You are on page 1of 26

SHAIKH MUHAMMAD ABDUL WAHAB MARZOEQ AL-BANNA Vertaald door Um Sadjaad Introductie In de Naam van Allaah, de Meest Barmhartige,

de Meest Genadevolle Alle lof en dank is aan Allaah, de Heer van de hemelen en de aarde en alles wat bestaat. De Heer van het universum, Die de beste beloning geeft aan degenen die Hem vrezen en groot verlies aan de overtreders. We prijzen Hem en smeken Hem om Zijn hulp en vergeving. We zoeken toevlucht bij Hem tegen het slechte in onszelf en het slechte in onze daden. Degene die door Allaah is geleid kan door niemand misleid worden en degene die misleid is door Allaah kan door niemand geleid worden. Ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden, behalve Allaah Alleen. Verder getuig ik dat Muhammad -salla-llaahu alaihi wa-sallam- Zijn ware Profeet en Boodschapper is, de leider van de Boodschappers en leidraad van de gelovigen. Wij plaatsen al het vertrouwen in Allaah Alleen, Allaah is voldoende voor ons en Hij is de beste Helper. Er is geen kracht om het slechte te weerstaan behalve via Allaah, noch enige kracht om goed te doen behalve via Hem Alleen. Moge Allaah Zijn vrede en zegeningen aan de laatste Profeet Muhammad schenken en aan zijn nobele en pure familie en aan al zijn nobele metgezellen en degenen die zijn voetstappen volgen tot aan de Dag des Oordeels. Allaah, de Verhevene zegt in soerah Aali-Imraan 3: 102:

O jullie die geloven, vrees Allaah vol ware godsvrees voor Hem, en sterf niet anders dan als moslims. En in soerah An-Nisaa 4: 1: O mensen, vrees jullie Heer Die jullie uit een enkele ziel schiep. En Die daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voort komen. En vrees Allaah in Wiens naam jullie elkaar (om hulp) vragen. En onderhoud de familiebanden. Voorwaar, Allaah is de Waker over jullie. O jullie die geloven! Vrees Allaah en spreek (altijd) de waarheid. Hij zal jullie aansporen tot het verrichten van goede daden en jullie zonden vergeven. En wie Allaah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt; waarlijk, die heeft een geweldige triomf behaald. Soerah Al-Ahzaab 33: 70-71 De meest waarachtige spraak is die van Allaahs Boek (de Quraan) en de beste leiding is die van Muhammad -salla-llaahu alaihi wa-sallam-. Het ergste kwaad zijn toevoegingen en iedere toevoeging (in religie) is een bidah en iedere bidah is een misleiding en iedere misleiding en iedere vorm van misleiding is in het vuur. Onze missie: zuivering en welgemanierdheid Het juiste islamitische geloof en de juiste islamitische daden dienen van Allaahs Boek en de soennah van Zijn Boodschapper af te stammen en dienen geleid te worden door de kennis en het begrip van de sahaabah. (de metgezellen van de Profeet) Dit is het duidelijke pad van leiding dat Allaah voor de mensen heeft geschetst en dat leidt naar hun onmiddellijke en fundamentele succes en geluk. Helaas zijn de meeste moslims in verschillende mate van dit prachtige pad weg gegaan. Dus dient ieder serieus werk om de islaam weer onder de moslims tot leven te brengen twee elementen te bevatten: 1) Zuivering: het proces om dit pad van belemmeringen en onduidelijkheden te zuiveren en mensen er naar toe te leiden. 2) Welgemanierdheid: het regelmatige, aanhoudende proces van mensen leren hoe op dit pad te leven en eraan trouw te blijven en zich aan haar bevelen te houden. Deze twee elementen waren centraal in de Profeets missie. In soerah Ad-Djumuah 62: 2 staat:

Hij is Degene Die bij degenen die ongeletterd zijn een Boodschapper uit hun midden zond, die hun Zijn verzen voordroeg, en die hen reinigde, en die hun het Boek en de Wijsheid onderwees, terwijl zij daarvoor in duidelijke dwaling verkeerden. Hierdoor realiseren we ons de noodzaak om aan het Nederlands sprekende publiek verantwoorde schrijfwerken aan te bieden die het begrip van de islaam verbeteren. Het presenteren hiervan omvat twee aspecten: 1) Gezuiverde islamitische leerstellingen. 2) Praktische leidraad om ze toe te passen. Waarlijk, dit is de missie die we aannemen en dit boek is een nederige stap in die richting. 1) Zuivering Zuivering (of tasfiyah) is vereist met betrekking tot onze bronnen van islamitische kennis, ons geloof en onze praktijken. a. Het zuiveren van onze bronnen van kennis Overleveringen die vals aan de Profeet of zijn metgezellen zijn toegeschreven mogen niet als bronnen van kennis of basis voor daden worden gebruikt. In feite behoren dit soort overleveringen tot de voornaamste oorzaken van het afwijken van de ware islaam. Daarom is het zuiveren van onze kennis van de zwakke en bedachte overleveringen een essentiele taak die volledig in onze studie en ons onderwijs moet worden opgenomen. Rasuulullaah prees degenen die er naar streven om de islamitische kennis te zuiveren toen hij zei: Deze kennis zal door de betrouwbare individuen van iedere generatie worden gedragen. Zij zullen er de wijzigingen van de extremisten, de leugens van de leugenaren en de verkeerde interpretaties van de arrogante uit weg halen. Al-Baihaaqie, Ibn Adiyy en anderen, overgeleverd door Abu Hurairah, Ibn Masud en andere metgezellen. Hasan verklaard door shaikh al-Albaanie. (Mishkaat ulmasaabih nr. 239) b. Ons geloof zuiveren Het geloof van vele moslims is besmet met de misverstanden die van filosofische argumenten komen en onislamitische meningen. Daarom vraagt het nodige zuiveringsproces het zuiveren van ons geloof zodat het alleen gebaseerd is op betrouwbare teksten van de Quraan en de soennah en schoon is

van iedere vorm van shirk (iets of iemand naast Allaah plaatsen). Zo was het geloof van de sahaabah welke Allaah heeft geprezen in soerah Al-Baqarah 2: 137: Als zij dan geloven in het gelijke van waarin jullie geloven, dan volgen zij waarlijk de leiding. c. Onze daden zuiveren Veel moslims mengen hun religieuze praktijken en daden van aanbidding met bidahs (toevoegingen) die niet door Allaah of Zijn Boodschapper zijn goed gekeurd. Daarom is er een enorme inspanning nodig om de daden van aanbidding van de moslims zo te zuiveren dat ze zich aanpassen met betrouwbare teksten van de Quraan en de soennah, met het begrip en het praktiseren van de sahaabah en het verwerpen van bidahs. Dit is het enige acceptabele pad van leiding, zoals Allaah in soerah An-Nisaa 4: 115 zegt: En wie de Boodschapper tegenwerkt nadat de leiding hem duidelijk is geworden en een andere weg volgt dan die van de gelovigen: Wij laten hem (gaan naar) waarheen hij zich afgekeerd had en Wij zullen hem in de Hel binnen leiden. En dat is de slechtste bestemming! 2) Welgemanierdheid Welgemanierdheid (of tarbiyyah) is om ons geloof en onze daden op zuivere kennis te vestigen. Tarbiyyah gaat hand in hand met zuiveren. a. Ware volgelingen van de eerste drie generaties metgezellen worden. De bovenstaande discussie over het zuiveren van ons geloof en onze daden, dient te worden uitgebreid met het opvoeden van onszelf en onze gemeenschap volgens de zuivere leringen, waarbij we ernaar dienen te streven om ware volgelingen te worden van onze grote salaf; de sahaabah. In soerah At-Tawbah 9: 100 zegt Allaah: En de allereerste (moslims) van de muhaadjiroen (emigranten vanuit Makkah) en de Ansaar (bewoners van Madinah die de muhaadjiroen hielpen) en degenen die hen volgden in goede daden: Allaah heeft welbehagen met hen en zij hebben welbehagen met Hem. Hij heeft voor hen Tuinen (in het Paradijs) bereid waar onder door de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. Dat is de geweldige overwinning. De sahaabah waren de vrome mensen die door Allaah werden gekozen om Zijn Profeet te vergezellen. Dus zij verlieten de valse religie van hun voorvaders en vereenzelvigden zichzelf met de Profeet, leerden direct van hem en vestigden met hem de eerste en beste islamitische gemeenschap en droegen zijn leerstellingen nauwkeurig en volledig over aan andere mensen. Wanneer de moslims de sahaabah tot hun ware rolmodellen maken, zullen zij geneigd zijn om de waarheid onpartijdig te gaan zoeken en niet langer eigenwijs vast te houden aan vooringenomen sektes en wetscholen.

b. Het uitnodigen naar de zuivere religie Een essentieel deel van het proces van welgemanierdheid is alle mensen -zowel moslims als nietmoslims- uit te nodigen naar de pure en onvervalste religie. Dit dient te gebeuren door goede voorbeelden te laten zien, onszelf met goede manieren te bekleden en waardevolle, effectieve en vriendelijke benaderingen te bewerkstellingen, welke van belang zijn vanwege de boodschap die we dragen. Allaah zegt in soerah Aal-Imraan 3: 104: En laat er uit jullie een groep voort komen die uitnodigt tot het goede en oproept tot deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die welslagend zijn. Hierbij helpen is een plicht voor iedere moslim volgens zijn/haar beste vermogen, zoals Allaah in soerah Al-Maaidah 5: 2 beveelt: Ondersteun elkaar bij het goede (al birr) en taqwaa en help elkaar niet in zonde en overtreding. Dit is de enige weg om Allaahs acceptatie te verkrijgen en geluk en succes te bereiken. Allaah zegt in soerah Al-Asr 103: 1-3: Bij de tijd. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies. Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld. En dit is de manier om te midden van de gelovigen een ware en eerlijke compassie te vestigen die een sterke, verenigende oorzaak ten grondslag heeft. Allaah zegt in soerah Aal-Imraan 3: 103: En houdt jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allaah en wees niet verdeeld. c. De islamitische oplossing presenteren Uitnodigen naar de waarheid houdt het vinden van realistische islamitische oplossingen voor veelomvattende problemen in. Er is geen twijfel dat Allaahs leiding de enige allesomvattende weg is voor het oplossen van problemen van de mensen zowel op individueel als maatschappelijk niveau. Allaah zegt in soerah Al-Maaidah 5: 49: En oordeel (O Muhammad ) onder hen met wat Allaah neer gezonden heeft, en volg niet hun begeerten.

Waarlijk, we zoeken Allaahs leiding en hulp en we smeken Hem om ons in staat te laten zijn om onszelf en onze gemeenschappen te zuiveren en op te voeden op een manier die Hem het meest tevreden stelt. Aamien. Inleiding: Ik begin in de Naam van Allaah, de Meest Genadevolle, de Meest Barmhartige. Alle lof is aan Allaah, de Heer van de werelden, ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden, behalve Allaah en dat Muhammad Zijn dienaar en laatste Boodschapper is; gestuurd aan de mensheid. Ik wou al sinds lange tijd aan dit project beginnen; al sinds ik shaikh Muhammad Marzoeq al-Banna in 1995 ontmoette, (toen ik voor het eerst naar dit land; Saoedi-Arabi, kwam). Hij was mijn eerste leraar en alhamdulillaah lukte het mij om veel opnames van de lessen van de shaikh te maken. Hij gaf vier keer per week les in zijn moskee, die hij in Jeddah, dicht bij zijn huis in het Safa district had gebouwd. Hij ging ook naar andere moskeen in Jeddah omwille van de dawah. Deze tapes zijn waardevol en hebben waardevolle kennis van een oudere, vader en grootse leraar in de islaam, zowel in spraak als daden. Wat volgt is inshaaAllaah een biografie van de shaikh en dan de eerste van de manhadj series, gebaseerd op een lezing die hij in Jeddah gaf, welke over verschillende aspecten van de geloofsleer van de Profeet en zijn metgezellen ging. Ik benaderde de shaikh voor toestemming om zijn werk te vertalen en publiceren en de shaikh gaf mij een geschreven brief met een aanmoediging. Moge Allaah hem genezen en hem een gemakkelijk einde geven, want de shaikh is nu vierennegentig jaar oud en onder medische behandeling in zijn huis in Jeddah. Ik vraag Allaah dat dit oprecht voor Zijn Zaak is, want daden zijn volgens iemands intentie en iedere persoon zal datgene ontvangen wat hij als intentie had. Abdullaah ibn Rabah Lahmami. Madinah Nabawiyyah. 22nd Radjab 1430. 15 July 2009 De herziende biografie van shaikh Muhammad Abdul Wahhab Marzoeq al-Banna Zijn geboorte Hij werd op 16 februari 1916 (1333 H) in Cairo geboren. Volgens de Hidjri- kalender is hij zevenennegentig jaar oud en volgens de Gregoriaanse kalander vierennegentig. Hij leefde in Riyaadh, Ahsaa, Madinah, Makkah en leeft nu in Jeddah. Shaikh Muhammad al-Banna spreekt over waar hij opgroeide Shaikh Muhammad Al-Banna zegt: Hoe dan ook, was de atmosfeer waar ik in leefde niet goed vanwege de misverstanden van de Soefies. Zij verrichtten takfier (zij bestempelden anderen als ongelovigen; als kufaar) over degenen

die de Eigenschappen van Allaah bevestigen. Ik studeerde in de scholen en gewoonlijk de madhab (wetschool) van Abu Haniefah en iemaam Ash Shafiie. Mijn vader volgde Ash-Shafiie en mijn moeder Hanafie. Ik volgde de geloofsleer van de Salaf vanwege deze reden; mijn vader als een Shafiie had de visie dat het aanraken van een vrouw de wudhuu verbreekt en mijn moeder als een Hanafie dat dit niet zo was. Mijn vader werd overstuur wanneer hij vertrok om te gaan bidden en mijn moeder hem aanraakte. Hij had een handdoek tussen hun handen zodat zij elkaar niet aanraakten. Toen zei ik tegen mijzelf dat islaam n is. Ik begon hierover na te denken en hoe het dit of dat kon zijn. Ik ging naar een van mijn ooms die religieus was en klaagde bij hem dat islaam n is en dat mijn vader het een zegt en mijn moeder het andere. Hij gaf mij een boek over de vier madhabs en maakte mij zelfs nog meer in de war. Terwijl ik in deze toestand was, wou Allaah dat ik in het jaar 1936 denk ik, afstudeerde. Mijn vader was strikt met onze gebeden, ik was gewend om te bidden en dit was ongebruikelijk bij veel jongeren van die tijd in Cairo. Er was iemand van dezelfde leeftijd als mijn vader, die een gedichtenschrijver was. Zijn naam was Muhammad Arnus, een vriend op het werk. Hij schreef enkele boeken over pozie. Hij zag mij bidden en zei: Ik zal met jou bidden. We baden samen en lazen vervolgens Zaad al-Maaad van Ibn Qayyum samen. Ik begon van lezen te houden en ging steeds boeken kopen. Wanneer Allaah het goede voor iemand wil, toont Hij hem de weg. Dicht bij de Azhar universiteit was een kleine boekwinkel. De winkelier shaikh Munier Dimishqui (die de juiste geloofsleer had), adviseerde mij welke boeken ik moest lezen, nadat ik bij hem had geklaagd dat ik niet wist wat ik moest lezen. Hij gaf mij die betrouwbare boeken en iedere maand kocht ik voor vijftig muntstukken boeken. Ieder Salafiboek dat er was gaf hij aan mij om te lezen. Ik was goed in lezen, mijn geheugen was heel goed, maashaa Allaah. Ik hield van de groep Djamieyah Sharieah. Shaikh Muhammad Aamien Khattaab Al-Kabier trouwde ook met een van mijn familieleden. Hun gebed was heel goed (volgens de soennah), dus bad ik altijd met hen. Ik bezocht een moskee aan de tiende straat; de Djaamieyah Sharieah moskee, waar shaikh Alie Helwah verantwoordelijk over was. Hij onderwees volgens mij op woensdagavond en ik volgde zijn lessen. Hij had de gewoonte om te zeggen dat degene die beweert dat Allaah boven de hemelen is een ongelovige is; dat Allaah noch boven, noch links, noch rechts is! Dat is het Asharie; Maturiediegeloof. Onder de boeken die shaikh Munier Dimishqie mij te lezen had gegeven, bevond zich het boek van Ibn Khuzaimah: Tawhied wa ithbaat Sifaat Rabb. Ik herinnerde me een hadieth daaruit van Muaawiyah ibn Hakam As-Sulamie (de hadieth van het slavinnenmeisje). Dus zei ik tegen hem (shaikh Alie Helwah) dat hij het woord ongelovige gebruikte, terwijl de Boodschapper (nadat zij had getuigd dat Allaah boven de zevende hemel is) zei: Bevrijd haar, want zij is een gelovige. Hierdoor werd ik uit de moskee gegooid, vanwege het spreken van de waarheid tegen deze persoon die de mensen misleidde. Zij noemden mij een wahhaabie en zeiden: Jij bent van de djamaaah van shaikh Haamied Faqhie. Ik hoorde deze naam voor de eerste keer en dacht: Hij moet wel goed zijn als zij tegen hem spreken. Ik besloot hem te gaan ontmoeten, alhamdulillaah. Allaah wees hem aan ons en sindsdien leerde ik, sinds jonge leeftijd, van hem en andere Salafigeleerden, totdat ik een van de predikkers werd van Ansaarus-soennah alMuhammadiyyah in Egypte. Ik was met shaikh Abdur-Razzaaq, Al-Afifie, shaikh Muhammad Khaliel Al-Harras en anderen. Toen maakte Allaah het voor mij mogelijk om in Riyaadh te onderwijzen, op aanbeveling van shaikh Abdur-Razzaaq Al-Afifie (aan shaikh Abdul-Aziz Bin Baaz rahimahullaah).

Zijn leraren Shaikh Muhammad Abdul Wahhaab Marzoeq Al-Banna zei: Ik was gewend om veel te studeren en om met sommige van de geleerden samen te zijn, zoals shaikh Abdur-Razzaaq, Al-Afifie en shaikh Muhammad Khaliel Al-Harras. Ik werd in een religieuze familie geboren. De beroemde shaikh Ahmad Shakie (de geleerde van hadieth, die Baith Al-Hadieth van Ibn Kathier en Musnad Ahmad nakeek) was ook om mij heen, hij is de echtgenoot van een van mijn tantes. Zijn leerlingen Shaikh Muhammad Abdul Wahhaab Marzoeq Al-Banna zei: Shaikh Rabie Ibn Al-Madhkhalie, was de beste van hen, shaikh Muhammad Amman (rahimahullaah) was ook goed, shaikh Abdur-Rahmaan Abdul-Khaaliq was ook een goede, maar hij volgde later de weg van de Ikhwaanul-Muslimien, zoals Umar Ashqar dat in mindere mate deed. Zijn kennis Shaikh Muhammad Abdul Wahhaab Marzoeq Al-Banna werd door shaikh Abdur-Razzaaq Al-Afifie aanbevolen om op het educatieve instituut in Riyaadh les te gaan geven toen het open ging. Deze aanbeveling werd aan shaikh Abdul-Aziz Bin Baaz voorgelegd, die ermee instemde. Na vijf jaar les gegeven te hebben in Riyaadh, vertrok de shaikh naar Al-Ahsa in de oostelijke provincie van SaoediArabi om daar de volgende acht jaar les te geven aan een islamitisch instituut. Zijn vrijdagmiddaggebedsbijeenkomsten werden goed bezocht en hij legde de geloofsleer van de Salaf usSaalih (de vrome voorgangers) uit en verwierp de valse interpretaties van de Shieah* die daar leefden. Na enige moeilijkheden met de mensen daar werd de shaikh gevraagd om voor twee jaar les te komen geven aan het instituut voor islamitische zaken in Madinah. Dit was voordat hij op de universiteit in Madinah ging les geven, tegelijkertijd met shaikh Abdul-Aziz Bin Baaz, shaikh AlAbaanie (die zijn buurman was in Madinah) en shaikh Muhammad Aamien Ash-Shanqietie (rahimahullaah) (*De Shieah was een van de eerste groepen die zich afscheidden van de algemene stroming van de islaam, zij prijzen de vierde khalief Alie; de neef van de Profeet, op een overdreven manier en vinden dat hij de eerste khalief had moeten worden. Zij beschuldigen alle metgezellen van de Profeet, op enkelen na.)

Na het volbrengen van de lesperiode van drie jaar in de universiteit kwam de shaikh naar Jeddah en begon in veel moskeen te onderwijzen. De shaikh had ook een stoel in de Haram van Makkah, en in de Haram in Madinah, waar hij een tijd lang les gaf. In zijn tachtiger jaren verbleef de shaikh het meeste in Jeddah tot aan het latere deel van zijn leven waarin hij veel jaren in Makkah doorbracht en heen en weer pendelde naar Jeddah om zorg voor zijn moskee in het Safa -district te dragen. De shaikh is nu, op vierennegentig jarige leeftijd bedlegerig in zijn huis in Jeddah, vanwege zijn ziekte, moge Allaah hem beschermen. In Jeddah onderwees hij Usuul ath-Thalatha, Kietaab at-Tawhied (20 tapes), Aqiedatul-Wasittiyah, Kashf Shubuhaat, Usuul Sittah (de 6 principes), Tafsier Ibn Kathier, Sahieh Muslim, Umdatul Ahkaam en vele andere boeken. De shaikh beantwoordde vragen altijd met bewijs vanuit de Quraan en de soennah, vanuit het begrip van de metgezellen. Hij deed zijn uiterste best om de mensen te onderwijzen, zelfs als er maar weinig waren en hij zei dan: Als er verder geen vragen meer zijn sluiten we de winkel (om vragen te stellen) en degenen die aanwezig waren lachten hierom. Hij was heel vriendelijk en vermakend, maashaa Allaah en zijn aanwezigheid was geliefd bij de mensen in zijn moskee. Ondanks zijn oude leeftijd zorgde de shaikh voor zijn moskee die hij op zijn eigen land bouwde naast zijn huis in Jeddah. Eerst was het klein en moest het gerepareerd worden, maar de shaikh wou geen geld van de mensen aan nemen omdat diegenen dan de gang van zaken in de moskee zouden bepalen. De shaikh wou geen invloeden vanuit Ikhwaan ul Muslimien om de moskee over te nemen, dus hij was heel voorzichtig. Toen de shaikh ertoe in staat was, vergrootte hij de moskee en sinds de moskee gebouwd was, was hij verantwoordelijk voor het onderhoud en loon van de iemaam. De shaikh bracht een iemaam die oprecht in zijn geloof en geloofsleer was binnen. Toen iemand anders in de moskee kwam les geven en op een gegeven moment werd gezien met de misleide Abul Hasan al-Marabi, vroeg de shaikh hem vriendelijk om met les geven te stoppen, omdat de shaikh bang was voor de invloed die diegene op de menigte zou hebben. De shaikh accepteerde geen folders in zijn moskee, tenzij de sprekers bekend waren met de Salafi geloofsleer, en zich vast hielden aan de Quraan en de soennah en het begrip van de metgezellen. Zijn karakter De shaikh was oprecht, maashaaAllaah. Hij wenste voor zijn broeder wat hij voor zichzelf wenste. Hij offerde zijn huis vaak wanneer hij naar Makkah ging met de familie. Hij bood de broeders geld aan om te lenen zodat zij een auto konden kopen. De shaikh opende zijn huis voor vreemden in de hoop dat zij naar de Waarheid zouden worden geleid. Hij was heel geestig, maashaaAllaah. Ik herinner me dat er een man naar de shaikh toe kwam in de Haram in makkah en hij zei tegen hem: Ik ben een Egyptenaar zoals u waarop de shaikh antwoordde: Ik ben een moslim zoals jou! Tijdens een bijeenkomst in zijn moskee vroeg iemand hem een keer waarom hij geen minaret op zijn moskee had, waarop de shaikh antwoordde dat het zou kunnen vallen en iemand zou kunnen doden en vervolgens overleverde hij dat dit echt met iemand was voorgevallen en dat hij daarom die last niet wou dragen. Hij zei: Toon mij het bewijs vanuit de soennah dat je er een moet hebben en ik zal er een plaatsen. Zijn vroomheid

Hij had de gewoonte om de Quraan binnen drie dagen uit te lezen, zoals de iemaam van zijn moskee zei, die met shaikh Muhammad ibn Saalih al-Uthaymien studeerde. Shaikh Muhammad Al-Banna vastte volgens de soennah altijd iedere maandag en donderdag en de 13de, 14de, en 15de van iedere maand, ondanks zijn oude leeftijd. De shaikh is heel nederig, maashaaAllaah. Hij houdt van de studenten van kennis en verwelkomt hen alsof ze zijn eigen kinderen zijn. Een keer werd de shaikh door een student van kennis van de universiteit van Madinah gevraagd om hem te bezoeken terwijl hij in Jeddah was. De shaikh kwam er achter dat de broeder heel ver weg was en dus reed hij zelf naar hem toe om hem op te halen en thuis te brengen om hem te bedienen. De shaikh bedient altijd zijn gasten voordat hij zelf zit en eet. Dit is zelfs zo gebleven totdat hij negenentachtig jaar was. De shaikh verrichtte hadj tot de leeftijd van eenennegentig jaar. De goede manieren van hem waren in zijn leven duidelijk zichtbaar, maashaaAllaah. Hij bediende voorbijgangers in de Haram met thee wanneer het tijd was voor iftaar om het vasten te verbreken. Mensen kwamen voor zijn aardbeienthee met melk en grote dadels. De shaikh nodigde altijd iedere donderdag na ishaa gasten uit om met hem in zijn huis in Makkah te eten. Een lange dag vasten en dan niet zitten totdat hij de laatste gast bediend had, waarbij hij zei: Eet en drink en dit is een bevel van jullie Heer! MaashaaAllaah! Hij zei vaak: Geef jullie maag verschillende kleuren (voedsel) en het zal jullie voordeel geven. Na de maaltijd zat de shaikh dan met zijn gasten en beantwoordde hun vragen, terwijl hij hen met fruit bediende. Moge Allaah hem beschermen en genezen. De laatste keer zag ik de ogen van de shaikh gevuld met tranen toen hij Allaah om een goed einde vroeg. Ik bid dat hij een goed einde zal krijgen, aamien. Hij maakte veel duaa voor degenen die hij ontmoette, groette hen altijd met een lach en adviseerde hen altijd om de soennah te volgen. Ik prijs hem niet boven Allaahs lof en Allaah is Degene Die afrekent. Zijn reizen omwille van de dawah De shaikh reisde met shaikh Muhammad Nasr ud-Dien al-Albaanie (rahimahullaah). Hij zegt dat dat gouden jaren waren. De shaikh organiseerde uitjes voor de studenten, die bedoeld waren om hen te onderwijzen. De shaikh sliep een beetje na een lange dag les geven aan de studenten en stond dan op voordat de studenten opstonden en waste hun kleren en maakte hun ontbijt. De shaikh reisde naar Amerika, Japan, Uk en Marokko vanuit het verzoek van shaikh Bin Baaz. Degenen die hem geprezen hebben Shaikh Abdur-Razzaaq al-Afifie, de onderdirecteur van het Shoura council onder shaikh Abdul-Aziz Bin Baaz, vroeg of shaikh Muhammad al-Banna tot de eerste predikkers kon behoren van het educatief instituut van Riyad. Shaikh Rabie Ibn Haadie zei toen hij hem bezocht in september 2001 (Djumaada 2 1422): Shaikh Al-Banna verrichtte zestig jaar lang de dawah as-Salafiyyah, leer zijn manieren want je zult er baat bij hebben. Shaikh Taqui-ud-Dien al-Hilaali (rahimahullaah) schreef een brief aan shaikh Abdul-Aziz Bin Baaz (rahimahullaah) en andere geleerden en sinds kort is deze brief te lezen.

Degenen die hij heeft geprezen De shaikh prees shaikh Bin Baaz (rahimahullaah), shaikh al-Albaanie (rahimahullaah) en shaikh Muhammad Ibn Saalih al-Uthaymien (rahimahullaah). Hij prees ook shaikh Ubayd, die hij in de Haram van Makkah ontmoette en shaikh Muhammad zei wat betreft shaikh Ubayd dat degenen die hem tegenspreken geen stevige grondslag hebben voor hun beweringen. (dit was tijdens de laatste ontmoeting met de shaikh vorig jaar) In het verleden prees hij Alie Hasan en Abul Hasan al-Misrie, maar dit veranderde aan het einde van zijn leven, toen zij samenwerkten met de groep van AbdurRahmaan Abdul Khaaliq; Ihyah Turath en fitnah overviel hen in een zodanige erge mate dat hun houding ten opzichte van degenen die verkeerd bezig waren niet goed was. Dus shaikh Muhammad al-Banna adviseerde de mensen om shaikh Rabie over hun zaak te vragen en was niet blij met hun samenwerking met en verdediging van degenen die waren afgedwaald. Shaikh Muhammad al-Banna adviseerde Abul Hasan Al-Misrie om zijn fouten recht te zetten wat betreft het slecht spreken over de metgezellen en adviseerde hem om naar shaikh Rabie te gaan en zichzelf te excuseren over wat hij over hem had verspreid. Abul Hasan al-Misrie ging naar het huis van shaikh Rabie, maar verhief zijn stem en was respectloos tegen hem (ik was daar aanwezig, want het was vlak voor de vrijdagklas van Adjurie van shaikh Rabie). Toen shaikh Muhammad al-Banna dit ontdekte was hij erg overstuur en adviseerde de mensen om niet met shaikh Muhammad al-Banna te zitten en van zijn kennis te nemen, want hij zei dat hij zichzelf boven de geleerden plaatste vanuit arrogantie. Hij verbond zijn zaken aan Abdur-Rahmaan Abdul-Khaaliq, die dwaalde omdat de mensen hem vereerden en hij gaf veel geld uit aan de dwalende groeperingen en personen die beschouwd werden als van de Ahl-ussoennah wal-Djamaaah en die niet behoorden tot een van de tweenzeventig groeperingen die bedreigd worden door het Vuur, om hen excuses te geven. Dus ik getuig dat dit is wat de shaikh in het laatste deel van zijn leven volgde, totdat ik hem laatst in zijn huis in Jeddah zag. Hij zei dat shaikh Rabie de Yahyaa ibn Maien van zijn buurt was en dat shaikh Bin Baaz de Umar Abdul-Aziz van zijn buurt was qua rechtvaardigheid. Shaikh al-Albaanie zag hij als de Ibn Taymiyyah van zijn buurt. Bismillaahir-Rahmaan-nir-Rahiem Ik begin in de Naam van Allaah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Alle lof is aan Allaah, de Heer der werelden. We prijzen Hem en zoeken Zijn steun en vergeving. We zoeken toevlucht bij Allaah tegen het kwade van onze daden en tegen het kwade binnenin onszelf. Degene die Allaah leidt kan niet misleid worden en degene die Allaah misleidt kan door niemand geleid worden. Ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden, behalve Allaah en dat Muhammad Zijn dienaar is en Boodschapper. In soerah Aal-Imraan 3: 102 staat: O jullie die geloven, vrees Allaah vol ware godsvrees voor Hem, en sterf niet anders dan als moslims. In soerah An-Nisaa 4: 1 staat:

O mensen, vrees jullie Heer Die jullie uit een enkele ziel schiep. En Die daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voort komen. En vrees Allaah in Wiens naam jullie elkaar (om hulp) vragen. En onderhoud de familiebanden. Voorwaar, Allaah is de Waker over jullie. In soerah Al-Ahzaab 33: 70-71 staat: O jullie die geloven! Vrees Allaah en spreek (altijd) de waarheid. Hij zal jullie aansporen tot het verrichten van goede daden en jullie zonden vergeven. En wie Allaah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt; waarlijk, die heeft een geweldige triomf behaald. Redding ligt in de Quraan, de soennah en het begrip van de metgezellen Allaah zegt in soerah Aal-Imraan 3: 110: Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht, (zolang) jullie tot het goede oproepen en jullie het verwerpelijke verbieden en jullie in Allaah geloven. Dit vers werd over de besten van onder de mensen geopenbaard; de metgezellen van de Profeet Muhammad. Zij waren de beste mensen toen zij het goede bevolen en het slechte verboden. Het grootste goed dat zij verrichtten, was (oproepen tot) at-Tawhied; de Eenheid van Allaah. Het grootste kwaad dat zij verboden, was het kwaad van shirk (afgoderij). Het vers eindigt met de woorden: dat zij geloofden in Allaah; d.w.z. dat zij op de juiste manier in Allaah geloofden. Toen zij eenmaal de geboden vervulden van het goede bevelen en het slechte verbieden, werden zij de beste van onder alle naties. Vergelijk dit met veel van de moslims van tegenwoordig; bevelen zij het goed en verbieden zij het kwade bij zichzelf en degenen onder hun verantwoordelijkheid? Hebben zij de juiste geloofsleer? Dus hoe kunnen zij worden gezien als de beste van alle naties? Allaah zegt in soerah AalImraan 3: 103: En houd jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allaah en wees niet verdeeld. Gedenk de gunst die Allaah jullie schonk toen jullie vijanden waren en Hij jullie harten tot elkaar bracht en jullie door Zijn gunst broeders werden. Dit toont aan dat de metgezellen allen gezamenlijk aan de Quraan vast hielden en dat zij nadachten over de Quraan. In soerah Muhammad 47: 24 zegt Allaah: Denken zij dan niet na over de Quraan? Er zijn zelfs sloten op hun harten.

Niet zoals de mensen deze dagen doen; zij proberen het en lezen de Quraan voor de dode mensen om de beloning ervoor te krijgen. Zij hebben de ware bedoeling van de openbaring gemist, en dat is: het lezen, erover nadenken en het volgen. In soerah Ash-Shoera 42: 52 zegt Allaah: Zo hebben Wij aan jou een openbaring neer gezonden, een zaak van Ons. Jij wist toen niet wat het Boek (de Quraan) was en wat het geloof (iemaan) was, maar Wij hebben hem tot een licht gemaakt waarmee Wij van Onze dienaren leiden wie Wij willen. En voorwaar, jij leidt zeker naar een recht Pad. Deze Quraan werd door Allaah als een licht geopenbaard, d.w.z. het bevat leiding waarmee Allaah naar het Rechte Pad leidt wie Hij wil en waarlijk, de Boodschapper kende deze Quraan niet, noch kende hij geloof (iemaan) voordat Allaah het aan hem openbaarde. Hij werd door Allaah als leider voor de mensheid gekozen. Hier worden twee soorten leiding genoemd; de leiding van verlichting (tawfieq), welke alleen tot Allaah behoort en de leiding van de mensen wijzen naar de juiste weg (bayan wal irshaad), welke de leiding is van de boodschappers en de oproepers. Hier is een voorbeeld van de leiding van het wijzen van de rechte weg aan de mensen. In soerah Ash-Shoera 42: 52 zegt Allaah: En voorwaar, jij leidt zeker naar een recht Pad. Hier is een voorbeeld van de leiding van verlichting van Allaah. Allaah heeft in soerah Adh-Dhuhaa 93: 7 tegen Muhammad gezegd: En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid. De metgezellen begrepen deze Quraan door de uitleg ervan direct van de Boodschapper te nemen, zoals Allaah zegt in soerah An-Nahl 16: 44: (Wij zonden hen) met duidelijke (Tekenen) en de Zaboer. En Wij deden aan jou de Vermaning (de Quraan) neerdalen om aan de mensen duidelijk te maken wat aan hen is neer gezonden. Deze openbaring werd aan de gehele mensheid en de wereld van de djinn geopenbaard, zoals Allaah in soerah Al-Ahqaaf 46: 29 zegt: En (gedenk) toen Wij een paar van de djinns bij jou brachten, om naar de Quraan te luisteren. Toen zij daarbij aanwezig waren, zeiden zij: Luister in stilte! Toen (de voordracht) beindigd was, keerden zij tot hun volk terug als waarschuwers. Toen de djinn de Quraan hoorden, zeiden zij (in soerah Al-Ahqaaf 46: 30:)

Zij zeiden: O volk van ons, voorwaar wij hebben over een Boek gehoord dat tot Musaa is neer gezonden, ter bevestiging van wat daarvoor was, het leidt naar de Waarheid en de rechte Weg. Zelfs de djinn wisten dat het rechte pad volgen, het volgen van de Quraan en de Boodschapper is. In soerah An-Nahl 16: 44 staat: En Wij deden aan jou de Vermaning (de Quraan) neerdalen om aan de mensen duidelijk te maken wat aan hen is neer gezonden. De metgezellen vroegen de Boodschapper om islaam aan hen uit te leggen De metgezellen namen de betekenis van de Quraan rechtstreeks van de Boodschapper, zoals in de authentieke hadieth uit Sahieh Al-Bukhaarie en Sahieh Muslim staat wat betreft het vers in soerah Al-Ahzaab 33: 56: Voorwaar, Allaah en Zijn engelen sturen salaah voor de Profeet. O jullie die geloven, smeek om salaah en salaam voor hem. De metgezellen zeiden tegen de Boodschapper: Wij weten hoe we de salaam (vredewensen) naar u moeten sturen, maar hoe sturen wij de salaah (de gebeden) naar u? De Boodschapper zei tegen hen: Zeg: Allaahoemma salli ala Muhammadin wa ala aali Muhammad, kama salayta ala Ibraahiem wa ala aali Ibraahiem, innaka hamiedum-madjied. Allaahoemma baarik ala Muhammad wa ala aali Muhammad kama baarakta ala Ibraahiem wa ala aali Ibraahiem, innaka hamiedum madjied. Sahieh Al-Bukhaarie en Sahieh Muslim (Toevoeging van de vertaalster: Abu al-Aaliyah heeft gezegd (in verband met soerah Al-Ahzaab 33: 56): Allaahs sturen van gebeden naar de Profeet betekent Zijn verheffing van hem en het verhogen van zijn rang; het sturen van gebeden van de engelen en anderen betekent hun poging dit van Allaah te krijgen en hier is het bedoeld als vragen om toename van de gebeden en niet vragen om de eigenlijke gebeden zelf. Ibn Haadjar; Fath al-Baarie) Sommige mensen kiezen ervoor om op hun eigen manier gebeden naar de Profeet te sturen, maar de metgezellen gingen in al hun zaken terug naar de Boodschapper. Het is niemand toegestaan om deze religie op zijn eigen wijze te begrijpen. Om de Quraan te begrijpen dient iemand terug te gaan naar de uitleg van de Boodschapper, die de meest gehoorzame persoon is (aan Allaahs bevelen). Allaah beval de Boodschapper om de mensen uit te leggen en

Allaah beval alle mensen om tijdens de Profeet zijn leven en na zijn dood zijn pad te volgen. Iemand kan zeggen: Ik houd van Allaah, dan wordt er tegen hem gezegd wat er in soerah Aal-Imraan 3: 31 staat: Zeg: (O Muhammad): Als jullie van Allaah houden, volg mij dan; Allaah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allaah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig. Dit wordt het getuige vers genoemd. Iemand kan zeggen: Ik houd van de Profeet maar toch bijvoorbeeld in hun dhikrullaah volgen zij de Profeet niet. Zodoende maken zij eerder hun eigen vorm van dhikrullaah door Allaah, Allaah, Allaah te herhalen, of door Hu, hu, hu (Hij is) te zeggen. Van waar hebben zij dit soort dhikr? Gingen de Boodschapper van Allaah en zijn metgezellen dit zeggen wanneer zij Allaah herdachten? Allaah heeft iedere persoon die bidt bevolen om in het gebed te zeggen: Leid ons naar de Rechte Weg. (soerah Al-Faatihah 1: 5) Moslims zeggen dit minstens zeventien keer op een dag (in hun gebeden). Nadat zij de nabijheid van Allah hebben gezocht via het noemen van Zijn Schone Namen en Eigenschappen, door te zeggen: Alhamdulillaahi RabbilAalamien, ar-Rahmaan, nir-Rahiem, Maaliki-yawmidien. Vervolgens zoeken de moslims Allaahs nabijheid met hun goede daden door niemand anders te aanbidden, wanneer zij zeggen: Iyaaka nabudu wa iyaaka nastaien. (U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.) Alleen hierna zoeken de moslims leiding van Allaah naar het rechte pad, (tonen zij de correcte manier van leiding zoeken).Wat is het pad dat zij zoeken? In soerah Al-Anaam 6: 153 staat: En dat dit Mijn Pad is, een recht Pad, volg het dan en volg geen andere paden, want die zullen jullie doen afdwalen van Zijn Pad. Dat is wat jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen. Deze gemeenschap is in sektes en groeperingen verdeeld Deze ummah is in sektes en groeperingen verdeeld. Ieder ziet zichzelf op de Waarheid, totdat datgene wat wij verdienen ons overkomt! Allaah openbaarde aan Zijn Profeet wat er gebeurd is met degenen die voor hem kwamen, en desondanks raken wij verward alsof we ons in donkerte begeven, zonder ons te realiseren wat de redenen zijn van deze beproevingen en de genezing ervan. Thawbaan heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah zei: De gemeenschappen zullen elkaar spoedig oproepen om jullie aan te vallen, zoals mensen die eten anderen uitnodigen om hun voedsel van een schaal te eten. Iemand vroeg: Zal dat vanwege ons kleine aantal zijn op dat moment? Hij antwoordde: Nee, jullie zullen op dat moment met velen zijn, maar jullie zullen zoals het schuim zijn dat door een stortvloed van water naar beneden wordt gedragen en Allaah zal de vrees voor jullie uit de borsten (harten) van jullie vijand weg nemen en al-wahn in jullie harten plaatsen. Iemand vroeg: O Boodschapper van Allaah, wat is al-wahn?

Hij antwoordde: Liefde voor de wereld en afkeer van de dood. Sahieh Sunan Abu Daawuud nr. 4297, Sisilah Ahaadieth As-Sahiehah nr. 958 Allaah heeft in soerah Aal-Imraan 3: 182 gezegd: Dat is vanwege datgene wat jullie handen deden en omdat Allaah niet onrechtvaardig tegenover de dienaren is. En Allaah onderdrukte hen niet, maar zij onderdrukten zichzelf. In soerah Ar-Rad 13: 11 staat: Voorwaar, Allaah verandert de (goede) toestand van een volk niet, totdat zij hun eigen toestand veranderen. Veel moslims zijn alleen bezorgd om dit leven, hun daden zijn voornamelijk voor dit leven. Je ziet moslims die heel bezorgd zijn om de studie van hun kinderen; die ervoor zorgen dat zij geen enkele dag van hun school missen. Maar hoe dan ook, wanneer zij hun gebeden missen zeggen zij: Moge Allaah hen leiden. We kunnen beter zeggen: Moge Allaah JULLIE leiden! Degenen van jullie die naar de moskee zijn gekomen, behoren inshaa Allaah tot de besten van de gemeenschap, omdat jullie de gebeden hebben bijgewoond, maar waar zijn jullie kinderen van 7, 8, tot 15 jaar? Ging de liefde voor deze wereld maar alleen om de toegestane zaken ervan, maar we zien moslims deelnemen aan zowel wettige als onwettige zaken. Wat voor voordeel is er in de series op de tv, terwijl het hellevuur ons omringt? Er wordt tegen de moslims gevochten en ik zweer bij Allaah dat onze terugkeer snel zal komen als wij niet terug keren naar onze Dien. Abdullaah ibn Umar heeft overgeleverd dat hij de Boodschapper hoorde zeggen: Wanneer jullie met rente werken en jullie vasthouden aan de koeienstaarten en met landbouw tevreden zijn en jullie laten het strijden voor de Zaak van Allaah, dan zal Allaah vernedering toestaan. Hij zal het niet verwijderen totdat jullie terugkeren naar jullie Dien. Sahieh Sunan Abu Daawuud, nr. 3462, Silsilah Ahaadieth As-Sahiehah, nr. 11 Onschuldige mensen doden is geen djihaad Wanneer iemand dynamiet om zichzelf heen bindt om zichzelf en anderen te doden, kan dit dan djihaad genoemd worden? Nee, waar is iemands verstand, laat staan religie? Is dit djihaad? Nee, dit is niet hoe Allaah djihaad heeft voorgeschreven. Heeft Allaah djihaad toegestaan om onschuldige mensen en onszelf te doden? Nee, het werd eerder toegestaan zoals Allaah in soerah Al-Anfaal 8: 39 zegt: En bestrijd hen totdat er geen fitnah meer is en de godsdienst geheel voor Allaah is. Als zij ophouden, voorwaar, Allaah is Alziende over datgene wat zij bedreven.

Dus vechten werd niet voorgeschreven om onschuldige zielen te doden en de voorwaarde ervan is om het verschijnen van fitnah te beindigen.* Vermeerderen of verminderen de gevechten in Palestina fitnah? Maakt het de religie alleen voor Allaah? In soerah Al-Baqarah 2: 193 staat: En bestrijdt hen tot er geen fitnah (meer) is en de godsdienst aan Allaah behoort, maar als zij dan ophouden, dan is er geen vijandschap, behalve tegen de onrechtplegers. (*aanvulling van de vertaler: De Profeet verbood het doden van vrouwen, kinderen en oude mannen in een toegestane oorlog, hoe zit het dan met degenen die het toestaan dat onschuldige mensen in onwettige omstandigheden worden gedood? Abu Qataadah, de takfirie staat het doden van vrouwen en kinderen in djihaad toe, in tegenstelling tot de Boodschapper. De situatie wordt met al die opstanden alleen maar erger in Palestina en is niet verbeterd vanwege emotionele fatwas die de Palestijnse mensen aanmoedigen om te vechten, terwijl het beter voor hen is om in zulke situaties het voorbeeld van de Profeet te volgen en geduld te hebben, en dat is datgene waar shaikh AbdulAziz Bin Baaz (rahimahullaah) naar opriep.) Een ziel doden is niet toegestaan, behalve in toegestane situaties die in de Quraan en de soennah worden genoemd, zoals in het geval van de moordenaar. In soerah Al-Baqarah 2: 178 staat: O jullie die geloven, de qishaash* betreffende doodslag is jullie verplicht; de vrije mens voor de vrije mens, de slaaf voor de slaaf, de vrouw voor de vrouw. En degene die dan kwijtschelding van zijn broeder ontvangt, laat het dan gevolgd worden door een redelijke eis van de eiser en genoegdoening voor hem op een goede manier van de schuldige. Dat is een verplichting van jullie Heer en een rahmah en degene die dan daarna nog overtreedt, voor hem is er dan een pijnlijke bestraffing. *Het principe van gelijke vergelding in het islamitisch strafrecht. Al zijn er teksten in de Quraan die zeggen dat vechten is voorgeschreven aan de moslims in een rechtmatige strijd, maar dit geldt niet voor iedere moslim en in iedere situatie. Nee, zelfs hadj is voorgeschreven, maar niet voor iedere moslim en in iedere situatie. Nee. In soerah Aal-Imraan 3: 97 staat: En Allaah heeft voor de mensen de bedevaart verplicht gesteld, (voor hen) die in staat zijn daarheen op weg te gaan. Sommigen zullen zeggen: De Profeet heeft gezegd: Degenen die sterven zonder in een strijd te vechten of zelfs zonder zichzelf hierop voor te bereiden, sterven op een tak van hypocrisie. Sahieh Muslim 1910/ 158, Sahieh Sunan Abu Daawuud nr. 2502

Betekent dit dat de gehele islamitische gemeenschap moet vechten? Het antwoord is nee. Kijk naar het voorbeeld van de profeet Musaa in soerah Al-Baqarah 2: 246: Heb jij niet nagedacht (hoe het einde was van) de vooraanstaanden van de Kinderen van Israel na (het heengaan van) Musaa? Toen zij tot een profeet van hen zeiden: Wijs voor ons een koning aan, dan zullen wij strijden op de Weg van Allaah. Dit vers is een bewijs dat de aanvallende djihaad niet mag worden gestreden, tenzij iemand achter een koning of leider van een koninkrijk dat gevestigd is, vecht, want met vechten zijn er tijden van succes en tijden van falen, zelfs bij de Boodschappers. Als zij overwonnen worden kunnen zij terug gaan naar hun koninkrijk. Het geduld van de Boodschapper van Allaah Kijk naar het voorbeeld van Muhammad; hij en degenen die met hem geloofden werden gedurende dertien jaar lang uit Makkah verbannen. Er werd tegen hen gestreden en zij werden bespot. De Boodschapper was eens in de schaduw van de Kabah sudjuud aan het verrichten, toen een afgodendienaar Uqbah ibn Abie Muiet de darmen van een kameel op zijn rug gooide. De afgodendienaren lachten hem uit en niemand deed iets, totdat zijn dochter Faatimah kwam en het van zijn rug verwijderde. Is dit lafheid? Nee, maar dit is de religie van islaam (wanneer men niet de mogelijkheid heeft om tegen een onderdrukker in te gaan). Beval de Boodschapper de metgezellen om tegen de leiders van de afgodendienaren te strijden, zoals Uqbah of Abu Lahab? De vrouwelijke metgezel Sumayyah werd vermoord met een speer in haar geslachtsdelen en Abu Djahl liep alleen door de straten van Makkah, ondanks dit ging niemand van de metgezellen naar hem toe om hem te vermoorden. Kunnen we dit lafheid noemen? Nee, maar dit is de religie van islaam. Abu Bakr zag een van de hypocrieten de Boodschapper wurgen totdat zijn gezicht rood werd, dus zei hij: Dood je een man alleen maar omdat hij zegt: Mijn Heer is Allaah (Die het verdient om alleen aanbeden te worden)? Dus Abu Bakr werd in zijn gezicht geslagen tot hij bewusteloos werd. Ging een van de metgezellen vanwege dat opstaan? Nee. Kunnen we dit lafheid noemen? Nee, maar dit is de religie van islaam (wanneer men niet de mogelijkheid heeft om een onderdrukker te weerstaan). Dertien jaar lang werden de moslims vervolgd, en het antwoord van de Boodschapper van Allaah was: Weerhoud jullie handen van vechten en verricht het gebed. Tot de situatie erger werd en het de metgezellen werd opgedragen om naar Ethiopi te emigreren. De Boodschapper bleef in Mekkah achter en kwam op een dag naar buiten en zei: Wie willen mij steunen in het verspreiden van de Boodschap van Allaah en het Paradijs zal voor hen zijn?Abu Lahab kwam naar buiten en zei: Leugenaar; gehoorzaam hem niet!

Toen ging de Boodschapper naar Taif, maar hij werd vervolgd en bespot tot zijn voeten bloedden en hij op de grond lag, roepend naar zijn Heer totdat Allaah hem een uitkomst gaf en hij naar Madinah emigreerde waar de islaam was gevestigd. In soerah Al-Anfaal 8: 10 staat: En Allaah deed dat slechts om verheugende tijdingen te verkondigen en opdat jullie harten daardoor tot rust zouden komen. En er is geen hulp dan van Allaah. Voorwaar, Allaah is Almachtig, Alwijs. In soerah Al-Hadj 22: 40 staat: (Zij zijn) degenen die zonder recht uit hun huizen zijn verdreven, alleen maar omdat zij zeiden: Onze Heer is Allaah. En als Allaah de mensen niet van elkaar weerhield, waren kloosters, kerken en synagogen en moskeen waarin de Naam van Allaah vaak genoemd wordt, zeker verwoest. En Allaah zal zeker hen helpen die Hem (Zijn godsdienst) helpen. Voorwaar, Allaah is zeker sterk, Geweldig. In soerah Al-Hadj 22: 41 staat: (Zij zijn) degenen die, als Wij hen macht geven op aarde, de salaah onderhouden en de zakaah betalen en het goede bevelen en het verwerpelijke verbieden. En het einde van alle zaken rust bij Allaah. Sommige onwetende mensen lezen het volgende vers in soerah Aal-Imraan 3: 28 onvolledig (om aan te tonen dat het niet is toegestaan om met de niet-moslims te onderhandelen: Laten de gelovigen niet de ongelovigen in plaats van de gelovigen als beschermers nemen, en degene die dat doet heeft niets meer met Allaah te maken. Hij stopt daar zonder het vers (3: 28) af te maken: Behalve wanneer jullie hen (de ongelovigen) angstig vrezen. En Allaah waarschuwt jullie voor Zijn bestraffing. En tot Allaah is de terugkeer. De twee gezichten van de Ikhwaanul Muslimien Toen de schorpioenen van de Ikhwaanul Muslimien naar Egypte kwamen was hun motto: Allaah is onze Heer, de Quraan is onze weg, de Profeet is onze leider en djihaad is ons pad. Allaah is de Grootste en tot Hem behoort alle lof. De mensen zijn ongelovigen omdat zij met iets anders regeren dan wat Allaah heeft geopenbaard! Dit behoort tot de ideologie van Sayid Qutb! Iedereen is een ongelovige, behalve wij. Zij doodden (de leider) Abdul-Nasr en wat was het eind

resultaat? In de stad Hama, in Syri wilden de Ikhwaanul Muslimien een islamitische staat vestigen en het eind resultaat was dat mensen werden vermoord, anderen verwond en anderen gevangen! Toen zij zagen dat de ideologie van takfier (moslims ongelovigen noemen) hen niet hielp, keerden zij naar de tegenovergestelde richting en zeiden: Iedereen is correct of hij nu een Shieah, Asharie, Maturiedie, Ikhwaanie, of Tabligie is. Degenen die zeggen dat Allaah noch boven, noch beneden is, noch rechts, noch links, en degenen die beweren dat Djibriel zijn plicht heeft verzaakt en de Boodschap aan Alie had moeten geven in plaats van aan Muhammad. Zij zeiden: Wij zijn allemaal een groep en dit is de ideologie van Muhammad Qutb, Sayid Qutb zijn broer. Zij zeiden: Wij dienen allemaal te verenigen tot wij een islamitische staat vestigen. Dit is wat zij probeerden te vestigen in Algerije. Zij waren openlijk trots om te beweren dat dertigduizend vrouwen in de straten demonstreerden voor het vestigen van een islamitische staat. Wat was het eindresultaat? En wat is de situatie in Algerije na dit (behalve onrust)? Zij faalden ook toen zij naar dit land (Saoedi-Arabi) kwamen, eerst hadden degenen die verantwoordelijkheid dragen een goede indruk van hen; zij verwelkomden hen en gaven hen posities (totdat de ware aard van de Ikhwaanul Muslimien zichtbaar werd).* (*Zoals de bombardementen in Khobar en Riyad, waarin de Khawaaridj het doden van onschuldige mensen, zowel moslims en niet-moslims in de naam van djihaad! Shaikh Muhammad Al-Banna heeft gezegd: Allaah heeft het verboden dat een niet-moslim die naar een moslimland komt om onder een werkcontract te werken wordt gedood. De Profeet heeft gezegd: Degene die een niet-moslim doodt die een overeenkomst met de moslims heeft, zal de geur van het Paradijs niet ruiken. (Sahieh Al-Bukhaarie; 2995) Degenen die in niet-islamitische landen wonen doen dit ook onder een overeenkomst om vrede in het land te behouden. Dit is een overeenkomst die de moslims in stand dienen te houden, want de ware moslim schaadt zijn vertrouwen niet. Weet dat bombardementen van 7/ 7 en 9/ 11 niets met de islaam te maken hebben, want islaam is vrij van de daden van een paar onwetenden. De moslims die in het Westen wonen dienen de schoonheid van de islaam aan de niet-moslims te tonen, zodat zij eventueel de islaam zullen accepteren. In soerah AlMoemtahanah 60: 8 staat: Allaah verbiedt jullie niet om met degenen die jullie niet vanwege jullie godsdienst bestrijden, en die jullie niet uit jullie woonplaatsen verdrijven, goed en rechtvaardig om te gaan. Voorwaar, Allaah houdt van de rechtvaardigen.) Mijn broeders, bij Allaah, het juiste begrip van islaam is in vele moslimlanden verzwakt en heel weinig in dit land verblijven op het juiste begrip; degenen die aan de soennah van de Boodschapper van Allaah vast houden volgens het begrip van de vrome voorgangers (de Salaf us-Saalihien) Vind voor mij een land zoals dit (Saoedi-Arabi), zelfs als mensen er tegen spreken, we zeggen niet dat het compleet is, maar ik zeg; jullie zijn in een gezegende situatie, anderen zijn jaloers op jullie verblijf hier want jullie hebben beveiliging en de leiders steunen in het verspreiden van Tawhied. De leiders helpen de predikkers die tot de Tawhied oproepen in dit land.* Willen jullie dat de Shieah komen en tegen jullie vechten of een vrijzinnig persoon die Allaah niet vreest wat (het heersen over) jullie betreft? Dus vrees jullie Heer en vraag Hem om deze zegening

waar jullie in zijn te beschermen en dat Hij jullie zegent om er dankbaar voor te zijn en dat jullie smeekgebeden verrichten voor het verbeteren van de leider. Allaah zegt in soerah Ar-Rad 13: 11: Voorwaar, Allaah verandert de (goede) toestand van een volk niet, totdat zij hun eigen toestand (van zonden begaan en ondankbaar en ongehoorzaam zijn tegenover Allaah) veranderen. (*opmerking van de vertaler: in Saoedi-Arabi zijn de moskeen het hele jaar open voor de geleerden om uit de Quraan en de soennah te onderwijzen. In iedere wijk is er wel een Quraanschool voor vrouwen en kinderen om de Quraan te leren. De scholen onderwijzen Tawhied en soennah gedurende het hele schooljaar. Winkels en kantoren sluiten tijdens gebedstijden. De twee grote moskeen; de Haramain, worden goed verzorgd i.v.m. de pelgrimages. Hadj en umrah worden gemakkelijk gemaakt en miljoenen Quraans worden in vele talen gedrukt door de Koning Fahd Quraan complex. Dit zijn maar een paar van de vele goede zaken die het land steunt.) En in soerah Ash-Shura 42: 30: En er treft jullie geen ramp, of het is vanwege wat jullie handen hebben verricht, maar Hij vergeeft veel. En in soerah Al-Anaam 6: 153: En dat dit Mijn Pad is; een recht Pad, volg het dan, en volg geen (andere) paden, want die zullen jullie doen afsplitsen van Zijn Pad. Dat is wat Hij jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen. De Profeet tekende een lijn op de grond en tekende soortgelijk kortere lijnen aan de linker en rechter kant en hij wees naar de rechte lijn en zei: En waarlijk, dit is mijn rechte Pad, dus volg het. Toen wees hij naar de kortere lijnen aan de linker en rechter kant en zei: Er is een shaytaan aan het begin van deze lijnen. Dit is zoals de Soefie-shaikhs die beweren dat zij het ongeziene kennen en dat zij een unieke baiah (belofte van trouw) verdienen. Wat is dit, o mensen? Onze Heer is En, onze laatste Profeet is n, ons Boek is n, een leiding en licht dat naar het rechte pad leidt. Allaah liet niets achterwege in het Boek (van waar wij behoefte aan hebben.) In soerah An-Nisaa 4: 82 staat: Denken zij dan niet na over de Quraan? En wanneer (die) anders dan van Allaah geweest was, dan zouden zij daarin zeker veel tegenstrijdigs in vinden.

In soerah Al-Anfaal 8: 46 staat: En gehoorzaam Allaah en Zijn Boodschapper en twist niet onderling, waardoor jullie ontmoedigd raken en jullie kracht verdwijnt. En wees geduldig; voorwaar, Allaah is met de geduldigen. In soerah Al-Anaam 6: 159 staat: Voorwaar, degenen die hun godsdienst opsplitsen en tot partijen werden, jij (Muhammad) bent in niets verantwoordelijk voor hen, hun kwestie rust slechts bij Allaah. Vervolgens zal Hij hun berichten over wat zij plachten te doen. In soerah Roem 30: 32 staat: Behorend tot degenen die hun godsdienst hebben opgesplitst en tot groepen zij geworden. Iedere groep verheugt zich in wat zij hebben. In soerah Ash-Shura 42: 13 staat: Hij heeft jullie de godsdienst uitgelegd; wat Hij ervan heeft opgedragen aan Noeh en wat Wij aan jou hebben geopenbaard en wat Wij ervan aan Ibraahiem en Musaa en Isaa hebben opgedragen; dat jullie de godsdienst onderhouden en dat jullie daarover niet verdeeld raken. Verschillen is geen rahmah Hoe kan men zeggen dat verschillen een rahmah is? Allaah heeft in soerah Hoed 11: 118-119 gezegd: En als jouw Heer het had gewild, dan zou Hij de mensheid (als behorend tot) n godsdienst hebben gemaakt, maar zij bleven van mening verschillen, behalve degene waar Allaah rahmah aan heeft geschonken. In soerah An-Nisaa 4: 59 heeft Allaah gezegd: O jullie gelovigen, gehoorzaam Allaah en gehoorzaam de Boodschapper en degenen onder jullie die met gezag bekleed zijn.

Dit is niet de Soefie-shaikh of een bepaalde groepering! Het vers verwijst eerder naar het gehoorzamen van Allaah en Zijn Boodschapper door hem te volgen zolang hij nog leefde en door zijn soennah te volgen na zijn dood: (vervolg soerah An-Nisaa 4: 59:) Als jullie over iets van mening verschillen, leg het dan voor aan Allaah en de Boodschapper, indien jullie in Allaah en de Laatste Dag geloven. Dat is beter en een betere afsluiting. Het is beter voor jullie omdat de harten samen zullen komen en jullie doelen verenigd zijn, Allaah zegt in soerah An-Nisaa 4: 65 staat: Bij jouw Heer, zij geloven niet totdat zij jou laten oordelen over waar zij van mening over verschillen en dan in zichzelf geen weerstand vinden tegen wat jij oordeelde, en zij aanvaarden (het dan) volledig. De weestand toont zwakheid in geloof aan en er zijn bijvoorbeeld sommigen die de soennah van bidden met schoenen aan ontkennen, maar dit behoort tot de uitspraken van de Boodschapper.* In soerah An-Anaam 6: 116 staat: En als jij de meesten van hen die op aarde zijn volgt, dan zullen zij jou doen afdwalen van de Weg van Allaah. Zij volgen slechts een vermoeden en zij vertellen slechts verzinsels. (* Shaikh Ubayd Al-Djaabirie heeft uitgelegd dat de Boodschapper soms met zijn schoenen aan bad en andere keren niet, dus bid niet met schoenen aan wanneer de moskee tapijt heeft, anders moet je de tapijten geregeld vernieuwen en Allaah heeft het verboden om geld te verspillen. Wanneer je kunt, verricht dan de soennah van het bidden met schoenen aan. Men dient niet te zeggen dat degenen die niet met hun schoenen aan in moskeen met tapijten bidden, de soennah hebben verworpen! Dit is eerder domheid en onwetendheid en onbegrip van de Dien. (6/ 1430) In soerah Yuusuf 12: 103 staat: En er zijn veel mensen (die niet geloven), ook al wens jij dat zij gelovigen worden. Net zoals de vroegere volgelingen van hun Boodschappers in sektes verdeeld raakten, heeft Allaah ook aan de Boodschapper geopenbaard dat deze verdeeldheid gelijksoortig opnieuw zal verschijnen. De Profeet heeft in een hadieth overgeleverd door Abu Saied al-Khudrie gezegd: Jullie zullen beetje bij beetje de wegen volgen van degenen die voor jullie kwamen en handbreedte bij handbreedte, op een dergelijke manier dat wanneer zij het hol van een hagedis

zouden binnen gaan, jullie hen zeker zullen volgen. Wij zeiden: O Rasuulullaah! Bedoelt u de joden en de christenen? Hij zei: Wie anders? Sahieh Al-Bukhaarie: Boek van Itisaam (nr. 7320); Sahieh Muslim: Boek van kennis (nr. 2669) De Boodschapper zei: De joden verdeelden in eenenzeventig sektes, de christenen in tweenzeventig sektes en mijn gemeenschap zal in drienzeventig sektes verdelen; allen zullen in het vuur zijn, behalve een. Zij zeiden: Welke is dat, o Boodschapper van Allaah? Hij zei: Degenen die op datgene zijn waar ik en mijn metgezellen op zijn. Sunan Abu Daawuud, nr. 4596, Mustadrak van Al-Haakim 444, Mudjam Al-Awsat 7840, Mudjam as-Saghier 724 Met andere woorden, zei hij: Zij zijn de djamaaah. Sahieh Sunan Ibn Maadjah, nr. 3992, 3993, AsSahiehah 1492. Abdullaah ibn Masud heeft ook gezegd: De djamaaah is dat wat als de waarheid wordt beschouwd, zelfs als je er alleen voor staat. (Ibn Asaakir in Tareekh Dimishq (3/322/3). AlAlbaanie zei dat de overleveringsketen betrouwbaar is, zie: Mishkaat Al-Masaabieh 1/ 61) In soerah An-Nisaa 4: 115 staat: En wie de Boodschapper tegen werkt nadat de leiding hem duidelijk is geworden en een andere weg volgt dat die van de gelovigen; Wij laten hem (gaan naar) waarheen hij zich afgekeerd had en Wij zullen hem in de hel binnen leiden. En dat is de slechtste bestemming. Leiding wordt gevonden in het volgen van de Quraan en de betrouwbare soennah, zoals de twee meest betrouwbare boeken na de Quraan; Sahieh Al-Bukhaarie en Sahieh Muslim. Leiding is het volgen van de betrouwbare overleveringen die in de boeken van de hadieth worden gevonden en in het volgen van het pad van de metgezellen in hun toepassing van de soennah, omdat Allaah in soerah An-Nisaa 4: 115 zegt: en een andere weg volgt dat die van de gelovigen Niet zoals degenen die tegenovergesteld aan de soennah hun shaikh volgen, het Soefiepad, de geloofsleer van die en die, of deze groep die duidelijk tegenovergesteld is aan het profetische pad in het begrip van de metgezellen. Wat is vervolgens het resultaat van al deze verdeeldheid? In soerah An-Nisaa 4: 115 staat:

Wij laten hem (gaan naar) waarheen hij zich afgekeerd had en Wij zullen hem in de hel binnen leiden. En dat is de slechtste bestemming. Als de joden de waarheid zouden willen weten, zouden zij terug keren naar hun boeken, maar waar is de originele Tawraah? Soortgelijk, als de christenen de waarheid zouden willen weten, waar is de originele Indjiel? Zij geven zelf toe dat hun boeken zijn veranderd. Hoe dan ook heeft Allaah deze gemeenschap gezegend; de middenweg volgend die Allaah heeft gekozen om over de mensen te getuigen, Hij heeft dit pad beschermd, zoal Hij heeft gezegd in soerah Al-Hidjr 15: 9: Voorwaar, Wij zijn het Die de Vermaning (de Quraan) hebben neer gezonden. En voorwaar, Wij zijn daarover zeker de Wakers. In soerah Aal-Imraan 3: 85 staat: En wie er een andere godsdienst dan de islaam zoekt; het zal niet van hem aanvaard worden en hij behoort in het Hiernamaals tot de verliezers. Ik vraag Allaah om onze leiders naar de waarheid en leiding te leiden en dat Hij voor hen adviseurs aanstelt die hen naar het goede oproepen. Ik vraag Allaah om onze harten niet te laten dwalen nadat Hij ons recht geleid heeft en dat Hij ons aansterkt om geleid te worden en op het pad van de redding te treden, omdat hij heeft gezegd: Totdat jullie terug keren naar (het praktiseren en begrijpen van) jullie Dien (religie). Sahieh Sunan Abu Daawuud, nr. 3462, Silsilah Ahaadieth As-Sahieh, nr. 11 Welke Dien? De Dien van Djamaatu Tabliegh? Ikhwaanul Muslimien? Suruuries? Qutbies? Nee, de Dien van de metgezellen. Deze bijeenkomst met shaikh Muhammad Abdul Wahhab Marzoeq Al-Banna werd in Jeddah opgenomen op 9 juni 2000. Ik smeek Allaah om dit werk tot een van de zaken te laten behoren die mijn weegschaal zwaarder zullen maken met goede daden en dat dit werk tot een van mijn sadaqaat djaariyah mag behoren, wanneer ik straks in mijn graf lig. Ik vraag Allaah om al onze daden zuiver voor Zijn Gezicht te maken, in overeenstemming met aan Zijn welbehagen, aamien.

Subhaanaka llaahoemma wa biehamdieka, Ash-hadu allaa illaaha illaa ant, Astaghfiroeka wa atoeboe ilayk.