You are on page 1of 16

Openbaringen 7,9-17 preek VB 25-11-2012

Schuilen (herdenkingszondag)

Deze preek is gehouden op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. We hebben de broer en zus herdacht die dit jaar overleden zijn. Op 21 juni jl. overleed Lieke Ploeg, acht jaar oud. Op 13 oktober jl. Frans de Haan, honderd jaar oud.

Mis
Deze week zat ik voor de foto van mijn vader te kijken. Hij zou afgelopen dinsdag 79 jaar geworden zijn, als hij nog geleefd zou hebben. Het is al zijn derde verjaardag die we niet vieren, maar herdenken. Nou, herdenken valt me ontzettend tegen.

Je probeert stil te staan bij, maar dat heeft weinig zin. De tijd is verder gegaan en mijn vader is daarin ergens achtergebleven. Ook als je stil staat blijft hij buiten bereik. Alleen de filmpjes, de foto's en de verhalen brengen hem dichterbij. Maar zodra die weer uit beeld zijn, voel je het gemis zelfs nog weer dieper. Ik krijgt er juist ontwenningsverschijnselen van. Bij zijn graf vind ik ook maar niet. Een steen met zijn naam erop, een herinnering aan het laatste afscheid. Niet aan hemzelf Niet hij maar het afscheid komt scherper in beeld. Juist daar lijkt hij verder weg dan ooit. Nee, herdenken valt me ontzettend tegen. En jullie? Natuurlijk grijp ik terug op mijn geloof, Maar mijn geloof geeft me veel minder beeld Dan al die herinneringen, die heel heldere ervaringen van ziekte afscheid en gemis.

Ik denk wel eens: wat ons hier in ons leven gebeurt maakt zoveel mr indruk op ons dan dat wat ons voor straks beloofd is. Net zoals een nachtmerrie een diepere indruk maakt dan een droom. Maar misschien is dit wel typisch voor de persoon die ik ben. Het is vandaag de laatste zondag van het kerkelijke jaar, Eerder dan het kalenderjaar begint het nieuwe kerkelijke jaar volgende week al met de eerste adventszondag. Met veel andere kerken denken we vandaag terug aan onze geliefden die we nu niet meer bij ons hebben. En in deze dienst willen we met dat gemis samen schuilen bij onze Heer. Ons koesteren in de warmte van zijn beloften. Vandaag doen we dat met de hulp van het zevende hoofdstuk in het boek Openbaringen.

De apostel Johannes zit gevangen op het eiland Patmos, een kaal rotseiland in de Middellandse Zee. Daar geeft de Heer hem zicht op wat een mens normaal niet kan zien. Johannes had dat wel nodig, ook persoonlijk, denk ik. Hij zelf zat gevangen en kon geen kant op. En dat op een moment dat het niet goed gaat met de kerk van toen. In die tijd zo rond het jaar 90- nog heel klein en kwetsbaar. Enkele duizenden gelovigen verspreid over heel Klein Azie en de rest van het Romeinse Rijk. De nieuwe keizer Domitianus had het op de christenen voorzien. Overal in zijn rijk werden ze vervolgd. Hoe zal Johannes zich gevoeld hebben: vast op een gevangeniseiland, terwijl de christelijke gemeenten op het vasteland steeds verder in het nauw worden gebracht.

Openbare terechtstellingen, gelovigen op de vlucht, gemeenten die ophouden te bestaan, contacten die verbroken raken. Chaos! Stel je het maar voor En Johannes kan niets doen. Hij zit vast! En hij kan ook niet zomaar op anderen rekenen. Andere apostelen zoals Petrus en Paulus, steunpilaren voor de vroege kerk, leven allang niet meer. Ze zijn twintig jaar geleden de marteldood gestorven in Rome. Zou Johannes zich geen zorgen gemaakt hebben? Zo van: Kan de jonge christelijke kerk onder zulke druk blijven bestaan? Hoe moet dat aflopen? Wij kijken na 2000 jaar terug en weten dat toen goed afgelopen is. Maar Johannes wist dat allemaal niet. En al was hij n van de bijzondere gelovigen onder ons, hij bleef een mens zoals wij. Niet verheven boven twijfel en aanvechting.

Geen mens is dat, zelfs de Heer Jezus was dat niet Denk aan Getseman de avond voor zijn lijden. Midden in die donkere tijd, krijgt Johannes zijn Openbaring. Kom mee naar boven zegt de Heer tegen Johannes Dan laat ik je zien wat er gaat gebeuren (4,1)

Ontzagwekkend
Het is indrukwekkend wat Johannes te zien krijgt. Zelfs al is het symbolisch. Dat moet je in Openbaringen niet vergeten h. Het zijn symbolen, in een soort visioen, dat Johannes ziet. Maar een visioen waar wel een werkelijkheid achter zit. En daarom is ook het visioen geweldig indrukwekkend. Als Johannes de Heer Jezus ontmoet al is het in symbolische beelden, Sterft hij bijna van de schrik (1,17). Het symbool is ook symbolisch ontzagwekkend. Johannes valt als een blok om.

De Heer Jezus moet hem kalmeren. Anders had hij van de rest niets meer gezien of gehoord, denk ik. Nadat hij een stel brieven voor zeven gemeente in Klein- Azi gedicteerd heeft gekregen, krijgt hij de uitnodiging om eens in de hemel te komen kijken. Om daar een heel ander kijk op de verlossing krijgen. Dezlfde verlossing maar dan gezien vanuit hemels perspectief. En dat precies de bedoeling Want dan worden er dingen zichtbaar die je eerste helemaal niet kon zien. Een soort omgekeerde ijsberg. Zoals van een ijsberg het grootste deel zich onder water bevindt, en je dat dus niet kunt zien, bevindt zich van deze hemelse berg het grootste gedeelte boven ons gezichtsveld. Het meeste zien we niet! En nu komt het ineens, zij het dan symbolisch, in beeld.

Maar symbolisch is ook indrukwekkend. Johannes ziet beelden van de grootheid van God in zijn troonzaal midden tussen zijn dienaren Die maken zon indruk dat het spontane lofprijzing oproept, bij iedereen die het ziet: U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.' [4:11] En direct daarna ziet hij de hemelvaart van zijn Heer nog eens, van een heel andere kant, als hij het gezien had op de Olijfberg. Hij ziet hoe zijn Heer als overwinnaar wordt binnengehaald in de hemel. Een ontzagwekkend eerbetoon van tienduizend maal tienduizenden van Gods schepselen: oorverdovend klinkt het spreekkoor: Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.' [5:12] Zo had Johannes het nog niet gezien of gehoord. De grote God met zijn grote Zoon

En dan maakt hij mee hoe door dit Lam de geschiedenis van hemel en aarde tot zijn voltooiing kan komen. De boekrol staat voor die geschiedenis, maar de geschiedenis zit vast en kan zich niet verder ontvouwen omdat niemand de zegels kan openen waarmee hij dicht zit. De zeven zegels van de boekrol, worden door het lam wel n voor n geopend. Want Hij heeft het gewonnen. Zegel na zegel komt oordeel na oordeel over de aarde. Want het voltooide Koninkrijk komt door het oordeel heen. Verschrikkelijk! Niets en niemand blijft gespaard, zo lijkt het. Bij het 6e zegel ziet Johannes de hele mensheid van kindslaaf tot president de schuilkelders ingaan De lang opgespaarde woede van God op de troon en het lam naast hem ontlaadt zich over de ongehoorzame schepping. Je herkent de aardbodem niet terug, onder al dit oordeelgeweld is alles van zijn plek gekomen: zelfs bergen en eilanden. En kreet ligt op de lippen van iedereen: wie kan dit doorstaan?' [6:17]

En dan volgt ons hoofdstuk Lezen Openbaringen 7

Verrassing (en bakken met troost)

10

Hebben jullie het gezien? In dit gedeelte krijgt Johannes het antwoord op de vraag: Wie kan dit doorstaan? Als je al het geweld en de rampen in H. 6 op je in laat werken, denk je dat er niemand overblijft. Maar dat is niet zo. God zelf zorgt er voor dat zijn dienaren onderscheiden worden van de rest [3]. Dienaren, dat ze zo genoemd worden, daaraan merk je waar het om gaat. Niet om mensen uit n bepaald volk, of mensen met n bepaalde overtuiging (bijv. uit n bepaalde kerk), maar mensen met een bepaalde levenshouding: dienaren. In hun leven volgen ze hun Heer Jezus. Alles staat in dienst van Hem: dienaren Het oordeel moet wachten tot die dienaren allemaal onderscheiden zijn van de anderen. God zorgt ervoor dat ze aan een speciaal teken op hun voorhoofd herkenbaar zijn. Je merkt het ook bij de oordelen- houdt God al

die bij Hem horen n voor n in het oog. Hij ziet je heel goed, zelfs als denk je soms alleen te staan. Mt Johannes horen we dat de Heer zich houdt aan zijn oorspronkelijke plannen. We horen aantallen noemen uit de vertrouwde twaalf stammen. Maar als je goed oplet is er toch iets veranderd. Het zijn niet dezelfde twaalf, vertrouwde, stammen. Sommige zijn verdwenen: Dan en Efram, andere lijken haast dubbel Jozef naast zijn zoon Manasse. De volgorde is anders: niet de oudste Ruben komt eerst maar de belangrijke stam Juda. Het is duidelijk dat er wijzingen zijn, omdat God dienaren wil en niet alleen maar afstammelingen van Abraham. Dit is een soort Macro Isral, opnieuw samengesteld 12x12x10x10x10 = 144.000 oud en nieuw Isral, maar nu samen compleet zoals de Heer het bedoelde. [6] En dan ziet Johannes wat hij hoorde tellen: probeer je het voor te stellen, [ogen dichtdoen] een gigntische massa mensen. In werkelijkheid blijken die symbolische 144.000 helemaal niet te tellen. Het complete Isral blijkt overal vandaan te komen. Heel verschillend van elkaar: alle huidskleuren zijn er

11

vertegenwoordigd, iedere taal kun je er nog horen. Toch zijn ze ook allemaal gelijk: ze dragen dezelfde kleren en zwaaien allemaal met palmtakken. En je hoort massale spreekkoren uit al die miljoenen en miljoenen kelen, zo hard als ze kunnen roepen ze: 7 'Onze redding hebben we te danken aan onze God die op de troon zit en aan het lam!' [7:10]. Het is een gi-gan-tisch en in-drukwekkend. overwinningsfeest, waarvan de gevangen Johannes getuige is op dit kale rotseiland. Uitbundig en eerbiedig tegelijk, want onder het gejuich van de mensenmassas, aanbidden alle engelen God. Ze buigen voor God en bevestigen wat de mensenmassa roept: 'Amen! (Inderdaad) Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht kmen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.' [7:12 NBV] Je voelt de vraag op de lippen van Johannes branden: Wie zijn dit! En van de oudsten stelt hem dan ook die vraag en geeft zelf het antwoord ook:

12

Dat? Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren wit gewassen met het bloed van het lam. [7:14] Dat zijn nou de mensen die de grote vervolgingen doorstaan hebben, maar er dr gekomen zijn. Dat zijn nou de door de Heer Jezus verlosten! Dat betekenen die witte kleren! Stel je even voor hoe dit er voor Johannes uitziet: dit zijn de gelovigen waar ik me zon zorgen om maak. Wat zijn het er veel! Voor ons: dit zijn de mensen die wij vandaag herdenken. De geliefden die we zo missen. Als je goed zou kijken zou je ze er stuk voor stuk tussen zien staan. Zij zijn er door gekomen! En hoe, kijk nou toch! Wat een feest! Wij kunnen hen zo missen, natuurlijk je houdt van hen, maar zij missen ons niet op die manier: ze wachten op ons, want wij zullen daar ook met hen tussen staan, dienaren van de Heer feestvierend en zo hard mogelijk schreeuwend: Onze redding hebben we te danken aan de Vader en zijn Zoon Het symbool vertelt de werkelijkheid: zij weten al wat ons nog staat te wachten: het gigantisch overwinningsfeest bij onze Heer.

13

Terugblik
Broers en zussen, laten we schuilen bij God, bij onze Heer Ik zou daar vaker aan moeten denken als ik wat verloren bij die grafsteen sta. Ze zijn niet verdwenen in de tijd, maar verlost uit de tijd. En echt thuis bij hun Heer Jezus. Wij zijn er op dit moment erger aan toe dan zij! En als de herinneringen aan hun ziekte en moeite weer opspelen, zou ik kunnen denken aan het overwinningsfeest dat ze nu vieren. Dat zij zien wat wij hopen. En als ik ze mis, zou ik niet alleen aan het verleden moeten denken, maar me ook op de toekomst kunnen richten, op het overwinningsfeest waarvoor wij ook een uitnodiging hebben En proberen te beseffen dat dit nog niet eens alles is. Want er komt ng mr dan we hier in symbolische beelden zien. De palmtakken doen denken aan het Loofhuttenfeest. En dat is nog een feest onderweg tussen uittocht en intocht,

14

nog in de woestijn. Onderweg zorgt de Heer al zo voor hen en er staat hen ng veel meer te wachten. Ons nog veel meer te wachten Hij komt bij ons wonen en wij bij Hem, dat is nog meer dan een feest. En alle denkbare moeite is dan verleden tijd, alles! We zullen het leven meemaken op een manier zoals wij het nog helemaal niet hebben leren kennen. De Heer geeft ons dat nieuwe leven als water te drinken, We zullen geen dorst meer hebben, lichamelijk niet maar geestelijk ook niet. Er staat ons nog wat te wachten, samen met onze gestorven geliefden. We hebben nog een toekomst samen, en wat voor n. Nou! Ja zelfs de herinneringen die nu zon pijn kunnen doen, onherstelbaar en ontroostbaar in onze ogen,

15

zijn dan allemaal vergeten. Nee mr dan dat, ze zijn weggetroost. Door Jezus troost cht geheeld. Inderdaad 'Amen! Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.' [7:12]

16