is Leopold i dan ook de eerste en tegelijk de laatste rechtmatige koning der Belgen. Maar de vraag of Boudewijn rechtsgeldig op de Belgische troon zit, houdt de meeste waarnemers niet bezig.

de jARen VijFTig: lood

67

Het eerste echte bezoek van Boudewijn aan Leuven Het eerste optreden van de nieuwe koning vindt plaats tijdens het Te Deum van 21 juli 1951. Een foto van toen toont opnieuw een norse Boudewijn. Alleen incognito kan hij lachen. Het lijkt wel of er twee Boudewijns zijn: een voor de officiële gelegenheden en een voor ontspannende activiteiten. Enkele dagen later laat de nieuwe koning achthonderd gevangenen vervroegd vrij. Ze krijgen gratie van Boudewijn. Dat is een traditie. Eind augustus 1951 vertrekt Boudewijn op vakantie. Samen met Leopold, Lilian en hun kinderen verblijft de koning twee weken in Hinterriss, Tirol. Ze logeren in een chalet dat ooit toebehoorde aan de Coburgs, maar eigendom van de Oostenrijkse regering geworden is. Boudewijn vraagt Oostenrijk hun privacy te garanderen. Er komt voorzichtige kritiek omdat de nieuwbakken koning zo vaak met vakantie is. Boudewijn maakt bij het begin van de jaren vijftig geregeld reizen met zijn vader en stiefmoeder. ‘Naar traditie gaat de koninklijke familie in het voorjaar op skivakantie. Een andere favoriete bestemming is de Franse zuidkust,’ noteert auteur Bracke. Uitgerust van het verblijf in Hinterriss huldigt Boudewijn eind oktober een monument in ter ere van zijn grootvader Albert i. Premier Pholien, Leopold en Elisabeth zijn aanwezig. Het is de eerste officiële toespraak van Boudewijn. Hij spreekt afwisselend in het Nederlands en het Frans. Dat jaar brengt de Belgische koning ook een bezoek aan zijn grootmoeder, prinses Ingeborg van Zweden, de moeder van Astrid. Met de Scandinavische vorsten zijn er slechts sporadische contacten, ondanks de nauwe familiale banden die er bestaan met de Zweedse en Noorse koninklijke families. Na het overlijden van Astrid is het contact tussen het Belgische en Zweedse koningshuis erg verwaterd. Tegen het einde van 1951 bezoekt de jonge Boudewijn de universiteit van Leuven. Hij wordt er doctor honoris causa. Op dat moment is de universiteit van Leuven nog tweetalig. Het gaat deze keer om de echte Boudewijn. Eerder was een student, ene Hugo Engels, er in geslaagd zich in Leuven uit te geven voor de vorst. Op 21 november 1951 bracht deze dubbelganger van Boudewijn de

68

koning boudewijn

nonnetjes van het Heilig Hartinstituut van Heverlee totaal in verwarring. Het was een geslaagde grap. Leuk detail: Guy Spitaels speelde toen de rol van grootmaarschalk. Mark Eyskens was bij de echte plechtigheid in Leuven aanwezig. Wat hij zich vandaag vooral herinnert, is het plaatsvervangende medelijden met de jonge koning. Eyskens is nauwelijks enkele jaren jonger dan Boudewijn. Ironie van het lot is dat Boudewijn zich op 5 november van dat jaar bij premier Pholien laat ontvallen dat vader Eyskens een socialist is. Boudewijn kent echt niks van de Belgische politiek. Zoon Eyskens had die dag een plaatsje in de grote aula van de universiteit bemachtigd. Vooraan stond een grote troon. ‘De koning droeg een generaalsuniform en ze hadden hem een veel te grote kepie op het hoofd gezet, zodat zijn oren plooiden onder de druk van zijn hoofddeksel,’ noteert Eyskens gevat in Mijn levens. Als hij op zijn ‘troon’ plaatsneemt, heeft Boudewijn de grootste moeite met de degen. Hij weet niet waar hij ermee kan blijven, houdt hem nu eens links van de troon, dan weer rechts. De studenten krijgen het in de gaten. ‘Uiteindelijk steekt hij het wapen, onder algemene hilariteit, tussen zijn benen, tot een hoveling hem ervan bevrijdt,’ schrijft Eyskens. Boudewijn is duidelijk tegen zijn zin koning. Aan JosephineCharlotte verklaart hij in november 1951 dat hij zijn opdracht als een ‘last’ ziet en hoopt dat hij die in de toekomst zal leren ‘liefhebben’. ‘Als ik er in slaag om van mijn beroep te houden, dan ben ik ervan overtuigd dat ik het beter zal doen,’ vertrouwt Boudewijn zijn zus toe. Het persoonlijk initiatief van Boudewijn is in de eerste jaren minimaal. Hij schikt zich in oude gewoontes. Die worden bepaald door de opeenvolgende grootmaarschalken prins Amaury de Merode (1950-1951), Edmond Carton de Wiart (1951-1954) en Gobert d’Aspremont-Lynden (1954-1962). Ook Pierre Harmel, politicus van de unitaire christendemocraten, ziet dat Boudewijn zich niet happy voelt. ‘Hij was op dat ogenblik verscheurd,’ vertelt Harmel aan historicus Vincent Dujardin in 2000. Als Harmel een foto van Boudewijn vraagt, antwoordt die botweg: ‘Vraag het aan mijn vader.’ Toch zou het verkeerd zijn al te veel nadruk te leggen op de

de jARen VijFTig: lood

69

manier waarop Boudewijn overkomt. Hij weet als een echte Coburger precies wat hij wil, en vooral ook wat hij niet wil. Een typisch voorbeeld is zijn eigengereid optreden van 30 oktober 1951. Die dag stuurt Boudewijn een bijzonder scherpe brief aan de toenmalige minister Paul-Willem Segers, bevoegd voor Verkeerswezen. Boudewijn is zeer ontstemd over het verslag dat de nir (de voorloper van de vrt en de rtb) voor de bioscopen gemaakt heeft over de onthulling van het ruiterstandbeeld van zijn grootvader Albert in Brussel. In deze vertrouwelijke brief vraagt Boudewijn dat een grondig onderzoek wordt ingesteld naar het ‘tendentieuze’ nir. Ondanks dit incident zal christendemocraat en overtuigd leopoldist Paul-Willem of P.W. Segers een grote rol spelen in het verdere leven van de vorst.

De relatie met de Belgische adel Ook de relatie met de Belgische hoge adel is op dat ogenblik ernstig verstoord. Dat heeft alles te maken met het omstreden huwelijk van zijn vader met burgervrouw Lilian. Een illustratie van die vertroebelde relatie is het bezoek van Boudewijn in 1951 aan het jaarlijkse bal van de Association Royale de la Noblesse Belge. ‘Het euforische jubelfeest van de geadelde jeugd stootte de jonge vorst zo tegen de borst dat hij maanden later nog klaagde over al dat ijdele gedoe,’ vertelt Herman Liebaers. ‘Het opgeschroefde enthousiasme en de gebrekkige organisatie hadden bij de prins een zeer negatieve indruk van de Belgische jonge adel nagelaten.’ Omgekeerd moet de hoge adel niet veel hebben van Boudewijn. Veel roddels over Lilian worden vanuit die kringen met graagte gelanceerd. Een van die verhalen is dat Boudewijn een intieme relatie zou gehad hebben met zijn stiefmoeder. De motivatie van die roddels is altijd dezelfde: de adel heeft het huwelijk van Leopold met een burgervrouw nooit aanvaard en wil het imago van Lilian bekladden. Die moeilijke relatie tussen het Belgische koningshuis en de (Europese) adel zal met de komst van Fabiola slechts geleidelijk verbeteren. Maar daarop is het nog bijna een decennium wachten.

70

koning boudewijn

De begrafenis van George vi Op 6 februari 1952 overlijdt George vi, koning van het Verenigd Koninkrijk en de Overzeese Gebieden. Boudewijn is dan bijna een jaar de vijfde koning van België. Volgens het protocol moet hij aanwezig zijn op de begrafenis van deze Windsor. Daar bestaat geen discussie over. Maar Boudewijn wil niet gaan. Hij is, zo schrijven de meeste waarnemers, de harde woorden van King George aan zijn vader nog niet vergeten. In zijn plaats wil Boudewijn prins Albert naar Londen sturen. Het Paleis verspreidt op 9 februari dan ook een kort bericht waarin dat aangekondigd wordt. De kranten ruiken een schandaal. Deze keer is het vooral de buitenlandse pers die met scherp schiet. Volgens die media is het ongezien dat een koning niet aanwezig zal zijn op de begrafenisplechtigheid van een collega koning. Volgens de redacteurs heeft Leopold himself Boudewijn verboden naar Engeland te gaan. Maar dat is zeer twijfelachtig. De Britse krant The Telegraph schrijft bijvoorbeeld dat ‘Leopold met deze beslissing niets te maken heeft’. Zeker is dat de relatie tussen het Belgische en het Britse koningshuis in de eerste helft van de jaren vijftig verstoord is. In een geheim Brits rapport staat namelijk dat de plooien tussen het Britse en het Belgische koningshuis pas in 1956 door Leopold gladgestreken werden. In dat jaar had hij immers een discrete ontmoeting met koningin Elizabeth op Buckingham Palace. De Engelse kranten grijpen het incident aan om Boudewijn belachelijk te maken. De Daily Mirror spot dat Boudewijn geen enkel meisje kent, dat hij nooit eens fluitend met de handen in de zakken loopt, dat hij niet eens durft te lachen en dat hij uitsluitend omgang heeft met priesters. Helemaal ongelijk heeft de krant niet. Premier Jean Van Houtte, de opvolger van Pholien, is verbijsterd over de weigering van Boudewijn. ‘Hij (Van Houtte) had zich geen moment kunnen indenken dat het Paleis een andere natie een dergelijke belediging zou aandoen,’ noteert journalist Laporte. In eerste instantie telefoneert de politiek onervaren Van Houtte met de jonge koning. Tevergeefs. Boudewijn herhaalt nog eens dat hij niet naar Londen gaat. De premier moet zelfs naar het koninklijk paleis gaan om Boudewijn te overtuigen. Van Houtte is dan nauwelijks enkele maanden eerste minister. De koning blijft

de jARen VijFTig: lood

71

ondanks de argumenten van de premier bij zijn standpunt. Secretaris Jacques Pirenne kan Boudewijn al evenmin overtuigen, hoezeer hij ook probeert hem op andere gedachten te brengen. ‘De regering wordt met de vinger gewezen omdat ze de vorst onvoldoende heeft aangespoord naar Londen te gaan,’ schrijven Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. Gaston Eyskens zit op hetzelfde spoor. ‘Van Houtte heeft daar een fout begaan. Hij had de koning moeten dwingen daar naartoe te gaan.’ (eigen cursivering) De Engelsen hebben het ons zeer kwalijk genomen. ‘En daarvoor is Van Houtte verantwoordelijk.’ Volgens Wilfried Dewachter, auteur van De mythe van de parlementaire democratie, heeft het dossier vooral ‘symboolwaarde’.

Alternatieve verklaring Voor de eerste keer wordt voor de internationale gemeenschap duidelijk wie de echte Boudewijn is. ‘Boudewijn kan soms wel eens heel anders uit de hoek komen dan zijn officiële imago hem voorschrijft,’ analyseert José-Alain Fralon trefzeker. ‘Achter de figuur van een schuchtere en onhandige jongeman van tweeëntwintig jaar schuilt ook een persoonlijkheid die vreselijk stijfhoofdig kan zijn. Iemand die niet van zijn standpunten afwijkt en onbuigzaam is met betrekking tot aangelegenheden die hem persoonlijk aangaan.’ Toch maakt Boudewijn in zijn koppigheid een dubbele fout. In de eerste plaats was het niet zozeer koning George die oordeelde over zijn vader, maar Winston Churchill. Churchill vond dat Leopold iii de Belgische regering had moeten volgen naar Frankrijk en vervolgens naar Engeland. Leopold weigerde dat. Hij bleef in België. King George was het zelfs niet helemaal eens met Churchill. De fout die Leopold volgens de Britse koning maakte, was dat hij zijn rol als staatshoofd verwarde met zijn rol als opperbevelhebber van het leger. Leopold nam bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onmiddellijk het bevel over het Belgische leger op zich. Volgens de Engelse koning had Leopold dat niet mogen doen. Hij had zich moeten concentreren op zijn rol als staatshoofd. Boudewijn vergeet bovendien wat de Britse royals voor zijn

72

koning boudewijn

eigen familie gedaan hebben. Zo verbleef zijn oom Karel in de oorlogszomer van 1917 bij de zoon van koning George v in het Schotse Aberdeenshire. Minder bekend is ook dat uitgerekend George vi, meer bepaald op 9 oktober 1950, aan het Foreign Office vroeg om Boudewijn te steunen in zijn functie. Wat die steun precies inhield, is volgens historicus Vincent Dujardin onduidelijk. Maar het was uiteraard een mooi gebaar. Of Boudewijn hiervan op de hoogte was, is hoogst twijfelachtig. De krant The Times Daily schuift als enige een interessante alternatieve verklaring voor het wegblijven van de Belgische koning naar voren. Boudewijn is niet vergeten dat bij de begrafenis van zijn grootvader, Albert i, de Britten ‘slechts’ de prins van Wales afgevaardigd hebben. King George v, de vader van George vi, kwam toen niet naar België, terwijl het protocol voorschreef dat hij als koning wel degelijk aanwezig moest zijn. Volgens The Times Daily had de rancuneuze Boudewijn dat incident onthouden en weigerde hij dan ook de begrafenis van George vi bij te wonen. ‘Boudewijn heeft ze (de Windsors) deze geringschatting nooit vergeven,’ beweert de krant. Het is een interessante uitleg die vandaag nergens meer aangehaald wordt.

Manicheïst De oppositie in het Belgische parlement ruikt bloed en slaagt erin een motie te laten goedkeuren waarin Boudewijns afwezigheid op de begrafenis wordt veroordeeld. ‘De oppositie vindt het ongehoord dat Boudewijn de begrafenis niet bijwoont na al wat de Britten tijdens de oorlog voor ons land hebben gedaan,’ schrijven Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. Het is een ‘gebrek aan tact’ van de vorst. Kortom, het hele incident is een ‘pijnlijk voorval voor vorst en regering’. Boudewijns halsstarrigheid wordt hem zwaar aangerekend. ‘Het incident zal het prestige van Boudewijn ongetwijfeld aantasten,’ besluit de ambassadeur van de vs in België. Tussen zijn weigering om naar de begrafenis van George vi te

de jARen VijFTig: lood

73

gaan en de abortuswet te ondertekenen liggen zowat vier decennia. Maar Boudewijn is in die periode eigenlijk nauwelijks veranderd. Hij drijft zijn wil door, tegen elk advies in. Boudewijn bewijst ook dat hij een manicheïst is. ‘Nuances en schakeringen bestaan niet of wil hij niet zien,’ schrijft Fralon. ‘De mensen bestaan uit de goeden aan de ene kant en de slechten aan de andere kant.’ Zijn latere steun voor Rwandees president Habyarimana is bijvoorbeeld onvoorwaardelijk. Boudewijn verdraagt geen kritiek op de Rwandees. Hij is een heilige. En als hij de christendemocratische politicus Frei in Chili financieel zal steunen, is Frei uiteraard de ‘goede’ in een ‘slechte’ wereld. We komen verder in dit boek uitgebreid op beide zaken terug. Volgens sommige auteurs is dit manicheïsme terug te voeren tot de scoutservaring van Boudewijn. Daar is het immers gebruikelijk de wereld in te delen in goed en kwaad. Maar net zo goed is het een wezenskenmerk van de koning zelf.

De nefaste rol van Carton de Wiart Boudewijn nam bij het begin van zijn bewind nagenoeg de hele hofhouding van zijn vader over. Het is een duidelijk signaal. Illustratief is de invloed van Carton de Wiart. Van 1951 tot 1954 is Edmond graaf Carton de Wiart grootmaarschalk van Boudewijn. Carton is daarvoor decennialang een trouwe medewerker van Leopold ii geweest. Op het Paleis vertegenwoordigde Carton de oude traditie. Volgens sommige waarnemers heeft Carton in de beginperiode van Boudewijn duidelijk steken laten vallen. Het beste voorbeeld is uiteraard de weigering van Boudewijn om in 1952 naar GrootBrittannië te gaan. Ook Carton kon Boudewijn er niet van overtuigen zijn rancune te laten vallen. Victor Larock, directeur van Le Peuple, haalt zwaar uit naar de oude man: ‘Baron Carton is chef protocol. Zijn leeftijd en zijn ervaring vereisen dat hij goed advies geeft aan Boudewijn. Dat is niet gebeurd. Waarop wacht hij om zijn ontslag te geven?’ Carton, geboren in 1876, leefde begin jaren vijftig nog helemaal in de wereld van ‘zijn’ koning Leopold ii. Hij wilde bijvoorbeeld,

74

koning boudewijn

helemaal in de lijn van Leopold, kritische journalisten omkopen. Het satirische weekblad Pan begon in de jaren vijftig in Brussel steeds meer lezers aan te trekken. Dat had uiteraard te maken met de teneur van de artikelen. Vooral het koningshuis – Leopold iii, Lilian, Alexander, Albert, Boudewijn – vormde regelmatig het voorwerp van spot. Carton wilde de hoofdredacteur van Pan omkopen met een envelop vol geld. Dat smeergeld werd overigens niet aangenomen. Pittig detail: woordvoerder van het Paleis Claude de Valkeneer zal jarenlang smeuïge verhalen over het Hof aan Pan doorspelen. Vandaar dat ze bij Pan zo goed geïnformeerd waren. Al in 1954 zal grootmaarschalk Carton vervangen worden door Gobert d’Aspremont-Lynden. Maar Boudewijn zal nog vaak een beroep op Carton doen. Zo zal hij een jaar later samen met hem zijn succesvolle Congoreis uitstippelen.

De Blijde Intredes van Boudewijn In 1951 begint Boudewijn aan de Blijde Inkomsten of Blijde Intredes. Het is de gewoonte dat een nieuw aangetreden koning de provincies van ons land bezoekt. ‘De terminologie gaat terug op de middeleeuwen,’ leggen auteurs Maud Bracke en Denuit uit. ‘De traditie is oud: bij zijn aantreden brengt de vorst een eerste, zeer plechtige groet aan de grote steden van het land.’ Pas in 1953 is de reeks Blijde Intredes van Boudewijn afgelopen. Het adjectief ‘blijde’ is bijzonder slecht gekozen, aangezien Boudewijn tijdens die bezoeken niet veel zal lachen. Michel Bailly van Le Soir herinnert zich dat de vorst tijdens de aangeboden maaltijden het eten nauwelijks aanraakte en hij keek alsof hij elk moment in tranen kon uitbarsten. Maud Bracke noemt deze periode bloemrijk ‘de jaren van stilzwijgen’. Persverantwoordelijke Claude de Valkeneer krijgt zelfs onthutste telefoontjes van fotoredacteurs. Ze hebben geen enkele foto waarop Boudewijn ook maar een spoor van een glimlach laat zien! Of De Valkeneer de vorst alstublieft voorzichtig kan aansporen om bij de volgende Blijde Intrede wel de indruk te wekken dat hij het leuk vindt? Tevergeefs.

de jARen VijFTig: lood

75

Boudewijn maakt zijn Blijde Intrede in Antwerpen. Een lach kan er niet af. Veel mensen zijn na het bezoek van koning Boudewijn teleurgesteld. De ‘droeve koning’ geeft de indruk zich niet erg op zijn gemak te voelen in het openbaar, en al helemaal niet als er fotografen zijn. Zijn gelaatsuitdrukking is onbewogen en zijn bewegingen zijn mechanisch. Hij lijkt op een robot. Antwerpen komt eerst aan bod, op 25 mei 1952. In zijn toespraak heeft Boudewijn het over zijn ‘verheven’ vader. In het Frans ‘auguste’. Er worden hierover dan ook snel grapjes gemaakt: ‘Heb jij August gezien?’ Niet iedereen vindt dat Boudewijn overtuigend overkomt. Volgens Bracke en Denuit wekt hij bij een deel van het publiek zelfs irritatie op. De koningskwestie ligt nog te vers in het geheugen. Op dat ogenblik verschijnt ook de eerste postzegel waarop Boudewijn staat. Het is een paarse zegel met een waarde van wel vijftig frank. Een postzegel van vijftig frank? Dat is geen postzegel voor dagelijks gebruik. Er gaat een lange discussie aan vooraf. Sommigen uit de entourage van de koning vinden dat hij met bril op de postzegel moet. Anderen vinden dan weer dat Boudewijn

76

koning boudewijn

beter oogt zonder bril. Dat is overigens de echte reden waarom de postzegel zo laat op de markt komt. Het heeft niets te maken met de ‘aanbidding’ van Boudewijn voor zijn verheven vader, zoals sommigen onterecht schrijven. Volgens die bronnen heeft Boudewijn er geen probleem mee verder postzegels te gebruiken met de beeltenis van zijn vader. In december 1952 worden twee bijkomende postzegels in dezelfde reeks uitgebracht, een van anderhalve frank en een van twee frank. Boudewijn is niet gelukkig met het resultaat. Volgens The New York Times laat hij de drukpersen zelfs stopzetten. Boudewijn vindt dat hij er te oud uitziet. Zijn haarsnit is verkeerd en de foto benadrukt zijn haakneus. ‘De postzegels zijn onvriendelijk voor het gezicht van de koning,’ aldus de krant. Ook de burgers zijn ontevreden over het resultaat. De gelijkenis is zoek, de gelaatstrekken zijn te hard en de mensen vragen zich hardop af waarom de koning op de postzegels geen bril draagt. Sommigen hebben het zelfs over majesteitsschennis. Een dagblad stelt voor om de regerende vorst in het vervolg voor te stellen ‘door een aantal vliegende schotels op een oceaan van spinazie en tomaten’. Het jaar daarop worden de controversiële zegels vervangen door een nieuwe reeks van anderhalve, twee en vier frank.

Buset haalt uit In 1952 werkt Boudewijn zijn Blijde Intredes emotieloos af. Op 8 juni is hij in de vurige stede Luik. Daarna reist hij naar Gent en Namen. Het ondermaatse optreden van Boudewijn is ook socialistisch voorzitter Max Buset opgevallen. In 1950 beslisten de drie grote politieke families van ons land de strijdbijl te begraven. Op het partijbureau van de unitaire Belgische Socialistische Partij roept Buset op 15 april 1952 luidkeels dat ‘het pakt van 1950’ niet enkel een akkoord is tussen de drie grote politieke families in België, maar ook tussen die partijen en de monarchie. ‘Van zijn kant moet de koning ervoor zorgen dat hij door zijn optreden de koningskwestie niet opnieuw tot leven wekt,’ foetert Buset op dat partijbureau. De buitenlandse pers is genadeloos voor de jonge vorst. The

de jARen VijFTig: lood

77

Milwaukee Journal beschrijft Boudewijn als ‘koud, stijf en onpopulair’. De vorst roept volgens de krant herinneringen op aan het verstoorde regime van zijn vader. Boudewijn is een ‘zuurpruim’ en hij heeft ‘het charisma van een bevroren haring’. Hij haspelt de verplichtingen af met de stijfheid van een automaat. Daarbij staart hij recht voor zich uit, zonder ook maar een moment te glimlachen. Volgens Bracke en Denuit maken de medewerkers van Boudewijn in die periode duidelijk fouten. Boudewijn erft immers het Huis van de Koning van zijn vader, ‘zowel wat de structuur betreft als de concrete personen’. Tegenstanders van Leopold iii laken dan ook de keuze van deze medewerkers. Pas in 1953 zal er geleidelijk verandering in komen. Dat gebeurt met het aantreden van ambassadeur baron Guillaume. Lang zal die het evenwel niet uitzingen op het Paleis. De tegenstand tegen de man is er te groot. Tijdens de Blijde Intredes wordt de bewaking extra versterkt. Her en der worden zelfs scherpschutters opgesteld. Er is opnieuw een plan om Boudewijn te vermoorden. De informatie komt uit betrouwbare bron. Maar meer details ontbreken. Wie wil Boudewijn dood? Aanhangers van zijn vader Leopold? Die kans is klein. De communisten? Heeft het iets te maken met de moord op Lahaut? Of zijn het Walen die naar onafhankelijkheid streven? Zeker is dat Boudewijn hierover niets te horen krijgt. Hij voelt zich al onwennig genoeg tijdens die bezoeken. Paparazzi proberen Boudewijn te fotograferen. Daar houdt hij niet van. In 1952 veroorzaakt de vorst zelfs een relletje omdat hij in zijn sportwagen met hoge snelheid wegscheurt. Een horde fotografen probeert hem tevergeefs te volgen.

Op bezoek in de Marollen Na de Blijde Intredes is het tijd voor werkbezoeken. Op 4 oktober 1952 opent Boudewijn in aanwezigheid van minister Segers de belangrijke noord-zuidverbinding in het Centraal Station van Brussel. Begin 1953 bezoekt hij volstrekt incognito de Marollen. The Irish Times kopt dat ‘Boudewijn een bezoek brengt aan de sloppenwijken (slums)’. Het is niet zijn eerste bezoek aan deze arme buurt

78

koning boudewijn

aan de Grote Zavel in Brussel. In maart 1943 was hij er al eens met zijn scoutsgroep. Hij weet dan ook zeer goed dat de toestand er abominabel is. Een anonieme Ford-stationwagen stopt en Boudewijn, abbé Froidure en Alfred de Taye stappen uit. De Taye is christendemocratisch minister voor Volksgezondheid en Gezin. Abbé Froidure is de oprichter van Spullenhulp. Stiekem heeft hij de pers getipt. Nagenoeg niemand in de Marollen herkent de koning onmiddellijk. Weinigen lezen een krant en televisietoestellen zijn uiterst zeldzaam. In het magazine Time verschijnt wel een verslag van die gebeurtenis. Sommige straatjongens herkennen de koning zogezegd aan… zijn schoenen. Ze zijn immers zo mooi. Alleen een koning kan volgens de vlegels zulke schoenen dragen. Bij het bezoek aan de bewoners wordt hij in eerste instantie toch als een ‘gezondheidswerker’ beschouwd. De Marolliens zijn wantrouwig. Boudewijn bezoekt die dag zes uur lang tientallen verschillende families. Op een bepaald moment wil hij in een huis naar boven. Dat wordt hem afgeraden omdat het aanzicht te schokkend zou zijn. Naar verluidt laat Boudewijn overal kleine geldsommen achter. Niet iedereen waardeert die geste. Een man is verontwaardigd en roept de koning toe: ‘Ik werk voor mijn geld.’ Hij gooit het geld terug naar de verbouwereerde vorst. In de pers wordt ondanks de pr-inspanning schande gesproken over het bezoek van Boudewijn. Hij verschijnt immers ‘blootshoofds’. Dat is een inbreuk op het protocol van toen. Het is nooit goed.

Een pr-ramp Eind januari 1953 raast een verschrikkelijke storm door Europa. Ook ons land wordt zwaar getroffen. Er is watersnood en verschillende dijken begeven het. Volgens Mark van den Wijngaert en zijn collega’s gaat Boudewijn zich niet onmiddellijk van de toestand ter plaatse vergewissen. ‘Dat wordt hem bijzonder kwalijk genomen,’ schrijven ze. Boudewijn is dan anderhalf jaar koning en bezoekt pas na verloop van tijd het getroffen gebied. De vorst vertelt dat het God zelf is die hem aangespoord heeft om de slachtoffers te bezoeken.

de jARen VijFTig: lood

79

Op zondag 1 februari gaat Boudewijn onder meer naar het overgestroomde gebied rond Kallo, ten noorden van Antwerpen. ‘Zijn eerste bezoeken laten een pijnlijke indruk na,’ schrijven Mark Van den Wijngaert, Lieve Beullens en Dana Brants in België en zijn koningen. Een dag later vertrekt hij spoorslags met Leopold, Lilian en Albert naar de Franse Azurenkust. Volgens journalisten laat hij de bevolking in de steek. Hij verkiest plezier boven plicht. Ook biograaf Fralon vindt het een tactische fout: ‘Boudewijn gaf de voorkeur aan een plezierreis. Zijn taak en verantwoordelijkheden stelde hij op de tweede plaats.’ De pers weet niet dat Boudewijn op dat moment ziek is. Hij heeft een zware griep. Hij vertrekt dus op reis om te herstellen. Niet iedereen gelooft deze versie van de feiten. De buitenlandse kranten schrijven weliswaar dat ‘Boudewijn “ernstig ziek” is’, maar de aanhalingstekens in de kop wijzen erop dat daar geen geloof aan mag worden gehecht. De Belgen zijn in elk geval gechoqueerd, zeker als enkele dagen later ook de eerste foto’s van een lachende Boudewijn gepubliceerd worden in de Franse magazines. Zo ziek is de koning duidelijk niet. Ook de buitenlandse pers vindt het ongehoord en spuit kritiek. Ze vinden dat de koning zijn reis op zijn minst had moeten uitstellen. Zelfs prinses Lilian krijgt de volle laag. Volgens de pers heeft zij Boudewijn naar de Côte d’Azur meegelokt, terwijl België de vorst hard nodig heeft. In het weekblad Europe-Amérique wordt Lilian standrechterlijk geëxecuteerd. ‘Waarom ontving Lilian (in Zuid-Frankrijk) mannequin Lulu, in plaats van die arme vrouw uit Vlaanderen die haar koe is kwijtgeraakt?’ In andere media wordt dan weer het contrast belicht tussen de Belgische afwezigheid en het actieve optreden van de Britten, met koningin Eliszabeth op kop, en de Nederlanders onder leiding van koningin Juliana. Karel van Cauwelaert, hoofdredacteur van het katholieke Het Volk, schrijft op 9 februari een vertrouwelijke brief aan premier Van Houtte. Het incident met de koning heeft hem danig aangegrepen. ‘De reis van de koning in de loop van vorige week heeft een zeer slechte indruk gemaakt. De dynastie is bezig op grootscheepse schaal haar prestige te verliezen.’ Begin februari verschijnen er ook in onze kranten foto’s van

80

koning boudewijn

de koninklijke familie die zich ‘in Cannes languit op het strand ontspant alsof er geen vuiltje aan de lucht is,’ schrijft Fralon. Premier Jean Van Houtte heeft telefonisch contact met Boudewijn. De premier kan de koning evenwel niet overhalen om terug te keren naar België. Van Houtte moet eerst zelf naar Antibes gaan! Officieel bespreekt hij er de ‘financiële gevolgen van de overstroming’. Pas dan dringt de ernst tot Boudewijn door. In allerijl vliegt de piepjonge Boudewijn onder een valse naam naar België terug om de polder- en Scheldedorpen te bezoeken. Dat doet hij samen met zijn zus Josephine-Charlotte. Time schrijft dat Boudewijn moest terugkeren naar een ‘boos België’. Twee dagen later noteert het tijdschrift dat Brussel erg ‘koel’ is tegenover de koning. In het parlement staat Van Houtte onder zware druk. Opnieuw krijgt de oppositie de munitie op een presenteerblaadje aangereikt. Ze hoeft enkel te vuren. De premier verdedigt de koning en zwaait zelfs met een doktersbriefje: ‘De koning was ernstig ziek,’ roept hij. Er verschijnen krantenberichten waarin staat dat Boudewijn tuberculose heeft en zal moeten aftreden. Niet iedereen gelooft dat. Een andere arts beweert zelfs publiekelijk dat Boudewijn nooit ziek is geweest.

Hulppakketten En dan wordt door het Hof de tweede pr-flater begaan. ‘Toen ze (Josephine-Charlotte) na de watersnood in februari van 1953 enkele ondergelopen gemeenten bezocht en er hulppakketten uitdeelde, zamelde haar entourage na afloop de geschenken weer in om ze in het volgende dorp opnieuw uit te delen,’ schrijft Willy De Buck van Het Nieuwsblad. Volgens hem gaat het om ‘een van de laatste en de pijnlijkste’ optredens van de prinses in ons land. Ze verhuist kort daarna naar Luxemburg. Op het paleis wordt een zondebok voor deze fout gevonden: baron Guillaume, secretaris van het Huis van de Koning. Hij mag ophoepelen. Het Paleis blijft ook nadien flateren: ‘De traditionele giften vanwege de koninklijke familie blijven iets te lang uit,’ weten Bracke en Denuit. De bevolking is verontwaardigd.

de jARen VijFTig: lood

81

Op 24 februari is er opnieuw een incident. France Soir publiceert een exclusief interview met Boudewijn. De linkse krant Vooruit spreekt van een nieuwe blunder. De regering moet de vorst in het parlement alweer dekken. Premier Van Houtte heeft het in de Kamer over een regelrechte ‘lastercampagne’ tegen de koninklijke familie en ‘ontkent dat Boudewijn een interview gegeven zou hebben’. Technisch gesproken is dat correct, maar de inhoud van het artikel klopt en wordt niet tegengesproken. In dat ‘interview’ doet Boudewijn zijn beklag over de lastercampagne tegen hem en zijn familie. Hij vraagt in het bijzonder om de aanvallen tegen prinses Lilian te stoppen. Als de koninklijke familie eind februari naar België terugkomt, durft Boudewijn zich nauwelijks te vertonen. Volgens Le Monde trekt hij in het station van Brussel-Zuid uit schaamte vlug de zonwering van de coupé naar beneden. Auteur Emmanuel Gerard besluit dat het begin van de regeerperiode van Boudewijn een harde leerschool was. ‘Personen en toestanden, procedures en bevoegdheden, beperkingen en mogelijkheden, het is allemaal nieuw voor hem.’

Josephine-Charlotte trouwt Nauwelijks een maand later, op 8 april 1953, stapt prinses Josephine-Charlotte in het huwelijksbootje met Jan van Luxemburg. Strikt genomen mag dit niet. Het vijfde decreet, aangenomen door het Nationaal Congres in 1830, verbiedt immers een huwelijk tussen een Coburg (Josephine-Charlotte) en een Oranje (Jan). Niemand in ons land ziet er echter graten in, aangezien Josephine-Charlotte naar Luxemburg verhuist. Die dag in Luxemburg is er opnieuw een incident met Boudewijns sabel. Volgens Life Magazine is hij zijn sabel vergeten en moet een auto het vanuit Brussel naar Luxemburg brengen. Bij het huwelijk is er volgens insiders weinig liefde te bespeuren. Op een foto kijkt de bruid alsof ze naar de guillotine gevoerd wordt. Een paar jaar voor de verbintenis was Josephine-Charlotte immers verliefd op een jonge piloot. Maar vader Leopold was tegen de verhouding, en dat is een echte traditie bij de Coburgs.

82

koning boudewijn

‘In de Brusselse salons wordt verteld dat Josephine-Charlotte uit machteloze woede met Jan van Luxemburg trouwt,’ schrijven Fralon, Valclaren en Caille. Ook bruidegom Jan voelde weinig genegenheid voor zijn toekomstige vrouw: hij had zijn hart immers aan een vrouw in de vs verloren. Niet alleen de bruid kijkt die dag bijzonder sip. Op foto’s van de trouwdag zie je opnieuw een troosteloze Boudewijn. Een kiekje uit de oude doos toont een stuurse Boudewijn naast een lachende koningin Elisabeth. Het contrast is bijzonder groot. Volgens biograaf Fralon sluit Boudewijn zich bij elke mondaine ceremonie op in zijn schelp. Hoe komt dat toch? De auteur vindt dat hij er op dat ogenblik zelfs ‘verbitterd’ uitziet. ‘Op een foto samen met koningin Elisabeth heeft hij er nog nooit zo afwezig uitgezien,’ merkt Fralon. Boudewijn kan elk moment in tranen uitbarsten. Het gerucht gaat dat hij zich in een klooster wil terugtrekken en troonsafstand wil doen. ‘Die geruchten over een eventuele intrede in een of andere kloosterorde werden door zijn entourage niet ontkend,’ benadrukt auteur Luc François. Politici moeten op de jonge Boudewijn inpraten en hem overtuigen om koning te blijven. Hij is dan nog maar tweeëntwintig jaar. Hij beseft uiteindelijk dat het plan van Leopold om de troon na enkele jaren over te nemen niet realistisch is. Enkele weken na het huwelijk van zijn zus, in juli 1953, ontvangt Boudewijn prins Aki-Hito, kroonprins en zoon van keizer Hiro-Hito. De Japanner is de persoonlijke gast op het paleis. Niemand is op de hoogte, de pers al helemaal niet. De Tweede Wereldoorlog ligt nog vers in het geheugen. Boudewijn leeft wat op. Hij kan het immers goed vinden met de Japanse keizerlijke familie. Het is een opmerkelijke vriendschap, gezien het oorlogsverleden van keizer Hiro-Hito. Gelukkig voor Boudewijn wordt dit verhaal niet opgepikt door de pers of de politici. Maar er bestaat wel een foto van. Aki-Hito heeft zelf een fototoestel om zijn hals. Net zoals de koning houdt hij van fotograferen. Boudewijn, Lilian en Leopold staan tussen twee paarden. De sfeer lijkt uitstekend. Hoe komt het dat dit niet uitlekt? ‘Boudewijn onderhoudt zelf een zeer strikte discretie hieromtrent,’ schrijft Maud Bracke. (eigen cursivering) Vaak zijn zelfs de medewerkers en de veiligheidsdien-

de jARen VijFTig: lood

83

sten van de koning niet op de hoogte. Hoe verloopt de procedure dan? Boudewijn vraagt persoonlijk aan een ordonnansofficier om zijn gast op te pikken bij de luchthaven. Na het verblijf wordt de gast zeer discreet weggebracht.

Het vervolg van de Blijde Intredes In 1953 gaat de reeks Blijde Intredes verder. Niet alle provincies zijn ‘afgewerkt’. Het humeur van Boudewijn tijdens die plechtigheden zakt opnieuw onder nul. In regeringskringen is er op 3 maart enige opschudding omdat er twee opeenvolgende Intredes in Vlaanderen gepland zijn. Het Paleis heeft dit eigenhandig beslist zonder overleg met de regering. Opnieuw een fout. Als oplossing wordt een Waals bezoek tussen beide Vlaamse Intredes geschoven. Tegelijk vraagt de regering aan het kabinet van de koning om zich ‘strikter te houden aan de regels van de grondwettelijke monarchie’, een heuse berisping. Dit akkefietje en de recente overstromingen in ons land hebben van Boudewijn niet onmiddellijk een vrolijker vorst gemaakt. Schoorvoetend bezoekt hij de resterende provincies. Op 4 mei 1953 doet hij Hasselt aan. Nog steeds is er geen glimlach op zijn gezicht te bespeuren. De volgende stad is Mons. Tot slot staat op 8 juni Aarlen geprogrammeerd. De persfotografen zijn de wanhoop nabij: er is nog steeds geen enkele foto beschikbaar waarop Boudewijn lacht. De Valkeneer kan geen wonderen verrichten. Naast de Blijde Intredes wordt ook tijd voorzien voor andere bezoeken. Op 11 april 1953 is Boudewijn in het Sint-Ignatiusinstituut in Antwerpen. ‘Een getuige richt zich tot premier Van Houtte. Hij beklaagt zich over de ‘marmeren onverschilligheid’ die de koning aan de dag heeft gelegd en het gebrek aan respons op het enthousiasme vanwege het publiek,’ aldus Maud Bracke en Christine Denuit. Die ‘getuige’ is meester Louis Vanhouche, Brussels advocaat van katholieke strekking die naar Antwerpen reisde om de koning te zien. Nog bonter maakt Boudewijn het in Luik als hij weigert de hand te drukken van burgemeester Paul Gruselin. Gruselin had de vlaggen aan het gemeentehuis halfstok gehangen op de dag dat Leopold

84

koning boudewijn

met zijn twee zonen naar België teruggekeerd was. Die vernedering is Boudewijn duidelijk niet vergeten. In die periode verschijnen de eerste berichten dat Boudewijn aan aftreden denkt. Het zijn vooral de buitenlandse kranten die hierover speculeren. Boudewijn vraagt zich af of zijn ware levenstaak wel in het koningschap ligt. Hij voelt zich ook verraden. Het koningschap zou maar enkele jaren duren. Volgens de Britse krant The Age bestaan er vier concrete scenario’s. Plan A: na het aftreden van Boudewijn neemt broer Albert de kroon over. Een tweede mogelijkheid is dat Leopold en Lilian naar het buitenland verhuizen en Boudewijn koning blijft. Optie drie is een huwelijk van Boudewijn. Een vierde mogelijkheid is dat België een republiek wordt. Kortom, voor de buitenlandse journalisten, die iets vrijer kunnen schrijven, is het duidelijk dat Boudewijn slecht in zijn vel zit. Hij kan dit niet wegstoppen. Zijn opdracht is echt een ‘corvee’. Een last dus. Dat geeft hij zelf toe. Wat is er precies aan de hand? Lambert Schaus, ambassadeur van Luxemburg, schrijft op 10 juni 1953: ‘Leopold en Lilian hebben zeker de hoop niet opgegeven om op een dag op de troon te komen.’ Het weinige eergevoel dat Boudewijn in zijn optreden legt, geeft natuurlijk een zekere basis aan deze veronderstellingen. Vooral in de ambassades van Groot-Brittannië en de vs is er nog steeds een sterke voorkeur voor de jongere broer van Boudewijn, plan A dus. Maar Albert is in 1953 nog maar negentien jaar. Er bestaat zelfs een vijfde scenario, dat zelden vermeld wordt. Ook prins Alexander maakt aanspraak op de troon. Schaus schrijft daarover in een vertrouwelijke nota op 13 oktober 1953: ‘Het lijkt me niet uitgesloten dat deze laatste hypothese af en toe door het mooie hoofd van prinses Lilian spookt.’ Vaak wordt aangenomen dat prins Alexander niet troongerechtigd was. Maar dat is juridisch gezien niet correct. Nadeel: Alexander is nog jonger dan Albert. De enige zoon van Lilian werd immers in 1942 geboren. Begin oktober 1953 moet Boudewijn er even tussenuit. De druk is te groot. Hij vertrekt voor enkele dagen op vakantie naar Zwitserland. Een ordonnansofficier houdt de vorst gezelschap. Dit soort vakanties zal aanleiding geven tot geroddel over het privéleven van de vorst.

de jARen VijFTig: lood

85

Baron Guillaume Baron Guillaume heeft op enkele maanden tijd een audit van de entourage van Boudewijn gemaakt. Een van de lacunes is het ontbreken van een persmedewerker. Daarom haalt Guillaume zijn voormalige medewerker Claude de Valkeneer naar Brussel. Een van de eerste taken van De Valkeneer is het opstellen van een persoverzicht. Boudewijn leest immers geen kranten. De Valkeneer maakt een verslag. Hij selecteert de berichten die volgens hem belangrijk zijn. Nadien annoteert Boudewijn volgens Le Nouvel Observateur de artikels met verschillende kleuren ‘in functie van de belangrijkheid’. De Valkeneer verklapt dat de dozen met die persberichten nog steeds op het paleis aanwezig zijn. Volgens hem bieden ze aan historici waardevolle informatie. Op 17 februari 1954 schenkt Josephine-Charlotte het leven aan een dochtertje: Marie-Astrid. Koning Albert i is dan exact twintig jaar overleden. Boudewijn legt die dag ook de eerste steen van een nieuwe Koninklijke Bibliotheek van België, de Albertina. Na het overlijden van Albert i in 1934 waren er giften van het Belgische volk toegestroomd. Koning Leopold bedacht dat het zinvol was om met het geld een nieuwe openbare bibliotheek te bouwen ter nagedachtenis van zijn vader. Die bibliotheek kreeg de naam van Albert, de Albertina. Opmerkelijk is wel de grote tijdspanne tussen het idee en de eerste steenlegging, een typisch Belgisch euvel. Boudewijn vertrekt enkele dagen later met de trein naar Luxemburg om de doopplechtigheid van zijn nichtje bij te wonen. Stiefmoeder Lilian vergezelt hem. Op een foto staan ze allebei met een brede lach. Wat een contrast met foto’s van Boudewijn op officiële gelegenheden. Boudewijn kan het goed vinden met zijn stiefmoeder. Is er meer aan de hand? Volgens politicus Achille Van Acker wel. Deze Brugse socialistische vrijmetselaar leidt de regering Van Acker iv van 1954 tot 1958. In die periode heeft hij talrijke contacten met de vorst. Maar kloppen die verhalen van Van Acker wel? Historici wijzen er steevast op dat de roddels gelanceerd werden door de Belgische adel, met de bedoeling Lilian te discrediteren.

86

koning boudewijn

Eén bron die absoluut anoniem wil blijven, beweert dat Van Acker zich gebaseerd heeft op verslagen van de staatsveiligheid. Boudewijn en/of Lilian werden afgeluisterd en de premier kreeg verslagen van die gesprekken. Daaruit zou blijken dat er wel degelijk sprake was van een verhouding tussen Boudewijn en zijn stiefmoeder. De reden voor de interesse van de staatsveiligheid en de regering is eenvoudig. Als Boudewijn zou huwen met zijn stiefmoeder, zou dit de monarchie opnieuw in gevaar kunnen brengen. Er werd dan gevreesd voor een tweede koningskwestie. Ook de biografen van Fabiola, Séguy en Michelland, wijzen op de erotische spanning tussen Boudewijn en zijn stiefmoeder. In hun boek beschrijven ze de passage waarbij Fabiola haar trouwjurk past. ‘De koning neemt Fabiola keurend op. Het delicate ruisen van ragdunne zijde brengt bij Boudewijn de herinnering boven aan de volmaakte elegantie van zijn stiefmoeder die hij aan het begin van zijn puberteit ontdekte.’ (eigen cursivering)

Stanley Op 11 maart 1954 keurt de Kamer een concordaat met het Vaticaan goed. Dat is een bilaterale overeenkomst tussen de Heilige Stoel en een land. Congo is dan geen missiegebied van België meer. Door het concordaat krijgt het Vaticaan een grotere greep op Congo en kan het de structuur van zijn missies verder uitbouwen. In dat jaar wordt ook de vijftigste verjaardag van de dood van Stanley plechtig gevierd. Henry Morton Stanley is de Welsh-Amerikaanse journalist en ontdekkingsreiziger die een cruciale rol in de Belgische kolonisering van Congo speelde. Hij legde de facto de grondslag voor Congo Vrijstaat. Er worden een tentoonstelling en een academische zitting aan hem gewijd. De exploten van Stanley in Congo worden er op zijn minst evenwaardig geacht aan de eerste beklimming van Mount Everest. Boudewijn is aanwezig. Hij knikt instemmend. De koning is een grote fan van Stanley. Ook kardinaal Van Roey en minister Auguste Buisseret zijn er. Buisseret is minister van Koloniën van 1954 tot 1958.

de jARen VijFTig: lood

87

In april 1954 breekt er een regeringscrisis uit. ‘Het is de eerste echte crisis waarmee Boudewijn geconfronteerd wordt. Op 11 april zijn er verkiezingen. ‘De koning ontvangt na de ontslagnemende premier (Van Houtte) de voorzitters van de drie nationale partijen,’ noteert Gerard. Dit symboliseert volgens de auteur ‘de plaats die de partijen in het politieke leven hebben ingenomen’. Vroeger werden eerst de voorzitters van Kamer en Senaat door de vorst ontvangen. Boudewijn vraagt Max Buset, voorzitter van de bsp, om een regering te vormen. Buset waardeert het aanbod. Hij valt wel uit de lucht, aangezien hij een felle tegenstander was van koning Leopold iii. Maar Buset beseft dat Boudewijn een verborgen agenda heeft. Buset weigert. Van Acker moet de klus klaren. Op 23 april heeft premier Van Acker zijn regering klaar. Volgens Emmanuel Gerard heeft Boudewijn toen een fout begaan. ‘Hij had beter eerst een cvp-informateur aangesteld.’ De Verenigde Naties nemen in die periode een steeds kritischer houding aan ten opzichte van de Belgische aanwezigheid in Congo. Volgens Belgisch afgevaardigde Pierre Rijckmans gaven de vn steeds meer blijk van een groeiende vijandigheid tegenover koloniale mogendheden. Begin november 1954 uit Rijckmans zelfs openlijke kritiek op de vn. Hij verdedigt met vuur het Belgische koloniale beleid in Afrika.

Ondertussen in Laken Boudewijn woont nog steeds bij zijn vader en stiefmoeder in het kasteel van Laken. Het is belangrijk aan te stippen dat dit de uitdrukkelijke wil is van de cvp. Andere politici – communisten, socialisten en liberalen – vinden dit een onhoudbare situatie. In het liberale blad Le Flambeau wordt Lilian zelfs vergeleken met Eva Perón. Ook in het buitenland, bijvoorbeeld in de krant The Age, wordt ernaar verwezen. Een oplossing voor die ‘diarchie’, het simultane koningschap van Boudewijn en Leopold, zou zijn dat Leopold en Lilian verkassen naar het buitenland. Koningin Elisabeth verklaart dat Boudewijn pas echt koning zal zijn op de dag dat hij trouwt. Maar dat zit er in het midden van de jaren vijftig nog niet in.

88

koning boudewijn

Boudewijn kijkt naar zijn vader op en zal ook als koning nog jaren bij zijn vader en stiefmoeder blijven wonen. Tijdens audiënties met premier Van Acker verdedigt Boudewijn steevast zijn stiefmoeder. In een vertrouwelijk gesprek vertelt de koning dat het leven van de prinses onhoudbaar geworden is door alles wat over haar verteld wordt. ‘Men houdt haar verantwoordelijk voor alles. Alles wat ze doet is verdacht. Het is voor haar een

de jARen VijFTig: lood

89

hel geworden. Het is zo erg dat sommige personen in deze omstandigheden zelfmoord zouden plegen.’ Van Acker is stomverbaasd. Het is een merkwaardige situatie. Boudewijn is een al even stipte koning als zijn grootvader (Albert i). Maar tijdens de vakanties wil Boudewijn alleen zijn. Critici merken opnieuw op dat Boudewijn wel erg veel op vakantie is. Hij schermt zijn privéleven dan nagenoeg volledig af. ‘Privéleven moet voor de koning hand in hand gaan met anonimiteit,’ dixit Maud Bracke. Is daar dan een reden toe? Gedurende de zomervakanties van 1954 en 1955 wordt Boudewijn gespot in Frankrijk en Spanje. Een ordonnansofficier vergezelt hem en ze reizen altijd incognito. ‘Ze rijden door kleine dorpjes in een sportwagen,’ aldus Bracke, en ze ‘verblijven in een gewoon landelijk hotel.’ Opnieuw nemen de geruchten over het privéleven van de vorst toe. We komen er straks op terug.

Nog een begrafenis: prinses Clémentine In maart 1955 overlijdt prinses Clémentine, jongste dochter van Leopold ii. Clémentine is Boudewijns groottante. Toch gaat ‘familieman’ Boudewijn niet naar deze begrafenis. Koningin Elisabeth gaat evenmin. Ook Leopold iii stuurt zijn kat. De ambassadeur van Luxemburg, Lambert Schaus, vindt het maar bedenkelijk. Alleen prins Albert wordt afgevaardigd, het minimum minimorum. Schaus schrijft op 16 maart van dat jaar niet zonder ironie in een vertrouwelijk document: ‘Elisabeth is naar Warschau vertrokken om naar Chopin te luisteren op de dag van de begrafenis. Leopold iii kon zich niet vrijmaken om naar de plechtigheid te gaan. Hij bevindt zich in Zürich bij prins Alexander. Die heeft een “bobootje”. Leopold kan uiteraard het bed van zijn lieve kleine zieke niet verlaten.’ Wat Schaus niet beseft, is dat de gezondheidstoestand van Alexander vrij ernstig is. Ondanks het feit dat het om een ‘risicoloze’ operatie gaat – het weghalen van de amandelen – verliest de prins tijdens de operatie erg veel bloed. Even wordt zelfs gevreesd voor zijn leven. Alleen prins Albert is dus bij de begrafenis van Clémentine

90

koning boudewijn

aanwezig, net zoals bij de begrafenis van George vi in Engeland. De ambassadeur besluit zijn schrijven door te verwijzen naar Leopold ii, de vader van Clémentine. ‘Zou koning Leopold ii niet een paar keer in zijn baard lachen daarboven, als hij zag wat er allemaal gebeurde aan het Hof in Brussel?’ Volgens historicus Vincent Dujardin is zelfs de regering geschokt door dit ‘wangedrag’ van de koninklijke familie. ‘Het is een rare familie,’ besluit een anoniem geciteerde minister in De kroon ontbloot. ‘Ze hadden het voortdurend met elkaar aan de stok.’

Bwana Kitoko? Mwana Kitoko! Het is druk op de militaire luchthaven van Melsbroek op 15 mei 1955. Boudewijn vertrekt met een dc-6 van Sabena naar Congo. Het is vijf uur ’s middags. De motoren worden aangezet om warm te draaien. Diezelfde dag heeft hij een spoorwegverbinding tussen de luchthaven en het stadscentrum van Brussel ingehuldigd. Grootmoeder Elisabeth wuift Boudewijn uit. Leopold en Lilian zijn er ook. Maar ze gaan niet mee. Boudewijn gaat alleen op reis, als een grote jongen. ‘Boudewijn omhelst zijn vader, die hoopt dat deze reis van zijn zoon een ander mens zal maken,’ schrijft biograaf Fralon. Leopold heeft het dan al moeilijk met de diepgelovige instelling van zijn zoon. Hij vindt dat religie geen invloed mag hebben op het uitoefenen van het koningschap. Godsdienst moet een privéaangelegenheid blijven. Boudewijn heeft in het midden van de jaren vijftig dringend een pr-stunt nodig. Zijn afwezigheid op de begrafenis van zijn groottante Clémentine heeft immers veel kwaad bloed gezet. Een buitenlandse reis naar de Afrikaanse kolonie kan het tij doen keren. De reis naar Afrika duurt de hele nacht. Maar Boudewijn is niet van plan te slapen. Hij heeft een flesje doopwater mee. Als het vliegtuig boven Congo de evenaar oversteekt, wil hij zichzelf besprenkelen met dat heilige water. Daarom blijft hij wakker. Niet iedereen vindt het een goed idee, maar de koning houdt voet bij stuk. Hij heeft de piloot zelfs uitdrukkelijk gevraagd hem

de jARen VijFTig: lood

91

Boudewijn bezoekt in 1955 Belgisch Congo en wordt er hartelijk onthaald. te waarschuwen als het zover is. Gelukkig is zijn vader er niet bij om de spot met hem te drijven. Diezelfde piloot vertelt dat Boudewijn in Congo als een ‘geconstipeerde’ aan zijn rondreis begint. Als Boudewijn de volgende dag op N’Djili bij Leopoldstad (Kinshasa) aankomt, is niet iedereen gelukkig. Vooral sommige oudere blanke kolonialen hebben zo hun bedenkingen. ‘Dat kind!’ schampert een Belg als hij de koning om tien uur ’s morgens uit het vliegtuig ziet stappen. De colon vraagt zich af wat Boudewijn eigenlijk over Congo weet. Niet iedereen heeft dus vertrouwen in de jonge vorst. Dat is niet helemaal onterecht. ‘Boudewijn is bang, aangezien het de eerste keer is dat hij alleen is,’ schrijft Fralon. De studiereis naar de vs van enkele jaren geleden telt immers niet mee. En dan gebeurt het ‘mirakel’: Boudewijn glimlacht. Niet iedereen is daar overigens van overtuigd. ‘Boudewijn glimlacht eindelijk, als het tenminste geen grimas is vanwege de felle Afrikaanse zon,’ schrijft Patrick Roegiers. Een meereizende Amerikaanse journalist schampert: ‘Dat is geen glimlach. Dat is een kramp.’ Tussen de

92

koning boudewijn

journalisten zit een informant van de cia die nadien verslag moet uitbrengen. In het gevolg van de vorst reist ook André Cauvin mee, die de reis filmt. De promotiefilm Bwana Kitoko wordt nadien in België vertoond. ‘Verdorie, hij lacht enkel in het buitenland,’ zo klinkt de reactie van de toeschouwers volgens auteur Pierre Stéphany. In de namiddag geeft Boudewijn zijn eerste speech op Afrikaanse bodem: ‘Ik richt mij in het bijzonder tot de autochtone bevolking van Congo: vertrouw op België en zijn officiële vertegenwoordigers.’ Nog enkele jaren geduld en dan zal Boudewijn voor het eerst de term onafhankelijkheid laten vallen. Volgens Le Soir had Boudewijn in 1955 al de onafhankelijkheidskoorts aangewakkerd. ‘De (Congolese) bevolking beeldde zich in dat hervormingen snel zouden volgen.’

Lumumba De reis duurt drie weken. In Stanleyville (Kisangani) ontmoet de vorst voor het eerst Lumumba. Die durft het aan langer dan de vijf voorziene minuten met Boudewijn te spreken. ‘Mensen van de dienst protocol moeten tussenbeide komen om hem van de vorst weg te krijgen,’ noteert Fralon. De volgende dag merkt Boudewijn Lumumba op en schudt hem spontaan de hand. Een fout van de koning. ‘Het prestige van Lumumba gaat daardoor pijlsnel omhoog,’ aldus Fralon. Voor de Congolezen is Lumumba vanaf dan de ‘vriend’ van de Belgische koning. En die vriendschap duurt voor de Congolese bevolking levenslang, dat is de regel. In Luluaburg gaat het even mis: een trein met Boudewijn aan boord vertrekt zonder het koninklijke gevolg. Een Congolees kan nog vlug aan boord van de rijdende trein springen en de machinist waarschuwen. In de Belgische kranten wordt uiteraard gesproken over de nieuwe bijnaam die Boudewijn van de Congolezen krijgt: ‘Bwana Kitoko’. Vrij vertaald: nobele, charmante of mooie heer. Bwana betekent immers heer, leider of meester. Kitoko betekent mooi, edel, charmant.

de jARen VijFTig: lood

93

Toch is dit niet de bijnaam die Boudewijn daar gekregen heeft. Een jonge vrijgezel zoals Boudewijn kan immers nooit een ‘bwana’ zijn. Wat de Congolezen wel riepen was ‘Mwana Kitoko’. En ‘mwana’ betekent ‘kind’, in de betekenis van zoon of dochter. Wat de Congolezen Boudewijn dus toeriepen was ‘mooi kind’. Maar dat was uiteraard niet ‘gepast’ voor de Belgische berichtgeving. Volgens hoogleraar taalkunde Luc Renders hebben de Belgische autoriteiten deze vernederende bijnaam veranderd in een betere. Renders noemt dat het ‘koloniaal herschrijven’ van de geschiedenis. Kunstenaar Luc Tuymans zal er overigens naar verwijzen in zijn tentoonstelling Mwana Kitoko van 2001. Onderzoekster en auteur Bambi Ceuppens geeft bijkomende uitleg over de vraag waarom de bijnaam van Boudewijn nooit ‘Bwana Kitoko’ kan geweest zijn. ‘Bwana’ is immers Swahili. ‘Kitoko’ komt dan weer uit het Lingala. De combinatie van beide talen is onmogelijk. Volgens Ceuppens toont de term ‘Mwana Kitoko’ aan dat de Congolezen in 1955 niet echt onder de indruk waren van een koning die het opperste blanke gezag moest vertegenwoordigen. Wat er ook van zij, de Congolese reis zal de populariteit van Boudewijn in België eindelijk een boost geven. De film van Cauvin helpt daarbij. De gok draait goed uit. Ook buiten België rijst de ster van de koning. Ambassadeur Lambert Schaus schrijft in 1955 dat het ‘internationale prestige van België door deze koninklijke reis enorm gestegen is’. Het is een meesterlijke zet van het Paleis om Boudewijn alleen op reis te sturen. Een van de bedenkers van dat plan is Edmond Carton de Wiart. De man geeft zelfs een familievakantie op om gedurende enkele dagen de rondreis van Boudewijn te bespreken. Congo kent hij, als voormalige medewerker van Leopold ii, als geen ander. De lange rondreis wordt uiteindelijk afgesloten in het feestende Stanleyville. Volgens scherpzinnige waarnemers waren de politieke tegenstellingen in Congo toen al aanwezig. Een te optimistische Boudewijn en de persjongens in zijn kielzog hadden daar toen te weinig oog voor. Boudewijn bezoekt vervolgens ook Ruanda-Urundi. Ook daar is de bevolking enthousiast. Langs de weg naar Gitega, waar de Mwami Mwambutsa van Urundi verblijft, wordt Boudewijn aan-

94

koning boudewijn

gesproken door de Urundese agronoom Paul Mirerekano. De jongeman geeft een nota af aan de Belgische koning. Volgens Jean-Paul Harroy, beheerder van het mandaatgebied, stonden er in dat document toen al nationalistische verzuchtingen. In Ruanda krijgt of koopt de vorst een residentie op het Gihayaeiland dat in het Kivumeer ligt. Het eiland ligt naast Cyangugu, ten noorden van Bukavu. Vandaag is de voormalige residentie van Boudewijn een toeristische attractie. Pierre Harmel vertelt dat Boudewijn na de reis besefte dat hij in Congo een rol van betekenis kon spelen, iets wat zijn vader Leopold iii niet kon. Het zelfvertrouwen van Boudewijn kreeg volgens Harmel dan ook een flinke oppepper. De tegenstelling met de eerder defaitistische houding van Boudewijn enkele jaren voordien is bijzonder groot. Toch wordt Boudewijn bij zijn terugkeer op 13 juni in België uitgelachen. ‘De ketjes – de straatjochies van de Marollen – steken de draak met hem door hun gezicht met schoensmeer zwart te maken,’ aldus Roegiers. Aansluitend op de Congoreis wordt in het grootste geheim nagedacht over een nieuw bestuur voor Congo. Een van de denkrichtingen eind september 1955 is het aanstellen van een vicekoning voor Congo. In de eerste plaats wordt aan prins Albert gedacht. Hij zou in Congo geïnstalleerd worden. Het levert volgens een insider een ‘merkwaardige polemiek’ op. Van het voorstel komt niets in huis. Boudewijn verbleef zowat een maand in Congo. Misschien voelde hij zich daar goed omdat hij tijdelijk onder het juk van zijn vader en zijn stiefmoeder vandaan was?

Terug in België Claude de Valkeneer biedt de beste kijk op wat er zich in de jaren vijftig in Laken afspeelde. Volgens hem moest er in de periode 1952-1955 eerst ‘orde in het Huis’ komen. In zijn boek De cour à jardin verduidelijkt hij wat dit precies betekent: ‘Er was een jonge koning (Boudewijn). Zijn vader (Leopold) was ook nog koning en er was prinses Lilian.’

de jARen VijFTig: lood

95

Die laatste hoopte ooit nog eens koningin te worden. Als Boudewijn enkele jaren na zijn kroning de handdoek in de ring wil gooien, is het niet vergezocht te veronderstellen dat Lilian Boudewijn in die richting geduwd heeft. Of ziet ze een andere mogelijkheid om die droom in vervulling te laten gaan? Volgens De Valkeneer waren er in de eerste helft van de jaren vijftig op z’n zachtst uitgedrukt ‘enkele problemen’. Er waren de ‘tegengestelde verzuchtingen van de vader, de stiefmoeder en de zoon’. De Valkeneer moest dit allemaal in evenwicht proberen te houden. ‘Het was gevaarlijk,’ schrijft hij eerlijk. Volgens een andere medewerker van het Paleis was De Valkeneer niets anders dan een ‘trapezewerker zonder valnet’. Of beter nog: een jongleur die drie verschillende ballen in de lucht moest houden. Dit inzicht van de voormalige woordvoerder is interessant en belangrijk omdat het de mythe ontkracht dat Boudewijn ‘onder invloed’ zou geweest zijn van zijn vader en zijn stiefmoeder. Uiteraard zal er wel een machtsspel geweest zijn, maar Boudewijn wist precies wat hij wilde. Dat zal weldra blijken, als Boudewijn weigert de wet Collard te ondertekenen. In de buitenlandse ambassades wordt ondertussen de vraag gesteld of het betere humeur van Boudewijn na de Congoreis tijdelijk of definitief zal zijn. Blijkbaar het eerste. De ambassadeur van Frankrijk, Jean Rivière, is ontgoocheld omdat Boudewijn zo snel in zijn oude patroon hervalt. Volgens deze diplomaat ‘mijdt hij zelfs zijn representatietaken’. Opvallend is inderdaad dat Boudewijn in die periode erg veel op privéreis is. De pers en de bevolking zijn bovendien niet altijd op de hoogte van die uitstapjes. Aan Jean Rivière zal Boudewijn op 25 januari 1956 toegeven dat hij alleen maar gelukkig is ‘tijdens de vakanties in villa Espandidou in de buurt van Grasse’. Daar voelt Boudewijn zich volgens Rivière vrij. ‘Hij wilde hiermee duidelijk aangeven dat hij daar geen slaaf is van zijn taken als koning,’ schrijft Vincent Dujardin.

96

koning boudewijn

De wet Collard In Knack schrijft hoofdredacteur Rik Van Cauwelaert dat er ‘tot op vandaag weinig uitgelekt is over het tegengewicht dat premier Achille Van Acker voortdurend moest bieden tegen de eigengereide koning Boudewijn, wiens pogingen tot interventies tijdens de Schoolstrijd het land, dat net uit een splijtende koningskwestie kwam, opnieuw zouden hebben verdeeld.’ Volgens de hoofdredacteur is dat allemaal ‘toegedekt’ door Belgische politici. Zeker is dat Boudewijn zijn veto stelt tijdens de regeringsvorming van 1954. Boudewijn wil de liberaal Charles Janssens niet benoemen. Janssens had zijn vader Leopold eerder tot ‘eerste inciviek van het koninkrijk’ uitgeroepen. Van Acker plooit en geeft de ministerportefeuille aan iemand anders. Achteraf bekeken was dat niet slim. Door Boudewijn te veel ruimte te geven bij dergelijke politieke beslissingen, kreeg hij steeds meer macht. Het zal overigens niet de laatste keer zijn dat Boudewijn weigert een minister te benoemen. De wet Collard, genoemd naar de socialistische minister Léo Collard, vormt een dieptepunt in de Schoolstrijd. De wet Collard beperkt de subsidie voor het vrij onderwijs en creëert de mogelijkheid om rijksscholen op te richten. Het ontaardt opnieuw in een conflict tussen katholieken en vrijzinnigen. Op 27 januari en 26 maart 1955 betogen tienduizenden katholieken in Brussel tegen de regering Van Acker. Het verzet wordt geleid door het Nationaal Comité voor Vrijheid en Democratie. Een van de drijvende krachten achter dat comité is Jef Deschuyffeleer, voormalig adjunctkabinetschef van de koning. De wet wordt op 6 augustus 1955 in het Staatsblad gepubliceerd. Pas enkele jaren later wordt de schoolstrijd beslecht. Volgens Emmanuel Gerard herinnert die Schoolstrijd aan de confrontatie van 1950, de koningskwestie, maar met een andere rolverdeling. Boudewijn probeert te bemiddelen. In februari 1955 ontvangt hij de leiders van de oppositie. ‘Maar zijn positie is zwak,’ noteert Gerard. Gaston Eyskens vertelt in zijn memoires dat hij op 26 juli 1955 op het paleis door de koning ontboden werd. Eyskens is dan cvp-fractievoorzitter in de Kamer waar de christendemocraten in de oppositie zitten. ‘Boudewijn vroeg me of hij de wet Collard

de jARen VijFTig: lood

97

moest bekrachtigen,’ schrijft hij, want hij had ‘gewetensbezwaren’. Dat zou decennia later ook zo zijn met de ‘abortuswet’. Eyskens aarzelde naar eigen zeggen niet en adviseerde Boudewijn: ‘U moet dat doen!’ Ook binnen het Paleis werd de vorst aangemaand om de wet Collard te signeren. Boudewijn zit dan nochtans zonder kabinetschef. Auteur Luc François tilt zwaar aan de weigering van Boudewijn. ‘De vorst negeert de vaststelling dat een meerderheid in het parlement, als legitieme vertegenwoordiging van het volk, deze wet heeft aangenomen.’ De wet, die nochtans sterk in het nadeel speelde van het katholiek onderwijs, werd uiteindelijk toch door Boudewijn ondertekend. Pas in september 1955 komt René Lefébure in dienst als nieuwe kabinetschef van de koning. Officieel is de kabinetschef tweede in rang na de grootmaarschalk. In de praktijk is hij de belangrijkste man naast de koning. Er is dan in de pers maanden gespeculeerd over een opvolger voor Hubert Verwilghen, die in de lente van dat jaar overleed. Zowel links als rechts hadden hun favoriete kandidaten. Boudewijn hakte de knoop zelf door. Lefébure was zijn kandidaat.

Stan Ockers bij de koning Sport is altijd een goede bliksemafleider. In 1955 mag wielrenner Stan Ockers bij de koning op bezoek. Ockers is net wereldkampioen geworden in Frascati. De veel te bescheiden wielrenner vertelt de koning dat hij ‘geluk gehad heeft’. Het parcours met de hellingen lag hem immers erg goed. ‘Volgend jaar ziet u mijn vriend weer,’ vertelt Ockers aan Boudewijn. Die vriend is Rik Van Steenbergen, die in 1956 inderdaad in Kopenhagen zal winnen. De omloop is er vlak. Aan Rik 1, de bijnaam van Van Steenbergen, vertelt Boudewijn: ‘Uw populariteit in ons land is evenzeer te benijden als een koningstitel.’ Met de populariteit van Rik zal het na zijn wielerloopbaan evenwel snel bergaf gaan. Hij speelt vals bij het kaarten, wordt beticht van opiumsmokkel, rijdt in op een ‘vriend’ die hem nog geld verschuldigd is en wordt zelfs beschuldigd van bendevorming.

98

koning boudewijn

Stan le rusé Ockers krijgt in 1955 van Boudewijn in elk geval een medaille. In ruil hiervoor geeft Ockers zijn kampioenenfiets aan de koning. De fiets verhuist daarna naar Alexander, de halfbroer van Boudewijn. In 2009 is er even opschudding omdat een Antwerpse vereniging die fiets graag terug wil. Ondanks aandringen lukt dat niet. Boudewijn zal tijdens zijn bewind heel wat sportlui ontvangen. De bekendste is ongetwijfeld Eddy Merckx. Ironisch genoeg is Merckx ook op Argenteuil een graag geziene gast. Argenteuil zal vanaf 1960 de definitieve verblijfplaats van Leopold en Lilian worden. Zit er een strategie achter de ontvangst van sporters? Een vertrouweling van het Hof beweert van wel. ‘Op die manier kan Boudewijn zich populair maken bij het volk,’ klinkt het. ‘Hij lijkt een beetje op Jean-Luc Dehaene. Die houdt ook van de ‘hogere cultuur’ maar laat uitschijnen dat hij een man van het volk is. Dat doet hij door naar de voetbalwedstrijden van “zijn” Club Brugge te gaan.’ Rik Van Looy, de keizer van Herentals, zag het zo: ‘Boudewijn houdt van wielrenners. Ik denk dat dit komt omdat onze prestaties hem erop wijzen dat het land bestaat.’ Niet slecht gezien.

Het privéleven van de koning: een raadsel ‘In het eerste decennium van zijn koningschap schermt Boudewijn zijn privéleven bewust van de buitenwereld af,’ schrijven Mark van den Wijngaert en zijn collega’s in België en zijn koningen. ‘De jonge koning schuwt journalisten en fotografen.’ Boudewijn verschijnt in de jaren vijftig alleen in het openbaar als het strikt noodzakelijk is. Toch wordt de vorst af en toe gespot, maar nooit met een meisje. Het feit dat hij niet gehuwd is, doet dan ook bij sommigen voorzichtige vragen rijzen over zijn seksuele geaardheid. Vooral in 1956, het jaar van het huwelijk van Grace Kelly en Rainier van Monaco, vragen de Belgen zich af waarom hun koning nog niet aan trouwen denkt. Jacques Noterman schuift als amateurpsycholoog een mogelijke verklaring naar voren. Boudewijn zou zijn moeder Astrid te zeer geïdealiseerd hebben. Ook Patrick Roegiers sluit zich aan bij

de jARen VijFTig: lood

99

die redenering: ‘Kan hij op een dag nog ooit een andere vrouw dan zijn moeder liefhebben?’ Als iemand hem vraagt waarom hij nog niet getrouwd is, antwoordt Boudewijn: ‘Ik trouw als ik een vrouw ontmoet die even knap is als maman.’ Maar wie bedoelt hij dan: Astrid of Lilian? Het is een te gemakkelijk antwoord. Juffrouw De Jong heeft het er over met koningin Elisabeth. ‘Maar juffrouw,’ antwoordt ze, ‘hij is geboren onder het teken van de maagd. Je weet toch dat zulke mensen pas op latere leeftijd het geluk en de liefde leren kennen?’ Noterman haalt verschillende anekdotes aan die moeten bewijzen dat Boudewijn een voorkeur voor mannen had. ‘Sommigen beweren hem gezien te hebben in een gespecialiseerde Parijse nachtclub. En om het haar van de koning te knippen zond men jonge kappers naar Laken.’ Ook vertelde men dat Boudewijn ‘jonge Arabische jongens in Molenbeek’ bezocht. Noterman vindt het maar onzinnige praatjes. Patrick Roegiers noteert nog dat Boudewijn in de jaren 1950 ‘gesignaleerd wordt met jongemannen in mooie cabriolets’. Jan Van den Berghe vraagt zich in dit verband af of Boudewijn misschien een ‘cherubijn met duivelse gedachten’ was. ‘Als het Franse blad Lui in de jaren zeventig (!) schrijft dat Boudewijn en zijn oom Karel de herenliefde zijn toegedaan en hun schandknapen rekruteren in de pissoirs van de Franse hoofdstad, wordt er in de Belgische pers niet de minste aandacht aan besteed.’ Dat is in die periode niet onlogisch. De Franse gaullistische diplomaat en auteur Roger Peyrefitte schrijft dan weer in Tableaux de chasse dat ‘de jonge koning der Belgen, die nog niet getrouwd is, zou wedijveren met zijn oom, de graaf van Vlaanderen, om een of andere adonis’. In het eerste deel van zijn biografie, Propos Secrets, verwijst hij later nog eens duidelijk naar deze onthulling: ‘Boudewijn, over wie ik gezegd (sic) heb dat hij homoseksueel is.’ Over prins Karel vertelt biograaf Rien Emmery trouwens dat hij een relatie had met Robert Goffinet die ‘stukken intiemer was dan openbaar gemaakt mocht worden’. Goffinet was de privésecretaris en het hoofd van het Huis van prins Karel. Hij noemde Karel in privékring overigens ‘mijn kleine verloofde’.

100

koning boudewijn

Roger Peyrefitte schrijft in L’Innominato, het derde deel van zijn Propos Secrets, dat Boudewijn het voor jongens heeft. ‘Wanneer de Zweed Dag Hammarskjöld in april 1953 als secretaris-generaal van de vn verkozen werd, was hij samen met (…) Boudewijn i van België, het grootste personage van de wereldkomedie die een voorliefde voor jongens heeft.’ Nog in dat onthullende boek, dat voor een groot deel over de eigen seksuele avonturen van de romancier gaat, vertelt Peyrefitte dat hij van een vriend bijkomende informatie over Boudewijn kreeg: ‘Hij vertelde me dat Boudewijn de titel van baron had gegeven aan een medewerker (aide de camp) met wie hij intieme relaties had gehad’. Peyrefitte zou het kunnen weten. Hij was zelf homoseksueel en bovendien een verwoed voorvechter van de homorechten. Zelfs de Nederlandse komiek Youp van ’t Hek verwijst zijdelings naar de vermeende seksuele voorkeur van Boudewijn in zijn gedicht ‘Boud gesproken’: ‘Of droomt hij van jonge jongens in lekker leather op steigerende Harleys?’ Het stuk staat in het ondeugende boek Brief aan een postzegel. Volgens Noterman klopt er van die geruchten evenwel niets. Ook Roegiers noemt het ‘verdorven roddelpraatjes’. Bovendien zijn er de beruchte dagboeknotities van Achille Van Acker. Daarin beschrijft Van Acker de vermeende relatie van Boudewijn met Lilian, de bloedmooie ongeluksengel, tijdens een nachtelijke treinreis. Ook royaltywatcher Erlend Hamerlijnck hecht geen geloof aan de vermeende homoseksualiteit van de vorst. ‘Roger Peyrefitte zag in elke andere man een homo,’ vertelt hij. ‘Dat is typisch voor deze mensen. Hij heeft overigens zelf beweerd dat hij een knuppel in het hoenderhok wilde gooien.’ Zeker is dat er, na het overlijden van de koning in 1993, in het privéappartement van Boudewijn videocassettes met pedofiele pornografische inslag werden gevonden. Die informatie is volgens Noterman bevestigd. Maar dat was omwille van het ‘onderzoek’ dat de vorst deed naar die praktijken. Hij wilde dat naar verluidt ‘grondig’ doen. Boudewijn was in die periode in de ban van het boek van Chris de Stoop over de vrouwenhandel.

de jARen VijFTig: lood

101

Elisabeth is jarig Ondanks zijn afkeer van officiële optredens kan Boudewijn op 18 februari 1956 niet afwezig blijven op een viering aan de Gentse universiteit. Die dag wordt hij er doctor honoris causa. Niemand protesteert. Dat gebeurt pas later, als zijn neef die eretitel ontvangt. Op 21 april kan de vorst zich evenmin onttrekken aan de inhuldiging van de autosnelweg Brussel-Oostende. Pas vele jaren later zal de autosnelweg afgewerkt zijn. Nog later wordt het een driebaansweg. Boudewijn is best trots. Hij krijgt zelfs de bijnaam ‘koning van de snelwegen’. Alsof dat zijn verdienste is. Twee dagen voordien huwt prins Rainier met de actrice Grace Kelly. Boudewijn is uitgenodigd maar stuurt zijn kat. De Belgische koning wordt vertegenwoordigd door Maurice Mineur, chef protocol. De afwezigheid van Boudewijn doet verhalen ontstaan. Er zou geen enkele band bestaan tussen het Belgisch koningshuis en het huis van Monaco. Dat is onjuist. Als Grace in september 1982 verongelukt, vertrekt Boudewijn spoorslags naar Monaco voor een lang persoonlijk onderhoud met weduwnaar Rainier. Enkele maanden later is er het verjaardagsfeest voor koningin Elisabeth, de grootmoeder van Boudewijn. Koningin Elisabeth viert op 25 juli haar tachtigste verjaardag. Ook de regering is uitgenodigd. Maar voormalig premier Hubert Pierlot is niet welkom. Boudewijn heeft nog steeds een openstaande rekening met de man. Pierlot was immers de ‘incarnatie’ van het Belgisch verbond met de geallieerden tegen het nazisme. Boudewijn keerde de man in Aarlen al eerder de rug toe. Gaston Eyskens vindt dit onterecht. In een gesprek met Jozef Smits verklaart hij dat Pierlot op 19 september 1944 in de Kamer een grote hulde aan Leopold iii heeft gebracht. ‘Pierlot was een grootmoedig mens en bereid tot verzoening.’ Zijn houding staat in schril contrast met die van Boudewijn en Leopold iii. Het is opnieuw hard tegen hard. Boudewijn moet desondanks inbinden omdat de regering Van Acker anders ontslag neemt. Een andere bron stelt dat de premier enkel zal weigeren een verklaring voor te lezen. ‘De koppigheid van de jonge vorst is werkelijk legendarisch,’ schrijft Fralon. Pierlot mag dus toch aanwezig zijn op het feestje van de rode koningin. Voor één keertje haalt Boudewijn bakzeil.

102

koning boudewijn

1956 is helaas ook het jaar van het drama van Marcinelle. In augustus van dat jaar vallen honderden slachtoffers, vooral Italianen, bij de mijnramp van Bois-du-Cazier. In Time wordt verwezen naar de lugubere naam van de mijn waar het ongeval plaatsvindt: ‘Amercoeur’. De titel van het stuk is ‘Bitter hart’. De ramp betekent een keerpunt in de immigratiepolitiek van ons land. De Italiaanse regering weigert nog langer gastarbeiders te sturen naar de gevaarlijk geachte Belgische steenkoolmijnen. België moet zijn gastarbeiders in het vervolg maar elders zoeken. Sommige buitenlandse journalisten beweren onterecht dat de vorst opnieuw op vakantie was en in allerijl naar België moest terugkeren. In werkelijkheid haastte de koning zich in sportkledij spoorslags naar de onheilsplek zodra hij het nieuws vernam. Ondanks het feit dat Boudewijn zelden of nooit met een meisje wordt gezien, aarzelen de societybladen niet om hem met elke mogelijke prinses van Europa te koppelen. In dat jaar schrijft het Spaanse blad Arriba bijvoorbeeld dat er een huwelijk in de lucht hangt tussen prinses Margaret van Engeland en Boudewijn. Margaret zou zich daartoe zelfs bekeren tot het katholicisme. Ze wordt bij de paus gespot. Boudewijn wordt gekoppeld aan wel twintig prinsessen, onder wie Elisabeth van Luxemburg, Marguerite van Savoie-Aoste, Beatrix van Nederland, Isabelle van Frankrijk, Brigitta van Zweden. Al die royaltywatchers zullen uiteindelijk voor schut gezet worden als hij zijn lot enkele jaren later aan dat van Fabiola verbindt. Pierre Mertens laat Lilian in Une paix royale zeggen dat er van liefde geen sprake was.

Esmeralda, halfzus van Boudewijn? Op 30 september 1956 wordt prinses Esmeralda geboren. Ze wordt voorgesteld als de halfzus van Boudewijn, maar is dat wel correct? Laten we de feiten even nuchter bekijken. De relatie tussen Lilian en Leopold is na de Tweede Wereldoorlog bekoeld. Leopold is vooral gelukkig als hij alleen op reis is. Een paar jaar later begint hij zelfs een relatie met een Française. Lilian is een uiterst ambitieuze vrouw. Haar grootste droom is

de jARen VijFTig: lood

103

koningin te worden. ‘Ze wilde de absolute top bereiken, niets werd uitgesloten,’ noteert biograaf Evrard Raskin. (eigen cursivering) Intimi van de prinses bevestigen dat ze bereid is heel ver te gaan om deze ultieme droom waar te maken. Bij het begin van de jaren vijftig is ze ervan overtuigd dat ze deze droom via Leopold kan waarmaken. Het plan is dat Boudewijn na enkele jaren aftreedt en dat Leopold de kroon overneemt. De regering is tegen dit plan. Bovendien verliest Leopold al snel alle interesse voor het koningschap. Er ontwikkelt zich vanaf 1952 een zogenaamd amoureuze relatie tussen Lilian en Boudewijn. In 1952 reizen ze samen incognito naar Rome. Op de ministerraad wordt dit onderwerp besproken. De cvp-regering is uiterst ongerust over deze ontwikkeling. In november 1952 verblijven Lilian en Boudewijn samen in Tirol. Leopold is niet aanwezig. ‘Lilian en Boudewijn reisden naar Tirol in (het) zelfde compartiment, met couchettes,’ noteert Van Acker. Boudewijn fluistert Lilian toe dat het ‘een echte betovering is’. ‘Je suis à toi’, antwoordt Lilian. ‘Ik verlaat je nooit’, antwoordt Boudewijn. De relatie tussen Boudewijn en Lilian houdt een tijdje aan. Begin januari 1953 reizen ze samen naar de Azurenkust. De regering is ongerust dat Lilian van Leopold wil scheiden om met haar stiefzoon Boudewijn te kunnen trouwen. De telefoongesprekken tussen Boudewijn en Lilian worden door de staatsveiligheid afgeluisterd. Van Acker krijgt de verslagen en noteert cryptisch: ‘De zaak schijnt reeds verloren in het geval van een huwelijk.’ Van Acker bedoelt dat door een huwelijk tussen Boudewijn en zijn stiefmoeder Lilian de monarchie in gevaar kan komen. De Belgische bevolking zou een dergelijke verbintenis nooit aanvaarden. Bovendien waarschuwt de staatsveiligheid dat zo’n huwelijk België opnieuw op de rand van een burgeroorlog zou kunnen brengen, zoals ten tijde van de koningskwestie. Ging het om een echte amoureuze verhouding? Velen twijfelen daaraan, maar Raskin, de biograaf van prinses Lilian, hecht geloof aan de verklaringen van Van Acker. ‘Hij is niet de eerste de beste roddelaar. De oud-premier was bovendien een monarchist.’ Bovendien had hij Leopold uitdrukkelijk beloofd alles te zullen doen om Boudewijn te helpen. Volgens Raskin is het haast ondenkbaar dat een dergelijk iemand berichten over Lilian en Boudewijn zonder

104

koning boudewijn

bewijs van waarheid zou hebben opgeschreven. Bovendien suggereerde ook de buitenlandse (sensatie)pers dat er een affaire bestond tussen stiefmoeder en stiefzoon. Hebben Lilian en Boudewijn enkel handjes vastgehouden of zijn ze verder gegaan? En hoe lang duurde de relatie? Zou het kunnen dat Boudewijn de biologische vader is van zijn ‘halfzus’ Esmeralda? Het is zeker niet uit te sluiten. Een extra argument is dat Leopold begin 1956 in het buitenland verbleef. Hij was in januari via de vs naar Venezuela vertrokken. Hij verbleef er twee maanden en was pas in maart terug. Het werpt een ander licht op de eerdere verklaring van Boudewijn aan Jean Rivière.

Het Leiegedenkteken Een foto van 23 juli 1957 is veelzeggend. ‘Het lijdt geen twijfel dat de jonge koning Boudewijn de indruk wekte dat hij verliefd was op prinses Lilian. Dat blijkt uit vele persfoto’s uit die tijd,’ bevestigt Evrard Raskin. Lilian komt terug uit Cortina d’Ampezzo, Italië. Boudewijn omhelst haar. Het is net alsof twee geliefden elkaar na een lange tijd weerzien. Lilian straalt. Heeft Van Acker dan toch gelijk? ‘Aan de telefoon zeggen ze tegen elkaar: “Ik ben van jou.”’ Deze keer waren Leopold en Lilian samen naar Italië vertrokken om een standbeeld van Albert in te huldigen. De sportwagen van Leopold, een Cadillac Roadster, raakte in Italië van de weg. Leopold reed te snel op een nat wegdek. Ze kwamen er vanaf met lichte verwondingen. In de pers wordt verwezen naar zijn autoongeluk bij Küssnacht. Deze keer heeft Leopold meer geluk gehad. Op 13 september 1957 zit Boudewijn voor de tweede en laatste keer een ministerraad voor. Hij verdedigt er een ontwerp voor het gebruik van de hydro-elektrische bronnen van de Congostroom in Inga. Het project wordt goedgekeurd. Het voorziet in de productie van het eerste kilowattuur in 1964. Het toont het belang aan dat Boudewijn aan het project hecht. Hij gelooft rotsvast in de toekomst van het Afrikaanse land. De onafhankelijkheid in 1960 doorkruist het plan. Hoe zit het ondertussen met de aanhangers van Leopold? Sommigen onder hen geloven nog steeds dat Leopold op een dag op-

de jARen VijFTig: lood

105

nieuw de troon zal bestijgen en dat het bestuur van zijn zoon Boudewijn maar tijdelijk is. Bij elke manifestatie laten ze niet na om dit duidelijk te maken aan de politici. Uiteraard is die verwachting onzinnig. Al in 1954 wordt de eerste steen gelegd van een monument ter ere van de soldaten van de Tweede Wereldoorlog. Het stelt Leopold iii voor, te paard, omringd door vier soldaten. Boudewijn zelf metselt de eerste steen. Drie jaar later is het werk van kunstenaar Alfred Courtens eindelijk klaar. Eind mei 1957 wordt het plechtig ingehuldigd door premier Achille Van Acker en koning Boudewijn. Maar enkele honderden leopoldisten hebben zich rond het monument verzameld. Een buitenlandse krant heeft het zelfs over enkele ‘duizenden’ aanhangers van de vorige koning. Er zijn ook tegenstanders van de regering aanwezig. De schoolstrijd speelt op de achtergrond nog altijd mee. Boudewijn en Van Acker worden in ieder geval getrakteerd op boegeroep. ‘Leopold!’ scanderen de mannen. Ze roepen ‘Zwijg!’ en ‘Ga weg!’ als Van Acker het woord neemt. Van Acker en Boudewijn doen alsof ze niets horen. Ze negeren de proleopoldistische groep en gaan onverstoord door met de plechtigheid. Maar hun gezichten staan strak. ‘Totentrekker,’ roepen anderen naar Van Acker. ‘Komediant’ en ‘Ga naar Moskou!’ De aanwezigheid van de eerste minister wordt duidelijk niet op prijs gesteld. Dat is natuurlijk olie op het vuur. De aanhangers van Leopold beginnen nu ook te fluiten en te roepen. Ze jouwen de eerste minister uit en honen Boudewijn weg. Voor hen is Leopold de enige echte koning. De tegenstanders van de regering Van Acker gooien zelfs bommetjes. ‘Er ontploften voetzoekers en er werden spotliedjes gezongen,’ schrijft Gaston Eyskens. Van Acker krijgt het zwaar te verduren voor zijn houding in de koningskwestie. Er zijn dan al zes jaar verstreken na de troonsafstand van Leopold. Boudewijn is onder de indruk van het gebeuren. Privé worstelt hij met de vraag of er gevaar voor separatisme dreigt. Een rapport van de staatsveiligheid geeft de vorst het antwoord. ‘Hij is verwonderd te zien dat de dreiging eerder van de Walen dan van de Vlamingen komt, want de eersten, zo meent hij, hebben minder te klagen dan de laatsten.’ Ook over de Volksunie vraagt hij uitgebreide informatie op.

106

koning boudewijn

Later dat jaar streeft de regering Van Acker naar een normalisering in de betrekkingen met Leopold. Er komt in 1957 een einde aan de guerrillaoorlog tussen de ‘lekenregering’ Van Acker en de voormalige koning. Leopold wordt aangesteld tot voorzitter van de Nationale Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek. ‘Maar zelfs dan blijven de geruchten over de rol van koning Leopold, prinses Lilian en hun vroegere hofhouding (in de besluitvorming van Boudewijn) aanhouden,’ besluit Gerard.

Boudewijn en Europa In de jaren vijftig gaat de eenmaking van Europa met rasse schreden vooruit. In 1950 stellen Jean Monnet, Robert Schuman en Konrad Adenauer het Schumanplan voor. In 1951 wordt het verdrag van Parijs gesigneerd voor de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (egks) waartoe België, Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Italië en West-Duitsland behoren. Wat is de visie van Boudewijn hierop? Op 27 oktober 1953 ontvangt de koning in Brussel de chefs van de Belgische diplomatieke missies in het buitenland. Ze zijn samengekomen op initiatief van Paul Van Zeeland, minister van Buitenlandse Zaken. Vandaag noemen we dit de diplomatieke dagen. Boudewijn heeft het over het egks-verdrag dat daarvoor ondertekend werd. De koning loopt niet echt over van enthousiasme. Hij vermeldt ook zijdelings het edg-verdrag. ‘België moet aan die inspanningen deelnemen met de tweevoudige bekommernis, Europese belangen én de Belgische belangen.’ Boudewijn wil de soevereiniteit van België zoveel mogelijk bewaren. Hij zet volgens Franck en Roosens de ambassadeurs aan om ‘met onverzettelijkheid te zorgen voor de traditionele onafhankelijkheid van ons land’. Boudewijn is een koele minnaar van het edg-verdrag én Europa. De edg of Europese Defensie Gemeenschap is een Frans idee. Het verdrag wordt in 1952 ondertekend. Frankrijk, Nederland, België, Luxemburg, Italië en West-Duitsland zouden een Europees leger oprichten. Het verdrag wordt in het Belgische parlement goedgekeurd op 26 november 1953. Het verdrag wordt echter nooit geratificeerd. De Fransen verwerpen het in 1954.

de jARen VijFTig: lood

107

Ver moet je niet zoeken om dit gedrag van de Belgische vorst te verklaren. De macht van de monarchie sijpelt immers niet alleen langs onderen weg (bij het toekennen van meer bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen) maar ook langs boven (Europa). Volgens sommige waarnemers heeft Boudewijn niets tegen deze machtsoverdracht aan Europa. Maar de feiten spreken dit tegen. Boudewijn zit hiermee volledig op de lijn van de homogene cvp-regering. ‘Tussen 1950 en 1954 nam deze regering constant een gereserveerde houding aan tegenover de supranationale oriëntatie van Europa,’ schrijft Rik Coolsaet. Vooral Van Zeeland incarneerde die terughoudendheid. ‘Van Zeelands Europapolitiek stemde overeen met de houding van het patronaat, dat aan het begin van de jaren vijftig niet bepaald Europees gezind was.’ Het verzet van de steenkool- en de staalsector, voor een groot deel gecontroleerd door de Generale Maatschappij, was ingegeven door bedrijfsbelangen.

Boudewijn tegen Spaak Vooral met minister Spaak, toen minister van Buitenlandse Zaken, wil de relatie niet echt vlotten. Spaak koos vanaf 1952 voluit voor politieke supranationaliteit. In 1954 is er een eerste ernstige aanvaring als Boudewijn weigert de prominenten te ontvangen die naar Brussel komen in het kader van de Europese Defensie Gemeenschap (edg). Hiermee drukt hij zijn afschuw voor dit idee uit. Zijn verzet is merkwaardig, want het Vaticaan steunt de edg openlijk als cruciaal onderdeel tegen het oprukkend communisme. Een tweede en zwaardere aanvaring vond plaats in 1957. ‘Boudewijn toont zich erg terughoudend voor het perspectief van het Verdrag van Rome,’ weet historicus Dujardin. De vorst weigert de volmachten te ondertekenen voor de finale ondertekening van het Verdrag van Rome. Pas veel later zal Boudewijn zich meer uitspreken voor de Europese integratie. Aan een minister verklaart hij: ‘De eenmaking van Europa is allemaal goed en wel, maar laten we eerst eens beginnen met de eenmaking van België.’ Baron Snoy, toenmalig secretaris-generaal van het ministerie

108

koning boudewijn

van Economische Zaken, was er in 1957 bij en vertelt hoe de vork precies in de steel zit. ‘Ik had de vergadering en de werkzaamheden geopend. Spaak kwam iets over tien uur aan, geheel ontsteld. Hij zei me dat de koning weigerde de volmachten te tekenen voor het ondertekenen van de verdragen (van Rome).’ Snoy gaat op 8 maart 1957 persoonlijk naar de koning en moet alle argumenten uit de kast halen om Boudewijn te overtuigen de volmacht te ondertekenen. ‘Boudewijn stelde mij op de hem eigen listige wijze een groot aantal vragen,’ weet Snoy. (eigen cursivering) Insiders weten dat Boudewijn steevast kritiek herverpakt als vragen. Snoy kon de koning uiteindelijk overtuigen, maar het had veel moeite gekost. In het midden van de jaren vijftig gaat dan ook het terechte gerucht dat Boudewijn aan ‘eurofobie’ lijdt. Een niet nader genoemde Nederlandse diplomaat stelt dat de opstelling van Boudewijn ten opzichte van de Europese Defensie Gemeenschap een regelrechte ‘malaise’ creëert. Pas vanaf het einde van de jaren vijftig stelt Boudewijn zijn mening enigszins bij. ‘In 1957 werd het patronaat Europees gezind,’ aldus professor Coolsaet. ‘Het zag de voordelen van schaalvergroting.’ Boudewijn volgde. De opstelling van Boudewijn in de eerste helft van de jaren vijftig doet denken aan de onafhankelijkheidspolitiek van Leopold iii. Misschien is hierin ook wel de verklaring te vinden voor de sterke band tussen Boudewijn en generaal De Gaulle. Volgens Vincent Dujardin had Boudewijn een grote ‘bewondering’ voor de eigenzinnige Franse president. Is het dan niet ironisch dat Boudewijn in 1987 een onderscheiding krijgt van de universiteit van Oxford omwille van zijn ‘bijdrage aan de Europese constructie’? Boudewijn wordt er doctor honoris causa.

Het Hofbal Op 28 februari 1958 is Boudewijn aanwezig bij de inhuldiging van de nieuwe gebouwen van het Verbond van de Belgische Nijverheid (vbn). Hij legt er een opmerkelijke verklaring af. ‘Wij hebben de verantwoordelijkheid op ons genomen de inlandse bevolking (van Congo) de wegen te wijzen die leiden tot economische, sociale en

de jARen VijFTig: lood

109

Boudewijn moest aan een vrouw geholpen worden. Daarom werd in april 1958 een Hofbal georganiseerd, waarop prinsessen zich om de koning verdrongen. culturele ontwikkeling.’ De voordracht van Boudewijn is een voorafspiegeling van de radiotoespraak die hij nog geen jaar later zal houden. Anderhalve maand later is er een Hofbal. Een foto van 19 april 1958 toont prins Albert, Leopold iii, Lilian en Boudewijn. Zoals gebruikelijk staart Boudewijn voor zich uit, zijn lippen zijn toegeknepen. Een glimlach kan er niet af. De vorst is niet geïnteresseerd. ‘Een eenzame koning omringd door elegante vrouwen’ is het onderschrift bij een andere foto van die avond. De organisatie van het feest is volgens Maud Bracke gebrekkig. Er is bijvoorbeeld te weinig eten: slechts vier buffetten voor zes-

110

koning boudewijn

Leopold, Paola, Albert en Boudewijn begeven zich naar een garden party in Laken. duizend mensen. De aanwezigen storten zich op het eten. Na een kwartier is alles op. Het Hofbal wordt georganiseerd met het nauwelijks verholen doel Boudewijn aan een prinses te koppelen. Er zijn adellijke dames van over de hele wereld aanwezig. De openingsdans is in elk geval voor Beatrix van Nederland. Foto’s maken tijdens het dansen is ten stelligste verboden. Enkele weken later schrijven de Franse journalisten Pierre en Renée Gosset naar aanleiding van het feest een lang artikel over Boudewijn. Het verschijnt in het tijdschrift Réalité. De koning komt er niet goed uit. Hij wordt omschreven met adjectieven als ‘timide, gereserveerd, terughoudend, triestig’. Marc Platel schrijft in de inleiding van het huldeboek 60/40: ‘Veertig jaar koning en maar één Hofbal. Het had beter gekund.’ De reden waarom er maar één Hofbal plaatsvond onder Boudewijn, is dat hij na het gebeuren gedegouteerd was. Dat nooit meer, moet hij gedacht hebben. Velen voelen zich gepasseerd. ‘Het bal maakt niet alleen geluk-

de jARen VijFTig: lood

111

kigen,’ schrijft auteur Jean Cleeremans. ‘Veel personaliteiten die niet uitgenodigd werden, zijn gefrustreerd.’ Daarom wordt een maand later als troostprijs voor de mindere goden een garden party georganiseerd in het park van Laken. Er zijn daar nog eens vijfduizend mensen aanwezig. Maud Bracke durft als enige te schrijven dat het Hofbal ‘omstreden’ was. ‘Veel leden van de hoge adel zijn van de lijst geschrapt.’ De relatie tussen het koningshuis en de adel is nog altijd erg gespannen. Zeker na het tweede huwelijk van Leopold heeft de koninklijke familie veel krediet verloren. Op Lilian wordt neergekeken. Leo Tindemans herinnert zich dat ‘haar talent bleek uit de manier waarop ze met schelle kopstem een scène uit het Oostendse volksleven weergaf in het unieke dialect van de visverkoopsters’. De koninklijke familie is niet alleen in België maar ook onder de Europese aristocratie geïsoleerd. Later zal de toestand, deels dankzij Fabiola, verbeteren. Wat weinigen weten is dat er de avond vóór het Hofbal een diner dansant plaatsvond in zeer besloten kring. Het werd georganiseerd op het kasteel van de familie Solvay in Terhulpen. Wat stond daar op het menu? Kreeft, kaviaar en jonge duifjes. En volgens gelekte informatie was daar wel voldoende te eten. Boudewijn was er uiteraard ook, tot vijf uur in de ochtend. Ook Isabelle en haar jongere zus Anne de France, dochters van Henri d’Orléans, namen deel aan het privéfeestje.

Expo 58 Een maand na het Hofbal is er opnieuw een grote betoging in Brussel. Tweehonderdduizend mensen hebben zich verzameld om luidkeels te protesteren tegen het onderwijsbeleid van de regering Van Acker. De timing is goed gekozen. Twee weken later zijn er parlementsverkiezingen. Op 1 juni 1958 haalt de cvp een klinkende overwinning. Gaston Eyskens wordt belast met de formatieopdracht. ‘Het liep niet gemakkelijk,’ herinnert Eyskens zich. ‘Ik had moeite om me door de koning te laten aanvaarden als premier.’ De kabinetschef van de koning, Lefébure, werd naar Eyskens gestuurd. Hij

112

koning boudewijn

wilde bij Eyskens polsen of hij wel bekwaam was. Eyskens schoot uit. ‘Tot wie spreekt ge, vriend? Ik ben hier eerste minister en minister van Financiën geweest.’ Eyskens geeft geen duimbreed toe en wordt premier. Volgens hem speelde de koningskwestie en zijn trouw aan de regering in Londen nog steeds mee. Boudewijn bleef rancuneus. Eyskens vormt een coalitie van katholieken en liberalen. Dat is niet naar de zin van Boudewijn. Hij wil dat de socialisten mee regeren. ‘Hij laat herhaaldelijk zijn voorkeur voor een driepartijenregering kennen,’ aldus Emmanuel Gerard. Eyskens uit telkens zijn groot ongenoegen en slaagt erin Boudewijn enigszins in te tomen. Gelukkig is er dat jaar de wereldtentoonstelling, het stralende hoogtepunt van de jaren vijftig die gedomineerd werden door de bittere koningskwestie en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. De laatste wereldtentoonstelling, in New York, dateerde van 1939. Boudewijn kan er handig zijn populariteitskarretje aan vasthaken. De Expo is immers een opsteker voor het prestige en de uitstraling van België – het stokpaardje van de vorst. ‘Alleen spijtig dat de koning opnieuw niet kan lachen,’ noteert De Valkeneer kritisch in zijn boek. De wereldtentoonstelling betekent op dat moment een concurrentieslag tussen ideologieën. ‘In Brussel trachtte men terug te keren naar een krachtmeting op geestelijk en cultureel vlak,’ lezen we in De kroniek van onze eeuw. Niet dat die ‘terugkeer’ echt lukt. Time Magazine vindt dat de Expo vooral ‘een slagveld is voor het koudeoorlogsprestige tussen de vs en de Sovjet-Unie’. Het officiële thema is ‘Balans der wereld voor een humaner wereld.’ Wie heeft dat bedacht? Blikvanger is uiteraard het Atomium. Dat het Atomium uiteindelijk hét pronkstuk van de tentoonstelling wordt, blijft lang onzeker. Directeur Moens de Fernig wil immers een omgekeerde Eiffeltoren! Gelukkig kan men hem dat malle idee snel uit zijn hoofd praten. Bedoeling is het bolwerk na de wereldtentoonstelling helemaal af te breken. Maar er wordt hevig gelobbyd om het Atomium te behouden. Dat de kostprijs meer dan 200 miljoen frank (nu: 1,2 miljard frank of 30 miljoen euro) bedroeg, doet de balans in de richting van het behoud overhellen.

de jARen VijFTig: lood

113

Boudewijn zal de werf in de aanloop van de opening verscheidene keren bezoeken, vaak incognito. De eerste steen wordt al op 24 september 1955 gelegd. Boudewijn ziet er bij die bezoeken bezorgd uit. De activiteiten vorderen immers maar langzaam. Voor de Belgen is de wereldtentoonstelling ondertussen een soort weddingschap geworden: raken de werken op tijd klaar of niet? De meningen zijn verdeeld. Ook de buitenlandse pers meent dat de timing van het project een dubbeltje op zijn kant wordt. Een redacteur van het Amerikaanse weekblad Time bezoekt de werf vlak voor de opening. Het resultaat is een vrij kritisch en af en toe ronduit cynisch artikel. Een Fransman zucht dat het paviljoen nooit op tijd af zal raken. Het Amerikaans paviljoen moet vlak voor de opening nog helemaal herschikt worden. Een volledig deel wordt immers in extremis weggehaald omdat het niet afgewerkt raakt. Elders zijn gelijkaardige verhalen te horen, schrijft Time nog. Maar die verhalen verschijnen niet in de euforische Belgische pers. Tijdens de plechtige opening hangen her en der wel bordjes in verschillende talen met de waarschuwing dat de verf nog nat is. Een zuurpruim die daar op let. Boudewijn zal de eerste dag een tentoonstelling van moderne kunst bezoeken. Dan al weten zijn begeleiders dat hij niet erg van moderne kunst houdt. ‘U zou zich kunnen vervelen,’ waarschuwen ze de vorst voorzichtig. In het paviljoen is immers enkel abstracte kunst te bewonderen. Auteur Rudolph Nevi weet dat het om werken gaat van Olivier Strebelle en brandglaskunstenaar Michel Martens. Dat de koning niet veel om kunst geeft, bleek overigens een paar maanden eerder al. Toen verhuisde tot grote ontzetting van veel historici en kunstliefhebbers een belangrijk Belgisch werk naar het buitenland, de Merodetriptiek, een altaarstuk dat aangekocht werd door het Metropolitan Museum. Ook verschillende dagbladen veroordeelden het verlies van het belangrijke stuk. De Koninklijke Vereniging voor Archeologie overhandigt Boudewijn zelfs een petitie met het dringende verzoek het altaarstuk in België te houden. Het mocht niet baten. Kunstenaars gaven op hun beurt dan weer weinig om Boudewijn. Zo zei de Nederlandse dichter Lucebert ooit dat Boudewijn maar een ‘eenzame man was daar in zijn paleis’. En echtgenote

114

koning boudewijn

Dankzij Boudewijn wint België in 1958 het drielandengolftornooi.

de jARen VijFTig: lood

115

Fabiola zag er voor de kunstenaar op foto’s ‘zo dom uit als een oude non’. En dan botst Boudewijn voor de eerste keer op de jonge Wilfried Martens. Martens betoogt aan het Franse paviljoen voor meer Vlaamse autonomie. Hij is verontwaardigd dat de bordjes alleen maar Franse opschriften dragen. Is het niet merkwaardig dat beide mannen elkaar later zo goed zullen begrijpen? Er is ook een eerste contact met Paul Vanden Boeynants. VdB is schepen van Brussel en gedelegeerd bestuurder van Expo 58. Boudewijn is verbaasd over de jonge leeftijd van de man. Op 4 februari 1958 sterft de voorzitter van het Rode Kruis van België. Vlamingen pleiten voor een nieuwe tweetalige voorzitter na de Franstalige Frédéric de Merode. Maandenlang wordt er gespeculeerd over de opvolging van de edelman. De polemiek duurt tot eind november. Op aanraden van Boudewijn wordt uiteindelijk prins Albert de nieuwe voorzitter. De band van Boudewijn met Albert is sterker dan ooit.

Golf Boudewijn is in de jaren vijftig heel sportief. Om zich te ontspannen speelt de koning geregeld een partijtje golf. Dat kan zelfs in de tuin van het kasteel van Laken. The Evening Standard noteert dat de koning de hobby’s heeft van een succesvolle accountant. De vorst speelt het spel erg goed. In 1958 bezorgt hij België de overwinning in het drielandentoernooi. Boudewijn was ingeschreven als meneer de Réthy. Hij scoort het beslissende punt tegen Nederland. Frankrijk is laatste. Volgens kenners was Leopold nog net iets beter. Leopold was zelfs even de best geklasseerde Belgische speler. Komiek Bob Hope vond Boudewijn dan weer de beste golfer van alle toenmalige wereldheersers. Hij zag Boudewijn als ‘een doordouwer die een 72 gespeeld heeft’. Boudewijn had toen een handicap van 6. Hoe lager het getal, hoe beter de speler. Bob Hope vertelde dat Boudewijn voor grof geld speelde. ‘In de duizenden.’ Tijdens een spelletje waarin Hope en Boudewijn achterstonden, stelde de vorst voor om de inzet te verdubbelen. ‘Je verdient toch een pak geld, hé Bob’, zei Boudewijn al grappend.

116

koning boudewijn

Het jaar daarop nam Boudewijn half incognito deel aan de Ryder Cup in Gleneagles, Schotland. Twaalf Europese spelers, onder wie de Belgische koning, namen het op tegen twaalf Amerikanen. Europa verloor. In 1959 speelde Boudewijn nog tegen Ben Hogan, de king of golf. Hogan was onder de indruk. Enkele jaren later gaf Boudewijn de sport op omwille van rugproblemen. Bovendien paste de sport minder en minder bij het ‘volkse’ imago dat men de vorst wilde aanmeten.

Congo ‘De loop van de geschiedenis komt plots in een stroomversnelling en Congo belandt op de voorgrond van de Belgische politiek,’ schrijft historicus Guy Vanthemsche in zijn boek Congo. ‘Maandenlang (van eind 1958 tot in 1961) wordt het dossier een topprioriteit voor de Belgische politici.’ Eind jaren vijftig circuleren verschillende scenario’s. Een ervan is Leopold opnieuw in het politieke strijdtoneel te werpen. Er wordt gedacht aan een soort koningschap van Congo. Het idee wordt snel verlaten. Begin 1959 zijn er immers hevige onlusten in Congo. De politieke beweging Abako van de latere president Kasavubu eist de onafhankelijkheid voor Congo op. Er vallen meer dan tweehonderd doden. De ongeregeldheden worden snel de kop ingedrukt, maar hebben volgens historicus Vanthemsche ongetwijfeld ‘een enorme psychologische impact op zwart en blank’. Volgens professor Rik Coolsaet zijn zowel de Kerk als de koloniale ondernemingen en de koloniale administratie verrast en gedesoriënteerd door deze gebeurtenissen. Nauwelijks enkele dagen na de onlusten van 4 januari is de Belgische regering klaar met een nieuw beleid voor Congo. ‘België stelt voor om van Congo een autonome staat te maken, met een democratisch regime en met respect voor de mensenrechten en de Afrikaanse waarden.’ Toch slaagt Boudewijn, eigengereid als hij is, erin om er tussendoor te fietsen. Op 13 januari 1959 neemt de koning onverwacht het woord en laat in een markante radiotoespraak voor het eerst zelf de term ‘onafhankelijkheid’ vallen.

de jARen VijFTig: lood

117

Répondant à une longue attente, le gouvernement de Bruxelles annoncera aujourd’hui devant le Parlement un programme de réformes qui ouvrira une étape décisive pour les destinées de nos populations africaines. Je crois devoir à la mémoire de mes illustres prédécesseurs, fondateurs et consolidateurs de notre oeuvre en Afrique, d’en porter moi-même à votre connaissance le caractère et l’esprit. Le but de notre présence sur le continent noir a été défini par Léopold ii: ouvrir à la civilisation européenne ces pays attardés; appeler leurs populations à l’émancipation, à la liberté et au progrès, après les avoir arrachées à l’esclavage, aux maladies et à la misère. Continuant ces nobles visées, notre ferme résolution est aujourd’hui de conduire, sans atermoiements funestes, mais sans précipitation inconsidérée, les populations congolaises à l’indépendance dans la prospérité et la paix. (eigen cursivering) Het is een donderslag bij heldere hemel, een ‘coup de théâtre’ zoals Vanthemsche schrijft. Politieke waarnemers denken dat Boudewijn zijn hoofd op hol heeft laten brengen door de onlusten naar aanleiding van een verboden meeting van Abako in Leopoldstad. Hoogstens drie ministers zijn op de hoogte van deze verklaring van Boudewijn. De anderen zijn volgens biograaf Fralon ‘van de hand Gods geslagen’ bij het horen van het taboewoord ‘onafhankelijkheid’. Volgens Vanthemsche heeft alleen premier Eyskens weet van het initiatief van de koning. Hij moet dan ook de kroon dekken. Sommigen zijn er vandaag nog van overtuigd dat het Boudewijn is, die ‘onder invloed van (… ) parochiepastoors en -onderpastoors, het einde van het Belgische bewind in Congo aangekondigd heeft en zo de weg voor bloedbaden in de kolonie geopend heeft,’ schrijft Fralon. Dezelfde bedenking zal drie decennia later gemaakt worden bij de diepe vriendschap tussen Boudewijn en president Habyarima-

118

koning boudewijn

na. Sommige historici achten de Belgische vorst mee verantwoordelijk voor de volkerenmoord van 1994 in Rwanda. ‘Heeft Boudewijn de impact van zijn lezing (van begin 1959) voorzien?’ vraagt Fralon zich af. ‘Waarschijnlijk niet. Tal van ultraconservatieve raadgevers zullen hem op de vingers tikken en hij zal spijt krijgen van zijn woorden.’ Het klinkt als een vermaning van de biograaf. Ook historicus Vanthemsche laat tussen de regels verstaan dat de vorst door zijn boude verklaring de onrust in Congo inderdaad aangewakkerd heeft. De koning heeft een eigen agenda en het eigengereide beleid van het Paleis vormt volgens Vanthemsche zeker een ‘extra complicerende factor’ in het al complexe verhaal. Historicus Vincent Dujardin vindt ook dat het belang van die radiotoespraak van Boudewijn niet onderschat mag worden: ‘Het gaat om een van de belangrijkste handelingen die hij gesteld heeft in 43 jaar bewind.’ Zeker is dat Boudewijn hiermee een politieke daad stelt. En dat wordt hem door sommigen niet in dank afgenomen. Een bijkomende illustratie van dat eigengereide beleid van Boudewijn is het snode plan van de vorst om Maurice Van Hemelrijck, minister van Koloniën, voetje te lichten. Van Hemelrijck wil open kaart spelen over het Afrikaanse land, en dat is niet naar de zin van Boudewijn. Het Paleis houdt meer van geheime manoeuvres. Van Hemelrijck nam bij zijn tweede reis naar Congo in maart 1959 persoonlijk contact op met gevangen Abakoleiders, onder wie Kasavubu. Hij liet die nadien naar Brussel overkomen, waar zij zich vrij mochten bewegen. Die maatregel lokte zowel in België als in Congo kritiek uit. Het Hof desavoueerde ook de minister. ‘Daarom werd hij ten val gebracht,’ schrijft Manu Ruys in Een Levensverhaal. Van Hemelrijck was uiteraard verbitterd en had nadien ‘geen goed woord voor Boudewijn over’. Boudewijn had zeker niet alleen fans onder de politici.

de jARen VijFTig: lood

119

Balkanisering Waren het wel ‘parochiepastoors en -onderpastoors’ die Boudewijn aanspoorden om het woord ‘onafhankelijkheid’ te laten vallen in die beruchte radiotoespraak? Een politicus die anoniem wil blijven wijst op een andere mogelijkheid: (alweer) Lilian. Volgens hem overhaalde zijn stiefmoeder Boudewijn om Congo vroegtijdig op te geven. En waarom dan wel? Leopold had op dat moment belangrijke belangen in Congo. ‘Bijna een half miljard dollar,’ volgens The Miami News. De koninklijke familie heeft altijd commerciële belangen gehad. Congo was een ‘cash & carry’. Volgens die politicus kon Lilian haar echtgenoot Leopold en vooral stiefzoon Boudewijn overtuigen dat het in het belang van de familie was Congo snel los te laten. Eigenlijk had Lilian een soort ‘balkanisering’ van Congo in gedachten. Dit betekent een opsplitsing van de staat in kleinere regio’s of provincies die niet meer met elkaar samenwerken. Op die manier kon hun economisch belang in de provincie Katanga beter gevrijwaard blijven. Het is een straffe theorie, maar er zijn wel degelijk elementen die ze ondersteunen. De positieve houding van het Hof tegenover die afgescheurde provincie is er zeker één van. Bedrijven uit de groep van de Generale Maatschappij verleenden toen wel financiële steun aan alle Congolese partijen, maar we mogen er niet al te veel belang aan hechten. Volgens Rik Coolsaet gebeurde dat om ‘aldus de goodwill af te kopen van wie nadien aan de macht zou komen.’ Nauwelijks enkele maanden na de ‘onafhankelijkheidsverklaring’ van Boudewijn toont de vorst opnieuw zijn tanden. In april wil de regering de gouverneur van Congo, Hendrik Cornelis, vervangen. Boudewijn stelt zijn veto. En wint. Volgens auteur Guy Vanthemsche heeft Leopold iii deze strategie bij zijn zoon ingefluisterd. Of Lilian.

120

koning boudewijn

De reis naar de vs In mei 1959 maakt Boudewijn zijn eerste officiële reis naar de vs. Dat is verrassend. Het is immers de traditie dat het eerste officiële bezoek van een Belgische koning in Nederland plaatsvindt. Congo telt hierbij niet mee, aangezien het een kolonie van België is. Zelfs in Der Spiegel wordt bij het bezoek van Boudewijn aan de vs geschreven dat Boudewijn ‘de traditie verbreekt’. Het Duitse weekblad vergeet wel het korte bezoek aan Nederland dat Boudewijn in 1958 in persoonlijke naam bracht. Hij werd daar eind mei op het paleis Soestdijk opgewacht door prins Bernhard, de echtgenoot van Juliana. In juli 1959 brengt hij na diplomatieke kritiek dan toch een blitzbezoek aan Nederland. Tijdens die paar dagen in Nederland kijkt Boudewijn volgens de Nederlandse journalisten opnieuw ‘sip en zuur’. Toch weet voormalig ambassadeur Luc Ceyssens dat dit alleen in het openbaar is. ’s Avonds had koningin Juliana immers een ‘gek idee’. Het was die juli erg warm en ze stelde Boudewijn voor om samen incognito te gaan zwemmen. Met echtgenoot Bernhard en de prinsessen Beatrix en Irene dolden ze volgens Ceyssens aan het strand tot het opnieuw licht werd. ‘Niemand heeft er lucht van gekregen,’ vertelt hij aan Trouw. Over de reis naar de vs schrijft biograaf Fralon: ‘De Amerikaanse pers is verbijsterd door de stijfheid van de Belgische koning.’ De vorst toont volgens de auteur geen enkele spontaneïteit. ‘Als hij in Los Angeles met de bloedmooie Gina Lollobrigida een bal opent, is het commentaar van de diva over de Belgische koning nadien bikkelhard: “Hij is ijskoud.”’ Een anonieme politicus die de koning goed gekend heeft, is niet verbaasd over deze typering. ‘De koning heeft karaktertrekken waarmee zijn onderdanen tot nog toe niet vertrouwd zijn,’ vertelt hij aan auteurs Ilegems en Willems. ‘Hij kan ijskoud, hardvochtig en autoritair zijn.’ ‘President Eisenhower vergeet voor die gelegenheid zijn rancune tegenover Leopold iii,’ vervolgt Fralon. Toch zal Boudewijn ook daar voor consternatie zorgen. Tijdens het officiële bezoek is het bijwonen van de tickertapeparade voorzien. In de eerste plaats is dit voor de Amerikanen zelf een leuke boel. En het is vooral not

de jARen VijFTig: lood

121

Boudewijn op doorreis in Amerika. Naast hem zit hofmaarschalk Gobert d’Aspremont-Lynden. done dat een buitenlandse gast weigert deze parade bij te wonen. Boudewijn moet zich gewoon aan het protocol houden. Toch zal Boudewijn duidelijk maken dat hij de optocht niet wil bijwonen. Een niet bij naam geciteerde diplomaat weet dat Boudewijn toen echt ‘vastbesloten’ was om zijn kat te sturen. De Amerikanen zijn uiteraard verbijsterd. Ze moeten de koning met alle mogelijke argumenten overtuigen om de parade toch bij te wonen. Boudewijn bindt onder diplomatieke druk uiteindelijk in. Toch noteert het Amerikaanse tijdschrift Time in juni 1959 een ander verhaal over dat bezoek. Het lijkt wel of ze een andere Boudewijn aan het werk zagen. In Washington maakte de vorst grapjes met de journalisten en in Dallas danste hij tot halfdrie ’s morgens naast een zwembad. Boudewijn verklaarde daar dat hij in zijn hele leven nog nooit zoveel pret beleefd had. ‘In Hollywood praatte u lang en gemoedelijk met Charlton Heston, Gary Cooper, Frank Sinatra, Glenn Ford en Dean Martin’, schrijft Louis De Lentdecker. Dat is een heel ander beeld dan dat van de ‘koude’ en ‘stijve’ koning. Gaat het wel over dezelfde persoon?

122

koning boudewijn

De Amerikaanse journalist Charly Folez vergeleek de Belgische koning toen met een kassei. Maar dat was een compliment! ‘Jaren geleden vormden de Belgische kasseien (Belgian blocks) het enige Belgische exportproduct. Die kasseien zijn hard en lastig maar duurzaam. Majesteit: u bent een Belgian block, taai, hard en duurzaam. Dat is wellicht het beste voor uw land. Nadien wordt de vergelijking van de koning met een ‘Belgian block’ wel als pejoratief ervaren. Volgens Time ging het feestje van Boudewijn in de vs zelfs nog verder. In San Francisco’s Chinatown at de koning op een bepaald moment spare ribs en garnalen en genoot ondertussen van een optreden van de beroemde danseres/stripteaseuse Coby Yeel. Boudewijn lunchte daarvoor ook al met de bloedmooie actrice Debbie Reynolds. In de Amerikaanse pers zag men in die ster al een Belgische koningin. Tijdens de trip in de vs verdween Boudewijn ook even uit beeld. Na een officieel bezoek slaagde de chauffeur van Boudewijn erin om zijn begeleiders los te rijden. De koning was drie uur spoorloos.

Doctor horribilis causa ‘1959 is een incidentrijk jaar,’ noteert Jan Van den Berghe. ‘Het komt geregeld tot botsingen tussen Boudewijn en eerste minister Gaston Eyskens, onder meer naar aanleiding van Congo, het huwelijk van Albert en Paola en de verhuizing van Leopold en Lilian uit Laken.’ Wat dat laatste betreft kondigt de regering op 26 mei 1959 Leopolds vertrek uit het paleis van Laken aan. Het initiatief voor de verhuizing komt van Eyskens. De christendemocraten hebben hun standpunt over de diarchie dus gewijzigd. De verhuizing zal nog meer dan een jaar op zich laten wachten. Volgens auteur Pierre Stéphany had Boudewijn voorgesteld om zelf te verhuizen. Leopold en Lilian mochten voor de vorst in Laken blijven wonen. Maar premier Eyskens is vooral woedend als hij Boudewijn in de Verenigde Staten niet onmiddellijk kan bereiken. Eyskens wil dringend met de koning over Congo overleggen. In het Waldorf Astoria Hotel had Boudewijn in aanwezigheid van voormalig pre-

de jARen VijFTig: lood

123

sident Herbert Hoover immers het volgende verklaard: ‘Mijn landgenoten willen de Congolezen naar een punt brengen waarop ze in staat zijn hun eigen toekomst te kiezen.’ Eyskens wordt uren aan het lijntje gehouden. Volgens Der Spiegel bespreekt Boudewijn de onderwerpen eerst met zijn vader. Een incident dat Van den Berghe niet vermeldt, vindt plaats aan de universiteit van Brussel. Boudewijn wordt er doctor honoris causa. Enkele schalkse studenten hebben die dag een spandoek gemaakt. ‘Balduinus, doctor horribilis causa’ staat er op te lezen. Het spandoek wordt onmiddellijk in beslag genomen. De studenten worden opgepakt. Een van de opstandige studenten is Philippe Moureaux, die aan de universiteit van Brussel studeert. Enkele weken later vertelt de koning aan Charles Moureaux, minister van Onderwijs en vader van Philippe, dat de grap hem ‘in het verkeerde keelgat geschoten is’. Er is zelfs even sprake van om de studenten te vervolgen wegens majesteitsschennis. Dat idee wordt na overleg opgeborgen. Volgens auteur Fralon bewijst die reprimande een manifest gebrek aan humor bij de koning. Jaren later zal ook woordvoerder Claude de Valkeneer dit persoonlijk ervaren. Als hij met Boudewijn met de ‘koninklijke’ trein van Brussel naar Luik reist, schertst De Valkeneer dat ‘het koninkrijk zo klein is dat ze niet eens in staat zijn een volledige maaltijd te eten.’ Tijdens de treinrit kreeg het gezelschap immers een volledig diner met voor- en nagerecht. Aangezien de trein na korte tijd zijn eindbestemming bereikt had, was er geen tijd meer over voor het dessert. De koning kon het grapje volgens De Valkeneer niet echt appreciëren. Ook volgens Mark Eyskens is Boudewijn ‘allesbehalve een grapjas’.

De verhouding met Vlaanderen Een ander zwak punt in de tweede helft van de jaren vijftig is de verhouding van de koning met Vlaanderen. De Standaard vond dat er een te grote afstand was tussen het Paleis en de bevolking. Vooral de betrekkingen met Vlaanderen laten volgens Gaston Eyskens te wensen over. Eyskens spreekt Boudewijn hier over aan. ‘De leden van het

124

koning boudewijn

Hof reizen wel naar allerlei culturele manifestaties, maar op Vlaamse gebeurtenissen blijven zij afwezig.’ Veel beterschap zit er voorlopig niet in. De omgeving van de vorst is Franstalig. Grootmaarschalk Gobert d’Aspremont blijft in dienst tot in 1962. In het gesprek met Boudewijn vertelt Eyskens ook dat hij verkiest dat de vorst hem persoonlijk vragen stelt. ‘U mag zich rechtstreeks tot mij wenden indien u mijn mening wenst te kennen.’ Eyskens krijgt in de tweede helft van de jaren vijftig immers voortdurend vragen over het regeringsbeleid van kabinetschef Lefébure. ‘Ik had het gevoel dat Lefébure in opdracht handelde,’ vertelt Eyskens. De premier vond dat een eigenaardige manier van werken. Hij heeft er ook een verklaring voor: ‘Ik had de indruk dat Boudewijn niet helemaal zeker van zijn stuk was en vragen stelde op basis van een (door de kabinetschef) vooraf opgesteld lijstje.’ Die gewoonte blijft Boudewijn zijn hele leven trouw. In 1959 is er nog een echte botsing, naast de talrijke figuurlijke aanvaringen met de politici. Midden juni 1959 rijdt Boudewijn op weg van Namen naar Brussel met zijn wagen tegen een fietser die uit een zijstraat komt. De vorst neemt de gewonde fietser mee naar een apotheek. Een laatste incident dat jaar vindt plaats in Saint-Tropez. Boudewijn is er medio augustus op vakantie. Paparazzi willen de vorst na een wilde nacht in een discotheek in de vroege uurtjes fotograferen. De vorst pikt dit niet. ‘Boudewijn kibbelt met fotografen,’ koppen de kranten. Volgens artikelen uit de Hartford Courant kwam het bijna tot een handgemeen tussen de koning en de fotografen. Een andere journalist weet dat de vorst de fotograaf bij de pols vastpakte om te verhinderen dat hij een foto zou maken, terwijl zijn zus Josephine-Charlotte een sjaal voor het gezicht van Boudewijn hield.

De reis naar Congo Op 20 december 1959 zijn er lokale verkiezingen in Congo. Ze worden geboycot door nationalistische partijen zoals Abako, die geen lijsten voor Leopoldstad indient. De opkomst is opvallend laag. Nauwelijks 33,6 procent van de kiezers daagt op. In Stanleystad

de jARen VijFTig: lood

125

behaalt het mnc van Patrice Lumumba wel een klinkende overwinning. Het mnc verovert 55 van de 73 zitjes. Patrice Lumumba werd geboren op 2 juli 1925 in Onalua. In de jaren vijftig oefende hij diverse beroepen uit. Hij was onder meer bierverkoper en bediende op een postkantoor. Vanaf 1958 werkte hij actief mee aan de oprichting van de Mouvement National Congolais (mnc), een politieke partij die meer autonomie voor Congo wilde. Lumumba werd na de door zijn partij overtuigend gewonnen nationale verkiezingen tot premier aangesteld. Eind 1959 vertrekt Boudewijn in zeven haasten naar de kolonie. Volgens Fralon gaat hij naar Congo om er de gemoederen te bedaren. Het werkbezoek van de koning is nochtans niet afgesproken. ‘De regering staat voor een voldongen feit,’ schrijft historicus Vanthemsche in Congo. Opnieuw neemt de koning op eigen houtje een initiatief. Erger nog is dat de koning hierdoor zelf de kroon ontbloot. Volgens jurist Jean Stengers gaat het om een ongrondwettelijke handeling. Volgens historicus Vincent Dujardin is de beslissing van Boudewijn zonder enige twijfel overhaast genomen. In het boek 19581960. De la paix scolaire à la tourmente congolaise schrijft auteur Georges-Henri Dumont dat het ‘een persoonlijk en verrassend initiatief’ van de koning is. Met de reis naar Congo toont Boudewijn duidelijk zijn ongenoegen over het gevoerde beleid van de regering. Ook minister August-Edmond De Schryver is tegen het plan van Boudewijn gekant. De Schryver is op dat ogenblik voor Congo bevoegd. Hij probeert de koning het idee uit zijn hoofd te praten. De Schryver was in november 1959 nog naar Congo geweest om er poolshoogte te nemen van de situatie. ‘De minister had grote vragen bij de wenselijkheid van de reis,’ schrijft Godfried Kwanten. ‘Onlusten konden het prestige van de kroon aantasten.’ Bovendien zou Boudewijn de politici het gras voor de voeten wegmaaien. De Congolese nationalisten verkozen immers de koning als gesprekspartner. Minister De Schryver bond evenwel in ‘omdat het Hof bij zijn voornemen bleef’. In de Amerikaanse ambassade in Brussel wordt ondertussen met afschuw gereageerd op deze beslissing. Men staat er perplex. Ambassadeur Freeman vindt dat Boudewijn een te groot risico

126

koning boudewijn

neemt. ‘In geval van mislukking zal het koninklijke prestige hieronder verschrikkelijk lijden en de taak van België zal vervolgens veel moeilijker worden,’ staat in een vertrouwelijke nota van de ambassadeur.

Dipenda Boudewijn wil bij de colons in Congo de haalbaarheid van een nieuw concept toetsen: een soort gemenebest. Het gaat om twee ‘onafhankelijke’ staten, met Boudewijn als koning. De bedoeling is zuiver economisch. Het Belgische koningshuis heeft via zijn participaties in de Generale Maatschappij en haar dochterbedrijven Union Minière en Forminière grote belangen in Congo. Boudewijn wil de controle over de bodemschatten niet verliezen. ‘Op het vliegveld braken duizenden zwarten door het veiligheidscordon,’ herinnert een niet nader genoemde journalist zich in De kroon ontbloot. ‘Paniek onder de Belgen! Wij dachten dat ze de koning wilden lynchen.’ De Congolezen staken hun afkeer voor alles wat blank was toen niet weg. ‘De massa viel Boudewijn weer even uitbundig om de hals als vier jaar voordien,’ vervolgt de journalist. De zwarten dachten immers dat Boudewijn ‘vriend’ Lumumba kwam bevrijden. Die zat toen in de gevangenis van Stanleystad. De Congolezen hadden het bij het verkeerde eind. Boudewijn haatte Lumumba toen al. De Congolese politicus was bovendien een voorstander van een presidentieel regime. Voor Boudewijn had hij geen plaats voorzien. En ook de veroordeling van Lumumba in 1957 voor een diefstal van 125 000 frank deed zijn imago bij Boudewijn uiteraard geen goed. Lumumba had dat bedrag een jaar eerder in het postkantoor waar hij als klerk werkte, ontvreemd. In de Congolese rechtbank vertelde hij dat hij het geld nodig had om zijn politieke activiteiten te financieren. Lumumba werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en een boete. De enthousiaste Congolezen denken niet alleen dat Boudewijn Lumumba komt bevrijden, ze hopen ook op een officiële onafhankelijkheidsverklaring van Boudewijn. Overal juicht men hem toe: ‘Vieve Pidgin’ en ‘Vieve diepend’. Dipenda betekent ‘onafhankelijkheid’.

de jARen VijFTig: lood

127

Achteraf beschouwd heeft Boudewijn bijzonder veel geluk gehad. Wellicht had hij bij het voornemen van die reis zijn triomfantelijke doortocht van 1955 in gedachten. De toestand in Congo vier jaar later was helemaal anders, op het prerevolutionaire af.

Uitgejouwd, beschimpt en vernederd Boudewijn blijft uiteindelijk van 16 december 1959 tot 2 januari 1960 in het Afrikaanse land. Hij is er samen met minister De Schryver. Volgens de cvp-politicus was het onthaal in zes provincies van Congo ‘enthousiast’. Alleen in Stanleystad waren er ‘enkele kleinere incidenten’. In de Belgische pers wordt ondertussen gelogen dat het woord ‘onafhankelijkheid’ geen enkele keer gevallen is. Spreekt De Schryver wel de volledige waarheid? Buitenlandse journalisten publiceerden een ander verslag van dat bezoek. Volgens de Britse krant The Independent werd Boudewijn ‘beschimpt’. De zwarten wachtten hem op met ‘gebalde vuisten’. Op sommige plaatsen stonden de Congolezen ‘grimmig en stilzwijgend’ achter bewapende troepen. Volgens The Desert News waren er ‘duizenden Congolezen die hun vuisten opstaken naar de koning en om onafhankelijkheid riepen’. Aan de blanke colons was uitdrukkelijk gevraagd de Congolezen geen vrije dag te geven. Maar de zwarten gehoorzaamden niet meer. Reuters signaleert dat de oproerpolitie zelfs traangas gebruikte om de demonstranten uit elkaar te drijven. Boudewijn keerde volgens de buitenlandse pers ‘vernederd’ terug naar België. Sterker nog, hij werd ervan beschuldigd door zijn aanwezigheid ‘de rellen in Congo nadien aangewakkerd te hebben’. In januari 1960 start vervolgens in België een rondetafelconferentie met Congolese en Belgische delegaties. Ze flopt. ‘De rondetafelconferentie loste het meest cruciale probleem voor de toekomst van Congo niet op, namelijk de verdeling van de financiële middelen tussen de centrale staat en de provincies, en in de eerste plaats Katanga, Congo’s rijkste provincie,’ schrijft Rik Coolsaet. Volgens socialistisch minister van Staat Henri Rolin werd toen de sleutelbos aan de Congolezen overhandigd.

128

koning boudewijn

Op 18 februari keurt de Kroonraad de onafhankelijkheid van Congo goed. De onafhankelijkheid gaat in op 30 juni. Aan de onafhankelijkheid zullen parlementsverkiezingen voorafgaan. Het mnc van Lumumba komt in mei als sterkste uit de bus. Hij wordt premier van Congo. Er zijn in 1959 ook ernstige problemen in Ruanda, een mandaatgebied van België. Er woedt dan al een bikkelharde strijd tussen Tutsi’s en Hutu’s. Belgische para’s moeten in november 1959, na een bloedige burgeroorlog, tussenbeide komen. Pas in 1962 wordt Ruanda onafhankelijk.

Boudewijn wil aftreden – de kerk raadt het af De spanning tussen Boudewijn en de regering is eind jaren vijftig te snijden. De vorst wil voor Leopold en Lilian een nieuwe residentie op het domein van Laken bouwen. ‘Lilian wilde dicht in de buurt van de koning (Boudewijn) blijven wonen,’ noteert Lilianbiograaf Raskin. Daarom wil ze dat de staat een tweede koninklijk paleis zou bouwen in het park van Laken. Premier Eyskens stelt een veto tegen die plannen van Lilian en Boudewijn. De krant Het Volk heeft het over een buitensporige kostprijs van tachtig miljoen frank. Boudewijn is door de weigering behoorlijk van zijn stuk. ‘Ik kon daarmee niet akkoord gaan. De plannen werden opgeborgen,’ vertelt Eyskens. Ook de relatie tussen Leopold en Lilian komt onder spanning. Leopold heeft zoals gezegd een Franse minnares. Hij wil zelfs een compleet nieuw leven beginnen met de jonge Française. Zij is zesentwintig, hij is er dan bijna zestig. Maar onder druk van het Belgisch establishment keert hij – na lang aarzelen – naar Argenteuil terug. Volgens sommige bronnen hebben met name kardinaal Van Roey en premier Lefèvre hem tot inkeer gebracht. Hoe verloopt de relatie tussen Lilian en Boudewijn? Zeker is dat Lilian in november 1959 verklaart dat Boudewijn zich nog niet zal verloven. Volgens diverse bronnen denkt Boudewijn aan aftreden. Vooral het huwelijk van zijn broer Albert met Paola maakt hem depressief. In 1958 ontmoet Albert Paola voor de eerste keer op een recep-

de jARen VijFTig: lood

129

tie van de Belgische ambassade in de villa Doria Pamphili, naar aanleiding van de inhuldiging van paus Johannes xxiii. Ze worden op slag verliefd. Paola is het zevende en laatste kind van graaf Fulco Ruffo di Calabria (1884-1946) en gravin Luisa Gazelli. Haar grootmoeder aan vaderszijde is de Belgische Laura Mosselman du Chenoy. Paola is een nakomertje en wordt tijdens haar jeugd verwend. Tot ze Albert ontmoet staat ze bekend om haar wilde uitgaansleven. ‘Boudewijn is bijna dertig en nog altijd vrijgezel, verstrikt in een celibaat dat de grenzen van het aanvaardbare begint te overschrijden,’ noteert Patrick Roegiers. (eigen cursivering) Als ook zijn goede Japanse vriend Aki-Hito op 10 april 1959 in het huwelijksbootje stapt, is de maat voor Boudewijn vol. Zijn populariteit heeft dan een flinke duik genomen. Volgens Pourquoi Pas is dat te wijten aan zijn adviseurs, de ‘hielenlikkende oudjes’ Gobert d’Aspremont, Raymond Dinjaert en René Lefébure. Ze moeten de koning met raad en daad bijstaan, maar volgens het tijdschrift voeren ze ‘een belegen beleid’. Bij het huwelijk van Albert met Paola maakt het Paleis opnieuw een flater, een illustratie van dat ‘belegen beleid’. De koninklijke familie, in rechtstreeks contact met het Vaticaan, ‘vergeet’ de regering in te lichten. De linkse pers is verontwaardigd. Ook prins Albert is woedend. Hij neemt woordvoerder Claude de Valkeneer onder vuur en roept hem toe dat het zijn schuld is. ‘Hij was razend omdat het beeld van zijn huwelijk bezoedeld wordt door deze perscampagne,’ schrijft De Valkeneer in De cour à jardin. Nochtans had De Valkeneer met deze hetze niets te maken. Hij voerde alleen maar de instructies van Leopold en Lilian uit. Auteur Pierre Stéphany meent dat het oorspronkelijke idee, een huwelijk in Rome, van Boudewijn komt. ‘In 1959 wordt gezegd dat hij (Boudewijn) gaat aftreden ten gunste van Albert en dat hij overweegt in te treden bij de trappisten,’ schrijft Roegiers. Sommigen denken dat dit roddels zijn, maar het plan bestond wel degelijk. Een gesprek met een hoog lid van de Belgische clerus bevestigt dat Boudewijn zin had om af te treden, maar een vertegenwoordiger van de Belgische kerk kan hem dit voornemen uit zijn hoofd praten Hoogstwaarschijnlijk gaat het om Leo-Jozef Suenens. Suenens

130

koning boudewijn

was eerder de mentor van prinses Josephine-Charlotte en een graag geziene gast op het paleis. Ook Boudewijn zou de man vanaf het einde van de jaren vijftig erg beginnen waarderen. Een onderdeel van het plan van Suenens om Boudewijn op de troon te houden, is hem aan een verloofde te helpen. Hij doet een beroep op de Ierse non Veronica O’Brien (1905-1998), die in de ban is van de Mariaverering. Na de Tweede Wereldoorlog was Veronica naar Frankrijk getrokken en richtte er achthonderd presidia van het Legioen van Maria op. In 1947 ontmoette ze Leo-Jozef Suenens en het klikte tussen beiden. Samen richtten ze in België fiat op, een acroniem voor Fraternity International Apostolic Team. Fiat betekent ook ‘dat het geschiede’. Veronica O’Brien schuift op de vraag van Suenens doña Fabiola Mora y Aragon naar voren als mogelijke huwelijkskandidate voor Boudewijn. Fabiola werd geboren op 11 juni 1928 in het familiepaleis aan de Calle Zurbano in Madrid. Haar ouders zijn doña Blanca de Aragon y Carillo en don Gonzalo Mora. Haar voornaam verwijst naar de huwelijksreis die haar ouders in Italië maakten. ‘Zij waren in de ban van het verhaal over de Romeinse patriciërsdochter Fabiola, die afstand deed van haar wereldse bezit om christen te worden en daarna stierf als martelares,’ aldus Brigitte Balfoort en Joris De Voogt. Door de samentrekking van de namen van vader Mora en moeder Aragon heet Fabiola bij haar geboorte Mora y Aragon. Haar ouders zijn niet onbemiddeld. In het paleis werken twintig bedienden. Ze zijn allemaal ongehuwd en moeten de kinderen, zelfs de allerkleinsten, met ‘u’ aanspreken. Fabiola is de op een na jongste van zeven kinderen. Haar oudste broer heet Gonzalo junior. Na hem worden twee zussen geboren: Neva en Ana-Maria. Daarna volgen twee broers: Alejandro en Jaime. Na Fabiola, zesde in de rij, volgt nog Maria-Luz. Fabiola is acht jaar als in 1936 de Spaanse burgeroorlog uitbreekt. Ze houdt er een levenslange angst voor geweld aan over. De familie beslist naar Frankrijk te vluchten. Later verhuizen ze naar Zwitserland. In 1939 keert het gezin Mora y Aragon terug naar Spanje. Fabiola is een braaf en onopvallend meisje. Ze loopt school bij de Zusters van het Heilig Hart. Zodra ze kan, werkt ze voor goede

de jARen VijFTig: lood

131

doelen. ‘Ze bezoekt arme gezinnen, sleept levensmiddelen aan, wast de kinderen, verzorgt de zieken, geeft stervensbegeleiding,’ aldus Balfoort en De Voogt. Ze is op het ogenblik dat ze Boudewijn ontmoet zeker geen non. De religieuze verdieping volgt pas veel later. In 1952 verlooft ze zich zelfs met Andrès de la Vega, zoon van een markies. De wederzijdse families zijn het eens over een huwelijk. ‘Maar dan maakt de verloofde het uit omdat hij meent te weten dat Fabiola geen kinderen kan krijgen.’ In Spaanse aristocratische kringen is het de gewoonte dat de toekomstige bruid een gynaecologisch onderzoek ondergaat. Kortom, Boudewijn staat op het einde van de jaren vijftig op een kruispunt. Zal hij zo populair worden als Leopold i en Albert i? Of zal Boudewijn de weg inslaan van Leopold ii en Leopold iii, die veel krediet verspeelden en zo, om het met L’Express te zeggen, ‘de republikeinse gedachte gestimuleerd hebben’?

De koning leert vliegen Het Franse tijdschrift Paris Match hield Boudewijn tijdens het huwelijk van zijn broer goed in de gaten. ‘Met trage passen, tijdens de donder van het orgel, schrijdt de stoet naar de grote poorten van de kathedraal, geopend naar het licht. Aan de arm van zijn grootmoeder volgt de vorst de jonggehuwden, meditatief, gesloten. De eenzame koning, de koning-vrijgezel.’ Midden juli 1959 komt de keizer van Ethiopië, Haile Selassie, op bezoek in ons land. Ter ere van de keizer worden overal palmbomen neergezet, zelfs in de fabriek van fn. Tijdens het galadiner op het paleis geeft Selassie een voordracht in het Aramees. Niemand begrijpt een woord van wat de keizer vertelt. Boudewijn vraagt hem nadien waarom hij niet in het Engels of het Frans gesproken heeft. De keizer wilde zich naar eigen zeggen niet in onze taalkwestie mengen. De reis naar de vs van enkele maanden eerder heeft gevolgen. Boudewijn wil leren vliegen. Volgens Patrick Lefèvre is er een andere aanleiding. ‘De helikopter die hem op 29 maart 1959 terugbrengt van de School voor Pantsertroepen van Stokkem moet een noodlan-

132

koning boudewijn

ding maken. Boven La Roche valt de motor plots uit.’ Piloot Anselme Vernieuwe zit aan de stuurknuppel van de Sikorsky en slaagt erin de helikopter zonder schade in een veld neer te zetten. De koning is behoorlijk in de war. Vernieuwe heeft na het incident een lang onderhoud met de vorst. Enkele maanden later wordt Vernieuwe belast met de opdracht de koning te leren vliegen. Séguy en Michelland weten dat de Belgische luchtmacht een Aerocommander met registratienummer ot-cwb voor de vorst koopt. ‘Er is plaats voor zeven passagiers… onder wie de koningin, die er kennelijk niet veel voor voelt,’ schrijven ze. Fabiola zal nooit meevliegen. Ze is bang in de lucht. ‘Dat voor een koning bepaalde deuren vaak makkelijker opengaan dan voor een gewone sterveling, blijkt uit de aankoop van zijn eerste privévliegtuig,’ schampert Maud Bracke. ‘Bij zijn officiële reis naar de Verenigde Staten in 1959 merkt hij een nieuw sportvliegtuig op dat in België niet te verkrijgen is.’ In september 1961 maakt Boudewijn dan zijn eerste vluchten. Hij vertrekt vanuit Grimbergen en vliegt telkens naar een van de vele koninklijke domeinen. Boudewijn vliegt nooit alleen. Er is in het toestel een dubbele besturing aanwezig. Ook het Duitse tijdschrift Der Spiegel heeft opgevangen dat Boudewijn in het najaar van 1961 boven België rondvliegt. Volgens de Duitsers is er evenwel iets mis met de navigatie van Boudewijn. De Belgische koning denkt op een bepaald moment dat hij boven Antwerpen vliegt. In werkelijkheid bevindt het vliegtuig zich boven Denderhoutem. Der Spiegel vraagt de koningsgezinde Belgen vriendelijk te zwaaien naar de koning als ze het toestel met registratienummer ot-cwb opmerken en ‘hem de juiste vliegrichting aan te wijzen’. Toch ontvangt Boudewijn in 1964 zijn ‘vleugels’. ‘Nauwelijks heeft hij zijn brevet of hij is het bijna onmiddellijk weer kwijt. Hij scheert rakelings over Laken, een sector waar dat natuurlijk strikt verboden is,’ aldus Séguy en Michelland. Het satirische blad Pan schrijft: ‘Je suis oiseau, voyez mes ailes’ of ‘Ik ben een vogel, kijk naar mijn vleugels.’ De toon van het artikel is scherp, zelfs naar de normen van het satirische weekblad. Twee dagen later arriveert de reprimande. ‘De piloot van de Aerocommander met registratienummer ot-cwb heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige overtreding van de luchtvaartwet,’

de jARen VijFTig: lood

133

staat er in de brief. Volgens Séguy en Michelland moet Boudewijn zijn brevet onmiddellijk inleveren. Dit gebeurt uiteindelijk niet door ‘rechtstreekse interventie van kolonel Binon’. Luitenant-kolonel Binon is bevelhebber van de vijftiende Wing en staat in voor de koninklijke reizen vanuit Melsbroek. Een koning mag altijd iets meer dan gewone burgers. Toch is dat roekeloze gedrag van de vorst niet zo vreemd. Niet alleen in de lucht doet Boudewijn wat hij wil. In de jaren daarvoor zien ‘nietsvermoedende onderdanen soms een jongeman gehuld in een leren jas en met een grote motorbril over de Belgische wegen razen,’ onthullen Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. (eigen cursivering) Die motorfiets is een Saroléa 600 cc van Belgische makelij. Boudewijn koos in 1956 het model Atlantic/Major. Boudewijn houdt niet alleen van snelle motoren. Hij ziet ook graag dure auto’s. Hij heeft een Porsche Spider en zelfs een Aston Martin db-2, een exclusieve en snelle sportwagen. De koning vertrouwt Mark Eyskens later toe dat hij in die jaren dolgraag met die wagen op de Belgische wegen reed. Patrick Roegiers onthult dat Boudewijn ook ‘gek is op Maserati’s’. De sportwagen van Boudewijn staat in de jaren vijftig naast de hemelsblauwe Ferrari van Lilian in de koninklijke garage. Dat beeld zal in de jaren zestig helemaal verdwijnen. Eind 1958 ontsnapt Boudewijn een eerste keer aan de dood. Bijna overlijdt hij tijdens een auto-ongeluk. Boudewijn is midden december op weg naar de Côte d’Azur. Zijn broer Albert is passagier in de wagen. Met hoge snelheid kan Boudewijn ter hoogte van Dijon een aanrijding niet meer vermijden. In de Belgische pers wordt dit ongeluk niet vermeld. Alleen in de Britse krant The Times worden er welgeteld drie regels aan gewijd. Wat is er precies gebeurd? Wellicht zal dat altijd een raadsel blijven. Die beelden zullen in de jaren zestig snel flou worden en uiteindelijk zelfs helemaal verdwijnen. Het Paleis toont Boudewijn liever aan het stuur van de eenvoudige Volkswagen Kever. Het beeld van een sobere koning moet verspreid worden.

134

koning boudewijn

Besluit Het koningschap van Boudewijn wordt vaak opgesplitst in twee delen: een eerste ‘moeilijke’ periode van 1950 tot 1960. En dan de tweede ‘betere’ periode van 1960 tot 1993. Veel waarnemers vinden dat Boudewijn in de eerste periode te veel onder invloed staat van zijn vader en stiefmoeder. Er wordt gesproken over een ‘diarchie’. Slechts na het huwelijk met Fabiola kan hij zich van de verstikkende omhelzing van zijn vader en stiefmoeder losmaken. Maar is dat beeld correct? De jaren vijftig waren best dubbelzinnig. Enerzijds leek Boudewijn verlamd door de invloed van zijn vader en vooral van zijn stiefmoeder Lilian. Maar voor een groot stuk was dat maar schijn. Hij had immers zijn eigen ideeën en de vorst dreef meestal zijn wil door. Er zijn voorbeelden zat: de begrafenis van King George, de wet Collard, de radiotoespraak over Congo, het vervangen van rebellerende ministers. Anderzijds waren de jaren vijftig voor Boudewijn zeer vruchtbaar op financieel vlak. Hij ontving een jaarlijkse vergoeding van 36 miljoen frank. Op tien jaar tijd is dat 360 miljoen frank. In huidige franken is dat 2,5 miljard frank of meer dan 62 miljoen euro. Fralon en zijn collega’s winden er geen doekjes om: ‘Boudewijn beschikt over flink wat spaarcenten, die hij opzij heeft gelegd toen hij vrijgezel was en die dankzij goede beleggingen voordeel hebben gehaald uit de beursboom na de Koreaanse oorlog. Na acht jaar regeren slaat de twijfel toe bij Boudewijn. Hij vindt dat hij niet geschikt is om koning te zijn. Bovendien is hij nog steeds vrijgezel en de geruchten over een vermeende homoseksuele voorkeur doen de ronde. Het plan om af te treden neemt zelfs vrij concrete vormen aan. Pas na lange gesprekken met een hoge vertegenwoordiger van de Belgische kerk – wellicht Suenens – wil Boudewijn op de troon blijven. Op hetzelfde moment schiet Suenens ook in actie om een echtgenote voor Boudewijn te vinden. Zeker is dat de koning in de jaren vijftig erg veel op reis gaat. Hij brengt weken door in Antibes, Zwitserland, Italië en aan de Côte d’Azur.

hoofdstuk 2

De jaren zestig: goud
‘Kinderen en onderdanen hebben het veel minder vaak bij het verkeerde eind dan ouders en koningen.’ philip chesterfield

H

et is een van de meest vertelde verhalen over Boudewijn. Als hij met Fabiola eind 1960 op huwelijksreis naar Spanje gaat, ruiken Leopold en Lilian hun kans om het kasteel van Laken te plunderen en alle meubels naar de villa in Argenteuil over te brengen. Het verhaal is ondertussen een eigen leven gaan leiden en wordt in zowat alle boeken over het koningshuis aangehaald. Volgens Evrard Raskin wachtte Boudewijn en Fabiola bij hun thuiskomst eind december 1960 een ‘onaangename verrassing’. Volgens voormalig premier Gaston Eyskens zat de koning in de hal van het paleis van Laken ‘op een houten kist’ tussen de reiskoffers. Zoon Mark Eyskens preciseert dat die kist een ‘bijzonder miezerige indruk’ maakte. Hij heeft het verhaal in zijn leven verschillende keren van zijn vader gehoord. Sommige bronnen berichten dat Leopold zelfs de stopcontacten ontmantelde en ze naar de villa van Argenteuil liet overbrengen. Balfoort en De Voogt schrijven dat het kasteel ronduit ‘leeggeplunderd’ werd. Patrick Roegiers omschrijft het als volgt: ‘Meubels zijn verdwenen, net als tapijten, gordijnen, schilderijen, snuisterijen: de hele rataplan.’ (eigen cursivering) Ook de prinsessen Esmeralda

136

koning boudewijn

en Marie-Christine, de dochters van Leopold, nemen aan dat de ‘breuk’ tussen Argenteuil (Leopold en Lilian) en Laken (Boudewijn en Fabiola) toen ontstaan is. Auteur Michel Verwilghen vindt het maar flauwekul. In zijn boek Le mythe d’Argenteuil zet hij de puntjes op de i. Dat verhaal is volgens hem nergens op gebaseerd. De enige bedoeling ervan was om Lilian opnieuw door het slijk te sleuren. Volgens Verwilghen waren Boudewijn en Fabiola op de hoogte van de geplande verhuizing van Lilian en Leopold. Bovendien was afgesproken dat het vertrek tijdens de reis zou plaatsvinden om Boudewijn en Fabiola niet te storen. Vergeten we niet dat de vier tot aan de huwelijksreis samen in Laken leefden. Dat Leopold en Lilian het paleis van Laken helemaal ‘leeggeroofd’ zouden hebben, vindt Verwilghen al helemaal grotesk. In zijn boek schermt hij met een inventaris van meubelen die na de verhuizing in Laken gebleven zijn. Het gaat om honderden meubels, voorwerpen en fauteuils. ‘Ruimschoots voldoende om aan het nieuwe koninklijke huishouden (van Boudewijn en Fabiola) te voldoen,’ schrijft de auteur overtuigend. Uiteraard namen Leopold en Lilian een deel van hun persoonlijke spullen mee. Maar het kasteel van Laken is na de verhuizing zeker niet leeg. Ook Lilian zelf beweert dat er helemaal geen sprake was van een roof: ‘De koning (Leopold) heeft alleen wat meubelen laten ophalen in Laken, zodat de kinderen en wij ten minste een bed hadden.’ Het enige verrassende was wel het moment van de terugkomst van Boudewijn en Fabiola. Door de verhitte politieke toestand in België waren ze immers verplicht enkele dagen eerder terug te komen, nota bene op vraag van premier Eyskens. Ook auteur Evrard Raskin denkt dat de ‘breuk’ tussen Laken en Argenteuil niet enkel aan het ‘leeghalen’ van Laken te wijten is. ‘Leopold en Lilian zouden er niet over te spreken geweest zijn dat ze niet werden betrokken bij de huwelijksplannen van Boudewijn.’ Ook was er niet onmiddellijk sprake van grote vriendschap tussen Lilian en Fabiola. Gaston Eyskens heeft het over ‘twee kemphanen’ die uit elkaars buurt gehouden moesten worden. Fabiola zou Lilian nooit vergeven hebben dat ze Boudewijn had ingelicht over haar vruchtbaarheidsproblemen. Volgens Patrick Roegiers is

de jARen ZeSTig: goud

137

het horen van de naam van Fabiola dan weer voldoende ‘om Lilian tot razernij te brengen’. Fabiola nam immers als koningin de plaats in die zij zo lang tevergeefs had geambieerd. Een anoniem geciteerde minister in De kroon ontbloot ziet het zo: ‘Er is altijd geïnsinueerd dat het politici zijn geweest die een wig hebben gedreven tussen Boudewijn en Leopold, maar dat is sterk overdreven. Het was een ordinaire familieruzie!’ Deze minister weet dat Boudewijn, die zo graag doorgaat voor de uitvinder van de nestwarmte en de familieliefde, twintig jaar lang geweigerd heeft zijn vader te ontmoeten. ‘Hij is Leopold pas gaan opzoeken toen die op sterven lag.’ Toch is die breuk nog steeds taboe binnen de koninklijke familie. Als Esmeralda een zeemzoet fotoboek met kiekjes van haar vader samenstelt – Leopold iii. Mon Père – probeert ze die scheiding handig te camoufleren. Er zijn heel wat foto’s waarop de kinderen van de twee verschillende vrouwen van Leopold – Astrid en Lilian – samen staan. ‘Het is alsof ze te allen prijze de geruchten wil ontkrachten over de breuk tussen beide families,’ schrijft Le Vif.

Vrijheid voor Congo Als Boudewijn op 29 juni 1960 op de luchthaven van N’Djili (Congo) in de klaarstaande zwarte convertible wil stappen, grist een Congolees de koninklijke sabel van Boudewijn mee. Fotograaf Robert Lebeck legt de gebeurtenis vast. Sommigen beweren dat de zwarte ermee wilde dansen. Volgens Africa Today is dat niet correct. ‘Hij liep weg zo snel als hij kon.’ Ondertussen riep hij ‘dipenda!’ Politiemannen en soldaten gingen de man onmiddellijk achterna en kregen hem ook te pakken. Volgens de Britse krant The Guardian ging het om een ‘excentrieke souvenirjager’. Anderen wijzen erop dat Ambroise Boimbo – zo heette de Congolees – geestesziek was. Het publiek op het vliegveld koos intussen wel partij voor de dief en moedigde de man aan. ‘De symbolische betekenis van de daad ontging de toeschouwers niet,’ noteert de redacteur van het stuk Uhuru (vrijheid) voor Congo. Het was volgens Africa Today het enige ‘halfkomische’ incident van die dag. Voor de rest was het volgens het blad maar een saaie bedoening.

138

koning boudewijn

Die negenentwintigste juni werd op het vliegveld opnieuw ‘dipenda’ gescandeerd door de Congolezen. Volgens de kranten ging het deze keer niet meer om een ‘eis’ maar om een ‘dankbetoon’ aan de koning. Boudewijn was eind juni 1960 in Congo. Niemand stelt zich vandaag nog vragen bij de aanwezigheid van de Belgische vorst. Maar in de weken voordien was er in België een bijzonder heftige discussie over. ‘De (stammen)onlusten duurden immers voort,’ schrijft Godfried Kwanten. In Leopoldstad moest de politie bij ongeregeldheden zelfs met de bajonet op het geweer ingrijpen. Uit telexen van minister De Schryver aan premier Eyskens blijkt dat Boudewijn gevaar liep. ‘Dat de toestand ook door de ministers als gevaarlijk werd ervaren, bewijzen ook de twijfels bij de regering en het Hof over de wenselijkheid van de deelname van de vorst aan de onafhankelijkheidsfeesten,’ noteert Kwanten. Opnieuw was er de vrees dat oproer in Congo de kroon in gevaar zou brengen. Om nog te zwijgen van de persoonlijke integriteit van de vorst. Net zoals de vorige keer ging minister De Schryver in de periode vóór de onafhankelijkheidsverklaring van 30 juni poolshoogte nemen. Deze keer vond de politicus de komst van Boudewijn wel een goede zaak. De sfeer in Congo was volgens hem immers relatief rustig. De uiteindelijke beslissing viel pas op het allerlaatste ogenblik, na een brief van president Kasavubu van 25 juni, waarin hij een vroegere uitnodiging aan de koning herhaalde.

Lumumba Op 29 juni ondertekenen Congo en België een vriendschapsverdrag. Op 30 juni 1960 leest Boudewijn in het parlement van Congo de officiële onafhankelijkheidsverklaring voor. Er wordt overgegaan tot de ceremoniële machtswissel. Boudewijn is zenuwachtig. Hij heeft nochtans tot de Heer gebeden. In zijn toespraak verwijst Boudewijn naar de exploten van zijn voorvader Leopold ii. De speech komt vandaag zeer paternalistisch over. Dat komt volgens historicus Dujardin omdat Boudewijn ‘overdreven trots is op wat Leopold ii voor Afrika gedaan heeft’. De vorst staat niet open voor kritische opmerkingen.

de jARen ZeSTig: goud

139

Premier Lumumba heeft het in zijn onafhankelijkheidstoespraak over ‘vernederingen, beledigingen en slagen’ . Koning Boudewijn is boos. En dan neemt Patrice Lumumba, de nieuwbakken premier van het land, onverwacht het woord. Hoewel: volgens sommigen was deze tussenkomst gepland. Een beperkt aantal hoogwaardigheidsbekleders was hiervan op de hoogte. Bovendien werd de toespraak kort voor ze werd uitgesproken in kleine kring onder de aanwezigen verspreid. Lumumba zat tijdens de speech van Boudewijn naast de Belgische premier. Eyskens zag dat Lumumba een speech had voorbereid en tijdens de voordracht van Boudewijn zijn oorspronkelijke tekst wijzigde. ‘Hij was de hele tijd met zijn papieren bezig geweest,’ vertelt Eyskens. ‘De oorspronkelijke tekst stond vol met groene en rode doorhalingen en nieuwe tekstgedeeltes,’ vertelt een andere niet nader genoemde Belgische politicus. Die oorspronkelijke tekst was volgens hem overigens ‘hard maar niet hatelijk’. Als Boudewijn zijn ‘paternalistische’ speech beëindigd heeft, springt Lumumba naar voren. Met de lenigheid van een tijger beklimt hij het spreekgestoelte van het Congolese parlement. Tijdens

140

koning boudewijn

zijn beruchte speech schoffeert Patrice Lumumba koning Boudewijn. De koning hoort Lumumba verklaren dat het Congolese volk ‘vernederingen, beledigingen en slagen’ heeft ondergaan. Die zin heeft Lumumba net daarvoor nog bedacht. De vorst is boos en beledigd. Volgens Pauline Opango, de laatste vrouw van Lumumba, had haar man nooit de bedoeling om Boudewijn te schofferen. De vrouw vindt overigens dat haar man die dag de waarheid sprak. ‘Lumumba richtte zich niet tot de aanwezigen, maar tot zijn landgenoten,’ vult Kwanten aan. Bovendien had Lumumba veel ‘respect’ voor Boudewijn. Hij wist ook dat de toekomst van Congo zich samen met de Belgen moest ontplooien. ‘Hij was zeker geen communist. Hij had zelfs het Oostblok nooit bezocht,’ aldus de vrouw van Lumumba. ‘Hij was veeleer een socialist.’ Ook Larry Devlin, voormalige cia-chef in Congo, vond Lumumba geen communist. Als er na de onafhankelijkheid van 30 juni 1960 onlusten uitbreken in Congo, maakt Lumumba wel de tactische fout om de Sovjet-Unie te hulp te roepen. Hierdoor krijgt hij onterecht de stempel van communist. Vooral de vs en de cia willen Lumumba uit de weg ruimen. Ook Boudewijn, rabiaat communistenhater, is Lumumba liever kwijt dan rijk. Lumumba moest dus uit de weg geruimd worden. Devlin kreeg van president Eisenhower de opdracht hem te vergiftigen, maar hij wachtte te lang. Het werkelijke motief voor de moord lag volgens de voormalige chief of station bij de natuurlijke rijkdommen van Congo: kobalt, uranium en diamant. De vs konden die maar al te best gebruiken en ze waren bang dat de nationalistische premier daar een stokje voor zou steken. Lumumba werd in het parlement door zijn landgenoten toegejuicht. ‘Wij, de ministers, keken elkaar verbijsterd aan,’ herinnert Eyskens zich. Eyskens adviseert de koning in eerste instantie Congo onmiddellijk te verlaten. ‘De ambassadeur van Ghana is dan bij mij gekomen,’ vervolgt de politicus. De ambassadeur stelt een verzoeningspoging voor. Eyskens stemt toe. Eyskens roept vervolgens Lumumba bij zich. Hij vraagt Lumumba om bij de lunch enkele verzoenende woorden te spreken. Pierre Wigny, minister van Buitenlandse Zaken, stelt zelf de tekst op.

de jARen ZeSTig: goud

141

Eyskens geeft hem aan de Congolese premier en Lumumba aanvaardt de tekst zonder voorbehoud. Lumumba zou nauwelijks enkele uren later precies het tegenovergestelde vertellen van wat hij die ochtend in het parlement had verklaard. ‘U kunt wel begrijpen dat Lumumba mijn achting totaal verloren had,’ vertelt Eyskens. Liet Lumumba zich in het parlement meeslepen door zijn emoties? Tijdens de lunch in openlucht brengt Lumumba hulde aan Boudewijn en aan België. Lumumba verontschuldigt zich ook bij Boudewijn. En op 3 juli verzekert premier Lumumba minister De Schryver dat hij het eerder gesloten vriendschapsverdrag loyaal zal uitvoeren. Maar voor Boudewijn heeft Lumumba het volledig verkorven. En zijn oordeel is definitief. In België heeft prins Karel de gebeurtenissen in Congo met belangstelling gevolgd. Dat zijn neef Boudewijn door Lumumba geschoffeerd werd, vindt hij fantastisch. Karel beloont Lumumba met de ronde som van twee miljoen frank, vandaag omgerekend 300 000 euro. Karel haatte zijn familie zo hartsgrondig dat hij op die manier zijn dankbaarheid aan Lumumba wilde betuigen.

Onlusten Na de toespraak van 30 juni 1960 breekt de hel in Congo los. Al op 2 juli zijn er hevige onlusten in Leopoldstad. De situatie in Congo verslechtert van dag tot dag. In allerijl moet Boudewijn zijn vakantie in Lourdes onderbreken. ‘In de nacht van 8 op 9 juli komt Boudewijn in het geheim naar België,’ weet historicus Dujardin. Hij heeft zich in de Franse bedevaartsstad net verloofd met de Spaanse doña Fabiola. De Belgen weten hier voorlopig niets van. Dat hij begin juli alweer op vakantie is, wordt Boudewijn door sommigen binnen de regering erg kwalijk genomen. Zijn plaats is in Brussel bij de Belgische ministers, om het Congodossier op te volgen. Ook Pierre Mertens verwijst ernaar in zijn roman Une paix royale. ‘De pelgrimstocht naar Lourdes was belangrijker.’ Op 11 juli 1960 roept Moïse Tsjombe de onafhankelijkheid van zijn Katangese provincie uit. Tsjombe biedt Boudewijn de hoogste leiding aan. ‘Hij herinnert aan een voorstel van de rondetafel om van de koning der Belgen het staatshoofd te maken van een Con-

142

koning boudewijn

golese staat die in een statenbond met België zou worden geïntegreerd,’ verduidelijken Franck en Roosens. Boudewijn neemt een positieve houding aan tegenover Katanga. Ook Frankrijk roert zich. ‘Kort na de rondetafelconferentie maakte Parijs aanspraak op het recht van voorkoop dat Leopold ii in 1884 aan Frankrijk had toegestaan om Congo over te nemen als de Belgen er afstand van zouden doen,’ noteren De Witte en Vervaet in Knack. De relatie van de Belgische regering met Lumumba gaat ondertussen van kwaad naar erger. Op 14 juli verbreekt Congo alle diplomatieke relaties met ons land. De kwestie van Katanga, de rijkste provincie van Congo, verdeelt de regering. De Abakopartij van president Kasavubu stuurt zelfs een ultimatum naar Boudewijn. Volgens Abako zet het Belgisch bestuur de Congolese stammen tegen elkaar op. Wat is het werkelijke standpunt van Boudewijn over Congo? Een brief van zijn kabinetschef André Molitor aan Pierre Harmel van 24 juni 1966 geeft daarover een glashelder beeld. Molitor benadrukt dat hij de woorden van Boudewijn zo getrouw mogelijk weergegeven heeft. ‘Hij (Boudewijn) vertrekt van het idee dat het nog niet mogelijk is om gelijkwaardige relaties te hebben met de Congolezen, zoals met de ontwikkelde landen. De vorst meent dat we van hen moeten aanvaarden dat ze bepaalde “fantasietjes” hebben, die binnen een relatie met een normaal land een onvergeeflijke belediging (affront) zouden betekenen.’

De intriganten van de koning De Congocrisis zet de relatie tussen Boudewijn en de regering opnieuw op scherp. Dat het tussen beide partijen niet echt botert, is een understatement. Boudewijn vindt immers dat de politici er niets van bakken. Hij zou het dossier helemaal anders aanpakken. Helemaal ongelijk heeft de vorst niet. ‘De Congocrisis brengt het kabinet Eyskens zowel in binnen- als buitenland in diskrediet,’ noteert Gerard. ‘België wordt door de Verenigde Naties veroordeeld en de publieke opinie in België roept om meer doortastendheid.’

de jARen ZeSTig: goud

143

Boudewijn heeft een snood plan bedacht. Hij wil de hele regering van premier Gaston Eyskens weg. Hij droomt van een zakenkabinet met sterke en onafhankelijke figuren. ‘Hij rekent vooral op de oud-premiers Paul Van Zeeland – een favoriet van het Hof – en Paul-Henri Spaak,’ aldus Gerard. Spaak is dan secretaris-generaal van de navo. Met beiden heeft Boudewijn vanaf 4 augustus geheime ontmoetingen. Om zijn plan te doen slagen heeft Boudewijn de steun nodig van de pers. Op 6 augustus 1960 nodigt de vorst Victor Zeegers van La Libre Belgique en Charles Breisdorff van Le Soir uit. De koning vraagt de beide hoofdredacteurs om zeer kritische stukken te schrijven over de regering Eyskens. Beide journalisten gaan op het verzoek van Boudewijn in. Enkele dagen later, op 9 augustus, verschijnt een eerste vlijmscherp artikel: D’échec en échec. De regering Eyskens sukkelt van de ene mislukking naar de andere. ‘Bij het verlaten van het paleis zouden Zeegers en Breisdorff ervan overtuigd geweest zijn dat mijn regering veroordeeld was,’ schrijft Eyskens bitter. De relatie tussen het Paleis en Le Soir was nochtans niet zo goed. Le Soir is altijd vrij kritisch geweest tegenover Leopold en zelfs tegenover Boudewijn, in tegenstelling tot La Libre. Claude de Valkeneer kreeg daarom de expliciete opdracht de verzuurde relatie te verbeteren.

Koninklijke woede Ook de buitenlandse pers heeft iets opgevangen. Time heeft het in een stuk over de ‘royal rage’ of de koninklijke woede. ‘Dit is het einde. Ik eis uw ontslag,’ roept Boudewijn naar premier Eyskens. Op de achtergrond speelt de tweede vn-resolutie. Daarin wordt de Belgische terugtrekking uit Congo geëist. Het dekolonisatiefiasco brengt de regering in nauwe schoentjes. ‘Het verlies van Congo betekende een economische schadepost voor het land dat op de internationale scène veel krediet kwijtspeelde,’ schrijft Kwanten. Maar de cvp heeft begin augustus een tegenbeweging ingezet. Op 4 augustus schrijft cvp-voorzitter Theo Lefèvre een merkwaar-

144

koning boudewijn

dige brief aan de vorst. Daarin drukt hij zijn verwondering uit over het feit dat Boudewijn van plan is een Katangese delegatie te ontvangen. Lefèvre vindt dat ons land zich geen twee politieke standpunten over Congo kan veroorloven. Hij verwijst naar de eigenzinnige politiek van Leopold iii tijdens de Tweede Wereldoorlog en vraagt Boudewijn niet dezelfde fout te maken. Maar ook Belgische zakenlui met belangen in Congo zijn niet gelukkig met het premierschap van Lumumba. ‘Brussel is van mening dat de verwijdering van Lumumba onontbeerlijk is om de belangen van de verschillende trusts die de kolonie als wingewest beschouwen, voor de toekomst veilig te stellen. Lumumba is ongewenst in de ogen van het Belgische establishment en dus moet hij van het politieke toneel verwijderd worden,’ beweren Van den Wijngaert en zijn twee collega’s. ‘In de ogen van Belgische strategen is hij “grillig en onberekenbaar”, een nationalist die de Belgische plannen voor de ontwikkeling van een neokolonialistische natie in de weg staat.’ Eyskens beweert in zijn memoires dat hij toen standhield tegen Boudewijn. Het was aan het parlement om zijn ontslag te vragen, niet aan de koning. Andere bronnen wijzen op een overwinning voor Boudewijn. ‘Volgens recent historisch onderzoek stelt de premier (Eyskens) toch zijn portefeuille ter beschikking,’ schrijven Polspoel en Van Den Driessche. Alle ministers zouden immers kort nadien ontslag genomen hebben. De enige voorwaarde is dat Eyskens opnieuw formateur wordt. Begin september 1960 stelt Eyskens zijn nieuw ploeg voor. Minister De Schryver is er niet meer bij. ‘Iedereen is het er over eens dat zijn verwijdering een absolute eis van de koning was.’ De meest verrassende nieuwkomer in de ‘nieuwe’ ploeg is Harold d’Aspremont-Lynden op Afrikaanse Zaken, de neef van grootmaarschalk Gobert d’Aspremont. De benoeming van d’Aspremont geeft Boudewijn meer invloed op de regering en vooral op het beleid ten opzichte van Congo. Het is de prijs die Eyskens betaalt om opnieuw premier te worden. Met d’Aspremont wordt een ‘meer gespierde’ politiek ten aanzien van Congo gevoerd. Kort na de onafhankelijkheid van Congo komen er buitenlandse interventies op gang. Vooral de vs tonen zich erg actief in Midden-Afrika. En ook België doet, onder de dekmantel van de Ver-

de jARen ZeSTig: goud

145

enigde Naties, alles om de regering Lumumba omver te werpen. Enkele maanden later, in september 1960, leveren deze interventies concrete resultaten op. Op 14 september 1960 pleegt generaal Mobutu voor de eerste keer een staatsgreep met steun van de vs en de cia. Hij probeert in eerste instantie Lumumba met Kasavubu te verzoenen. Dat mislukt. De regering Lumumba valt en de premier wordt vogelvrij verklaard. Op 1 december wordt Lumumba gearresteerd door de troepen van Mobutu en in de cel gegooid. Op 17 januari 1961 wordt Lumumba vermoord. Volgens Ludo De Witte zitten Pierre Wigny, minister van Buitenlandse Zaken en Harold d’Aspremont, minister van Afrikaanse Zaken, achter de liquidatie. ‘De auteur verwijst naar een telex van 16 januari 1961, waarin d’Aspremont er bij Tsjombe op aandringt de uitlevering van Lumumba te aanvaarden, terwijl hij goed weet dat dit Lumumba’s dood zou betekenen,’ beweren ook Van den Wijngaert en co. Volgens De Witte heeft ook koning Boudewijn achter de schermen een grote rol gespeeld. Op 27 oktober 1960 stuurt de vorst met medeweten van d’Aspremont-Lynden een brief naar Moïse Tsjombe, president van Katanga. ‘Deze brief is niet mee ondertekend door een minister,’ merkt historicus Dujardin op. Opnieuw begeeft Boudewijn zich buiten de grondwettelijke grenzen. ‘Het gaat hier dus ontegensprekelijk, vanuit juridisch oogpunt, om een verkeerde stap,’ besluit Dujardin. ‘De gebeurtenissen van 1960 doen veel onopgeloste vragen rijzen’, besluit Emmanuel Gerard. ‘Waarom neemt koning Boudewijn tien jaar na de gedwongen abdicatie van zijn vader een op het eerste gezicht zo persoonlijk en riskant initiatief ? Hoe kan zijn optreden in 1960 ingepast worden in het algemeen beeld van zijn regeerperiode?’ Volgens Gerard moeten andere personen een doorslaggevende rol gespeeld hebben. Hij noemt geen namen maar moeilijk is het niet: prinses Lilian, Leopold en toplui uit de Belgische industriële en financiële groepen. De enige zorg was het veiligstellen van de financiële belangen. Begin februari 1961 trekt Mobutu zich opnieuw terug.

146

koning boudewijn

De brief van Boudewijn aan Tsjombe In zijn brief van 27 oktober 1960 steekt Boudewijn de lof voor de Katangese leider niet onder stoelen of banken. Tsjombe is natuurlijk niets meer dan een Belgische marionet. In Brussel wordt gretig aan de touwtjes getrokken. Het is namelijk de bedoeling om via steun aan de Katangese secessie van Tsjombe weer greep op Congo te krijgen. Volgens David Wilsford zal Boudewijn vijfentwintig jaar lang persoonlijk het buitenlandse beleid van België voor Congo bepalen. Boudewijn schrijft ook dat hij de ‘niet-aflatende inspanningen’ van Tsjombe waardeert. Tegelijk hoopt de koning dat de wereldleiders zijn inspanningen binnenkort eveneens zullen appreciëren. ‘Ik wens dat de wereldopinie de bijzondere eer zal bewijzen die aan Katanga en zijn leider toekomt.’ De inhoud van de brief van Boudewijn komt nagenoeg volledig overeen met het standpunt van de regering, aldus Harmel. Maar niet alle politici zaten wat Katanga betreft op dezelfde lijn. Sommigen waren tegen de afscheuring van die provincie. De grootste fout die Boudewijn maakt, is dat de brief niet mee ondertekend is door een minister. ‘De koning heeft niet de bedoeling om zijn initiatief te verbergen aangezien hij wil dat de regering ingelicht mag worden,’ noteert historicus Dujardin. Maar toch gaat hij verder dan wat hij grondwettelijk mag. ‘Het gaat hier dus, op juridisch vlak, om een onbetwistbare misstap (van Boudewijn).’ (eigen cursivering) In het Congodossier hangt nog steeds veel mist over de juiste rol van Boudewijn. Voor hem, als nazaat van Leopold ii, was Congo immers een persoonlijk jachtterrein. Hij vond dat alles toegelaten was, zeker als het over het vrijwaren van de financiële belangen van de koninklijke familie ging. De 21-julitoespraak van 1960 vormt daar een illustratie van. Boudewijn veroordeelt de democratisch verkozen premier Lumumba en prijst Tsjombe. ‘Bovendien laat Boudewijn geen kans onbenut om het Katangese regime te behandelen alsof het om de regering van een erkende staat gaat,’ schrijven Mark van den Wijngaert en zijn coauteurs. In augustus 1960 ontvangt de koning zelfs drie ‘Katangese’ mi-

de jARen ZeSTig: goud

147

nisters, en nog iets later begroet hij Tsjombe zelf. Tijdens dat hartelijk bezoek ontvangt de Katangese leider het Grootlint van de Kroonorde, een hoge Belgische onderscheiding.

De koning trouwt Twee maanden voor de onafhankelijkheid van Congo stapt Margaret, de jongere zus van koningin Elizabeth van Engeland, in het huwelijksbootje met Antony Armstrong-Jones. Boudewijn laat verstek gaan. Hij heeft een afspraak met Antwerpse advocaten. Nagenoeg geen enkel lid van de Europese vorstenhuizen is aanwezig. De pers schrijft dat ze hiermee hun afkeuring tonen voor deze verbintenis. Het huwelijk van Margaret is een zoveelste gelegenheid voor de pers om zich af te vragen wanneer de Belgische koning trouwt. Op 16 september 1960 krijgen de meeste Belgen dan de verrassing van hun leven. Boudewijn heeft zich eindelijk verloofd met Fabiola. De vorst is net dertig jaar geworden. Fabiola heeft er eveneens lang over nagedacht al dan niet in het klooster te treden. Haar bijnaam is ‘la soltera’, wat nog net niet ‘oude vrijster’ betekent. Op 17 september wordt Fabiola in Ciergnon aan de pers voorgesteld. Daarna reist Boudewijn met zijn verloofde het land af om haar aan de bevolking voor te stellen. De Belgische regering is sinds twee maanden op de hoogte van de verloving, maar wacht op een geschikt moment om die aan te kondigen. Er wordt oorspronkelijk gedacht aan 21 juli, de nationale feestdag. De Congocrisis doorkruist de aankondiging. Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig al hoopte de regering vurig op een huwelijk. Ook Franco wordt ruim op voorhand ingelicht. Hij is er als de kippen bij om een gelukstelegram naar het paar te sturen. ‘Dit huwelijk zal de reeds traditioneel sterke banden van vriendschap en achting die onze beide landen verenigen, nog versterken.’ Fabiola was niet onmiddellijk happig om met Boudewijn te trouwen. Ze was erg verknocht aan Spanje en hield veel van haar neefjes en nichtjes die ze niet in de steek wilde laten. Haar lievelingsneefje is de kleine Luis, het vierde kind van haar oudste broer. Ze was ook een heel onafhankelijke vrouw die niet onmiddellijk

148

koning boudewijn

Koning Boudewijn presenteert zijn aanstaande bruid: doña Fabiola Mora y Aragon. behoefte had om te huwen. Bovendien had ze in de pers ook de verhalen gelezen over verschillende prinsessen met wie Boudewijn zogenaamd geflirt had. Daardoor was ze in het begin erg terughoudend. Volgens biografen Séguy en Michelland was ze zelfs ronduit bang om de stap te zetten.

de jARen ZeSTig: goud

149

Maar uiteindelijk geeft Fabiola toe. ‘Koning Boudewijn is een heilige,’ verklaart ze. ‘Als u eens wist hoe knap hij is als hij bidt. Het zou me niet verbazen als hij bij zijn overlijden, ooit, veel later, ten hemel opstijgt.’ Boudewijn verklaart over Fabiola dat zijn liefde voor haar ‘een grote stimulans is om God steeds meer lief te hebben’. Volgens prinses Lilian heeft hun huwelijk met liefde niets te maken. Ze vindt Fabiola een koningin op wie je niet jaloers hoeft te zijn. Het is tussen beide vrouwen vijandschap op het eerste gezicht. Alle royaltywatchers worden in snelheid gepakt. Een krant slaagt er zelfs in de naam van Fabiola verkeerd te spellen. Niemand kent haar. In de buitenlandse pers wordt zelfs geschreven dat ze een journaliste is. In de periode 1952-1953 gaf ze een katholiek weekblad uit voor kinderen: Tin Tan. Ze schreef ook verhalen voor het blad en vertaalde sprookjes in het Spaans. Er is weinig kritiek dat de bruid uit een Spaanse dictatuur komt. ‘Geen woord over fascistenleider Léon Degrelle die in Spanje opperste bescherming geniet,’ schrijven historica Misjoe Verleyen en haar collega’s. Alleen in het satirische blad Pan verschijnt een karikatuur van Boudewijn. Even wordt geflirt met de gedachte deze editie te verbieden.

De rol van jezuïet Cavenstany Boudewijn en Fabiola hebben elkaar in maart 1960 zeker ontmoet in Courchevel. Boudewijn verblijft er twee weken om zich te ontspannen. Hij overnacht in La Parva, een luxechalet. Bedoeling is dat hij er incognito verblijft. Dat plan mislukt als hij op 6 maart zijn enkel bezeert bij een val. ‘De weken zijn als een droom voorbijgegaan. Fabiola is nog nooit zo gelukkig geweest,’ weten insiders. Het toont alvast aan dat beiden elkaar al geruime tijd kennen voor het verblijf in Lourdes in de zomer van 1960. Een belangrijke figuur in deze periode is pater Cavenstany. Cavenstany is jezuïet en biechtvader van Fabiola. Hij is ook een persoonlijke vriend van Victoria, grootmoeder van koning Juan Carlos. Bovendien staat de priester op goede voet met Franco. Cavenstany speelde een grote rol bij het tot stand komen van de relatie tussen

150

koning boudewijn

Fabiola en Boudewijn. Maar uit bescheidenheid blijft hij nadrukkelijk op de achtergrond, iets wat van Suenens niet gezegd kan worden. De enige die vandaag uiteraard weet hoe alles precies in zijn werk gegaan is, is Fabiola zelf. Als ze de verloving met de Belgische koning aan haar eigen familie bekendmaakt, willen ze weten hoe ze hem ontmoet heeft. ‘Fabiola glimlacht,’ schrijven Séguy en Michelland. Dat wil ze nog even geheimhouden. ‘De schrijfster van De twaalf wonderlijke sprookjes heeft haar antwoord wel klaar: “Later vertel ik het aan mijn kinderen. Dat wordt mijn dertiende sprookje. Dat mag ik toch voor hen bewaren?”’ De beroemde Italiaanse astroloog Francesco Waldner voorspelt dat Fabiola twee kinderen zal krijgen. ‘Het eerste al in 1961,’ ziet Waldner in de sterren. Hij heeft een astrologierubriek in societymagazines. Het grote publiek gelooft de Italiaan. Hij voorspelde al eerder het huwelijk van de twee. Lilian en Leopold zijn in de lente van 1960 op de hoogte van de relatie van Boudewijn. Het is een hardnekkige mythe dat Lilian dat pas op het allerlaatste ogenblik vernam. Na de ontmoeting in Courchevel zijn Fabiola en Boudewijn regelmatig enkele dagen samen. Er is wel telkens een chaperonne aanwezig. De timing van het huwelijk is perfect. De economische situatie in ons land is moeilijk. Er worden zware besparingen aangekondigd. Eyskens duwt begin 1961 de Eenheidswet door het parlement. De Belgen worden even afgeleid van alle ellende. Ook de regering is tevreden dat Boudewijn eindelijk een echtgenote gevonden heeft. Fabiola en Boudewijn trouwen enkele weken later, op 15 december 1960. Volgens Gaston Eyskens is pas dan de koningskwestie echt voorbij.

De avond voor het huwelijk Op 14 december 1960 wordt een diner gegeven voor de hoge gasten. Ze nemen plaats in de diverse salons van het paleis van Brussel. Eén zaal is voorzien voor de koninklijke gasten. De dochter van Franco, de markiezin van Villaverde, en haar echtgenoot zijn eveneens uitgenodigd. De relatie tussen het Bel-

de jARen ZeSTig: goud

151

gisch koningshuis en de familie van Franco is altijd innig geweest. Leopold is het gebaar van Franco tijdens de Tweede Wereldoorlog niet vergeten. Een officier van het Hof maakt die avond evenwel een fout. Hij laat de Spaanse genodigden plaatsnemen in de ‘koninklijke’ salon. Claude de Valkeneer moet ter plaatse een list verzinnen om het tweetal uit de salon weg te krijgen. Hij vertelt het Spaanse paar dat de Belgische pers foto’s wil nemen. De kiekjes worden gemaakt in een andere salon. ‘Ze hebben geposeerd en zijn daarna langs een andere uitgang weggegaan zonder iets gemerkt te hebben,’ vertelt hij. De sympathie van Franco voor de Belgische vorsten zal nog bij andere gelegenheden blijken. Op 30 november 1960, vlak voor het vertrek van Fabiola naar België, overhandigt mevrouw Franco een persoonlijk geschenk aan Fabiola. In de jaren zestig vinden regelmatig ontmoetingen plaats tussen Franco en het Belgische koningspaar. Jaime, de rebelse broer van Fabiola, was niet welkom op de plechtigheid. Op de luchthaven van Madrid wordt hij tegengehouden op instructie van Boudewijn. ‘Men doet alsof ik niet geboren ben,’ roept hij woedend uit. Een andere opvallende afwezige is prins Karel. ‘Charles won’t come!’ koppen de buitenlandse kranten. Hij wil dus niet eens komen. ‘Hij schittert door zijn afwezigheid,’ wordt door de linkse pers opgemerkt. Na het diner in Brussel volgt er nog een feest dat hilarisch uit de hand loopt. ‘Tot de gevonden voorwerpen behoorden destijds drie stukken damesondergoed,’ schrijft de Volkskrant. De aanwezigen hebben wel de beleefdheid te wachten tot Boudewijn en Fabiola vertrokken zijn. Ook op de voorbereiding van het huwelijk zelf wordt kritiek gegeven. ‘Met de keuze van baron Guillaume als organisator van het evenement heeft het Paleis een vergissing begaan. De goede man moet zich – zijn kennis van het Nederlands is gebrekkig – een maand voor de viering terugtrekken,’ noteren Séguy en Michelland. Ook de huwelijksmis is eentalig Frans. Weinig Vlamingen liggen daar wakker van. De trouwjurk van Fabiola is gemaakt door Balenciaga, de vaste ontwerper van de Francofamilie. Het vormt geen probleem. ‘Het

152

koning boudewijn

De officiële trouwfoto. huwelijk is zonder meer een keerpunt in Boudewijns leven,’ merken historici Van den Wijngaert en zijn collega’s op. ‘Het komt de koninklijke populariteit zeker ten goede.’ Vanuit pr-standpunt is het huwelijk een geweldige zaak. Ook voor de Belgische economie is de verbintenis van Boudewijn positief. Mensen kopen massaal televisietoestellen omdat ze het huwelijk live willen volgen. ’s Avonds is er een persoonlijke boodschap van Boudewijn en Fabiola. ‘De regering is ontstemd omdat de koning haar niet heeft ingelicht, schrijven Verleyen en haar collega’s. ‘Hij heeft gewoon de brt en rtb naar het paleis gesommeerd. En die hebben dat braaf gedaan.’ (eigen cursivering)

Monarchisten, fascisten en Francoaanhangers De Franstalige linkse pers stelt zich kritischer op. Zo is er de vraag wie Fabiola op 15 december naar het altaar mag begeleiden. Vooral als Franco zich met die discussie moeit, wordt de toon in Wallonië een stuk scherper.

de jARen ZeSTig: goud

153

Het is een louter protocollaire vraag, want de vader van Fabiola kwam eerder om het leven. Zeker is dat de monarchisten in Spanje hun kans ruiken. Zij vaardigen Juan graaf van Barcelona af. Een andere fractie van diezelfde monarchisten, de Carlisten, schuift Xavier van Bourbon naar voren. Franco meldt zijn tussenpersoon burggraaf Berryer dat enkel iemand die het volste vertrouwen van de regering geniet, Fabiola kan begeleiden. Franco denkt aan Fernando Castiella en Munoz Grandes. En dan zijn er nog de fascisten die de burgemeester van Madrid, graaf de Mayalde, naar Brussel willen afvaardigen. Der Spiegel noteert cynisch dat ‘de bruid bestormd wordt door Spaanse monarchisten, fascisten en Francoaanhangers’. Bij de burgerlijke plechtigheid wordt Fabiola vergezeld door de graaf van Barcelona en de markies van Casa Riera, de oudste broer van Fabiola. Tijdens de religieuze viering zijn de markies van Casa Riera en de graaf de Mora aanwezig. De pers ter linkerzijde heeft ook kritiek op het kostenplaatje van het huwelijk. Volgens The Miami News loopt het bedrag op tot 150 000 dollar. De socialisten en de communisten vinden die uitgave ongepast, gezien de erbarmelijke economisch toestand in België. Het huwelijk is ongetwijfeld een keerpunt voor de Belgische monarchie. Een vertrouwelijk rapport van de Britse ambassade wijst op de malaise op het einde van de jaren vijftig op het Paleis. ‘Fabiola heeft de Belgische monarchie gered, niets meer en niets minder.’ Diplomaat Barclay omschrijft het als volgt: ‘De vraag werd (eind jaren vijftig) gesteld of de monarchie wel zou overleven. Door het huwelijk van Boudewijn en Fabiola werd de positie van de Belgische monarchie enorm versterkt.’

Na het huwelijk Het huwelijk heeft voor Boudewijn heel gunstige financiële gevolgen. In 1951 bedroeg de civiele lijst 36 miljoen frank. Door zijn huwelijk werd het bedrag eind 1960 verhoogd naar 42 miljoen en in 1993 bedroeg het door de talrijke indexaanpassingen 244 miljoen frank. Ook de geschenken zijn best aardig. Van Carmen Polo, de echt-

154

koning boudewijn

genote van Franco, krijgt Fabiola een kroon van goud en platina. Tsjombe overhandigt Boudewijn in naam van het Katangese volk een blok waardevol erts waarin drie kruisjes gegraveerd zijn. Die tekens verwijzen naar de vlag van de provincie. En Zuid-Afrika stuurt een diamant van 7000 dollar op. Een probleem met douanerechten zorgt voor vertraging bij de verzending van de waardevolle steen. Boudewijn en Fabiola doorkruisen na hun huwelijk heel België. Verstandig is dat ze niet alleen de grote steden aandoen. Ze bezoeken ook kleine steden en zelfs dorpjes. Het is een duidelijke breuk met het verleden. Dan al wordt de basis voor de immense populariteit van het paar gelegd. Fabiola zal in de komende drieëndertig jaar een heel grote invloed hebben op Boudewijn. ‘De huwelijksband tussen Boudewijn en Fabiola versterkt bij beiden de gerichtheid op het religieuze,’ benadrukt Maud Bracke. Fabiola is nog geloviger dan Boudewijn. Met haar is het klooster naar het paleis gekomen. Vanaf dat huwelijksjaar worden de contacten met het Vaticaan ook merkelijk intenser. Vanaf 1960 wordt dagelijks een mis opgedragen. Dat gebeurt in een kleine kapel in het kasteel, door de aalmoezenier van het Hof, pater Braun of pater Scheyven. ‘De dagelijkse mis was voor de koning het hoogtepunt van zijn dag,’ weet Suenens. Het paar kent een intens gebedsleven. ‘De devotie van Boudewijn en Fabiola oversteeg een gezonde spiritualiteit en neigde naar religieuze waanzin,’ noteert Mario Danneels. Vanaf dan begint de gewoonte om de dag te beginnen met een lang gebed. ‘Het morgengebed van de koning was een manier om zich te plaatsen in een houding van luisterbereidheid en van ontvankelijkheid ten overstaan van God,’ dixit Suenens. ‘Dat was zijn audiëntie bij de Heer, om nadien, op zijn beurt, aandachtig te zijn voor de mensen die hij ging ontmoeten.’ De invloed van Fabiola op Boudewijn in politieke zaken wordt onderschat. Ze is zeer conservatief. Meestal wordt aangenomen, op basis van de getuigenissen van André Molitor en Herman Liebaers, dat Boudewijn met zijn echtgenote niet over politieke kwesties praat. Maar klopt dit wel? Na het huwelijk van het tweetal worden foto’s uitgedeeld van

de jARen ZeSTig: goud

155

Boudewijn en Fabiola. We zien ze hand in hand wandelen. ‘Dat aandoenlijke beeld, dat men met opzet verspreidt, wordt algauw vertrouwd voor alle Belgen,’ stelt Roegiers. De lobbymachine van het Paleis komt goed op dreef. ‘Altijd vriendelijk, altijd hand in hand, altijd present,’ schrijven historici Verleyen en haar collega’s. Ze worden de beste verkopers van het Koninkrijk België nv. In de basiliek van Koekelberg hangt een klok die deze twee-eenheid perfect symboliseert. De vertaling van de Latijnse tekst op de klok luidt immers: ‘Mijn naam is BoudewijnFabiola’.

Spanningen Is de relatie van Boudewijn en Fabiola dan altijd opperbest? Net zoals bij elk koppel wordt er al eens gevit. Dat Fabiola een flapuit is, werkt Boudewijn bijzonder op de zenuwen. Het zorgt zeker af en toe voor spanningen. Zelf schrijft hij over haar dat ze ‘vol enthousiasme en vurigheid is’ en ‘over een explosieve verbeelding’ beschikt. Boudewijn is bij intimi dan weer berucht om zijn heftige woede-uitbarstingen. Dat heeft hij van zijn moeder Astrid. Ook Fabiola ontsteekt soms in een Spaanse kolere. In zijn dagboek schrijft Boudewijn: ‘Eergisteren was ik aan het wandelen en ik voelde in mijn binnenste een woede opkomen die maar half verantwoord was.’ Bovendien is hij autoritair. Hij verdraagt geen tegenspraak. Vanaf 1960 zijn Boudewijn en Fabiola nagenoeg altijd samen aanwezig bij officiële gebeurtenissen. ‘Ze grijpen elke gelegenheid aan om hun populariteit te vergroten,’ vertelt een politicus aan Polspoel en Van Den Driessche. ‘De meeste publieke activiteiten van het koningshuis zijn alleen daarop gericht: de massa achter zich scharen.’ De rol van perswoordvoerder Claude de Valkeneer is zeer groot. Auteur Pierre Stéphany schrijft dat de koninklijke familie veel aan hem te danken heeft. ‘Hij droeg in grote mate bij aan het imago van goed humeur, goede verstandhouding en affectie die de koning en de zijnen omringde.’

156

koning boudewijn

Boudewijn en de Mariaverering Een belangrijke, wellicht de belangrijkste man in het leven van Boudewijn is kardinaal Suenens. Suenens komt in contact met het Paleis in de herfst van 1959. Naar eigen schrijven gebeurt dat omdat men hem ‘enkele inlichtingen wilde vragen in verband met de universitaire studies van een van de prinsen.’ Het gaat over de zeventienjarige prins Alexander. Suenens is in 1904 geboren in Elsene. In 1940 werd hij vicerector van de Leuvense universiteit. In 1945 klom hij op tot hulpbisschop van kardinaal Van Roey. In 1961 volgde hij Van Roey op. Boudewijn kan volgens Suenens die dag niet aan het gesprek deelnemen. Boudewijn is ziek. Er wordt een afspraak gemaakt voor later. In februari 1960 wandelt Boudewijn met Suenens in het park van het paleis. Suenens merkt dat de koning aan het tobben is en stelt hem voor om eens incognito naar Lourdes te gaan. ‘Maar ik kom er juist van terug,’ antwoordt Boudewijn verbouwereerd. ‘Ik heb de nacht doorgebracht in gebed, in de nabijheid van de grot.’ Nauwelijks enkele weken later, in maart 1960, komt Boudewijn in contact met de Ierse non Veronica O’Brien. Deze vrouw zal Boudewijn laten kennismaken met de ideeën van Louis de Montfort. Een van de teksten van deze priester is Het geheim van Maria. Het geloof van Boudewijn zal na het lezen van deze teksten steeds meer de vorm van Mariaverering aannemen. In de slaapkamer van de koning staan verscheidene beelden van de Heilige Maagd. Er gaat geen dag voorbij of Boudewijn bidt wel een volledige rozenkrans. O’Brien is een aanhangster van de Marialogie van De Montfort en ze duwt Boudewijn ook in die richting. Over Het geheim van Maria schrijft ze Boudewijn dat hij die tekst grondig moet lezen en er daarna over moet mediteren. ‘Ik ben er zeker van dat je Maria als je koningin zult kiezen,’ schrijft de Ierse in een vertrouwelijke brief aan de koning. ‘Je zult haar als je eigen moeder aanvaarden.’ Boudewijn correspondeert hierover ook met de Spaanse pater Pedro Arrupe. Arrupe is de achtentwintigste generaal-overste van de jezuïeten. Arrupe is ook goed bevriend met Franco en de latere Spaanse koning Juan Carlos. ‘In zijn kamer had hij ook een replica staan van de madonna,’

de jARen ZeSTig: goud

157

weet politica Paula D’Hondt. ‘Het woordje Mama heeft hij altijd verzinnebeeld gezien in de Moeder-Maagd.’ Wie het geheim van Boudewijn wil doorgronden, komt volgens D’Hondt onvermijdelijk uit bij zijn hang naar de moederfiguur. Ze heeft gelijk. Boudewijn schrijft het zelf: ‘Mijn zoete Moeder, ik houd ervan u ‘Mama’ te noemen, omdat u het bent en ik er geen andere heb. Voed mij, vorm mij, voed mij op, leer mij alles.’

De winterstaking Het verlies van Congo weegt zwaar door in de Belgische begroting. Gaston Eyskens vraagt de Belgische bevolking een grote inspanning om dat verlies te compenseren. De belastingen worden met zes miljard frank verhoogd. De sociale zekerheid moet twintig procent bezuinigen. Op basis van het regeerakkoord wordt op 4 november 1960 in de Kamer de Eenheidswet ‘voor de economische expansie, de sociale vooruitgang en het financieel herstel’ door de regering ingediend. ‘Het was een compromisontwerp, waarbij de liberalen de verzwaring van de fiscale druk wilden gepaard zien gaan met een ernstige bezuiniging op de overheidsuitgaven, ook in de sociale sector,’ aldus professor Theo Luykx. Tegen deze Eenheidswet werd onder impuls van de Luikse vakbondsleider André Renard een algemene stakingsbeweging ontketend. Gedurende vier volle weken, eind december 1960 - januari 1961, werden de mijn- en staalbedrijven in heel Wallonië lamgelegd, maar de christelijke vakbond, traditioneel sterk in Vlaanderen, nam niet deel aan de stakingen. André Renard stelde voor dat alle socialistische parlementsleden hun ontslag zouden indienen. Dat voorstel werd op het partijbureau van de socialisten verworpen. Vanaf midden januari werd het werk geleidelijk hervat. Renard had de strijd verloren. De socialistische stakingen hadden hun doel dus niet bereikt. Het land had minstens acht miljard frank (48 miljard frank vandaag of 1,2 miljard euro) schade geleden. Boudewijn en Fabiola moeten door de massale sociale onrust eind december 1960 zelfs vervroegd van hun huwelijksreis terugkomen. Volgens sommigen gebeurt dit op uitdrukkelijke vraag

158

koning boudewijn

van Eyskens. Andere bronnen beweren dat Boudewijn zelf het initiatief nam. Bij zijn aankomst in België wordt Boudewijn niet door de regering opgewacht. Hij heeft dit zo afgesproken. Die paar dagen ‘schade’ zullen Boudewijn en Fabiola enkele maanden later inhalen. In het grootste geheim vertrekken ze immers in de lente van 1961 voor de voortzetting van hun huwelijksreis. De regering is opnieuw ontzet, want de koning moet tijdens die moeilijke periode in België zijn. De Belgische pers zwijgt zedig over dit nieuwe incident. Over de huwelijksreis van december 1960 wordt volgens historici Verleyen en haar collega’s niet altijd de waarheid verteld. Boudewijn en Fabiola logeren zogezegd in een klooster. Dat klopt niet. Ze verblijven in het paleis van Jaime de Silva, graaf van Salinas. Jaime is getrouwd met een van de zussen van Fabiola. Het paleis van Jaime ligt in het natuurpark Hornachuelos. ‘Daar is ook een karmelietessenklooster, waardoor het gerucht ontstaat dat Boudewijn en Fabiola hun huwelijksreis in een klooster doorbrachten,’ weten de auteurs. Tijdens het eerste weekend van de huwelijksreis is er zelfs een jachtpartij in het Cordobagebergte gepland. Het wemelt er van de herten en wilde zwijnen. Het koninklijk paar verblijft dan op de luxueuze San Calixtoranch, een jachtpaviljoen. Jaime heeft dat weekend ook de Spaanse elite uitgenodigd om de jachtpartij bij te wonen. Auteur Pierre Stéphany bevestigt dat Boudewijn een verwoed jager is. ‘Boudewijn had in zijn appartement in Laken een grote collectie jachtgeweren,’ lezen we in Les années 60 en Belgique.

Leve de republiek In België is er eind 1960 uiteraard groot protest tegen de besparingsplannen van Eyskens. ‘Met steenkool staan op de muren van Luik drie woorden geschreven: ‘Vive la république!’ De Waalse socialisten zouden hun kreet wel in het hele land willen uitdragen,’ schrijven Séguy en Michelland. Net daarvoor heeft België een donkere kerstnacht beleefd. De elektriciteit is gerantsoeneerd. In Brussel is helemaal niks meer te

de jARen ZeSTig: goud

159

merken van de feestelijke stemming van twee weken voordien. De bevolking is ongerust. ‘Van Vlaamse zijde hoort men andermaal de vraag: is het dan toch waar dat – sinds Leopold iii door Wallonië tot troonsafstand werd gedwongen – de raadgevers van de koning enkel beducht zijn om wat bij de Walen gebeurt en daarbij het risico dat de Vlamingen op hun beurt negatief reageren, minder gevaarlijk achten?’ vraagt journalist Manu Ruys zich retorisch af. Fabiola schrikt van de woede van de Walen. Een vertrouwelijk rapport van de Amerikaanse ambassade wijst op het trauma dat Fabiola in haar jeugd opgelopen heeft door de Spaanse burgeroorlog. Ze is doodsbang van opstanden. Er speelt nog een ander element mee. ‘Zij voelt hoe dicht ze bij de Vlamingen staat, die ook vurige christenen zijn. Qua politieke overtuiging is het Vlaamse volksdeel conservatief,’ observeren Séguy en Michelland. Vlaanderen is op dat moment de steunpilaar van de monarchie. Ook Boudewijn is volgens Emmanuel Gerard onder de indruk van de wallingantische dreiging van de socialisten tijdens de grote winterstaking. De situatie verschilt van stad tot stad. In Oostende heeft het stadspersoneel het werk neergelegd. In Verviers zijn de straten bezaaid met spijkers en glasscherven om het verkeer tegen te houden. In Waterschei is de telefooninstallatie gesaboteerd. In Wallonië zweept syndicalist André Renard de arbeiders op. Opnieuw is het een cruciaal moment in de geschiedenis van België, nauwelijks tien jaar na de koningskwestie. Wederom is het sommige Walen menens. Ze willen zelfs de onafhankelijkheid van Wallonië uitroepen. Premier Eyskens wordt zwaar onder druk gezet. Het Paleis steunt Eyskens niet, integendeel. Begin januari 1961 krijgt Eyskens van kabinetschef Lefébure de vraag of Boudewijn vertegenwoordigers van de vakbonden mag ontvangen. Eyskens heeft geen bezwaar maar hij begrijpt het signaal wel. ‘Men wou druk uitoefenen op mij, dat was duidelijk,’ vertelt hij aan Jozef Smits. Van het initiatief van de koning komt volgens historica Gita Deneckere uiteindelijk niets in huis. Op 14 januari 1961 ontvangt Boudewijn vervolgens de leden van het Comité National d’Action Socialiste Wallon. Het betreft een

160

koning boudewijn

delegatie van politici die de afscheuring van Wallonië wil. Onder meer Joseph Martel en Achille Delattre vertellen een ontzette koning dat het Waalse volk ‘het unitaire karakter van de nationale instellingen formeel in twijfel trekt’. Boudewijn ervaart het gesprek als een koude douche. Hij zal meer dan ooit de Waalse socialisten zoveel mogelijk bij het beleid betrekken. In de oppositie zijn ze te gevaarlijk. Volgens Wilfried Martens groeit de angst voor een Waalse socialistische revolutie zelfs uit tot een obsessie van de vorst.

Lumumba vermoord en in stukken gesneden Het eerste publieke optreden van Boudewijn en Fabiola na hun huwelijk vindt plaats in Jupille. Een plotse dooi en stortregens in de Maas- en Sambervallei veroorzaken modder- en wateroverlast. Midden in de modder onderhouden ze zich op 4 februari met de slachtoffers. Het zal een vertrouwd beeld worden. Iets meer dan een week later, op 17 januari 1960, wordt Patrice Lumumba naar een andere gevangenis gebracht en onderweg vermoord. Bruggeling Gerard Soete helpt het lijk van Lumumba in stukken te snijden en het daarna in zwavelzuur op te lossen. Alleen de snijtanden houdt Soete over. Uit een parlementaire onderzoekscommissie blijkt dat Boudewijn op de hoogte was van de plannen om de politicus om te brengen. ‘In haar eindverslag stelde de parlementaire onderzoekscommissie dat koning Boudewijn in 1960-1961 op eigen houtje had gehandeld, zonder “dekking” van de ministers, en dat hij waarschijnlijk “belangrijke informatie” voor de regering verborgen had gehouden,’ schrijft historicus Marc Reynebeau. Een golf van beroering gaat door de wereld. De ambassade van België in Caïro wordt in brand gestoken, die van Jakarta vernield. De portretten van Boudewijn worden van de muur gehaald en vertrappeld. Overal ter wereld worden demonstraties tegen België gehouden. De betogers weten dat ons land medeverantwoordelijk is voor de dood van Lumumba. Onmiddellijk na het liquideren van Lumumba schrijft Boudewijn een brief aan generaal De Gaulle. Zijn invloed op Boudewijn

de jARen ZeSTig: goud

161

in de Congo-crisis is erg onderbelicht. In de koninklijke brief drukt Boudewijn zijn bezorgdheid uit over de gang van zaken in Congo. Op 17 februari antwoordt generaal De Gaulle: ‘De recente gebeurtenissen tonen aan hoezeer uw ongerustheid gerechtvaardigd is. Sinds het begin van de Congolese crisis heb ik uw bezorgdheid gedeeld. Ik zou willen dat de betrokken landen een gezamenlijke aanpak aannemen.’ De Gaulle vertelt verder dat hij Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gecontacteerd heeft en zich bij dit plan wil aansluiten. Tevergeefs. De Gaulle spuit onverholen kritiek op de aanpak van de Verenigde Naties, die volgens hem de toestand ter plaatse alleen maar verergerd hebben. Volgens hem kan enkel een gemeenschappelijke politiek van de betrokken landen in Afrika resultaat opleveren. Twee weken na de moord op Lumumba keert Spaak terug naar de Belgische politiek. Hij legt zijn functie van secretaris-generaal van de navo neer. Het is geen succes geweest. Spaak is teleurgesteld over de louter militaire koers van de organisatie. Hij wilde de rol uitbreiden naar een economische en politieke samenwerking. Voor de Belgische politiek heeft Spaak een nieuwe droom: hij streeft naar een kwarteeuw rooms-rode regeringen. Ook dat mislukt.

Boudewijn hevelt 350 000 dollar over naar de vs In 1961 ziet Boudewijn in de Verenigde Staten een beleggingskans. Fluks transfereert de vorst de tegenwaarde van 350 000 dollar naar dat land. De belegging is erg lucratief. Bij het overlijden van de koning is het initiële bedrag uitgegroeid tot 1,9 miljoen dollar. Het geld komt uit de spaarpot die Boudewijn in de eerste jaren van zijn koningschap heeft aangelegd. ‘Boudewijn gaf in het begin vrijwel niets uit van de civiele lijst die de staat hem ter beschikking stelde, waardoor hij dat geld kon beleggen,’ schrijft biograaf Fralon. In het eerste decennium van zijn koningschap boekt Boudewijn jaarlijks enorme overschotten op de inkomsten van de civiele lijst. De koning woont bij Leopold en Lilian en is erg zuinig. De vorst beschikt over een aanzienlijke bankrekening. Boude-

162

koning boudewijn

wijn heeft volgens Fralon een fortuin van 1 miljard frank. De meeste schattingen liggen een flink stuk hoger. Lode Wullaerts is director m&a Benelux bij de Société Générale in Parijs. In het boek Successful Mergers & Acquisitions with Benelux Companies legt hij uit hoe dat fortuin van de koning belegd werd. ‘Het grootste deel van het vermogen van de Belgische koninklijke familie is belegd in trusts, beheerd door professionele managers.’ Volgens Wullaerts had de koninklijke familie een voorkeur voor beleggingen in de Société Générale. Voormalig adviseur van de koning, Pierre-Yves Monette, is opvallend openhartig in zijn boek Métier de roi. ‘De koning beheert zijn privévermogen niet zelf. Het is een derde die dat doet.’ De uitleg komt overeen met die van Wullaerts. Monette vertelt verder dat de koning kan kiezen uit een fortuinbeheerder of een beleggingsvennootschap. ‘De privébezittingen worden beheerd als goede huisvader.’ ‘Een beetje vastgoed, aandelen, beveks en obligaties.’ Ook Monette bevestigt dat het koningshuis aandeelhouder is van de Generale Maatschappij. ‘Gedurende lange tijd hebben de Belgische vorsten belangen gehad in de Société Générale.’ Dat was zo tot de holding werd overgenomen door Suez. Nog een zekerheid is dat Boudewijn elk jaar, net zoals elke burger, personenbelasting betaalt. Over het bedrag wordt angstvallig gewaakt. De Standaard schrijft: ‘De familie heeft zelfs een speciale dienst bij de fiscus toegewezen gekregen om te vermijden dat er informatie zou uitlekken.’ Boudewijn vult het formulier wel niet zelf in. De enige discussie gaat over de belastbare basis.

Dolce Paola Boudewijn krijgt in de lente van 1961 geregeld Paola over de vloer. Ze vertelt haar schoonbroer dat ze ongelukkig is in het grijze België. Ze wil terug naar Italië. Ze heeft heimwee. Tegelijk heeft ze een plannetje bedacht. Echtgenoot Albert kan ambassadeur van België worden in Vaticaanstad. Paola vraagt of Boudewijn dit plan wil steunen. Een buitenlandse krant lekt het bericht in maart 1961. Het is een kwakkel.

de jARen ZeSTig: goud

163

Op het bureau van Boudewijn staat tijdens heel zijn carrière een foto van zijn vader, Leopold iii. Boudewijn zoekt wel een uitweg voor zijn schoonzus. Kabinetschef Lefébure stelt voor om Paola een baantje te geven bij de liefdadigheidsinstelling Le Conservatoire Africain. Jaarlijks halen de noirauds, als zwarten verklede blanken met hoge hoed, geld op met spaarpotjes in de vorm van zwarte poppen. Een brief van Lefébure van 1961 bevestigt dat Paola de instelling zal patroneren. De naam wordt veranderd in het Koninklijk Werk der Wiegjes Prinses Paola. Eind mei 1961 is Boudewijn op bezoek in Frankrijk. Hij is de gast van generaal De Gaulle. De Gaulle is een lichtend voorbeeld voor de jonge Boudewijn. Toch is er een incidentje. Door Fabiola komen ze een halfuur te laat op het galadiner in het Louvre. ‘De avondjurk was in de bagage blijven steken,’ weet Pierre Stéphany. De Gaulle is boos. Het is niet de eerste keer, Fabiola kan zich moeilijk aan de vooropgestelde timing houden. Tijdens de voordracht in het Louvre beweert Boudewijn onhandig dat de beschaving in Europa de erfenis is van het christendom. De vrijzinnigen in België steigeren. Minister Spaak keurde de speech nochtans goed. Hij geeft toe dat hij de tekst ‘nonchalant’

164

koning boudewijn

heeft gelezen. Het oordeel van Jean Stengers is strenger: ‘De algemene ideeën bevielen hem. Dit zorgde voor een verzwakking van zijn kritische zin.’ De lezing lokt in België zoveel kritiek uit dat hij in het overzicht van de voordrachten van Boudewijn ontbreekt. ‘Desondanks slaagt koning Boudewijn erin tot het midden van de jaren zeventig geen brede discussie te doen oplaaien rond zijn geloofsovertuiging,’ aldus Maud Bracke. Luc François wijst op een ander belangrijk onderdeel van de ‘weggemoffelde’ rede van Boudewijn. In een passage wijst Boudewijn op de beperkingen van de wetenschap. ‘De wetenschap is uit zichzelf onvermogend om een vooroordeel te doen wegvallen, een mens ertoe te brengen de hand te reiken aan een andere mens.’ Vooral ulb-hoogleraar Henri Janne is woedend. Volgens Janne brengt Boudewijn met deze woorden schade toe aan het pluralistisch karakter van de Belgische samenleving. ‘Met zijn uitspraken heeft de vorst de basisbeginselen van het ‘vrij onderzoek’ genegeerd en afgekeurd,’ schrijft François. Boudewijn brengt de mensen niet samen maar drijft ze verder uiteen. Kortom, Boudewijn stelt zich volgens François eerder polariserend dan verzoenend op. Boudewijn vertelt De Gaulle dat Fabiola in verwachting is. De generaal bewaart het geheim. De koning heeft het met De Gaulle ook over de huwelijksproblemen van zijn vader. Dat is geen nieuws, aangezien Leopold zich met zijn minnares in Frankrijk teruggetrokken heeft. De voormalige koning woont volgens Jan Van den Berghe aan de voet van de Pyreneeën. De hele ‘herrie’ eindigt op het einde van 1962 met een openbare maar ongeloofwaardige verklaring van Leopold aan Lilian, waarin hij zijn liefde voor haar bevestigt. Marie-Christine, jongste dochter van Leopold en Lilian, noteert in haar boek De breuk dat het goede huwelijk van haar ouders een schijnvertoning bleef, puur ‘gezichtsbedrog’.

Franco Op 3 augustus 1961 lunchen Boudewijn en Fabiola met dictator Franco voor de kust van San Sebastian. Rondom de Azor, het jacht van de caudillo, liggen aan boord van snelle motorbootjes journalis-

de jARen ZeSTig: goud

165

ten op de loer. De kritiek op Boudewijn na zijn bezoek in Frankrijk is klein bier in vergelijking met deze pr-flater. Een fotograaf slaagt er in een foto te nemen van Boudewijn en generaal Castiella, de omstreden Spaanse minister van Buitenlandse Zaken. De koning en de generaal geven elkaar op die foto de hand. Heel wat Belgen reageren woedend. ‘Ik herinner me nog het bezoek van de koning en de koningin aan Breendonk afgelopen mei. De koningin was heel charmant en wij verkeerden in de mening dat haar emotie echt was. Dat was niets dan komedie, want nu horen wij dat zij met vrienden van Hitler en Mussolini aan tafel zit,’ vertelt een overlevende van de Tweede Wereldoorlog. ‘Weg met de dynastie! Leve de republiek, dan zijn we van dat soort vernederingen verlost.’ Een andere foto toont Fabiola, breed lachend tussen Boudewijn en Castiella. Over Fabiola wordt in ons land het hardst geoordeeld. ‘De Spaanse wordt aan de kaak gesteld, zoals in andere tijden in Parijs de Oostenrijkse met de vinger gewezen werd.’ Die Oostenrijkse is Marie-Antoinette, echtgenote van Louis xvi. Eigenlijk is dit verhaal over het bezoek aan Franco best cynisch. Een paar weken voor het omstreden bezoek aan Franco riep Boudewijn zijn schoonzus Paola tot de orde. Ze was begin juli op vakantie in Italië en maakte veel plezier. The Glasgow Herald berichtte dat Paola ‘naar huis werd geroepen’. Boudewijn was ‘ontzet door het plezierige leven van de twee (Paola en Albert).’ Veranderen Boudewijn en Fabiola na dit incident met Franco hun houding tegenover de caudillo, al was het maar om een groep Belgen niet meer tegen de borst te stuiten, te schokken of te beledigen? Nee. Ze blijven generaal Franco tot zijn dood in 1975 ontmoeten. Alleen worden de bezoeken volgens Verleyen en haar collega’s veel discreter. ‘De vriendschap zal levenslang blijven.’ Zelfde visie is te lezen bij Trouw: ‘De koning was een huisvriend van generaal Franco.’

166

koning boudewijn

Boudewijn, Fabiola en Franco: een ‘dubbele houding’ Wat zijn de politieke gevolgen van de ontmoeting van Boudewijn en Fabiola met Franco en Castiella? De regering moet de kroon alweer dekken. Pierre Harmel herinnert zich daar in 2000 over: ‘De regering heeft de koning beschermd bij deze gebeurtenis. Een privébezoek bestaat immers niet.’ Toch bestond er binnen de regering heel wat discussie over de vraag of de koning deze keer verdedigd zou worden. Er was immers de ‘kwestie Degrelle’. De in België ter dood veroordeelde Léon Degrelle woonde in Spanje en Franco wilde de man niet uitleveren. Vooral Spaak was hierover verbolgen. Om de houding van Boudewijn tegenover Franco goed te begrijpen, is het belangrijk te herinneren aan het feit dat Boudewijn als jongetje, in het midden van het jaar 1940, in Spanje werd opgevangen. Als Leopold hoort dat ze goed zijn aangekomen, zal hij in juni 1940 aan Franco een danktelegram sturen. ‘Dit schokt de antifascistische Belgische bewegingen diep, die er zich later, tijdens de koningskwestie, van zullen bedienen door Leopold een “vriend van Franco” te noemen.’ Dat staat te lezen in Koningen zijn onsterfelijk. De Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Ramon Serrano Suner, is de schoonzoon van Franco. Hij beschouwt de koningskinderen volgens Barend Leyts en zijn coauteurs als ‘eregasten’. ‘De militaire gouverneur van San Sebastian krijgt van Franco de opdracht het verblijf van de prinsen van België zo aangenaam mogelijk te maken.’ Is die houding van Boudewijn en Fabiola ten opzichte van Franco voldoende om hen van ‘rechtse sympathieën’ te beschuldigen? vraagt historicus Dujardin zich af. Zijn antwoord is negatief. Hij vindt dat Boudewijn, door een gesprek aan te knopen met Franco, zelfs de weg geëffend heeft voor dat land om later tot de Europese Gemeenschap toe te treden. Het standpunt van de historicus is te mild.

de jARen ZeSTig: goud

167

Elisabeth in China Op 12 augustus 1961 zijn Boudewijn en Fabiola in Santiago de Compostella. Het is niet het eerste en zeker niet het laatste bezoek aan een bedevaartsoord. Het paar smeekt de goddelijke genade af om een zoon of dochter ter wereld te brengen. Ze bidden er ook voor de zielenrust van Jozef Van Roey. De kardinaal overleed op 6 augustus. Boudewijn en Fabiola onderbreken hun vakantie in Spanje om op 19 augustus op de begrafenis van de kerkleider aanwezig te zijn. Koningin Elisabeth gaat in september en oktober 1961 ook op reis. Ze reist naar China. Boudewijn ontploft zowaar. ‘Het was meestal een koude woede,’ herinnert Claude de Valkeneer zich. Medewerkers van de vorst herkennen de boosheid aan ‘een trilling van de stem, een ontgoochelde plooi van de mond’. Het is een verborgen kantje van de koning. Boudewijn wordt immers door velen geroemd om zijn grote zelfcontrole. ‘Nu is het genoeg geweest!’ roept hij zijn grootmoeder toe. ‘U moet ermee ophouden propaganda voor het Oostblok te maken!’ Veel indruk maakt hij niet op zijn oma. Als ze terugkomt wordt de koningin onmiddellijk in een auto gestopt. Ze had journalisten op de terugreis verzekerd dat ze de waarheid over China zou vertellen, maar Boudewijn muilkorft zijn grootmoeder. Het is niet de eerste reis van de rode koningin naar een communistisch land. In maart 1955 bezocht ze Polen, in maart-april 1958 de Sovjet-Unie en in juli 1959 Joegoslavië. Na de Chinareis zal ze in het voorjaar van 1962 opnieuw de Sovjet-Unie bezoeken. De Amerikanen zijn woedend. Er vertrekken vlijmscherpe telexen van de ambassade in Brussel naar de Secretary of State. ‘Elisabeth maakt propaganda voor de communisten,’ is de boodschap telkens weer. ‘Het waren geen incognito reizen,’ benadrukt biograaf Raskin. Ze reisde immers als officiële gast. Wat deed ze daar? Ze had zeker politieke motieven. De ‘vredesactivist’ Antoine Allard, bijgenaamd de rode baron, maakte haar immers warm om die landen te bezoeken. Ook de Belgische regering zette ze voor schut. Op een bepaald moment overwoog men zelfs om haar ontoerekenbaar (lees: gek)

168

koning boudewijn

te laten verklaren. Dat plan ging niet door, ‘uit vrees de sympathisanten van de koningin voor het hoofd te stoten,’ vermoedt Evrard Raskin. De pers was onverbiddelijk. Vooral Boudewijn werd aangevallen. Zo schreef Le Courrier in 1955: ‘Is het niet de plicht van het staatshoofd heel zijn gezag aan te wenden om te voorkomen dat koningin Elisabeth naar Warschau gaat?’ De toon van de pers verscherpte nog naarmate duidelijk werd dat Elisabeth niet luisterde naar Boudewijn of de regering. Volgens het nochtans koningsgezinde La Libre maakte de koningin ‘België en zijn dynastie ronduit belachelijk’.

Een troonopvolger? In juni 1961 is Fabiola voor het eerst zwanger. De koning vertelt het nieuws aan paus Johannes xxiii tijdens een privéaudiëntie. De paus kan, in tegenstelling tot De Gaulle, niet zwijgen en stuurt het nieuws de wereld in. Linkse politici zien dat anders. ‘De Belgische politiek is verontwaardigd omdat de paus het bericht eerder te horen kreeg dan de regering,’ noteert Goddyn. ‘Le pape d’abord, la nation ensuite,’ schrijft Le Peuple scherp. Op 25 juni laat de grootmaarschalk echter volgend communiqué verspreiden. ‘Er mag de komende tijd geen blijde gebeurtenis op het koninklijk paleis verwacht worden.’ De koningin heeft een miskraam gehad. Ze had eerder de Zwitserse specialist professor Rochat geconsulteerd. Precies een jaar later is Fabiola drie à vier maanden zwanger. De vrucht heeft zich echter buiten de baarmoeder genesteld. Dit is een gevaarlijke situatie voor de moeder en volgens de bijgeroepen artsen verkeert Fabiola zelfs in chronisch levensgevaar. Volgens Rochat heeft ze slechts één kans op vijf om de bevalling te overleven. Op dat ogenblik wordt in het parlement druk gedebatteerd om de Salische wet af te schaffen. De besprekingen komen er op vraag van het Paleis. Als Fabiola een dochter baart, moet het meisje ook daadwerkelijk op de Belgische troon kunnen zetelen. Dat is in 1962 onmogelijk. Meer dan wat inleidende gesprekken worden er niet

de jARen ZeSTig: goud

169

gevoerd. Het zal nog bijna drie decennia duren voor ook Belgische prinsessen koningin kunnen worden. Hoe reageerde Boudewijn toen hij van de artsen vernam dat het leven van zijn echtgenote in gevaar was? Volgens prins Stéphane Lobkowicz raadde Boudewijn Fabiola toen aan de vrucht operatief te laten wegnemen. In een mildere versie van het verhaal kwam het voorstel van een arts en zou Boudewijn daar niet afwijzend tegenover gestaan hebben. ‘De koningin zei voor de eerste keer nee tegen Boudewijn,’ schrijft de prins overtuigend. Ze wilde koste wat kost veel kinderen hebben. Dat was volgens een zus van Fabiola haar grote droom. Enkele weken later, begin juli 1962, verliest de koningin spontaan de vrucht. Volgens gouvernante Margaretha de Jong beseft de Belgische bevolking niet welke risico’s Fabiola heeft genomen om een kind op de wereld te zetten. ‘De dokters waarschuwen haar dat elke nieuwe zwangerschap haar leven in gevaar brengt,’ schrijft Jan Van den Berghe. In 1966 moet Fabiola een spoedoperatie ondergaan. Ze heeft andermaal een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. De vrucht wordt deze keer operatief verwijderd. De koningin zal uiteindelijk vijf mislukte zwangerschappen meemaken. Volgens Claude de Valkeneer, woordvoerder van het Paleis, was de informatie over de gezondheidstoestand van Fabiola niet altijd even accuraat. ‘Ik was immers geen dokter,’ vertelt hij. ‘En ik kon aan niemand raad vragen.’ Het gevolg was dat De Valkeneer naar eigen zeggen meermaals verhalen uit zijn duim zoog.

Ruanda-Urundi wordt onafhankelijk In België keert de rust na de grimmige betogingen van eind 1960 niet helemaal terug. In oktober 1961 houden de Vlamingen een eerste mars op Brussel, ‘tegen gebiedsroof en de talentelling’. Het vak, Vlaams Aktiekomité Brussel en Taalgrens, mobiliseert tussen de 60 000 en 100 000 manifestanten. De mars lokt bij de Franstaligen scherpe reacties uit. Boudewijn heeft het moeilijk om het standpunt van de Vlamingen te begrijpen. Ook in Afrika is het onrustig. Het continent is een trein die in volle vaart voortdendert. Op 1 juli 1962, twee jaar na Congo, wor-

170

koning boudewijn

den ook Ruanda en (B)urundi onafhankelijk. Het drieënveertig jaar lange voogdijschap van België is tot een eind gekomen. In Le Soir merkt een boze briefschrijver in 1990 op dat dit verhaal een beetje verwaarloosd wordt. De brief is van Jean-Paul Harroy, die op het einde van de jaren vijftig de bestuurder was in dat mandaatgebied. Harroy herinnert zich levendig dat Boudewijn zich zeer sterk interesseerde voor wat zich daar afspeelde. ‘Hij heeft me wel zeven keer bij zich geroepen om me te ondervragen over de toestand,’ schrijft hij. Volgens Harroy wilde Boudewijn de informatie immers vanuit de eerste hand krijgen. Hij vertrouwde de verslagen van zijn minister niet helemaal. Boudewijn moet net voor de onafhankelijkheid van RuandaUrundi nog een aartsmoeilijke beslissing nemen. In Ruanda had de Griekse huurmoordenaar Jean Kageorgis in 1961 de Ruandese politicus Louis Rwagosore vermoord. Rwagosore is een aanhanger van Lumumba. Huurmoordenaar Kageorgis werd betaald door de pro-Belgische Parti Democratique Chrétien (pdc). Kageorgis wordt tijdens een proces schuldig bevonden aan moord en wordt veroordeeld tot de doodstraf. De uitvoering staat op 30 juni op de agenda. Boudewijn zou de Griek nog op de valreep gratie kunnen verlenen. Want pas op 1 juli 1962, de volgende dag dus, wordt Ruanda onafhankelijk en verliest de vorst het gratierecht. Maar Boudewijn geeft niet toe. Op 30 juni wordt, onder Belgisch bewind dus, Jean Kageorgis effectief terechtgesteld. De Belgische kranten besteden nauwelijks aandacht aan deze gebeurtenis. Enkel in sommige buitenlandse kranten vind je een kort verslag van de terechtstelling. De woordvoerder van Boudewijn, Claude de Valkeneer, is vandaag nog steeds bijzonder geschokt dat Boudewijn de man geen gratie verleende. In zijn boek De cour à jardin haalt hij opvallend hard uit naar de koning. Hij vraagt zich bitter af of ‘het respect voor het leven voor een heilige twee dimensies heeft?’ Enerzijds eist hij onvoorwaardelijk respect voor het (nog ongeboren) leven, anderzijds accepteert hij dat een volwassene wordt omgebracht. Boudewijn was voor hem zeker geen heilige. Het is frappant dat de mensen die Boudewijn het best gekend hebben, vaak het negatiefst over hem zijn. Ook grootmaarschalk

de jARen ZeSTig: goud

171

Liebaers maakt een scherp portret van zijn werkgever in zijn boek over de vorst.

Het Huis van de koning schakelt naar een versnelling hoger Vanaf het begin van de jaren zestig omringt Boudewijn zich met een nieuwe ploeg medewerkers. Vooral kabinetschef André Molitor zal vanaf 1961 een zeer grote rol spelen. Hij volgt René Lefébure (1955-1961) op. Grootmaarschalk André Schöller, voormalig vicegouverneur-generaal van Congo, voegt zich in 1962 bij hen. Hij blijft tot het jaar 1974. Hij is in die functie de eerste die niet tot de adel behoort. Schöller geeft belangrijke impulsen aan de systematische uitbouw van het Huis van de koning. Het eerste merkwaardige verzoek van de vorst aan de nieuwe grootmaarschalk is: ‘Leer mij het land kennen.’ Boudewijn is dan al meer dan een decennium koning. De vorst bepaalt zelf wie zijn medewerkers zijn. Volgens een parlementaire commissie uit 1949 is het gepast dat de vorst de ministers raadpleegt over een benoeming. Zij mogen de koning eventuele bezwaren meedelen. Maar strikt genomen hoeft Boudewijn er geen rekening mee te houden. Schrijfster Nadia Geerts meent dat de gunstige invloed van Molitor op Boudewijn niet overschat kan worden. ‘Hij handelde als een moderator. De inmengingen van Boudewijn waren zeldzaam in die periode.’ Molitor heeft Boudewijn gekneed omdat de functie van kabinetschef vrij flou was, vindt hoogleraar Francis Delpéré. Molitor zelf beweert dat Boudewijn hem bij het allereerste gesprek gevraagd heeft hem altijd de waarheid te vertellen, zelfs als ze hem niet beviel. Woordvoerder Claude de Valkeneer zal de pers in de jaren zestig en zeventig meesterlijk bespelen. Hij legt zijn techniek uit: als er kritische vragen over Boudewijn gesteld worden, gooit hij de journalisten een verleidelijk brokje andere informatie toe. Zo verlegt hij handig de aandacht.

172

koning boudewijn

De Bonvoisin ‘Het Huis van de Koning wordt op een moderne leest geschoeid,’ noteren Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. ‘Ter voorbereiding van de vele bezoeken worden voortaan stelselmatig informatiedossiers aangelegd met gegevens en namen van personen, organisaties en instellingen die een bepaalde rol spelen in het land: België wordt als het ware in kaart gebracht.’ Het Paleis wordt dus een koninklijke inlichtingendienst. Het Huis krijgt volgens Monette geregeld rapporten van de staatsveiligheid. Boudewijn knoopt ook contacten aan met personen die hem nuttige informatie kunnen geven. ‘Laken groeit uit tot een belangrijke ontmoetingsplaats voor de Belgische en buitenlandse elite. Vaak zijn zelfs de medewerkers van de koning niet op de hoogte van wie er over de vloer komt,’ staat te lezen in België en zijn koningen. Boudewijn wordt stilaan de best geïnformeerde Belg. Auteur Geert van Istendael ziet het zo: ‘Het Paleis fungeert als een zwarte doos. De informatie gaat erin, daarbinnen wordt ze uitgewisseld en iedereen die iets prijsgeeft heeft de absolute garantie dat niets uitlekt van die colloques singuliers.’ Een van de raadgevers van de koning in de jaren zestig is Pierre de Bonvoisin, vader van baron Benoît de Bonvoisin, die op zijn beurt kleinzoon is van Alexandre Galopin, gouverneur van de Société Générale. Pierre de Bonvoisin is een financieel econoom en van 1952 tot 1962 voorzitter van de bank van de Generale Maatschappij. Hij doceert financiële economie en is lid van de Bilderbergconferenties. Dat zijn besloten politieke bijeenkomsten met een geheim karakter waaraan invloedrijke figuren uit het bedrijfsleven, de politiek en de koningshuizen deelnemen. De eerste conferentie vond in 1954 plaats, in hotel Bilderberg in Nederland. Vandaar de naam. Opvallend is dat de omgekeerde informatiestroom veel minder groot is. Boudewijn blijft afstand bewaren. Aan wie op audiëntie komt, stelt de koning de vragen. De antwoorden noteert hij vlijtig in Atomaschriftjes. Die zijn niet altijd zwart, zoals vaak beweerd wordt. Op een foto uit 1990 ligt een hemelsblauw schriftje naast de vorst. Leo Tindemans, premier in de jaren zeventig, vindt die techniek ronduit ‘intimiderend’, ja zelfs ‘bedreigend’. ‘Hij nam

de jARen ZeSTig: goud

173

ijverig nota van mijn antwoorden of verklaringen. Voor wie waren deze aantekeningen bestemd?’ Boudewijn verklaarde zelf dat het geheugensteuntjes zijn. ‘Je m’y retrouve.’ Boudewijn bezoekt ook figuren die tegen gezag en gezagsdragers zijn. Het mooiste voorbeeld is Stijn Streuvels. In De Vos en het Lijsternest lezen we dat de schrijver Boudewijn tot twee keer toe verleidde met ‘koekenbrood’. Niet iedereen gaat in op de ‘avances’ van Boudewijn. Zo weigert Jacques Brel halsstarrig langs de achteringang naar het paleis te gaan. Logisch: Brel is een overtuigd republikein. Luister maar naar de liedjes Le tango funèbre of La, la, la. Boudewijn gaat dan maar zelf half incognito naar een show van Brel in Parijs. Volgens biograaf Mohamed el-Fers liet het protocol Boudewijn niet toe een optreden in Brussel bij te wonen. ‘Brel vond Boudewijn wel sympathiek,’ weet el-Fers. Binnen het Paleis wordt ook nagedacht over het imago van Boudewijn. In 1965 wordt beslist de zware bril weg te laten. Boudewijn schakelt over op contactlenzen. Het is een idee van Fabiola. De Zondagmorgen kopt: ‘Meer glamour voor Boudewijn!’ De beslissing veroorzaakt even paniek. Wat moet er gebeuren met de afbeeldingen op de postzegels en munten? Moeten die nu allemaal vervangen worden? Een ander existentieel probleem is of Boudewijn op de eerstvolgende postzegel nu met of zonder bril geportretteerd moet worden. De koning verdraagt de contactlenzen niet goed. Hij gaat te rade bij de Amerikaanse oogspecialist Robert Morrison. Morrison is een autoriteit op dit vlak. Hij raadt de vorst aan zachte lenzen te proberen. Dankzij Boudewijn mag Morrison ook langsgaan bij koningin Juliana van Nederland. ‘Daarna kon ik ook Grace van Monaco en de sjah van Iran tot mijn klanten rekenen,’ vertelt Morrison trots aan het Amerikaanse zakenblad Business Week.

Perceptie is realiteit Er wordt ook beslist de exclusieve sportwagens van Boudewijn geruisloos te laten verdwijnen. Boudewijn heeft het er moeilijk mee. Hij compenseert zijn liefde voor auto’s door steevast een

174

koning boudewijn

praatje te slaan met de chauffeurs. Hij wil weten hoeveel paardenkracht onder de motorkap zit en hoeveel cilinders de motor heeft. Zelfs in Motril gaat het onderwerp met de plaatselijke vissers altijd over de motoren van hun schepen. Boudewijn spreekt behoorlijk goed Spaans. Boudewijn wordt sinds zijn huwelijk met Fabiola enkel nog gezien in de Volkswagen Kever met nummerplaat 5 be 00. Gepensioneerd leraar Johan Berens kreeg op een dag zelfs een lift van de koning. Dat was op een zaterdag in 1960. Berens stond aan het paleis van Laken te liften toen een auto met Boudewijn aan het stuur stopte. Berens mocht mee naar Antwerpen. Vlak voor Antwerpen vroeg Boudewijn aan zijn passagier om boterhammen te kopen. ‘Hij gaf me een pasgedrukt briefje van 1000 frank,’ vertelt de man aan Gazet van Antwerpen. ‘Ik mocht niet zeggen voor wie het was.’ Vervolgens hielp Berens de koning met het vouwen van een zakdoek om die op de schoot van de vorst te leggen. Het vorstenpaar komt ook meer onder het volk. Communicatiespecialist Daniële Coninckx berekende dat Boudewijn in de jaren vijftig nauwelijks twee bezoeken per maand aflegde. In de jaren zestig en zeventig stijgt dat aantal naar twee bezoeken per week. In het Paleis beseft men hoe belangrijk de aanwezigheid van Boudewijn en Fabiola voor de bevolking is. Een typisch voorbeeld vindt plaats op donderdagavond 9 november 1961. Boudewijn bezoekt de streek van Menen. Hij heeft een gesprek met grensarbeiders die per bus uit Frankrijk terugkomen. Gelukkig gaan de kranten niet in op de complete wereldvreemdheid van de koning. Hij begrijpt niet dat de arbeiders omgerekend maar 21 frank per uur verdienen. Zelf verdient hij 26.250 frank per uur. Die pr-campagne is een succes. Boudewijn en Fabiola worden vanaf nu voorgesteld als ‘gewone’ mensen. ‘Hij (Boudewijn) toonde daarbij een elitair opgebouwde maar als ‘volks’ ervaren ongedwongenheid,’ meent Frans-Jos Verdoodt. Aan één element blijft het Hof vasthouden: Boudewijn staat geen enkel interview toe. Maud Bracke noteert dat de Belgische koningen journalisten steeds geschuwd hebben. Bij Boudewijn speelt een ander element mee. ‘Hij had de behoefte zijn persoonlijk leven verborgen te houden.’

de jARen ZeSTig: goud

175

Opvallend is dat de buitenlandse uitschuivers zoals de ontmoeting met Franco daar weinig impact op hebben. Het gevolg hiervan is dat een stroom publicaties op gang komt waarin volgens historici de waarheid veel geweld wordt aangedaan. Een onderdeel van de campagne is een nieuwe reeks Blijde Intredes. West-Vlaanderen komt eerst aan bod. Het koningspaar wordt er enthousiast ontvangen. Als slotstuk van de geslaagde pr-campagne ontvangt Boudewijn succesvolle sportlui op het paleis. Dat komt goed over bij de bevolking. Op 18 oktober 1962 mogen de hardlopers Gaston Roelants en Aureel Vanden Driessche op bezoek bij de koning. Roelants won de gouden medaille op de 3000 meter steeple en Vanden Driessche de zilveren plak in de marathon in Belgrado.

Spaak en het Europees federalisme De Europese eenmaking gaat steeds verder, al gebeurt dat met horten en stoten. In een interview met Le Soir belicht Paul-Henri Spaak een aantal ideeën over het Europees federalisme. De ‘zes’ hebben zich in Parijs beraden over de toetreding van Groot-Brittannië. Generaal De Gaulle is terughoudend en de top mislukt. Spaak pleit ervoor Groot-Brittannië zo snel mogelijk te laten toetreden tot de eeg. Boudewijn is daarentegen behoorlijk terughoudend inzake de Europese eenmaking. In diplomatieke kringen wordt hij zelfs een ‘euroscepticus’ genoemd. Pas in 1967 komt het fusieverdrag er. Het geloof wordt steeds belangrijker voor Boudewijn en Fabiola. Vooral de kinderloosheid weegt zwaar. Beiden zoeken troost in het gebed. Ze verwachten ook heil van pelgrimstochten. Eerder gingen ze op bedevaart naar Santiago de Compostella. En in de zomer van 1963 worden ze gespot door een fotograaf van La Stampa. Boudewijn en Fabiola zijn in Lourdes, waar ze devoot opgaan in een menigte pelgrims. ‘Boudewijn en Fabiola blijven hun kracht putten uit het geloof,’ noteren Séguy en Michelland. ‘Zij zullen het nodig hebben.’ De kinderwens wordt in de jaren zestig dé obsessie van het paar. ‘Ooit zal ik moeder zijn, al laat ik er het leven bij,’ vertrouwt

176

koning boudewijn

Fabiola haar zus Neva toe. Als Fabiola in Italië is, zal ze te voet, volgens sommigen zelfs op haar blote knieën, op pelgrimstocht naar Assisi gaan. Ze smeekt er God om een zoon te mogen baren. In Israël legt Fabiola zelfs met geschramde knieën alle statiën van de kruisweg af. Suenens volgt de overleden kardinaal Van Roey op. De relatie met het nieuwe Belgische hoofd van de kerk wordt steeds hechter. Op 23 januari 1963 wordt Suenens officieel door Boudewijn en Fabiola ontvangen. Suenens kijkt nors op de foto. Boudewijn heeft voor de verandering een beate glimlach op zijn gelaat. Tijdens een garden party van tweeduizend jongeren in Laken eind mei 1963 beroept Boudewijn zich op het christendom om de jongeren berispend en vermanend toe te spreken. ‘U heeft het recht om iets te contesteren op voorwaarde dat u bereid bent een meer humane (lees: christelijke) gemeenschap te creëren.’ Boudewijn spoort de jongeren aan om vooral niet toe te geven aan de gemakzucht. Hij lijkt wel een predikant op een kansel.

Boekenbeurs Er is ook tijd voor profane activiteiten. Op 6 november 1963 bezoekt Boudewijn de (Vlaamse) boekenbeurs in Antwerpen. De beurs is dan nog gehuisvest op de Meir in de Stadsfeestzaal. In een filmpje uit die periode is te zien dat Boudewijn heel veel mensen de hand schudt, maar eigenlijk nauwelijks aandacht heeft voor de boeken. De meeste werken zijn dan ook Nederlandstalig. Boudewijn is geen boekenwurm. Volgens André Molitor heeft Boudewijn slechts een keer in zijn leven een boekhandel bezocht en hij leest hooguit passages uit Het Nieuwe Testament en heiligenlevens, zeker geen romans. Uit die periode stamt ook een merkwaardige gewoonte van Boudewijn. Hij ontwikkelt een eigen techniek om een gesprek aan te knopen met een persoon die hij interessant vindt. De vorst stapt recht op de man of vrouw af, met de rug naar het publiek gekeerd. Vervolgens troont hij het slachtoffer vanuit het midden van de groep mee naar de kant, om dan enkele minuten te besteden aan een ‘privéconversatie’. Herman Liebaers maakte het zelf mee toen

de jARen ZeSTig: goud

177

hij voor de Bibliotheek Albert i, de Albertina, werkte. ‘Later heb ik hem nog ten minste twee keer hetzelfde manoeuvre zien herhalen,’ weet hij. Het was behoorlijk intimiderend. Als het gesprek in de smaak valt, gaat Boudewijn een stap verder. Enkele dagen later krijgt de persoon in kwestie dan een uitnodiging voor een ‘intieme’ lunch in Laken. ‘Een volgende stap kan dan een verblijf van enkele dagen te Laken zijn,’ weet Maud Bracke. Zo kan een zekere vertrouwensband groeien. Professionele contacten en privécontacten lopen steeds meer door elkaar. Het bezoek van Boudewijn aan de Vlaamse boekenbeurs is geen toeval. In 1962-1963 zijn er heftige marsen op Brussel. De betogingen worden georganiseerd naar aanleiding van de taalwetten. Op 14 oktober 1962 is er de Tweede Vlaamse Mars. De slogans zijn ‘Vlaanderen aan de Vlamingen’ en ‘Geen faciliteiten in de Brusselse randgemeenten’. Franstalige tegenbetogers roepen ‘Sieg Heil’ en ‘Keer terug naar uw dorp’. Bij schermutselingen vallen negentien gewonden, onder wie twee ernstig. In de Voerstreek wordt ook gedemonstreerd. Begin september 1963 zijn er vierduizend Waalse betogers. Ze protesteren tegen de overheveling van Voeren van Luik naar Limburg. ‘De confrontatie van Vlamingen en Walen in de hoofdstad van het land drijft de taalstrijd op de spits,’ staat te lezen in België en zijn koningen. ‘De separatistische tendenzen hebben Boudewijn ongetwijfeld heel wat hoofdbrekens bezorgd en wellicht ook angst aangejaagd.’ In de kerstboodschap van 1963 heeft Boudewijn het uitgebreid over deze Vlaams-Waalse tegenstellingen. De koning probeert de gemoederen te sussen. Boudewijn vindt dat de Vlamingen overdrijven. ‘Je ziet dat Wallonië economisch aan de grond zit,’ vertelt hij aan een Vlaamse politicus. ‘Het is gedaan. Jullie Vlamingen, die alles in handen hebben, moeten dat toch begrijpen en niet zo hebberig doen.’

Fabiolo probeert te werken Don Jaime, de vermaledijde broer van Fabiola, zorgt geregeld voor herrie. In het Paleis wordt telkens met afschuw gereageerd als hij weer eens het nieuws haalt. Hij krijgt van het satirische blad Pan zelfs de bijnaam ‘Fabiolo’.

178

koning boudewijn

In 1963 is er goed nieuws, op het eerste gezicht althans. Jaime wordt gesommeerd om naar Brussel te komen. Na een hartig gesprek met Boudewijn en Fabiola heeft de Spaanse playboy beslist om zijn leven te beteren. Hij geeft deemoedig toe dat hij een ‘stoorzender’ is voor het koninklijke paar. Hij biedt zelfs publiekelijk zijn excuses aan voor het componeren van de ondeugende liedjes: de Fabiola Waltz en de Baudouin chachacha. Fabiolo zal voor het eerst in zijn leven werken. Hij heeft zelfs al een baantje versierd. Hij toont Boudewijn en Fabiola een flesje prik. De Spanjaard promoot een nieuwe revolutionaire frisdrank. Het originele zit hem niet in de smaak van het drankje maar in het concept. In het flesje zit een rietje dat bij het ontkurken automatisch tevoorschijn komt. Helaas, de frisdrank flopt. Kort daarna wordt Jaime in Italië bij verstek voor oplichting veroordeeld. Hij krijgt twee jaar gevangenisstraf. In 1967 moet Boudewijn zijn schoonbroer opnieuw tot de orde roepen. Hij wil dan zijn memoires publiceren, met pittige verhalen over leden van het Belgische koningshuis. Boudewijn heeft ook problemen met het imago van zijn halfbroer Alexander. De prins haalt in de eerste helft van de jaren zestig regelmatig de krant met spectaculaire auto-ongelukken. Kan Boudewijn rechtstreeks tussenbeide komen? Er is immers nauwelijks contact tussen Laken en Argenteuil. In 1963 verkoopt Alexander enkele schilderijen van Paul Delvaux. Hij verspeelt de opbrengst tijdens een wilde gokpartij. Boudewijn vraagt aan Leopold om het zakgeld van Alexander als straf in te houden. Na 1965 is er de grote stilte. Alexander zit in Australië. Mario Danneels rekende uit dat dit de verst mogelijke van ons land verwijderde plaats is. In Spanje is er de beruchte zaak rond Julian Grimau Garcia. De communist wordt in een proces ter dood veroordeeld. Enkel Franco kan hem gratie verlenen. De zaak verschijnt in de wereldpers. Prominenten en wereldleiders vragen Franco om het leven van de man te sparen. Ook rode koningin Elisabeth stuurt een telegram naar Franco met die uitdrukkelijke vraag. Tevergeefs. Grimau sterft dat jaar. Franco is onvermurwbaar.

de jARen ZeSTig: goud

179

De campagne van Frei gefinancierd In De Morgen beweert Edward Korry, voormalig ambassadeur van de vs in Chili, dat de koninklijke familie van België een van de geldschieters was van de campagne van de Chileense politicus Eduardo Frei Montalva. Gelijkaardige beweringen worden geuit in de documentaire The last stand of Salvador Allende. Frei was de christendemocratische tegenkandidaat van de marxistische Allende tijdens de presidentsverkiezingen van 1964. De cia had een plan om de linkse Allende te discrediteren. Daarvoor was geld nodig. Het Vaticaan, de koninklijke familie van Italië en Boudewijn waren bereid geld op tafel te leggen. Auteur Jan Van den Berghe bevestigt het verhaal. ‘Zijn geloof en politieke verblinding hadden Boudewijn ertoe gebracht financiële steun te verlenen aan de Chileense christendemocraten, tegen de wettelijk verkozen marxistische president Salvador Allende.’ Recent vrijgegeven geheime documenten van de cia tonen aan hoe dit precies in zijn werk is gegaan. In april 1962 werd de ‘5412 Panel Special Group’ opgericht om Frei te steunen. Volgens de cia ging het om ‘bedekte financiële steun aan de christendemocraten om de presidentiële campagne in 1964 van Frei te betalen.’ Hoe moeten we ons die steun van Boudewijn precies voorstellen? Een mogelijk spoor loopt via Roger Vekemans, een Vlaamse jezuïet en briljante intellectueel die toen in Chili woonde. Halfweg de jaren vijftig had de Kerk in Chili problemen met links. Vekemans slaagde erin een sterke christelijke campagne te voeren. Hij werd zelfs de persoonlijke vriend en campagneleider van Frei. De overwinning van Frei in 1964 wordt door sommigen toegeschreven aan Vekemans. Vekemans had ook contacten met de cia. Dat laatste werd evenwel ten stelligste ontkend.

Steun aan kolonel Oscar Osorio De steun van Boudewijn aan bevriende politici in Zuid-Amerika begint al in de jaren vijftig. Het mooiste bewijs vormt een brief van Boudewijn van 10 augustus 1952 in het archief van El Salvador. De brief is gericht aan kolonel Oscar Osorio, een eersteklas

180

koning boudewijn

de jARen ZeSTig: goud

181

communistenvreter. Osorio was in de periode 1948-1950 de sterke man van de nieuwe militaire regering in El Salvador. De verkiezingswetten van 1949 verboden expliciet communistische partijen. In 1950 kwam Osorio aan de macht. Hij was president tot 1956. De brief van Boudewijn gaat over een formaliteit. De ambassadeur van België in dat land, Fernand Gobert, gaat op pensioen. Opvallend is de erg vriendschappelijke toon van het schrijven. Osorio wordt door Boudewijn aangesproken als ‘cher et grand ami’. Boudewijn maakt van de gelegenheid gebruik om zijn grootste waardering voor de kolonel uit te drukken. Hij signeert de brief met ‘uw oprechte vriend Boudewijn’.

Antumalal In 1965 bezoekt Boudewijn Latijns-Amerika. Een van de bezochte landen is Chili. Perswoordvoerder Claude de Valkeneer wijdt hieraan in zijn boek exact twee zinnen. ‘De christendemocratie was schitterend in Chili. Er was niet enkel de mooie vulkaan Antumalal die smeulde.’ De Valkeneer gebruikt in zijn boek de term ‘couver’. Dat betekent niet alleen smeulen of broeien, maar ook ‘beramen’, zoals in ‘een plan beramen’. De Zuid-Amerikaanse rondreis wordt vroegtijdig afgebroken, officieel om gezondheidsredenen. Boudewijn loopt dan op krukken. In werkelijkheid botst een verzoek van Boudewijn om Dom Hélder Câmara te ontmoeten op een Braziliaans veto. Boudewijn is boos en wil zo snel mogelijk naar huis. We komen verder terug op deze reis. Volgens de webstek résistances.be is de steun van Boudewijn aan Frei het zoveelste bewijs dat het heilige imago van Boudewijn niet klopt. Hij onderhoudt ook later goede contacten met de Chileense christendemocraten. In september 1989 ontvangt hij de politicus Patricio Aylwin. Aylwin wint de verkiezingen in Chili en wordt er president van 1990 tot 1994. Boudewijn had ook sympathie voor Napoleon Duarte van El Salvador. Duarte, eveneens een christendemocratisch politicus, kwam er in 1980 met de hulp van de cia aan de macht. Tindemans noteert op 7 mei 1984 in zijn dagboek: ‘We verne-

182

koning boudewijn

men dat Napoleon Duarte in El Salvador bij de presidentsverkiezingen de absolute meerderheid heeft behaald. Proficiat. Hoe lang zijn we niet gepest en achtervolgd omdat we de man niet lieten vallen?’ (eigen cursivering)

Invloed en macht ‘Een ding is zeker,’ vertelt een hoogleraar aan Polspoel en Van Den Driessche, ‘met de dag groeit mijn overtuiging dat de invloed van de koning en zijn omgeving, en bijgevolg hun macht, veel groter is dan we durven vermoeden.’ Dat is ook de mening van auteur John Fitzmaurice: ‘Alle Belgische koningen, dus ook Boudewijn, waren activistisch. Ze gebruiken hun formele én informele macht volledig.’ Auteurs Bracke en Denuit bevestigen dit. ‘De voorbeelden van de benoemingen in de wetenschappelijke instellingen, de herziening van de bevoegdheden van de provincies en de bezoeken in de sociale sfeer wijzen alleszins in die richting (van invloed op het beleid).’ Louis Michel herhaalt in Le Point dat ‘de vorst een werkelijke invloed heeft’. Dat de koning enkel zou meespelen in ‘veredeld volkstheater’ is onzin. ‘De bezoeken die de koning aflegt en de ontvangsten op het Paleis zijn allerminst vrijblijvend of louter protocollair van aard, integendeel, ze vormen hét fundament waarop zijn politieke rol is gevestigd,’ besluiten Bracke en Denuit. Het jaar 1964 staat in het teken van de buitenlandse reizen. Boudewijn en Fabiola brengen een bezoek aan Israël. Het gaat om een pelgrimstocht. Het is niet moeilijk om te raden wat beiden er aan God vragen. Ze zijn erg onder de indruk. Er is ook tijd voor een korte ontmoeting met de derde president van het land, Zalman Shazar. Het koningspaar vertrekt ook op staatsbezoek naar Japan. Tijdens die reis wordt Boudewijn wel streng berispt door de Japanse premier. De vorst vergeet bij het betreden van de heilige tempel zijn schoenen uit te doen. Na het bezoek krijgen Japanse journalisten de mogelijkheid om vragen te stellen aan de koning. Het is een uitzondering op het protocol. Persattaché De Valkeneer staat

de jARen ZeSTig: goud

183

het voor één keer toe. ‘Ik wist dat ik een risico liep,’ vertelt hij. Maar hij vond het een ‘berekend’ risico. De Valkeneer had zich vergist. Boudewijn is niet gewoon dat er vragen gesteld worden. In de regel stelt hij de vragen. Netelige vragen van Japanse journalisten worden door Boudewijn met een pittige tegenvraag beantwoord. ‘De vragen van de koning brachten iedereen in verlegenheid,’ herinnert De Valkeneer zich. Hij moest dan ook vliegensvlug tussenbeide komen: ‘Kings are not allowed to ask questions to the press people!’ riep hij wanhopig. Koningen mogen geen vragen stellen aan journalisten. Het was volgens hem op het nippertje. Het persmoment was bijna uit de hand gelopen.

Adoptie In 1964 rijpt bij Boudewijn en Fabiola stilaan het plan om een of meerdere kinderen te adopteren. Het koninklijke paar probeert dan al vier jaar een kind ter wereld te brengen. Het besef dat ze misschien nooit natuurlijke kinderen zullen hebben, begint stilaan door te dringen. Fabiola heeft dan al twee of drie miskramen achter de rug. Haar gynaecoloog verzoekt de koningin uitdrukkelijk om zich daar ook bij neer te leggen. Ze mag haar eigen gezondheid en leven niet meer op het spel zetten. De adoptie-intentie bij het paar was zeer stevig. Dat blijkt uit twee concrete elementen. Eerst werd er juridisch advies ingewonnen. Boudewijn wilde de adoptiekinderen uitsluiten van de troonsopvolging. Ze hadden evenmin recht op een adellijke titel. Het advies van het hoogste rechtsorgaan, wellicht de Raad van State, moest dit juridisch kaderen en vooral waterdicht maken. Er mocht achteraf over deze punten geen enkele discussie zijn. De regering Lefèvre werd op de hoogte gesteld van de wens van het koningspaar. De regering was voorzichtig positief. Een anoniem geciteerde politicus stelt het als volgt: ‘Boudewijn is een fijne man, maar hij staat nogal ver verwijderd van de gewone mensen en hun problemen. De adoptie van een of meerdere kinderen zou hem dichter bij het volk brengen.’ Ook vanuit pr-standpunt zou het een meesterlijke zet geweest zijn. ‘Koningskinderen maken een monarchie altijd populair,’ weet onderzoekster Helena Buckinx.

184

koning boudewijn

Eind 1964 bood zich een heel concrete gelegenheid aan. Door de gijzeling en slachting onder de blanken in Congo werd een aantal Belgische kinderen wees. Op onze nationale luchthaven speelden zich hartverscheurende taferelen af. Fabiola zat een halfuur lang met de zes maanden oude Nelly in haar armen. Boudewijn luisterde naar haar vader. De moeder van Nelly was op beestachtige wijze afgeslacht in Congo. Een betrouwbare bron stelt dat de adoptieplannen bij de koning en de koningin al aanwezig waren vóór deze afschuwelijke gebeurtenis. Het was enkel de katalysator. Het juridisch advies inzake de adoptie was positief. Er was geen wettelijk beletsel voor het koninklijk paar om (Belgische) kinderen te adopteren. Ook politiek stond het licht voorzichtig op groen. Waarom het plan niet doorging, is niet duidelijk. We kunnen enkel een paar hypotheses naar voren schuiven. De meest voor de hand liggende verklaring is dat Boudewijn en Fabiola zich bleven vastklampen aan de minuscuul kleine kans dat Fabiola zelf nog kinderen zou baren. Aangezien de voortzetting van de monarchie een belangrijke opdracht is, is deze hypothese de meest waarschijnlijke. Een andere verklaring is dat Fabiola of Boudewijn toch bezwaren had tegen een mogelijke adoptie. Royaltykenner Erlend Hamerlijnck schuift tijdens een gesprek een interessante verklaring naar voren. ‘Deze adoptiekinderen waren wel volwaardige erfgenamen. Boudewijn wilde misschien niet dat het fortuin van de Coburgs weglekte.’

Zware rellen in Stanleystad Begin april 1964 moet Boudewijn vervroegd uit vakantie terugkeren. De artsen staken in ons land tegen de wet Leburton (die onder meer voorzag in kosteloze verzorging van weduwen, invaliden en gepensioneerden). De gemoederen laaien hoog op als een kind in Tongerlo sterft omdat er geen geneesheer beschikbaar is. Boudewijn komt persoonlijk tussenbeide en ontvangt de hoofdrolspelers van het drama. Hij heeft onder meer een gesprek met de rector van Gentse universiteit. De staking wordt uiteindelijk afgeblazen. Ook in Congo is het een woelig jaar. Begin juli 1964 is Tsjombe

de jARen ZeSTig: goud

185

even president van het land. Hij stelt zijn regering van nationale verzoening voor. De vn-vredesmacht vertrekt uit het land omdat er geen geld meer is. Op 7 september roept generaal Olenga in Stanleystad (Kisangani) de volksrepubliek Congo uit. Hij houdt er tussen 500 tot 1700 westerse gijzelaars vast. In oktober begint het reguliere Congolese leger met Belgische en Amerikaanse steun aan een tegenoffensief. De spanning stijgt. Vanaf 15 november wordt operatie ‘rode draak’ voorbereid. De vn geeft zijn fiat. Bedoeling is de westerse gijzelaars, vooral Belgen, te ontzetten. Op 24 november vertrekken vanuit Ascension verscheidene Amerikaanse c130’s met Belgische para’s. Op 26 november landen ze in Stanleystad. Veel gijzelaars worden door de Simba’s gedood. De moeder van Nelly was een van de slachtoffers. In totaal vallen er vijfentachtig doden. De achttienjarige Chantal Hamaide vertelt dat haar echtgenoot voor haar ogen onthoofd werd. En de non Anne-Marie Merkens wordt volledig naakt de straat opgestuurd. Later vertelt ze dat ze liever dood was geweest. Maar de meeste Belgen kunnen toch bevrijd en geëvacueerd worden. Het reguliere Congolese leger werkt goed mee aan deze operatie. De Congolese generaals worden in België ontvangen en gedecoreerd. Boudewijn verleent ze zelfs een privéaudiëntie. Daarna mogen ze aanschuiven aan een prachtig banket in het Egmontpaleis. Er is die avond een ernstig incident. Een van de Congolese generaals vindt dat hij door een aantal belangrijke Belgen te ontzetten, een vette premie verdiend heeft. De Congolees had uitgerekend dat hij een bedrag van 7,5 miljoen frank (nu: 30 miljoen frank of 74 500 euro) waard was. Toen minister van Defensie P.W. Segers hem antwoordde dat dit uitgesloten was, gooide hij de onderscheiding die hij net van Boudewijn gekregen had, op de grond en verliet stampvoetend de zaal. Boudewijn kreeg de informatie pas nadien van zijn trouwe minister te horen.

186

koning boudewijn

Het koude bezoek aan Zweden Op 26 februari 1964 viert het satirische blad Pan zijn duizendste nummer. Met zowat vijftig edities per jaar is de redactie dan al een jaar of twintig bezig, tot afschuw van de vorst. Het blad wordt aandachtig gelezen aan het Hof, vooral omdat er zeer gerichte lekken zijn vanuit het Paleis zelf. Midden in dat feestnummer van februari 1964 staat een tekening met wel drieëndertig fouten. Een van die fouten is dat Lilian niet op het voorplan staat. Een andere fout is een afbeelding van Boudewijn die lacht. Op het Paleis kunnen ze het sarcasme van Pan niet echt waarderen. Ze zijn de harde titel van 21 september 1960 nog niet vergeten: ‘Exclusiviteit: huwelijk van een Spaanse met een trappist.’ In mei 1964 bezoeken Boudewijn en Fabiola Zweden. Het bezoek van het paar heeft een hoge symbolische waarde aangezien de moeder van Boudewijn, Astrid, Zweedse was. ‘Ik voel haar aanwezigheid. Zij is er,’ fluistert Fabiola Boudewijn toe, zodra ze in Zweden zijn aangekomen. Boudewijn heeft haar sinds 1960 tientallen keren verteld over zijn moeder. Fabiola heeft de indruk dat ze Astrid persoonlijk gekend heeft. Toch is Fabiola bezorgd. Hoe zal het Zweedse volk reageren op hun bezoek? Haar bezorgdheid is terecht. ‘De eerste dag bleef het Zweedse volk gereserveerd,’ noteren Séguy en Michelland. ‘Er stonden weinig mensen langs de route van de officiële stoet toen die de nieuwe satellietstad Farsta aandeed.’ De verklaring is eenvoudig. De Zweden lagen niet wakker van dat bezoek. Het gebrek aan enthousiasme was overigens niet persoonlijk bedoeld. Boudewijn grijpt de kans aan om ook Fridhem, in de buurt van Norköping, te bezoeken. In 1938 bracht hij er zijn vakantie door bij zijn grootouders, prins Carl en prinses Ingeborg. Hij was er sindsdien niet meer geweest. De relatie tussen beide families was na het overlijden van koningin Astrid verwaterd.

de jARen ZeSTig: goud

187

Het jaar van Mobutu In 1965 komt generaal Mobutu definitief aan de macht in Congo. Hij bedankt president Kasavubu voor bewezen diensten. Volgens Libération heeft de Congolese generaal één doel: de gelijke van Boudewijn worden. Mobutu beweert bij de machtsovername nochtans dat het slechts voor enkele maanden is. Daarna mogen de politici opnieuw regeren. Net voor de machtsovername krijgt Mobutu volgens John Stockwell, voormalig lid van de cia, 20 tot 25 miljoen dollar van de Amerikaanse regering en de cia. De Amerikaanse ambassade in Kinshasa wordt het informele hoofdkwartier van de cia in Afrika. Mobutu zet volgens journaliste Colette Braeckman een complexe piramide van macht op poten, gebaseerd op geweld maar gesmeerd met geld. Boudewijn en Mobutu zullen elkaar gedurende meer dan twee decennia regelmatig ontmoeten. Het verband tussen Boudewijn en de Congolese alleenheerser is te vinden bij de Generale Maatschappij en haar Congolese dochtermaatschappijen. Om dat te begrijpen moeten we teruggaan tot koning Leopold ii. De Generale Maatschappij is tijdens diens koningschap betrokken bij nagenoeg alle industriële projecten in binnen- en buitenland. De Generale volgt de vorst zelfs op de voet. Toch was de Generale niet onmiddellijk gewonnen voor het Congolese avontuur van Leopold ii. ‘Pas in 1906 stort de Brusselse holding zich definitief in de ontginning van Congolese rijkdommen,’ noteert auteur Cottenier. Dat de relatie tussen Boudewijn en Mobutu vrij goed is, bewijzen twee elementen uit de privésfeer. Toen de eerste vrouw van Mobutu, Marie-Antoinette, aan kanker overleed, was Boudewijn de eerste om het nieuws te vernemen. Boudewijn gaat persoonlijk naar Mobutu om hem te condoleren. Boudewijn is volgens sommigen ook de peter van een van de kinderen van de Congolese alleenheerser. Dat klopt niet. Mobutu vraagt Boudewijn in de herfst van 1966 om het peterschap van zijn zevende kind op zich te nemen. Het is een meisje: Claudine. Boudewijn weigert evenwel. In een brief van André Molitor aan Pierre Harmel wordt de redenering van de vorst uitgelegd: ‘Het is correct

188

koning boudewijn

dat Boudewijn de peter is van elke zevende zoon (!) in België. Maar Boudewijn weigert systematisch elke vraag vanuit het buitenland om hierop in te gaan.’ Het is wellicht een drogreden. Op 27 december 1959 ontmoet Boudewijn immers zijn petekind Baudouin Muanda, zevende zoon van sergeant-majoor en mevrouw Muanda uit Luluaburg. Zeker is dat de vraag van Mobutu bewijst dat hij Boudewijn erg hoog inschat. De vs wisten dat Boudewijn een grote invloed had op Mobutu. Als de Amerikanen iets van plan waren in Congo, werd koning Boudewijn volgens bronnen op zijn minst ‘geïnformeerd’ en zelfs ‘geconsulteerd’. Omgekeerd vroegen de Belgen regelmatig advies aan de Amerikanen. Dat bewijzen de recent vrijgegeven telexen van de Amerikaanse ambassade in Brussel aan de Secretary of State. ‘Kan het geheim van dit wonderlijke bondgenootschap worden ontsluierd?’ vragen auteurs Danny Ilegems en Jan Willems zich af. Het antwoord is volgens een gewezen minister niet eens zo ver te zoeken: ‘Boudewijn was aanvankelijk vooral bekommerd om de aandelenportefeuille van de koninklijke familie. Elisabeth, Leopold iii, Boudewijn zelf: allemaal hadden ze belangen in de Generale-dochters (Union Minière en Forminière) die in Congo actief waren. Hoe slechter het met Congo ging, hoe beroerder hun bankuittreksels eruitzagen. Mobutu zorgde voor de stabiliteit waarin het Belgische bedrijfsleven weer volop kon gedijen.’ Historicus Guy Vanthemsche schrijft in Congo dat de aard en de draagwijdte van de complexe persoonlijke band tussen beiden pas aan het licht zullen komen na vrijgave van de koninklijke archieven.

Verwevenheid Een ander bewijs van de verwevenheid van het Belgische Hof en de Société Générale zijn de personen die voor het Hof zetelen in de organen van de Generale. Grootmaarschalk Herman Liebaers was voorzitter van het college van commissarissen van de holding. Edmond Carton de Wiart was directeur van de Société Générale en Gobert d’Aspremont was er commissaris. Pierre de Bonvoisin, persoonlijke raadgever van Boudewijn, was directeur van de bank van de Generale Maatschappij.

de jARen ZeSTig: goud

189

Auteur Ludo de Witte somt ze in zijn boek over Lumumba nog eens allemaal op. Van Gobert d’Aspremont over zijn neef Harold, graaf Capelle en Jean-Pierre Paulus tot Amaury de Merode. Deze laatste had zelfs een substantiële aandelenpositie in de Generale Maatschappij. Maar volgens de auteur is dit slechts ‘het topje van de Generale-ijsberg’. Er is nog een andere illustratie van de verwevenheid tussen de holding en het Hof. Onder het Apartheidsregime van Zuid-Afrika werd door België nagegaan of het niet mogelijk was zaken te doen zonder De Beers. De topman van de Generale in België kreeg onmiddellijk een woedend telefoontje van de voorzitter van De Beers. De topman van de holding waarschuwde op zijn beurt het Paleis. Het plan om De Beers te omzeilen ging niet door. Er wordt soms geschreven dat de koninklijke familie kort na de onafhankelijkheid van Congo afzag van participatie in de Generale Maatschappij. Dat klopt niet. Tot 1988 hield het Hof een belangrijke aandelenpositie in de holding. Bij het begin van de jaren tachtig werd het aandeel van het Belgisch koningshuis in de Generale Maatschappij geschat op zowat zeven procent. Dat belang komt overeen met 7 miljard frank (nu: 14 miljard frank of 347 miljoen euro). Die schatting ligt overigens nog steeds aan de basis van de huidige speculaties over het fortuin van onder meer Albert ii. Albert ii was immers erfgenaam van zijn broer Boudewijn en van Leopold iii.

Latijns-Amerika Op 24 januari 1965 overlijdt de Britse politicus Winston Churchill. Boudewijn moet volgens het protocol aanwezig zijn op de begrafenis. Dat ligt gevoelig. De Engelse politicus had Leopold in 1940, na de capitulatie van het Belgische leger, zwaar op de korrel genomen. Boudewijn wil aanvankelijk niet gaan. De enige toegeving die de koning wil doen, is een rouwtelegram sturen. Toch kan premier Lefèvre de vorst overtuigen om naar Londen te reizen. Lefèvre argumenteert dat België zonder de aanwezigheid van de vorst een zeer slechte indruk zou maken. Drie weken later verschijnt in de buitenlandse kranten een

190

koning boudewijn

bericht dat Boudewijn hepatitis heeft. Hij moet volgens de artsen zes weken in bed blijven. De ziekte weerhoudt de vorst volgens de woordvoerder niet wetten te ondertekenen. In april 1965 signeert hij inderdaad de Koninklijke Besluiten waarmee een tiental instituten het statuut van wetenschappelijke instelling van het rijk verwerven. Volgens Luc François wordt deze beslissing genomen op uitdrukkelijk verzoek van de vorst. ‘Wanneer de regering een tweetal decennia later met de gedachte speelt deze instellingen tot parastatalen om te vormen, mag het afvoeren van dit plan zonder enige twijfel aan een persoonlijke interventie van de vorst worden toegeschreven.’ Boudewijn ziet deze instellingen als een middel waarmee een op Belgische leest geschoeide cultuurpolitiek kan worden ondersteund. In zijn optiek staan ze volgens François boven het dagelijkse politieke leven, waardoor ze gevrijwaard moeten worden van eventuele federalisering. Eind 1965 is er een rondreis in Zuid-Amerika. Boudewijn is dan helemaal hersteld. De koning en de koningin willen ook daar de dagelijkse mis bijwonen. Voor Johan Anthierens was de koning een ‘hostiejunk’. In Mexico is er wel een praktisch probleem. Er is geen misdienaar. Ambassadeur Max Wéry moet dan maar die dienende rol spelen. Hij zal de bel naar de zin van Fabiola iets te vaak luiden. In Argentinië ontaardt het bezoek bijna in een drama. Een aanhanger van de voormalige president Perón heeft een Belgische vlag in benzine gedrenkt en aangestoken. Als de auto met Boudewijn en Fabiola langskomt, wordt de brandende vlag in de richting van Boudewijn gegooid. Op het nippertje wordt de man door de politie overmeesterd. In de Belgische pers is er niets terug te vinden van dit incident. De reis verloopt zogenaamd ‘voorspoedig’. In Brazilië willen Boudewijn en Fabiola absoluut de arme Sertãoregio bezoeken. Maar onder het voorwendsel dat daar een pokkenepidemie heerst, mogen ze er niet naartoe. Onderweg horen ze dat koningin Elisabeth een hartaanval gekregen heeft. Haar toestand gaat snel achteruit. Boudewijn en Fabiola keren naar België terug. Op 24 november 1965 overlijdt de rode koningin. Enkele dagen later vindt de uitvaart plaats. Prins Karel, jongste zoon van Elisabeth, blijft afwezig. Boudewijn, Fa-

de jARen ZeSTig: goud

191

biola, Leopold iii en Lilian zijn er wel, maar ze wisselen geen woord met elkaar. Laken en Argenteuil liggen steeds meer overhoop. Als prinses Marie-Christine een briefje stuurt naar haar halfbroer Boudewijn, wordt ze door haar moeder voor verraadster uitgescholden. Het antwoord van haar halfbroer is dat ze te jong is om de situatie te begrijpen. Eind november verblijft Suenens in Rome. Er is een cruciaal debat aan de gang over geboortebeperking, maar ook hij keert naar België terug om de begrafenis van Elisabeth bij te wonen. Hij komt op 28 november aan. Woensdag 1 december vertrekt hij opnieuw naar Rome. Boudewijn slaakt een zucht van verlichting. Ook de regering is tevreden dat ze eindelijk van die ‘rode’ lastpost af is.

Geldnood De voortdurende geldnood van Leopold zet zijn relatie met Laken extra onder druk. Om de dure levensstijl van Lilian te bekostigen, moet Leopold om de haverklap kunstvoorwerpen uit Argenteuil en privébezittingen verkopen. Dat ergert Boudewijn mateloos. Leo Tindemans herinnert zich dat Leopold hem daarover een brief schreef. Er was in de pers negatief gereageerd op het nieuws dat hij privébezit per opbod had verkocht. De Standaard had zelfs een foto gepubliceerd van een buste van Astrid. ‘Hij vertelde me dat het niet om Astrid ging maar om een vriendin van Elisabeth.’ Leopold wees Tindemans wel op zijn benarde financiële situatie. De voorwerpen werden openbaar verkocht op veilingen in Parijs, Londen en Antwerpen. Volgens Evrard Raskin gaf Boudewijn aan een medewerker vaak de opdracht om de aangeboden voorwerpen discreet op te kopen. Leopold was daar niet van op de hoogte. Boudewijn vond het niet gepast dat persoonlijke spullen van zijn vader in het bezit van derden kwamen. De geldhonger van Lilian was zo groot dat Leopold zich genoodzaakt zag – met pijn in het hart – zijn omvangrijke postzegelcollectie te verkopen. Maar Lilian kon wel weer gaan winkelen bij Van Cleef & Arpels of bij Givenchy.

192

koning boudewijn

De grote koninklijke slachtpartij Boudewijn is een verwoed jager. Tot in het midden van de jaren zeventig is jagen een van zijn favoriete hobby’s. De koning bezit een grote collectie vuurwapens en beschikt over een uitstekende techniek. Dat toont hij ongewild in 1963. Met een kruisboog slaagt hij erin om bij de eerste poging het doelwit te raken bij de gilde van kruisboogschutters van Onze-Lieve-Vrouw-van-de-Zavel. Het piepkleine doelwit bevindt zich achttien meter boven de grond. ‘Hij is de eerste koning wiens schoenen door de leden van de Ancien Serment Royal gepoetst worden,’ noteert Fralon. Dat is zijn beloning. Boudewijn houdt ook van vissen op zee. In de zomervakantie van 1963 verblijft hij in Zarauz, Spanje. Volgens Der Spiegel slaagt hij er medio augustus in om vanop de boot Merche een kleine potvis van 700 kilogram en een dolfijn van 150 kilogram te harpoeneren. Op het land gaat zijn voorkeur uit naar groot wild: wilde zwijnen en herten. Tijdens zijn huwelijksvakantie in Spanje kon de vorst zich al eens uitleven. Ook de bossen rond Ciergnon lenen zich goed voor de jacht. Eind 1966 wordt in ons land een grote ‘koninklijke’ jachtpartij georganiseerd. In de Belgische pers wordt er niets over geschreven. De jachtpartij duurt drie volle dagen en vergt weken voorbereiding. Er wordt naar hartenlust geschoten op hazen, herten en wilde zwijnen. Daarbij worden honderdtwintig drijvers ingezet die het wild moeten opjagen. Vooral voor koning Constantijn ii van Griekenland wordt hard gewerkt. Hij is immers de belangrijkste gast. Constantijn is de laatste koning van Griekenland. Hij verdwijnt in 1973 geruisloos van het toneel. Kenners weten dat het om de grootste jacht gaat van de laatste decennia. In totaal zijn er tweehonderdvijftig jagers aanwezig met Boudewijn als gastheer. Er zijn ook zeven prinsessen, vier prinsen en dertig andere hooggeboren adellijke personen. Deze groep wordt beschermd door verschillende rijkswachters met machinegeweren. Daarnaast zijn er jachtgezellen van de politieke, diplomatieke en economische elite aanwezig. Twee jaar later, op 15 november 1968, mag Constantijn zijn

de jARen ZeSTig: goud

193

jachtgeweer opnieuw uit de kast halen voor een jachtweekend in België. Weer is hij de gast van Boudewijn en Fabiola. Auteur Patrick Roegiers weet dat Boudewijn nadien de jacht plots staakte. ‘Waarom of waardoor is niet duidelijk.’ Een bron beweert dat dit op aanraden van de omgeving van Boudewijn gebeurt. Een jagende koning strookt niet met zijn imago. Volgens Maud Bracke stopt Boudewijn halfweg de jaren zeventig met jagen omwille van ‘gezondheidsproblemen’. Claude de Valkeneer vertelt dat we niet te zwaar moeten tillen aan het jachtverleden van de koning. ‘Hij hield niet echt van de jacht.’ Ook halfbroer Didisheim relativeert de feiten. ‘In het begin nam hij eraan deel omdat hij zich verplicht voelde. Nadien werden er uitnodigingen in zijn naam verstuurd maar hij ging zelf niet naar de jachtpartijen. Hij schoof enkel aan bij de lunch.’ Die jaarlijkse koninklijke jacht is een belangrijke sociale ontmoetingsgelegenheid, een middeleeuwse traditie en een vaste waarde aan het Belgisch Hof. De jacht vindt plaats in Ciergnon, in Saint-Michel-Freyr of het Hertogenwald. Het gaat telkens om enkele weekends in het najaar. Boudewijn nodigt bij elke gelegenheid een tweehonderdtal jagers uit, van wie twintig buitenlandse familieleden en vrienden. ‘De Spaanse Mora’s zijn geregeld van de partij, evenals de Luxemburgse groothertogen en de Habsburgers,’ zegt Bracke. Jules Bay was toen opzichter van 1300 hectare bos in Saint-Hubert. ‘Koning Boudewijn kwam hier geregeld jagen,’ vertelt hij aan Het Nieuwsblad. In 1982 doet Boudewijn afstand van het jachtrecht in het Hertogenwald en Saint-Michel-Freyr. De jachtpartijen zijn, naast het toekennen van adellijke titels, een manier om de Belgische elite aan zich te binden. ‘Op het Paleis circuleren lijsten van politici, hoge ambtenaren, diplomaten en bedrijfsleiders die graag jagen.’ Onschuldige dieren afknallen is dus een geschikte manier om in de omgeving van de koning te komen. Omgekeerd kan Boudewijn zijn greep op de elite versterken door met hen te jagen.

194

koning boudewijn

Zwartberg Medewerkers van de vorst moeten erkennen dat zijn privéleven in de jaren zestig een mysterie blijft. Af en toe verschijnt een merkwaardige foto in de pers die moeilijk geduid kan worden. Begin augustus 1966 publiceert de Spaanse krant La Vanguardia een foto van Boudewijn met een jongeman op een scooter. De vorst verblijft in Zarauz. Boudewijn zit achterop. De jongen wordt door de krant geïdentificeerd als Alfonso Aguilar, een neef van Fabiola. In de jaren zestig gaat het België economisch voor de wind. De bedrijven draaien op volle toeren en de werknemers delen in de vruchten. De welvaart in ons land stijgt. Er is wel een galopperende inflatie. Die is zo hoog dat zelfs de civiele lijst van de koning in 1965 aangepast moet worden. Een regeringsbron meldt dat Boudewijn hard onderhandelt. Vooral verouderde sectoren zoals de staalsector en de steenkoolmijnen hebben het moeilijk. Een van de mijnen die gesloten moet worden, is die van Zwartberg. De regering Harmel sluit in totaal zes steenkoolmijnen: vijf in Wallonië en een in Vlaanderen. Het protest tegen de voorgenomen sluiting is erg grimmig. Begin 1966 vallen zelfs twee doden bij betogingen. Politicus Camille Huysmans is volgens zijn biograaf Wim Geldof diep geraakt. Voormalig premier Huysmans kruipt in zijn pen en stuurt een vlammende brief naar Boudewijn. Hierin verdedigt hij de stakers die volgens hem ‘het recht en zelfs de plicht hebben hun dagelijks brood te verdedigen tegen “een zuiver kapitalistische uitbuiting”’. Huysmans, dan al zesennegentig jaar oud, heeft niet de gewoonte brieven te schrijven naar het Paleis. Deze ernstige situatie vraagt volgens hem om een uitzondering. Het is niet bekend hoe Boudewijn op de brief reageert. Zeker is dat het allemaal niet veel uithaalt. Het communistische weekblad La Voix du Peuple noemt Boudewijn de nieuwe koning der incivieken. Het weekblad wordt in beslag genomen. Volgens de regering gaat het om smaad en majesteitsschennis. In de zomer van 1965 wordt de regering Harmel gevormd. Boudewijn is in zijn nopjes. Pierre Harmel is een van zijn lievelingen. Toch zal het een eenmalig en kortstondig experiment zijn. Na

de jARen ZeSTig: goud

195

amper tien maanden wil deze regering er al de brui aan geven voor een relatief futiele aangelegenheid, het remgeld in de ziekteverzekering. Boudewijn moet door de politieke crisis zijn bezoek aan Denemarken onderbreken. Boudewijn schrijft een brief aan Harmel en maakt die ook openbaar. Hij weigert het ontslag van Harmel. De strategie is duidelijk. Met de brief steunt Boudewijn de rooms-rode coalitie van Harmel. Het initiatief van de vorst moet de regering een hart onder de riem steken. Die opgemerkte interventie belet niet dat de koning een week later toch het ontslag van het kabinet Harmel moet aanvaarden. Volgens Emmanuel Gerard verwerft Boudewijn veel invloed door het ontslag van een regering te weigeren. ‘Dat is wellicht de meest persoonlijke beslissing die hem rest en een beslissing met politieke draagwijdte.’ De politieke geschiedenis van België zou er helemaal anders uitzien als de vorst het ontslag van een regering telkens zonder meer aanvaard zou hebben. In totaal heeft Boudewijn acht keer het collectief ontslag van een regering geweigerd.

Fabiola overtuigt Boudewijn om op de troon te blijven Begin mei 1966 brengt Elizabeth van Engeland een bezoek aan koning Leopold in Argenteuil. De ontmoeting komt er op uitdrukkelijk verzoek van de Engelse koningin. Ze wil een einde maken aan de koele relatie tussen België en haar land. Die slechte verhouding is de schuld van Boudewijn. Denk maar aan zijn obstinate weigering om aanwezig te zijn bij de begrafenisplechtigheid van King George. Daarom richt Elizabeth zich tot zijn vader. Het is een vernedering voor de vorst. Begin juni 1966 laat Mobutu bij klaarlichte dag vier mannen ophangen. Mobutu is een jaar aan de macht en wil door deze brutale daad zijn spierballen tonen. Een van de slachtoffers is voormalig premier Kimba. Boudewijn komt tevergeefs tussenbeide bij zijn Afrikaanse ‘neef’. Mobutu zal een van de meest succesvolle dictators worden. Hij verzamelt – met de steun van de Verenigde Staten en België – in iets meer dan drie decennia ruim vijf miljard dollar.

196

koning boudewijn

Op 27 juli zegt Paul-Henri Spaak definitief vaarwel aan de Belgische politiek. Zijn talrijke tegenstanders, onder wie Boudewijn, slaken een diepe zucht. Volgens Tindemans veroorzaakt zijn vertrek een ‘belangrijke verschuiving’ in het Belgische politieke landschap. Spaak had nu eenmaal al jaren mee het beleid bepaald. Boudewijn heeft in de zomer van 1966 andere kopzorgen. In juli is Fabiola immers opnieuw zwanger. De vrucht is vijf maanden oud. Tijdens de nacht van 9 op 10 juli wordt ze met vreselijke pijn wakker. Het is opnieuw een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. De koningin wordt in allerijl overgebracht naar het Sint-Jansziekenhuis en onmiddellijk geopereerd. Op dinsdag 12 juli volgt dan de kurkdroge mededeling van het Paleis: ‘Een onverwachte ontwikkeling in de gezondheidstoestand van de koningin heeft tot een chirurgische ingreep geleid. Die is zondagavond uitgevoerd in het ziekenhuis.’ Sommigen, zoals auteur Pierre Stéphany, menen dat het in 1966 definitief zeker is dat het koningspaar geen kinderen kan krijgen. Dat klopt niet helemaal. Vlak na de operatie gonst het in België van de geruchten over een eventueel aftreden van Boudewijn. Hij beseft dat hij niet voor een troonopvolger kan zorgen. Dat besef weegt zwaar. De vorst wil de fakkel doorgeven aan zijn broer Albert die drie wettelijke kinderen heeft: Filip, Astrid en Laurent. Dat is belangrijk. Het zorgt voor continuïteit van de monarchie. Een bijkomend element is de bouw van de villa Astrida in Motril. De aanvang van de bouwwerken situeert zich in het midden van de jaren zestig. In 1966 is de vakantiewoning klaar. Boudewijn en Fabiola kunnen er zich ongestoord terugtrekken. Boudewijn heeft zijn plan tot aftreden zelfs meegedeeld aan een schoonbroer van Fabiola. Maar Fabiola kan haar man overtuigen dat malle idee op te geven. Haar sterkste argument is dat ze verder wil proberen om zwanger te worden. Haar eigen leven is voor haar niet belangrijk, vertelt ze. Met dat argument trekt ze Boudewijn over de streep om zijn troon en kroon voorlopig niet af te staan. Fabiola meent wat ze zegt. Begin 1968 consulteert ze een gespecialiseerde arts. Enkele maanden later moet Fabiola opnieuw tranen drogen. In januari 1967 overlijdt de Franse couturier Jacques Heim. De konin-

de jARen ZeSTig: goud

197

gin was, net als Yvonne de Gaulle en Mammie Eisenhower, een vaste klant van de ontwerper. Tijdens de Spaanse burgeroorlog had hij de jonge Fabiola zelfs onderdak verleend in zijn zomerresidentie in het zuiden van Frankrijk.

VdB Wie moet in 1966 premier worden, na het rooms-rode kabinet Harmel? Boudewijn wil graag dezelfde coalitie voortzetten. Roomsrood is zijn lievelingsformatie. Ook Harmel zelf wil het nog eens proberen. Maar allebei beseffen ze dat ze voorlopig even de kat uit de boom moeten kijken. Het Paleis vraagt pvv-voorzitter Omer Vanaudenhove voor een informatieopdracht. De liberale politicus trapt niet in de val van het Paleis. Hij weigert. Het is een vergiftigd geschenk met de bedoeling te wijzen op de onvermijdelijkheid van een rooms-rode coalitie. Tot begin maart proberen de socialisten en christendemocraten de brokken te lijmen. Maar ook Boudewijns lieveling P.W. Segers slaagt er niet in een rooms-rode regering op de sporen te krijgen. Op 3 maart 1966 wordt Paul Vanden Boeynants formateur. De socialisten stellen onmiddellijk een veto. Vanden Boeynants is te rechts voor hen. Enkel de liberalen blijven dus over. Ze willen eigenlijk liever nieuwe verkiezingen, maar de partijkas is leeg. De liberalen kunnen hun precaire financiële toestand uit de pers houden. Sluwe vos VdB is wel op de hoogte. De formateur slaagt er dan ook in de liberalen zware en voor sommigen onbegrijpelijke toegevingen te doen slikken in het regeerprogramma. In de eerste regering Vanden Boeynants is er een nieuwe naam opgedoken: de Vlaamse advocaat Jan Piers. Deze christendemocraat is sinds 1959 burgemeester van Oostende. In de regering VdB wordt hij minister-staatssecretaris van Openbaar Ambt en Toerisme. Het klikt onmiddellijk tussen de Oostendenaar en Boudewijn. De twee ontwikkelen een levenslange maar uiterst discrete vriendschap. Volgens een vertrouweling van Boudewijn is de vriendschap van de vorst met mensen zoals P.W. Segers, Piers en later Martens dé reden waarom Boudewijn zijn hele leven op de cvp gestemd heeft.

198

koning boudewijn

Als blijk van erkenning wordt Piers ridder in de Leopoldorde en officier in de Orde van Leopold ii. Als tegenprestatie zorgt Piers in 2000 voor een standbeeld van Boudewijn op de zeedijk van Oostende. Koningin Fabiola is bij de onthulling aanwezig.

De brief aan Mobutu Boudewijn houdt de ontwikkelingen in de ruimtevaart nauwgezet in de gaten. Het onderwerp boeit hem. Hij bezit ook een telescoop waarmee hij naar de sterren tuurt. Naar eigen zeggen brengen de sterren hem dichter bij God en leert hij de mensen ook beter begrijpen, met hun kwaliteiten en hun zwakke plekken. Op 20 oktober 1966 ontvangt hij Valentina Terechkova, de eerste vrouwelijke kosmonaute, op het paleis in Laken. De Amerikanen zijn niet gelukkig. Ze zijn verwikkeld in een bitse concurrentieslag met de Sovjets. Pas enkele jaren later nemen ze een definitieve voorsprong met de lancering van de Apollo 10-raket. Op 22 mei 1967 is er de verschrikkelijke brand in het warenhuis Innovation. Boudewijn bezoekt na de brand het verwoeste gebouw in de Nieuwstraat. Koning Faisal van Saoedi-Arabië, die op dat ogenblik in ons land is, beslist de lunch te annuleren en het geld in een fonds voor de slachtoffers te storten. Zijn goede daad zal verstrekkende gevolgen hebben. We komen er verder op terug. Ook in Congo blijft het smeulen. In juli 1967 is er een muiterij van huurlingen in Oost-Congo. Ze staan onder leiding van de Bruggeling Jean Schramme. Schramme had zich bij de onafhankelijkheid van Congo achter Tsjombe geschaard. Op 5 juli 1967 bezetten de mannen Kisangani en Bukavu. Ze vormen er een schijnregering. Bij de schermutselingen vallen vijfentwintig slachtoffers. Het Congolese leger herovert Bukavu en de huurlingen vluchten naar buurland Rwanda. Mobutu is razend en wil hun uitlevering. Ze moeten terechtstaan. Op 23 december 1967 schrijft de koning een brief naar zijn Afrikaanse ‘neef’. De vorst veroordeelt weliswaar in bedekte termen de daden van de huurlingen maar hij vraagt Mobutu vooral het uitleveringsplan te laten vallen. ‘Het feit dat Boudewijn de verdediging opneemt van de huurlingen, levert een substantieel gevaar voor het prestige van de

de jARen ZeSTig: goud

199

vorst,’ vindt kabinetschef Molitor. Maar Molitor kan hem niet van zijn plan weerhouden. Er wordt vaak gesuggereerd dat Molitor Boudewijn naar zijn evenbeeld gekneed heeft. Dit voorval bewijst dat dit niet helemaal klopt. Twee weken later, op 8 januari 1968, krijgt Boudewijn via de prins d’Arenberg een antwoord van Mobutu. Die is bereid om op de eis van België in te gaan. Hij stelt wel twee voorwaarden. Vooreerst moet België stoppen Rwanda, een land dat ‘moordenaars’ herbergt, te beschermen. De tweede voorwaarde is dat de Belgische pers moet stoppen met aanvallen op Mobutu. In de Belgische pers duiken immers steeds vaker verhalen op waarin Mobutu een ‘bastaard’ wordt genoemd. Volgens Manu Ruys is dat Mobutu’s gevoeligste plek. ‘Zijn moeder zou vele mannen gehad hebben. Niemand weet met zekerheid wie de vader van de alleenheerser was.’ De onverkwikkelijke zaak loopt goed af. In april 1968 kunnen de huurlingen naar huis. De afspraak is dat ze nooit nog een voet op Afrikaanse bodem zetten. De Belgische, Spaanse en Portugese huurlingen verlaten Rwanda op 24 april. Het Afrikaanse avontuur van Schramme en zijn kompanen is definitief voorbij.

… en de brief van het Vaticaan Er groeit onder Boudewijn ook een sterke band tussen het Paleis en het Vaticaan. Een eenvoudige verklaring is dat het Vaticaan in die periode een grootaandeelhouder is van de Société Générale. Het aantal incognito bezoeken van Boudewijn aan het Vaticaan is niet op één hand te tellen. Vooral vanaf 1960 worden de contacten tussen het Paleis en het Vaticaan intenser. Koningin Fabiola stimuleert de bezoeken. Er ontstaat bovendien een drukke correspondentie tussen Laken en Vaticaanstad. ‘Privéaudiënties bij de paus hebben koning Boudewijn en koningin Fabiola onder meer in 1963 en 1966, en daarna bij elk bezoek aan Italië,’ weet Maud Bracke. Er zijn niet alleen de privéaudiënties. Boudewijn en Fabiola bezoeken in het begin van de jaren tachtig het zomerverblijf van paus Johannes Paulus ii. ‘De koning en de koningin waren uitge-

200

koning boudewijn

nodigd op Castel Gandolfo, het zomerverblijf van de Heilige Vader,’ weet baron Rittweger. ‘Er bestond echt een bijzondere band tussen hen drieën.’ Boudewijn, Fabiola en moeder Theresa zullen in die periode ook samen de paus bezoeken. De paus drukt dan zijn grote tevredenheid uit met de Grandes Conférences Catholiques, internationale bijeenkomsten in Brussel. Boudewijn wordt er geregeld opgemerkt. Op de cover van de biografie over Pierre Harmel staat een foto van de katholieke politicus in gesprek met Boudewijn. Harmel draagt een dossier met als titel: Les Grandes Conférénces Catholiques. 1931-1991. Het geloof verbindt beide mannen levenslang. Het Vaticaan vraagt de koning af en toe een ‘gunst’. Zo polst Monseigneur Oddi, de pauselijke nuntius, Boudewijn op 19 december 1967 in een vertrouwelijke brief of de vorst in de koninklijke kerstboodschap een verwijzing kan inlassen naar een nieuw initiatief van de paus. Elke eerste januari van het jaar is er voortaan een ‘dag van de vrede’. ‘De paus zou hierdoor erg geraakt zijn,’ besluit de nuntius. In de kerstboodschap van dat jaar is er evenwel geen verwijzing naar dit nieuwe pauselijke initiatief. Volgens Vincent Dujardin arriveert de brief van Oddi te laat. Kabinetschef Molitor antwoordt Oddi dat het ‘om praktische redenen’ niet mogelijk is om in te gaan op de wens van de paus. ‘De kerstboodschap is immers al opgenomen.’ Molitor vraagt de nuntius beleefd de paus te vragen ‘hiervoor begrip op te brengen’.

Problemen bij tante Marie-José Bij tante Marie-José zijn er familiale problemen. Marie-José is de zus van Leopold iii. Boudewijn heeft altijd een goede band gehad met zijn tante. In 1930 huwt ze met Umberto. In 1945 zijn ze even koning en koningin van Italië. Lang duurt dat niet. Het paar krijgt ondanks hun slechte verhouding toch vier kinderen. In 1943 wordt de jongste dochter Marie-Beatrice of Titi geboren. Het meisje is een zorgenkind. Ze kampt met een alcoholverslaving en ze zal twee zelfmoordpogingen ondernemen. In de liefde heeft ze evenmin geluk. Ze heeft een kortstondige verhouding met een Spaan-

de jARen ZeSTig: goud

201

se matador, Victoriano Valencia. Daarna papt ze aan met de Italiaanse acteur Maurizio Arena. Vader Umberto is tegen die verhouding. Om zijn dochter te boycotten laat hij de familie zelfs een rechtszaak tegen haar inspannen. Bedoeling is haar officieel geestelijk ‘onstabiel’ (lees: gek) te laten verklaren. Boudewijn wordt meegesleurd in dit onprettige verhaal. De advocaten van Titi raden haar aan om familieleden tijdens de rechtszaak in haar voordeel te laten getuigen. Titi denkt onmiddellijk aan haar lieve neef Boudewijn. Boudewijn krijgt een heuse dagvaarding in de bus om in december 1967 als getuige op te treden. Gelukkig beseft de familie van Marie-José en Umberto dat de reputatieschade van een dergelijk geding te groot is. Op 14 januari 1968 wordt de rechtszaak ingetrokken. De familie zal andere methodes zoeken om de jongste dochter ‘op het rechte pad’ te houden. Enkele jaren later moet Boudewijn in de bres springen voor de broer van Titi. We komen er later op terug.

Boudewijn belaagd in Ierland In 1967 komt shape naar ons land. shape staat voor Supreme Headquarters Allied Powers Europe. Het is het commandocentrum van de navo. Zowel Boudewijn als premier Vanden Boeynants hebben er in het dossier stevig voor gelobbyd. België neemt de rol van Frankrijk over. In 1966 trok generaal De Gaulle zich immers terug uit de navo. Midden september 1966 verbindt België zich ertoe het hoofdkwartier van shape in Casteau bij Bergen tegen april 1967 klaar te hebben. In het parlement woeden felle discussies. Vooral de socialisten zien de komst van shape en de navo met lede ogen aan. De koning daarentegen is uiterst tevreden met de verhuizing van Frankrijk naar België. Midden mei 1968 is het koningspaar op bezoek in Ierland. Het is een korte driedaagse visite. Tijdens een bezoek aan het Trinity College (universiteit van Dublin) wachten honderd demonstranten Boudewijn op. Luidkeels scanderen ze: ‘Down with Belgian imperialism’ of ‘weg met het Belgische imperialisme’.

202

koning boudewijn

Boudewijn en Fabiola kijken verbaasd op. Ook het veiligheidspersoneel van de vorst is compleet verrast. Bij de demonstranten zijn er enkele studenten van Afrikaanse oorsprong. Plots halen ze een rood spandoek boven: ‘Lumumba was killed by Belgian imperialism’. De moord op Lumumba is dan zeven jaar geleden. Het is bij velen al uit het geheugen gewist, maar niet bij Afrikanen. Lumumba is de populairste politicus na Mandela. Volgens De Groene Amsterdammer was Lumumba toen al uitgegroeid tot het ‘icoon van onafhankelijkheid, een martelaar van het westerse kolonialisme.’ De geest van Lumumba zal Boudewijn levenslang achtervolgen, zelfs op de meest onverwachte plaatsen, zoals in Ierland. De zwarte studenten behoren tot een schimmige beweging: de Action Group for Southern Africa. De groep heeft een stevige voet in huis aan het Trinity College. Een jaar daarvoor, in mei 1967, organiseerde die instelling een tweedaagse conferentie over Zuid-Afrika. Vertegenwoordigers van swanu, zanu en pac mochten er een heel weekend lang hun visie geven over de apartheid in dat land. De gemoederen van de zwarte studenten beginnen te verhitten en sommige heethoofden raken slaags met de ordediensten. De betogers winden zich steeds meer op en de sfeer wordt grimmiger. De agenten beginnen dan ook te vrezen voor de veiligheid van het Belgische paar en leiden Boudewijn en Fabiola ongemerkt naar de bibliotheek van de universiteit. Van daar gaat het via een zijuitgang naar de tuin en sluipen Boudewijn en Fabiola zo discreet mogelijk naar de auto. De hoofdingang wordt immers geblokkeerd door de opgejaagde betogers. Een van de studenten heeft het plan door en wijst naar de koning die de wagen probeert te bereiken. Als alle demonstranten de koning in de gaten krijgen, rennen ze zijn richting uit. ‘Murderer!’ roepen ze naar Boudewijn. ‘Moordenaar!’ ‘Remember Roger Casement,’ tiert een zwarte naar Boudewijn. Casement is de man die in 1904 met zijn Congo report de uitwassen van het Belgische koloniale systeem belichtte. De studenten slagen erin de auto van de koning te omsingelen. Volgens de krant Toledo Blade was het koninklijke paar echt in gevaar. ‘Belgian royal pair periled in protest,’ kopt de krant de volgende dag. Maar Boudewijn en Fabiola komen er met de schrik van af. De chauffeur slaagt erin weg te rijden.

de jARen ZeSTig: goud

203

De splitsing van Leuven In februari 1968 valt de regering Vanden Boeynants over het dossier Leuven. Na de incidenten van mei 1966 was het betrekkelijk rustig gebleven. Die relatieve kalmte wordt abrupt verstoord als de academische raad van de Franstalige afdeling begin 1968 een expansieplan goedkeurt. De Franstaligen willen in Leuven blijven. Volgens de cvp is een overheveling naar Wallonië de enige oplossing. De regering valt na twee kritische vragen van cvp-fractieleider Jan Verroken in de Kamer. In juni vormt Gaston Eyskens een nieuwe regering, Eyskens v. Tindemans is voor het eerst minister. Hij krijgt de post van Communautaire Betrekkingen. Hij herinnert zich de eedaflegging bij de koning alsof het gisteren was. ‘De koning was zenuwachtig. De bezorgdheid stond op zijn ernstig gelaat af te lezen.’ Waarschijnlijk vroeg de vorst zich af wat dat ‘troepje’ ervan terecht zou brengen. ‘Boudewijn keek de minister telkens strak in de ogen,’ vervolgt Tindemans. In de toespraak na de eedaflegging had de koning het enkel over de communautaire problemen. Dat was het enige wat hem interesseerde. Tindemans vond de sfeer ‘drukkend’. Na de speech nam Boudewijn hem even terzijde. ‘Ik hecht bijzonder veel belang aan wat u en (Freddy) Terwagne moeten verrichten,’ vertelde de vorst. Een niet mis te verstane boodschap. Dat jaar wordt de splitsing van Leuven effectief doorgevoerd. Het is een revolutiejaar. Het uiteenvallen van de katholieke universiteit gaat er bij Boudewijn niet in. De koning vindt dat de Nederlandstalige en Franstalige christendemocraten één grote familie vormen. Ze moeten bij elkaar blijven. Het is een extra garantie voor een unitaire staat. Boudewijn vindt dat een splitsing de christelijke beginselen verloochent. Ook de Franstaligen hebben het er moeilijk mee. Ze beschouwen het immers als een overwinning van de Vlamingen. Tot vandaag vinden ze dat ze verjaagd werden uit Leuven. Boudewijn legt de eerste steen van de ucl in Ottignies op 2 februari 1971.

204

koning boudewijn

Boudewijn en de vub Ook de christendemocratische Belgische politieke familie zal kort daarna uiteen vallen: de cvp in Vlaanderen en de psc in Wallonië. Ook die splitsing vindt Boudewijn verschrikkelijk, want hij vreest dat België daardoor onstabieler zal worden. De andere politieke ‘families’, socialisten en liberalen, worden pas later gesplitst. Fralon en zijn medeauteurs valt het op dat Boudewijn publiek ‘met geen woord rept’ over de splitsing van Leuven. Patrick Roegiers bevestigt dit: ‘Boudewijn reageert niet, geen gebaar, zelfs geen woord.’ Dat gebeurt op advies van kardinaal Suenens. ‘Hij heeft Boudewijn formeel op het hart gedrukt geen standpunt in te nemen,’ aldus Fralon. Ook de Vrije Universiteit van Brussel wordt in 1968 gesplitst. De Vlamingen krijgen een campus in Etterbeek. De koning ligt er niet wakker van. In alle Franstalige boeken wordt verteld dat de splitsing absurd was. Bijna een halve eeuw na datum is ze voor heel wat Walen nog altijd niet verteerd. Over de splitsing van Leuven wordt vandaag de grootste onzin verteld. Als illustratie hiervan wordt steevast de verdeling van de boeken van de Leuvense bibliotheek aangehaald. De Vlamingen kregen de onpare letters (A,C,E…), de Walen de pare letters (B, D…). In werkelijkheid hebben specialisten de boeken in gelijkwaardige pakketten verdeeld. De Walen mochten eerst kiezen. Daarna was het de beurt aan de Vlamingen. Tot alles netjes verdeeld was. Alleen een restbestand met ‘minderwaardige’ boeken werd volgens het bovenstaande principe verdeeld. Sommige fabels houden volgens Mark Eyskens blijkbaar jarenlang stand. De splitsing in 1968 was bovendien nodig omdat de universiteit door de democratisering van het onderwijs uit zijn voegen barstte. ‘De enorme stijging van het aantal studenten zou in elk geval de bouw van een nieuwe campus hebben vereist,’ aldus Mark Eyskens, destijds professor in Leuven. Door die ontkoppeling werd een nieuwe campus gebouwd in Louvain-la-Neuve, in Waals-Brabant.

de jARen ZeSTig: goud

205

Fabiola consulteert wonderdokter Gemzell Na de operatieve ingreep van Fabiola in 1966 denken veel Belgen dat het paar de kinderwens definitief heeft opgeborgen. Niets is minder waar. In 1968 consulteert het paar in het grootste geheim de wonderdokter Carl-Axel Gemzell. Voordien werden ze discreet geïnformeerd over de ‘wonderdaden’ van deze Zweedse arts. Hij slaagt erin om op basis van gonadotropine ‘onvruchtbare’ vrouwen gezonde kinderen te laten baren. Het is bijzonder goed nieuws, en niet alleen voor koninginnen en prinsessen. Gemzell haalde in 1965 zelfs de cover van het weekblad Time. Het bezoek aan Gemzell toont aan dat Boudewijn en Fabiola zich niet zomaar neerleggen bij ‘de wil van God’ als het over kinderen gaat. De techniek mag de natuur duidelijk een handje helpen. Gemzell was in de tweede helft van de jaren zestig razend populair. Hij kreeg minstens vijftig brieven per week van vrouwen die een behandeling met gonadotropine vroegen. De meeste verzoeken wees hij af. De vraag van Fabiola werd ingewilligd. In 1968 wordt ze veertig en ze beseft dat het haar allerlaatste kans is om kinderen te krijgen. In de jaren daarvoor heeft ze al tevergeefs verschillende kuren gevolgd om haar vruchtbaarheid te verhogen. ‘De koningin onderging veel behandelingen om het steriliteitsprobleem (sic) te verhelpen,’ schrijft Claude de Valkeneer. De kinderwens wordt volgens de woordvoerder zelfs een obsessie van het paar. ‘Na een bezoek aan Argentinië vertelde ik aan Ilya Prigogine, een vertrouwd gezicht op het Paleis, dat we naar de stad Salta waren geweest. “Die plek ken ik,” zei hij. “Daar gaan alle Argentijnse vrouwen naartoe als ze geen kinderen kunnen krijgen,”’ lezen we in God in Laken. Fabiola slaat het advies van haar eigen gynaecologen om geen pogingen meer te ondernemen in de wind. Volgens Gemzell was ze ‘vastbesloten om haar echtgenoot een erfgenaam te geven’. Ze consulteert Gemzell in het begin van 1968 aan de universiteit van Uppsala. Het voorwendsel is dat ze de plaatsen wil bezoeken waar Astrid heeft geleefd. Daarna verricht de Franse chirurg Palmer op 6 maart 1968 in het Sint-Jansziekenhuis van Brussel de vervolgingreep. De kuur met gonadotropine heeft geen effect. Het probleem

206

koning boudewijn

Boudewijn en Fabiola houden zich steeds meer actief bezig met de opvoeding van de kinderen van Albert en Paola. situeert zich elders. Later dat jaar wordt volgens Brigitte Balfoort en haar collega’s de tweede eileider van Fabiola weggenomen. Het paar moet er zich nu definitief bij neerleggen dat ze geen kinderen kunnen krijgen. De Amerikaanse ambassade stuurt een telex naar de Secretary of State: ‘Fabiola is diep bedroefd door haar kinderloosheid.’ Er wordt gevraagd hiermee rekening te houden. Ook de adoptieplannen zijn definitief opgeborgen. Het plan is nu om Filip als toekomstige koning op te leiden. Niet toevallig start Boudewijn in 1968 op aanraden van de Ierse non O’Brien met zijn intiem dagboek. De bedoeling is ‘God beter te dienen’.

Filip Op 24 februari 1968 publiceren de Vlaamse kranten gelijktijdig het bericht dat ‘prins Filip troonopvolger wordt’. De kranten gaan er voorbarig van uit dat Fabiola geen moeder kan worden. De konin-

de jARen ZeSTig: goud

207

gin volgt op dat ogenblik nochtans de behandeling van dokter Gemzell. ‘Albert zal de bevoegdheid overdragen op Filip, die dus vermoedelijk onze volgende koning wordt.’ Wie heeft de journalisten deze informatie bezorgd? Filip is in 1968 maar acht jaar. Boudewijn en Fabiola richten zich steeds meer op de oudste zoon van Albert en Paola. De vorst neemt zich voor de jongen met extra aandacht te volgen. Boudewijn heeft het idee dat, als hij lang genoeg regeert, Filip later de kroon kan overnemen. Boudewijn wil als koning op zijn vijfenzestigste met pensioen. Boudewijn ziet zijn broer Albert zielsgraag. Ze hebben tijdens de oorlog samen heel wat meegemaakt. Maar Boudewijn vindt hem geen geschikte koning. Zijn morele waarden zijn niet zuiver genoeg. Boudewijn denkt aan de vele buitenechtelijke avontuurtjes van Albert. En Paola is nog minder geschikt als koningin. Hij vreest dat de Vlamingen haar nooit als koningin zullen aanvaarden. Vanaf het einde van de jaren zestig vraagt Boudewijn steeds vaker de schoolrapporten op van zijn neef. Hij neemt de vaderrol expliciet over van Albert. Op school krijgt Filip ondanks het uitdrukkelijke verzoek van Boudewijn toch geen normale behandeling. ‘Filip en Laurent worden niet gestraft als ze kattenkwaad uithalen,’ schrijven Barend Leyts en zijn twee collega’s. Ze worden rotverwend. Het is precies het tegenovergestelde van wat Boudewijn eigenlijk wil. ‘En of ze flink hun best doen of niet, goede punten krijgen ze toch,’ vervolgen de auteurs. Filip is geen bolleboos. Hij heeft moeite om te volgen op school. Het is een familietrekje bij de Coburgs. Het gevolg hiervan is dat Boudewijn betere schoolresultaten te zien krijgt dan ze in werkelijkheid zijn. Ook als het over de opvoeding van zijn neef gaat, wordt voor Boudewijn een scherm opgetrokken. In de lente van 1968 heeft Boudewijn de handen vol met de Belgische politiek. Na de verkiezingen van maart duurt het een tijd voor een nieuwe regering tot stand komt. De socialist Collard wordt formateur maar mislukt. Ook VdB bijt in het zand. Dus wordt Eyskens weer aangesproken. ‘Hoewel zijn verhouding met Eyskens aanvankelijk stroef is geweest, dringt hij nu bij hem aan om te aanvaarden,’ noteert Emmanuel Gerard.

208

koning boudewijn

Gaston Eyskens heeft naar eigen zeggen geen zin om nogmaals premier te worden. ‘Ik ben weggegaan op het paleis, om twaalf uur ’s middags. Ik ben onmiddellijk naar de Ardennen vertrokken om forellen te gaan vissen. Ik was van plan daar twee of drie dagen te verblijven.’ Maar Eyskens ontvangt een spoedtelegram van de cvp-top. Hij wordt omgepraat en aanvaardt enkele dagen later het premierschap. Zijn regering houdt het vol tot 1971. Toch is er ook tijd voor buitenlands bezoek. Op 9 april 1968 ontvangt Boudewijn U Thant, secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Jean Rey, voorzitter van de Europese Commissie, op een galadiner in Brussel. Het land speelt een steeds grotere rol in de internationale politiek.

Mobutu op bezoek Mobutu is de persoonlijke gast van Boudewijn op 8 juni 1968. Tijdens het bezoek krijgt hij een mooie beloning omdat hij het probleem met de huurlingen netjes afgehandeld heeft. De Congolees ontvangt het Grootlint in de Orde van Leopold. Mobutu is er erg gelukkig mee. Hij straalt. Volgens de meeste bronnen is de relatie tussen Boudewijn en Mobutu tot diep in de jaren tachtig uitstekend. Mobutu wordt beschouwd als de beste garantie voor de financiële belangen van de Belgische bedrijven en het Hof. Niet iedereen is het daarmee eens. Historicus Vincent Dujardin legt André Molitor in 2000 de vraag voor of Mobutu de ‘grote vriend’ was van Boudewijn. Molitor verschiet van kleur. ‘Dat is helemaal fout!’ roept Molitor. ‘Mobutu stoorde hem!’ Mobutu is volgens Molitor immers een man zonder schaamtegevoel. Hij dacht dat alles toegelaten was. ‘Hij nodigde zichzelf uit bij de koning,’ aldus Molitor nog. ‘Bij die gelegenheid nam hij zijn kinderen mee, die dan in het zwembad plonsden.’ Boudewijn en vooral Fabiola hadden daar een hekel aan. Zelfs de neefjes en nichtjes van het koningspaar konden slechts komen zwemmen in het koninklijke zwembad als het paar afwezig was. ‘Mobutu hield ook toespraken zonder kop of staart,’ vervolgt Molitor. ‘Boudewijn luisterde dan naar hem met stijgende ergernis

de jARen ZeSTig: goud

209

en schaamte.’ Volgens Franck en Roossens was de relatie van Boudewijn met Mobutu ‘zuiver opportunistisch’. Boudewijn wilde door die ‘vriendschap’ met Mobutu enkel de bestaande belangen behartigen. Op 10 juni 1968 vertrekt Mobutu terug naar Congo. Boudewijn en Harmel vergezellen de Congolese leider tot aan het vliegtuig. Volgens de Amerikaanse ambassadeur Knight is de ontmoeting ‘meer dan nuttig’ geweest. Een jaar later, in april 1969, is Mobutu de persoonlijke gast van Leopold iii. Hij ontmoet de voormalige koning in Nice. Het gesprek gaat onder meer over de economische toestand van België en Congo. In november 1969 is Mobutu alweer in ons land. Het is het eerste officiële staatsbezoek van Congo sinds 1960. Op 6 november wordt de Congolese president een galadiner aangeboden in de zaal Concert Noble.

Het incident van Marokko In mei 1968 organiseert Boudewijn een negendaagse gebedscyclus om ‘de demonen van de linkse jeugd te bezweren’. Of het veel helpt, is niet geweten. Veel linkse elementen zullen er wellicht niet aanwezig geweest zijn. Ze hebben het te druk met demonstreren. Zelfs in Marokko merkt Boudewijn dat er elektriciteit in de lucht hangt. Hij is er in oktober met Fabiola op bezoek bij zijn goede vriend Hassan ii, de koning van Marokko. Op 23 oktober nodigt Boudewijn in Marokko op de Belgische ambassade zelf enkele prominenten en diplomaten uit. Er wordt zoals gebruikelijk een diner aangeboden. Maar bij het versturen van de uitnodigingen wordt de ambassadeur van Spanje overgeslagen. Is het een bewuste keuze of een vergissing? Zeker is dat de informatie Madrid zeer snel bereikt. De Spaanse regering is bijzonder ontstemd. Het is een diplomatiek incident waar zwaar aan getild wordt. Madrid roept zelfs zijn ambassadeur uit Rabat terug. De Belgische regering en Boudewijn staan voor schut. Vincent Dumortier noteert dat zowel Gaston Eyskens als koning Boudewijn verrast zijn over de harde opstelling van Spanje. Later worden de plooien weer gladgestreken.

210

koning boudewijn

Tijdens de gala-avond in Rabat is Fabiola niet aanwezig in de grote zaal van het paleis. Ze moet, net als alle andere vrouwen, in een andere zaal dineren. Sommige deelnemers van de Belgische delegatie zijn hierover bijzonder ontstemd. Bij hoge uitzondering zal Fabiola vervolgens door Hassan ii in de troonzaal ontvangen worden. Het is een ‘eer’ die geen enkele westerse vrouw eerder mocht genieten. Als tegenprestatie mag de zoon van Hassan later in Laken logeren. Begin december 1968 woont Boudewijn aan de Franstalige Brusselse universiteit ulb een lezing bij van Louis Armand, Frans academicus en ingenieur, medeoprichter en voorzitter van Euratom. Mei achtenzestig is enkele maanden oud. De sfeer is grimmig en de politie moet tussenbeide komen. De vorst moet in allerijl ontzet worden. Studenten zijn in die tijd opstandig. Bij schermutselingen vallen twintig gewonden. Het bureau van ulb-rector André Jaumotte wordt kort en klein geslagen.

John D. Eisenhower wordt ambassadeur In 1959 werd Boudewijn in de vs ontvangen door president Dwight ‘Ike’ Eisenhower. Tien jaar later wordt zijn zoon John ambassadeur in België. Hij oefent die functie twee jaar uit, van 1969 tot 1971. Het zijn cruciale jaren in de politiek. Op de achtergrond woedt de Koude Oorlog. John D. Eisenhower heeft enkele gesprekken met Boudewijn gehad. ‘Als staatshoofd oefent de koning het passief legatierecht uit,’ verduidelijken Christian Franck en Claude Roosens. ‘De ambassadeurs van derde landen overhandigen aan de vorst persoonlijk hun geloofsbrieven en de koning ontvangt ze in audiëntie als zij hun post verlaten.’ Die gesprekken bieden de mogelijkheid om van gedachten te wisselen. In een interview van 1973 vertelt Eisenhower dat ‘de koning (Boudewijn) een beetje naïef was’. Vooral als het over België gaat, zijn de ‘verwachtingen van Boudewijn veel te hoog gespannen’. Deze vaststelling sluit mooi aan bij wat we daarnet schreven. Boudewijn wordt voortdurend om de tuin geleid. Er wordt een scherm opgetrokken tussen hem en de werkelijkheid. Hij leeft in een virtuele wereld.

de jARen ZeSTig: goud

211

Boudewijn zelf biedt ons de mogelijkheid om die goedgelovigheid ook te verklaren. Net voor een ontmoeting met hoge functionarissen van de navo en shape schrijft hij in zijn dagboek dat dit de gelegenheid is om met een bepaalde ‘geestesgesteldheid’ naar die mensen toe te gaan. Zo heeft de koning het tijdens een meditatie met de Heer begrepen. ‘Hij (de Heer) vraagt ons niet technisch onderlegd te zijn in de meest verschillende domeinen van muziek tot politiek, maar geleid te zijn door zijn Geest, de mensen te beminnen met zijn Liefde.’ Ondanks die naïviteit, of misschien wel juist daardoor, kan Boudewijn het goed vinden met de Amerikaanse president Nixon. Die komt in de lente van 1969 naar ons land. De reis is volgens de media ‘erg geslaagd’. Vincent Dujardin weet dat er tussen Boudewijn en Nixon vriendschapsbanden ontstonden. Beide mannen zullen elkaar hierna tientallen brieven schrijven. Fabiola is voor Nixon zelfs een ‘gracious Queen’. In 1974 is er een nieuwe ontmoeting tussen beide staatshoofden. Minder dan twee maanden later moet Nixon aftreden na het Watergateschandaal. In 1969 mag Boudewijn als eerbetoon naar de lancering van de Apollo 10-raket gaan kijken. Hij is er geen vip maar vvip of very very important person. Speciaal voor Boudewijn worden de stoelen vervangen. Ze moeten breder en vooral luxueuzer zijn.

Biechtvader Ook Belgische politici merken vanaf het einde van de jaren zestig vreemde dingen op bij de vorst. Tijdens audiënties kan het bijvoorbeeld gebeuren dat Boudewijn het gesprek onverwachts op een ander thema brengt. Ook lijkt het soms alsof hij niet echt aandachtig is. Een politicus die niet genoemd wil worden, herinnert zich een gesprek met de koning. ‘Plots onderbrak hij me om op de maan te wijzen. Die had volgens hem die avond een roodachtige kleur. Hij porde me aan om ook door het raam te kijken.’ Boudewijn stokt regelmatig midden in een gesprek. Hij ‘spreekt’ dan in gedachten even met de Heilige Geest. Boudewijn wil weten of wat hij zegt ook goed overkomt bij zijn gesprekspartner. Tussen twee audiënties door prevelt hij een gebed of pent een stukje uit

212

koning boudewijn

het evangelie over. Wegens rugproblemen wordt een glazen tablet aan zijn bed geïnstalleerd. Op die manier kan hij het evangelie al liggend lezen. Een minister die vaak bij de koning op bezoek ging, vertelt: ‘Hij heeft de gewoonte zijn gesprekspartner altijd diep in de ogen te kijken. Bovendien geeft hij tijdens het gesprek niet echt de indruk te luisteren.’ Kwatongen beweren dat Boudewijn enkel notities maakte om ervoor te zorgen dat hij niet in slaap viel. Volgens Fralon wil Boudewijn je tijdens een audiëntie laten biechten. Hij zorgt ervoor dat de tegenpartij zijn ziel blootlegt. Zelf geeft hij zo weinig mogelijk prijs. Auteur Henri Van Daele mocht voor zijn boek Vijf koningen op audiëntie bij de koning. ‘Hij heeft een krachtige techniek ontwikkeld om op een minimum van tijd, met permissie, de pieren uit je neus te halen,’ schrijft de auteur in de inleiding van zijn boek. Georges Rémion, secretaris-generaal van de Federatie van Christelijke Instellingen, bevestigt dit: ‘Geen omwegen, direct stelt hij de juiste vragen die de kern raken, die ter zake doen.’ Dezelfde teneur ook bij een andere getuige. ‘Als kind heb ik Boudewijn mogen ontmoeten,’ vertelt een advocaat. ‘Ik mocht hem naar hartenlust over alles en nog wat vertellen. En hij stond erop dat ik echt het wezenlijke van mezelf aan hem prijsgaf.’ De jongen was toen amper zeven jaar. Belangrijk is dat Boudewijn visueel contact heeft met de tegenpartij. Volgens Martens hield Boudewijn niet zo van telefoneren. Hij wilde de mensen zien. Zijn halfbroer Didisheim weet dat Boudewijn ‘alles zag’. Hij had een enorm observatievermogen en oog voor het kleinste detail.

De overdracht van het Paleis op de Meir Op 17 februari 1969 is de Koninklijke Bibliotheek Albertina eindelijk klaar. De voltallige koninklijke familie is aanwezig bij de inhuldiging. Iets meer dan een maand later wonen Boudewijn en Fabiola een sessie van de Grande Conférence Catholique bij in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Ook de prinsen van Monaco, Carlo Bronne en Hervé Bazin zijn er op 25 maart bij.

de jARen ZeSTig: goud

213

Drie dagen later, op 28 maart, overlijdt voormalig president Eisenhower. Koning Boudewijn, Gaston Eyskens, ceremoniemeester De Posch en Jean van Houtte bevestigen hun aanwezigheid op de uitvaart. Op 30 maart vertrekt het gezelschap richting Verenigde Staten. In Washington wordt het viertal opgewacht door Spiro Agnew. President De Gaulle, de sjah van Iran en koning Constantijn van Griekenland zijn al aanwezig. De plechtigheid vindt plaats op 31 maart. Volgens Eyskens laten de Amerikanen die dag steken vallen. De ordediensten laten volgens Eyskens veel te wensen over. Ook het Paleis is verontwaardigd. ‘De koning en Eyskens moesten zonder bescherming een grote afstand afleggen,’ vertelt een bron. Anderhalve maand later is Boudewijn opnieuw in de vs. Met Fabiola is hij er getuige van het vertrek van de Apollo 10-raket. Het paar is er getuige van hoe de raket naar de maan vertrekt. De vorst is door de ruimtevaart gefascineerd. Hij ontmoet later Buzz Aldrin, de tweede man op de maan. Aldrin vertelt nadien dat hij Boudewijn maar een koele man vindt. Het koppel reist daarna door naar Palm Beach. Daar heeft Boudewijn op 21 mei een gesprek met de Zwitserse oceanograaf Jacques Piccard. Leopold was een groot bewonderaar van Auguste Piccard, de vader van Jacques. Boudewijn krijgt uitleg over de duikboot Ben Franklin. Begin juni zijn Boudewijn en Fabiola aanwezig bij de inhuldiging van de Kennedytunnel in Antwerpen. Boudewijn mag het lint doorknippen. Op 14 september brengen ze hulde aan de oorlogsslachtoffers in het fort van Breendonk ter gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van de Bevrijding. Sommigen herinneren zich nog het controversiële bezoek van het paar aan Franco van enkele jaren daarvoor en twijfelen aan de oprechtheid van het paar. De Golden Sixties zijn bijna afgelopen. Boudewijn neemt nog een belangrijke beslissing op het vlak van ons kunstpatrimonium. In 1969 beslist de vorst om het paleis op de Meir over te dragen aan de overheid. Een brief van 22 december 1969 van André Schöller, grootmaarschalk van Boudewijn, is duidelijk (zie brief). De brief is gericht aan Frans Van Mechelen, minister van Cultuur. Het paleis op de Meir heeft een lange voorgeschiedenis. Albert i

214

koning boudewijn

verbleef er kort tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het werd door koning Leopold ii grondig aangepast. Vandaag is het paleis bezit van Erfgoed Vlaanderen. In de brief van Schöller aan de minister staat ook dat het de uitdrukkelijke wens van Boudewijn is dat ‘het meubilair en de kunstvoorwerpen’ in het paleis op de Meir zouden blijven. De meubels zullen evenwel verhuisd worden en uiteindelijk bij prins Filip belanden. Er ontstaat zelfs een juridische strijd tussen de Vlaamse regering, de federale overheid en prins Filip. Die heeft

de jARen ZeSTig: goud

215

blijkbaar weinig zin om die mooie meubeltjes terug te geven. Het verhaal doet een beetje denken aan de ‘roof’ van de meubels uit het paleis van Laken van eind 1960 door Leopold en Lilian. Pas begin februari 2010 geeft Filip de meubels terug. Zijn oom Boudewijn zou zich waarschijnlijk verschrikkelijk kwaad gemaakt hebben over zoveel domme reputatieschade. In december 1969 opent de Europese top van Den Haag de weg naar een verruiming van de Europese Gemeenschap. Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk zullen in het volgende decennium toetreden. Boudewijn geeft blijk van een groeiende interesse voor Europa. Hij luistert naar de wensen van het bedrijfsleven.

Boudewijn en Merckx bewonderen een nieuwe racefiets.

hoofdstuk 3

De jaren zeventig: zilver
‘Le meilleur des princes a toujours sur sa conscience des centaines de morts.’ simone de beauvoir

O

p 24 augustus 1970 verschijnt in het Amerikaanse tijdschrift Time een leuke cartoon. Boudewijn geeft een hand aan wielrenner Eddy Merckx. Op de achtergrond staan twee mannen. De ene vraagt de andere het volgende: ‘Wie is die man die de hand schudt van Eddy?’ De cartoon drukt perfect uit hoe de Belgen over de vorst denken. Of beter, hoe weinig ze begin jaren zeventig wakker liggen van de koning. Pas 1976 wordt een keerpunt in de perceptie van Boudewijn. De meeste Belgen zien hem volgens historici tot dan als zeer voorzichtig, nauwgezet, ietwat saai en minzaam. Maar de persdienst van het Paleis werkt steeds nadrukkelijker aan een meer positieve beeldvorming van de koning, de koningin en de koninklijke familie. De rol daarin van persattaché Claude de Valkeneer kan niet genoeg benadrukt worden. Het is immers zijn idee Boudewijn en Fabiola samen als paar ‘in de markt’ te zetten. Boudewijn en Fabiola worden dankzij De Valkeneer een ‘merk’. Niet iedereen binnen het Paleis is wild van De Valkeneer. Grootmaarschalk Herman Liebaers is tegen het plan. Hij vindt dat op die manier te veel uit de privésfeer naar de officiële functie van

218

koning boudewijn

De koninklijke familie zit hier gezellig aan tafel, maar algauw gaat het tussen Albert en Paola minder vrolijk toe. de koning doorsijpelt. Liebaers benadrukt dat de functie van koningin volgens de grondwet niet eens bestaat. Het zal het volk worst wezen. De Valkeneer zal meesterlijk slagen in zijn opzet. In de jaren zeventig wordt duidelijk dat Boudewijn en Fabiola ondanks verwoede pogingen geen kinderen zullen krijgen. Vooral Fabiola heeft het daar bijzonder moeilijk mee. Als Boudewijn steeds vaker met zijn neef Filip optrekt, moet hij er volgens intimi voor opletten Fabiola niet te kwetsen. Eigenlijk zou de koning de relatie met zijn neef, die al behoorlijk intens is, nog wat meer willen verdiepen. Af en toe moet hij zichzelf tot de orde roepen en zichzelf herinneren aan het feit dat Filip zijn zoon niet is. De meeste waarnemers gaan ervan uit dat Filip door het apocalyptische wereldbeeld van Boudewijn uiteindelijk verknoeid wordt. Boudewijn kneedt de jongen helemaal naar zijn beeld en gelijkenis. De persdienst van het Paleis draait ook overuren voor de ouders van Filip. Alle insiders weten dat Albert en Paola elkaar in de jaren zeventig niet meer kunnen luchten. Als ze elkaar toch ontmoeten,

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

219

is er klinkende ruzie. Ze kunnen niet eens meer samen in dezelfde ruimte verblijven, zozeer verafschuwen ze elkaar. Toch zal een ‘persmoment’ georganiseerd worden om te tonen hoe stevig de familie aan elkaar hangt. Er wordt slim gekozen voor de achttiende verjaardag van Filip, in 1978. De Belgen krijgen mooie beelden te zien. Voor wie ze wil geloven, natuurlijk.

De tiende verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo Het begin van de zilveren seventies start met een merkwaardig voorval dat opnieuw een ander licht op Boudewijn werpt. In 1970 is de vorst op staatsbezoek in India. In de late namiddag heeft minister André Cools een bezoek georganiseerd in Mumbay (Bombay). In een taxi bezoeken ze wijken van de stad die normaal gezien door buitenlanders gemeden worden. Doodzieke mensen liggen te creperen op straat. De volgende dag uit Boudewijn volgens De Valkeneer zijn ongenoegen over deze uitstap aan minister Cools. Daarop bezoeken ze Madras. De gouverneur ontvangt een geweer van fn. Sommigen vinden het vreemd dat een vredelievende vorst een wapen als relatiegeschenk uitdeelt. Op sommige wapens van fn staat een kroontje boven de letter B. De B staat uiteraard voor Boudewijn. Van een vredelievend vorst zou je verwachten dat hij zijn naam of zijn initiaal niet wil verbinden aan wapens. De fabriek van fn zorgt voor veel werk in de streek van Herstal. Tijdens het bezoek aan India heeft Boudewijn op 28 januari ook een lang gesprek met de Indiase premier Indira Gandhi. Boudewijn hoort dat ze een oorlog tegen Pakistan voorbereidt. Ze wil militaire steun geven aan de onafhankelijkheid van Bangladesh, dat zich van Pakistan afscheurde. Eind juni 1970 bezoekt Boudewijn opnieuw Congo. Op 30 juni is de viering van tien jaar onafhankelijkheid gepland. Het is het eerste bezoek van de vorst aan het land na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1960. Sinds 1968 zijn de relaties tussen beide landen volledig genormaliseerd. In de straten van Kinshasa hangen duizenden foto’s van Boudewijn en Mobutu, broederlijk naast elkaar.

220

koning boudewijn

‘De tiende verjaardag van de onafhankelijkheid van Belgisch Congo werd dan ook de bezegeling van een vernieuwde vriendschap tussen België en zijn ex-kolonie,’ schrijft professor Luykx in Politieke geschiedenis van België. Boudewijn en Fabiola wonen de plechtigheden in Kinshasa bij en ‘er werd geen wanklank meer gehoord,’ zoals in 1960.

De nieuwe grondwet In België is de unitaire staat in 1970 achterhaald. Tijdens de regering Eyskens-Cools wordt eindelijk, na een lange voorgeschiedenis, de derde grondwetsherziening tot een goed einde gebracht. Op parlementair vlak alleen al telt het dossier meer dan driehonderd documenten. De belangrijkste grondwetswijzigingen behelzen de culturele autonomie, de gewestelijke instellingen, de hervorming van de lokale besturen en de maatregelen tegen minorisering. Wat de culturele autonomie betreft, wordt België in vier taalgebieden ingedeeld: het Nederlands taalgebied, het Frans taalgebied, het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitse taalgebied. Elke gemeente van het rijk maakt deel uit van een van die taalgebieden. In een nieuw artikel, 107 quater, wordt België ook ingedeeld in drie gewesten: het Vlaams gewest, het Waals gewest en het Brussels gewest. Het nieuw artikel 108 bis heeft tot doel de gemeenten te verplichten op een aantal gebieden samen te werken. Van Waalse zijde werd na de Tweede Wereldoorlog regelmatig de vrees geuit voor minorisering in de eenheidsstaat België, aangezien de Vlamingen demografisch in de meerderheid zijn. Bij de staatshervorming van 1970 werd daarom een aantal grondwetsbepalingen ingevoerd om te beletten dat de Vlamingen hun wil zouden opdringen aan een Waalse minderheid. Het nieuwe artikel 38 bis stelt de alarmprocedure in. Het biedt de Franstaligen de mogelijkheid een ontwerp of voorstel van wet die de betrekkingen tussen beide gemeenschappen ernstig in gevaar brengt, te blokkeren. Eyskens verklaart publiekelijk: ‘La Belgique de papa est morte’. Boudewijn huivert als hij deze woorden hoort. Die herziening gaf Eyskens een grote voldoening. In 1935 onderschreef hij immers het Federaal Manifest van een Nieuw Vlaanderen.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

221

Eyskens onthult dat hij bij het begin van de jaren zeventig een brief van koning Leopold kreeg. ‘Koning Leopold iii heeft me naar aanleiding van de grondwetsherziening daarover geschreven. Hij vroeg: “Ge gaat toch niet naar het federalisme?” Ik antwoordde: “Ja, sire, maar un fédéralisme arrivé à maturité.”’ De brief toont duidelijk aan dat Leopold zich, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, actief met de Belgische politiek bleef bemoeien en dat hij tegen het afbouwen van de federale staat was. Boudewijn blijft de ontwikkelingen in de ruimtevaart op de voet volgen. De Amerikanen hebben met het Apolloprogramma een definitieve voorsprong op de Russen verkregen. Op 24 december 1970 bezoeken Boudewijn, prins Albert en prins Filip het Koninklijk Museum voor Natuurwetenschappen. Ze bekijken samen een stuk maansteen dat door de expeditie van Apollo 12 naar de aarde werd meegebracht.

Staatsbezoek aan de brd De koning blijft voor veel mensen de ultieme toeverlaat. Een afdeling van het kabinet beantwoordt alle brieven die bij de koning toekomen. Op jaarbasis zijn er dat twintigduizend, zowat vijftig per dag dus. Een illustratie hiervan is de collectieve brief van de inwoners van het dorpje Hannêche bij Namen. Ze worden door een militaire magistraat beledigd. In een ultieme poging tot eerherstel schrijven ze een brief naar de vorst. Het standaardantwoord is dat de koning begrip heeft voor hun situatie maar dat hij er niets aan kan doen. Hij moet de scheiding der machten respecteren, toch in deze concrete gevallen. In mei 1971 bezoekt de Franse president Pompidou ons land. De president wordt gastvrij onthaald in Luik. Het bezoek is ook de aanleiding voor een nieuw incident tussen Argenteuil en Laken. Nadat Pompidou opnieuw naar Frankrijk vertrokken is, wordt de Franse ambassadeur Gontran de Juniac door Lilian gesommeerd. Hij wordt door de prinses op het matje geroepen. Secretaris Jacques Pirenne is aanwezig bij dit gesprek. ‘Ze drukt haar verwondering en ontgoocheling uit over het feit dat de naam van haar man Leo-

222

koning boudewijn

pold niet werd vernoemd in de speech van de president of die van Boudewijn,’ schrijft historicus Dumortier. Wat Lilian niet weet, is dat de redevoering van Boudewijn daarvoor zorgvuldig gescreend werd, net om te vermijden dat hij zou verwijzen naar Leopold of de campagne van mei 1940. Dat zou de koning in de ogen van de regering immers extra kwetsbaar maken voor de publieke opinie. Boudewijn gaat in april 1971 op reis naar West-Duitsland. Dat is betekenisvol. Een staatsbezoek heeft altijd een politieke betekenis. Maar in dit geval is het bezoek nog relevanter. ‘Het is diplomatiek niet onbelangrijk dat een Belgische vorst voor het eerst sinds 1910 een bezoek brengt aan de Duitse buur,’ noteren Mark van den Wijngaert en zijn coauteurs. Volgens Der Spiegel was het laatste bezoek dat van Albert i aan keizer Wilhelm ii. Dat bezoek vond plaats op 6 november 1913. Het tijdschrift noteert kribbig: ‘Achtenvijftig jaar lang hebben de Belgische heersers Duitsland gemeden.’ Maar ook daar verloopt niet alles vlekkeloos. Tijdens het staatsbezoek wordt het Deutsches Museum bezocht. Het bezoek is niet goed voorbereid. ‘In eerste instantie hadden we een kunstzinnig bezoek voorzien,’ vertelt De Valkeneer. ‘Maar aangezien kunst en Boudewijn niet goed samengaan, werd dit bezoek op vraag van Boudewijn te elfder ure afgeblazen.’ De Valkeneer geeft toe dat hij opnieuw moest improviseren. ‘Ik koos een bezoek uit aan het Deutsches Museum zonder te weten dat er Duitse vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog opgesteld staan.’ Het bezoek verloopt in eerste instantie rustig. Plots is er grote consternatie in het Belgische gezelschap. ‘Boudewijn staat in een zaal van het Deutsches Museum pal voor verscheidene Messerschmitt-vliegtuigen.’ In het Deutsches Museum staat in een grote zaal onder meer een eenmotorig Messerschmitt type 109 jachtvliegtuig uit 1938 opgesteld, dat intensief gebruikt werd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als tiener werd Boudewijn bovendien door de Duitsers vastgehouden in het Duitse kasteel van Hirschstein. De aanblik van dat vliegtuig bezorgt de vorst nare herinneringen. Volgens De Valkeneer was de koning bijzonder ontevreden over de gebrekkige voorbereiding. De Valkeneer kon de koning moeilijk zeggen dat het eigenlijk zijn eigen schuld was. Boudewijn laat prins Filip een steeds grotere rol spelen bij offi-

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

223

ciële bezoeken. De vorst vindt dat een goede voorbereiding op zijn latere koningschap. Op 18 juli bezoeken ze de opgravingen in de Ten Duinenabdij van Koksijde. Eind september 1971 ontvangt Boudewijn de astronauten van de Apollo 15-vlucht. Hij blijft gefascineerd door de ruimtevaart. De astronauten leggen de vorst uit dat het Apolloprogramma in wezen een militair programma is.

Karl Böhm Enkele dagen later benoemt de vorst de Oostenrijkse dirigent Karl Böhm tot officier in de Orde van koning Leopold ii. Het argument van Boudewijn is dat Böhm veel heeft bijgedragen tot het welzijn van België. De beslissing is uiterst merkwaardig. Böhm werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog immers uit zijn ambt ontzet vanwege vermeende sympathie met het naziregime. Hij mocht zelfs enkele jaren niet meer optreden. Auteur Michael Kater vond in The Twisted Muse ‘conflicterende elementen van weerstand, accommodatie en dienstwilligheid aan het (nazi-)regime’. De auteur kon Böhm niet bestempelen als een nazi. Maar hij kon ook niet vrijgepleit worden. Kortom, er waren voldoende redenen om de Oostenrijker het ereteken niet toe te kennen. Waarom is dat dan toch gebeurd? Boudewijn gaat in 1971 ook op bezoek bij zijn goede vriend, de sjah van Iran. Beiden zaten samen op de schoolbanken van Le Rosey in Zwitserland. ‘De Iraanse keizerlijke familie voegt zich vanaf de jaren zeventig bij de driehoek Brussel-Tokyo-Bangkok,’ schrijft Maud Bracke. De auteur verwijst naar de talrijke contacten tussen Boudewijn en de Japanse keizer en de Thaise koning. Tot het einde van zijn leven zal Boudewijn steevast Tokio en Bangkok bezoeken, telkens als hij naar Azië gaat. De sjah van Iran geeft eind oktober een enorm feest van vier dagen en nachten. Op het menu staat onder meer geroosterde pauw. De begeleidende wijn is een Château Lafite Rothschild van 1945. Op het einde van het feest krijgt elke deelnemer een doggy bag met de allerbeste kaviaar op droog ijs. Aanleiding van het feest is de verjaardag van 2500 jaar Perzië. De kosten van het feest zijn astronomisch hoog. Volgens het Ame-

224

koning boudewijn

rikaanse blad Life gaat het om 100 miljoen dollar! Alleen al de gekleurde gloeilampen kosten 240 000 dollar. Er zijn drieduizend gasten uit 69 landen, onder wie negen koningen, vijf koninginnen en zestien presidenten. De Roemeense dictator Ceaucescu en het Joegoslavische staatshoofd Tito zijn er. Ook de Russische president is aanwezig. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om Boudewijn uit te nodigen. Het staatsbezoek aan de Sovjet-Unie vindt uiteindelijk in 1975 plaats.

Boudewijn bidt bij het graf van De Gaulle In 1970 overlijdt generaal De Gaulle. Boudewijn is net als de meeste wereldleiders aanwezig op de begrafenisplechtigheid. Hij is diep onder de indruk. Boudewijn keek enorm op naar de generaal. De vorst kon altijd bij hem terecht voor wijze raad. Een mogelijke verklaring voor die bewondering vinden we bij Harmel. In 1966 werd hij minister van Buitenlandse Zaken. Hij merkte toen een Frans-vijandige houding in de Belgische diplomatie. Harmel vond het gaullisme nochtans nuttig. ‘Die politiek bevatte het instrument dat ook België kon aanwenden om de politieke eensgezindheid inzake het buitenlands beleid in eigen land te herstellen, namelijk het nationale, en niet aan de navo ondergeschikte karakter van een eigen beleid,’ schrijft professor Coolsaet. De Belgische diplomatie kon volgens Harmel eigen initiatieven nemen, iets wat Boudewijn alleen maar toejuichte. Een andere verklaring voor de vriendschap tussen beide mannen is de verstandhouding tussen De Gaulle en Tsjombe. Volgens Tsjombe was zijn vriendschap met de Franse president een doorn in het oog van sommigen, maar Boudewijn keurde die vriendschap zeker goed. Begin 1972 drukt Boudewijn de persoonlijke wens uit zich te mogen bezinnen bij het graf van de generaal. Hiervoor neemt hij contact op met de weduwe van de generaal. Yvonne de Gaulle ontvangt in principe geen gasten meer in Colombey, maar voor de Belgische koning maakt ze een uitzondering. ‘De koning bleef ongeveer twintig minuten in de salon,’ schrijft Philippe de Gaulle, zoon van de generaal. Hij maakte volgens de weduwe een ‘zieke,

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

225

verlegen en droevige’ indruk. Biograaf Fralon besluit hieruit dat Boudewijn nog altijd iets heeft van een ‘verlegen adolescent die zich niet goed in zijn vel voelt’. Boudewijn is dan tweeënveertig jaar. Dat jaar zijn Boudewijn en Fabiola op bezoek in Ethiopië. De sociale belangstelling van Boudewijn groeit. Ze bezoeken er een centrum voor de verzorging van melaatsen. Het koningspaar drukt er de hand van talrijke melaatsen, alweer een duidelijk signaal.

Plechtige communie In 1972 doet prins Filip zijn plechtige communie. Boudewijn interesseert zich steeds meer voor hem. Het is nu voor iedereen duidelijk dat Filip de troonopvolger is. Het plan is dat Boudewijn zo lang mogelijk regeert, zodat Filip de kans krijgt zich zo goed mogelijk voor te bereiden op het koningschap. Het is de grote en levenslange frustratie van Boudewijn dat hij zich nauwelijks op zijn functie heeft kunnen voorbereiden. Dat moet anders bij Filip. Bovendien hoopt Boudewijn dat hij Filip, eenmaal koning, nog lange jaren raad mag geven. Filip is dan nog maar twaalf jaar, en het heilig vormsel wordt hem toegediend door de pauselijke nuntius, monseigneur Cardinale. De vorming vindt plaats in de kapel van het Sint-Michielscollege. Aanwezig is ook een van de zonen van Mobutu. Grootvader Leopold iii is afwezig. Boudewijn wil niet dat er contact is tussen Argenteuil en Belvédère, waar Albert en Paola wonen. Leopold is nochtans de peter van Filip. Omdat Boudewijn wordt beschouwd als de pater familias, duldt hij niet dat Albert en zijn gezin nog contact hebben met Leopold iii en Lilian. Ook Fabiola is resoluut tegen contact met Argenteuil. Ze haat Lilian nog even fel als in de beginperiode. Prins Filip houdt van zwemmen. Het overdekte zwembad aan de serres van het kasteel van Laken is zijn favoriete plek. ‘Wel moet de ordonnansofficier vooraf even bellen met Laken om te horen of het wel past,’ lezen we in Kroonprins Filip. Tante Fabiola zwemt immers liever niet in aanwezigheid van haar neven en nichtjes. ‘Maar als de koningin niet thuis is, zijn ze welkom.’

226

koning boudewijn

Ook Boudewijn houdt niet van joelende kinderen. Daar wordt hij zenuwachtig van. Als zijn neven en nichten op bezoek zijn, mogen ze niet aan dezelfde tafel aanschuiven. ‘Té veel drukte voor de koning,’ weten Misjoe Verleyen en haar coauteurs. Een niet nader genoemde diplomaat vertelt biograaf Fralon onomwonden dat Boudewijn ‘veel te hard is om een vader te kunnen zijn’. Boudewijn en Fabiola worden nochtans steevast als grote kindervrienden geportretteerd.

Eerste audiëntie van Martens In mei 1972 heeft Wilfried Martens zijn allereerste audiëntie bij Boudewijn. Martens is partijvoorzitter van de christendemocraten geworden. Boudewijn wil de nieuwe voorzitter onder vier ogen spreken. Als Martens enkele jaren later premier wordt, heeft hij elke maandagochtend een gesprek van twee uur met Boudewijn. In totaal zal hij meer dan duizend uur met de vorst spreken. Er zijn dat jaar ook discrete gesprekken tussen Boudewijn en de diverse provinciegouverneurs. Het gaat om een verregaand persoonlijk initiatief. De bevoegde minister is op deze vergaderingen telkens afwezig. In eerste instantie wil Boudewijn van de gouverneurs weten hoe het bestuur werkt. De bedoeling is duidelijk. Boudewijn wil een alternatief voorstellen voor de staatshervorming die door de federale regering wordt uitgewerkt. De aanstelling van magistraat Piret in 1977 wijst daar nog duidelijker op. Bovendien hoopt Boudewijn op die manier invloed uit te oefenen op de ministers. Hij wordt vanaf het begin van de jaren zeventig steeds actiever. Leo Tindemans is daar duidelijk over: ‘Als de koning laat verstaan dat hij een bepaalde voorkeur heeft, is het moeilijk daar geen rekening mee te houden.’ Ook André Molitor herinnert zich dat de koning initiatieven nam die het optreden van de regering beïnvloed hebben. Begin 1972 wordt Gaston Eyskens opnieuw premier. Boudewijn doet bijzonder lastig over de verdeling van de ministerposten. Hij weigert de socialist Cudell op Landsverdediging. De vorst staat hiermee lijnrecht tegenover André Cools, die een socialist op dat

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

227

departement wil. Cools wil meer gewicht in de schaal leggen bij het controleren van sommige militaire dossiers. ‘Het ‘Paleis’ weigerde een dergelijke oplossing en Vanden Boeynants werd minister van Landsverdediging,’ verduidelijkt Patrick Lefèvre. VdB had nochtans zijn voorkeur uitgesproken voor Economische Zaken of Verkeer. Het paleis van Boudewijn wordt ook gebruikt voor geheime besprekingen op internationaal niveau. In november 1972 worden in Parijs gesprekken gevoerd over het beëindigen van de oorlog in Vietnam. Die gesprekken monden uit in de Parijse akkoorden van januari 1973. Een van de deelnemers aan die onderhandelingen is Henry Kissinger, nationaal veiligheidsadviseur van de vs. Via de ambassade van Amerika in Brussel vraagt Kissinger of hij een discreet gesprek kan hebben met president Soeharto van Indonesië. Boudewijn gaat akkoord. Soeharto komt op dinsdag 22 november in ons land aan. De president heeft de dag daarop om negen uur een vergadering met Gaston Eyskens en socialist André Cools. Op 23 november 1972 heeft Kissinger in de vroege ochtend een gesprek van een uur met Soeharto over de vredesbesprekingen van Parijs. Na het gesprek vliegt Kissinger terug naar de Franse hoofdstad.

De verbrusseling De invloed van Boudewijn op de internationale betrekkingen is vrij groot. Het contact met de andere staten verloopt via de ontvangst van de buitenlandse ambassadeurs op post in België. De traditionele overhandiging van de geloofsbrieven wordt beheerst door een streng protocol. Toch biedt het kansen tot meer diepgaande gesprekken over internationale politiek. ‘Nieuw is de ontvangst van steeds meer buitenlandse staats- en regeringsleiders die België aandoen,’ weten Bracke en Denuit. ‘Dat Brussel de zetel is geworden van talrijke internationale organisaties, met voorop de Europese Commissie en de navo, heeft de koning aangegrepen om de contacten te intensifiëren.’ Volgens Fralon heeft Boudewijn in zijn leven één grote fout gemaakt. De auteur verwijt de koning dat hij de ‘verbrusseling’ of verminking van de stad niet tegengehouden heeft.

228

koning boudewijn

‘Hij rept met geen woord over een van de grootste naoorlogse schandalen in België: de vernieling van Brussel,’ schrijven Fralon, Valclaren en Caille. Fralon neemt het Boudewijn kwalijk dat hij zijn invloedrijke ambt niet heeft aangewend om te verhinderen dat projectontwikkelaars en verantwoordelijken voor openbare werken Brussel opgeofferd hebben aan speculatie. Die ‘verbrusseling’ begon in het midden van de jaren vijftig. De omgeving van de Heizel werd voor de Wereldtentoonstelling van 1958 grondig verminkt. Ook auteur Patrick Roegiers is hard voor Boudewijn: ‘Hij steekt geen vinger uit om iets te doen tegen de kaalslag in Brussel.’ Die kaalslag gaat de volgende decennia straffeloos door. In 1962 ontvangt Boudewijn een petitie ondertekend door duizenden boze mensen. Ze zijn woedend omdat 230 kastanjebomen moeten sneuvelen om plaats te maken voor de kleine ring in Brussel. De petitie haalt niets uit. Op 2 februari 1973 moeten vier rijen prachtige bomen in het park van Brussel verdwijnen. Veel Belgen zijn geschokt en klimmen in hun pen. Het Paleis ontvangt honderden brieven. De koning bezoekt het park in hoogsteigen persoon. Maar daar blijft het bij. De bomen worden onherroepelijk gerooid. Ook voor de bouw van de instellingen van de Europese Unie worden heel wat waardevolle gebouwen in Brussel opgeofferd.

Prins Karel Boudewijn heeft sinds de uitzetting van prins Karel uit het paleis geen contact meer met zijn oom, maar hij volgt de ontwikkelingen rond Karel op de voet. Hij kan niet anders. Het is een thema dat bij het begin van de jaren zeventig regelmatig op de agenda staat tijdens vergaderingen met zijn kabinetschef. Er wordt beslist om zich low profile op te stellen en geen commentaar te geven. Prins Karel vroeg enkele jaren eerder aan Olivier Allard, zijn rentmeester, om zijn volledige vermogen naamloos te maken en al zijn bezittingen in België te verkopen. De opbrengst moest bij Zwitserse banken gedeponeerd worden. Een ander deel werd geinvesteerd in onroerend goed in Zuid-Frankrijk en Corsica.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

229

Prins Karel wil tot elke prijs de belastingen in België ontduiken. Bovendien wil hij vermijden dat Boudewijn iets van zijn vermogen zou erven. De relatie tussen Karel en Allard verzuurt. Er komt een proces. Manu Ruys, voormalig hoofdredacteur van De Standaard, schrijft begin jaren zeventig diverse artikels over de zaak. Hij is verbaasd. ‘Als de kleine man voor een paar duizend frank de fiscus ontduikt, wordt hij vervolgd en gestraft. Hier was sprake van honderden miljoenen.’ Op 16 september 1972, na afloop van de rechtszaak, schrijft Ruys dat er geen volledige klaarheid gekomen is. ‘Het grote publiek zal alleen de gewettigde indruk overhouden dat een duister machtsapparaat aangewend werd om de mantel te spreiden over aanvechtbare feiten en over hooggeplaatste lieden die niet zuiver op de graat zijn.’ De rol die het Paleis gespeeld heeft, is nooit helemaal duidelijk geworden.

De eerste oliecrisis In 1973 is het economische feest van de Golden Sixties definitief voorbij. De oliesjeiks draaien de kranen dicht. Ze veroorzaken een kunstmatige schaarste op de wereldmarkt. De prijs voor ruwe olie swingt de pan uit. Diverse landen nemen maatregelen. In Nederland gaat de benzine zelfs op de bon. De Belgen mogen vanaf 4 november 1973 op zondag hun auto niet meer gebruiken. Alleen bepaalde beroepscategorieën zoals artsen zijn vrijgesteld. De noodingreep geldt tot begin 1974. Maar het is twijfelachtig of de maatregel ook maar enig effect heeft. Het koningshuis trekt zich niets van die crisis aan. Nederlandse archeologen in Zwammerdam ontdekken toevallig restanten van oude Romeinse schepen. De opgravingen worden verricht onder leiding van professor Glasbergen. Begin november landt een helikopter bij de site. De piloot stapt uit en vraagt om de projectleider te ontmoeten. Hij vertelt de professor dat koning Boudewijn en zijn neef Filip over enkele dagen een bezoek aan de site willen brengen. Dat bezoek gaat uiteindelijk niet door. Theo Toebosch beweert in zijn boek Grondwerk dat een adviseur van Boudewijn de koning te elfder uur het plan uit zijn hoofd heeft kunnen pra-

230

koning boudewijn

ten. Een bezoek met een helikopter zou tijdens de oliecrisis niet zo’n goede indruk maken op de Belgische bevolking. Boudewijn hecht ook steeds meer belang aan het imago van het koningshuis. Dat wordt duidelijk als er begin 1973 een relletje ontstaat rond Paola. De warmbloedige Italiaanse heeft de gewoonte naakt rond te lopen in haar appartement. Paparazzi met telelenzen staan voortdurend op de loer om een pikante foto van de prinses van Luik te schieten. Op een dag worden de fotografen ‘ontdekt’ door een personeelslid van het Paleis. Paola wordt bij Boudewijn geroepen en ze moet plechtig beloven dat ze niet meer in haar blootje zal rondlopen in haar appartement. In zijn donderpreek verwijst de koning ook naar de heisa over de foto’s van de zomer voordien. Toen lag Paola in monokini te zonnebaden aan de Franse Rivièra. Die foto’s choqueerden het Paleis. Vooral Fabiola was not amused. Ook prins Albert werd door zijn broer op de vingers getikt. In de zomer had hij zijn Japanse moto net iets te hevig aangevuurd.

Bezoek aan Joegoslavië In april 1973 bezoekt de Mexicaanse president Luis Echeverria gedurende vier dagen ons land. Boudewijn verwijst naar zijn bezoek aan Mexico in 1965. Niet iedereen is gelukkig met de komst van Echeverria. Onder zijn presidentschap (1970-1976) werd de oppositie op een gewelddadige manier vervolgd. In Chili is generaal Pinochet dat jaar aan de macht gekomen. Onmiddellijk laat hij medestanders van Allende oppakken. Een van de slachtoffers is generaal Sergio Poblete Garcès. Poblete was tweede in rang bij Alberto Bachelet onder Allende. Op 18 september 1973 vliegt Poblete in de cel. Volgens de Chileense onderzoekers Paz Rojas en zijn collega’s is Boudewijn toen persoonlijk tussenbeide gekomen bij generaal Pinochet. ‘Boudewijn pleitte bij Pinochet voor het leven van de generaal (Poblete).’ Het is het enige bewijs dat er tussen Pinochet en Boudewijn contacten waren. Boudewijn brengt dat jaar een bezoek aan zijn vriend, de Joegoslavische maarschalk Tito. Op zijn privé-eiland Brioni worden Bou-

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

231

dewijn en Fabiola als echte filmsterren ontvangen. Voor de camera zullen ze zelfs deelnemen aan volksdansen. Boudewijn kan goed overweg met Tito. Een officiële verklaring hiervoor is dat Tito een dam opwerpt tegen het communisme. Daar houdt Boudewijn wel van. Tito is ook goed bevriend met de Belgische ambassadeur in Joegoslavië, Georges Delcoigne. Aan Delcoigne vertelt Tito vaak dat het zijn grootste vrees is dat de Sovjet-Unie zijn land binnenvalt. Christian baron de Posch, verantwoordelijk voor het protocol, herinnert zich het bezoek van Tito in 1970. Tito logeert in het appartement van het koninklijk paleis. De koning heeft hem daar ’s avonds een bezoek gebracht. De Posch weet dat de koning er tot twintig over middernacht gebleven is. Gewoonlijk kruipt de koning veel vroeger onder de wol. ‘Tito vertelde over zijn oorlogstijd. De koning was onder de indruk van zijn persoonlijkheid en heeft hem later, in juni 1973 dus, teruggezien.’ In gebeden vraagt Boudewijn voortaan om Joegoslavië te beschermen. ‘Almachtige Vader, ik vertrouw U de wereld toe die lijdt omdat zijn gezagvoerders U en Uw liefde niet kennen. Bescherm Rusland, Joegoslavië, België, Zaïre, Rwanda en Burundi, Cambodja.’ In het vroege voorjaar van 1973 begint Mobutu zijn zaïriseringscampagne. Bedrijven worden genationaliseerd. De aandacht van Boudewijn en de regering gaat onmiddellijk naar de Generale Maatschappij en de dochterondernemingen. Volgens Rik Coolsaet onderhandelt België een wederzijds voordelig akkoord over de ‘gezaïriseerde’ bezittingen van de Generale Maatschappij, met name Union Minière en Gécamines. ‘De overige gedupeerden moesten nog tientallen jaren bij de Belgische autoriteiten aandringen op schadeloosstelling.’ Gedurende drie decennia voerden de Belgische regeringen en Boudewijn ten aanzien van Congo een beleid dat structureel ten goede kwam aan de belangen van deze holding. Volgens Coolsaet ging de aandacht van België tijdens de opeenvolgende crises die de Congolees-Belgische betrekkingen kenmerkten, in de eerste plaats naar de gevolgen ervan voor de Generale Maatschappij. In 1973 wil de regering Leburton het stelsel voor de gezondheidszorg voor oud-kolonialen hervormen. De regering heeft dringend geld nodig. Boudewijn is tegen en stelt zijn veto. Hij wil niet

232

koning boudewijn

dat eraan geraakt wordt. Het duurt tot 1994, een jaar na het overlijden van Boudewijn, vooraleer dit stelsel aangepast wordt. In dat jaar doet zich een zwaar incident voor tussen de vorst en de regering. De benoeming van de liberaal Hilaire Lahaye is al publiek bekendgemaakt. Op het allerlaatste moment weigert Boudewijn Lahaye te benoemen omwille van zijn sympathie voor het Smithregime in Rhodesië. Formateur Leburton moet in zeven haasten een vervanger vinden. Dat wordt Kempinaire.

Ibramco Volgens Emmanuel Gerard staat één zaak als een paal boven water: ‘Koning Boudewijn heeft zich altijd met de keuze van de ministers ingelaten, zoals hij dat ook deed met de benoeming van diplomaten en officieren.’ Nog in 1973 maakt de vorst bezwaren tegen de vrijzinnige socialist Calewaert op Justitie wegens het abortusdossier en in 1977 tegen de toekenning van Justitie aan de Volksunie wegens de amnestiekwestie. Tindemans getuigt daarover: ‘De rol van de vorst was dat hij de lijst van ministers, voorgesteld door de formateur, kritisch bekeek.’ In december 1973 valt de regering van Leburton over de Ibramco-affaire. Buiten de regering om onderhandelde Willy Claes met Iran over de bouw van een olieraffinaderij in ons land. De voordelen zijn vooral voor de socialisten. Leburton wil de regering nog redden. Hij spreekt Tindemans aan, die de vorst moet inschakelen. Boudewijn is immers bevriend met de Iraanse sjah Reza. ‘Leburton wilde de vorst bewegen tot een interventie bij de sjah van Iran om het Ibramcodossier nog te redden.’ Tindemans legt het hele dossier uit aan de vorst. Tevergeefs. De socialisten willen nieuwe verkiezingen. cvp-voorzitter Wilfried Martens is tegen. Hij vertelt Boudewijn dat nieuwe verkiezingen tegen de tradities in België ingaan. De vorst vraagt Martens in ruil om geen nieuwe regering te vormen zonder de Franstalige christendemocraten. De voorzitter van de Vlaamse christendemocraten geeft zijn woord. Volgens Martens vormde deze gebeurtenis de basis voor een jarenlange uitstekende relatie. Boudewijn was het volgens hem niet gewoon dat politici hun belofte hielden.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

233

Opnieuw een zakenkabinet? Het monster van Loch Ness Leo Tindemans vindt de politieke toestand surrealistisch. ‘De crisis was absurd. Er was geen meningsverschil,’ vertelt hij. In 1974 onderhandelt Tindemans met christendemocraten en socialisten om een nieuwe regering te vormen. Als het gesprek op de klippen dreigt te lopen, roept Boudewijn de vier partijvoorzitters een na een bij zich. Radiojournalist Jos Bouveroux noteert dat Boudewijn later nog een stap verder ging. In 1979 was Paul Vanden Boeynants (VdB) vastgelopen in zijn poging om een nieuw kabinet op de been te brengen. ‘De koning ontvangt dan op het paleis de formateur en de partijvoorzitters in een collectieve audiëntie om hen dringend aan te zetten een nieuwe inspanning te doen.’ De liberalen waren niet uitgenodigd. Ze waren zo verbolgen over het drieste optreden van Boudewijn dat de liberale ministers van Staat officieel protest aantekenden. Boudewijn had geen al te hoge dunk van de meeste politici. Volgens Manu Ruys is zijn relatie met het grootste deel van de politici altijd erg stroef geweest. ‘De koning koesterde wel een hoge dunk van zijn eigen functie. Hij eiste van de volksvertegenwoordigers en de ministers een groot plichtsbesef. Niet zelden werd hij ontgoocheld door de laaghartigheid, de veilheid en de zedeloosheid van personen die hij zijn vertrouwen had geschonken. Het stemde hem bitter en met de jaren werden zijn argwaan en afkeer steeds groter.’ De allergrootste ontgoocheling liep Boudewijn op het einde van zijn leven op, toen hij doorhad dat Martens vertrouwelijke informatie tijdens de geheime bijeenkomsten van Poupehan had gelekt. We komen er later op terug. Een illustratie van dat wantrouwen in de politiek is dat Boudewijn in het geheim opnieuw aan een zakenkabinet denkt. De vorige keer was dat begin jaren zestig, tijdens de Congocrisis. Deze keer moet industrieel André Leysen volgens Boudewijn in dat kabinet zetelen. Het toont aan dat de ideeën van Boudewijn over de parlementaire democratie niet zo ver af staan van die van zijn vader. Sommigen dringen ook bij de vorst aan om zijn gezag te

234

koning boudewijn

doen gelden. ‘Het is waar dat Boudewijn door zeer diverse kringen werd benaderd met soms fantastische voorstellen,’ bevestigt Emmanuel Gerard. In zijn biografie schrijft Leysen daarover het volgende: ‘Dat de koning met iemand met een ‘zwart’ jeugdverleden over een eventueel ministerschap of liever nog de leiding van een regering sprak, was toch opmerkelijk.’ Boudewijn had na de val van de regering Martens iii zeker gedurende een jaar tot anderhalf jaar een zakenregering onder leiding van Leysen voor ogen. Op die manier kon de parlementaire democratie omzeild worden. Een anonieme politicus beweert dat Boudewijn in die periode ronduit verbitterd was. Hij begreep niet dat er mensen waren die ‘opgeruimd en jolig waren’. De vorst vroeg hen hoe ze dat deden. Toch zal Boudewijn sommige ministers om raad blijven vragen. Zo vroeg Boudewijn onder meer advies aan Herman De Croo die toen minister van Onderwijs was. De koning consulteerde hem voor de opleiding van zijn neven Filip en Laurent. Filip is dan net veertien geworden. De Croo raadt Boudewijn de elitaire school van Zevenkerken bij Brugge aan. Boudewijn is overtuigd. Nu moeten de ouders van Filip het plan nog slikken. ‘De Croo gaat enkele keren naar Belvédère om Albert en Paola te overtuigen,’ schrijven Leyts en zijn medeauteurs. Laurent en Filip krijgen geen enkele inspraak. Boudewijn wikt én beschikt als strenge pater familias. In 1975 worden de prinsen Filip en Laurent ingeschreven. Filip begint als vijftienjarige in het vierde jaar van de humaniora. Laurent start in het zesde leerjaar. Filip is boos omdat zijn jongere broer meekomt. De relatie tussen de twee broers is dan al niet zo goed. Boudewijn volgt de vorderingen van zijn neef op de voet. ‘Het is dan al duidelijk dat prins Filip ooit zijn oom zal opvolgen,’ lezen we in Kroonprins Filip.

Ciergnon wordt een klooster Er is een hemelsbreed verschil tussen Leopold en Boudewijn op religieus vlak. Leopold iii is niet echt godsdienstig. Als het tijd is voor de mis, verzint hij vaak een uitvlucht.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

235

‘De weinigen die hem (Boudewijn) persoonlijk kennen, weten dat hij ook in zijn ambtelijke verplichtingen een religieuze bezieling legt,’ noteert Emmanuel Gerard. Bij Leopold was dat uitgesloten. Leopold kan de religiositeit van zijn zoon niet goed plaatsen. Hij vindt de keuze van Boudewijn voor Fabiola niet goed. Hij had liever gezien dat zijn zoon een ‘echte’ (lees: warmbloedige) vrouw had gekozen, geen non of kwezel. In 1974 wordt pijnlijk duidelijk dat Boudewijn en Fabiola overdrijven. De invloed van kardinaal Suenens op het paar groeit met de dag. Suenens wordt zelfs biechtvader in het Paleis. In de buitenlandse pers verschijnen artikelen waaruit blijkt dat het kasteel van Ciergnon meer weg heeft van een klooster. ‘Boudewijn en Fabiola raken stilaan zo geobsedeerd door de godsdienst dat ze hun koninklijke taken verwaarlozen,’ schrijft The Sarasota Journal. In Ciergnon nodigt Fabiola wekelijks priesters en monniken uit die mee aan tafel mogen aanschuiven. De situatie wordt zo ernstig dat Claude de Valkeneer de pers begint te tippen over deze dolle situatie. Boudewijn wordt stilaan enkel nog de koning van priesters, nonnen en paters. Alleen wordt dat door de spindoctors van het Paleis handig gecamoufleerd. Het Spaanse tijdschrift Tiempo schrijft dat Boudewijn ‘el último de los reyes católicos’ is. Pater Daniel-Ange herinnert zich Boudewijn in die periode: ‘Ik zag hem met zijn voorhoofd tegen de grond, in adoratie. Of gehurkt, met de handpalmen open, wachtend op de genade van zijn Heer.’ Die houding, met de handpalmen open, is typisch voor de charismatische beweging. Boudewijn heeft meer weg van een aalmoezenier of priester dan van een koning. Dat jaar neemt de vorst volgens buitenlandse berichtgeving deel aan een boeteprocessie. Hij loopt blootsvoets en draagt zware kettingen. In België wordt er niets over geschreven. Journalisten zijn bang om in de toekomst verstoken te blijven van informatie. Ze kijken zedig opzij. Niet voor niets noemde politicus Frans Grootjans Boudewijn ‘een vriend van de (Belgische) pers.’ Die pers was de vorst op haar beurt zeer genegen. Enkel in Pan durft men geregeld de draak te steken met de koning. De vele cartoons van Boudewijn worden volgens De Valkeneer op het paleis slecht onthaald. Koningschap en humor gaan niet samen, toch niet bij Boudewijn.

236

koning boudewijn

Geheimdoenerij Ook auteur Patrick Roegiers is van oordeel dat het Hof ‘veel weg heeft van een klooster’. Er is volgens de auteur ook ‘sprake van een obsessie voor geheimdoenerij zoals die al bestond onder Leopold ii’. Auteur Stéphane Bern aarzelt niet om het Belgische Hof als het meest ontoegankelijke van Europa te omschrijven. Kerstmis 1974 wordt volgens een intimus van Boudewijn als volgt doorgebracht: ‘Vier uur non-stop gebed.’ Daarna is er een ‘feestelijk’ kerstmaal: soep en een stukje fruit. Als de door Boudewijn erg bewonderde Dom Hélder Câmara op bezoek komt, krijgt hij enkel een bord soep voorgeschoteld. In 1974 komt pater Philippe Verhaeghen aan boord van het koninklijke schip. Hij is de betachterkleinzoon van Léon-Théodore Verhaeghen, stichter van de vrijzinnige ulb in 1834. Verhaeghen wordt privé-aalmoezenier van Boudewijn. Maud Bracke vindt dat hij belangrijk is voor de persoonlijke ontwikkeling van de vorst. Verhaeghen wordt de persoonlijke religieuze vertrouwensman van de koning. ‘De functie heeft geen officieel karakter,’ noteert Bracke. Er is immers al een hofaalmoezenier, eerst pater Scheyven en daarna pater Braun. Dat Verhaeghen erbij komt, is een zet van kardinaal Suenens. Verhaeghen vertelt zelf dat ‘Suenens en een van zijn secretarissen de doorslag hebben gegeven’. Enkele jaren later zal de kardinaal ook nog vertrouweling Jacques van Ypersele de Strihou als kabinetschef naast Boudewijn plaatsen. De macht van Suenens aan het Hof neemt pijlsnel toe. Ironisch genoeg komt ook vrijmetselaar Herman Liebaers in 1974 in dienst van Boudewijn. Hij zal het maar acht jaar volhouden aan het Hof. In zijn memoires vertelt hij verbitterd dat hij de strijd tegen het katholicisme verloren heeft. ‘De koning heeft met mijn benoeming bewust gekozen voor vernieuwing. Een kwarteeuw later moet ik besluiten dat het Iberische katholicisme van koningin Fabiola haar verhinderd heeft deze koerswijziging te begrijpen.’ Op 31 maart 1974 gaat Boudewijn incognito het stoffelijk overschot van Gatien du Parc groeten. Boudewijn is alleen. De pers is niet op de hoogte. Du Parc is de man die dag en nacht over de jonge Boudewijn waakte. Volgens zijn vrouw zag hij de kinderen van

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

237

Leopold liever dan zijn eigen kroost. Als hij het over ‘de kinderen’ had, vroeg ze hem steevast: welke kinderen? Zijn kinderen of die van Leopold? Du Parc zag Boudewijn vaker dan zijn eigen kinderen. Mobutu is in de lente van 1974 boos. Jules Chomé, een Brussels advocaat, heeft een boek over hem geschreven. Mobutu wil het boek L’ascension de Mobutu laten verbieden en zegt prompt het vriendschapsverdrag tussen België en Congo op. Frankrijk verbiedt het boek, België niet. In juli van dat jaar wordt Charles Kerremans ambassadeur van België in Congo. Opnieuw is Mobutu ontevreden. Volgens hem is Kerremans een spion van Boudewijn. Kerremans was immers eerder kamerheer van Boudewijn. De Amerikaanse ambassade noteert in een rapport dat de relaties tussen beide landen op een dieptepunt beland zijn. De Amerikanen vinden het wel vreemd dat ‘Congo Kerremans aanvalt zonder zijn ontslag te eisen’. Kerremans houdt het nog geen jaar vol in Congo. Begin juli 1975 wordt hij vervangen. 1974 kent een zeer natte herfst. De velden van de boeren zijn doorweekt. Aardappelen en bieten kunnen niet geoogst worden. De landbouwmachines raken overal vast in de modder. Het leger wordt ingeschakeld om de boeren te helpen. Om de boeren en de soldaten aan te moedigen beslist Boudewijn om ze in Zuidoost-Vlaanderen een bezoekje te brengen. Dat gebeurt met een helikopter. Na een gesprek van een halfuur met een ontmoedigde landbouwer vertrekt Boudewijn. Het toestel slaagt er niet in om op te stijgen. De wielen zitten vast in de modder. Grootmaarschalk Herman Liebaers is er ook. ‘Het toestel begon over te hellen.’ Liebaers ziet Boudewijn wit wegtrekken en geeft toe dat hij zich evenmin op zijn gemak voelt. ‘Door de sublieme stuurmanskunst van de piloot kon op het nippertje een ramp vermeden worden.’ Het is de tweede keer dat Boudewijn aan een ongeluk met een helikopter ontsnapt.

238

koning boudewijn

Tindemans premier Op 30 april 1974 legt de nieuwe premier Tindemans zijn regeringsverklaring af in het parlement. De christendemocraat legt de nadruk op de bestrijding van de torenhoge inflatie in ons land. Hij wil ook de werkloosheid terugdringen. Tindemans herinnert zich dat Boudewijn bezorgd was over zijn regering. Het kabinet had in eerste instantie immers geen meerderheid in het parlement. Vooral aan Waalse zijde stond Tindemans i zwak. Later, in juni, zou hij de steun van het Rassemblement Wallon krijgen. De koning vroeg zich af hoe deze ploeg leefbaar kon blijven. Bij elke nieuwe regering heeft de vorst zijn twijfels. Dat is zeker zo als er een nieuwe premier aan het roer komt. Tindemans leert de koning tijdens de wekelijkse audiënties beter kennen. Zijn oordeel na al die jaren is vernietigend. ‘Zijn eenzaamheid leek moeilijk te doorbreken. Ieder woord kon verkeerd worden begrepen, iedere zin kon aanleiding geven tot een valse interpretatie.’ Tindemans had de indruk dat er steeds een drempel was die de toegang tot de kern van de zaak bemoeilijkte. De premier ging telkens gefrustreerd weg. ‘Van nagenoeg ieder gesprek “binnenskamers” of tijdens een wandeling in de tuin of in de prachtige serres hield ik een gevoel over van onvoldaanheid, van ontevredenheid met mezelf en van relationeel onbehagen.’ Toch krijgt de premier onmiddellijk goede raad. Tindemans is nog maar enkele weken als premier aan de slag of Emiel van Cauwelaert, politiek redacteur van Het Volk en vader van Rik van Cauwelaert, bezoekt hem. Van Cauwelaert vertelt Tindemans dat hij zich vooral geen illusies moet maken. ‘Het Paleis gebruikt u als het hen past en laat u vallen wanneer u in de puzzel geen voordeel meer oplevert.’ Volgens Van Cauwelaert is dat daar de traditie.

De vraag aan de Amerikanen Boudewijn gaf eind 1974 aan Tindemans de wens te kennen een rondreis in Afrika te willen maken. Op 31 januari 1975 vraagt de kabinetschef van minister van Buitenlandse Zaken Renaat Van

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

239

Elslande vervolgens advies aan de ambassade van de Verenigde Staten in Brussel. Kabinetschef Van Bellinghen wil Amerika’s advies kennen over het geplande bezoek van Boudewijn eind februari en begin maart, meer bepaald het exacte standpunt van de Secretary of State, de minister van Buitenlandse Zaken van de vs. Tegelijk vraagt Van Bellinghen hoe ons land moet reageren op een vraag van Mobutu. De Congolese dictator nodigde Boudewijn uit om ook zijn land te bezoeken tijdens zijn Afrikareis. ‘De Belgen weten niet hoe ze moeten reageren,’ schrijft de Amerikaanse ambassade aan de Secretary of State. ‘Ze willen Mobutu niet beledigen. Maar ze willen ook niets doen om hem te steunen.’ Volgens de ambassade bespreekt Van Bellinghen verscheidene opties met hen. ‘Een van die opties is om het aanbod van Mobutu af te slaan. Boudewijn bezoekt achtereenvolgens Tunesië, Senegal, Tanzania en Zambia.’ Uiteindelijk zal Boudewijn Mobutu niet bezoeken. De Congolees is er erg boos om. Dat jaar brengt Boudewijn ook een bezoek aan de toenmalige Sovjet-Unie. De uitnodiging van president Podgorny dateert al van 1971. Boudewijn zoekt op aanraden van vertrouweling Harmel een opening naar de landen in Oost-Europa. De Belgische regering en de vs zitten niet helemaal op de lijn van Boudewijn.

Misprijzen voor journalisten In het kielzog van de koning en zijn entourage mogen enkele persridders mee naar de Sovjet-Unie. Ook radiojournalist Marc Platel is uitgenodigd. ‘Het bezoek zou een tiental dagen duren, er zou dus zeker tijd zijn voor een informele babbel tussen Boudewijn en de kleine groep meereizende Belgische perslui.’ Tijdens de eerste etappe waren er te veel officiële afspraken. Ook bij de tweede halte was er geen tijd voor de journalisten. ‘Misschien in het wat minder warme Siberische Irkoutsk of na het bezoek aan een onvoorstelbaar vuile en nog meer vervuilende aluminiumfabriek in Bratsk?’ hoopt Platel. Ook daar krijgen de journalisten Boudewijn niet te pakken. Uiteindelijk kunnen de journalisten de vorst even ontmoeten

240

koning boudewijn

tijdens de pauze van een afsluitend concert in Leningrad. ‘Met ons beste pak aan… want de koning zou met ons spreken,’ vertelt Platel niet zonder enige ironie. Tijdens de pauze worden de journalisten opgetrommeld. Ze mogen in de gang op de vorst wachten. Tevergeefs. ‘Toen ging de bel voor het einde van de pauze. De koning en zijn gasten werden opnieuw in de zaal verwacht.’ Marc Platel schrijft dat het lang verwachte ‘gesprek’ er uiteindelijk toch kwam: ‘Toen het koninklijk vliegtuig zich klaarmaakte om in Brussel te landen.’ De koning en de koningin gaven de journalisten toen een hand. Platel reisde ook mee naar China en Bangladesh. ‘Boudewijn wist uiteraard wel dat we achter hem aan liepen, maar van enige menselijke toenadering was er tijdens die reizen nooit sprake.’ (eigen cursivering) Volgens Platel deed de koning zelfs nooit een poging om ergens wat menselijke gemoedelijkheid te tonen. Voor de mis was er dan weer wel tijd. Baron Eugène Rittweger de Moor was chef van het protocol. ‘We hadden een stop van twee dagen in Tasjkent en de koning en de koningin wilden de mis bijwonen. Dat was aanleiding tot een surrealistische scène. De priester las de mis in een groot huis dat aan het vorstenpaar ter beschikking was gesteld. Achter het geïmproviseerde altaar hingen nog grote portretten van Lenin en Stalin.’

Gewikt en gewogen De Amerikanen zijn niet echt tevreden met het bezoek van Boudewijn aan de Sovjet-Unie. Enkele berichten van de Amerikaanse ambassade schetsen de historiek ervan. Boudewijn ontving de uitnodiging van president Podgorny tijdens de viering van 2500 jaar Perzië. ‘Sindsdien hebben de Sovjets meerdere malen aangedrongen om een concrete datum te prikken,’ weet de Amerikaanse ambassade. In 1974 werd zelfs twee keer een concrete datum vastgelegd. Telkens kwam er iets tussen. Of beter, telkens kon de Belgische regering een uitvlucht verzinnen. Het standpunt van Boudewijn over de reis stond immers diametraal tegenover dat van de regering Tindemans. Die voelde niet veel voor een bezoek aan dat land. ‘Maar de koning wil gaan,’ aldus

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

241

de ambassade. In een gesprek met de Amerikanen vertelt minister van Buitenlandse Zaken Van Elslande eind 1974 dat ze geen excuses meer hebben. De reis zal toch doorgaan in 1975. Premier Tindemans wil niet mee naar de Sovjet-Unie. Hij vindt dat de aanwezigheid van minister Van Elslande volstaat. Een minister van Buitenlandse Zaken is volgens het protocol voldoende. Boudewijn kan Tindemans toch overhalen. Volgens een telex van de Amerikaanse ambassade vertelt Boudewijn dat Tindemans ‘gewicht’ geeft aan het bezoek. Tindemans heeft het zich nadien beklaagd. In de pers wordt hij zwaar aangevallen. Hij verwenst zichzelf dat hij zich door de koning heeft laten ompraten. Elk woord van de Belgische delegatie wordt gewikt en gewogen. Een telex van de Amerikaanse ambassade gaat over de vertaling van het Franse begrip ‘détente durable’ of ‘duurzame ontspanning’. De Sovjets hebben er ‘neobratimy’ van gemaakt. ‘Dat is sterker,’ vindt de vs. ‘Het betekent “onomkeerbaar”.’ De ambassade vraagt zich af of de Russen de Belgen beetgenomen hebben. Een andere telex heeft het over de speech van 23 juni tijdens het galadiner. Boudewijn houdt er volgens de vs een ‘merkwaardige’ redevoering. De tekst is ‘ongebruikelijk’. Ook kabinetschef André Molitor herinnert zich dat de redevoering in Washington opgemerkt werd. Auteurs Franck en Roosens bevestigen dat de toespraak van Boudewijn in de Sovjet-Unie een bijzondere politieke impact gehad heeft. ‘De Conferentie over de Veiligheid en Samenwerking in Europa (cvse) loopt dan op haar einde en men bereidt zich voor om de Akte van Helsinki te ondertekenen,’ verklaren ze. ‘Die moet de vreedzame co-existentie versterken, de ontspanning tussen staten met verschillende ideologieën.’ De koninklijke toespraak in Moskou is volgen de auteurs een voorbeeld van diplomatiek steekspel. Terwijl Boudewijn de oostwest-toenadering bepleit, vestigt de vorst ook de aandacht op de ideologische verschillen die blijven bestaan.

242

koning boudewijn

Windowdressing in Indonesië In 1975 bezoekt Boudewijn Indonesië. Met Fabiola woont hij zelfs een les bij waar de Vlaamse Leeuw wordt aangeleerd. In een toespraak verwijst president Soeharto met veel genoegen naar de positieve houding van België tijdens de onafhankelijkheidsstrijd (1945-1950). Ook is de president het bezoek van Leopold en Astrid niet vergeten. Zij brachten hun (tweede) wittebroodsweken in het toenmalige Oost-Indië door. De huwelijksreis ging eerder naar het zuiden van Frankrijk. De repliek van Boudewijn gaat over de liefde, de ‘tover’ in de woorden van de vorst, van zijn vader voor het land. Volgens grootmaarschalk Liebaers toont dit aan hoe goed Boudewijn met de windowdressing of het camoufleren van negatieve zaken overweg kon. ‘De verschrikkelijke genocide, die tussen het bezoek van Leopold iii en het bezoek in 1975 plaatsvond, mocht niet naar het geweten doorsijpelen.’ Begin november is er alweer een buitenlandse reis. Deze keer moet Boudewijn alleen naar Saoedi-Arabië vertrekken. Koningin Fabiola mag het vliegtuig in dat land niet aan de voorkant verlaten. Vrouwen moeten uitstappen via de achterdeur. Er wordt lang en intensief onderhandeld met de Saoedische autoriteiten om hierop een uitzondering te verkrijgen. Tevergeefs. Boudewijn had deze reis als protest ook kunnen schrappen. Dat gebeurt niet. De koning onderhield immers uitstekende relaties met Saoedi-Arabië. De knieval voor de Saoedi’s blijkt overigens nog eens bij de inhuldiging van de Grote Moskee in ons land. Een schitterende sculptuur van Jef Lambeaux, De Menselijke Driften, wordt eerst verwijderd om de moslims niet te storen. ‘De koning ging daar met grondwettelijke onverstoordheid op in zonder goed te beseffen wat dit alles eigenlijk inhield,’ schrijft Liebaers streng. (eigen cursivering) Er is nog een ander incident. De Saoedi’s willen geen joodse journalisten of medewerkers ontvangen. De perslui moeten in eerste instantie een doopbewijs overhandigen waaruit blijkt dat ze christelijk zijn. Ze weigeren dit. De Amerikaanse ambassade volgt de zaak op de voet op. ‘De trip wordt op voorhand overschaduwd door mogelijke joodse leden van het koninklijke gevolg.’

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

243

Volgens een telex van de Amerikaanse ambassade aan de Secretary of State doet het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken een knieval voor de Saoedi’s. Het verzekert dat er ‘geen vijanden van Saoedi-Arabië in het gevolg van de koning aanwezig zijn.’ In Saoedi-Arabië kon Boudewijn zoals gebruikelijk niet echt genieten van het aangeboden spektakel. Er werd voor hem op de laatste dag nochtans een fantastisch sabelgevecht opgevoerd. ‘Wanneer dit schijngevecht tot een climax opgedreven was, richtten alle Belgen hun blikken op de koning. Hij volgde deze koninklijke strijd met starre, afwezige blik,’ schrijft Liebaers. De Amerikanen hebben het bezoek van Boudewijn met argusogen gevolgd. Ze zijn niet te spreken over de pro-Palestijnse verklaring van Boudewijn en koning Khaled op het einde van de reis. Bovendien weten ze dat de twee koningen over de ‘Jeruzalemkwestie’ onderhandeld hebben. Nochtans ging het om een vertrouwelijk gesprek tussen de twee staatshoofden.

Het heilig jaar Op 8 april 1975 wordt de honderdste verjaardag van de geboorte van Albert i gevierd. Boudewijn bezoekt die dag een herdenkingstentoonstelling. Hij verklaart dat ‘Albert i vóór alles heeft willen luisteren naar de stem van het land’. 1975 is ook om een andere reden een belangrijk jaar voor Boudewijn. De charismatische beweging wordt dan erkend door paus Paulus vi. Er is een speciale mis in Rome. Boudewijn en Fabiola zijn aanwezig en zitten op de eerste rij. Grootmaarschalk Liebaers zit vlak achter hen. ‘Op een bepaald ogenblik zag ik de koningin de armen ten hemel heffen, het charismatische gebaar om de aandacht van de Heilige Geest te vragen.’ Liebaers merkt dat Boudewijn deze beweging van zijn echtgenote onmiddellijk onderdrukt. De koning wil uiteraard vermijden dat de geste van Fabiola publieke aandacht krijgt. Boudewijn is ook onder de indruk. Hij vindt het een topmoment in zijn leven. ‘Vanaf de eerste gezangen was ik als verblind,’ noteert hij in zijn dagboek. ‘Ik was er zo van ondersteboven en gelukkig, dat de tranen over mijn wangen rolden zonder dat ik er iets aan kon doen.’

244

koning boudewijn

Een zeldzame, innige foto van Boudewijn en Fabiola, beiden vonden elkaar ook in hun geloof en de charismatische beweging. Het voorval bewijst dat Fabiola in haar godsdienstbeleving nog verder ging dan Boudewijn. Nog een illustratie hiervan is het standbeeld van Boudewijn, vlakbij de kathedraal in het centrum van Brussel. Het is een buste gemaakt door de kunstenaar Henri Lenaerts. Elk standbeeld heeft ook een symbolische betekenis. Een paard met ruiter drukt uit hoe de ruiter overleden is. Als het paard alle benen op de grond houdt, is de ruiter een natuurlijke dood gestorven. Een opgeheven been betekent dat de ruiter overleden is bij een ongeval. Bij een buste is het de traditie dat de armen en handen niet zichtbaar zijn. De buste van Boudewijn toont de koning met armen en handen, een duidelijke verwijzing naar de charismatische beweging. Er wordt immers met uitgestrekte han-

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

245

den gebeden om de Heilige Geest te ontvangen. Auteur Jacques Noterman ziet hierin ‘de schaduw van Fabiola’. Kardinaal Suenens ‘ontdekte’ de charismatische beweging begin jaren zeventig in de vs. De beweging kwam voort uit de Pinksterbeweging. Boudewijn zal veelvuldige contacten hebben met pater Emilien Tardiff, een Canadees en wereldleider van die beweging. Tardiff werd zelfs een keer in het grootste geheim uitgenodigd in Laken om er te bidden voor een zieke nicht van Fabiola. De essentie van de beweging zijn de charismata of genadegaven. Een charisma is een bijzondere openbaring van de Heilige Geest om een bepaald doel te realiseren. De persoon is enkel een instrument. Andere kenmerken zijn een gevoelsmatige beleving van het geloof en een intuïtieve ervaring van de Heilige Geest. ‘Charismatici geloven dat de Heilige Geest zich openbaart via mirakels, voorspellingen en “tongenspraak”,’ legt Maud Bracke uit. Ze leggen ook de nadruk op de actieve weerstand tegen het kwade. ‘Duiveluitdrijving is een veel voorkomende praktijk.’ De charismatische beweging is volgens sommige bronnen een onschuldig filiaal van de Kerk, een koepel boven verschillende strekkingen van het katholieke geloof. Voor anderen gaat het om een fundamentalistische en zelfs extremistische groep, die geïnfiltreerd is door Opus Deifiguren. Na zijn dood wordt Boudewijn een ‘cultfiguur’ voor de charismatici. Is Fabiola lid van Opus Dei? Volgens het ernstige weekblad Business Week wel. Over de koningin schrijft het Amerikaanse blad in 1992 dat ‘Fabiola liefst tijd doorbrengt op een bijeenkomst van Opus Dei.’ De mening van auteur Luc François is anders. ‘Het af en toe opduikend gerucht dat het vorstenpaar op een of andere wijze lid zou zijn van Opus Dei, kan niet worden bevestigd. Integendeel, diverse tekenen in de wijze waarop Boudewijn en Fabiola hun katholicisme belijden, zijn eerder tegengesteld aan de Opus Deikenmerken.’

246

koning boudewijn

De liefde voor snelheid De jonge Boudewijn hield er in de jaren vijftig van over de Belgische snelwegen te scheuren met zware motoren of exclusieve sportwagens. Volgens een vertrouweling deed hij niets liever dan deze voertuigen ‘tot het uiterste testen’. In de jaren zestig verscheen het beeld van Boudewijn in de Volkswagen Kever. Voor Boudewijn wordt het steeds moeilijker om zelf aan het stuur van een snelle wagen te zitten. Maar het bloed van een Coburg kruipt natuurlijk waar het niet gaan kan. Een illustratie hiervan vinden we opnieuw in de memoires van Liebaers. In de lente van 1975 is hij met de vorst op bezoek in Frankrijk. Het parcours is zeer bochtig. ‘Op de terugweg naar SaintMichel spoorde de koning de chauffeur tot hoge snelheid aan. Ik zat in de Mercedes coupé van gouverneur (van de Generale Maatschappij) Nokin, die moeite had om de koning te volgen.’ Liebaers is woedend en spreekt bij aankomst zijn onbegrip uit. ‘Op deze landelijke kronkelende baantjes vlogen we met hoge snelheid van het ene dorp naar het andere,’ aldus de grootmaarschalk. De koning had haast, de mis in Saint-Michel begon stipt om 17.00 uur. De dag daarop was er een bezoek voorzien aan de Villa des Cèdres. Die villa behoorde toe aan Leopold ii. Minnares Blanche Delacroix bracht in de woning hun eerste kind Lucien ter wereld. In 1975 was de villa eigendom van het echtpaar Marnier-Lapostolle. ‘Monsieur Marnier, eigenaar van de beroemde drank Grand Marnier, wil de koning graag in zijn tuin rondleiden,’ weet Goddyn. Beiden hebben een grote belangstelling voor plantkunde. Bij de maaltijd is Fabiola uit haar hum omdat in de eetkamer een groot schilderij van Blanche Delacroix hangt, de barones de Vaughan. Het zien van deze overspelige vrouw moet voor de ultrakatholieke Fabiola onaangenaam geweest zijn. Marnier liet niet na de frisse kleuren van het schilderij te benadrukken om de koningin te jennen.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

247

De begrafenis van Franco De verhouding tussen Boudewijn en Fabiola is in het midden van de jaren zeventig opperbest. Hun kinderloosheid heeft hen samengebracht. ‘Ze hadden niemand anders om op terug te vallen,’ aldus een intimus. ‘Ze moesten zich wel aan elkaar vastklampen.’ Vanaf dan zijn alle Belgische kinderen hun kinderen. Onderzoekster Helena Buckinx stelt dat die kinderloosheid hen populair gemaakt heeft. ‘Het feit dat deze keuze allesbehalve bewust was, heeft, hoe paradoxaal ook, bijgedragen tot hun populariteit.’ Hun populariteit gaat gepaard met een vleugje medeleven vanwege het volk. Ook de relatie tussen het Belgische koningshuis en de familie van Franco blijft goed. Alleen zorgen ze ervoor dat de talrijke bezoekjes niet meer in de (Belgische) pers uitlekken. Boudewijn blijft Franco ontmoeten tot aan zijn dood. ‘Tegen de wil van de regering gaat hij (Boudewijn) verscheidene keren op bezoek bij de omstreden maar zeer katholieke en dus bevriende Spaanse dictator Franco,’ schrijft Jan Van den Berghe. In oktober 1975 laat Franco nog vijf tegenstanders executeren. Europa staat op zijn kop. In Griekenland is er een symbolische werkonderbreking en in Denemarken blokkeren truckers alle vrachtvervoer naar Spanje. De Europese vakbonden protesteren massaal tegen deze terechtstellingen. De kranten koppen dat Spanje aan de vooravond staat van een nieuwe burgeroorlog. De actie van Franco in Spanje heeft directe gevolgen voor het koningspaar bij ons. Koningin Fabiola wordt bedreigd. De bescherming wordt opgevoerd. Officiële manifestaties worden zoveel mogelijk beperkt. Ook de burgemeester van Libramont krijgt een dreigbrief, ondertekend door fdk. De schrijver wil Fabiola ombrengen. Franco overlijdt enkele weken later, op 20 november 1975. Bij het overlijden en de begrafenis van de Spaanse dictator slaagt Boudewijn er opnieuw in de Belgische regering in verlegenheid te brengen. De Nederlandse krant Trouw schrijft dat de ‘regering Boudewijn op het laatste moment moest weerhouden van een bezoek aan de begrafenis van de Spaanse dictator Franco.’ Er is volgens Jan Van den Berghe erg veel overredingskracht van de politici nodig om Boudewijn in België te houden.

248

koning boudewijn

Boudewijn betuigt dan maar zijn persoonlijk medeleven aan mevrouw Franco. Opnieuw moet ingegrepen worden. ‘De diplomaten zullen veel tact aan de dag moeten leggen om de koning te overreden de meest lovende passages in de boodschap die hij naar de familie van de dictator wil sturen, af te zwakken,’ schrijven Fralon en zijn medeauteurs. Toch is de finale boodschap van Boudewijn nog steeds erg positief voor Franco. Als de uiteindelijke tekst voorgelegd wordt aan de regering, weigert die de tekst goed te keuren. Vooral minister Van Elslande is bijzonder ontstemd over het initiatief van de vorst. Hij weigert zijn handtekening onder het bericht te zetten. Boudewijn krijgt de boodschap dat hij het rouwtelegram enkel in persoonlijke naam kan opsturen. De regering wil het niet mee ondertekenen. Boudewijn is bijzonder ontevreden over dit koele antwoord. ‘Ik had enkel een advies gevraagd,’ sneert hij. In het departement Buitenlandse Zaken is men volgens historicus Vincent Dujardin erg bang dat dit initiatief van Boudewijn een interpellatie in het parlement zou veroorzaken. De regering staat voor schut omdat geen enkele minister mee heeft getekend. Opnieuw overschrijdt Boudewijn de grondwettelijke grenzen. Ook Fabiola trekt zich van de heisa niets aan. Ze is zelfs verre familie van Franco. In de juwelenkist van de koningin zit een persoonlijk geschenk van mevrouw Franco dat ze kreeg ter gelegenheid van haar huwelijk. ‘Het is een immens diadeem,’ weten Balfoort en De Voogt. ‘Het feit dat het stuk van Franco afkomstig is, houdt Fabiola niet tegen om het nog geregeld te dragen tijdens galadiners.’ Het kroondiadeem heeft een opvallende geschiedenis. Het was immers eerst eigendom van de hertogin van Lerma. Daarna werd het volgens Misjoe Verleyen ‘oorlogsbuit’ van Franco.

1976: Boudewijn zit 25 jaar op de troon In 1976 zit Boudewijn 25 jaar op de troon. Dat moet een heel jaar gevierd worden met een groots feest. Boudewijn voelt zich nochtans lichamelijk niet zo goed. Zijn eerste gezondheidsklachten dateren uit deze periode. Hij heeft geregeld rugklachten. Later veroorzaken ook hart en prostaat ernstige problemen.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

249

In april 1976 krijgt de pers de mogelijkheid privéfoto’s te maken van Boudewijn en Fabiola. Fabiola vertelt tien jaar na het overlijden van haar man in een brief dat Boudewijn nooit veel energie heeft gehad. Hij zei dat hij enkel de kracht kreeg voor het moment zelf, niet voor de dag daarop. ‘Getuigen beschrijven de koning als iemand die onder permanente stress leeft en de druk van het werk slechts moeilijk van zich af kan zetten,’ schrijft Maud Bracke. Volgens Goddyn kon Boudewijn de spanningen van zijn taak als staatshoofd moeilijk afschudden. ‘De steeds langere en veelvuldiger politieke crisissen zijn niet bevorderlijk voor zijn hartconditie.’ Claude de Valkeneer is het hier niet mee eens. ‘Boudewijn kon zich zeer goed ontspannen. Hij wist dat dit noodzakelijk was.’ Halfbroer Didisheim bevestigt dit. ‘Hij wist dat zijn gezondheid en zijn evenwicht ervan afhingen.’ Bovendien is de vorst twee of drie keer per jaar met vakantie: met eindejaar, met Pasen en tijdens de zomer. Boudewijn is gehecht aan het domein Ciergnon, waar hij als kind de eerste oorlogsjaren doorbracht. Ook Opgrimbie is voor hem een geliefd schuiloord. De fermette Fridhem in de Limburgse Kempen staat synoniem voor rust, afzondering en intimiteit.

250

koning boudewijn

In de aanloop naar de ‘feestelijkheden’ van vijfentwintig jaar koningschap van Boudewijn wordt in 1976 slim beslist om de deuren van de privéappartementen van het koningspaar voor het publiek open te zetten. Het is een primeur. In april van dat jaar krijgt de pers de mogelijkheid foto’s te maken van de residentie van Boudewijn en Fabiola. ‘Voor Jan met de pet een kans om zich een idee te vormen over het “dagelijkse leven” van zijn koning,’ schrijven historici Van den Wijngaert en zijn twee collega’s. Ook televisieploegen worden toegelaten in de private koninklijke residenties van Laken, Ciergnon en Opgrimbie. Beelden van de koning en de koningin, een partijtje tafeltennis spelend in de serres van Laken of naar een voetbalmatch kijkend in hun landhuis in Opgrimbie, dringen tot in de Belgische huiskamers door. Het is een meesterlijke zet, Boudewijn houdt helemaal niet van voetbal. Het jaar 1976 is zonder twijfel een keerpunt in de perceptie van Boudewijn door zijn onderdanen. Als zijn leven in twee delen opgesplitst moet worden, dan ligt hier het scharnierpunt. De eerste periode is die van 1951 tot 1976. In die periode liggen de meeste Belgen niet wakker van Boudewijn. Hij is een koning op de achtergrond. Tijdens de tweede periode van 1976 tot 1993 komt de vorst steeds meer op het voorplan. Zijn aanzien neemt met rasse schreden toe. Tegelijk veroorlooft hij zich ook steeds meer ruimte. Maud Bracke noemt die periode de jaren van ‘sociaal engagement en religieuze inspiratie’. Het is volgens auteurs Bracke en Denuit duidelijk dat een specifieke motivatie aan de basis ligt van deze veranderende houding tegenover de media: ‘De bevolking op een meer intense manier binden aan de koning en de monarchie.’ Volgens de historici Mark van den Wijngaert, Lieve Beullens en Dana Brants ‘werkt de persdienst van het Paleis ijverig en steeds nadrukkelijker verder aan een positieve beeldvorming van de koning en de koninklijke familie’. De rol hierin van Claude de Valkeneer is groot. Hij slaagt erin om het koningspaar steevast in een gunstig daglicht te stellen. Als ‘dank’ wordt hij enkele jaren voor zijn pensioen vroegtijdig ontslagen, omdat hij homoseksueel is. Het koningspaar heeft het moeilijk met mensen die ‘uit de pas lopen’. Ook een tuinman die ongetrouwd met zijn partner samenleeft, wordt ontslagen. Een cardioloog die gescheiden is, wordt

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

251

prompt aan de deur gezet. Boudewijn en Fabiola zijn echte pilaarbijters.

Steltlopers Boudewijn brengt tijdens het feestjaar een bezoek aan de hoofdplaatsen van de (toen) negen provincies. Brabant kwam eerst aan de beurt op 24 april. Er is een groot feest in het provinciaal domein van Huizingen. De steltlopers van Merchtem begroeten het vorstenpaar. Limburg komt als laatste aan bod op 13 juni. Daartussen is er elke week een bezoek van Boudewijn en Fabiola. ’s Lands feest op 27 en 28 juni is het hoogtepunt van de feestelijkheden. Annie Cordy en Maurice Béjart mogen er als ‘echte Belgen’ optreden. Die feeststemming in de zomer van 1976 staat in fel contrast met de stemming na de overstroming van Ruisbroek eerder dat jaar. Achteraf hoorde je dat Boudewijn daar ten volle zijn rol als koning gespeeld heeft. Maar klopt dat wel? Op 8 januari publiceert de objectievere Britse pers dat ‘Belgian flood victims boo their king’. Boudewijn wordt er dus onthaald op boegeroep. De inwoners zijn radeloos. De overstroming van Ruisbroek is het gevolg van een misrekening van Openbare Werken. De dijk van de Vliet begeeft het. De hulpverlening nadien is chaotisch. Boze mensen die hun woningen zijn kwijtgespeeld, roepen: ‘Geef ons brood!’ en ‘Zorg ervoor dat de dijken hersteld worden!’ Volgens de buitenlandse pers wordt de vorst continu gebombardeerd met ‘uitbarstingen van woede’. Bij de overstroming vallen vier slachtoffers. Dat is minder dan bij die van 1953. Maar er is wel meer materiële schade. De huizen van 800 gezinnen lopen tot 4,5 meter hoog onder water. Boudewijn wordt als bliksemafleider opgevoerd, op uitdrukkelijke vraag van Andries Kinsbergen, gouverneur van Antwerpen. Achteraf vertelt Boudewijn aan Kinsbergen dat hij tevreden is dat hij het getroffen gebied bezocht heeft. Zo krijgt hij zicht op wat er zich afspeelde. Boudewijn vertelt hem dat zijn politici hem maar wat voorliegen. Als tegenprestatie mogen volgens een voormalig liberaal senator, jonge adjunct-kabinetschefs van Kinsbergen op het paleis werken. Kinsbergen wordt in 1993 minister van Staat.

252

koning boudewijn

Op bezoek tijdens de overstroming in Ruisbroek. In zijn dagboek noteert Boudewijn die avond: ‘Dank u Heer, dat U mij hebt aangespoord om mij te begeven te midden van ongelukkige mensen.’

Bijkomende boodschap De strategie om Boudewijn als een persoon te positioneren tussen zijn onderdanen, werpt vruchten af. Enkele jaren na de festiviteiten van 1976 is de sympathie voor Boudewijn merkbaar toegenomen. Deze liefde van het volk voor zijn koning zal nadien alleen maar toenemen. Het culmineert in het ongeziene en irrationele volksverdriet bij het overlijden van de vorst in 1993. Journalist Louis De Lentdecker wijst op een ander element waardoor de sympathie van de Belgen voor het koningshuis automatisch en onzichtbaar toeneemt. België is volgens hem een koninklijk land. ‘Wij hebben massa’s koninklijke bonden en verenigingen, wij hebben een koninklijke duivenbond, een koninklijke wielerbond, een koninklijke voetbalbond, wij hebben een koninklijk

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

253

Boudewijn sprak na verloop van tijd de bevolking tweemaal per jaar toe. landjuweel, een koninklijke schuttersgilde, wij hebben hopen koninklijke harmonies,’ schrijft De Lentdecker in het huldeboek 60/40. ‘Fanfares zijn bij ons zo veel méér van het “koninklijke” genre dan van Sint-Cecilia.’ Een andere truc is de bijkomende jaarlijkse boodschap van de koning. Tot 1983 was Boudewijn slechts eenmaal per jaar op televisie, vlak voor Kerstmis. Op het Paleis wordt beslist Boudewijn nog een tweede keer ‘bij het volk’ te brengen, vlak voor de nationale feestdag van 21 juli. ‘De invoering van de 21 julitoespraak is een initiatief van het Paleis zelf, benadrukt Helena Buckinx. ‘Het betreft hier dus een bewuste keuze van de koning of zijn entourage om zich tot de bevolking te richten.’ Volgens de onderzoekster is er een logische verklaring voor. Het kadert in de toenemende federalisering van België. Louis De Lentdecker bevestigt dit. Boudewijn voelde dat de eenheid van België ernstig bedreigd werd. Volgens erekabinetschef Piret was er hierover geen enkele discussie met de regering. ‘Er werd besloten de bevolking voortaan

254

koning boudewijn

toe te spreken op 21 juli en dat was het.’ (eigen cursivering) De demarche van het Paleis doet sterk denken aan de toespraak van Boudewijn en Fabiola na hun huwelijk in 1960. Ook dat werd door het Paleis beslist zonder medeweten van de regering.

Perfecte timing De timing van de tweede koninklijke televisietoespraak is perfect. Er zit zowat een halfjaar tussen beide boodschappen. Bovendien kunnen de vrijzinnigen over deze toespraak op 21 juli niet beweren dat de vorst een kerkelijk feest misbruikt om zijn mening op te dringen aan de niet-gelovigen. De inhoud van beide boodschappen is erg verschillend. Met Kerstmis staat meestal de verzoening centraal. In juli steekt de vorst graag het vermanende vingertje op. ‘Boudewijn is zich ervan bewust dat hij met de jaren een groot prestige heeft opgebouwd,’ noteren Van den Wijngaert en zijn collega’s. ‘De koning neemt steeds meer persoonlijke en markante standpunten in.’ Het Nederlands van die koninklijke boodschappen is schabouwelijk. Volgens onderzoeker Luc Slosse komt er doorheen de jaren enige verbetering in, maar Boudewijn blijft zondigen tegen het Nederlands en stapelt de fouten op. Dat is niet zijn schuld. De toespraken worden immers geschreven door (Franstalige) medewerkers van het Paleis. Kabinetschefs Molitor en Van Ypersele namen het grootste deel voor hun rekening. Claude de Valkeneer wijst op een ander initiatief dat in die periode genomen werd. ‘Er was nood om de banden met het land nauwer aan te halen. Men trachtte in sommige kringen een nieuw unitair patriottisme te creëren.’ Na enkele brainstormsessies op het paleis werd beslist om na het jaarlijkse militaire defilé van 21 juli activiteiten en attracties voor de kinderen te organiseren in het Warandepark. De dag wordt feestelijk afgesloten met groots vuurwerk. De ‘climax’ van de imagocampagne wordt het ‘koningsjaar’ 1990-1991 met de 60/40-viering. Bloemenartiest Daniel Ost mag zich helemaal laten gaan bij de creatie van een houten koepel met negenhonderd vlinderorchideeën. De media eten tijdens de be-

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

255

richtgeving uit de hand van de koning en brengen welwillend verslag uit. Er is geen kritiek. Sommige waarnemers besluiten dat de viering een geslaagde pr-stunt is. ‘Met de jaren is een koninklijke mythe ontstaan die Boudewijn en Fabiola voorstelt als goede en wijze mensen die alleen het algemeen belang voor ogen houden, de zwakken willen beschermen en de laatste instance de recours zijn om onrecht te bestrijden.

Kent Boudewijn iets van economie? Renaat Van Elslande is minister van Buitenlandse Zaken in de regering Tindemans. Hij krijgt het op zijn heupen, omdat Boudewijn de adellijke benoemingen nagenoeg exclusief aan de Franstalige katholieken toekent. ‘De christendemocraat dreigt ermee geen adellijke benoemingen meer te ondertekenen als er niet meer Vlamingen in de adelstand worden verheven,’ weet De Standaard. De Dienst van de Adel ressorteert immers onder Buitenlandse Zaken. Pas onder vrijmetselaar Henri Simonet, opvolger van Van Elslande, zou het systeem begin 1978 veranderen. Simonet richtte een adviesorgaan op: de consultatieve commissie voor de toekenning van adellijke gunsten. ‘Die moest ervoor zorgen dat er ook buiten de klassieke, Franstalige, katholieke families werd gerekruteerd.’ Bedoeling was een evenwicht te vinden tussen Nederlandstaligen en Franstaligen, vrijzinnigen en katholieken en hooggeplaatsten en gewoon volk. Of dat echt gelukt is, is een open vraag. Boudewijn werkt keihard. Volgens Maud Bracke wijst de grote werkkracht die de koning heel zijn leven aan de dag gelegd heeft, op een duidelijke behoefte om zichzelf en de bevolking te overtuigen dat hij deze functie waardig is. Maar slaagt hij erin complexe maatschappelijke en socio-economische fenomenen te doorgronden? Mark Eyskens verheldert de zaken. Eyskens wordt in 1976 opgenomen in de eerste regering Tindemans. België maakt moeilijke jaren door omwille van de eerste oliecrisis. Een tweede klap volgt in 1979 met de tweede oliecrisis. Die vormt de proloog naar de moeilijke jaren tachtig. Boudewijn wil Eyskens ontmoeten. De minister wordt in okto-

256

koning boudewijn

ber door de koning ontboden. Hij mag uitleggen hoe hij de economische problemen in ons land zal aanpakken. Boudewijn wil de nieuweling testen. Eyskens begint aan een professoraal antwoord. ‘De koning onderbrak me voortdurend,’ vertelt de Leuvenaar. Het waren volgens hem vragen die aangaven dat de koning over het probleem had nagedacht. ‘Wat natuurlijk niet betekende dat hij de technische aspecten grondig kende,’ aldus Eyskens. Later zal hij de monetaire en economische principes geregeld opnieuw moeten uitleggen. ‘“Leg het mij nog eens uit,” was een verzuchting die hij (Boudewijn) vaak slaakte,’ gniffelt Eyskens in Mijn levens.

Triffin De oliecrisis belet Boudewijn niet dat jaar een vierdaagse privéreis naar de vs te boeken. Boudewijn bezoekt de universiteit van Yale. Hij is er de gast van Robert Triffin, een eminent Belgische wetenschapper en vriend van Boudewijn. Prins Filip wordt in 1976 zestien en Boudewijn informeert zich over de universitaire opleiding van Yale en bezoekt de campus. De privéreis naar de vs wordt al in oktober 1975 voorbereid door grootmaarschalk Liebaers. Volgens een document van de Amerikaanse ambassade nam Liebaers toen contact op met de vs. In totaal zouden zes mensen overkomen, waaronder de koning, de koningin en een veiligheidsman van het Paleis. Een groep van ‘wijzen’ rond Boudewijn, onder wie Michel Didisheim, Gilbert Thibaut de Maisières, generaal Blondiaux en André Molitor, zal later voorstellen om Filip naar Harvard, Princeton of Yale te sturen. Uiteindelijk wordt het de universiteit van Stanford, op voorspraak van vader Albert. Triffin heeft ook een hartelijke relatie met kabinetschef Van Ypersele. Beiden zijn eminente monetaire economen. Triffin heeft voor de Federal Reserve Bank, het imf en de oeso gewerkt. In het archief van de ucl is een uitgebreide correspondentie te vinden tussen Triffin en het Hof. Interessant is dat het eerste contact teruggaat tot 1935. Het is een rapport van de econoom over de Nationale Bank onder de bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

257

De Koning Boudewijnstichting, een superkabinet van de vorst? De koning beschikt over een eigen kabinet. Jacques van Ypersele wordt vanaf 1983 kabinetschef van Boudewijn na André Molitor (1961-1977) en Jean-Marie Piret (1977-1983). ‘Van Yp’ is in 2010 nog steeds kabinetschef van Albert ii. Dat is een belangrijk signaal. De keuze van een kabinetschef ligt immers bij de vorst. Hiermee bewijst Albert dat hij het beleid van zijn broer wil voortzetten. Het kabinet van de koning is vrij beperkt. Volgens waarnemers is dat een rechtstreeks gevolg van de creatie van België. De bedoeling was om de macht van de koning zoveel mogelijk te beperken. Leopold i klaagde er regelmatig over. Het echte werk moest gebeuren op de ministeriële kabinetten. Om zich te wreken ontwikkelt Boudewijn een plan. Hij wil ter gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van zijn troonsbestijging dat de giften van het volk in een nieuwe stichting gestopt worden, de Koning Boudewijnstichting (kbs). Fralon merkt zijdelings op ‘dat de nationale bijdrage ontgoochelend is: amper vijftien miljoen Belgische frank!’ Ook latere giften, naar aanleiding van het ‘koningsjaar’ 1990-1991, worden integraal in de kbs gepompt. Sommigen suggereren dat de oprichting van de kbs een idee van Fabiola is. Dat is onjuist. Halfbroer Michel Didisheim komt aan het roer van deze stichting. Hij vertelt dat er een korte discussie was met Boudewijn over het doel van de kbs. ‘Boudewijn wilde een stichting “voor de kwaliteit van het leven”. Ik dacht aan een stichting “voor de verbetering van de levensomstandigheden”.’ Volgens hem is zijn definitie ruimer. Didisheim haalde het. Feit is dat de koning op een heel gewiekste manier nu zijn eigen superkabinet heeft. De Stichting bestudeert de stokpaardjes van Boudewijn: armoedebestrijding, jeugdbeleid en leefmilieu. Boudewijn krijgt van de Stichting de informatie waarmee hij de ‘bevoegde ministers om de haverklap om de oren sloeg’. Veel ministers krijgen vandaag nog koude rillingen bij het uitspreken van de naam van de Stichting. Didisheim bevestigt dit. ‘Heel wat ministers waren geërgerd. In het algemeen waren heel wat publieke mandatarissen ontevre-

258

koning boudewijn

den.’ De kbs is volgens een andere anonieme politicus ‘een subtiel instrument van het Hof om zijn stokpaardjes in de actualiteit en op de politieke agenda te krijgen.’ Kortom, de kbs is een verlengstuk van zijn politiek en economisch kabinet.

Minder open Volgens gewezen grootmaarschalk Herman Liebaers is de Stichting in elk geval minder open dan we op het eerste gezicht zouden kunnen denken. Liebaers had enkele jaren geleden met enkele gelijkgezinden het Centrum voor de studie van de pluriculturele maatschappij opgericht. Het Centrum ontving subsidies van de kbs. Met het geld werd een studie gedaan naar de ‘pluriculturele maatschappij’, een van de dada’s van Boudewijn. Het resultaat van deze diepgaande wetenschappelijke studie was dat Vlamingen en Franstaligen zichzelf als minderheden beschouwden. Liebaers werd naar eigen zeggen onder druk gezet om deze resultaten niet te publiceren. ‘De kbs liet ons weten dat de betoelaging zou ingetrokken worden indien wij de resultaten van ons onderzoek zouden publiceren,’ vertelt hij bitter. Boudewijn zorgt ervoor dat de Stichting volgestouwd wordt met vertrouwelingen van het Hof: kabinetschefs André Molitor en Jacques van Ypersele. ‘Boudewijn kreeg iets voor elkaar dat zijn voorgangers niet is gelukt,’ aldus een anonieme minister. Toch is de kbs niet meer boven alle kritiek verheven. In de jaren negentig klaagt de Franstalige pers voorzichtig dat de Stichting een steeds kleiner bedrag aan armoedebestrijding uitgeeft, nochtans de oorspronkelijke opdracht van de Stichting. Er wordt volgens historicus Van den Wijngaert in de pers ook steeds vaker gemeld dat de kbs ‘meer geld uittrekt voor grootschalige, prestigieuze en meer in het oog springende projecten’. Het beleid van de kbs is soms merkwaardig. Op een bepaald moment werd parlementslid voor Agalev (nu: Groen!) Fauzaya Talhaoui in de raad van bestuur opgenomen. Andere Agalev’ers vielen toen volgens Polspoel en Van Den Driessche helemaal uit de lucht. Er was immers geen enkele vorm van consultatie aan voorafgegaan. Sterker nog, toen Ecolokopstuk Philippe Defeyt een tijdje zonder

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

259

baan zat, kreeg hij volgens de auteurs van deze rijke Stichting opdrachtjes toegespeeld. (eigen cursivering) Een bijkomend effect van de kbs is dat het aanzien van Boudewijn bij de allochtone bevolking pijlsnel stijgt. Imam Jamal Maftouhi ziet het zo: ‘Vooral koning Boudewijn had (bij de Marokkanen) veel aanzien. Hij gaf een deel van zijn vermogen aan de opvang van allochtone jongeren. Dat werd tot in Marokko sterk gewaardeerd.’

Amnestie? In 1976 is Boudewijn aanwezig op de viering van 50 jaar vev. Het Vlaams Economisch Verbond werd in 1926 opgericht. Het feest vindt plaats op 22 september in Antwerpen. De aanwezigheid van de koning geeft de plechtigheid volgens auteur Ludo Meyvis een speciaal aura, vooral omdat de aanwezigheid van de vorst niet evident is, gezien het sterk Vlaamse karakter van het vev. Sommige Vlamingen zien in deze geste van de koning een symbolisch gebaar. Toch moet de verdienste van dit gebaar niet overdreven worden. In 1976 grijpen sommige flaminganten de viering van het ambtsjubileum aan om opnieuw amnestie te vragen. Volgens Herman Van Goethem kwam er al in maart ‘een beweging op gang die onder meer bijval kreeg van kardinaal Suenens en van La Libre Belgique’. Het dossier zat op nationaal niveau muurvast. Dat was volgens Van Goethem een gevolg van de opstelling vanuit de Vlaamse beweging sinds de jaren vijftig. Amnestie is er nooit gekomen. ‘Het amnestiedossier zou de Belgische politiek diepgaand vergiftigen en heeft ook bijgedragen tot het verder uiteenvallen van België.’ Op 31 maart 1976 spreekt Boudewijn het parlement toe. Hij raakt de staatshervorming even aan maar rept met geen woord over amnestie. De vu-fractie weigert dan ook te applaudisseren voor de vorst. De gemoederen zullen verder verhitten. Bij de Blijde Intrede in Brugge in mei 1976 wordt Boudewijn door betogers uitgejouwd. In Antwerpen is het protest tegen hem nog veel feller. Vier jaar later zal Boudewijn zijn bezoek daar zelfs moeten onderbreken.

260

koning boudewijn

Dat is nog nooit eerder gebeurd. ‘In Vlaanderen jouwen flaminganten en separatistische extremisten hem uit met anti-Belgische slogans,’ noteert Patrick Roegiers. De weigering van Boudewijn om vu’er Frans Baert op Justitie te benoemen moet vanuit dit perspectief bekeken worden. ‘Wellicht vreesde Boudewijn dat een vu-minister van Justitie, door het uitblijven van de in Wallonië onhaalbare amnestie, de individuele behandeling van het repressiedossier te veel naar zich toe zou halen,’ schrijft Van Goethem. Zoiets kon volgens de auteur een heel explosieve materie worden.

Eurosystem Hospitalier Nog een explosieve materie is het dossier Eurosystem Hospitalier. Huidig koning Albert ii is meer dan dertig jaar hoofd geweest van de buitenlandse handelsmissies van ons land. In de jaren zeventig haalde hij een contract binnen van 30 miljard frank (nu: 120 miljard frank, of 2,9 miljard euro). Eurosystem Hospitalier, het spilbedrijf binnen een Belgisch consortium in de invloedssfeer van de Generale Maatschappij, mag twee ziekenhuizen bouwen in Saoedi-Arabië. Op 16 oktober 1975 is prins Albert in Rijad aanwezig als de maquette van de ziekenhuizen wordt getoond. ‘Als ook zijn gekroonde broer Boudewijn op 1 november naar Saoedi-Arabië trekt, weet de Saoedische prins Abdallah het zeker: esh is geen privé-initiatief maar een door de Belgische staat gesteunde onderneming.’ Volgens journalist René De Witte kan de rol van Albert en zijn broer in de toekenning van het contract moeilijk overschat worden. Verschillende leden van het Hof zijn op dat ogenblik aandeelhouder van de Generale Maatschappij. De Amerikanen volgen de zaak van nabij op. Een document van de Amerikaanse ambassade in Brussel toont aan dat de vs bezorgd zijn. De Amerikanen hebben vernomen dat de Belgen de Saoedi’s toegezegd hebben om in Brussel een plo-kantoor te openen. De directeur Midden-Oosten van het departement Buitenlandse Zaken Paternotte wordt op het matje geroepen door de Amerikanen. Paternotte ontkent. Volgens hem ‘creëerde de pers een

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

261

verkeerde voorstelling van het verhaal’. De Amerikanen geloven hem niet. ‘Het standpunt van de Belgen is duidelijk opgeschoven,’ staat in een telex. Boudewijn wordt tijdens de reis naar Saoedi-Arabië vergezeld door Michel Pirkin. Deze man is volgens Eva Coeck en Jan Willems een ‘smokkelaar’ en ‘wapenhandelaar’. ‘Zijn twijfelachtige reputatie belet hem niet om samen met koning Boudewijn op bezoek te gaan in Rijad,’ noteren de twee journalisten onthutst. Toenmalig sp-voorzitter Karel Van Miert was niet gelukkig met de gang van zaken. Hij vroeg zich op 23 juli 1979 af hoe het mogelijk was dat het Hof zich voor de kar van gangsters liet spannen. Ook minister Henri Simonet mopperde. Hij vond dat prins Albert zich te veel op sleeptouw liet nemen door Fabrimetal (nu: Agoria). De minister had daarover zijn beklag gedaan bij koning Boudewijn. Bovendien verwittigde hij de vorst dat Albert zich te ver gewaagd had in het esh-dossier. Simonet nam geen blad voor de mond. Volgens halfbroer Didisheim heeft Boudewijn erg geleden onder de affaire. ‘Hij was erg onder de indruk van de zware slagen die door sommige politici aan Albert werden toegebracht. Maar hij heeft het nooit getoond.’ Boudewijn was een binnenvetter. Hij kropte alles op.

Daniel Cauchie en Michel Didisheim Eurosystem Hospitalier is oorspronkelijk het bedrijfje van Daniel Cauchie. De vroegere naam van het bedrijf is Eurosixtem. Bij het omdopen van de onderneming klopt Cauchie aan bij prb, een dochteronderneming van de Generale Maatschappij. prb neemt in ruil voor zijn financiële inbreng 51 procent van de aandelen over. Als Cauchie in 1975 het contract in de wacht sleept, moet hij op zoek gaan naar partners, want zijn bedrijf is te klein. In juli 1975 komt dan het Consortium Eurosystem Health Corporation tot stand. Naast esh en prb treden acht bedrijven tot de groep toe: onder meer Fabricom en cei. De lijfgeur van de Generale Maatschappij is sterk aanwezig. Cauchie maakt er evenwel een potje van en op 12 juli 1979 gaat

262

koning boudewijn

esh in vereffening. Acht dagen later wordt het faillissement aangevraagd. ‘Het Eurosystemschandaal barst los en doet zelfs het Belgisch Hof op zijn Saksen-Coburgse grondvesten daveren,’ schrijven Eva Coeck en Jan Willems. De contacten tussen het Belgische Hof en de Saoedische prins Abdallah verlopen als volgt: ‘Alberts kabinetschef Michel Didisheim is een oude kameraad van Daniel Cauchie, dus een kleine vriendendienst is snel geregeld,’ schrijft het tweetal. Na het faillissement wordt uiteraard kritiek geuit: ‘Is een monarchie die zo’n prominente rol speelt in financieel-economische aangelegenheden wel helemaal zuiver op de graat?’ Deze vraag wordt nog prangender als de Bijzondere Belastinginspectie (bbi) een onderzoek begint. De bbi heeft voor alle duidelijkheid geen probleem met de 8 miljard commissielonen die betaald zijn aan de Saoedi’s. Vreemd genoeg is dat op dat ogenblik perfect legaal – op voorwaarde dat een minister het goedkeurt. En dat gebeurt. ‘Zonder tegenpruttelen ondertekent Willy De Clercq (pvv) in oktober 1976 de nodige documenten,’ noteren Coeck en Willems. Bovendien kan Cauchie die betaalde commissielonen van de belastingen aftrekken. Misschien ligt de sleutel van het esh-raadsel wel in commissielonen die geheim bleven. Uit het bbi-onderzoek bleek dat ook aan vier Belgen smeergeld werd betaald. Zij kregen samen een miljard frank (nu: 4 miljard frank of nagenoeg 100 miljoen euro) voor bewezen diensten. Tot vandaag weet officieel niemand aan wie dat smeergeld werd betaald. ‘De overblijvende miljoenen zijn via een Zwitserse bankrekening bij vier onbekende Belgische bestemmelingen terechtgekomen,’ staat in De walm van de Wetstraat. Op 25 juli 1979 schrijft Het Volk dat Boudewijn met de hele zaak niets te maken heeft. Tegelijk insinueert de krant dat Albert een deel van de verdwenen miljoenen opgestreken zou hebben. Hoeveel Michel Pirkin voor zijn diensten ontvangt, weet niemand. ‘Een aantal aspecten van het Eurosystemschandaal blijven in 1994 nog even duister als vijftien jaar geleden,’ besluiten Coeck en Willems ontmoedigd. ‘Dankzij het Zwitserse bankgeheim zijn de vier mysterieuze Belgen die het smeergeld van esh op zak hebben gestoken, buiten schot gebleven.’

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

263

De miljarden van de schande Op hetzelfde ogenblik is er in Nederland eveneens een onverkwikkelijke affaire: het dossier Lockheed. Op 26 augustus 1976 vertelt de Nederlandse premier Joop den Uyl aan de Kamerleden dat de regering spijtig genoeg moet instemmen met de bevindingen van de commissie. Die commissie had eerder een onderzoek ingesteld naar de mogelijke frauduleuze praktijken van prins Bernhard, de echtgenoot van koningin Juliana. De eerste minister brengt de prins hiermee de doodsteek toe: de prins-gemaal legt al zijn functies neer. Lockheed heeft in de periode 1970 tot 1975 minstens 22 miljoen dollar smeergeld betaald aan buitenlandse invloedrijke personen, onder wie prins Bernhard. Hoe reageert Boudewijn op deze onthullingen? Volgens Fralon en zijn coauteurs was hij ‘wellicht verrast’ over het gedrag van Bernhard en betuigt hij zijn medeleven aan koningin Juliana, ‘die hij graag mag’, en aan haar familie, die in haar eer is aangetast. Het verhaal is vandaag nog niet afgesloten. Archiefstukken die uit die periode vrijkomen, zullen bijkomende informatie over de activiteiten van Bernhard opleveren. Op 8 december 1976 is er op het paleis een ontmoeting tussen Boudewijn en Henry Kissinger, Secretary of State van de vs. Een telex van de ambassade van Amerika aan Kissinger bevestigt het beeld van Boudewijn. Hij voert graag gesprekken met een enkele persoon. ‘De koning wenst de minister alleen te zien,’ meldt ceremoniemeester De Posch aan de ambassade. ‘Hij verkiest dat er geen Belgen of Amerikanen bij de meeting aanwezig zijn.’ Vertaling is niet nodig. ‘De koning spreekt Engels.’

De verboden uitzending over Mobutu… Het tweede deel van de jaren zeventig is een woelige periode op internationaal politiek vlak. De buitenlandse politiek van België wordt nog steeds gedomineerd door Congo. Het jaar 1977 start alvast met een ernstig incident op het vliegveld van Melsbroek. Boudewijn wacht er Mobutu op. De veiligheidsagenten van

264

koning boudewijn

Boudewijn merken een verdacht individu op. Hij is in het bezit van een machinepistool. Even wordt gedacht aan een aanslag op de vorst of op Mobutu. Achteraf blijkt dat de man een veiligheidsagent van Mobutu is. Het incident staat symbool voor de gespannen relatie tussen België en Congo. In de periode 1974-1978 is Leo Tindemans premier. Renaat Van Elslande is minister van Buitenlandse Zaken. De christendemocraat Tindemans is niet gelukkig met de berichtgeving over Congo op de brt. Het is een weerkerend gespreksonderwerp tijdens de audiënties met Boudewijn. Vooral de reportages van de ‘gauchist’ Walter Zinzen storen de premier. Ze zijn een doorn in het oog van de hele cvp. Zinzen heeft in mei van 1977 een kritische reportage klaar over Mobutu. Aanleiding is het bezoek van de Congolese alleenheerser aan ons land. Het Panoramaverslag moet op 25 mei uitgezonden worden. Tindemans heeft de dag daarvoor nog een indringend gesprek met Mobutu in Parijs. Op de agenda staat onder meer de bewuste reportage. Mobutu is in alle staten. Had hij immers niet uitdrukkelijk gevraagd dat de Belgische pers zich wat milder zou opstellen? Tegelijk is er die dag ook druk overleg met het Paleis. Tindemans beslist de uitzending over Mobutu tegen te houden. ‘Tindemans’ pionnen bij de brt kregen de oekaze dat Mobutu moest worden ontzien,’ schrijft de Volkskrant. Administrateur-generaal Vandenbussche plooit en vindt de reportage over Mobutu ‘achterhaald, opiniërend en beledigend’. Volgens Zinzen zit Boudewijn hier hoogstpersoonlijk achter. Hij was de ‘kwade genius’ achter deze persbreidel. De relatie tussen Mobutu en Boudewijn is dan weer opperbest. Mobutu bedankt Boudewijn voor deze interventie. Tijdens de zomervakantie mag Mobutu Niwa, een zoon van Mobutu, zelfs op vakantie naar Motril in Spanje. Dat is hoogst ongebruikelijk. ‘Doorgaans is dit niemand toegestaan, met uitzondering van naaste familieleden,’ weet Maud Bracke.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

265

… en het Canadese rad van Fortuin Op 13 juli 1977 brengen Boudewijn en Fabiola een onaangekondigd bezoek aan scouts en gidsen op het domein van Mozet, in de omgeving van Namen. Jaarlijks brengen honderden jongens en meisjes er hun kamp door. Het protocol wordt even achterwege gelaten. Boudewijn speelt er zelfs een partijtje tafeltennis. Na dit geslaagde uitstapje vertrekt het koningspaar naar Motril. Na de zomervakantie is er een reis naar Canada gepland. Eind september bezoeken ze er het Canadian National Museum of Man. In het museum staat een grote roulette opgesteld. Boven de roulette staat ‘Take a chance on emigration’. Er zijn tientallen humoristische voorspellingen. De Canadezen willen de bezoekers van het museum wijzen op de gevaren van emigratie. Boudewijn vraagt of hij ook een gokje mag wagen. De vorst geeft een zwiep aan het ding. De wijzer stopt bij: ‘A crooked land agent in Toronto sells you a swamp.’ Of: ‘Een malafide makelaar in Toronto verkoopt je een drassig stuk land.’ Boudewijn kan er zowaar om lachen. In het buitenland is de vorst meestal ontspannen. Fabiola wil ook een gokje wagen. Haar voorspelling is: ‘Your pocket is picked in Cork, Ireland and you are penniless.’ Gelukkig voor haar heeft Boudewijn in de jaren vijftig wat kunnen sparen. Bij het buitengaan veroorzaakt ze bijna een diplomatieke rel. Fabiola verklaart namelijk dat de sfeer in Québec aangenamer is dan in Ottawa. ‘Het diplomatieke talent van Charles Kerremans was nodig om een incident te vermijden over die uitspraak van de koningin,’ vertelt Herman Liebaers. Opvallend is de harde kritiek in de Canadese pers op het bezoek van Boudewijn. In The Ottowa Citizen wordt een overzicht gegeven van alle gemaakte kosten. Het overbrengen van de dansers van de Royal Winnipeg Ballet kost 7000 Canadese dollar. De show voor het Belgische koningspaar kost 12 000 dollar. De Canadese belastingbetaler mag al dit geld ophoesten. ‘Buitensporig,’ vindt de krant.

266

koning boudewijn

Egmontpact Na de verkiezingen van april 1977 begint formateur Leo Tindemans op het Egmontpaleis in Brussel aan moeizame onderhandelingen. De cvp, psc, vu en fdf zijn vertegenwoordigd bij de gesprekken. Op 24 mei komt het Egmontpact met de gewestvorming tot stand. Er is ook een uitbreiding voorzien van de culturele autonomie tot de persoonsgebonden aangelegenheden. ‘Daarmee bedoelt men materies die de burger rechtstreeks betreffen en waarvoor de taal van betekenis kan zijn,’ legt historicus Mark van den Wijngaert uit. Concreet gaat het over bevoegdheden zoals gezondheidszorg, jeugdbescherming en gehandicaptenzorg. Het Egmontpact vormt de basis voor het regeerakkoord van de tweede regering Tindemans. Die regering is geen lang leven beschoren. Het grootste struikelblok voor de Vlamingen is het inschrijvingsrecht dat aan Franstalige inwoners van de Brusselse randgemeenten wordt toegekend waardoor de verfransing rond de hoofdstad zou gestimuleerd worden. Door toenemende onvrede wordt de regering van Tindemans zwaar onder druk gezet. Als er in het najaar van 1978 nogmaals verwikkelingen optreden, biedt Tindemans onverwachts het ontslag van zijn regering aan. Het is het einde van Tindemans als premier in de Belgische politiek. Boudewijn is razend dat hij niet op voorhand over het ontslag werd ingelicht. Bovendien is de vorst ontgoocheld over de mislukking van het pact, ook al is hij volgens Emmanuel Gerard niet gelukkig met sommige aspecten ervan. Tindemans is gefrustreerd. ‘Ik heb er lang van gedroomd een vertrouwelijk, diepgaand gesprek te kunnen voeren (met de vorst), bijvoorbeeld naar aanleiding van benoemingen in de diplomatie of ontvangsten van hoge buitenlandse gasten.’ Dat gesprek is er nooit gekomen. De verkiezingen van december 1978 luiden volgens waarnemers een bijzonder instabiele periode in de Belgische politieke geschiedenis in. Boudewijn maakt zich zorgen en wordt steeds zenuwachtiger. Nieuwkomer Wilfried Martens vormt tussen die verkiezingen en die van november 1981 niet minder dan vier regeringen. Volgens Emmanuel Gerard werd de positie van de koning na de mislukking van het Egmontpact kwetsbaarder. De vorming van

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

267

een nieuwe regering duurde immers 107 dagen. ‘Hoe langer de crisis duurt, hoe meer de koning op de voorgrond treedt. En dan dreigt de kroon ontbloot te worden. Elke stap kan de koning kwalijk genomen worden.’ In de praktijk is dat volgens de auteur ook effectief het geval geweest. ‘Na de val van de Egmontregering in oktober 1978 dringt hij nog voor de verkiezingen aan op een akkoord tussen de cvp en ps rond de communautaire kwestie.’ (eigen cursivering)

Filip ontmoet voor het eerst zijn grootvader In 1977 ontmoet Filip voor de allereerste keer zijn grootvader Leopold. Prins Filip is dan zeventien jaar. De ontmoeting wordt geregeld door Boudewijn. Hij vindt dat zijn neven hun grootvader eindelijk eens mogen ontmoeten. De vorst maakt hiermee een schaarse uitzondering op de door hemzelf ingestelde strenge regel dat er geen contact mag zijn tussen Argenteuil en Belvédère. Volgens Leyts, Balfoort en Van den Wijngaert wordt een ingewikkeld scenario in elkaar geknutseld. ‘Filip en Laurent worden naar een tandarts gebracht aan het Leopoldpark in Brussel. Terwijl ze in de wachtkamer zitten, kom Leopold “toevallig” uit het kabinet.’ Boudewijn heeft een ontmoeting van vijftien minuten voorzien, maar Lilian gooit roet in het eten. ‘Na tien minuten begint prinses Lilian al ongeduldig in de wachtende auto te claxonneren.’ Ze vindt dat de ontmoeting lang genoeg geduurd heeft. Albert en Paola willen scheiden. De papieren liggen klaar. Ze moeten enkel nog door beide partijen ondertekend worden. Zelfs Boudewijn moet toegeven dat er geen beterschap in zit en hij legt zich neer bij de situatie. Maar hij wil het zijn broer en schoonzus niet gemakkelijk maken. Boudewijn laat in de scheidingsakte enkele voorwaarden opnemen. Eerste voorwaarde is dat Albert zijn recht op de troon moet opgeven. Als hij bovendien met zijn minnares Sybille de Selys wil trouwen, moet hij naar Londen verhuizen. Verder moet hij zijn titel ‘prins van Luik’ opgeven. Ook Paola moet van haar titel afzien. Bij de onderhandelingen is het, net zoals bij andere koppels,

268

koning boudewijn

moeilijk een goede regeling te vinden voor de kinderen. Paola wil met de kinderen naar Italië. Boudewijn kiest de kant van zijn broer en chanteert zijn schoonzus met de boodschap dat de kinderen als mogelijke troonopvolgers in België moeten blijven. Volgens Leyts, Balfoort en Van den Wijngaert blijft de dotatie van Albert en Paola in deze constructie behouden. Er is enkel discussie over de exacte verdeling ervan. Andere bronnen beweren met stelligheid dat Boudewijn de dotatie wilde afschaffen om zijn broer en schoonzus te straffen. Albert en Paola zullen zich uiteindelijk met elkaar verzoenen. Hoe dat precies in zijn werk is gegaan, blijft voorlopig een raadsel.

Juan Carlos Op 3 mei 1977 ontvangt Boudewijn president Houphouet-Boigny van Ivoorkust. Ook met deze Afrikaan is de verhouding goed. Nagenoeg exact een jaar later heeft Boudewijn ook een ontmoeting met president Bagaza van Burundi. In november 1977 is Franco twee jaar dood. Koning Juan Carlos heeft altijd een goed contact gehad met de generaal en is hem in 1975 opgevolgd. Vijf maanden na de eerste democratische verkiezingen in Spanje bezoekt koning Juan Carlos België. De nieuwe koning zoekt volop steun. Het jaar daarop brengt Boudewijn een tegenbezoek aan Spanje. De koningshuizen van Spanje en België onderhouden goede relaties. Koningin Victoria-Eugenia, de grootmoeder van Juan Carlos, is immers de meter van Fabiola. Tijdens de zomervakantie ontmoeten ze elkaar in Motril. Juan Carlos legt er af en toe, in aanwezigheid van Constantijn van Griekenland, met zijn jacht de Fortuna aan. Alleen is er bij Boudewijn en Fabiola binnensmonds wat kritiek op de Spaanse koning. Zijn buitenechtelijke escapades vormen een doorn in het oog van de Belgische koning. Die zijn ondertussen een publiek geheim. Volgens historici Verleyen en haar collega’s is er dan weer veel bewondering voor koningin Sophie, de vrouw van de schuinsmarcheerder die ‘zo plichtsgetrouw de ogen sluit’. Bij het bezoek van de Spaanse koning worden de veiligheidsmaat-

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

269

regelen verscherpt. Er is immers een dreigement geuit aan het adres van Juan Carlos en zijn vrouw Sophie. ‘Een groep die zichzelf De Zwarte Orde noemt, beweert dat de misdadige marxist Don Juan Carlos de Borbón y Borbón door Spaanse en Europese patriotten op 17 november in Brussel zal worden terechtgesteld.’ Het bericht staat in een buitenlandse krant. Een groot aantal scherpschutters staat verdoken opgesteld.

Polen Dat jaar reist Boudewijn ook naar Polen. Na een verplicht bezoek aan het vernietigingskamp van Auschwitz schrijft de koning een korte opdracht in het gastenboek. Claude de Valkeneer was erbij. ‘In zijn typische stijl – hij brengt zijn hoofd op nauwelijks enkele centimeter van het papier – schreef Boudewijn enkele merkwaardige zinnen,’ vertelt hij. Wat staat er precies? We weten het niet. Volgens De Valkeneer is de opdracht ‘verrassend’, ja zelfs ‘incoherent’. Meer wil hij er niet over kwijt. Blijkbaar moet het toch om iets ernstigs gaan, aangezien Henri Simonet, minister van Buitenlandse Zaken, ‘woedend’ reageert. De Valkeneer moet alweer improviseren. Dat is zijn specialiteit geworden, zegt hij zelf. De Valkeneer verdedigt Boudewijn en benadrukt dat de woorden van de koning de uiting zijn van een ‘echte emotie’. De relatie tussen de koning en agnost Henri Simonet is uitzonderlijk slecht. De meeste ministers stellen zich schaapachtig op in het bijzijn van de vorst. Simonet doet dat niet. Na een reprimande over het Congobeleid door de koning loopt hij zelfs woedend weg. ‘Ik heb van niemand lessen te krijgen!’ roept Simonet. ‘Zelfs niet van de koning.’ Ook de kritiek van de minister op Albert in het esh-dossier ligt de vorst zwaar op de maag. Wat eveneens meespeelt in de gespannen relatie tussen Simonet en de koning, is de eruditie van de minister. Simonet heeft een enorme culturele bagage en pronkt daar graag mee. Volgens Fralon, de biograaf van Boudewijn, gebruikt Simonet voortdurend literaire citaten. ‘Boudewijn hield daar niet van,’ weet Fralon. Hij had

270

koning boudewijn

een minderwaardigheidscomplex omdat hij niet gestudeerd had. Koningin Fabiola vertelt over dat minderwaardigheidscomplex in een brief het volgende: ‘De uitingen van kritiek van anderen op zijn persoon leidden tot een vorm van autokritiek.’ Volgens Fabiola werd Boudewijn daardoor nederig. Boudewijn krijgt in 1977 een nieuwe kabinetschef. Unitarist Molitor is met pensioen gegaan. Hij geeft de koning in een afscheidsbrief nog één goede raad. ‘Het is de politieke klasse die bewerkt moet worden als u wilt dat België overleeft.’ De koning kiest voor magistraat Jean-Marie Piret, een orthodoxe katholiek. Piret is een heftig tegenstander van abortus. Hij voert ook kruistochten tegen films die voor hem te zinnenprikkelend zijn. Piret moest Boudewijn nochtans informeren over de grondwetsherziening. De gunstige en milderende invloed van Molitor op de koning is nu weg. Zijn opvolger Piret en Boudewijn voeren samen een katholieke strijd.

Moskee als dank Een jaar later komt Benoît Cardon de Lichtbuer in dienst. Hij moet voor Fabiola een eigen programma opstellen met de uitdrukkelijke taak het koningshuis nog meer te verbinden met de bevolking. De eerste secretaris van de koningin wordt Paul Paelinck, de voormalige leraar van Boudewijn. Cardon kiest vooral activiteiten rond het thema jeugd. ‘Dat past binnen de hele pr-campagne die vanaf dan (voor Fabiola) wordt opgezet om de bevolking te binden aan de koninklijke familie en zo de eenheid van het land te promoten,’ schrijven Verleyen en haar medeauteurs. Concreet betekent dit dat de koning en de koningin worden voorgesteld als gewone mensen. In 1978 is koning Khaled van Saoedi-Arabië op bezoek in ons land. Volgens historicus Marc Reynebeau zijn de contacten tussen Boudewijn en de monarchie van Saoedi-Arabië ‘frequent’ en ‘hartelijk’. Begin mei is Khaled de persoonlijke gast van Boudewijn. Na de verschrikkelijke brand in de Innovation van 1967 schonk zijn voorganger koning Fayçal een grote som geld aan de slachtoffers van de brand. Hij annuleerde toen het diner en stortte de te-

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

271

genwaarde in een speciaal fonds. In ruil kreeg Saoedi-Arabië van Boudewijn het erfpacht van de moskee van het Jubelpark. In mei 1978 vindt de inwijding plaats van dat nieuwe Islamitische Centrum door de Saoedische koning, de Grote Moskee van het Jubelpark. Het gebouw is een overblijfsel van de wereldtentoonstelling van 1897: het Panorama van Caïro. Kritische waarnemers merken op dat Saoedi-Arabië via deze moskee erin zal slagen om het wahabisme naar België te exporteren. Sommigen nemen het Boudewijn erg kwalijk.

Filip In 1978 zit prins Filip in het laatste jaar middelbaar onderwijs. ‘Hoewel hij hard studeert, blijft het voor hem moeilijk om het niveau van de klas bij te benen,’ weten Leyts en zijn coauteurs. Zevenkerken is nochtans een school waar heel wat minderbegaafde maar rijke kinderen een middelbaar diploma kunnen halen. ‘Boudewijn vreest dat het nieuws over een slecht examen zou kunnen uitlekken,’ lezen we in Kroonprins Filip. Daarom vraagt hij aan zijn halfbroer Michel Didisheim, vertrouwensman van Albert, om prins Filip te helpen. In plaats van een examen wordt afgesproken dat de jongen een essay maakt. Filip krijgt veel hulp bij de redactie van het stuk en haalt net voldoende punten. Aan Herman De Croo vertelt Filip dat hij er op gezweet heeft. Boudewijn beslist met vier vertrouwelingen over de verdere opleiding van Filip. Michel Didisheim, Gilbert Thibaut de Maisières (hoofd van het Huis van Albert), generaal Blondiaux en uiteraard André Molitor, voormalig kabinetschef van Boudewijn zelf. Samen worden ze de ‘groep van vier’ genoemd. Ze bepalen en bespreken de mogelijkheden en de beperkingen van de prinselijke opleiding. Boudewijn wordt uitgebreid geïnformeerd. Filip daarentegen wordt zelden geraadpleegd en ook Albert krijgt de plannen in verband met zijn zoon pas nadien te zien. ‘Koning Boudewijn heeft een doorslaggevend oordeel in alles wat over Filip beslist wordt.’ Na de zomer van 1978 trekt Filip naar de Koninklijke Militaire School (kms). Dat wordt alweer boven zijn hoofd beslist door ‘de groep van vier’.

272

koning boudewijn

Boudewijn trekt de opvoeding van prins Filip naar zich toe. Hij bereidt hem ook voor als zijn opvolger. Tevergeefs. ‘Evenals Leopold ii het deed bij gelegenheid van de intrede van zijn neven Boudewijn en Albert, ben ik in uw midden op deze dag,’ verklaart Boudewijn bij de aanvang van de militaire opleiding. ‘Ik verheug mij over deze start en ik heb vertrouwen in uw onderwijs en in uw voorbeeld.’ Boudewijn volgt de resultaten van zijn neef nog meer op dan in het verleden. Nu wordt het menens. Om zoveel mogelijk te weten te komen over de activiteiten van Filip stelt Boudewijn enkele officieren van de kms aan als spionnen. Zij moeten fungeren als ‘oren en ogen’ voor de vorst. Maar de grootste tussenkomst van Boudewijn in het privéleven van Filip is het formele verbod om burgermeisje Barbara Maselis nog te ontmoeten. Filip is er jaren niet goed van. Herman Liebaers vindt dat Filip door zijn omgeving mismeesterd werd. Ook Rudy Bogaerts, privéleraar van prins Laurent, is die mening toegedaan. Op 26 september 1980 overhandigt Boudewijn de officiersdegen aan Filip in de Militaire School. Het jaar daarop stelt hij hem een adviseur voor: vleugeladjudant Guy Mertens. Filip is wantrouwig.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

273

Mertens is voor hem een spion van Boudewijn. ‘Ik heb geen adviseur nodig,’ zegt hij tegen zijn oom. Boudewijn luistert niet eens. Samen met ‘de groep van vier’ bepaalt Mertens de tweede studieronde van Filip. Boudewijn keurt het plan goed. Filip volgt vanaf oktober 1981 een opleiding als piloot. Boudewijn blijft de touwtjes stevig in handen houden. ‘Hij controleert en betaalt de studies van Filip,’ schrijven Barend Leyts en zijn coauteurs.

Victor Emmanuel In 1978 moet Boudewijn persoonlijk tussenbeide komen in het dossier van Victor Emmanuel, de enige zoon van zijn tante MarieJosé. Zij is de zus van koning Leopold iii en prins Karel. Volgens Jan Van den Berghe leeft de jongen ‘als een tot op het bot verwende exponent van de jeunesse dorée’. Al in het begin van de jaren zeventig wordt Victor Emmanuel van wapenhandel verdacht. Maar hij ontsnapt aan de dans. In de zomer van 1978 knalt de kroonprins de negentienjarige Duitser Dirk Hamer neer. Hamer sliep in een rubberbootje van het jacht van Victor Emmanuel. Het slachtoffer is zwaargewond. Enkele maanden later overlijdt de jongen, ondanks talloze operaties. Victor Emmanuel zit vijfenvijftig dagen in voorhechtenis en komt vervroegd vrij op voorspraak van de Franse president Giscard d’Estaing. Koning Boudewijn bezorgt hem een reispas waardoor hij Sicilië kan verlaten. ‘Het bleek een vriendelijke geste te zijn van neef Boudewijn tegenover tante Marie-José en haar kinderen,’ noteert Jan Van den Berghe. De familie leefde immers in gedwongen ballingschap. Victor Emmanuel vertrekt spoorslags naar Mexico. De ouders van Dirk Hamer zijn woedend en vallen Boudewijn in de pers aan. Victor Emmanuel verklaart zich bereid om omgerekend 24 miljoen frank (in huidig geld iets meer dan een miljoen euro) schadevergoeding aan de ouders van Hamer te betalen. Als blijk van goede wil stort hij onmiddellijk 3,5 miljoen. Daarna loopt het evenwel mis. Volgens de kroonprins worden de ouders Hamer inhalig: ‘De Hamers willen geen gerechtigheid, alleen geld om goede sier te maken.’ Volgens Victor Emmanuel

274

koning boudewijn

vraagt de vader nog eens 10 miljoen Duitse mark (200 miljoen frank of omgerekend 10 miljoen huidige euro). In 1991 wordt hij dan veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden wegens… verboden wapenbezit. Victor Emmanuel noemt het proces nadien een ‘farce’ en een ‘klucht’. Hij snoeft dat hij de jongen wel degelijk opzettelijk gedood heeft. Met de prins blijft het verkeerd gaan. Hij denkt dat hij boven de wet staat. In 2006 wordt hij opnieuw opgepakt. Hij wordt deze keer beschuldigd van zwendel met kansspelmachines, souteneurschap en corruptie. Hij vliegt een week achter de tralies. Nadien volgt huisarrest. Maar omdat hij de feiten gedeeltelijk toegeeft, wordt het huisarrest snel opgeheven. Volgens de Franse krant Libération is hij ‘de prins van alle ondeugden’. De relatie van Boudewijn met Giscard is gespannen. De Franse president is bijzonder intelligent maar heeft ook een nauwelijks verborgen superioriteitsgevoel. Boudewijn stoort er zich aan. Volgens Fralon was Boudewijn nochtans eerder ‘diep onder de indruk van diens politieke ernst en competentie’. Baron de Posch, een medewerker van Boudewijn, vertelt dat de koning zich niet op zijn gemak voelt bij dergelijke briljante persoonlijkheden. President Giscard zal Boudewijn tijdens zijn presidentschap verscheidene keren uitnodigen om enkele dagen te logeren in zijn privéresidenties. Maar Boudewijn slaat deze uitnodigingen een voor een af. Claude de Valkeneer vermoedt dat Boudewijn bang was voor de ‘scherpte en de nieuwsgierigheid’ van zijn gastheer. Volgens biograaf Fralon werd Boudewijn op een keer ‘vernederd’ door de Franse president. Spijtig genoeg geeft de auteur hier geen verdere uitleg bij. Misschien speelt het misprijzen van de hautaine Franse president voor België mee. Tijdens een bezoek aan Argenteuil in 1988 vertelde hij immers dat België een land is ‘waar je geen geheim aan kan toevertrouwen’.

Boudewijn en de hand van Happart De grootste politieke flater in de loopbaan van Boudewijn was de handdruk met Happart. Eind jaren zeventig beleefde de Belgische politiek een woelige periode door het probleem Voeren. Vlamingen

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

275

stonden lijnrecht tegenover Walen. Deze laatsten werden aangevoerd door de heetgebakerde landbouwer José Happart. In 1962 – Happart is dan vijftien jaar – wordt Voeren van Luik naar Limburg overgeheveld in het kader van de taalwetten Gilson. Vanaf dan staan Vlamingen en Franstaligen in de Voerstreek lijnrecht tegenover elkaar. Happart wordt politiek actief en groeit uit tot een Franstalige militieleider en later tot een nationalistisch Waals politicus die zich tegen de Vlaamse cultuur in de Voerstreek richt. In 1982 haalt Happart tijdens de gemeenteraadsverkiezingen met zijn partij Retour à Liège de meerderheid van de stemmen in Voeren. Hij wordt voorgedragen als burgemeester. Hij moet Nederlands leren maar weigert dat. In 1984 wordt hij als burgemeester ontslagen. Happart vecht zijn ontslag aan bij de Raad van State. Ondertussen blijft hij aan als burgemeester. In 1986 is Happart definitief burgemeester af. De Voerencarrousel is dan eindelijk tot stilstand gekomen. Op 21 mei 1979 ontmoet koning Boudewijn de leider van de opstandige Walen langs de autosnelweg ter hoogte van Verviers. De ontmoeting tussen de koning en Happart moet geheim blijven maar lekt toch uit. Happart kan zijn mond niet houden. Hij snoeft dat hij de persoonlijke toezegging van de vorst heeft verkregen dat enkele Waalse amokmakers snel zouden vrijkomen. Zij hadden tijdens een Vlaamse manifestatie in Voeren de betoging met ijzeren staven en kettingen uit elkaar geslagen. Het gesprek tussen Happart en Boudewijn is door minister van Binnenlandse Zaken, Georges Gramme, een Waalse psc’er, bedisseld. Op de kabinetsraad moet Martens toegeven dat hij van de demarche niet op de hoogte was. Premier Martens voelt zich voor schut gezet. Hij moet het brandje blussen en stelt dat de verklaring van Happart niet correct is. Hij ontkent dat er een dergelijke toezegging is gedaan. De Waalse ruziestokers komen desondanks vrij. Boudewijn heeft het bij sommige Vlamingen dan definitief verkorven. De verontwaardiging is erg groot. Dat koning Boudewijn aanvaardde om Happart te ontmoeten – ook al was het maar tijdens een korte stop naast een autoweg – wordt hem in Vlaanderen zwaar aangerekend. De handdruk wordt hem nooit vergeven.

276

koning boudewijn

Boudewijn verontschuldigt zich later tijdens een gesprek met Hugo De Ridder. De vorst beweert dat hij niets van de ontmoeting afwist tot op het moment dat hij oog in oog met Happart stond. Volgens de koning was de ontmoeting mede door zijn ceremoniemeester Christian de Posch geregeld. Nauwelijks tien dagen na de ontmoeting wordt De Posch wel baron.

Ware toedracht Minister Gramme had met Happart een deal gesloten. Happart mocht een petitie afgeven aan Boudewijn. In ruil hiervoor beloofde Happart geen amok te maken bij het bezoek van de koning aan de vernieuwde opera van Verviers. De afspraak tussen Boudewijn en Happart is ook dat Happart absolute discretie over de ontmoeting zou bewaren. ’s Avonds ziet de koning op televisie de persconferentie van Happart waarin die het over zijn ‘historische ontmoeting’ met de koning heeft. Boudewijn is verontwaardigd en wil de petitie die Happart hem eerder die dag overhandigde, nog eens grondig nalezen. Maar het document is spoorloos. Tijdens de autorit van Verviers naar Brussel verneemt Boudewijn het overlijden van een vriend. Op de achterkant van de petitie van Happart noteert Boudewijn enkele zinnen als persoonlijk rouwbeklag. Die tekst wordt ’s avonds overgetikt. Het oorspronkelijke document wordt door de secretaresse versnipperd. Grootmaarschalk Liebaers is ervan overtuigd dat het incident nooit zou hebben plaatsgevonden als hij die dag in België was geweest. Liebaers was uitgerekend die dag even in het buitenland, op de universiteit van Yale. Zijn plaats werd tijdelijk ingenomen door ceremoniemeester De Posch. Volgens Liebaers was de ontmoeting tussen Happart en Boudewijn in extremis gepland. Christian de Posch zat naast de koning. ‘Toen Happart aankwam, stapte de koning uit. Er werden maar enkele woorden gewisseld. Happart gaf zijn petitie af en de koning reed verder.’ Boudewijn vertelt zelf dat hij enkel zijn raampje naar beneden heeft gedraaid. Dat is onjuist. ‘De koning stapte wel degelijk uit de wagen,’ aldus Liebaers.

de jARen ZeVenTig: ZilVeR

277

Liebaers arriveerde de dag daarop in België. Ceremoniemeester De Posch trok volgens hem maar een zuur gezicht. De Posch besefte dat hij het in Vlaanderen verknald had. Liebaers toonde hem de Vlaamse kranten. Daarin foeterden de hoofdredacteuren dat ‘vijf terroristen’ door toedoen van Boudewijn werden vrijgelaten.

Leopold Ook Leopold vond de handdruk van zijn zoon een grote vergissing. Sterker, volgens hem was zijn zoon over de hele linie slecht bezig. Hij had zich laten ringeloren door de socialisten én deed te weinig tegen de ontmanteling van België. Kortom, Boudewijn was in Leopolds strenge ogen een zwakke koning. Het was niet de enige kritiek van Argenteuil op Laken. MarieChristine, de olijke halfzus van Boudewijn, vertelt dat haar ouders voortdurend de spot dreven met de mystieke sfeer in Laken. ‘Mijn moeder Lilian zei dat Fabiola een rozenkrans om haar middel droeg.’ Leopold had gelijk wat de socialisten betreft. Volgens christendemocraat Mark Eyskens hield de koning sommige socialisten zelfs in ere. ‘De socialisten konden wel eens de troon aan het wankelen brengen (zie de koningskwestie) en hun republikeinse oprispingen waren nog latent aanwezig, zo vreesde “het Paleis”,’ noteert Eyskens. Guy Spitaels en Willy Claes, het lieverdje van het Hof, werden vaak geconsulteerd door Boudewijn. Boudewijn is de gevaarlijke rol van de ‘roden’ niet vergeten tijdens de koningskwestie, de schoolstrijd en de betogingen van ’60-’61. ‘Boudewijn concludeert dat de socialisten best in toom gehouden kunnen worden via een regeringsdeelname,’ lezen we in België en zijn koningen. Daarmee dient hij hoofdzakelijk zijn eigen belang – niet dat van de (Vlaamse) bevolking. Boudewijn heeft een voorkeur voor de ps, de Franstalige socialisten, omdat die partij veel belang hecht aan de nationale eenheid. Het contrast met de eis van de socialisten in 1960 om Wallonië van België af te scheuren is groot. Emmanuel Gerard ziet een bijkomende verklaring. Onder een cvp-regering weegt Vlaanderen zwaarder, onder een linkse rege-

278

koning boudewijn

ring is de rol van Wallonië belangrijker. ‘Voor de koning trouwens een reden om christendemocraten en socialisten liever samen in een regering te zien.’ Eind 1979 kan Boudewijn de Belgische politiek toch even uit zijn hoofd zetten. Hij maakt een rondreis in Afrika. Op 26 november wordt hij hartelijk begroet door de bevolking in Kameroen. De dag daarop is de ontvangst in Ivoorkust op zijn minst even hartelijk. De ontvangst doet hem denken aan de verwelkoming in Congo in 1955. Onderzoeker Emmanuel Gerard vindt het standpunt van Leopold over zijn zoon te hard. ‘Tegen het einde van de jaren zeventig verwerft Boudewijn de positie die hij tot aan zijn overlijden zal innemen: een positie die hem meer op het voorplan brengt dan hij wellicht zelf wenselijk acht.’ Gerard ziet een dubbele verklaring. In de jaren zeventig is er een markante generatiewissel. Tussen 1972 en 1974 verdwijnen premier Gaston Eyskens, Kamervoorzitter Van Acker en senaatsvoorzitter Struye. In 1977 verlaten André Dequae en Pierre Harmel de actieve politiek. Zij zijn de laatste ministers die de abdicatie van Leopold in 1950 nog hebben meegemaakt. ‘Boudewijn wordt nu naar leeftijd en naar ervaring de meerdere van de nieuwe generatie politici,’ analyseert Gerard. ‘Het trof me dat hij (Boudewijn) assertiever werd naarmate zijn ministers jonger werden en hij ze in leeftijd overtrof,’ bevestigt Tindemans. Er is nog een tweede element: de politieke instabiliteit. Sinds 1965 is het partijenstelsel in volle beweging. Er is de opkomst van de regionale partijen en de splitsing van de traditionele partijen. Het leidt onvermijdelijk tot een versplintering van het politieke landschap. Daar komt vanaf 1974 een economische crisis bovenop waarvan de ernst aanvankelijk werd onderschat. ‘In die chaotische jaren wordt koning Boudewijn door velen gezien als een factor van stabiliteit.’ Het regeringsoptreden verliest zijn efficiëntie en vooral zijn waardigheid.

hoofdstuk 4

De jaren tachtig: brons
‘Great princes have great playthings.’ w. cowper

B

oudewijn is in 1980 al drie decennia aan de macht. Hij kent het klappen van de zweep. Dat jaar viert België ook zijn honderdvijftigjarig bestaan. Boudewijn wordt ontvangen in het parlement. Het valt hem op hoe jong de meeste parlementsleden zijn. Ook nieuwe politici zijn steevast jonger dan de vorst. Volgens Manu Ruys steekt de koning zijn misprijzen voor sommige verkozen volksvertegenwoordigers en ministers niet meer weg. ‘Hij bleef plots stilstaan (tijdens een wandeling) om, traag en met hoorbaar misprijzen, kwalijke gedragingen (van ministers) te betreuren.’ De vorst komt geregeld betweterig uit de hoek. Als een minister het tijdens een audiëntie over een ‘ongeluk’ heeft, wordt hij door Boudewijn op de vingers getikt. Het juiste woord is ‘ongeval’. ‘Binnenskamers heeft hij het onomwonden over politici op wie hij niet kan rekenen omdat ze stuitend onbekwaam zijn,’ staat in De kroon ontbloot. ‘Anderen wantrouwt hij, omdat ze naar zijn zin iets te cynisch, te sluw en te berekenend zijn.’ Sommigen vinden Boudewijn ‘lichtjes paranoïde’ en ‘misschien wel de sluwste en meest berekenende van het hele pak’. Boudewijn krijgt meer zelfvertrouwen. Hij gaat verder dan enkel ‘waarschuwen’ en ‘aanmoedigen’. Hij grijpt in en legt zijn wil op.

280

koning boudewijn

Boudewijn en Wilfried Martens hadden een stevige band. Toch werd premier Martens vaak voor schut gezet. Denk aan de handdruk van Boudewijn met Happart of de abortuswet. Op het vlak van de regeringsvorming boekt Boudewijn terreinwinst. ‘Als er een nieuwe regering wordt gevormd, beweegt hij hemel en aarde om zijn oogappels aan een ministerportefeuille te helpen,’ verklaart een anonieme minister aan Ilegems en Willems. ‘Hij waant zich oppermachtig.’ Wilfried Martens plooit zich, in tegenstelling tot Tindemans of vader Eyskens, gewillig naar ’s konings wensen. Journalist Louis De Lentdecker vindt dat Boudewijn met Martens een ‘knipoogje van het lot’ kreeg. ‘Wie zou ooit gedacht hebben dat Wilfried Martens een van uw meest fidele verdedigers zou worden,’ noteert hij in het huldeboek 60/40. ‘Ik zag hem ooit toen hij als een onstuimig Vlaams Leeuwke op de IJzerbedevaart naar de zoveelste zonnige toekomst van Vlaanderen trok. Zelfs op Expo 58 liet hij zich als actief betoger niet onbetuigd.’ Sommigen menen dat Boudewijn altijd al zo machtig geweest is. Die invloed komt in de jaren tachtig naar buiten door de loslippigheid van sommige politici. De ‘lek-maatschappij’ begint vorm te krijgen.

de jARen TAchTig: bRonS

281

Lieveling of ‘koninklijke slaaf’ Martens Wilfried Martens en Boudewijn vormen in de jaren tachtig een hechte tandem. Martens wordt eerste minister in 1979. Oud-politicus Paul-Willem Segers had Martens aan de koning aanbevolen als alternatief voor Tindemans. Segers, een cvp-politicus en minister van acv-signatuur, had een zeer goede relatie met Boudewijn. De koning voelde zich door de verklaring van Tindemans in het parlement dat de grondwet geen vodje papier is, verraden. Hij nam het hem zeer kwalijk dat hij niet eerst werd ingelicht. Boudewijn was volgens insiders ronduit beledigd. José-Alain Fralon wijst op een andere verklaring: Tindemans was een heel intelligente en complexe persoon. ‘Wellicht te ingewikkeld voor de vorst, die op de valreep besliste om aan Martens zijn vertrouwen te schenken.’ Martens werd een van de beste politieke schaakstukken van de koning. P.W. Segers blijft een grote rol spelen in de carrière van Martens. In 1981 trekt Segers naar Laken om de kandidatuur van Martens opnieuw te verdedigen. Martens iv zat in een dipje. ‘Zonder Segers was Martens v nooit mogelijk geweest,’ verklaart een anonieme minister. Segers vindt een ‘linkse’ cvp’er nodig om de liberalen te counteren. Hij pept Martens op. ‘Ge moet u niet laten ontmoedigen. Ge zijt jong, de uitdrukking van een nieuwe generatie in de partij,’ vertelt hij. De aanmoediging van Segers vormt de basis van Martens v, een coalitie van liberalen en christendemocraten.

De vervalste kb’s Boudewijn moet jaarlijks duizenden documenten en wetten ondertekenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet een Koninklijk Besluit volgens de grondwet immers mee ondertekend zijn door de koning. Heeft Boudewijn alle kb’s eigenhandig ondertekend? Jacques Noterman schrijft in La république du roi dat de koning een officier in dienst had, ‘een kolonel die (in 1999) nog steeds in leven is, die als missie had om zijn handtekening na te maken’. (eigen cursivering) Begin jaren vijftig is de handtekening van Boudewijn nog duidelijk leesbaar. Op de brief van 1952 aan de president van El Salvador (zie eerder) lees je Baudouin.

282

koning boudewijn

De handtekening wordt met de jaren abstracter. Alleen de beginletter B is duidelijk. De andere letters van zijn voornaam zijn nauwelijks te ontcijferen. Volgens Barend Leyts en zijn medeauteurs is daar een eenvoudige verklaring voor. De letter B is de gemeenschappelijke letter van Boudewijn en Baudouin. Zo werd zijn handtekening ‘tweetalig’. Je kon immers niet zien of het nu ‘Boudewijn’ of ‘Baudouin’ was die getekend had. Beide handtekeningen zijn identiek. Zijn de wetten ondertekend met de valse handtekening van de officier nietig? Noterman denkt van niet. Een geraadpleegde jurist die anoniem wil blijven, beweert dat sensu strictu deze kb’s ongeldig en dus nietig zijn. De handtekening van de vorst is immers een essentiële vormvereiste voor de geldigheid ervan. Halfbroer Didisheim pleit verzachtende omstandigheden. ‘Een koning brengt uren door met het signeren van documenten. Het is werkelijk indrukwekkend.’ Tot 1980 ging het om 17 000 kb’s per jaar. Later viel dat terug tot zowat 10 000 tot 12 000 per jaar. Het plaatsen van de koninklijke handtekening door een medewerker is volgens Noterman bovendien een oude koninklijke traditie. Boudewijn zette die traditie gewoon voort. Ook Albert ii signeert niet zelf alle kb’s.

Het incident over de telexberichten Voor Leo Tindemans is geen hoofdrol meer weggelegd in de Belgische politiek. De stroeve relatie met de vorst is de hoofdreden. Martens zorgt er wel voor dat Tindemans minister van Buitenlandse Betrekkingen kan worden. De informatiestroom naar het Paleis verloopt vlot. Boudewijn weet op voorhand welke punten op de ministerraad besproken worden. Na de vergadering krijgt de vorst een uitgebreid verslag. Boudewijn kan zelfs de ministerraad voorzitten. Hij oefent dat privilege slechts enkele keren uit. Boudewijn beschouwt de internationale politiek als zijn speelterrein. De vorst heeft een wekelijkse audiëntie met minister Tindemans. De minister herinnert zich die gesprekken als een ‘mengelmoes van vertrouwen, lichte kritiek, onwetendheid, gezonde nieuwsgierigheid en een beetje eigengereidheid aan beide kanten’.

de jARen TAchTig: bRonS

283

Om deze gesprekken grondig voor te bereiden wil Boudewijn alle belangrijke telexberichten over de buitenlandse politiek ontvangen. Tindemans is evenwel van oordeel dat Boudewijn zich te veel mengt in zijn beleid. Hij beslist om de berichten naar het paleis niet meer door te sturen. Boudewijn reageert onmiddellijk. Hij is bijzonder ontevreden. Volgens historicus Mark van den Wijngaert gaat het om een ‘klein incident’ tussen beide mannen. ‘De vorst laat zich het recht om geïnformeerd te worden niet afnemen.’

Belgium Today Een illustratie van dat buitenlandse beleid is het feit dat Boudewijn in zijn hele loopbaan meer dan vijftig officiële staatsbezoeken heeft afgelegd. Er zijn ook de niet-officiële bezoeken, zoals dat van april 1980. Boudewijn is op bezoek in de vs voor de viering van honderdvijftig jaar België (Belgium Today). De vs is dan in de ban van het Iraanse gijzelingsdrama. Amerikaans personeel wordt in de ambassade in de hoofdstad Teheran vastgehouden. Boudewijn steunt in een publieke verklaring de Amerikanen. ‘Belgian King backs US on Hostages’, zo verschijnt het in de pers. Het standpunt inzake buitenlandse politiek van de vorst loopt niet altijd parallel met de visie van de regering. Zo steunt Boudewijn de interventie van de vs in Vietnam, tegen het standpunt in van enkele Belgische ministers. Mark Eyskens was aanwezig tijdens het bezoek van Boudewijn aan de vs. ‘De president (Carter) vertelde ons dat hij elke dag om zes uur opstond en begon met een lange tijd van meditatie en gebed, want hij had naar eigen zeggen ‘Gods steun nodig voor de moeilijke beslissingen’ die hij moest nemen.’ Die uitspraak maakte volgens de minister grote indruk op Boudewijn. De vorst was blij dat ook in de vs gebeden werd. De steun van God leverde Carter niet veel op. Drie dagen na het bezoek van Boudewijn mislukt een poging om met gi’s de Amerikanen te bevrijden. Carter werd nadien niet herverkozen als president.

284

koning boudewijn

Waar zijn Albert en Paola? Boudewijn en Fabiola moeten vanuit de vs vervroegd naar België terugkeren. Er is alweer een politieke crisis in het land. De prinsen van Luik, Albert en Paola, vervangen in dat geval volgens het protocol de koning en de koningin. Niemand wist evenwel waar ze zich bevonden. Na enig zoekwerk vond men ze in Zuid-Amerika terug, maar wel op twee verschillende plaatsen. Alleen Paola slaagde erin om tijdig in Washington te raken. Onmiddellijk daarna moeten ze op aanraden van kardinaal Suenens op retraite. Volgens Kathy Pauwels, auteur van Albert en Paola, volgen ze gedurende een vol weekend een cursus om hun huwelijk te redden. Het gaat om een christelijk bezinningsweekend voor koppels. ‘Het echtpaar kan niet langer verbergen dat het goed mis gaat,’ schrijft Misjoe Verleyen in Vrouwen naast de troon. Paola is niet gelukkig. ‘Voor het eerst brengen de Belgische kranten verhalen van bedienden van de prinsen van Luik naar buiten. Daaruit blijkt dat de prins en de prinses elk in een aparte vleugel van het Belvédère wonen,’ vervolgt de auteur. Ze maken voortdurend ruzie. De scheiding van tafel en bed helpt weinig. Integendeel, het gaat van kwaad naar erger. ‘In 1969 titelt het Duitse tijdschrift Bild: ‘Paola setzt ihre Ehre aufs Spiel’ bij foto’s van een vrolijke prinses in gezelschap van andere mannen. De prinses zet haar eer én haar huwelijk op het spel. In mei 1980 sterft Tito. Op 8 mei vindt de uitvaart plaats. Boudewijn wil op de begrafenis aanwezig zijn. Ook Martens gaat naar Joegoslavië. Volgens hem vertrekt uiteindelijk een ‘bont gezelschap’ naar Belgrado. Martens is tevreden dat hij even uit België weg kan. Hij kampt nog altijd met een vervelende regeringscrisis. Ook in België wordt gefeest naar aanleiding van de honderdvijftigste verjaardag van ons land. Niet iedereen is het daar mee eens. Op 21 juni 1980 bezoekt de vorst Antwerpen. Boudewijn wordt er onthaald op voetzoekers, tomaten en eieren. Die dag zijn er vijfhonderd aanhangers aanwezig van ‘Vlaanderen Ons Vaderland’. Zij dragen spandoeken met leuzen als ‘België barst’, ‘België is dood’ en ‘Leve Vlaanderen’. Het bezoek wordt om veiligheidsredenen vroegtijdig afgebro-

de jARen TAchTig: bRonS

285

ken. ‘Nooit in de Belgische geschiedenis had een koning bij een publiek optreden zoiets ondergaan,’ staat in De monarchie en het einde van België. Een gelegenheidsmast met de Belgische driekleur wordt door antiroyalistische betogers neergehaald. De vlag wordt uit elkaar gescheurd. De sfeer is grimmig. Zevenentwintig betogers worden gearresteerd. Boudewijn begrijpt er niets van. ‘Nooit eerder is het ongenoegen van de Vlaamse extremisten zo rechtstreeks op de figuur van de koning gericht geweest,’ noteert Van den Berghe. Boudewijn vraagt zich ’s avonds af wat hij verkeerd gedaan heeft. De gesprekken aan tafel in Laken zijn niet echt optimistisch. De teneur is als volgt: ‘Hoe zal het België vergaan als die versnippering wordt voortgezet, als Vlaanderen en Wallonië hun autonomie of zelfs hun onafhankelijkheid afkondigen?’ Boudewijn vraagt zich af of het land dan nog zal bestaan. Al die bedenkingen van Boudewijn werpen bij de vorst volgens Fralon en zijn twee collega’s nog een andere vraag op: ‘Als België niet meer bestaat, wat zal er dan van ons geworden?’ Drie weken na de incidenten in Antwerpen, wordt Boudewijn opgenomen in het Sint-Lucas-ziekenhuis in Woluwe. Hij heeft last van hartritmestoornissen. Volgens het Franse blad Point de Vue is het de schuld van de Vlaamse extremisten. In oktober is de vorst voldoende hersteld om een tentoonstelling van schilderijen van Brueghel te bezoeken. Fabiola laat zich ontvallen dat ze de mensen op de schilderijen lelijk vindt. Eind november 1980 bezoeken de Britse koningin Elizabeth en haar echtgenoot Philip ons land. Op het programma staat een balletvoorstelling in de Munt. Het koninklijke viertal wordt er opgewacht door tientallen ira-aanhangers. ‘Elizabeth go home!’ wordt er gescandeerd en ‘Free the Irish people!’ Boudewijn en Fabiola kijken sip. Het protest hangt als een donderwolk boven de balletvoorstelling van lieveling Béjart.

286

koning boudewijn

De Volksunie weigert aanwezig te zijn op de receptie van het Paleis Het ‘jubelfeest’ honderdvijftig jaar België is volgens Jan Van den Berghe een flop. Boudewijn geeft het zelf toe: ‘Rarement fastueuses, souvent pluvieuses’ (zelden weelderig, vaak regenachtig). De Volksunie wordt door het Paleis uitgenodigd om de viering bij te wonen. Het antwoord van de partijleiding is negatief. Ook het fdf en het Rassemblement Wallon (rw) weigeren naar de koning te gaan. Dat jaar komt er een einde aan de unitaire staat. Door een nieuwe grondwetsherziening krijgt het land een totaal andere structuur. Naast de drie bestaande gemeenschappen ontstaan drie gewesten. Voor Brussel duurt het tot 1988 om op voet van gelijkheid te komen met Vlaanderen en Wallonië. De hervorming beperkt de macht van Boudewijn enigszins. De decreten van de deelregeringen moeten niet bekrachtigd worden door de koning en de gewest- en gemeenschapsministers leggen evenmin de eed af bij Boudewijn. Enkel de minister-president doet dit. Maar laten we die inperking van de macht van de koning vooral niet overdrijven. Het federale niveau blijft erg belangrijk. Boudewijn heeft een plan bedacht om het federaliseringsproces tegen te houden. Hij nodigt in het grootste geheim de ‘extremistische’ partijen Volksunie, rw en fdf uit. ‘Boudewijn heeft zijn paleis toen ter beschikking gesteld voor geheime privéontmoetingen tussen Waalse en Vlaamse extremistische partijen,’ onthult een goed ingelichte bron. Boudewijn hoopt dat de dialoog een oplossing biedt en dat ze zich in de toekomst minder radicaal zullen opstellen. De achterliggende gedachte van de vorst is dat deze partijen elkaar te weinig kennen en dat ze op die manier dichter bij elkaar zullen komen en minder extreme standpunten zullen innemen. Hiermee dient hij zijn eigen agenda om België bij elkaar te houden. Wat er op deze geheime vergaderingen besproken is, blijft tot vandaag onbekend.

de jARen TAchTig: bRonS

287

Droom Boudewijn bleef ervan dromen dat het federale niveau het lagere niveau altijd kon overrulen. ‘Gewesten en gemeenschappen waren in zijn ogen ondergeschikte besturen,’ schrijven Jos Bouveroux en Luc Huyse in Het onvoltooide land. Boudewijn verteert deze hervorming vrij gemakkelijk. ‘Hij leefde immers met de gedachte dat deze tendens naar meer autonomie voor de gemeenschappen en gewesten opnieuw een omgekeerde “slingerbeweging” zou maken,’ vertelt een voormalig journalist. Volgens de koning was het een kwestie van tijd vooraleer het federale niveau opnieuw versterkt zou worden. Tindemans licht in zijn dagboeknotities een tipje van de sluier: ‘Ik geloof niet in de slingerbeweging waarover de koning het vroeger (voor 1988) met me heeft gehad. Integendeel, België wordt meer en meer gesplitst.’ Tindemans vindt het idee van de vorst naïef. In september 1980 is Boudewijn volgens het Franse tijdschrift Point de Vue bezig aan zijn laatste weken als koning. Volgens het blad zal de vorst om gezondheidsredenen aftreden. Op 10 november 1980 zal Boudewijn volgens het tijdschrift prins Albert als opvolger aanwijzen. Boudewijn zelf schrijft dan in zijn dagboek: ‘Mijn God, ik heb U nodig om te kunnen leven: een kleinigheid drukt mij lichamelijk en moreel terneer. Ik ben niet gemaakt voor het martelaarschap, als ik zie hoe kleine zaken mij zo zwaar wegen.’

Oorlog voor het behoud van onze economie Begin jaren tachtig gaat het economisch slecht. De twee oliecrisissen van de jaren zeventig wegen zwaar door. Volgens Boudewijn is het zelfs oorlog: ‘Oorlog voor het behoud van onze economie.’ De politici hebben er volgens hem een potje van gemaakt. De koning is nochtans bijzonder lovend over Martens in zijn kerstboodschap van 1979. Waarnemers vinden al die lof voor een politicus die nog alles moet bewijzen merkwaardig. Sommige jongeren hebben het in die periode extra moeilijk. Midden november kaapt een gewapend drietal uit Vielsalm een

288

koning boudewijn

schoolbus met kinderen tussen twaalf en achttien jaar. Ze vragen aandacht voor de onrechtvaardige sociale omstandigheden in België. ‘Een werkman verdient 8000 frank per maand, een minister minstens 80 000 frank,’ vertelt Michel Strée, de leider van het groepje. De bus rijdt naar het brt-gebouw. Ze vragen zendtijd en een gesprek met Boudewijn. Na acht uur is de gijzeling voorbij. Een paar weken daarvoor werd de regering Martens iv geïnstalleerd. Het kabinet valt al op 31 maart 1981. Martens wilde een devaluatie van de frank maar kreeg een njet van de socialistische vakbond voor zijn herstelmaatregelen. De impasse lijkt compleet. Martens ziet het niet meer zitten. Tussen 1977 en 1981 kent ons land maar liefst zeven regeringen. Communautaire en budgettaire problemen vellen het ene kabinet na het andere. Boudewijn stelt privatim aan een raadgever voor om een beurtrol te maken van Nederlandstalige en Franstalige premiers. ‘Men zal niet altijd een cvp’er aanvaarden als premier,’ zegt de vorst. De zoektocht naar een precair institutioneel evenwicht en de onmogelijkheid om een ernstig herstelbeleid te voeren, brengen het land op de rand van de afgrond. Waarnemers vinden het een dieptepunt van politiek fatsoen. Het regime davert op zijn grondvesten. De regering en de monarchie maken een van de ergste crisissen mee sinds de winterstaking van 1960.

Zakenkabinet bis Boudewijn trekt het laken volledig naar zich toe. Op 31 maart 1981 sommeert de vorst alle vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties. De politieke kopstukken zijn ook van de partij. Ze moeten samen naar het paleis te komen. Daar worden ze door de koning op ongewoon scherpe wijze de levieten gelezen. Grootmaarschalk Liebaers vindt het initiatief op zijn minst merkwaardig. De negentien gasten van de koning worden twee dagen later nog eens afzonderlijk uitgenodigd. De Standaard heeft het over ‘de oordeelsdag van de parlementaire democratie’. Sommigen vrezen een terugkeer van meer autoritaire tendensen. Ontslagnemend premier Martens is niet tevreden met dit agres-

de jARen TAchTig: bRonS

289

sieve beleid van de koning. Hij wordt ook niet uitgenodigd. Toen hij vernam wat de inhoud van de boodschap was, zou hij die volgens een politicus ‘als een klap in zijn gezicht’ hebben ervaren. Maar volgens Emmanuel Gerard had Martens het ongebruikelijke initiatief van de vorst wel degelijk goedgekeurd. Boudewijn droomt opnieuw van een zakenkabinet. ‘Volgens hem (de koning) lag de oplossing in een beperkt kabinet waarin enkele sterke mannen zouden zetelen,’ vertelt een voormalig Kamerlid. Dat kabinet zou herstelmaatregelen kunnen doordrukken, los van de partijpolitiek. Het initiatief van de koning lokt felle kritiek uit. ‘Een aantal politici is niet erg tevreden over deze koninklijke interventie,’ weten Mark van den Wijngaert en zijn medeauteurs. ‘Niet alleen over het tijdstip waarop – officieel zit het land nog niet zonder regering, officieus al wel – maar ook omdat de vorst alleen prominenten met een “nationaal” mandaat heeft ontboden.’ De voorzitters van de gemeenschaps- en/of gewestraden mogen niet naar het paleis. Boudewijn geeft een duidelijk signaal. Hij vindt de lagere niveaus in ons land niet belangrijk. Volgens Emmanuel Gerard toont Boudewijn hiermee zijn macht. ‘Weinig of geen politici die in 1950 de troonsbestijging van de negentienjarige prins patroneerden, zouden dit voor mogelijk hebben gehouden.’ Gerard wijst op de toenemende ervaring van de vorst als verklaring, maar hij wijst ook op de onverwachte wendingen in de politiek zelf.

Averechts effect Het initiatief van Boudewijn heeft een averechts effect. Politieke waarnemers verwachten dat Boudewijn oudgediende Vanden Boeynants als premier zal benoemen. VdB was al premier van 1966 tot 1968 en van eind 1978 tot begin 1979. Dit gebeurt niet. Na zes dagen herrijst het gevallen kabinet Martens uit de as. Alleen de premier is van naam veranderd. Hij heet Mark Eyskens. Manu Ruys legt uit waarom: ‘Koning Boudewijn had inzage gekregen in een fiscaal fraudedossier tegen Vanden Boeynants.’ De koning wilde het risico niet lopen dat een zittend

290

koning boudewijn

premier wegens belastingontduiking veroordeeld zou worden. VdB mocht het premierschap definitief vergeten. Zelfs burgemeester van Brussel worden werd nadien onmogelijk. Er bestond volgens sommige bronnen een complot om VdB te wippen. Op 2 april 1981 krijgt Mark Eyskens een vertrouwelijk bericht van zijn kabinetschef Marc Defossez. Daarin staat dat VdB door de bbi verdacht wordt van ernstige fiscale fraude. Eyskens brengt onmiddellijk Jan Grauls, kabinetschef van Martens op de hoogte. Grauls informeert André Molitor, kabinetschef van Boudewijn. Eyskens ontkent in alle toonaarden: ‘Er werd verteld dat ik zelf bezwarende “aanwijzingen” betreffende Paul Vanden Boeynants aan de voormalig kabinetschef van de koning zou hebben overgemaakt om zo de kandidatuur van VdB voor het premierschap te kelderen. Niets in minder waar.’ Dat Gaston Eyskens op het paleis een goed woordje gedaan zou hebben voor zijn zoon, wordt eveneens ten stelligste ontkend. De regering Eyskens houdt het niet lang vol. ‘In de tweede helft van 1981 bereikt het aanzien van de uitvoerende macht ten slotte een lamentabel dieptepunt, wanneer de ps-ministers in staking gaan,’ schrijft Gerard. In september 1981 is het afgelopen met premier Eyskens. Er worden vervroegde verkiezingen uitgeschreven in november. De regel is dat de vorst tijdens de verkiezingsstrijd geen audiënties verleent aan politici. Hij moet zich immers neutraal opstellen. Boudewijn lapt deze regel aan zijn laars. Op 16 oktober heeft de koning een geheim onderhoud met zijn vertrouweling P.W. Segers. ‘De koning had bij Segers aangedrongen op discretie,’ vertelt een politicus. Segers adviseert de koning om opnieuw in zee te gaan met Martens. Bovendien drukt de vorst privé de wens uit dat de komende regering zou bestaan uit een klein aantal ‘onafhankelijke en knappe mensen,’ schrijft Gerard. Op maandag 7 december heeft Boudewijn een gesprek met Leo Tindemans. ‘Vanuit uw partij zal ik Wilfried Martens tot formateur benoemen, want hij is linker (sic).’ Volgens Martens wilde de vorst ‘linkser’ zeggen. Tindemans was in elk geval bijzonder verbaasd toen hij dit uit de mond van de vorst hoorde. De nieuwe regering Martens v wordt medio december 1981 geïnstalleerd. Ze telt amper

de jARen TAchTig: bRonS

291

vijftien ministers, en er zijn sterke figuren bij. Boudewijn heeft aangedrongen op de intrede van de partijvoorzitters. De regering zal bovendien regeren met bijzondere machten. Boudewijn krijgt nog eens een duidelijk zicht op de moeilijke economische toestand van ons land als hij op 22 december de Rupelstreek bezoekt. In Boom overhandigt een arbeider een stuk droog brood aan de vorst. Hij wil tonen hoe het voelt om werkloos te zijn. Op zijn rug draagt hij een grote stempelkaart.

Bilderberg en de Club van Rome Boudewijn krijgt steeds meer krediet bij de bevolking. ‘De burger klampt zich onwillekeurig vast aan het bijna mythische beeld van de koning,’ noteert Emmanuel Gerard. Hij kan zich boven het politieke gekrakeel plaatsen. De regering van Mark Eyskens faalt al na enkele maanden. Mensen worden de politici beu. ‘De politieke klasse raakt meer en meer in diskrediet, terwijl Boudewijn van het grote publiek meer waardering krijgt,’ is de analyse in België en zijn koningen. Grootmaarschalk Liebaers vertelt dat hij door de politieke crisissen toen de ene reis van Boudewijn na de andere moest annuleren. In 1981 verschijnt een boek van Aurelio Peccei. Industrieel Peccei is de oprichter van de Club van Rome. De titel is 100 pages pour l’avenir of 100 bladzijden voor de toekomst. Boudewijn is onder de indruk. Hij bestelt onmiddellijk tientallen exemplaren. Willy Claes vertelt daarover in Humo: ‘Ik ben van bij het begin aanhanger geweest van de Club van Rome en dat komt eigenlijk door koning Boudewijn.’ De Club van Rome wordt beschouwd als een ‘onderafdeling’ van de Bilderbergconferenties. Claes wandelde na een audiëntie het kantoor van de vorst uit. ‘Plots riep hij me terug.’ Boudewijn gaf hem een exemplaar van het boek. ‘U moet dat dringend lezen,’ zei Boudewijn op dwingende toon. Op 21 juli verwijst Boudewijn expliciet naar dit boek. Hij vraagt de burgers soberder te leven. Dat is niet erg geloofwaardig uit de mond van een vorst die tijdens zijn bewind van die burgers een paar miljard frank ontvangen heeft. Bovendien slaat de economi-

292

koning boudewijn

sche crisis hard toe. Veel burgers moeten noodgedwongen ‘soberder’ leven. Dat jaar wordt grootmaarschalk Liebaers aan de deur gezet. ‘Het is opvallend hoe er sinds 1981 een soort reactie is ingetreden in de keuze van de medewerkers,’ noteren auteurs Bracke en Denuit. ‘De aristocratie wint weer veld en men beperkt het rekruteringsveld opnieuw tot de diplomatie, magistratuur, leger en hoge ambtenarij.’ Liebaers heeft het gevecht voor meer vernieuwing aan het Hof verloren.

De moord op Sadat In 1981 bezoekt Boudewijn China. Dat is merkwaardig. Enkele jaren voordien had hij zijn grootmoeder Elisabeth nog uitgekafferd omdat ze door haar reizen naar communistische landen zijn positie en die van de regering in gevaar bracht. Grootmaarschalk Liebaers slaagt erin de reis succesvol te maken. Hij stelt voor om enkele experts mee te nemen die onderbouwde informatie kunnen verschaffen over het land. Paul Melchior en sinologe Marthe Engelborghs vergezellen de vorst. Een anonieme bron beweert dat Boudewijn niet echt geïnteresseerd is in de deskundige uitleg. Dat jaar wordt de Egyptische president Anwar Sadat vermoord. Sadat was van 1970 tot aan zijn dood president van Egypte. In 1973 voerde hij met Syrië de Jom Kipoer-oorlog tegen Israël. Het werd indirect de oorzaak van de oliecrisis. Boudewijn is bijzonder getroffen door deze afschuwelijke moord en wil tot elke prijs de begrafenis in Caïro bijwonen. Voor Boudewijn was Sadat een heilige. Hij keek op naar de man zoals hij opkeek naar Mandela of Habyarimana. Premier Eyskens vindt het onverantwoord. Het veiligheidsrisico is veel te groot. Een recent vrijgegeven geheim cia-rapport bewijst dat de analyse van Eyskens correct was. Ook de cia wijst op een hoog risico op dat ogenblik. Eyskens probeert de koning te overtuigen om thuis te blijven. ‘De koning bleef onvermurwbaar,’ herinnert de politicus zich. Ook minister van Buitenlandse Zaken, Charles-Ferdinand Nothomb,

de jARen TAchTig: bRonS

293

kan de koning niet op andere gedachten brengen. De regering geeft zich gewonnen. In allerijl wordt een team veiligheidsagenten bij elkaar gebracht om de koning in Egypte te beschermen. Eyskens besluit dat hij andermaal een staaltje van de ijzeren wil van de koning te zien kreeg. Boudewijn was door het heilige vuur van zijn overtuiging gegrepen. Volgens Pierre Harmel koos Boudewijn in het Israëlisch-Palestijns conflict resoluut de zijde van de Palestijnen. Ook Harmel zelf neigde in die richting en vertelt in 2003 aan historicus Dujardin dat Boudewijn hem op dat punt ‘geen strobreed in de weg legde’. Boudewijn heeft begin jaren tachtig een geheim onderhoud met de Libanese president Amine Gemayel. Gemayel is president van Libanon van 1982 tot 1988. In zijn memoires vermeldt hij die ontmoeting met Boudewijn. ‘Het was een interessante bijeenkomst met Boudewijn. Hij sprak over tolerantie en co-existentie. We hebben alle problemen die onze moderne samenleving bedreigen, besproken.’ Gemayel weigerde als president de Israëli’s te ontmoeten en had een pro-Palestijns standpunt.

Naakte fietsers in het paleis Medio november 1981 overlijdt de moeder van Fabiola, Blanca de Aragon. Boudewijn en Fabiola zijn op de begrafenisplechtigheid aanwezig. De relatie van Fabiola met haar moeder was al jaren verstoord door het buitenissige gedrag van haar moeder. In de jaren zeventig begon ze steeds meer te lijken op de tweede koningin van België, Marie-Henriette die op het einde van haar leven alleen nog aandacht voor dieren had. Bij Blanca ging haar liefde naar de talrijke honden die een prominente plaats in het huis kregen. Mensen vond ze niet meer belangrijk. Als het koningskoppel in Spanje is, slagen dertig mannen en vrouwen erin om het paleis van Brussel binnen te dringen. Het ging om de cqfd of Cyclistes Quotidiens Follement Dynamiques. Pittig detail: ze waren deels of volledig naakt. Bedoeling was aandacht te vragen voor hun eis. Ze willen de autoloze zondagen opnieuw invoeren.

294

koning boudewijn

Boudewijn geniet als monarch een permanente bewaking. Die beveiliging wordt uitgevoerd door de Veiligheidsdienst bij het Koninklijk Paleis (vdkp), een afdeling van de Federale Politie die de orders rechtstreeks van het Huis van de Koning krijgt. De afweging die gemaakt wordt, is eenvoudig. Alles staat in functie van de verderzetting van de monarchie in ons land. De koning geniet de hoogste prioriteit. De ploeg bestaat uit tweehonderdvierendertig mensen. Er staan zevenenzestig agenten permanent ter beschikking voor de bescherming van de koning en de andere leden van de familie. Ze zijn te herkennen aan de witte oortjes. De vloot van de vdkp bestaat uit negen moto’s, een escortewagen, zeven veiligheidswagens, twee jeeps en elf anonieme auto’s. De federale politie betaalt de kosten.

De devaluatie Koning Leopold is begin jaren tachtig aan zijn laatste opdracht bezig. Hij schrijft een boek waarin hij zijn standpunt geeft over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek verschijnt uiteindelijk in het voorjaar van 2001 met als titel Leopold iii. Kroongetuige. Volgens historici levert het geen nieuwe elementen om het standpunt over de koning te wijzigen, en is het een verbitterd relaas waarin premier Pierlot de zondebok is. Leopold vraagt aan Lilian om het werk te gepasten tijde uit te geven. Boudewijn verzet zich tegen de publicatie. Hij vindt het politiek onverantwoord. Net voor het overlijden van Leopold in 1983 is er een voorzichtige toenadering tussen vader en zoon. Op 31 januari 1982 stuurt Boudewijn een vriendelijk briefje naar zijn vader. ‘Mijn liefste papa, je vriendelijke kaartje heeft me veel plezier gedaan. Het doet goed af en toe aangemoedigd te worden door je vader, zeker als hij hetzelfde beroep heeft uitgeoefend. Je kunt je wel voorstellen hoe gelukkig ik zou zijn je terug te zien en enkele uren met je te praten. Ik zou je dan willen spreken over ons land en mijn rol daarin. Ik omhels je in afwachting van een teken van jouw kant. Je zoon Boudewijn.’ Boudewijn wil het zeker over de slechte economische toestand

de jARen TAchTig: bRonS

295

van België hebben. ‘De toestand in België baart me zorgen. Wat zal er gebeuren met Cockerill Sambre?’ noteert hij in zijn dagboek. Om de economische problemen in ons land op te lossen, zal de frank gedevalueerd worden. De waarde van de Belgische frank wordt verminderd ten opzichte van de andere munten. Het gevolg is dat Belgische bedrijven makkelijker naar de buurlanden kunnen exporteren. Belgische producten zijn door de waardevermindering van de frank daar een stuk goedkoper geworden. Op die manier wordt de Belgische economie aangezwengeld. Boudewijn wordt in februari 1982 op de hoogte gebracht van de penibele monetaire toestand van ons land. Hij hoort dat de frank gedevalueerd zal worden. Jacques van Ypersele bereidt samen met Fons Verplaetse, toenmalige chef van het economisch departement en vicekabinetschef van premier Martens, in het grootste geheim deze devaluatie voor. Van Ypersele was toen economisch kabinetschef van Martens. Volgens Knack heeft Boudewijn net voor deze devaluatie twaalf miljard frank naar de vs getransfereerd. Vanuit een financieel-economische logica is dat onwaarschijnlijk. De devaluatie wordt doorgevoerd. De exporterende Belgische bedrijven krijgen tijdelijk wat extra zuurstof. Maar daarmee zijn niet alle hete hangijzers van de baan. Eind 1982 komt de Algerijnse president Chadli Bendjedid immers naar ons land. Het lopende dossier in verband met de levering van Algerijns aardgas baart de koning ernstige zorgen. Wat mag een koning in dat geval doen? Bij de eedaflegging van de regering Harmel in 1966 specificeert Boudewijn zijn eigen opdracht als volgt: ‘Ingelicht worden, aansporen en waarschuwen.’ Boudewijn haalt de mosterd uit Engeland. Die opdracht is tegelijk zeer vaag en bovendien erg ruim. Vooral bij het begrip ‘aansporen’ kun je in concrete gevallen snel op problemen stoten. De koning tobt over het aardgascontract. Hij vindt dat de politici er een potje van maken en niet snel genoeg beslissingen nemen. In december 1982 belegt de koning een geheime vergadering met Tindemans. ‘Het staatshoofd zou minister Tindemans hebben laten verstaan dat er in een aantal dossiers snel beslissingen moesten komen,’ noteren historici Mark van den Wijngaert, Beullens en Brants. De werklunch lekt uit. De kroon wordt ontbloot. In De Standaard

296

koning boudewijn

van eind 1982 verschijnt een pittig artikel over de vergadering. Wie heeft gelekt? Tindemans omdat hij de demarche van de koning ongepast vond? Had hij tijdens die vergadering te veel druk ervaren van Boudewijn? Of is het iemand van het Comité van Buitenlandse Handel die het moeilijk had met de aanpak van Boudewijn? Boudewijn ging hoe dan ook zijn boekje te buiten. Volgens de historici weten we vandaag nog steeds niet ‘hoe de vork precies in de steel zit’. Heeft de koning tijdens die werklunch enkel informatie gevraagd? Dat is onwaarschijnlijk. Hij heeft immers een eigen kabinet dat hem die informatie kan geven. Heeft hij ‘dringend advies’ gegeven? Het onderscheid is erg belangrijk. Die laatste hypothese is aannemelijker.

Congo: de zoveelste episode Eind juni 1982 worden in Congo dertien parlementsleden veroordeeld. Boudewijn is verontwaardigd. Hij wil een boze brief naar Mobutu schrijven. De vorst verwijst naar de gemeenschappelijke ‘democratische traditie’ van beide landen. Het initiatief komt de regering ter ore. ‘Op de ministerraad rees er heel wat verzet tegen het zenden van zo’n brief,’ herinnert Tindemans zich. Wilfried Martens is pro. Minister Gol tegen. Ook de veiligheidsadviseur van Mobutu, Seti Eyale, vindt het geen goed idee. Hij kent zijn chef. De berisping van Boudewijn zou contraproductief zijn. Boudewijn wil toch doorgaan met zijn plan en verstuurt de brief. Op 17 juli raakt bekend dat de koning zelfs al een tweede brief geschreven heeft. ‘Ik stel me de vraag wie dit de koning in het oor gefluisterd heeft en wie de brief heeft geschreven,’ moppert Tindemans. Boudewijn pleegt een telefoontje met Martens. Hij keurt het initiatief opnieuw goed. Door de economische crisis moet de regering besparen. Zelfs de militaire parade van 21 juli ontsnapt niet aan de besparingsdrift van de ministers. Er vliegen die dag geen straaljagers over Brussel. De brandstof is te duur. Het aantal militaire voertuigen wordt tot het strikte minimum teruggebracht. Boudewijn is niet gelukkig met deze beslissing maar legt er zich node bij neer.

de jARen TAchTig: bRonS

297

Het jaar daarop wordt premier Martens aan zijn hart geopereerd. Boudewijn is de enige die op de hoogte is. De vorst is bijzonder bezorgd. Volgens Hugo De Ridder ging Boudewijn voor de ingreep regelmatig bidden voor zijn premier, samen met oud-politicus Paul-Willem Segers. De bidstonden vinden plaats ‘op dezelfde plek waar de koning achteraf zijn noveen gehouden heeft om de politici ervan te weerhouden het abortusontwerp goed te keuren’. Boudewijn hield zelfs zoveel van zijn premier dat hij Martens na de ingreep op krachten liet komen in Opgrimbie, een domein dat ontoegankelijk is voor buitenstaanders. Martens: ‘De vorst belde elke dag om naar mijn gezondheidstoestand te informeren.’ De koning kwam ook geregeld langs. Martens herinnert zich dat de vorst in een Volkswagen zonder begeleiding reed. Boudewijn nam daarmee volgens de premier te veel risico. ‘Hij trok er zich niets van aan,’ aldus Martens.

Leopold iii sterft In 1983 verliest België twee leden van de koninklijke familie. Prins Karel sterft op 1 juni. Zijn oudere broer Leopold overlijdt op 25 september na een hartoperatie in het Sint-Lucasziekenhuis in Brussel. Boudewijn wil het lichaam van zijn vader groeten. Hij eist dat het ziekenhuis hermetisch afgesloten wordt. Niemand mag zijn weg kruisen. Het typeert Boudewijn. Net voordat hij de kamer waar zijn vader opgebaard ligt betreedt, glipt een persoon buiten. Het is zijn jongste halfzus Esmeralda. Hij herkent ze niet eens. Boudewijn is bijzonder geïrriteerd. ‘Hij herinnerde (het personeel) aan zijn voorafgaande eis,’ noteren Polspoel en Van Den Driessche. Op 1 oktober 1983 wordt Leopold begraven. Het is een trauma voor Boudewijn. Zijn vader is altijd een groot voorbeeld geweest. Baron Dehennin beweert dat hij zelfs met zijn medewerkers over zijn vader praat als voorbeeld voor zijn eigen bewind. Op het bureau van Boudewijn staat een foto van Leopold iii. Voor de eerste keer toont de koning in het openbaar zijn emoties. Hij huilt en toont zich opvallend kwetsbaar en emotioneel. Dat is ongewoon. Rechts van Boudewijn staat weduwe Lilian, links

298

koning boudewijn

Fabiola. Premier Wilfried Martens wil graag aanwezig zijn op de plechtigheid, maar zijn gezondheidstoestand laat het hem niet toe. ‘Voor het eerst sinds 1960 ziet Boudewijn zijn stiefmoeder terug,’ aldus Fralon en zijn coauteurs in Koningen zijn onsterfelijk. Het is tegelijk voor het laatst. Boudewijn en Lilian wisselen nauwelijks enkele woorden. De relatie is te sterk verstoord. Verder dan wat formaliteiten komen ze niet. Prinses Lilian ergert zich zichtbaar aan de overdreven vroomheid van Boudewijn. Zelfs op de begrafenis van Boudewijn geeft Lilian verstek. Voelt Lilian zich verraden door het huwelijk van Boudewijn met Fabiola? Er wordt vervolgens nog een laatste groet gebracht aan de vorst. Op de eerste rij staan vijf van de zes officiële kinderen van Leopold. Van links naar rechts: Alexander, Josephine-Charlotte, Boudewijn, Albert en Esmeralda. Marie-Christine is afwezig. Ze was wel eerder in ons land om afscheid van haar vader te nemen. Kleinzoon Filip is eveneens aanwezig. De prins mist door het overlijden van zijn grootvader een week van het nieuwe academiejaar aan de universiteit van Stanford. Boudewijn wordt voortdurend op de hoogte gehouden van de vorderingen van zijn neef. Spion Guy Mertens bezoekt Filip om de drie maanden. Na elk bezoek brengt hij uitgebreid verslag uit bij de koning. Filip krijgt vanuit Brussel ondersteuning. Dat is nodig. De studies zijn niet voor de poes. Er is bijstand van Van Ypersele en Didisheim. Pierre Chevalier hoort toevallig dat de prins er niet zo’n verpletterende indruk heeft nagelaten. Eind 1983 is er een aangenamer moment voor Boudewijn. Op 13 december is hij samen met twee vrienden, Dom Hélder Câmara en Maurice Béjart, op een persgala in Brussel. Boudewijn glundert.

Boudewijn spant een rechtszaak in De onderkoelde relatie tussen Boudewijn en Lilian zal in de jaren na het overlijden van Leopold iii ronduit bitsig en zelfs hatelijk worden. Begin oktober wordt het testament van Leopold in besloten kring voorgelezen. Boudewijn trekt wit weg. ‘Ze (Boudewijn, Albert en Josephine-Charlotte) vinden dat hun

de jARen TAchTig: bRonS

299

vader in zijn testament hun stiefmoeder te veel bevoorrecht heeft door haar zijn huis in Zuid-Frankrijk na te laten, evenals heel wat juwelen en meubelen uit het kasteel van Laken’, weet Jan Van den Berghe. Neuckermans en Van Den Driessche stellen dat ‘de dood van Leopold tot een financiële regeling noopt waar notarissen aan te pas kwamen’. Ook bij de erfenis van Karel enkele weken daarvoor was er hommeles in de koninklijke familie. Iedereen dacht dat Karel blut was. Dat is niet het geval. ‘De koninklijke familie maakte ruzie over deze onverwachte nalatenschap,’ noteert Fralon. Nochtans had Karel alles in het werk gesteld om zijn familie te onterven. Tevergeefs. Karels vermogen werd bij het begin van de jaren zestig geschat op minstens 500 miljoen frank. Omgerekend: drie miljard frank of 75 miljoen euro vandaag. In 1965 stierf zijn moeder Elisabeth. Een deel van die erfenis ging naar Karel. Algemeen wordt aangenomen dat het initieel omvangrijke vermogen in de loop der jaren aardig slonk. Karel heeft zich in zijn leven financieel erg slecht laten bijstaan en is zelfs twee keer opgelicht geweest door zijn ‘adviseurs’. Bovendien gaf Karel graag erg veel geld uit. Op het einde van zijn leven moeten van het grote vermogen nog enkele miljoenen euro overgebleven zijn. Een exact cijfer hebben we niet. Het verdelen van de nalatenschap van Leopold wordt een helse klus. Boudewijn neemt een legertje advocaten onder de arm om het onderste uit de kan te halen. In Le Monde verklaart Boudewijn enkele jaren later: ‘Waarom moet één individu steenrijk zijn? Waarom die bezittingen vanaf een bepaald niveau niet ter beschikking stellen van het algemeen welzijn?’ De advocaten van beide partijen dienen hun conclusies in bij de rechtbank. Er wordt zelfs een eerste keer gepleit. Achter de schermen wordt ook druk bemiddeld. ‘Op de valreep wordt alsnog een compromis uitgewerkt,’ schrijft Van den Berghe. Een proces zou het prestige van de monarchie immers ernstig schaden. Dat bewijzen de rechtszaken van prins Karel tegen zijn adviseurs of die van prinses Louise, dochter van Leopold ii.

300

koning boudewijn

‘Vervlaamsing’ van het Paleis Het testament van Leopold bevat nog een verrassing. Hij wil zijn laatste rustplaats naast Lilian. Dat levert een praktisch probleem op, want in de graftombe ligt ook al zijn eerste vrouw, koningin Astrid. De graftombe in de crypte van Laken moet dus verbreed worden. Boudewijn geeft er zelf de instructies voor. De werkzaamheden moeten klaar zijn voor Lilian overlijdt. Arbeiders die de klus klaren, vertellen dat de vorst tijdens de werkzaamheden elke dag het graf van zijn ouders bezoekt. Pikant detail: prinses Lilian wilde net niet in de crypte van Laken begraven worden. Zij had uitdrukkelijk in haar wilsbeschikking bepaald dat ze op het domein van Argenteuil begraven wilde worden. Dat verzoek werd niet ingewilligd. In 1983 wordt Claude de Valkeneer vervangen door de Vlaming en diplomaat Marc van Craen. Ook Herman Dehennin komt in dienst. Kabinetschef Jean-Marie Piret maakt plaats voor Jacques van Ypersele de Strihou. Volgens de Franstalige journalist Jo Gérard is die laatste vervanging eveneens een aanwijzing van de Vlaamse versterking, althans zo zien de Franstaligen het. De belangrijkste reden hiervoor is dat Van Ypersele behoorlijk goed Nederlands spreekt en als tweetalig beschouwd wordt. Hij komt bovendien uit het kabinet van Wilfried Martens. Met dat argument schudt hij zijn cdh-etiket van zich af. Anderen zien in de Oost-Vlaamse oorsprong van de familie een bewijs voor het Vlaamse karakter van de man. Ook de naam Ypersele verwijst naar Vlaanderen, meer bepaald naar het gehucht Niepenzele bij Diegem. Dat zijn evenwel allemaal drogredenen. Van Ypersele is een volbloed Franstalige edelman die weinig voeling met Vlaanderen heeft. Zijn studies deed hij aan het elitaire en Franstalige SaintMichelcollege te Brussel. De universitaire studies volgde hij in Namen en in Louvain-la-Neuve. Van Ypersele komt erbij op aanraden van kardinaal Suenens. Tussen Boudewijn en Van Yp klikt het meteen. ‘Het psychologisch en geestelijk profiel van beide heren paste wonderwel en complementair bij elkaar. Ze hadden allebei dezelfde visie op de mens en de samenleving. Ze waren des âmes soeurs, die samen werken aan

de jARen TAchTig: bRonS

301

het koninkrijk Gods op aarde,’ vertelt een Franstalige politicus aan Polspoel en Van Den Driessche. Van Yp is bijna perfect. Hij heeft slechts één gebrek. Het is een theoreticus met nagenoeg geen praktijkkennis. Liebaers ziet nog een ander gebrek: ‘Hij kan niet samenwerken.’ De verklaring voor deze ‘vervlaamsing’ van het Paleis is dat de populariteit van de monarchie begin jaren tachtig in Vlaanderen te wensen overlaat. De Vlaamse pers staat onverschillig tegenover de monarchie. Een mooi voorbeeld hiervan is de tentoonstelling met als thema de (toen) 5 Belgische koninginnen. Die vindt plaats in het Legermuseum in 1982. In de Franstalige pers wordt over deze tentoonstelling uitvoerig bericht. ‘De Nederlandstalige pers, met uitzondering van Het Laatste Nieuws, besteedt zelfs geen enkele regel aan de tentoonstelling,’ weet Jo Gérard. De rtbf maakt een lange reportage over het gebeuren. De brt zwijgt. Uiteindelijk komen er 150 000 – vooral Franstalige – bezoekers naar het legermuseum.

De rol van onderkoning Van Ypersele De relatie tussen ‘onderkoning’ Van Ypersele en Boudewijn is vanaf de start opperbest. Na elke audiëntie van Boudewijn krijgt de kabinetschef een verslag. ‘Uit kleine puntjes kon ik meermaals opmaken dat Van Ypersele na het persoonlijke gesprek door de koning behoorlijk volledig op de hoogte werd gebracht van de belangrijkste elementen van het onderhoud,’ vertelt een minister. Van Ypersele geeft aan Boudewijn de vragen waarop hij graag een antwoord wil. De notities van Boudewijn in zijn Atomaschriftje, vormen een handige leidraad bij de debriefing achteraf. ‘Je zou bijna gaan vermoeden dat Van Ypersele via een intercomverbinding kan meeluisteren naar wat in het koninklijke bureau wordt verteld,’ fluistert een anonieme politicus. Tussen grootmaarschalk Herman Liebaers en Van Ypersele klikt het niet. ‘Als de kabinetschef zich begint te gedragen als een politicus, is er iets rot in het koninkrijk België,’ vertelt Liebaers boos. Hij zag machteloos de invloed van onderkoning Van Yp steeds toenemen.

302

koning boudewijn

Van Ypersele de Strihou voelt zich boven alles en iedereen verheven: ‘Hij hoeft nooit verantwoording af te leggen,’ weet Manu Ruys. Ruys vindt hem een machtig man: ‘Hij ziet, hoort en weet alles.’ Volgens de voormalige hoofdredacteur is het een van de zwakke punten van onze parlementaire democratie. Volksvertegenwoordigers interpelleren een regering zelden of nooit over wat op het paleis gebeurt en wat daar bedisseld en beslist wordt. ‘Het Paleis vergeet nooit, vergeeft nooit,’ is de verklaring Midden jaren tachtig beslist Boudewijn gas terug te nemen. ‘Hij geeft zijn medewerkers de opdracht zijn werkrooster te verlichten en zijn privéleven te respecteren,’ weet biograaf Fralon. Die vrijgemaakte tijd gebruikt Boudewijn om zijn prinselijke neven te ontvangen, onder meer de leden uit het Huis van Württemberg, van Habsburg, van Liechtenstein en van Beieren. Workaholic Van Ypersele is tevreden met deze beslissing van Boudewijn. Zo kan hij zich nog beter profileren. Hij neemt van bij het begin veel dossiers op zich. ‘Sommigen vinden dat er te veel dossiers aan De Strihou worden toevertrouwd,’ noteert Fralon. Op 20 april 1983, een mooie lentedag, wordt Leo Tindemans uitgenodigd door Boudewijn. Tindemans moet uitleggen hoe hij de verhouding ziet tussen ‘Buitenlandse Betrekkingen’ en de gewesten en de gemeenschappen. Boudewijn wil deze bevoegdheid federaal houden. ‘Dan volgt de voor mij verbijsterende vraag,’ vertelt Tindemans: ‘Kan dit (deze verhouding) niet worden geregeld door het Arbitragehof ?’ Hij gelooft zijn oren niet. Dit Hof bestond toen niet eens. Bovendien betrof het de grondwettelijke positie van de koning. ‘Hoe kan dit probleem het voorwerp van een politieke arbitrage zijn?’ Tindemans vertelt met plezier nog een andere anekdote die volgens hem duidelijk aantoont dat Boudewijn compleet wereldvreemd is. Tindemans had tijdens de wekelijkse audiëntie verwezen naar een uitzending op de televisie waarin een aantal belangwekkende politieke uitspraken werden gedaan. Boudewijn vraagt Tindemans waarom hij hem hierop niet attent had gemaakt. ‘Maar hoe kon ik dat weten?’ vraagt Tindemans. ‘Ik wist toch zelf niet vooraf hoe een televisiedebat zou verlopen, wat de deelnemers zouden zeggen of repliceren?’

de jARen TAchTig: bRonS

303

Neuengamme-Meensel-Kiezegem Op 29 juni 1984 geeft Boudewijn in het park van het kasteel van Laken een tuinfeest voor de parlementsleden. De vorst kan het er goed vinden met Antoinette Spaak, dochter van Paul-Henri en fdf-voorzitster. Het is de Vlaamse pers ook opgevallen. Daarna knoopt de vorst een lang gesprek aan met de Waalse socialist André Cools. Enkele dagen later, in juli, betuigt Boudewijn persoonlijk eer aan de slachtoffers van Meensel-Kiezegem. In 1969 werd op het erekerkhof van Meensel-Kiezegem, in aanwezigheid van de socialistische minister van Justitie Alfons Vranckx, een herdenkingsteken Neuengamme-Meensel-Kiezegem ingehuldigd. Vanaf dan is er om de vijf jaar een nationale herdenkingsplechtigheid. Meensel-Kiezegem is een dorpje in Vlaams-Brabant. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstaan er twee kampen in het dorp. Meensel kiest voor passieve collaboratie en gematigd verzet, terwijl in Kiezegem twee families zich openlijk Duitsgezind opstellen. Een van die families is het gezin Merckx. Na een razzia in augustus 1944 werden eenenzeventig inwoners naar Neuengamme weggevoerd. ‘De uiteindelijke balans is tragisch: vijfenvijftig inwoners van Meensel-Kiezegem en twaalf mensen uit de omgeving sterven in de deportatie,’ noteert historica Kesteloot. Dat Boudewijn in 1984 aanwezig is bij de herdenking van de slachtoffers is ironisch. De aanleiding voor de deportatie en de uiteindelijke dood van tientallen inwoners is de moord op de Duitsgezinde Gaston Merckx. De razzia van de Duitse en Vlaamse SS’ers is een vergeldingsactie voor die moord. Ironisch, want Boudewijn heeft een grote bewondering voor Eddy Merckx. Na winst in de Ronde van Frankrijk in 1969 werd hij zelfs regelmatig op het paleis uitgenodigd. De ontmoeting van de Belgische vorst met Isabella Allende op 15 maart 1985 is dan weer ronduit cynisch. Isabella is de nicht van de vermoorde Chileense president Allende. Zou ze weten dat Boudewijn de campagne van tegenstander Frei gefinancierd heeft?

304

koning boudewijn

Boudewijn wil niet naar Congo gaan Op 29 mei vindt het Heizeldrama plaats. Bij geweld tussen fans van Juventus en Liverpool komen negenendertig mensen om het leven. De finale van de Europacup i ontaardt in een drama. Boudewijn heeft die avond in Laken Amerikaanse gasten op bezoek. Een dienstbode informeert de koning discreet dat er zich een ramp voltrekt. Boudewijn zet de televisie aan. Hij ziet de ramp live op tv. Hij vraagt zijn Amerikaanse gasten om samen te bidden voor de slachtoffers. ‘Beste vrienden,’ zegt Boudewijn, ‘we moeten knielen en bidden. Voor hen die schuld hebben aan de ramp en voor de slachtoffers.’ Hij murmelt nauwelijks hoorbaar: ‘Vuur blus je niet met vuur.’ Fralon vindt het een vreemde uitspraak voor een staatshoofd. ‘Heeft hij de moed opgegeven?’ In die periode is de paus in België. Boudewijn is in zijn nopjes. Johannes Paulus ii was volgens waarnemers in vorm. Zelfs toen hij kritisch werd toegesproken door Véronique Oruba in Louvainla-Neuve, verloor de paus zijn goed humeur niet. Op 20 mei is de bijna voltallige koninklijke familie in Laken samen verenigd met Johannes Paulus ii. Alleen prins Laurent ontbreekt. Volgens halfbroer Michel Didisheim was dit een van de gelukkigste periodes in het leven van de koning. ‘Wat van het Vaticaan kwam, was belangrijk voor hem. Vooral als het van Johannes Paulus ii kwam.’ Didisheim vertelt dat Boudewijn hem de paus op een dag persoonlijk heeft voorgesteld. De vorst zag het als een geschenk aan zijn halfbroer. ‘Ik voelde dat Boudewijn een soort verering had voor deze paus,’ beweert Didisheim. Dat gesprek had plaats in 1983, toen Boudewijn bij de paus persoonlijk lobbyde voor de heiligverklaring van pater Damiaan. Ook moeder Teresa zette zich toen in voor het dossier van de Vlaamse pater. Congo viert op 30 juni 1985 vijfentwintig jaar onafhankelijkheid. Ook dat moet herdacht worden. Boudewijn ontvangt een officiële uitnodiging van Mobutu, maar heeft geen zin om te gaan. Hij kiest voor de Wereldtentoonstelling in Japan, die op hetzelfde tijdstip georganiseerd wordt. Het is een drogreden. Als deze weigering de

de jARen TAchTig: bRonS

305

Boudewijn en Fabiola op bezoek bij president Mobutu tijdens de viering van 25 jaar onafhankelijkheid van Congo. regering ter ore komt, is er verbijstering. Tindemans noteert in zijn dagboek dat het Paleis dat niet kan maken. ‘Het is een zaak van de regering.’ Er wordt druk gezet op Boudewijn. Hij zal uiteindelijk aanwezig zijn op het feest, maar zijn boodschap is uiterst koel. Boudewijn neemt op die manier wraak. De toespraak zal nog nare gevolgen krijgen. Journalist Manu Ruys was er toen bij. ‘Tijdens het galadiner hield Mobutu een opvallend warme welkomstrede,’ staat in Een levensverhaal. Het antwoord van Boudewijn stak er schril tegen af. ‘De koning offert het thema van de mensenrechten niet op aan de euforie van het elkaar terugvinden,’ verduidelijken Franck en Roosens. Boudewijn vraagt ‘eerbied voor de menselijke persoon en zijn rechten’. De aanwezige Belgische zakenlui waren verontwaardigd en keken eenparig met een boze blik naar Tindemans. De minister had er niets mee te maken. ‘Ik zou hem (de tekst) anders hebben geschreven,’ vertelt Tindemans. Meer verzoenend, bedoelt hij. Volgens Ruys is er over de oorsprong van de rede van Boudewijn geen discussie. De kille en

306

koning boudewijn

harde tekst van Boudewijn kwam van het Hof. Boudewijn zette toen de toon voor de afkoeling van de relatie tussen beide landen.

De koning smokkelt? In 1985 is de angst voor de Bende van Nijvel in ons land groot. Klanten durven niet meer gaan shoppen in de winkels van Delhaize. Sinds 1982 pleegt een onbekende groep misdadigers aanslagen, overvallen en moorden. De speurders zitten met de handen in het haar. In totaal vallen achtentwintig doden. Tot vandaag weten we niet wie achter deze aanslagen zat. Halverwege de jaren tachtig heeft Boudewijn een vertrouwelijk gesprek met Herman De Croo. Plots stelt Boudewijn hem de volgende vraag: ‘Bent u niet bang voor een machtsgreep in België?’ De Croo antwoordt met een grapje en stelt dat niemand weet waar de macht zich precies bevindt. De vraag van Boudewijn op dat ogenblik is bijzonder merkwaardig. Het wijst erop dat de vorst vermoedt of zelfs weet dat de aanslagen van de Bende van Nijvel de bedoeling hebben het staatsbestel te ontwrichten, een spoor dat sommige onderzoekers plausibel achten. In 1985 loopt de regering Martens v op zijn einde. De fut is eruit. De nasleep van het Heizeldrama werpt ook een lange schaduw op de bevoegde bewindslieden. Herman De Croo is dan minister van Communicatie en ptt. De Croo wilde uit de regering stappen om voorzitter van de liberalen te worden. Hij had zijn intentie ook aan Boudewijn te kennen gegeven. Maar om vier uur ’s nachts krijgt hij een telefoontje van het Paleis. Het is de uitdrukkelijke wil van Boudewijn dat hij in de regering zou blijven. Achteraf beschouwd vindt De Croo het de grootste fout in zijn loopbaan. Begin juli is er alweer paniek op het Paleis. De koning is net thuis van de viering in Congo. De Morgen onthult dat Boudewijn een smokkelaar is. Bij het vertrek uit Congo werd het koninklijke vliegtuig in Gemena volgens de hoofdredacteur volgestouwd met Congolees ivoor en zeldzame apen. Hij had het met zijn eigen ogen gezien. Het bericht wordt overgenomen door de buitenlandse kranten. The Times schrijft op 12 juli: ‘King accused of smuggling.’ Het Zwitserse

de jARen TAchTig: bRonS

307

Le Journal de Genève citeert een persbericht van het persagentschap Reuters. Een hoge functionaris van het departement Landbouw verklaart dat een onderzoek geopend wordt naar de zaak ‘waarin de koning betrokken lijkt’. De man verwijst naar de Conventie van Washington die stelt dat dergelijke dieren niet zonder vergunning uitgevoerd mogen worden. ‘En die is (in dit geval) niet afgeleverd.’ De reputatieschade in het buitenland is groot. De ‘gesmokkelde’ slagtanden en chimpansees waren een geschenk van Mobutu. In het boek Eating apes wordt over die apen een merkwaardige theorie gelanceerd. Auteurs Dale Peterson en Karl Ammann beweren dat de twee Congolese chimpansees besmet waren met siv, de apenvariant van hiv. De twee chimpansees verhuizen naar de Antwerpse dierentuin. Een van de twee apen sterft kort nadien. Liebaers was niet verbaasd toen het verhaal in de krant verscheen. Het smokkelavontuur vertoonde immers merkwaardige parallellen met een vroeger staatsbezoek van Boudewijn. De vorst bezocht eerder Indonesië. Liebaers had zijn vriend Walter Vandenberghe, directeur van de zoo van Antwerpen, meegenomen. Vandenberghe was er eerder in geslaagd jonge krokodillen vanuit de vs naar België te smokkelen. In Indonesië slaagde hij erin een paar zeldzame slangen in het koninklijke vliegtuig te verbergen. ‘Wat de slangen betreft was alleen de koning op de hoogte,’ beweert Liebaers met stelligheid. De regering wordt over het voorval in het parlement geïnterpelleerd. Minister Tindemans dekt de kroon. Hij neemt de verdediging van Boudewijn op zich. De Amerikaanse krant LA Times schrijft na de interventie van Tindemans: ‘Belgium OK’s Kings Monkey Business’. ‘Monkey business’ slaat op de ‘gesmokkelde’ apen. Maar ‘monkey business’ betekent ook bedrieglijke of misleidende activiteiten.

De zaak Van den Bogaert Enkele dagen later, op 18 juli, wordt de Vlaamse socialist Ronald Van den Bogaert in Congo aangehouden. Hij is volgens Mobutu in het bezit van ‘contrarevolutionaire’ documenten. Van den Bogaert is de Zaïrespecialist van de socialisten. Hij is een rabiate tegenstander van Mobutu. Medio september wordt de

308

koning boudewijn

man in Congo veroordeeld tot tien jaar gevangenis. De aanklacht, samenzwering tegen de staatsveiligheid van Congo, is bewezen. Links Vlaanderen staat op zijn kop. Volgens Fralon kan minister Tindemans maar geen beweging in het dossier krijgen. Tindemans kent Mobutu nochtans zeer goed. Tussen beide mannen bestaat er een vertrouwensband. Fralon schrijft: ‘Leo Tindemans gaat naar Kinshasa. Tevergeefs.’ Boudewijn zou in eerste instantie niet willen tussenbeide komen. ‘De socialisten vragen de vorst (uiteindelijk) te reageren,’ vervolgt Fralon. ‘Boudewijn schrijft aan Mobutu en vraagt hem Ronald Van den Bogaert gratie te verlenen.’ Eind januari 1986 komt de man vrij. De werkelijkheid is iets genuanceerder. Op 18 november 1985 telefoneert Wilfried Martens naar Tindemans. Martens vraagt de minister om op zondag 24 november in Kinshasa aanwezig te zijn. Mobutu viert dan zijn twintigjarig ambtsjubileum. Tijdens de viering heeft Tindemans een gesprek over het dossier Van den Bogaert. Tindemans gebruikt al zijn argumenten en pleit met overtuiging. De minister vraagt Mobutu om grootmoedig te zijn. Die dag al is duidelijk dat er een snelle oplossing op komst is. Tindemans vraagt aan Mobutu wat hij de Belgische pers bij zijn aankomst in Zaventem mag vertellen. Mobutu geeft aan dat Tindemans ‘mag zeggen wat hij wil’. Hij zal ‘niet ontgoocheld’ zijn. Enkele weken later wordt Van den Bogaert vrijgelaten.

Vrijlating ondanks Boudewijn Van den Bogaert komt dus vrij ondanks de interventie van het Hof. ‘Ik vermoed dat Mobutu zich wreekt,’ schrijft Tindemans op 9 januari 1986 in zijn Politiek Testament. Tindemans telefoneert met de Belgische ambassadeur Putman in Congo en de Congolese ambassadeur Ekila in België. ‘Hij (Mobutu) is het dispuut over de rede van de koning niet vergeten (op het feest in juli) en wil nu dat Boudewijn naar Canossa gaat.’ Ook de houding van kabinetschef Van Ypersele helpt niet in het dossier: ‘De ambassadeur vermoedt dat Mobutu Van Ypersele ervan verdenkt geen vriend van Zaïre te zijn.’ Boudewijn was op 30 juni 1985 in Congo. Nauwelijks enkele

de jARen TAchTig: bRonS

309

dagen na het bezoek van Boudewijn en zijn ongelukkige toespraak, wordt Van den Bogaert aangehouden. Boudewijn had in Kinshasa voor heel wat opschudding bij Mobutu én de aanwezige Belgen gezorgd. Er is nog slecht nieuws. In de zomervakantie van 1985 wordt de Silco, de boot van de familie Houtekins-Kets, voor de Libische kust geënterd. De familie wordt gegijzeld. Twee jaar lang weet men zelfs niet eens waar de familie verblijft. Pas in 1987 eist Walid Khaled van Aboe Nidal de gijzeling op.

Opgrimbie Filip wordt klaargestoomd om Boudewijn op te volgen. Het is de uitdrukkelijke wens van de koning dat hij opgevolgd wordt door zijn neef. Boudewijn wil regeren tot in 1995. De kroonprins bewondert zijn oom. Hij is regelmatig te vinden bij Boudewijn en Fabiola. Zijn weekends brengt hij vaak door op het buitenverblijf Fridhem in Opgrimbie. Fridhem is een duidelijke verwijzing naar koningin Astrid. Het koningspaar is er volgens de voormalige burgemeester Wim Terwingen in die periode bijna elk weekend te vinden. ‘Het is een imitatie-Bokrijkhuis, gebouwd naar advies van de conservator van Bokrijk Jozef Weyns,’ weten Misjoe Verleyen en haar collega’s. Veel smaak heeft het paar niet. Ook in Laken valt de inrichting van het privéappartement uit de toon door de vreemde keuzes. Het is een bric-à-brac. Boudewijn kan zich in Opgrimbie terugtrekken. De fermette doet hem denken aan het speelhuisje dat Leopold voor hem gebouwd heeft of aan de hut die hij zelf in Ciergnon, met zijn medeleerlingen, in elkaar heeft gestoken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zoekt er privacy en beslotenheid. In het midden van de jaren tachtig rijpt het plan bij Boudewijn om een deel van de grond weg te schenken. Hij wil dat er na zijn dood een klooster gebouwd wordt. Het buitenverblijf van Opgrimbie is een huwelijksgeschenk van Boudewijn aan Fabiola. Het scheelde niet veel of het werd in de jaren zestig door een brand verwoest. Toen werd er naast de woning op twee plaatsen doelbe-

310

koning boudewijn

wust brand gesticht. De bosbrand bedreigde even de woning. Op het laatste moment veranderde de wind van richting. De daders werden nooit gevat. In de pers werd op vraag van de vorst geen ruchtbaarheid aan de zaak gegeven. Boudewijn laat niet na het leven van Filip te sturen en te controleren. Volgens Barend Leyts kneedt Boudewijn zijn neef ‘tot een kopie van zichzelf’. Filip laat zich ook gewillig kneden. Hij heeft de ruggengraat van een worst. Eind 1985 verhuist Filip naar een appartement in het paleis van Brussel. Hij is dan nog dichter bij zijn oom en tante. Boudewijn bepaalt en betaalt de inrichting. Filip krijgt enkele afgedankte meubels. ‘Boudewijn houdt de vingers stevig op de knip,’ aldus het boek Kroonprins Filip. De prins mag weinig zelf beslissen. Het keurslijf van Boudewijn is strak. Filip krijgt in de tweede helft van de jaren tachtig evenmin inspraak in zijn eigen tijdsbesteding. Het is Boudewijn die beslist welke taken Filip moet uitvoeren. Filip schikt zich gewillig naar de wensen van zijn oom. Boudewijn maakt een grote fout: hij maakt van Filip een eenzame student. De prins krijgt privéles op het paleis. Eminente professoren moeten hem wegwijs maken in de economie en het recht. Boudewijn vergeet dat het contact met medestudenten belangrijk is. Boudewijn stuurt Filip ook in het veld. Hij mag enkele bezoekjes afleggen en stages volgen. Boudewijn regisseert alles. Niets mag aan het toeval overgelaten worden. Dat Filip zo houterig overkomt, is de schuld van Boudewijn. Rudi Bogaerts stelt dat de prinsen kapot gemaakt zijn door hun omgeving. ‘Zelfs de vragen die Filip mag stellen, worden op voorhand afgesproken,’ weten Leyts, Balfoort en Van den Wijngaert. Filip is een marionet van zijn oom. Boudewijn trekt aan alle touwtjes. ‘Het kinderloze echtpaar heeft van de stille Filip een karikatuur gemaakt,’ besluiten de auteurs.

Asceet? Over Boudewijn wordt verteld dat hij ascetisch leeft. Hij houdt niet van lekker eten en hij drinkt nooit een druppel alcohol. Herman Liebaers spreekt dit met klem tegen.

de jARen TAchTig: bRonS

311

Ook halfbroer Didisheim benadrukt dat de ascese van Boudewijn een mythe is. ‘Boudewijn at veel, ondanks zijn magerte.’ Liebaers herinnert zich een bezoek aan het olieboorplatform van Ekofisk in 1974. De gasten krijgen een uitstekende maaltijd voorgeschoteld. Het dessert is zalmijs. ‘Mooie, zalmkleurige bollen, opgehangen aan een soort metalen bonsai, in gezelschap van een Irish Mist.’ Volgens Liebaers liet Boudewijn zich toen een tweede keer bedienen. Enkele jaren later in Frankrijk, op bezoek bij mijnheer en mevrouw Marnier (van Grand Marnier), vond Boudewijn het dessert, een soufflé au Grand Marnier, zo lekker dat hij een tweede portie vroeg. Liebaers noteert tongue in cheek dat die tweede portie eigenlijk tegen de regels is. De lievelingstaart van Boudewijn was er een met rabarber, gemaakt door de voormalige Brusselse banketbakker Nihoul. En als de grootmaarschalk de koning meetroont naar het toprestaurant Comme Chez Soi, antwoordt Boudewijn bij het buitengaan dat hij nog honger heeft. Liebaers vindt dat ‘een goed teken’. Als Fabiola uithuizig is, gaat Boudewijn volgens Balfoort en De Voogt naar de keuken en vraagt ‘samenzweerderig’ aan de kok om een entrecote met sla en frietjes. Boudewijn vertoeft graag in de keuken. Soms brengt hij een zelfgevangen vis mee. Fabiola vertelt Lutgart Simoens dat Boudewijn dol is op ijsjes en sorbets. Of beter, de koningin leest de antwoorden af van haar spiekbriefje. De vragen voor het ‘interview’ werden eerder doorgegeven. Boudewijn is een zoetekauw. In zijn kopje koffie doet hij vier klontjes suiker. Ook de mythe dat Boudewijn geen druppel alcohol aanraakt, is fout. In een Frans restaurant laat de vorst een fles rosé champagne aanrukken. Tijdens een maaltijd in een eenvoudig eethuis bestelt de koning landwijn. Het contrast met officiële gelegenheden is groot. Vandaar de verhalen over de vorst. Dan is Boudewijn gierig. ‘Op officiële plechtigheden dragen de lakeien de dienbladen met droge kaasblokjes rond tot er om gelachen wordt,’ weten Barend Leyts en zijn medeauteurs. Tindemans bevestigt dit. Hij krijgt tijdens een receptie in 1987 ‘zakouski’s die uit de koelkast lijken te komen’. Er wordt onder Boudewijn bespaard op voedsel. Dat merk je

312

koning boudewijn

Boudewijn deed zich graag voor als een volkse vorst. Hier is hij zelfs verkleed als bierdrinkende mijnwerker. aan de menukaarten. Er worden hoogstens drie gangen en een bescheiden wijntje geserveerd. De leveranciers van het eten krijgen bovendien niet onmiddellijk hun geld. Toch is Boudewijn erg bezorgd om het imago van de monarchie. Onder ambassadeurs en diplomaten wordt smalend gedaan over de krenterigheid van Boudewijn. Hij is zich daar niet eens van bewust.

De Europese eenmaking In november 1985 is Amerikaans president Ronald Reagan op officieel staatsbezoek in ons land. Boudewijn wacht hem op. Er ontploffen twee bommen om de president te verwelkomen. De eerste bij het gebouw van ibm in Terhulpen. De tweede bij Motorola, op enkele kilometer van de navo in Evere. Reagan verliest er zijn goed humeur niet door. Enkele weken later begint dan een belangrijk jaar voor de Europese eenmaking. Spanje en Portugal treden binnenkort toe tot de

de jARen TAchTig: bRonS

313

Europese Unie. In dat jaar wappert voor het eerst de officiële Europese sterrenvlag in Brussel. In 1981 werd Griekenland lid. In februari wordt de Europese akte tot wijziging van het Verdrag van Rome ondertekend. Boudewijn heeft dan een hele weg afgelegd. Hij weigerde immers de volmachten te leveren tot ondertekening van dat verdrag. Boudewijn blijft op Europees vlak vrij terughoudend en wantrouwig. Tindemans vindt hem zelfs naïef. Op 19 juni 1986 heeft Boudewijn een vertrouwelijk gesprek met de minister. De twee wandelen in de tuin van Laken. De koning stelt Tindemans enkele vragen over Europa. ‘Kunnen we geen Europa met twee snelheden maken? vraagt de vorst. Het voorstel van Boudewijn gaat regelrecht in tegen de Europese strategie om de nieuwe lidstaten zo snel mogelijk te integreren. Van nieuwe landen zoals Spanje en Portugal wordt verwacht dat ze zich zo snel mogelijk aanpassen. Het toont volgens waarnemers aan dat Boudewijn zich zijn hele leven vragen is blijven stellen over de Europese eenmaking. Hij vreesde vooral een aantasting van het nationale niveau. In de herfst van 1986 ontvangt Boudewijn Anatoly Sharansky. De Russische jood heeft een gesprek van een uur met de vorst. In 1978 werd de man in de Sovjet-Unie veroordeeld tot negen jaar strafkamp in Siberië. In 1986 werd hij prompt uit het land gezet. Later veranderde hij zijn naam in Natan Sharansky. Vandaag houdt hij er zionistische ideeën op na. Martens neemt midden oktober 1986 ontslag als premier. De cia volgt de situatie in ons land van nabij op. In recent vrijgegeven documenten staat dat ‘Martens en Boudewijn zullen proberen de zaken wat af te koelen vooraleer ze een verandering in de regering overwegen’. Dat is precies wat er gebeurt.

De rede voor het Europees Parlement Fabiola had een grote invloed op Boudewijn. ‘Met de jaren wordt Boudewijn gevoeliger voor het Iberische katholicisme van zijn echtgenote,’ weet Mark van den Wijngaert. De vader van Fabiola was naar alle waarschijnlijkheid lid van Opus Dei. Volgens Maud

314

koning boudewijn

Bracke ziet Boudewijn zijn taak steeds meer als een religieuze roeping. Sinds zijn huwelijk heeft Boudewijn bij elk werkbezoek een paternoster op zak. Tussen audiënties door bidt hij of schrijft hij een korte passage van het evangelie over. In de slaapkamer van Boudewijn wemelt het van de Mariabeelden en Heilige Harten. Boudewijn is rotsvast overtuigd van het bestaan van de duivel. Hij meent dat die mensen met goede bedoelingen kan dwarsbomen. Hij vertelt aan een journalist dat de duivel zelf achter een gebeurtenis zit. Het is een belangrijk kenmerk van de charismatische beweging. De koning heeft het recht om te geloven wat hij wil. Van een vorst wordt wel verwacht dat zijn geloof een privézaak is. Leopold iii benadrukte die visie tijdens zijn korte koningschap. Boudewijn is anders. Op 1 januari 1987 wordt België voorzitter van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap. In zijn rede voor het Europees parlement vraagt de koning aan God om Europa te beschermen en te zegenen. Deze zin stond niet in de goedgekeurde tekst. Boudewijn handelde alweer op eigen houtje. In de regering wordt boos gereageerd. Minister Gérard Deprez is verontwaardigd: ‘Een dergelijke toespraak had de koning niet mogen houden,’ roept hij. Het standpunt van de meeste mensen is net omgekeerd. Weinigen zijn verwonderd dat Boudewijn iets dergelijks verkondigt. Ze zijn het van hem gewoon. De breuklijn tussen voor- en tegenstanders van de koning ligt in ons land niet meer tussen Vlaanderen en Wallonië maar tussen gelovigen en niet-gelovigen. Het betekent dat, naarmate de ontkerkelijking van Vlaanderen verder gaat, de aanhang voor het koningshuis zal afnemen. Ook de rede van Boudewijn op 20 januari 1987 voor de gestelde lichamen valt niet bij iedereen in goede aarde. De koning houdt een zwak betoog over Europa. ‘Wie heeft die rede opgesteld of er zijn zegen voor gegeven?’ schampert Tindemans. ‘Ik in ieder geval niet.’ In februari is er nog een relletje rond de Oostenrijkse president Kurt Waldheim. Boudewijn weigert een cultureel festival van Oostenrijk in ons land te sponsoren omwille van het verleden van Waldheim.

de jARen TAchTig: bRonS

315

Op 16 maart is er bij de koning een receptie voor de ‘twaalf’. Tindemans noteert dat het in amper veertig minuten afgelopen is. ‘Dat was, dames en heren, de herdenking van de ondertekening van het Verdrag van Rome,’ sneert de politicus. De herdenking vond plaats in een stoffige zaal en de hapjes waren koud terwijl ze warm moesten zijn.

Boudewijn wil Happart vermijden Boudewijn bezoekt in 1987 het Europees Parlement. De kans is reëel dat hij er Europarlementslid José Happart tegen het lijf loopt. Het Paleis wil er alles aan doen om een nieuwe confrontatie tussen beide mannen te vermijden. Happart is sedert zijn handdruk aan Boudewijn persona non grata. Op 11 maart 1987 trekken twee medewerkers van Boudewijn, baron de Posch en Marc van Craen, naar Straatsburg. Ze regelen er het bezoek van de koning. Het verzoek van het tweetal is dat Boudewijn tijdens zijn bezoek geen contact met Happart heeft. Tindemans vindt het geen goed idee. ‘Ik ben bang dat ze daarvoor al met te veel mensen hebben gepraat.’ Tindemans zou de zaak gewoon op zijn beloop laten en ervoor zorgen dat er tijdens de lunch geen fotografen in de buurt zijn. Op 17 maart is er een frontale aanvaring van de kabinetschef van Tindemans met kabinetschef Van Ypersele. ‘Van Ypersele wil dat Martens daarover een vergadering bijeenroept,’ noteert Tindemans. Vander Espt, de kabinetschef van Tindemans, weigert aanwezig te zijn. Tindemans steunt zijn medewerker. ‘Ik heb in Laken duidelijk gemaakt hoe ik over dat bezoek denk.’ De vergadering levert het volgende plan op. Boudewijn wil een selectie maken uit de Belgische parlementsleden. Hierdoor kan hij een ontmoeting met Happart vermijden. Het voorstel wordt door het Europees parlement afgeketst. Vanuit die hoek suggereert men dat Boudewijn na zijn spreekbeurt onmiddellijk vertrekt. ‘Dat wil Van Ypersele dan weer niet: de koning wil negen Belgen begroeten,’ noteert Tindemans. Zelfs de spelletjes van kleuters zijn verheffender dan dit schouwspel. ‘In Laken vergissen ze zich. Het Europees parlement is het koninkrijk België niet,’ besluit Tindemans. On-

316

koning boudewijn

danks alle energie komt Boudewijn die dag oog in oog te staan met Happart. De Waal is gespeeld verontwaardigd dat Boudewijn hem geen hand wil geven. In 1987 ontvangt Boudewijn ook Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie. Dat jaar wordt de dertigste verjaardag gevierd van de ondertekening van het Verdrag van Rome. Wist Delors dat Boudewijn oorspronkelijk de volmachten niet wilde leveren ter ondertekening van dat verdrag? Boudewijn verwijst op 21 juli naar de ‘zaak Voeren’. De vorst pleit voor ‘verstandhouding en verdraagzaamheid’. Tindemans vindt de tekst zwak. Hij noteert dat het de auteur van de rede blijkbaar ontgaan is dat Voeren meer betekent dan de Happartgeschiedenis. ‘De achterliggende nationaliteitenkwestie, met alles wat die inhoudt, wordt nauwelijks bevroed.’ (eigen cursivering) In juli 1987 is Boudewijn in de Rwandese hoofdstad Kigali voor de viering van vijfentwintig jaar onafhankelijkheid. Ter ere van Boudewijn wordt een laan in de hoofdstad omgedoopt tot Avenue Roi Baudouin. Een opgemerkte gaste is Maureen Reagan, de dochter van de Amerikaanse president. Ze houdt een oogje in het zeil. Door de stress gaat de gezondheid van de vorst achteruit. Midden november 1987 schrijft Boudewijn in zijn dagboek dat hij zich ‘te midden van allerlei ongemakken zo zwak voelt dat dit hem een voorsmaak geeft van de dood’. Hij zoekt het voor een stuk zelf. Midden in de nacht staat Boudewijn soms op om dan uren te bidden. Fabiola maakt zich zorgen en vraagt haar echtgenoot voortaan in bed te blijven. ‘Heer, ik ben vermoeid,’ noteert Boudewijn. ‘Ik kom er niet toe ’s nachts uit te rusten en tijdens de dag leef ik niet voldoende in overgave aan U.’

Stuurde Boudewijn verjaardagswensen naar Ceaucescu? Het jaar 1987 was niet enkel kommer en kwel. Ons land mocht dat jaar immers het Eurovisiesongfestival organiseren na de overwinning van Sandra Kim in 1986. Boudewijn profiteert van de extra publiciteit die ons land met het festival meepikt. In het paleis wordt een receptie georganiseerd voor de kandidaten. Nadien noteert hij in zijn dagboek dat hij zich alweer ‘vervuld voelde van de

de jARen TAchTig: bRonS

317

vreugde van de Heilige Geest’. De Ieren prijst hij om hun geloof. Op 3 januari 1988 overlijdt Gaston Eyskens. ‘Een paar uur na het overlijden van mijn vader brachten Boudewijn en Fabiola een bezoek,’ herinnert zoon Mark zich. ‘We hebben toen samen gebeden rondom de lijkbaar.’ Enkele dagen later is er opnieuw heibel. Een niet nader genoemd Roemeens weekblad schrijft dat Boudewijn de Roemeense dictator Ceaucescu verjaardagswensen heeft gestuurd. Het bericht wordt opgepikt door de buitenlandse kranten. Boudewijn onderhield met Ceaucescu een hartelijke relatie. Roemenië voerde onder zijn beleid een vrij onafhankelijke koers ten opzichte van de Sovjet-Unie. Het land genoot zo van westerse – Europese én Amerikaanse – steun. Roemenië was in de jaren tachtig zelfs een bondgenoot van de vs. In 1972 brachten Ceaucescu en zijn vrouw een bezoek aan België. Ze werden eind oktober door Boudewijn en Fabiola officieel ontvangen op de luchthaven. Een vrolijke foto van de Roemeense dictator met het vorstenpaar staat in het boek Omagiu (Eerbewijzen). Ceaucescu laat in 1978 honderdduizenden exemplaren van het werk drukken. Het boek Omagiu bevat buitenlandse eerbetuigingen aan de Roemeen. Jimmy Carter en koning Juan Carlos van Spanje prijzen Ceaucescu openlijk. ‘Wat vond Europa van deze dictator die dissidenten bij honderden in hun cellen liet creperen?’ vraagt Geert Mak. In 1976 bezocht het Belgische vorstenpaar op zijn beurt Roemenië. Ze kregen er onder meer een winkel te zien met goed gevulde rekken in de nieuwbouwwijk Titan in Boekarest. De rekken werden aangevuld vlak voor het bezoek van het Belgische koningspaar. Het Paleis ontkent het Roemeense bericht van begin 1988. De Roemeense ambassadeur in België, Ciucu, wordt zelfs op het matje geroepen. De echte waarheid is tot op vandaag niet achterhaald. Het archief van Ceaucescu kan duidelijkheid brengen.

318

koning boudewijn

Tutu Op 19 april 1988 ontvangt Boudewijn ook nog Nobelprijslaureaat Desmond Tutu, de anglikaanse aartsbisschop van Kaapstad in ZuidAfrika. Die maand mag Boudewijn opnieuw naar het Europees parlement. De vorst vertelt de parlementsleden dat er te vaak getornd wordt aan de huwelijksband. Het zijn scherpe woorden. ‘In het parlement worden blikken gewisseld: men gelooft zijn oren niet,’ schrijven Séguy en Michelland. ‘Hoe durft een koning, die regeert maar niet bestuurt, ons hier de les te lezen?’ De entourage van de koning sust. Hij neemt de Europese Gemeenschap zozeer ter harte dat hij geen fundamenten wenst die niet met zijn moraal stroken. De toespraken van Boudewijn worden steeds explicieter. Hij voegt zinnen toe aan eerder goedgekeurde toespraken maar wordt niet teruggefloten. De goede verstandhouding tussen Mobutu en Boudewijn is voorbij. ‘Men voelt onmiskenbaar het begin van het einde van een vriendschap. Heeft de Zaïrese president overdreven?’ vraagt Fralon zich af. In november 1988 geeft de regering een signaal aan Mobutu. Martens wil op vraag van Boudewijn wel een deel van de schulden van Congo kwijtschelden maar krijgt binnen de regering geen steun voor dit dure plan. De operatie mislukt. Volgens Manu Ruys zag Mobutu dit als een vijandige daad. In december provoceert Mobutu opnieuw. Hij kondigt een tentoonstelling aan met alle wandaden en gruwelijkheden van de Belgische kolonisatie. Leopold ii wordt er zelfs vergeleken met Hitler. Hiermee treft de Congolees Boudewijn zelf. Boudewijn heeft een blinde verering voor Leopold ii en zijn vader. ‘Boudewijn is nog woedender als hij hoort dat de Zaïrezen een boek zullen uitgeven waarin enkele onverkwikkelijke geheimen van Laken prijsgegeven zullen worden,’ schrijft Fralon. Klap op de vuurpijl vormt een verklaring van 11 december. Een gezant van Mobutu, Gérard Kamanda wa Kamanda, vertelt dat hij in zijn aktentas een brief van Boudewijn heeft. Daarin staat dat de vorst Mobutu vraagt om Belgische ondernemingen bij een industrieel project te bevoordelen. Het betreft de Mobayi-Mbonga-dam op de Ubangi-rivier. Een van de mogelijke leveranciers is het Belgische acec, onderdeel van de Generale Maatschappij. Boudewijn

de jARen TAchTig: bRonS

319

is woedend. Hij tilt zwaar aan de zaak. Mobutu beweert later dat Kamanda op eigen houtje gehandeld heeft.

Definitieve breuk? De definitieve breuk tussen Mobutu en Boudewijn komt er zogezegd door een persbericht van het Congolese persagentschap azap op 11 januari 1989. Dat is niet helemaal correct. Al in december 1988 beleefde hun relatie een dieptepunt. ‘Boudewijn maakt er een persoonlijke zaak van en koestert voortaan een stevig verankerde, gezworen haat tegen Mobutu,’ vertelt Fralon. Vooral over de geplande tentoonstelling met alle wandaden en gruwelijkheden van de Belgen is de koning razend. Een niet nader genoemde medewerker van het Paleis herinnert zich de irrationele en buitensporige reactie van Boudewijn. ‘Boudewijn is een rancuneus personage,’ vertelt een anonieme minister aan Ilegems en Willems. ‘Mobutu heeft hem op zijn tenen getrapt en nu moet hij eraan geloven.’ De minister noemt dit gedrag van Boudewijn hypocriet. Boudewijn heeft Mobutu geruime tijd de hand boven het hoofd gehouden. Er is een bijkomend element. Boudewijn is zeer beducht voor de reputatie van België. Vanaf het midden van de jaren tachtig zet Mobutu een anti-Belgische campagne op. Volgens Mark Eyskens is dat een element dat zeer zwaar doorwoog. België had de diplomatieke relaties met Congo toen nochtans niet verbroken. Toch werd de ambassadeur van dat land, Kimbulu, gedurende jaren de toegang tot alle officiële recepties en plechtigheden met koning Boudewijn geweigerd. Dat was op uitdrukkelijke instructie van de vorst zelf. Mark Eyskens had het moeilijk met deze harde opstelling van Boudewijn. ‘Ik vond deze houding vanwege het Hof te emotioneel en paradoxaal, vermits de ambassadeurs van veel bloeddorstiger dictaturen (andere Afrikaanse republieken, China, Vietnam, Birma, de communistische landen tijdens de Koude Oorlog) overal en soms overvloedig werden uitgenodigd.’ (eigen cursivering) Eyskens probeerde Boudewijn er toen naar eigen zeggen van te overtuigen zijn emotionele en paradoxale houding ten opzich-

320

koning boudewijn

te van de Congolese ambassadeur te versoepelen. Tevergeefs. Boudewijn bleef een keiharde, koppige monarch.

De strijd om de Generale: de proloog Begin 1988 wil Carlo De Benedetti via Cerus de Generale Maatschappij van België kopen. Er ontstaat een overnamegevecht. De Benedetti heeft een gesprek met Mobutu. Hij wil het pakket aandelen aan een gunstige prijs kopen. Mobutu weigert. Mobutu komt in het grootste geheim naar ons land om met Boudewijn te overleggen. Volgens Le Journal de Genève vindt dat gesprek plaats begin februari 1988. Beide grootaandeelhouders bespreken de strategie die ze zullen volgen. De plannen van de Italiaan zijn eenvoudig. Hij wil de Generale overnemen, in stukken splitsen en de onderdelen daarna met winst verkopen. ‘In de publieke opinie kon De Benedetti op veel sympathie rekenen,’ schrijft Jean Vanempten in De Tijd. ‘Niet alleen ging hij tegen het establishment in, hij liet ook zien dat zakendoen spannend kan zijn.’ Minister van Financiën Mark Eyskens omschreef het bod van De Benedetti daarentegen als ‘diefstal’. In zijn oorlogsplan gaat De Benedetti uit van een participatie van het Belgische Hof van zo’n vier procent. Die schatting is conservatief. Sommige bronnen schatten het aandeel van het Paleis op zeven procent. Historici Mark van den Wijngaert en zijn twee collega’s zijn formeel: ‘Zoals alle Coburgers heeft ook Boudewijn een flinke aandelenpositie in deze holding.’ De koning vaardigt naaste medewerkers en vertrouwelingen af naar de bestuursorganen van de holding. Bij de aanstelling van bestuurders heeft de koning een stem in het kapittel. De bezorgdheid van het Paleis is groot. Stefaan Michielsen en Béatrice Delvaux weten dat het Belgische koningshuis op zijn grondvesten davert. Toplui van de Generale hielden kabinetschef Van Ypersele spontaan op de hoogte van de laatste verwikkelingen. Het Hof moest een low profile aannemen uit angst voor de verdenking uit eigenbelang te handelen. In België werd initieel weinig tegenstand geboden, tot Maurice Lippens van verzekeraar ag opstond. ‘Omdat de Belgische verde-

de jARen TAchTig: bRonS

321

diging maar moeilijk op gang kwam, greep Maurice Lippens zijn kans. Hij zou het Belgische verzet tegen De Benedetti organiseren,’ schrijft De Tijd. Op 24 februari 1988 kondigde hij fier aan dat de tandem Suez-ag tweeënvijftig procent van de aandelen bezat. Suez had de strijd gewonnen. De Benedetti mocht afdruipen. Het Paleis was tevreden. Maurice Lippens kreeg als beloning een adellijke titel.

De berisping van Schiltz Hugo Schiltz is vicepremier en minister van Begroting en Wetenschapsbeleid van 1988 tot 1991. Aan de vooravond van de Guldensporenviering in het Kortrijkse vertelt Schiltz de toehoorders dat ‘België ons probleem niet meer is’. Volgens Polspoel en Van Den Driessche schoot dat zinnetje ten paleize aardig in het verkeerde keelgat. Niet Schiltz maar Martens werd de dag daarop door het Paleis opgebeld. Hij moest zich na de receptie van 11 juli 1988 op het Brusselse stadhuis naar de koning reppen. Van Ypersele vertegenwoordigde de koning in de gotische zaal. Hij hoorde daar van Franstalige journalisten kritische commentaar op Schiltz’ uitspraken. Boudewijn eiste onverbiddelijk dat Schiltz dat bewuste zinnetje terugtrok en zich openlijk zou verontschuldigen. Schiltz was volgens Boudewijn een federaal minister en de uitspraak was niet verenigbaar met zijn functie. Boudewijn dreigde ermee Schiltz uit de regering te zetten als hij niet terugkrabbelde. Martens verdedigde Schiltz. Dat hielp niet. ‘Schiltz moest zijn excuses aanbieden of het was uit met zijn ministerschap en vermoedelijk ook met de vu-deelname aan de federale regering,’ weten Polspoel en Van Den Driessche. Na verscheidene telefoongesprekken met de andere ministers van de regering en de twee partijleiders (cvp en vu) plooide Schiltz. Enkele maanden later, bij de opening van een Belgische beurs in Groningen, riep hij ‘Leve België!’ Een onverklaarbare uitroep in Vlaamse kringen. Boudewijn schreef op 11 juli 1988 een brief aan premier Martens. De toon is bezorgd en de vorst heeft ernstige twijfels over de staatshervorming. ‘Die grotere autonomie voor gewesten en gemeen-

322

koning boudewijn

schappen moet samengaan met een versterking van de centrale staat.’ (eigen cursivering) Het toont opnieuw dat de koning dacht dat het verlies aan bevoegdheden van de federale staat geen onomkeerbaar proces was. ‘Er is geschreven dat ik Boudewijn tot het federalisme heb bekeerd,’ vertelt Martens. Dat is onjuist. Boudewijn bleef een voorstander van een sterke federale staat. De toegevingen die hij deed waren volgens hem tijdelijk. In zijn toespraak van 21 juli 1988 heeft de vorst een federalisme voor ogen dat ‘elke vorm van separatisme afwijst’. Volgens De Valkeneer bleef Boudewijn tot op het einde van zijn leven vechten tegen elke vorm van federalisme. Als hij meer federalisme aanvaardde, was het tegen zijn zin. ‘Het was een nooduitgang om erger te voorkomen,’ bevestigt De Lentdecker. Hij speelde toneel. Schiltz ervoer die periode als een heuse vernedering. Later nam hij revanche bij de regionalisering van de departementen die de koning als heilig beschouwde, zoals Wetenschapsbeleid. Schiltz was daarvoor als federaal minister toen verantwoordelijk. Er is nog een incident tussen Boudewijn en Schiltz. Schiltz stelt als minister van Begroting voor om het ambassadegebouw van België in Tokio te verkopen. Boudewijn is woedend. Volgens hem gaat het om een symbool van Belgische macht. Het Paleis schuift zelfs de drogreden naar voren dat het om een persoonlijke schenking van de Japanse keizer aan de Belgische monarchie gaat. Toch slaagt Boudewijn erin om op dat ogenblik de verkoop tegen te houden. Later, onder Albert ii, zal het gebouw wel verkocht worden door de regering Verhofstadt. In zijn dagboek noteert Boudewijn dat 1988 een van de zwaarste jaren uit zijn loopbaan was. Hij vraagt dat Jezus hem ‘zachte volharding’ leert. Boudewijn heeft er spijt van dat hij de zaken geforceerd heeft. Hij beseft dat zijn harde opstelling contraproductief is.

de jARen TAchTig: bRonS

323

Boudewijn maakt nieuwelingen afhankelijk De zomervakantie van Boudewijn in Motril valt in 1988 in het water. Fabiola is al enkele dagen in Spanje. Boudewijn wil later vertrekken, maar de vorst heeft verschrikkelijke rugpijn. Fabiola komt terug naar België. Boudewijn is op het einde van de jaren tachtig op het toppunt van zijn macht. Volgens Molitor is dat eenvoudig te verklaren. De vorst had drie generaties politici overleefd. Hij werkte in de jaren vijftig samen met Achille Van Acker en Gaston Eyskens. Eyskens is geboren in 1905. Zijn zoon Mark, geboren in 1933, werd premier in 1982. En de laatste generatie politici onder Boudewijn is geboren na de Tweede Wereldoorlog. Luc van den Brande, van 1945, was minister in de regering van Martens viii. Nieuwelingen in de politiek maakt Boudewijn snel afhankelijk. ‘Ze vallen voor zijn charme. Als ze later premier worden, zijn ze reeds in zijn invloedssfeer,’ weet Martens uit eigen ervaring. Auteur David Wilsford vindt het al bij al merkwaardig dat de positie van Boudewijn niet wankelde tijdens de opeenvolgende staatshervormingen. ‘Weinig monarchen hebben hun macht kunnen behouden terwijl hun land zo’n drastische transformatie onderging.’ Wilfried Martens wijst op een bijkomende verklaring. ‘Op het moment van de regeringsvorming stond hij aan het roer van het schip. Ik heb het twee keer meegemaakt. De partijen hadden een informateur in gedachten. Boudewijn heeft een andere gekozen.’ De opeenvolgende regeringen in die periode hebben de positie van Boudewijn toen alleen maar versterkt. Boudewijn laat niet na zijn ministers op de vingers te tikken. Tot 1991 maakt de rijkswacht deel uit van Landsverdediging. Luitenant-generaal van de rijkswacht Beernaert had in de tweede helft van de jaren tachtig een gesprek met Boudewijn. ‘Het was treffend hoe grondig de vorst de rijkswacht kende en hoe pertinent de vragen waren die hij stelde,’ vertelt hij aan auteur Lefèvre. ‘Hij schreef de antwoorden zorgvuldig in een klein notitieboekje op en liet mij herhaaldelijk weten dat hij niet zou nalaten de ministers te spreken over een of ander probleem.’ Tijdens die gesprekken kon hij volgens minister ridder De Donnéa ‘zeer bits zijn en scherpe pijlen afschieten’.

324

koning boudewijn

De azap-mythe Volgens journalist Jos Bouveroux kwam er op 11 januari 1989 een definitief einde aan de vriendschap tussen Boudewijn en Mobutu. Die dag liet het Congolese persagentschap azap weten dat Mobutu’s eenheidspartij het Belgisch vorstenhuis niet langer zou sparen. De mpr van Mobutu zou het Belgisch vorstenhuis aanpakken als de Belgische regering niet ophield hun president te belasteren. José-Alain Fralon beweert dat Mobutu hiermee een ‘onvergeeflijke fout’ maakte: hij viel Boudewijn immers frontaal aan. ‘Het was een telex van 11 januari 1989 van azap, die een abrupt einde maakte aan de historische vriendschap tussen de koning en de despoot,’ benadrukken ook journalisten Willems en Ilegems. De telex spreekt over ‘affaires croustillantes’ of ‘pikante schandaaltjes’ in het koningshuis. Die gaan over Fabiolo, de beruchte broer van koningin Fabiola. Op 11 januari 1989 is er echter nog geen definitieve breuk tussen Mobutu en Boudewijn. De dag daarop krijgt Leo Tindemans het bezoek van zijn Rwandese collega. Hij spreekt in naam van Mobutu. ‘De boodschap is duidelijk: we mogen niet breken, we moeten begrip tonen, we mogen ons niet kwaad maken,’ schrijft Tindemans in zijn dagboek. Een week later bemiddelt ook president Habyarimana, goede vriend en geloofsgenoot van Boudewijn, tussen Mobutu en de Belgische vorst. Op 20 januari leest Martens op de ministerraad het antwoord voor van Mobutu op een brief van Boudewijn. Mobutu schrijft het volgende: ‘Ik betreur persoonlijk en zeer diep wat er is voorgevallen in de zeer vriendschappelijke relaties tussen koning Boudewijn en mezelf wegens de verwarring die er de jongste maanden heerste.’ Het duidelijkste signaal komt op 3 februari 1989. Die dag vertelt Martens volgens Tindemans op de ministerraad dat ‘de koning tussenbeide wil komen met een brief aan Mobutu om de spanning tussen Zaïre en België te beëindigen’. (eigen cursivering) Ook op die dag is er dus nog geen sprake van een definitieve breuk tussen Mobutu en Boudewijn. Hassan ii van Marokko probeert te bemiddelen. De koning van Marokko is bevriend met zowel Boudewijn als Mobutu.

de jARen TAchTig: bRonS

325

Het gedrag van Boudewijn is gewoon kinderachtig. Op 24 februari is hij in Japan op de begrafenis van de Japanse keizer Hiro-Hito aanwezig. Boudewijn wil daar te allen prijze Mobutu vermijden. ‘Ietwat komische tocht van het ene salon naar het andere om Mobutu te ontwijken,’ noteert Tindemans. ‘Uiteindelijk botsen we toch op hem. Alles verliep echter zonder incidenten.’ Het lijkt een herhaling van de episode in het Europees parlement met Happart. Drie weken later is er nog een begrafenis. Zita van BourbonParma, de laatste keizerin van Oostenrijk en de grootmoeder van Lorenz, stierf op 14 maart. Boudewijn is afwezig, zogezegd omdat hij niet naast Oostenrijks president Kurt Waldheim wil staan. Prins Albert gaat in zijn plaats. Eind april komt Daniel Ortega van Nicaragua op bezoek bij Boudewijn. Ortega is op bedeltocht in Europa. België is een van de tien landen die hij aandoet. Als tegenprestatie is Ortega bereid enkele gevangenen vrij te laten die volgens de president een link hebben met de cia. Hij belooft ook meer democratie in zijn land. Er is in 1989 nog goed nieuws. Op de verjaardag van Boudewijn, 7 september, kondigt premier Martens de 60/40-viering aan. België zal van 7 september 1990 (de zestigste verjaardag van Boudewijn) tot en met 17 juli 1991 feestvieren. Op die laatste datum zit Boudewijn veertig jaar op de troon.

De ‘lamentabele’ kerstboodschap van 1989 Eind oktober 1989 is er een relletje tussen de Munt en het Paleis. Het nieuwe muntstuk van 1 frank is volgens de vorst niet geslaagd. Hij vindt dat hij er te oud uitziet. Om de vorst te plezieren wordt dan maar gekozen voor een portret van 1969! Een woordvoerder van de Munt verklaart dat ze ‘verbaasd waren over de recente beslissing van het Paleis’. Het toont aan dat Boudewijn het moeilijk heeft met ouder worden. Enkele dagen later, op 9 november, valt de Berlijnse muur. Fransman Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, had toen gemengde gevoelens bij deze gebeurtenis. ‘Zou een mogelijke Duitse hereniging de basis van de Europese eenmaking doen wankelen?’ noteert toenmalig Europees commissaris Karel Van Miert.

326

koning boudewijn

Van Miert is van mening dat Boudewijn een gesprek moet hebben over dit onderwerp. ‘Op 14 en 15 november bracht Willy Brandt op mijn initiatief een bezoek aan Brussel,’ schrijft Van Miert. Brandt was toen voorzitter van de Duitse socialistische partij spd en is vooral bekend omwille van zijn Ostpolitik, die meer openheid van West-Duitsland naar Oost-Europa wilde.’ De Belgische koning Boudewijn had te verstaan gegeven Willy Brandt in audiëntie te willen ontvangen. De angst van Delors bleek onterecht. ‘Hij zag snel in welke mogelijkheden deze nieuwe toestand voor het Europese herenigingsproces kon bieden,’ aldus Van Miert. Einde 1989 brengt Boudewijn zijn traditionele kerstboodschap aan de Belgen. Boudewijn kan kiezen uit een reeks onderwerpen, waaronder de val van de Berlijnse muur. De Naamse advocaat Christian Bouvier zit aan de televisie gekluisterd. Meester Bouvier is geschokt. Boudewijn rept met geen woord over de actualiteit in Roemenië en Panama. ‘Ik zal u salueren, mijnheer, de dag dat u de beeltenis van de bloeddorstige dictator (Ceaucescu) bespuwt,’ schrijft Bouvier verbolgen. ‘Op een crapuul van zijn kaliber spuwen is geen uiting van onbeschoftheid, maar een elementaire plicht.’ Bouvier stuurt de brandbrief naar de koning. Ook alle krantenredacties krijgen een kopie. Op het Paleis wordt niet gelachen met de demarche van de Waal. De inhoud van een brief aan de koning, en het antwoord daarop, moeten geheim blijven. De gerechtelijke overheid schiet in actie. Bouvier wordt aan een psychiatrisch onderzoek onderworpen. Hij is gek, denkt men. De Waalse advocatenorde vindt het gedrag van meester Bouvier onfatsoenlijk. Op 14 februari 1990 ontvangt Bouvier een brief van psychiater Philippe Schouteden. Bouvier moet zich op woensdag 21 februari 1990 om 16.00 uur aanmelden op het kabinet van de dokter in Luik. Tegelijk moet meester Bouvier alle relevante medische documenten meebrengen. Schouteden doet het onderzoek in opdracht van de onderzoeksrechter Guy Comeliau. De affaire wekt in Franstalig België heel wat verbazing. Zelfs in het buitenland wordt met verwondering gereageerd op dit vreemde voorval. Het Franse weekblad Le Nouvel Observateur wijdt er een stuk aan. De redacteur stelt zich vragen bij de demarche van het

de jARen TAchTig: bRonS

327

Paleis. Zelfs Engelstalige kranten pikken het verhaal op. Het Paleis ontkent iets met het onderzoek te maken te hebben. Volgens Johan Anthierens ‘ergert Bouvier zich aan de onderpastoorstoon die Boudewijn aanslaat, zijn toenemende neiging om de troonzaal als preekruimte te gebruiken, België als een vazalstaat van het Vaticaan te etaleren en alle landgenoten over de gewijde kam te scheren’. Bouvier heft daar volgens Anthierens ‘zijn poot tegen op’.

Gezondheid Volgens Herman Liebaers heeft Boudewijn begin jaren tachtig de strijd tegen de gebundelde krachten van kardinaal Suenens en koningin Fabiola definitief verloren. ‘Een vrome en aarzelende koning kon geen weerstand bieden.’ Boudewijn is dan niet meer de vorst van alle Belgen. Trouw schrijft: ‘Wie Suenens en Boudewijn ooit heeft gadegeslagen, krijgt makkelijk de indruk: Staat en Kerk leken één.’ Suenens bewonderde Boudewijn. Hij is voor hem ‘Christus koning’ (Chrétien roi) in plaats van een ‘christelijke koning’ (roi Chrétien). Boudewijn sukkelt steeds meer met zijn gezondheid. Hij neemt volgens een intimus veel medicatie, onder meer trinitrine. Hij gaf een van die pillen volgens Suenens zonder aarzelen aan Veronica O’Brien toen ze een ‘hartbeklemming’ kreeg, iets wat medisch totaal onverantwoord was. Trinitrinetabletten zijn geen snoepjes. De vorst ziet er eind jaren tachtig slecht uit. Een grijze tint verschijnt op zijn gezicht. Hij vermagert nog meer. Hij trekt zich de problemen persoonlijk aan. Hij interioriseert ze. In mei 1987 vertrekt hij in het geheim vier dagen op retraite naar het klooster van Bethlehem in de Haute Savoie. Hij wil er zijn batterijen opladen. Hij vast er vier dagen lang. In zijn dagboek schrijft Boudewijn dat de ‘desintoxicatie’-kuur hem deugd deed. Hij zou beter op gastronomisch weekend gaan. De gezondheidsproblemen zijn niet nieuw. Al in 1964 krijgt Boudewijn het doktersadvies om beter en vooral meer te eten. Hij is te mager. Met een lengte van 1 meter 82 en een gewicht van nauwelijks 66,5 kilo, heeft Boudewijn een bmi van slechts 20. Der

328

koning boudewijn

Spiegel schrijft dat de koning die medische raad in de wind slaat. Hij drinkt wel twee glazen Belgisch bier per dag als compensatie. In de jaren tachtig zat zijn bmi onder de 20. Sporter Gaston Roelants stelt de koning een dieet voor. ‘Bij de koning ontvangen worden betekent in mijn geval altijd praten over gezond eten en veel trainen,’ vertelt hij in Het geschenk. ‘De koning gebruikt trouwens een van mijn dieet- en trainingsplannen.’ Boudewijn had Roelants daarom gevraagd. Boudewijn wordt ook steeds wantrouwiger. Claude de Valkeneer wijt dat aan zijn gebrek aan intellectuele vorming. Boudewijn onderstreept vaak zijn eigen onwetendheid. ‘Ik ben geen crack,’ verzucht hij bitter. Een simpele spreuk in het Latijn kon de vorst bijzonder irriteren. ‘U moet weten dat ik geen Latijn ken.’ Politici die met literaire citaten zwaaien, misprijst hij. Boudewijn hield ook niet van filosofie. ‘De grillige meanders van het denken waren hem vreemd,’ weet auteur Koninckx. ‘Dat maakt het leven gecompliceerder,’ zuchtte de vorst. Volgens Suenens was Boudewijn ‘geen man van de theorie’. Hij beleefde zijn geloof met ‘de logica van het leven’. Net zoals bij zijn vader Leopold moet een bewijsvoering stap voor stap opgebouwd worden. Eén enkele stap overslaan is dodelijk. Zo werkt het verstand van de Coburgs. Zijn voorzichtigheid speelt hem parten. Een medewerker van het Paleis stelt dat Boudewijn geen speler is. Zijn afkeer van risico is volgens die bron vaak excessief. Hij verwijt politici wel dat ze geen beslissingen durven te nemen, zoals met de Algerijnse gasleveringen. Boudewijn geeft zich nooit prijs. Omgekeerd wil hij alles weten van zijn tegenpartij. Het is de regel dat de koning met zijn bezoeker op de foto wil staan nadat het gesprek afgelopen is. Zo weet hij welk vlees hij in de kuip heeft. Boudewijn is altijd op zijn hoede. Steeds meer benadert hij de problemen vanuit een exclusief religieuze invalshoek. Tijdens het Heizeldrama stelt de vorst voor om te bidden. Hij leeft op een eiland of in een ivoren toren. Na een audiëntie met een eenvoudige Brusselse priester vraagt hij waar zijn chauffeur blijft. De koning weet nauwelijks wat er gebeurt in België. Hij leest

de jARen TAchTig: bRonS

329

geen kranten maar krijgt een gefilterd en gekleurd persoverzicht. Hoe ouder hij wordt, hoe meer Boudewijn zich in ‘zijn’ wereld opsluit. Alles wordt religieus bekeken. Frédéric Mitterrand, neef van de Franse president, vindt dat Boudewijn de reflexen van een oude wereld heeft. Halfzus MarieChristine vindt haar oom niet meer van deze tijd. Boudewijn is hardleers. Na de audiëntie met de priester vraagt hij ook aan journalist Hugo De Ridder waar zijn chauffeur blijft. Boudewijn laat zich ontvallen dat hij alleen maar na rampen contact heeft met de bevolking. Zoals alle Coburgers heeft hij weinig of geen contact met het overgrote deel van hun onderdanen. Boudewijn en Fabiola delen de samenleving in twee categorieën in: zijzelf en de anderen. Die anderen zijn voor hen enkel de behoeftigen, de armen, de sukkelaars. ‘En wat houden ze toch van die minstbedeelden,’ vertelt een vertrouweling. De gewone Belgen kennen ze niet. ‘Die zijn zelfs van geen tel,’ besluit die persoon hard. Die mensen hebben de koning en de koningin immers niet nodig. Om te weten hoe de gewone Belg reist, neemt hij incognito de trein van Brussel naar Gent. ‘Zijn dagboek verraadt hoe schrijnend ver de vorst van de dagelijkse beslommeringen van de wereld rondom hem kon staan,’ noteert Mario Danneels. Boudewijn schrijft in zijn dagboek: ‘Een heel fijne dag. Ze hebben mij leren stofzuigen.’ In 1993 vraagt hij aan Frans Verleyen van Knack ‘waarom iemand arm wordt of blijft’. Een week voor zijn overlijden vraagt hij aan het kamermeisje in Motril om hem te leren hoe hij zijn bed moet opmaken. ‘Boudewijn en Fabiola zijn niet enkel weinig benijdenswaardige schoolvoorbeelden van hoe het koningschap haar instrumenten in een vergulde kooi gevangen houdt, maar bovenal van de mate waarin het hen van een normaal wereldbeeld kan vervreemden en hen met een volledig verstoorde opvatting ervan opzadelt’, besluit Danneels. Veel heeft te maken met het protocol. Volgens die stijve regels mag men geen vragen stellen aan de koning. Ook moet de gesprekspartner de koning in ‘indirecte vorm’ aanspreken. ‘Denkt de koning dat…’ Dat creëert een machtsverhouding in het voordeel van de koning. Vooral van politici eist Boudewijn dat die regels strikt gehanteerd worden. Het schept een onoverbrugbare afstand.

330

koning boudewijn

Boudewijn blijft naïef. Zijn opmerkingen zijn vaak indiscreet, ongerijmd of zelfs ronduit absurd. Zo vraagt hij een bezoeker waarom hij het leren bandje van zijn uurwerk veranderd heeft en of hij zijn haren verft. Een minister vertelt biograaf Fralon dat Boudewijn tijdens een buitenlandse reis meer geïnteresseerd was in zijn horloge dan in het land dat ze bezochten. Sommige naaste medewerkers van de koning nemen hiervoor hun verantwoordelijkheid op. Herman Liebaers vertelt dat de medewerkers ‘voortdurend een scherm rond de koning hadden opgericht zodat het werkelijke leven verborgen bleef’. Op zondag vraagt de vorst aan een medewerker een filmrolletje voor zijn fototoestel te kopen. Als die medewerker beleefd uitlegt dat de winkels in België op zondag gesloten zijn, valt Boudewijn helemaal uit de lucht. Mario Danneels heeft de paradox ontdekt: ‘Een van de meest ironische aspecten van het koningschap is dat van een erfelijk staatshoofd verwacht wordt te regeren over een volk waarvan de dagdagelijkse realiteit angstvallig van hem of haar wordt afgeschermd.’

hoofdstuk 5

De jaren negentig: ijzer
‘Iedereen wordt als koning geboren, en de meeste mensen sterven in ballingschap, evenals de meeste koningen.’ oscar wilde

I

n de laatste jaren van zijn leven wordt duidelijk wie de echte Boudewijn is. De vorst is niet veranderd. In 1990 weigert Boudewijn de abortuswet te ondertekenen. Daarmee zet hij de eenheid van het land op het spel. Volgens Emmanuel Gerard doorbreekt de vorst daarmee een taboe. Sommige journalisten beseffen plots dat Boudewijn een politiek figuur is. Onderzoekster Helena Buckinx verdeelt het koningschap van Boudewijn zonder aarzelen in twee periodes: de ‘pre-abortusperiode’ en de ‘post-abortusperiode’. Boudewijn is veel koppiger en eigenzinniger dan wordt aangenomen. In zijn dagboek schrijft hij: ‘Ik zit alleen in het schip, met mijn geweten en met God.’ Boudewijn is bereid om af te treden en de eenheid van het land op het spel te zetten. Zijn geweten is belangrijker. Hij toont zich hiermee een katholieke fundamentalist. ‘Bij deze affaire gaat het om een godsdienstige overtuiging,’ vertelt Patrick Roegiers. Boudewijn is lid van de Soevereine en Militaire Orde van Malta. Andere leden zijn William Casey van de cia, Henri d’Orléans en William Grace, een industrieel en belangrijke financier van de charismatische beweging. Boudewijn is ook vereerd met het ordete-

332

koning boudewijn

ken van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, een beweging die zich toelegt op het verspreiden van het katholieke geloof. Hij ontving ook het ordeteken van de Opperste Orde van Christus. Boudewijn is meer een sluwe politicus geweest dan een echte vader des vaderlands. Hij vertoont vooral in de laatste jaren van zijn leven wrange, autoritaire trekjes. Hij buigt niet voor druk. Hij raadpleegt liever God dan adviseurs. ‘Op het einde van het pre-abortustijdperk is de koning bijna onaantastbaar geworden,’ schrijft Buckinx. Mark Eyskens vindt dat Boudewijn nooit een loopbaan heeft uitgeoefend maar veeleer een roeping heeft vervuld. ‘Koning Boudewijn was een enthousiast, wat volgens de Griekse etymologie letterlijk en theos betekent: “in God”.’ Dat blijkt het duidelijkst uit het niet ondertekenen van de abortuswet. Boudewijn noteert letterlijk: ‘Ik denk te veel aan de zending die u mij heeft toevertrouwd.’ Voor Boudewijn zijn de jaren negentig er te veel aan. Hij heeft ernstige gezondheidsproblemen. Hij consulteert de beroemde arts Patrick Walsh voor zijn prostaatklachten. Het harde verdict is kanker. In 1991 wordt de vorst geopereerd. Hij moet langer in het ziekenhuis blijven dan voorzien. Nog ernstiger zijn de hartklachten. Daarvoor gaat Boudewijn in het Parijse ziekenhuis Broussais onder het mes. ‘Terwijl de wereldtop hartchirurgie in zijn eigen Belgische Leuven en Aalst zit, wordt hij in Parijs geopereerd?’ noteren Verleyen en medeauteurs verontwaardigd. Het Paleis krijgt veel kritiek. Zijn de Belgische hartspecialisten niet goed genoeg voor de koning? Het zakenblad Business Week noteert dat de Belgische artsen beledigd zijn door de keuze van de koning. Bovendien mislukt de delicate operatie. Volgens Lilian is de beslissing van haar stiefzoon gebaseerd op ‘persoonlijke redenen’. Lilian was gekant tegen de operatie in Broussais. Haar eigen zoon Alexander werd in zijn jeugd geopereerd aan een hartziekte. Leopold stierf in 1983 aan een hartkwaal. Ze heeft veel contacten met hartspecialisten. Volgens haar is de techniek in Broussais niet zo goed. Het gaf bovendien minder garanties op herstel dan de microchirurgische technieken, zoals die gebruikt worden in Leuven of Aalst.

de jARen negenTig: ijZeR

333

Lilian voorspelde dat Boudewijn na de operatie niet lang zou leven. ‘De nieuwe hartklep zal het één of hooguit twee jaar houden en daarna zal ze het plots in één keer begeven,’ schrijft biograaf Michel Verwilghen. Zo is het gegaan. Boudewijn verandert in de jaren negentig volgens Manu Ruys in een raadselachtige figuur die zich afzondert in een religiositeit die hem ‘vanuit een zeer eigenzinnig perspectief doet oordelen’. Hij stond niet meer open voor advies. De New York Times heeft het over het ‘enigma’ Boudewijn. Auteur Chris Yperman vergelijkt Boudewijn met de geheimzinnige en ondoorgrondelijke Mona Lisa. Boudewijn had volgens Manu Ruys zijn kleine kanten, zijn vooroordelen en zijn rancunes. Die negatieve eigenschappen werden bij het ouder worden, zoals bij alle mensen, alleen maar erger. Een typisch voorbeeld van die vorstelijke rancune is de zwarte lijst van Boudewijn. Zodra een politicus het bij hem verkorven heeft, is zijn carrière definitief over. Dat kan voor het meest banale feit zijn. Zo klaagde een minister ooit dat het sinaasappelsap tijdens een audiëntie lauw was. Hij werd nadien nooit meer uitgenodigd. Het contrast met de perceptie door het volk kan niet groter zijn. De communicatieafdeling van het Paleis heeft het merk Boudewijn stevig in de markt gezet. Het grote publiek beschouwt Boudewijn en de monarchie als ‘zeer betrouwbaar’. Die adoratie van Boudewijn is zo sterk dat er na het overlijden van de vorst niet de minste kritiek aanvaard wordt. Auteur Walter van den Broeck vermoedt dat het koningshuis geen macht meer heeft. ‘Het is subliem gesubsidieerd volkstheater,’ vertelt hij aan Trouw. Hij vergist zich. Boudewijn had zeer veel macht. ‘De échte macht van Boudewijn en Fabiola is hun grenzeloze populariteit,’ vertelt een jurist aan journalisten Ilegems en Willems. ‘Het wezen van een monarchie in deze tijd is haar buitenkant.’ Koningen en koninginnen zijn per definitie goed, verstandig, meedogend en sympathiek. ‘Ze vormen een heilige mythe.’ Daarop kun je geen kritiek geven.

334

koning boudewijn

Adel Een andere techniek van het Hof is het uitdelen van adellijke titels. In tegenstelling tot in Nederland worden in ons land jaarlijks mensen in de adelstand verheven. Volgens De Nederlandsche Leeuw heeft Boudewijn zelfs meer Belgen in de adelstand verheven dan al zijn voorgangers bij elkaar. Hij is de onbetwiste kampioen van het adellijke blazoen. 1990 was het topjaar met veertig nieuwe titels. Ook premier Gaston Eyskens kreeg een dergelijk aanbod. Na zijn ontslag als senator werd Eyskens op het Paleis ontboden. De koning stelde hem voor burggraaf te worden. Er was volgens Molitor zelfs een speciale procedure, motu proprio, voorzien. Naar eigen schrijven voelde Eyskens niet veel voor die adellijke titel. Zijn zoon Mark twijfelde. De echtgenote van Gaston Eyskens en zijn andere zoon Erik waren voor. ‘Molitor zei met zoveel woorden dat ik de koning leed zou aandoen en hem zelfs zou kwetsen indien ik zou weigeren,’ vertelt de oud-politicus. Eyskens ging dus op het aanbod in. In 1973 werd hij burggraaf. ‘De verlening van adeldom is zowat de enige wortel die het Hof voor de neus van gewillige notabelen kan hangen,’ vertelt een anonieme minister in Koning en onderkoning. Nagenoeg niemand weigert de titel. ‘Het toekennen van titels is een machtig element om het koningshuis te versterken,’ meent een anonieme politicus in De Standaard. ‘Alles wat met het Paleis te maken heeft, heeft nog altijd een enorme aantrekkingskracht.’ Dat mag niet onderschat worden. ‘Veel waarnemers menen dat het Paleis de toekenning van adellijke titels als zeer specifiek middel hanteert om zijn invloed te bestendigen en mogelijk te vergroten,’ bevestigen ook Polspoel en Van Den Driessche. De titel is immers geen erkenning voor verleende diensten in het verleden maar voor prestaties in de toekomst. De uitzondering op die laatste regel vormen de vele adellijke titels voor mensen die van grote betekenis waren in Katanga. Jacques Brassinne, adviseur van Tsjombe, werd tot ridder geslagen. André Schöller, gouverneur van Katanga, werd grootmaarschalk en kreeg een adellijke titel. Ook Guy Weber, gedetacheerd in Katanga, werd in de adelstand verheven.

de jARen negenTig: ijZeR

335

Het tijdschrift Politiques Africaines is verontwaardigd. ‘Boudewijn heeft de deur naar de adelstand geopend voor de Belgo-Katangese protagonisten tijdens de Congocrisis. De rol die sommigen gespeeld hebben bij het vermoorden van Lumumba vormde geen enkel beletsel om hen een uitzonderlijke koninklijke beloning te verlenen.’ Bij het kwistig strooien met titels worden nog andere fouten gemaakt. Marie-France Botte wordt barones. Wat later zal ze veroordeeld worden voor financieel gesjoemel. En voormalig SS’er Hans Schneider, alias Schwerte, werd tot ridder in de Orde van de Kroon geslagen. Die erkenning werd hem door Boudewijn zelf overhandigd. Schneider was nochtans medewerker van SS-chef Heinrich Himmler. Honderden mensen stierven door zijn toedoen. Geen adellijke titels toekennen is ook een probaat middel om misprijzen te tonen. Thierry Grosbois wijst er in zijn biografie over Pierlot op dat ministers Spaak, Gutt en De Vleeschauwer niet in de adelstand werden verheven, ‘ondanks de duidelijke verdiensten van deze politici’. Boudewijn bleef een rancuneuze vorst.

Troonsafstand? Bij het begin van de jaren negentig loopt er opnieuw een hardnekkig gerucht dat Boudewijn zal aftreden om Filip vervroegd op de troon te brengen. De prins wordt dertig jaar. Boudewijn is tevreden over zijn opleiding. José Happart geeft eind juli 1990 een speech waarin hij de Belgische monarchie hekelt. Volgens Happart was het begin van de jaren vijftig een ‘groots moment’ in de bewustwording van Wallonië. Boudewijn heeft volgens Happart nadien bewezen alleen maar een vorst te zijn voor de Vlamingen, net zoals zijn vader Leopold. Vlamingen vinden net het omgekeerde, zoals blijkt uit een studie die Liebaers heeft laten maken. De geruchten over een eventuele abdicatie worden in 1990 steeds sterker. In september schrijft het tijdschrift Point de Vue dat Boudewijn aan zijn laatste weken als koning bezig is. ‘Volgens het blad zal de vorst om gezondheidsredenen aftreden,’ schrijft Jan Van den Berghe.

336

koning boudewijn

Wilfried Martens is begin jaren negentig nog steeds premier. Op woensdag 3 oktober 1990 wordt hij uitgenodigd voor een lunch op het kasteel van Laken. Dat gebeurt wel vaker. President Habyarimana van Rwanda en zijn echtgenote zijn eveneens aanwezig. Habyarimana kwam in 1973 met een militaire putsch aan de macht, en hij stelde in dat land een zachte dictatuur in. Boudewijn houdt meer van Rwanda dan van Congo. ‘De Belgische missionarissen hebben Rwanda (immers) tot een van hun bastions omgebouwd tijdens de koloniale periode,’ vertelt Fralon. Boudewijn plaatst Habyarimana op dezelfde hoogte als Sadat en Mandela. De eerste contacten dateren uit de jaren zestig. Na de onafhankelijkheid van Rwanda werd onder begeleiding van Belgische officieren de Garde nationale in Rwanda uitgebouwd. In juli 1963 werd Habyarimana door de Belgische kolonel Louis-François Vanderstraeten aangesteld als verantwoordelijke van dat leger. Daarna komt kapitein Habyarimana regelmatig naar België voor besprekingen. Vooral in de tweede helft van de jaren zestig heeft hij al contacten met Boudewijn. Het is het begin van een lange vriendschapsrelatie. Volgens grootmaarschalk Liebaers werd Habyarimana in de periode 1974-1981 drie keer privé op het paleis ontvangen. Een rapport van de Amerikaanse ambassade bevestigt dit. De Rwandees was bij Boudewijn van 12 tot 14 mei 1976. Boudewijn heeft zelfs een portret van de president op zijn bureau staan. ‘Een flinke, sympathieke man,’ volgens Tindemans. Habyarimana, een Hutu, vraagt Martens tijdens de lunch Belgische steun om de ‘Tutsirebellen’ uit zijn land te verdrijven. Volgens Mark Eyskens waren de christendemocraten en de Volksunie wel te vinden voor een militaire interventie. De Vlaamse en Franstalige socialisten waren tegen.

Boudewijn schrijft een brief Boudewijn vraagt kort nadien om steun voor zijn vriend Habyarimana. De brief wordt gelekt door een ontevreden minister. Hugo Camps publiceert er een samenvatting van in Elsevier. Volgens Le Soir is de schuldige André Geens of Jean-Luc Dehaene. Die twee

de jARen negenTig: ijZeR

337

wijzen op hun beurt alle verantwoordelijkheid af. Misschien was het wel een ps-minister. De Franstalige socialisten zijn tegen een interventie. De Brusselse krant ziet de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen opnieuw opduiken. De psc sneert dat het lekken een vuile zet van de Vlamingen is. Maud Bracke merkt terecht op dat Boudewijn op het einde van zijn leven steeds meer op zijn excentrieke grootmoeder Elisabeth begint te lijken. Ook door Boudewijns aderen stroomt het bloed van de gekke Wittelsbachs. ‘Koning Boudewijn lijkt een zekere voorliefde voor het “onconventionele” over te nemen van de “rode koningin”.’ Heeft de vorst met zijn brief artikel 106 van de Grondwet geschonden? De koning moet politiek neutraal zijn. Een anoniem geciteerde grondwetspecialist in De kroon ontbloot beweert dat de Rwandabrief stukken erger is dan de abortuskwestie. ‘Dat was een politiek dictaat.’ De regeringstop heeft er zich als een bende slaafjes aan onderworpen. Professor Stengers ziet dan weer geen graten in de brief van Boudewijn. Volgens de hoogleraar heeft de vorst de mogelijkheid om zijn advies te geven aan de regering. Ook kabinetschef Van Ypersele beweegt hemel en aarde om steun te vinden voor een Belgische interventie in Rwanda. ‘Iedereen die een beetje invloed heeft in dit land, werd door hem telefonisch ingelicht over het standpunt van de koning en over het belang dat Boudewijn aan de kwestie hechtte,’ beweert een anoniem parlementslid in De kroon ontbloot. De vorst wil nog meer doen. Hij vat het plan op om zelf naar Rwanda te gaan om er te bemiddelen. ‘Op een bepaald ogenblik had koning Boudewijn mij zelfs gezegd dat hij bereid was om zelf naar Rwanda te gaan, om er dankzij zijn persoonlijke inzet op beslissende wijze de pacificatie te bevorderen,’ schrijft Eyskens. De minister van Buitenlandse Zaken kan de vorst dat plan slechts moeizaam uit zijn hoofd praten. Le Soir stelt de vraag of de koning niet te veel initiatieven genomen heeft in het dossier. De krant somt ze op. Eind september ontmoet Boudewijn Habyarimana in New York, op 1 oktober wordt Martens door het Paleis telefonisch ingelicht over de toestand in Rwanda, de volgende dag krijgt Martens meer uitleg op het paleis, op 3 oktober ontmoet Martens Habyarimana en Boudewijn in La-

338

koning boudewijn

ken, de dag daarop wordt vicepremier Hugo Schiltz bij de koning ontboden, op 8 oktober gaat Martens nog eens naar Boudewijn, op 10 oktober is Guy Coëme bij de vorst, op 16 oktober is het de beurt aan Moureaux, de dag daarop aan André Geens en op 18 oktober rijdt Eyskens naar Laken. Dat is erg veel. ‘Sinds het begin van de Rwandese crisis speelt Boudewijn een belangrijke rol op de achtergrond,’ schrijft de krant. Belangrijker dan gebruikelijk? De rol van Boudewijn is niet groter dan in het verleden maar wel intensiever. Het dossier ligt de koning immers erg nauw aan het hart en daarom is hij bereid een tandje bij te steken.

De koning haalt zijn slag thuis De druk van Boudewijn en Van Ypersele leveren een positief resultaat op. Op 4 oktober 1990 neemt de Belgische regering de beslissing om militairen naar Rwanda te sturen. President Habyarimana krijgt Belgische steun. Het gaat om meer dan vijfhonderd manschappen. De operatie krijgt de codenaam ‘Green Beans’. De interventie kost de Belgische belastingbetaler 160 miljoen frank of 4 miljoen euro. Tegelijk wordt een eerder bestelde levering van munitie aan Rwanda versneld uitgevoerd. Operatie Green Beans is een schande. Habyarimana is al zeventien jaar aan de macht en de corruptie loopt de spuigaten uit. Er is etnisch favoritisme en het optreden van de politie wordt er steeds harder. Tot slot gaat het land economisch snel achteruit. De Belgische regering had niet mogen ingaan op het verzoek van Boudewijn. In de kerstboodschap van 1990 vermeldt Boudewijn deze kwestie. De vorst vindt dat de interventie van de Belgische para’s de juiste beslissing was. Boudewijn feliciteert de militairen uitdrukkelijk. Later uit vleugeladjudant generaal Marc Jacqmin kritiek op de interventie van het Belgische leger. Als straf mag hij de eretitel vleugeladjudant niet meer dragen. De grootste kritiek op Boudewijn komt van generaal Roméo Dallaire die de unamir-missie van 1993-1994 leidde. ‘Koning Boudewijn en zijn gewetenloze lakeien hielden miljoenen zwarte Afri-

de jARen negenTig: ijZeR

339

kanen in Rwanda en het gebied van de Grote Meren van CentraalAfrika onder het juk, terwijl ze deze landen beroofden van hun natuurlijke rijkdommen.’ In 1994 wordt het vliegtuig van Habyarimana vanuit de Kanombekazerne door Hutuextremisten neergehaald. Het is het startschot voor een verschrikkelijke genocide in dat land.

60/40 In de 21 julitoespraak van 1990 stelt Boudewijn dat ‘in het kader van de pacificatie tussen de gemeenschappen maatregelen bestudeerd moeten worden die kunnen bijdragen tot de verzoening tussen alle burgers’. De toespraak heeft het omgekeerde effect. ‘Deze passage uit de toespraak van de koning veroorzaakt een vinnige polemiek,’ noteert Gustaaf Janssens. België is in 1990 ook in feeststemming. Boudewijn wordt op 7 september 1990 zestig. Het jaar daarop zit hij veertig jaar op de troon. En op 15 december 1990 is hij dertig jaar getrouwd met Fabiola. De viering 60/40 of het ‘koningsjaar’ omvat deze drie elementen. Bij de voorbereiding kiest de vorst twee thema’s: het contact met jongeren en de dialoog tussen de verschillende taalgroepen in het land. Voor de uitwerking laat hij vertrouweling Andries Kinsbergen vrij spel. Nadien klagen verschillende jongerenorganisaties over het feit dat het een feest voor jongeren en niet door jongeren is geworden. Boudewijn sukkelt weer met zijn gezondheid. Dat wordt geheimgehouden voor de buitenwereld. Hij vermagert zo sterk dat hij zijn trouwring aan de middelvinger moet dragen. Boudewijn duwt zijn neef Filip steeds meer naar voren. Maar Filip ‘pakt niet’ bij de mensen. Het is een van de mislukkingen van Boudewijn. De vorst ervaart de feesten als een fysieke beproeving. Insiders weten dat het programma veel te zwaar is voor de vermoeide koning. Hij kampt met zware ademhalingsstoornissen. Eén keer valt hij zelfs flauw. Hij moet in een achterkamertje bij zijn positieven komen. Niemand heeft er iets van gemerkt. Bovendien houdt Boudewijn niet van publieke bijeenkomsten of ‘publieksbaden’.

340

koning boudewijn

Boudewijn snijdt een taart aan ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag.

de jARen negenTig: ijZeR

341

‘Wanneer hij tijdens zijn verplaatsingen met uitgestoken hand naar de mensen toeging, konden zij niet vermoeden wat een inspanning die “onderdompeling in de massa” van hem vroeg,’ weet Suenens. ‘Meer dan eens waren de officiële plechtigheden voor hem beangstigend.’ Baron de Posch vertelt daarover. ‘Hij schaamde zich voor al die mensen en hun kinderen die gedurende uren op zijn komst wachtten.’ Hij hield ook niet van het applaus dat hem dan te beurt viel. ‘Hij was te ver verwijderd van het volk, te ernstig.’ Toch is de viering vanuit pr-standpunt een enorm succes. In het parlement worden kritische vragen gesteld over de kostprijs ervan. Volgens de bevoegde minister is er 62 miljoen frank in de begroting ingeschreven. Daar bovenop komt nog eens 2,5 miljoen frank voor vuurwerk. Tijdens die 60/40-feesten bewijst de koning opnieuw zijn wereldvreemdheid. Tijdens een etentje in het icc spreekt hij een van de bewakers aan. ‘Mag ik u proficiat wensen, mijnheer. Het was zeer lekker.’ Boudewijn dacht dat hij de kok complimenteerde. Zanger Johan Verminnen heeft ter gelegenheid van de 60/40-viering een liedje gemaakt, ‘Zo aardig, zo klein’. In een passage op het einde verwijst hij naar de justitie in ons land en ‘zijn schandalen’. Niet alle magistraten zijn tevreden met de tekst, maar het is te laat om de plaat tegen te houden. Boudewijn wordt eind 1990 op de hoogte gesteld van de trouwplannen van zijn halfbroer Alexander. Zijn halfbroer wil met de gescheiden Lea Wolman trouwen. Ze huwen op 14 maart 1991 in het grootste geheim in Deben, een dorpje in Suffolk. Nagenoeg niemand is op de hoogte. Ook Lilian niet. Algemeen wordt aangenomen dat Alexander in het buitenland trouwt om zijn huwelijk te verzwijgen voor zijn moeder. Hij is bang voor ‘haar reacties, vermoedelijke afkeuring en mogelijke financiële represailles,’ aldus Jan Van den Berghe. Een bron suggereert dat Boudewijn Alexander gevraagd heeft om ‘zeker niet in België’ te trouwen. Alexander krijgt de raad zich low profile te houden.

342

koning boudewijn

Steeds vrijer Boudewijn houdt naar het einde van zijn leven steeds meer toespraken. In het laatste decennium richt hij zich evenveel tot de bevolking als tijdens de eerste dertig jaar. In het koningsjaar 19901991 drukt de vorst zich steeds vrijer uit. ‘Deze evolutie ligt volgens voormalig kabinetschef Jean-Marie Piret in het feit dat, naarmate de koning ouder wordt – ouder dan zijn ministers, bijvoorbeeld – zijn persoonlijkheid meer en meer vertaald wordt in zijn toespraken,’ noteert Helena Buckinx. Dat blijkt niet alleen uit zijn speeches maar ook uit de houding van de vorst. ‘Met de leeftijd is hij sterker geworden in zijn relaties met de buitenwereld,’ vertelt Piret. Volgens Louis De Lentdecker komt daar een extra element bij. ‘Boudewijn wist dat hij een charismatische figuur geworden was. Hij wist bovendien dat hij onaantastbaar geworden was. Je voelde dat in zijn hele optreden, in sommige van zijn redevoeringen. Je voelde dat ook wanneer je met hem sprak,’ vertelt de voormalige journalist aan Buckinx. Tindemans heeft hierbij wel een bedenking. ‘Ik weet niet of de koning zelf ooit bij iemand zijn hart heeft kunnen luchten over de politiek, vertrouwelijk, menselijk, zonder bijbedoelingen.’ Het antwoord is eenvoudig: Boudewijn richtte zich in dat geval tot God, Suenens of zijn biechtvader. Tindemans betwijfelt of hij in die gevallen wel aan het goede adres was.

De abortuswet De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurt op donderdag 29 maart 1990 de wet Lallemand-Michielsen goed, die abortus onder bepaalde voorwaarden uit het strafrecht haalt. Vrijdag 30 maart is premier Martens bij de koning. Daar bezorgt Boudewijn de premier een brief. ‘Ik heb de brief wel twee, drie keer in het bijzijn van de vorst herlezen. Ik was uiterst verbaasd.’ Boudewijn schrijft dat hij de wet Lallemand-Michielsen niet zal tekenen. Het standpunt van de koning is niet nieuw. Al in december 1989 schrijft de vorst in zijn dagboek: ‘De tang (sic) in verband met de abortusproblematiek wordt dichtgeschroefd… Dat alles dwingt

de jARen negenTig: ijZeR

343

mij, mijn God, om alléén bij U toevlucht te zoeken.’ (eigen cursivering) Volgens Boudewijn leiden ook voorbehoedsmiddelen ‘onvermijdelijk’ tot abortus. Boudewijn heeft dit in een wetenschappelijke studie gelezen. Hugo De Ridder kan zelfs een kopie krijgen. Patrick Roegiers geeft een enigszins andere lezing van de feiten. Volgens hem wilde Boudewijn enkel aangeven dat de pil ‘een vorm van abortus’ is. Boudewijn is geobsedeerd door het onderwerp. Herman Liebaers, grootmaarschalk in de periode 1974-1981, haalt in dat verband een merkwaardige anekdote aan: ‘Toen ik tijdens mijn eerste audiëntie met de koning zei dat mijn vrouw journaliste was, onderbrak de koning mij en vroeg: “Zij schrijft toch niet over abortus?”’ Een vreemde vraag, want in 1974 was dat onderwerp ‘van geen belang voor de pers’. Ook tijdens audiënties met journalisten wordt het onderwerp altijd aangeraakt. Volgens een journalist wil de vorst steevast weten of de redactie aandacht aan het onderwerp zal besteden. Een paar maanden voor de parlementaire goedkeuring van de wet is Boudewijn met Mark Eyskens op weg naar Zwitserland. Tijdens de vlucht wordt Eyskens door de vorst uitgenodigd om in de aparte ruimte van het vliegtuig over het delicate onderwerp van gedachten te wisselen. Eyskens probeert dan al Boudewijn te wijzen op het gevaar van niet-ondertekening. Hij schetst een scenario dat sterke gelijkenissen vertoont met de koningskwestie. Ook grondwetspecialist Robert Senelle omschrijft de weigering van de vorst als een ‘minikoningskwestie’. ‘Mijn gesprek in het vliegtuig naar Zwitserland was de voorbode van een uitzonderlijk voorbeeld van koninklijke vasthoudendheid,’ besluit Eyskens.

Verkrachting van de grondwet Na de audiëntie bij de koning roept Martens op vrijdag 30 maart zijn vijf vicepremiers bijeen. Hij leest de brief van Boudewijn voor. Martens vraagt iedereen om discreet te zijn. Hij weet dat de weigering van de vorst dynamiet is. Martens wil de informatie zo lang mogelijk uit de pers houden.

344

koning boudewijn

Martens denkt in eerste instantie dat de koning overtuigd kan worden van zijn ongelijk. Tegelijk laat hij de koning een nieuwe brief schrijven waarin een uitweg voorzien wordt. In de nieuwe tekst vraagt Boudewijn om een oplossing voor het probleem te zoeken. Martens laat zijn vijf vicepremiers: Dehaene, Wathelet, Moureaux, Claes en Schiltz, een na een bij de vorst langsgaan. Ze moeten druk zetten op de vorst. Dehaene is eerst aan de beurt. Ook socialist Philippe Moureaux gaat bij de koning langs. Moureaux maakt met de koning een wandeling van anderhalf uur in het park. Het is mooi weer. Na het gesprek belt Moureaux onmiddellijk Willy Claes op. Moureaux is euforisch. Hij vertelt zijn collega dat hij Boudewijn heeft kunnen overtuigen. ‘Ik heb zo sterk aangedrongen dat ik denk dat ik hem op de juiste manier geraakt heb.’ Claes lacht Moureaux uit. De Limburger kent Boudewijn beter. Hij weet dat Moureaux zich vergist. Ook Claes probeert het. Hij moet zelfs een leugentje verzinnen om zijn geplande trip naar de Sovjet-Unie te elfder ure te annuleren. De vorst vertelt Claes dat hij niet zal tekenen, zelfs niet als de paus het hem persoonlijk zou vragen. ‘Het is sterker dan mezelf,’ bekent Boudewijn aan Claes. Rik Van Cauwelaert, hoofdredacteur van Knack, vindt desondanks dat de politici, met Martens op kop, te weinig druk op Boudewijn gezet hebben. ‘Als men tegen Boudewijn had durven zeggen dat de abortuswet niet tekenen rechtstreeks zou leiden tot zijn troonsafstand en zelfs tot het einde van de monarchie, dan was er géén crisis geweest.’ Onder Gaston Eyskens zou dit volgens Van Cauwelaert niet gebeurd zijn. In het paleis zelf heerst er bij sommige naaste medewerkers van de koning paniek. Evenwel niet bij iedereen. Grootmaarschalk Gérard Jacques speelt een cruciale en onderbelichte rol in dit verhaal. Hij spoort de koning aan om toch maar niet te tekenen. Volgens hem is de weigering van de koning ‘een heroïsche daad’. Als beheerder van het memoriaal van koning Boudewijn in het Museum van de Dynastie stelt Jacques later de brief van Boudewijn tentoon.

de jARen negenTig: ijZeR

345

De rol van Danneels Boudewijn consulteert in die periode ook discreet een aantal mensen. Een van hen is kardinaal Danneels. De relatie tussen Boudewijn en Godfried Danneels is eerder koel en alleszins minder intensief dan die met Suenens. Danneels heeft vooral bedenkingen bij de charismatische beweging. Rationalist Danneels adviseert om de wet te tekenen. Hij vertelt aan het dagblad Trouw: ‘Boudewijn heeft gezegd: ik neem zelf mijn beslissing. En heeft dat ook gedaan.’ Boudewijn zit ook samen met Simone Veil. ‘Boudewijn is niet over één nacht ijs gegaan. Voor hij besliste het wetsvoorstel niet te tekenen, heeft hij een dag lang met de Franse politica samen gezeten,’ vertelt vertrouweling Luc Tayart. Luc Tayart de Borms is gedelegeerd bestuurder van de Koning Boudewijnstichting. In het geheim vraagt de vorst ook raad aan de Franse pediater Jérôme Lejeune. Lejeune is een felle tegenstander van abortus en een persoonlijke vriend van paus Johannes Paulus ii. ‘Boudewijn vroeg hem hoe hij zijn persoonlijk standpunt met de wet kon verzoenen,’ schrijft John Conley. Lejeune raadt Boudewijn aan om niet te tekenen. Ook André Molitor, voormalig kabinetschef van de koning, wordt om advies gevraagd. Molitor raadt de vorst aan om wel te tekenen. Tot slot bezoekt Pierre Harmel de vorst in alle discretie. Harmel vindt eveneens dat Boudewijn zijn handtekening onder de wet moet zetten. Maar hij heeft een uitleg voor de vorst. ‘Hij stelde Boudewijn voor om de wet te ondertekenen en tegelijk een brief voor het parlement op te stellen,’ vertelt een politicus. ‘In die brief zou Boudewijn uitleggen dat hij als staatshoofd getekend had maar niet als persoon. Als persoon nam hij uitdrukkelijk afstand van de wet.’ Die oplossing hebben veel politici aan Boudewijn voorgesteld. Telkens antwoordde Boudewijn dat hij de figuur van staatshoofd niet kon scheiden van zijn persoon. Die twee rollen vielen voor hem samen. Dat was precies het probleem. Zelfs kardinaal Ratzinger, de huidige paus Benedictus xvi, werd in het allergrootste geheim geconsulteerd door hooggeplaatste Belgische personaliteiten, vertelt een bron me. Ratzinger was toen

346

koning boudewijn

prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, een instelling die alles behandelt wat met de leer van de katholieke Kerk te maken heeft. Die consultatie werd wellicht eerder voorbereid. Claude de Valkeneer vertelt dat Herman Liebaers eind jaren tachtig Leo Delcroix, toenmalig nationaal partijsecretaris van de cvp, in Rome tegen het lijf liep. Volgens Liebaers bereidde Delcroix voor Boudewijn het standpunt over de abortuswet voor. ‘Boudewijn is zeker beïnvloed door het Vaticaan,’ besluit De Valkeneer.

Discrete zoektocht Premier Martens beseft begin april dat Boudewijn bij zijn beslissing blijft. In het bureau van vicepremier Jean-Luc Dehaene wordt een uitweg gezocht. Nagenoeg niemand is hiervan op de hoogte. Hoogleraar André Alen, kabinetschef van Martens, stelt voor om artikel 82 van de grondwet in te roepen. Hierdoor wordt aanvaard dat de koning in de (morele) onmogelijkheid verkeert om te regeren. Ook Martens kent dat artikel. Hij had erover gelezen in een boek over Leopold iii, die na de Tweede Wereldoorlog eveneens in de (fysieke) onmogelijkheid verkeerde om te regeren. Het draaiboek wordt voorbereid. Op dinsdag 3 april laat in de avond vindt in kasteel Stuyvenberg een merkwaardige ministerraad plaats. Er wordt op basis van artikel 82 vastgesteld dat Boudewijn in de onmogelijkheid verkeert om te regeren. De regering neemt tijdelijk de machten van de koning over. Op woensdag 4 april, in de vroege ochtend, wordt de abortuswet getekend, bekrachtigd en afgekondigd. Dat cvp-ministers de wet tekenen waar ze eerder in het parlement tegen hebben gestemd, wekt bij sommige waarnemers verbazing. Gedurende zesendertig uur verkeert de koning in de onmogelijkheid om te regeren. De juridische spitsvondigheid om het probleem te omzeilen zorgt voor heel veel wrevel. Mark Eyskens weet waarom: ‘De ethisch-deontologische uitstraling van Boudewijn verklaart waarom de politieke leiders, geconfronteerd met de abortuskwestie in 1990, het met vrij groot gemak eens zijn geworden over een gewaagde grondwettelijke constructie die volledig tegemoetkwam aan de

de jARen negenTig: ijZeR

347

wensen van de koning.’ (eigen cursiveringen) Toch zal de crisis volgens auteurs Leyts, Balfoort en Van den Wijngaert ‘het onkreukbare imago van de koning zware schade toebrengen’. De paus, Johannes Paulus ii, is in de wolken met de weigering van de vorst. Het Osservatore Romano, het blad van het Vaticaan, publiceert een lovend artikel over Boudewijn. Radio Vaticaan vindt Boudewijn ‘edel en moedig’. Boudewijn krijgt in 1994 postuum de Vaticaanse vredesprijs Path to peace. Ook priester Guy Gilbert, de priester van de loubards of nozems, is gelukkig met de weigering van de vorst. De charismatische beweging is opgetogen. Abortus is een strijdpunt. Boudewijn is vanaf dan een cultfiguur, een heilige. Volgens de website scholieren.com, waar leerlingen informatie kunnen ophalen, is België ‘gedurende anderhalve dag een republiek’. Onzin uiteraard. Als Boudewijn op 5 april door het parlement opnieuw bekrachtigd wordt als koning, schrijft La Dernière Heure smalend: ‘La fin d’une farce’. Of: het einde van een klucht.

Populariteit stijgt Van zodra het nieuws bekend raakt, eisen twee socialistische Europarlementsleden, Raymonde Dury (ps) en Marijke Van Hemeldonck (sp) openlijk dat Boudewijn troonsafstand doet. De meeste mensen vinden de weigering van Boudewijn evenwel moedig. De populariteit van Boudewijn stijgt naar een recordhoogte. In 1990 wordt de vorst in de media uitgeroepen tot ‘man van het jaar’. De vorst krijgt massaal brieven waarin hij in de meest diverse bewoordingen gefeliciteerd wordt. ‘Het blijkt dat de correspondentie van de koning, die gemiddeld zo’n 20 000 brieven per jaar ontvangt, in die periode aanzienlijk toeneemt,’ noteert Helena Buckinx. Een secretaresse is in het voorjaar van 1990 bijna voltijds bezig met het verwerken van die post. De burgers vinden de standvastigheid van de koning opmerkelijk, zeker in vergelijking met de hypocriete politici. Die secretaresse is op dat ogenblik net ongewenst zwanger. Ze overweegt sterk om abortus te plegen. De Brusselse professor Alice Jourdain-von Hildebrand vertelt het verhaal op 5 november 1993

348

koning boudewijn

aan auteur Donald De Marco. ‘Bij het lezen van al deze brieven raakte ze zo onder de indruk en kwam tot de conclusie dat de ongeboren vrucht in haar waardevol was,’ lezen we in The heart of issue. De secretaresse besluit volgens Jourdain het kind te houden. Die jongen of dat meisje moet nu een jaar of twintig zijn en dankt zijn of haar leven dus aan Boudewijn. Begin april bezoekt Boudewijn de Gentse Floraliën. De visite ligt al maanden vast. Boudewijn is bang voor de reacties van het publiek. De crisis heeft volgens een insider een sterke indruk op hem gemaakt. Hij krijgt aanvallen van vreselijke migraine. Patrick Roegiers schrijft stout dat ‘de goede God hem straft’. Het is gewoon de stress. Bij de geringste inspanning is hij buiten adem. ‘Toen hij in Gent aankwam, kreeg hij een staande ovatie. Dat was voor de koning een enorme opsteker. Ook enkele dagen nadien, toen Boudewijn naar Cockerill Sambre in Seraing ging, applaudisseerden de toegestroomde arbeiders massaal. Dat heeft hem toen enorm aangegrepen. Het gaf hem het gevoel dat hij toch gerespecteerd werd,’ aldus de auteurs van Kroonprins Filip. Toch was het bezoek aan Cockerill Sambre geen onverdeeld succes. De leiders van de vakbond fgtb willen de koning niet ontmoeten, aangezien hij in hun woorden ‘geweigerd had om een wet te bekrachtigen die door de twee Kamers op democratische wijze goedgekeurd werd’. De relatie met de politici koelt verder af. Daar ligt de koning minder wakker van. Aan politicus Roger Lallemand, indiener van de abortuswet, vraagt de vorst of er nieuwe ethische wetsvoorstellen in de lade zitten. Boudewijn vertelt Lallemand dat hij gelijkaardige wetten, bijvoorbeeld op het vlak van euthanasie, evenmin zal ondertekenen. In 2002 wordt Lallemand minister van Staat. Zeer tegen de zin van koning Albert en Jacques van Ypersele. Die laatste probeert het lang tegen te houden. Tevergeefs.

Het Sint-Michielsakkoord Sinds het einde van de jaren zeventig heeft Boudewijn een sterke positie tegenover de regering verworven. Toch zal Boudewijn een tactische fout maken in de lange aanloop naar het Sint-Michielsakkoord van 29 september 1992.

de jARen negenTig: ijZeR

349

Dehaene neemt begin maart 1992 het roer over van Martens. Koning Boudewijn betreurt het dat er voor zijn trouwe ex-premier geen plaats is in de nieuwe regering. Martens wordt wel snel minister van Staat, een schrale troostprijs. Dehaene moet de koning beloven dat hij en zijn ministers het woord ‘separatisme’ niet meer publiekelijk zullen uitspreken. De relatie tussen Boudewijn en Dehaene is van een totaal andere orde dan die met Martens. ‘Het Hof mag het beleid niet beginnen te bepalen,’ meent Dehaene. Dehaene heeft ervaring met staatshervormingen. Al in 1980 en in 1988 is hij er medearchitect van. In 1980 werd de tweede staatshervorming van kracht. In 1988-1989 kregen de gemeenschappen de verantwoordelijkheid voor het onderwijs. In 1993 wordt de vierde en meest ingrijpende staatshervorming in het parlement gestemd. België wordt uiteindelijk een federale staat. Voor Boudewijn was de staat in 1993 voldoende hervormd, noteert Herman Van Goethem. ‘Het maakte hem “zeer kregelig” dat premier Dehaene weigerde in het publiek te spreken over de laatste fase van de staatshervorming.’ In zijn laatste toespraak van 21 juli 1993 verwijst Boudewijn naar deze ingrijpende hervorming. Tien dagen later overlijdt de vorst in Motril. ‘Zijn laatste toespraak wordt zijn politiek testament,’ noteren Mark van den Wijngaert en zijn collega’s. De koning maakt niet meer mee dat de cd&v in 2004 een kartel aangaat met n-va, een partij die volgens Herman Van Goethem nog minder om het voortbestaan van België geeft dan de cd&v zelf. Al in 1988 verliest Boudewijn zijn greep op de regering en de staatshervorming. Midden juli 1988 ontvangt premier Martens een vertrouwelijke brief van Boudewijn. De koning maakt zich zorgen over de ‘procedure’ en het ‘tempo’ van de derde staatshervorming. Martens leest de koninklijke brief voor op de kabinetsraad. Het leidt tot een incident met ps-vicepremier Moureaux, minister voor de Hervorming van de Instellingen. Het conflict wordt binnenskamers gehouden. In de brief heeft Boudewijn het specifiek over de bevoegdheden van Buitenlandse Zaken. Buitenlandse Zaken is, naast Landsverdediging, een domein dat de vorst erg nauw aan het hart ligt. Herman Van Goethem, die in zijn boek een communautaire geschiedenis

350

koning boudewijn

van Leopold i tot Albert ii schetst, plaats als ondertitel bij Boudewijn: ‘Kroniek van een grote onmacht’. De fout ligt volgens Tindemans bij de koning. Op 15 juli 1988 schrijft Tindemans in zijn dagboek: ‘De koning maakt zich zorgen. Maar wie liet alles begaan?’ Die avond is Tindemans op bezoek bij voormalig minister baron Kronacker. Aanwezig zijn ook Herman Liebaers en baron De Posch. Die laatste schampert dat ‘het Paleis te laks is geweest tegenover Dehaene’. Volgens de ceremoniemeester heerste er regelrechte paniek op het Paleis. In de radicale staatshervorming van 1988 is er een massale transfer van bevoegdheden van de nationale overheid naar de gemeenschappen en de gewesten. Boudewijn heeft ook ernstige bedenkingen bij voorstellen die de economische en monetaire unie en de internationale positie van België kunnen bedreigen. Dehaene speelt het eind 1987 en begin 1988 erg sluw. Hij vertelt niet alles aan de koning. Dehaene is Martens niet. Een anonieme minister beweert dat er tijdens het formatieberaad onder leiding van Dehaene zelfs een kortsluiting ontstond tussen deze laatste en de vorst. ‘Dehaene was in zijn blauwdruk voor een nieuwe staatshervorming veel verder gegaan dan wat hij de koning had laten geloven,’ staat in De kroon ontbloot. Vooral het feit dat Dehaene aan de gewesten de bevoegdheid wil toekennen om buitenlandse betrekkingen aan te knopen, vindt Boudewijn ronduit stuitend. Van Ypersele, kabinetschef van Boudewijn, belt in de zomer van 1988 met Vander Espt, adjunct-kabinetschef van Tindemans. Van Yp klaagt over de wijziging van de grondwet bij de staatshervorming. ‘Het gebeuren doet me steigeren,’ schrijft Tindemans op 1 augustus 1988. ‘Wie heeft formateur Dehaene laten betijen? En zelfs aangemoedigd op deze weg. Wie heeft hem drie nieuwe hervormingsplannen voor de staat uit zijn hoed laten toveren? Zonder filosofie, zonder plan.’ Kortom, volgens Tindemans treft Boudewijn zelf schuld. Dehaene wordt in die periode verlinkt door grondwetspecialist André Alen, medewerker van Martens. ‘Hij heeft Dehaene, bij wie hij ook al kabinetschef is geweest, verraden om bij de koning in het gevlei te komen,’ aldus Ilegems en Willems. Volgens Hugo De Ridder verklaart dit waarom Martens en niet

de jARen negenTig: ijZeR

351

Dehaene toen premier werd. ‘Het Hof voelde zich lichtjes misleid door Jean-Luc Dehaene die inzake staatshervorming verder was gegaan dan afgesproken.’ Boudewijn deed daarna een beroep op het staatsmanschap van Martens om als regeringsleider de behoeder te worden van het unionisme. Martens kon niet neen zeggen tegen het staatshoofd. Tegen Dehaene speelde bovendien nog iets anders: Boudewijn en Van Ypersele vonden hem onvoldoende representatief voor België. Anderen beweren dat ‘zijn gestalte, voorkomen, taalgebruik en onconventionele optreden’ in het nadeel van de Bruggeling waren. Dehaene zou nog enkele jaren moeten wachten om premier te worden.

Het etentje in Den Gouden Harynck Op 18 april 1988 ontvangt Boudewijn Wilfried Martens op het paleis. In de vooravond komt formateur Dehaene nog eens langs om een stand van zaken te geven. ‘Beide politici rijden nadien naar het restaurant Den Gouden Harynck aan de Brugse Groeninge,’ schrijft De Ridder. Die avond is een bijeenkomst gepland die, vanuit verschillende invalshoeken bekeken, uiterst merkwaardig is. Frans Verleyen, directeur van Knack, heeft enkele toppolitici en prominenten uit de media uitgenodigd. Boudewijn is hiervan op de hoogte. Verleyen en de koning hebben een uitstekende relatie. Verleyen was immers eerder op privéreis in Spanje met de vorst. Fons Verplaetse van de Nationale Bank en arrondissementscommissaris Henk Schuytser zijn er ook. Opvallend is ook de aanwezigheid van Jacques van Ypersele en Lou de Clerck van Gazet van Antwerpen. Kortom, toppolitici zitten er samen met de belangrijkste man van het Paleis én twee invloedrijke journalisten. Tindemans schrijft hierover in zijn dagboeknotities: ‘Als dit geen opzien baart, begrijp ik er niets meer van.’ Die avond krijgt Martens een geschenk: een portret van de Brugse kunstenares Ria Verhaeghe. De volgende dag wordt Martens tweeënvijftig jaar. ‘Een volledige verrassing kan het voor de premier niet zijn, want hij poseerde voor haar op 12 maart,’ noteert De Ridder tongue in cheek.

352

koning boudewijn

Die avond is er over het premierschap gepraat. Boudewijn vroeg Martens immers eerder die dag om eerste minister te worden. Zeker is dat Martens de volgende dag, op zijn verjaardag dus, binnen de cvp verklaart dat hij de opdracht aanvaardt. Later verklaart hij dat de koning hem overtuigd heeft. ‘Boudewijn heeft me gevraagd om een laatste keer premier te worden.’ Martens kon die opdracht niet weigeren. Tindemans vertelt dat hij toen zijn geloof in de koning verloor. ‘Tot nog toe zag ik de koning steeds als een onovertroffen troef voor het land. (… ) Maar wat moeten we met die geschiedenis van het diner in Brugge?’

Poupehan De relatie met lieveling Martens zal sterk bekoelen. Op 20 maart 1991 publiceert Knack een verslag over de geheime bijeenkomsten van Poupehan. Poupehan is een Waals dorpje. Tussen 1982 en 1987 werd daar het herstelbeleid van de regering Martens v besproken en bijgestuurd. Aanwezigen waren Martens zelf, Jef Houthuys van het acv, Hubert Detremmerie van de bac (later: bacob en Dexia) en Fons Verplaetse van de Nationale Bank. Poupehan werd een begrip in de Wetstraat en daarbuiten. Boudewijn is vooral geschokt als hij verneemt dat vertrouwelijke gesprekken tussen hem en Martens daar uitlekten. Martens schond daardoor het zogenaamde colloque singulier. ‘Martens gaf het geheim van Laken prijs. Hij ontblootte de kroon,’ vertellen Ilegems en Willems. Boudewijn was hierover bijzonder ontstemd. Martens verbrak immers de vertrouwelijkheid van de gesprekken. Volgens een intimus van het Hof keek Boudewijn in de laatste jaren van zijn leven met andere ogen naar Martens. Uiteindelijk liet hij Martens als een baksteen vallen. Volgens een insider is dat overigens typisch voor Boudewijn: ‘Hij laat mensen vallen als ze voor hem van geen nut meer zijn.’ Tindemans kan er over meespreken. Boudewijn doet in elk geval niets om zijn voormalige lievelingspoliticus een eerbare functie op nationaal vlak te geven.

de jARen negenTig: ijZeR

353

Volgens biograaf Fralon speelde ook de echtscheiding van Martens mee bij die beslissing. Dat klopt niet, want die echtscheiding vond later plaats. Boudewijn was wel op de hoogte van de huwelijksproblemen van Martens en zijn toenmalige vrouw.

Sabena Sabena is altijd een grote zorg geweest van de monarchie. Vooral Boudewijn hechtte er veel belang aan. ‘De symboolwaarde als internationaal uithangbord voor het land speelt daarbij een rol van grote betekenis,’ weten Polspoel en Van Den Driessche. Het kleinste ontwikkelingsland heeft een eigen carrier. Historicus Reynebeau benadrukt dat Sabena een stokpaardje van Boudewijn is. ‘Het verdroot hem dat de nationale luchtvaartmaatschappij in de jaren zeventig verlieslatende lijnvluchten begon op te doeken.’ Sabena vervult in crisissituaties vaak een belangrijke rol, zoals bij de rellen na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 en tijdens de genocide in Rwanda in 1994. Bovendien leert de parlementaire commissie over de moord op Lumumba ons dat ook tijdens geheime opdrachten Sabenatoestellen gebruikt zijn. Er werden zelfs wapens en materieel vervoerd met de vliegtuigen. In het bestaan van de luchtvaartmaatschappij Sabena waren er drie cruciale momenten waarbij er telkens sprake was van een mogelijke fusie met klm: in 1975, in 1987 en in 1992. Volgens het nrc Handelsblad bestond er zelfs al in de jaren vijftig een soortgelijk plan. Telkens werden die vaak erg concrete plannen door het Hof afgewezen. In 1976 was er zelfs een uitgewerkte studie van consultant McKinsey. Boudewijn was tegen de Nederlanders en het verlies aan macht van (Franstalig) België. Het scherpst staat het in de Volkskrant: ‘Het niet doorgaan van een fusie met klm wordt toegeschreven aan het Hof, dat tanende Franstalige invloed vreesde.’ De fusieplannen werden ook altijd afgeschoten door de Waalse socialisten. In 1988 spraken Sabena en klm volgens het tijdschrift fem Business opnieuw over verregaande samenwerking. Opnieuw gingen de plannen niet door. Een andere piste begin jaren negentig

354

koning boudewijn

was Sabena begeleid te laten sterven. Zo verklaarde Dehaene op 15 maart 1991 in Panorama/De Post dat er in Europa nog twee tot drie grote luchtvaartmaatschappijen zouden overblijven. ‘En daar zal Sabena niet bij zijn.’ Volgens Dehaene kan Sabena beter verdwijnen. ‘Het is een te duur middel om onze vlag in de belangstelling te houden.’ Boudewijn was razend toen hij het interview las. Volgens een vertrouweling riep hij toen: ‘Zo, die kerel wil hier uitverkoop houden! Wacht maar, we zullen hem eens gauw een toontje lager doen zingen.’ Ilegems en Willems beweren dat de koning premier Dehaene nadien een flinke bolwassing gegeven heeft. Minister De Croo had het al eens eerder meegemaakt toen hij Sabena een drastisch besparingsplan oplegde. ‘Boudewijn is een vurig verdediger van de nationale luchtvaartmaatschappij Sabena,’ weten ook historici Van den Wijngaert, Beullens en Brants. Het scenario van een begeleid faillissement was dus geen lang leven beschoren. In februari 1991 worden op aandringen van Boudewijn opnieuw middelen in Sabena gepompt. Journalisten Polspoel en Van Den Driessche rekenden uit dat de kostprijs van deze redding 35 miljard frank of zowat 1 miljard euro bedroeg. Een politicus riep toen boos dat het koningshuis maar zijn eigen fortuin had moeten aanspreken om Sabena te redden.

Het bezoek aan Hongarije In 1990 bezoekt Boudewijn Hongarije. Na de officiële ontvangst wordt hij ook ontvangen door de aartsbisschop van het land, Laszló Paskai. Boudewijn is vooral geïnteresseerd in het graf van ‘martelaar’ József Mindszenty. Deze priester was na de Tweede Wereldoorlog aartsbisschop van Hongarije en bovendien een hevig anticommunist. Boudewijn en Fabiola zijn vergezeld door het echtpaar Eyskens. De kardinaal legt wanhopig aan Boudewijn uit dat de Hongaarse kerk nauwelijks middelen krijgt. De vorst stelt daarop voor om te bidden. ‘Boudewijn stond op, door ons allen gevolgd, en begon hardop in het Frans het onzevader en het weesgegroet te bidden,’ vertelt Eyskens. Zelfs de kardinaal was verrast.

de jARen negenTig: ijZeR

355

Die reactie is kenmerkend voor Boudewijn. Op vakantie in Zwitserland, met Simeon van Saksen-Coburg en zijn kinderen, stelt Boudewijn voor om met de vier zoontjes van Simeon samen een avondgebedje op te zeggen. ‘Ik kreeg er kippenvel van,’ vertelt Simeon. Simeon was de laatste tsaar van Bulgarije (1943-1946). Hij is via zijn overgrootvader verwant aan koning Boudewijn. Boudewijn begint zich in zijn laatste levensjaren vreemd te gedragen. Hij doet dingen die God hem opdraagt. ‘Daarstraks, wandelend in de regen, had ik de indruk dat u van mij verlangde dat ik de rijkswachters zou bezoeken,’ schrijft de vorst in zijn dagboek. Wat is het verschil met iemand die stemmen in zijn hoofd hoort en die in opdracht van die stemmen handelingen verricht? Later dat jaar gaat Boudewijn naar New York voor een speciale zitting van de Verenigde Naties, de Wereldtop voor Kinderen. De sessie van eind september is gewijd aan de problemen van het kind. Maandenlang is er onderhandeld geweest over een enkele passus. Het twistpunt slaat op de bescherming van het ongeboren kind en abortus, een stokpaardje van de koning. ‘De koning had verschillende keren zijn grote bezorgdheid uitgesproken over een te liberale tekst,’ herinnert Mark Eyskens zich. Het is pas nadat ook het Vaticaan met de eindtekst had ingestemd, dat de koning zich gewonnen gaf. Dat Boudewijn er een andere mening dan het standpunt van Rome op nahield, is een mythe. Boudewijn vertrouwde het zaakje niet. Hij verzocht Eyskens om hem naar New York te vergezellen. De vorst wilde absoluut mee. Dat was ongebruikelijk omdat niet Boudewijn maar Eyskens de finale tekst moet ondertekenen. ‘Als troost gaf ik Boudewijn wel de pen waarmee ik het handvest geparafeerd had,’ besluit Eyskens. In december 1990 verblijft Boudewijn in Algerije. Daar wil hij absoluut aan het graf van de ‘martelaar’ van Tamanrasset, Charles de Foucauld, mediteren. De omgeving van Boudewijn is verrast. Het was niet in het programma voorzien. Boudewijn dringt aan. Volgens Le Soir wordt dit later ontkend door het Paleis, zozeer is men in de war door het gedrag van de vorst. Het laatste bezoek van Boudewijn zal dat aan Nederland in mei 1993 zijn. Daarmee is de cirkel rond. Zijn eerste bezoek aan dat land dateert van 1958.

356

koning boudewijn

Munitie voor de Britten Begin jaren negentig breekt de Eerste Golfoorlog uit. Tijdens de begrafenis van Olaf v van Noorwegen zijn de veiligheidsmaatregelen zeer scherp. De begrafenis vindt plaats eind januari 1991, in het heetst van de strijd. Er wordt gevreesd voor aanslagen. Boudewijn en Fabiola krijgen vier extra lijfwachten. In de aanloop naar die oorlog weigert de Belgische regering munitie te leveren aan Groot-Brittannië. Het zijn de socialisten die dwarsliggen. ‘Op het kabinet van minister Guy Coëme werd onomwonden gezegd dat de regering de militaire escalatie in de Golfregio niet wilde aanmoedigen,’ schrijven Ilegems en Willems. Pas in de eerste dagen van 1991 komt dit uit. De Britten zijn woedend. Koningin Elizabeth schrijft een boze brief aan koning Boudewijn. De Britse sensatiepers kondigt een boycot van Belgisch bier en Belgische pralines af. Boudewijn reageert met verstomming. Ook hij is boos. De regeringsbeslissing om niet aan de Britten te leveren, is volgens hem een enorme blunder. De vorst is er als de dood voor om internationaal belachelijk gemaakt te worden. Boudewijn verwijt de regering vooral dat hij niet tijdig op de hoogte werd gebracht. Martens zal nadien toegeven dat het een vergissing was. Het contact tussen de koning en sommige ministers is in de jaren negentig zeer beperkt. Gilbert Mottard, minister van Pensioenen 1990-1992, ontmoet de koning zelfs geen enkele keer. Enkel bij de eedaflegging krijgt hij een handdruk van de vorst. Een mogelijke verklaring is dat het aantal ministers stelselmatig stijgt. In 1950 waren er nauwelijks zestien. In het kabinet Leburton van 1973 waren er al zesendertig. Het spreekt vanzelf dat de vorst niet met iedere minister een even intens contact kan hebben. Hij beperkt zijn gesprekken bij voorkeur tot die met de premier, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie. Bovendien heeft Boudewijn dan al zevenentwintig verschillende regeringen gekend. Het aantal ministers is niet bij te houden.

de jARen negenTig: ijZeR

357

Silco en de familie Houtekins-Kets In de zomer van 1985 wordt de Silco, de boot van de familie Houtekins-Kets voor de Libische kust geënterd. De familie wordt jarenlang gegijzeld. Na intensieve en lange onderhandelingen komen de gijzelaars uiteindelijk begin 1991 vrij. Volgens berichten is dat door toedoen van Boudewijn. De journalisten zien een direct verband met een ‘ophefmakende’ speech van Boudewijn eind november 1990 in Algerije. De vorst vroeg daarin dat alle resoluties van de vn over het Midden-Oosten zouden worden toegepast, ‘zowel die over de Golfcrisis als die over het Palestijnse probleem.’ De tekst werd opgesteld door de Belgische regering die hiermee het oude diplomatieke standpunt verkondigde. Boudewijn zei eigenlijk niets nieuws. De meeste koninklijke toespraken worden door zijn kabinetschef geschreven. In het huldeboek 1930-1950-1990 van Pierre Wyvekens staat dat ‘de redevoeringen van koning Boudewijn eigenhandig (door hem) geschreven zijn’. Dat is onjuist. Ze zijn wel het resultaat van zijn bedenkingen en de uitdrukking van zijn wensen. ‘De koning geeft ideeën en kiest de thema’s. Het kabinet maakt vervolgens een schema op. Tot slot wordt er een ontwerp voorgelegd aan de eerste minister of de minister van Buitenlandse zaken,’ verduidelijken Franck en Roosens. De werkelijkheid over de Silcoaffaire is dat twee medewerkers van het kabinet Buitenlandse Zaken het dossier intensief opgevolgd hebben. De eerste is de kabinetschef van Mark Eyskens, Alex Reyn. Ook directeur-generaal politiek, Jan Hollants Van Loocke, volgde deze zaak. Een andere sleutelfiguur is Walid Khaled van Aboe Nidal. Als uitkomt dat hij van de consul-generaal in Beiroet een visum heeft gekregen om naar België te komen, staat België op zijn kop. De oppositie eist het ontslag van Eyskens als bevoegde minister. Khaled blijkt een dubbelspion. Hij werkt ook voor de Franse geheime dienst en legt voor de Fransen contacten met de gijzelnemers van de familie Houtekins-Kets. Eyskens kan die informatie niet bekendmaken. De Franse minister Roland Dumas vraagt Eyskens om te zwijgen. Khaled werd enkele maanden later in Beiroet geliquideerd.

358

koning boudewijn

Zwarte Zondag Op 18 juli 1991 wordt André Cools neergeschoten. Boudewijn reageert gechoqueerd. De Waalse politicus Cools was jarenlang minister en ondanks de grote ideologische verschillen tussen beide mannen, was er zeker een vorm van verstandhouding gegroeid. In 1983 werd Cools minister van Staat. De moord is nooit helemaal opgehelderd. Eén mogelijke verklaring is dat Cools informatie over het Agustadossier wilde lekken. Volgens sommigen verliepen de financiële stromen via het Paleis. Door het Paleis te betrekken in deze zaak, dachten de initiatiefnemers zichzelf te ‘beschermen’. ‘Cools a tué Cools,’ wordt wel eens gezegd. Hij wilde alles uitbrengen. In november 1991 worden er federale verkiezingen gehouden. Het Vlaams Blok haalt een klinkende overwinning. Het is de doorbraak van deze partij. Het Blok haalt 6,6 procent van de stemmen. Politieke tegenstanders spreken over Zwarte Zondag. De traditie wil dat de vorst de voorzitters van alle politieke partijen ontvangt. Vooral Le Soir ligt wakker van de kwestie. De krant geeft Boudewijn enkele argumenten om vb-voorzitter Karel Dillen uit te nodigen. ‘Door hem niet uit te nodigen, stelt de koning immers een hoogst symbolische daad. Binnen elke logica zou de leider (van het Vlaams Blok) dus ontvangen moeten worden.’ Boudewijn weigert echter Dillen te inviteren. Hij geeft daarmee een duidelijk signaal. De vorst is niet consequent. Hij is een trouwe bezoeker van de metrokapel in Brussel. De kapel wordt geleid door de omstreden priester Christian Haudegand. Die vertelt dat Boudewijn vaak aanwezig was, ‘weggestopt onder de kap van zijn jas’. Haudegand kwam in 1999 op voor het extreemrechtse Front National. Ook in 2003 kreeg hij een prominente plaats op de lijst van deze partij. Kiezers konden een bolletje rood maken naast zijn naam op de Kamerlijst van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Haudegand kreeg er een vierde plaats. Het is onwaarschijnlijk dat deze priester pas na het overlijden van Boudewijn plots aanhanger werd van deze extreemrechtse ideeën. Er is bovendien een historisch precedent. Leopold iii gaf na de verkiezingen van 1936 een audiëntie aan Léon Degrelle van Rex.

de jARen negenTig: ijZeR

359

Hij vond dat het staatshoofd de voorzitters van alle politieke partijen moest ontvangen.

Het Paleis doet Verhofstadt struikelen De uitslag van de verkiezingen van 1991 maakt het mathematisch mogelijk om een regering zonder christendemocraten te vormen. Het Paleis weet dat ook. Het is een nachtmerrie voor Boudewijn. Zijn voorkeurscoalitie is nog steeds een rooms-rood kabinet. Kabinetschef Van Ypersele heeft een plan bedacht. Guy Verhofstadt wordt als formateur het politieke veld in gestuurd met een maximale termijn van twee weken. ‘De mislukking van Guy was het gevolg van een meesterlijke zet van Van Ypersele,’ aldus het boek Koning en onderkoning. Het Paleis wist dat de socialisten geen zin hadden om met de liberalen te regeren en zeker niet met Verhofstadt. Het Paleis zag met leedvermaak hoe Verhofstadt op zijn bek ging. De geschiedenis had hem kunnen leren deze opdracht resoluut te weigeren. Bij Martens kwam de aanstelling van Verhofstadt als formateur in eerste instantie als een mokerslag aan. Martens wist niet dat het Paleis een spel speelde. ‘Martens was onthutst,’ onthullen Polspoel en Van Den Driessche. Bovendien beging het Paleis een flater door dat bericht te verspreiden tijdens een vergadering over het Verdrag van Maastricht. Vanaf maart 1992 leidt Jean-Luc Dehaene zijn eerste rooms-rode regering. Boudewijn heeft nauwelijks greep op deze premier. Na bijna dertien jaar onafgebroken regeren, van Martens i op 3 april 1979 tot Martens ix op 7 maart 1992, is het rijk van Martens over.

Frankrijk Boudewijn voelt het einde naderen. Begin december zit hij bij de notaris. Hij wil dat een deel van het reusachtige domein in Opgrimbie aan het bisdom van Hasselt geschonken wordt. De akte onder opschortende voorwaarden wordt op 8 december 1992 ondertekend. Volgens auteur Eric Meeuwissen gaat het over 11 hectare van de in totaal 170 hectare.

360

koning boudewijn

Enkele dagen later is Boudewijn opnieuw in Frankrijk, deze keer niet als patiënt maar als staatshoofd. De pers is lauw. ‘De Parijzenaars hebben de koning niet gezien,’ koppen de kranten. Mensen zijn ontgoocheld. Ze wachten tevergeefs op de Belgische koning. Iemand schampert dat de koning het publiek op z’n minst had kunnen groeten. Volgens Trouw was het bezoek publicitair ‘geen succes’. De Franse pers besteedt nauwelijks aandacht aan Boudewijn. ‘De uitstraling van het koninklijke bezoek in eigen land was nihil.’ Op maandag 11 januari 1993 geeft Vlaams minister-president Luc Van den Brande een opgemerkt interview aan La Libre Belgique. In het gesprek pleit Van den Brande voor een voortzetting van de staatshervorming in confederale zin. De koning is boos. Boudewijn laat premier Dehaene naar het paleis komen. De premier heeft weinig zin om zijn partijgenoot tot de orde te roepen. Ook partijvoorzitter Herman Van Rompuy moet naar het paleis komen. Weer botst Boudewijn op een njet. Uiteindelijk beslist kabinetschef Van Ypersele dat Van den Brande zich moet komen verantwoorden. Dat is een merkwaardige zet. De minister-president van Vlaanderen legt geen verantwoording af aan de koning. Hugo Schiltz schiet Van den Brande te hulp: ‘De koning heeft feitelijk het recht niet een Vlaams minister te ontbieden,’ vertelt hij. ‘Van den Brande is immers geen ondergeschikte van de koning.’ Van den Brande wordt telefonisch op de hoogte gebracht dat hij om vier uur ’s middags in Laken verwacht wordt. Van den Brande gaat op deze ‘uitnodiging’ in. Hij had ook kunnen weigeren. Het gesprek zelf draait uit op een lange en vooral strenge monoloog van Boudewijn. Hij beklemtoont dat het hoog tijd is voor een lange periode van communautaire rust. Het is een reprimande. Onmiddellijk daarna belt de minister-president met Manu Ruys van De Standaard. Hij is ontdaan. ‘De koning begrijpt het niet,’ vertelt Van den Brande aan Ruys. ‘In zijn omgeving hebben ze wel veel lef.’ Een paar maanden daarvoor had hij nog steun gevraagd aan Manu Ruys van De Standaard. ‘Ik kan dit niet op eigen kracht,’ vertelde hij aan Ruys. ‘Maar als ik op positieve kritiek (van de krant) kan rekenen, zal ik verder kunnen gaan dan (Gaston) Geens.’

de jARen negenTig: ijZeR

361

In een persmededeling, ondertekend door Dehaene, staat dat alle plooien gladgestreken zijn. Le Soir schrijft dat de berisping van de Vlaamse politicus het bewijs is ‘van een langzame erosie van de koninklijke macht’. Het is wel de schuld van de Vlaming die een ‘aardbeving’ veroorzaakt heeft en erin geslaagd is de koning in een ‘maalstroom’ te brengen. Een paar maanden later wordt André Leysen op het paleis ontboden. De koning had Leysen in gedachten om eind jaren zeventig een zakenkabinet te leiden. Leysen deed in 1993 enkele ‘alarmerende’ uitspraken over de financiële toestand van België. Voldoende om medio juli door Boudewijn ontboden te worden. Het personeel was met vakantie, kabinetschef Van Ypersele was wel aanwezig. Maar: ‘Boudewijn nam de bediening zelf waar.’ Gezellig werd het niet. De koning las Leysen de levieten. De boodschap kwam hard aan. Leysen was ‘onthutst’. Twee weken later overlijdt Boudewijn.

De verrassende wijziging van de ‘Salische wet’ De Salische wet bepaalt dat vrouwen niet in aanmerking komen voor de troon. Pas in december 1991 werd de Salische wet afgeschaft. Al in de jaren zestig was daar sprake van. Men wou de troon vrijmaken voor een mogelijke dochter van Boudewijn en Fabiola. Maar het plan stierf een stille dood in het parlement. Ook in 1977 kwam het onderwerp opnieuw in de belangstelling. Grootmaarschalk Liebaers kaartte het zelf aan bij premier Leo Tindemans. Liebaers had ‘een kilo Zweedse documenten’ ontvangen nadat de Zweden de wet hadden gewijzigd. Tindemans zei toen: ‘Wij hebben al last genoeg, laten we dit er niet nog bijnemen.’ Officieel komt de koerswijziging er in 1991, omdat de monarchie zich wil aanpassen aan de moderne wereld. De koninklijke familie wil bewijzen dat ze het principe van de gelijkheid tussen man en vrouw hoog in het vaandel voert. De werkelijkheid is prozaïscher. Boudewijn wil vermijden dat prins Laurent op de troon terecht zou komen. Boudewijn en Fabiola beseffen begin jaren negentig dat het rijk van Boudewijn bijna over is. De vorst kampt met ernstige gezond-

362

koning boudewijn

heidsproblemen: prostaat, rug en hart. Er is geen tijd meer te verliezen. ‘Boudewijn had op een zaterdagmiddag de premier en drie vicepremiers uitgenodigd op het kasteel van Laken,’ vertelt Noël Vaessen. ‘Er stonden twee thema’s op de agenda, de afschaffing van de Salische wet en het afschaffen van de speciale wet waardoor oude dynastieën zoals de Habsburgers niet op de Belgische troon kunnen zetelen.’ Boudewijn neemt er dus zelf het initiatief toe. ‘In 1991 laat koning Boudewijn zijn eerste minister plots weten dat hij voorstander is van de afschaffing van de Salische wet,’ bevestigen Barend Leyts en zijn collega’s. Martens geeft toe dat het koninklijke initiatief ongebruikelijk is. Trouw omschrijft het als volgt: ‘Met Boudewijn vindt heel het land dat Laurent ongeschikt is voor het koningschap of enig andere serieuze functie.’ Prins Laurent verneemt van Guy Coëme dat de afschaffing van de Salische wet direct op hem slaat. Laurent is geschokt. Boudewijn ontneemt hem zijn laatste restje trots. Die andere ‘serieuze functie’ voor Laurent zou bijvoorbeeld het leiden van de economische missies in het buitenland kunnen zijn. Als Filip koning wordt, komt deze post immers vrij. Laurent leidde overigens al eens een gelijkaardige missie in 2001. Op vraag van toenmalig minister-president De Donnéa van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mag Laurent mee naar de vs. Het wordt op alle vlakken een flop. Tijdens een sessie aan de prestigieuze Harvard-universiteit tekent de prins karikaturen van de aanwezige professoren. Op zich niet zo bijzonder, maar iets later toont hij ze ook. Als het gezelschap in Boston op de hoogte gesteld wordt van de aanslagen van 11 september, haalt Laurent hard uit naar de Amerikaanse regering. En als hij vastzit doordat alle vliegtuigen aan de grond moeten blijven, roept hij uit dat het een schande is dat hij, een Belgische prins, niet naar huis kan. De afschaffing van de Salische wet wordt door het parlement gejaagd. Een volksvertegenwoordiger vertelt dat ‘het niet snel genoeg kon gaan’. Volgens Jean Stengers is die wijziging ‘vooral het werk van Fabiola’. De koningin huivert bij de gedachte dat Laurent koning van België zou kunnen worden. ‘Op zijn manier doet Laurent (haar) denken aan Fabiola’s stoute broer Jaime.’

de jARen negenTig: ijZeR

363

‘Koning Boudewijn heeft zeer weinig mensen in vertrouwen genomen over het afschaffen van de Salische wet,’ vertelt halfbroer Michel Didisheim. Jurist François Perin wijst op een andere verklaring. Door de Salische wet af te schaffen, openen Fabiola en Boudewijn de weg voor een eventueel koningschap van Astrid. De ultrakatholieke Habsburger Lorenz is lid van de Pan-Europese Unie. Dat genootschap is opgericht in 1923 door graaf Coudenhove. De bedoeling van de Unie is de Europese staten te verenigen op basis van christelijke waarden. Fabiola heeft volgens Perin bij haar man zwaar gelobbyd om de Salische wet af te schaffen. Ze ziet zo’n christelijk Europa onder Astrid en Lorenz wel zitten. Bovendien speelt er een bijkomend element mee. Boudewijn en Fabiola zijn verzot op Amedeo, de oudste zoon van Astrid en Lorenz. Perin vindt de afschaffing van de Salische wet in elk geval minder onschuldig dan het op het eerste gezicht lijkt. Hij ziet er zelfs de hand van Opus Dei in. Perin heeft een punt. Boudewijn vraagt in 1991 aan Astrid om terug naar België te komen. Het gezin van prinses Astrid verblijft dan in Zwitserland. Boudewijn wil zijn nicht in het land hebben zodat ze klaar staat om de troon te bestijgen. Astrid is niet gelukkig met de vraag van haar oom. Ze leidt met haar gezin in Zwitserland een gelukkig leven. Enige tijd later verhuist het hele gezin toch naar België.

De mislukte operatie In 1992 wordt Boudewijn in het grootste geheim in het Parijse ziekenhuis Broussais aan het hart geopereerd. De vorst lijdt aan de ziekte van Barlow, een afwijking aan de hartklep. Het is een vrij courante afwijking waaraan vijf tot tien procent van de bevolking lijdt. Meestal levert het geen problemen op. Sommigen, zoals de koning, lijden aan vermoeidheid. Het Paleis verklaart na de ingreep, uitgevoerd door Alain Carpentier, dat de ‘operatie geheel geslaagd is’. Toch duurt het erg lang vooraleer Boudewijn opnieuw in het publiek verschijnt. Hier en daar wordt gesuggereerd dat het niet

364

koning boudewijn

goed gaat met de vorst. Er duiken geruchten op over een moeilijk herstel. Op 3 juni verschijnt de koning voor het eerst na zijn ingreep in het openbaar. Hij is aanwezig op het slotgala van de Koningin Elisabethwedstrijd. Het is een verrassing. Royaltywatchers vinden dat het daarna met de vorst stukken beter gaat. Journalist Christian Laporte schrijft dat de gezondheid van de koning er ‘met rasse schreden op vooruitgaat’. De Standaard meent dat Boudewijn na de geslaagde operatie klaar is om nog vele jaren in goede gezondheid te regeren. Boudewijn wordt volgens Laporte zelfs zo fit dat hij België met plezier herontdekt. Begin juli 1993 bezoekt hij het winkelcentrum Basilix bij Brussel. Boudewijn proeft een stukje wafel, Fabiola twijfelt of ze al dan niet maatjes zal eten. De Franse president Mitterrand, goed bevriend met Boudewijn, hoort van de Franse inlichtingendiensten dat de uiterst delicate operatie mislukt is. Mitterrand vertelt het op zijn beurt aan Willy Claes. Ook Pierre Harmel, een intimus van Boudewijn, weet dat de gezondheidstoestand van de koning na zijn operatie in Parijs te wensen over laat. ‘Na deze tweede operatie leed de koning fysiek erg,’ vertelt Harmel aan Dumortier. ‘Hij was uitgeput.’ Harmel herinnert zich het laatste telefoongesprek met Boudewijn, op 19 juli 1993. ‘Hij kondigde me niet expliciet aan dat hij ging sterven, maar ik zag het gesprek wel als een afscheid. Hij voelde dat het niet meer ging.’ Ook Suenens wist dat Boudewijn de dood voelde naderen. Hubert Sacré van de Brusselse bioscoop Aventure is een van de laatste Belgen die Boudewijn ontmoet heeft. ‘Hij kwam kijken naar de film Indochine met Deneuve,’ herinnert de man zich. ‘Toen de koning na de film naar buiten kwam, pakte hij me vast en loofde hij Deneuve. Toen viel het me op dat de vorst er bleekjes uitzag,’ vertelt Sacré aan Het Nieuwsblad. Boudewijn wist dat hij binnenkort zou sterven. Net voor hij overlijdt, eind juli 1993, schrijft hij in zijn dagboek dat hij snel verenigd zal zijn met zijn moeder Astrid. Vlak voor het vertrek naar Motril deelt de vorst afscheidsgeschenken uit aan sommige van zijn trouwe medewerkers in Brussel. ‘De avond voor zijn vertrek voor zijn laatste vakantie in Span-

de jARen negenTig: ijZeR

365

je was hij gewoontegetrouw afscheid komen nemen van Granny (Veronica O’Brien),’ herinnert Suenens zich. ‘Wij zeiden hem: “Tot ziens en behouden terugkeer.” Hij antwoordde met een glimlach om zijn vermoeidheid te verbergen: “Je weet maar nooit.”’

Hij stierf als een hond Boudewijn sterft op 31 juli 1993 in Motril. Het weekblad Père Ubu meent dat de dood van Boudewijn vermeden had kunnen worden. In het stuk Mort par négligence wijst het blad op enkele merkwaardige vaststellingen net voor het overlijden van de vorst. Boudewijn was die middag aan het werk op het terras van zijn werkkamer op de eerste verdieping van de villa. Het was die dag met veertig graden drukkend heet. Op het terras zelf was er geen schaduw. Boudewijn had geen hoedje op en er was ook geen parasol op het terras. Hij had de deur van de werkkamer op slot gedaan om rustig te kunnen werken. Om 19.00 uur roept Fabiola de koning. Ze krijgt geen antwoord. Onmiddellijk gaat ze te rade bij de twee militairen van dienst die permanent in de villa aanwezig zijn: Robert Timmers en Jan Dressen. Die beuken om kwart over zeven de deur van de werkkamer in en vinden Boudewijn bewusteloos op de grond. Het verhaal daarna is bekend. Er wordt een Spaanse arts bij gehaald. De koning is dan al overleden en kan niet meer gereanimeerd worden. Die avond wordt het overlijden van de vorst vastgesteld. Père Ubu vindt het merkwaardig dat er geen arts met de vorst meereisde, want hij was nog maar recent geopereerd. Op 31 juli om 23.30 u krijgt Jean-Jacques De Reus telefoon. Hij verneemt dat Boudewijn overleden is. Hij moet stante pede naar Spanje om het lichaam van de vorst te balsemen. De volgende dag al vertrekt De Reus om acht uur in de ochtend. ‘Het lichaam van de vorst lag in bed,’ vertelt de man. ‘Het was nog niet te veel aangetast.’ De Reus balsemt het lichaam van de vorst. Daarna wordt het naar Brussel overgebracht. Het lichaam wordt opgebaard in de Salon van de denker. Ondanks de goede zorgen van De Reus zijn er

366

koning boudewijn

Het stoffelijk overschot van Boudewijn wordt van Motril overgebracht naar Brussel. Fabiola draagt het horloge van haar overleden man. ernstige problemen. ‘Het stoffelijk overschot van de koning heeft al in Spanje te lijden gehad van de hitte en dat is nu ook het geval in Brussel,’ schrijven auteurs Balfoort en De Voogt. Nauwelijks een kwartier voor de wachtende mensen worden binnengelaten om de vorst een laatste groet te brengen, stelt de koninklijke familie met afschuw vast dat Boudewijn zo niet getoond kan worden. Paola stelt voor om een gaasdoek over de overledene te leggen om het lichaam wat te camoufleren. ‘In allerijl wordt een voilegordijn uit het bureau (van een Paleismedewerker) gehaald. Fabiola en Paola leggen het gaas eigenhandig over de open kist.’

de jARen negenTig: ijZeR

367

Filip? Neen, Albert. Toen Boudewijn op 31 juli 1993 overleed, dacht iedereen dat Filip de nieuwe koning zou worden. Het was bovendien de uitdrukkelijke wens van de vorst. Tijdens een interview vanuit Afrika laat Martens er geen misverstand over bestaan: Filip wordt de volgende koning van ons land. Maar premier Dehaene volgt de grondwet en stelt Albert voor om de nieuwe koning van ons land te worden. De meeste waarnemers wijzen erop dat Dehaene hiermee de institutionele onzekerheid zo snel mogelijk wil wegnemen. Journalist Christian Laporte heeft een andere interessante verklaring. Europa maakte toen een erg moeilijke economische en monetaire periode door. Volgens financiële specialisten had uitstel inzake de troonopvolging de Belgische frank extra in gevaar kunnen brengen. In dat overgangsweekend tussen juli en augustus 1993 vond bovendien een erg moeizame top van de Europese ministers van Financiën plaats. Misschien ook wilde Albert helemaal geen stap opzij zetten voor Filip. Toen Dehaene hem eind juli 1993 het oorspronkelijke plan van Boudewijn voorlegde, is het niet uitgesloten dat hij, mogelijk onder druk van Paola, geweigerd heeft troonsafstand te doen ten voordele van zijn oudste zoon. Albert bevond zich in een sterke onderhandelingspositie, want hij had de grondwet aan zijn kant. Een week na het overlijden van Boudewijn, wordt de begrafenisplechtigheid gehouden. ‘Die zaterdag houden talloze televisiekijkers hun adem in, net als de leiders – koningen, prinsen of presidenten – van de hele wereld, aanwezig in de kathedraal van SintMichiel en Sint-Goedele in Brussel,’ noteren auteurs Fralon, Valclaren en Caille. De begrafenis van de koning op 7 augustus 1993 was vooral ook een militaire aangelegenheid. Sinds 1 augustus was het leger niet meer geweken van het stoffelijk overschot van de vorst. De veiligheidsmaatregelen zijn die dag bijzonder scherp. Nagenoeg alle wereldleiders zijn immers in Brussel aanwezig. Bewoners van huizen in de buurt van de kathedraal van Brussel krijgen uitdrukkelijk de raad om niet bij hun raam te komen. ‘Anders bestaat

368

koning boudewijn

het risico dat ze neergeschoten worden door een scherpschutter,’ vertelt een lid van de veiligheidsdiensten. Ze moeten de plechtigheid maar op televisie volgen. Trouw schrijft dat koningin Beatrix ‘de uitvaart van Boudewijn ter lering op video vastgelegd heeft’. (eigen cursivering) Bovendien doet ze inspiratie op om te bepalen hoe haar eigen doodkist er later moet uitzien. Toch is dat niet zo’n goed idee. De begrafenis van Boudewijn moet op het allerlaatste moment aangepast worden. De generale repetitie op de avond voor de optocht heeft uitgewezen dat de lijkkist van Boudewijn beschadigd zou worden door het gehobbel op de kasseien van de Koningsstraat. Maar het is te laat om het parcours te wijzigen. Daarom wordt beslist om de snelheid van de stoet te halveren van vijftien kilometer per uur naar zeven kilometer per uur. Het gevolg is dat enkele begeleidende motoren stilvallen door de veel te lage snelheid.

Diplomatiek incident Er is bijna een diplomatiek incident met de Verenigde Staten. Ze vaardigen in eerste instantie Walter Mondale af, voormalig vicepresident onder Jimmy Carter (1977-1981). Dat is voor België te min. Er wordt geprotesteerd in de kranten. Te elfder ure reist voormalig president Gerald Ford af. Tijdens de mis is president Mitterrand onder de indruk. Hij is volgens Balfoort en De Voogt, net zoals vele anderen, enorm aangegrepen. ‘Bij thuiskomst laat de socialistische president in zijn laatste wilsbeschikking opnemen dat er na zijn dood een mis moet worden opgedragen zoals die van Boudewijn,’ weten ze. De Fransman overlijdt twee jaar later. De kerkdienst in de Parijse NotreDame vertoont opvallende gelijkenissen met de mis van Boudewijn. Fabiola draagt die dag een witte jurk. Wit symboliseert de kleur van de hoop en de verrijzenis. Het is niet de eerste begrafenis waarop ze volledig in het wit gekleed gaat. Het is tegelijk een expliciete verwijzing naar de charismatische beweging. De plechtigheid bevat nog andere charismatische klemtonen. Tijdens het Onze vader van Rimsky-Korsakov nemen de naaste fami-

de jARen negenTig: ijZeR

369

lieleden van Boudewijn elkaar bij de hand, een typisch gebaar van die beweging. Philip van Engeland, echtgenoot van Elizabeth, is eveneens aanwezig. Philip draagt bij de plechtigheid niet het erelint van België maar het erelint van de Luipaard, het belangrijkste ereteken in Congo. ‘Waar is het erelint van de Orde van Leopold gebleven?’ vraagt biograaf Fralon zich af. ‘Is dit puur toeval? Een gril? Opzettelijk? Een vergissing? Niemand weet het met zekerheid,’ schrijft hij. Het antwoord is eenvoudig. Philip wil ons land even jennen. De Britse royals weten dat de relatie tussen Boudewijn en Mobutu verstoord was. De Britten halen zo ook nog eens hun gram wegens de weigering van de Belgen om munitie te leveren.

Mobutu is er niet Mobutu is niet uitgenodigd op de begrafenis van zijn ‘neef’. Niet iedereen vindt het een goed idee. Mark Eyskens schrijft dat dit in Congo uiteraard als een vernedering overkomt. ‘De president van ex-Congo is erg geraakt door die uitsluiting,’ menen ook Fralon en zijn medeauteurs. Eyskens vindt dat het Paleis hiermee een socialistische koers vaart. ‘Het Hof gaf aldus te zeer de indruk dat het dezelfde houding aannam als de socialistische partij (sp), die in feite een politique de l’abandon predikte.’ De uitsluiting van Mobutu leidt tot een vraag in het federale parlement. ‘Er werden geen uitnodigingen verstuurd,’ is het antwoord van de minister. ‘Er was enkel een mededeling van het overlijden via de ambassades. Het is wel correct dat de aanwezigheid van sommige staatshoofden niet op prijs werd gesteld.’ Saddam Hoessein en Slobodan Miloševic zijn evenmin van de partij. Andere opvallende afwezige is Boudewijns stiefmoeder Lilian. Volgens vertrouwelingen hebben Lilian en Boudewijn hun beruchte ruzie van 1960 nooit meer bijgelegd. Ook bij dit incident merk je de enorme kloof tussen retoriek en realiteit bij Boudewijn. Vergiffenis is mooi in woorden. Volgens biograaf Fralon zal niemand ooit weten waarom zoveel liefde omgeslagen is in zoveel haat.

370

koning boudewijn

Lilian speelt tot op het laatste moment een spelletje. Ze heeft wel degelijk een uitnodiging ontvangen. Ze laat in het midden of ze komt. ‘Tot op het laatste moment laat zij de koninklijke familie in de waan dat ze eventueel zal opdagen,’ weten Leyts en zijn medeauteurs. Het Paleis moet een drogreden verzinnen om haar afwezigheid te verklaren. Socialistisch Europarlementslid Marijke Van Hemeldonck haalt na de plechtigheid hard uit in De Morgen. Volgens haar kan het niet dat er enkel een katholieke ceremonie was. Ze had liever eerst een staatsbegrafenis gezien. De scheiding tussen Kerk en Staat moet gerespecteerd worden. Bovendien werd een aantal niet-katholieke genodigden volgens haar onnodig geschoffeerd. Ze zal nadien op haar vingers getikt worden door haar eigen partij. Ook vrijmetselaar Herman Liebaers heeft zich die dag opgewonden. ‘De Kerk boven de Staat! Dat zijn middeleeuwse toestanden,’ foetert hij. Een aantal royaltywatchers verkijkt zich op de hysterische toestanden na het overlijden van Boudewijn. Jan Van den Berghe geeft dat eerlijk toe: ‘Ik dacht dat niemand wakker lag van Boudewijn.’ Maar een enorme mensenzee van vermoedelijk meer dan 150 000 personen verzamelde zich begin augustus voor het koninklijk paleis in Brussel. Auteurs Bracke en Denuit zien een mogelijk verband tussen de georkestreerde mobilisatie voor de koning tijdens het ‘koningsjaar’ 1990-1991 en het spontane medeleven bij het overlijden.

Fakkeltocht Zelfs een jaar na het overlijden van Boudewijn is de interesse voor een herdenking nog steeds bijzonder groot. Dat is het Nederlandse dagblad de Volkskrant ook opgevallen. In het stuk wordt ingegaan op de eventuele zaligverklaring van de koning. Maar de krant wil eerst enkele wonderen van de voormalige koning zien. ‘Sommige Belgen klagen dat Boudewijn de kans niet krijgt (om wonderen te doen) omdat de koninklijke crypte in Laken meestal op slot zit,’ ironiseert de krant. Een verontwaardigde landgenoot klaagt hierover: ‘Hoe kan de overleden koning wonderen verrichten als het verweesde volk hem niet dagelijks en massaal, maar

de jARen negenTig: ijZeR

371

slechts één keertje per maand kan aanbidden?’ Dat laatste klopt niet: de crypte is immers elke zondag open voor het publiek. De journalisten van Trouw zijn verbaasd over de fakkeltocht van 1994. Wat volgens de Nederlandse redacteurs vooral opmerkelijk is, is dat de Franstalige katholieke en monarchistische krant La Libre Belgique de handen in elkaar slaat met de redactie van Knack. De fakkels kosten meer dan twee euro en zijn te verkrijgen in de lokalen van La Libre en Knack. Het toont aan dat de verhoudingen in de pers na het overlijden van Boudewijn helemaal scheefgetrokken zijn. In het overlijdensregister van de stad Brussel is geen spoor van het overlijden van Boudewijn te vinden, toch niet in het overlijdensjaar 1993. De overlijdensakte is er pas anderhalf jaar later en is gedateerd op 13 december 1994. Hoe komt het dat er zo’n grote tijdsspanne zit tussen beide data? Is dat enkel te wijten aan de typische Belgische bureaucratie? Er is nog iets vreemds. De oorspronkelijke overlijdensverklaring van dokter Antonio Cano Asan de Ribere moet volgens de regels woordelijk overgeschreven worden. Dat is niet gebeurd. Op de originele akte van overlijden van de Spaanse arts is de doodsoorzaak van Boudewijn vermeld. Op de akte van Brussel ontbreekt ze.

Charlie Hebdo in beslag genomen Wat na het overlijden van Boudewijn opvalt, is de houding van de pers. Johan Anthierens windt er zich in Tricolore tranen over op. Zelfs linkse kranten zoals De Morgen laten zich helemaal meeslepen. Op 7 september 1993 publiceert La Dernière Heure een bijlage ‘Fier d’être Belge’. Op de voorpagina staan zestien bekende Belgen. Een ervan is Jacques Brel, republikein en uitgeweken Belg. Volgens Anthierens is de enige echte Belg Kuifje. ‘Hij was de perfecte Belg. Hij heeft nooit echt bestaan.’ Journalist Yves Mamou van Le Monde vindt dat de Belgen bedot worden door de verslaggeving. ‘Hier is sprake van oplichting,’ schrijft hij. ‘Onder het mom van informatie heeft wat de televisie sinds zondag 1 augustus 1993 aan Boudewijnmania over onze hoofden uitschudt, niets van doen met het verslaan van een gebeurtenis.’

372

koning boudewijn

Omslag van het verboden nummer van Charlie Hebdo. Elke vorm van kritiek wordt in de kiem gesmoord. Het dieptepunt is de inbeslagname van alle voor België bestemde exemplaren van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo. Dat gebeurt op 18 augustus. ‘Alle 1800 exemplaren van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo van vandaag worden vastgehouden in de papierkelder van (distributeur) amp.’ Cartoonist Cabu portretteert de nieuwe koning Albert ii als een uitvergroot Manneken Pis.

de jARen negenTig: ijZeR

373

Eerder werd het nummer van 4 augustus aan de grens tegengehouden door minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback. Op de voorpagina van Charlie Hebdo staat een cartoon van Wolinski. ‘Le roi des cons est mort’ staat naast het hoofd van de Franse president Chirac. De president, met kroontje, zegt met tranen in de ogen dat ‘Boudewijn hem zijn kroon nagelaten heeft’. Ook een nummer van het satirische Franse blad Le Canard Enchaîné wordt in België verboden. Er staat een onschuldig grapje over de nieuwe Belgische vorst in. Johan Anthierens merkt op dat de titel ‘Le roi des cons est mort’ of ‘De koning van de dommeriken is dood’ geen belediging voor Boudewijn maar voor de Belgen is. ‘Wie doordenkt zal inzien hoe ondoordacht de sanctie was.’ Deze censuur is niets nieuws. Hoogleraar Jan Velaers herinnert zich dat in 1966 het weekblad La voix du peuple in beslag werd genomen. In een artikel werd Boudewijn ‘zoon van zijn vader en nieuwe koning der collaborateurs’ genoemd. In 1983 werd het stripblad Cirkus in beslag genomen. Daarin werden verschillende leden van de koninklijke familie ‘beledigd’. Zelfs de brt-directie trad preventief op tegen het programma Roodvonk. Kamagurka zong er het liedje: ‘Weg met Boudewijn. Leve Fabiola.’ Frank Vande Veire heeft iets merkwaardigs opgemerkt. ‘Ondanks de bescheiden idealisering die Boudewijn, zoals elke moderne koning, te beurt viel, was hij zijn leven lang het voorwerp van grapjes over zijn sulligheid en zijn onvermogen tot procreatie. Hij werd beschouwd als een saaie, onbenullige pion in een hol ceremonieel.’ Dat verandert volledig na zijn overlijden. ‘Met zijn dood werd hij door diezelfde spotters tot in het extreme geïdealiseerd, tot en met voorstellen tot heiligverklaring.’ Het blijft een merkwaardig sociologisch fenomeen. Zelfs Godfried Danneels drukt zijn verbazing uit. ‘Niemand heeft die uitbarsting goed begrepen,’ vertelt hij aan Trouw.

374

koning boudewijn

Het echte testament van Boudewijn Boudewijn laat bij zijn overlijden een groot vermogen achter. In zijn testament staat hoe dat geld verdeeld moet worden. De prinsen Filip en Laurent krijgen elk een deel van de koek, op voorwaarde dat ze voor hun veertigste getrouwd zijn. Dat gebeurt ook. In het testament van Boudewijn staat opnieuw de uitdrukkelijke wens om op het domein van Opgrimbie een klooster op te trekken. De vorst laat 150 miljoen frank (4 miljoen euro vandaag) na voor de bouw ervan. Auteur Jacques Noterman is verontwaardigd. ‘Is het redelijk om 150 miljoen frank uit te geven om toe te laten dat achttien kloosterlingen in stilte kunnen mediteren?’ Nee dus. ‘Dat komt neer op 8,3 miljoen frank per biddend hoofd.’ De auteur vindt dat het geld beter gebruikt kan worden voor de constructie van achttien eengezinswoningen. ‘In België zijn er immers nog steeds mensen die het koud hebben of honger hebben.’ Volgens Miek Pot, een inmiddels uitgetreden kloosterlinge, was het project gewoon rampzalig. ‘We hadden het gevoel de speelbal geworden te zijn van de politiek en van allerlei belangengroepen achter de schermen,’ vertelt ze aan Jan Van den Berghe. Volgens Pot was de intentie al fout. ‘Koning Boudewijn wilde de eenheid van België bewaren door een Frans klooster op Vlaams grondgebied te bouwen.’

Besluit Bij een bezoek aan Kameroen zag Mark Eyskens in een plaatselijke krant een artikel over België. De titel van het stuk luidt Le royaume de Belgique est une république dont le roi s’appelle ‘de koning’. Volgens Eyskens een treffende omschrijving. België is volgens Eyskens een ‘koninklijke republiek’ of een ‘republikeinse monarchie’ geworden. De drie gewesten en gemeenschappen zijn ‘republieken’ binnen het koninkrijk België. Ministers van de Vlaamse regering leggen geen eed af bij de koning. Enkel de minister-president doet dat. De decreten worden ook niet getekend door de koning. Boudewijn had het nochtans anders gewild.

de jARen negenTig: ijZeR

375

Het graf van Boudewijn, een jaar na zijn dood. Er ligt een krans bloemen met als opschrift: ‘Uw Fabiola’. We mogen de afname van de macht van de koning niet overschatten. ‘De federalisering van België heeft – in tegenstelling met wat velen denken – de rol van de Kroon niet ondergraven, maar ze net vanuit historisch standpunt geactualiseerd,’ stellen Senelle, Clement en Van de Velde in Handboek voor de Koning.

376

koning boudewijn

Boudewijn blijft zich tot op het einde van zijn leven opstellen als strenge en bemoeizuchtige pater familias. Prins Laurent is omwille van zijn uitspattingen niet meer welkom in Laken. Boudewijn laat voor hem villa Clémentine bouwen in Tervuren. De koning geeft persoonlijk de opdracht aan de Koninklijke Schenking. Hij volgt de werken in Tervuren nauwgezet op. Niemand stelt zich de vraag of deze opdracht wel toebehoort aan de Koninklijke Schenking. Er zijn enkele voorwaarden aan het geschenk van de vorst verbonden. ‘Net toen de verderfelijke prins gedacht had dat hij in de pas voor hem opgetrokken Villa Clémentine in Tervuren aan de katholieke hysterie kon ontsnappen, kwam de minzame Boudewijn met een handgeschreven contract aanzetten,’ weet Mario Danneels. Laurent mocht volgens dat contract nooit vrouwelijk gezelschap ontvangen tenzij na de persoonlijke goedkeuring van de koning. Het fiat van Boudewijn was gebonden aan vijf voorwaarden. De vrouw moest kleiner zijn dan Laurent, katholiek, tweetalig, adellijk en van een gereputeerde familie. Het contract bevatte zelfs een appendix waarin deze families bij naam genoemd werden. Volgens Marc Platel is het opvallend dat Boudewijn gedurende zijn leven gespaard is gebleven van echt zware kritiek. De verklaring is niet eens zo moeilijk. De enige echte tegenstanders van de monarchie zaten in Wallonië. Door deze linkse, atheïstische, antimonarchistische, ‘subversieve’ elementen stelselmatig bij het beleid te betrekken, slaagde Boudewijn erin mogelijke kritiek in de kiem te smoren. Het is geen toeval dat Fabiola van de diepgelovige Vlamingen hield. Vanuit Vlaanderen had het koningshuis weinig te vrezen. Emmanuel Gerard vindt dat het regnum van Boudewijn op een vreemde manier eindigt. In de jaren vijftig was hij wat teruggetrokken. In de jaren zestig en zeventig speelt hij op voortreffelijke wijze zijn rol. Vanaf het einde van de jaren zeventig zet hij een stap naar voren. Hij wordt eigenzinnig. In de jaren tachtig is zijn gedrag ronduit vreemd. Machtig was Boudewijn wel. Die macht kwam van de talrijke contacten met beslissingnemers in ons land. Volgens Trouw is ‘die vertrouwdheid met zijn meest invloedrijke onderdanen het fundament van zijn gezag geworden.’ Auteur Charel Krol vindt Boude-

de jARen negenTig: ijZeR

377

wijn een koning in de echte zin van het woord. ‘De koning vertegenwoordigt het gezag op aarde met geen andere macht boven zich dan God.’ Als Boudewijn beslissingen nam, richtte hij zich eerst tot God of de Heilige Geest om raad te vragen. Vanuit dat perspectief kon de koning niets verkeerd doen.

Algemeen besluit

B

ij geen enkele andere Belgische vorst is het verschil tussen de werkelijke persoon en de perceptie zo groot geweest als bij Boudewijn. Zijn voorganger Leopold ii trok zich niets aan van wat de mensen over hem dachten en vertelden. Leopold ii beschikte natuurlijk niet over een persdienst die hem kon helpen een bepaald positief beeld naar het publiek over te brengen. Hij zou het toch geldverspilling gevonden hebben. Wie was de werkelijke Boudewijn? Politici die Boudewijn gekend hebben, weten dat de vorst zich met alles wilde bemoeien. Voor Wilfried Martens waren de koninklijke wenken zelfs bevelen. Politici die in onmin vielen, zoals Leo Tindemans, stonden in het beruchte ‘zwarte boekje’ van de vorst. Vergiffenis stond niet in het woordenboek van Boudewijn. Een foute beoordeling van de koning is dat de jonge Boudewijn een bedeesde monarch was die geen initiatieven durfde nemen. Vanaf het begin van de jaren vijftig wist Boudewijn precies wat hij wilde en waar hij naartoe wilde. De haat tegen het communisme is de drijvende kracht. Een nooit eerder gepubliceerde brief aan kolonel Oscar Osorio van El Salvador bewijst dit. Boudewijn drukt zijn grootste waardering voor de kolonel uit. Er kleeft ontegensprekelijk bloed aan de handen van Boudewijn. Begin 1961 is hij betrokken bij het moordplan om de Congolese politicus Patrice Lumumba uit de weg te ruimen. Medio 1962 weigert hij het leven van de Griekse huurmoordenaar Jean Kageorgis te sparen door hem gratie te verlenen en laat hem executeren. Boudewijn leed ook aan controlitis. Ministers mochten tijdens zijn bewind het land niet eens uit zonder zijn toestemming. Enkel

380

koning boudewijn

de minister van Buitenlandse Zaken was van deze merkwaardige regel vrijgesteld. Waarom hebben ministers nooit openlijk geprotesteerd tegen deze ongrondwettelijke willekeur van de vorst? Boudewijn hield meer van de socialisten dan van de liberalen. Dat was uit eigenbelang. Als hij de socialisten onder controle hield, kwam de monarchie niet in gevaar. Aan het Hof leefde de dwanggedachte dat een herstelbeleid zonder de socialisten onvermijdelijk tot staatsgevaarlijke onlusten zou leiden. De koning hield verder de tendens naar meer autonomie voor de deelstaten tegen. Ook dat was uit eigenbelang. Hoe meer macht van het federale niveau naar onder wegsijpelt, hoe zwakker de koning. Daarom nodigde hij in het grootste geheim de leiders van de ‘extremistische’ partijen op zijn kasteel uit voor gesprekken. Boudewijn werd naar het einde van zijn leven een steeds machtiger koning. Hij kon zijn veto stellen tegen een minister als die hem niet zinde. Ministers die publieke verklaringen aflegden die hem stoorden, kregen nadien een flinke bolwassing. Boudewijn is naast een rabiate anticommunist ook een grote fan van de paus. Zijn geloof brengt Boudewijn er in de jaren zeventig toe financiële steun te verlenen aan de Chileense christendemocraten. Hiermee is tegelijk de mythe van de gierige vorst doorbroken. Hij is ook onvoorwaardelijk bevriend met president Habyarimana van Rwanda. Voor Boudewijn was deze dictator een heilige. Hij vraagt de regering om militaire steun te sturen naar zijn Rwandese vriend. Premier Martens willigt het verzoek uiteraard in. Boudewijn onderhield ook goede contacten met de keizer van Japan en stond op vriendschappelijke voet met de sjah van Iran. Boudewijn was gecharmeerd door despoten. Na alle getuigenissen in dit boek kunnen we Boudewijn in enkele woorden omschrijven: koel, sec, gespannen, bitter en rancuneus. Het is geen flatterend beeld, maar wel de waarheid. Mensen die hem anders omschrijven hebben de werkelijke persoon niet gezien. Velen denken de koning goed gekend te hebben, terwijl ze in werkelijkheid slechts één facet van zijn persoonlijkheid te zien hebben gekregen. Een illustratie hiervan is de rechtszaak die Boudewijn tegen zijn eigen stiefmoeder Lilian wil inspannen. Boudewijn vindt dat

Algemeen beSluiT

381

zijn vader Leopold iii in zijn testament Lilian te veel bevoorrecht heeft. Boudewijn geeft opdracht aan zijn advocaten om er een rechtszaak van te maken. Daarmee is ook de illusie doorgeprikt dat Boudewijn niet om geld geeft. Door zijn fanatieke geloof keek hij op een minderwaardige manier naar zichzelf. Hij raadt een jonge industrieel aan de Heer te danken dat Hij hem zo zwak geschapen heeft. Boudewijn vraagt God hem, het insect dat hij is, te vergeven een mooi paard te willen zijn. Boudewijn is nooit echt helemaal gelukkig geweest. Daarvoor was zijn kindertijd te verstoord. Hij verloor zijn moeder toen hij bijna vijf was. Vijf jaar later woedde de Tweede Wereldoorlog. Zelfs zijn relatie met Fabiola onderwierp hij aan een kritische blik. Hij vond ze vaak te impulsief in het openbaar. Boudewijn is een voorstander van stevige familiewaarden, maar hij zal toch de echtscheiding én de abortus van zijn halfzus MarieChristine betalen. Het is een vreemde demarche voor iemand die het huwelijk als de hoeksteen van de samenleving beschouwt. Had hij voor zijn huwelijk met Fabiola een erotische relatie met zijn stiefmoeder Lilian? Volgens Achille Van Acker wel. Voor het eerst poneren we de stelling dat de informatie van Van Acker correct was. Boudewijn en Lilian werden door de staatsveiligheid afgeluisterd. Ze waren verliefd op elkaar en wilden trouwen. Op die manier zou Lilian eindelijk koningin zijn, haar levensdroom. Dit huwelijk zou niet alleen de monarchie bedreigen maar ook de stabiliteit van de Belgische staat. Een nieuwe koningskwestie moest absoluut vermeden worden. In het midden van de jaren tachtig raakt de vorst geobsedeerd door de dood. Twee jaar later voelt hij zich zo zwak dat het hem een voorsmaak van de dood geeft. In 1989 voelt de koning zich zo moe dat hij weet dat het einde niet ver verwijderd is. Zijn gezondheid verslechtert stelselmatig. In 1992 wordt Boudewijn in het grootste geheim in een Frans ziekenhuis aan zijn hart geopereerd. Volgens de Franse inlichtingendienst is de operatie mislukt. Een jaar later sterft Boudewijn aan een hartaanval. De koning was een faux doux of een valse zachte. Als hij zijn geduld verloor, kon hij volgens insiders ongemeen hard uit de

382

koning boudewijn

hoek komen. Hij was een timide intimidant, een verlegen man die anderen zelf intimideerde. Een Chinese wetenschapper vroeg bij een bezoek aan de Belgische ambassade in China iets te luid waarom er zoveel mensen rond Boudewijn stonden. De koning draaide zich om en sneerde dat het toch op zijn voorhoofd geschreven stond dat hij een koning is. De grootste mislukking van Boudewijn in zijn ogen was het onvermogen om een nageslacht te verwekken. Boudewijn was bezorgd om de voortzetting van de monarchie. In het midden van de jaren zestig speelden Boudewijn en Fabiola met het idee om kinderen te adopteren. Deze ontdekking roept de nieuwe vraag op waarom dat plan uiteindelijk niet doorgegaan is. Boudewijn wilde absoluut vermijden dat zijn broer Albert en schoonzus Paola op de troon zouden terechtkomen. Daarom ontfermde hij zich over Filip. Het plan was dat Boudewijn tot zijn vijfenzestigste zou regeren en dan zou aftreden ten gunste van Filip. Zijn overlijden in 1993 doorkruist dit voornemen. Boudewijn zal uiteindelijk in de herinnering voortleven door zijn weigering om de abortuswet van 1990 te ondertekenen. Bij de meeste politici heeft de koning het definitief verkorven omdat hij de democratische spelregels niet wil volgen. Een groot deel van de katholieke Vlaamse bevolking waardeert de beslissing van de koning. Net zoals bij zijn vader Leopold iii ontstaat een dubbel schisma: een tussen politici en bevolking en een tweede tussen de burgers zelf. Boudewijn heeft zich niet altijd verzoenend opgesteld, integendeel. Eén persoon dankt alvast het leven aan de koppigheid van Boudewijn. Een secretaresse van de vorst stond in 1990 op het punt om een zwangerschapsonderbreking uit te laten voeren. Ze liet dat plan varen toen ze de vele dankbrieven las na de weigering van Boudewijn om de abortuswet te ondertekenen. Boudewijn heeft door zijn koppigheid toch één leven gered.

Appendix

Plaatsnamen in Congo en Rwanda: vroeger en nu Albertstad: Kalemie Astrida (Rwanda): Butare Coquilhatstad: Mbandaka Costermansstad: Bukavu Elisabethstad: Lubumbashi Katanga: Shaba Leopoldstad: Kinshasa Lourenço Marquès: Maputo Luluaburg: Kananga Port-Francqui: Ilebo Salisbury: Harare Stanley Pool: Malebo (Pool) Stanleystad: Kisangani Bronnen: Jef Van Bilsen, ‘Kongo 1945-1965’, Davidsfonds, Leuven & Jean Stengers, ‘Congo’, Racine, 2007.

384

koning boudewijn

De cia is goed op de hoogte van de politieke situatie in België.

Appendix

385

De cia wijst op de potentieel gevaarlijke situatie in Egypte na het overlijden van president Sadat.

386

koning boudewijn

Telex van de Amerikaanse ambassade in Brussel over het bezoek van Boudewijn aan Saoedi-Arabië.

Appendix

387

388

koning boudewijn

Telex van de Amerikaanse ambassade in Brussel over de houding van Mobutu.

Appendix

389

Telex van de Amerikaanse ambassade in Brussel over de rondreis van Boudewijn in Afrika.

Bronnen

‘De kroniek van onze eeuw’, (1998), Kosmos-Z&K uitgevers, Utrecht/Antwerpen. ‘Het geschenk’, (1985), ium, Lier. ‘Lettres, notes en carnets’ du général de Gaulle, Janvier 1961-Décembre 1963, (1986), Plon, Paris. Livre Blanc, 1936-1946, Secrétariat du Roi. ‘Mauser military rifles of the world’, verzamelwerk. Johan Anthierens, (1990), ‘Brief aan een postzegel’, Kritak, Leuven. Johan Anthierens, (1993), ‘Tricolore Tranen’, epo, Berchem. Brigitte Balfoort en Joris De Voogt, (2008), ‘Koningin Fabiola’, Van Halewijck, Leuven. Wouter Beke, (2005), ‘De ziel van een zuil’, upl, Leuven. Jos Bouveroux, (1993), ‘Koning Boudewijn’, Standaard Uitgeverij, Antwerpen. Jos Bouveroux en Luc Huyse, (2009), ‘Het onvoltooide land’, Van Halewijck, Leuven. Maud Bracke en Christine Denuit, (1998), ‘De representatieve functie van de koning’ in ‘Boudewijn. Een koning en zijn tijd’. Robert Bruyninckx, (1990), ‘Koning Boudewijn in de Belgische dagbladpers’, kb, Brussel. Helena Buckinx, (1998), ‘Beeld van een koning’ in Boudewijn. Een koning en zijn tijd. Camille Buffin, (2006), ‘La jeunesse de Léopold Ier’, Jourdan le Clercq, Fléron. Jean Cleeremans, (2001), ‘Léopold iii’, J.M. Collet, BraineL’Alleud.

392

koning boudewijn

Eva Coeck en Jan Willems, (1994), ‘De walm van de Wetstraat’, Coda, Antwerpen. Rik Coolsaet, (1998), ‘België en zijn buitenlandse politiek’, Van Halewijck, Leuven. Jo Cottenier et al., (1989), ‘De Generale’, epo, Berchem. Thierry Debels, (2007), ‘Encyclopedie van fraude, zwendel en bedrog’, Van Halewijck, Leuven. Thierry Debels, (2010), ‘Het verloren geld van de Coburgs’, Houtekiet, Antwerpen. Mark De Bie, (1990), ‘De Coburger’, Lannoo, Tielt. Olivier Defrance, (2001), ‘Louise de Saxe-Cobourg’, Racine, Brussel. Philippe de Gaulle, (2003), ‘De Gaulle, mon père’, Plon, Paris. Louis De Lentdecker, (1987), ‘Prins Karel’, Uitgeverij Grammens, Brussel. Louis De Lentdecker, (1991), ‘Huldeboek Boudewijn 60/40’, Lannoo, Tielt. Gita Deneckere, (1998), ‘Koning Boudewijn en de modus vivendi op sociaal-economisch gebied’ in ‘Boudewijn. Een koning en zijn tijd.’ Hugo De Ridder, (1989), ‘Sire, geef me honderd dagen’, Davidsfonds, Leuven. Hugo De Ridder, (2001), ‘Geen blad voor de mond’, Lannoo, Tielt. Vincent Dujardin, (2004), ‘Pierre Harmel’, Le Cri, Brussel. Rien Emmery, (2007), ‘Prins Karel’, Manteau, Antwerpen. Mark Eyskens, (2008), ‘Mijn levens’, Lannoo, Tielt. José-Alain Fralon, (2001), ‘Boudewijn’, Manteau, Antwerpen. José-Alain Fralon, Thomas Valclaren en Linda Caille, (2008), ‘Koningen zijn onsterfelijk’, Manteau, Antwerpen. Christian Franck en Claude Roosens, (1998), ‘Koning Boudewijn en de buitenlandse politiek’, in ‘Boudewijn. Een koning en zijn tijd’. Luc François, (1998), ‘Koning Boudewijn en de wetenschappelijke, culturele, levensbeschouwelijke en sportieve wereld in België’ in ‘Boudewijn. Een koning en zijn tijd’. Wim Geldof, (1999), ‘Camille Huysmans en Lode Craeybeckx’, Facet, Antwerpen.

bRonnen

393

Emmanuel Gerard, (1998), ‘Koning Boudewijn, de regering en de binnenlandse politiek’, in ‘Boudewijn. Een koning en zijn tijd’. Jo Gérard en Hervé Gérard, (1985), ‘Pas de Belgique sans Baudouin i’, JM Collet, Brussel. Reinout Goddyn, (2002), ‘De kinderen van de koning’, The House of Books, Antwerpen/Vianen. Reinout Goddyn, (2003), ‘De koning te rijk’, The House of Books, Antwerpen/Vianen. Thierry Grosbois, (2007), ‘Pierlot’, Racine, Brussel. Wim Heylen en Steven Van Hecke, (2008), ‘Regeringen die niet regeren’, Lannoo Campus, Leuven. Catarina Hurtig, (2007), ‘Prinsessen’, A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht. Danny Ilegems en Jan Willems, (1991), ‘De kroon ontbloot’, Kritak, Leuven. Gustaaf Janssens, (1997), ‘Nieuw licht op Leopold i & Leopold ii’, Koning Boudewijnstichting. Ans Kamstra, (1985), ‘Troonopvolgers van Europa’, Elsevier, Amsterdam/Brussel. Mia Kerckvoorde, (1988), ‘Louise van Orléans’, Lannoo, Tielt. Chantal Kesteloot in ‘België. Een parcours van herinneringen, deel ii’, Bert Bakker, Amsterdam. Christian Koninckx en Patrick Lefèvre, (1998), ‘Boudewijn. Een koning en zijn tijd’, Lannoo, Tielt. Godfried Kwanten, (2001), ‘August-Edmond De Schryver’, kadocStudies 27, upl, Leuven. Christian Laporte, (2003), ‘Albert ii. De biografie.’ Lannoo, Tielt. Patrick Lefèvre, (1998), ‘Koning Boudewijn en landsverdediging’, in Boudewijn. Een koning en zijn tijd. Patrick en Jean-Noël Lefèvre, (2006), ‘Les militaires belges et le Rwanda’, Racine, Brussel. Herman Liebaers, (1998), ‘Koning Boudewijn in spiegelbeeld’, Van Halewijck, Leuven. Marie-Christine van België, (2004), ‘De breuk’, Van Halewijck, Leuven. Marie-José, (1971), ‘Albert et Elisabeth de Belgique. Mes parents’, Plon, 1971.

394

koning boudewijn

Theo Luykx, (1978), ‘Politieke geschiedenis van België’, Elsevier, Amsterdam/Brussel. Geert Mak, (2008), ‘In Europa’, speciale editie Knack. Ludo Meyvis, (2004), ‘Markt & macht: Het vev van 1926 tot heden’, Lannoo, Tielt. Jan Moortgat en Dirk Vander Schueren, (2006), ‘Wat je moet weten over politiek’, Kallopé, Leuven. Luc Neuckermans en Pol Van Den Driessche, (1995), ‘Albert ii’, Van Halewijck, Leuven. Jacques Pirenne, (1975), ‘Mémoires et notes politiques, Marabout, Verviers. Marc Platel, (2002), ‘De Belgen en hun eigenzinnige koning’, Houtekiet, Antwerpen/Amsterdam. Gui Polspoel en Pol Van Den Driessche, (2001), ‘Koning en onderkoning’, Van Halewijck, Leuven. Evrard Raskin, (1998), ‘Prinses Lilian’, Houtekiet, Antwerpen/ Baarn. Evrard Raskin, (2005), ‘Elisabeth van België’, Houtekiet, Antwerpen/Baarn. Paz Rochas et al. (1998), ‘Pinochet ante la justicia Espanola’, Lom Ediciones, Santiago de Chile. Patrick Roegiers, (2008), ‘De spectaculaire geschiedenis van de Belgische koningen’, Manteau, Antwerpen. Manu Ruys, (1989), ‘Waarnemer in de stroomversnelling’, Lannoo, Tielt. Manu Ruys, (1999), ‘Een levensverhaal’, Lannoo, Tielt. Robert Senelle et al., (2004), ‘Handboek voor de Koning’, Lannoo, Tielt. Jozef Smits, (1988), ‘Gaston Eyskens. Het laatste gesprek.’, dnb/ Pelckmans, Kapellen/Brussel. Kardinaal Suenens, (1995), ‘Het getuigenis van een Leven’, fiat. Leo Tindemans, (2009), ‘Een politiek testament’, Lannoo, Tielt. Jan Van den Berghe, (2005), ‘De schaduw van de kroon’, Manteau, Antwerpen. Jan Van den Berghe, (2009), ‘God in Laken’, Manteau, Antwerpen. Mark van den Wijngaert et al., (2000), ‘België en zijn koningen’, Houtekiet, Antwerpen/Baarn. Mark van den Wijngaert et al, (2001), ‘Een koningsdrama’, Manteau, Antwerpen.

bRonnen

395

Aloïs Van de Voorde, (2003), ‘Mark Eyskens. Een biografie.’, Lannoo, Tielt. Herman Van Goethem, (2008), ‘De monarchie en het einde van België’, Lannoo, Tielt. Geert van Istendael, (1989), ‘Het Belgisch labyrint’, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen. Karel Van Miert, (2000), ‘Mijn jaren in Europa’, Lannoo, Tielt. Guy Vanthemsche, (2007), ‘Congo’, Lannoo, Tielt. Jan Velaers, (2009), ‘Albert i’, Lannoo, Tielt. Misjoe Verleyen, et al., (2009), ‘Vrouwen naast de troon’, Houtekiet, Antwerpen/Amsterdam. Michel Verwilghen, (2006), ‘Le mythe d’Argenteuil’, Racine, Bruxelles. Julien Weverbergh, (1981), ‘Leopold ii’, Kritak, Leuven. Lode Wullaerts, (2000), ‘Successful Mergers & Acquisitions with Benelux Companies’, Garant, Leuven-Apeldoorn. Pierre Wyvekens, (1989), ‘1930-1950-1990’, Didier Hatier, Brussel.

Archieven www.defense.gouv.fr/dgse www.archives.gov www.nationalarchives.gov.uk www.sis.gov.uk www.cia.org www.nsa.gov

Register

De naam Boudewijn werd niet opgenomen indien hij slaat op de hoofdpersoon van dit boek.

A Adelheid, aartshertogin 23 Adenauer, Konrad 106 Agnew, Spiro 213 Aguilar, Alfonso 194 Aki-Hito, keizer van Japan 82, 129 Albert i 9-12, 40, 53, 67, 72, 85, 89, 177, 213, 222, 243, 395 Albert ii 9, 13-16, 18, 29-31, 37-38, 46-48, 69-70, 74, 79, 84, 89, 94, 104, 109-110, 115, 122, 128-129, 131, 133, 162, 165, 189, 196, 207, 218, 221, 225, 230, 234, 256-257, 260-262, 267-269, 271-272, 282, 284, 287, 298, 322, 325, 348, 350, 367, 372, 382, 393-394 Alen, André 346, 350 Alexander, prins 84, 89, 156 Allard, Antoine 167 Allard, Olivier 228 Allende, Isabelle 303 Allende, president Salvador 179, 230, 303 Ammann, Karl 307 Anne, prinses van Frankrijk 111 Anthierens, Johan 190, 327, 371, 373, 391 Aosta, hertog van 25

Aosta, Marguerite 102 Armstrong-Jones, Antony 147 Aronson, Theo 63 Arrupe, Pedro 156 Astrid, koningin 9, 12-16, 18-19, 21-25, 29-30, 67, 98-99, 137, 155, 186, 191, 205, 242, 300, 309, 364 Astrid, prinses 196, 363 Aylwin, Patricio 181 B Bachelet, Alberto 230 Baels, Lilian 29-32, 36, 46-47, 55, 61, 67, 69, 74, 79, 81-82, 84-87, 90, 94-95, 98-100, 102-104, 106, 109, 111, 119, 122, 128-129, 133137, 145, 149-150, 161, 164, 186, 191, 215, 221-222, 225, 267, 277, 294, 297-298, 300, 332-333, 341, 369-370, 380-381, 394 Baert, Frans 260 Bagaza, president 268 Bailly, Michel 74 Balfoort, Brigitte 130-131, 135, 206, 248, 267-268, 311, 366, 368, 391 Barclay, diplomaat 153 Bastien, Alfred 55

398

koning boudewijn

Bauer, Karoline 66 Bay, Jules 193 Bazin, Hervé 212 Beatrix, koningin van Nederland 102, 110, 120, 368 Beernaert, luitenant-generaal 323 Béjart, Maurice 251, 285, 298 Bendjedid, Chadli 295 Berens, Johan 174 Berneri, Camillo 11 Bernhard, prins 120, 263 Bern, Stéphane 236 Berryer, burggraaf 153 Beullens, Lieve 79, 250, 295, 354 Bevin, Ernest 61 Bhumibol, koning van Thailand 35 Binon, kolonel 133 Blanca de Aragon, doña (moeder van Fabiola) 130, 293 Blondiaux, generaal 256, 271 Boël, Delphine 35 Bogaerts, Rudy 272, 310 Böhm, Karl 223 Botte, Marie-France 335 Bourbon, Xavier 153 Bourquin, professor 35 Bouveroux, Jos 233, 287, 324, 391 Bouvier, Christian 326-327 Bracke, Maud 35, 67, 74-75, 77, 80, 82-83, 89, 109, 111, 132, 154, 164, 174, 177, 182, 193, 199, 223, 227, 236, 245, 249-250, 255, 264, 292, 314, 337, 370, 391 Braeckman, Colette 187 Brandt, Willy 326 Brants, Dana 79, 250, 295, 354 Braun, pater 154, 236 Breisdorff, Charles 143 Brel, Jacques 173, 371 Briffaut, Henry 27 Brigitta, prinses van Zweden 102 Bronne, Carlo 212 Bugatti, Jean 21-22 Buisseret, Auguste 86 Buset, Max 62-63, 76, 87

C Cabu 372 Calewaert, minister 232 Câmara, Dom Hélder 181, 236, 298 Camps, Hugo 336 Cardinale, monseigneur 225 Cardon, Benoît 270 Carl, prins 186 Carpentier, Alain 363 Carter, president Jimmy 283, 317, 368 Carton, Edmond 68, 73-74, 93, 188 Casa Riera, markies 153 Casement, Roger 202 Casey, William 331 Castiella, generaal Fernando 153, 165-166 Cauchie, Daniel 261-262 Cauvin, André 92-93 Cavenstany, pater 149 Ceaucescu, president 224, 316-317, 326 Ceuppens, Bambi 93 Ceyssens, Luc 120 Charlotte, prinses van Wales 66 Chevalier, Pierre 298 Churchill, Winston 31, 55, 71, 189 Claessens, Henriette 66 Claes, Willy 232, 277, 291, 344, 364 Cleeremans, Jean 111, 391 Clémentine, prinses 89-90 Coëme, Guy 60, 338, 356, 362 Collard, Léo 95-97, 134, 207 Comeliau, Guy 326 Coninckx, Daniële 174 Constantijn, koning van Griekenland 192, 213, 268 Coolsaet, Rik 107-108, 116, 119, 127, 224, 231, 392 Cools, André 219-220, 226-227, 303, 358 Cooper, Gary 121 Cordy, Annie 251 Cornelis, Hendrik 119 Coudenhove, graaf 363

RegiSTeR

399

Courtens, Alfred 105 Cudell, minister 226 D Dallaire, Roméo 338 Damman, Florimond 61 Daniel-Ange, pater 235 Danloy, Georges 60-61 Danneels, kardinaal Godfried 345, 373 Danneels, Mario 34, 154, 178, 329-330, 376 D’Aspremont-Lynden, Gobert 68, 74, 124, 129, 144, 188-189 D’Aspremont-Lynden, Harold 144145, 189 De Benedetti, Carlo 320-321 De Bonvoisin, Benoît 172 De Bonvoisin, Pierre 172, 188 De Buck, Willy 80 De Clerck, Lou 351 De Clercq, Willy 51, 262 De Croo, Herman 234, 271, 306, 354 De Donnéa, ridder 323, 362 Defeyt, Philippe 258 Defossez, Marc 290 De Foucauld, Charles 355 De Gaulle, generaal 108, 160-161, 163-164, 168, 201, 213, 224, 391-392 De Gaulle, Philippe 224, 392 De Gaulle, Yvonne 197, 224 Degrelle, Léon 149, 166, 358 De Guise, hertog 25 Dehaene, Jean-Luc 98, 336, 344, 346, 349-351, 354, 359, 360-361, 367 Dehennin, baron Herman 297, 300 De Jamblinne, Baudouin 28 De Jamblinne, Charles 28 De Jong, Margaretha 16, 18-19, 24, 29, 99 Delattre, Achille 160 Delcoigne, Georges 231 Delcroix, Leo 346

De Le Court, Etienne baron 54, 55 De Lentdecker, Louis 47-48, 59, 121, 252-253, 280, 322, 342, 392 Delors, Jacques 316, 325-326 Delvaux, Béatrice 320 Delvaux, Paul 178 De Meeüs, Michel 28 De Merode, Amaury 55, 68, 115, 189 De Montfort, Louis 156 Deneuve, Catherine 364 Denuit, Christine 74-75, 77, 80, 83, 182, 227, 250, 292, 370, 391 Den Uyl, Joop 263 De Posch, Christian baron 19, 231, 274, 276, 315, 341 Deprez, Gérard 314 Dequae, minister André 62, 278 De Reus, Jean-Jacques 365 De Ribere, Antonio 371 De Ridder, Hugo 276, 297, 329, 343, 350-351, 392 De Schryver, August-Edmond 125, 127, 138, 141, 144, 393 Deschuyffeleer, Jef 54, 96 De Selys, Sybille 267 De Staercke, André 58 De Stoop, Chris 100 De Taye, Alfred 78 Detremmerie, Hubert 352 De Valkeneer, Claude 20, 74, 83, 85, 95, 112, 123, 129, 169, 181183, 217-219, 222, 235, 269, 322, 346 Devlin, Larry 140 De Voogt, Joris 130-131, 135, 248, 311, 366, 368, 391 Devuyst, Pierre 13 De Witte, Ludo 145 De Witte, René 260 D’Hondt, Paula 157 Didisheim, Michel 193, 212, 249, 256-257, 261-262, 271, 282, 298, 304, 311, 363 Dillen, Karel 358 Dinjaert, Raymond 129 Dressen, Jan 365

400

koning boudewijn

Duarte, Napoleon 181, 182 Dujardin, Vincent 52, 59, 68, 72, 90, 95, 107-108, 118, 125, 138, 141, 145-146, 166, 200, 208, 211, 248, 293, 392 Dumont, Georges-Henri 125 Du Parc, Gatien 40, 236, 237 Du Roy, Marie-Louise 15 Dury, Raymonde 347 Duvieusart, Jean 46 D’Ydewalle, Charles 29 E Echeverria, Luis 230 Eisenhower, John 210 Eisenhower, Mammie 197 Eisenhower, president Dwight 120, 140, 213 Eleonora, hertogin 16 Elisabeth, koningin van België 11, 13, 16, 18, 21-22, 24, 29, 31-32, 34, 47, 67, 82, 87, 89-90, 99, 101, 167, 178, 188, 190-292, 299, 337, 393, 394 Elisabeth, prinses van Luxemburg 102 Elizabeth, koningin van Engeland 70, 147, 195, 285, 356, 369 Emmery, Rien 55, 99, 392 Engels, Hugo 67 Esmeralda, prinses 30, 102, 104, 135, 137, 297, 298 Eyale, Seti 296 Eyskens, Gaston 31, 45, 46, 51-52, 68, 71, 96-97, 101, 105, 111, 117, 122-123, 128, 135-136, 138-143, 150, 157-159, 203, 207, 209, 213, 220, 226, 278, 280, 290, 317, 323, 334, 344, 394 Eyskens, Mark 59, 68, 123, 133, 135, 204, 255-256, 277, 283, 289-293, 319, 323, 332, 334, 336-338, 343, 346, 354-355, 357, 369, 374, 392, 395

F Fabiola, koningin 51, 69, 86, 102, 111, 115, 130-132, 134-137, 141, 147-155, 157-160, 163-169, 173178, 182-184, 186, 190, 193-200, 202, 205-213, 217-218, 220, 225226, 230-231, 235-236, 242-251, 254-255, 257, 265, 268, 270, 277, 284-285, 293, 298, 305, 309, 311, 313, 316-317, 323-324, 327, 329, 333, 339, 354, 356, 361-366, 368, 373, 375-376, 381-382, 391 Fabiolo zie Mora y Aragon, Jaime 325 Faisal, koning van Saoedi-Arabië 198 Filip, prins 196, 206-207, 214-215, 218-219, 221-222, 225, 229, 234, 256, 267, 271-273, 298, 309-310, 335, 339, 348, 362, 367, 374, 382 Fitzmaurice 182 Fitzmaurice, John 182 Folez, Charly 122 Ford, Glenn 121 Ford, president Gerald 368 Fraden, Denise 14 Fralon, José-Alain 9, 14-16, 19, 27, 40, 44, 46, 49, 51-52, 58, 64, 71, 73, 79, 80, 82, 90-92, 101, 117118, 120, 123, 125, 134, 161-162, 192, 204, 212, 225-228, 248, 257, 263, 269, 274, 281, 285, 298299, 302, 304, 308, 318-319, 324, 330, 336, 353, 367, 369, 392 Franck, Christian 106, 142, 209210, 241, 305, 357, 392 Franco, Carmen Polo 153 Franco, generaal 29, 38, 147, 149, 150-154, 156, 164-166, 175, 178, 213, 247-248, 268 Fredericq, Louis 49 Freeman, ambassadeur 125 Frei, president Eduardo 73, 179, 181, 303

RegiSTeR

401

Froidure, abbé 78 Fulco di Calabria, graaf (vader van Paola) 129 G Galopin, Alexandre 172 Gandhi, Indira 219 Garcia, Julian Grimau 178 Gazelli, Luisa 129 Geens, André 336, 338, 360 Geerts, Nadia 171 Geldof, Wim 194, 392 Gemayel, Amine 293 Gemzell, Carl-Axel 205, 207 George vi, koning van Engeland 70, 72, 90 George v, koning van Engeland 72 Gerard, Emmanuel 54, 81, 87, 96, 106, 112, 142-143, 145, 159, 195, 207, 232, 234-235, 266, 277-278, 289, 290-291, 331, 376, 393 Gérard, Jo 300 Gilbert, Guy 256, 271, 347, 356 Giscard d’Estaing, president Valéry 273, 274 Glasbergen, professor 229 Glineur, Georges 52-53 Glineur, Henri 53 Goddyn, Reinout 18, 24, 29, 168, 246, 249, 393 Goossens, François 54 Gosset, Pierre 110 Gosset, Renée 110 Grace, William 331 Gramme, Georges 275-276 Grootjans, Frans 235 Gruselin, Paul 83 Guillaume, baron 77, 80, 85, 151 H Habyarimana, premier 73, 117, 292, 324, 336-339, 380 Hamaide, Chantal 185 Hamer, Dirk 273 Hamerlijnck, Erlend 100, 184 Hammarskjöld, Dag 100 Happart, José 274-276, 280, 315316, 325, 335

Haquin, René 61 Harmel, Pierre 59, 68, 94, 142, 146, 166, 187, 194-195, 197, 200, 209, 224, 239, 278, 293, 295, 345, 364, 392 Harroy, Jean-Paul 94, 170 Hassan ii, koning van Marokko 209-210, 324 Haudegand, Christian 358 Hayoit, Raoul 49 Heim, Jacques 196 Hendrik, prins van Nederland 13 Henri, prins van Orléans 25, 111, 331 Hergé 22 Heston, Charles 121 Hiro-Hito, keizer van Japan 82, 325 Hitler, Adolf 15, 32, 165, 318 Hoessein, president Saddam 369 Hollants Van Loocke, Jan 357 Hoover, Herbert 123 Hope, Bob 115 Houphouet-Boigny, president 268 Houtekins-Kets, familie 309, 357 Houthuys, Jef 352 Huyse, Luc 287, 391 Huysmans, Camille 38, 194, 392 I Ingeborg, prinses 11, 67, 186 Irene, prinses van Nederland 120 Isabelle, prinses van Frankrijk 58, 102, 111 J Jacqmin, Marc 338 Jacques, Gerard 344 Janssens, Charles 96 Janssens, Gustaaf 339, 393 Jan van Luxemburg 81, 82 Jaspar 11 Johannes Paulus ii, paus 199, 304, 345, 347 Josephine-Charlotte, prinses 9, 12, 15, 19, 24, 29-31, 68, 80-82, 85, 124, 130, 298

402

koning boudewijn

Jourdain-von Hildebrand, Alice 347-348 Juan Carlos, koning van Spanje 149, 156, 268-269, 317 Juan, graaf van Barcelona 153 Juliana, koningin van Nederland 13, 18, 41, 79, 120, 173, 263 K Kageorgis, Jean 170, 379 Kamanda, Gérard 318-319 Karel i, keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije 23 Karel, prins (regent van België) 13, 16, 26, 32, 34, 37, 39-41, 43, 46, 54-55, 58, 72, 99, 141, 151, 190, 228-229, 273, 297, 299, 392 Kasavubu, president Joseph 116, 118, 138, 142, 145, 187 Kater, Michael 223 Kelly, Grace prinses van Monaco 98, 101, 173 Kerremans, Charles 237, 265 Kesteloot, Chantal 52, 303, 393 Keyes, Roger 15, 44, 46 Khaled, koning 243, 270 Khaled, Walid 309, 357 Kimba, premier 195 Kimbulu, ambassadeur 319 Kim, Sandra 316 Kinsbergen, Andries 251, 339 Kirk, Alan G. 37 Kissinger, Henry 227, 263 Knight, ambassadeur 209 Koninckx, Christian 12, 14, 16, 18, 23-24, 26, 31-32, 34, 328, 393 Korry, Edward 179 Kühn, Karl 30 Kuifje 22, 371 Kwanten, Godfried 125, 138, 140, 143, 393 L Lahaut, Julien 52-54, 77 Lallemand, Roger 342, 348 Lalmand, Edgar 35 Lambeaux, Jef 242

Laporte, Christian 15, 37, 70, 364, 367, 393 Larock, Victor 73 Laurent, prins 196, 207, 234, 267, 272, 304, 361-362, 374, 376 Lebeck, Robert 137 Leburton, premier 184, 231-232, 356 Lefébure, René 97, 111, 124, 129, 159, 163, 171 Lefèbvre, Jacques 60 Lefèvre, Patrick 131, 227, 393 Lefèvre, Theo 128, 143-144, 183, 189, 227, 323 Lejeune, Jérôme 345 Lenaerts, Henri 244 Leopold i, koning 66, 131, 257, 350, 393 Leopold ii, koning 11, 73, 89-90, 93, 131, 138, 142, 146, 187, 198, 214, 223, 236, 246, 272, 299, 318, 379, 393, 395 Leopold iii, koning 9-10, 13, 15, 18, 25, 29, 31, 34-35, 38, 41, 43-46, 49-52, 58, 62-63, 71, 74, 77, 87, 89, 94, 101, 109, 119-120, 131, 137, 144, 159, 163, 189, 191, 200, 209, 221, 225, 234, 242, 273, 294, 297-298, 346, 358, 381-382 Leopold, prins 11, 21 Leterme, Yves 54 Leysen, André 233-234, 361 Leyts, Barend 166, 207, 234, 267268, 271, 273, 282, 310-311, 347, 362, 370 Liebaers, Herman 69, 154, 171, 176, 188, 217-218, 236-237, 242243, 246, 256, 258, 265, 272, 276, 277, 288, 291-292, 301, 307, 310-311, 327, 330, 335-336, 343, 346, 350, 361, 370, 393 Lippens, Maurice 320-321 Lobkowicz, Stéphane de 169 Lollobrigida, Gina 120 Lorenz, prins (echtgenoot van Astrid) 325, 363

RegiSTeR

403

Lucebert 113 Lumumba, Patrice 92, 125-126, 128, 138-142, 144-146, 160-161, 170, 189, 202, 335, 353, 379 Lürkner 33 Lürkner, commandant 33 Luykx, Theo 157, 220, 394 M Maftouhi, Jamal 259 Mak, Geert 317, 394 Mallet, Victor 47 Mamou, Yves 371 Mandela, president Nelson 202, 292, 336 Marcq, René 49 Margaret, prinses van Engeland 102, 147 Margrethe, prinses 11 Marie-Astrid, prinses 85 Marie-Beatrice, prinses 200 Marie-Christine, prinses 136, 164, 191, 277, 298, 329, 381, 393 Marie-José, prinses 11, 23-24, 27, 200-201, 273 Martel, Joseph 160 Martens, Michel 113 Martens, Wilfried 115, 160, 197, 212, 226, 232-234, 266, 275, 280-282, 284, 287, 288-290, 295-298, 300, 306, 308, 313, 315, 318, 321-325, 336-338, 342344, 346, 349-353, 356, 359, 362, 367, 379, 380 Märtha, prinses van Zweden 25 Martin, Dean 121 Maselis, Barbara 272 Meeuwissen, Eric 359 Merckx, Eddy 98, 216-217, 303 Merckx, Gaston 303 Merkens, Anne-Marie 185 Mertens, Guy 272, 298 Mertens, Pierre 36, 102, 141 Michelland, Antoine 86, 132-133, 148, 150-151, 158-159, 175, 186, 318 Michel, Louis 182

Mineur, Maurice 101 Mirerekano, Paul 94 Mitterrand, Frédéric 329 Mitterrand, president François 329, 364, 368 Mobutu, president Sese Seko 145, 187-188, 195, 198-199, 208-209, 219, 225, 231, 237, 239, 263-264, 296, 304-305, 307-309, 318-320, 324-325, 369 Moens de Fernig, directeur 112 Molitor, André 142, 154, 171, 176, 187, 199-200, 208, 226, 241, 254, 256-258, 270-271, 290, 323-334, 345 Moncada, Salvador 30 Mondale, Walter 368 Monette, Pierre-Yves 162, 172 Monnet, Jean 106 Mora, Gonzalo (vader van Fabiola) 130 Mora y Aragon, Ana-Maria 130 Mora y Aragon, Gonzalo junior 130 Mora y Aragon, Jaime (bijgenaamd: Fabiolo) 130, 151, 177, 178, 362 Mora y Aragon, Maria-Luz 130 Mora y Aragon, Neva 130, 176 Morrison, Robert 173 Mosselman du Chenoy, Laura 129 Mottard, Gilbert 356 Moureaux, Charles 123 Moureaux, Philippe 123, 338, 344, 349 Muanda, Baudouin 188 Munoz, Grandes 153 Murphy, Robert 48 Mussolini, Benito 165 Mwambutsa, Mwami 93 N Nevi, Rudolph 113 Nixon, president Richard 211 Nokin, gouverneur 246 Noterman, Jacques 13, 98-100, 245, 281-282, 374

404

koning boudewijn

Nothomb, Charles-Ferdinand 292 O O’Brien, Veronica 130, 156, 206, 327, 365 Ockers, Stan 97-98 Oddi, monseigneur 200 Ol(d)endorff, Gustav 15 Opango, Pauline 140 Ortega, president Daniel 325 Osorio, Oscar 179, 181, 379 Ost, Daniel 254 P Paelinck, Paul 27, 270 Paola, prinses 110, 122, 128-129, 162-163, 165, 207, 218, 225, 230, 234, 267-268, 284, 366-367, 382 Paskai, Laszló 354 Paternotte, directeur 260 Pauwels, Kathy 284 Peccei, Aurelio 291 Perin, François 363 Peterson, Dale 307 Peyrefitte, Roger 99, 100 Philip, prins (echtgenoot van Elizabeth) 285, 369 Pholien, premier 55, 61, 67-68, 70 Piccard, Auguste 213 Piccard, Jacques 213 Pierlot, Hubert 31-32, 58, 101, 294, 335, 393 Piers, Jan 197-198 Pinochet, generaal 230, 394 Pirenne, Jacques 35, 46, 62-63, 71, 221, 394 Piret, Jean-Marie 226, 253, 257, 270, 300, 342 Pirkin, Michel 261-262 Pius xii, paus 26 Platel, Marc 39, 110, 239-240, 376, 394 Poblete, Garcès Sergio 230 Podgorny, president Nikolai 239240 Polspoel, Guy 37, 144, 155, 182, 258, 297, 301, 321, 334, 353, 354, 359, 394

Pompidou, president Georges 221 Pot, Miek 41, 374 Putman, ambassadeur 308 R Rainier, prins van Monaco 98, 101 Raskin, Evrard 30, 103-104, 128, 135-136, 167-168, 191, 394 Ratzinger, kardinaal (latere paus Benedictus xvi) 345 Reagan, Ronald 312, 316 Reiff, Gaston 57 Rémion, Georges 212 Renard, André 157, 159 Rendel, George 38 Reyn, Alex 357 Reynebeau, Marc 160, 270, 353 Reza, sjah van Iran 35, 232 Richard, monsieur (zie Karel) 34 Rivière, Jean 95, 104 Rochat, professor 168 Roegiers, Patrick 9, 14, 16, 48, 57-59, 65-66, 91, 94, 98-100, 129, 133, 135-136, 155, 193, 204, 228, 236, 260, 331, 343, 348, 394 Roelants, Gaston 175, 328 Rojas, Paz 230 Rolin, Henri 127 Rombauts, Hubert 60 Roossens, Claude 209 Rousseau, professor 35 Ruys, Manu 118, 159, 199, 229, 233, 279, 289, 302, 305, 318, 333, 360, 394 Rwagosore, Louis 170 S Sadat, president Anwar 292, 336 Saini, professor 35 Salinas, graaf (Jaime de Silva) 158 Schaus, Lambert 84, 89, 93 Scheyven, pater 154, 236 Schiltz, Hugo 321-322, 338, 344, 360 Schneider, Hans (alias Schwerte, Hans) 335

RegiSTeR

405

Schöller, André 171, 213-214, 334 Schramme, Jean 198-199 Schuman, Robert 61, 106 Schuytser, Henk 351 Schwerte, Hans (zie Schneider, Hans) 335 Segers, Paul-Willem 69, 77, 185, 197, 281, 290, 297 Séguy, Philippe 86, 132, 133, 148, 150-151, 158-159, 175, 186, 318 Selassie, Haile (keizer van Ethiopië) 131 Senelle, Robert 343, 375, 394 Sforza, Carlo graaf 50 Sharansky, Natan 313 Simonet, Henri 255, 261, 269 Sinatra, Frank 121 Slosse, Luc 254 Snoy, baron 107, 108 Soeharto, president Muhammad 227, 242 Soete, Gerard 160 Spaak, Antoinette 303 Spaak, Paul-Henri 38, 43, 45, 4849, 107-108, 143, 161, 163, 166, 175, 196, 335 Spitaels, Guy 68, 277 Stanley, Henri 86, 383 Stengers, Jean 125, 164, 337, 362, 383 Stéphany, Pierre 20, 61, 92, 122, 129, 155, 158, 163, 196 Stockmar, Christian ‘Stocky’ 66 Stockwell, John 187 Straka, Jiri 31 Strebelle, Olivier 113 Strée, Michel 288 Suenens, kardinaal Leo 129-130, 134, 150, 154, 156, 176, 191, 204, 235-236, 245, 259, 284, 300, 327-328, 341-342, 345, 364-365, 394 T Talhaoui, Fauzaya 258 Tayart de Borms, Luc 345 Terechkova, Valentina 198

Terwagne, Freddy 203 Thant, U 208 Theunissen, Paul 49 Thibaut de Maisières, Gilbert 256, 271 Timmers, Robert 365 Tindemans, Leo 111, 172, 181, 191, 196, 203, 226, 232-233, 238, 240-241, 255, 264, 266, 278, 280-283, 287, 290, 295-296, 302, 305, 307-308, 311, 313-316, 324325, 336, 342, 350-352, 361, 379, 394 Tito, maarschalk 224, 230, 231, 284 Tobback, Louis 373 Triffin, Robert 256 Tsjombe, Moïse 141, 145-147, 154, 184, 198, 224, 334 Tutu, aartsbisschop Desmond 318 Tuymans, Luc 93 U Umberto, koning (echtgenoot van Marie-José) 11, 27, 200-201 V Valencia, Victoriano 201 Van Acker, Achille 35, 85-89, 96, 100-101, 103-106, 111, 278, 323, 381 Vanaudenhove, Omer 197 Van Bellinghen, kabinetschef 239 Van Cauwelaert, Emiel 238 Van Cauwelaert, Frans 54 Van Cauwelaert, Karel 79 Van Cauwelaert, Rik 96, 238, 344 Van Craen, Marc 300, 315 Van Daele, Henri 212 Van de Mortel, burgemeester 18 Van den Berghe, Jan 57, 99, 122123, 164, 169, 179, 247, 273, 285-286, 299, 335, 341, 370, 374, 394 Van den Bogaert, Ronald 307, 308, 309 Van den Brande, Luc 360

406

koning boudewijn

Van den Broeck, Walter 333 Van Den Dijck, Leonie 14 Vanden Driessche, Aureel 175 Van Den Driessche, Pol 37, 144, 155, 182, 258, 297, 299, 301, 321, 334, 353-354, 359, 394 Van den Wijngaert, Mark 58, 60, 65, 71-72, 78-79, 98, 133, 144146, 152, 172, 222, 250, 254, 258, 266-268, 283, 289, 295, 310, 313, 320, 347, 349, 354, 394 Vanderstraeten, Louis-François 336 Vande Veire, Frank 373 Van Elslande, minister Renaat 238, 241, 248, 255, 264 Van Goethem, Herman 29, 50, 259, 260, 349, 395 Van Hemeldonck, Marijke 347, 370 Van Hemelrijck, Maurice 118 Vanhouche, Louis 83 Van Houtte, Jean 70-71, 79-81, 83, 87 Van Istendael, Geert 172, 395 Van Mechelen, Frans 213 Van Miert, Karel 261, 325-326, 395 Van Nijlen, Jan 10 Van Overstraeten, Raoul 31 Van Quickenborne, Vincent 54 Van Roey, kardinaal 11, 30, 50, 86, 128, 156, 167, 176 Van Saksen-Coburg, Simeon 355 Van Steenbergen, Rik 97 Van ’t Hek, Youp 100 Vanthemsche, Guy 116-119, 125, 188, 395 Van Ypersele de Strihou, Jacques 254, 256, 295, 298, 300-302, 308, 315, 320-321, 337-338, 350-351, 359-361

Van Zeeland, Paul 23, 106-107, 143 Vekemans, Roger 179 Velaers, Jan 50, 373, 395 Verhofstadt, Guy 322, 359 Verleyen, Frans 329, 351 Verleyen, Misjoe 149, 152, 155, 158, 165, 226, 248, 268, 270, 284, 309, 332, 395 Vernieuwe, Anselme 132 Verwilghen, Michel 97, 136, 333, 395 Victor Emmanuel iii, koning 11 Victor Emmanuel, prins (zoon van Marie-José) 273-274 Villaverde, markiezin van 150 Vranckx, Alfons 303 W Waldheim, Kurt 314, 325 Waldner, Francesco 150 Wathelet, Gerard 344 Weber, Guy 334 Wéry, Max 190 Weverbergh, Julien 395 Weyns, Jozef 309 Wigny, Pierre 140, 145 Wilhelm ii, keizer 222 Wolman, Lea 341 Wullaerts, Lode 162, 395 Wyvekens, Pierre 357, 395 Y Yeel, Coby 122 Yperman, Chris 333 Z Zeegers, Victor 143 Zinzen, Walter 264 Zita van Bourbon-Parma (echtgenote van Karel i) 325