Leiden, 27 februari 2013 Betreft: Zaaknummer 130156-557183, bezwaar en zienswijze L.S.

, Hierbij maak ik ernstig bezwaar tegen de aangevraagde omgevingsvergunning voor Aalmarkt 11 t/m 20, Mandenmakerssteeg 1 t/m 13 en Breestraat 66 t/m 70, met de beschrijving 'herontwikkeling van het bouwblok tussen de Breestraat, Mandemakerssteeg en de Aalmarkt, bestaande uit sloop, verbouw en nieuwbouw t.b.v. wonen en winkels, rijksmonument' met zaaknummer 130156-557183, gepubliceerd in de Stadkrant van 13 februari 2013. Deze aangevraagde vergunning mag om de volgende redenen niet in behandeling genomen worden, noch verleend worden: Ten eerste omdat er een vergunning wordt aangevraagd om een pand dat het eigendom van een ander is, te slopen. Ten tweede is het bestemmingsplan waar deze aanvraag op vooruitloopt nog niet definitief. Hierover loopt namelijk al een beroepsprocedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, met zaaknummer 201211136/1/R4. Daarin worden tientallen argumenten tegen de sloop van Breestraat 68 behandeld, uit drie beroepschriften door tien indieners, zowel rechtspersonen als particulieren. Ook zijn er veertig zienswijzen tegen de sloop ingediend, als onderdeel van het verzet tegen het ontwerpbestemmingsplan Aalmarkt-Mandenmakerssteeg e.o. deel 3 Stadsgehoorzaalblok, waarover zoals gezegd nu een beroepsprocedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State loopt. Hier volgt een verdere opsomming van argumenten tegen de sloop. Deze argumenten tel ik door als argument drie tot en met dertien. 3. De bescherming van de beide rijksmonumenten Breestraat 68 en Breestraat 70, hun gemeenschappelijke bouwhistorie, hun gemeenschappelijke dak, de bouwhistorie in de vorm van de middeleeuwse muren en bodem van het beoogde tracé van de steeg, en de verdere tegenargumenten uit het rapport ‘De Aalmarkt, structuur in ontwikkeling. Bouwhistorische verkenningen van het Aalmarktgebied’ van de afdeling Monumenten & Archeologie van de Gemeente Leiden. http://ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0546.BP000820201/tb_NL.IMRO.0546.BP00082-0201_1.pdf Argumenten uit dit rapport: a. Citaat blz. 3: ‘In het Aalmarktproject ligt een duidelijke wens tot het realiseren van grote winkeloppervlaktes besloten. De schaalvergroting die dat tot gevolg heeft staat op gespannen voet met de fijnmazige historische structuur van de Leidse binnenstad. Het gaat daarbij niet zomaar om

het overschrijden van een paar lijntjes. Immers, de oudste perceelsgrenzen dateren uit de dertiende eeuw. Ontwikkelingen in het gebied vragen dus om een zorgvuldige inpassing, liefst op locaties waar de historische structuur al is aangetast. Met dat doel heeft M&A in kaart gebracht waar zich bouwhistorische waarden bevinden en welke perceelsgrenzen een lange historie kennen.’ Breestraat 68 en 70 behoren tot deze fijnmazige historische structuur en hebben perceelsgrenzen uit de middeleeuwen. Bovendien zijn deze structuren nog niet aangetast, en zijn dus onwenselijk als bouwlocatie. b. Citaat blz. 3: ‘Het accent in de monumentenzorg is de laatste decennia verschoven van een objectgerichte naar gebiedsgerichte benadering, waardoor ook grotere eenheden als ensembles, structuren en landschappen onderwerp van monumentenzorg zijn geworden. Doordat bouwhistorisch onderzoek de afgelopen jaren een enorme vlucht heeft genomen, is ook de interesse voor onbekende of vermoede bouwhistorische zaken, verscholen in de historische stadstructuur sterk gegroeid. Dit heeft geleid tot het inzicht dat voor behoud van de historische stad als ‘gebouwd archief’ de bescherming verder dient te reiken dan slechts de conventionele monumenten, de individuele panden. Bijzondere (bouw)historische waarden blijken juist ook in de stadstructuur en ‘tussen’ de beschermde monumenten gelegen te zijn.’ Breestraat 68 staat getekend op een kaart van Bast uit 1600. Ook is er een muur met hoogmonumentale waarde aan de achterkant van het pand Breestraat 70 (zie blz. 39) die dwars over de geplande steeg loopt, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping. Het gaat om twee aanbouwen die vanuit de linkerachterkamer op de begane grond van Breestraat 70 te bereiken zijn. (blz. 38). De achterste van deze twee ruimten is niet bezocht (blz. 38), en heeft twee muren die in blauw getekend staan (hoogmonumentaal) op blz. 39, zowel op de BG als op de eerste verdieping. c. Citaat blz. 38: ‘Breestraat 70 was een woning en kenmerkt zich als een 18e-eeuws huis met centrale gang en aangelegen vertrekken. In opzet bestaat het echter uit twee diepe huizen, die dus in de 18e eeuw zijn samengevoegd. Vooral in het rechter deel van het pand is de oudere opzet goed afleesbaar. Dit oudere, vermoedelijk middeleeuwse, pand zal hebben bestaan uit een tongewelfde kelder, twee bouwlagen met samengestelde balklagen en een kap (die er niet meer is). De positie van de kelder duidt op een typische middeleeuwse opzet met voorhuis en vast achterhuis. Of er in het linker deel ook oudere bebouwing verborgen is, is nog onbekend. Opmerkelijk is verder de sprong in de linker perceelslijn, die gezien de 18e-eeuwse bebouwing historisch is.’ … ‘Het 18e-eeuwse voorhuis is drie bouwlagen hoog onder een dubbel, aan de voorzijde omlopend, schilddak. Dit dak loopt zelfs door over Breestraat 68.’ Beide panden hebben een gemeenschappelijke dak en historie. d. Citaat blz. 38: ‘Onder de rechter voorkamer bevindt zich een middeleeuwse tongewelfde kelder. Onder de linker voorkamer een kelder met een

zeer waarschijnlijk 18e-eeuwse enkelvoudige balklaag. De kelders zijn verbonden door een gangetje (onder de gang door). De toegang naar de kelders is een gemetselde trap achter de rechterkelder, toegankelijk vanaf de centrale gang. Op de begane grond ligt tussen het voor- en achtervertrek aan de linkerzijde het trappenhuis. De centrale gang heeft een monumentale afwerking (vermoedelijk uit 1764, zie Dröge) met een vloer van witmarmeren tegels, 18e-eeuwse kozijnen en deuren, een gedecoreerd gestucte/marmeren hoekplancet (Lodewijk XV), een gedecoreerd marmeren fonteintje (Lodewijk XV), vijf decoratieve gestucte bovendeurstukken (Lodewijk XV), een gestucte hoekdecoratie (Lodewijk XV) en een rijk geornamenteerd stucplafond (Lodewijk XIV)’ Waarom is er niet zo’n mooi gedetailleerd bezoekverslag van Breestraat 68? Door de onduidelijke rol die de afdeling Monumenten en Archeologie van de Gemeente Leiden inneemt, is goed te verdedigen dat de eigenaren van Breestraat 68 geen toestemming tot betreden van het pand gaven aan de medewerkers van deze afdeling. Als deze afdeling duidelijker de objectieve en onafhankelijke rol in zou nemen die zij tot taak heeft, namelijk als beschermer van monumenten en archeologische plaatsen in Leiden, dan zou zij natuurlijk het vertrouwen krijgen dat zij normaliter verdient. Maar door de passieve en faciliterende opstelling van deze afdeling, op te maken uit de handelswijze en de publicaties van deze afdeling, is zij verworden tot een marionet van bouwplannenmakers binnen een buiten het Stadsbouwhuis. Zij heeft haar geloofwaardigheid verspeelt, en zal er hard aan moeten werken om deze geloofwaardigheid weer terug te krijgen. 4. Het niet nader onderzocht zijn van de bouwhistorie en de bouwhistorische waarde van Breestraat 68 in bovengenoemd rapport. Zie pag. 1, 4 en 5 van dat rapport. Dit is een hiaat. Terwijl het juist gaat om Breestraat 68. Dit is heel vreemd. Is dit een manier om minder tegenargumenten te creëren? De omliggende panden zijn wél onderzocht, en blijken deel uit te maken van dezelfde historische structuur als Breestraat 68. Hoogstwaarschijnlijk bevindt zich een middeleeuws tongewelf onder Breestraat 68, net als de twee tongewelven onder het dubbele buurpand Breestraat 70. Ook het dak is gemeenschappelijk met Breestraat 70. 5. Gezien de kracht van de argumenten tegen de sloop van Breestraat 68 en beschadiging van Breestraat 70 in bovengenoemd rapport, rijst de vraag of het interne toezichts- en handhavingsmechanisme binnen de Gemeente Leiden wel voldoende gewaarborgd is als het gaat om gemeentelijke bouwprojecten ten koste van historische gebouwen en structuren. Is dit toezicht door de afdeling Monumenten & Archeologie vrij en objectief, zonder bemoeienis en druk vanuit de ambtenarij van de Gemeente Leiden, het college van B&W of de gemeenteraad? Doet zich hier de situatie voor dat de gemeente zichzelf moet controleren, en dient te handhaven tegen zichzelf? Met andere woorden, is er hier sprake van een ‘détournement de pouvoir’, een schending van de machtenscheiding? 6. Waarom is deze aanvraag voor een omgevingsvergunning niet opgesplitst in meerdere duidelijk herkenbare aanvragen, één voor elk monumentaal pand dat de projectontwikkelaar geheel of gedeeltelijk wil slopen?

Het is moeilijk om als argeloze burger in deze gigantische aanvraag voor een omgevingsvergunning te herkennen dat het hete hangijzer in deze aanvraag de sloop van Breestraat 68 is, dit pand staat namelijk onduidelijk ergens midden in de titel van de aanvraag, verstopt als ‘Breestraat 66 t/m 70’. Deze titel luidt: Aalmarkt 11 t/m 20, Mandenmakerssteeg 1 t/m 13 en Breestraat 66 t/m 70, met de beschrijving 'herontwikkeling van het bouwblok tussen de Breestraat, Mandemakerssteeg en de Aalmarkt, bestaande uit sloop, verbouw en nieuwbouw t.b.v. wonen en winkels, rijksmonument'. Er worden dus eerst twee andere straatnamen genoemd. Het is een wonder dat een burger de alertheid heeft gehad om tijdig te ontdekken dat dit een sloopaanvraag is voor Breestraat 68, meer dan wat dan ook! Daarom zou Breestraat 68 ALS EERSTE IN DE TITEL VAN DEZE AANVRAAG GENOEMD DIENEN TE WORDEN, GEVOLGD DOOR HET WERKWOORD ‘SLOPEN’ OF EEN VERVOEGING DAARVAN! Waarom ik hier zo op hamer? Omdat dit op gespannen voet staat met de kenbaarheid en openbaarheid zoals uiteengezet in de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur, waar de Gemeente Leiden zich aan heeft te houden, op straffe van nietigheid van haar besluiten bij niet inachtneming hiervan. Bovendien: Door de enorme omvang van deze aanvraag voor een omgevingsvergunning is het voor een gewone burger enorm tijdrovend om zich er van in kennis te stellen. Hoe kan er inspraak zijn als de inspraakmogelijkheid te verborgen is of te moeilijk is? Om bovenstaande redenen zou de Gemeente Leiden deze aanvraag niet moeten honoreren, en terug moeten geven aan de aan de projectontwikkelaar, met de eis dat deze aanvraag opnieuw ingediend wordt, en ditmaal met een eerlijke heldere titel die de lading van de aanvraag dekt. Ik ga er van uit dat de Gemeente leiden zich zal houden aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur, en daarom deze aanvraag niet in behandeling neemt. Als ze dat onverhoopt wel zou doen, zou dit ernstig voortborduren op een eerdere stap: De inspraakprocedure van het bijbehorende bestemmingsplan tijdens de zomervakantieperiode van 2012, toen een groot deel van de Leidenaren weg was en daarom de Stadkrant niet las. Het geeft te denken over de onzekerheid van de gemeente over het publieke draagvlak voor dit project, en erger nog, over de zuiverheid van oogmerk van de gemeente. Er is inderdaad geen publiek draagvlak voor het project, wat juist geïllustreerd wordt door dit gedrag van de gemeente. 7. Het ‘te huur’ staan van minstens dertien winkelpanden in de Breestraat toont aan dat de noodzaak om een steeg met nieuwe winkelpanden te breken door een bestaand winkelpand ontbreekt. Er is in deze tijd geen vraag naar winkelpanden. Er is leegstand. Bovendien is de winkel in Breestraat 68, ‘het Steentje’ een voorbeeld van een kwaliteitswinkel die een binnenstad opfleurt, in plaats van een winkelketen, waardoor de ene binnenstad niet meer van de andere te onderscheiden is. En dat wil Leiden zo graag. Maar dat doet Leiden met historie en eigen identiteit, en niet met een nieuwe straat met winkelketenwinkels. 8. Gezien de economische crisis is het ontwerpbestemmingsplan verouderd. Er is een grote kans dat het een financieel fiasco wordt, en dat het beoogde doel

niet bereikt wordt, ondanks dat er al een kledingzaak gevonden is die de nog niet bestaande winkelruimte wil huren. Deze kledingzaak kan ook kiezen uit tientallen bestaande leegstaande locaties in Leiden. En stel dat deze kledingzaak er vanwege de crisis mee ophoudt of vertrekt, dan is er een nieuwe steeg met leegstand. Men kan niet een zo destructief en ingrijpend sloop- en bouwplan ophangen aan de toezegging van één kledingwinkel, dit is veel te riskant, en de omgekeerde wereld. Het is namelijk niet aan een kledingwinkel om te dicteren hoe de monumentale binnenstad er uit hoort te zien. 9. Omdat ik bovengenoemde gebreken in de aanvraag heb ontdekt en indien als tegenargument, ben ik belanghebbende. Ook ben ik bezorgd over de kwaliteit van de gemeentelijke besluitvorming. Ik mag er namelijk als inwoner van de Gemeente Leiden op rekenen dat de gemeentelijke argumentatie en besluitvorming behoorlijk en zorgvuldig is, en de Gemeente Leiden er op aanspreken als ik denk dat dat niet zo is, en dat kan onderbouwen. 10. Citaat uit de Toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, hoofdstuk 5.2.3: ‘5.2.3 Breestraat 68 Voor de uitvoering en het welslagen van het project is het noodzakelijk dat het Rijksmonument Breestraat 68 wordt gesloopt en Breestraat 70 wordt aangepast. Uitgangspunt van de planontwikkeling is om de bestaande essentiële cultuurhistorische kwaliteiten van de locatie en de gebouwen zoveel mogelijk te respecteren en te gebruiken voor een kwalitatief hoogwaardige versterking van het kernwinkelgebied. De ontwikkeling van het Aalmarktgebied is zeer omvangrijk en heeft een aanzienlijk herstel van het gebied tot gevolg, zowel met betrekking tot het beschermd stadsgezicht als met betrekking tot de individuele monumenten. Zo krijgt door middel van de uitvoering van dit project het 'Van Nelle gat' een nieuwe invulling en worden alle overige historische panden gerestaureerd. Er wordt fors geïnvesteerd in de ruimtelijke historische kwaliteit van de Aalmarkt. De duurzame realisatie van de versterking van het kernwinkelgebied is echter niet mogelijk zonder offers te brengen.’ Deze paragraaf is hypocriet. Hier worden verschillende zaken aan elkaar gekoppeld die geen enkel verband met elkaar hebben. Men wil één rijksmonument slopen en een tweede beschadigen, en noemt dit ‘respecteren’ en herstel van het gebied. Als men de overige historische panden in het gebied wil herstellen (bijvoorbeeld die in de Mandenmakerssteeg) dan kan dat ook zonder het slopen van Breestraat 68 en het beschadigen van Breestraat 70. Hier wordt geprobeerd om het destructieve karakter van het ontwerpbestemmingsplan te verhullen als herstel van het gebied, door het te koppelen aan herstel van andere panden. Maar daar is de bescherming door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet voor bedoeld! Er kan en mag niet gemarchandeerd worden met deze bescherming door links wat af te breken, en rechts wat op te poetsen, voor een winkelsteeg waar niemand op zit te wachten. 11. In twee documenten ontbreekt het pand Breestraat 68, terwijl dit wel van belang is. Het gaat om de bouwhistorische tekening van Rijnboutt (557183_1359651858744_0915-SGB-bouwhistorisch-nieuw_20130131.pdf) en om het Bouwkundig inspectierapport (557183_1359650783209_Bouwkundig-inspectierapport.pdf)

12. In bovengenoemd Bouwkundig inspectierapport is gedocumenteerd hoe bedroevend slecht de gemeente Leiden heeft zorggedragen voor de panden in de Mandenmakerssteeg en aan de Breestraat die in haar bezit zijn. Daarom mag de slechte staat van deze panden niet gebruikt worden als excuus om het gebied op te knappen waarbij offers gebracht moeten worden. Deze offers zijn namelijk al ontstaan door nalatigheid bij het onderhoud van deze panden. 13. Belangrijk aanvullend feit is dat de aanvrager het formulier 'publiceerbare aanvraag' niet naar waarheid heeft ingevuld, mogelijk teneinde het destructieve karakter van de aanvraag te verhullen. Dit niet naar waarheid ingevulde formulier is te vinden op: http://gemeente.leiden.nl/nc/publicaties/vergunningen/bvdetail/5548/ Het gaat om het alleronderste bestand, genaamd 'aanvraag': http://gemeente.leiden.nl/nc/publicaties/vergunningen/bvdetail/5548/bvdoc/95a b7af274350d821fbe45e79d091fe2/ Op pagina 4 van het pdf-bestand, in de paragraaf getiteld 'Handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten' staat op het formulier de vraag 'Gaat u het beschermde monument geheel of gedeeltelijk slopen?'. Het antwoord dat de aanvrager geeft luidt 'Gedeeltelijk slopen'. Aangezien de aanvrager verderop aangeeft om monumentnummer 24642, beter bekend als Breestraat 68, met de grond gelijk te willen maken om ruimte te maken voor een steeg, had de aanvrager naar waarheid moeten antwoorden met het volgende antwoord: 'Geheel slopen'. Zie voor deze volledige sloopintentie het document 557183_1359650528981_0915-SGBwerkomschrijving_20130131.pdf, bladzijde 1: ‘Breestraat  68  Volledig  slopen;  Patina  /  
bouwmuren  zichtbaar  maken  bij  belendende  panden.’

Hier wordt dus een onjuiste voorstelling van zaken gegeven vanaf het eerste formulier. Vanzelfsprekend volgt ook hier uit dat de aanvraag voor deze omgevingsvergunning niet in behandeling genomen kan worden, uit oogpunt van gebrekkige integriteit. Om bovenstaande redenen vind ik dat deze aanvraag voor een verhulde 'de facto' sloopvergunning van het rijksmonument Breestraat 68 niet mag worden gehonoreerd. Daarnaast eis ik dat gedurende de lopende beroepsprocedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, de aanvraag voor deze omgevingsvergunning überhaupt niet in behandeling wordt genomen. Als desalniettemin ondanks de massieve hoeveelheid tegenargumenten de Gemeente Leiden toch zou meegaan met de aanvrager van deze omgevingsvergunning en deze in behandeling zou nemen, zal er onmiddelijk om een voorlopige voorziening worden verzocht bij de voorzieningenrechter van de rechtbank ‘s-Gravenhage. Voorts zal de gang van zaken bij deze besluitvorming minutieus tegen het licht worden gehouden bij de hierop volgende procedures, waarbij nadrukkelijk naar de rol van individuele ambtenaren uit het Stadsbouwhuis zal worden gekeken. De focus zal hierbij liggen op mogelijke belangenverstrengeling door te innige banden met projectontwikkelaars en andere commerciëele partijen.