Het mobiele web 2.0 als middel om de beperkingen van microcoördinatie met de mobiele telefoon te overstijgen(?

)

Masterproef
Communicatie & Multimedia Design (KHLim)
Tijs Vrolix - juni 2007 Promotors: Niels Hendriks en Nathalie Vaes

1

Abstract

HOOFDSTUK EEN

De ongekende mobiliteit die de introductie van de mobiele telefoon met zich meebracht, heeft ervoor gezorgd dat we op een andere manier zijn gaan leven: tijd en plaats zijn niet langer de bepalende factoren. Vandaag zijn we immers always on. Steeds bereikbaar, overal en altijd. Dat heeft een impact op heel wat facetten van ons leven, niet in het minst op de manier waarop we communiceren en met elkaar afspreken. Niet langer doen we dat laatste op voorhand met een duidelijke, strikte overeenkomst. Dat is immers de “oude” manier van afspraken maken, de dagelijkse realiteit tot nauwelijks een tiental jaar geleden. Vandaag glimlachen we met zoveel omslachtigheid: we hebben onze mobiele telefoon steeds bij de hand en houden elkaar met een telefoontje of sms-bericht op de hoogte van onze plannen. Wetenschappers onderzoeken de manier waarop mensen afspraken met elkaar maken en hoe dat in de laatste twee decennia grondig is veranderd. Zij spreken echter liever over de term microcoördinatie, maar eigenlijk bedoelen ze precies hetzelfde. Die microcoördinatie blijkt volgens de gebruikers één van de interessantste aspecten van mobiele telefoon te zijn. De verklaring daarvoor is eenvoudig: het is gemakkelijk en snel. Tenminste, wanneer het aantal personen dat bij de coördinatie betrokken is beperkt blijft. Bij een te groot aantal deelnemers wordt het “onderhandelen” immers behoorlijk omslachtig en dreigt de oorspronkelijke tijdswinst volledig teniet te gaan.

Gelukkig zijn er een aantal alternatieven om in een dergelijke situatie aan microcoördinatie te doen. Met de komst van web 2.0 zagen we een reeks tools opduiken die het in minder of meerdere mate mogelijk maken om afspraken te plannen via het internet. Dergelijke diensten zijn echter vrijwel allemaal gebaseerd op e-mail: het asynchrone karakter van dat medium zorgt opnieuw niet voor de gehoopte tijdswinst. Daardoor is het in de praktijk enkel mogelijk om afspraken te plannen op een langere termijn. Deze masterproef kiest wél voor de korte termijn, maar tegelijkertijd gaat ze ook resoluut voor de tijds- en locatieonafhankelijke voordelen van microcoördinatie. Gelukkig helpen de nieuwe ideeën en technologieën binnen het mobiele web 2.0 daarbij een handje. Door de voordelen van mobiele telefonie te combineren met de beste eigenschappen van het internet, ontstaan er nieuwe mogelijkheden die voorheen ondenkbaar waren. Precies die nieuwe mogelijkheden gebruik ik in deze masterproef om een tool te ontwikkelen – onthoud op dit ogenblik alvast de naam Seeyoo – die het mogelijk maakt om afspraken te maken op korte termijn, mét een ruimere groep mensen en mét de mobiele telefoon.

3

2

Voorwoord

HOOFDSTUK TWEE

Er zijn een aantal zekerheden in het leven. Het feit dat er op het einde van een studie van je verwacht wordt met een thesis op de proppen te komen is er zo eentje. Dat zo’n thesis wordt voorafgegaan door een voorwoord is een andere. Ik ga me aan die traditie houden en van dit voorwoord gebruik maken om een aantal mensen te bedanken voor hun enthousiaste medewerking en steun die deze masterproef tot een geslaagde onderneming hebben gemaakt. In de eerste plaats heb ik het in dat geval over Nathalie en Niels, die me hebben gestimuleerd om vooral mijn eigen ding te doen en er tegelijkertijd zorgvuldig over hebben gewaakt dat ik daarbij niet in de val van de naïeve veronderstellingen trapte. Richard Ling, een mij verder volledig onbekende AmerikaansNoorse professor, die me met zijn sociologische studies over mobiele telefonie bijzonder heeft weten te boeien en uiteindelijk de aanzet gaf voor het onderwerp van deze masterproef. Je zal zijn naam in het vervolg van deze thesis wel een aantal keer zien opduiken. De lezers van het WebappLab, mijn thesis lablog, die de evolutie van deze masterproef in ruime getale zijn blijven volgen en regelmatig hun visie hebben toegelicht. Het zijn er te veel om in deze paragraaf op een rijtje te zetten en bovendien vermoed ik dat de moderne blogger al minstens zo blij is met een linkje dan met een vermelding op papier. Die link heb je dus nog te goed, maar

bij deze alvast een welgemeende merci. Hetzelfde geldt voor de testgebruikers van Seeyoo – waarvan velen overigens ook tot de vorige groep behoren – die de moed hadden om zich te storten op een applicatie in volle ontwikkeling en daarbij waardevolle feedback hebben geleverd. Een aantal personen wil ik in het bijzonder bedanken omdat ze me met hun persoonlijke ervaring en medewerking hebben geholpen in de aanloop naar, de uitwerking van en reflectie over deze thesis. Bart, Danny, Jan, Jeroen, Jesse, Sabine, Sven (en MobileWeb.be) en Tom, bedankt! Daarbij mag ik overigens in geen geval mijn collega-C-MD’ers – en in het bijzonder de (ex-) premasters – en docenten vergeten die de voorbije twee jaar tot een bijzonder boeiende en waardevolle ervaring hebben gemaakt. Ik had het in geen geval willen missen. Ik hoop dat de volgende zestig pagina’s over mobiele telefonie, web 2.0 en alles wat daar tussen ligt jou even veel plezier schenken bij het lezen als ze dat bij mij hebben gedaan tijdens het samenstellen. Veel leesgenot!

4

3
01. Abstract 02. Voorwoord 03. Inhoudstafel

Inhoudstafel

HOOFDSTUK DRIE

3 4 5 6 7 7 8 9 12 13 14 15 21 23 23 23 28 29 29

04. Inleiding 4.1. Probleemstelling 4.2. Motivatie 05. Mobiele telefonie 5.1. Geschiedenis in een notendop 5.2. De GSM in het dagelijkse leven 5.3. Snelle aanvaarding 5.4. Nieuwe bron van ergernis 5.5. Dagdagelijkse coördinatie 5.6. Groep-sms: het Swarm onderzoek 06. Een ruimere context 6.1. Social computing 6.2. Web 2.0 6.3. Social computing en microcoördinatie 07. Web 2.0 mobiel 7.1. Wat is web 2.0 mobiel?

08. In de praktijk 8.1. Wat hebben we geleerd? 8.2. Methode 8.3. Het Seeyoo concept 8.4. Seeyoo.be 8.5. SMS 8.6. Doelgroep 8.7. Seeyoo.be in de praktijk 8.8. Mobiele website 8.9. Java applicatie 8.10. Webservice 8.11. Besluit 09. Conclusie 10. Bibliografie

36 36 37 38 40 43 46 46 50 52 53 54 55 56

5

4

Inleiding

HOOFDSTUK VIER

Op nauwelijks enkele jaren tijd heeft de introductie van de mobiele telefonie ons toegelaten om op een fundamenteel andere manier met elkaar te communiceren. Het was de aanleiding voor nieuwe gewoontes, nieuwe ergernissen en nieuwe mogelijkheden om informatie uit te wisselen.
Waarschijnlijk het belangrijkste gevolg is zichtbaar in de manier waarop we onze dagdagelijkse activiteiten coördineren. Nog niet zo lang geleden moesten we op voorhand zeer precieze afspraken maken die we, eenmaal onderweg, vrijwel onmogelijk konden herzien. Vandaag kan je met een simpel telefoontje of smsje laten weten dat je iets vroeger of later op de vergadering zal aankomen, dat het feestje op plaats X toch maar niets is of dat je door die plotse treinstaking wellicht een andere route zal moeten zoeken naar je werk. Mobiliteit en coördinatie worden met behulp van mobiele telefonie geïntegreerd tot één efficiënt mechanisme. Sociologen verwijzen naar dat fenomeen met de term microcoördinatie. Echter, ondanks de belangrijke voordelen van dergelijke mobiele coördinatie, kampt het systeem met een aantal beperkingen.

Zo zal blijken dat de mobiele telefoon bijvoorbeeld niet meer zo efficiënt werkt wanneer er een te groot aantal deelnemers bij de afspraak betrokken is. Op dat ogenblik wordt het interessant om te kijken naar voorbeelden waarbij coördinatie wél op grotere schaal mogelijk is. De IT wereld is een interessant gegeven, want ook daar zien we het begrip microcoördinatie opduiken. Met name wanneer het gaat over social computing: het ondersteunen van sociale interactie en communicatie met behulp van ICT. E-mail is er een voorbeeld van, net zoals instant messaging of weblogs. Sinds een tweetal jaar wordt ook web 2.0 tot het vakje van de social computing gerekend: een nieuwe generatie webdiensten die de principes van social computing in meer of mindere mate ondersteunen. Verschillende van dergelijke web 2.0 applicaties laten de gebruiker vandaag overigens al toe om uitnodigingen en afspraken te coördineren (meer daarover in hoofdstuk 6.3, Social computing en microcoördinatie). Hoewel mobiele telefonie en web 2.0 op het eerste zicht misschien twee verschillende werelden lijken, bestaan er mogelijk een aantal interessante parallellen die nader onderzoek vragen.

6

4.1. Probleemstelling
In de volgende vijf jaar zal het aantal internetgebruikers wereldwijd stijgen van 500 miljoen naar twee miljard. De helft van die mensen zal niet op het internet surfen via een desktop browser, maar zal gebruik maken van kleine en/of goedkope toestellen (Jaokar, 2006). Net zoals we het internet steeds meer zien opschuiven van een desktopomgeving in de richting van mobiele toestellen, gebeurt datzelfde met web 2.0. Tegelijkertijd groeit de mobiele wereld naar het internet toe (De Waele, 2006; Jaokar, 2006). Het logische gevolg daarvan is een samengaan van de ideeën van web 2.0 en mobiel. We zien het bijvoorbeeld gebeuren met instant messaging of VOIP telefonie, maar ook op het vlak van sociale coördinatie – en daar gaat deze masterproef uiteindelijk toch over – is er een duidelijke trend naar convergentie (Jaokar en Fish, 2006). Misschien bestaan er wel raakvlakken tussen die sociale coördinatie en het mobiele web 2.0? Wie weet vormen ze zelfs een ideaal duo? Vragen die ons in één adem leiden naar de onderzoeksvraag van deze masterproef: het mobiele web 2.0 als middel om de beperkingen van microcoördinatie met de mobiele telefoon te overstijgen(?). Wanneer we enerzijds kijken naar microcoördinatie met behulp van de mobiele telefoon en dat anderzijds vergelijken met wat er gebeurt op het vlak van het mobiele web 2.0, hoe kunnen we beide elementen dan samenbrengen in één efficiënter geheel? Dat roept meteen ook een aantal bijvragen op: wat zijn immers die beperkingen van microcoördinatie met behulp van de mobiele telefoon? Welke voordelen biedt mobiele telefonie? En hoe zit dat met (het mobiele) web 2.0? Deze masterproef vertrekt op het ogenblik dat de traditionele microcoördinatie in de problemen

raakt. Op het moment dat er teveel deelnemers betrokken zijn voor een efficiënte coördinatie. De masterproef bekijkt de oplossingen die (het mobiele) web 2.0 aanreikt en zoekt – aan de hand van een praktisch prototype – naar een manier om mobiele coördinatie met een groter aantal deelnemers mogelijk te maken.

4.2. Motivatie
Er zijn een aantal redenen waarom ik precies voor dit thema als onderwerp van mijn masterproef heb gekozen. In de eerste plaats is er een persoonlijke interesse. Web 2.0 maakt het mogelijk om met beperkte middelen en een gezonde dosis naïviteit een service op poten te zetten die wereldwijd toegankelijk is. Het is aan de creatieve ondernemer om uit te vinden welke mix van elementen zo’n dienst populair maakt. Web 2.0 bundelt het interessante van wat het internet voor mij te bieden heeft: interessante concepten, vooruitstrevende technologie en gebruiksvriendelijke ontwerpen, bovenop een basis van communities en user-generated content. Het mobiele aspect is voor mij enigszins nieuw, een aantrekkelijke uitdaging waar ik me graag in wil verdiepen. Maar er is ook een maatschappelijk belang. Web 2.0 maakt het internet tot een platform dat mensen in staat stelt om met elkaar te communiceren, om ervaringen uit te wisselen en contact te leggen. Niet langer enkel weggelegd voor geeks en nerds, maar gericht op de huismoeder die haar beste recepten wil aanprijzen, de student die zijn nota’s wil delen met medestudenten en de scoutsleider die zijn leden de foto’s van het laatste kamp wil tonen. Het mobiele web 2.0 maakt die sociale functie nog méér bereikbaar: het wereldwijde web wordt van iedereen.

7

Mobiele telefonie
Daarom ook heb ik in mijn masterjaar gekozen voor de modules die aansluiten bij het profiel van de creatieve internetondernemer: de Vergelijking van Programmeertalen, omdat het de basis vormt van wat je ook ontwikkelt; Nurturing Communities, omdat het precies de sociale netwerken zijn die het web 2.0 vandaag zo populair maken; Experimental Media en Experience Design, omdat ze zoeken naar dat beetje meer dat je in staat stelt om je gebruiker te verrassen en jezelf als ontwikkelaar te onderscheiden van anderen. Precies de mix van de diverse aspecten die bij het internet komen kijken en die ik probeer te verwerken in deze masterproef is wat me heeft doen besluiten om C-MD te studeren en is ook datgene waar ik in de toekomst mee bezig wil zijn. Het (mobiele) web 2.0 is een jonge sector in volle groei. Het is bijzonder boeiend om die groei van dichtbij mee te maken en er zelfs, door middel van deze masterproef, aan mee te kunnen werken. In het volgende hoofdstuk start ik met een verkenning van het terrein van de mobiele telefonie en heb ik in het bijzonder aandacht voor de gevolgen die de introductie van de GSM met zich meebracht, meer bepaald de gevolgen op de manier waarop mensen met elkaar omgaan en hoe ze hun afspraken coördineren. Vervolgens vergelijk ik die bevindingen met wat we zien verschijnen op het domein van de social computing en het web 2.0. Er blijken daar immers een aantal interessante parallellen te bestaan die ons leiden naar het mobiele web 2.0.

HOOFDSTUK VIJF

5

Starten doen we zoals gezegd met de basis, een beknopte introductie van de mobiele telefonie. Die komst van de mobiele telefonie – en de GSM standaard in het bijzonder – heeft de wijze waarop we met elkaar communiceren grondig veranderd (Ling, 2004). Het was de aanleiding voor nieuwe gewoontes, nieuwe ergernissen en nieuwe mogelijkheden om elkaar te contacteren. In vergelijking met het internet echter heeft de mobiele telefonie tot nu toe een pak minder wetenschappers kunnen inspireren tot sociologisch onderzoek. Dat is wellicht te wijten aan het feit dat de mobiele telefoon slechts wordt gezien als een medium dat enkel microsociale tweerichtingsinteractie ondersteunt (Ling, 2004), terwijl het internet een flink stuk breder gaat. Nochtans is het aantal mobiele telefoongebruikers vandaag al het drievoud van het aantal internetgebruikers (Communities Dominate Brands, 2007). Slechts een relatief beperkte groep (voornamelijk Europese) sociologen heeft ervoor gekozen om zich wél te specialiseren in onderzoek rond (mobiele) telefonie en de gevolgen ervan voor mens en maatschappij. Het zal je dan wellicht ook niet verwonderen dat tijdens dit hoofdstuk – dat de mobiele telefonie in het algemeen en de sociologische aspecten ervan in het bijzonder behandelt – regelmatig dezelfde referenties terugkeren.

8

5.1. Geschiedenis in een notendop
Wat we vandaag kennen als mobiele telefonie is in feite een gevolg van de eerste ontwikkelingen op het vlak van radiocommunicatie. Al sinds het einde van de 19e eeuw experimenteerde Marconi (Wikipedia, 2007) met het versturen van radiosignalen over steeds langere afstanden. Zo slaagde hij er in 1901 bijvoorbeeld in om een radiobericht door te sturen van Cornwall (GrootBrittanië) naar Newfoundland (Canada). Door verdere technische ontwikkelingen werd marinecommunicatie niet veel later de eerste échte toepassing van mobiele radiocommunicatie. Als gevolg van de ramp met de Titanic werden schepen verplicht om 24 uur per dag bereikbaar te zijn via de radio. Geleidelijk aan werd radiocommunicatie ook gebruikt voor andere toepassingen. In Detroit was er in het begin van de jaren ’20 bijvoorbeeld een systeem om de activiteiten van politie en taxi’s te coördineren (Ling, 2004). De ontwikkeling van de transistor na de tweede wereldoorlog maakte het mogelijk om geschakelde communicatie binnen radiocommunicatie te gebruiken. Daardoor werd het mogelijk om aan de telefoonoperator te vertellen naar welk nummer je wilde telefoneren en vervolgens werd je doorverbonden. Later, tegen het einde van de jaren ’40, ontstonden er systemen waarbij de radiogebaseerde telefoon geïntegreerd werd binnen de traditionele geschakelde systemen. De verbinding was echter half duplex: er kon slechts één persoon tegelijkertijd spreken, vergelijkbaar met wat we kennen bij de walkie talkie. In het midden van de jaren ’60 werd het systeem verder uitgewerkt en kwam er een volledige duplex verbinding. Het systeem liet echter slechts een beperkt aantal simultane verbindingen toe. Mobiel was bovendien een relatief begrip: de benodigde apparaten waren zo groot en zwaar dat ze vrijwel steeds

Mobiele telefoon ingebouwd in een wagen (Bron: Lucent Technologies) moesten worden ingebouwd in een wagen. De foto hierboven maakt duidelijk dat het in die tijd niet meteen evident was om je mobiele telefoon even weg te bergen in je broekzak.

Naar een (digitale) standaard
In het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw bestonden er verschillende mobiele telefoonstandaarden naast elkaar. Die waren echter niet of nauwelijks compatibel met elkaar en bijgevolg bleef een doorbraak van de mobiele telefonie uit. De onmogelijkheid om van het ene naar het andere land te telefoneren was immers – in het bijzonder binnen Europa – een belangrijk probleem. Als reactie op die compabiliteitsproblemen startten een aantal Europese landen in 1982 met de ontwikkeling van de digitale GSM standaard binnen de speciaal daartoe opgerichte Groupe Spécial Mobile (Wikipedia, 2007). GSM laat onder andere internationale roaming (Wikipedia, 2007) toe, is compatibel met oudere systemen en maakt diverse datadiensten – zoals

9

WAP en sms – mogelijk. In ’89 werd de verantwoordelijkheid overgedragen aan de European Telecommunication Standards Institute (ETSI) en een jaar later werden de eerste specificaties van het GSM systeem gepubliceerd (Scourias, 1997). Het commerciële gebruik begon in de loop van 1991. Meteen het startpunt van een ongekende groei, want de GSM kende een enorm succes. Van een eerder onhandig en ongebruiksvriendelijk toestel, groeide het uit tot een deel van het dagelijks leven van miljoenen mensen. Een toestel dat niet langer alleen wordt gebruikt voor eenvoudige communicatie,

Het aantal landen wereldwijd (ingekleurd in het blauw) waarin op het einde van 2001 meer mobiele dan vaste toestellen werden gebruikt. (Bron: ITU World Telecommunication Indicators Database, 2001) 69% van die mobiele abonnees maakte gebruik van de GSM standaard. Bijna de helft van de Europeanen bezat op dat ogenblik een GSM. Hoewel GSM oorspronkelijk een Europees initiatief was, bleef het gebruik van de standaard niet beperkt tot Europa alleen. Vandaag wordt de GSM standaard in ieder continent gebruikt en is het wereldwijd de meest gebruikte standaard voor mobiele telefonie. Het acroniem werd dan ook maar handig herdoopt tot Global System for Mobile communications. Overigens, ondanks de evolutie naar een standaardisering, bestaan er nog altijd verschillende mobiele standaarden naast elkaar. Het belangrijkste 2G-alternatief (Wikipedia, 2007) voor GSM is IS-95/cdmaOne (Wikipedia, 2007), een systeem dat voornamelijk in Noord- en Zuid-Amerika wordt gebruikt. Aangezien de GSM standaard in België en Europa vrijwel de enige gebruikte mobiele standaard is, wordt GSM in het vervolg van deze masterproef gebruikt als een synoniem voor de mobiele telefoon, op dezelfde manier als we dat meestal ook doen in onze spreektaal.

Het aantal vaste (blauw) en mobiele (rood) telefoongebruikers wereldwijd in de periode 1982-2005. (Bron: ITU World Telecommunication Indicators Database, 2001) maar ook voor tekstuele communicatie, toegang tot het internet, fotografie, video en location based services (LBS). Volgens gegevens van de International Telecommunication Union (ITU) waren er in 2001 ongeveer 1162 miljoen mobiele telefoonverbindingen (Ling, 2004). Dat betekende toen al dat er meer mobiele telefoons in de omloop waren dan dat er vaste lijnen bestonden.

10

SMS
De specifieke beschrijving van de GSM standaard gaat voorbij aan het doel van deze masterproef, maar gezien het belang van sms-berichten (Short Message Service) (Wikipedia, 2007) binnen het praktische project, maak ik één uitzondering. SMS werd oorspronkelijk ontwikkeld als een onderdeel van de GSM standaard, maar door het onverwacht grote succes is het vandaag beschikbaar voor een groot aantal typen mobiele netwerken. Dat succes wordt verklaard door een aantal factoren. In de eerste plaats is sms een asynchroon communicatiemiddel. Dat betekent dat de ontvanger van een bericht – in tegenstelling tot wat bij een telefoontje wél het geval is – niet meteen hoeft te reageren. Dat maakt sms een weinig opvallend en storend communicatiemiddel. Bovendien ligt de kostprijs aanzienlijk lager dan bij gesproken telefonie en is die op voorhand bovendien goed in te schatten. De gebruiker moet er uiteraard wel een aantal nadelen bijnemen: het invoeren van tekst op de gemiddelde GSM is niet zo handig vanwege het gebrek aan een volwaardig keyboard en de lengte van berichten is beperkt tot slechts 160 karakters. SMS neemt een belangrijke plaats in binnen het praktische project dat volgt in het tweede luik van deze masterproef. In hoofdstuk 8.5 (SMS) ga ik dieper in op het succes en de verspreiding van sms-berichten en bekijk ik in welke situaties het gebruik van sms al dan niet een goed idee is.

drie jaar daarvoor bedroeg dat aandeel slechts 10%. Het aantal GSM abonnees in België steeg volgens de ITU, de International Telecommunication Union, van een verwaarloosbare 0,4% in 1990 tot 88,3% in 2004 (International Telecommunication Union, 2007). België behoort daarmee eerder tot de middenmoot: in uitschieter Luxemburg waren er op dat ogenblik al 119,4 abonnementen per honderd inwoners. Een aanzienlijk deel van de Luxemburgers beschikte dus over meer dan één GSM abonnement, een fenomeen dat overigens in steeds meer landen opduikt. Op nauwelijks vijftien jaar tijd evolueerde de mobiele telefoon van een groot en plomp apparaat dat enkel werd gebruikt door yuppies, tot een onmisbare multimedia computer die dagelijks wordt gebruikt door zowel de tiener als de gepensioneerde tuinman.

De mobiele telefoon en mobiliteit
Als je kijkt naar telefonie en mobiliteit kan je drie belangrijke fases onderscheiden (Ling en Haddon, 2001). In de periode voor de telegrafie kon communicatie enkel plaatsvinden wanneer de deelnemers zelf ook mobiel waren. De snelheid waarmee een bericht kon worden gecommuniceerd, was gelijk aan de tijd die nodig was om de boodschap fysiek te transporteren. Denk maar aan de legendarische Griekse soldaat die in 490 voor Christus een marathon moest lopen om te melden dat de Atheners de Perzen hadden verslagen (Wikipedia, 2007). De telegrafie maakte een einde aan de noodzaak om berichten fysiek te transporteren en zorgde ervoor dat het mogelijk werd om die boodschappen vele malen sneller over te brengen. Het was niet langer nodig om een boodschapper naar de ontvanger te laten reizen. Voorwaarde was daarbij uiteraard wel dat de zender beschikte over de nodige apparatuur, een vaste locatie en dat hij wist op welke plaats de ontvanger van de boodschap

GSM-gebruik in België
Cijfers van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie tonen aan dat in oktober 2001 69,4% van de Belgische huishoudens een mobiele telefoon ter beschikking had. Nauwelijks

11

zich bevond. In de derde fase valt die beperking van een vaste locatie voor de zender en ontvanger weg. Vandaag kan je op ieder ogenblik en vanaf vrijwel elke locatie met anderen communiceren, ongeacht de plaats waar de ontvanger zich bevindt. Het wordt daardoor minder belangrijk om op voorhand duidelijk een tijdstip af te spreken waarop het gesprek zal plaatsvinden. In hoofdstuk 5.5 (Nieuwe mogelijkheden voor dagdagelijkse coördinatie) ga ik daar uitgebreid op in en verwijs ik naar dat fenomeen met de term softening of time.

Precies het omgekeerde wordt beweerd door het sociologisch determinisme (Wikipedia, 2007): technologieën worden voortdurend op een nieuwe manier geïnterpreteerd door hun gebruikers en krijgen op die manier nieuwe betekenissen. Terwijl een mobiele telefoon bijvoorbeeld in de eerste plaats wordt ontwikkeld om te telefoneren, kunnen gebruikers hem later even goed aanwenden als een soort van hamer of zaklamp. De intenties van de ontwikkelaar worden niet noodzakelijk gedeeld door de gebruiker. Beide perspectieven hebben zo hun eigen beperkingen. Bij het technologisch determinisme wordt voorbij gegaan aan het feit dat de technologie werd ontwikkeld binnen een bepaalde context. Technologie is met andere woorden niet allesoverheersend: de mensen die de technologie ontwikkelden en de omgeving waarbinnen dat gebeurde, hebben er hoe dan ook een bepaalde invloed op uitgeoefend. Bij het sociologisch determinisme kan je precies het tegenovergestelde bekritiseren: als je dat perspectief immers doortrekt kan je elke technologie herinterpreteren en heeft de technologie geen enkele intrinsieke waarde meer. Je zou dan immers kunnen beweren dat elke technologie vandaag wordt gebruikt op de manier waarop ze door de mens werd geïnterpreteerd. Zoals vaak ligt de waarheid wellicht eerder ergens in het midden en moeten we op zoek gaan naar een model dat eerder kiest voor een gulden middenweg. Zo’n soort van middle-of-the-road oplossing wordt aangereikt door Gibsen (1979) en Norman (1990). Hun affordances theorie beschrijft op welke manier de fysische eigenschappen van een object interageren met de manier waarop we dat object zien en interpreteren: de eigenschappen van het object bepalen de mogelijke acties. Bij een verticale deurklink is een gebruiker

5.2. De GSM in het dagelijkse leven
Rekening houdend met de eerdere cijfers over de populariteit van mobiele telefonie is het dan ook niet verwonderlijk dat de GSM een aanzienlijke invloed uitoefent op ons dagelijks leven en de manier waarop we met elkaar omgaan. In zijn boek The Mobile Connection beschrijft Richard Ling verschillende vormen van interactie tussen technologie en maatschappij (Ling, 2004). In de eerste plaats voer voor sociologen, maar gezien dit hoofdstuk precies de relatie tussen de mobiele telefoon en de maatschappij behandelt, lijkt het me nuttig om toch ten minste enkele perspectieven te schetsen. Ling start met het technologisch determinisme (Wikipedia, 2007), dat er vanuit gaat dat sociale vooruitgang wordt voortgestuwd door technologische innovaties. De mobiele telefoon was oorspronkelijk bedoeld om mensen mobiel te laten telefoneren, maar al vlug bleek het ook geschikt voor tekstcommunicatie. De GSM gaf het begrip mobiele communicatie een ruimere invulling. Het feit dat het een eerder recent medium is, maakt dat we vandaag nog steeds nieuwe toepassingen ontdekken. De evolutie van een eenvoudige mobiele telefoon tot een volwaardige multimediacomputer is daarvan een goed voorbeeld.

12

bijvoorbeeld eerder geneigd om te trekken, terwijl de knoppen in een computer interface de gebruiker aanzetten tot klikken. De affordances theorie is vooral interessant om te duiden op de tekortkomingen van de technologische en sociologische perspectieven en om die tekortkomingen – zij het eventueel gedeeltelijk – te omzeilen. Wanneer het echter gaat over de bredere sociale context, schiet de affordances theorie opnieuw tekort. Je zou met de affordances theorie bijvoorbeeld moeilijk het succes van sms kunnen verklaren: de beperkte inputmogelijkheden en het kleine scherm maken het versturen van berichtjes niet meteen eenvoudig. Een vierde theorie – het domestication perspectief – kiest net zoals de affordances theorie ook voor een compromis tussen het technologische en het sociologische determinisme, maar vermijdt tegelijkertijd het beperkende van het affordances perspectief. Het is het perspectief dat door Ling (2004) wordt gebruikt. De domestication aanpak werd oorspronkelijk ontwikkeld voor onderzoek naar de aanvaarding van technologieën in huis, maar werd later uitgebreid naar mobiele technologieën. Volgens Haddon (2001) zijn er een aantal algemene kenmerken van het domestication perspectief: • de nadruk bij een product ligt op de consumptie en niet enkel op de aankoop ervan. Om de betekenis van een product in de ogen van de consument te begrijpen, moet de onderzoeker een inzicht hebben in de interacties die gepaard gaan met de aankoop en het verdere gebruik ervan binnenshuis of binnen een sociale groep; • de aanvaarding van een product moet worden gezien als een proces. We overwegen een hele reeks elementen alvorens we effectief overgaan tot een aankoop; • het proces staat bovendien niet op zichzelf. Ook na de aankoop kunnen er discussies plaatsvinden over de rol van het product of de dienst;

• domestication is niet alleen een mentaal proces binnen één individu, maar ook een sociale interactie tussen verschillende personen. In dit punt onderscheidt domestication zich duidelijk van de affordances theorie.

5.3. Snelle aanvaarding
In het begin en het midden van de jaren ’90 werd de mobiele telefoon nog vooral in verband gebracht met yuppies: overwegend jonge mannen voor wie de GSM vooral een statussymbool was. Binnen korte tijd werd de mobiele telefoon echter ook in gebruik genomen door andere groepen. Vandaag is het zelfs zo dat de GSM procentueel meer wordt gebruikt door vrouwen dan door mannen. Een aantal factoren verklaren die razendsnelle aanvaarding.

(On)veiligheidsgevoel
De GSM speelt in belangrijke mate in op de behoefte aan veiligheid. 82% van de respondenten van een Europees onderzoek was het volledig eens met de stelling dat de mobiele telefoon nuttig is in het geval van een noodsituatie (Ling, 2004). Geen enkele andere stelling scoorde zo hoog. De mobiele telefoon is een bron van veiligheid, een soort van lifeline. Veiligheid kan daarbij op verschillende manieren worden geïnterpreteerd: van de chronisch zieke die op ieder ogenblik een familielid kan contacteren tot de puber die ’s nachts alleen naar huis fietst na een nachtje stappen en zijn GSM gebruikt in geval van pech. Uit Noors onderzoek (Ling, 2004) dat verder gaat op de vorige stelling, blijkt dat vooral vrouwen en ouderen “een GSM in noodsituaties bijzonder nuttig vinden”. Bij mannen ligt dat aandeel net iets lager. Opvallend was wel dat jongeren eerder akkoord gingen met de stelling dan personen van middelbare leeftijd. Nog

13

een vaststelling: hoewel ouderen de GSM op openbare plaatsen vooral als storend ervaren, hebben ze er geen enkel probleem mee wanneer die GSM hen kan helpen in een benarde situatie. Heel wat mensen dragen de GSM bij zich voor het geval dat. Met een mobiele telefoon heb je het gevoel dat je niet alleen bent tijdens een eventuele noodsituatie. Of ten minste, je kan in ieder geval anderen proberen te bereiken. Dat neemt uiteraard niet weg dat de mobiele telefoon ook kan bijdragen aan onveiligheid. Denk bijvoorbeeld maar aan ongevallen die worden veroorzaakt door telefonerende chauffeurs of, in extremere gevallen, het gebruik van de mobiele telefoon ter ondersteuning van criminele daden. Onderzoek uit diverse landen toont aan dat het verschaffen van een veiligheidsgevoel steeds terugkeert als één van de belangrijkste voordelen van de mobiele telefoon. Het gaat daarbij overigens niet alleen om een gevoel. Studies hebben immers aangetoond dat het gebruik van noodlijnen de overlevingskansen van een persoon die een hartstilstand krijgt aanzienlijk vergroot. Het gebruik van mobiele telefonie breidt die kans verder uit en verkort de tijd die nodig is om een telefoontoestel te bereiken (Ling, 2004).

heid die voorheen ondenkbaar was. Zonder dat hun ouders of andere volwassenen kunnen meevolgen geeft de GSM hen de mogelijkheid om vrijwel permanent in contact te staan met vrienden.

Afspraken maken
De mobiele telefoon biedt nieuwe mogelijkheden op het vlak van afspraken maken. Waar dat afspraken maken voordien steeds was gekoppeld aan een tijdstip, wordt het met behulp van de GSM mogelijk om op een spontanere manier te onderhandelen. Het is precies dat aspect dat in deze masterproef in het bijzonder wordt besproken. In hoofdstuk 5.5 (Nieuwe mogelijkheden voor dagdagelijkse coördinatie) ga ik er daarom dieper op in.

5.4. Nieuwe bron van ergernis
Zelden wordt een nieuwe uitvinding unaniem enthousiast onthaald. Ook de komst van de mobiele telefoon bracht een aantal negatieve reacties met zich mee. Wellicht de grootste bron van ergernis is het opdringerige karakter van de mobiele telefoon, in het bijzonder op openbare plaatsen. Denk bijvoorbeeld maar aan een restaurant of het openbaar vervoer. Resultaten van Europees onderzoek tonen aan dat tweederde van de ondervraagde personen eerder akkoord ging met de stelling dat “de mobiele telefoon andere mensen stoort”. Respondenten zonder GSM waren eerder geneigd om die stelling positief te beantwoorden (76%) dan respondenten mét een mobiele telefoon (60%). In opdracht van Motorola reisde Sadie Plant (2006) de hele wereld rond om op zoek te gaan naar de invloed van de mobiele telefonie op het dagdagelijkse leven. Daaruit bleek onder andere dat precies het indringende karakter van de mobiele telefoon als bijzonder storend wordt ervaren. Ook het beantwoorden van oproepen op

Vrijheid
De verhoogde veiligheid – of ten minste het verminderde gevoel van ongerustheid – die de mobiele telefoon met zich meebrengt, kan leiden tot meer vrijheid. Respondenten gaven aan dat door het feit dat ze steeds bereikbaar waren, hun effectieve vrijheid werd vergroot. Op het ogenblik dat iemand hen nodig had, konden ze daar onmiddellijk op reageren, zonder dat ze er speciaal voor moesten thuisblijven. De mobiele telefoon geeft – in het bijzonder aan tieners – een vorm van vrijheid en zelfstandig-

14

het ogenblik dat de ontvanger zich in een groep bevindt, blijkt sociaal niet erg geapprecieerd te worden. Niet door de eerder terughoudende groep mensen die Plant omschrijft als de innies, maar ook niet in de extraverte groep van de outies. Vraag is natuurlijk of dat een blijvend fenomeen is, of dat het eerder te wijten is aan de relatief recente doorbraak van de GSM. Ling (2004) is geneigd om dat tweede te geloven en verwijst daarbij naar eerdere studies over de sociale veranderingen die plaatsvonden op het ogenblik dat de telegraaf, elektriciteit en de traditionele telefoon op de markt kwamen. De telegraaf zijn we intussen al vergeten en aan elektriciteit of de telefoon besteden we nauwelijks nog aandacht. Ze zijn deel gaan uitmaken van de rituelen van het dagelijks leven. De kans is volgens hem groot dat de mobiele telefoon precies dezelfde weg zal volgen.

5.5. Dagdagelijkse coördinatie
Nog niet zo lang geleden moesten we – wanneer we met iemand een afspraak vastlegden – op voorhand precieze afspraken maken over de specifieke locatie en het tijdstip van die ontmoeting. Eenmaal onderweg was het vrijwel onmogelijk om de afspraak te herzien. Aan de misverstanden die het gevolg waren van zo’n situaties kunnen we vandaag nog eens glimlachend terugdenken. Tegenwoordig kunnen we met een simpel telefoontje laten weten dat we iets vroeger of later zullen arriveren, kunnen we de plaats van afspraak wijzigen of nog vlug enkele bijkomende punten op de agenda van de vergadering plaatsen. Mobiliteit en coördinatie, voorheen twee afzonderlijke begrippen, worden met behulp van mobiele telefonie geïntegreerd tot één efficiënt mechanisme.

Coördinatie is een dagdagelijkse activiteit. Voortdurend zijn we bezig met het plannen van afspraken, het afstemmen van agenda’s. We boeken een vakantie en spreken af wie wanneer de auto nodig heeft. Al die verschillende activiteiten proberen we op een zo efficiënt mogelijke manier te organiseren en te coördineren. Coördinatie als begrip is onder te verdelen in verschillende eigenschappen (Ling, 2004): • het aantal mensen dat betrokken is bij de activiteit: van één andere persoon in het geval van een tête à tête tot enkele (tien)duizenden tijdens een demonstratie; • de periode tussen het plannen van de activiteit en de daadwerkelijke uitvoering: van activiteiten die onmiddellijk plaatsvinden (“Kom nu naar mijn bureau!”) tot activiteiten in de verre toekomst (“Als we gepensioneerd zijn gaan we een wereldreis maken”); • de mate waarin de geplande activiteiten gelijktijdig verlopen: “Eerst maak ik het deeg, vervolgens bak ik de pannenkoeken”; • de onderlinge hiërarchie tussen de verschillende betrokkenen: van afspraken tussen vrienden tot afspraken tussen de baas en zijn medewerkers. Om te kunnen spreken van sociale coördinatie is het noodzakelijk dat er enerzijds apparaten bestaan die op een vrij nauwkeurige manier in staat zijn om de tijd bij te houden, en dat er anderzijds een overeenkomst is over de manier waarop die apparaten met elkaar worden gesynchroniseerd. Vreemd genoeg duurde het ongeveer tot het einde van de 19e eeuw – de Prime Meridian Conference in 1884 die de aarde verdeelde in 24 tijdzones om precies te zijn – alvorens beide voorwaarden vervuld werden en mechanische timekeeping mogelijk werd (Ling, 2004).

15

De telefoon als organisator
De mobiele telefoon heeft de manier waarop we aan sociale coördinatie doen grondig veranderd. De mechanische timekeeping waarmee we zo vertrouwd waren, wordt stilaan vervangen door de mobiele vorm van sociale coördinatie. Onderzoek van onder andere LaRose (1998) toonde aan dat traditionele telefonie voornamelijk werd en wordt gebruikt voor instrumentele activiteiten (afspraken bevestigen, plannen, ...). Tussen 66 en 75% van alle gesprekken die werden gevoerd via de traditionele telefoonlijn hadden betrekking tot die instrumentele activiteiten. Bij mobiele telefonie wordt die coördinerende functie nog belangrijker. De GSM maakt het mogelijk om activiteiten te (her)plannen – overal en altijd – op een manier die nog nooit eerder mogelijk was (Ling, 2004). De alomtegenwoordigheid van de mobiele telefoon zorgde voor een conflict met de op tijd gebaseerde sociale coördinatie die we tot dat ogenblik steeds gebruikten. In feite werd het hulpmiddel tijd vervangen door het rechtstreekse contact tussen de verschillende personen die hun activiteiten coördineerden. In tegenstelling tot andere communicatiesystemen – die steeds waren beperkt tot een bepaalde locatie – betekent mobiele telefonie niet langer dat we gebonden zijn aan een bepaalde plaats. Belangrijker nog, we hoeven ook de locatie van de gesprekspartner niet meer te kennen. Dat verhoogt de efficiëntie van het plannen en maakt het eenvoudiger om dagdagelijkse taken uit te voeren (Lange, 1993; Cooper, 2002). Volgens Ling (2004) is precies dat het belangrijkste sociale gevolg van de mobiele telefonie. De mobiele telefoon laat gebruikers toe om relevante informatie mee te delen in real time. In plaats van vooraf afspraken te coördineren met behulp van e-mail, vaste telefoon of face-to-face,

kunnen gebruikers aan hun vrienden de locatie meedelen waar ze zich op dat ogenblik bevinden en afspraken maken die onafhankelijk zijn van plaats of tijdstip. Dat brengt meteen ook een vorm van vrijheid ten opzichte van eerder gemaakte afspraken. Die kunnen immers steeds wijzigen. Resultaten van een Europese studie (Ling, 2004) tonen aan dat gebruikers de mobiele telefoon beschouwen als een nuttig instrument in het dagdagelijkse leven. Over het algemeen stonden de respondenten vrij positief tegenover het gebruik van de GSM voor planning en sociale coördinatie. 69% van de ondervraagde personen vond de mobiele telefoon “een beetje tot erg handig om familiale en sociale activiteiten te coördineren”, 70% was het eens met de stelling dat de mobiele telefoon hen de mogelijkheid biedt om in regelmatig contact te staan met familie en vrienden. De data toont echter verschillen tussen de bevraagde groepen. Over het algemeen stonden jongeren, en in mindere mate ook mannen, aanzienlijk positiever tegenover het gebruik van de mobiele telefoon om “familiale en sociale activiteiten te coördineren”. Ook bij de andere stellingen waren het steeds jongeren en mannen die het meest positief reageerden. Dat leidt Ling tot een interessante bemerking: terwijl het over het algemeen de ouders – en in het bijzonder de moeders – zijn die het meeste voordeel kunnen halen uit deze nieuwe vorm van coördinatie, zijn het vooral de jongeren die voor de nieuwe manier van coördineren gewonnen zijn. Dat kan bijgevolg betekenen dat het nog zal duren tot de huidige generatie jongeren zelf ouder wordt, voordat het gebruik van mobiele coördinatie, verder in deze masterproef ook microcoördinatie genoemd, de algemene regel zal zijn. Nochtans blijkt uit ander onderzoek van Ling en Haddon (2001) dat vrouwen de mobiele telefoon net minder gebruiken voor microcoördinatie. Dat staat haaks op wat de onderzoekers intuïtief verwachten wanneer het gaat over de

16

rol van de vrouw binnen het gezin. Bovendien blijken vrouwen meer gebruik te maken van vaste lijnen ter ondersteuning van de dagdagelijkse coördinatie en voert de vrouw over het algemeen ook meer taken uit op verschillende locaties. Het lijkt dan maar logisch dat de mobiele telefoon daartoe de perfecte oplossing is. Ling en Haddon verklaren het verschijnsel door te stellen dat vrouwen, ten minste in de tijd dat het onderzoek werd gevoerd, over het algemeen minder toegang hebben tot de mobiele telefoon. Vaak zijn die immers verbonden aan jobs die voor vrouwen minder aantrekkelijk zijn. Wanneer vrouwen de mobiele telefoon gebruiken is dat dus voor eigen rekening, mannen doen dat op kosten van de werkgever. Uiteraard moet daar een kanttekening bij gemaakt worden, hetzelfde onderzoek zou vandaag wellicht tot andere resultaten hebben geleid.

Het aspect veiligheid even buiten beschouwing gelaten, blijkt coördinatie één van de primaire functies van de mobiele telefoon. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, want het coördineren van activiteiten in het algemeen is een primaire sociale functie. Wanneer we bijvoorbeeld spreken over transport – en dan in het bijzonder in de context van stedelijke gebieden – blijkt coördinatie één van de belangrijkste aspecten. Over de relatie tussen transport, telecommunicatie, coördinatie en verstedelijking bestaan er verschillende visies. Volgens Hägerstrand (1982) is de stad precies uitgevonden om transport te kunnen vermijden. Het mag echter duidelijk zijn dat steden het transportprobleem niet hebben doen verdwijnen en dat ook de nood aan coördinatie niet is afgenomen. Tot de komst van de telecommunicatiemedia, met als eerste de telegrafie, waren transport en communicatie in feite synoniemen. De snelheid van communicatie was per definitie dezelfde als de snelheid van transport. Onder andere Morse zorgde er nadien voor dat beide begrippen van elkaar werden gescheiden. Die scheiding – waarbij het voor iemand die zich onderweg bevond vrijwel onmogelijk was om te communiceren – hield stand tot slechts een tiental jaren geleden. Met de komst van de mobiele telefonie keerde immers ook de band tussen transport en communicatie terug en wordt het mogelijk om vrijwel permanent te communiceren terwijl je onderweg bent en er geen vaste verbinding in de omgeving voorhanden is. Sociologen verwijzen naar het fenomeen waarbij mobiliteit/transport en coördinatie worden samengevoegd met de term microcoördinatie. Ling (2004) omschrijft het als the nuanced management of social interaction. It can be seen in the redirection of trips that have already started, in the iterative agreement as to when and where we can meet friends, in the ability to call ahead when we are late to an appointment, ... Of ook: het proces waarbij mensen de tijd, plaats en details van een bepaalde activiteit plannen

Microcoördinatie
Wanneer je kijkt naar de reden voor het gebruik van mobiele telefonie zijn er drie belangrijke thema’s: veiligheid, coördinatie en bereikbaarheid (Ling en Yttri, 1999). Afhankelijk van de leeftijd van de doelgroep is het ene thema belangrijker dan het andere. Bereikbaarheid blijkt het belangrijkste thema voor jongeren, voor jonge ouders speelt de coördinerende functie de belangrijkste rol, terwijl veiligheid vooral oudere gebruikers aanspreekt. Uit onderzoek van Ling en Yttri blijkt dat bij aankoop van een mobiele telefoon vooral het argument van de veiligheid – in ruime zin – wordt aangehaald. Hoe meer de GSM echter deel wordt van het dagelijkse leven, hoe meer die ook op andere manieren wordt gebruikt. Daarmee wordt dan in de eerste plaats verwezen naar de coördinatie van activiteiten, maar voor bepaalde doelgroepen gaat dat ook over expressievere vormen van interactie en het gebruik van de mobiele telefoon als een statussymbool. Die functie zal ik zodadelijk omschrijven als hypercoördinatie.

17

en herplannen tot op het ogenblik dat die activiteit effectief plaatsvindt (Ling en Yttri, 1999). Microcoördinatie omvat het gebruik van de mobiele telefoon als logistiek hulpmiddel (bijvoorbeeld bij het aanpassen van een traject dat reeds gestart was, ook wel midcourse adjustment genoemd), als een manier om anderen op de hoogte te brengen dat je later zal zijn (softening of time) of om stapsgewijs tot een bepaalde afspraak te beslissen (Ling 1999, Yttri 2002). Met behulp van de mobiele telefoon is het niet langer nodig om op voorhand afspraken te maken over tijd en plaats. Het plannen van die afspraken verloopt op een dynamische manier, op het ogenblik dat de nood tot bijstelling zich voordoet. Naast microcoördinatie voegen Ling en Yttri (1999) een tweede variant toe: de hypercoördinatie. Dat is een specifieke vorm van microcoördinatie die zich kenmerkt door twee bijkomende factoren: het expressieve gebruik van de mobiele telefoon enerzijds en het aanwenden van die telefoon als een statussymbool anderzijds. Het expressieve gebruik van de mobiele telefoon verwijst naar het gebruik van de GSM als een medium voor emotionele en sociale communicatie. Denk bijvoorbeeld maar aan de chatfunctie of het versturen van kettingberichten of foto’s via sms en mms. De GSM als statussymbool duidt op het gebruik van de mobiele telefoon als een verlengde van zichzelf. Een telefoon die bij jezelf en je levensstijl past en dat ook duidelijk maakt aan de mensen rondom je. Vooral bij tieners blijkt hypercoördinatie een belangrijke rol te spelen. Mobiele telefonie laat een nauwkeurigere vorm van coördinatie toe, precies omdat de betrokkenen elkaar permanent kunnen contacteren. Dat biedt extra mogelijkheden waarnaar wordt verwezen met de term midcourse adjustment: een transporteur kan bijvoorbeeld zijn chauffeur vragen om nog een extra klant te bezoeken, ook al is hij al onderweg naar een eerste klant.

Berichten die worden gebruikt voor sociale coördinatie, moeten ten minste twee elementen bevatten: het wanneer en het waar (Humphreys, 2006). Het wanneer van sociale coördinatie gaat niet enkel over het ogenblik waarop een afspraak plaatsvindt of wanneer het bericht wordt ontvangen. In tegenstelling tot wat we immers kennen van bijvoorbeeld vergaderingen of lessen, komen deelnemers aan sociale afspraken vaak op uiteenlopende tijdstippen aan. Daarom is niet alleen het tijdstip van de start noodzakelijk, maar speelt ook de duur een belangrijke rol voor succesvolle mobiele coördinatie. Plannen in verband met formele, sociale afspraken durven immers nogal eens wijzigen. De mobiele telefoon vormt een handige tool bij het afstemmen van dergelijke afspraken. Ook het waar is in het geval van sociale coördinatie net iets ingewikkelder dan enkel de naam van een locatie en het adres. Aan een locatie worden vaak immers (onbewust en automatisch) een aantal waarden en eigenschappen gekoppeld: welke soort mensen zijn er aanwezig, welk genre muziek wordt er gedraaid, is er plaats genoeg om te zitten, ... Bovendien speelt bij de spontane mobiele coördinatie ook de nabijheid een belangrijke rol: hoe ver is de locatie verwijderd van de plaats waar ik me momenteel bevindt? Zijn er andere leuke locaties in de omgeving waar we naartoe kunnen gaan wanneer locatie A blijkt tegen te vallen? Allemaal vragen die mogelijk gesteld worden en een invloed hebben op de persoon die de uitnodiging ontvangt.Hymphrey haalt naast het wanneer en het waar nog een derde factor aan die een rol speelt bij sociale coördinatie: het wie. Meer bepaald naar wie de uitnodiging nog werd verstuurd. Is het een kleine of een grote groep? Heb ik op dit ogenblik zin om met die personen af te spreken? Opnieuw is het wie gekoppeld aan een

18

ingewikkelde hoeveelheid sociale informatie. Het is belangrijk om in de uiteindelijke applicatie rekening te houden met die drie factoren, en de achterliggende sociale informatie, om op die manier in te spelen op de manier waarop mobiele coördinatie vandaag plaatsvindt. Een interessante eigenschap van microcoördinatie is het feit dat het mogelijk wordt om de afspraak progressief te verfijnen, door Plant (2006) omschreven als approximeeting. Een voorbeeld maakt dergelijke iterative coordination duidelijk. Twee vrienden maken met behulp van sms een afspraak om samen te gaan stappen. In een eerste bericht beslissen ze “om iets te gaan doen in het weekend”. In het tweede bericht wordt afgesproken om zaterdagavond op café te gaan en in het derde bericht kiezen ze de specifieke locatie en het tijdstip. De coördinatie is een soort van doorlopende activiteit waarin de details van de afspraak progressief worden ingevuld. Rheingold (2003) verwijst naar hetzelfde idee met de term swarming. Groepen mensen volgen bijvoorbeeld de bewegingen van bekende personen, organiseren protestdemonstraties, ... met behulp van de mobiele telefoon. Een fenomeen dat in zekere zin ook vergelijkbaar is met de organisatie van een telefoonboom. Een gevolg van het feit dat activiteiten zelfs tijdens hun uitvoering nog kunnen worden aangepast (midcourse adjustment), is het fenomeen dat door Ling (2004) wordt beschreven als softening of schedules. Het maakt time-based afspraken minder strikt (Ling en Yttri, 2002). Bijvoorbeeld: een persoon is onderweg naar een vergadering, belandt in een file en haalt daardoor onmogelijk het afgesproken tijdstip. Met behulp van zijn mobiele telefoon brengt hij zijn collega’s op de hoogte van de situatie. Op die manier kan de agenda van de vergadering worden aangepast en wordt de presentatie van de persoon in de file naar achteren

geschoven. De mogelijkheid om anderen op de hoogte te stellen van eventuele wijzigingen biedt de kans om de afspraak te herbekijken (midcourse adjustment) en voorkomt dat we onbeleefd overkomen. De drukke verkeerssituatie in vele West-Europese landen zorgt ervoor dat dergelijke berichten vaak van pas komen. Uit een Noors onderzoek (Ling, 2004) van de inhoud van sms berichten bleek dat die soort coördinerende berichten één van de meest voorkomende thema’s waren. In het verlengde daarvan ligt de term remote caregiving (Rakow en Navarro, 1993), die specifiek duidt op het gebruik van de (mobiele) telefoon door ouders (vooral moeders) om vanop afstand met hun kinderen te communiceren, bijvoorbeeld op het ogenblik dat ze onderweg zijn van het werk naar huis. Het gebruik van de mobiele telefoon om anderen op de hoogte te brengen van de situatie – en hen daarbij eventueel te melden dat de afspraak niet kan plaatsvinden op het vooropgestelde tijdstip – wordt door de meeste mensen als eerder positief ervaren. Uit het Europese onderzoek dat eerder al een paar keer ter sprake kwam, bleek dat 92% van de respondenten akkoord gingen met de stelling dat “het gebruik van de mobiele telefoon helpt om anderen op de hoogte te stellen wanneer je te laat bent” (Ling, 2004). Daarbij was er overigens wel een aanzienlijk verschil in leeftijd: jongeren stonden opvallende positiever tegenover die stelling dan ouderen. De bevindingen tonen aan dat de mobiele telefoon een oplossing biedt tijdens potentieel vervelende sociale situaties. Hoewel de mobiele telefoon in bepaalde gevallen wordt beschouwd als een behoorlijk storend apparaat (zie 5.4), tonen deze softening of schedules situaties aan dat de GSM in andere situaties dan weer een dankbaar middel kan zijn om een praktisch probleem op te lossen.

19

Voordelen ...
Mobiele coördinatie biedt een aantal voordelen ten opzichte van de op tijd gebaseerde manier van coördinatie. In de eerste plaats is mobiele coördinatie een stuk flexibeler. Door het feit dat je niet bent gebonden aan een extern regelsysteem (in dit geval een uurwerk), kunnen de noden van de verschillende deelnemers worden aangepast in de loop van het proces. Het maken van afspraken gebeurt met andere woorden op een meer interactieve manier. Die ad hoc manier van werken lijkt op het eerste zicht misschien niet zo efficiënt, maar onderzoek wees precies het tegenovergestelde uit: mobiele coördinatie verhoogt de efficiëntie bij het organiseren van meetings omdat de afspraken omtrent die meeting in real time kunnen worden herbekeken en bijgestuurd (Ling en Haddon, 2001; Cooper, 2002). De verschillende deelnemers aan een afspraak hoeven bovendien niet noodzakelijk geografisch verbonden te zijn om tot een overeenkomst te komen. We evolueren van een situatie waarin afspraken plaatsvinden op vastgestelde tijdstippen naar een toestand waarin er over de verschillende voorwaarden van de afspraak – in bepaalde mate – kan worden onderhandeld. De mobiele telefoon is het ideale toestel voor coördinatie tijdens breaking events. Dat kan gaan van onschuldige feestjes tot protestdemonstraties zoals in Manila, Göteborg of Seattle (Rheingold, 2003). Tragere systemen werken in dergelijke gevallen nadelig. Rheingold haalt bijvoorbeeld aan dat het omverwerpen van de regering Estrada (Wikipedia, 2007) in de Filippijnen gedeeltelijk te wijten was aan de mobiele manier van organiseren die werd gebruikt door de demonstranten. Enigszins daaraan gekoppeld is swarming (Rheingold, 2003), een verschijnsel dat in bepaalde mate vergelijkbaar is met een kettingbrief of een telefoonboom. Daarbij contacteert de ene persoon één van zijn nabije vrienden, die vervolgens op zijn beurt hetzelfde doet. Op

die manier ontstaat er een kettingreactie (netwerk effect) die het mogelijk maakt om op korte termijn een groot aantal mensen te bereiken. Daarbij moet echter wel opgemerkt worden dat er in het geval van swarming geen sprake is van coördinatie, maar eerder van een vorm van top-down communicatie waarbij er niet wordt gediscussieerd over de inhoud van de boodschap.

... en nadelen
Ondanks de belangrijke voordelen van mobiele coördinatie, kampt het systeem ook met een aantal beperkingen. Zo blijkt de mobiele telefoon plotseling niet meer zo efficiënt wanneer er te veel deelnemers bij het proces betrokken zijn. Wanneer slechts twee personen betrokken zijn bij de coördinatie, kan het interactieve proces op een eenvoudige manier verlopen. De interpersoonlijke communicatie laat toe om het gebruik van tijd als referentie te overstijgen en afspraken te maken op een spontanere manier. Wanneer het aantal te coördineren personen echter stijgt, wordt het meteen ook een stuk ingewikkelder om tussen de verschillende deelnemers te onderhandelen. Een voorbeeld: de twee vrienden die enkele paragrafen geleden beslisten om te gaan stappen, hebben intussen het gezelschap gekregen van drie andere vrienden. Met vijf personen wordt het echter behoorlijk ingewikkeld om het behulp van de GSM een afspraak te maken over tijd en plaats. Immers, om een tijdstip af te spreken zal één persoon de andere vier moeten opbellen of sms’en. Wanneer één van die vier personen echter niet kan op het voorgesteld ogenblik, start het hele proces opnieuw. Ling (2004) besluit dat, wanneer het aantal deelnemers boven een bepaalde drempel ligt, het eenvoudiger wordt om te kiezen voor tijd als de coördinerende factor. Dat geldt in het bijzonder wanneer er nog geen concrete afspraken werden gemaakt en er bijgevolg nog uitvoerig moet worden onderhandeld. Als het enkel gaat over de

20

distributie van een boodschap naar een groep ontvangers, dan kan dat immers wél op een efficiënte manier met behulp van de mobiele telefoon gebeuren. In een artikel in Receiver magazine beschrijft Lee Humphreys (2006) dat fenomeen met de term mobile broadcasting. In feite is het sterk vergelijkbaar met wat we zien bij e-mail mailinglists die bijvoorbeeld gebruikt worden om een uitnodiging te versturen en bekend te maken. De beperking in het aantal deelnemers leidt automatisch tot een volgende (tweede) nadeel. Grote organisaties (scholen, bedrijven, ...) kunnen niet anders dan hun afspraken coördineren met behulp van tijd. Dan kan het gaan over de start van een meeting, de tijdstabellen van trein en bus of het tijdstip waarop studenten op school worden verwacht. Een derde nadeel van het gebruik van mobiele communicatie als coördinatiemiddel is te wijten aan de hogere instapdrempel ten opzichte van het alomtegenwoordige en onfeilbare uurwerk. In de eerste plaats is het zo dat de noodzakelijke technologie vaak minder verspreid is. Als je gebruik wil maken van mobiele coördinatie moet je er immers wel vanuit kunnen gaan dat de deelnemende partners over een mobiel telefoontoestel beschikken. Daarnaast is mobiele coördinatie in vergelijking een stuk duurder: niet alleen moet je rekening houden met de aankoopprijs van het toestel, ook de kost per gesprek/sms is een factor. Bovendien speelt ook de stabiliteit parten: denk bijvoorbeeld maar aan een lege batterij of een gebrek aan mobiel bereik dat communicatie onmogelijk maakt. We stoten duidelijk op een aantal hindernissen. Specifiek voor deze masterproef is de eerste hindernis – het beperkte aantal deelnemers – het meest interessant. Mobiele coördinatie blijkt immers te werken en is volgens mobiele gebruikers zelfs één van de belangrijkste voordelen van de mobiele telefoon. Zodra er echter te veel mensen bij het proces betrokken zijn, neemt de tijd die nodig is om een besluit

te nemen toe en vermindert de efficiëntie. In een volgende fase moeten we daarom zoeken naar alternatieven die de beperkingen van mobiele coördinatie kunnen overstijgen. Daarbij moeten we opmerken dat het uiteraard geen zwart-wit situatie is. Resultaten van de Noorse analyse van sms-berichten waar ik al een aantal keer naar verwees maken duidelijk dat er vaak een tijdsaspect wordt toegevoegd aan mobiele coördinatie. De GSM wordt gebruikt om een afspraak te prikken, maar die afspraak zelf kan bijvoorbeeld pas enkele uren later plaatsvinden. Mobiele coördinatie kan met andere woorden ook perfect worden gebruikt voor afspraken op middellange termijn. Daarnaast is het ook mogelijk om een tijdsindicatie te geven die eerder verwijst naar een verstreken periode dan naar een specifiek tijdstip. Een voorbeeld kan zijn: “ik ben vijf minuutjes later”. Tijd wordt gebruikt als een manier om afspraken te synchroniseren. Het mag dan ook duidelijk zijn dat mobiele coördinatie de meer op tijd gebaseerde manier van coördinatie niet zal vervangen. Realistischer is om te stellen dat de twee elkaar zullen aanvullen en dat het maken van afspraken door die combinatie beter kan worden geïntegreerd binnen het dagelijkse leven.

5.6. Groep-sms: het Swarm onderzoek
In dezelfde lijn ligt het onderzoek dat Pedram Keyani en Shelly Farnham uitvoerden (Harper, Palen en Taylor, 2005). Zij vertrokken vanuit de vaststelling dat gesproken communicatie via de mobiele telefoon een aantal nadelen met zich meebrengt. Een aantal van die nadelen heb ik eerder al aangehaald: het feit dat gesproken communicatie onmiddellijk de aandacht vraagt en daardoor storend kan zijn voor zowel de ontvanger als de omgeving, de gedeelde aandacht die er vaak het gevolg van is en het feit gesproken communicatie niet schaalbaar is voor de coördi-

21

natie van grotere groepen mensen. Met hun onderzoek wilden ze een groep-sms systeem ontwikkelen dat die beperkingen overstijgt en tegelijkertijd een verhoogd gevoel van sociale verbondenheid ontwikkelt. Swarm, want zo heet hun project, combineert het idee van e-mail distributielijsten met de manier van converseren die we vooral kennen van instant messaging. Keyani en Farnham kozen specifiek voor het gebruik van sms omdat het mobiel is, het geen onmiddellijke aandacht vraagt en omdat het kan gebruikt worden in situaties waarin gesproken conversaties sociaal niet (of minder) aanvaard worden. Swarm is een groep-sms systeem dat het mogelijk maakt om een tijds- en locatieonafhankelijke always on gedachte te creëren en tegelijkertijd een platform schept voor microcoördinatie. Het hecht daarbij een groot belang aan het gebruik van groepen die de gebruiker kan laten overeenstemmen met de groepen die hij kent uit zijn dagelijkse leven. Het project is opgebouwd rond een eenvoudige codetaal. Er is geen speciale software voor nodig en het werkt bijgevolg op iedere mobiele telefoon met sms ondersteuning. De gebruiker verstuurt een smsje naar het Swarm nummer, dat op zijn beurt de smsjes verderstuurt naar de vriendengroep van de gebruiker, aan de hand van een aantal commando’s die zijn ingebouwd in de codetaal. Add Jan (0479123456) (to vrienden) zorgt er bijvoorbeeld voor dat Jan wordt toegevoegd aan de groep “vrienden”, terwijl je met Status ben naar de winkel dan weer kan aangeven dat je eventjes gaat shoppen. De applicatie beheren gebeurt opnieuw volledig met behulp van smsjes. Op ieder bericht volgt er een rapport dat vertelt of de verstuurde actie effectief werd uitgevoerd en wat daarvan de eventuele gevolgen zijn. Daarnaast bestaat er een web interface die gebruikers toelaat om dezelfde handeling uit te voeren binnen een webbrowser.

De ontwikkeling van Swarm werd gevolgd door twee onderzoeksfasen. Enerzijds werd tijdens een rollenspel vergeleken op welke manier het gebruik van sms de coördinatie van activiteiten eenvoudiger of moeilijker maakt dan het gebruik van gesproken communicatie. Anderzijds werd Swarm gedurende zes maanden uitgeprobeerd tijdens een real life gebruikerstest. Uit het rollenspel bleek dat het gebruik van sms de coördinatie niet opvallend eenvoudiger maakt dan gesproken communicatie. Wel was het zo dat er bij het gebruik van sms opmerkelijk minder sprake was van een hiërarchische communicatiestructuur. Het aanmaken van een nieuwe groep in de Swarmapplicatie – waarbij er voor elk individueel lid een berichtje moest worden verstuurd – nam erg veel tijd in beslag. Uit de focusgroepen die volgden op het real life onderzoek bleek dan weer dat het feit dat die groepen per gebruiker moesten worden ingesteld de communicatie niet eenvoudiger maakt. Gebruikers wensten op hun beurt te kunnen reageren naar de volledige groep, ook al hadden ze binnen hun eigen account zo geen groep aangemaakt. Verder bleek uit informele observaties dat slechts een beperkt gedeelte van de Swarm commando’s effectief werd gebruikt. Daarom werd een web interface toegevoegd die toeliet om bijvoorbeeld het aanmaken van nieuwe groepen sterk te vereenvoudigen. De meeste gebruikers gaven aan dat ze Swarm een interessante tool zouden vinden binnen hun sociale omgeving. Bovendien vonden ze dat ze – door toedoen van Swarm – meer tijd met elkaar doorbrachten en voelden ze zich sterker met elkaar verbonden.

22

6

Een ruimere context
nication tactics, weave communities into their products and services, use employees and partners as marketers, and become part of a living fabric of brand loyalists (Charron, Favier en Li, 2006). Voorbeelden van social computing zijn wijd verspreid. Wellicht de meeste bekende (en gebruikte) vorm is e-mail, maar ook instant messaging, weblogs, VOIP en de vele duizenden diensten die je kan onderbrengen onder de term web 2.0 maken er deel van uit.

HOOFDSTUK ZES

Rekening houdend met wat we net hebben besproken, wordt het interessant om te kijken naar de IT wereld. Ook daar zien we immers de term microcoördinatie opduiken. Met name wanneer het gaat over social computing: het ondersteunen van sociale interactie en communicatie met behulp van ICT (Wikipedia, 2007). E-mail is er een voorbeeld van, net zoals instant messaging en weblogs. Sinds een tweetal jaren wordt ook web 2.0 tot het vakje van de social computing gerekend: een nieuwe generatie webapplicaties die de principes van het social computing in meer of mindere mate ondersteunen.

6.2. Web 2.0 6.1. Social computing
Social computing verwijst naar het ruimere gebruik van social software die sociale interactie en communicatie ondersteunt. Doel van social computing is de ontwikkeling van sociale afspraken en verhoudingen met behulp van software en technologie. In een onderzoekspaper verwoordde Forrester Research het als volgt: easy connections brought about by cheap devices, modular content, and shared computing resources are having a profound impact on our global economy and social structure. Individuals increasingly take cues from one another rather than from institutional sources like corporations, media outlets, religions, and political bodies. To thrive in an era of Social Computing, companies must abandon top-down management and commuDe term web 2.0 gebruiken in je masterproef is een riskante zaak. Het feit dat het begrip te pas en te onpas werd en wordt gebruikt, heeft ervoor gezorgd dat er vandaag klaarblijkelijk enkel nog voor- of tegenstanders bestaan (Wikipedia, 2007). Nochtans geeft die onduidelijkheid rond het begrip en het buzzword-gehalte van web 2.0 precies aan waar web 2.0 voor staat: that the term has enjoyed such a constant morphing of meaning and interpretation is, in many ways, the clearest sign of its usefulness. This is the nature of the conceptual beast in the digital age, and one of the most telling examples of what Web 2.0 applications do: they replace the authoritative heft of traditional institutions with the surging wisdom of crowds (Madden en Fox, 2006). Met andere woorden: er is niet zoiets als een autoriteit die aangeeft waar de term precies voor staat: de invulling van het

23

begrip wordt bepaald door de massa en voor een gedeelte dus ook door jezelf. Web 2.0 toepassingen laten de gebruiker toe om rechtstreeks met anderen te communiceren, om informatie te delen of om nieuwe mensen te leren kennen. Steeds met een sterke focus op samenwerken en delen. YouTube, Flickr, MySpace, blogs, ... social networking en user generated content zijn vandaag dé succesnummers op het internet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat MySpace de meeste bezochte website op het internet is (Arrington, 2006), dat meer dan de helft van de tien meeste gezochte zoektermen in de Google Zeitgeist 2006 (google.com/intl/en/press/zeitgeist2006. html) onder de categorie web 2.0 passen of dat de web 2.0 pagina de meest geciteerde Wikipedia pagina van 2006 is (Cashmore, 2007). Mensen willen hun verhalen, video’s en foto’s delen met vrienden, kennissen en ja, zelfs onbekenden. Web 2.0 is een soft concept (Jaokar en Fish, 2006): het is geen standaard, geen formule en geen definitie. Indien dat wel het geval zou zijn, dan was de controverse waarschijnlijk een stuk minder groot. Wie weet werd er dan niet eens zoveel belang aan geschonken. In ieder geval zorgt dat soft concept ervoor dat het noodzakelijk is dat ik, voor ik verderga met web 2.0 mobiel, eerst aangeef wat ik binnen deze masterproef als web 2.0 beschouw. Ik vertrek daarbij van de zeven principes die oorspronkelijk werden opgesomd door Tim O’Reilly (2005). Het is belangrijk om die principes als een geheel te beschouwen. Web 2.0 is de combinatie van die zeven principes en verwijst niet naar één individueel beginsel. Het is niet omdat je AJAX toevoegt aan je website (zie verder onder Rich user experience), dat die plotseling “web 2.0” wordt. Deze masterproef gaat niet in op de details van web 2.0. Mocht het begrip je op dit ogenblik al té exotisch in de oren klinken,

dan is het een goed idee om eerst even de C-MD masterproef van Jesse Wynants (2006) door te nemen en vervolgens vanaf de volgende paragraaf verder te lezen over de zeven basisprincipes van web 2.0.

De zeven principes van web 2.0
Om in het vervolg van deze masterproef te kunnen spreken over web 2.0 mobiel, is het noodzakelijk om eerst de zeven basisprincipes van web 2.0 (O’Reilly, 2005) op een rijtje te zetten. We zullen immers verderbouwen op deze zeven principes om de zeven (nieuwe) principes van web 2.0 mobiel te beschrijven. 1. The web as a platform Web 2.0 maakt op een optimale manier gebruik van het internet. Dat betekent dat web 2.0 diensten steeds een combinatie bieden van software en data. O’Reilly verduidelijkt dat met het verschil tussen Netscape en Google. De bedoeling van Netscape was om met behulp van de (in die tijd) dominante Netscape browser de markt van de dure server-producten aan te spreken. Netscape was software. Google is software plus data. Individueel hebben zowel de software als de data weinig waarde, maar door beide te combineren ontstaat een totaal nieuwe soort dienst. De waarde van de software bestaat er in om de enorme (en steeds groeiende) hoeveelheden data op een efficiënte en intelligente manier te beheren. Een tweede punt verwijst naar de long tail: vele kleintjes kunnen net zo groot en zelfs groter worden dan enkele groten. Een voorbeeld is het verschil tussen de businessmodellen van DoubleClick en Google AdSense. Terwijl DoubleClick zich enkel concentreert op de grote adverteerder die dure campagnes uitvoert, richt AdSense zich op de kleine adverteerder die bijvoorbeeld slechts over een dagbudget van vijf euro beschikt. Vergelijkbaar is het verschil tussen wat de Standaard Boekhandel en Amazon doen: Standaard Boekhandel

24

verkoopt een beperkt assortiment van vooral populaire boeken, terwijl Amazon in zijn virtuele wereld een veel groter aanbod van minder populaire boeken kan verkopen. 2. Harnessing collective intelligence Blogging, tagging, eBay en Amazon gebruikersreviews, wiki’s, ... het zijn allemaal voorbeelden van collective intelligence. Metadata en content die wordt gecreëerd door gebruikers en samen toegevoegde waarde geeft aan een dienst. Harnessing collective intelligence bundelt een aantal verschijnselen: • (commons based) peer production: een term die werd gelanceerd door Yochai Benkler en die een nieuw model van economische productie beschrijft dat de creatieve energie van een groot aantal mensen coördineert (meestal met behulp van het internet) tot grote, betekenisvolle projecten. Meestal gebeurt dat zonder dat er traditionele hiërarchische organisatie of financiële vergoedingen noodzakelijk zijn (Wikipedia, 2007). De internetencyclopedie Wikipedia is wellicht hét schoolvoorbeeld. • wisdom of crowds: afkomstig uit het boek Wisdom of Crowds van James Surowiecki (2005). Het centrale idee is dat grote groepen mensen slimmer zijn dan een kleine elitegroep, hoe briljant de personen in die elitegroep ook mogen zijn (Wikipedia, 2007). Wisdom of crowds is één van de belangrijkste begrippen binnen web 2.0. Om die reden is het interessant om even wat dieper in te gaan op het begrip en te bekijken welke elementen bepalen of een crowd al dan niet wise is: • diversity of opinion: iedere deelnemer beschikt over een eigen mening of een eigen visie op de feiten, hoe vreemd of onlogisch die ook mag lijken; • independance: de mening van deelnemers wordt niet beïnvloed door de verschillende meningen van anderen rondom hen;

• decentralization: deelnemers zijn in staat om verder te bouwen op wat ze leren en kennen; • aggregation: er bestaan bepaalde mechanismen om persoonlijke oordelen te vertalen naar een collectieve beslissing. Daaruit volgt dat er ook een aantal situaties bestaan waarin de wisdom of crowds niet zal werken: • in een sterk hiërarchische organisatie met een te gecentraliseerd management kan de informatie niet van de lagere niveaus naar boven vloeien; • wanneer informatie – om welke reden dan ook – te zeer wordt beschouwd als een eigendom en de verschillende partners te verdeeld zijn / niet bereid zijn om ze onder elkaar uit te wisselen; • in het geval dat er te veel wordt gekeken naar een bepaald aantal decision makers en deelnemers eerder de mening van die personen gaan kopiëren dan een eigen visie vormen; • wanneer emotionele factoren leiden tot fenomenen als groepsdruk, kuddegevoel, groepshysterie, … 3. Data is the next Intel Inside Punt één (The web as a platform) maakte net al duidelijk dat data een belangrijke plaats inneemt binnen web 2.0. Waarschijnlijk is het feit dat web 2.0 diensten steeds kiezen voor een combinatie tussen software en data één van de belangrijkste verschillen met wat we kennen van 1.0. Het is daarbij niet doodzakelijk dat het bedrijf dat de software aanbiedt ook effectief de gebruikte data bezit. Een voorbeeld: Google Docs beschikt duidelijk over software en data. Bij Google Maps daarentegen ligt dat helemaal anders. De kaartinformatie is eigendom van het ene bedrijf, de satellietbeelden van een ander bedrijf en de eventuele aanduidingen die op de kaarten worden aangebracht zijn in het bezit van een derde partner. In dat geval spreken we van een mashup.

25

4. End of the software release cycle Web 2.0 is software plus data, dat weten we intussen wel. Dat betekent echter ook dat, om actueel en relevant te blijven, die data voortdurend moet worden aangepast. In tegenstelling tot bij bijvoorbeeld een software pakket kan Google het zich niet veroorloven om de resultaten in haar zoekmachine slechts om de drie maanden te verversen. Om nuttig te blijven, moeten ze voortdurend worden aangepast. Een gevolg daarvan is dat we heel wat bèta versies zien verschijnen: de gebruiker wordt behandeld als medeontwikkelaar, of ten minste toch als testpersoon. Bèta verwijst daarbij overigens over het algemeen naar de staat waarin de data verkeert en niet zozeer de software zelf. 5. Lightweight programming models Eenvoudigere technologieën zoals RSS en AJAX zijn de drijvende kracht achter web 2.0 diensten. Technologieën die eerder zijn ontwikkeld om te syndiceren dan wel te beheren. Dat is een eigenschap die web 2.0 diensten doet afwijken van de traditionele bedrijfsfilosofie die zoveel mogelijk controle wil behouden over de data. Vaak wordt er ontwikkeld met het hergebruik van de software in gedachte. Dat leidt tot de eerder besproken mashups en zorgt ervoor dat er heel wat innovatie ontstaat binnen de 2.0 sector: nieuwe initiatieven worden gebouwd met behulp van reeds bestaande applicaties. 6. Software above the level of a single device Software die niet ontwikkeld is om te worden gebruikt op één enkel toestel of binnen één enkele toepassing, maar die de keuze open laat en gebruikers en ontwikkelaars met behulp van onder andere webservices stimuleert om er zelf mee aan de slag te gaan. In feite vormt dit zesde principe de basis van deze masterproef. In de volgende hoofdstukken kom ik er daarom nog uitvoerig op terug en zal ik een applicatie ontwikkelen die het gebruik van meerdere apparaten ondersteund.

7. Rich user experiences Om echt aantrekkelijk te kunnen zijn voor de gebruiker, is het noodzakelijk dat de gebruikerservaring op het internet wordt verbeterd. Concreet wil dat zeggen dat applicaties waarmee binnen de browser wordt gewerkt, op een gelijkaardig eenvoudige en prettige manier moeten werken als desktop software. In vergelijking met besturingssystemen als Windows of OSX hinkt het web met zijn beperkte mogelijkheden daar immers vaak een stuk achterop. Door het combineren van een aantal technologieën binnen AJAX (Wikipedia, 2007) werd het echter mogelijk om de gebruikerservaring op het web te verhogen. Diensten als Gmail, Google Maps en Flickr maken in ruime mate gebruik van AJAX en hebben als trendsetter ervoor gezorgd dat de technologie vlug werd overgenomen door andere ontwikkelaars.

Een definitie
Om tot een beknopte definitie van web 2.0 te komen, is het interessant om te bekijken op welke manier de voorgaande zeven principes elkaar overlappen. Wanneer je dat doet, kom je tot de vaststelling dat het tweede principe (Harnessing collective intelligence) in feite de overige zes principes omvat. Op een vereenvoudigde manier kan je web 2.0 bijgevolg beschouwen als harnessing collective intelligence of als the intelligent web (Hinchcliffe, 2006; Jaokar en Fish, 2006). De intelligentie die wordt toegevoegd aan web 2.0 is afkomstig van ons, de internetgebruikers in het algemeen, en ontstaat zodra we met behulp van dat internet met elkaar beginnen te communiceren. In web 1.0 was de content voornamelijk afkomstig van marketeers en adverteerders die het internet in de eerste plaats beschouwden als een push medium.

26

Een bijkomend voordeel van deze compacte definitie die web 2.0 herleidt tot enkel het tweede principe, is het feit dat wanneer je vanuit dat perspectief opnieuw naar de zes andere principes kijkt, het volledige concept van web 2.0 een stuk duidelijker wordt. 1. The web as a platform Om op een optimale manier collective intelligence op te vangen, is het noodzakelijk om gesteund te worden door zoveel mogelijk deelnemers. Het internet is daartoe veruit het meest geschikte medium en verbindt mensen van over de hele wereld. Ongeacht of die mensen nu op het internet browsen met hun desktop PC of via hun mobiele telefoon. 2. Het tweede principe is het hoofdprincipe geworden en slaan we bijgevolg over. 3. Data is the next Intel Inside Collective intelligence opvangen kan je per definitie alleen maar door enorme hoeveelheden data te verwerken. Binnen die data ontstaan er vervolgens patronen die leiden tot intelligentie. 4. End of the software release cycle Software als dienst – niet als product – heeft tot doel de data relevant te houden. Dat kan ze doen door zoveel mogelijk verschillende bronnen te raadplegen. 5. Lightweight programming models Door gebruik te maken van relatief eenvoudige applicaties, gecombineerd met uitgebreide mogelijkheden om data uit te wisselen (REST) (Wikipedia, 2007), slagen web 2.0 diensten erin om bijzonder veel mensen te bereiken. Op die manier kunnen dergelijke diensten een groot aantal bronnen van user generated informatie aanboren.

6. Software above the level of a single device Hoe meer toestellen in staat zijn om informatie (tekst, foto, video, …) op te slaan en hoe beter die toestellen die informatie onderling en met het internet kunnen uitwisselen, hoe intelligenter het web zal worden. 7. Rich user experiences Een verbeterde gebruikerservaring zal bijdragen tot een verhoogd gebruik van webapplicaties, een betere informatiedoorstroming en opnieuw een intelligenter web.

Maar ook ... een andere definitie
Interessant om toe te voegen aan de voorgaande poging tot een vereenvoudigde definitie van web 2.0 is het feit dat Tim O’Reilly (2006) zelf begin december 2006 een vernieuwde, compacte definitie van het begrip publiceerde: Web 2.0 is the business revolution in the computer industry caused by the move to the internet as platform, and an attempt to understand the rules for success on that new platform. Chief among those rules is this: build applications that harness network effects to get better the more people use them. (This is what I’ve elsewhere called “harnessing collective intelligence.”) Ook O’Reilly zelf beschouwt Harnessing collective intelligence als één van de belangrijkste eigenschappen, iets wat hij eigenlijk ook al eerder aangaf (O’Reilly, 2006). Geheel web 2.0-gewijs kreeg deze vernieuwde definitie overigens meteen van alle kanten kritiek. Een “officiële” definitie zit er dan ook niet onmiddellijk aan te komen …

27

6.3. Social computing en microcoördinatie
Een hele reeks social computing software, zowel webbased als desktop software, kan vandaag al worden ingeschakeld ter ondersteuning van microcoördinatie. Denk bijvoorbeeld maar aan de talloze instant messaging systemen waarmee gebruikers tekstberichtjes kunnen uitwisselen. Interessanter zijn uiteraard de (semi-)geautomatiseerde mogelijkheden die de persoon die een bepaalde afspraak wenst te coördineren, ondersteunen. De iCal kalender software binnen OSX Leopard (momenteel nog in ontwikkeling) bevat bijvoorbeeld de mogelijkheid om te controleren af de andere deelnemers aan een bijeenkomst vrij zijn, nog voor je een uitnodiging verstuurt. Een automatische inplanfunctie zorgt ervoor dat je gemakkelijk het tijdstip vindt dat iedereen het best uitkomt. Verdergaand is het JITWatch concept van de Duitser Martin Frey (freymartin.de/en/projects/jitwatch). Hij ontwikkelde een intelligente horloge die met behulp van Bluetooth in verbinding staat met een mobiele telefoon. Die telefoon zorgt op zijn beurt voor de locatiebepaling, synchroniseert met de persoonlijke agenda van de eigenaar en haalt tegelijkertijd allerlei externe data (zoals bijvoorbeeld het tijdschema van de bus of de openbare agenda van vrienden) op. De JITWatch neemt de coördinerende taken volledig over en waarschuwt zijn gebruiker wanneer die moet vertrekken naar een afspraak, wanneer de bus aankomt, ... Concepten als softening of time worden in dat geval bijzonder eenvoudig: de horloge verwittigt de andere deelnemers aan de afspraak dat je in de file staat en dat je een half uurtje later zal zijn. Wellicht nog wel een tijdje toekomstmuziek, maar alvast een boeiende bron van inspiratie.

Een stuk eenvoudiger – maar zeker niet minder uitgebreid – is het aanbod van diensten die een automatische datumprikker aanbieden via het internet. Om maar enkele voorbeelden te geven: • • • • • • • • • • • • • • • • • • MarkThisDate (markthisdate.com) De DatumPrikker (dedatumprikker.nl) DatumPrikker (datumprikker.nl) Afspreken.nu (afspreken.nu) Epointment (epointment.com) Planzo (planzo.com) Goovite Meeting Maker (goovite.com/mm) Doodle (doodle.ch) MeetWithApprival (meetwithapproval.com) Evite (evite.com) Renkoo (renkoo.com) Skobee (skobee.com) Planypus (planyp.us) Even Plannen (evenplannen.be) TimeToMeet (timetomeet.info) Tot dan?! (totdan.be) Request for Meeting (r4m.be) ...

Eén grote constante in dit overzicht: vrijwel geen enkele van deze applicaties kiest voluit voor een integratie met de mobiele telefoon. Nochtans zou zo’n keuze voor de hand liggen: eerder zagen we immers (hoofdstuk 5.5: Nieuwe mogelijkheden voor dagdagelijkse coördinatie) dat precies microcoördinatie één van de meeste gebruikte toepassingen van de mobiele telefoon van vandaag is. In het volgende hoofdstuk bekijk ik daarom op welke manier web 2.0 vertaald kan worden naar de mobiele telefoon en welke mogelijkheden dat kan opleveren voor coördinatie met behulp van het mobiele web 2.0.

28

7

Web 2.0 mobiel
7.1. Wat is web 2.0 mobiel?
Hoofdstuk 6.2 (Web 2.0) gaf reeds een beknopte beschrijving van het begrip web 2.0 en ging in het bijzonder in op de zeven principes die web 2.0 vormgeven. In dit hoofdstuk ga ik dieper in op het mobiele web 2.0. Dat is overigens niet zomaar een exacte kopie van web 2.0 naar de mobiele telefoon. In feite kan je het beschouwen als de invulling van het zesde principe van O’Reilly (2005): Software above the level of a single device. Web 2.0 mobiel heeft zijn eigen kenmerken en eigenschappen en vertrekt – net zoals web 2.0 – vanuit zeven basisprincipes. In het boek Mobile Web 2.0 – overigens het eerste boek dat het onderwerp in detail behandelt – omschrijven auteurs Ajit Jaokar en Tony Fish (2006) het begrip op volgende wijze: Mobile Web 2.0 is focused on the user as the creator and consumer of content at the point of inspiration and the mobile device as the means to harness collective intelligence. Daniel Appelquist (2006) gaat daarop verder en maakt duidelijk dat het mobiele web 2.0 een kwestie is van toegevoegde waarde. Web 2.0 mobiel gaat verder dan 1 + 1 = 2. Mobile 2.0 is not “the Future”. It is services that already exist all around us. These services are maturing at an amazing rate and what they are doing is effectively knitting together Web 2.0 with the mobile platform to create something new: a new class of services that

HOOFDSTUK ZEVEN

Een logische volgende stap is het vertalen van de ideeën van web 2.0 naar mobiel. Een trend die vandaag al duidelijk waarneembaar is.
De mogelijkheden van het mobiele web 2.0 zijn dan ook veelbelovend: op dit ogenblik zijn er bijvoorbeeld al ongeveer drie maal zoveel mobiele telefoons in de omloop als er internetgebruikers zijn (Communities Dominate Brands, 2007). De nieuwe generatie zaktelefoons is uitgerust met Bluetooth en WiFi om draadloos te communiceren en smartphones worden steeds populairder. Zelfs spelconsoles en MP3-spelers staan vandaag met een WiFi-verbinding in contact met het wereldwijde web. In zijn boek Smart Mobs (2003) voorspelt Howard Rheingold dat de social networking functie van mobiele communicatie en de rekenkracht van netwerk-PC’s nog voor 2010 gebundeld wordt. Steeds meer lijkt het erop dat die voorspelling waarheid zal worden. Of, om het met de woorden van Google CEO Eric Smidt (2006) te zeggen: Mobile phones are cheaper than PCs, there are three times more of them, growing at twice the speed, and they increasingly have Internet access. What is more, the World Bank estimates that more than two-thirds of the world’s population lives within range of a mobile phone network. Mobile is going to be the next big Internet phenomenon. It holds the key to greater access for everyone - with all the benefits that entails.

29

leverage mobility but are as easy to use and ubiquitous as the Web is today. These services point the way forward for the mobile data industry. Als we uit het hoofdstuk over web 2.0 hebben geleerd dat de consument zich met zijn user generated content steeds vaker gaat gedragen als een producent, dan kan de mobiele telefoon die prosumer (Wikipedia, 2007) een beslissend duwtje in de rug geven. De mobiele telefoon is immers het toestel bij uitstek om content te bewaren en te verspreiden vanaf het point of inspiration. Het mag duidelijk zijn: in feite was de mobiele telefoon altijd al in staat om dat te doen. In tegenstelling tot een fotocamera of een PC hebben we de mobiele telefoon immers vrijwel altijd bij de hand. Web 2.0 heeft het echter mogelijk gemaakt om intelligentie toe te voegen aan de content die we bewaren (met behulp van tags) en geeft tegelijkertijd de kans om de intelligentie van gelijkaardige/andere content op te vragen. Het principe van harnessing collective intelligence wordt met andere woorden uitgebreid naar mobiele apparaten. Die omschrijving maakt het echter noodzakelijk dat een aantal begrippen duidelijker worden omschreven.

• persoonlijk en gepersonaliseerd • niet draagbaar (horloges zijn dus geen mobiel apparaat)

Uitbreiding van het web naar mobiele apparaten
Web 2.0 gaat over het web. Zonder dat web zou het zelfs niet eens bestaan. In principe is de definitie van web 2.0 dan ook: harnessing collective intelligence met behulp van het web. Wanneer je die definitie vervolgens doortrekt naar het mobiele web 2.0 ontdek je een aantal eigenschappen die het mobiele web 2.0 onderscheiden van het gewone web 2.0. In de eerste plaats duidt het principe van harnessing collective intelligence in het mobiele geval veel meer op de gebruiker als producent/verslaggever dan de gebruiker als consument. Dat is voornamelijk te wijten aan het feit dat je de mobiele telefoon vrijwel steeds ter beschikking hebt op het point of inspiration. Tweede punt van onderscheid is het feit dat het mobiele web 2.0 het internet gebruikt als een backbone, maar daarom is het niet noodzakelijk volledig gebaseerd op webprotocollen. Als derde en laatste eigenschap wordt de PC / desktop browser gebruikt als een lokaal mechanisme om tijdelijk informatie op te slaan en instellingen te bewaren.

Mobiel apparaat
Jaokar en Fish (2006) gebruiken de term restricted device om te verwijzen naar mobiele apparaten. Ze baseren zich daarbij op het carry principle van Barbara Ballard (2005). Dergelijke restricted devices hebben een aantal gemeenschappelijke eigenschappen: • draagbaar (mobiel) • op basis van batterijen • eerder klein • meestal multifunctioneel, maar met een primair doel • beperkte invoermogelijkheden (klein keyboard)

De zeven principes van web 2.0 mobiel
Waar we eerder al de zeven basisprincipes van web 2.0 bespraken, steunt ook het mobiele web 2.0 op zeven principes. Die moeten vooral beschouwd worden als een uitbreiding en precisering van de traditionele web 2.0 principes in het geval van mobiel. Eerder dan eigenschappen waaraan een applicatie moet beantwoorden, gaat het in het geval van de zeven principes van het mobiele web 2.0 om een aantal verschijnselen die kenmerkend zijn.

30

1. Mobile content and the changing balance of power Initiatieven als Skoeps (skoeps.nl), You Witness (news.yahoo. com/you-witness-news) of Reporter Ter Plaatse (hbvl.be/RTP) tonen vandaag al wat er mogelijk wordt wanneer content kan worden bewaard op het point of inspiration. Dat kan dan bijvoorbeeld gaan over foto’s, kalenders, notities, herinneringen, nieuwsberichten of video’s. De mobiele telefoon is het toestel bij uitstek om dergelijke user generated content te produceren, te bewaren en te verspreiden en zal bijgevolg één van de belangrijkste krachten achter web 2.0 worden. Die nieuwe rol brengt aanzienlijke veranderingen met zich mee en kan de huidige spelers op het vlak van content creatie bedreigen. Bovendien zal de nieuwe multimediacomputer, met haar mogelijkheden om film en TV te bekijken, de concurrentie aangaan met andere schermen zoals de televisie en de PC. 2. I am a tag, I am not a number Vandaag beschikt iedere persoon over diverse nummers: een vast nummer, een mobiel nummer, het rijksregisternummer, ... Tags zouden een interessante rol kunnen spelen als vervanging van die nummers. Met tags zou je die nummers immers kunnen koppelen aan een bepaald persoon om die persoon vervolgens te contacteren – op de meest geschikte manier – via zijn tag. Het tagging concept gaat verder dan enkel een aantal nummers. De tag identificeert een persoon en verbindt die persoon met een aantal referenties, evenementen, onderwerpen, ... In het meest eenvoudige geval is dat enkel een naam, een biografie of een CV. Dat systeem kan vervolgens worden uitgebreid naar diepere informatie. Op zich lijkt dat een vrij eenvoudige verandering. Desalniettemin kan deze aanpak een enorme impact hebben, omdat het zorgt

voor een verschuiving van de macht van de individuele telecom providers naar het internet en de klant. Via een online zoekmachine zou je bijvoorbeeld naar een bepaald persoon kunnen zoeken. In plaats van enkel een aantal nummers als resultaat te tonen, vraagt die zoekmachine wat je wil doen: wil je een sms sturen? Een e-mail? De persoon bellen op zijn vast nummer? Afhankelijk van de locatie waar de op te roepen persoon zich op dat ogenblik bevindt, weet de zoekmachine welke nummer te gebruiken. Op die manier wordt de zoekmachine de operator. Niet door de infrastructuur te bieden, maar wel door haar mogelijkheid om een overzicht te genereren van de gegevens van de opgezochte persoon. Het gebruik van tags biedt het voordeel dat er op die manier betere relaties kunnen ontstaan tussen een persoon en zijn of haar gegevens. Dat komt omdat tags – als een vorm van user generated content – worden gekozen op een bottom-up manier. Op zich is het tag-systeem overigens nog helemaal niet zo vergezocht: het vooral Amerikaanse gebruik van vanity numbers (1-800-FLOWERS) (Wikipedia, 2007) gaat eigenlijk al een stuk in die richting. 3. Multilingual mobile access De komst van web 2.0 bracht een light-versie van de SOAP (Wikipedia, 2007) architectuur met zich mee (zie principe vijf van web 2.0), die het mogelijk maakt om meer mensen te bereiken. Er bestaat een rekenkracht op het applicatieniveau en het netwerk laat toe om die rekenkracht te benutten. Bij web 2.0 mobiel wordt dat concept nog interessanter: er zijn vandaag al veel meer mobiele telefoongebruikers dan internetgebruikers en bovendien is de mobiele telefoon in staat om op het point of inspiration grote hoeveelheden rijke informatie te bewaren. Het netwerk van mobiele telefoons wordt een open, webbased

31

applicatie die in staat is om (hoofdzakelijk non-text) content te verzamelen van iedere mobiele telefoon over de hele wereld. De uitwisseling van de informatie vindt in hoofdzaak plaats via het internet. Ook de berekeningen gebeuren via het internet. In de toekomst moet het daarom ook mogelijk worden om – waar ook ter wereld – in je eigen taal een zoekopdracht te geven aan je mobiele telefoon en vervolgens de antwoorden in je eigen taal te ontvangen. Dat maakt de mobiele toestel tot een apparaat dat mensen van over de hele wereld samenbrengt. 4. Digital convergence Digital convergence is geen vastgelegd begrip. Vrijwel iedere speler op de markt bekijkt het begrip vanuit een ander oogpunt zodat het aansluit bij het eigen producten- en dienstenpakket (Jaokar en Fish, 2006). Hoe je het echter ook bekijkt: bedoeling is om te evolueren naar multi-use toepassingen. Toepassingen die werken op het ene én het andere apparaat, of op een apparaat dat al die andere apparaten bundelt. Op een basisniveau communiceren de meeste apparaten met elkaar via het Internet Protocol (IP) (Wikipedia, 2007). Op een hoger niveau is http (Wikipedia, 2007) bij de meeste nieuwe apparaten de gemeenschappelijke deler. Het internet (IP + http) is de link tussen de meeste nieuwe apparaten. De aanwezigheid van een browser kan bijgevolg de digitale convergentie bevorderen. 5. AJAX and mobile widgets AJAX is populair op het internet. In het bijzonder de web 2.0 applicaties maken er massaal gebruik van om de gebruikservaring te verbeteren (zie ook principe zeven van web 2.0) en dataverwerking te versnellen. Op het mobiele internet kan dat nog een stuk verder gaan. De mogelijkheden van AJAX liggen namelijk vooral in het vermogen om widgets te maken. Dergelijke

widgets gaan voorbij aan de huidige beperkingen en verruimen bijgevolg de mogelijkheid tot verspreiding. Op die manier wordt AJAX aantrekkelijk voor mobiele applicatie ontwikkelaars. In de eerste plaats promoot AJAX het ontwikkelen van mobiele applicaties voor de browser. Op die manier draagt het bij aan het idee van een eenvormig internet, voorkomt het markt fragmentatie (vanwege het verspreide doelpubliek zijn op dit ogenblik slechts weinig mobile applicaties winstgevend) en vermijdt het de typische problemen van het porten van mobiele programma’s. Daarnaast stimuleert het de ontwikkeling van mobiele widgets. Die zorgen voor eenvormigheid van applicatie ontwikkeling op het (mobiele) internet en maken een bredere distributie mogelijk. Eén van de betere voorbeelden op dit vlak is Opera Platform (opera.com/products/mobile/platform). Dat is een combinatie van de wijd verspreide mobiele Opera web browser, een AJAX framework dat het mogelijk maakt om gelijktijdig verschillende widgets en applicaties te draaien en dat toegang biedt tot de ingebouwde functionaliteit van de mobiele telefoon (zoals het telefoonboek, tekstberichten, kalender, Bluetooth, ...). Widgets voor mobiele browsers en voor desktop browsers verschillen bovendien relatief weinig. Op die manier wordt het voor ontwikkelaars gemakkelijk om code te delen. Een gevolg daarvan is het feit dat er meer long tail applicaties zullen verschijnen. Om winstgevend te zijn moeten mobiele applicaties immers relatief vlug ontwikkeld en breed verspreid worden, tegen een beperkte kost. Widgets maken dat mogelijk en bieden zoals reeds aangehaald ook ondersteuning voor desktop browsers. AJAX wordt bovendien ondersteund door een actieve developers community. Uit wat we daarover uit de geschiedenis kunnen leren, blijkt dat ondersteuning door developers vaak een

32

doorslaggevende factor vormt. AJAX is vandaag succesvoller en verder ontwikkeld dan het oorspronkelijk werd bedoeld, enkel en alleen omdat de ontwikkelaars het zo willen. Fish en Jaokar (2006) zijn ervan overtuigd dat de AJAX /Widgets aanpak de meest gebruikte manier van mobiele applicatieontwikkeling zal worden. Dat betekent echter niet dat er geen andere mogelijkheden zullen bestaan. Denk bijvoorbeeld maar aan het feit dat niet alle gebruikers surfen met een volwaardige browser. 6. Location-based services Mobiele location-based services (LBS) hebben een groot potentieel. Niet voor niets dat er dan ook al heel wat pogingen werden ondernomen om dergelijke projecten te lanceren. Meestal ging het daarbij om grootschalige top-down initiatieven waarvan het succes eerder matig was. Het mobiele web 2.0 biedt een bottom-up, organisch alternatief om dergelijke LBS te lanceren. Om location-based services te kunnen aanbieden, zijn er drie elementen noodzakelijk: • Positiebepaling: de x en y coördinaten die de exacte locatie aangeven. Het bepalen van die locatie kan zowel op basis van terminal-based als network-based technieken. De precieze technische details daarvan doe ik deze masterproef niet uit te doeken. • Location management platform: software die werkt op basis van die positiebepaling. Dat zijn toepassingen die over het algemeen worden geïnstalleerd op het niveau van de mobiele operator. • Geographic information enabler: het mechanisme dat de locatie coördinaten vertaalt naar informatie (zoals een adres) voor de eindgebruiker. Op basis daarvan kunnen locaties bijvoorbeeld op een kaart worden geplaatst of kan verdere functionaliteit – zoals routeplanners – worden uitgebouwd.

Het is duidelijk dat location based services behoorlijk wat technologie – en bijgevolg ook investeringen – vereisen. Dat maakt dat operators vaak terughoudend staan ten opzichte van al te vake upgrades, het ondersteunen van nieuwe mogelijkheden en het toevoegen van content aan de kaarten. De hoge kosten proberen ze enigszins te verhalen op de eindgebruiker. Dat maakt dat die eindgebruiker ook niet meteen geïnteresseerd is om volop van de LBS diensten gebruik te maken: de mogelijkheden zijn te beperkt en de kosten te hoog. We belanden in een vicieuze cirkel. Een alternatief is de organische aanpak, waarbij de gebruikers zelf instaan voor een groot deel van de inhoud van de dienst. Dat kunnen ze zowel via het internet als via hun mobiele telefoon doen. Een mooi voorbeeld daarvan is het Duitse Plazes (plazes. com). Plazes geeft haar gebruikers de mogelijkheid om zelf locaties en informatie en foto’s over die locaties toe te voegen. Andere gebruikers kunnen die informatie vervolgens uitbreiden. Een dergelijke web 2.0-aanpak zorgt er niet alleen voor dat de leverancier van de dienst minder tijd en geld moet investeren in de dienst, het heeft ook tot gevolg dat gebruikers zich meer betrokken zullen voelen bij het project en er een sociaal netwerk ontstaat. 7. Mobile search Mobile search wordt wellicht de belangrijkste kracht achter het mobiele web 2.0. Daarbij moet dan wel worden opgemerkt dat het om meer gaat dan het louter overbrengen van de zoekmachine naar de mobiele telefoon. Zoekmachines geven vandaag een overzicht van de meest relevante resultaten voor één of meerdere keywords die werden ingevoerd door een gebruiker. Probleem daarbij is vandaag dat zoekmachines onvoldoende kunnen bepalen wat er nu precies gezocht wordt. Dat heeft

33

twee redenen. In de eerste plaats is er te weinig metadata gekoppeld aan de data. Documenten die door zoekmachines worden geïndexeerd bevatten te weinig bijkomende informatie (tijd, datum, context, locatie, ...) om de zoekmachine te ondersteunen tijdens het beoordelen van de relevantie van de zoekresultaten. Daarnaast kunnen zoekmachines moeilijk bepalen wat de context rond een zoekopdracht is. Daar is immers extra gebruikersinput voor nodig, die dan vervolgens kan worden vergeleken met de metadata die gekoppeld is aan de data die werd geïndexeerd. Belangrijk is dus dat zoekmachines leren rekening te houden met de achterliggende bedoeling en context van een zoekopdracht. Bij mobile search wordt dat aspect immers nog belangrijker. Mobiele gebruikers willen zo weinig mogelijk keywords intypen en bovendien willen ze dat de resultaten geïndividualiseerd en gelokaliseerd worden, afhankelijk van de plaats waar ze zich op dat ogenblik bevinden. Keyword search (de manier waarop we vandaag over het algemeen informatie opzoeken op het net) wordt steeds meer een remmende factor. Dat komt voornamelijk omdat keyword search niet intuïtief is en niet verwijst naar de onderliggende bedoeling achter de zoekopdracht. De zoekmachines van de volgende generatie – en bij voorkeur ook die van het mobiele web – zullen semantisch moeten zijn. “Ik ben op zoek naar een rustig restaurantje in de buurt van het Centraal Station” in de plaats van “restaurant brussel”. Zoekmachines zullen zich moeten bezighouden met taalkunde, net zoals ze rekening moeten houden met spellingsfouten. Om de resultaten optimaal te kunnen afstemmen op de bedoeling van de gebruiker, zal er bij het behandelen van de zoekopdracht rekening moeten worden gehouden met opdrachten die de

gebruiker eerder al invoerde en locaties die hij eerder bezocht. Op die manier kan de zoekmachine anticiperen op wat de gebruiker zoekt en waar hij naar toe gaat. Dat betekent dat iedere zoekopdracht uniek zal zijn: aangepast aan de locatie, het tijdstip en de gewoontes van de gebruiker. Het grote voordeel van mobiel ten opzichte van de traditionele zoekmachine ligt precies in het feit dat metadata zoals locatie, tijd, omgeving en voorkeur kunnen worden meegestuurd met de zoekopdracht, zonder dat de gebruiker die gegevens zelf moet invoeren.

Mobiele web 2.0 trends
Net zoals we het internet steeds meer zien opschuiven vanuit een browseromgeving in de richting van mobiele toestellen, gebeurt dat ook met web 2.0. Bij een aantal vooraanstaande designers merk je steeds meer aandacht voor het mobiele: Cameron Moll (2005) publiceert binnenkort bijvoorbeeld het boek Mobile Web Design, één van de eerste boeken dat zich volledig richt op het ontwikkelen van websites in een mobiele omgeving. Onlangs publiceerde ook dotMobi, de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van het .mobi toplevel domein, de Mobile Web Developer’s Guide (Cremin en anderen, 2007). Een gids die zich specifiek richt tot webontwikkelaars die starten met het bouwen van websites voor de mobiele markt. Wellicht nog een belangrijker teken aan de wand is het feit dat het W3C, het World Wide Web Consortium dat over de standaarden en richtlijnen van het internet adviseert, in mei 2005 een aparte werkgroep heeft opgericht. Met die werkgroep gaat de organisatie, samen met 19 grote bedrijven uit de mobiele wereld, de uitdaging aan om internettoegang via mobiele apparaten even eenvoudig, gemakkelijk en gebruiksvriendelijk te maken als de toegang via een desktop PC (W3C, 2005).

34

Daarnaast zie je dat bedrijven die zich voorheen eerder richtten op het internet en slechts in beperkte mate aandacht hadden voor het mobiele, de concurrentie met de traditionele producenten van mobiele apparaten aangaan. Bedrijven als Apple met de iPod/iPhone, Microsoft met de Zune en Google met mogelijk gratis telefoons (Fehrenbacher, 2006) beginnen zich steeds meer in de richting van het mobiele te bewegen. Ook op het vlak van de web 2.0 diensten volgen de gebeurtenissen elkaar in sneltempo op. Langs de ene kant voegen de bestaande grote spelers een mobiele variant aan hun diensten toe. Denk daarbij maar aan de mobiele versies van Flickr (m.flickr. com), YouTube (youtube.com/mobile), Upcoming (m.upcoming. org), MySpace (Globe, 2006) of Gmail (m.gmail.com). Die laatst wordt overigens zowel als een browserversie als in de vorm van een te downloaden J2ME versie (gmail.com/app) aangeboden. Langs de andere kant zijn er honderden startups die zich specifiek richten op het mobiele web 2.0 en die hun plaats op de markt proberen te veroveren. Vrijwel dagelijks lees je berichten over nieuwe diensten die worden gelanceerd en bijgevolg is het zowat onmogelijk om ze allemaal te bespreken. Een beknopt overzicht van de meest interessante voorbeelden vind je onder andere in het Doe mee gedeelte van de WebappLab website (webapplab.be/lijst/mobiel). Tegelijkertijd evolueert de mobiele wereld in de richting van het internet, bijvoorbeeld door de ondersteuning van nieuwe netwerkprotocollen en geavanceerde besturingssystemen die de mobiele telefoon laten uitgroeien tot een multimedia computer. Dat is ten minste de term die Nokia gebruikt om haar nieuwe generatie mobiele telefoons te omschrijven. Het geeft in ieder geval aan dat producenten de mobiele telefoon steeds meer beschouwen als een soort van technologische connectie tussen mensen die het mogelijk maakt om enerzijds allerlei content te creëren (foto, video, e-mail, ...) en anderzijds toelaat om die content uit te wisselen

(via Bluetooth, internet, ...). Fabrikanten en mobiele operatoren hopen de web 2.0 trend naar mobiele toestellen te vertalen. Nieuwe GSM’s bieden bijvoorbeeld al de mogelijkheid om, na het nemen van een foto, die afbeelding meteen te publiceren op je persoonlijke blog. Nokia deelt N-series modellen uit aan populaire bloggers om de geïntegreerde social software te promoten en Sony Ericsson (2006) werkt samen met Blogger. Ook de operatoren springen mee op de kar: sinds half augustus 2006 biedt Proximus haar Pay&Go en FreeStyle klanten bijvoorbeeld gratis moblogs aan (payandgogeneration.proximus. be/moblogs). De vlugge doorbraak van wireless broadband access (WBA) technologieën zoals 3G en UMTS, de overgang van traditionele telecom netwerken naar internet technologie, de beschikbaarheid van betaalbare en bruikbare WiFi telefoons, ... dragen bij tot het succes van VOIP via breedband internet en zal er uiteindelijk voor zorgen dat het verschil tussen vaste en mobiele diensten onduidelijk wordt. Ze zullen dan immers allebei draadloos en IP-gebaseerd zijn. In een artikel onder de titel Understanding mobile 2.0 dat eind 2006 werd gepubliceerd, haalt Rudy De Waele (2006) enkele voorbeelden aan die duidelijk maken dat fabrikanten en mobiele operatoren steeds meer kijken in de richting van web 2.0. Enerzijds verwijst hij naar een presentatie van een Executive Director van Verizon Wireless en anderzijds duidt hij op de sponsoring van de Le Web 3 conferentie door Orange. Het feit dat operators hun naam willen verbinden aan dergelijke evenementen, is een teken dat ze meestappen in de evolutie. Denk in dezelfde zin ook maar aan de eerder aangehaalde Pay & Go moblogs en de samenwerking tussen Proximus en Windows Live Messenger (Microsoft, 2006). Tot niet zo lang geleden werden mobiele web 2.0 projecten door operators vooral beschouwd als te vermijden, omdat ze niet pasten binnen – en zelfs schadelijk waren voor – de gebruikte business modellen.

35

8

In de praktijk
bij de basis: een overzicht van wat we hebben geleerd tijdens het theoretische gedeelte van deze masterproef, zodat we die punten in het achterhoofd kunnen houden tijdens de ontwikkelingsfase.

HOOFDSTUK ACHT

Deze thesis vertrok op het ogenblik dat het traditionele microcoördinatie proces in de problemen raakt. Op het moment dat er teveel deelnemers betrokken zijn om ze op een efficiënte manier te kunnen coördineren.
Ik besprak intussen de oplossingen die web 2.0 en social networking aanreiken en ga nu – aan de hand van een praktische applicatie – op zoek naar mogelijkheden om mobiele telefonie en het sociale internet met elkaar te laten samengaan, een voorbeeld van microcoördinatie op ruimere schaal. Die praktische applicatie, met als titel Seeyoo, is een mobiele webapplicatie die gebruikers de mogelijkheid biedt om met elkaar afspraken te maken op korte termijn. Denk daarbij onder andere aan situaties als “Gaan we vanavond iets drinken?”, “Gaan jullie morgen mee naar het strand?”, “Ik ben in café Onder Den Toren, komen jullie ook?”, ... Met die specifieke focus onderscheidt Seeyoo zich van een aantal gelijkaardige diensten die uitsluitend gebruik maken van e-mail en bijgevolg automatisch langere tijd in beslag nemen om tot een afspraak te komen. In dit hoofdstuk beschrijf ik stap voor de stap de bouw van de applicatie, de lancering, de testperiode en de bijsturing aan de hand van de testresultaten. Maar beginnen doen we

8.1. Wat hebben we geleerd?
Tijdens de voorbije hoofdstukken kwamen tal van punten aan het licht die we rechtstreeks kunnen vertalen naar de praktische applicatie. Ze vormen een basis voor de beslissingen die moeten worden genomen tijdens de uitwerking van het praktische project. Mogelijk ben je al deze punten intussen al tegengekomen, maar bij wijze van korte opfrissing geef ik nog even een beknopt overzicht: • De introductie van de mobiele telefonie heeft een ware schokgolf teweeg gebracht in de samenleving. Het was de aanleiding voor nieuwe gewoontes, nieuwe ergernissen en nieuwe mogelijkheden om informatie uit te wisselen. • De doorbraak verliep razendsnel: in 2004 – nauwelijks 10 jaar na de introductie – waren er in België al meer dan 9 miljoen GSM abonnees. • Er zijn ongeveer drie keer zoveel mobiele telefoons in de omloop (wereldwijd) als er internetverbindingen bestaan. • De verandering in de manier waarop we onze activiteiten coördineren is wellicht het belangrijkste sociale gevolg.

36

• Mobiliteit en coördinatie worden met behulp van mobiele telefonie geïntegreerd tot één efficiënt mechanisme. We noemen dat microcoördinatie met behulp van de mobiele telefoon. • Jongeren en mannen staan positiever tegenover het gebruik van de mobiele telefoon als een instrument om familiale en sociale activiteiten te coördineren. • Onderzoek wees uit dat mobiele coördinatie het plannen van afspraken efficiënter maakt. • Vooral als het gaat over breaking events – afspraken op korte termijn – blijkt mobiele coördinatie zeer interessant. • Mensen weten graag wie er ook aanwezig is op de activiteit. • Mobiele coördinatie heeft een drempel wat betreft het maximale aantal deelnemers. • Microcoördinatie zien we ook opduiken in web 2.0 applicaties en binnen social computing in het algemeen. Dergelijke applicaties focussen meestal niet op mobiel: enkel sms. • Er ontstaan mogelijkheden op de plaats waar microcoördinatie met behulp van de mobiele telefoon en het (mobiele) web 2.0 elkaar ontmoeten.

om rekening mee te houden. Bovendien laat de feedback van gebruikers het toe om eventuele nieuwe gewenste mogelijkheden aan de applicatie toe te voegen en andere dan weer weg te laten wanneer het testpubliek er weinig nut in ziet. Logisch dus om te gaan kijken in de richting van rapid prototyping (Wikipedia, 2007), een methode die precies die terugkerende interactie tussen de ontwikkelaar en de eindgebruiker mogelijk maakt. Het gaat voorbij aan het doel van deze masterproef om het concept van rapid (software) prototyping te duiden – de Wikipedia (2007) pagina is daarvoor alvast een goede referentie. Het lijkt me echter wel zinvol om even dieper in te gaan op de twee verschillende soorten van prototyping en mijn keuze voor de tweede variant. Bij throwaway/rapid prototyping wordt gebruik gemaakt van een model dat geen deel uitmaakt van het uiteindelijke project. Het belangrijkste argument voor throwaway prototyping is het feit dat alles zeer snel kan gaan. Nadat de eerste basisvereisten van het project zijn vastgelegd, kan er onmiddellijk een eenvoudig model worden uitgewerkt dat visueel duidelijk maakt hoe het uiteindelijke systeem er uit kan zien. Dat model wordt vervolgens bijgewerkt aan de hand van de feedback van testpersonen. Eenmaal dat is bereikt, begint men met de ontwikkeling van het echte systeem, gebaseerd op de vereisten die aan het licht kwamen tijdens de prototyping (Wikipedia, 2007). Binnen throwaway prototyping wordt een onderscheid gemaakt in de mate waarin een prototype veel of weinig op het uiteindelijke resultaat zal lijken. Paper prototyping (Wikipedia, 2007) is een voorbeeld van low fidelity prototyping, terwijl een klikbaar model met behulp van een GUI builder (Wikipedia, 2007) dan weer een voorbeeld is van high fidelity prototyping.

8.2. Methode
Een ontwerpstrategie vastleggen is niet eenvoudig en brengt een aantal keuzes met zich mee. Nochtans vermoed ik dat het bij de ontwikkeling van een webapplicatie net iets eenvoudiger is om een richting te bepalen. Bedoeling van zo’n applicatie is immers om dagdagelijks gebruikt te worden. De gebruiker moet dan ook een centrale plaats krijgen tijdens de ontwikkelingsfase, zodat hij op geregelde tijdstippen het project kan bijsturen, advies kan geven of op belangrijke gebreken kan duiden. Dat heeft als voordeel dat het mogelijk wordt om in te grijpen zodra dat nodig blijkt en heeft een kortere totale ontwikkelingsduur tot gevolg. Binnen deze masterproef geen onbelangrijke factor

37

Evolutionary/breadboard prototyping bekijkt het ontwikkelingsproces vanuit een andere invalshoek. Bij evolutionary prototyping wordt er immers vertrokken vanuit een uitgewerkt en stabiel prototype, dat vervolgens iteratief wordt verfijnd. De kern van de applicatie wordt in één stuk ontwikkeld, de verbeteringen en aanpassingen worden daar bovenop geplaatst tijdens het interactieproces met de testgebruikers. Filosofie achter deze manier van prototypen is dat de ontwikkelaar niet alle vereisten van de applicatie hoeft te kennen, op voorwaarde dat die zich concentreert op die eigenschappen die hij wél begrijpt. Het grote voordeel van throwaway prototyping ligt in het feit dat we hier kunnen werken met een functioneel systeem en de gebruikerservaring voor de testpersonen bijgevolg realistischer is. Crinnion (1991) geeft zelfs aan dat het niet ongebruikelijk is om een initieel prototype in gebruik te nemen terwijl er verder wordt ontwikkeld aan de uitgebreide versie. Dat ligt in de lijn van de vele alpha, bèta en gamma versies van web 2.0 applicaties. Je zou kunnen stellen dat evolutionary prototyping dé manier van prototypen voor het web 2.0 is. Het lijkt me daarom vanzelfsprekend om tijdens de praktische ontwikkeling van deze masterproef te kiezen voor evolutionary prototyping. De basisfunctionaliteit van de applicatie ligt immers vast, de bijkomende functionaliteit en aanpassingen worden ingepast op het ogenblik dat de testgebruikers hun feedback geven op de basisapplicatie.

caties vond je eerder al in hoofdstuk 6.3 (Social computing en microcoördinatie). Seeyoo zoekt precies naar een vertaling van die diensten naar web 2.0 mobiel om op die manier een oplossing te kunnen bieden voor de coördinatie van meerdere personen. Om Seeyoo te toetsen aan het concept van het mobiele web 2.0 plaats ik het naast de drie karakteristieken zoals Ajit Jaokar (2006) ze beschrijft wanneer hij dat mobiele web 2.0 vergelijkt met het verzamelen van collectieve intelligentie met behulp van beperkte apparaten.

Collectieve intelligentie verzamelen (zie 1)
Over het verzamelen van collectieve intelligentie schreef ik al uitgebreid in hoofdstuk 6.2 (Web 2.0). Kort samengevat komt het er op neer dat een applicatie maar kan slagen wanneer ze door haar gebruikers wordt gevoed. Het zijn de gebruikers die zorgen voor de toegevoegde waarde en het zijn diezelfde gebruikers die de applicatie zullen maken of kraken. We kennen dat verschijnsel onder andere van succesvolle sites als Ebay en Amazon, maar ook Seeyoo valt of staat bij de gratie van haar gebruikers. Het is bijgevolg belangrijk om die gebruikers de mogelijkheid te bieden om hun informatie op de meest eenvoudige en gebruiksvriendelijke manier toe te voegen en te raadplegen. Op die manier is de kans immers het grootst dat zij effectief gebruik zullen (blijven) maken van de dienst en zo meebouwen aan de collectieve intelligentie. Het is onder andere daarom dat ervoor wordt gezorgd dat Seeyoo te gebruiken is op meerdere apparaten (zie het volgende punt) en het is ook daarom dat er bijzondere aandacht uitgaat naar de gebruiksvriendelijkheid van het systeem. In hoofdstuk 8.4 (Seeyoo.be) ga ik daar dieper op in.

8.3. Het Seeyoo concept
Zoals reeds eerder aangehaald is het concept van microcoördinatie met behulp van het internet op zich niet nieuw. Verschillende websites, waaronder ook enkele Belgische, bieden een afsprakentool gebaseerd op e-mail. Een overzicht van dergelijke appli-

38

Het internet als ondersteunend systeem (zie 2)
Met The web backbone verwijst Jaokar naar wat O’Reilly in zijn zeven principes van web 2.0 omschreef als The web as a platform. Het (mobiele) web 2.0 maakt op een optimale manier gebruik van het internet. Het gebruikt dat internet als een basis om verder op te bouwen. Seeyoo volgt dat voorbeeld: de basisapplicatie is een online tool en kan perfect binnen een webbrowser worden gebruikt. Daar bovenop worden een aantal extra mogelijk1 heden geplaatst om met dezelfde data te werken. In eerste instantie kan dat door gebruik te maken van sms in plaats van e-mail, zoals het in Seeyoo.be bijvoorbeeld gebruikt wordt. Dat zorgt in de meeste gevallen immers voor een aanzienlijke tijdswinst die noodzakelijk is om microcoördinatie op korte termijn mogelijk te maken. Op een binnenkomende sms wordt veel sneller gereageerd dan op een e-mail, die soms uren en mogelijk zelfs dagen onbeantwoord blijft. Seeyoo is maar zo snel als zijn traagste schakel: de afspraak wordt pas bevestigd nadat alle antwoorden werden ontvangen (of een bepaalde termijn verstrijkt). Wanneer twee uitgenodigden reageren binnen vijf minuten en de laatste er een half uur over doet, zullen alle genodigden toch een half uur moeten wachten op de berekening en bevestiging van de afspraak. Bijgevolg is het belangrijk dat de antwoorden zo vlug mogelijk worden teruggestuurd. In hoofdstuk 8.6 (Waarom sms?) bespreek ik waarom sms deel uitmaakt van Seeyoo.be. Om dezelfde reden kan ook instant messaging ingeschakeld worden. In tegenstelling tot e-mail is IM bij tieners en jongeren immers bijzonder populair. Uit onderzoek van de Hogeschool INHolland blijkt dat, hoe jonger de jeugd, des te meer ze gebruik maken van MSN (en andere IM diensten) en minder van e-mail (Planet Internet, 2005).

3 2

Het is duidelijk dat Seeyoo nog mobieler kan. Met het Seeyoo. be prototype is het immers nog niet mogelijk om uitnodigingen vanaf de mobiele telefoon te verzenden. In een verdere stap wordt ook dat proces “mobiel” gemaakt. Daartoe is een mobiele website nodig die het mogelijk maakt om de Seeyoo website te gebruiken op iedere GSM met een webbrowser. Later in deze masterproef zal ik ook een mobiel prototype ontwikkelen. Ook daar kan er echter nog verder gegaan worden. Zoals je kan lezen in hoofdstuk 8.8 (Mobiele website) biedt zo’n mobiele website immers ook een aantal nadelen, bijvoorbeeld omdat permanente

39

internetconnecties vandaag nog een moeilijke zaak zijn. Een geïnstalleerde applicatie op de GSM kan dergelijke problemen opvangen, zodat de gebruiker er geen last van ondervindt wanneer een connectie tijdelijk onderbroken is. Een volledig andere piste, maar opnieuw een voorbeeld dat de Seeyoo applicatie sterk gedecentraliseerd kan werken, is de webservice. Die maakt het mogelijk om Seeyoo te integreren binnen andere sites. Zo zou je bijvoorbeeld – terwijl je de website van AB Concerts bezoekt – meteen een aantal vrienden kunnen uitnodigen voor een bepaald optreden, zonder dat je de website ervoor hoeft te verlaten. Van hoofdstuk 8.8 tot en met 8.10 lees je meer over de mogelijkheden om met de Seeyoo informatie te werken.

8.4. Seeyoo.be
Tijd voor de échte ontwikkeling. Het werkend prototype biedt gebruikers de mogelijkheid om afspraken te plannen, zowel via de web interface als via sms. Dat afgewerkte prototype vormt slechts de kern van wat Seeyoo kan/moet worden. Omdat het echter moeilijk is om binnen de gegeven termijn – en met een beperkte programmeerkennis en middelen – de volledige theorie te vertalen naar een werkende applicatie volgt er na dit hoofdstuk een tweede luik dat aan de hand van statische prototypes aantoont op welke manier Seeyoo verder kan evolueren. Maar beginnen doen we bij het begin, met datgene wat je op dit ogenblik kan uittesten op Seeyoo.be. Omdat een beeld vaak meer verteld dan een aantal uitgeschreven pagina’s vind je op de volgende pagina een schets van het proces dat plaatsvindt wanneer je iemand uitnodigt met behulp van Seeyoo. Een afspraak versturen via Seeyoo.be verloopt als volgt. De geregistreerde gebruiker meldt zich aan (zie 1) en komt terecht in zijn persoonlijke dashboard. Daar vindt hij een overzicht van de openstaande uitnodigingen die hij zelf eerder verstuurde of ontving. Vanuit dat dashboard kan de gebruiker kiezen voor de verschillende functies die deel uitmaken van Seeyoo: het afsprakengedeelte, het adresboek en het locatieoverzicht. Die verschillende functies zijn sterk met elkaar geïntegreerd: wanneer een nieuwe uitnodiging wordt verstuurd (zie 2), worden nieuwe ontvangers en locaties automatisch opgeslagen. Dat heeft tot gevolg dat die gegevens een volgende keer sneller kunnen worden opgevraagd en toegevoegd en dat er minder stappen moeten worden doorlopen (en pagina’s bezocht). Vooral wanneer de website wordt bekeken op een toestel met beperkte invoermogelijkheden of een trage verbinding biedt dat zijn voordelen. De gebruiker selecteert de gewenste personen die al dan

De PC als middel om te configureren (zie 3)
Het feit dat je het internet gebruikt als onderliggend systeem, wil ook zeggen dat je gebruik kan maken van dat internet. Kijk daarvoor maar naar de eerste voorbeelden onder punt twee. Niet alle functionaliteit moet beschikbaar zijn voor alle ondersteunde media. Belangrijk is dat je beoordeelt op welk ogenblik en in welke situatie, welk medium het meest geschikt is. Dat geldt ook voor Seeyoo. Eenmalige en sporadische handelingen worden (voorlopig) enkel aangeboden via het internet. Denk daarbij bijvoorbeeld maar aan het registreren van een nieuwe gebruikersnaam en het instellen van zo’n gebruikersaccount. Dergelijke functionaliteit is minder interessant voor gebruik met de mobiele telefoon: ten eerste moet de nieuwe gebruiker vrij veel formuliervelden invullen, hetgeen niet zo vlot werkt met behulp van een mobiel apparaat. Bovendien is het aanmaken van een nieuwe account niet tijdsgebonden: die hoeft niet per se aangemaakt te worden op het ogenblik dat de gebruiker al pendelend uit de metro stapt. Hij kan daarvoor wel even wachten tot dat hij toegang heeft tot een desk/laptop.

40

Aanmelden via browser op PC of GSM

1

7

Ook de uitnodiger krijgt uiteraard een bevestiging van de afspraak.

Uitnodiging opstellen

niet voorkomen in zijn adresboek. en ontvangers selecteren Vervolgens geeft hij een aantal verschillende combinaties van tijdstippen en 2 locaties in – waaruit de ontvangers later hun keuze kunnen maken – en verstuurt hij de uitnodiging. In het tweede geval, waarbij de verzender zélf de datum en locatie van de afspraak vastlegt, werkt Seeyoo als een mailinglijst. Er wordt dan Webserver niet onderhandeld over de afspraak, maar ontvangers kunnen wel aangeven of ze al dan niet op de afspraak aanwezig zullen zijn.

3

Uitnodiging wordt verzonden via een SMS bericht

4

De definitieve afspraak wordt gecommuniceerd

6
SMSserver

Afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van de ontvanger wordt de afspraak verzonden via e-mail of sms (zie 3 en 4). De genodigde ontvangt dat bericht en geeft – opnieuw afhankelijk van de manier waarop het werd verzonden – een 5 antwoord. In het geval hij de uitnodiging ontvangt Antwoorden worden ontvangen en via e-mail surft hij naar de detailpagina van die verwerkt aan de hand van een algortime Ontvangers geven hun afspraak. Daar vindt hij de verschillende voorgekeuze op via SMS stelde opties en wordt voor elke optie aangegeven wie er aantal parameters. Binnen het prototype zijn die redelijk beperkt nog uitgenodigd is en wie al dan niet aanwezig zal zijn. Wanneer en wordt er bijvoorbeeld rekening gehouden met de volgorde hij de uitnodiging via sms ontvangt vindt hij na iedere optie een van de opties zoals die door de uitnodiger wordt bepaald bij getal tussen haakjes. Om zijn keuze te bevestigen moet de onthet versturen en het feit of die uitnodiger zelf aanwezig kan zijn vanger enkel dat getal terugsturen via een antwoord-sms. Het tijdens de afspraak. In een verder ontwikkeld concept kan dat ideale antwoord wordt berekend (zie 5) aan de hand van een

41

algoritme verder worden verfijnd, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bieden om bepaalde contactpersonen als belangrijker te beschouwen dan anderen of door rekening te houden met de geschiedenis van de genodigde (is het iemand die zelden komt opdagen of net iemand die er normaal altijd bij is). Na het berekenen van het ideale moment krijgen zowel de uitgenodigde personen als de uitnodiger een bevestiging van de uiteindelijke keuze (6 en 7). Ook dat gebeurt opnieuw volgens de voorkeur van de ontvanger ofwel via e-mail, ofwel via sms. Voor het verzenden en ontvangen van sms-berichten maakt Seeyoo gebruik van de sms gateway van MobileWeb. Dat betekent concreet dat het ontvangen van berichten gratis is, terwijl voor de verzending wordt betaald volgens het standaard tarief. Dat heeft tot gevolg dat het gebruik van Seeyoo voor zowel de uitnodigers als de ontvangers financieel interessant is. Met één enkel sms-bericht kunnen ze immers een uitgebreide groep mensen op de hoogte brengen van het feit of ze al dan niet aanwezig zullen zijn op een bepaalde afspraak. Uiteraard moet daarbij de bemerking gemaakt worden dat de binnenkomende berichten op dit ogenblik worden gesponsord door MobileWeb. Dat neemt echter niet weg dat hetzelfde model niet kan gebruikt worden bij een eventuele verdere commercialisering van Seeyoo. Gebruikers zouden op die manier bijvoorbeeld gratis kunnen sms’en, in ruil voor een vastgelegd – en beperkt – aantal advertenties via sms per maand. Gezien de vrij nauwkeurig samen te stellen gebruikersprofielen – zowel op het vlak van locatie als van interesses – wordt het mogelijk om gebruikers op een individueel afgestemde manier aan te spreken. Als de voorgaande beschrijving van Seeyoo.be je nogal abstract in de oren klinkt – en daar hebben we alle begrip voor – surf dan gerust eens naar de website. Maak een account aan en ervaar

zelf op welke manier Seeyoo jou kan helpen om afspraken te plannen. Hou er evenwel rekening mee dat Seeyoo momenteel verkeert in een bètaversie en dat het waarschijnlijk nog wel een tijdje het geval zal zijn. Mocht je op problemen stuiten of zijn er dingen die je mist, laat me dan gerust iets weten.

En verder ...
Ik heb ervoor gekozen om binnen het praktische gedeelte van deze masterproef te werken met twee soorten prototypes. Enerzijds is er het effectief bruikbare prototype Seeyoo.be (zoals het in dit hoofdstuk werd beschreven). Dat laat toe om de basisideeën uit het theoretische gedeelte uit te testen in levensechte situaties. Door de beperkte tijd en mogelijkheden echter is het niet mogelijk om die applicatie te voorzien van alle functionaliteit die het in een ideale situatie zou bevatten. Ideeën zoals iterative coordination en midcourse adjustment werden (voorlopig) nog niet geïmplementeerd. Nochtans zijn dergelijke concepten vrij eenvoudig te vertalen naar concrete onderdelen, bijvoorbeeld door genodigden de mogelijkheid te bieden om reacties achter te laten of door functionaliteit te voorzien om uitnodigingen te bewerken en eventueel extra personen toe te voegen. Daarom wordt Seeyoo.be aangevuld met een aantal conceptuele prototypes die aantonen hoe bepaalde stukken van de applicatie er uit zouden kunnen zien. Denk daarbij maar aan de mobiele website, de Java applicatie en de webservice. Daarover wordt in de volgende hoofdstukken uitgebreider gesproken. Hoewel de ideeën voor de conceptuele prototypes al op papier stonden tijdens de ontwikkeling van Seeyoo.be, zijn ze sterk beïnvloed door de feedback die ik heb ontvangen op het werkende prototype en werden ze verder aangepast om een aantal vastgestelde zwaktes van Seeyoo.be te verhelpen. In hoofdstuk 8.7 (Seeyoo.be in de praktijk) ga ik daar dieper op in.

42

8.5. SMS
In de loop van de ontwikkeling van Seeyoo kreeg ik regelmatig de vraag waarom ik per se de interactie met behulp van sms wilde implementeren. Dat brengt immers een flink aantal technische beperkingen en problemen met zich mee, terwijl steeds meer mensen vandaag gebruik maken van een mobiele telefoon die is uitgerust met internettoegang. Niettegenstaande de sterke groei van het mobiele internet, blijft sms een succesverhaal sinds het op het einde van de jaren ’90 doorbrak. Volgens cijfers van Gartner werden er in 2005 wereldwijd 936 miljard sms-berichten verstuurd. Over drie jaar, in 2010, zullen er dat naar verwachting 2,3 biljoen zijn (Mobile Cowboys, 2006). Bovendien verwijs ik bij die keuze ook graag naar het onderzoek van Keyani en Farnham (zie 5.6: Groep-sms in de praktijk). In dat onderzoek naar een manier om de beperkingen van gesproken communicatie bij sociale coördinatie te overstijgen kiezen ze ook bewust voor het gebruik van sms. Als reden daarvoor halen ze onder andere aan dat sms mobiel is en bijgevolg als nietplaatsgebonden medium een aantal belangrijke voordelen biedt voor coördinatie, dat het geen onmiddellijke aandacht vereist en dat sms gebruikt kan worden in een aantal uiteenlopende situaties waarbij gesproken communicatie sociaal niet aanvaard wordt. De keuze voor een bepaald medium moet een bewuste keuze zijn, want ieder medium heeft immers zijn eigen specifieke kenmerken. Denk daarbij onder andere maar aan de rijkheid van de informatie, de asynchroniteit of de mobiliteit. Het is noodzakelijk om die kenmerken af te wegen ten opzichte van de noden van de applicatie of software waarvoor ze gebruikt zal worden. Daarom is het interessant om de verschillende mogelijkheden even op een rijtje te zetten en te bekijken op welke manier ze al dan niet

kunnen bijdragen aan het proces van de sociale coördinatie van groepen (Harper, Palen en Taylor, 2005).

Gesproken communicatie
Gesproken communicatie is wellicht de meest rijke vorm van communicatie. Het is een manier van communiceren die mensen doorgaans gewend zijn, omdat het het dichtst aanleunt bij face to face communicatie. Bovendien laat het – zelfs zonder visueel contact – toe om op een non-verbale manier extra elementen aan de conversatie toe te voegen. Feedback is bovendien onmiddellijk voorhanden omdat de deelnemers zich in elkaars – al dan niet fysieke – nabijheid bevinden. Die voordelen leiden echter mogelijk ook tot een aantal nadelen: het intuïtieve en expressieve karakter van gesproken communicatie kan leiden tot (te) lange conversaties die efficiëntie missen. Bovendien is gesproken communicatie in tal van situaties storend of zelfs onmogelijk. Coördinatie tussen twee personen via de telefoon is efficiënt. Vanaf meerdere personen wordt het tijdrovend omdat dezelfde informatie steeds opnieuw moet worden herhaald of eventueel met behulp van een telefoonboom moet worden doorgegeven.

Geschreven communicatie
Een belangrijk voordeel van geschreven communicatie is het feit dat informatie op een eenvoudige manier kan worden opgeslagen/bijgehouden en terug opgeroepen en dat de verminderde kans op ruis ervoor zorgt dat er minder aanleiding is tot misverstanden. Dat is niet onbelangrijk wanneer het gaat om coördinatie: er ontstaan best geen dubbelzinnigheden bij het doorgeven van datums en tijdstippen.

43

E-mail
E-mail is een duidelijk voorbeeld van asynchrone communicatie. De tijd die de ontvanger zich (sociaal) kan veroorloven om een antwoord te versturen is vrij flexibel en kan variëren van enkele minuten tot meerdere uren en mogelijk zelfs dagen. Het systeem dat we kennen van e-mail distributielijsten (en in feite ook van CC) biedt echter een interessant model voor groepscommunicatie. Doel zou immers moeten zijn dat het verzenden van een bericht naar meerdere personen slechts evenveel tijd in beslag neemt als het verzenden van dat bericht naar één enkele persoon. Bovendien blijkt uit onderzoek van Erickson en Kellogg (2000) dat het gedecentraliseerde karakter van e-mail distributielijsten leidt tot efficiëntere en meer democratische beslissingen dan bij face to face vergaderingen.

sms minderwaardig is. Feit is echter dat het aantal mobiele telefoontoestellen dat nieuwe, geavanceerde messagingtoepassingen ondersteunt eerder beperkt is (M:Metrics, 2006). Telefoontoestellen met ondersteuning voor sms daarentegen zijn bijzonder wijd verspreid. Het gebrek aan een volwaardig toetsenbord, het beperkte aantal karakters, het kleine scherm en de soms korte levensduur van de batterijen nemen de meeste gebruikers er graag bij. Ling (2004) ziet de relatief goedkope prijs en het eenvoudige karakter van sms-berichten als de belangrijkste reden voor hun succes. Het laat mensen toe om voortdurend in contact te staan met vrienden en collega’s, zonder daarbij storend of nieuwsgierig over te komen. Bovendien – en dat is een punt dat vrijwel door alle onderzoekers wordt aangegeven – laat sms toe om jezelf uit te drukken en te communiceren op ogenblikken en in situaties waarin dat ongepast of zelfs onmogelijk is met andere vormen van communicatie. Denk bijvoorbeeld maar aan de bus, de klas of – en dat komt dan vooral voor bij tieners – ’s nachts in bed. SMS laat toe om dagdagelijkse activiteiten te coördineren, om snel het antwoord op een bepaalde vraag te leren en om elkaar op de hoogte te houden van het algemene reilen en zeilen. Naast dat specifieke gebruik binnen sociale groepen heeft het gebruik van tekstberichten een belangrijke rol vervuld bij de coördinatie van een aantal sociale bewegingen. Voorbeelden daarvan zijn de protesten tegen de Filippijnse ex-president Estrada en de antiglobaliseringsprotesten in Seattle (Rheingold, 2003). Wanneer je de voor- en nadelen van ieder medium vergelijkt met het doel waarvoor ze eventueel gebruikt zullen worden (het plannen van afspraken), dan blijkt dat de geschreven media, en dan vooral zij die ook nog eens mobiele eigenschappen bezitten, een interessante optie vormen. Het is om die redenen dat ik ervoor heb gekozen om (ook) sms te ondersteunen.

Instant messaging
Wanneer we bij Gesproken communicatie besloten dat het indringende karakter van dergelijke communicatie in bepaalde situaties erg nadelig is, dan biedt instant messaging daar een interessant alternatief. De schrik om iemand te onderbreken kan er immers voor zorgen dat er situaties ontstaan waarin mensen elkaar niet meer durven telefoneren omdat het mogelijk storend zal zijn. Instant messaging systemen laten de gebruiker toe om informatie mee te geven over de status van de gebruiker (afwezig, in gesprek, ...) waardoor die onduidelijkheid over de status wordt weggenomen.

SMS
Wanneer je louter de (beperkte) mogelijkheden van sms vergelijkt met de functies van e-mail en instant messaging die ik in de vorige paragrafen besprak, dan zou je kunnen besluiten dat

44

8.6. Doelgroep
Seeyoo richt zich in feite tot iedereen die op de ene of de andere manier wenst afspraken te plannen. Door de noodzakelijke technologie tot een minimum te beperken richt het zich bijvoorbeeld niet enkel tot personen met een meer geavanceerde – en dus duurdere – mobiele telefoon. Onderzoek wijst immers uit dat de eerder gemaakte keuze voor het gebruik van voornamelijk sms vooral aantrekkelijk is voor jongeren. Het gebruik van sms is de belangrijkste vorm van mobiele communicatie bij jongeren in Europa en Azië (Grinter en Eldrigde 2001). Een gedeeltelijke verklaring voor het wijdverspreide gebruik van sms is het feit dat het perfect aansluit bij het sociale gedrag van jonge volwassenen. De mobiele telefoon en sms komen tegemoet aan de nood aan zelfstandigheid – los van de controle van ouders en andere volwassenen – en tegelijkertijd het verlangen om permanent in contact te staan met vrienden. Voor tieners is het bijzonder belangrijk om voortdurend beschikbaar te zijn voor hun sociale netwerk, waar zich dat ook bevindt. Ling stelt het zo: er is geen enkel ander communicatiemedium dat op een dergelijke intense manier wordt gebruikt door jongeren en tegelijkertijd zo fundamenteel wordt genegeerd door hun ouders. Interessant is dat de acceptatie van de mobiele telefoon slechts in enkele jaren tijd drastisch toenam. Uit een onderzoek uitgevoerd in Noorwegen (Ling 2004) blijkt dat in 1997 geen enkele 13-jarige ondervraagde over een eigen GSM beschikte. In 2001 was dat cijfer gestegen tot boven 80%. Dezelfde Noorse studieresultaten bevestigen het enthousiaste gebruik van sms door jongeren en wijzen bovendien op een regelmatiger gebruik door vrouwen dan door mannen. Ook Rautiainen en Kasesniemi (2002) kwamen tot die conclusie in Finland: vrouwen blijken grotere gebruikers van sms dan mannen.

Anderzijds is het weinig waarschijnlijk dat sms, en het gebruik ervan ter ondersteuning van microcoördinatie, beperkt zal blijven tot jongeren. Ling en Yttri (1999) nemen aan dat jongeren hun gewoontes met betrekking tot mobiele telefonie zullen meenemen wanneer ze ouder worden. Wellicht zullen (jong)volwassenen op die manier mobiele telefonie op een veel uitgebreidere manier gaan gebruiken dan oudere generaties, hoewel het intensieve gebruik dat eigen is aan jongeren, wellicht zal afnemen.

8.7. Seeyoo.be in de praktijk
Het werkende prototype toetst enerzijds een aantal conclusies en veronderstellingen uit het theoretische gedeelte van deze masterproef en vormt anderzijds een eerste stap naar verdere concepten en ontwikkelingen op het vlak van mobiele microcoördinatie. Op 6 mei heb ik de private bèta online geplaatst. Dat wil concreet zeggen dat ik enkele mensen heb uitgenodigd met de vraag of ze de applicatie eens wilden uitproberen. Op die manier heb ik een aantal fouten en problemen kunnen oplossen die ik zelf nog niet eerder had ontdekt. Ik wilde vermijden dat er tijdens de openstelling van de website voor alle gebruikers cruciale fouten zouden opduiken. Het bleek echter goed mee te vallen met die fouten: na herstelling van enkele kleinere problemen kon ik precies een week later de officiële – weliswaar bèta – versie van de website aankondigen. Dat heb ik in eerste instantie gedaan via de WebappLab thesis weblog. Na ongeveer een half jaar bloggen had die immers ruim 70 RSS-abonnees verzameld, een mooie start om de applicatie bekend te maken. Het aantal geregistreerde Seeyoo gebruikers nam gestaag toe en kreeg enkele keren een extra duwtje in de rug omdat het werd opgepikt door druk bezochte websites (Dutch Cowboys, 2007). Dat had tot gevolg dat eind mei ruim zestig

46

personen een account hadden aangemaakt en de applicatie in de praktijk uitprobeerden. Die bèta-gebruikers leverden me een flink aantal spontane e-mails op met suggesties tot verbetering van allerhande problemen en foutjes. In de weken na de lancering van de bètaversie heb ik de applicatie vrijwel dagelijks up to date gebracht en verdere functionaliteit toegevoegd. Het was interessant dat gebruikers daar verder op inspeelden en me nieuwe feedback doorstuurden. Met een aantal gebruikers heb ik uitgebreidere gesprekken gevoerd over mobiele microcoördinatie in het algemeen en het gebruik van Seeyoo in dat verband in het bijzonder. Opvallend tijdens die gesprekken was dat een aantal onderwerpen steeds opnieuw naar voren kwamen. Onderwerpen die trouwens ook al werden aangehaald in de e-mails die ik eerder ontving. In de volgende paragrafen ga ik dieper in op een aantal van de onderwerpen die regelmatig terugkeerden.

... maar er is nog werk aan
Uiteraard waren niet alle reacties even positief. Dat hoeft ook niet. Als je om feedback vraagt wil je immers in de eerste plaats weten wat er fout is en hoe dat beter kan. Zelfs wanneer daaruit dan moet blijken dat er eigenlijk helemaal niets goed aan de applicatie is. Gelukkig kwam het zover niet – of was er ten minste geen enkele testpersoon die het me op die manier vertelde. Seeyoo beweegt zich in een moeilijke markt. Een markt waarbij vrijwel alles draait om snelheid. Dat betekent dat Seeyoo pas een kans maakt op het ogenblik dat het in staat is om op een zeer duidelijke manier bij te dragen tot tijdswinst. Uitnodigingen moeten snel en intuïtief kunnen worden aangemaakt en verstuurd. Is dat niet het geval, of is de tijdswinst beperkt, dan zal vrijwel niemand zich de moeite willen getroosten om de applicatie onder de knie te krijgen en er effectief mee aan de slag te gaan. De waarneembare tijdswinst moet groot zijn, anders blijft de gebruiker bij de tools die voor hem hun nut al bewezen hebben.

Seeyoo werkt ...
Beginnen doen we met een positieve vaststelling: de reacties waren unaniem gelijklopend over het feit dat Seeyoo wérkt. De tool speelt in op een aantal noden en gebreken die mensen, en dan vooral zij die deel uitmaken van de huidige always on generatie, vandaag ervaren. Seeyoo is bovendien handig en eenvoudig in gebruik en volgens Dutch Cowboys (2007) is de kwaliteit van de vormgeving en de usability van een niveau dat je zelden tegenkomt bij de web 2.0 startups van vandaag. De overwegend Vlaamse personen waarmee ik een gesprek had maakten vrijwel allemaal dezelfde conclusies, al waren ze weliswaar nét iets minder lovend en enthousiast dan hun Nederlandse collega-reviewers.

Meer mobiel
Eén van de meest gehoorde opmerkingen was ongetwijfeld het feit dat Seeyoo nog een stuk mobieler mag worden. Een aantal gebruikers gaf aan dat Seeyoo immers precies op dat vlak een meerwaarde zou kunnen betekenen. Op PC hebben de meeste gebruikers al ruime ervaring met tools die de coördinatie van activiteiten ondersteunen (denk bijvoorbeeld maar aan wiki’s). Die hebben hun waarde intussen al bewezen. Dat neemt overigens niet weg dat ook de huidige versie van Seeyoo.be het werken via mobiel ondersteunt. De ontvangers van uitnodigingen hoeven op geen enkele manier de website te bezoeken om hun uitnodigingen te beantwoorden. Voor de verzenders is dat

47

(voorlopig) nog wél het geval. Om een uitnodiging via Seeyoo.be te versturen moet je vandaag immers over een webbrowser – en bij voorkeur ook een groter scherm – beschikken. In principe is het uiteraard mogelijk om met behulp van een moderne mobiele telefoon de Seeyoo.be website op te roepen en er uitnodigingen mee te versturen, maar de gemiddelde gebruiker zal zich wellicht niet de moeite getroosten om te prullen met de scrollbars van zijn minuscule scherm. Er moet dus een andere én betere manier worden gevonden om het de gebruiker mogelijk te maken om uitnodigingen te versturen vanaf zijn mobiele telefoon. SMS is in dat geval uitgesloten. De technische beperkingen maken het vrijwel onmogelijk om de talrijke parameters te selecteren. Daarom heb ik gezocht naar een alternatief dat het midden houdt tussen beperkte invoermogelijkheden, dure en/of gelimiteerde toegang en ruime selectievoorkeuren en opties. In dat geval gaat de keuze al snel in de richting van een mobiele website. Dergelijke websites, specifiek gericht op “beperkte” toestellen, zijn bezig aan een sterke opmars. Dat komt ondermeer door initiatieven als een eigen domeinextensie voor mobiele websites (.mobi), steeds meer grote websites die met een mobiele variant uitpakken, de initiatieven van het W3C en uiteraard de ruimere ondersteuning van internettoepassingen door de mobiele telefoon. In hoofdstuk 8.8 (Mobiele website) ga ik dieper in op mobiele websites en beschrijf ik bovendien de mobiele variant van Seeyoo.

verfijnen van afspraken tot op het ogenblik dat de afspraak effectief plaatsvindt. Dat is een typisch kenmerk van microcoördinatie en werd daarom al uitvoerig besproken in hoofdstuk 5.5 (Nieuwe mogelijkheden voor dagdagelijkse coördinatie). Ik was ervan overtuigd dat een applicatie als Seeyoo slechts écht succesvol zou kunnen zijn wanneer het ook rekening houdt met dergelijke processen. Tijdens de ontwikkeling van het concept, voorafgaand aan hoofdstuk 8.4 (Seeyoo.be), had ik er dan ook rekening mee gehouden en dergelijke functionaliteit opgenomen in het concept. Omwille van de complexe organisatorische en technische uitdagingen heb ik er uiteindelijk voor gekozen om het slechts beperkt op te nemen in het werkende prototype. Voor een gedeelte is het idee van de iterative coordination binnen Seeyoo.be toegepast, met name bij het selecteren van de keuze. Zolang de uitnodiging immers in onderhandeling is, kan de ontvanger van de uitnodiging zijn keuze aanpassen. Wanneer hij bijvoorbeeld eerst aangaf wél aanwezig te zijn en even later merkt dat dat toch niet lukt, dan kan hij zijn keuze op een eenvoudige manier aanpassen. Hoewel ik dus wist dat Seeyoo op het vlak van de iterative coordination een aantal gebreken vertoonde, was ik toch enigszins verrast door het ruime aantal suggesties in die richting van de testgebruikers. Blijkbaar vonden heel wat van die gebruikers het feit dat ze de uitnodiging, ook nadat ze die verstuurd hadden, konden aanpassen een belangrijk element. Op zich is het overigens niet eens zo moeilijk om dergelijke wensen naar concrete functionaliteit te vertalen. Een aantal functies zouden daartoe kunnen worden toegevoegd: • de verzender van de uitnodiging kan die uitnodiging (of eventueel in een verder stadium de afspraak) annuleren. In dat geval wordt de volledige uitnodiging/afspraak geannuleerd. In de loop van de testperiode heb ik die extra functionaliteit aan Seeyoo kunnen toevoegen;

Iterative coordination / midcourse adjustment
Een andere, vaak terugkerende bemerking is te groeperen onder de noemer iterative coordination of midcourse adjustment (Ling en Yttri, 1999). Twee begrippen die qua betekenis vrij dicht bij elkaar liggen en die ik rechtstreeks heb overgenomen van Richard Ling. Ze verwijzen naar het voortdurend herplannen en

48

• de verzender kan bepaalde genodigden verwijderen en/of anderen toevoegen, zowel wanneer de activiteit in uitnodigingsfase verkeert, als in afspraakfase; • de verzender kan data/locaties toevoegen of verwijderen; • wanneer een afspraak wordt geannuleerd omdat er niet voldoende aanwezigen zijn, kan de verzender meteen opnieuw een uitnodiging versturen naar dezelfde groep mensen; • de genodigde kan zijn status wijzigen, ook wanneer de uitnodiging een afspraak is geworden; • de genodigde kan via een commentaarveld suggesties doen over alternatieve data; Het is duidelijk dat hier tal van mogelijkheden bestaan die Seeyoo tot een interessanter en interactiever platform kunnen maken. Opvallend is vooral het feit dat de sterke scheiding die op dit ogenblik bestaat tussen uitnodiging en afspraak overbodig blijkt. In feite zou het mogelijk moeten zijn om gebruik te maken van Seeyoo tot vlak voor de afspraak plaatsvindt. Op die manier kan de applicatie inspelen op wat Ling en Yttri omschrijven als softening of time (Ling 1999, Yttri 2002): wanneer één van de genodigden bijvoorbeeld te laat is voor de afspraak, moet die op een eenvoudige manier een seintje kunnen geven aan de andere deelnemers. Van de huidige, eerder statische tool moet Seeyoo verder uitgroeien tot een dynamische applicatie die optreedt als het zenuwcentrum bij de coördinatie van afspraken.

dan wordt gekeken naar die keuze waarvoor het meeste aantal personen hebben gekozen. In het geval van een ex aequo wordt de volgorde gerespecteerd die door de uitnodiger werd voorgesteld. Dat leidt tot een vrij eenvoudig algoritme dat kan vertellen wanneer een afspraak best plaatsvindt. Het houdt echter geen rekening met de uitgenodigde personen. In een verder uitgewerkte versie is het bijvoorbeeld interessant om rekening te houden met wie er effectief wordt uitgenodigd. Globaal of per afspraak zou een verzender dan kunnen aanduiden welke personen zeker op een afspraak aanwezig moeten zijn en dus meer gewicht krijgen in het algoritme. Denk daarbij bijvoorbeeld maar aan de jarige die best niet afwezig is tijdens zijn verjaardagsfeestje. Gedeeltelijk kan dat algoritme ook werken volgens een eigen intelligentie. Iemand die in het verleden bijvoorbeeld steevast afwezig was tijdens een afspraak, zal minder gewicht in de schaal leggen met zijn keuze dan iemand die wél altijd aanwezig was. Dergelijke aanpassingen van het algoritme hebben tot doel de menselijke manier van coördineren nog dichter te benaderen. Met behulp van een slimme tool worden beslissingen genomen die een volwaardig alternatief kunnen betekenen voor de coördinatie die we vandaag kennen.

Integratie
Seeyoo.be is een op zichzelf staande applicatie die een kleine niche voor zijn rekening neemt: het plannen van een afspraak, vlak voor die afspraak wordt toegevoegd aan een agenda. Daartoe bevat Seeyoo overigens al de mogelijkheid om de afspraak te exporteren naar Google Calendar of .ics formaat. Een aantal testgebruikers stelde zich de vraag of Seeyoo daarom niet beter zou evolueren in de richting van een specifieke plugin, waarbij de integratie met externe kalender- en agenda-software nog verder

Algoritme
Het algoritme dat op dit ogenblik controleert of een afspraak al dan niet kan plaatsvinden houdt rekening met een beperkt aantal parameters. In de eerste plaats controleert het of er meer dan één persoon aanwezig zal zijn en of de uitnodiger er deel van uitmaakt. Is dat niet het geval, dan wordt de afspraak automatisch geannuleerd. Zullen er meerdere aanwezigen zijn,

49

wordt doorgevoerd, terwijl er minder aandacht wordt geschonken aan bijvoorbeeld contactenbeheer. Die laatste functionaliteit zit immers al ingebouwd in de agenda. Daar valt uiteraard iets voor te zeggen, zeker als je weet dat Google Calendar bijvoorbeeld ook een vorm van coördinatie ondersteunt. Anderzijds kan dat feit precies ook een reden betekenen om net breder en ruimer te gaan met Seeyoo en de applicatie te laten evolueren in de richting van een discussieplatform (zie daarvoor ook het volgende item). Het zijn twee waardevolle denkpistes waarvan ik op dit ogenblik zelf nog niet weet welke van de twee de beste kansen biedt.

Discussie en samenwerking
Seeyoo is op dit ogenblik een vrij gesloten tool wanneer het gaat over interactie. Iedere genodigde communiceert individueel met de verzender. Weliswaar is het feit dat genodigden elkaars keuze kunnen bekijken een beperkte vorm van interactie, maar er bestaat geen directe communicatie. In het eerdere stukje over iterative coordination was er al sprake van een commentaarveld dat genodigden toelaat om suggesties te doen over alternatieve data, maar dat mag ruimer worden gezien. Bij de coördinatie van een afspraak gaat de discussie meestal immers niet alleen over de plaats en het tijdstip, maar ook over andere zaken. In het geval van een vergadering kan er bijvoorbeeld nog gediscussieerd worden over de punten op de agenda, bij een familiepicknick is iemand verantwoordelijk voor de broodjes, terwijl iemand anders de videocamera meebrengt ... Kortom, het gaat vaak om een ruimer aantal beslissingen die evenzeer via Seeyoo moeten kunnen worden besproken. Voor de uitwerking van zo’n discussieplatform kan je denken in verschillende richtingen. Enerzijds zou je kunnen werken met een chronologisch reactiesysteem zoals het vaak wordt gebruikt

bij weblogs, fora en social networking platformen. Gebruikers plaatsen berichten en reageren vervolgens op elkaars berichten. Anderzijds biedt een wiki-structuur interessante mogelijkheden. Verschillende testpersonen vertelden me dat ze vandaag al wiki’s verkiezen als middel om afspraken te regelen, in het bijzonder wanneer het gaat om activiteiten op middellange termijn. Een gedeelte van de uitnodigingen/afsprakenpagina kan bijvoorbeeld worden bewerkt op een manier die eigen is aan wiki’s, inclusief een bewerkingsgeschiedenis en dergelijke. Opnieuw verwijs ik naar de zenuwcentrum functie die ik al eerder aanhaalde: Seeyoo wordt de plaats waar een afspraak effectief wordt besproken, eerder dan enkel de mogelijk te bieden om een datum te prikken. Dergelijke samenwerking tussen de genodigden kan ook ruimer worden gezien. Van een aantal gebruikers kreeg ik bijvoorbeeld de suggestie om opgeslagen locaties en contactpersonen te kunnen delen met vrienden. Dergelijke functionaliteit is typisch op heel wat social networking platformen en in die zin is het begrijpelijk dat de veelal ervaren testgebruikers zo’n functies verwachten. Meest logisch binnen Seeyoo zou wellicht zijn om het locatie-overzicht en adresboek te kunnen delen met (een aantal van) je contactpersonen. Programmatorisch ligt dat echter niet voor de hand en daarom heb ik er voor gekozen om het huidige prototype er voorlopig niet mee uit te breiden.

8.8. Mobiele website
De toenemende mogelijkheden om met behulp van mobiele toestellen op het internet te browsen, bieden Seeyoo de kans om ook langs die weg haar diensten aan te bieden. Op die manier, en dat is in de huidige versie van Seeyoo.be niet het geval, wordt het ook mogelijk om via de GSM uitnodigingen te verstu-

50

ren. Tenminste, het versturen van uitnodigingen via de mobiele telefoon is vandaag in principe wél mogelijk, maar de beperkte schermgrootte en de minder vlotte invoermogelijkheden maken dat weinig gebruiksvriendelijk. Qua functionaliteit is er geen discussie: de website werkt in de ingebouwde browser van recente mobiele toestellen die zo zijn gemaakt dat ze PC-gerichte websites kunnen lezen. De browser doet zijn uiterste best om de gebruikservaring optimaal te maken, bijvoorbeeld door makkelijk van het ene browserveld naar het andere te springen. Probleem is echter dat de layout aanleiding geeft tot scrollbars. Zelfs op de PC, wanneer je beschikt over een muis, zijn scrollbars een storend kwaad. Op de mobiele telefoon zijn ze nog een stuk vervelender. Weinig gebruikers zullen dan ook gemotiveerd genoeg zijn om Seeyoo op een dergelijke manier te gebruiken. Een mobiele variant van de website dringt zich op, temeer omdat vrijwel alle geïnterviewde testgebruikers er naar vroegen. Zo’n geoptimaliseerde mobiele website zal er enerzijds voor zorgen dat er minder bandbreedte moet worden geconsumeerd (goedkoper én sneller voor de gebruiker) en past zich anderzijds aan de beschikbare schermruimte aan. Het is daarbij overigens niet noodzakelijk om de volledige website te vertalen naar een mobiele kopie. De onlangs verschenen DotMobi Mobile Web Developer’s Guide (Cremin en anderen, 2007) raadt aan om geval per geval te beoordelen welk gedeelte van de website gebaat is bij een mobiele vertaling en voor welk gedeelte dat minder aangewezen is. In het geval van Seeyoo zouden we op die manier bijvoorbeeld kunnen besluiten dat het overzicht van locaties en het afsprakenarchief functies bieden waarnaar de gemiddelde mobiele internetgebruiker niet op zoek is. Het gaat immers om onderdelen die slechts achter-

grondinformatie bieden en die binnen de mobiele context wellicht vrij weinig meerwaarde kunnen bieden. De ontwikkeling van een mobiele website start daarom ook steeds met een duidelijke bepaling van de vooropgestelde doelen, zowel op het vlak van business, gebruikers als techniek. Is de mobiele browser dan zonder meer de beste oplossing in iedere situatie? Uiteraard niet, zegt Jaokar (2006) en wijst op een aantal fundamentele verschillen tussen het gebruik van de browser op een mobiel toestel of het gebruik van de browser op een desktop PC. Die verschillen worden bepaald door een aantal factoren: • onstabiele verbindingen: de mobiele verbinding is vaak een stuk minder stabiel dan de verbinding die we kennen van het internet. Nieuwe technologieën zoals Google Gears (voorlopig echter nog niet bruikbaar voor mobiele toestellen) reiken op dat gebied een oplossing aan; • bandbreedte beperkingen: zelfs wanneer 3G verbindingen beschikbaar zijn, ligt de beschikbare bandbreedte nog steeds een stuk lager; • bestandsruimte op het toestel: beperkte lokale opslagruimte maakt het noodzakelijk dat data telkens opnieuw moet worden gedownload en dat in een situatie van onstabiele verbindingen en beperkingen op het vlak van breedband; • gebruikerservaring: een lokale applicatie biedt ruimere mogelijkheden voor een betere gebruikerservaring. Met die factoren in het achterhoofd en met de Mobile Web Developer’s Guide (2007) bij de hand heb ik een tweede werkend prototype ontwikkeld dat enerzijds een antwoord biedt op de bemerkingen van een aantal testgebruikers (zie hoofdstuk 8.7: Seeyoo.be in de praktijk) en dat anderzijds aantoont hoe eenvoudig het wordt om, met het internet als platform, data te gebruiken via totaal verschillende media. Gebruikers

51

van Seeyoo.be kunnen zich immers met diezelfde gegevens aanmelden bij de mobiele variant op http://m.seeyoo.be en op die mobiele website exact dezelfde uitnodigingen en afspraken raadplegen. Uiteraard zijn er een aantal verschillen, die tegemoet komen aan het probleem van de duurdere en minder stabiele connecties en de beperkte invoermogelijkheden. Zo valt het wellicht in de eerste plaats op dat de layout van de website – en vooral het gebruik van afbeeldingen – tot een minimum is herleid. Dat maakt dat de website op vrijwel ieder toestel kan worden getoond, ongeacht de breedte, en toch de eigen look en feel van Seeyoo bewaart. Eenmaal aangemeld is het uitgebreide menu van Seeyoo.be vervangen door een Spartaans alternatief: de gebruiker kan kiezen tussen het overzicht van zijn uitnodigingen en afspraken en heeft de mogelijkheid om een nieuwe uitnodiging te versturen. De gebruiker kan daarbij vlot navigeren tussen de verschillende menuopties, op dezelfde manier die wordt voorgesteld in de DotMobi gids (Cremin en anderen, 2007). Opvallend is wellicht het feit dat het formulier dat wordt gebruikt om nieuwe uitnodigingen aan te maken in de mobiele versie verschilt van dezelfde pagina op Seeyoo.be. Daarmee speel ik in op een methode die ik eerder al beschreef: het is bij een mobiele website niet noodzakelijk om de volledige website te vertalen naar een mobiele kopie. Afhankelijk van de toepassing en de technische mogelijkheden moet er worden bekeken welke uitwerking het meest geschikt is. Daarom heb ik er bijvoorbeeld voor gekozen om de gebruiker niet zoals in de online versie de namen van de verschillende genodigden te laten typen, maar hem via een selectielijst te laten kiezen uit een aantal groepen. Die groepen kan hij op een

eenvoudige manier samenstellen via de webinterface, op een ogenblik dat hij thuis rustig aan de PC zit. Om dezelfde reden wordt er mobiel ook gewerkt met selectielijsten voor de locaties. Die maken het de gebruiker mogelijk om op een eenvoudigere manier locaties te selecteren. Het toevoegen van nieuwe locaties kan opnieuw op voorhand plaatsvinden. Ook aan de datuminput werden wijzigingen aangebracht. Aangezien de mobiele interface zich zeer sterk richt op afspraken op korte termijn, is het niet nodig om een jaartal in te voeren. Bovendien worden de velden van de eerste keuze standaard al ingevuld.

8.9. Java applicatie
Het is een feit dat een aantal van de factoren uit de vorige paragraaf (snel) verbeteren. Het aantal plaatsen zonder mobiel bereik neemt bijvoorbeeld sterk af. Op het vlak van de gebruikerservaring speelt AJAX een belangrijke rol (zie verder wanneer het Mojax framework wordt aangehaald) en technologieën als Google Gears bieden interessante perspectieven (Jaokar 2007). Wanneer het immers mogelijk wordt om webapplicaties ook offline te gebruiken, vormen de instabiele (en dure) mobiele verbindingen niet langer een probleem. Overigens, voorlopig is er nog geen Gears voor mobiel, maar de desktop versie doet het beste hopen voor de nabije toekomst. Om er zeker van te zijn dat problemen met de mobiele browser worden vermeden, kiezen heel wat bedrijven ervoor om een Java applicatie aan te bieden. Die wordt geïnstalleerd op de mobiele telefoon zelf en kan op die manier gebruikt worden zonder dat er een internetverbinding noodzakelijk is. Verder werken Java applicaties samen met de andere sofware op de telefoon. Dat betekent dat er bijvoorbeeld een hechte integratie met het adresboek en de kalender mogelijk is. Interessant is

52

bovendien dat nieuwe data lokaal kan worden opgeslagen en pas wordt doorgestuurd op het ogenblik dat de mobiele telefoon is verbonden met het internet. In het geval van Seeyoo zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn om op ieder ogenblik een uitnodiging aan te maken, die wordt verzonden op het ogenblik dat er een netwerk wordt gevonden. Eerdere afspraken kunnen bovendien lokaal bewaard worden, waardoor er geen verbinding nodig is om ze te raadplegen. De meeste van dergelijke applicaties worden ontwikkeld in J2ME (Java 2 Micro Edition). Dat is een variant van het Java platform en een beperkte versie van de J2SE (Java 2 Standard Edition) die we vooral kennen van desktop computers en servers. De Micro Edition is specifiek ontwikkeld voor gebruik op computers met een beperkte capaciteit (Wikipedia, 2007). Een andere optie – die zich ergens in het midden tussen de mobiele website en J2ME bevindt – is Mojax (mojax.mfoundry. com). Dat is een mobiel AJAX framework dat een aantal van de J2ME voordelen overneemt. Zo hebben de Mojax moblets (want zo heten de applicaties) onder andere toegang tot het toestel zelf. Denk daarbij maar aan de camera, het berichtenarchief, adresboek, Bluetooth, ... Bovendien is de applicatie niet afhankelijk van de aanwezigheid en/of kwaliteit van een netwerk. Interessant is echter vooral dat Mojax voor de gemiddelde webontwikkelaar vertrouwelijk zal overkomen. Het is immers gebaseerd op een combinatie van Mojax XML en CSS. Dat betekent dat het niet langer nodig is een Java ontwikkelaar te zijn om een mobiele applicatie te kunnen bouwen. Op dit ogenblik is het Mojax framework nog in een bètaversie, maar de downloadbare demo-applicaties duiden op een interessant potentieel.

8.10. Webservice
Seeyoo is in de eerste plaats een tool om afspraken te maken. Voor de gemiddelde gebruiker maakt het eigenlijk niet zoveel uit of dat nu gebeurt via Seeyoo dan wel op een andere manier. Die gebruiker wil immers enkel zo vlug en eenvoudig mogelijk uitnodigingen plannen en kiest de tool die hem dat het best kan bieden. Hoe minder moeilijkheden en tijd dat in beslag neemt, hoe beter. Daarom voorziet Seeyoo onder andere een webservice die het mogelijk maakt om de Seeyoo functionaliteit te integreren binnen andere websites en eventueel zelfs desktop applicaties. Op die manier zou een bezoeker die onlangs naar het Milow concert in de AB wenste te gaan, rechtstreeks vanuit de website zijn vrienden kunnen uitnodigen. Hij selecteert de gewenste contactpersonen, voegt eventueel een beetje extra informatie toe en vervolgens wordt de uitnodiging verzonden. Eenmaal de afspraak is bevestigd en de gebruiker een volgende keer de AB website bezoekt, zal hij daar kunnen zien welke contactpersonen op de uitnodiging zijn ingegaan en welke van die personen aanwezig zullen zijn tijdens het concert. Het volledige uitnodigingsproces wordt op die manier doorlopen, zonder dat de gebruiker één keer Seeyoo.be hoeft te bezoeken. De screenshots op de volgende pagina tonen hoe de integratie van Seeyoo binnen de AB Concerts website er uit zou kunnen zien.Zo’n integratie van een webservice biedt een win-win situatie voor zowel de organisator (in dit geval AB Concerts) als Seeyoo. De organisator kan immers gebruik maken van het netwerkeffect dat wordt gecreëerd door Seeyoo en op die manier een ruimere groep mensen bereiken. Seeyoo anderzijds profiteert van de grotere zichtbaarheid. In feite biedt een dergelijke webservice functionaliteit die in dezelfde lijn ligt als wat ik in

53

8.11. Besluit
Seeyoo richt zich op één specifiek doel: het vastleggen van een afspraak. Om dat doel te bereiken – en dat beter te doen dan vergelijkbare diensten – moet Seeyoo ervoor zorgen dat het wat dat ene doel betreft de beste is. In grote lijnen bestaan er twee pistes om dat doel te bereiken. Enerzijds gaat dat in de richting van het brede discussieplatform. De plaats waar deelnemers aan een bepaalde afspraak niet enkel aangeven of ze al dan niet op de afspraak aanwezig zullen zijn, maar waar ze ook verdere regelingen treffen. Functionaliteit die vandaag al wordt gebruikt voor het plannen van afspraken, met name wiki’s, kan daarin een belangrijke rol spelen. Theoretisch sluit het nauw aan bij wat bepaalde onderzoekers omschrijven als iterative coordination en midcourse adjustment (Ling en Yttri, 1999). Anderzijds – en dat is de piste waarin ik persoonlijk op dit ogenblik de beste kansen zie – kan je focussen op integratie. Seeyoo als een specifieke tool die uitermate goed is in het plannen van afspraken en precies voor die functie wordt geïntegreerd binnen andere applicaties. Integratie mag je in die situatie erg ruim zien. Langs de ene kant gaat het over de plugin-functie, waarbij Seeyoo een toevoeging vormt van bestaande software. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een Outlook plugin, een speciale browser toolbar of een Greasemonkey script dat extra functionaliteit toevoegt aan web-gebaseerde kalenders zoals Google Calendar. Langs de andere kant kan je daarbij denken aan de manier waarom de applicatie wordt aangesproken. Vandaag gebeurt dat bijvoorbeeld al via e-mail en sms, maar dat kan even goed met een instant messaging bot of zelfs via voice. Beide pistes zijn interessante alternatieven en de mogelijkheden zijn ruim. Applicaties als Seeyoo bieden boeiende kansen voor de ondersteuning van (mobiele) microcoördinatie.

Dit screenshot toont hoe de integratie van Seeyoo binnen de AB Concerts website er uit zou kunnen zien, op het ogenblik dat de gebruiker selecteert wie hij wenst uit te nodigen. hoofdstuk 8.7 (Seeyoo.be in de praktijk) besprak onder de titel Integratie. Verschil bij een webservice is echter dat het initiatief uitgaat van een derde partij en niet van Seeyoo zelf. Het is een onafhankelijke ontwikkelaar die er voor kiest om gebruik te maken van de Seeyoo diensten om bepaalde functionaliteit aan te bieden binnen een eigen applicatie of dienst. Het resultaat kan weliswaar hetzelfde zijn als een Seeyoo die evolueert in de richting van een plugin, het initiatief vertrekt echter vanuit een andere hoek.

54

9

Conclusie

HOOFDSTUK NEGEN

De doorbraak van de mobiele telefonie, samen met het recente succes van het mobiele internet, maakte het mogelijk om op een volledig nieuwe manier met anderen te communiceren. Het liet toe om een brug te slaan met applicaties die we voordien enkel konden gebruiken binnen een desktop browser.
Op die manier werd het zesde principe van Tim O’Reilly’s omschrijving van web 2.0 (Software above the level of a single device) werkelijkheid. Het is de gebruiker die beslist op welk ogenblik en in welke situatie hij met een applicatie aan de slag gaat. Het is de taak van de ontwikkelaar om ervoor zorgen dat dat ook effectief mogelijk is. In deze masterproef heb ik hetzelfde idee gebruikt als een springplank om het ruimere probleem van mobiele microcoördinatie het hoofd te bieden. Als je in een situatie verkeert waarbij een afspraak moet worden gemaakt met meerdere personen en je enkel gebruik kan maken van de mobiele telefoon, kan het mobiele web 2.0 dan een oplossing bieden? In mijn zoektocht naar een antwoord heb ik een traject gevolgd dat startte met mobiele telefonie in het algemeen en coördinatie met

behulp van die mobiele telefonie in het bijzonder. Vervolgens een ommetje gemaakt via web 2.0 om uiteindelijk terecht te komen bij web 2.0 mobiel. Met behulp van het Seeyoo prototype heb ik de ideeën en bevindingen uit de eerste hoofdstukken van deze thesis kunnen uitproberen in de praktijk. Dat leverde me nieuwe inzichten op, die me hebben verplicht om een aantal eerdere conclusies opnieuw te bekijken. Wellicht het interessantste echter was de testperiode die volgde op de initiële ontwikkelingsfase. De ervaring van échte gebruikers die de applicatie aanwendden in échte situaties heeft me geleerd op welke manier een tool ter ondersteuning van (mobiele) microcoördinatie succesvol kan zijn. Want één zaak is immers duidelijk: microcoördinatie en het mobiele web 2.0 vormen een interessant duo. Daar was vrijwel iedere testgebruiker het over eens. Dat Seeyoo daarin slechts een eerste stap vormt is evident. Met mijn persoonlijke ervaringen, de feedback van en interviews met testgebruikers, hoop ik een richting te kunnen aangeven waarin Seeyoo – of een gelijkaardige applicatie – verder kan evolueren. De verwachtingen en veronderstellingen die ik een vijftigtal pagina’s geleden schetste, worden daarmee – althans wat mij betreft – grotendeels ingevuld. Denk jij er ook zo over – of net niet? Surf naar Seeyoo.be, registreer een account en ontdek mobiele microcoördinatie in de praktijk!

55

10
Boeken

Bibliografie

HOOFDSTUK TIEN

Cooper, G. (2002). Mobile society? Technology, distance, and presence. In Virtual Society? Technology, Cyberbole, Reality. Oxford: Oxford University Press. Cremin, R., Rabin, J., Fling, B., Robinson, K. (2007). Mobile Web Developer’s Guide. Dublin: Mobile Top Level Domain. Gibsen, J.J. (1979). The Ecological Approach to Visual Perception. New York: Houghton Mifflin. Haddon, L. (2001). Domestication and mobile telephony. In Machines That Become Us, New Brunswick: Katz. Haig, M. (2002). Mobile Marketing: The Message Revolution. Londen: Kogan Page. Harper, R., Palen L., Taylor A. (2005). The Inside Text: Social, Cultural and Design Perspectives on SMS. Dordrecht: Springer. Jaokar, A., Fish, T. (2006). Mobile Web 2.0. Oxford: FutureText. Lange, K. (1993). Some concerns about the future of mobile communications in residential markets. In Telecommunication: Limits to Deregulation. Amsterdam: IOS. LaRose, R. (1998). Understanding Personal Telephone Behavior. Stamford: Ablex. Ling, R. (2004). The Mobile Connection: The Cell Phone’s Impact on Society. San Francisco: Morgan Kaufmann. Ling, R., Pedersen, E. (2005). Mobile Communications. Re-negotiation of the Social Sphere. Dordrecht: Springer. Norman, D. (1990). The Design of Everyday Things. New York: Doubleday. Rheingold, H. (2003). Smart Mobs. Cambridge: Perseus Publishing. Surowiecki, J. (2005). The Wisdom of Crowds. New York: Anchor.

Papers
Humphreys, L. (2006). Out with my mobile - exploring social coordination in urban environments. Kasesniemi, E-L., Rautiainen, P. (2002). Mobile culture of children and teenagers in Finland. Ling, R., Haddon, L. (2001). Mobile telephony, mobility and the coordination of everyday life. Ling, R., Yttri, B. (1999). Nobody Sits at Home and Waits for the Telephone to Ring: Micro and Hyper-Coordination Through the Use of the Mobile Phone.

56

Madden, M., Fox, S. (2006). Riding the Waves of Web 2.0. Plant, S. (2006). On the Mobile. The effects of mobile telephones on social and individual life. The Carphone Warehouse (2006). The Mobile Life Report 2006. Wynants, J. (2006). Web 2.0.

Wetenschappelijke artikels
Erickson, T., Kellogg, W.A. (2000). Social Translucence: An Approach to Designing Systems that Support Social Processing. ACM Transactions on Computer-Human Interaction, pp. 59-83. Rakow, L.F., Navarro, V. (1993). Remote mothering and the parallel shift: Women meet the cellular telephone. Critical Studies in Mass Communication, 10, pp. 144-157. Grinter, R.E., Eldridge, M. (2001). y do tngrs luv 2 txt msg? In Proc. Seventh European Conference on Computer-Supported Cooperative Work, pp. 219-238.

Online artikels
Appelquist, D. (2006). What is “Mobile 2.0” (Bèta). [02.05.2007, http://www.torgo.com/blog/2006/11/what-is-mobile-20-beta.html]. Arrington, M. (2006). It’s Official(ish): MySpace Is Biggest Site on Internet. [02.05.2007, http://www.techcrunch.com/2006/12/12/itsofficialish-myspace-is-biggest-site-on-internet/]. Ballard, B. (2005). The Carry Principle. [02.05.2007, http://www.littlespringsdesign.com/blog/2005/09/14/the-carry-principle/]. Cashmore, P. (2007). “Web 2.0” is Most Popular Wikipedia Entry of 2006. [02.05.2007, http://mashable.com/2007/01/03/web-20-ismost-popular-wikipedia-entry-of-2006/]. Charron, C., Favier, J., Li, C. (2006). Social Computing. How Networks Erode Institutional Power, And What to Do About It. [02.05.2007, http://www.forrester.com/Research/Document/Excerpt/0,7211,38772,00.html]. Communities Dominate Brands (2007). Putting 2.7 billion in context: Mobile phone users. [02.05.2007, http://communities-dominate. blogs.com/brands/2007/01/putting_27_bill.html]. De Waele, R. (2006). Understanding Mobile 2.0. [02.05.2007, http://www.readwriteweb.com/archives/understanding_mobile_2.php]. Dutch Cowboys (2007). Afstuderen op niveau; afspraken maken met SeeYoo.be. [28.05.2007, http://www.dutchcowboys.nl/ onderzoek/10283]. Fehrenbacher, K. (2006). Google: Mobile Ads, Free Phones. [02.05.2007, http://gigaom.com/2006/11/13/google-free-phones/]. FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie (2007). Communicatiemedia en audiovisuele media. [02.05.2007, http://www. statbel.fgov.be/figures/d75_nl.asp]. Globe (2006). MySpace offers version of service on Cingular. [02.05.2007, http://www.boston.com/business/technology/ articles/2006/12/19/myspace_offers_version_of_service_on_cingular/].

57

Hinchcliffe, D. (2006). A round of Web 2.0 reductionism. [02.05.2007, http://blogs.zdnet.com/Hinchcliffe/?p=41]. International Telecommunication Union (2007). Statistics. [02.05.2007, http://www.itu.int/ITU-D/ict/statistics/]. Jaokar, A. (2006). Mobile web applications - do they need the browser?. [02.05.2007, http://www.readwriteweb.com/archives/ mobile_web_appl.php]. Jaokar, A. (2006). The three characteristics of mobile web 2.0. [02.05.2007, http://opengardensblog.futuretext.com/archives/2006/04/ the_three_chara.html]. Jaokar, A. (2007). Google gears for mobile?. [02.06.2007, http://opengardensblog.futuretext.com/archives/2007/06/google_gears_ for_mobile.html]. Microsoft (2006). Belgische primeur: Proximus maakt Windows Live Messenger mobiel. [02.05.2007, http://advertising.microsoft.com/ belux/nl/NewsAndEvents/PressRelease.aspx?Adv_PressReleaseID=20]. M:Metrics (2006). Will smarter phones drive content consumption?. [02.05.2007, http://www.mmetrics.com/press/PressRelease. aspx?article=20060710-smartphones]. Mobile Cowboys (2006). In 2010 sturen we 2.300.000.000.000 smsjes. [02.05.2007, http://www.mobilecowboys.nl/sms/3818]. Moll, C. (2005). Mobile Web Design – The Series. [02.05.2007, http://www.cameronmoll.com/archives/000398.html]. O’Reilly, T. (2005). What Is Web 2.0. [02.05.2007, http://www.oreillynet.com/pub/a/oreilly/tim/news/2005/09/30/what-is-web-20.html]. O’Reilly, T. (2006). Principles of Web 2.0 Make More Sense if You Change the Order. [02.05.2007, http://radar.oreilly.com/ archives/2006/04/principles_of_web_20_make_more.html]. O’Reilly, T. (2006). Web 2.0 Compact Definition: Trying Again. [02.05.2007, http://radar.oreilly.com/archives/2006/12/web_20_ compact.html]. Planet Internet (2005). E-mail ouderwets onder jongeren. [02.05.2007, http://www.planet.nl/planet/show/id=62967/contentid=580778/ sc=596d53]. Scourias, J. (1997). Overview of the Global System for Mobile Communications. [02.05.2007, https://styx.uwaterloo.ca/~jscouria/ GSM/gsmreport.html]. Schmidt, E. (2006). Let more of the world access the web. [02.05.2007, http://www.ft.com/cms/s/851ac0c8-e92f-11da-b1100000779e2340.html]. Sony Ericsson (2006). SE en Google werken samen om Blogger en Google Search op mobiele telefoons te integreren. [02.05.2007, http://www.sonyericsson.com/spg.jsp?cc=be&lc=nl&ver=4000&template=pc3_1_1&zone=pc&lm=pc3&prid=4924]. W3C (2005). W3C Launches “Mobile Web Initiative”. [02.05.2007, http://www.w3.org/2005/05/mwi-pressrelease.html.en]. Wikipedia (2007). 2G. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/2G]. Wikipedia (2007). AJAX (programming). [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/AJAX_%28programming%29]. Wikipedia (2007). Guglielmo Marconi. [02.05.2007, http://nl.wikipedia.org/wiki/Guglielmo_Marconi]. Wikipedia (2007). GSM (communicatie). [02.05.2007, http://nl.wikipedia.org/wiki/GSM_%28communicatie%29]. Wikipedia (2007). GUI builder. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/GUI_Builder]. Wikipedia (2007). HTTP. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Http].

58

Wikipedia (2007). Internet Protocol. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Internet_Protocol]. Wikipedia (2007). IS-95. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/IS-95]. Wikipedia (2007). Java Platform, Micro Edition. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Java_Platform%2C_Micro_Edition]. Wikipedia (2007). Joseph Estrada. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Joseph_Estrada]. Wikipedia (2007). Marathon (sport). [02.05.2007, http://nl.wikipedia.org/wiki/Marathon_%28sport%29]. Wikipedia (2007). Paper prototypes. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Paper_prototypes]. Wikipedia (2007). Peer production. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Peer_production]. Wikipedia (2007). Phonewords. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Phonewords]. Wikipedia (2007). Prosumer. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Prosumer]. Wikipedia (2007). Representational State Transfer. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Representational_State_Transfer]. Wikipedia (2007). Roaming. [02.05.2007, http://nl.wikipedia.org/wiki/Roaming]. Wikipedia (2007). Short Message Service. [02.05.2007, http://nl.wikipedia.org/wiki/Short_Message_Service]. Wikipedia (2007). SOAP. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/SOAP]. Wikipedia (2007). Social computing. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Social_computing]. Wikipedia (2007). Social Construction of Technology. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Social_construction_of_technology]. Wikipedia (2007). Software prototyping. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Software_prototyping]. Wikipedia( 2007). Technological Determinism. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Technological_determinism]. Wikipedia (2007). Web 2.0. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Web2.0]. Wikipedia (2007). Website wireframe. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Website_wireframe]. Wikipedia (2007). Wisdom of Crowds. [02.05.2007, http://en.wikipedia.org/wiki/Wisdom_of_crowds]. Interviews kan je terugvinden op cmdstud.khlim.be/~tvrolix/webapplab/interview/

59

Masterproef Communicatie & Multimedia Design - Tijs Vrolix - juni 2007

WebappLab.be

Master your semester with Scribd & The New York Times

Special offer for students: Only $4.99/month.

Master your semester with Scribd & The New York Times

Cancel anytime.