You are on page 1of 2

Onderzoeksverslag Van een pabostudente in het eerste jaar wordt verwacht dat je op de hoogte bent van de ICT-vaardigheden

van de leerlingen. Hierbij gaat het er dus om dat ik als onderwijzeres goed kan inschatten wat mijn leerlingen al wel en wat niet met de computer kunnen doen. Ik ben van mening dat ik, om dit op de juiste wijze te kunnen inschatten, vaker contact moet hebben met mijn leerlingen (groep 5). Nu zie ik hen één dag per week en op die ene dag zitten zij nooit achter de computer. Ik heb van mijn mentor gehoord dat de computers alleen gebruikt worden voor het maken van spellingstoetsen. Bovendien denk ik dat een leerkracht, om het niveau van zijn leerlingen in te schatten, gewoon met de leerlingen aan de slag moet gaan en zo ontdekken welke vaardigheden de leerlingen nog niet beheersen. Zo ontdek je ‘gaten’ in de kennis die je dan als leerkracht kunt gaan ‘vullen’ door uitleg te geven en door aan het werk te gaan met de computer. Ik ga er eigenlijk een beetje van uit dat de meeste kinderen thuis al ervaring hebben opgedaan met de computer en het internet. Maar kunnen zij zelfstandig een wordbestand opmaken? En kunnen zij (bijvoorbeeld bij het doorlopen van een webwandeling) gemakkelijk en veilig van de ene internetsite naar de andere klikken? Ik moet de beginsituatie van mijn stagegroep dus zien te achterhalen. Ik zal dit de eerstvolgende stagedag gaan doen; ik ga navraag bij mijn mentor doen en knoop ook een gesprek aan met mijn leerlingen over het gebruik van de computer op school. Het is uiteraard ook belangrijk dat ik op de hoogte ben van de gebruikte middelen op ICT gebied. Dat ben ik op dit moment totaal niet. Natuurlijk ben ik bekend met het leerlingvolgysteem en met de mogelijkheden die dit op administratief gebied allemaal biedt, maar ik heb eigenlijk geen idee welke educatieve software beschikbaar is op mijn stageschool. Wel heb ik nu, door het vak ICTO/Digitale Didactiek ervaring opgedaan met het maken van een webwandeling. Ik heb nog geen webquest gemaakt, maar door de filmpjes op Blackboard en de uitleg tijdens het college is ook deze digitale didactische werkvorm geen onbekende meer voor mij. Bij vormen als de webquest en de webwandeling gaat het er dus vooral om dat de leerling informatie zoekt en verwerkt. Met het feit dat leerlingen met ICT ook lesstof kunnen presenteren of zelfs producten zelf kunnen creëren wordt in mijn stageklas nog niets gedaan. Hoog tijd dat ik mijn leerlingen eens aan het werk zet dus! Maar ik moet ook zelf aan de slag: ik ga navraag doen over de op mijn stageschool gebruikte educatieve software. En als er dergelijke software beschikbaar is, zal ik dat zeker gaan gebruiken! Zeker daar waar het verschillen tussen leerlingen betreft, kan de computer goed ingezet worden. Ik kan me zo voorstellen dat leerlingen die sneller door sommige lesstof heengaan (de zogenaamde compacters bij het rekenen in mijn stageklas) het veel spannender vinden wanneer zij nieuwe uitdagingen krijgen op de pc. Bij een goed programma, dat een leerling elke keer net even wat meer kan bieden dan een van tevoren bedachte extra rekenoefening op papier, wordt het kind opgeroepen om nog verder te denken. Een computerprogramma kan natuurlijk ook een schier oneindige hoeveelheid nieuwe sommen ophoesten. Het werkt natuurlijk ook de andere kant op; leerlingen die wat moeizamer door sommige lesstof gaan, kunnen geprikkeld worden door een aantrekkelijk vormgegeven computerprogramma. De lesstof (bijvoorbeeld weer diezelfde rekensommen) kan hetzelfde zijn, maar voor de leerling ziet het er allemaal wat strakker uit en dit zal dan ook zeker extra motiveren.

Nu ik Simons (2003) heb gelezen, begrijp ik absoluut dat de integratie van ICT in het onderwijs nut heeft; het leggen en onderhouden van relaties, het creëren van nieuwe kennis en het naar buiten brengen en delen van die kennis zijn drie leeractiviteiten die verbeteren als ICT ingezet wordt. Ook denk ik dat ik mijn lessen veel sprankelender en actueler kan maken wanneer ik de beschikking zou hebben over een smartboard. Ik zou dan toegang hebben tot internet en filmpjes, foto’s en internet kunnen laten zien. Helaas is dit in mijn huidige stageklas niet beschikbaar. Wanneer ik eenmaal wel over een smartboard kan beschikken, zal ik hier ongetwijfeld uitvoerig gebruik van maken. Voordat het zover is wil ik me wel graag verdiepen in alle mogelijkheden die een dergelijk bord mij kan bieden. Zo weet ik momenteel er erg weinig van af. De termen smart- en digiboard gebruik ik dan ook door elkaar. Geen idee of er nog een verschil bestaat tussen beide begrippen. Het is nu allemaal nog veel toekomstmuziek; ik heb het vooral over ‘straks als ik de beschikking heb over… en straks als ik weet welke software er is, dan…’. Maar ik denk dat dit onderzoek mij zeker aan het denken heeft gezet. Hierdoor ben ik gaan lezen over onderwijs en ICT, heb al veel meer kennis over de mogelijkheden die ik als leerkracht heb om mijn lessen met behulp van ICT interessanter en duidelijker te maken. Je moet je er even in verdiepen, maar dan heb je ook echt wat aan die computerkennis! Bronnen:
http://igitur-archive.library.uu.nl/ivlos/2005-0622-185053/5689.pdf http://po.digiborden.kennisnet.nl/deskundigheid/onderzoek http://projects.edte.utwente.nl/pi/Teksten/Leermiddelen.html http://www.edubas.nl/