You are on page 1of 1

nrc next WOENSDAG 13 MAART 2013

12

next carrière
13

kort

Bedrijven werven technische talenten al vroeg in hun studie // Vervolgens moeten ze die talenten aan zich binden // En dat lukt bij technici niet met bonussen en lease-auto’s

Technici werven //

ILLUSTRATIE TJARKO VAN DER POL

De kwestie //

Website//

Werken als een hond
Executive Suite, tinyurl.com/aalm6jf
ⅷⅷⅷⅷ⅜

Hoe word je de baas, hoe blijf je het en hoe doe je het goed? Dat zijn de vragen die The Wall Street Journal op zijn mooie carrièreblog stelt aan topmannen en -vrouwen van grote bedrijven. Er zijn er inmiddels twaalf ondervraagd en dat is erg leuk om te lezen. Ja, ze verdienen veel, maar op andere vlakken zijn ze niet te benijden. Zoals die directeur die 85 uur per week werkt of de manager die voor zijn werk dertig keer over de wereld moest verhuizen. Weer een ander was na jarenlang mensen ontslaan zo opgebrand dat hij een jaar is gaan zeilen. Cheryl Bachelder, CEO van restaurantketen Popeyes, heeft de leus „Think like a man, act like a lady, work like a dog.” De meeste van deze directeuren staan om 5.00 uur op en onderhouden een aardige sportverslaving. Je moet het maar leuk vinden. Het is amusant om te lezen en maakt nieuwsgierig naar de afleveringen die nog volgen.

Zo grijp je ze bij de kladden
ANNE-MARTIJN VAN DER KAADEN
n sociëteit Het Meisjeshuis in Delft ontmoeten dertig studenten en vijftien vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven elkaar volgende week voor een diner. Niet zomaar voor de gezelligheid: er staan wederzijdse belangen op het spel. De studenten zijn op zoek naar een geschikte stageplek, afstudeerproject of misschien zelfs een baan, de bedrijven hopen uitzonderlijk talent binnen te halen. De studenten, die op basis van hun cv worden uitgenodigd, hoeven niets te betalen voor het etentje. Dat doen de deelnemende bedrijven: ze leggen elk 2.000 euro in. Van het geld dat overblijft, organiseert DOT – de studievereniging van de master Offshore Engineering aan de TU Delft en de initiatiefnemer van het diner – bedrijvendagen, netwerkborrels en in de zomer een studietrip naar Brazilië. „Er worden heel veel evenementen georganiseerd om bedrijven en studenten met elkaar in contact te brengen”, vertelt Wouter Quast (25), masterstudent aan de TU Delft en DOT-bestuurslid. „Vooral in de olie- en gasindustrie zitten ze te springen om goed personeel. Zo’n bedrijvendiner is een soort speeddaten. In een informele omgeving leer je als student in korte tijd verschillende bedrijven kennen en zij jou.” Studenten met een technische opleiding zijn gewild bij veel bedrijven. Volgens Caspar Walhout (21), vierdejaars technische natuurkunde aan de Universiteit Twente, komt dat doordat ‘zijn’ soort studenten breed inzetbaar is. „Technische bedrijven, maar ook banken, strategy consultants en grote multinationals als Unilever, willen technische studenten aantrekken. Niet zozeer om onze inhoudelijke kennis van natuur- of scheikunde, maar wegens onze denkwijze. Technische studenten hebben een groot probleemoplossend vermogen.” Het werven gaat verder dan het ophangen van posters op de faculteit en af en toe een informatief gastcollege, weet Walhout. „Er wordt actief gezocht naar geschikte mensen. Consultancybureaus doen dat weer anders dan technische bedrijven. Die staan niet met een stand op bedrijvendagen, maar gaan persoonlijke gesprekken aan en nodigen mensen uit voor dinertjes en inhousedagen zodat ze zelf kunnen kiezen met wie ze in contact komen.” Zelf werkt Walhout sinds een jaar drie uur per week als campuspromotor voor hightechbedrijf ASML. Na een geslaagd investeringsprogramma had het bedrijf in juli vorig jaar in één klap 1.200 vacatures te vullen. Nieuwe werknemers willen ze bij voorkeur uit eigen land halen, benadrukt Hank Oosterbaan van ASML. „Onze focus ligt op de Nederlandse universiteiten. De kwaliteit is hier gewoon erg goed.” Volgens Oosterbaan zijn campuspromotors (of studentrecruiters) erg belangrijk in het wervingsproces. „Ze voorzien medestudenten van informatie en tippen ons als ze een geschikte kandidaat voor een vacature hebben gevonden.” De studenten zelf hebben er ook iets aan: met het promotiewerk verdienen zij maandelijks zo’n 200 euro bij. Wie een slimmerik aanlevert, mag een bonus van vijftien werkuren bijschrijven.

Mag ik als lasser werken in een onveilige situatie?
Een lasser (30) uit het oosten van het land heeft een vraag over veiligheid. „Ik werk op verschillende scheepswerven. Dankzij mijn VCA-certificaat (een veiligheidsdiploma: Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers) kan ik onveilige situaties herkennen. Soms sta ik op open steigers te werken of moet ik op een glad dek vol ijs de reling lassen zonder dat ik gezekerd ben. Volgens de VCA moet ik dit aan de voorman van de werf melden. Maar kan ik ook aan het werk als ik het zelf wel te doen vind? Ik heb gehoord dat ik daarmee mijn VCA op het spel zet – die ik nodig heb om te kunnen werken. En klopt het dat de Arbeidsinspectie vaker langskomt op scheepswerven dan vroeger?”
„Je werkt veilig of je werkt niet, dat zeggen wij altijd”, zegt Albert Kuiper, bestuurder van FNV Metaal. „Een medewerker is opgeleid om in te schatten of de werksituatie veilig is. Als dat niet zo is, en als hij druk voelt om toch te gaan werken, dan kan hij anoniem de Arbeidsinspectie bellen. Je zet niet je VCA op het spel als je toch gaat werken.” David Anink van Scheepsbouw Nederland beaamt dat gevaarlijke situaties gelijk moeten worden gemeld. „Dat kan aan een leidinggevende, maar ook aan de ondernemingsraad. ” Volgens de Arbeidsinspectie behoort de scheepsbouw samen met de bouw tot de meest risicovolle sectoren en wordt er ook overeenkomstig gecontroleerd door de inspectie. Na een intensieve controleronde constateerde de Arbeidsinspectie in 2010 dat ruim 80 procent van de gecontroleerde werven de regels voor gezond en veilig werken overtraden. „Gebrek aan kennis en onderschatting van de risico’s spelen een rol”, schreef de inspectie. „De Arbeidsinspectie noemt de situatie zorgelijk. Eenvijfde van de overtredingen had te maken met valgevaar.” Volgens Anink is er sindsdien veel veranderd. „Een werknemer of werkgever kan nu ook een verbetercoach inschakelen die op de werkplek komt kijken wat er verbeterd kan worden. Goede werven hebben dat uiteraard zelf al opgepakt. Ook is er nu een arbocatalogus. Dat is een soort online checklist waarmee werknemers kunnen controleren of hun werkplek voldoet aan de arbo-eisen. Klopt het niet, dan krijg je een verbetercheck en wordt er aangegeven wat er moet worden veranderd. In onze sector is de inspectiedruk continu. Iedere twee tot drie jaar is er een intensieve inspectieronde. Binnenkort begint die weer.”

I

ILLUSTRATIE ROEL VENDERBOSCH

Ding //
ⅷⅷⅷⅷ⅜

Het doosje kan alles
Jambox, 185 euro

Je oren hebben op een gegeven moment wel genoeg van de doppen en de koptelefoons. Allemaal leuk en aardig voor in de trein of op de fiets, maar daarna houdt het op. Jambox belooft nu dat hun doosje de beste, kleine, draadloze speaker is die je kunt kopen. De Jambox van 4 bij 5 bij 15 centimeter ziet eruit als een Legovrachtwagen zonder wielen en levert volgens de fabrikant, en de recensies, geweldig geluid. Van punk tot hiphop, het kleine doosje kan het allemaal aan. En niet alleen voor je muziek op de iPhone, ook voor conference calls is de Jambox zeer geschikt. Sterker nog, dankzij wat apps kun je zelf je geluidsinstellingen beheren. Of het nu op een hotelkamer is, in het park of op kantoor, de Jambox werkt via bluetooth en dus kun je draadloos een verbinding maken naar je iPhone, iPad of andere apparaten in bezit van bluetooth. Tot op 12 meter afstand vindt de Jambox het signaal van je apparaat. De batterij gaat elf uur mee. Al die docking apparaten voor je mobiele apparatuur kunnen dus de deur uit, al vergalt de prijs het plezier een beetje. Maar elke gadgetliefhebber weet: goedkoop is duurkoop.

Net als veel andere bedrijven begint ASML al vroeg met werven. Oosterbaan: „Vanaf het tweede studiejaar hebben we een heel bewerkingsprogramma. We houden lunchlezingen en organiseren excursies naar ons hoofdkantoor in Veldhoven. Daarnaast sponsoren we jaarlijks 23 studieverenigingen van de universiteiten van Twente, Delft en Eindhoven. Afhankelijk van de vereniging gaat het om bedragen tussen de 2.000 en 5.500 euro.” Maar hoe halen bedrijven hun technische talenten uiteindelijk binnen? Volgens Richard Deijkers van het CareerCentre van de TU Eindhoven zijn het vooral „de echte bollenbozen” die al in een vroeg stadium worden ontdekt en vastgelegd. „Studenten electrical engineering of technische informatica bijvoorbeeld, zij worden vaak al tijdens hun studie door bedrijven als Shell en Philips gerekruteerd. Bij dat soort bedrijven is altijd vraag naar hoogopgeleiden. Na een succesvolle stage of traineeship bieden ze zo’n student een baan of een afstudeerplek aan.” Voor studenten die niet al halverwege hun studie gescout worden, zijn er „vele andere wegen naar een baan”, benadrukt Deijkers. „Er zijn natuurlijk bedrijvendagen. Daarnaast lopen er vanaf 1 april op de campus twee fulltime recruiters rond die de studenten kunnen aanspreken.” Bij het CareerCentre worden studenten voornamelijk geholpen bij het vinden van het werk dat het beste aansluit bij hun opleiding en ambitie. Want, zo weten ze in Eindhoven, „het vinden van een baan op zich is niet het probleem”.

En zo zorg je dat ze blijven
JOP DE VRIEZE

E

ALEX VAN DER HULST

BOLLENBOZEN WORDEN AL VROEG VASTGELEGD

lektrotechnicus Tomas Jansen is het prototype gewilde werknemer. Hij werkt nu twee jaar als application engineer voor Mastervolt, een producent van onderdelen voor zonnepanelen, in Amsterdam Zuid-Oost. Een functie die perfect bij hem past, gezien zijn afstudeerrichting duurzame energietechnologie. Hij werkt samen met zowel marketeers als ontwikkelaars. Jansen (27) heeft geen leaseauto, geen exorbitante bonussen, geen extreem hoog salaris. En toch is hij een tevreden technicus. Heb je het over schaarste aan hoogopgeleid personeel, dan denk je al snel terug aan de jaren negentig. Toen werd met name personeel in de IT gepamperd met laptops van de zaak, riante salarissen en bonussen.

Immers, konden ze elders beter krijgen, dan waren ze zo vertrokken. Maar hoewel technisch opgeleide werkkrachten nog steeds gewild en schaars zijn, zijn ook voor hen de gouden tijden voorbij, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. „Die cultuur wordt nu gezien als onderdeel van de bubbel van die tijd.” Een rondvraag leert dat technici niet of nauwelijks meer verdienen dan hun niet-technische collega’s met vergelijkbare verantwoordelijkheden. Toch lijken mensen zoals Jansen ongevoelig voor toenaderingspogingen van detacheringsbureaus en concurrerende bedrijven. Olga Horstman, hr-manager bij Mastervolt: „Technici zijn niet zo bezig met carrière en salaris, met profielen op sociale media of met stappen omhoog. Ze zijn minder makkelijk te verleiden.” Wat houdt technische werknemers dan wel tevreden? Allereerst kunnen ze rekenen op iets wat anno 2013 voor collega’s in veel andere vakgebieden niet is weggelegd: werkzekerheid. Op de Hightech Campus in Eindhoven, waar meer dan negentig technische bedrijven en instituten zijn verzameld, wordt hier zelfs de nadruk op gelegd. Verder draait het vooral om de inhoud. De mogelijkheid om cursussen te volgen en congressen te bezoeken is belangrijker dan salaris. Het klassieke carrièrepad loopt van inhoudelijke naar leidinggevende functies. Die route is niet meer vanzelfsprekend. „Wij kiezen er bewust voor dat mensen hun vakmanschap kunnen blijven uitoefenen”, zegt Rob Haaring, hr-manager bij softwarebedrijf TOPdesk in Delft (350 werknemers). Bij dat bedrijf, maar ook bij

Philips en ASML, kunnen technici die vooral inhoudelijk sterk zijn senior specialist worden, zoals een technology leader of een performance expert. Haaring: „Zo iemand kan evenveel verdienen als een teamleider en wordt net zo gewaardeerd.” Autonomie en betrokkenheid bij de producten zijn erg belangrijk. Bij TOPdesk worden softwareontwikkelaars daarnaast gestimuleerd om te ‘apekooien’. Eén dag per twee weken mogen ze aan projecten werken die ze zelf bedenken. Ze mogen deze dagen ook opsparen. „Daar zijn al verschillende keren bruikbare toepassingen uit gekomen. En de ontwikkelaars zelf kunnen zich uitleven.” Bij digitaal productiebureau Mediamonks in Hilversum ligt de nadruk op de werkcultuur. Bij het bedrijf werken ruim honderd ‘makers’ die ook ’s avonds en in de weekends als hobbyisten thuis aan het ‘knutselen’ zijn. Medeoprichter en directeur Wesley ter Haar wil die instelling belonen. Mediamonks werkt zonder urenregistratie en prikkelt zijn mensen om zo goed mogelijk en niet zo veel mogelijk werk af te leveren. Een kok bereidt iedere avond warm eten op kantoor. Horstman en Haaring merken dat ze nu sowieso gemakkelijker hun mensen vasthouden dan een paar jaar geleden. Bedrijven lijken minder actief op zoek naar personeel, werknemers lijken meer te hechten aan vastigheid. Toch is dat geen reden om het werknemers minder naar de zin te maken. Haaring: „Ons verloop is nu heel laag, zo’n een à twee developers per jaar. We willen klaar zijn voor als het over een paar jaar misschien weer helemaal losgaat op de arbeidsmarkt.”

ALEX VAN DER HULST
Ook een kwestie op het werk? Mail naar werk@nrc.nl. Kijk voor meer antwoorden ook op nrc.nl/carriere

DE APP // GOOB ALARM
Android, gratis
ⅷⅷⅷⅷ⅜

Nu kom je je bed wel uit
Als een traditionele wekker je ’s ochtends niet op tijd uit bed krijgt, kun je het eens proberen met Goob Alarm. Dat is een wekker-app die pas stilvalt als je daadwerkelijk uit bed gaat, door te meten of het signaal van je wifirouter sterker wordt. Via het beginscherm kun je wekkers instellen en eventueel elke dag of op specifieke dagen laten terugkeren. Voordat je Goob Alarm (gratis met reclame, 2,41 euro zonder) voor het eerst gebruikt, stel je in hoe sterk het signaal minimaal moet zijn. Je loopt daarvoor naar je router toe en leest de sterkte (ergens tussen 0 tot 100) af van je telefoonscherm. Als je daar bijvoorbeeld 70 meet en in je slaapkamer 40, dan kun je instellen dat het alarm stilvalt boven de 60. ’s Ochtends moet je dus met een rinkelende Android in je hand het bed uit, richting de router, omdat je pas daar de wekker kan uitzetten. Is juist in de slaapkamer het wifisignaal erg sterk omdat de router er in de buurt staat, dan kun je het principe omdraaien: dat het alarm pas stilvalt als je er ver genoeg vandaan bent.

PETER ZANTINGH