You are on page 1of 4

Astrid Mylle

Sint-Godelieve College

Resultaten van de enquête ‘blessurepreventie bij badminton’.
Alle deelnemers zijn hartelijk bedankt voor het invullen van de enquête. De resultaten zijn zeer waardevol gebleken bij het opstellen van mijn jaarwerk. Hieronder volgt een verkorte weergave. Astrid Mylle

1

Cijfers over de deelnemers

Mijn enquête werd door 447 badmintonspelers ingevuld. De gemiddelde leeftijd bedraagt 38 jaar. De jongste deelnemer is 11 jaar oud en de oudste is 62 jaar oud. Die laatste kan ook de meeste badmintonjaren voorleggen: 46 jaar.

Deze enquête is erin geslaagd verschillende soorten badmintonspelers te bereiken. Van de 447 spelers waren er 195 recreanten en 252 competitiespelers. De mannelijke spelers hadden een overwicht ten opzichte van de vrouwelijke: 301 mannen t.o.v. 146 vrouwen. Door middel van het gewicht en de lengte kon de BMI (Body Mass Index) 1 berekend worden. 60% van de deelnemers heeft een normaal gewicht. 40 % heeft overgewicht. Naargelang de stijging van de BMI, is er ook een stijging van het aantal blessures te zien. Bij een normaal gewicht is er een gemiddelde van 1.01 blessures per ondervraagde. Bij overgewicht is dat een gemiddelde van 1.15 blessures per ondervraagde.

1

De BMI wordt veel gebruikt om een indicatie te krijgen of er sprake is van overgewicht of ondergewicht. (Wikipedia, 2012)

Blessurepreventie bij badminton.

Astrid Mylle

Sint-Godelieve College

2

De meest voorkomende blessures bij badminton

72% van alle badmintonspelers liep ooit al eens een blessure op. Veel grote verschillen zijn er niet te merken tussen de dames en de heren. De voetblessures nemen de absolute leiding. Verzwikte enkels zijn de meest voorkomende vorm van voetblessures, gevolgd door blessures aan de achillespees. Knieblessures zijn voornamelijk te wijten aan de patellapees die ontstoken is of anders genaamd een jumper’s knee. Schouderontstekingen zijn ook veel voorkomend bij badminton.

3
3.1

Specifieke gegevens in verband met blessures
Aangepast schoeisel

89% gebruikt aangepast schoeisel. (96% van de competitie spelers en 80% van de recreanten).

De enquête heeft geen relatie aangetoond tussen het al dan niet dragen van aangepaste schoenen en het hoge aantal voetblessures.

Blessurepreventie bij badminton.

Astrid Mylle

Sint-Godelieve College

3.2

Trainingsintensiteit

De recreanten spelen gemiddeld 3 uren per week, de competitiespeler iets meer dan 5 uren per week.

Bij een trainingsintensiteit van meer dan 5 uren per week wordt er vastgesteld dat meer dan 80% van de deelnemers al ooit eens geblesseerd is geweest

.

Mijn enquête wees ook uit dat 80 % van de competitiespelers en 62% van de recreanten blessures opliepen. Dit grote verschil is niet verbazingwekkend. Recreanten spelen het meest van alles voor het plezier en de positieve effecten op de gezondheid. Toch moet er opgelet worden dat er verantwoord gesport kan worden door o.a. initiatielessen te geven. Competitiespelers kunnen opgedeeld worden in 2 groepen. Je hebt een groep die vaak traint en dus goed voorbereid aan de wedstrijd start. Het is echter de tweede groep die zorgt voor het hoge aantal blessures. Zij trainen minder, maar spelen wel op leven en dood tijdens een wedstrijd. Daarom ontstaan de meeste blessures tijdens een wedstrijd en niet tijdens de training (Vlaamse Trainersschool, 2008).

Blessurepreventie bij badminton.

Astrid Mylle

Sint-Godelieve College

3.3

Warming-up en cooling-down
Ongeveer 90% van de deelnemers warmt zich op voor een wedstrijd of training. Verrassend is dat nog 6% van de competitiespelers zich niet opwarmt. De “cooling down” wordt vaak vergeten bij de recreanten. Bij velen beperkt zich dat tot het douchen of het pakken van een pint.

De warming-up start heel nonchalant. Na 10 à 15 minuten moet de speler heel gefocust badmintonspecifieke opdrachten uitvoeren. Een speler is goed opgewarmd als hij zweet, maar toch nog kan kletsen. De meeste voordelen van de opwarming zijn te vinden op het vlak van de verbetering van de prestatie. Qua blessurepreventie is er één specifiek voordeel. De bedoeling van een opwarming is om de lichaamstemperatuur te verhogen. Die verhoging zet een reeks processen aan de gang o.a. een verhoogde neurale transmissiesnelheid m.a.w. een hogere snelheid van de zenuwimpulsen. Badmintonspelers kunnen daardoor kwetsuren als het omslaan van enkels beter vermijden. Fouten kunnen makkelijker gecorrigeerd worden (Verbeiren K., 2010).

3.4

Voeding en drank

Slechts 25% van de competitiespelers en 4% van de recreanten letten op hun voeding voor een training of wedstrijd. Pasta, fruit en water zijn de koplopers.

Nogmaals bedankt voor u deelname aan de enquête! Ik hoop dat u iets hebt bijgeleerd na het lezen van bovenstaande informatie. Blessurepreventie bij badminton.