Hoofdstuk 4: (…

)

Beginnende geletterdheid en ICT

Hieronder noem ik de tussendoelen en daaronder per doel activiteiten die je in kunt zetten om (via ICT) te werken aan dit doel. 1. Boekoriëntatie Kinderen maken kennis met boeken en krijgen het inzicht van wat boeken te bieden hebben, ze leren ermee omgaan. 2. Verhaalbegrip Kinderen maken kennis met communicatieve functies van geschreven taal en leren ermee omgaan. Ze beseffen dat geschreven taal de tijd en grenzen kan overstijgen. Werken met de tussendoelen 1 en 2 in de klas: Het voorlezen is een goede manier om bij kinderen belangstelling te wekken voor de geschreven taal. Kinderen kunnen verhalen beter begrijpen als er veel interactie is. Dit bereik je het beste door interactief voor te lezen, betrek de kinderen erbij. Ook een goed ingerichte boekenhoek in de klas is essentieel wil je aandacht schenken aan beginnende geletterdheid, net als een verteltafel. Zoals ik eerder in dit verslag al aangeef vind ik het belangrijk om computers zoveel mogelijk in verband te brengen met de leerstof. Zet de computers dus ook erbij in de hoeken. Bijvoorbeeld in de leeshoek. Via educatieve software of zelfgemaakte lesjes kunnen de kinderen kennis maken met de communicatieve functies van geschreven taal. 3. functies van geschreven taal Kinderen maken kennis met communicatieve functies van geschreven taal en leren ermee omgaan. Ze beseffen dat geschreven taal de tijd en grenzen kan overstijgen. 4. relatie tussen gesproken en geschreven taal Kinderen ontdekken dat gesproken taal in schrift kan worden vastgelegd en dat geschreven taal kan worden uitgesproken. Werken met de tussendoelen 3 en 4 in de klas: Je kunt de lees- en schrijfontwikkeling van kinderen stimuleren door samen met hen een geletterde omgeving te creëren, waarin tekstgebruik als iets vanzelfsprekends wordt gezien. Hier kan ICT ook bij ingezet worden. Denk aan een pc in de letterhoek, waar kinderen kennis kunnen maken met letters, functies van geschreven taal en relaties tussen gesproken en geschreven taal via tekstverwerkingsprogramma’s. Kinderen kunnen oefenen met letters. Dat kan via de stempeldoos die er staat, via boekjes en schriften waar in ‘geschreven’ kan worden, maar dus ook via de computer. Kinderen kunnen op verschillende manieren bezig zijn met beginnende geletterdheid en ICT past hier heel goed bij. Kinderen kunnen niet alleen met bestaande software aan de slag, maar kunnen ook zelf lesjes maken. Zo kunnen ze met een digitale camera opzoek gaan naar alles wat met de letter ‘k’ begint. Ze maken hierbij een digitaal letterboek. Pictogrammen (denk ook hierbij aan ICT) hebben een functionele plaats, denk hierbij aan aanduidingen voor materialen, naambordjes voor kinderen en hoeken. Ook bijvoorbeeld een dagboek past in een geletterde omgeving. De kinderen kunnen zelf

ook aan de slag met pictogrammen. In PowerPoint bijvoorbeeld, spreken de kinderen de woordjes bij de plaatjes in en wordt een soort woorden- of pictogrammenboek gemaakt. 5. Taalbewustzijn Kinderen ontdekken dat er in gesproken taal verschillende elementen te onderscheiden zijn: een zin bestaat uit woorden en een woord bestaat uit klankgroepen. Ook ontdekken ze wat rijm is. Werken met tussendoel 5 in de klas: De methode ‘wat zeg je?’, biedt leuke oefeningen om dit te behalen. Ook een lettermuur biedt volop aanleiding tot activiteiten waarmee het taalbewustzijn gestimuleerd kan worden, net als de lees- en luisterhoek. De lettermuur was wat mij op ideeën bracht. Waarom zou je hier immers geen ICT bij in kunnen zetten. Je kunt de abc- of lettermuur digitaliseren. Bij elke letter van de muur laat je kinderen voorwerpen uit de klas fotograferen. Via PowerPoint kun je de kinderen de juiste woorden erbij laten typen en geluidsfragmenten in laten spreken. Het mag duidelijk zijn dat je bij deze praktijkopdracht aan meerdere doelen werkt naast tussendoel 5 ‘taalbewustzijn’. Maar hierover later in het verslag meer onder ‘praktijk’. Ook de klankkast kan heel goed gebruikt worden om de doelen van tussendoel 5 te behalen in een kleutergroep. Begin- en eindrijm worden bijvoorbeeld al door de laatjes behandeld. Met ICT kun je ook goed werken aan rijm. Kinderen kunnen zelf plaatjes zoeken die op elkaar rijmen en het dan ook inspreken. Kinderen hóren en zien op deze manier, wat zeker een meerwaarde is. 6. Alfabetisch principe Kinderen ontdekken dat er een verband is tussen hoe je woorden uitspreekt en hoe woorden geschreven zijn. Ze ontdekken dat bij letters bepaalde klanken horen en bij klanken bepaalde letters horen. Werken met tussendoel 6 in de klas: Bij dit tussendoel is het erg belangrijk in de klas aandacht te besteden aan de letteren klanknamen. Dit kan door letters te oefenen door middel van de letter van de week, rijmpjes of bijvoorbeeld het werken met een lettermuur. Vaak zie je dat de leerkracht bij het tussendoel ‘alfabetisch principe’ de touwtjes in handen heeft. Ze laten woorden zien en spreken ze (samen met de kinderen) uit. Dat zie je bij de lettermuur. De leerkracht kiest de letter waarmee die dag (of langer) gewerkt wordt. Kinderen zoeken woorden die met die letter beginnen. De leerkracht schrijft het woord op en plakt het onder de letter. Echter, hier is het de leerkracht/volwassene die de uitwerking doet. Door ICT in te zetten kun je meer neerleggen bij de kinderen zélf. Laat de leerlingen bijvoorbeeld een letter uitkiezen en hier op de computer plaatjes bij zoeken die met de betreffende letter beginnen. Vervolgens typen ze het woord in op de computer. De leerkracht of een oudere leerling kan hierbij helpen. De letters op de computer zijn natuurlijk anders dan die op de lettermuur, dus daar moet ook rekening mee gehouden worden. De leerkracht kan ook de woorden eerst opschrijven, samen letter voor letter uit laten spreken en de kinderen ze na laten typen. Dan maken ze ook de klank-teken koppeling. De kinderen kunnen de woorden ook nog inspreken. Zo ontdekken ze zélf dat er een verband is tussen hoe je

2

woorden uitspreekt en hoe woorden geschreven zijn. Ze ontdekken door te doen dat bij letters bepaalde klanken horen en andersom. 7. Functioneel schrijven en lezen Kinderen beseffen dat ze met geschreven taal kunnen communiceren en willen dit ook snel uitvoeren. Werken met tussendoel 7 in de klas: Je kunt kinderen stimuleren samen boeken te lezen, laat de kinderen elkaar voorlezen. Dit kan heel goed als je het verhaal al eens voorgelezen hebt. Het is een goede oefening om de verhaallijn vast te houden. Ook kun je als leerkracht de kinderen iets laten vertellen over boeken die ze zelf hebben meegenomen van thuis. Deze activiteiten kunnen plaatsvinden in de kring, maar bijvoorbeeld ook in een boekenhoek. Een andere manier om aan dit tussendoel te werken is de kinderen functionele teksten laten schrijven, n.a.v. een thema of een gebeurtenis. Deze teksten kun je laten schrijven aan een daarvoor ingerichte ‘schrijftafel’. Of laat de kinderen aan de slag gaan op de computer. Voorbeelden die aansluiten bij dit doel en waarbij je ICT kunt inzetten zijn: * Klassenkrant: de kinderen mogen zelf de naam van de krant bedenken. Er worden elke maandag 4 kinderen gekozen voor de redactie van de krant, zij mogen die week een tekening maken over een gebeurtenis van die week. De leerkracht typt er een tekst bij, of het kind doet dit al zelf. Aan het einde van de week print de leerkracht de krant uit en krijgt iedereen een krant mee naar huis. Naast het werken aan ‘functies van geschreven taal’, ‘relatie tussen geschreven en gesproken taal’ en ‘taalbewustzijn’ leren kinderen dat hun verhaaltjes kunnen worden gelezen door anderen. * De logeerbeer: De gebeurtenissen worden gemaild en gefotografeerd. De ouders mailen deze samen met de kinderen naar de school. Ook hier werk je aan ‘de functies van geschreven taal’, ‘verhaalbegrip’ en ‘de relatie tussen geschreven en gesproken taal’. Daarnaast zien kinderen dat het geschreven/gemailde stukje voorgelezen kan worden. 8. Technisch lezen en schrijven, de start Kinderen kennen de meeste letters en kunnen de letters fonetisch benoemen. Ze kunnen korte klankzuivere woorden ontsleutelen en schrijven. 9. Technisch lezen en schrijven, vervolg Kinderen kunnen langere klankzuivere woorden ontsleutelen en schrijven en herkennen steeds meer woorden automatisch. Werken met de tussendoelen 8 en 9 in de klas: Sommige kleuters zijn in groep 2 al toe aan het technische lezen en schrijven. Voor hen zouden er in de boekenhoek/leeshoek boeken moeten liggen die zij zelf kunnen lezen. Als leerkracht kun je hun hierin begeleiden door te stimuleren verschillende strategieën te gebruiken bij het lezen en herkennen van woorden, zoals het gebruik maken van de illustraties en het voorspellen op basis van zinscontext. Letters, klankzuivere woorden, gecompliceerdere woorden op de lettermuur, dagen het kind uit tot het lezen, spelen en herkennen hiervan. Bij deze tussendoelen is herhaling erg belangrijk. ICT is hierbij goed in te zetten. Op de computer kunnen

3

kinderen namelijk herhalen zoveel ze willen. Doordat ze meerdere keren achter elkaar woorden en/of letters zien wordt het beter ingeprent. Die kinderen die al toe zijn aan technisch lezen en schrijven zijn taalspelletjes een goede keuze. Omdat taalspelletjes op de computer een heleboel variatie aan oefeningen en spelletjes biedt, is dit zeer geschikt. Bovendien kan met ICT op maat gewerkt worden, wat bij deze tussendoelen extra belangrijk is. Een kind kan software kiezen dan aansluit op de ontwikkeling van het kind. Daarnaast kan het kind extra oefeningen doen op de computer. Het niveau waarop gewerkt wordt kan worden aangepast op het niveau van het kind. 10. Begrijpend lezen en schrijven. Kinderen hebben veel belangstelling voor teksten en boeken en gebruiken geschreven taal als communicatiemiddel. Werken met tussendoel 10 in de klas: Biedt in de leeshoek/boekenhoek een grote diversiteit aan boeken aan, zodat er voor ieder kind een boek te vinden is dat hem aanspreekt. Hierbij is ook diversiteit in verhalen en informatieve boeken noodzakelijk. Pas deze diversiteit ook toe in de boeken die je voorleest. Door interactief voor te lezen zal het kind de tekst nog beter gaan begrijpen. Geschreven taal kan op veel manieren als communicatiemiddel dienen. Als leerkracht kun je dit uitlokken door de klas zodanig in te richten dat kinderen telkens de gelegenheid hebben om geschreven taal te gebruiken en zelf te produceren. Hierbij is ICT op vele verschillende manieren in te zetten. Zie ook voorgaande voorbeelden. In de schrijfhoek en de leeshoek/boekenhoek kunnen kinderen samenwerken en spelen, waarbij ook gecommuniceerd zal worden. De computer biedt de mogelijkheid om samen te werken. Door samen te werken leren kinderen van elkaar. Kinderen hebben niet alleen met de computer interactie, maar ook met elkaar. Hier worden dus ook de sociale taalmogelijkheden aangesproken. Wat het ene kind niet weet, weet het andere kind wel. Kinderen krijgen hier zelfvertrouwen door. Ze leren echt van én met elkaar.

4

Terugblik Ik heb eerst twee- en drietallen gevormd en deze vervolgens per groepje een letter laten kiezen van de lettermuur in de klas. Ik heb de kinderen de digitale camera gegeven en hebben samen besproken hoe je hiermee foto's kan maken. Veelal kwam dit vanuit de kinderen zelf omdat ze hier thuis al eerder mee gewerkt hadden. Vervolgens zijn de kinderen op zoek gegaan naar voorwerpen in en om de school die met de betreffende letter beginnen. Deze voorwerpen hebben ze gefotografeerd. Samen hebben we vervolgens de foto's op de computer gezet en besproken of het klopte. Wat heb je op de foto gezet? Waarom juist dit? Met welke letter begint het dan? Dus, klopt het? Vervolgens hebben we stroken papier gepakt. De kinderen noemden het gefotografeerde voorwerp en noemde dit letter voor letter op. Zo kon ik het opschrijven op de strook ('in dezelfde letters als die van de computer'). Vervolgens zetten we de foto's samen in PowerPoint. De kinderen mochten de woorden erbij typen. Zo hadden we allemaal korte presentaties die samenkwamen in PowerPoint tot één grote digitale abc-muur! Jammer was wel dat we moesten werken op behoorlijk verouderde computers waardoor we niet konden werken met geluidsfragmenten. Ik was van plan de woorden in te spreken, maar dit ging helaas niet op. We moesten al op de computer van de directeur om de foto's op de pc te krijgen, dus je kunt nagaan hoe de situatie wat betreft ICT op mijn stageschool is. Ondanks alles hebben we de digitale abc-muur gelukkig wel kunnen realiseren en daar zijn we nog steeds trots op! De kinderen hebben met groot enthousiasme gewerkt aan de opdracht. Ik merkte hoe positief het werkte dat de kinderen echt zélf aan de slag mochten gaan. Elke dag evalueerden we over de opdracht (wat een pedagogisch-didactisch doel was voor o&p). De kinderen mochten laten zien wat ze hadden gedaan. De zelfgemaakte foto's ineens op groot scherm in de klas, daar waren ze toch wel erg trots op! Leuk was ook om het verschil te zien in voorwerpen en in kwaliteit van foto's. Het was daardoor erg variërend! Op wat kleine punten na ging het samenwerken goed en hebben de kinderen zich erg sociaal opgesteld tegenover elkaar. Ze verdeelden 'het werk' heel goed waardoor het groepswerk eigenlijk geen moeilijkheden gaf. Door deze opdracht heb ik leren genieten van het werken met jonge kinderen en ICT, iets wat eerder eerlijk gezegd niet zo mijn voorkeur had. Ik zag jonge kinderen werken met digitale camera's en computers alsof ze dit al veel vaker hadden gedaan, wat absoluut niet het geval was (als ik het heb over de schoolsituatie). Zo zie je maar weer dat jonge kinderen veel meer kunnen dan je denkt en dat ze een grote interesse hebben voor het werken met computers. En ook al ben jij misschien net als ik eerst was, niet bere-enthousiast over ICT in het onderwijs, de kinderen maken je enthousiast. Genoeg reden dus om ermee aan de slag te gaan!

5