You are on page 1of 4

Beschrijving van de uitvoering:

Ik had 5 weken voor het werken met Wikikids. Hieronder zal ik beschrijven hoe deze eruit
hebben gezien.

De eerste les

De introductie
De eerste les heb ik de kinderen gevraagd of zij wisten wat een encyclopedie was. Dat
wisten ze want dat hebben we ook met taal laatst gehad. Ik liet ze een encyclopedie zien en
liet een kind er iets in opzoeken ter controle. Vervolgens vertelde ik dat er ook een internet
site is, die te vergelijken is met een encyclopedie. Meteen riep een kind ‘Wikipedia’ door de
klas. Ik was verrast door deze snelle koppeling. Ik liet het kind dit verder uitleggen. Ook
anderen kenden de site.

Een soort Wikipedia


Ik vertelde dat er nu ook een nieuwe site is, een soort Wikipedia, maar dan voor kinderen. Ik
legde uit kort hoe Wikikids werkte: kinderen schrijven een artikel, anderen kunnen dit weer
lezen en de informatie gebruiken voor bijvoorbeeld een werkstuk of spreekbeurt. Ook kun je
na het lezen zelf dingen toevoegen als je denkt dat het artikel nog niet af is en jij weet dat er
veel meer over te vertellen is.

WikiAwards
Ik legde de aan ze uit dat de site nieuw is en nu nog wat leeg is. Daarom is het de bedoeling
dat wij ook een artikel gaan schrijven. Andere kunnen uiteindelijk jouw ‘artikel’ op internet
lezen en ook zelfs beoordelen met een WikikidsAward als je er echt iets heel moois van
maakt. Meteen kreeg ik hier leuke reacties op. Kinderen kwamen al gelijk met allerlei ideeën
en hadden ook en heleboel vragen.

Speciale tekens
Voordat we eens op de site gingen kijken vertelde ik ze dat het af en toe best een beetje
ingewikkeld is. Ik las het stencil dat ik voor ze gemaakt had met ze door. Het maken van een
artikel op Internet werkt net iets anders dan in Word. Zo heb je allerlei gekke tekens,
computertaal. Als je bijvoorbeeld iets onderstreept wilt hebben op Wikikids, moet aan beide
kant van dat woord de letter ‘u’ tussen haakjes zetten en met de achterst nog een /. Ik deed
dit en nog een aantal andere voorbeelden voor op het bord. Ook liet ik zien wat je moet doen
met kopjes en titels. Ook liet ik de kinderen even om mijn uitgedeelde stencil naar de andere
voorbeelden kijken.

Gebruik van bronnen


Daarna ging ik uitgebreid in op het gebruik van bronnen. Ik merkte ook dat de kinderen het
moeilijk vonden om te begrijpen dat je niet zomaar van een andere site waar je iets gelezen
hebt, informatie mag gebruiken en op Wikikids zetten. Ik verhelderde dit probleem door te
zeggen dat als jij een verhaaltje op school geschreven hebt, zou je het ook niet leuk vinden
als je de volgende dag merkt dat je het kind dat naast je zit, opeens precies het zelfde
verhaaltje heeft geschreven in zijn verhaaltjesschrift. Dat voelt een beetje alsof diegene dat
van jou gestolen heeft. En zo werkt dat ook op Internet. Toen begrepen ze het. Hetzelfde
geldt voor afbeeldingen. Ook die mag je niet zomaar gebruiken omdat ze van iemand anders
zijn. Toch waren er nu ook weer kinderen die zeiden dat hun vader wel eens op Google zoekt
en zo een plaatje op zijn site zet. Na wat moeite kon ik ze overtuigen dat het op Wikikids echt
niet mocht.

1
Groepjes maken
Nadat ik de basis een beetje had uitgelegd heb ik groepjes van vier kinderen gemaakt om ze
achter de computers op te delen en de site te laten verkennen. Ik liep rond en beantwoorde
vragen. Kinderen wilden bijvoorbeeld weten hoe je erachter komt waar nog helemaal niks
over geschreven is. Ik liet zien dat ze in de zoekboek op zoektermen konden zoeken om te
kijken over er al iets over geschreven is. Maar ook kan je kijken bij de wensenlijst, de lijst van
onderwerpen die vaak gebruikt worden in artikels maar nog geen apart artikel over is. Deze
onderwerpen zijn dus erg gewenst en zijn dus leuk om te kiezen.

Rondkijken op WikiKids
De kinderen keken rustig rond op Wikikids en vonden het vooral leuk om over bepaalde
onderwerpen te lezen. Toch wees ik hen ook te letten op hoe het gemaakt is. Sommige
kinderen hadden al wat ideetjes. Leuk om te zien dat sommige kinderen helemaal
geïnteresseerd zijn in een bepaald onderwerp. Zo waren er jongens die helemaal met
voetbal en auto’s bezig waren en de pagina’s daarover helemaal aan het doorlezen waren.
Het was al gauw tijd om naar huis te gaan en ik vertelde ze dat we een volgende les hierop
verder zullen gaan.

De tweede les

Webquest maken
Die les daarna had ik tijd vrijgemaakt om de kinderen in tweetallen de webquest te laten
maken. Het leuke van deze werkvorm is dat de kinderen gelijk samen kunnen overleggen en
kunnen zoeken naar de antwoorden op de site. Als de één niet weet het te vinden, dan
komen ze er wel omdat ze met z’n tweeën zijn. Het ging ook erg goed. Sommige vragen van
de webquest waren best moeilijk. Zeker de vragen bij vraag 2 en die opdracht duurde ook
wat lang volgens sommige kinderen.

Antwoorden controleren
Nadat ze klaar waren met het doen van de webquest mochten ze de antwoorden zelf
controleren. Het fijne van deze webquest vind ik dat alle antwoorden bekeken kunnen
worden als ze het niet weten maar dan wel eerst zelf de tekst moeten lezen. Het is niet zo
dat zomaar het antwoord er staat en overgenomen kan worden. De kinderen mochten van
mij best even kijken als ze het niet meer wisten van de uitleg van de vorige les.

Quiz maken
Daarna mochten de kinderen die snel klaar waren nog eens de quiz gaan maken. Die
vonden ze leuker omdat ze niet hoefden te typen en op de knopjes mochten drukken en er
een tekst en smiley verscheen. Daarna konden ze ook hierbij controleren hoe goed ze het
gedaan hadden door alle antwoorden te tonen en onder het tabblad ‘beoordeling’ te zichzelf
te beoordelen en punten te geven.

De derde les

Groepjes indelen
De les erna heb ik de kinderen ingedeeld in groepjes van 4. Binnen die groepjes tweetallen
maken. In deze tweetallen zouden ze ook samen een artikel uiteindelijk gaan schrijven. Het
idee van een groepje van vier, had ik vooral gedaan omdat als ze er met z’n tweeën niet uit
komen, ze altijd op het vaste groepje terug vallen en de anderen nog om advies kunnen
vragen. Ik had dit gedaan omdat ik zo in schat dat ik mijn handen vol heb met begeleiden
van het schrijven van een goed artikel. Op deze manier kunnen ze eerst bij elkaar terecht en
vervolgens altijd nog bij mij komen.

2
Spelen in de zandbak
Ik liet de tweetallen achter een computer zitten. Ik had nu wel genoeg computers tot mijn
beschikking. Ik liet ze de opties op de site nog eens bekijken en de opdracht was om
allemaal goed door te lezen hoe het werkt en dan in de ‘zandbak’ eens iets uit te proberen.
Bij sommige groepjes ging dit heel goed, bij anderen moest ik even helpen. Ik merkte dat
sommige het gewoon ook een beetje eng vinden en bang zijn dat er iets fout gaat. Ze
vonden het wel heel leuk om te doen en reageerde heel trots als ze zelf iets in de zandbak
veranderd hadden en het werkte. Ik liet ze kopjes maken, iets onderstrepen, inspringen enz.

Oriënteren op onderwerpen
Ook liet ik ze vast oriënteren op onderwerpen die ze konden kiezen. Ik had de schrijftips op
het bord gehangen en las ze voor. Je kunt het dus hebben over bekende personen en
groepen, dieren, gebouwen, gebeurtenissen, landen, plaatsen en provincies, sporten,
vervoermiddelen, of schrijvers en boeken hebben. De kinderen dachten vast na over een
onderwerp en zochten op Wikikids op of er al iets over geschreven was.

Aan de slag
Niet iedereen wist meteen al een goed onderwerp te bedenken dat ook nog niet op Wikikids
stond. En ze wilden het liefst niet weer hetzelfde onderwerp als hun werkstuk, wat ik wel
leuk vond want ze maakten zich er dus niet makkelijk vanaf. Sommigen waren zo
enthousiast dat ze meteen een plekje in het lokaal opzochten en begonnen met
inventariseren over hun onderwerp. Helaas moesten we al gauw opruimen want het was tijd
om naar huis te gaan. Ze kregen een week bedenktijd voor een onderwerp. Volgende les wil
ik beginnen met schrijven.

De vierde les

Een artikel schrijven


De les daarna moest ieder tweetal dus een onderwerp hebben. Op 1 groepje na was dit
gelukt. Maar ook dit laatste groepje had uiteindelijk toch een onderwerp dat al wel op
Wikikids stond maar dat ze van mij mochten aanvullen.
Ik legde nog het een en ander uit over hoe we precies een goed artikel schrijven. Toevallig
hadden we dit van de week ook al met stellen gehad dus de kinderen wisten het zelf ook nog
wel een beetje. Ik schreef het schema op het bord.

Tips voor het schrijven


Je schrijft in de eerste zin altijd kort waar het artikel over gaat en wat het precies is. In de
alinea’s daarna kun je details uitleggen. Bekijk je onderwerp goed, en kijk of je het misschien
in stukjes kan verdelen. Maak van deze deelonderwerpen alinea’s met goede kopjes. Denk
goed na over het juist is wat je verteld. Maak mooie duidelijk zinnen en leg begrippen uit. Het
kan zijn dat jij weet wat het is, maar dat hoeft voor een ander nog niet zo te zijn.
De kinderen mochten op de computer op Word hun artikel schrijven en de rest moest dit op
kladpapier uitwerken. Hier hebben ze twee lessen overgedaan.

De vijfde les
Spelling
Daarna heb ik ergens tussendoor nog eens een extra les gegeven over je spelling van de
artikelen. Ik wilde dat de kinderen zelf kritisch naar hun werk konden kijken. Ik liet ze fouten
verbeteren. Terwijl sommigen nog snel hun artikel afschreven, zinnen verbeterden, de
indeling bekeken en de spellingsfouten eruit haalden, ging ik met groepjes samen hun artikel
opzetten. Ik wilde daarbij zijn zodat ik kon zien wat ze deden. Sommigen konden het vrijwel
alleen, anderen moest ik stap voor stap helpen. Alle artikelen zijn uiteindelijk online
gekomen. Eén groepje heeft er nog een plaatje op weten de zetten, de rest kwam daar niet

3
meer aan toe. Sommige leerlingen wilden thuis zelf nog het plaatje erop zetten dus had ik
afbeeldingen ge-upload. Daarom kon dit tweetal gemakkelijk nog het plaatje erop zetten.