What’s wrong with the PC? Everything. Start with the name. The personal computer is not personal nor is it used to do much computing. Mostly, it is used for writing, reading, and sending things to one another. Sometimes it is used for games, entertainment, or music. But most of the time it is using us.”
Donald A. Norman

2

Inhoudsopgave
1. Het ontstaan van de personal computer ..................................................................... 7 Xerox Alto ....................................................................................................... 9 Apple............................................................................................................. 9 IBM PC ......................................................................................................... 11 Microsoft Windows ........................................................................................... 12 Linux ........................................................................................................... 13 WIMP ........................................................................................................... 13 Conclusie ...................................................................................................... 14 2. Waarom de pc moet verdwijnen............................................................................. 15 Wat is er mis met de GUI? .................................................................................. 17 Waarom je eigenlijk helemaal geen computer wilt gebruiken ....................................... 18 De oplossing: Activity-Based Computing? ................................................................ 19 3. De kracht van een goede infrastructuur.................................................................... 21 Netwerken .................................................................................................... 22 Communicatie ................................................................................................ 25 Plaatsbepaling ................................................................................................ 27 Identificatie................................................................................................... 27 Interface ...................................................................................................... 28 Software....................................................................................................... 29 Wat kunnen we met deze technieken? ................................................................... 31 4. Een blik op de toekomst ...................................................................................... 33 Vodafone Future Vision ..................................................................................... 34 Conclusie ...................................................................................................... 37 Eindconclusie....................................................................................................... 39 Bibliografie ......................................................................................................... 41 Figuurlijst........................................................................................................... 41

3

4

Woord vooraf
Graag wil ik Mark Meeuwenoord bedanken voor zijn begeleiding tijdens het schrijven van deze scriptie, Michel Gutlich voor zijn inhoudelijke bijdrage en Marjolein Kroese voor haar kritische commentaar en motivatie.

Inleiding
In principe is de pc in zijn korte bestaan nauwelijks veranderd. De snelheid is groter en er is een grote hoeveelheid randapparatuur op de markt gekomen, maar de manier waarop we met de pc omgaan is grotendeels hetzelfde. Maar hoe is dat zo gegroeid, waarom nemen hier genoegen mee? Ik stel dat de dagen van de personal computer zijn geteld. Het is tijd voor iets beters, iets wat aansluit bij de manier waarop wij als mensheid met elkaar en de rest van de wereld communiceren. Mijn hoofdvraag voor het schrijven van deze scriptie was of we de pc zoals we die nu kennen gaat verdwijnen. Welke factoren zijn daarvoor bepalend? Daarnaast was ik benieuwd naar wat er dan voor in de plaats gaat komen en wat hier technisch voor nodig is.

5

6

Charles Babbage1 (1791-1871) was een Engelse uitvinder en werd bekend omdat hij wordt gezien als de ontwerper van de eerste computer. In 1821 ontwierp Babbage de Difference Engine. Deze machine bestond uit 25.000 delen en woog 15 ton. De machine werd nooit helemaal opgebouwd en heeft dus nooit gewerkt. Daarna ontwierp Babbage de Difference Engine 2, kleiner dan zijn voorloper, maar toch goed voor 4000 onderdelen en een gewicht van 4 ton. Ook deze machine werd nooit door Babbage voltooid. De Analytical Engine (analytische motor) was een concept waar Babbage tot aan zijn dood in 1871 aan werkte. Dit concept wordt gezien als de voorloper van de computer, omdat het alle functies van een echte computer zou hebben. De machine kon beslissingen nemen, berekeningen nemen en de uitkomsten ervan onthouden. Babbage wilde het apparaat aandrijven met een stoommachine, maar door de omvang ervan kon het in die tijd nooit gebouwd worden.

1. Het ontstaan van de personal computer

Figuur 1 Originele plannen voor het aandrijven van de rekenassen van de Difference Engine 2

Ada Lovelace (1815-1852) schreef het eerste computerprogramma voor de Analytical Engine. Omdat de machine nooit werd gebouwd heeft ze haar programma nooit in actie gezien. Jaren later werd er een programmeertaal naar haar vernoemd. In 1943 wordt de eerste elektronische computer, genaamd Colossus Mark I2, in productie genomen. De Colossus bestond uit ongeveer 1500 elektronenbuizen, gemonteerd op twee grote rekken. Net zoals de telexmachines in die tijd, gebruikte het systeem ponsbanden om, met een snelheid van 5000 karakters per seconde, informatie in te lezen. Nieuw voor die tijd was dat de Colossus gebruik maakte van fotocellen in plaats van mechanische aftasting van de ponsbanden. De karakters van de ponsbanden werden opgeslagen in de elektronenbuizen, waardoor de machine enorm snel werd. Een personal computer, voorzien van een Pentium 1-processor doet er net zo lang over om dezelfde berekening uit te voeren. De Colossus werd tijdens de Tweede Wereld oorlog gebruikt door de Britten om berichten van de Duitsers te ontcijferen. De uitvinding van de transistor, door drie medewerkers van de Bell Telephone Laboratories in 1947, zorgt er voor dat elektronische schakelingen veel kleiner, betrouwbaarder en vooral betaalbaarder worden. In 1956 wordt de TX-O3 voltooid door het Massachusetts Institute of Technology(MIT). De TX-O is de eerste computer die gebruik maakt van transistors in plaats van elektronenbuizen en hoewel het nog geen microcomputer genoemd kan worden, is het een grote stap in de evolutie van het kleiner worden van computers.
1
2

Figuur 2 Een van de transistors gebruikt in de TX-O

Charles Babbage: Pioneer of the Computer. Princeton University Press, Anthony Hyman, 2004 Colossus, Wikipedia, http://nl.wikipedia.org/wiki/Colossus 3 Highlights from The Computer Museum Report, http://ed-thelen.org/comp-hist/TheCompMusRep/TCMRV08.html#Museum

7

snelheid

1906 m3 FLOPS 900 3,E-01

1943 37,95 5,E+03

1956 40

1973 0,048

1977 0,05

1980 0,04 inhoud

1981 0,04 9,E+03

1991 0,04 1,E+06

1994 0,04 1,E+06

2001 0,04 2,E+09

2006 0,03 5,E+09

Figuur 3 Omvang van de machine in m3, afgezet tegen de rekensnelheid, gemeten in Flops (Floating Point Operations Per Second)

Jack Kilby van Texas Instruments bouwt in 1958 het eerste Integrated Circuit (IC) met vijf componenten op een stuk germanium van 1,25 cm. In een IC kunnen meerdere elektronische componenten zoals transitoren en weerstanden worden opgenomen. Hierdoor kunnen elektronische schakelingen soms uit één enkele IC bestaan. In 1968 laat Douglas C. Engelbart, tijdens de Fall Joint Computer Conference in San Francisco een systeem zien met een keyboard, keypad en muis. Hij demonstreert het gebruik van een tekstprogramma en een manier om samen met collega’s op één scherm te werken. Deze demonstratie wordt ook wel de Moeder van alle demo’s genoemd, omdat het de eerste keer was dat principes als de muis, video conferencing en email voor het grote publiek te zien waren. Twee jaar later ontvangt hij een patent op een houten doos met twee metalen wieltjes, omschreven als een “X-Y postition indicator for a display system”, tegenwoordig noemen we dit een muis.

8

Xerox Alto
Tijdens dezelfde periode kondigt Xerox aan dat ze een computerlab gaan opzetten voor onderzoek naar digitale technologie, genaamd PARC (Palo Alto Research Center). In 1973 werd de Xerox Alto4 gepresenteerd, als de eerste personal computer en de eerste computer die gebruikt maakte van de bureaubladmetafoor en een Grafische User Interface (GUI). Een GUI is een manier om met een computer te werken door gebruik te maken van de manipulatie van grafische elementen. Dit was een enorme vooruitgang op de tekstcommando’s die normaal gebruikt werden om de computer commando’s te geven.

Figuur 4 Foto van de eerste twee Xerox Alto computers

De Alto was geen “domme” terminal, maar kon onafhankelijk van een mainframecomputer gebruikt worden. De systeemkast had de omvang van een kleine koelkast, gekoppeld aan een zwart-wit beeldscherm. Bijzonder aan dit beeldscherm was dat het rechtop stond (portrait), in tegenstellingen tot de meeste huidige beeldschermen die liggend (landscape) gebruikt worden. Om met de GUI te kunnen werken was de Alto voorzien van een keyboard en een muis met drie knoppen. In eerste instantie werkte deze muis met twee wieltjes die loodrecht ten opzichte van elkaar waren geplaatst. Deze versie werd al snel vervangen door een versie met een bal, uitgevonden door Bill English. Later werden optische muizen, eerst met wit licht en daarna met infrarood licht, een Tv-camera en een printer aan de lijst met randapparatuur toegevoegd. Een van de eerste programma’s voor de Alto was het tekstverwerkingsprogramma Gypsy. Met Gypsy werd ook de term “WYSIWYG” (What You See Is What You Get) geïntroduceerd. Hoewel de Alto hierdoor populairder werd, was het nog niet het commerciële succes waar Xerox op gehoopt had.

Apple
Het succesverhaal van het bedrijf Apple is een van de bekendste in de technologieindustrie. Steve Jobs en Steve Wozniak waren vrienden sinds 1972 en bouwden hun eerste computer in de garage van vrienden en met componenten die ze gekocht hadden met het geld dat ze verdiend hadden door hun Volkswagenbusje te verkopen. Jobs zorgde voor de componenten, het materiaal en de ruimte, terwijl Steve Wozniak en een andere vriend, Ronald Wayne de Apple I5 bouwden. In 1975 verkocht Jobs 50 units voor $500 per stuk aan een lokale computerwinkel en daarmee was Apple Computers geboren.

Figuur 5 Het prototype van de Apple I was gemaakt van hout

4 Fumbling the Future: How Xerox Invented, Then Ignored, the First Personal Computer, Douglas K. Smith, Robert C. Alexander, 1988 5 Apple I, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Apple_I

9

De Apple I was de eerste personal computer waarbij het moederbord ondergebracht was in het toetsenbord en het hele systeem werd aangesloten op een monitor. Terwijl andere computers voor hobbyisten destijds als bouwpakketten verkocht werden, was de Apple I een compleet opgebouwd apparaat. Volgens sommigen was de Apple I daarmee de eerste computer die als compleet product geleverd werd, maar historisch gezien was dat de Datapoint 2200, in 1970 uitgebracht door de Computer Terminal Corporation. Het gebruik van de combinatie van toetsenbord en moederbord in één behuizing onderscheidde de Apple I van zijn directe concurrenten, zoals de Altair 8800, die geprogrammeerd werden met tuimelschakelaars en LED’s gebruikten als indicatie van de uitkomst. Om gebruik te kunnen maken van toetsenbord en monitor moest extra hardware worden aangesloten. Hierdoor werd de Apple I een innovatief toestel voor zijn tijd, ondanks het gebrek aan grafische mogelijkheden en geluid. In maart 1977 werd de productie stopgezet met de aankondiging van de Apple II. De Apple II6 was de eerste uit de reeks microcomputers van Apple met een 8-bit architectuur. In de computerindustrie wordt de term 8-bits gebruikt voor processors die in één cyclus 8-bit (8 nullen of enen) data kan lezen. Net zoals de Apple I had zijn opvolger het moederbord in dezelfde behuizing als het toetsenbord en was voorzien van een audiocassetteinterface. Op die audiocassettes kon de gebruiker programma’s of data opslaan. Ook waren er cassettes te koop met Figuur 6 De Apple II voorzien van een plastic behuizing programmeertalen, spelletjes en andere software. Later kwam de Disk II op de markt, een 5¼” floppydrive, zodat de gebruiker data op flexibele floppydisks kon opslaan. Door het open ontwerp van Steve Woziank en de expansiesleuven van de Apple II konden andere fabrikanten ook uitbreidingen voor de machine ontwikkelen. Nieuwe hardware als harde schijven en netwerkkaarten kwamen voor de Apple II op de markt. De Apple II werd een populaire machine, mede door het uitkomen van een aantal softwaretitels. De belangrijkste titel die uitkwam was VisiCal, het eerste spreadsheetprogramma voor de microcomputer en volgens velen was dit het punt waarop de computer gepromoveerd werd van hobbymachine tot serieuze bedrijfsmachine. Maar niet alleen bedrijven maakten gebruik van VisiCal. Voor het eerst konden consumenten zelf hun financiën bereken, zonder daarbij afhankelijk te zijn van de goede wil van de medewerkers van de rekenkamer in het bedrijf waar ze werkten.

6

Apple II family, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Apple_II

10

De Apple II familie werd snel uitgebreid met nieuwe types, zoals de II Plus, IIc, IIe, IIc Plus en IIgs, maar in de jaren 80 moest er ruimte gemaakt worden voor de Apple Lisa. De Apple Lisa7 was een revolutionaire computer, net als de Alto van Xerox, een van de eerste voorzien van een Graphical User Interface (GUI), maar ook snel genoeg om interessant te zijn voor het bedrijfsleven. Het Lisa Operating System maakt voor het eerst gebruik van Figuur 7 Lisa OS 3.1 multitasking, zodat een gebruiker gewoon door kon werken als een ander programma op de achtergrond werd uitgevoerd. De eerste stap die met de Lisa werd genomen op het gebied van GUI’s werd door Apple uiteindelijk met de Apple MacIntosch doorgezet tot het nu succesvolle MacOS X.

IBM PC
De IBM-PC8 werd geïntroduceerd bij het grote publiek in 1981 door IBM. Deze personal computer werd ontworden en gebouwd door IBM en was opgebouwd uit standaardcomponenten die niet specifiek voor deze machine waren ontwikkeld. Het enige wat uniek was voor de IBM_PC was de BIOS-firmware, de software die er voor zorgt dat het operating system (OS) kan worden geladen. De doelstelling van IBM was om andere bedrijven in staat te stellen uitbreidingskaarten te ontwikkelen voor de ISA-bus waarmee de machine was uitgerust. Het bedrijf bracht zelfs een boek uit met allerlei specificaties, zodat de bedrijven meteen konden beginnen, zonder reverse engineering toe te hoeven passen. In eerste instantie was de IBM-PC alleen voorzien van twee floppydrives, maar later bracht het bedrijf ook een versie uit voorzien van een 10 Mb harde schijf. De IBM-PC was de basis voor een populaire reeks klonen of IBM-PC compatible computers en werd in 1984 opgevolgd door de IBM AT (Avanced Technology). Door de open structuur van de IBM-PC en de daarop gebaseerde klonen was het voor ontwikkelaars van besturingsystemen makkelijker om te ontwikkelen dan bijvoorbeeld voor de Apple II. Apple had besloten dat zij de enige leverancier van besturingssystemen op de door hun ontwikkelde machines zouden zijn en sloten daarmee de deuren voor ontwikkelaars van besturingssystemen. IBM pakte het anders aan en zag hun machines meer als platformen voor iedereen die er een besturingssysteem voor ontwikkelde. Dit resulteerde in een enorm aanbod met MSDOS, OS/2 en Unix als de bekendste.

7 8

Apple Lisa, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Apple_Lisa IBM PC, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/IBM-PC

11

MS-DOS was een aangepaste versie van het besturingssysteem DOS (Disk Operating System), in 1973 geschreven door Gary Kildall, wat in 1979 uitgebracht werd door Apple. Het bedrijf Seatlle Computer Products (SCP) wilde een versie voor de IBM compatible machines en ontwikkelde in slechts twee manmaanden QDOS, wat staat voor Quick and Dirty Operating System. Ondanks de snelle ontwikkeltijd bleek het systeem goed te functioneren. In oktober 1980 neemt een medewerker van het toen relatief onbekende bedrijf Microsoft contact op met SCP met de vraag of ze het besturingssysteem mochten verkopen aan een toen nog onbekende klant. Voor nog geen $100.000, - krijgt Microsoft de rechten van QDOS in handen. Later blijkt dat de onbekende klant IBM is en in 1981 koopt Microsoft alle rechten op QDOS van SCP en brengt het besturingssysteem opnieuw uit onder de naam MS-DOS9. Door groeiende populariteit van de IBM-PC klonen werd MS-DOS al snel een succes.

Microsoft Windows
Na het zien van een presentatie van de nieuwe grafische user interface van het bedrijf VisiCorp, de ontwikkelaars van VisiCal en een grote concurrent van Microsoft, besloot Microsoft directeur Bill Gates dat het tijd werd voor een grafische versie van MS-DOS. VisiOn was het eerste grafische user interface voor IBM Compatible systemen en maakte, in tegenstelling tot MS-DOS, niet langer meer gebruik van ingetypte commando’s, maar maakte gebruik van een grafische weergave, waar door een klik van de muis commando’s aan de computer konden worden gegeven. In 1983 werd met veel bombarie het nieuwe grafische besturingssysteem Windows 1.0 aangekondigd door Microsoft. De naam Windows10 was onder druk van de marketingafdeling van Microsoft gekozen. De media hadden het in die tijd over windowing systems als ze refereerden naar systemen zoals VisiOn. Door het product hier naar te vernoemen wekte Microsoft de indruk de bedenker van dit systeem te zijn. Ze slaagden er zelfs in om grote bedrijven ervan te overtuigen niet te investeren in het al beschikbare VisiOn, maar te wachten op de verschijning van Microsoft Windows, terwijl dat systeem op dat moment nog lang niet geschikt was om geleverd te worden. Het duurde tot 1985 voor Microsoft Windows in de winkels lag. Deze eerste versie van het besturingssysteem was absoluut geen succes te noemen. Omdat er nog weinig applicaties voor beschikbaar waren zag het bedrijfsleven geen noodzaak tot overstappen. De omschakeling werd al gedeeltelijk in gang gezet door het uitkomen van Windows 3.1, maar kwam pas echt met het verschijnen van Windows 95. Met dit besturingssysteem wilde Microsoft een einde maken aan de toen nog aanwezige scheiding tussen MS-DOS en Windows op een machine. Windows 95 was het eerste besturingssysteem van het bedrijf wat meteen na het aanzetten van de computer door de BIOS werd opgestart, al was hiervoor op de achtergrond nog wel MS-DOS nodig. Met Windows 95 bood de Microsoft de gebruiker meer rekenkracht en gebruikersgemak en veroverde hiermee de markt voor grafische besturingssystemen. De enige nog bestaande commerciële concurrent voor IBM Compatible systemen, OS/2 kon geen Windows 95-programma’s draaien en verloor daarmee al snel zijn marktaandeel.

9

10

MS-DOS, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/MS-DOS Windows (computing), Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Window_%28computing%29

12

Linux
Maar in 1991 voltooide de Fin Linus Torvalds de basis voor een nieuw besturingssysteem Linux11. In plaats van de kernel op de markt te brengen, bracht Torvalds de software uit onder de GNUlicentie. Hiermee zorgde hij er voor dat de broncode voor iedereen gratis beschikbaar was en dat iedereen er aan door mocht ontwikkelen. In een paar jaar tijd is Linux uitgegroeid tot een populair besturingssysteem dat door Microsoft wel degelijk als een bedreiging wordt beschouwd. Ook voor Linux is een grafische gebruikersinterface ontwikkeld onder de naam X Windows. Hierop zijn verschillende varianten gemaakt, met GNOME en KDE als de populairste versies.

Figuur 8 Screenshot van GNOME Desktop in Redhat 9

Vooral overheidsinstellingen zijn geïnteresseerd in Linux, vanwege de lage kosten en het feit dat er geen monopoliepositie van uit gaat. Microsoft probeert verschillende van haar eigen producten te promoten door ze standaard in Windows op te nemen, iets waar de Europese Unie recentelijk een uitspraak tegen deed.

WIMP
WIMP12 staat voor Window Icon Menu Pointer en wordt in de wereld van menscomputerinteractie gebruikt als synoniem voor de categorie user interfaces zoals die hierboven zijn beschreven. De metafoor van het bureaublad op het scherm, in combinatie met het gebruik van iconen, menu’s en een muis is de meest gebruikte vorm van grafische interfaces. Hoewel de WIMP interface werd bedacht door Douglas Englebart in het kader van het Human Augmentation Project, werd de huidige vorm vooral ontwikkeld door bedrijven als Apple en Microsoft. Een WIMP-interface bestaat uit verschillende standaard elementen, zoals hieronder beschreven. Hoewel deze elementen overheersen zijn ze niet noodzakelijk. Zo kan een WIMP-interface gebaseerd worden op tekst, maar meestal wordt een grafische variant gebruikt. Metaforen hoeven niet te worden gebruikt, maar vaak gebeurt dat wel. Windows Windows bestaan uit een vlak waarin andere elementen kunnen worden weergegeven, een titelbalk en knoppen om het element te besturen. Die knoppen kunnen worden gebruikt om het element te vergroten, verkleinen of te sluiten. De titelbalk bevat meestal de naam van het element en hiermee kan het element verplaatst worden. Sommige window-elementen kunnen niet verplaatst of geschaald worden. Ook scrollbalken zijn niet vanzelfsprekend.

11 12

Linux, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Linux WIMP (computing), Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/WIMP_%28computing%29

13

Iconen Iconen zijn kleine afbeeldingen om andere elementen of acties weer te geven. Vergelijkbare iconen kunnen worden gegroepeerd met voor elk item een variant op het ontwerp van het icoon. Menu’s Er worden verschillende typen menu’s gebruikt: • Pull-down menu’s gekoppeld aan een knop • Pop-up menu’s die opgeroepen worden door op een window of gedeelte van het scherm te klikken. Pop-up en Pull-down menu’s kunnen meerdere hiërarchische lagen bevatten. • Gereedschapsbalken die permanent beschikbaar zijn. Vaak zijn de elementen die gereedschapsbalken iconen. • Radiobuttons worden gebruik wanneer de gebruiker slechts één optie uit een lijst van keuzes mag kiezen. • Checkboxes worden gebruikt wanneer de gebruiker meerdere opties uit een lijst mag kiezen. • Selectielijsten worden gebruikt wanneer de inhoud van de lijst vaak veranderd, zoals in lijsten waarin bestanden worden getoond. Deze lijsten worden doorgaans gesorteerd op alfabet. • Dialoogvensters zijn een standaard onderdeel geworden in WIMP interfaces. Een dialoogvenster is een klein window-element met vaste menus van verschillende types, zoals hierboven beschreven, en worden vaak gebruikt om complexe instellingen te maken. Pointer Hoewel de muis het meest gebruikt wordt zijn er meer apparaten die gebruikt kunnen worden om de cursor te besturen, zoals trackballs, trackpads, en tekentabletten. Metaforen Hoewel metaforen niet tot de standaard elementen van de WIMP interface behoren, worden ze door veel applicaties gebruikt. Zo kan een applicatie voor videobewerking dezelfde elementen bevatten als de hardware variant.

Conclusie
Zoals we hebben kunnen zien is de geschiedenis van de personal computer er vooral een van steeds kleiner en complexer worden systemen. Ondanks het feit dat er talloze varianten op zowel software als hardware beschikbaar zijn, gaan ze tegenwoordig in essentie allemaal uit van dezelfde WIMP-interface. Hoewel de consument gewend is geraakt aan deze manier van omgaan met de computer, zijn er veel initiatieven om zowel de software als de hardware van de personal computer een nieuw tijdperk in te leiden.

14

2. Waarom de pc moet verdwijnen
In 1999 verscheen het boek The Invisible Computer13 van wetenschapper en hoogleraar in de psychologie Donald A. Norman. Norman geldt als de man bij uitstek die de brug heeft geslagen tussen psychologie en industrieel ontwerpen. Hij is ervan doordrongen dat mensen hun omgeving op een emotionele manier waarnemen. The Invisible Computer wordt door velen de bijbel van het post-pc tijdperk genoemd, omdat hij ingaat op de gebreken die de huidige personal computer en de computerindustrie in zich heeft. Volgens hem is de pc een groot, lomp en onhandig ding, wat te veel ruimte inneemt op je bureau en wat, in plaats van ons te ondersteunen in onze werkzaamheden, ons meerdere malen op de knieën dwingt, om harde schijven te vervangen, draden te controleren of te herstarten. Hardwarefabrikanten gooien in hun reclames met termen als megahertz, gigabyte, RAM en ROM. Elke keer als er een nieuwe processor wordt gemaakt is de rest verouderd. Maar waarom is dat voor de klant belangrijk? Het antwoord is simpel, dat is niet belangrijk. De industrie laat ons geloven dat het belangrijk is, zodat ze steeds nieuwe producten kunnen verkopen. De personal computer probeert alles te zijn voor iedereen. Het vat alle activiteiten van een persoon samen in een scherm, toetsenbord en muis. Dat leidt onvermijdelijk tot problemen. Een enkele set gereedschap voor een enorme variëteit aan taken. Ik vergelijk het meestal met het repareren van een auto met een nagelvijl en een hamer in het midden van de woestijn. Er is een reden waarom auto’s meestal gerepareerd worden in garages met een hefbrug, steeksleutels en schroevendraaiers; het maakt het uitvoeren van de werkzaamheden eenvoudiger en ze zorgen voor een beter resultaat.

Figuur 9 Lijst met kenmerken

Een ander probleem van de personal computer is de complexiteit. Probeer maar eens één apparaat te maken wat veel verschillende taken uit kan voeren. De complexiteit van het apparaat neemt exponentieel toe op het moment dat je het een extra taak laat uitvoeren. Probeer dat apparaat zo te maken dat het voldoet aan de eisen van iedereen op deze aardbol en je staat voor een onmogelijke opdracht. Een universele computer is in feite één groot compromis, waarbij eenvoud, gebruiksgemak en stabiliteit worden opgeofferd. Bedenk maar eens hoeveel uren per week je bezig bent met het werkend houden van je computer, het lezen van handleidingen en installeren van updates. Vergelijk dat maar eens met de tijd die je kwijt bent om je tv, koelkast of magnetron werkend te houden. Updates installeren op je magnetron? De handleiding voor je koelkast lezen? Niet nodig, maar waarom bij de computer wel? De personal computer is te groot, te duur, te ingewikkeld en kost veel te veel tijd en moeite. Het is een universeel apparaat, maar als dat in houd dat je er uiteindelijk niks mee kunt doen, wat is dan het voordeel?

13

The Invisible Computer, Donald A. Norman, The MIT Press, 1999

15

Een personal computer is een beetje zoals een Zwitsers zakmes. Op het eerste gezicht lijkt een zakmes met tien verschillende functies erg handig, vooral als je in de wildernis zit. Maar als je thuis bent en een fles wijn wil open maken is een echte kurkentrekker natuurlijk veel handiger. Als je iets uit een krant wilt knippen is het niet praktisch om eerst acht verschillende mesjes te proberen alvorens je het schaartje hebt gevonden. Vaak zijn die simpele voorwerpen makkelijker in het gebruik en geven ze een beter resultaat. De fout van de personal computer ligt eigenlijk in de benadering van het probleem. Het woord computer komt van de engelse term “to compute” wat vroeger vertaald werd als “tellen” en “uitrekenen”. Tegenwoordig bedoelen we hiermee de taken die de computer voor ons uitvoert, het elektrische proces wat zich binnen in de hardware afspeelt. “To compute” is dus eigenlijk het verwerken van gegevens geworden. De huidige gebruiker van een personal computer hoeft niets te “verwerken”, maar wil een brief schrijven of zijn e-mail lezen. Dat hij daarvoor een computer nodig heeft is niet zo zeer de wens van de gebruiker, maar het feit dat een ander middel ontbreekt. De personal computer dringt zich op als technologie, terwijl degene waarvoor de machine bedoelt is daar eigenlijk helemaal niet op zit te wachten. Natuurlijk willen we graag profiteren van de voordelen, maar dan zonder de dominantie en de afhankelijkheid die de personal computer over zich afroept. Hoewel men ons doet geloven dat de computer ons leven makkelijker moet maken, maakt het ons alleen maar afhankelijker. Het klinkt nogal hypocriet om te schrijven wat er allemaal mis is met de personal computer terwijl ik er op dit moment gebruik van maak om deze scriptie te typen, helemaal als je bedenkt dat ik gemiddeld tien uur per dag achter datzelfde apparaat zit te werken. Ten slotte is het dankzij de personal computer dat we onze menig kunnen overdragen aan anderen, bewaren voor volgende generaties en kunnen communiceren met kennissen aan de andere kant van de wereld, die we misschien nog nooit in het echt ontmoet hebben. Die voordelen moeten we absoluut behouden, maar dan zonder de gebreken en onhandigheden die er aan die voordelen verbonden zitten. Op dit moment zitten we in de tweede generatie computers. De eerste generatie was het tijdperk van de Apple II en de IBM PC die ik in het vorige hoofdstuk beschreef. Dat waren de eerste computers die klein en relatief goedkoop, zodat de gemiddelde persoon er gebruik van kon maken. Daarvoor waren computers zo duur en groot dat ze alleen door bedrijven en universiteiten werden gebruikt. De tweede generatie personal computers hadden weinig capaciteit, waren moeilijk onder de knie te krijgen en lastig om te gebruiken. Maar ze stelden hun gebruikers in staat om hun persoonlijke administratie te berekenen, zonder dat ze afhankelijk waren van de agenda van de systeembeheerders binnen hun bedrijf. Langzaam werden de eerste tekstverwerkingsprogramma’s ontwikkeld waarmee gebruikers eenvoudig brieven konden typen. Ook computerspellen werden steeds populairder en er werden computerprogramma’s geschreven voor educatief gebruik. Voor het eerst in de geschiedenis had men zelf controle over de computer. De tweede generatie personal computers werd bepaald door het gebruik van de GUI, de Graphical User Interface. Dat zijn de computers waar we tegenwoordig mee te maken hebben. De eerste computer die succesvol was in deze generatie was de Apple Lisa, gevolgd door de MacIntosh, ook van Apple. Daarna volgde bedrijven als IBM met het besturingsysteem OS/2 en Microsoft met Windows. In deze generatie is “gebruiksgemak” het toverwoord. De GUI moet er voor zorgen dat de complexe machine toch eenvoudig te gebruiken is. Volgens Donald Norman ligt daarin juist het probleem. De personal computer is een complexe machine en om te proberen die complexiteit te verbergen met een GUI is een verkeerde benadering. Het is beter om de complexe machine eenvoudig te maken. 16

Wat is er mis met de GUI?
De Graphical User Interface was een goed idee in de tijd dat de Apple Macintosh uitkwam, maar is tegenwoordig achterhaald. Toen waren computers klein vergeleken bij de huidige standaarden. Het idee was om alles zichtbaar te maken, zodat gebruikers geen lijsten met commando’s meer hoefden te onthouden, maar het hele scala aan beschikbare commando’s, bestanden en mappen voor zich zagen. Daarnaast kon de gebruiker gegevens selecteren, slepen en manipuleren. Deze methode werkt zolang de machines klein en overzichtelijk blijven. Toen ik begin jaren ‘90 voor het eerste met computers in aanraking kwam werkte de GUI echt. De computer had een beperkt geheugen (8Mb), een floppy diskette (met een capaciteit van 720Kb), een harde schijf van 40Mb en geen netwerkaansluiting. Er was weinig ruimte om gegevens permanent op de computer te plaatsen. Dus het idee om alles zichtbaar te maken werkte, simpelweg omdat er niet veel zichtbaar te maken was. Een computer onder de knie krijgen was een kwestie van alle mogelijkheden uitproberen, simpelweg omdat er niet zo veel uit te proberen viel. Tegenwoordig bevatten computers enorme hoeveelheden gegevens. Het besturingsysteem van mijn computer alleen bevat al ruim 14.000 bestanden, verdeeld over 900 mappen. Het grootste gedeelte daarvan zal ik nooit zien, laat staan dat ik weet waarvoor ze dienen. Het idee achter de GUI om alles zichtbaar te maken is onwerkbaar geworden. Het idee werkt als we twintig dingen willen laten zien, maar als we twintigduizend dingen willen laten zien wordt het alleen maar onoverzichtelijker. Het is vreemd om te zien dat hoewel de computer en de bijbehorende apparaten de laatste vijftien jaar enorm zijn veranderd, de manier waarop we ze gebruiken hetzelfde is gebleven. De ontwikkeling van het Internet heeft het computergebruik een enorme boost gegeven en daarmee een enorme hoeveelheid beschikbare informatie. Maar het is dus ook makkelijker om de weg kwijt te raken in al die informatie. Volgens Norman is het beter om opnieuw te beginnen. Het voorbeeld wat hij daarbij noemt is dat van de Apple MacIntosh. Deze computer was klein en eenvoudig, misschien wel te klein. Er was geen kleurenscherm, alleen zwart/wit. En bovendien was de machine erg traag. Er was geen harddisk om gegevens op te slaan, alleen floppydisks. Dus had je stapels floppydisks waar al je bestanden op stonden. Als je de floppydisks niet voorzag van een label en er voor zorgde dat de beschrijving up to date bleef kon je niks meer terug vinden. Er waren geen grote opslagmedia zoals CDRoms, DVD’s en MemoryCards. Maar de Apple MacIntosh was wel degelijk eenvoudig te gebruiken. Je hoefde echt geen handleiding te lezen om de computer onder de knie te krijgen. Dat is de manier om een computer te gebruiken, intuïtief en eenvoudig.

Figuur 10 Apple MacIntosh

17

Post-WIMP In tegenstelling tot de voorspelbare vooruitgang van computerhardware, beschreven door de wet van Moore, is de geschiedenis van de GUI er een van lange periodes van rust en korte momenten van verandering. Volgens Andries van Dam14, Professor Computertechniek aan de Brown University, zijn er momenteel vier generaties computerinterfaces te beschrijven. De eerste was nauwelijks een interface te noemen. Met ponskaarten als invoer en lange stroken papier als uitvoer behoorden tot de eerste generatie. De tweede periode begon in de jaren ’60 en duurde tot de jaren ’80. Dit was het tijdperk van de op tekst gebaseerde interfaces, die zelfs nog op de eerste succesvolle personal computers gebruikt werden. Interfaces als DOS en UNIX waren veelgebruikte tweede generatie interfaces, gebaseerd op commando’s. In 1970 zagen de eerste interfaces van de derde generatie het levenslicht. Deze noemen we tegenwoordig de WIMP-interfaces. Van Dam stelt in zijn essay Post_WIMP User Interfaces dat de huidige generatie interfaces toe is aan vervanging is. De capaciteiten van de pc’s en andere apparaten van nu vereisen een nieuwe manier van omgaan met user interfaces. De UI’s, zoals hij PostWIMP-interfaces noemt, gebruiken geen menu’s, formulieren of knoppen, maar eerder handgebaren en gesproken commando’s. Een UI zou om te beginnen ten minste één interactietechniek moeten bevatten die niet gebaseerd is op platte 2-dimensionale vlakken zoals menu’s en iconen. Uiteindelijk zullen alle zintuigen aangesproken worden, volzinnen worden geïnterpreteerd als commando’s en meerdere gebruikers gelijkertijd met de interface kunnen werken.

Waarom je eigenlijk helemaal geen computer wilt gebruiken
In haar thesis15 voor haar promotie aan de TU Eindhoven stelt Elke den Ouden dat de helft van alle apparaten die terug naar de winkel worden gebracht geretourneerd worden omdat ze te complex zijn voor de gebruiker. Gebruikers denken dat het apparaat defect is, omdat zij niet begrijpen hoe het werkt. Hoewel dit vooral veroorzaakt wordt door een verkeerd ontwerp, vinden fabrikanten de terug gebrachte producten vooral lastig. Den Ouden vindt dat fabrikanten deze cijfers juist ter harte moeten nemen en meer tijd moeten besteden aan het ontwerp en testen van hun apparaten. De laatste jaren is er een stortvloed aan nieuwe elektronische apparaten op de markt gekomen, van MP3-spelers tot homecinemasets. Volgens Den Ouden hebben gebruikers erg veel moeite met de installatie en het gebruik van deze nieuwe gadgets. De Amerikaanse consument besteed gemiddeld 20 minuten om een apparaat werkend te krijgen, voor hij het opgeeft. Dat is een van de uitkomsten van het onderzoek van Den Ouden, die ook Managing Consultant is van de Product Innovation-groep van Philips Applied Technologies. Als test gaf zij nieuwe producten aan een groep managers van Philips. Zij vroeg hen de apparaten gedurende een weekend te gebruiken. De proefkonijnen kwamen maandagochtend gefrustreerd weer op het werk. Zij waren er niet in geslaagd om de apparaten goed te laten werken. Volgens Den Ouden zitten de meeste fouten al in de eerste fase van de ontwikkeling van een nieuw product, namelijk in de beschrijving van het product.

Post-WIMP User Interfaces, Andries van Dam, Communications of the ACM, Vol. 40, Februari 1997 Developments of a Design Analysis Model for Consumer Complaints: Revealing a New Class Quality Failures, Elke den Ouden, Technische Universiteit Eindhoven, 2006
15

14

18

De complexiteit van een computer is natuurlijk vele malen groter dan die van een MP3speler. De taken die de MP3-speler moet uitvoeren zijn nog op één hand te tellen, bij de computer kunnen zij bijna niet eens allemaal worden genoemd, laat staan dat de computer voor al die taken door één persoon wordt gebruikt. Maar willen we die computer eigenlijk wel gebruiken? Willen we een tekstverwerkingprogramma of een instant messaging programma gebruiken? Natuurlijk niet, we willen brieven schrijven en praten met vrienden in het buitenland. Het feit dat je denkt dat je een computer wilt gebruiken is volgens Donald Norman het resultaat van goede reclame en marketing. En daar zit volgens hem nu juist de fout van de fabrikanten. Gebruikers willen niet een computer gebruiken, ze willen iets bereiken. En wat ze willen bereiken is niet het gebruiken van een complex computerprogramma dat meer doet dan je ooit nodig hebt en toch niet precies doet wat je wilt. De technologie die er voor zorgt dat je een brief kunt schrijven zou onzichtbaar moeten zijn, zoals bij een telefoon of een televisie.

De oplossing: Activity-Based Computing?
Softwareapplicaties hebben maar weinig van doen met wat gebruikers willen bereiken. Gebruikers willen niet tekstverwerken, ze willen een brief schrijven, of een boek. Ze willen rapporten schrijven of notities maken voor zichzelf. Ze willen niet hun computer gebruiken om te kunnen tekstverwerken. Ze willen helemaal niet met hun computer werken. Wat ze willen is een tool wat hun in staat stelt om te kunnen schrijven, op een manier die voldoet aan hun eisen. Wanneer je een bedrijfsmemo schrijft heb je andere eisen dan wanneer je een brief schrijft naar een goede vriend. De ene keer wil je tabellen met winstgegevens in de tekst kunnen zetten, de andere keer een foto van die reis die je samen hebt gemaakt. Misschien wil je de brieven die je al eerder schreef bij de hand hebben als referentie, of een kalender om een voorstel voor een eetafspraak te kunnen doen. De applicaties van tegenwoordig hebben veel te veel mogelijkheden die we nooit gebruiken en ontberen functies die we missen. Gebruikers ondernemen activiteiten en de software zou dit moeten ondersteunen. Jakob E. Bardram16, verbonden aan de universiteit van Aarhus in Denemarken noemt dit Activity-Based Computing (ABC). Activity-Based Computing gaat niet uit van een bestand (bijvoorbeeld een tekstdocument) of een applicatie (bijvoorbeeld Microsoft Word) als belangrijkste onderdeel, maar van de activiteit van de gebruiker. De gebruiker kan activiteiten starten, pauzeren, opslaan en weer hervatten op elk moment en op elk apparaat binnen een infrastructuur. Activiteiten kunnen worden overgedragen aan andere personen of door meerdere personen worden gedeeld. Ook wordt het uitvoeren van de activiteiten aangepast aan de context waarin ze worden gedaan. Zo zijn er initiatieven om ontwikkelaars van medische software, eigenschappen van werken in een ziekenhuis, zoals mobiliteit, onderbrekingen en parallelle activiteiten te laten ondersteunen in hun applicaties. Op die manier wordt de software ontwikkeld in de context waarin het gebruikt gaat worden. Het idee van Activity-Based Computing is eenvoudig; zorg er voor dat al het materiaal wat nodig is om een activiteit te voltooien binnen handbereik is, zonder daarbij de gebruiker te overspoelen met functies. Dat materiaal is vervolgens aangepast zodat het past bij de activiteit waarvoor het gebruikt wordt, zonder daarbij andere activiteiten in de weg te zitten. Het moet mogelijk zijn om veranderingen aan te brengen in de keuzes en om snel en eenvoudig te kunnen wisselen tussen activiteiten. Wat niet nodig is voor de activiteit die op dat moment wordt uitgevoerd is verborgen. Zo wordt de gebruiker niet onnodig afgeleid en is er meer ruimte voor zaken die wel belangrijk zijn.
16

From Desktop Task Management to Ubiquitous Activity-Based Computing, Jakob E. Bardram, 2006

19

Het Van Dale Hedendaags Woordenboek omschrijft een activiteit als een toestand waarin veel handelingen worden verricht. Die handelingen kun je zien als een lijst met taken die moeten worden voltooid om de activiteit tot een goed einde te brengen. Activiteiten, taken en handelingen kunnen worden onder gebracht in een hiërarchie. Een activiteit bestaat uit taken die op hun beurt weer uit handelingen bestaan. Taken zijn subdoelen binnen een activiteit. De activiteit ‘email controleren’ bevat bijvoorbeeld de taken ‘nieuwe email lezen’, ‘berichten beantwoorden’ en ‘email doorsturen aan collega’. Handelingen bevinden zich één laag dieper in de hiërarchie en refereren meestal aan commando’s of menu-items die gebruikt moeten worden. Meerdere handelingen vormen dus één taak en meerdere taken worden één activiteit. Het werken aan een activiteit kan een lange tijd duren. Er kunnen meerdere personen bij betrokken zijn. Het is dus vereist dat meerdere personen aan één taak kunnen werken zonder dat de acties van één persoon die van een ander persoon beïnvloeden. Omdat activiteiten over verschillende periodes kunnen worden uitgevoerd is het belangrijk om de activiteit later voort te zetten. Als je onderbroken wordt tijdens het uitvoeren van een activiteit moet je die activiteit later voort kunnen zetten, of dat nu na een uur is of na een maand, op dezelfde manier als je het hebt achter gelaten. In het dagelijkse leven zijn er continue onderbrekingen en het is belangrijk dat je het werk precies zo kunt oppakken als je het hebt achtergelaten. Activity-based Computing is niet de haarlemmerolie die alle problemen rond het gebruik van een computer oplossen. De ‘C’ in ABC staat nog steeds voor Computing en brengt natuurlijk ook veel van de negatieve eigenschappen hiervan mee. Het zou veel beter zijn om Activity-Based Computing te implementeren zonder de ‘C’ van Computing. Het doel is om het apparaat te ontwerpen voor de activiteit. Dit soort apparaten wordt ‘information appliances’ genoemd. Door aparte apparaten voor aparte taken te gebruiken komen sommige eigenschappen vanzelf. Wanneer je onderbroken wordt tijdens het uitvoeren van een activiteit leg je het apparaat aan de kant. Als je verder wilt gaan, pak je het apparaat weer op en hervat je de activiteit. Als we apparaten speciaal voor een activiteit ontwerpen kunnen we maatwerk leveren. Een apparaat om je bankzaken te doen bevat misschien een speciale printer om acceptgiro’s te printen en een beveiligde verbinding naar je bank of je effectenhandelaar. Of we information appliances ooit gaan gebruiken staat buiten kijf. De vraag is wanneer en hoe. In de volgende hoofdstukken zal ik ingaan op hoe ik denk wat we kunnen verwachten.

20

3. De kracht van een goede infrastructuur
Een goede infrastructuur is cruciaal voor het slagen van een nieuwe techniek of apparaat. Als er geen stroom is doet je koelkast het niet, noch je televisie. En als er geen signaal op de kabel binnen komt heb je alsnog alleen maar ruis om naar te kijken. Voordat je een nieuw apparaat op de markt kan brengen moet je dus eerst zorgen dat je een goede infrastructuur hebt om het kunnen laten werken. Belangrijk bij het opzetten van een goede infrastructuur is standaardisatie. In NoordAmerika stelde de overheid een standaard vast voor het uitzenden van FM stereo signalen. Daardoor werden er FM stereo zenders en radio’s gemaakt. De muziekindustrie groeide snel uit tot een enorme markt. Aan de andere kant besloot diezelfde overheid om geen standaard vast te stellen voor het uitzenden van AM signalen in stereo, maar dit aan de markt over te laten. Verschillende standaarden werden getest, maar geen enkele was succesvol. Radiozenders wilden niet beginnen met uitzenden voor er voldoende mensen waren die er naar konden luisteren. Aan de andere kant kocht niemand een AM radio omdat er geen uitzendingen voor gemaakt werden. Dit omgekeerde kip en ei verhaal zorgde ervoor dat bijna alle radio-uitzendingen in de Verenigde Staten in FM stereo zijn, terwijl uitzendingen in AM stereo zeldzaam zijn. In het verleden hebben we de strijd gezien tussen Video 200017 (Philips), Betamax (Sony) en VHS (JVC), waarbij Video 2000 duidelijk technisch superieur was aan zijn twee concurrenten. Toch werd VHS de wereldwijde standaard omdat er veel meer materiaal voor beschikbaar was. Film- en programmamakers hadden weinig vertrouwen in de Betamax-standaard en Video2000 werd al helemaal genegeerd. De superieure beeldkwaliteit van het Video2000-systeem ging verloren in de slechte kwaliteit van vooral de Amerikaanse televisietoestellen die gebruik maakten van het NTSC-formaat voor de weergave van beelden. In 1996 werd DVD geïntroduceerd en stopten veel fabrikanten met het maken van VHS-apparatuur. Ironisch genoeg is er nu een nieuwe strijd gaande tussen Blu-Ray (Sony/Philips) en HD-DVD (JVC/Samsung), die beiden proberen om DVD van zijn troon te stoten. Ook in de computerindustrie is standaardisatie vaak een probleem. Een goed voorbeeld hiervan is de opmaaktaal CSS (Cascading Style Sheets) die gebruikt wordt om webpagina’s vorm te geven. De meeste moderne browsers herkennen CSS en geven de pagina’s weer zoals ze bedoeld zijn. Zelfs zogenaamde screen readers (browsers die webpagina’s voor kunnen lezen aan blinden en slechtzienden) kunnen tegenwoordig met CSS overweg. Maar er zijn ook browsers, zoals Internet Explorer van Microsoft, die de CSS-taal op een hele eigen manier interpreteren en vervolgens de pagina anders weergeven. De standaardisatie van dataprotocollen tussen computers worden uitgegeven door het Institute of Electrical and Electronics Engineers18 (IEEE). Dit instituut werd gevormd in 1963 en bewaakt sindsdien het gebruik van verschillende netwerkprotocollen zoals Ethernet (IEEE 802.3) en Wi-Fi (IEEE 802.11) en andere veelgebruikte dataprotocollen zoals TCP/IP, UDP en NetBUI. De standaardisatie van het TCP/IP protocol heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het Internet kon ontstaan. Doordat de interpretatie van het protocol door alle apparaten die er aan verbonden zijn hetzelfde is, maakt het niet uit of je het Internet gebruikt via je PC, Mac, TV of mobiele telefoon. Ook je besturingssysteem maakt geen verschil, zolang het maar de juiste ‘taal’ kan verstaan en spreken.
17 18

Video 2000, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Video_2000 IEEE, http://www.ieee.org/web/aboutus/home/index.html

21

Dat is ook de filosofie van de programmeertaal Java19. Toen deze taal ontwikkeld werd door het dochterbedrijf First Person van Sun Microsystems, was het belangrijkste uitgangspunt dat de taal platformonafhankelijk moest worden. Dat hield in dat Java zowel op PC, Mac, televisie of koelkast moest kunnen werken. Maar met de opkomst van het Internet bedachten de ontwikkelaars van Java dat de taal ook voor het wereldwijde web geschikt zou moeten worden. Deze voorbeelden geven het belang van een goede infrastructuur aan voor het slagen van een technologie. Mensen vinden infrastructuren niet interessant, ze denken er pas aan als het echt nodig is en dan is het meestal al te laat. Wanneer een infrastructuur is gerealiseerd is het kostbaar en ingewikkeld om deze te onderhouden. Het is te duur om vergelijkbare infrastructuren naast elkaar te gebruiken. Bedenk maar eens wat er zou gebeuren als onze regering zou besluiten om zowel de huidige netspanning van 230 V en het voltage wat bijvoorbeeld in Amerika gebruikt wordt van 110 V. Niet alleen zouden alle energiecentrales en verdeelstations aangepast moeten worden, ook de infrastructuur in je huis moet worden veranderd. En dan zijn er nog alle kapotte apparaten die alleen geschikt zijn voor 110 V, maar per ongeluk 230 V te verwerken krijgen. Een infrastructuur als het stroomnet is te belangrijk voor onze maatschappij om over te laten aan de grillen van één bedrijf. Het zou onverstandig zijn om één partij te laten bepalen van welke infrastructuur wij gebruik moeten maken. Het bepalen van een standaard voor die infrastructuur is meestal het grootste struikelblok. Ook voor information appliances is het belangrijk dat er goede standaardisatie komt. Misschien wel het belangrijkste daarbij is het afspreken van een open universele standaard voor het uitwisselen van informatie. Als we die standaard wereldwijd overeen kunnen komen wordt de infrastructuur die de information appliances gebruiken om te communiceren minder belangrijk. Denk maar eens aan het voorbeeld van het wereldwijde web. Of je verbinding maakt via een glasvezelkabel, vaste telefoonlijn of via de draadloze verbinding in je telefoon, de standaard waarmee de apparaten met het web communiceren blijft hetzelfde. Elk apparaat gebruikt de verbinding die op dat moment het meest geschikt is. Elk bedrijf kan zelf bepalen via welke infrastructuur haar apparaten het best kunnen communiceren. Wanneer de informatie-uitwisseling eenmaal is gestandaardiseerd maakt de infrastructuur niet meer uit. De uitdaging voor ontwikkelaars van information appliances is om ze simpel en flexibel te maken, met een universele interactie. Deze eigenschappen zorgen er voor dat information appliances kunnen communiceren en informatie uitwisselen wanneer dat nodig is en onopgemerkt blijven wanneer dat gewenst is.

Netwerken
Binnen de computerindustrie bestaan er verschillende infrastructuren om informatie over te verzenden. De benaming van die infrastructuren is gebaseerd op de geografische schaal waarop ze gebruikt worden. Een Wide Area Network20 (WAN) is een computernetwerk verspreid over een groot gebied. Het wordt gebruikt om kleinere netwerken met elkaar te verbinden. Het belangrijkste voorbeeld van een WAN is het Internet. Veel WAN’s zijn eigendom van organisaties en dus niet beschikbaar voor het publiek. Maar Internet Service Providers (ISP) bieden tegen betaling hun WAN aan om consumenten en bedrijven te verbinden. Een WAN maakt meestal gebruik van glasvezelverbindingen.

19 20

Java, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Java WAN, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/WAN

22

Een netwerkvorm die niet zo vaak gebruikt wordt is de MAN21 (Metropolitian Area Network). Een MAN is meestal een universiteitsnetwerk dat meerdere universiteitsgebouwen met elkaar verbindt. Die verbinding loopt vaak via glasvezel. Tegenwoordig worden MAN’s ook draadloos uitgevoerd met een technologie die WiMAX22 (Worldwide Interoperability for Microwave Access) heet. Daarmee kunnen afstanden tot een kilometer draadloos overbrugd worden. In gebouwen wordt gebruik gemaakt van een LAN23 (Local Area Network). Deze kunnen bedraad uitgevoerd zijn (Ethernet) of draadloos (WiFi). Een LAN kan verbindingen maken met andere LAN’s door middel van een WAN of een MAN.

Figuur 11 Huidige standaarden worden gebruikt voor verschillende doeleinden

21 22

MAN, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/MAN WIMAX, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Wimax

23

Een PAN24 is een netwerk wat zich toespitst op de communicatie tussen apparaten rond één persoon. Die apparaten kunnen bijvoorbeeld laptops, telefoons of Personal Digital Assistants (PDA) zijn. Het bereik van een PAN is enkele meters. Een Pan kan gebruikt worden voor communicatie tussen persoonsgebonden apparaten (intrapersonal communication) of voor communicatie met een groter netwerk zoals een LAN (uplink). Één apparaat (master) fungeert dan als knooppunt voor de andere apparaten (slaves). Een PAN kan uitgevoerd worden met draden (USB of FireWire) of draadloos via Bluetooth of infrarood. Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van communicatienetwerken is de HAN (Human Area Network). Dit systeem maakt gebruik van de menselijke huid als geleider voor de communicatie tussen apparaten. Op deze manier kun je muziek luisteren van je mp3speler door je hoofdtelefoon, waarbij de signalen via je huid verstuurd lopen. Deze netwerken worden dus ingezet afhankelijk van de te overbruggen afstand voor de communicatie. Het voordeel daarvan is dat de netwerken in elkaar passen. Meerdere PAN’s passen binnen één LAN, meerdere LAN’s passen binnen één MAN en op dezelfde manier passen meerdere MAN’s binnen een WAN. En misschien dat er in de toekomst wel meerdere WAN’s in één Galaxy Area Network passen. In principe gedraagt elk netwerk zich als knooppunt voor de kleinere netwerken die zich in het bereik van het grote netwerk bevinden. Een PDA met WiFi maakt verbinding met de LAN van een school en gebruikt hiervan de internetverbinding. Hetzelfde geldt voor een laptop die via Bluetooth contact maakt met een mobiele telefoon, die vervolgens via het telefoonnetwerk contact maakt met een bedrijfsnetwerk. Waar een apparaat verbinding mee maakt is afhankelijk van de netwerken die beschikbaar zijn. Wanneer een laptop zich binnen het bereik van een LAN bevindt is het wenselijk dat de verbinding met Internet via het LAN zal lopen en niet via de inbelverbinding van een mobiele telefoon, omdat het LAN een snellere verbinding met het Internet heeft. Mobiele telefoons hebben de mogelijkheid om te wisselen tussen de beschikbare zendmasten. Ze kiezen daarbij voor de snelheid met het beste signaal of met de meeste beschikbare bandbreedte. Wanneer de mobiele telefoon zich bijvoorbeeld in een trein bevindt zal hij gedurende de reis steeds van zendmast wisselen, zonder dat de gebruiker dat merkt. Dit principe wordt roaming25 (zwerven) genoemd. De telefoon zwerft als het ware van verbinding naar verbinding. Ook apparaten die voorzien zijn van WiFi kunnen zwerven. Ze kiezen het beste signaal en schakelen tijdens het bewegen over van het ene punt naar het andere. Ook hier merkt de gebruiker niks van deze veranderingen, hij zal het alleen merken wanneer er geen verbinding beschikbaar is.

Figuur 12 Principe van roaming

23 24 25

LAN, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Local_area_network PAN, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Personal_area_network Roaming, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Roaming

24

Dat is nu precies waar het bij information appliances om gaat, dat de gebruiker niet hoeft na te denken over de techniek. Het maken van verbinding moet gebeuren zonder dat de gebruiker daar opdracht voor hoeft te geven, of moet kiezen welke verbinding hij wil gebruiken. Het moet niet uitmaken of die verbinding via Bluetooth, WiFi of WiMAX verloopt of dat er via een telefoonverbinding wordt gecommuniceerd. Hetzelfde geldt voor de apparaten waarmee een information appliance communiceert. Als de gebruiker een foto wil afdrukken zoekt het apparaat de dichtstbijzijnde fotoprinter en print de foto. De gebruiker hoeft niet eerst de foto’s op een pc te zetten, geschikt te maken om te printen, een printer in te stellen en vervolgens de printopdracht te geven. Een term die daarbij vaak gebruikt wordt is de seamlessness26 van een nieuwe technologie. Seamless betekent naadloos en daarmee wordt bedoeld of een nieuwe technologie eenvoudig te implementeren en te gebruiken is. Hoewel de meerderheid van de ontwikkelaars op dit gebied ervoor pleiten dat de technieken naadloos op elkaar aan moeten sluiten om de gebruiker een vertrouwd gevoel te geven, gaan er ook stemmen op die beweren dat je de gebruiker wel degelijk moet laten merken waar de ene techniek ophoudt en de andere begint. Als voorbeeld wordt vaak het wisselen van zendmast tijdens een telefoongesprek. Als je merkt dat je even minder bereik hebt wordt je bewust van de werking van het apparaat wat je gebruikt. Er is iets voor te zeggen om de naden tussen verschillende apparaten en infrastructuren zichtbaar te maken voor de gebruiker. Bij de acceptatie van nieuwe technieken wordt het voor de gebruiker steeds moeilijker om te doorgronden hoe iets werkt en vooral waarom iets niet werkt. Als een nieuwe techniek wordt gepresenteerd als een magische beleving waar alles vanzelf gebeurt, is dat meestal moeilijk waar te maken. De gebruiker gaat er van uit dat alles altijd werkt en raakt juist gefrustreerd als dat niet zo is. Wanneer je de gebruiker inzicht geeft in de werking van een apparaat of techniek kan er een verband worden gelegd tussen eventuele problemen en het ontbreken van bijvoorbeeld de juiste infrastructuur of input. De trend van het maskeren van de werking van een apparaat is juist bij de personal computer erg ver doorgevoerd. Mooie plaatjes en geluiden maskeren het systeem en maken het voor de gebruiker moeilijker te accepteren wanneer het apparaat niet doet wat zij vragen, of erger nog, helemaal niks doet. Om de technologie eenvoudig te laten implementeren is het niet alleen belangrijk dat er een duidelijke standaard komt waar fabrikanten zich aan willen en kunnen houden, maar ook dat de werking van die standaard voor consumenten eenvoudig te begrijpen is.

Communicatie
IPv6 Maar hoe ontwikkel je een dergelijke standaard? Belangrijk is om te kijken naar welke techniek er tegenwoordig ontwikkeld en gebruikt worden. TCP/IP is het protocol wat gebruikt wordt om de koppeling tussen het Internet en andere communicatienetwerken voor computers mogelijk te maken. WAN, MAN en LAN zijn bijvoorbeeld gebaseerd op TCP/IP. Helaas is de techniek van TCP/IP niet berekend op de hoeveelheid aansluitingen die inmiddels vereist zijn. Hoewel de huidige versie van TCP/IP, versie 4 ongeveer 4 miljard adressen kan aanbieden, is er sinds kort een nieuwe versie beschikbaar. Versie 6 of IPv627 wordt steeds populairder en kan een vrijwel onbeperkt aantal adressen uitgeven. TCP/IP is vooral geschikt voor communicatie over grote afstanden (wereldwijd) en voor communicatie tussen knooppunten in een netwerk, dus minder voor de communicatie tussen persoonlijke apparaten.

26 27

Seamlessness, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Seamlessness IPv6, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/IPv6

25

Bluetooth Een techniek die vooral voor lokale communicatie erg geschikt is voor de communicatie tussen de information appliances is natuurlijk Bluetooth28, wat veel gebruikt wordt in mobiele telefoons en handhelds. Deze communicatie is kosteloos en met een bereik van 10 tot 100 meter erg geschikt voor locale datacommunicatie. Een Bluetooth-apparaat kan met maximaal 8 andere Bluetooth-apparaten in verbinding staan, zodat binnen een straal van 10 meter 127 Bluetooth-apparaten een netwerk kunnen vormen. Het Bluetoothprotocol bevat authenticatie en encryptie methodes. Die authenticatie maakt gebruikt van een geheime sleutel die op beide apparaten aanwezig moet zijn. Wanneer de verbinding is gemaakt kan de data die verzonden wordt worden versleuteld (encrypted). Het nadeel van Bluetooth is echter dat het in verhouding vrij veel accucapaciteit vereist, wat weer minder geschikt is bij kleine apparaten. Wireless USB Wireless USB29 (WUSB) is een de draadloze versie van het succesvolle USB-protocol en bedoeld om de kabels tussen de verschillende apparaten te vervangen. De beveiliging en snelheid van de standaard USB-technologie, gecombineerd met het gemak van een draadloze verbinding. WUSB biedt een bandbreedte van 480 Mbit/s over een afstand van 3 meter en 110 Mbit/s over een afstand van 10 meter. Net als bij Bluetooth kunnen er 127 apparaten tegelijkertijd verbinding met elkaar hebben. Maar de snelheid van WUSB is ruim 200 keer zo groot als die van Bluetooth, wat het protocol geschikter maakt voor het verzenden van grote hoeveelheden data zoals foto’s of video. UWB Ultra Wideband30 (UWB) is een nieuwe draadloze technologie, waarmee een grote hoeveelheid gegevens bij een hoge snelheid kan worden verzonden. Dit is mogelijk door de gegevenspakketjes over een brede frequentieband te verspreiden, waardoor ze parallel kunnen worden verzonden. Daardoor zijn gegevenssnelheden tot 1 GB per seconde over een afstand van 10 meter mogelijk. Toepassingen van UWB zijn divers. UWB heeft minder last van obstakels en tussenmuren, dan bestaande draadloze netwerken zoals Wi-Fi en Bluetooth. Consumententoepassingen zijn er bijvoorbeeld op het gebied van home entertainmentsystemen (afspelen van streaming video, koppeling van camcorders met tv's, toepassingen van HDTV). Een andere categorie toepassingen zijn meetinstrumenten waarmee zeer precieze afstandsmeting mogelijk zijn. Denk hierbij aan collisiondetecting, systemen in auto’s die botsingen kunnen voorspellen, of het opsporen van mensen en objecten. Omdat UWB niet gehinderd wordt door muren en obstakels kan het worden gebruikt in rampgebieden (voor de opsporing van slachtoffers die onder het puin liggen) of door opsporingsdiensten (opsporen van mensensmokkel in bijvoorbeeld containers). Met UWB-apparaten kan zowel afstand als positie nauwkeurig worden gemeten. In de medische wereld zou het bijvoorbeeld kunnen worden toegepast in hartbewakingsapparatuur.

28 29 30

Bluetooth, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Bluetooth Wireless USB, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Wireless_USB Ultra Wide Band, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Ultra_wideband

26

Plaatsbepaling
GPS Een aspect wat vaak terugkomt bij experimenten en theorieën over information applications is plaatsbepaling. We zijn inmiddels volledig gewend aan het feit dat we onze route bepalen op basis van satellietgegevens. GPS31 (Global Positioning System) bepaalt een locatie op basis van satellieten die op dat moment boven de aarde zweven. Hierdoor kunnen niet alleen de lengte -en de breedtegraad bepaald worden, maar ook de hoogte van de GPS-ontvanger. Met behulp van het dopplereffect is het zelfs mogelijk om snelheden te meten. Het nadeel van GPS is echter dat het een line-of-sight technologie is. Dat houdt in dat er geen visuele barrières mogen zijn tussen de satellieten en de ontvanger. Daarom is het GPS-systeem niet geschikt voor gebruik in gebouwen. GSM localisation Een alternatief voor GPS is het GSM localisation32, waar de afstand van een gsm telefoon tot de zendmast wordt berekend. Met behulp van een multilateratie kan de positie tot op 50 m nauwkeurig worden bepaald door de tijd te berekenen die een signaal nodig heeft om naar een zendmast te reizen. Het verschil in tijden ten opzichte van de signalen die naar twee andere zendmasten zijn gestuurd. Op die manier kan de positie tussen die drie punten berekend worden. Deze techniek is helaas niet erg nauwkeurig, maar het voordeel is wel dat er geen extra infrastructuur voor nodig is. Access points Een nieuwe manier van plaatbepaling is door gebruik te maken van zogenaamde access points. Dat zijn punten waar een draadloze netwerkverbinding beschikbaar is. Deze signalen gaan dwars door gebouwen heen. Door de afstand tussen meerdere access points te meten kan de positie van de ontvanger worden bepaald. Het open-source initiatief Herecast maakt gebruik van een door gebruikers gevulde database van accesspoints om de locatie te bepalen. Zo kunnen bedrijven en scholen hun bezoekers een interactieve kaart van hun complex bieden en bijvoorbeeld waarschuwen wanneer ze bij de collegezaal arriveren.

Identificatie
RFID RFID-tags zijn kleine chips die een code uitzenden op het moment dat een lezer ze via radiogolven van stroom voorziet. Die unieke code verteld de lezer welke chip hij scant en vervolgens kan deze code in een database gekoppeld worden aan bijvoorbeeld een product. RFID33 (Radio Frequency Identification) is een techniek die al tientallen jaren bestaat, maar pas sinds enkele jaren een revolutie heeft ontketend. De belangrijkste oorzaak daarvan zijn de kosten. In 2004 zakten de productiekosten per RFID-tag beneden de 50 cent en verwacht wordt dat dit de komende jaren zelfs tot onder de 5 cent zal zakken. Rond die prijs wordt het economisch interessant voor een bedrijf om op al hun producten een RFID-tag te plakken, zodat elke tandenborstel of fles cola gedurende de gehele logistieke reis (en daarna) gevolgd kan worden.
Figuur 13 RFID-tag
31 32 33

GPS, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/GPS GSM localisation, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/GSM_localization RFID, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/RFID

27

Tegenstanders van RFID vinden het een schending van de privacy, omdat bedrijven de tags tot op 100 meter ongemerkt uit kunnen lezen. Hoewel de bedrijven stellen dat ze alleen de codes van de tags uit kunnen lezen en geen persoonlijke gegevens kan een combinatie van codes natuurlijk ook specifiek voor een persoon zijn. RFID wil graag overal zijn en overal deel van uit maken. Dit vooruitzicht wordt ook wel eens het Internet der Dingen genoemd. Een wereldwijd netwerk van objecten die met elkaar in verbinding staan en gegevens met elkaar uit kunnen wisselen. Vooral in combinatie met IPv6 wordt het mogelijk om heel de wereld van sensoren te voorzien die onderling kunnen communiceren en hun data aan de wereld aanbied. Speaker recognition Een techniek die al jaren tot de verbeelding spreekt, maar nog nooit echt goed van de grond is gekomen is Voice recognition. Het herkennen van de menselijke stem is een van de moeilijkste dingen die op software gebied bestaan, vanwege de grote hoeveelheid variabelen die herkend moeten worden. Voice recognition wordt nu vooral gebruikt in experimentele interfaces, waar het herkennen van een commando genoeg is. Maar als we aan de hand van een stem willen weten wie een persoon is wordt het nog veel lastiger. Deze techniek wordt Speaker recognition34 genoemd en is zo moeilijk om dat er veel factoren zijn die het succes van de herkenning bepalen. Niet alleen de fysieke eigenschappen, zoals de grote van de mond, van een persoon zijn van belang, maar ook de manier waarop een persoon spreekt, de toonhoogte en de spreekstijl. Omdat die ook per situatie kunnen verschillen (gehaast, moe, verkouden) is het erg moeilijk om de zogenaamde voiceprint van een persoon te vergelijken met de voiceprints die bekend zijn. Dat maakt deze techniek ook gelijk tot een hele veilige, omdat het vrijwel onmogelijk is om al deze factoren perfect te simuleren. Simpelweg het opnemen iemands stem lijkt eenvoudig, maar een opname verschilt enorm van iemands echte stem. Footfall recognition Een andere techniek die moeilijk voor de gek te houden is, is het herkennen van de manier waarop iemand loopt, ook wel Footfall recognition35 genoemd. Iedereen heeft een eigen manier van lopen, die door sensoren in de vloer herkend kan worden. Niet alleen kan op deze manier gekeken worden wie een persoon is, maar ook of hij gehaast is in het geval van bijvoorbeeld een noodsituatie. Of als hij zich niet goed voelt en wankelt of misschien zelfs valt.

Interface
Gesture based interface Het meest herkenbare voorbeeld van een gesture based interface is waarschijnlijk het scherm dat acteur Tom Cruise gebruikt in de film Minority Report om aan informatie te komen. Hoewel de scriptschrijvers hier nog betrekkelijk conservatief zijn gebleven is het idee om zonder hulpmiddelen te interacteren met een scherm iets wat voor veel mensen tot de verbeelding spreekt. In de film maakt Cruise gebruik van handschoen, voorzien van een lichtpunt. Dat punt wordt geregistreerd door het scherm en vertaald naar commando’s. Tegenwoordig zijn er verschillende prototypes beschikbaar die gebruik maken van een multifinger gestural interface, een variant die meerdere vingers op een scherm kan registreren en commando’s als inzoomen, aanraken en verplaatsen kan herkennen. De handgebaren zijn nog erg primitief en voor dezelfde commando’s worden nog verschillende gebaren gebruikt, er is wederom geen standaard. Het ene prototype werkt dus anders dan het andere, wat voor de gebruiker een hoge leercurve betekent.
34 35

Speaker recognition, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Speaker_recognition The Smart Carpet, Robert J. Orr, http://www-static.cc.gatech.edu/fce/smartfloor/gvuseed.htm

28

Onderzoekers van Microsoft zijn bezig met een variant, genaamd Touchlight, die zonder aanraking werkt. Twee infraroodcamera’s filmen door een halftransparant scherm de handgebaren van de gebruiker. Op de achterkant van dat scherm wordt de interface geprojecteerd. Omdat de camera’s gebruik maken van infrarood licht om de positie en vorm van de handen te bepalen conflicteert dit niet met het zichtbare licht van de projector. Als projectiescherm wordt gebruik gemaakt van een DNP HoloScreen, een plexiglasplaat voorzien van een laag die alleen lichtstralen tegenhoudt die in een hoek van tussen de 30 en 35 graden worden geprojecteerd. Door de infraroodbronnen en de camera’s in andere hoek te richten hebben deze vrije doorgang, terwijl de interface netjes op het scherm wordt geprojecteerd.

Figuur 14 Schematische voorstelling van Touchlight

Hoewel dit al een enorme ontwikkeling is op het gebied van gestrual interfaces is het nog steeds erg moeilijk om nauwkeurige gebaren te herkennen. Het systeem moet vaak “wennen” aan de specifieke gebaren van een gebruiker. Het grote voordeel van dit soort interfaces is natuurlijk de vrijheid van bewegen en het feit dat een gebruiker geen handschoenen of dergelijk aan hoeft te trekken om met het systeem te kunnen werken. Voice recognition Terwijl gesproken commando’s vooral iets van science fiction lijken te zijn, worden er al sinds mensenheugenis verhalen verteld over grotten die open gaan met de woorden “Sesam open U”, spiegels waar vragen aan gesteld worden en die nog antwoord geven ook. Het is dan ook helemaal niet verwonderlijk dat onderzoekers moderne varianten van deze verhalen mogelijk proberen te maken door middel van techniek. Zoals gezegd is het herkennen van een persoon aan de hand van zijn stem erg moeilijk. Het is echter een stuk eenvoudiger om een gesproken commando te herkennen als het niet van belang is wie de persoon is die het commando geeft. Vaak gaat hiervoor een soort trainingsprocedure aan vooraf, waarbij de software gekalibreerd wordt op de unieke kenmerken van de stem van de persoon. Dat is natuurlijk een groot nadeel van een systeem wat het leven er eenvoudiger op moet maken.

Software
Agents Een software agent36 is eigenlijk een stuk code wat op basis van een logisch model taken uitvoert voor een gebruiker. In principe kan een agent zichzelf inschakelen wanneer hij dat nodig acht en taken uitvoeren zonder tussenkomst van de gebruiker. Voorbeelden van taken die een agent uit kan voeren is de goedkoopste aanbieder van een nieuw telefoonabonnement uitzoeken op basis van de belgegevens van de gebruiker en vervolgens een abonnement afsluiten. Maar ook voor het simuleren van grote mensenmassa’s wordt gebruik gemaakt van agents. Een agent beschrijft dus eigenlijk een complex stukje software wat gebruik maakt van kunstmatige intelligentie en een set van regels om zijn taken autonoom uit te kunnen voeren.

36

Software agents, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Software_agent

29

Het gebruik van agents is gebaseerd op het vertrouwen dat een agent heeft. In principe kan de agent zijn gang en gaan en op die manier veel werk van de gebruiker uit handen nemen. Met het oog op de enorme toename van informatievoorzieningen kan er dus een grote rol liggen voor agents die dergelijke informatie kunnen rangschikken en filteren voor een gebruiker. Maar voor de gebruiker zal het zeker in het begin erg belangrijk zijn om een zekere mate van controle te houden totdat er volledig vertrouwen is. Spontaneous networks Spontaneous networks of spontane netwerken ontstaan zonder de hiërarchische eigenschappen van bijvoorbeeld een LAN. Het zijn netwerken die ontstaan omdat twee of meer apparaten zich in elkaar nabijheid bevinden en de mogelijkheid hebben om contact te maken. Via protocollen als Ethernet of WiFi kunnen deze apparaten met elkaar communiceren, ondersteunt door een aantal technieken die er voor zorgen dat er een direct te gebruiken IP-gebaseerd netwerk ontstaat, zonder dat daar servers voor ingesteld hoeven te worden. Er zijn meerdere initiatieven die deze technieken aanbieden. Het open-source project ZeroConf37, Bonjour38 van Apple en UPnP39 van Microsoft zijn alle drie voorbeelden van dergelijke systemen en voornamelijk bedoeld voor twee taken. Ten eerste het overdragen van bestanden tussen twee apparaten en ten tweede het vinden van apparaten binnen een spontaan netwerk. Die laatste is erg handig bij het configureren van nieuwe apparaten, zonder ze eerst handmatig in te moeten stellen om er verbinding mee te kunnen maken. Een kwestie van een printer aansluiten en hij is te vinden. Sinds kort zijn er ook plannen om deze technieken te standaardiseren Helaas worden dit soort standaarden in eerste instantie genegeerd door de grote bedrijven, omdat zij vaak hun eigen oplossingen hebben en deze niet buiten spel willen zetten. Alleen Novell werkt mee aan een dergelijke standaard. Wanneer deze door alle soft- en hardware fabrikanten ondersteund zou worden zou in theorie elk apparaat met elk apparaat contact moeten kunnen maken, zonder dat de gebruiker door eerst iets voor moeten instellen. Dat zou vooral voor information appliances een enorme vooruitgang zijn, aangezien die vrijwel overal op elk moment contact zouden moeten kunnen maken met ander systemen. Het zal helaas nog wel even duren voor de grote spelers daarvan overtuigd zijn. XML Spontane netwerken die communicatie mogelijk maken tussen apparaten zijn natuurlijk nutteloos wanneer er niets te communiceren valt, of wanneer de apparaten elkaar niet begrijpen. Naast een standaard in verbindingen moet er ook een standaard komen in de informatie die uitgewisseld wordt. Een goede kandidaat daarvoor is XML40, een taal die zowel door mensen als door machines te lezen is en tegenwoordig al veelvuldig op het Internet gebruikt wordt. De zogenaamde feeds die worden aangeboden door nieuwssites als nu.nl of yahoo.com zijn gebaseerd op XML. Die feeds zijn kale stukken code die door andere sites weer van een vormgeving kunnen worden voorzien. De inhoud en structuur blijven hetzelfde, alleen de manier waarop het gepresenteerd wordt is verschillende. Het is zelfs mogelijk om XML aan te bieden via een telefooncentrale, zodat gebruikers dezelfde informatie kunnen beluisteren als op de website van een bedrijf is te lezen.

37 38 39 40

ZeroConf, Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/ZeroConf Bonjour: Networking Simplified, http://www.apple.com/macosx/features/bonjour/ UPnP Forum, http://www.upnp.org/ XML, Wikipedia, http://nl.wikipedia.org/wiki/XML

30

Toch zijn er nog veel voorbeelden waarin XML uitermate geschikt zou zijn als datastructuur, maar nog steeds vastgehouden wordt aan bedrijfsstandaarden. De gegevens die elke digitale camera registreert wanneer er een foto wordt gemaakt worden opgeslagen in het zogenaamde EXIF-formaat. Hierin staan niet alleen de datum en tijd wanneer de foto gemaakt is, maar ook wel sluitertijd er gebruikt is en of er wel of niet geflitst is. Tegenwoordig zijn er zelfs camera’s op de markt met een GPS-reciever, zodat je ook de precieze plaats kunt opslaan waar een foto gemaakt is. Een ander voorbeeld is de gegevens die bij worden gehouden van een MP3-muziek bestand. In de ID3-tag staat informatie over de artiest, het album, lengte van het nummer en vaak zelfs de teksten en niet in het open en eenvoudig leesbare XMLformaat. De reden hiervoor is waarschijnlijk een kwestie van patenten, maar wat de reden ook is, hij weegt niet op tegen het gemak waarmee deze informatie is te gebruiken wanneer deze in het XML-formaat gegeven zou zijn. TinyOS TinyOS41 is een open-source operating system ontworpen voor draadloze sensornetwerken. Het is ontwikkeld door de Universiteit van Berkley (Californië, VS). Het neemt weinig geheugenruimte in beslag, zodat het geschikt is voor kleine embedded apparaten, en het is eenvoudig uit te breiden met nieuwe componenten. Het OS bevat netwerkprotocollen om draadloos te communiceren, drivers voor sensoren en functies om data op te halen. Door sensoren te voorzien van een draadloze verbinding, net krachtig genoeg om de data verzenden naar de dichtstbijzijnde sensor en TinyOS kunnen enorme autonome sensornetwerken worden uigezet die zelfstandig allerlei soort informatie kunnen verzamelen en verzenden. Op Great Duck Island, voor de kust van Maine(VS) werd een netwerk van honderden sensoren, ook wel motes genoemd, geplaatst om de vogelpopulatie te bestuderen. Motes zijn RFid-chips, voorzien van een sensor. Jarenlang hield het netwerk het leef- en broed gedrag van de vogels bij. Die data was vervolgens via Internet te bekijken. Op deze manier konden de vogels bestudeerd worden zonder hun natuurlijke leefomgeving aan te tasten. Het is volgens mij slechts een kwestie van tijd voor de prijs van dit soort netwerken zo laag is dat ze overal geïmplementeerd worden. De mogelijkheden van een dergelijk alziend en alwetend netwerk zijn natuurlijk eindeloos, maar brengen ook veel privacy- en veiligheidsvraagstukken met zich mee.

Wat kunnen we met deze technieken?
Wat leveren al die nieuwe technieken ons nu uiteindelijk op en wat betekenen ze voor de manier waarop we information appliances gaan gebruiken? Allereerst schept het afspreken van standaarden de mogelijkheid voor fabrikanten om hun producten op de markt te brengen met de wetenschap dat ze te gebruiken zijn in combinatie met de andere apparaten en diensten die ontwikkeld worden op het gebied van ubiquitous computing. Zoals we in het voorbeeld van de FM- en AM-radio in Amerika hebben gezien is het van groot belang dat er een standaard wordt afgesproken waarmee fabrikanten aan de slag kunnen. Een standaard geeft het vertrouwen dat de gebruikte techniek door meerdere partijen ondersteund en ontwikkeld zal worden. Toch lopen fabrikanten een zeker risico als ze de keuze maken voor een gebruikte techniek.

41

What is TinyOS?, http://www.tinyos.net/

31

Een tweede belangrijk punt zijn de productiekosten van de hardware. Zoals we bij RFid hebben gezien wordt een bepaalde technologie pas interessant als de kosten om een unit te maken onder een bepaalde grens komen. Zeker met het oog op de schaal waarin deze technologieën potentieel gebruikt kunnen worden is dat een belangrijke voorwaarde voor de inzet ervan. Wanneer de trend doorzet dat kleine, relatief goedkope apparaten die samen een netwerk vormen door blijft zetten wordt de prijs per unit belangrijk. Het wordt dan interessanter om honderden kleinere sensoren in een gebied te plaatsen, dan een satelliet het gebied in de gaten te laten houden. Of een groep van kleine robots samen te laten werken om een taak uit te voeren die normaal door een mens zouden worden gedaan. Een derde, maar zeker niet onbelangrijke eigenschap van de genoemde technologieën is de openheid ervan. We zagen natuurlijk al langer dat bedrijven samen werkten om bepaalde technologieën te ontwikkelen, zeker bij technologieën waarbij de ene fabrikant de apparaten levert en de andere fabrikant de benodigde media of accessoires. Maar doordat steeds meer bedrijven hun onderzoeken openbaar maken en andere partijen uitnodigen om met hun systemen aan de slag te gaan ontstaat er een heel nieuw ontwikkelklimaat. Kijk maar eens naar de verschillende development kits die voor RFid, TinyOs of andere technologieën beschikbaar zijn. Vooral softwarefabrikanten zijn hier heel ver in. Door de opbloeiende hackers-cultuur worden in schuurtjes en zolderkamertjes ontdekkingen gedaan waar bedrijven nog nooit aan gedacht hebben of niet aandurfden om te onderzoeken vanwege budgetten of de gevoeligheid van het onderwerp bij de consument. Vooral kunstenaars en non-profitorganisaties hebben op dit gebied een grote rol. Zij zijn de pioniers die de technologieën tot het uiterste testen, vaak op manieren waar de ontwikkelaars ervan nooit van durfden te dromen. Esther Polak en Jeroen Kee ontwikkelden samen met de Waag Society het project Amsterdam Realtime42. Voor de tentoonstelling Kaarten van Amsterdam 1866-2000 bedachten ze een manier om met GPS de mentale map die mensen uit Amsterdam in hun hoofd hebben visueel te maken. Deelnemers werden voorzien van een PDA met een GPS-ontvanger. Hun positie werd realtime verzonden door middel van de GPRS-telefoon in de PDA. Op deze manier ontstonden ‘echte’ kaarten, niet bestaande uit huizenblokken en wegen, maar routes die door echte mensen gebruikt werden. De deelnemers verasten zelfs de makers door het project te gebruiken als gereedschap, zoals het tekenen van een duif.

Figuur 15 Duif getekend met GPS

Ik denk dat het erg belangrijk is voor de ontwikkeling, maar vooral de acceptatie van information appliances en andere ubiquitous computing trends, als die openheid van ontwikkeling bewaart en gestimuleerd wordt. Het is niet voor niks dat veel kunstenaarsprojecten gebruik maken van open source software. En veel software die door voor kunstprojecten ontwikkeld is, wordt later openbaar gemaakt, zodat meer mensen er gebruik van kunnen maken.

42

Amsterdam Realtime, http://realtime.waag.org/

32

4. Een blik op de toekomst
Het scenario van een wereld van information appliances is niet iets wat zich in enkele jaren zal voltrekken. In ieder geval zijn er op dit moment nog weinig initiatieven in die richting en ik denk ook niet dat de consument er al klaar voor is. Voordat die consument het belang van information appliances inzien en daarmee beseft dat de pc die ze nu gebruiken daar bij lange niet aan kan voldoen zijn er een aantal dingen die moeten gebeuren. Zoals ik al vertelde in het vorige hoofdstuk is het volgens mij erg belangrijk om een soort standaardisatie binnen deze nieuwe wereld van apparaten te creëren. Alleen op deze manier wordt het voor fabrikanten mogelijk om nieuwe denkbeelden en producten te ontwikkelen en uiteindelijk op de markt te brengen. Natuurlijk heb je altijd een klein groepje early adaptors die meteen op die nieuwe producten afvliegen, maar dat is nu juist wat er bij de pc fout is gegaan. De computerindustrie van nu is te veel gefocust op die groep mensen die meteen nieuwe gadgets en apparaten aanschaffen. De gemiddelde consument heeft er geen belang bij om te weten hoeveel Ghz een processor is. Wat voor hem telt is of de pc krachtig genoeg is voor de taken die hij er mee wil uitvoeren. Die valse importantie die termen als Ghz en Mb hebben gekregen is volkomen onterecht, maar niet door de industrie zelf te doorbreken. De computerindustrie draait steeds sneller en stevent recht af op een enorme oerknal, waarbij de consument die industrie volgens mij volkomen de rug toe zal keren. Vanuit die oerknal kan een nieuwe industrie opbloeien van apparaten die ontworpen zijn voor wat hun gebruikers er mee willen doen en op de manier waarop zij dat willen. We gaan toe naar een industrie waarbij de gebruiker centraal staat. En dan niet de whizzkid die alle nieuwe snufjes moet hebben, maar juist de consument die techniek nu als iets engs en bedreigends ziet. User-centered design is een filosofie waarbij uitgegaan wordt van de persoon die het apparaat of de dienst uiteindelijk gaat gebruiken en in welke context dat hij dat gaat doen. Het doel is een technologie die past bij de taak en niet bij het apparaat. Het is dus belangrijk dat de ontwerper de personen kent die met het apparaat gaan werken en welke taken ze er mee gaan uitvoeren. Volgens Donald Norman begint user-centered design met het bestuderen van en werken met de toekomstige gebruikers. Met het schrijven van een korte handleiding, niet meer dan één pagina. Het houdt in dat je fysieke en virtuele mock-ups gaat maken van het apparaat en die door de doelgroep laat gebruiken. Vraag hen of wat je ontworpen hebt aansluit bij wat zij voor ogen hebben en de taken die zij er mee willen uitvoeren. Na een periode van evaluatie en herontwerp, wordt er een apparaat gemaakt wat aansluit bij de mock-up. Kortom het vraagt een compleet andere manier van ontwerpen dan de huidige, door technologie gedreven, industrie die we nu kennen. Functies en eigenschappen kunnen niet langer toegepast worden, simpelweg omdat het kan. Waar we naar toe moeten is mijn inziens een minimalistische vorm van ontwerpen, zonder extra functies en toepassingen. De gebruikte techniek zou pas later een rol moeten gaan spelen.

33

Vodafone Future Vision
Een goed voorbeeld van die nieuwe manier van ontwerpen is volgens mij de toekomstvisie van Vodafone zoals het bedrijf deze uitgewerkt heeft in de Vodafone Future Vison Website43. Communicator Vodafone gaat uit van een centraal apparaat, de Communicator, wat de verbinding tussen alle input en output apparaten verzorgt en de verbinding met de buitenwereld regelt. De Communicator is aan de ene kant een knooppunt voor andere apparaten en aan de andere kant een softwareagent voor het maken van beslissingen en vergaren van informatie over de gebruiker. De communicatie tussen de Communicator en de overige apparaten geschied via een korteafstandstechniek zoals Bluetooth. Voor de communicatie met de buitenwereld maakt de Communicator gebruik van het mobiele netwerk. Een andere belangrijke functie van de Communicator is dat hij personalisatie van de verschillende beschikbare diensten bied. Het apparaat bevat bijvoorbeeld het mobiele nummer of het emailadres van de gebruiker en afhankelijk van welk ander apparaat de gebruiker kiest voor de input en de output van die dienst worden die gegevens doorgegeven. Ook verzorgt de Communicator de authenticatie voor de verschillende diensten. De Communicator is een context aware software agent. Dat houdt in dat het apparaat op basis van de ingestelde beschikbaarheid van de gebruiker besluit om binnenkomende berichten op te slaan, een voicemail bericht op te nemen. Die beslissing is niet alleen op basis van wat de gebruiker aan het doen is, maar ook afhankelijk van wie de initiatiefnemer is. Als de gebruiker ligt te slapen zal hij bijvoorbeeld wel wakker gebeld willen worden door een familielid, maar niet door een zakelijk contact. De Communicator kan in verschillende uitvoeringen verkregen worden. Als kastje wat je op je lichaam draagt, een armband of misschien wel in de vorm van een sierraad.

Figuur 16 Schematische werking van de Communicator

43

Vodafone Toekomstvisie, http://www.vodafoen.com/

34

Visual Bracelet Het scherm van de Visual Bracelet is van ultralicht, organisch materiaal, voorzien van een plastic laagje, dat er voor zorgt dat het vouwbaar en buigbaar is. Door organisch materiaal te gebruiken is het scherm bij alle soorten belichting goed te lezen, van in het pikdonker tot direct zonlicht en zelfs onder een hoek. Het scherm heeft geen achtergrondverlichting nodig, zodat het efficiënter omgaat met energie. Digital wallpaper Op het muuroppervlak ligt een programeerbare substantie die zijn fysieke en chemische samenstelling aan kan passen op basis van elektronische signalen. Het oppervlak kan verschillende patronen vertonen die van kleur kunnen veranderen of zich gedragen als elektronische verf, steeds veranderend van kleur, transparantie en weerspiegeling. De muur kan zich aanpassen aan het moment van de dag of aan wat de gebruiker aan het doen is. Atmospheric sensor array Minuscule radio frequency (RF) sensors houden omgevingsvariabelen zoals temperatuur, luchtdruk en vochtigheidsgraad in de gaten. Ze zijn verspreid over het hele huis en ook buiten en vormen samen een intelligent sensor netwerk dat niet alleen de klimaatbeheersingapparatuur van een huis aanstuurt, maar ook waarschuwt bij gevaren zoals lekkages, schimmel en zwakheden in de structuur van het huis. Robotic cleaner De stofzuiger is een volautomatische robot. Plaats de robot op de vloer en hij zal je hele appartement zuigen zonder instructies of controle. De robot beweegt zich door de kamer in een spiraalvorm, over laminaat of vloerbedekking. Hij wijkt uit voor muren en andere obstakels. Flexibele ledematen zorgen voor dat hij onder meubilair kan zuigen en zelfs trap kan lopen. Door te communiceren met de Atmospheric sensor array in het huis weet de robot wanneer het nodig is om de keuken op te gaan ruimen of de badkamer droog te maken. Electronic paper Electronic paper is een samensmelting van scheikunde, natuurkunde en elektronica. Het is dun en goedkoop en het kan worden hergebruikt. Vergelijkbaar met de laserprintertechnologie van tegenwoordig kan het papier zichzelf laden met een elektromagnetisch veld en ervoor zorgen dat een soort inkt zich samenvoegt om nieuwe tekst en plaatjes te vormen. Het contrast is vele male hoger dan traditioneel papier en is ook goed leesbaar bij schemering en in direct zonlicht.

35

Virtual billboard Het billboard laat gerichte en gepersonaliseerde content zien, gebaseerd op het publieke profiel van voorbijgangers. De Communicator biedt het publieke profiel aan het bilboard aan en of de gebruiker bereid is dit soort informatie op dit moment te ontvangen. Het billboard zal zich rustig houden wanneer een gebruiker zijn trein moet halen en zal een restaurant in de omgeving aanraden als de gebruiker honger heeft. Speciale richtspeakers zorgen ervoor dat alleen de gebruiker het geluid van het billboard hoort en andere voorbijgangers niet gestoord worden. Location-based system Dit apparaat gebruikt een combinatie van technologieën zoals GPS, network triangulation en persoonsgebonden zenders om, afhankelijk van waar de gebruiker zich bevindt en hoe nauwkeurig de positie berekend moet worden, de plaats te bepalen waar een gebruiker zich bevindt. In combinatie met een snelheidsmeter en een digitaal kompas, ondergebracht in de Communicator kan ook de snelheid en richting waarin een gebruiker zich beweegt worden bepaald. Airplane seat De Airplane seat bied gebruikers een persoonlijk nieuwsoverzicht en toegang tot diensten als e-mail, videoconferencing en Internet. De gebruiker kan gebruik van een touch screen en een opklapbaar toetsenbord. Door speciale luidsprekers wordt het geluid zo gericht dat alleen de gebruiker het kan horen, wat de privacy bevordert en de irritatie bij de overige passagiers verminderd. Human computer interaction Gesproken commando’s, gebaren en lichaamstaal bieden een natuurlijkere en intuïtieve interactie dan traditionele apparaten zoals toetsenbord en muis. Een bewegingssensor volgt de bewegingen van de gebruiker en met kunstmatige intelligentie worden gesproken commando’s, vinger, hand en oog bewegingen vertaalt naar elektronische commando’s. De nieuwe generatie computers zal zich aanpassen aan de handelingen van de gebruiker en niet andersom, zoals nu het geval is. Digital score Een opbouwbaar scherm toont de live video en geluid van de Communicator. De gebruiker ziet aan een digitale notenbalk welke noot hij moet spelen. Digital posters De posters op de muur zijn gemaakt van elektronisch papier. Nieuwe posters kunnen gedownload worden via een abonnement. Video baby guardian De Baby guardian is voorzien van een bewegingssensor, camera en microfoon. Ouders kunnen hun kind in de gaten houden via een van de schermen verbonden aan de Communicator.

36

Head up display Het head up display gebruikt projectieglazen om een persoonlijke, draagbare en handsfree connectie te maken met online informatie en context-aware te communiceren. De combinatie van optische projectie, elektronica en draadloze communicatie zorgen er voor dat gebruikers tekst, beelden en video continu in blikveld hebben. Doorgebruik te maken van lasertechnieken en miniatuurcamera’s kunnen de bewegingen van de pupil worden geregistreerd en omgezet in beweging. Zo wordt het oog een echte optische muis. Sensor braclet Verborgen in de armband zitten sensoren die de fysieke en emotionele toestand van de gebruiker kunnen waarnemen, zoals hartslag, stress en bloeddruk. De Communicator voorziet de armband van informatie over de positie van de gebruiker. Wanneer de gebruiker bijvoorbeeld bewusteloos slaat de armband alarm en geeft de positie van de gebruiker door aan de hulpdiensten. De armband kan ook gebruikt worden om informatie over de gezondheid van de gebruiker door te geven aan een personal coach of familielid. Audio headset De Audio headset is een wireless oordopje, waarmee de gebruiker geluid kan ontvangen via de Communicator. Tevens fungeert dit apparaat als microfoon. Tijdens het praten worden geluidsgolven gegenereerd in het hoofd van de gebruiker. Deze golven kunnen worden opgepikt, omgezet worden naar spraak en verzonden. In combinatie met een externe ruisfilter kunnen zelfs in de meest rumoerigste ruimtes heldere gesprekken worden gevoerd. Exercise bike De Exercise bike bied een scala aan trainingsprogramma’s, aangepast aan de gezondheid en het fitnessprogramma van de gebruiker. De Communicator vertelt de Exercise bike over de gebruiker, zodat deze zich aan kan passen aan de afmetingen van de gebruiker. De gebruiker kan wereldwijd communiceren met andere gebruikers, tegen ze racen of samen oefeningen doen.

Conclusie
Hoewel de ideeën van Vodafone voor de hand liggend zijn ben ik het wel eens met de achterliggende gedachte van één centraal, persoonlijk apparaat dat alle verbindingen voor zijn rekening neemt en ervoor zorgt dat de gegevens van de gebruiker alleen op de juiste momenten aan de juiste personen of apparaten worden aangeboden. Ik denk dat dit centrale apparaat of agent een zekere mate van kunstmatige intelligentie moet bezitten om beslissingen te nemen op basis van de context waarin de gebruiker zich bevindt. Het apparaat zal standaard naar de meeste geschikte verbinding zoeken, in een bedrijf zal het gebruik maken van de aanwezige LAN verbinding, op straat van het mobiele netwerk. Het communiceert met apparaten als horloges en brillen via de huid van de gebruiker en met apparaten die zich verder van de gebruiker bevinden met Bluetooth of WUSB. Ook de mogelijkheid om zelf te kiezen in welke vorm je een apparaat kiest vindt ik bijdragen aan de acceptatie van information appliances. Dat de gebruiker zelf kan bepalen of hij een Communicator-like apparaat in de vorm van een hanger, armband, of als een los apparaat kiest is een mooi voorbeeld van ontwerpen vanuit het oogpunt van de gebruiker. 37

38

Eindconclusie
Dat de computerindustrie zich zelf zal elimineren als ze op deze manier door gaat met het in steeds hoger tempo uitbrengen van nieuwe producten staat voor mij vast. Er komt een punt wanneer de consument besluit dat hij zich geen producten meer laat opdringen, alleen omdat ze technisch beter zijn dan hun voorganger. Usability zal het nieuwe criterium worden waarop de consument zijn keuzes zal maken. Het feit dat de consument steeds meer kennis in handen krijgt en zelf een mening kan vormen zal daar toe bijdragen. Dat is niet alleen een trend die we gaan zien in de computerindustrie, maar die ook op andere punten in onze maatschappij terug zal komen. Ik denk dat de computerfabrikant zoals hij nu bestaat geen toekomst meer heeft. Zij positie zal overgenomen worden door andere branches die zich meer richten op het maken van information appliances en de nadruk leggen op gebruikersgemak. Dat wil niet zeggen dat techniek niet meer belangrijk is, het is alleen niet het belangrijkste. Wat telt is de manier waarop wij die techniek ervaren. De prominente plaats die de personal computer nu heeft zal ingenomen worden door andere apparaten. Apparaten die subtiel omgaan met de enorme hoeveelheid die ze ons kunnen bieden. Het wordt tijd dat we gaan nadenken over hoe wij apparaten kunnen gebruiken in plaats zij ons.

39

40

Bibliografie
1. Bardram, Jakob E.: From Desktop Task Management to Ubiquitous Activity-Based Computing, 2006 2. Dam, Andries, van: Post-WIMP User Interfaces, Communications of the ACM, Vol. 40, februari 1997 3. Hyman, Anthony: Charles Babbage: Pioneer of the Computer, Princeton University Press, 2004 4. Norman, Donald A.: The Invisible Computer, The MIT Press, 1999 5. Ouden, Elke, den: Developments of a Design Analysis Model for Consumer Complaints: Revealing a New Class Quality Failures, Technische Universiteit Eindhoven, 2006

Figuurlijst
1. Originele plannen voor het aandrijven van de rekenassen van de Difference Engine 2, Charles Babbage's Difference Engine No. 2 Technical Description, http://ed-thelen.org/ 2. Een van de transistors gebruikt in de TX-O, Managing the TX-0, http://edthelen.org/ 3. Omvang van de machine in m3, afgezet tegen de rekensnelheid, gemeten in Flops (Floating Point Operations Per Second), eigen figuur 4. Foto van de eerste twee Xerox Alto computers, The Xerox Alto Computer, http://www.guidebookgallery.org/ 5. Het prototype van de Apple I was gemaakt van hout, Apple I, http://en.wikipedia.org/wiki/Apple_I 6. De Apple II voorzien van een plastic behuizing, Apple II Family, http://en.wikipedia.org/wiki/Apple_II 7. Lisa OS 3.1, GUI van de Apple Lisa, Apple Lisa, http://www.1000bit.net/ 8. Screenshot van GNOME Desktop in Redhat 9, GNOME 2.2.0 in RedHat 9, http://www.guidebookgallery.org/ 9. Lijst met kenmerken, Vobis folder 6 juni 2006, www.vobis.nl 10. Apple MacIntosh, Byte, Vol. 8/1984, pag. 241-242 11. Huidige standaarden worden gebruikt voor verschillende doeleinden, eigen figuur 12. Principe van roaming, eigen figuur 13. RFID-tag, RFID: Alguien sabe dónde estuviste, http://blogs.vnunet.fr/mt/mttb.cgi/636 14. Schematische voorstelling van Touchlight, TouchLight: An Imaging Touch Screen and Display for Gesture-Based Interaction, Andrew D. Wilson, pag. 2 15. Duif getekend met GPS, Realtime Amterdam, http://realtime.waag.org/ 16. Schematische werking van de Communicator en overige afbeeldingen, Vodafone Future Vision website, http://www.vodafone.com/

41

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful