You are on page 1of 24

EhB!

magazine

Magazine van de Erasmushogeschool Brussel verschijnt tweemaal per jaar

10 APRIL 2013

PANTAGLEIZE
THEATERSTUK DENKT NA OVER VERZET IN TIJDEN VAN GLOBALISERING
• BRUSSELS NIEUWS. U LEEST HET IN ERASMIX • VAN BROUWERIJ NAAR MODERNE STADSCAMPUS • STUDENTEN KRIJGEN MONDIALE VORMING IN CONGO

EhB!
magazine

ERASMIX

10
APRIL 2013

4

Interview met studenten Journalistiek Stéphanie Sassen en Bram van Vaerenbergh, hoofdredacteurs van Erasmix.

VAN BROUWERIJ TOT STADSCAMPUS

6

KANKER MET ÉÉN SPUIT GENEZEN?
Interview met bioloog Peter Kronenberger.

10

In 2016 verkassen een 1000 studenten naar een gloednieuw gebouw in een hippe wijk van Brussel.

PANTAGLEIZE

14

Theaterstuk denkt na over verzet in tijden van globalisering.

STUDENTEN KRIJGEN MONDIALE VORMING IN CONGO

16

DIALOOG MET WALLONIË

20

over zwangerschap in armoede.

EN VERDER ... Hightech garage geeft IT-opleidingen boost Kort nieuws Rits student reist wereld rond als model Kort nieuws Muntpunt als baken van nederlandstalig Brussel Boek verhaalt over roemrijke geschiedenis van Brussels Philharmonic | 8 | 9 | 12 | 13 | 18 | 22

Colofon | Verantwoordelijk uitgever: Luc Van de Velde, Nijverheidskaai 170, 1070 Brussel, www.ehb.be | Contact: ehbmagazine@ehb.be | Redactieteam: Dorien Brouwer, Bart Deseyn, Valéry De Smet, Jochen Vandenbergh, Peter Van Rompaey | Vormgeving: Sven Versmissen | Fotografie: Bart Deseyn, tenzij anders vermeld | Tekstredactie, fotografie, vormgeving & opmaak: Bonsai publicatiebureau | EhB!magazine wordt verspreid onder de studenten, personeelsleden en relaties van de Erasmushogeschool Brussel.

EhB!magazine 10 | 3

ERAS
BRUSSEL IS EEN BOEIEND STAD VOOR EEN JOURNALIST

BRUSSELS NIEUWS. U LEEST HET IN

MI

Tot twee keer toe haalde Erasmix dit academiejaar al het nationale nieuws. Dat is opmerkelijk, want de nieuwswebsite wordt volledig gemaakt door studenten Journalistiek. Hoog tijd dus voor een gesprek met hoofdredacteurs Stéphanie Sassen en Bram Van Vaerenbergh.

‘Jeugdwerkloosheid in Europa, is er beterschap?’, ‘Artiesten bestrijden armoede in Brussel’ en ‘Op stap met Europees parlementslid Mark Demesmaeker’, het zijn enkele lukrake titels op Erasmix.be die perfect de visie weergeven van de internetkrant. “Sterk in Brussel en Europa”, zoals ze het zelf zeggen. En hun stukken worden opgemerkt. Zeker als het over Brussel gaat. Zo pikten de nationale media in november tot twee keer toe een nieuwsfeit op van Erasmix. Het begon met het verhaal van een Brusselse student die in een parking was aangerand nadat hij zich voor z’n studentendoop had verkleed in een vrouw. Eind november liet Erasmix Vlaanderen kennis maken met een originele journalistieke aanpak. In een filmpje was te zien hoe één van de studenten Journalistiek een fiets stal op klaarlichte dag in Brussel. Terwijl de student met een ijzerzaag, kniptang en slijpschijf tekeer gaat, passeerden er tientallen mensen zonder op te kijken. Met deze reportage wilden de studenten een kijk geven in het grootstedelijke karakter van Brussel. “Dit roept inderdaad een aantal deon-

tologische vragen op”, aldus Bram Van Vaerenbergh. “Met dit stuk tastte onze college de grenzen af, maar hij ging er niet over. Het was zijn eigen fiets, dus geen diefstal. Hij insinueerde enkel een diefstal om hoogte te nemen van de reacties van de mensen.” “Bovendien, en dat vind ik ook een argument, zijn wij studenten”, vult Stéphanie Sassen aan. “We zitten hier op school om het vak te leren en vanuit de opleiding krijgen we een zekere vrijheid om zulke dingen te doen. Deze keer was het geslaagd en volgende keer loopt het eens mis. Dat hoort er bij denk ik.” De stukken waar jullie het nationale nieuws mee haalden, hangen een weinig fraai beeld op van Brussel. Op Erasmix.be zie ik wel heel wat positieve verhalen over Brussel. Bewust? Stéphanie Sassen: “Nieuws is nieuws. We zijn niet bepaald op zoek naar een evenwicht, maar het valt op dat er in Brussel ook heel veel goede dingen gebeuren. De nationale media focussen inderdaad nogal snel op het slechte nieuws, maar dit is de enige

4 | EhB!magazine 10

IX

ONDER WIJS
voetballer bij Chelsea nvdr.) gesproken. Dan wordt het toch duidelijk wat het belang is van de job. Na mijn stage ben ik trouwens blijven hangen op Belga. Ik werk er nu als avondmedewerker. Wat ideaal is om ervaring op te doen. En bovendien verdien ik al een centje bij, toch ook niet onbelangrijk. Journalistiek is mij eigenlijk met de paplepel ingegeven. Mijn vader is als journalist ooit begonnen bij Het Nieuwsblad, maar vandaag is hij chef Regio voor De Standaard. Van mijn vader weet ik dat er gewerkt moet worden om te slagen als journalist. Met nine to five kom je er niet. Daarom is mijn plan om dit jaar mijn uiterste best te doen tijdens mijn stage op de sportredactie van Het Nieuwsblad. In de hoop een goede indruk achter te laten (lacht).” Stéphanie Sassen: “Ik ben dan weer in alles geïnteresseerd behalve sport. Maar het liefst zou ik buitenlands correspondent willen worden in de Arabische wereld. Hun cultuur intrigeert mij. Ik plan dan ook om vanaf volgend jaar Arabisch bij te studeren. Specialiseren is naar mijn mening erg belangrijk in de journalistiek. Bovendien is Arabisch niet alleen handig in het buitenland, maar kan het ook in eigen land deuren openen.” Zijn jullie tevreden over de opleiding? Stéphanie Sassen: “Ik voel me alleszins voldoende gewapend om op een redactie te werken. Ik liep trouwens al stage bij Het Belang van Limburg. En voor dit schooljaar kan ik bij het jongerenblad Maks aan de slag. Al heb ik uit mijn vorige stage vooral geleerd dat je nooit echt helemaal voorbereid bent op de job. In onze opleiding is er veel aandacht voor praktijk en moeten we heel vaak zelfstandig werken. Dat is enorm leerzaam, maar uiteindelijk word je volgens mij eerder een goede journalist door ervaring dan wel door scholing. Er zal dus nog flink gewerkt moeten worden na de studie.” Bram Van Vaerenbergh: “Ik deel die mening. Journalistiek leer je al doende en wij doen het. Het bewijs is in november twee keer geleverd met twee keer nationaal nieuws.”

echte stad van het land. Niet alleen dat, het is ook onze en de Europese hoofdstad. En een erg interessante stad dus voor iemand die journalistiek studeert. De diversiteit maakt het hier zo boeiend.” Bram Van Vaerenbergh: “Maar ook erg moeilijk. Alleen al de politiek met gewesten, gemeenschappen, een eigen parlement, 19 gemeentes,… je hebt als journalist al heel wat voorkennis nodig om een stuk te schrijven over Brussel. Misschien daarom dat Brussel in de Vlaamse media wat onderbelicht wordt. Kijk naar de jongste verkiezingen. De media focusten vooral op Antwerpen en in mindere mate op Gent. Maar over de hoofdstad van het land erg weinig. Terwijl de Brusselse politiek toch zo’n miljoen mensen aanbelangt.” Ligt er nog nationaal voorpaginanieuws te rijpen op de redactie. Bram Van Vaerenbergh: “Wie weet? In alle eerlijkheid waren wij ook verrast toen ons nieuws plots op het journaal kwam. Maar momenteel werk ik aan een artikel dat minder sensationeel is. In ons land gaan er namelijk steeds meer stemmen op om de dubbele nationaliteit af te schaffen. Elke EU-lidstaat kan dat vandaag voor zichzelf uitmaken, terwijl ook heel wat deskundigen menen dat dit een Europese bevoegdheid moet zijn. In mijn artikel schets ik die discussie, doorvoed met getuigenissen van mensen met een dubbele nationaliteit. Ja, daar moet je in Brussel niet lang voor zoeken.” Stéphanie Sassen: “Ik werk momenteel aan een stuk over trollen, internettrollen. Onlangs las ik in The Telegraph een artikel waarin werd beweerd dat de EU zeven miljoen euro investeert in het opsporen van kritische verhalen over de EU op het internet. Dat gebeurt door internettrollen die deze verhalen dan moeten ontkrachten door allerhande info achter te laten. De vraag is, klopt dit? En dat zoek ik uit. Maar er zit ook een tweede luik aan het verhaal. Namelijk het belang van internet en sociale media in de besluitvorming. De mening van de burger is dankzij die sociale media heel erg aanwezig. Dus beleidsmakers willen ook op die media hun invloed uitoefenen. Dat spanningsveld probeer ik te omschrijven.” Dat klinkt allebei als serieuze onderzoeksjournalistiek. Is het die weg die jullie willen inslaan? Bram Van Vaerenbergh: “Niet per se. Ik zou graag sportjournalist worden. Sowieso volg ik sport van op de eerste rij en ik schrijf graag. Vorig jaar heb ik dan ook stage gelopen op de sportredactie van Belga. Daar heb ik veel geleerd. Ik mocht effectief mee naar persconferenties van de Rode Duivels en heb Eden Hazard (prof-

“Er moet gewerkt worden om te slagen als journalist. Met nine to five kom je er niet”

Wat vinden jullie het moeilijkste aan de journalistiek? Bram Van Vaerenbergh: “Schrijven gaat mij goed af. Aan de juiste informatie geraken is een veel grotere uitdaging. Mogelijk raken wij moeilijker aan info omdat we nog student zijn. Ik kan me voorstellen dat een perskaart makkelijker deuren opent, maar dat zal ik dan later wel ervaren. Ook informatie afblokken vind ik moeilijk. Soms moet je durven stoppen met je research en je verhaal beginnen maken. Maar wanneer? Welke informatie is nog welkom? Welke overbodig of verwarrend? Dat inschatten, moet je ook leren.” Stéphanie Sassens: “Kill your darlings, heet dat. Goede quotes en informatie weggooien omdat je teveel informatie hebt. Die afweging maken, vind ik eveneens moeilijk. Het liefst van al wil je alles kwijt wat je weet. Maar zo werkt het niet. De plaats is beperkt. Schrijven is schrappen. Maar het geeft ook voldoening. Telkens als ik erin slaag om een nieuwsverhaal te kneden tot een goed leesbaar, boeiend en evenwichtig stuk dan durf ik daar ook trots op zijn.” www.erasmix.be

EhB!magazine 10 | 5

INFRA STRUCTUUR

EEN UITNODIGING NAAR DE BUURT
In 2016 verkassen de student-leerkrachten naar een gloednieuw gebouw in een hippe wijk van Brussel. De multifunctionele stadscampus verhoogt niet alleen de bereikbaarheid, maar ook de aantrekkelijkheid van de Lerarenopleiding. Zo’n 1000 studenten krijgen onderdak in het voormalige brouwershuis. “Met dit gebouw willen we ook iets doen voor de buurt”, kijkt departementshoofd Walentina Cools uit naar de verhuizing.

Jette, een noordelijke uithoek van de stad. Op een steenworp van het UZ Brussel staat een betonnen blok uit de jaren ’70 ietwat ongelukkig ingeplant. De site is duidelijk minder verstedelijkt dan de rest van het hoofdstedelijk gewest. En toch trekken hier dagelijks meer dan 1500 studenten van de Erasmushogeschool en de VUB naar toe. Per bus, tram of trein en meestal een combinatie van die drie mobiliteitsmodi. De bereikbaarheid is, in afwachting van de tram, ondermaats. Gezien de nabijheid van het UZ is het echter wenselijk dat de studenten Verpleegkunde, Vroedkunde en Voedings- & Dieetkunde hier les volgen. Maar ook zo’n 600 studenten uit de Lerarenopleiding worden hier klaargestoomd voor het Brussels onderwijs. “Doordat we met onze opleidingen enigszins uit de stedelijke omgeving liggen, kennen veel studenten Brussel niet”, vertelt Walentina Cools, departementshoofd van de Lerarenopleiding. “Onze studenten komen bovendien vaak uit de randgemeenten en zijn geen kotstudenten. Zij die wel op kot zitten, wonen in de aangrenzende peda. Ze komen dus weinig in Brussel. Voor hen blijft het de grote, vreemde stad. En dat maakt het natuurlijk niet gemakkelijker om hen warm te maken voor een lesopdracht in Brussel. Terwijl de stad daar wel nood aan heeft. Via stages en onze curricula doen we trouwens vandaag al het nodige om studenten te overtuigen van de meerwaarde van de stad.” Bovendien lanceerde de Lerarenopleiding samen met de Vlaamse gemeenschap al een campagne. Onder de slogan ‘Word jij de leerkracht van mijn ketje’ hoopten ze aspirant leerkrachten aan te

VAN

“In de nieuwe campus zullen studenten kennis maken met het bruisende stadsleven in Brussel”

trekken voor een lesopdracht in Brussel. Een campagne met succes, maar over drie jaar krijgt Brussel er nog een immense troef bij. De Lerarenopleiding plant namelijk de bouw van een gloednieuwe campus in de Schootstraat, vlak naast de Antoine Dansaertstraat. Vandaag staat er een oude brouwerij die tegen 2016 wordt omgetoverd tot een multifunctionele stadscampus met 2 aula’s, 40 klas- en vaklokalen, docentenlokalen, een studielandschap, een bibliotheek, een cafetaria en meerdere zithoeken en terrassen. Alle vier de professionele bachelors binnen het departement (Kleuteronderwijs, Lager Onderwijs, Secundair Onderwijs en Pedagogie van het Jonge Kind) verhuizen naar deze site in een trendy stadswijk in het hart van de stad. “We zitten dan op minder dan tien minuten wandelafstand van het centraal station”, is Walentina Cools enthousiast. “En vlakbij de campus Dansaert en het Rits. Niet alleen wat bereikbaarheid betreft, is dit een enorme vooruitgang, ook de aantrekkelijkheid van onze opleiding zal er bij winnen. Kijk, het studentenleven is meer dan studeren alleen. Naast een degelijke opleiding willen studenten ook een sociaal

BRO

6 | EhB!magazine 10

OUWERIJ NAAR MODERNE STADS
leven. Café, cinema, feestjes, en andere studentikoze activiteiten. In Jette ligt dat wat moeilijker. In het nieuwe gebouw zullen studenten kennis maken met het bruisende stadsleven in Brussel en een heel ander beeld krijgen van de stad.” De nieuwe campus is een ontwerp van de Sloveense architect Bevk Perovic. Hij kreeg voor dit project ondersteuning van het Antwerpse bureau B-architecten, bekend van onder andere de opvallende sociale woningen Zennetuin en Muntpunt. Perovic bouwde de oude brouwerij om tot een modern, transparant complex met respect voor de authentieke elementen. De bouw moet nog starten, maar op de plannen springt onmiddellijk de openheid van het gebouw in het oog. Zo is het opgetrokken uit grote glaspartijen en wordt er binnenin gebruik gemaakt van transparante wanden die alle ruimtes met elkaar verbinden. Het schoolplein, een grote binnenruimte, is ook subtiel verbonden met het driehoekige plein voor de campus. “Het gebouw is een uitnodiging naar de buurt toe”, aldus Walentina. “Bij EhB geloven we namelijk heel hard in het concept brede school. Wij staan niet op onszelf. Leerkracht zijn betekent betrokken zijn bij de samenleving, zeker bij de directe omgeving. Les geven, met jonge kinderen omgaan, is actief burgerschap. In de buurt van onze nieuwe campus zijn zoveel instellingen waar we mee kunnen samenwerken. In de eerste plaats natuurlijk de scholen en crèches, maar ook bijvoorbeeld de bibliotheek, Muntpunt en Bronks, het theater voor kinderen. We willen ons voeden met wat de buurt te bieden heeft en andersom ook ons steentje bijdragen aan de buurt. Daarom dat we centraal in het gebouw 4 micro-teaching klaslokalen inrichten. Dit zijn de testlabs voor toekomstige leraren, zeg maar de verbinding tussen theorie en praktijk. We hebben ze bewust erg zichtbaar en toegankelijk gemaakt. Want ook daar zijn de architecten in geslaagd. Naast de esthetiek was er veel aandacht voor de functionaliteit van het gebouw en daarvoor werden wij geraadpleegd. Ik ben zeer te spreken over de manier van werken en het resultaat mag er dan ook zijn. Ongetwijfeld zal dit gebouw studenten bekoren om naar Brussel te komen en er te blijven.”

CAMPUS

EhB!magazine 10 | 7

INFOR MATICA

HIGHTECH GARAGE IT-OPLEIDINGEN
GEEFT

BOOST

DIGITAL EXPERTS ZIJN SEXY

Met een hightech garage wil de Erasmushogeschool studenten warm maken voor een informatica-opleiding. Excuus, een opleiding tot digital experts, want zo heten informatici voortaan in Brussel. Digitale technologie heeft namelijk nood aan een imagoboost. Vooral omdat de arbeidsmarkt snakt naar goed opgeleide digitale experts.
Op de binnenruimte van de campus aan de Nijverheidskaai staat sinds enkele weken een opvallende garage. Bespoten met een baksteenmotief en met als opschrift ‘Van Garage tot Valley’. Het is de lokroep waarmee de Erasmushogeschool studenten willen aantrekken voor één van de twee IT-opleidingen: Dig-X of Multec. Begin dit schooljaar startte het departement nog met deze nieuwe opleiding. Vanuit de markt kwam de vraag naar mensen die apps konden ontwikkelen en tegelijkertijd kaas hadden gegeten van webdesign. Erasmushogeschool reageerde met de opleiding Multec (Multimedia & Communicatietechnologie). Met 90 inschrijvingen in het eerste jaar is deze nagelnieuwe opleiding een schot in de roos. Ook de opleiding Toegepaste Informatie of DigX startte met 80 studenten boven de verwachtingen. In totaal verdubbelde daardoor het aantal IT-studenten. “En dat is nog te weinig, want IT’er blijft een knelpuntberoep”, aldus Frank Lanssens van Multec. “Nochtans is het een uitdagende sector die werkzekerheid biedt en goed betaalt, want dat telt ook. Dus moesten we concluderen dat het beeld over onze opleiding fout zat. Met deze campagne willen we het imago een boost geven. Daarom dat we ook niet meer spreken van IT-specialisten, want dat klinkt zo ‘computernerd’. We hebben het vandaag over digital experts. Dat klinkt sexy, maar het dekt ook veel meer de lading. Digitale technologie gaat al lang niet meer over een hele dag saai achter je computer een programmeercode intypen. De benodigde vaardigheden zijn samen met de technologische vooruitgang geëvolueerd. Wij zien onze digitale experts als architecten die naar een totaaloplossing zoeken. Daar komt programmeren bij, maar ook design, communicatie, business-analyse,…. Een digital expert is geen stoffige programmeur, maar een polyvalente teamplayer met een breed scala aan zowel technische als niet-technische skills.” De garage aan de Nijverheidskaai is de kers op de taart van de campagne. Deze voormalige zeecontainer is namelijk ingericht als een hightech IT-lab met Wifi, flat screens, iPad's, PC’s en noem maar op. “Uiteraard alluderen we hiermee op de carrières van mensen zoals Steve Jobs”, aldus Joeri Gerrits, opleidingshoofd Dig-X. “In een garage knutselde hij aan een technologie die niet veel later de wereld zou veranderen en Sillicon Valley op de kaart zette. Maar ook Facebook en HP (Hewlett-Packard) kenden een gelijkaardig verhaal. Onze garage kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Als klaslokaal, voor studenten om samen te werken, op events als promostand of weldra op onze opendeurdag in mei.” De statistieken staven alvast de actiebereidheid van het departement. In heel Vlaanderen zouden er zo’n 9.000 openstaande vacatures zijn voor digital experts. In tijden van economische recessie is dat immens. Bovendien bevindt de helft van deze jobs zich in Brussel en Vlaams-Brabant, terwijl er aan de Erasmushogeschool jaarlijks voorlopig een vijftigtal digital experts afstuderen. Het pijnpunt is dus meteen duidelijk, al schuilt er nog een onderliggende uitdaging. “Vrouwelijke studentes enthousiasmeren voor een opleiding tot digital expert”, weet docent Herman Gillaerts. “Onder meisjes leeft helaas het beeld van een puur technische opleiding, terwijl zeker Multec meer over design en communicatie gaat dan over systeemanalyse. Door die foutieve perceptie spreken we dus de helft van onze doelgroep niet aan. Daarom dat de campagne ‘Van Garage tot Valley’ echt nodig is.”

8 | EhB!magazine 10

KORT IWT NIEUWS

SPE

2

GELANCEERD MET EEN EHBREAK

ERASMUSHOGESCHOOL BRUSSEL WINT AWARD EUROPESE COMMISSIE MET INTERGENERATIONEEL PROJECT
De Lerarenopleiding ontving van de Europese Commissie de generations@school-award. Deze award beloont een innovatief en creatief project dat de solidariteit tussen de generaties bevordert. Het studentenproject ‘Wijsheid verjaart niet’ laat kinderen tussen 8 en 12 jaar actief samenwerken met bewoners van een woon- en zorgcentrum. Het project van de Lerarenopleiding loopt al sinds 2006 in samenwerking met het woon- en zorgcentrum Sint-Jozef vzw en de vrije basisschool De 5-Sprong in Moerzeke. "De studenten van het tweede deeltraject werken jaarlijks een project uit waarin leerlingen van de 2de en 3de graad en de bewoners van het woonzorgcentrum actief samenwerken om een 'mysterie' op te lossen", vertelt EhB-projectcoördinator Inge De Paepe. "De studenten vinden dit een enorm leerrijke ervaring. Binnen het project voelen ze aan dat lesgeven een echt maatschappelijk gebeuren is."

Op de campus aan de Nijverheidskaai, waar ook de centrale diensten gelegen zijn, werd het SPE2 gelanceerd met een EhBbreak, een after work drink voor het personeel. Het SPE2 (2012-2016) is het tweede luik van het Strategisch Plan van de Erasmushogeschool Brussel (SPE). Het werd in december 2012 goedgekeurd door de Raad van Bestuur en nadien in een handige brochure gegoten die werd uitgedeeld aan alle werknemers van de hogeschool. Het SPE2 brengt een nieuwe missie en visie met zich mee en formuleert voor de komende vier jaar deze zes strategische doelen: 1. We focussen op de noden van onze stakeholders, in de eerste plaats de studenten. We stellen scherp op opleidingsaanbod, studiebegeleiding, studentenbegeleiding en -voorzieningen. 2. We gaan voor een goed geoliede organisatie, met aandacht voor integrale kwaliteitszorg. 3. We evalueren én verbeteren voortdurend onze decretale kerntaken onderwijs, onderzoek, dienstverlening en ontwikkeling & beoefening van de kunsten. 4. Ons personeelsbeleid blinkt uit in empowerment, maximale waardering van medewerkers en sterke professionalisering. 5. We versterken onze financiële situatie te versterken. 6. Onze communicatie is modern, transparant en wervend. Nu het plan er ligt, is uiteraard de volgende stap om alle medewerkers van onze hogeschool op de hoogte brengen van het SPE2. Kwestie van werk te maken van strategische doelstelling nummer 4. Alleen als alle neuzen in dezelfde richting wijzen, kunnen we ons volop concentreren op onze kerntaak: jongeren opleiden om hen de allerbeste kansen te geven op de arbeidsmarkt. Bovendien willen we ook de samenleving een duwtje in de rug geven: met degelijk, nuttig onderzoek en mooie dienstverleningsprojecten. Bovendien zal het SPE2 onze beide Schools of Arts versterken, door hun opdracht rond kunstbeoefening verder te ondersteunen.

HOE EEN CARRIÈRE PLOTS EEN HOGE VLUCHT NEEMT
Hij mocht dan wel niet winnen, EhB is wel degelijk bijzonder trots op de Oscarnominatie van Rits-alumnus Tom van Avermaet voor zijn film Dood van een soldaat. Deze film werd mogelijk gemaakt dankzij de wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds, die hij met zijn afstudeerfilm in 2006 in de wacht sleepte. Ondertussen heeft de oudstudent een contract getekend bij Creative Artists Agency (CAA), een van de meest befaamde talentagentschappen van Hollywood. Ook Matthias Schoenaerts (acteur in 'Dood van een schaduw') zit onder dak bij CAA, net als onder meer Colin Firth, Nicole Kidman, Daniel Craig, Madonna, Tom Cruise en Steven Spielberg.

SAMENWERKING OPLEIDING MUSICAL EN MUSICAL VAN VLAANDEREN
De opleiding Musical van het Koninklijk Conservatorium Brussel en Musical van Vlaanderen gaan een intensieve samenwerking aan die voor de opleiding een grote meerwaarde zal betekenen. De structurele samenwerking omvat twee grote pijlers: de participatie in het unieke Musicallabo en de stageplaatsen voor de musicalstudenten in de professionele producties van Musical van Vlaanderen. In het musicallabo wordt van de studenten in het derde jaar verwacht dat zij - in groepen verdeeld - een eigen concept uitwerken. Op die manier wil de opleiding de theatermaker in elke student stimuleren en een grotere creatieve participatie ontwikkelen. Het musicallabo van Musical van Vlaanderen biedt de jonge artiesten daarna de kans om deze ervaring te verdiepen en te verbreden binnen het professionele kader van één van de grootste musicalhuizen.

EhB!magazine 10 | 9

KANKER GENEZEN MET
Bioloog Peter Kronenberger leidt aan de campus Jette een vernieuwend onderzoek in de strijd tegen kanker. Met moleculaire technologie vorst hij naar een mensvriendelijkere behandeling tegen ‘de ziekte van de tijd’. En zijn experimenten boeken succes. Wie weet volstaat over enkele jaren één enkele spuit om van kanker te genezen. “We zijn er nog niet, maar wereldwijd is het geloof in deze behandeling erg groot.”

ÉÉN SPUIT?
DE HUIDIGE BEHANDELINGEN SCHIETEN TE KORT
Ruim 60.000 mensen worden in ons land jaarlijks gediagnostiseerd met kanker. Dat zijn dagelijks ongeveer 165 Belgen die het verschrikkelijke nieuws van hun dokter moeten vernemen. Bijna de helft van hen overleeft de ziekte niet. Ongeveer één op de drie mannen en één op de vier vrouwen krijgt met de ziekte te maken voor hun 75ste verjaardag. De meest voorkomende kanker in België is prostaatkanker bij mannen (bijna 9.000 gevallen per jaar) en borstkanker bij vrouwen (zo’n 10.000 gevallen per jaar). De dodelijkste kankers zijn longkanker bij mannen en borstkanker bij vrouwen. Het aantal kinderen dat jaarlijks getroffen wordt door kanker representeert gelukkig minder dan 1 procent van alle kankergevallen.
10 | EhB!magazine 10

Maar in absolute getallen gaat het toch nog om ruim 300 kinderen (Bron: stichting kankerregister). De cijfers bevestigen wat iedereen eigenlijk al weet. Kanker is de ziekte van deze tijd en daar wil de Erasmushogeschool niet blind voor zijn. Als onderwijsinstelling draagt EhB namelijk een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarom werd dit academiejaar gestart met een bijkomende banaba Oncologie (Bachelor na Bachelor). In deze bijkomende opleiding worden verpleegkundigen voorbereid op de bijzondere noden en behandelingen voor kankerpatiënten. Maar naast zorg zet de Erasmushogeschool ook in op de genezing van deze gruwelijke ziekte. Bioloog Peter Kronenberger leidt binnen de opleiding Biomedische Laboratoriumtechnologie een veelbelovend onderzoek waarbij kankercellen worden gedood met moleculentechnologie. “De huidige kankerbehandeling, zowel chemotherapie als radiotherapie, zijn aspecifieke behandelingen”, legt onderzoeker Peter Kronenberger uit. “Daarmee bedoelen we dat deze therapieën de kankercellen niet gericht aanvallen. Chemo- en radiotherapie zijn namelijk gebaseerd op het feit dat snel groeiende cellen in het lichaam heel gevoelig zijn voor stoffen die de celdeling belemmeren of blokkeren. De meeste kankers zijn snelgroeiend, maar ook andere cellen in het lichaam behoren tot die categorie. Zoals bijvoorbeeld

GEZOND HEIDSZORG
de cellen in ons darmstelsel of de cellen die onze haren maken. Ook die cellen worden met chemotherapie afgebroken waardoor een kankerpatiënt bijvoorbeeld zijn haar verliest. Met chemotherapie is er dus veel collateral damage in het lichaam en bovendien is het spectrum waarbinnen de stoffen worden toegediend erg nauw. Te weinig chemo heeft geen effect, terwijl te veel chemo dan weer erg pijnlijke neveneffecten veroorzaakt en zelfs dodelijk kan zijn. Maar de klassieke therapieën vertragen vooral het aftakelingsproces en maken de pijn draaglijk. Als we vooruitgang willen boeken in de strijd tegen kanker hebben we dus nieuwe medicijnen nodig.” om dergelijke siRNA’s te synthetiseren en met moderne technologie in de cel binnen te duwen. De onderzoeker kiest zijn doelwit RNA en kan dus in een levende cel de aanmaak van proteïnen blokkeren. Aangezien ook kanker een ziekte van de genen is, dit is niet hetzelfde als een genetische ziekte, moeten we met siRNA ook kankers gericht kunnen stoppen. Het enorme voordeel is dat het siRNA specifiek is en we het dus zouden kunnen richten op enkel de kankercellen, zodat de andere cellen in het lichaam met rust worden gelaten. Althans dat is de bedoeling, maar zo ver zijn we nog niet.”

R

DOELGERICHT
Kronenberger studeerde in de jaren 80 af als bioloog aan de VUB. Nadat hij in Liberia en Ivoorkust vrijwilligerswerk had gedaan bij wijze van legerdienst, doctoreerde hij aan de VUB met een proefschrift rond het poliovirus. In 2004 ging hij als onderzoeker aan de slag voor de VUB en de Erasmushogeschool Brussel. Aanvankelijk zocht hij naar een technologie om potentiële virussen achter multipele sclerose te detecteren (MS is een ziekte die het centraal zenuwstelsel aantast. nvdr). Een Herculestaak gezien de immense hoeveelheid data die het labo moest verwerken. En toen kreeg Kronenberger een zware klap te verwerken. Zijn vader kreeg kanker en de vorser besloot zijn onderzoek om te gooien. “De impact van de ziekte heeft me getroffen”, aldus Kronenberger. “Dus vroeg ik mij af wat ik kon doen. Puur theoretisch onderzoek is geen taak voor een hogeschool, dus zocht ik iets met een finaliteit. Iets dat effectief toepasbaar zou zijn in ziekenhuizen.” Als bioloog was Kronenberger goed vertrouwd met het centrale dogma binnen de moleculaire biologie: DNA wordt RNA wordt proteïne. Met deze kennis als basis trok hij ten strijde tegen kanker. “Het DNA moet je zien als de bibliotheek waar alle info over onze cellen zijn opgeslagen”, vertelt Kronenberger. “Ons lichaam is continu bezig om die bibliotheek te vrijwaren van mutaties en er moeten ook voortdurend herstellingen worden uitgevoerd. Om de eiwitten (proteïnen) te maken waarmee we zijn opgebouwd heeft de cel de juiste info nodig uit die DNA-bibliotheek. De cel mag echter geen boeken ontlenen. Wat ze wel mag doen is kopieën nemen uit de boeken en met die kopij aan de slag gaan. Zo’n kopij heet RNA. Sinds de jaren 60 heerst het idee dat DNA wordt omgezet naar RNA waarmee dan proteïnes worden opgebouwd voor de aanmaak of het herstel van cellen. Vrij recent werd echter een nieuw soort gen ontdekt dat korte RNA-moleculen (Micro-RNA’s) maakt die nooit in proteïnen worden vertaald, maar enkel dienst doen als verkeersleiders. Ze sturen de klassieke DNA-RNA-proteïne-weg aan en fungeren als een controlesysteem. Frappant is vooral dat kankercellen totaal andere collecties van deze micro-RNA’s hebben. Van de ene soort hebben ze er meer, van de andere minder. Sommige micro-RNA’s gedragen zich zelfs alsof ze de kanker kunnen stoppen, anderen schijnen de kanker dan weer te stimuleren. Een zeer complexe materie, maar duidelijk is wel dat er iets niet klopt. Een bepaalde categorie micro-RNA’s wordt aangemaakt bij bijvoorbeeld virale infecties waar ze het RNA van een virus afbreken. Deze RNA’s noemt men siRNA, short interfering RNA, en kunnen dus heel snel en heel gericht RNA afbreken en dus de vertaling naar proteïnen blokkeren. Ondertussen hebben we geleerd

HOOPGEVENDE RESULTATEN
Toch is Kronenberger erg hoopvol voor de toekomst. Hij boekte al een aantal successen in zijn labo. Zo liet hij siRNA los op longkankercellen waarna deze dagenlang in hun groei geblokkeerd waren. De experimenten met beenmergkanker lopen moeizamer omdat deze kankercellen zich verspreiden over het ganse beenmerg en dus niet gericht kunnen worden gebombardeerd. Maar het geloof in deze behandeling is groot en wijdverspreid. Overal in de wereld gebeurt vandaag onderzoek met siRNA. Momenteel worden er meer dan twintig siRNA behandelingen tegen verschillende ziekten klinisch getest. De resultaten zien er veelbelovend uit. “De resultaten stemmen ons optimistisch, maar zijn behaald met ‘in vitro’-celculturen”, tempert Kronenberger enigszins het enthousiasme. “De behandelingen dienen dus nog klinisch te worden getest. Dat is peperduur en duurt lang. Bovendien is er ook nog het probleem dat men delivery en clearance noemt. Zoals gezegd kunnen we met siRNA heel gericht een doelwit in het lichaam aanvallen. Je kunt als arts werkelijk kiezen op welk gen je de behandeling richt. Een van de meest hoopgevende effecten van siRNA is dat het de kankercellen kan overtuigen om zelfmoord te plegen of om het in vakterminologie te zeggen, in apoptose te gaan. In principe zou zelfs één inspuiting met siRNA dit effect kunnen hebben. Het probleem is echter het transport van het siRNA naar de cel. Vandaag kunnen we siRNA intraveneus inspuiten, maar we krijgen het maar moeilijk tot in de tumorcel. De delivery faalt. We stellen namelijk vast dat het siRNA bijna onmiddellijk naar de lever gaat, waardoor het idee is opgekomen om de technologie alvast in te zetten bij leverziektes. Met succes. Een tweede knelpunt is de clearance, zeg maar de verwijdering van siRNA uit de bloedstroom door de nieren. Maar er is hoop. Amerikaanse onderzoekers hebben een middel gevonden om het siRNA te transporteren in het lichaam. Daarvoor hebben ze, zeg maar, een moleculaire vrachtwagentje ontwikkelt waarin je het siRNA kan laden. Omdat dit vrachtwagentje een antilichaam bevat, bindt het zich enkel met de cel die je zelf kiest, zoals een tumorcel. Over enkele jaren zal de siRNA-behandeling in ziekenhuizen worden ingezet om kankers te bestrijden. En dat voorspelt geen lange, pijnlijke behandeling te zijn. Mogelijk zal één spuit volstaan om te genezen, al wil ik hiermee niet de indruk wekken dat we de ziekte kanker zullen uitroeien. Dag na dag winnen we terrein in de strijd tegen kanker, maar de ziekte zal ons altijd treffen. Simpelweg omdat DNA muteert. Na een tijdje worden ze zelfs resistent tegen de behandeling. De belangrijkste behandeling is dan ook voorkomen. Ik heb van nabij meegemaakt hoe verwoestend kanker kan toeslaan, dus mijn voornaamste advies is: geniet van het leven en draag zorg voor je lichaam.”

“Over enkele jaren zal deze nieuwe kankerbehandeling in ziekenhuizen worden toegepast”

EhB!magazine 10 | 11

RITS

FASHION REIST WERELD ROND ALS LINKEN MET CULTUUR
“Ik doe dit voor het geld!”, zegt Sverre Denis (24), laatstejaarsstudent aan het Rits. Als fotomodel reist Sverre al enkele jaren de aardbol rond. Een aardige bijverdienste voor een student. Maar Sverre wil niet staande blijven trappelen op de catwalk. Zijn ambitie is België klaarstomen voor de fashionfilm.
“Ik ben eigenlijk toevallig in het modellenwerk gerold”, vertelt Sverre Denis. “Al een hele poos speel ik toneel bij een amateurvereniging. Zodoende kwam ik terecht in een reclamefilmpje waarbij één van de andere acteurs mij aansprak om het eens te proberen als fotomodel. Ik was niet meteen enthousiast, maar stiekem had zij toch een dossier over mij toegestuurd naar een modellenbureau. Dat is ongeveer drie jaar geleden. Op een dag kreeg ik telefoon van dat bureau. Ik was verrast. Ze beloofden me veel geld en coverfoto’s

RITS STUDENT
MODEL
op wereldbekende modebladen. Toch hield ik de boot af. Ik had een beeld van de fashionwereld dat de meeste mensen wel herkennen: erg oppervlakkig en redelijk ‘gay’. Waarmee ik geen waardeoordeel uitspreek, maar het was gewoon niets voor mij. Althans dat dacht ik. Want enkele maanden later belde het bureau mij opnieuw met een opdracht voor Calvin Klein. Uit nieuwsgierigheid ben ik daar op ingegaan en van het één kwam het ander.” Parijs, Milaan, New York,… zowat overal waar mode telt, proefde Sverre al van de glamour. Aan het Rits houden ze rekening met het bijzondere werk en mag de filmstudent zijn lessen op latere tijdstippen inhalen. Al blijft de combinatie werk/onderwijs loodzwaar. Recent verbleef Sverre nog twee maanden in Shanghai voor een modeopdracht. Door het vele reizen, dubbelt hij zijn laatste jaar aan het Rits, “Voor een student verdien ik goed, maar ik ben nog niet binnen”, aldus Sverre. “Trouwens, ik investeer al mijn geld in mijn films. Ik maak fashionfilms, een concept dat in ons land vrij onbekend is. Dit zijn eigenlijk commercials van enkele minuten over de visie en inspiratie van een ontwerper. Stel dat een ontwerper zich voor zijn nieuwe collectie heeft laten inspireren door een bepaald fenomeen of periode dan maken wij daar een film over. Twee jaar geleden heb ik zo voor ontwerper Heaven Tanudiredja een film gemaakt. Dat was een enorm succes en sindsdien is alles in een stroomversnelling geraakt. Vandaag al maken we films die als achtergrond worden geprojecteerd bij een modeshow of waarmee we langs modefestivals toeren.” Ook op de vrije markt heeft het werk van Sverre zijn nut al bewezen. Voor zijn docenten aan het Rits maakte hij een dossier rond fashion. JIM tv pikte het idee op en stuurde Sverre prompt naar Milaan om zijn idee uit te werken. Het resultaat was het tvprogramma Models. Als filmmaker wil Sverre fashion ook linken met cultuur. Hij denkt aan een kortfilm waarin mode in het teken staat van een goed verhaal. “Een film met uitstraling”, zoals hij het zelf noemt. “Kijk, in de fashionwereld zit veel geld. In het cultuurwereldje daarentegen moet je teren op subsidies. Niets mis mee, maar dankzij mijn modellenwerk bouw ik een breed netwerk uit dat mij eventueel toegang geeft tot de grotere budgetten. Ik ben daar niet vies van. Integendeel, kwaliteit kost nu eenmaal geld.” Maar eerst wil Sverre als model de wereld verkennen nadat hij dit jaar afstudeert. “Gewoon een jaar onderweg zijn voor modeopdrachten om mijn bankrekening wat te spekken”, aldus Sverre. “Wat mijn ouders en vriendin van dit werk vinden? Het is werken, maar het is inderdaad ook het leven van wilde feestjes, van seks, drugs en rock‘n-roll. Mijn ouders weten dat ik een verantwoordelijk iemand ben en zijn best trots op wat ik doe. Al snappen zij ook wel dat dit vooral met geluk te maken heeft. Model zijn, is geen talent. Toevallig heb je de juiste maten en krijg je de job. Daar moet je niets voor kunnen.” www.jim.be/models

12 | EhB!magazine 10

KORT IWT NIEUWS

CONSERVATORIUM

ZIET HET EUROPEES

Met het Euroclassical project werkt het Conservatorium samen met andere Europese topconservatoria om de meest getalenteerde studenten te ondersteunen op het cruciale punt tussen het afronden van hun studies en hun professionele carrière. Een belangrijk onderdeel van het project, dat nog loopt tot 2016, is het Euroclassical Live Festival in maart. In de jaarlijkse festivalweek 2012 werd er vanuit de verschillende Europese conservatoria en muziekinstituten dagelijks één concert rechtstreeks via het internet uitgezonden. Naast ons conservatorium gaat het over de conservatoria van Madrid, Helsinki, London, Rome, en Porto. Euroclassical zal uiteindelijk meer dan 4.000 uren multimedia opnames genereren van concerten die worden georganiseerd door de deelnemende partners. Deze opnames kunnen vrij bekeken worden op de website van het virtuele podium: www.classicalplanet.com

STUDENTEN TOERISME EN RECREATIEMANAGEMENT BRENGEN ZUURSTOF IN ZENNEVALLEI

Dit project wordt gefinancierd met de steun van de Europese Commissie. De verantwoordelijkheid voor deze publicatie (mededeling) ligt uitsluitend bij de auteur; de Commissie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van de informatie die erin is vervat.

Studenten van het laatste jaar Toerisme- en Recreatiemanagement onderzochten in het kader van het project ‘Zuurstof voor de Zennevallei’, in opdracht van het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei vzw en Toerisme Vlaams-Brabant, hoe het toeristisch-recreatieve aanbod in de Zennevallei beter kan worden ontwikkeld. Het onderzoek werd met een heuse marketingcampagne door de opdrachtgever aan pers en publiek voorgesteld en kon op heel wat aandacht rekenen. De studenten kwamen met verfrissende ideeën op de proppen om het toerisme in en rond Beersel, Drogenbos, Halle en Sint-Pieters-Leeuw nieuw leven in te blazen. Zo ontwikkelden ze bijkomende wandel- en fietsroutes en alternatieve overnachtingsmodules. Ook signaleerden ze een gebrek aan campings en aan zitbanken op daarvoor geschikte plekken.

WIL STUDENTEN MEER LATEN

BR(IK

Hoe geef je studenten meer goesting om de fiets te gebruiken? De Brusselse studentenorganisatie Br(ik lanceert samen met Minister Pascal Smet een fietsactieplan. Met het plan willen ze studenten laten zien dat de fiets een ideaal verplaatsingsmiddel is in Brussel, snel, goedkoop en wendbaar. Studenten die al fietsen worden gesteund door plannetjes met fietsateliers. Studenten die nog niet of niet veel fietsen, laten ze ontdekken hoeveel vrijheid en snelheid ze winnen met de fiets. Om meer studenten sneller op de fiets te krijgen, zet de studentenorganisatie Br(ik drie grote acties op. In samenwerking met Villo!, Cyclo en VOOT krijgen studenten korting als ze hun fiets laten herstellen. Bovendien kunnen ze een half jaar lang gratis gebruik maken van het fietsdeelnetwerk Villo!. Er is ook de Br(ikBike Manual, een handleiding voor fietsen in Brussel. Daarin staan de gemakkelijkste routes - namelijk die zonder hellingen - door Brussel. Meer info op www.brik.be

FIETSEN

EhB!magazine 10 | 13

THEATERST DENKT NA OVER
GLOBALISERING
Hoewel de EU het merendeel van onze wetgeving bepaalt, blijft Europa een vervan-ons-bed-show. Nochtans staat het continent voor heel wat uitdagingen. Uitdagingen die echter niet nieuw zijn, zo leert Pantagleize ons. In deze theatervoorstelling kijken docenten en studenten van het Rits vanuit het verleden naar het Europa van vandaag. Daarbij stellen ze zich de vraag welke rol er nog weggelegd is voor kunst.
Eind maart ging in de Bottelarij een opvallende voorstelling in première. Pantagleize maakt deel uit van het doctoraat in de Kunsten van Ivo Kuyl en kwam tot stand met studenten en docenten van het Rits. Ook de KVS (Koninklijke Vlaamse Schouwburg) steunde het project. Tekst, regie, technische ondersteuning, kostuums,… alles was in handen van studenten Regie, Spel en Podiumtechnieken onder begeleiding van een aantal docenten. Het stuk verhaalt over Pantagleize, een veertiger die tot zijn eigen verbazing leider wordt van een revolutie. De coup mislukt echter en Pantagleize bekoopt het met zijn leven. Michel De Ghelderode, een Franstalige Vlaming, schreef het verhaal in 1929, maar het is opvallend hoe het stuk rijmt met hedendaagse uitdagingen. Al in de jaren '20 was er het verlangen naar een Verenigde Staten van Europa. Vandaag lijkt die droom gerealiseerd te zijn. De eengemaakte markt gomt de grenzen uit, maar tegelijkertijd klinkt de roep om meer autonomie alsmaar luider. De Schotten krijgen in 2014 een referendum over onafhankelijkheid, de Catalanen willen er één, in Finland is Ware Finnen de derde grootste partij en in eigen land lijkt N-VA niet te stuiten voor de verkiezingen van 2014. “Omwille van de gelijkenissen met de hedendaagse tijd heb ik het stuk ook gekozen”, vertelt Ivo Kuyl. “Net als toen zoekt men vandaag naar nieuwe modellen om de samenleving te organiseren. Want het gaat niet goed met Europa. In mijn doctoraat stel ik onder meer de vraag welke rol de kunst in die zoektocht zou kunnen spelen.” “De Ghelderode leefde in een tijd waarin net een oorlog was uitgevochten en overal revoluties borrelden", vervolgen Dries Gijsels en Sarah van der Vlerk, studenten Regie aan het RITS. “Door de financiële crisis is er vandaag ook een voedingsbodem voor sociale onrust. De Europese droom lijkt in een nachtmerrie veranderd. De voorstelling roept vragen op bij deze issues.”

14 | EhB!magazine 10

TUK

RITS

VERZET IN TIJDEN VAN
De Ghelderode schreef met het stuk een reflectie op zijn tijd. Is kunst en cultuur vandaag te weinig kritisch over de geglobaliseerde wereld waarin we leven? Ivo Kuyl: “Tijdens het interbellum (de periode van Pantagleize, tussen WOI en WOII. nvdr) was er een brede waaier aan kunstvormen. Er was expressionisme, kubisme, surrealisme,… noem maar op. Al deze vormen hadden met elkaar gemeen dat ze ingrepen in de samenleving. De kunstenaars wilden met hun werk de samenleving veranderen. Vandaag zie je een heropleving van dat ideaal. Toch kun je daar vragen bij stellen. Kunst heeft vaak de pretentie om maatschappijkritisch te zijn, maar in vele gevallen bevestigt ze juist daardoor de status quo. De bewering dat kunst deel is geworden van het establishment valt wel te volgen. Net zoals vandaag zien we dus het conflict tussen het eigene en het vreemde. In het theaterstuk wordt die gedachte belichaamd door Bamboula, een zwarte revolutionair. Dries Gijsels: “Misschien moeten we juist weg van dat enge nationalisme, van de gedachte dat mensen zich moeten aanpassen. ” Sarah van der Vlerk: We leven in een samenleving waar heel veel verschillende soorten mensen dicht op elkaar gepakt leven. Kijk maar naar Brussel. Hier heb je niet alleen Vlamingen en Franstaligen, maar ook migranten, sanspapiers of Hollanders zoals ik. Moet je van al die mensen vragen dat ze lid zouden worden van de Vlaamse of de Franstalige gemeenschap? Stel dat we allemaal, elk vanuit onze eigen cultuur, zouden bouwen aan de samenleving van morgen. Is dat niet veel juister?

“Voorstellen tot ‘verzet’ vanuit de kunst worden meestal gerecupereerd door het systeem zelf ”

Daarom stellen wij de vraag opnieuw: wat is het engagement van de kunst? Dries Gijsels: “Voorstellen tot ‘verzet’ vanuit de kunst worden meestal ook gerecupereerd door het systeem zelf. Kijk bijvoorbeeld naar de T-shirts met Che Guevara. Die man was het symbool van de revolutie tegen het kapitalisme. Vandaag wordt er goed geld verdiend aan die T-shirts. Elke vorm van rebellie wordt opgeslorpt door het systeem. De vraag is of we dat met kunst en cultuur kunnen doorbreken en zo bijdragen tot een Europese cultuur die meer is dan een eengemaakte markt.” Ivo Kuyl: “In die zin is het ook wel opmerkelijk dat zonder kunst en cultuur het nationalisme vermoedelijk nooit zo wijd verspreid zou zijn. Vooral literatuur heeft de nationale identiteitsbeleving gekneed. Denk maar aan Conscience. Zonder De Leeuw van Vlaanderen zou het Vlaams nationalisme niet zoveel weerklank hebben gekregen. Als je met kunst het nationalisme kunt voeden, waarom zou je haar dan ook niet kunnen inzetten om de geglobaliseerde samenleving vorm te geven en verzet aan te tekenen tegen de negatieve effecten daarvan? Pantagleize roept om een Verenigde Staten van Europa, omdat hij leeft in een Europa van afzonderlijke natiestaten. Misschien heeft de realiteit de kritiek ook voorbij gehold? Ivo Kuyl: “Helemaal niet, Europa is een eengemaakte markt, maar meer ook niet. Er is geen sociaal beleid, laat staan een gemeenschappelijke cultuur. Dan kan je toch niet spreken van een Verenigd Europa. De globalisering veroorzaakt veel onbehagen. Mensen voelen zich bedreigd door de aanwas van vreemdelingen. Ook hier is er een parallel met het interbellum. Tijdens WOI vochten veel gekoloniseerde volkeren mee aan het front. Congolezen, Sikhs, Algerijnen, mensen die niets met deze oorlog te maken hadden, lieten het leven in de gruwel. Na de oorlog bleven de invloeden van hun cultuur nawerken. De jazz is daar een voorbeeld van. Dit muziekgenre is rond deze periode door Afro-Amerikanen in Europa beland. Voor sommigen was jazz de klank van de toekomst, voor anderen was het een bedreiging voor de eigen cultuur.

Over de aanpak van het stuk dan. Literatuur uit 1929 laat zich toch niet zo makkelijk vertellen aan een hedendaags publiek? Dries Gijsels: “Inderdaad, het verhaal is erg oubollig geschreven met zinnen waaraan geen einde komt. Vanuit dat werk vertrekken was moeilijk. Daarom hebben we het stuk eerst even terzijde gelegd en zijn we aan het brainstormen gegaan. Alle info en ideeën rond revolutie, cultuur en Europa hebben we in een ‘vuilbak’ gegooid. Daarna hebben we de vuilbak gesorteerd en met dat materiaal zijn we aan de slag gegaan. Soms schreven we grappige verhalen, soms ontroerende. De ene keer was het erg realiteitsgetrouw, de andere keer er ver over.” Sarah van der Vlerk: “We kregen bijvoorbeeld de opdracht radioprogramma’s te maken. Radio is een medium dat je verplicht om kleur te bekennen. Via de gedachte dat kunst iets met verzet te maken heeft, ontstaat dan algauw de gedachte van een piratenradio. We spelen het stuk dus niet zoals het geschreven is, maar hebben het herschreven naar de verhoudingen van vandaag. We hebben de vraag gesteld: hoe resoneert het in ons, wat roept het allemaal in ons wakker? En via die associatieve lijnen zijn we dan aan het werk gegaan.” De voorstelling is onderdeel van het doctoraat dat de vraag stelt naar de rol van kunst. Bent u er al achter? Ivo Kuyl: “Als ik het antwoord op die vraag zou kennen, zou ik er geen onderzoek naar hoeven te doen. Ik geloof graag dat kunst en cultuur, mijn werk dus, een maatschappelijke relevantie hebben, maar toch is een kritische zelfreflectie aangewezen. Hoe zinvol is het vandaag bijvoorbeeld nog om Shakespeare op te voeren? Geven zijn stukken echt nog een inkijk op de vragen van deze tijd? Wat heeft een geïmmigreerde Marokkaan in Brussel daar bijvoorbeeld aan? Uiteraard is dat allemaal moeilijk meetbaar en heeft tv voor een nivellering gezorgd van het cultureel leven. Vandaag merk je dat de kunsten gebukt gaan onder een legitimeringsdruk. De kunst moet zich verantwoorden: sommigen willen dat ze commerciëler zou worden, anderen beweren dat de kunst zich juist moet verzetten tegen de winstlogica. Dat wijst erop dat de kunst zich in een crisis bevindt. Hoe je het ook bekijkt, de kunst zal zich vandaag moeten heruitvinden, als we willen dat ze nog enige rol van betekenis speelt.”

EhB!magazine 10 | 15

UCOS

MONDIALE VORMING IN
Jaarlijks trekken zo’n vijftien studenten van de Erasmushogeschool Brussel en de VUB voor een ervaringsreis naar Congo. Tijdens dit Maono-project maken studenten kennis met het dagelijkse leven in een ontwikkelingsland. “Het beeld van zwart Afrika is genuanceerder dan wat de media ons voorspiegelen”, aldus Manon Pauwels, laatstejaarsstudente Journalistiek. “Maar je moet er geweest zijn om het te geloven.”
“De oplossing kunnen we je niet geven, maar wel een kritische blik op de wereld…” lezen we op homepage van UCOS, het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking. Deze educatieve NGO werkt samen met de Erasmushogeschool en de VUB aan meer internationale solidariteit en duurzame ontwikkeling. Eén van de concrete projecten daarvoor zijn de ervaringsreizen voor studenten naar Congo onder de naam Maono, Swahili voor visie. Een maand lang nemen de studenten een Afrikaans ritme aan in de Congolese provincie Katanga, pal in het centrum van het immense continent. “Bedoeling van dit initiatief is om een kritische visie te ontwikkelen bij studenten over mondiale kwesties”, legt Katlijn Meers van UCOS uit. “We willen studenten stimuleren om wereldburgers te zijn. Of we veel studenten moeten teleurstellen omdat de plaatsen beperkt zijn? Ja, het maximum is 15 en in Brussel studeren een paar duizend studenten. Er zijn dus altijd meer gegadigden dan uitverkorenen. Daarom zoeken we onder de studenten altijd naar een grote spreiding van interesses, motivaties en ook achtergronden. We gaan bijvoorbeeld niet met 15 mensen uit de lerarenopleiding naar Congo, maar kiezen altijd voor studenten uit verschillende opleidingen. Zo leren ze ook van elkaar.” Eén van de gelukkigen die afgelopen zomer mee kon, was Manon Pauwels, laatstejaarsstudente Journalistiek. Zij ambieert een professionele carrière als correspondente in centraal Afrika. “Op plaatsen waar Swahili wordt gesproken, al moet ik die taal nog leren”, vult Manon aan. “Deze ervaringsreis was een perfecte eerste ervaring.”

STUDENTEN KRIJGEN

WERELDBURGERS MAKEN VAN STUDENTEN

Jullie spreken over een ervaringsreis. Het is geen ontwikkelingshulp? Katlijn Meers: “Neen, dat is het niet hoewel dat natuurlijk erg belangrijk werk is. Wij willen de studenten vooral confronteren met de realiteit van Congo. Zowel de positieve als de negatieve kant. Uiteraard is Congo een ontwikkelingsland, maar het is meer dan dat. Je hebt het over een land zo groot als Europa. Er is het gewapende conflict in het oosten en ook in andere delen van Congo zijn er problemen zoals de etnische spanningen en armoede. We willen deze problemen kaderen: hoe komt het dat zoveel zaken zo moeilijk verlopen in Congo? Wat is de rol van de politiek, economie, NGO’s,… Maar daarnaast willen we de studenten ook laten kennismaken met het dagelijkse leven van de Congolezen, dat ook niet alleen kommer en kwel is. Manon Pauwels: “Maar we hebben er wel samengewerkt met Etoile Du Sud, een NGO die werkt rond gezondheidsproblemen in de volkswijken van de stad Lubumbashi. Zij doen heel veel sensibiliseringsacties rond hygiëne en watergebruik. We hebben hen geholpen met enquêtering, maar bijvoorbeeld ook een namiddag mee de riolering uitgekuist om die problematiek zichtbaar te maken. Bovendien verbleven we tien dagen in een dorp ten noorden van Lubumbashi. Er wordt daar vooral geleefd van de dagelijkse oogst. We woonden er in gastgezinnen en draaiden mee op hun ritme van de dag. Zo ervoeren we echt hoe de mensen daar leven.”

16 | EhB!magazine 10

CONGO
Manon, waar ben jij je dan zoals bewuster van geworden bij je terugkomst? Manon Pauwels: “Heel concreet: dat wij ons toilet doorspoelen met drinkbaar water. Wij beseffen niet goed hoe kostbaar water is. Het is een evidentie voor ons, maar in Congo moet je er kilometers voor stappen om het dan uit een put te pompen en dan nog is het naar onze normen niet drinkbaar. Het filteren van water is dan de enige optie. En dat vraagt geduld. Je moet dus erg zuinig omspringen met je water. In het algemeen is mijn beeld van Congo bijgesteld. Het is veel genuanceerder dan het idee dat ik voordien had. Je hebt veel armoede, maar ook weelderige rijkdom. Alleen is de kloof tussen beiden gigantisch. Maar er zijn ook veel positieve dingen. De solidariteit onder dorpelingen is immens. Daar kunnen wij echt een voorbeeld aan nemen.”

slachten. Maar ik vond het wel gruwelijk om te doen en ik was er emotioneel erg door geraakt.” In een geglobaliseerde wereld lijkt het wenselijk dat meer studenten zo’n ervaringsreis ondernemen. Katlijn Meers: “Het heeft absoluut zijn meerwaarde, maar dan worden die reizen best goed omkaderd. Een bezoek aan een ontwikkelingsland is niet altijd gemakkelijk en het doet wat met je. Goed weten wat je te wachten staat en achteraf kunnen terugkoppelen is dan belangrijk. Maar naast de inleefreizen doen we ook andere projecten om zoveel mogelijk studenten te bereiken. Zo zijn we vorig jaar bijvoorbeeld met een groep studenten naar de klimaatconferentie in Doha (Qatar) geweest. Maar ook in Brussel doen we heel wat sensibiliseringsacties. Onlangs met Valentijn deelden we aan campus Dansaert fair-trade rozen uit. En op 12 maart toonden we in het Rits Café een film over straatbendes in Kinshasa (hoofdstad van Congo). Zo'n avond gaat ook om meer dan de film. Tijdens onze ervaringsreizen werken de studenten samen met Congolese kunstenaars. Hiermee steunen we de lokale economie en het geeft onze studenten een kanaal om hun ervaringen en toekomstbeelden samen met de kunstenaar in een concreet kunstproduct te gieten. Dat resulteerde afgelopen jaar bijvoorbeeld in een schilderij, een strip, een kortverhaal, een choreografie,… . Op 12 maart presenteerden we dat allemaal.

“Ik ben vegetariër. Tot mijn verbazing hadden ze daar in Afrika meer begrip voor dan hier in België”

Ongetwijfeld waren er ook moeilijke momenten? Manon Pauwels: “Dat viel wel mee, ik kan me eigenlijk niet meteen iets herinneren.” Katlijn Meers: “De haan, Manon, de haan.” Manon Pauwels: “Oh ja, daar was ik echt slecht van. Op dat moment voelde ik mij een moordenaar. Kijk, ik ben vegetariër. Tot mijn grote verbazing hadden ze daar meer begrip voor dan dat ik hier in België krijg. Het concept was hen niet onbekend. Uiteraard heb ik niet geargumenteerd met het gegeven dat de vleesindustrie foute boel is, want dat maakt toch geen deel uit van hun leefwereld. Ik heb hen gewoon gezegd dat ik als mens ook een dier ben en deel ben van de natuur. Die uitleg klonk voor hen erg logisch. Nu, van onze buurman hadden wij een haan cadeau gekregen. Je mag zelf kiezen wat je ermee doet: opeten of laten leven. Maar mijn vriendin die in hetzelfde gastgezin verbleef, is ook vegetarisch. We kozen er dus voor om de haan te laten leven, maar moesten hem dan wel met een touwtje aan z’n poten in de tuin houden. Zo liep het diertje verwondingen op aan z’n poten en dat begon te etteren. Toen we de haan zijn pootje ontsmetten, was de buurt heel verbaasd omdat we dure medicatie gebruikten voor een dier. In Congo is een kip noodzakelijk voedsel op de plank, ze gaan dus anders om met dieren dan wij. Uiteindelijk hebben we beslist om de haan toch te

Tot slot Manon, heb je als journaliste inspiratie opgedaan? Manon Pauwels: “Ja, ik zou wel eens een reeks willen maken over de May-May-strijders. Dit is een gewelddadige groep die zich schuil houdt in de bossen van Congo. Eens om de zoveel tijd trekken ze naar omliggende dorpen om er te plunderen. Omdat ze nogal gewelddadig zijn, slaan veel mensen dan op de vlucht. In het dorpje waar wij logeerden, zaten een driehonderdtal mensen die verjaagd waren door de May-May. Hun hele dorp was leeggeroofd, maar in ons dorp kregen ze onderdak in de school. Eten en kledij werd met deze mensen gedeeld. Zoals gezegd, de solidariteit is groot. In ieder geval wil ik daar heel graag een reportagereeks over maken. Voor veel dorpen zijn de May-May een bedreiging, maar op het nieuws horen we enkel over de oorlog in Kivu. Dat is goed, begrijp me niet verkeerd, maar het schetst niet het totale beeld van Congo.” Kijk op www.erasmix.be (zoeken op 'ervaringsreis congo') voor een fotoreportage van Manon Pauwels.

EhB!magazine 10 | 17

MUNTPUNT
ALS BAKEN VAN NEDERLANDSTALIG IEDEREEN IS WELKOM OM SAMEN AAN BRUSSEL TE BOUWEN

BRUSSEL
Muntpunt wordt vanaf volgend academiejaar een gloednieuw Nederlandstalig informatie- en communicatiecentrum in hartje Brussel. Behalve een moderne bibliotheek is Muntpunt ook een baken van de Nederlandstalige gemeenschap in de hoofdstad. “We vertrekken vanuit het Nederlandstalige karakter, maar Muntpunt is niet blind voor de realiteit”, aldus Ann Van Driessche, directrice van Muntpunt. “Brussel is een multiculturele, meertalige stad. Iedereen is welkom om kennis te komen maken met de Nederlandstalige cultuur.”
ning van dit Nederlandstalige informatiecentrum is gepland voor 7 september in het Monnaiehuis aan het Muntplein. De missie van Muntpunt is een bibliotheek realiseren, informatie verstrekken, facilitator zijn van het Brussels Nederlandstalig netwerk én een open huis realiseren: waar iedereen terecht kan en een maatschappelijk engagement kan opnemen. Met de baseline Place to bru maakt Muntpunt duidelijk dat ze het meertalige karakter van Brussel respecteren en alle Brusselaars wil bereiken. “Brussel is een multiculturele stad”, legt Ann Van Driessche uit. “Het gaat al lang niet meer om Nederlands/Frans en al evenmin om Nederlands/

“Mijn hart fladdert als een dartel veulen in de wei. Het heeft halsreikend naar jouw komst uitgekeken”, zegt Paul tegen een bevallige jongedame in Brussel Centraal. “Zin om iets te gaan drinken samen?”. We kijken naar een verborgen camera-filmpje op Brusselis.be waarin drie singles in het station op zoek gaan naar een date. Daarbij proberen ze wildvreemden het hof te maken met bekende literaire liefdesteksten. En effectief, Paul houdt er een date aan over. BRUSSEL IS is een jong team dat de hoofdstad een warm hart toedraagt. Met als baseline 1000 lives, one city tonen ze op allerhande originele manieren wat Brussel voor hen betekent: veelzijdig, mooi, uniek, gezellig, inspirerend,…. Met hun actie ‘The Brussels Dating Challenge’ wensten ze vooral de kracht van het Nederlands in de verf te zetten door op versiertocht te gaan met liefdesteksten. De stuwende kracht achter BRUSSEL IS is Muntpunt. De ope-

18 | EhB!magazine 10

BRUSSEL

Frans/Engels. Stap vandaag op de metro en je hoort 101 talen, bij wijze van spreken. Dat is de grootstedelijke context waarin we leven en dat is prima. Alleen is er ook een gemeenschappelijke taal nodig waarin we elkaar kunnen begrijpen en waarmee we samen aan Brussel kunnen werken. En te vaak wordt het Nederlands als gemeenschappelijke taal vergeten. Terwijl het Nederlands echt in de lift zit in Brussel. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt de spectaculaire groei er van. Kijk maar naar het groeiend Nederlandstalig onderwijs: 25% van de kinderen zit in een Nederlandstalige school. Ook het Huis van het Nederlands kan de aanvragen om Nederlands te leren nauwelijks volgen. Helaas is het Nederlandstalig gemeenschapsleven erg versnipperd in Brussel. Met Muntpunt willen wij het scharnierpunt zijn van het Nederlandstalig netwerk. Let wel: wij zijn er niet enkel voor de Nederlandstalige Brusselaar, maar ook voor de Vlaamse pendelaar, de student, de toerist,…. Als bijvoorbeeld een Franstalige moeder een Nederlandstalige basketbalclub zoekt voor haar zoon, dan helpen wij haar graag verder. Als een Nederlandstalige moeder daarentegen een Franstalige basketbalclub zoekt, dan zullen wij haar doorverwijzen. Ziet u, voor ons is taal het uitgangspunt, ons communicatiemiddel, maar niet iets om mensen in op te delen of uit te sluiten. Iedereen is welkom om samen aan Brussel te bouwen.” Naast een verbindingsfunctie heeft Muntpunt nog drie grote doelstellingen. Zo wil het een informatiecentrum zijn over allerhande zaken in Brussel. Cultuur, sport, onderwijs, jeugd… Muntpunt verstrekt info over alles wat gemeenschapsmaterie is. Daarnaast wil Muntpunt een open huis zijn waar Brusselaars Nederlands kunnen leren en praten. “In Brussel is echt nood aan plaatsen waar Nederlands wordt gesproken”, aldus Van Driessche. “Veel meer mensen dan je zou vermoeden, spreken Nederlands, maar toch blijft de omgangstaal Frans. Ik ga bijvoorbeeld al jaren elke zondag naar de Zuidmarkt waar ik Frans spreek. Toen ik startte met deze job wou ik bij wijze van experiment de Nederlandse kennis van de marktkramers eens testen. Tot mijn verbazing sprak iedereen, maar werkelijk iedereen, naadloos Nederlands. Nederlands spreken is dus zeker een vast een optie in Brussel en met Muntpunt zullen we dat faciliteren.” Tot slot is Muntpunt ook een bibliotheek. Naast het traditioneel uitlenen van boeken, cd’s en dvd’s, is Muntpunt een belevingsbib met lezingen, workshops, ontmoetingen met schrijvers, enz. Interessant voor studenten is de stadstudiezaal met meer dan 100 studieplekken.

“Het gaat al lang niet meer om Frans of Nederlands. Of zelfs Engels. In Brussel worden 101 talen gesproken”

herinnering te posten op hun Facebook-wall, waarna duizenden mensen schreven wat ze nooit wilden vergeten. Maar de actie ging verder. Muntpunt vroeg de Brusselaar om deze herinneringen op post-its te noteren en daarmee de voorgevel van de Muntschouwburg vol te plakken. Een ongeziene stunt in het Brusselse. Momenteel loopt dan weer de actie I Book You waarbij kunstenaars de covers van literaire klassiekers onder handen namen. Deze prenten worden momenteel tentoongesteld aan het Muntplein. De actie kadert in de strijd tegen ongeletterdheid. Om de laaggeletterden in de stad ook effectief te bereiken, werden diverse partners betrokken en plaatste Muntpunt een gratis telefoonnummer bij de boekcovers. Wie het 0800-nummer belt, krijgt een fragment uit het boek te horen. Ook de Erasmushogeschool is een dankbare partner van Muntpunt. Aan de Almost Naked Brussels Marathon namen namelijk heel wat schaarsgeklede studenten van EhB deel daarbij geverfd in de kleuren van hun studentenvereniging. “Ook dat was een manier om Brussel op een positieve manier onder de aandacht te brengen”, aldus Van Driessche. “Een samenwerking met de Erasmushogeschool is voor ons erg belangrijk. Wat we trouwens vaststellen is dat de studenten die meeliepen in de naked run ook deelnemen aan de andere acties. Er is dus sprake van een community en dat is wat we nastreven. We willen mensen samenbrengen op basis van gedeelde interesses. Door alle partners, bedrijven, onderwijsinstellingen, … samen te brengen komen ook de mogelijkheden van Brussel beter naar voor. De media focussen namelijk vooral op het slechte nieuws uit Brussel. Ik ga dat niet ontkennen, maar er gebeurt hier zoveel meer. Brussel is een fantastische stad en dat willen we de rest van Vlaanderen duidelijk maken. Het is onze hoofdstad, maar voor de meeste Vlamingen is ze onbekend. Dagelijks komen er vanuit Vlaanderen 300.000 pendelaars naar Brussel. Vraag hen wat hun favoriete plek in Brussel is en ze moeten aarzelend naar een antwoord zoeken. Ze kennen Brussel niet echt. Dat is jammer, want Brussel heeft zoveel te bieden. Speciaal voor hen hebben wij een middagprogramma ‘Broodje Brussel’ ontwikkeld, dat bestaat al ruim 10 jaar en deze nazomer pakken wij uit met een vernieuwde formule. Brussel is een diverse stad, maar heeft ook een Vlaams karakter. Wij willen de Nederlandstalige cultuur in Brussel openstellen. En daar zijn we trots op. De drie kernwaarden van Muntpunt zijn dan ook: openheid, expertise en liefde voor Brussel.”

SAY SOMETHING NICE
In afwachting van de opening zit Muntpunt zeker niet stil. De jongste maanden lieten ze hun aanwezigheid al duidelijk merken in Brussel. Zo was er afgelopen oktober de actie ‘Say Something Nice.’ Op een aantal plaatsen in de stad had Muntpunt onbemande megafoons geïnstalleerd. Iedereen die wenste mocht een hartverwarmende boodschap uitroepen door de Brusselse straten. Ook van deze actie is een filmpje terug te vinden op brusselis.be. Voor Music for Life bedacht Muntpunt dan weer een opvallende post-it-campagne. Studio Brussel zette zich afgelopen jaar in voor dementie. Muntpunt vroeg iedereen om zijn of haar allermooiste

Alle info op: www.muntpunt.be Call to action speciaal voor studenten. Heb je zin om deel te nemen aan een guerrilla-actie om Brussel op een positieve manier onder de aandacht te brengen? Word dan lid van de Brussel Is community via www.brusselis.be

EhB!magazine 10 | 19

VROED KUNDE

ELK KIND VERDIENT GELIJKE STARTKANSEN

ZWANGERSC
IN ARMOEDE

DIALOOG MET WAL

Acht studenten Vroedkunde van de Erasmushogeschool en evenveel van de hogeschool HENAM in Namen kwamen half maart samen om te werken rond zwangerschap bij kansarme vrouwen. Niet alleen staat de maatschappelijke relevantie van dit project buiten kijf, voor de studenten was het ook de ideale gelegenheid om te proeven van de arbeidscultuur bij de buren. “Voor veel van onze studenten is Wallonië toch een cultuurschok”, aldus Florence D’haenens, docente Vroedkunde.
Bijna een vierde van de baby’s in Brussel wordt geboren in een gezin zonder inkomen uit arbeid. Temeer omdat gezondheid rechtstreeks gerelateerd is met armoede, is dit cijfer zorgwekkend. Een studie berekende namelijk dat in 2007/2008 Brusselse baby’s in een kansarm gezin twee keer meer kans hebben om dood te worden geboren. Het risico om te sterven voor de leeftijd van één jaar lag 1,7 keer groter dan bij kinderen die geboren werden in een gezin waar

vader en moeder een inkomen hebben. Armoede is een groeiend probleem in de hoofdstad. Volgens de inkomensindicator van het NAPincl (Nationaal Actieplan Sociale Insluiting) leeft in het Brussels gewest zo’n 28 procent van de mensen onder de armoederisicogrens. Die grens ligt op ¤ 973/maand voor een alleenstaande. Voor een alleenstaande met twee kinderen is dat ¤ 1.557/maand en voor een koppel met twee kinderen rekent men ¤ 2.044/maand. Met deze bedragen als referentie heeft één op de drie mensen in Brussel dus moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Ter vergelijking, het gemiddelde voor het hele land is 14,6 procent. Vrouwen hebben bovendien het overgewicht in deze statistieken. De opleiding Vroedkunde heeft bijzondere aandacht voor deze problematiek. Zo werd de leerregel ‘Werken als vroedvrouw in een stedelijke context’ in het leven geroepen. Met het project Trialoog - zwangerschap in precaire omstandigheden gaat de opleiding nog

20 | EhB!magazine 10

CHAP

LLONIË OVER

een stap verder in haar betrokkenheid. “Tien jaar geleden doceerde ik ook over armoede en zwangerschap”, vertelt Joeri Vermeulen, opleidingshoofd Vroedkunde. “Het cijfer dat toen werd gebruikt was dat zeven procent van de Brusselse bevolking als kansarm kon worden bestempeld. Armoede is een groeiend probleem. En dat haal ik niet alleen uit de krant. Op de materniteit worden we er bijna dagelijks mee geconfronteerd. Daarom hechten we veel belang aan dit project. Dit is ook meer dan een eenmalige oefening. We willen dit blijven opvolgen, want de situatie is soms ronduit choquerend. In een welvarend land als België zijn alle middelen voor handen om elke moeder op een professionele manier te begeleiden doorheen de zwangerschap, want elk kind verdient gelijke startkansen. Onze studenten gaan ongetwijfeld geconfronteerd worden met zwangere vrouwen in precaire situaties. Met Trialoog maken ze alvast kennis met de realiteit van de doelgroep en de speciale hulp die ze nodig hebben.”

“Trialoog is voor onze studenten naast een maatschappelijke ook een persoonlijke verrijking”

KIJKEN OVER DE TAALGRENS
Voor het project Trialoog kwamen acht studenten Vroedkunde van de Erasmushogeschool en evenveel van HENAM (Haute école de Namur) samen. De Naamse studenten bleven drie dagen in Brussel en omgekeerd gingen de EhB-studenten voor een tweedaagse naar de Waalse hoofdstad. De studenten werkten er een druk programma af met lezingen van experts en studiebezoeken aan Hotel Maternel en Arche d’Alliance, twee instellingen die zwangere vrouwen en moeders opvangen en psychologisch ondersteunen.

Ook een bezoek aan enkele drugsverslaafde moeders stond op het programma. Onderzoek toont namelijk aan dat kansarme moeders meer drinken, roken en moeilijker aan de verleiding van drugs kunnen weerstaan. Tel daar een slechtere huisvesting bij en het hoeft niet te verbazen dat het prenataal parcours onder kansarmen een pak moeizamer loopt. “Met dit project willen we in de eerste plaats kijken wat we van elkaar kunnen leren door ervaringen en opinies uit te wisselen”, vertelt Florence D’haenens. “Wat doen ze in Namen anders of zelfs beter? En hoe kunnen zij onze expertise implementeren? Maar het gaat ook over kansarmoede leren herkennen. We leven in een samenleving waarin armoede vaak wordt gezien als iemands eigen schuld. De realiteit is natuurlijk veel complexer. Maar daardoor schamen veel arme moeders zich wel en proberen ze hun armoede te verbergen. Het is daardoor niet altijd makkelijk om het te detecteren. Als zwangere moeders niet naar het prenataal onderzoek komen, is dat voor mij een teken aan de wand. Maar studenten hebben die praktijkervaring nog niet om dat te weten. Doordat de studenten van Brussel en Namen zich samen in deze problematiek verdiepen, leren ze er oog voor hebben.” Ook het Prins Filipfonds was gecharmeerd door het initiatief en verleende haar financiële steun. Het Prins Filipfonds steunt projecten die bruggen slaan tussen de drie gemeenschappen (vandaar Trialoog). Omdat er in de Duitstalige gemeenschap geen opleiding Vroedkunde bestaat, maakte het fonds echter een uitzondering voor dit Vlaams-Waals vroedkundeproject. “Internationalisering@home”, noemt Joeri Vermeulen deze dialoog. Het is trouwens de eerste keer dat EhB subsidie binnensleepte van het fonds. En daar is blijkbaar ook nood aan. “Voor Brusselse studenten is de manier van werken in Wallonië toch vaak een cultuurschok”, aldus Florence D’haenens. “De taal heeft daar op zich niet veel mee te maken. Frans is niets vreemds voor hen. De meeste studenten spreken uitstekend Frans als tweede taal en zijn ook bekend met de Franse vakterminologie. Als ze stages doen in Brusselse ziekenhuizen worden ze voortdurend aangesproken in het Frans. Neen, het ‘probleem’ zit hem veeleer in de structuur in Waalse ziekenhuizen. Ze zijn helemaal anders georganiseerd waardoor je ook andere omgangsvormen krijgt. Het personeel is er veel directer in de omgang. En dat is soms schrikken, want in onze ziekenhuizen heerst eerder een formele cultuur. Trialoog is voor onze studenten naast een maatschappelijke ook een persoonlijke verrijking.”

“ONDER DE INDRUK VAN BRUSSEL”
Karima Hamida was één van de acht EhB-studenten die deelnamen aan Trialoog. “Het belangrijkste dat ik heb geleerd is de brede waaier aan verenigingen die zowel in Brussel als Namen werken rond armoede”, vertelt Karima over haar ervaring. “Allemaal spitsen ze zich toe op een bepaald aspect van armoede. Als toekomstige vroedvrouw in een grootstad is deze kennis een pluspunt. Vooral de organisaties die zich inzetten tegen intrafamiliaal geweld boeiden mij. Trialoog heeft mij geleerd om de symptomen van kansarmoede en geweld sneller te herkennen bij zwangere vrouwen.” Tijdens de tweedaagse in Wallonië verbleef Karima bij enkele studenten. “Namen is aangename stad, maar de Waalse studenten waren vooral onder de indruk van Brussel”, aldus Karima. “Zij waren positief verrast door de stad en door de mogelijkheden in onze school. Een organisatie zoals Stuvo is bijvoorbeeld onbestaande in Namen.”

EhB!magazine 10 | 21

ONDER ZOEK

BOEK VERHAALT OVER ROEMRIJKE GESCHIEDENIS VAN
Tot in de jaren zestig was Brussel het mekka voor de hedendaagse muziek. Die faam dankte de hoofdstad aan het Groot Symfonisch Orkest. Met het openbreken van de tv-markt moest het orkest echter inboeten aan faam. Musicologe Kristin Van den Buys van het Koninklijk Conservatorium Brussel schetste de boeiende evolutie van het orkest in een boek.
“Video killed the radiostar”. Met dat refrein scoorden The Buggles eind jaren '70 een wereldhit. Het lied verhaalt over een zanger wiens carrière in het slop geraakt door de komst van de televisie, maar het nummer klinkt evengoed als soundtrack bij het verhaal van het Brussels Philharmonic. In België dankt de radio z’n gouden tijden aan dit filharmonisch orkest. Even terug in de tijd. In 1930 had de Belgische staat het monopolie verworven op radiocommunicatie nadat particulieren eerder al in de ether waren. Om wet in beleid om te zetten, werd het NIR opgericht, het Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep. Omdat opnames toen nauwelijks bestonden, was er nood aan een orkest dat de zendtijd kon invullen. En zo kwam in 1935 het Groot Symfonie Orkest (GSO) tot leven. “U moet zich de tijd goed voorstellen”, vertelt Kristin Van den Buys, musicologe aan het conservatorium. “Muziekopnames bestonden amper. Zelfs grammofoonplaten waren een zeldzaamheid. Er was dus nood aan livemuziek om uit te zenden.” In een mum van tijd verwierven de twee koren en de vijf orkesten van het NIR wereldfaam. Brussel groeide uit tot het mekka voor de hedendaagse muziek. Het Groot Symfonie Orkest domineerde de klanken uit de jaren '30, '40 en '50. In 1953 deed televisie z’n intrede. NIR werd BRT (Belgische Radio en Televisieomroep) in 1960 en het GSO heette vanaf 1978 BRTN Filharmonisch Orkest. Hoewel radio marktaandeel verloor aan televisie, hield het orkest stand. Maar toen kwam de liberalisering van de tvmarkt. Eind jaren '80 deed VTM als commerciële omroep z’n intrede in de Vlaamse huiskamers. Radio kreeg klappen en de functie van het orkest werd in vraag gesteld. “Die discussie heeft jaren aangesleept, waar het orkest de dupe van was”, aldus Kristin Van den Buys. “De vraag was of het orkest nog een cultuurtrekkende rol had. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in de verzelfstandiging van het orkest in 1998. Sindsdien heet het orkest Brussels Philharmonic en wint het opnieuw in aanzien. Maar in de tussentijd heeft het orkest heel wat van z’n faam verloren.” Die roemrijke geschiedenis heeft dr. Van den Buys samen met professor Katia Segers (VUB) neergepend in het boek: Het orkest. Van Radio Orkest tot Brussels Philharmonic in Flagey. Zou u het verhaal van het filharmonisch orkest durven omschrijven als onzorgvuldig omspringen met cultureel erfgoed? Van den Buys: “Zeker weten, al moet je alle genomen beslissingen natuurlijk in het tijdskader plaatsen. De opkomst van de tv in de jaren '60 was gekleurd door het optimisme van de vooruitgang. Plots was er een medium waarmee mensen daadwerkelijk konden zien wat er gebeurde. Tv was daarom erg geschikt voor voorstellingen met een dynamisch karakter zoals opera of ballet. Een orkest daarentegen is een statisch gegeven. Op de scene gebeurt visueel erg weinig. Daarom dat tv en klassieke muziek nooit echt hebben gerijmd. Met de opkomst van de commerciële radio en tv-zenders in de jaren '80, werd de BRT bovendien in een concurrentiemodel gedwongen. Volgens de radiotop zou een groot filharmonisch orkest hen niet meer luisteraars of kijkers opleveren en zou de kost ervan te hoog zijn voor het kleine segment van de luisteraars. Een groot orkest paste dus niet in dit concurrentiemodell.” Omdat het economisch niet rendabel was? Van den Buys: “Maar dit is het nooit geweest. Ook vandaag teert het Brussels Philharmonic op subsidies. Maar de tijden zijn wel veranderd. Ten eerste was er in de jaren ’30 een groot bereik omdat alles werd uitgezonden via de radio. Vandaag bestaat het publiek enkel uit bezoekers. Maar de tijdsgeest is ook veranderd. Door de hedendaagse crisis liggen de subsidies voor cultuur onder vuur. In 1929 was er ook een mondiale crisis. Cultuur werd in die tijd echter vooral gefinancierd vanuit de privé. Rijke industriëlen vormden samen met de aristocratie de culturele elite. Goed voor zo’n 15 procent van de bevolking. Iemand als Henry Le Boeuf (Brusselse kunstenmecenas naar wie de Henry Le Boeufzaal is genoemd in de Bozar. nvdr) hielp bijvoorbeeld bij een deficit van 400.000 euro. Dat paste hij uit eigen zak bij. Door de crisis, die voelbaar werd vanaf 1932, kon de elite de cultuursector echter niet langer onderhouden. De overheid besloot daarom om aan het nieuwe medium radio, een cultuurscheppende en volksverheffende taak te geven. Het nieuwe omroepgebouw Flagey werd een tempel van hoge cultuur. Daarbij hadden ze een groot democratiseringsproces voor ogen. Ze beschouwden het als hun morele plicht om klassieke muziek live uit te zenden. Een optreden van een orkest was daardoor niet langer een privilege van de burgerij, maar werd bereikbaar voor een grote groep mensen. Er werden zelfs richtlijnen gedrukt van hoe mensen zo’n concert moesten ‘bijwonen’. Al het huishouden moest aan de kant, de mensen moesten hun beste pak aandoen

BRUSSELSP

H M N

“Vandaag luisteren mensen naar klassieke muziek omdat ze het mooi vinden, niet omdat het moet vanuit hun maatschappelijke positie”

22 | EhB!magazine 10

PHIL HAR MO NIC

Hoe moeilijk is het als conservatoriumstudent om bij het Brussels Philharmonic binnen te geraken? Van de Buys: “Voor elke violist zijn er 70 kandidaten vanuit de hele wereld. Allemaal de beste musici van hun opleiding. Ik wil mijn studenten dus niet ontmoedigen, maar makkelijk is het niet om hier werk te vinden. Toch slaagt een aantal oud-studenten van het Koninklijk Conservatorium Brussel wel in de audities en vindt er een droomjob. Hoe belangrijk is een filharmonisch orkest voor de uitstraling van Brussel? Van de Buys: “Erg belangrijk. Brussel was vroeger wereldwijd bekend en is stilaan die plaats terug aan het veroveren. Niet meer in een volledig door de omroep gesubsidieerde context maar in een gemengd financieel model waarin privé-initiatief en overheidssubsidies elkaar de hand reiken. Kijk bijvoorbeeld naar Londen en Rotterdam waar de symfonische orkesten zijn ingebed in de commerciële logica. Londen telt acht symfonische orkesten die overleven van commerciële opdrachten. In Rotterdam zijn havenbedrijven dan weer fier als ze het filharmonisch orkest kunnen sponsoren. Het is er bijna een voorkeursbehandeling dat afstraalt op het imago van het bedrijf. Maar in ons land hebben we die traditie niet. Dat heeft ook met fiscale wetgeving te maken. De sponsoring van een orkest is hier geen aftrekpost.” Het huis van het Brussels Philharmonic, het Flagey-gebouw, is alvast een mooi uithangbord? Van de Buys: “Het Flagey-gebouw werd gebouwd tussen 1935 en 1938 en gold destijds als het modernste radiogebouw in Europa met hoogstaande technieken en een uitstekende akoestiek. De mensen kenden het gebouw dan ook als de geluidsfabriek. Maar halfweg de jaren '90 verliet de toenmalige BRT en dus ook het orkest het gebouw. Het gebouw was ondertussen erkend als beschermd monument en kreeg een fikse opknapbeurt. Sinds 2005 heeft het orkest zijn thuisbasis terug gevonden. Dus ook het verhaal van het gebouw wordt uitgespit in het boek, rijkelijk geïllustreerd met beeldmateriaal. In het boek beschrijft architect Jos Vandenbreeden, directeur van het Sint-Lukasarchief, de unieke concepten van het gebouw. Hopelijk kan het orkest net als het gebouw herrijzen tot icoon van de stad.” Het orkest. Van Radio Orkest tot Brussels Philharmonic in Flagey, Kristin Van den Buys en Katia Segers, Lannoo, EAN 9789401407939

en als het even kon de partituur er bij nemen. Zo luisterden mensen vanuit hun huiskamers. Wat de beleidsmakers zich echter niet afvroegen, was of de gewone mensen wel van klassiek hielden.”

Heeft de volksverheffing door middel van cultuur dan gefaald? Van den Buys: “Ja en neen. Ja, omdat klassieke muziek door de commercialisering erg onder druk is komen te staan. Er komen zeker en vast nog nieuwe dingen uit, maar die genieten weinig aandacht. Er is nog Klara (Van den Buys werkte trouwens ooit als journalist bij Radio 3, de voorloper van Klara. nvdr), maar kranten schrijven nauwelijks nog over voorstellingen van orkesten. Geen enkele redactie heeft vandaag nog gespecialiseerde muziekjournalisten in dienst. De democratisering is wel gelukt omdat de interesse in klassieke muziek niet meer afhangt van de grootte van je bankrekening of je positie in de samenleving. Vandaag kan iedereen een concert bijwonen, al lijkt toch vooral een intellectuele middenklasse zich aangesproken te voelen. Het positieve is dat mensen vandaag naar klassieke muziek luisteren omdat ze het mooi vinden en niet omdat het gepaard gaat met een functie of maatschappelijke verwachting. Interesse heeft het gehaald van sociale positie en dat is een goede zaak. Maar toch, het Brussels Philharmonic won in 2012 een Oscar voor de soundtrack van ‘The Artist’. Van de Buys: “Ja, maar ook dat is nauwelijks geweten, wat bewijst dat er weinig interesse is. Een oscarnominatie voor Rundskop is goed om Matthias Schoenaerts wekenlang op covers te zien staan, maar een Oscar winnen volstaat niet om bijvoorbeeld een interview met de dirigent in de media te krijgen. Want klassieke muziek is elitair en saai, volgens de media. Maar die Oscar bewijst wel dat het Brussels Philharmonic opnieuw z’n plaats verovert op het wereldtoneel.

EhB!magazine 10 | 23

De Erasmushogeschool Brussel is dé pluralistische hoger onderwijsinstelling van Brussel. Haar voornaamste stakeholders zijn haar verscheiden studentenpopulatie, Brussel als internationale en multiculturele stad én een open en verdraagzaam Vlaanderen. De EhB biedt aantrekkelijk onderwijs aan, gericht op de professionele en/of artistieke praktijk, in synergie met onderzoek, kunstontwikkeling en dienstverlening ten bate van de maatschappij. De EhB leidt studenten op tot humanistische, geëngageerde en kritische wereldburgers, die hun vak onder de knie hebben en tevens respectvol met mens en maatschappij omgaan
De Erasmushogeschool Brussel telt 25 bacheloropleidingen (20 professioneel gerichte bacheloropleidingen en 5 academisch gerichte bacheloropleidingen*) en 9 masteropleidingen*. Daarnaast biedt de hogeschool meerdere voortgezette opleidingen en via het Centrum voor Permanente Vorming EhB+ ook postgraduaten en bij- en nascholingen aan. Zij heeft een uitgebreid aanbod voor afstandsonderwijs. De Erasmushogeschool Brussel is partner in de Universitaire Associatie Brussel. De Erasmushogeschool Brussel is samengesteld uit vijf departementen en twee Schools of Arts. In totaal zijn er 8 campussen verspreid over Brussel. Volg dagelijks het reilen en zeilen van de Erasmushogeschool Brussel via de volgende kanalen: ehbrief.ehb.be www.facebook.com/erasmushogeschool www.twitter.com/ehbrussel

Het departement Rits - School of Arts verzorgt de opleidingen Audiovisuele Kunsten (programmamaker, regisseur of scenarist voor speelfilm, radio en televisie, animatiefilm en documentaire), Audiovisuele Technieken beeld-geluid-montage, audiovisuele assistentie, podiumtechnieken en Drama (spel/regie). Het departement Industriële Wetenschappen & Technologie (IWT) verzorgt de opleidingen Industriële Wetenschappen (industrieel ingenieur)*, Stedenbouw & Ruimtelijke Planning*, Toegepaste Informatica en Multimedia & Communicatietechnologie. Het departement Toegepaste Taalkunde (TTK) verzorgt de opleidingen Toegepaste Taalkunde*, Vertalen* en Tolken* (Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans en Nederlands) en Journalistiek (master)*. Het departement Koninklijk Conservatorium Brussel – School of Arts (KCB) verzorgt de opleidingen Muziek, de Specifieke Lerarenopleiding Muziek en Musical. Het departement Campus Dansaert verzorgt de opleidingen Communicatiemanagement, Office Management, Journalistiek, Sociaal Werk, Toerisme- & Recreatiemanagement en Hotelmanagement. Het departement Gezondheidszorg & Landschapsarchitectuur verzorgt de opleidingen Verpleegkunde, Vroedkunde, Biomedische Laboratoriumtechnologie, Voedings- & Dieetkunde, Zorgmanagement en Landschaps- & Tuinarchitectuur. Het departement Lerarenopleiding verzorgt de opleidingen Kleuteronderwijs, Lager Onderwijs, Secundair Onderwijs, Buitengewoon Onderwijs en Pedagogie van het Jonge Kind.

www.erasmushogeschool.be

* Deze opleidingen integreren vanaf academiejaar 2013-2014 in de Vrije Universiteit Brussel. Meer info hierover op www.ehb.be/integratie