You are on page 1of 25

Stabiliteit II

Metaalbouw: observatie opdracht 2011 - 2012

Docent : Ir. F. Vanderdrinck Groep: 20

Mingneau Sander Van De Mergel Steffen Dhondt Yannick

Inhoudstabel
Inhoudstabel………………………………………………………………………………… Inleiding…………………………………………………………………………………….. 1. Constructie……………………………………………………………………………… 2. Inzage van de technische documenten………………………………………………… 3. Algemene vorm…………………………………………………………………………. 3.1 Belastingen……………………………………………………………………... 3.2 Lastendaling……………………………………………………………………. 4. Profielkeuze……………………………………………………………………………... 4.1 Kolommen……………………………………………………………………… 4.2 Liggers………………………………………………………………………….. 5. Knooppunten……………………………………………………………………………. 5.1 Lasverbindingen………………………………………………………………... 5.2 Boutverbindingen………………………………………………………………. 5.2 Bespreking van enkele knopen…………………………………………………. 6. Afwerking……………………………………………………………………………….. 7. Brandveiligheid…………………………………………………………………………. 8. Referenties………………………………………………………………………………. 9. Bijlagen………………………………………………………………………………….. 2 3 4 5 6 6 6 13 13 14 16 16 17 17 21 22 23 24

2

naast de bezoeken. de profielkeuze. 3 . In wat volgt wordt achtereenvolgens de nodige informatie gegeven over de constructie.Inleiding Dit verslag is geschreven in teken van het opleidingsonderdeel Stabiliteit II. Naast de verschillende onderdelen binnen het vakgebied eist deze opdracht een communicatie vaardigheid. Dit werd gerealiseerd aan de hand van foto’s en plannen. Hierbij waren afspraken en een taakverdeling noodzakelijk. bestaande uit drie leden. met verschillende mensen contact opnemen om de nodige informatie te verzamelen. bestuderen en bespreken van een metaalconstructie in eigen omgeving. Zo moet men. Daarnaast laat deze opdracht toe de behandelde theorie te staven aan de praktijk. de lastendaling. De uitvoering is opgesteld in groepsverband. Zonder theoretische achtergrond was het niet mogelijk het geheel te analyseren. . de knooppunten en de afwerking. de afmetingen van de profielen en de verbindingstechnieken van dichtbij te bekijken. met de bijhorende plannen. Hierbij was het van belang de lastendaling. De opdracht omvat het observeren.

Een eerste deel biedt onderdak voor het machinepark. Het deel van de constructie dat de twee delen verbindt en het andere deel zelf worden hier niet besproken. De constructie is ontworpen en gedeeltelijk uitgevoerd door de bouwfirma Vandewalle nv. terwijl het tweede het genoemde magazijn omvat. Mecamar nv. 4 . Kruiskensstraat 4 9750 Zingem Figuur 1: liggingsplan van de firma Mecamar nv.1. Dit omdat daar de afwerking reeds was beëindigd en dit deel al in gebruik was door het bedrijf waardoor belangrijke knooppunten niet meer bereikbaar waren voor eventuele foto’s. Onderstaande foto’s geven een totaalbeeld van de constructie. Het precieze adres: Mecamar nv. Deze firma is eigenaar van de plannen die verder in dit verslag besproken worden. Om een duidelijk beeld te verkrijgen kan de metaalconstructie opgesplitst worden in twee grote delen. is gespecialiseerd in machinebouw en bijhorende onderdelen. evenals het magazijn dat verder wordt besproken. Constructie De besproken metaalconstructie is gelegen te Zingem. Deze bouw kadert binnen de uitbreiding en de vernieuwing van de genoemde firma. Het omvat de bouw van een magazijn en werkruimte voor de firma Mecamar nv.

Dit alles is in onderstaande afbeeldingen te zien. met betrekking tot het magazijn. Als bijkomend hulpmiddel werden foto’s genomen van de constructie en werden regelmatig bezoeken gepland. werden volgende plannen ter inzage ontvangen:  een grond. 2.en verdiepingsplan  doorsnedes  3D tekeningen van de metaalconstructies  een dakplan  Deze plannen werden digitaal verkregen in AutoCAD. Inzage van de technische documenten Na overleg met de bouwfirma Vandewalle. 5 .Figuur 2: totaalbeeld van de staalconstructie met aanduiding van het magazijn. Figuur 3: print-screen van het 3D plan.

6 .Figuur 4: reële toestand van figuur3.

Het deel dat hieronder besproken zal worden bestaat uit 5 portalen. Van al deze portalen is de lastendaling beschreven in onderstaande studie. Onder permanente belastingen verstaan we het eigengewicht van het dak en het eigengewicht van de balken en kolommen. Hierbij maken we een onderscheid tussen de permanente belastingen en de mobiele belastingen. Er zijn drie staanders die het dak ondersteunen. 3. is plat dak en zijn opbouw en uitvoer wordt verder in dit verslag beschreven.2 Lastendaling Zoals te zien is op vorige figuur bestaat de constructie uit twee delen.3. De veranderlijke belastingen bestaan uit sneeuwlast. De keuze van de opbouw is afhankelijk van de ruimte en de nodige stabiliteit. Portaal 1 : Figuur 5: portaal 1 Deze constructie bestaat uit liggers van het type IPE200 en IPE330. Deze zijn hellend aangelegd ten voordele van het hemelwater. Het spreekt voor zicht dat men rekening moet houden met de nodige belastingen. Algemene vorm 3. De liggers van het type IPE330 vormen de dragende verdiepingsstructuur. 7 . De liggers van het type IPE 200 vormen de dragende dakstructuur.1 Belastingen Alvorens de lastendaling te kunnen opstellen moeten de verschillende belastingen in rekening worden gebracht. regenwater en windbelasting. De buitenste kolommen zijn van het type HEA160 en de middelste HEA180. Het dak dat gedragen moet worden.

Daarom is het nodig dat deze diagonale elementen de constructie aanmerkelijk stijver maken. 8 .Zoals te zien is op figuur 5 van portaal 1 is de middelste kolom en deze rechtsbuiten verbonden aan de hand van windverbanden. Net zoals bij portaal 1 zal bij dit portaal en bij de volgende de ligger licht hellend uitgevoerd worden. Portaal 2 : Figuur 6: portaal 2 Waar bij portaal 1 de dragende dakstructuur bestond uit 2 liggers van het type IPE 200. De verbinding tussen de L-profielen en liggers gebeurt via bouten. De horizontale belastingen op deze verticale constructie zorgen voor een groot buigende momenten in de constructie. L-profielen (L 60*6). bestaat deze bij portaal 2 uit één doorlopende ligger van het IPE 270 die niet ondersteund wordt in het midden. omdat de relatief slanke profielen gevoelig zijn voor knik. Zowel op het gelijkvloers als op de verdieping werden gebruik gemaakt van twee gekruiste staven.of stabiliteitsverband bestaat uit diagonale trekof drukstangen in een rechthoekig raster van kolommen en balken. Dit windverband verzorgt de afdracht van horizontale belastingen naar de fundering. Meestal gaat het hier om windbelastingen. Dit zal ook zo zijn bij de volgende portalen zodat een grotere ruimte gecreëerd wordt. Bij stalen profielen is het vaak beter de schoren op trek te berekenen. Een wind.

Tussen portaal 1 en 2 vindt een trapopening plaats. dikte 4 mm). De dragende verdiepingsstructuur bestaat uit een doorlopend ligger van het type HEA 280.De twee portalen worden verbonden door aan de buitenkant twee liggers van het type HEA 100 en in het midden een kokerprofiel K 80/4 (zijde = 80 mm. Deze wordt ter plaatse van de trapopening (zie verder) ondersteund door een kolom van het type HEA 160. Deze helpen de bovenliggende belasting te dragen en over te brengen naar de kolom waarmee ze verbonden zijn. 9 . De trapopening en de IPE 270 zijn zien op figuur 8. Om de trapopening de correct grootte te geven en ervoor te zorgen dat de tussenvloer voldoende ondersteund wordt. Deze wordt gecreëerd door in het midden van het rechterdeel portaal 1 en 2 te verbinden met een ligger van het type IPE 270. wordt nog een ligger van hetzelfde type uitgevoerd loodrecht op de middelste ligger en de buitenste balk. Hier zijn ook windverbanden gebruikt ter versteviging van de dragende dakstructuur zoals te zien is op figuur 7. Figuur 7: verdiepingsplan De ligger van het type IPE 270 wordt ondersteund door twee kolommen van het type HEA 180. Op de tussenvloer worden portaal 1 en portaal 2 aan de buitenkant verbonden door twee kokerprofielen (KK 80*4) en in het midden door een ligger van het type IPE 270.

Hier is alleen in het linkerdeel van de verbinding van de portalen een windverband toegepast.Figuur 8: de trapopening Portaal 3 : Figuur 9: portaal 3 Zoals al gezegd is. werd ook bij portaal 3 een doorlopende ligger van het type IPE 270 gebruikt die ondersteund wordt door twee kolom van het type HEA 180. Net zoals daar wordt gebruikt gemaakt van aan de buitenkant twee liggers van het type HEA 100 en in het midden een kokerprofiel ( KK 80*4). 10 . De verbinding van portaal 2 en 3 ter hoogte van de dakstructuur is gelijkaardig aan deze van de verbinding tussen portaal 1 en 2. Dit werd ook uitgevoerd met L-profielen (L 60*6).

Op figuur 9 van portaal 3 is te zien dat net zoals bij portaal 2 ook een kolom van het type HEA 160 staat. Het enige verschil is dat hier ter hoogte van de tussenvloer wel een ligger is uitgevoerd. Deze is nodig ter ondersteuning van de ligger van het type HEA 280 die loopt van portaal 2 tot 4. 11 .Hier wordt geen ligger gebruikt ter hoogte van de tussenvloer. Net zoals bij vorig portaal is hier ook een windverband gebruikt tussen het linker gedeelte van de twee portalen. Portaal 4 : Figuur 10: portaal 4 De opbouw van portaal 4 is net zoals portaal 3 en bestaat uit dezelfde types van kolommen en liggers. Het is dezelfde ligger als bij portaal 2 van het type HEA 280.

Zoals te zien is op figuur 7 (cirkel) werd er een trap geplaatst tussen het deel dat besproken wordt en het deel van de constructie dat dit verbindt met de andere constructie. De verbinding van liggers boven deze 12 . Figuur 12: drie knooppunten ter hoogte van de aansluiting met het andere deel Het bestaat zo als portaal 1 uit twee delen. De drie kolommen van het type HEB 220 worden ter hoogte van de tussenvloer verbonden door twee liggers van het type HEA 260 en aan de linkerkant ter hoogte van het dak een ligger van het type IPE 220. De knooppunten worden verder in dit verslag beschreven. dat hier niet besproken wordt (figuur 7). Aan dit portaal wordt met drie knooppunten een verbinding gemaakt met het andere deel van de constructie.Portaal 5 : Figuur 11: portaal 5 Dit portaal is het laatste dat wordt besproken.

13 .trap is moeilijk voor te stellen. Daarom is een duidelijk beeld weergegeven in figuur 13 waar ook het type van liggers en kolom bij staat. Figuur 13: dakconstructie boven de trap Het linker gedeelte bovenaan wordt ter versteviging verbonden aan de hand van een windverband met dezelfde L-profielen als hiervoor gebruikt. in het linker gedeelte een windverband toegepast. Ter hoogte van de tussenvloer worden portaal 4 en 5 verbonden met twee kokerprofielen ( KK 80*4). Ook tussen portaal 4 en 5 wordt ter hoogte van het dak. De trap is op deze tekening niet getekend maar staat aangeduid met een pijl. Net zoals bij de andere portalen bestaat de dragende dakconstructie uit twee liggers van het type HEA 100 aan de buitenkant en een kokerprofiel te midden (KK 80*4) die portaal 4 en 5 verbinden.

5 tf mm 9 9. De verticale krachtcomponent resulteert in een drukkracht op de kolommen wat overgebracht wordt op de funderingen. Het is dus belangrijk een juiste profielkeuze te maken. liggers en kolommen zijn niet zo maar gekozen. Profielkeuze De hierboven vernoemde balken.4 HEA 180 35. De krachten die inwerken op de constructie kan men opsplitsen in een horizontale en verticale krachtcomponent. 4.4.5 Tabel 1: gebruikte profieltypes voor de kolommen 14 .5 16 hi mm 134 152 188 d mm mm x 104 122 152 1673 2510 8091 x el mm 220.5 h mm 152 171 220 b mm 160 180 220 tw mm 6 6 9. HEA 180 en HEB 220. Het betreft een grondige studie en lastenberekening om te weten welke grootte van welk type juist gebruikt moet worden. Figuur 14: dwarsdoorsnede staalprofiel G kg/mm HEA 160 30.1 293.1 Kolommen De belastingen op het dak worden via de liggers overgedragen op de kolommen. De horizontale component zal bij de kolom voor een buigend moment zorgen waardoor deze een vervorming zal ondergaan naar buiten toe.5 HEB 220 71. om dergelijke vervormingen tegen te gaan.6 735. Er is hier gebruik gemaakt van HEA 160.

5 8 tf mm 8. HEA of HEB profiel is afhankelijk van het moment dat de betreffende kolom dient op te nemen.8 10.9 6. Het spreekt voor zich dat meer ondersteuning zorgt voor een kleiner buigingsmoment. Een HEA profiel knikt ook minder snel uit dan een IPE .6 5. de y-as el Elastisch weerstandsmoment = 4.5 5 7.o.4 1013 Tabel 2: gebruikte profieltypes voor de liggers 15 .4 26.2 Liggers Net zoals bij de kolommen is de keuze van het type ligger afhankelijk van de buiging die er zal optreden in de profielen.4 219.6 190.7 68.profiel.1 16.76 836.3 252 324 429 713 72.2 11.2 6.v.2 9.6 220.2 30. Men moet weten dat het weerstandsmoment tegen buiging van een HEA profiel hoger ligt dat dan van een IPE profiel van dezelfde hoogte.7 36.2 76. Afhankelijk van de lengte van de overspanning en het profieltype van de ligger wordt het aantal tussensteunpunten bepaald.5 13 hi mm 183 201. waardoor het weerstandsmoment van het profiel kleiner mag genomen worden.5 9.2 10450 13670 el mm x 194. Hierdoor kan een HEA profiel hogere belastingen opnemen.6 307 80 225 244 d mm 159 177. Dit is te zien aan de keuze van de drie liggers van het type HEA 280 in het midden van de staalconstructie (zie hierboven).Hierbij is: Traagheidsmoment t.5 8 12. De reden waarom men kiest voor een IPE.6 7.4 249.1 49. Hieronder zijn in tabel2 de gegevens van de gebruikte liggers te zien.4 h mm 200 220 240 270 330 96 250 270 b mm 100 110 120 135 160 100 260 280 tw mm 5.6 271 56 177 196 mm x 1943 2772 3892 5790 11770 349. G kg/mm IPE 200 IPE 220 IPE 240 IPE 270 IPE 330 HEA 100 HEA 260 HEA 280 22.

11 22.z mm³ 4.39 2.y=Wel. G kg/m L 60*6 5.29 Tabel 3: de gebruikte L – profielen 16 .Hierboven is uitgelegd waarom het toepassen van een windverband nodig is.69 v mm u1 mm u2 mm Iy=Iz mm4 Wel.0 zs=ys mm 1.79 5.24 2.42 h=b mm 60 t mm 6 r1 mm 8 r2 mm 4. Het gebruikte Lprofiel was L (60*6).

Bij het transport van deze geprefabriceerde onderdelen naar de werf moet er zeker op gelet worden dat de verflaag niet beschadigd wordt. Figuur 15: schets van het lassen 17 . deze dienen om de boutverbindingen tot stand te kunnen brengen en eventuele consoles en dergelijke aan de profielen te bevestigen. Principe: Door een warmtetoevoer smelten de materialen. Ook de boorgaten waar de bouten moeten inkomen worden reeds in de fabriek aangebracht. De boutverbindingen gebeurden op de werf zelf en zorgen voor de verbinding van 2 afzonderlijke profielen. het gesmolten staal en het materiaal van de gesmolten elektrode mengen zich. Na afkoeling (stolling) zijn de materialen met elkaar verbonden.5. Knooppunten Alle knooppunten werden verwezenlijkt door een combinatie van las. 5.1 Lasverbindingen Om de werken op de werf zelf vlot te laten verlopen worden de lasverbindingen op voorhand in de fabriek aangebracht. Dit heeft ook als voordeel dat de verbindingen in ideale omstandigheden aangebracht worden. De lasverbinding zorgt voor een continue metallische verbinding tussen de metalen onderdelen. De lasverbindingen werden in ons geval op voorhand in de fabriek reeds aangebracht. Als alle boorgaten en lasverbindingen gebeurd zijn wordt het profiel van de nodige verflagen voorzien.en boutverbindingen.

Het is aan te raden om niet teveel verschillende diameters van boorgaten toe te passen.2 Boutverbindingen De boutverbindingen worden toegepast in knooppunten die op afschuiving.5. 3 1 41 6 51 1 1 1 Figuur 16: de situatie van de knooppunten 18 . doormiddel van een bout en moer worden 2 constructieonderdelen aan elkaar bevestigd. afhankelijk van de krachten die de verbinding moet opnemen wordt de diameter bepaald. De boorgaten moeten op maat van de bout gemaakt worden. zodat de verschillende kolommen en liggers op onderstaande foto’s duidelijk kunnen gesitueerd worden. dit bevorderd het werktempo en drukt de kosten. De boutverbindingen worden op de werf zelf toegepast. 5. De figuur verduidelijkt de plaats waar de knopen gelegen zijn. Om het geheel overzichtelijk te houden bevat onderstaande figuur de ligging van de verschillende knopen. trek of een combinatie van afschuiving en trek belast worden. Ook wordt een boutverbinding toegepast indien een moment moet opgenomen worden.3 Enkele knooppunten In onderstaande tekst worden verschillende knooppunten kort besproken.

Knooppunt 1 Dit knooppunt werd gerealiseerd door boutverbindingen. De verbinding van de nok gebeurd door een boutverbinding tussen beide kopplaten van de samenkomende liggers. De ligger die op de flens van de kolom toekomt wordt door een boutverbinding tussen kopplaat en flens verwezenlijkt. Aan de linker en rechterkant van de kolom werd eveneens een kopplaat gelast om dan met bouten de verbinding met deze liggers te maken. Figuur 17: knooppunt 1 Knooppunt 2 Op voorhand wordt aan een uiteinde van de ligger een console en kopplaat gelast. Figuur 18: knooppunt 2 19 . Op het uiteinde van de liggers werd op voorhand een kopplaat gelast. De consoles zorgen ervoor dat de verbinding steviger is dus een groter moment kan opnemen. Dit is een knooppunt dat niet voorkomt in het stuk van de structuur die wij bespreken maar die we wel het vermelden waard vonden.

Figuur 19: knooppunt 3 Knooppunt 4 Deze verbinding bestaat net als de voorgaande uit een boutverbinding. De verbinding met de kolom wordt bekomen door de kopplaat met bouten aan de flens van de kolom te bevestigen. De console zorgt ervoor dat de verbinding effectiever wordt. Zowel aan het KKprofiel als de kolom wordt een kopplaat gelast die dan met bouten aan elkaar verbonden worden. Figuur 20: knooppunt 4 20 .Knooppunt 3 Bij dit knooppunt werd aan de ligger een console en kopplaat gelast.

Hier wordt aan de bovenkant van de kolom een kopplaat gelast die dan met bouten aan de flens van de langse ligger bevestigd wordt. Aan deze bevestigingsplaatjes worden de L-profielen dan door middel van bouten vastgemaakt. Deze kopplaat zorgt er ook voor dat het draagvlak tussen kolom en ligger groter wordt zodat er plaatselijk geen te grote drukspanning ontstaat. Ook worden aan de zijkant van de KK-profielen bevestigingsplaatjes gelast. Figuur 21: knooppunt 5 Knooppunt 6 Aan het uiteinde van de langse KK-profielen wordt een kopplaat gelast die dan door bouten aan de kolomflens bevestigd wordt. Figuur 22: knooppunt 6 21 .Knooppunt 5 De verbinding tussen de kolom en de langse liggers wordt eveneens met een boutverbinding bekomen.

Deze panelen worden met behulp van verschuifbare plaatjes met de metaalconstructie verbonden. Afwerking De buitenafwerking bestaat uit geprefabriceerde betonpanelen. Onderstaande foto’s geven een duidelijk beeld van de afwerkingsmogelijkheden. Deze panelen noemt men geïsoleerde wand elementen in glad beton. Zo gebruikt men op sommige plaatsen isolatie met daarvoor een staalprofiel. Afhankelijk van de functie van de ruimte kan de afwerking naar binnen toe verschillen. Elke van deze elementen hebben een dikte van 200mm en bevatten 50mm isolatie van het type geëxpandeerd polystyreen.6. Naar binnen toe gebruikt men achtereenvolgens polystyreen als isolatie en cellenbeton. die achteraf bepleisterd wordt. Afbeelding 22: binnenzijde van betonpanelen Afbeelding 23: detail van een wandelement 22 .

Om het staal te beschermen tegen brand en de daarbij horende hitte. Bijgevoegde figuur toont aan hoe het opschuimen van de coating gebeurd. deze laatste is het gevaarlijkst voor de dragende constructie. De dikke isolerende laag beschermt het staal tegen hitte en vertraagd zo de verzwakking. Deze coating zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren.7. gebruikt men een brandwerende coating. Brandveiligheid Staal is een niet brandbaar materiaal. er zal dus geen rook worden ontwikkeld. In bijlage is een technisch fiche gevoegd van het gebruikte product. De werking van deze coating berust op het opschuimen van de coating tot een dikke isolerende laag die zo het staal beschermt en de opwarming ervan vertraagt. Figuur 24: werking van brandwerende coating 23 . Bij hogere temperaturen verliest staal wel in sterkte en stijfheid. Bij de beschreven constructie koos men voor een veelvoudige kleur. De technische eisen en karakteristieken zijn hierin samengevat. namelijk grijs.

Referenties Internet: http://www. Hogeschool Gent.be. Vandedrinck F. Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen .Stabiliteit II.infosteel.bouwenmetstaal.be/nl/profielen. [Syllabus].php. Internet: http://www.8. geraadpleegd op vrijdag 4 november 2011.nl/index.infosteel.Bouwkunde 24 .html. (2011). Internet: http://www. geraadpleegd op vrijdag 18 november 2011. geraadpleegd op vrijdag 4 november 2011.

Technische fiche brandwerende coating (Steelguard) 25 .9. Bijlagen .