CURSUS INTERNET

1.INLEIDING.............................................................................................1

1.1. Wat is het internet?....................................................... ..........1 1.2.Wat kun je met het internet doen?.............................................2 1.2.1. Surfen over het wereldwijde web (www)...............................2 1.2.2. E-mail of elektronische post.......................... ......................2 1.2.3. File Transfer Protocol (FTP).................................................3 1.2.4. Nieuwsgroepen Usenet ..................................... .................3 1.2.5. Online babbelen of chatten.................................................3
2. De browser............................................................................................4

2.1. Starten of openen van de browser............................ .................4 2.2. Menubalk:................................................................... ........5 2.3. Werkbalk: ............................................... ...........................6 2.4. Adresbalk........................................................................... .7 2.5. Statusbalk:........................................ .................................8 Onder aan het scherm kun je de statusbalk aantreffen. ...................8 2.6. Snel-functietoetsen.......................... ....................................9 3.1. Hyperlinks.......................................... ...................................9 3.2. Het bijhouden van favoriete pagina's .................................. .....10 3.3. Gegevens opslaan........................................ .........................10 3.3.1. Waarom gegevens opslaan?..............................................10 3.3.2. De volledige pagina opslaan. ............................................10 3.3.3. Een deel van de tekst selecteren........................................11 3.3.4. Een URL kopiëren............................................................13 3.3.5. Een afbeelding opslaan .................................. ..................13 3.4. Veranderen van de instellingen van de browser..........................15 3.4.1. De werkbalk aanpassen............................. .......................15 3.4.2. De startpagina aanpassen.................................. ...............16

3. Het eigenlijke surfen...............................................................................9

1.INLEIDING
1.1. Wat is het internet?
Het internet is, simpel gezegd, een ‘netwerk van netwerken’ Een netwerk bestaat uit een aantal computers die met elkaar verbonden zijn. De computer hier in school zijn zo ook met elkaar verbonden. Als je thuis twee computers hebt staan en je zou die verbinden, dan heb je thuis ook een netwerk. Indien je dit koppelt aan het netwerk in school, krijg je een internetwerk Het internet is ook een netwerk. Het bestaat echter uit miljoenen computers. Deze zijn met elkaar verbonden via datalijnen, satellietverbindingen en telefoonlijnen. Opmerking: het internet is niet hetzelfde als het wereldwijde web. Het internet is de infrastructuur waarvan het www gebruik maakt. Maar naast het www kun je met het internet meer doen.

1

CURSUS INTERNET

1.2.Wat kun je met het internet doen?
Wat kun je nu met dat Internet doen? Je kunt het gebruiken om informatie te zoeken, post te versturen, bestanden te versturen en om te kletsen.

1.2.1. Surfen over het wereldwijde web (www)
Het www is een verzameling van miljarden websites op het internet. Hier vind je informatie (tekst, tekeningen, geluiden,...) over van alles, echter niet over alles. Het www is dus eigenlijk een grote bibliotheek. De informatie staat altijd opgeslagen op een webpagina of website. Om deze te bereiken het je een programma nodig: een internetbrowser of bladeraar. De meest gebruikte internetbrowser is Microsoft Explorer. Daarnaast bestaan er nog andere (die soms eenvoudiger werken): Opera, Netscape Navigator en Mozilla. Elke webpagina heeft een eigen internetadres of URL (Unique Resource Locator) Deze krijg je dankzij speciale zoekmethodes en zoekmachines of dankzij tijdschriften en kranten. De school heeft ook een website en dus een URL: www.handelsschoolhasselt.be. Zo'n URL bestaat meestal uit volgende delen. http:// Informatie wordt over het internet verstuurd op een afgesproken manier. Dit is het HyperText Transfer Protocol, afgekort http. Als je surft over het net, moet je dit nooit intikken. De browser doet dit automatisch. Dit geeft aan dat de pagina op het internet staat. De naam gekozen door de eigenaar van de site.Dit kan een individuele webmaster zijn, een instelling, een bedrijf, een organisatie of de overheid. duidt het domein aan waar de website staat. (zie bijlage)

www. handelsschoolhasselt .be

1.2.2. E-mail of elektronische post
Sinds een aantal jaren, is het internet een grote concurrent van de traditionele post. Je kan nu een bericht in enkele seconden naar een correspondent versturen aan de andere kant van de wereld. Bovendien is dit zeer goedkoop en werkt het 24u op 24u. Hier kan de post, prior of niet, niet tegen op. Als gebruiker heb je een eigen postbus of mailbox. Deze heb je bij je internetprovider (meestal een pop3-mailbox) of bij een bedrijf dat online mailboxen (=webmail) ter beschikking stelt (Hotmail, Yahoo e.d.). Een elektronische postbus is te bereiken via een adres: je e-mailadres. Zo’n adres ziet er ongeveer als volgt uit: jouw.naam@provider.be. Dit e-

2

CURSUS INTERNET

mailadres verwijst dus naar je mailbox. Deze doet eigenlijk het werk van een gewone postbode. Hij komt wel niet aan huis, je moet je post afhalen. Als iemand je een mail stuurt, komt die niet rechtstreeks op je eigen computer terecht. Het bericht komt op de computer van de provider aan. Je moet dus een verbinding maken met die computer en je mailbox aldaar om het bericht naar jouw computer te kopiëren (pop3) of online te lezen (webbased). Om een bericht te versturen moet je ook een verbinding maken met je provider. Om berichten te versturen en te ontvangen heb je een speciaal programma nodig. Er bestaan hiervoor ook verschillende soorten: Outlook Express, Eudora en Opera. Heb je een webbased-adres, dan kun je je berichten lezen via je browser. Hierover meer in deel 3.

1.2.3. File Transfer Protocol (FTP)
Naast informatie zoeken en berichten versturen, kun je ook bestanden versturen van de ene computernaar de andere. Dit gebeurt opeen speciale manier. Via FTP, kun je bestanden downloaden of uploaden. Downloaden is bestanden die op een andere computer staan op uw eigen toestel inladen. Uploaden is de omgekeerde weg. Hiervoor worden ook een speciaal programma gebruikt: WS_Ftp en CuteFtp.

1.2.4. Nieuwsgroepen Usenet
Op het Internet zijn duizenden discussiegroepen te vinden. Over de meest diverse onderwerpen wordt er gediscussieerd. Het is een soort elektronische prikbord. Elke internetgebruiker kan hier bericht plaatsen. Ook hiervoor heb je een speciaal programma nodig. Er bestaan er verschillende: Outlook, Free Agent, Opera….

1.2.5. Online babbelen of chatten
Eens gezellig kletsen met iemand die je niet ziet? Dit kan ook via het Internet. Via IRC kan je rechtstreeks communiceren met andere internetgebruikers. Op het Internet zijn er verschillende gespreksgroepen actief. Voor IRC heb je wel speciale software nodig. Naast deze speciale programma’s kun je ook via het web chatten, d.m.v. een website.

3

CURSUS INTERNET

2. De browser.
De internetbrowser is een programma dat je toelaat te bladeren of te surfen door de informatie op het www. Dit doe je door telkens een hyperlink aan te klikken. Hieronder wordt de browser van Microsoft besproken. Niet omdat dit de beste is, maar wel omdat Internet Explorer het meeste wordt gebruikt. Of je deze nu kent of een andere, maakt eigenlijk weinig verschil. De verschillende browsers werken allemaal op dezelfde manier. De ene werkt echter iets beter dan de andere. Je moet er alleen op letten dat niet alle webpagina’s in alle browsers goed werken. Vooraleer te gaan surfen, overlopen wij hieronder eerst de basistechnieken van Internet Explorer. (Opmerking: de schermen die hieronder zijn afgedrukt, zijn afkomstig van Internet Explorer 5, ondertussen is er IE6. Deze verschilt bijna niet van IE5).

2.1. Starten of openen van de browser
Je kan de browser op verschillende manier openen:


• •

via de Startknop. Klik op ‘Internet Explorer’ via de taakbalk via je bureaublad of desktop.

, kies ‘Programma’s’, en dan

Je klikt in beide gevallen op hetzelfde icoon:

Van zodra je de browser opstart krijg je het volgende scherm te zien:

4

CURSUS INTERNET

In dit voorbeeld is de website van de school ingesteld als startpagina. Dit kan worden veranderd (zie veranderen van de instellingen). Het venster bestaat uit verschillende onderdelen: de menubalk, de werkbalk, de adresbalk en de statusbalk.

2.2. Menubalk:
De menubalk staat standaard bovenaan in de browser. Deze balk bevat een aantal menu’s. Deze kun je gebruiken door er éénmaal op te klikken. De voornaamste onderdelen staan in onderstaande tabel.

5

CURSUS INTERNET

Hier vind je de functies om internetpagina’s te openen, te bewaren of af te printen, de paginainstellingen te veranderen,… Hier kun je de webpagina bewerken. Je kunt hier onderdelen selecteren en kopiëren naar een ander programma. Hieronder kun je ook de functie vinden waarmee je naar bepaalde woorden op de pagina kunt laten zoeken. Hier kun je functies vinden waarmee je het programma kunt aanpassen. Je kunt werkbalken wegdoen of toevoegen, het lettertype aanpassen, de broncode (html) van de pagina bekijken, overschakelen naar volledig scherm. Als je regelmatig surft, kom je verschillende pagina’s tegen waarvan je het adres wenst te bewaren. Dit kan met deze functie. Je kunt de adressen van je favoriete pagina’s hier laten opslaan. Op die manier kun je later gemakkelijk teruggaan naar die pagina. Je krijgt hierdoor een eigen bibliotheek met hyperlinks naar verschillende pagina’s op het WWW. Je favorieten kun je indelen in verschillende mappen (vergelijk met een kaartenbak), zo kun je een overzicht houden. Onder deze knop staan functies om o.a. naar het emailprogramma te gaan en onder ‘Internet Opties’. kun je de pagina die Explorer toont bij het opstarten aanpassen. Je kunt hier ook de geschiedenis wissen en de tijdelijke internetbestanden verwijderen. Heb je een probleem? Dan moet je hier klikken en kun je een antwoord zoeken.

2.3. Werkbalk:
De werkbalk staat onder de menubalk en ziet er als volgt uit.

In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de functies die verborgen zitten onder de verschillende knoppen. Deze functies kun je ook bereiken via de menubalk. Via de werkbalk is het eenvoudiger, want je moet maar een icoontje aanklikken.

6

CURSUS INTERNET

Met deze knop ga je terug naar de pagina of pagina’s die je vroeger hebt bekeken. Klik je gewoon op de knop, dan kun je terug de vorige pagina bekijken. Klik je op dan krijg je een overzicht van alle pagina’s die vroeger werden geopend. Je kunt er dan een uit kiezen. Ben je teruggegaan naar een vorige pagina en wil je terug naar een volgende? Klik dan hier. Als het inladen van een pagina te lang duurt, je ziet bij het inladen dat je met de pagina niets kunt aanvangen,….. klik dan op deze knop en het inladen stopt. Wil je de pagina opnieuw inladen? Klik op deze knop. Als je op hetzelfde moment Shift indrukt, wordt de pagina van het net gehaald Met deze knop roep je de pagina op waarmee IE opstart. Deze kun je zelf instellen. Door deze knop te gebruiken ga je automatisch naar een aantal vooraf ingestelde zoekrobots. Door op deze knop te drukken opent zich het menu van de favorieten (de pagina’s die je hebt opgeslagen). Je kunt een link aanklikken en naar de pagina gaan zonder het adres te moeten intikken. Deze knop brengt je op de websites van de afgelopen dagen of weken. Alles is er netjes geordend. Via deze knop kun je naar het programma waarmee je e-mails verstuurt en ontvangt.. Je kunt dan je e-mail lezen, een bericht opstellen, de geopende pagina of alleen de URL doorsturen. Hiermee kun je de pagina afdrukken. Dit kan ook via de menubalk (klik op ‘Bestand’) of door Ctrl + P in te toetsen. Hiermee kun je het scherm vergroten. Het programma verwijdert tijdelijk enkele balken.

Aan de rechterkant van de knoppenbalk zitten nog wat meer mogelijkheden. Klik maar eens op de dubbele pijl.

2.4. Adresbalk
7

CURSUS INTERNET

Elke pagina heeft zijn eigen adres. Ken je dit? Typ het hier in. Druk dan op enter en de browser gaat de pagina zoeken en inladen. Ken je het adres niet? In dit geval moet je het eerst gaan zoeken. Indien je op een pagina bent en verder doorklikt, wordt de URL altijd in deze balk getoond. Let op!! Als je een fout maakt bij het intypen, zal de browser de pagina niet vinden.

In het voorbeeld hierboven zie je als adres van de pagina www.handelsschoolhasselt.be. De overige adressen krijg je te zien door op het pijltje rechts te klikken. Op die manier krijg je een overzicht van de pagina’s die je hebt bezocht. Je kunt dan ook terug een pagina oproepen door met de cursor over de adressen te gaan (in het voorbeeld zal www.themaveertiendaagse.tk worden opgevraagd.)

2.5. Statusbalk:
Onder aan het scherm kun je de statusbalk aantreffen. Als je met de cursor over een link gaat, kun je in deze balk de URL aflezen.

8

CURSUS INTERNET

2.6. Snel-functietoetsen
De meeste functies kun je ook bereiken via sneltoetsen.Hieronder een overzicht Klik op de rechtermuisk nop F5 F11 Ctrl + A Ctrl + P Esc CTRL + C Ctrl + F Afhankelijk van de plaats waar de cursor op et scherm staat, opent zich een keuzemenu. De pagina wordt vernieuwd Schakelt over op ‘volledig scherm’ Alles wat op de pagina stat selecteren Hiermee open je het menu om te printen Het inladen van de pagina wordt gestopt Kopiëren Hiermee opent een scherm waarmee je een woord op een pagina kunt zoeken.

3. Het eigenlijke surfen.
3.1. Hyperlinks
Allereerst moet je natuurlijk het adres van een pagina kenen. Deze kun je in een krant of tijdschrift tegenkomen of je kunt het natuurlijk opzoeken via een zoekrobot. Als je dan de pagina hebt ingeladen, kun je meestal van op die pagina naar andere surfen. Dit doe je door een hyperlink aan te klikken. Dit is het deel van de tekst dat meestal blauw onderlijnd is. Een link kan ook verborgen zitten achter een afbeelding. Ga maar eens met de cursor over de pagina. Als die in een handje verandert, heb je een link te pakken. Het adres verschijnt dan in de statusbalk. Klik daarop en je gaat naar een volgende pagina. Dit telkens veranderen van pagina via een link is surfen. (Opmerking: als je een pagina reeds hebt bezocht, verandert de link van kleur)

9

CURSUS INTERNET

3.2. Het bijhouden van favoriete pagina's
Tijdens het surfen kom je allerhande pagina’s tegen die je zou willen bijhouden. Dit kan in de browser op een heel eenvoudige manier.

Klik in het menu favorieten op ‘Toevoegen favorieten’. Dit scherm opent zich. Je kunt het adres van de pagina opslaan in een map. Je kunt ook een nieuwe map bijmaken. Op die manier kun je een eigen ‘bibliotheek’ aanleggen.

3.3. Gegevens opslaan
3.3.1. Waarom gegevens opslaan?
Je kunt het gebruik van het internet beperken tot enkel surfen. Maar daar dient het niet voor. Je moet met de info iets doen. Je kunt die bijvoorbeeld opslaan om nadien bijvoorbeeld in een cursus te verwerken. Je kunt de info op verschillende manieren opslaan.

3.3.2. De volledige pagina opslaan.
Klik op ‘Bestand’ en kies dan ‘Opslaan als…..’ Dan opent zich een nieuw scherm (zie hieronder). Je geeft dan eerst de pagina een herkenbare naam. Vervolgens maak je in het keuzemenu ‘opslaan als type’ een keuze. Er zijn verschillende manieren om de bladzijde op te slaan afhankelijk van wat je er achteraf mee wilt doen. Je kunt de volledige pagina opslaan met alle bestanden, inclusief afbeeldingen, frames en opmaakmodellen. In dit

10

CURSUS INTERNET

geval klik je op ‘Webpagina, volledig (*htm,*html)’. Alleen de huidige pagina wordt opgeslagen en niet alle bestanden afzonderlijk. Wil je alle informatie opslaan die nodig is om deze pagina in een enkel MIME-bestand weer te geven? Klik dan op ‘Webarchief, enkel bestand (*.mht)’. Met deze optie wordt een momentopname van de huidige webpagina opgeslagen. Met deze twee manieren kun je de webpagina offline bekijken. De pagina moet dan niet zijn opgeslagen bij je favorieten en geschikt gemaakt voor offline lezen. Als je alleen de huidige HTML-pagina wilt opslaan, klik je op ‘Webpagina, alleen HTML’. Met deze optie sla je de gegevens van de webpagina op, maar niet de afbeeldingen, geluiden of andere bestanden. Als je alleen de tekst van de huidige webpagina wilt opslaan, klik je op ‘Alleen tekst (*.txt)’. Met deze optie sla je de gegevens van de webpagina op als onbewerkte tekst.

3.3.3. Een deel van de tekst selecteren.
Je kunt ook een deel van de tekst selecteren. Hoe? Ga met de cursor over het gedeelte dat je wenst te selecteren. Je moet dan wel de linker muisknop ingedrukt houden. Je kunt dan de selectie kopiëren (klik: Ctrl + C of klik op de rechter muisknop en kies kopiëren).

11

CURSUS INTERNET

Je kunt de tekst overbrengen naar de tekstverwerker. Hiervoor open je de tekstverwerker. Plaats dan klik op de cursor op de plaats waar de tekst moet verschijnen en plakken (of Ctrl+V). Je kunt de tekst nu verder bewerken.

12

CURSUS INTERNET

3.3.4. Een URL kopiëren.
Stel je wenst een tekst te schrijven met daarin verwijzingen naar websites. Vaak is de URL van een pagina langer dan www.handelsschoolhasselt.be. De volledige URL intypen is dan veel te moeilijk. Daarom kun je die selecteren. Hoe doe je dat? Klik éénmaal in het adresvenster achter de URL: De URL wordt geselecteerd. Dit zie je doordat de URL blauw wordt. Als je hem nu kopieert, kun je hem in een tekst plakken. Staat de URL midden op de pagina zelf (bijvoorbeeld onder een afbeelding of in een tekst waar een handje verschijnt), dan ga je met de cursor erop staan. Er verschijnt een handje. Klik dan op de rechter muisknop. En kies ‘snelkoppeling kopiëren’.

3.3.5. Een afbeelding opslaan

.

Niet enkel kun je een tekst opslaan of een ganse website, je kunt ook een afbeelding opslaan. Hoe doe je dat? Klik met de rechter muisknop in de afbeelding. Dit scherm verschijnt Kies ‘Figuur opslaan als...’ en geef het bestand een naam. Je kunt de afbeeldingen ook over

verschillende mappen verdelen.

13

CURSUS INTERNET

Je kunt de figuur ook via kopiëren en plakken naar je tekstverwerker brengen.

14

CURSUS INTERNET

3.4. Veranderen van de instellingen van de browser.
3.4.1. De werkbalk aanpassen.
De werkbalk kun je aan je eigen smaak aanpassen. Stel je start het programma op, maar de knop ‘volledig scherm’ ontbreekt. Je kunt deze eenvoudig toevoegen. Hoe doe je dat? Klik op ‘Beeld’ in de menubalk, kies vervolgens ‘werkbalken’ en dan aanpassen. Het volgende scherm opent zicht. Kies in het linker gedeelte ‘Volledig scherm’. Daarna klik je op toevoegen. De optie volledig scherm verhuist naar de rechterkant. Is dit alles wat je wenst te doen? Sluit dit scherm dan. Je zult zien dat de knop is toegevoegd. Opmerking: de kans bestaat wel dat de toegevoegde knop verborgen zit achter de dubbele pijl achteraan de balk. Ook dit kun je veranderen. Hoe? Ga terug naar het bovenstaande scherm. Klik op ‘Volledig scherm’ en vervolgens op omhoog. De optie verschuift dan in de werkbalk naar links. In dit scherm kun je ook, als je de betekenis van de knoppen onder de knie hebt bijvoorbeeld, de tekstlabels onder de pictogrammen op de werkbalk verwijderen. Je kunt ook kiezen voor kleinere pictogrammen. Dit doe je door de instellingen onder aan het scherm te veranderen. Hierdoor wordt het scherm iets groter. De menubalk ziet er dan uit als volgt.

15

CURSUS INTERNET

3.4.2. De startpagina aanpassen.
De startpagina is de pagina die IE je toont als je het programma start. Deze kun je veranderen. Hoe doe je dat? Klik in de menubalk op ‘Extra’ en kies dan ‘Internet opties’. Je krijgt dan het volgende scherm.

Je hebt nu verschillende mogelijkheden: • Ofwel kies je om IE te straten met een blanco pagina • Ofwel kies je om een standaard pagina te gebruiken (meestal msn.) • Ofwel kies je ervoor de pagina die in de browser geopend staat als startpagina. Wil je de eerst pagina van de website ven de Provinciale Handelsschool Hasselt? Op die dan en klik hier op (Huidige gebruiken)

16