You are on page 1of 4

TAZIO SECCHIAROLI/UIT HET BOEK: SOFIA LOREN - KOKEN CON AMORE

DE REPUBLIEK DER LETTEREN | KOOKBOEKEN

54 VRIJ NEDERLAND

KENNERS OVER HUN KOOKBOEKEN

SMAKELIJKE LETTERS

ZE ZIJN JOURNALIST, WETENSCHAPPER, SCHRIJVER OF PROGRAMMAMAKER. VOOR HUN WERK ZIJN ZE DAGELIJKS MET ETEN BEZIG. WAT VOOR KOOK- BOEKEN EN CULINAIRE NASLAGWERKEN HEBBEN ZE ZELF IN DE KAST STAAN? VRIJ NEDERLAND VROEG TIEN KENNERS NAAR HUN FAVORIETEN.

DOOR KLARY KOOPMANS

ALMA HUISKEN ‘GEWOON HET INGREDIËNT LATEN SPREKEN’

Alma Huisken schrijft over koken, reizen en (moes)tuinieren. Eerder dit jaar verscheen haar boek Van het land: verhalen, groene tips en recepten uit haar biologische tuin op het Groninger platteland. Hoeveel kookboeken ze heeft, kan ze moeilijk zeggen. ‘De werkkamer staat in elk geval helemaal vol.’

‘Simpele smaken, daar gaat het om. Als ik in september de kievitsbonen binnenhaal, dan worden ze gecelebreerd: dan eten we al- leen die bonen, met een beetje zout en salie. Gewoon het ingre- diënt laten spre- ken. Dat is de be- nadering die ik ook zoek in kook- boeken. Ik hou erg van het werk van Elizabeth David, Jane Grigson, Rose Gray en Ruth Rogers van het River Cafe, en de Two Fat Ladies Jennifer Paterson en Clarissa Dickson Wright. Auteurs die intensief met het vak bezig zijn en in hun recepten eenvoud be- trachten.’ Huisken woont in Groningen, en het leven op haar boerderij en in haar tuin speelt een grote rol in haar werk. ‘Ik ben altijd op zoek naar boeken die vanuit diezelfde belevingswe- reld geschreven zijn. Een heel mooi voorbeeld daarvan is Fork to Fork van Monty en Sarah

mooi voorbeeld daarvan is Fork to Fork van Monty en Sarah Don (Conran, 1999, € 22,75).

Don (Conran, 1999, € 22,75). Monty Don is iemand die eigenlijk per toeval in het tui- nieren verzeild is geraakt en daar nu met gro- te passie over ver- telt. Hij beschrijft de hele cyclus: van het omspitten van de tuin tot het mo- ment dat het klaar- gemaakte ingredi- ent op je bord ligt. Net als ik kijkt hij in de tuin voor- dat hij boodschap- pen gaat doen. Wat de grond en de seizoenen je geven, daar ga je in de keuken mee aan de slag. Hugh Fearnly- Whittingstall is een andere schrijver die van- uit dat principe werkt en schrijft.’ Het hoeft niet altijd uit eigen tuin te ko- men: ‘Soms wordt er hier ook Surinaams ge- kookt, of Japans of Filippijns. In boeken van grote chefs ben ik niet zo geïnteresseerd, in de volkskeukens van over de hele wereld des te meer. Een restaurantkok die die twee werel- den overigens geweldig weet te verbinden, is Giorgio Locatelli.’ (Giorgio Locatelli, Made in Italy. Harpers Collins, € 29,99) Huisken bestelt wel eens een kookboek op internet, maar digitale recepten, daar doet ze niet aan. ‘Koken gaat over tastzin, over voe- len en al je zintuigen gebruiken. Daar hoort een kookboek gewoon bij. Van de week wilde ik steak & kidney pie maken. Dan ga ik zit- ten met een hele stapel boeken om me heen om het beste recept te zoeken. Het komt niet eens bij me óp om de computer daarvoor aan te zetten.’

eens bij me óp om de computer daarvoor aan te zetten.’ HENJA SCHNEIDER ‘DAN WIL IK

HENJA SCHNEIDER ‘DAN WIL IK INEENS ALLES OVER DE AARDAPPEL WETEN’

Henja Schneider is culinair journalist en vertaler. Ze vertaalde voor de Nederlandse markt onder meer de boeken van Nigella Lawson, Jamie Oliver en het Noord-Atlantisch viskookboek van Alan Davidson. Ze woont deels in Frankrijk, deels in Amsterdam. ‘In Frankrijk staat zo’n twintig meter kookboeken, in Amsterdam ook nog een metertje of tien.’

‘Mijn belangstelling kan erg variëren. Ik ben net hier in Frankrijk op een aardappelfestival ge- weest, dan wil ik ineens weer alles over de aard- appel weten. Dus nu liggen er stapels boeken over dat onderwerp door het huis verspreid. Maar daarnaast zijn er natuurlijk wel boeken die langer meegaan, de echte favorieten.’ Schneider is het meest geïnteres- seerd in boeken die gaan over kook- cultuur. ‘Dat “cul- tuur” kan slaan op streken of landen, maar ook op per- sonen, regiona- le feesten, sociale omstandigheden, noem maar op. Ik hou erg van de boeken van Alan Davidson. Zijn Oxford Companion to Food is onmisbaar en zijn Noord-Atlantisch viskookboek (Pereboom 2001, € 51,30) is een van mijn lievelingsboe- ken. Allereerst is het natuurlijk een naslagwerk,

2001 , € 51,30) is een van mijn lievelingsboe- ken. Allereerst is het natuurlijk een naslagwerk,

29 NOVEMBER 2008 55

DE REPUBLIEK DER LETTEREN | KOOKBOEKEN

een enorme catalogus van alle denkbare Noord- Atlantische vissen, maar daarnaast is het ook een fantastische verzameling recepten. En die recepten zijn geen modieuze combinaties van “wat zullen we nu weer eens voor origineels ver- zinnen” maar de regionale klassiekers. Daarbij is hij een groot verteller, hij schrijft heel beel- dend waardoor je die vismarkten gewoon voor je ziet.’ Een andere favoriet is Claudia Rodens The New Book of Middle Eastern Food (Knopf, 2000, herziene editie, € 25,99). ‘Ook weer in het kader van de eetcultuur. Als ik in de stemming ben voor Midden- Oosters eten en verhalen, grijp ik naar dit boek.’ Een boek waar Schneider mooie herinneringen aan heeft is Moderne Kookkunst van François Blom (1892, antiquarisch). ‘Daar heb ik eigenlijk als jong meisje koken uit geleerd. Het is een boek gericht op de professionele keuken, als naslag- werk voor koks in hotels en restaurants. Alle technieken staan er duidelijk en uitgebreid in beschreven. Ik weet nog dat ik net na de oor- log daar een keer wentelteefjes uit gemaakt had die erg bij mijn vader in de smaak vielen. Geen wonder, er zaten zes eieren in en een hele liter melk, een ongekende luxe in die tijd!’

en een hele liter melk, een ongekende luxe in die tijd!’ MAARTEN ’T HART ‘VAN KOOKBOEKEN

MAARTEN ’T HART ‘VAN KOOKBOEKEN KRIJG IK MAAR HONGER’

Maarten ’t Hart is schrijver en bioloog. In 2007 verscheen zijn boek Het dovemansorendieet. Over zin en onzin van gewichtsverlies. Hij heeft ruim zeventig kookboeken in huis, een deel daarvan is de collectie boeken over de Indiase keuken van zijn vrouw Hanneke.

‘Ik zweer al jaren bij dezelfde boeken. Van Paul Bocuse, De nieuwe Franse keuken heb ik enorm veel plezier gehad en heel veel ge- leerd. Dat is echt een boek wat ik aan mijn hart druk omdat ik er zoveel van heb opge- stoken. Dan Het Bircher-Benner gezondheids- kookboek van Martine Wittop Koning, omdat het vol staat met heel eenvoudige, snel klaar te maken recepten. Een heel nuttig en bruik- baar boek. Een andere favoriet, een grote in-

56 VRIJ NEDERLAND

spiratiebron en erg leerzaam, is het Groot Indonesisch Kookboek van Beb Vuyk. En tenslotte Braden en stoven in de Römertopf van Eva Exner. Dat boekje heb ik zo- veel gebruikt dat het helemaal uit elkaar ligt.’ Van boeken met veel sfeerbeschrijvingen en foto’s moet hij niets hebben: ‘Zonde van het papier, plaatjes zijn totaal overbodig. Als je de aanwijzingen van het recept volgt, krijg je van- zelf het plaatje te zien, dat hoeft er in het boek toch niet bij te staan?’ Het lijstje met favorieten wordt niet meer uitgebreid, want de boeken die tegenwoordig worden uitgegeven vindt hij, behalve te rijk ge- illustreerd, ook te ingewikkeld. Hij heeft zijn kookboe- ken liever eenvou- dig, met simpele en helder uitgeleg- de recepten waar hij zelf op verder kan variëren. De meeste kook- boeken leveren ei- genlijk maar een stuk of drie bruikbare recepten op, vindt hij. ‘De rest is te moeilijk of spreekt je niet aan. Ik hou er trouwens ook niet echt van om uitge- breid in kookboeken te bladeren, daar krijg ik maar honger van.’

in kookboeken te bladeren, daar krijg ik maar honger van.’ MARTIJN KATAN ‘EEN KOOKBOEK IS ZOIETS
in kookboeken te bladeren, daar krijg ik maar honger van.’ MARTIJN KATAN ‘EEN KOOKBOEK IS ZOIETS

MARTIJN KATAN ‘EEN KOOKBOEK IS ZOIETS ALS DE HELP- FUNCTIE VAN WORD’

Prof.dr. Martijn Katan is hoogleraar voedings- leer bij het Instituut voor Gezondheidsweten- schappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. In november verscheen de uitgebreide tweede editie van zijn boek Wat is gezond – fabels en feiten over voeding. Hij bezit twintig kook- boeken, ‘en dat is inclusief het receptenboekje van de magnetron’.

‘Mijn favoriete kookboek is een ordner met recepten die ik zelf heb verzameld. Het door mijn moeder met bevende hand geschreven recept voor pannekoeken (niet pannenkoe-

ken!); een recept voor kalkoenfilet dat de kip- koopvrouw van de markt in Ede me dicteerde; de goulashsoep van een lieve Hongaarse vrien- din; en nog veel meer. Ik gebruik een kookboek als inspiratie, en als een set met instructies die ik klakkeloos kan volgen. Want waarom zou je je hersens ge- bruiken voor iets wat je ook van een papiertje kunt aflezen?’ Als chemicus had Katan vroeger wel moeite met het gebrek aan nauwkeurige aanwijzingen in kookboeken. ‘Ik kon nergens de juiste hoeveelheden vinden. Ik was gewend dat je alles tot op een tiende gram moest afwe- gen, en het duurde lang voor ik doorhad dat in de keuken een onsje meer of min- der niet zoveel uit- maakt.’ Voor Katan is een recept iets waar hij blinde- lings op moet kunnen vertrou- wen. Een kook- boek moet niet te veel sfeer en gezel- ligheid willen uit- stralen, daar wordt hij kregel van. ‘Voor mij is een kookboek ei- genlijk net zoiets als de helpfunctie van Word. Het antwoord moet gewoon kloppen.’ Een goed kookboek is ook tijdloos: ‘In 1964, als student, kocht ik het Prisma kookboek van Mia Snelder. Dat is nu helemaal bruin en brokke- lig, maar ik kijk er nog steeds regelmatig in.’ Het internet zou kookboeken best wel eens overbodig kunnen gaan maken, denkt hij. ‘Als ik wil weten wat ik met artisjokken moet doen, dan zoek ik tien recepten op internet en pik daar dan uit wat me het meest betrouw- baar lijkt.’ Beroepsmatig is Katan voortdurend bezig met wat gezond is en wat niet, en ook privé houdt hij meer van bonen dan van grote stuk- ken vlees. ‘Maar de chocoladetaart van mijn zus sla ik nooit af – al is die bepaald niet rijk aan voedingsvezels en zit die vol met verza- digde vetten!’

voedingsvezels en zit die vol met verza- digde vetten!’ HAROLD HAMERSMA ‘IK BEN ALTIJD OP ZOEK

HAROLD HAMERSMA ‘IK BEN ALTIJD OP ZOEK NAAR VERRASSENDE BESCHRIJVINGEN’

Harold Hamersma is wijn- en eetschrijver. Zijn stukken over wijn verschijnen onder meer in Het Parool en HP/de Tijd. Samen met culinair

journalist Ronald Hoeben zette hij de Nederlandse website foodtube.nl op, een site met culinaire filmpjes. Hij heeft ‘ontelbaar’ veel kookboeken. ‘Laten we zeggen, honderden.’

‘Bij ons thuis is het meestal mijn vrouw die kookt, maar ik blader ook vaak in de boeken om iets uit zoeken voor het avondeten. En dan kan ik er natuurlijk ook een mooie wijn bij verzinnen. Het vinden van de bes- te wijn-spijscom- binatie is altijd een grote uitdaging.’ Er wordt veel gekookt uit de boeken van Julius Jaspers. ‘Zijn boek Light bijvoorbeeld: eenvoudige recepten, en heel handig geïndexeerd op bereidingstijd. Dan weet je dat je in dertig minuten een ge- weldig gerecht op tafel hebt staan.’ (Smart Cooking Light, € 29,95) Op zijn eigen vakgebied kan Hamersma twee boeken noemen die hem na aan het hart liggen. ‘Allereerst natuurlijk de Wijnatlas van Hugh Johnson, de zesde editie is net uit. Een naslagwerk van onschatbare waarde. Je kunt tenslotte niet alles uit je hoofd weten. Een boek dat veel invloed heeft gehad op hoe ik zelf over wijn ben gaan schrijven, is Waugh on Wine van Auberon Waugh (antiquarisch). Die man heeft het as- sociatief wijnschrij- ven tot kunst ver- heven. Ik ben altijd op zoek naar nieu- we en verrassende beschrijvingen van wijn en smaken. Dat rode fruit, daar heeft iedereen het al over. Ik zeg liever dat een wijn smaakt alsof je met je tong langs een brugleuning likt. Zoiets. Waugh was een meester in dat soort typerin- gen. Hij schoffeerde er ook veel mensen mee, en had regelmatig een proces aan zijn broek. In ieder geval was wijn bij hem nooit saai.’ Ondanks het succes van culinaire filmpjes en informatie op internet gelooft Hamersma nog heilig in het papieren boek. ‘Een boek blijft een magisch ding. Bovendien moet je de cadeauwaarde niet onderschatten. Het is nog steeds een van de meest populaire dingen om cadeau te geven. Zelf word ik ook altijd nog heel erg blij van een nieuw boek.’

word ik ook altijd nog heel erg blij van een nieuw boek.’ WOLF SOLDATI/UIT HET BOEK:
word ik ook altijd nog heel erg blij van een nieuw boek.’ WOLF SOLDATI/UIT HET BOEK:
WOLF SOLDATI/UIT HET BOEK: SOFIA LOREN - KOKEN CON AMORE
WOLF SOLDATI/UIT HET BOEK: SOFIA LOREN - KOKEN CON AMORE

JANNEKE VREUGDENHIL ‘RECEPTEN WORDEN VEEL TE SERIEUS GENOMEN’

Janneke Vreugdenhil is culinair journalist. Ze schrijft een dagelijkse column, met recept, in nrc.next. Haar kookbibliotheek bestaat uit zo’n zevenhonderd boeken.

‘Mijn favoriete kookboeken zijn eigenlijk geen kookboeken, maar eetboeken. Ik ben vooral dol op de verhalen om het koken heen. De culturele context van een product of ge- recht, de historische, de sociale, daarover wil ik lezen. Recepten verzin ik zelf wel. Die moe-

ten sowieso ont- staan onder je han- den. Daarom koop ik liever een tijdloos naslagwerk dan een glossy recepten- bundel.’ Tot de ge- liefde eetboeken van Vreugdenhil hoort het werk van Jane Grigson, Alan Davidson, Elizabeth David, Elizabeth Luard, Marcella Hazan, Mark Kurlansky, Simon Hopkinson en Harold McGee. ‘Een van mijn grote favo-

Luard, Marcella Hazan, Mark Kurlansky, Simon Hopkinson en Harold McGee. ‘Een van mijn grote favo- 29

29 NOVEMBER 2008 57

58 VRIJ NEDERLAND DE REPUBLIEK DER LETTEREN | KOOKBOEKEN rieten is Reflexions , de autobiografie

58 VRIJ NEDERLAND

DE REPUBLIEK DER LETTEREN | KOOKBOEKEN

rieten is Reflexions, de autobiografie van de Amerikaanse

schilder/culinairau-

teur Richard Olney (Brick Tower Press, 2005, € 22,99). Er staat geen enkel re- cept in, maar het is smullen van de eer- ste tot de laatste bladzijde.’ Een ander geliefd boek is De Joodse Keuken van Claudia Roden (Bzztôh, 1997). ‘Als het over eetproza gaat, is Roden een van de al- lergrootsten. Haar recepten zijn nooit alleen recepten, maar complete culturele karakter- schetsen.’ En tenslotte La Bonne Cuisine de Mme Sainte Ange (antiquarisch). ‘Als ik iets wil maken uit de Franse burgerkeuken, waterkers- soep of pot-au-feu of zo, dan kijk ik hierin.’ Overigens is Vreugdenhil geen slaafse re- ceptenvolger. ‘Recepten worden veel te seri- eus genomen. Dat klinkt misschien gek voor iemand die dagelijks een recept in de krant schrijft, maar mensen zouden het recept veel meer als een leidraad moeten beschouwen. Behalve bij bakken, maar dat is een heel an- der soort koken. Daar moet alles kloppen.’ Vreugdenhil denkt dat er nu al meer van het internet wordt gekookt dan uit boeken. ‘Ik vind dat een prima ontwikkeling. Het uitwis- selen van recepten op internet heeft dezelfde functie als vroeger het doorgeven van kookken- nis in familie- of dorpsverband. In anonieme receptensites geloof ik niet, daar is het te moei- lijk het kaf van het koren te scheiden. Maar als het om kookblogs gaat, heb je als bezoeker snel genoeg in de smiezen of iemand kennis van za- ken heeft en, nog belangrijker, jouw smaak.’

van za- ken heeft en, nog belangrijker, jouw smaak.’ SIMONE KROON EN SÁNDOR SCHIFERLI ‘REGIONALE PRODUCTEN

SIMONE KROON EN SÁNDOR SCHIFERLI ‘REGIONALE PRODUCTEN MET EEN HISTORIE’

Simone Kroon en Sándor Schiferli schreven samen het tot Kookboek van het jaar 2008 uitgeroepen boek Raapsteeltje, over regionale en soms vergeten culinaire schatten van Hollandse bodem. Kroon heeft zo’n dertig kookboeken, Schiferli een stuk of duizend.

Kroon: ‘Twee van mijn favoriete boeken zijn De smaak van mijn herinnering van Tessa Kiros (Terra-Lannoo, 2005, € 29,95) en Antonio Carluccio Goes Wild (Tirion, 2002, € 34,95).

Kiros heeft intussen nog meer boeken ge- schreven maar deze blijft mijn favoriet. Het is een heel persoonlijk boek, met prachtige fo- to’s, heerlijk om bij weg te dromen. Het boek van Carluccio lijkt een beetje op wat we met Raapsteeltje hebben gedaan. Het gaat over eten dat misschien niet voor de hand ligt, maar wel heel erg de moeite waard is. Dat inspireert me. Mensen zeggen al- tijd dat Nederland geen eetcultuur heeft, maar dat is onzin, je moet ge- woon weten waar je moet zoeken. Kijk verder dan het beperkte aan- bod in de supermarkt.’ Op die manier met eten bezig zijn, heeft Kroons manier van ko- ken wel beïnvloed: ‘Ik koop zoveel mogelijk producten uit eigen land, en uit het seizoen.’ En als een recept van Tessa Kiros om een gra- naatappel vraagt? ‘Dan kan dat wel, voor een keertje. Maar dan wel een biologische.’ Schiferli: ‘Regionale producten met een historie, dat is waar mijn belangstelling ligt, en daar gaan ook de meeste boeken in mijn kookboekenbibliotheek over. Als het maar gaat over dingen die met aandacht en liefde worden klaargemaakt, dan hou ik ervan.’ Recepten zijn voor Schiferli geen voorschrif- ten, maar inspiratie: ‘Ik ga altijd onbevangen en zonder boodschappenlijstje naar de winkel. Ik kook elke dag en gebruik de recepten en ideeën en kennis die er al in mijn hoofd zitten.’ Hij vindt het dan ook heel moeilijk om een fa- voriet boek aan te wijzen. Maar als het moet:

‘Ik ben half Hongaars, en mede om die reden is The Cuisine of Hungary van George Lang een dierbaar boek. Echt een fantastisch boek over de Hongaarse keuken. Als we met het hele ge- zin bij elkaar zijn, wordt er altijd gevraagd om kip op Hongaarse wijze. Ja, dat recept staat ook in het boek van Lang. Maar ik heb het zo vaak gemaakt, dat het in mijn hoofd zit – ik hoef niet meer in het boek te kijken.’

hoofd zit – ik hoef niet meer in het boek te kijken.’ WILL JANSEN ‘ZELFS DE

WILL JANSEN ‘ZELFS DE LETTERS ZIEN ER SMAKELIJK UIT’

Will Jansen is hoofdredacteur van Bouillon!, cultureel gastronomisch magazine. Het verschijnt vier keer per jaar. Hij heeft ‘een stuk of duizend’ kookboeken staan.

29 NOVEMBER 2008 59

60 VRIJ NEDERLAND
60 VRIJ NEDERLAND

DE REPUBLIEK DER LETTEREN | KOOKBOEKEN

‘Wat ik waardeer in een kookboek, dat zijn ei- genlijk niet zozeer de recepten. Ik kijk naar het totale plaatje. Eerst het idee, het concept – wat is de gedachte achter het boek? En dan:

hoe is het geschreven, hoe is het vormgegeven? Een van mijn lievelingsboeken is The French Laundry Cookbook vanThomas Keller (Artisan, 1999, € 39,99). Over dat boek is zó goed na- gedacht. Die man runt een voorbeel- dig restaurant, en dat zie je terug in hoe dat boek is neergezet. De kleur van het papier is perfect, en zelfs de letters zien er sma- kelijk uit. Het is net alsof er over elke bladzijde een soort ro- mig filmpje ligt. Het is een heel intiem boek.’ Van zo’n boek geniet Jansen zonder dat hij de aanvechting voelt er recepten uit te gaan ma- ken. ‘Ik kan wel koken hoor, maar mijn tech- niek is beperkt. Laatst heb ik een boekje ge- kocht, Wat je als kok moet weten van James Peterson (Uitgeverij Karakter, 2008, € 19,99). Daar staat dan bijvoorbeeld in hoe je venkel moet smoren. Dat zou ik niet een van mijn lievelingsboe- ken noemen, maar handig is het wel.’ Wel een favo- riet boek is De we- reld rond in 50 tap- as van Christer Elfving (Terra- Lannoo, 2008, € 9,99). ‘Een ontzet- tend creatief boek met prachtige foto’s. Mooie foto’s vind ik erg belangrijk. Tegenwoordig zie je vaak dat kookboeken in China goedkoop worden gedrukt, en dat de foto’s dan een stuk minder mooi uitvallen. Te donker, te somber. Een foto moet je zin geven om het gerecht te gaan eten.’ Jansen houdt ook erg van de boe- ken van Skye Gyngell (bijvoorbeeld Een jaar in mijn keuken, Fontaine, 2006, € 24,90). ‘Wat aan haar bijzonder is, is dat ze niet alleen uit- legt wat je moet doen, maar ook hoe iets precies moet smaken. Dat is iets wat je eigenlijk veel te weinig ziet in kookboeken.’ Het papieren boek zal door de culinaire in- formatie op internet niet uitsterven, denkt Jansen. ‘Maar er zou best wat minder uitgege- ven mogen worden. Sinds september heb ik al meer dan zeventig boeken gerecenseerd. Dat is toch krankzinnig veel?’

boeken gerecenseerd. Dat is toch krankzinnig veel?’ WOUTER KLOOTWIJK ‘EEN BOEK LEERT JE NIETS’ Wouter
boeken gerecenseerd. Dat is toch krankzinnig veel?’ WOUTER KLOOTWIJK ‘EEN BOEK LEERT JE NIETS’ Wouter

WOUTER KLOOTWIJK ‘EEN BOEK LEERT JE NIETS’

Wouter Klootwijk is journalist en programma- maker (De Keuringsdienst van Waarde en Klootwijk aan Zee). Hij bezit ‘meer dan tien’ kookboeken.

Eigenlijk houdt Klootwijk niet zo van kook- boeken. ‘Ik kreeg er nogal wat toegestuurd toen ik er over schreef in kranten en bladen, maar ik heb bijna alles weggegeven. Helaas zijn sommige boeken zelfs te slecht om nog aan iemand anders cadeau te doen. Ik heb nog nooit een recept uit een kookboek nage- kookt. Mijn be- langstelling zit hem vooral in uit- leg over hande- lingen en wetens- waardigheden over de aanbevolen in- grediënten. En juist dat vind je bijna nooit in een kookboek: zelden krijg je uitleg over het hoe en waarom.’ Een goed kookboek, voor Klootwijk, moet saai zijn en veel uitleggen. Plaatjes leiden maar af, hoe mooier een boek, hoe onbruik- baarder. Een boek met mooie foto’s is hoog- stens geschikt om de gasten in te laten blade- ren terwijl hij in de keuken staat, niet om iets van op te steken. ‘Als ik me onzeker voel over hoe ik iets moet maken, dan ben ik nadat ik het ant- woord in een boek heb opgezocht al- leen nog maar on- zekerder. Een boek leert je niets. Mislukkingen in de keuken, daar leer je van.’ Als Klootwijk dan toch namen van favo- riete schrijvers moet noemen, dan worden het Engelse auteurs. ‘Die kunnen kook- en voedselboeken schrijven die inspireren. Jane Grigson, Elizabeth David, Alan Davidson. Die boeken heb ik trouwens ook allemaal weggegeven toen ik ze uit had. De meeste boe- ken waren al overbodig voordat het internet werd uitgevonden. Maar ik ben een optimist, dus ik blijf hopen op nieuwe, verpletterend goede kookboeken.’ V

Maar ik ben een optimist, dus ik blijf hopen op nieuwe, verpletterend goede kookboeken.’ V 29
Maar ik ben een optimist, dus ik blijf hopen op nieuwe, verpletterend goede kookboeken.’ V 29

29 NOVEMBER 2008 61