You are on page 1of 8

ACT.

2D BRUISENDE BADBALLEN ONDERZOEKEN
Laurent en Tobias
Wat is de mengverhouding van citroenzuur en natriumwaterstofcarbonaat in een bruisbal?

Bruisbal, natriumwaterstofcarbonaat, citroenzuur, bekerglas (100mL), reageerbuisje, reageerbuisrekje, pH papier, pH flippo, maatcilinder, glazen roerstaaf, lepeltje en een mortier.

-

-

-

Doe in een bekerglas 25mL water. Meet het pH ervan. Doe een stukje bruisbal in het water. Wacht tot de bruisbal niet meer zichtbaar is en meet het pH. Meet nu het pH van kraanwater. Breng een spatelpunt citroenzuur in 5mL water en schud. Meet nu het pH van de oplossing. Breng nu een spatelpunt natriumwaterstofcarbonaat in 5mL water en schud. Meet weer opnieuw het pH. Wrijf natriumwaterstofcarbonaat en citroenzuur goed fijn in een mortier. Weeg 1g droge natriumwaterstofcarbonaat af in een bekerglas. Meet 20mL water af in een maatcilinder en schenk het water in het bekerglas. Meet de pH van de oplossing. Weeg nu een lege reageerbuis. Doe er 5 cm citroenzuur in. Bepaal de massa van de reageerbuis met citroenzuur. Strooi vanuit de reageerbuis een beetje citroenzuur in het bekerglas. Roer goed en meet de pH. Weeg de reageerbuis met citroenzuur.

pH water: 5 pH oplossing bruisbal: 4 pH kraanwater 7 pH citroenzuur: 3 pH natriumwaterstofcarbonaat: 4

De mengverhouding van citroenzuur en natriumwaterstofcarbonaat in een bruisbal is 3,8 gram.

PR. 15 KRIJTSUSPENSIE FILTREREN
Laurent en Tobias
Wat is het residu en wat is het filtraat van de krijt/water suspensie?

Trechter, filtreerpapier, krijtsuspensie, 2 schone reageerbuizen en een reageerbuisrekje.

Bouw een filtratieopstelling zodat je kunt gaan filtreren en filtreer de krijt/water suspensie en noteer wat je waarneemt.

Bij het filtreren drupt het water snel naar beneden en drupt dan steeds langzamer. Het lijkt erop dat het krijt achterblijft in het filtreerpapier.

De suspensie is te filtreren: het residu is krijt en het filtraat is water.

DEMOPROEF 2 CENTRIFUGEREN
Kun je een emulsie en een suspensie allebei centrifugeren?

Reageerbuis met een slaolie in water emulsie, reageerbuis met een krijt/water suspensie en een centrifuge. 2 lege reageerbuizen.

Zet alle 2 de reageerbuizen in de centrifuge en zet de centrifuge aan. Noteer je waarnemingen.

Let op: De buizen moeten even vol zijn en tegenover elkaar staan. Ook 2 lege buisjes moeten tegenover elkaar staan.

In buis 1 zit een krijt/water suspensie. In buis 2 zit een slaolie in water emulsie. Nadat alles is gecentrifugeerd, zie je bij buis 1 dat het krijt naar de bodem is gezakt. Bij buis 2 zie je na het centrifugeren dat de slaolie en het water ontmengd is.

Een emulsie is te centrifugeren. Een suspensie kun je ook centrifugeren.

ACT. 3C SALMIAK MAKEN
Laurent en Coen
Wat gebeurt er met de opbrengst als je de hoeveelheid oplossingen verdubbelt?

Bekerglas 100mL, maatcilinder 25mL (2x), ammonia, zoutzuur, pH papier en pH meter (flippo).

Weeg een leeg bekerglas. Meet 10mL ammonia in een maatcilinder en 10ml zoutzuur in een maatcilinder. Schenk de ammonia en het zoutzuur samen in het bekerglas. Daarna meet je de pH (die moet 7 zijn). Daarna damp je het mengel voorzichtig in tot een witte vaste stof, salmiak, ontstaat. Daarna schenk je het over in het schaaltje en weeg je het.

Bij het indampen ontstaat er en sterke geur en komt er damp van het bakje af. Het mengsel borrelt en het bakje gaat trillen. Daarna gaat het knetteren, er ontstaat een gele vaste stof.

Je kunt een vloeistof van ammoniak en zoutzuur neutraliseren en verdampen tot een vaste stof salmiak.

DEMOPROEF 3.2 BEHOUD VAN MASSA
Wat gebeurt er met de massa bij een reactie?

Reageerbuizen met: loodnitraat, kaliumjodide, zoutzuur, soda.

Meng de stoffen bij elkaar volgens de volgende reactieschema’s: ·Bij 1 moet je schudden.

1. Loodnitraat (l) + kaliumjodide (l)  loodjodide (s) + kaliumnitraat (l) 2. Zoutzuur (l) + soda (s)  natriumchloride (s) + koolstofdioxide (g) + water (l)

1. Loodnitraat: doorzichtige, heldere vloeistof. Kaliumjodide: heldere vloeistof. Van een kleurloze stof naar een gele vaste stof. De massa blijft bij reactie 1 gelijk. 2. Zoutzuur: doorzichtig, vloeibaar. Soda: doorzichtig, klontjes. Er ontstaat een witte, vaste stof. Het bruist, de soda lost op. De massa is lichter geworden. Het gas is opgestegen.

De massa voor en na de reactie is gelijk. Dit geldt ook voor gassen.

EINDOPDRACHT KALKAANSLAG VERWIJDEREN
Laurent en Coen

In welke massaverhouding reageren kalk en azijn met elkaar?

Groep 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Afwegen 0,25 0,25 0,5 0,5 0,75 0,75 1 1 1,25

Afgewogen 0,239 0,243 0,501 0,53 0,751 0,751 1,042 1,03 1,25

Rest filter 0,195 0,376 0,093 0,413 0,823 0,327 0,369 0,265 0,609

Weeg het bekerglas met kalk. Voeg aan dit bekerglas 25mL azijn toe. Bepaal de massa van het filtreerpapier. Hiermee ga je een filtratieopstelling bouwen. Als de reactie is afgelopen, ga je de overgebleven suspensie filtreren. Laat het filtreerpapier drogen. Weeg daarna het filtreerpapier nog een keer. Bereken de overgebleven hoeveelheid kalk.

Na het toevoegen van azijn bij kalk gaat het mengsel borrelen. Het wordt wit, vloeibaar. Massa filtreerpapier: 0,891 Kalk: 1,042 Rest filter: 0,369 Filtraat: azijn Residu: kalk

Conclusie kalkaanslag verwijderen

Klik hier voor de conclusie.

10 11 12 13 14 15 16

1,25 1,5 1,5 1,75 1,75 2 2

1,252 1,548 1,501 X X 2,067 X

0,372 X X X X X X

Bronnen

Filtratieopstelling