Adviseur van prins Laurent richt politieke vereniging op @thierryd Thierry Debels 14/4/13 Eind 2012 richten enkele burgers

een politieke beweging op: WijBurgers. De website is www.wecitizens.be. Drijvende kracht achter deze VZW is Rodolphe d’Oultremont. De vzw is gevestigd op het adres Winston Churchill-laan 149 in Ukkel. Op dat adres zijn ook de vennootschappen van prins Laurent gevestigd. http://kbopub.economie.fgov.be/kbopub/zoekadresform.html? postcod1=1180&postgemeente1=&straatgemeente1=AVENUE+WINST ON+CHURCHILL&huisnummer=149&actionLU=Zoeken

Rodolphe d’Oultremont is de adviseur van prins Laurent. Hij staat de prins meer bepaald met raad en daad bij inzake vastgoedtransacties.

HANDVEST
1. Als vereniging van belastingplichtige burgers, streeft “WijBurgers” naar een efficiënte toewijzing van middelen aan doelen, zonder stelling in te nemen over de doelen wanneer die het resultaat zijn van democratische keuzes. Het gaat dus om een technische en transparante methode.

2. De vereniging concentreert zich op de gemeenschappelijke noemer die alle burgers aanbelangt, zoals het goed beheer van de Staat, de bevordering in de overheidsinstanties van de transparantie, de trouw, de waarachtigheid, de professionele deskundigheid, de voorrang van het algemeen belang op het persoonlijk voordeel van politieke mandatarissen of van hun partij. 3. De geloofwaardigheid van partijen en politiek verantwoordelijken is noodzakelijk voor de goede werking van de democratie. “WijBurgers” wenst bij te dragen aan het oppoetsen van het blazoen van de politieke mandatarissen. 4. De vereniging stelt zich niet in de plaats van de democratische instellingen om een antwoord te geven op alle politieke vragen. Ze neemt geen stelling in inzake onderwerpen waarover de publieke opinie verdeeld is. 5. Ongacht het onderwerp is de vereniging geïnteresseerd in al wat het beheer van de Staat kan verbeteren. Het promoten van een goede verhouding tussen kwaliteit en kostprijs van de openbare dienstverlening betekent: de overheid aansporen om het beheer te optimaliseren (de kosten verminderen bij handhaving van de dienstverlening) en de eventuele gebreken aan de kaak stellen. 6. De vereniging wil bijdragen tot een betere werking van de democratie en het bestuur door: 1.Politieke opvoeding en bewustmaking van de burgers. 2.Verantwoordelijkheidszin bij personen in openbare functies 3.Elke maatregel die transparantie verbetert 4.Een evenwichtige behandeling van de diverse partijen en opinie-groepen, klein of groot, door de overheid of door de media die gecontroleerd zijn door de overheid. 7. De politieke etiquette kan beter : 1.De mandaten moeten toegewezen worden aan de kandidaten die de meeste voorkeurstemmen behalen op hun verkiezingslijst. 2.Het moet mogelijk zijn om te stemmen via internet. 3.De plaatsvervanging moet verzekerd worden door de kandidaat die volgt in de orde van meeste voorkeurstemmen. 4.De bevolking moet een referendum kunnen eisen, zei het met de nodige voorzorgen. 8. In zijn relatie met de partij moet de politieke mandataris beschikken over voldoende autonomie: 1.De “partijdiscipline” die de afgevaardigden verplicht om te stemmen volgens

de richtlijnen moet zoveel mogelijk beperkt blijven. 2.De ambtenaren worden betaald om de wet – en de geest van de wet – toe te passen. Er mag geen dubbele hiërarchie zijn, waarbij de ambtenaar richtlijnen krijgt van een partij. 9. Als vereniging van belastingsbetalers, heeft “WijBurgers” een speciale aandacht voor fiscaliteit: 1.De vereniging ontwikkelt geen afkerige houding ten opzichte van belastingen, die een logische verplichting zijn voor burgers. Ze wenst daarentegen dat het geld van de belastingen met een grote zin voor verantwoordelijkheid wordt besteed. 2.De vereniging wil geen groep belastingplichtigen bevoordelen ten opzichte van anderen. 3.Fiscale fraude is geen abstractie: ze staat gelijk aan het bestelen van andere belastingplichtigen, die het verschil moeten dragen. Ze moet dus krachtig bestreden worden. 4.De kwaliteit van fiscaliteit veronderstelt: rechtvaardigheid, zekerheid, stabiliteit, eenvoud, transparantie, gemak, neutraliteit, economisch verantwoord. 10. Het bestaan van een enorme rentelast ten laste van de belastingbetaler, als gevolg van de Staatsschuld, is op lange termijn contraproducerend: 1.De schuld moet op zijn minst toegewezen worden aan investeringen die welzijn bevorderen, en deze laatsten moeten tenminste binnen hun gebruiksduur worden afgelost. 2.Het volume dat overeenkomt met de pensioenfondsen zou een bovengrens van de openbare schuld mogen vormen. 11. Gezien openbare functies een sleutelrol hebben in het beheer van de Staat, geeft de vereniging bijzondere aandacht aan het goed functioneren ervan: 1.Het statuut van de ambtenaren moet aangepast worden om de nodige flexibiliteit te geven die nodig is voor een modern bestuur van de Staat, die geconfronteerd is met steeds evoluerende noden. 2.Het is essentieel dat iedere ambtenaar aangenomen of bevorderd wordt op basis van zijn verdienste. 3.De ministeriële kabinetten moeten beperkt blijven. 12. Het evalueren van het openbaar beheer omvat: 1.De “bench-marking”, die erin bestaat de prestaties van verschillende diensten – in België of in het buitenland – met elkaar te vergelijken. 2.De invraagstelling, waarbij alternatieve oplossingen worden overwogen.

3.Het verantwoordelijk stellen van de betrokkenen : nagaan in welke mate degene die schade berokkent het slachtoffer vergoedt, incl. de Staat; elke vorm van parasitisme opsporen. 4.Er rekening mee houden dat sommige instellingen hun reden van bestaan verliezen. Dit handvest is goedgekeurd door de algemene vergadering van 27 november 2012.

Memorie van toelichting
Art. 1 De vereniging is apolitiek in de zin dat ze de transparantie en verantwoordelijkheid van de beslissingsbevoegde politici wil verbeteren, zonder de door hen gemaakte keuzes in vraag te stellen. Daarentegen wil ze dat de middelen die aan deze doelen worden toegewezen zo efficiënt mogelijk zouden zijn, dankzij het gebruik van de meest recente technische kennis inzake economie en beheer. Ze wil dus een expliciet en zo duidelijk mogelijk onderscheid maken tussen het plan van rechtmatige, ideologisch gekozen doelstellingen en dat van de technische middelen om die te bereiken. Ze geeft een kritisch oordeel over de middelen die gebruikt worden om deze doelstellingen te bereiken of deze maatschappelijke keuzes te realiseren, om zo het bestuur te verbeteren, alsook de efficiëntie van het budgetair beleid, op zowel economisch als sociaal vlak. Art. 4 De vereniging neemt dus geen stelling over bijvoorbeeld het evenwicht tussen de rol van de Staat en het privé initiatief; de modaliteiten van de sociale bescherming, van de bescherming van het leven, van het gezin en de natuur; de organisatie van het onderwijs; de relaties van de Belgische Gewesten en Gemeenschappen onderling, de relaties van de Staat met de godsdiensten en met het buitenland. Art. 6.a Men verwijt de burgers soms dat ze hun rol van kiezer onvoldoende ernstig nemen. WijBurgers denkt dat dit geen voorwendsel moet worden om hen buiten spel te zetten noch een troef om hen te manipuleren, maar dat het ons uitnodigt om hen beter te informeren, om zo hun interesse voor de politiek op te wekken. Art. 6.b

De persoonlijke verantwoordelijkheid van verkozenen kan door meerdere factoren aangetast worden. Ze zijn onderworpen aan een partijdiscipline. In de uitoefening van hun openbaar mandaat betrekken ze de instellingen, zonder hun eigen vermogen op het spel te zetten. Uitgezonderd in het geval van een opzettelijke fout dragen ze zelf niet de eventuele negatieve gevolgen van hun beheersdaden. Goedkeuring via de stembus is maar mogelijk als de voorkeurstemmen voorrang hebben op de volgorde opgesteld door de partij en als de burger over relevante informatie beschikt. Voor de andere publieke mandatarissen zou het gaan om het verbeteren van de evaluatie procedures en het vragen van herstellingen in geval van een bewuste fout of schuldig verzuim. Art. 6.c In dit domein heeft de vereniging Transparency Belgium aanbevelingen gedaan. Dit betreft o.a. iedere maatregel die de burger aanmoedigt, en a fortiori de ambtenaren, misdrijven aan te geven, zoals voorgeschreven in het Wetboek van Strafvordering: ▪ Art.29. Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de [procureur des Konings]. [...] ▪ Art.30. Ieder die getuige is geweest van een aanslag, hetzij tegen de openbare veiligheid, hetzij op iemands leven of eigendom, is eveneens verplicht daarvan bericht te geven aan de [procureur des Konings] [...] Art. 7.a Zonder de rol van de partijen te onderschatten, wenst de vereniging de rijkdom van individuele persoonlijkheden te waarderen, namelijk door het ontwikkelen van een cultuur van de voorkeurstem. De toekenning van mandaten aan de lijstkandidaten die de meeste voorkeurstemmen behaald hebben, is reeds de regel voor de gemeenteraadsverkiezingen. Art. 7.d We kunnen de situatie niet uitsluiten waarin een groot aantal burgers de indruk hebben dat ze niet gehoord worden door hun verkozenen in een bepaalde materie. De enige oplossing is dan de directe democratie vanuit het volksinitiatief, dat wil zeggen een referendum aangevraagd door een voldoende grote petitie, bijvoorbeeld 50.000 handtekeningen.

De burger begrijpt niet waarom het momenteel onmogelijk is om een referendum te eisen. Sommige tegenstanders van het referendum hebben het over het gebrek aan voorbereiding van de burger om zich uit te spreken over de vragen die aan een referendum worden onderworpen. Men kan zich dan afvragen of de burger dan beter voorbereid is om goed zijn vertegenwoordigers te kiezen, wat door de wet verplicht is! Het is goed geweten dat het referendum perverse gevolgen kan hebben. Om de nadelen te beperken zou de formulering van de vragen bepaald kunnen worden door het parlement, op voorwaarde dat de ideeën vermeld in de petitie er allemaal in voorkomen. Art. 8.a De partijdiscipline vindt enige rechtvaardiging in de noodzaak om een compromis te bereiken tussen verschillende politieke partijen, waarbij iedere partij enkele eisen moet laten vallen om een algemeen akkoord tot stand te brengen. Deze logica kan evenwel niet alle zelfstandige gedachten van de verkozenen elimineren, in het bijzonder op ethisch vlak. Art. 9.d kwaliteit van de fiscaliteit ▪ Rechtvaardigheid: de burgers moeten bijdragen in verhouding met hun mogelijkheden. ▪ Zekerheid: de belasting mag nooit arbitrair zijn. Alles moet klaar en duidelijk zijn. De zekerheid moet vóór de feiten bestaan: dit verzet zich tegen wetswijzigingen met retroactieve effecten, juridisch of economisch.De principes van rechtvaardigheid en zekerheid staan in de artikelen 170 en 172 van de grondwet: “Geen belasting ten behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een wet.” “Inzake belastingen kunnen geen voorrechten worden ingevoerd. Geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet.” ▪ De stabiliteit van de wetgeving maakt het burger beter mogelijk om de wet te kennen en zich ernaar te schikken. ▪ Eenvoud : gemakkelijk te begrijpen, toe te passen, te controleren. ▪ De transparantie laat toe om de relatie te begrijpen tussen de belasting en haar bestemming. Dit staat haaks met omwegen ivm taxatie/subsidiëring die ontsnappen aan de grondwettelijk voorziene controle.De overvloed aan verplichtingen van openbare diensten die opgelegd worden aan beheerders van energienetwerken is een voorbeeld van deze tendens, die sommige uitgaven verschuilt die de Staat toekomen: verplichting van de terugkoop van groene elektriciteit tegen prijzen die opgelegd zijn door de wet, gift in natura van energie

aan de gemeenten voor de openbare verlichting, verplichte stortingen aan sociale fondsen, enz. ▪ Gemak en economie: elke belasting moet ontworpen worden om de kosten te herleiden ivm de oplegging in inning. ▪ Neutraliteit: de belasting moet de niet-fiscale secundaire effecten vermijden of verlagen. Hij moet neutraal staan tov de juridische structuur van de belastingsplichtige. ▪ Economisch gezien, moet de structuur van de fiscaliteit bijdragen tot de verwezenlijking van democratisch goedgekeurde doelstellingen.Met een fiscaliteit grenzend aan de helft van het BNP, is de Staat de eerste ondernemer. De fiscaliteit beïnvloedt dus de economische beslissingen, meer dan iedere andere parameter. Wanneer bijvoorbeeld de fiscaliteit op arbeid hoog is en die op energie laag, dan zal de markt proberen de vraag naar arbeidskrachten te verminderen, desnoods door het verhogen van het energie verbruik.In de landbouw zal men bijvoorbeeld meer kunstmest en minder arbeidskracht gebruiken om dezelfde hoeveelheid te produceren. In de bouwsector zal men geen gebruik maken van bepaalde rationalisatiemaatregelen voor het energieverbruik. Het gevolg is een groter verbruik van energie, terwijl men door minder te investeren ook minder werkgelegenheid creëert. ▪ De belastingplichtige moet worden aangemoedigd tot een deugdelijk gedrag conform het algemeen belang. Art.10 De rentelast ondermijnt het vermogen van de overheid om juist meer investeringen te doen. De grondwet moet de buitensporige schuld van de overheid beperken. Dit geldt voor de federale Staat, de Gewesten, Gemeenschappen en ondergeschikte overheidsinstanties. Een grote schuld van de Staten draagt bij tot het verhogen van de rentevoeten op de financiële markt en bevoordeelt de bezitters van kapitaal… De vereniging spreekt zich hier niet uit over de manier, incl. de snelheid, om de historische schuld terug te betalen. Art. 10.a De openbare investeringen zijn een gedeeltelijke remedie voor conjuncturele crisissen. Om deze mogelijkheid van openbare interventie te bewaren, moet het niveau van de schuld voor de conjuncturele duiken beperkt blijven. Art. 10.b

Door een structurele Staatsschuld toe te staan op het niveau van de gecumuleerde eigen fondsen van de pensioenfondsen, bevoordeelt men via de politiek de kapitalisatie van de pensioenen. Zo vermijdt men alle last van de sociale zekerheid van oudere personen te leggen op de werknemers van de volgende generaties. Art. 11.b De selectiecriteria moeten pertinent zijn en zo volledig als mogelijk. Opportune procedures moeten de objectiviteit garanderen bij het opstellen van de criteria en bij hun toepassing. Art.11.c De inzet is niet alleen budgettair. De overbezette kabinetten hebben de neiging om de rol en het werk van de openbare Administratie te negeren, soms zelfs te kortsluiten, met als gevolg een ontmoediging van de ambtenaren.