NRC Handelsblad Dinsdag 20 november & Woensdag 21 november 2012

NRC Handelsblad Dinsdag 20 november & Woensdag 21 november 2012

10 Het Grote Verhaal

Mijn taal en ik Nederlands/Vlaams
Door Jan Stroop

Vijf taalthema’s
De Nederlandse taal verandert. NRC Handelsblad en het Belgische dagblad De Standaard leggen het Nederlands onder de loep, in vijf thema’s, tot en met aanstaande vrijdag.

Op internet
• Op de website van De Standaard valt deze week elke dag een taaltest te maken. Zie nrc.nl/mijntaalenik

11
• Speciaal voor het onderwijs staan deze taalpagina’s vanaf vrijdagmiddag a.s. ook op nrc.nl/mijntaalenik

Spreken Vlamingen nog wel dezelfde taal als Nederlanders? Nee, behalve nog een beetje bij de Vlaamse omroep.

T

Een tussentaal rukt op in Vlaanderen
Diets, Duutsch, Dutch: de taal van het volk
• In de Middeleeuwen noemden Vlamingen hun taal Diets, terwijl Brabanders en Hollanders spraken van Duutsch, Duits. De Engelsen namen dit al vroeg over als Dutch. • Diets of Duits zijn afleidingen van diet, volk, en duidden dus de ‘taal van het volk’ aan. Aan het eind van de Middeleeuwen raakte Diets in onbruik. Duits bleef bestaan, maar ging geleidelijk aan naar de taal van de oosterburen verwijzen. • In 1482 is er voor het eerst sprake van de Nederlandsche tale, een benaming die mede door het uitroepen van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813 steeds meer veld heeft gewonnen. Maar tot diep in de negentiende eeuw zijn we onze taal Nederduits blijven noemen. • In de zestiende en zeventiende eeuw werd door de elite in de Hollandse steden een bovenregionale standaardtaal geschapen: tot die tijd sprak en schreef iedereen voornamelijk in het eigen dialect. Die standaardtaal kreeg in de negentiende eeuw de benaming Algemeen Beschaafd Nederlands, oftewel ABN. • In de twintigste eeuw werd de term veranderd in Standaardnederlands, afgekort: Algemeen Nederlands, omdat ABN impliceert dat afwijkingen onbeschaafd zouden zijn. • Tussen het Standaardnederlands in Nederland en in België bestaan geaccepteerde verschillen in uitspraak en woordenschat. Woorden en uitdrukkingen die slechts in één land gangbaar zijn, worden in woordenboeken aangeduid als Nederlands-Nederlands of BelgischNederlands: zo is tosti NederlandsNederlands en croque-monsieur Belgisch-Nederlands. • Hollands en Vlaams zijn de belangrijkste dialecten van het Nederlands. In de loop van de tijd is men deze termen in de spreektaal ook gaan gebruiken voor de noordelijke of zuidelijke variant van het Nederlands. De gewoonte Vlaams voor alle zuidelijke dialecten, inclusief het Brabants en Limburgs, te gebruiken is (daar zullen sommige lezers van schrikken) een gallicisme, in naaping van het Franse flameng. Nicoline van der Sijs

ot zo’n vijftig jaar geleden werd gedacht dat er op den duur nauwelijks nog verschil zou zijn tussen ’t Nederlands in Vlaanderen en dat in Nederland. Aan beide kanten van de grens was ’t Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) immers de normtaal en dat zou onherroepelijk leiden tot een gemeenschappelijke omgangstaal. Maar die voorspelling is niet uitgekomen. Je hoeft maar even naar de tv te luisteren om je daarvan te overtuigen. Blijkbaar is er in de tussentijd iets gebeurd wat niemand toen kon voorzien. Taalveranderingen worden altijd veroorzaakt door veranderingen in de maatschappij. Er gebeurt iets in de samenleving en de taal reageert daarop. En veranderingen wáren er in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – niet weinig ook. In Nederland ontstond daardoor een variant van ’t ABN, Poldernederlands, met zijn wijde aai’s: blaaiven, waain. Tegenwoordig is ’t al de meest gesproken vorm van ABN. Dat wil zeggen: in Nederland, in Vlaanderen dringt dit Poldernederlands niet door. Ook met ’t ABN in Vlaanderen is van alles

aan de hand. Niet met de taal zelf, maar met zijn populariteit. Die is sterk afgenomen. ’t Vlaamse ABN, dat Nederlanders zo graag horen, wordt alleen nog gesproken in de nieuwsuitzendingen van de Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT). Dat VRT-ABN heeft geen contact met ’t ABN in Nederland. Recente klankverschijnselen zoals die in de Nederlands omroeptaal voorkomen tref je er niet in aan. VRT-ABN is een statische taal. De echte vitale omgangstaal in Vlaanderen is de tussentaal die ook wel Verkavelingsvlaams genoemd wordt. ’t Is een hybride taal, waarvan de basis gevormd wordt door ’t Antwerpse dialect, met vormen als zijdegij, morgen komt em, das eel goe. Daarnaast zijn en worden er voortdurend allerlei elementen uit andere dialecten in opgenomen. Dat laatste is de puristen een gruwel. Was ’t nog een zuiver dialect, nou ja vooruit, maar dit allegaartje is onverdraaglijk. Daar komt nog bij dat er ook nog regionale verschillen zijn in ’t Verkavelingsvlaams zelf – een tussentaal dus die lijkt op een fiets die is samengesteld uit onderdelen van verschillende merken. Hij ziet er een beetje raar uit, maar hij rijdt wel. Verkavelingsvlaams is tegelijk een even ge-

wone taal als ABN of een dialect, al komen zijn onderdelen uit verschillende hoeken en is er nog veel diversiteit. Maar ’t heeft een grammatica die de sprekers moeiteloos beheersen. Er zitten geen elementen in die strijdig zijn met de aard van een Germaanse taal. Voor Verkavelingsvlaams geldt dus ook: wat niet kan, kun je

Zelfstandige Vlamingen hebben ’t oude ABN uit Holland niet meer nodig
niet zeggen (morgen em komt, bijvoorbeeld) en wat je kunt zeggen, dat kan dus gewoon. Verkavelingsvlaams is in bijna alle sectoren van de Vlaamse samenleving de gewone omgangstaal geworden. Spreken van ABN heeft in Vlaanderen geen enkel nut, tenzij je een baan als nieuwslezer bij de VRT ambieert. Een spreker van Verkavelingsvlaams kan met gemak directeur van een bedrijf worden, docent of minister, succes boeken als komiek, als presenta-

tor optreden bij de tv. Om in soapseries te mogen meespelen, is ’t zelfs een voorwaarde. De razendsnelle opkomst van deze nieuwe omgangstaal hangt samen met de economische bloei van Vlaanderen en de maatschappelijke veranderingen van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, de periode waarin ook ’t Poldernederlands opkwam. Die ontwikkelingen hebben Vlaanderen zelfbewuster gemaakt. ’t Zelfstandige Vlaanderen is blijkbaar toe aan een eigen omgangstaal en heeft dat oude ABN, dat bovendien uit Holland komt, helemaal niet nodig. Net zoals in de zestiende en zeventiende eeuw het dialect van het welvarende Holland uit kon groeien tot algemene landstaal in Nederland, zo gebeurt dat nu in Vlaanderen met ’t dialect van Antwerpen. De gesproken taal van Vlaanderen gaat vanaf nu zijn eigen weg en die loopt in een totaal andere richting dan ’t Nederlands. Salut! De auteur schrijft altijd ’t in plaats van het. Hij legt uit waarom op nederl.blogspot.nl/ 2012/05/het-bestaat-niet.html

Dezelfde woorden, andere betekenis in Nederland en Vlaanderen

Een pak mogelijkheden
Het woord ‘luik’ kan in België iets heel anders betekenen dan in Nederland. Onderzoek van digitale teksten toont de verschillen.
Door Rik Schutz Met pak. Welke andere zelfstandige naamwoorden komen voor naast ‘pak’? In Nederland: slaag, sneeuw, papier. In België ook: spierbundels, vragen en vele andere. Het gebruik van ‘een pak…’, als aanduiding van een grote hoeveelheid, komt in Nederland nauwelijks voor. De zin ‘Renoveren duurt langer en is een pak duurder’ komt dan ook van een Belg . De namiddag. Welke bijvoeglijke naamwoorden gaan vaak vooraf aan het woord ‘namiddag’? In België: vroege, hele, late, elke, deze. In Nederland: regenachtige, schemerige. Daar wordt het woord namiddag veel minder vaak gebruikt en het komt vooral voor in teksten waarin een bepaalde sfeer wordt opgeroepen. In België is in de namiddag een heel gewone combinatie, terwijl een Nederlander eerder ’s middags gebruikt. Het luik. Een luik is in Nederland een concreet ding. Het is groen, klein of van hout: een luik in de vloer, de luiken vastzetten. Belgische luiken kunnen ook sociaal, kwantitatief of Brussels zijn: ‘Het kwalitatief luik van het onderzoek bestond uit…’, ‘In het Luxemburgse luik van de enquête...’ Zo’n Belgisch luik is een onderdeel van een complexe structuur die je niet kunt vasthouden. Belgische sites zijn ook vaak in luiken verdeeld. Telefoneren. Telefoons zijn in Nederland veel vaker mobiel dan in België. Dat komt doordat Belgen hun mobiele telefoon meestal een ‘gsm’ noemen. Nederlanders pakken vaker de telefoon om iets te regelen. Belgen regelen dingen langs hun telefoon. Belgen haken in als het gesprek is afgelopen, Nederlanders hangen op. Zitten. Zetels komen in België veel meer voor dan in Nederland. Rieten, luie, verwarmde zetels vind je in Vlaanderen overal waar gezeten wordt: in tuinen, vliegtuigen en auto’s. In Nederland zijn zetels vooral vacant of permanent. Je kunt ze verliezen of halen bij verkiezingen. Zitten doe je in Nederland op een stoel.

Twee woorden, één betekenis Vlamingen hebben voor veel dingen andere woorden. Of andersom.
Vlaams ambetanterik bediende bestemmeling botten broodje smos bureau cinema confituur dampkap fier frietkot frisco gemengd gehakt genster griezelig hesp inhaken jeannettte jobstudent kinesitherapie kloklezen kot look luster marcelleke meiklokjes miserie microgolf nagel nonkel omhaling onthaalouder pijpajuin plastron plattekaas plooien praline prijskamp rap rondpunt schepen schuif sojascheuten solden speculoos terug verbeteren verticaal classeren vijs voorkamerfibrillatie vuilbak wenen wijsheidstand witloof zoo Nederlands lastpost ambtenaar geadresseerde laarzen broodje gezond kantoor bioscoop jam afzuigkap trots patatkraam ijsje half-om-half vonk eng ham ophangen (telefoon) nicht (homo) werkstudent fysiotherapie klokkijken studentenkamer knoflook kroonluchter hemd/singlet lelietjes-van-dalen ellende, narigheid, misère magnetron spijker oom collecte gastouder bosui stropdas kwark vouwen bonbon wedstrijd vlug rotonde wethouder lade taugé sale, uitverkoop speculaas opnieuw, weer corrigeren in het ronde archief opbergen schroef boezemfibrillatie prullenbak, vuilnisbak huilen verstandskies witlof dierentuin

W

oordenboekmakers beschikken tegenwoordig over mooi gereedschap om eigenschappen van woorden te tonen. Met de juiste programma’s kun je in grote verzamelingen digitale teksten dingen ontdekken die met het blote oog niet snel opvallen. Je kunt bijvoorbeeld vragen met welke andere woorden een bepaald woord het vaakst voorkomt. Dan blijkt dat je uit Belgische teksten soms heel andere antwoorden krijgt dan uit Nederlandse. Veel woorden hebben verschillende betekenissen, of een andere gevoelslading. Zoals:

Bijna ’tzelfde, ei zo na gelijk
Ze vallen niet erg op, die kleine verschillen tussen Vlaams en Nederlands. Maar ze zijn er wel degelijk, en talrijk ook.
Door Rik Schutz bruikelijk is, niet zoals in Frankrijk. Af of uit. Veel van zulke verschillen zijn buiten de boekjes gebleven, of ze zijn niet hard genoeg bestreden. Talloze uitdrukkingen worden zowel boven als onder de landsgrens gebruikt, maar met een klein verschil. De keuze voor het voorzetsel wijkt bijvoorbeeld nogal eens af: Nederlanders doen hun sieraden af, Vlamingen doen ze, net als hun kleren, uit. Je kunt bij iemand op of in een goed blaadje staan en je kunt op of in de trein zitten. Pijl of steen. Vaak is het vormverschil iets groter en opvallender. Ook al gaat het maar om één woord in een uitdrukking, de betekenis blijft dezelfde. Of het strand nu op een boogscheut of een steenworp van je vakantiehotel ligt, je hoeft niet ver te lopen. Sterren of klippen. We kennen geen punten toe voor de beste of krachtigste beeldspraak, maar stellen toch vast dat het Vlaamse tegen de sterren op imposanter klinkt dat het Nederlandse tegen de klippen op. Daarentegen is een Nederlands dubbeltje in de vergelijking ‘zo plat als’ weer veel platter dan een Vlaamse vijg. Varianten. Soms is er niet zozeer sprake van een verschil tussen België en Nederland, maar van een specifiek Belgische variant, naast de uitdrukking die in beide landen bekend is. Voorbeelden, met de variant tussen haakjes: het is afgelopen (gedaan), het is vlees (mossel) noch vis; iemand de les lezen (spellen); je iets in het hoofd halen (iets in je kop steken); in je schelp (schulp) kruipen; met iemand nog een appeltje te schillen (eitje te pellen) hebben; zwijgen als het graf (als vermoord). Bij het duo vast en zeker of zeker en vast is er geen sprake van gelijkwaardigheid. ‘Vast en zeker’ drukt een waarschijnlijkheid uit. Is iets ‘zeker en vast’, dan is er geen twijfel.

H

Eindredactie: Ludo Permentier en Marlies Hagers/Rik Schutz (bureau Onder Woorden). Illustraties Lectrr

et moet frustrerend zijn voor oudere Belgen die zich hebben toegelegd op het Algemeen Nederlands, om te ontdekken dat hun taal toch nog honderden verschilletjes blijft vertonen met de taal die in Nederland wordt gesproken. Veel verschillen zijn geboekstaafd in boekjes als Niet zo, maar zo en Het juiste voorzetsel. Hieruit kregen dialectsprekende Vlamingen het Standaardnederlands aangeleerd. Ze mochten bijvoorbeeld niet zeggen dat iets aan een bepaalde prijs werd verkocht; dat moest voor of tegen zijn. Ze moeten het zeggen zoals in Nederland ge-

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful