Muriel van der Laan en Thomas Batelaan Klas 4a Drs. N.

Hamaker 23 januari 2013 Vondel & Horatius Het is dan misschien algemeen bekend dat Vondel een hoogstaande dichter was, maar lang niet iedereen weet dat hij ook een handleiding poëzie heeft geschreven. Deze heette Aenleidinge ter Nederlandse dichtkunste, en kwam uit in 1650. Een handleiding dichtkunst was geen nieuw idee; voor hem had Horatius reeds de Ars Poetica geschreven. Aangezien hij in een periode leefde waarin de klassieke auteur als een feniks uit zijn as herrees, is het bijna zeker dat Vondel een paar klassieke opvattingen overnam in zijn Aenleidinge, maar hoeveel precies? Omdat het een voorwoord was voor het langere werk Poezy, was de Aenleidinge niet lang —slechts tien pagina’s— maar ook de Ars Poetica was geen dikke pil. Die was geschreven als een brief aan twee broers, die beiden graag dichter wilden worden. Ook in stijl lijken de twee werken sterk op elkaar. Ze zijn beiden vaag over het gebruik van metrum en rijm, en ze geven beiden richtlijnen in plaats van precieze theorie. Zoals al eerder opgemerkt, worden in de Aenleidinge veel klassieke gedachten herbuikt (de Jong, 1952). Een voorbeeld is de sterke nadruk op de ars, vaardigheid die geleerd wordt door veel te oefenen. Deze prijst Vondel misschien nog wel het meest (Witstein, 1972).
‘Het waer raetzaem Salomons wijze spreucken, Cicero, Seneka, en Plutarchus wercken van de zeden, en het leven der doorluchtige mannen, en diergelijcke schriften te lezen, en te herlezen. Wie in den vloet dezer pennen zwemt, zal overvloeien van zinrijcke gedachten en vaste stellingen. De Beeldenaer van den geestrijen Ridder, Cesar Ripa, nu in Nederlansch verduitscht, bestellen geestige vonden, om het werck levendigh uit te drucken, en rijckelijck te bekleeden.’ (Vondel, 1650)

In zijn Ars Poetica schreef Horatius dat een dichter alleen zijn vak kon beheersen, als hij zich spiegelde aan de grote dichters (van Stipriaan, 2007). Vondel deelde die mening, en daarmee het denkbeeld van de Renaissance. In die tijd was de ideale dichter iemand die technisch superieur was, zich hield aan de voorschriften van de klassieke retorica en poëtica en zijn talenten gebruikte voor de gemeenschap (Grootes, 1994). Volgens hem moest alle dichtkunst voldoen aan het klassieke stijlideaal van zuiver en helder taalgebruik, en passendheid van beeldspraak en vormgeving (Porteman en Smits-Veld, 2008).

Vondel liet zich dus in grote mate inspireren door de klassieke opvattingen van bijvoorbeeld Horatius. doch het relatief onbekend is. Ondanks dit alles schreef Vondel met zijn Aenleidinge een werk op zichzelf dat. Ook deelde hij Horatius’ mening over het imiteren van de klassieken. Beiden waren van mening dat alleen zo een werk volmaakt kon zijn. Ook op het gebied van stijl en vormgeving zijn er overeenkomsten tussen de Aenleidinge en de Ars Poetica. . Net als de klassieke meesters was Vondel van mening dat een vaardigheid alleen beheerst kon worden door veel oefening. nog steeds gelezen wordt.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful