You are on page 1of 8

VNG koerst op duurzaamheid

Waar beleid en maatregelen gericht op een meer duurzame samenleving en het tegengaan van klimaatverandering tijdens de vorige kabinets- en collegeperiode grote prioriteit hadden en er genoeg financiele ruimte was, daar is nu een periode aangebroken van magere jaren voor klimaatbeleid. Ondanks alle inspanningen en blijvende inzet op lokaal niveau, vallen rijksmiddelen weg, zijn subsidies aan lagere overheden afgeschaft en hebben ook op de gemeentelijke agenda andere beleidsthemas meer prioriteit dan de inzet op duurzaamheid. Ondanks deze veranderde context kunnen duurzaamheid en de aandacht voor klimaat een plek krijgen in bestaand beleid. Het is de kunst om slimme verbindingen te vinden tussen de intensieve inzet die de afgelopen jaren is gepleegd en de kennis die op dit domein is opgedaan en milieu- en omgevingsbeleid. Ook het Rijk pretendeert op deze wijze, het bespreken van knelpunten in wetgeving en het aangaan van coalities met andere partijen, welwillend te zijn gemeenten verder te helpen. Het brede scala aan onderwerpen onder het kopje duurzaamheid en de uiteenlopende drempels die gemeenten tegenkomen maken het moeilijk een eenduidige koers te kiezen. Om zo efficint en effectief mogelijk te werk te gaan heeft de VNG vijf speerpunten ingevuld waar dit jaar aan gewerkt zal worden vanuit Den Haag. De themas die benoemd zijn worden meegenomen in de lobby in Den Haag en in de kennisdeling in het land onder onze achterban. Verschillende bestuurlijke netwerken en maatschappelijke organisaties waarin (gemeente) bestuurders zijn vertegenwoordigd hebben knelpunten en ambities geformuleerd, waarbij ieder netwerk andere accenten legt of prioriteiten benoemt. In de vijf hieronder genoemde doelen wordt de inzet van de VNG beschreven op verschillende deelonderwerpen die raken aan duurzaamheid en klimaat.

Vereniging Van nederlandse gemeenten

Lokale opwekking van schone energie

Meerdere gemeenten, klein of (middel)groot, zetten in op zelfvoorziening van hun energie. Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten en inwoners om collectief bijvoorbeeld zonnecollectoren of windmolens te plaatsen, liggen door veranderende economische kaders en grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen steeds meer voor de hand. Uit onderzoek blijkt dat 40 % van de gemeenten plannen heeft om lokaal duurzame energie op te wekken en dat 16% van de gemeenten al actief is met energiewinning. Een drempel waar veel gemeenten in de verkennende fase tegen aan lopen is de energiebelasting die investeringen in duurzame energie minder rendabel maakt. De energiebelasting is geintroduceerd om energiegebruik te remmen. Nu vormt ze een drempel voor het lokaal opwekken van duurzame energie. Het enthousiasme bij burgers, bedrijven n gemeenten om hun eigen energie op te wekken, is groot. Als huiseigenaren de elektriciteit van zonnepanelen op hun eigen dak gebruiken, komt de energie gratis hun huis binnen en hoeven ze bovendien geen energiebelasting te betalen. Als een coperatieve vereniging de gezamenlijk aangeschafte zonnepanelen daarentegen op een centrale plaats, bijvoorbeeld een weiland of het dak van een groot gebouw, plaatsen en de opgewekte stroom via het openbare net naar de gebruikers stuurt, betalen de leden van de coperatie een hoge rekening. Hetzelfde speelt bij VVEs, agrarirs en gemeenten. De energiebelasting die ze moeten betalen is, zeker in vergelijking met de energiebelasting voor grote bedrijven, zo hoog, dat de decentrale opwekking van duurzame energie niet rendabel is. Gemeenten hebben er problemen mee dat de regulerende energiebelasting de doorbraak van schone energie remt. Enerzijds omdat dit het realiseren van (nationale en lokale) beleidsdoelstellingen tegenwerkt. Anderzijds omdat hierdoor vele ondernemers, die ook in de optiek van dit kabinet de motor zijn voor duurzaamheid, het duurzaam ondernemen onmogelijk wordt gemaakt. Door de energiebelasting voor duurzame opwekking van coperatieve energieverenigingen af te schaffen handelt de rijksoverheid conform dezelfde wetgeving die nu al geldt
Vereniging Van nederlandse gemeenten 3

voor grootverbruikers van energie. Zij betalen een extreem lage energiebelasting, omdat het economisch belang en onze concurrentiepositie hiermee gediend is. Doel: de VNG wil zorg dragen voor de juiste fiscale condities zodat inwoners, eventueel samen met hun gemeente, vanuit een level playing field lokale duurzame energie opwekking kunnen realiseren.

Duurzame mobiliteit

Of een gemeente de keuze maakt om in te zetten op elektrische voertuigen (zowel in haar eigen wagenpark, als het stimuleren hiervan onder hun inwoners) of inzet op de transitie naar rijden op (groen)gas: een verandering en onderbouwde keuze is goed. Door fiscale maatregelen zijn beide vormen van schone mobiliteit, zowel elektrisch vervoer en het rijden op (groen)gas in de toekomst fiscaal niet langer aantrekkelijker dan het rijden in voertuigen op fossiele brandstoffen. Om Nederland als gidsland op de kaart te houden op bijvoorbeeld het gebied van elektrisch vervoer en lokale overheden vrij te laten in de te maken keuze, is het belangrijk dat innovatie en investering niet gestraft wordt. Het omhoogstellen van de bijtelling vanaf 2014 en het onderscheid maken tussen verschillende vormen van duurzame mobiliteit draagt niet bij aan de welwillendheid van gemeenten en burgers om hierin te investeren. Zowel grote als kleine gemeenten hebben de laatste jaren genvesteerd in de voorzieningen om het rijden in schone voertuigen mogelijk te maken. De investeringen mogen niet voor niets zijn geweest. Daarnaast is de inzet op het bevorderen van duurzame mobiliteit van belang voor de luchtkwaliteit in grotere gemeenten. Doel: de investeringen die gemeenten doen of reeds gedaan hebben in voorzieningen om het rijden in schone voertuigen te faciliteren mogen niet voor niets zijn geweest doordat nationaal beleid het rijden in schone voertuigen ontmoedigt. Daarnaast dient het vervangen of uitbreiden van het gemeentelijk wagenpark door schonere voertuigen onder goede fiscale voorwaarden mogelijk te blijven.
4 Vereniging Van nederlandse gemeenten

Energiebesparing in de (bestaande) woningvoorraad

Er verschijnt een vervolg op het convenant Meer met Minder, hierbij zijn verschillende actoren uit de bouwwereld betrokken, onder andere de NEPROM, Bouwend Nederland, WWI en IPO. In de eerste aanzet voor dit conventant zijn de pijlen sterk gericht op de inzet van lokale overheden en betrokken brancheorganisaties en koepels. Het Rijk, initiator van dit convenant, lijkt weinig initiatief te nemen om knelpunten in huidig beleid weg te willen nemen. Voor gemeenten zijn vooral de onderdelen met betrekking tot renovatieplicht van overheidsgebouwen een aandachtspunt. De mate van toezicht op energiebesparing en energiebesparingsmaatregelen bij bedrijven in de gemeente loopt erg uiteen en verschilt tussen gemeenten. Door dit meer te stroomlijnen en hierin samen te werken met betrokken branches kunnen grote slagen gemaakt worden. Het aanpakken van energiebesparing in openbare gemeentelijke gebouwen vraagt een lange adem. In de huidige afspraken in het convenant is de vernieuwingstijd voor gemeentelijke gebouwen niet getoetst aan de praktijk. De VNG vraagt aandacht voor realistische afspraken en rekening te houden met Europees beleid waarin tevens renovatieplicht en energielabels terug komen. Doel: de VNG vraagt aandacht voor realistische normen en afspraken. Op Europees niveau wordt gesproken over een renovatieplicht van jaarlijks 3% waarbij energiebesparing voorop staat. Laat dit aansluiten bij de landelijke praktijk en spreid dit aantal over lle overheidsgebouwen.

Windenergie

Door middel van het realiseren van windenergieprojecten op land (tot 6.000 MW) wil het Rijk de Europese doelstelling voor 14% duurzame energie in 2020 halen. Het Rijk concentreert zich op grootschalige projecten (>100MW) die onder de Rijskcordinatie regeling vallen. Het IPO heeft namens de provincies een bod gedaan voor ongeveer 3.800MW dat kan oplopen tot 5.000MW mits de knelpunten (radar en dijkproblematiek) worden
Vereniging Van nederlandse gemeenten 5

opgelost. De VNG beperkt zich tot een procesrol en heeft een eis geformuleerd dat alle betrokken gemeenten (inliggende en buurgemeenten) in een zo vroeg mogelijk stadium bij het proces worden betrokken. De inzet van gemeenten is echter niet overal hetzelfde. Voor de VNG is het niet wenselijk om individuele wensen te kennen. Daarom zal op korte termijn een ambtelijke kring worden ondergebracht onder ROMnetwerk. Hier zal in eerste instantie voor alle betrokken gemeenten een platform worden geboden om goede voorbeelden te delen, maar ook om discussies te voeren. De bedoeling is om in een later stadium ook het Rijk en het IPO/provincies bij verschillende discussies te betrekken. De inzet van de VNG kan door het opzetten van een kennisplatform effectiever en direct worden georganiseerd. Doel: De VNG beperkt zich tot een procesrol en heeft een eis geformuleerd dat alle betrokken gemeenten (en buurgemeenten) in een zo vroeg mogelijk stadium bij het proces worden betrokken. Er dient in de planvorming genoeg ruimte te zijn voor lokaal maatwerk.

Subsidies en ondersteuning

De SLOK subsidie is de afgelopen jaren erg nuttig gebleken en heeft een groot effect gehad op de investeringen die lokale overheden hier zelf nog eens boven op hebben gedaan om klimaatmaatregelen uit te voeren. Er hebben 345 gemeenten gebruik gemaakt van de SLOK subsidie, met daarbij 50% cofinanciering door de gemeenten. Dit multiplier effect van de inzet van het Rijk door gemeenten is enorm belangrijk, omdat het de betrokkenheid, het draagvlak en wil van lokale overheden om in actie te komen op dit thema aantoont. Aan gemeenten en stadsdelen is sinds 2009 in het kader van de SLOK 42,3 miljoen euro toegekend door het Rijk. De uitvoeringskosten van hun beleid bedragen ruim 132,4 miljoen euro (de multiplier is dus 3,1). De voorganger van de SLOK subsidie, de BANS subsidie uit 2007, had een zelfde constructie en hierbij is 32 miljoen genvesteerd door het Rijk. Maar in totaal, met de bijdragen van de provincies en gemeenten erbij opgeteld, is er 96 miljoen genvesteerd in duurzaamheid en klimaatmaatregelen.
6 Vereniging Van nederlandse gemeenten

Er zijn meerdere Green Deals gesloten tussen het Rijk en individuele gemeenten of samenwerkende gemeenten en het bedrijfsleven, een goed initiatief en eerste aanzet tot een versterkte samenwerking op lokaal niveau. De VNG wil insteken op een meerwaarde door de inzet, op welke wijze dan ook, van het Rijk. In de bestaande visies is een grote rol, zowel in de uitvoering als de financiering, weggelegd voor lokale overheden. Hierbij is een bijdrage van het Rijk onmisbaar om de plannen uit te voeren, de kennis te verspreiden en te laten beklijven. Met het (gedeeltelijk) wegvallen van de ondersteuning door AgentschapNL ontbreekt een basisstructuur waarop gemeenten kunnen terugvallen voor informatie en hulp bij financiering van initiatieven. De VNG hoopt hiervoor in overleg met het ministerie een oplossing te vinden, zodat gemeenten bij de uitvoering van nieuw klimaatbeleid of plannen ter bevordering van de duurzaamheid op lokale schaal hierin ondersteund worden. Doel: gemeenten dienen ondersteund te worden in kennisuitwisseling en het delen van de ervaringen die de laatste jaren zijn opgedaan en de expertise die nog steeds wordt verkregen. Er is behoefte aan deze ondersteuning vanuit het ministerie. De hulp zou los moeten staan aan het al dan niet deelnemen aan de Lokale Klimaatagenda van het Rijk (LKA). Klimaat en duurzaamheid dienen hierin breder dan slechts de speerpunten van de LKA benaderd te worden.

Contactpersoon VNG: Daphne van den Berg: daphne.vandenberg@vng.nl


Vereniging Van nederlandse gemeenten 7

Vereniging Van nederlandse gemeenten