You are on page 1of 6

Economische Berichten

nr. 4 18 april 2013

Belgische overheidsfinancin: Austeriteit of niet, een kwestie van multiplicatoren ?


Onder economen doen tegenstrijdige meningen de ronde over de mate waarin, zelfs of berhaupt de sanering van de Belgische overheidsfinancin weegt op de economische groei. De grote onzekerheid over de multiplicatorwerking maakt dat zij moeilijk een richtsnoer kan zijn voor de budgettaire politiek. Het is daarom wenselijk om, zoals Europa het vraagt, de focus te leggen op structureel ingrijpen. Belgi maakte op dat vlak de voorbije jaren geen al te goede beurt. Hoewel veel (kleine) maatregelen in de begrotingsopmaak voor 2013 ontegensprekelijk structurele ingrepen inhouden, mankeert het aan een toekomsttraject met belangrijkere structurele hervormingen in de fiscaliteit, het overheidsapparaat, de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

De voorbije maanden was de wenselijkheid van een restrictieve budgettaire politiek tegen de achtergrond van een aanhoudend fragiele economische situatie het voorwerp van een hevig debat in Europa. De vraag is of een te felle sanering de economische malaise niet dusdanig bezwaart dat ze ineffectief wordt of zelfs contraproductief werkt. Deze theorie van zelfvernietigende austeriteit werd onder meer naar voren geschoven door Holland en Portes (2012) en De Grauwe en Ji (2013). Vooral de (Zuid-Europese) probleemlanden in de EMU zijn in zon spiraal terechtgekomen. Relatief forse besparingen gingen er gepaard met een sterkere terugval in de economische groei (zie grafiek 1). De groeiterugval verklaart op zijn beurt waarom de begrotingssanering niet heeft geleid tot de gewenste lagere schuldgraad, integendeel (zie grafiek 2). In Belgi was de begrotingsausteriteit sinds 2010 minder hard dan in de Europese probleemlanden. Ook de groei viel relatief gezien mee. Toch pleitten heel wat politici en economen ook in ons land in de aanloop naar de recente begrotingscontrole voor een trager terugdringen van het tekort. Op die manier zouden vanuit de begroting minder remmende impulsen uitgaan, waardoor de economie sneller uit de recessie kan klimmen. De redenering gaat uit van de stabilisatiefunctie van het begrotingsbeleid en stoelt op de multiplicatorwerking vanuit

de overheidsfinancin. De begrotingsmultiplicator meet de verandering van de economische activiteit ten gevolge van maatregelen die kaderen binnen de budgettaire politiek. Of, toegepast op de huidige austeriteit, met hoeveel procent het reel bbp daalt als de overheid het begrotingstekort met n procentpunt van het bbp vermindert. De kritiek op de harde besparingsaanpak veronderstelt dan een substantile multiplicatorwerking op de korte termijn. Het probleem is evenwel dat de grootteorde van de multiplicator in de praktijk moeilijk te vatten en dus onzeker is.

Ongrijpbare multiplicator
Over de omvang van de begrotingsmultiplicator hebben de meningen van economen altijd erg uiteen gelopen. Daar zijn verschillende redenen voor. Die hebben voornamelijk te maken met meetproblemen. Dat de multiplicator zich moeilijk cijfermatig laat vatten, komt onder andere doordat het causale verband tussen economische groei en de overheidsfinancin in twee richtingen loopt. Zo volgt de positieve samenhang tussen de groeiuitval en hoge overheidstekorten in de probleemlanden van de EMU ten dele ook uit het gegeven dat die landen het hardst door de crisis werden getroffen. Zij kenden de diepste recessie, bouwden daardoor de grootste tekorten en
1

Economische Berichten

Grafiek 1 - Begrotingssanering en rele bbp-groei in 2010-2012


5 4 3 2 1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -4 EE SE SK DE MT BE LU AT NL SI FR DK CY IT ES FI

(EMU-17 plus VK, Denemarken en Zweden)

Grafiek 2 - Begrotingssanering en ontwikkeling schuldgraad in 2010-2012


(EMU-17 plus VK, Denemarken en Zweden)
Totale wijziging schuldgraad 2012 t.o.v.2009 (in %-punten bbp) 60 50 40 30 20 10 0 -4 FI LU EE DK AT SE -2 0 ES CY SI SK NLFR DE MT IT BE UK IE PT EL

Gemiddelde jaarlijkse rele bbp-groei 2010-2012 (in %)

UK

IE PT

EL -2 0 2 4 6 8 10 12 14 Omvang sanering 2010-2012 (in % van het bbp) (*) 16

-10

10

12

14

16

Omvang sanering 2010-2012 (in % van het bbp) (*)


(*) Totale wijziging in het cyclisch-gezuiverd primair begrotingssaldo over 2010, 2011 en 2012 Bron: EC (AMECO)

(*) Totale wijziging in het cyclisch-gezuiverd primair begrotingssaldo over 2010, 2011 en 2012 Bron: EC (AMECO)

extra schulden op en waren vervolgens genoodzaakt het hardst te saneren. Grafiek 3 geeft enige indicatie dat de causaliteit toch vooral in de richting van de groei loopt. In de landen waar de sanering het zwaarst was, viel de gerealiseerde cumulatieve economische groei in 2010-2012 relatief gezien namelijk veel lager uit dan destijds, begin 2010, was voorspeld in de Stabiliteitsprogrammas van de landen. Een ander meetprobleem is dat er niet n multiplicator bestaat, maar meerdere afhankelijk van de aard van de budgettaire ingreep. De multiplicator voor de belastingen verschilt van die voor de overheidsuitgaven en ook per soort belastingen en bestedingen zijn er verschillen. Verder kunnen begrotingsmaatregelen ook vertraagde, dynamische effecten hebben op de economische activiteit. Zelfs langetermijneffecten zijn mogelijk. Zo kan cyclische werkloosheid die is ontstaan door een begrotingsconsolidatie structureel worden, waardoor het groeipotentieel van de economie op langere termijn wordt aangetast. Dat belastingverhogingen en besparingen via een vermindering van de vraag en productie leiden tot lagere groei vormt de hoeksteen van het Keynesiaanse denken. De doctrine gaat echter voorbij aan het feit dat economische agenten hun gedrag aanpassen aan de gewijzigde omgeving, waardoor multiplicatoren er anders kunnen uitzien dan a priori verwacht (d.i. de Lucas-kritiek). Zo zullen financile markten zich door de bezuinigingen minder zorgen maken over de kredietwaardigheid van de overheid. Hierdoor treedt een positief effect van lagere kapitaalmarktrentes op, waardoor multiplicatoren (ceteris paribus) lager liggen. Ook kunnen crowding out-effecten plaatsvinden (bv. lagere overheidsuitgaven die leiden tot meer private uitgaven). Het meest gekende niet-Keynesiaanse effect volgt uit de theorie van de Ricardiaanse equivalentie. Die houdt in dat gezinnen meer vertrouwen krijgen als de overheid haar schuld afbouwt, omdat het de toekomstige fiscale druk verlicht. Gezinnen zullen minder sparen en meer uitgeven

wanneer de overheid spaarzamer wordt. Het effect zou meer spelen in landen met een hoge overheidsschuld en eveneens hoge gezinsspaarquote. Bezuinigingen zouden in zon context zelfs een expansief groei-effect kunnen hebben. Om problemen van wederzijdse causaliteit, vertraagde effecten en Lucas-kritiek op te vangen, maken economen gebruik van specifieke methodes en modellen om begrotingsmultiplicatoren te schatten. Zo laten Vector Autoregressieve Modellen (VAR) toe om de effecten van autonome (exogene) wijzigingen in een variabele (bijv. een wijziging in de overheidsuitgaven) te identificeren die losstaan van allerlei endogene reacties. Een andere veel gebruikte methode is die van de Dynamische Stochastische Algemene Evenwichtsmodellen (DSGE). In tegenstelling tot traditionele macro-economische modellen zijn die gebaseerd op micro-economische grondslagen, waardoor ze minder kwetsbaar zijn voor de Lucas-kritiek.

Grafiek 3 - Begrotingssanering en voorspellingsfout economische groei 2010-2012


4 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 -12 -14 -16 -18 -20 -22 -4 SE FI AT DK LU MT Cumulatieve meer-/mindergroei t.o.v. voorspelling (**) DE SK FR NL IT CY ES SI BE

UK

IR

PT

EL -2 0 2 4 6 8 10 12 Omvang sanering 2010-2012 (in % van het bbp) (*) 14 16

(*) Totale wijziging in het cyclisch-gezuiverd primair begrotingssaldo over 2010, 2011 en 2012 (**) Realisatie cumulatieve rele bbp-groei 2010-2012 versus voorspelling in Stabiliteitsprogramma voorjaar 2010 Bron: EC (AMECO), diverse Stabiliteitsprogrammas

Een en ander heeft geleid tot een ruime empirische literatuur gewijd aan multiplicatoren. Daaruit volgt dat die erg kunnen verschillen, naargelang de aard en het tijdelijk/blijvend karakter van de beleidsingreep, maar ook tussen landen en in de tijd afhankelijk van specifieke structuurkenmerken en de omstandigheden waarin de economie zich bevindt. Toch komt men tot een aantal algemene bevindingen. Zo blijkt uit de meeste studies dat een vermindering van de overheidsconsumptie op korte termijn doorgaans een groter groei-effect heeft dan een belastingverhoging of snoeien in de uitkeringen (zie OESOschattingen in grafiek 4). Op wat langere termijn zouden belastingverhogingen evenwel relatief meer negatieve bijwerkingen hebben, vooral in landen waar de belastingdruk zich al op een hoog niveau bevindt. Een sanering via uitgavenbeperking zou, hoewel meer kortetermijneffecten, op termijn significant effectiever zijn met minder blijvende groeigevolgen.

Grafiek 4 - OESO-schatting begrotingsmultiplicatoren (%-daling van het reel bbp in het lopende jaar als gevolg van een budgettaire contractie ten belope van 1% bbp)
0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0

Consumptieuitgaven

Sociale uitkeringen

Indirecte belastingen

Directe belastingen

Een andere conclusie (bv. Spilimbergo et al., 2009) is dat de mulitplicatoren in normale omstandigheden lager zijn dan 1 en in kleine open economien meestal onder 0,5 liggen. In Andere recente studies bevestigen dat de multiplicatoren groter termen van sanering impliceert de lage multiplicator een slechts zijn in periodes van ernstige financieel-economische crisis (bv. beperkt negatieve groei-impact (grafiek 4). Dat multiplicatoren Auerbach en Gorodnichenko, 2012). De consensus lijkt alsmaar in open economien kleiner zijn, komt door weglekeffecten meer te zijn dat effecten van begrotingsconsolidatie op de en effecten op de concurrentiekracht. Het weglekeffect houdt economische groei het grootst zijn wanneer: (i) de economie in dat een zeker deel van de bezuinibeneden haar potentieel presteert gingen wegvloeit naar het buitenland Multiplicatoren kunnen erg verschil- (d.i. een negatieve outputgap), (ii) via de impact ervan op de invoer. de gezinnen en bedrijven bezig zijn len naargelang de aard van de Doorgaans heeft de internationale met schuldafbouw en (iii) de handelsbeleidsingreep maar ook tussen lan- partners eveneens hun overheidsuitconjunctuur in kleine open economien sowieso veelal een dominantere den en in de tijd afhankelijk van gaven terugschroeven of belastingen invloed op de economische groei dan structuurkenmerken en de omstan- verhogen. Ook de reactie van het begrotingsingrepen. Bezuinigingen digheden waarin de economie zich monetair beleid (iv) speelt hierbij een leiden bovendien tot een stijgende bevindt. rol. Wanneer de beleidsrente (zoals werkloosheid die op haar beurt de vandaag) al erg laag is, kan de cenlonen drukt, zodat de concurrentietrale bank die omwille van de nulonkracht verbetert. Dat leidt vooral in uitvoerafhankelijke landen dergrens (liquiditeitsval) namelijk niet verder verlagen om de (ceteris paribus) tot een toename van de buitenlandse handel, negatieve gevolgen van een budgettaire sanering te verzachten. waardoor de negatieve effecten op het bbp deels teniet worden gedaan. Enerzijds, anderzijds Naar aanleiding van de financieel-economische crisis is er recent opnieuw heel wat onderzoek gedaan naar de begrotingsmultiplicator. De meest opvallende studie was die van twee economen van het IMF, Olivier Blanchard en Daniel Leigh (2013), begin dit jaar. Zij becijferden dat de multiplicator van de overheidsfinancin waarmee in de meeste westerse landen doorgaans werd gewerkt vr de crisis, sinds de crisis sterk onderschat is. De multiplicator (in geval van sanering) zou sinds de Grote Recessie van eind 2008-begin 2009 eerder tussen 0,9 en 1,7 liggen. Het fors negatieve effect van bezuinigingen op de economische groei zou er in heel wat landen mee oorzaak van zijn dat de beoogde tekort- en schuldreductie niet kon worden gehaald. Ook het IMF begon zich bijgevolg openlijk vragen te stellen over de wenselijkheid van meer bezuinigingen op een ogenblik dat de economie op apegapen ligt. Een snelle toepassing van de bevindingen uit de literatuur op de actuele Belgische situatie geeft voor ons land niet direct uitsluitsel. Bepaalde aspecten doen grote multiplicatoren vermoeden: de financile crisis is niet weg en de Belgische economie presteert onder potentieel, veel van onze handelspartners zijn ook hard bezig met een begrotingsconsolidatie, de beleidsrente van de ECB zit dicht bij nul procent, de Belgische overheid betaalt op dit moment al een historisch lage rente op nieuw uitgegeven schuldpapier zodat consolidatie de rente niet veel verder kan drukken. Dit alles zet de stelling kracht bij dat de Belgische overheid inderdaad, zoals voorzien in de recente begrotingscontrole, beter de economische groei ontziet door wat trager te consolideren. De aanhangers van austeriteit vinden dan weer hun gelijk in aspecten die wijzen in de richting van lage (mogelijk zelfs positieve) multiplicatoren: Belgi is een

Kleine landen (gemiddelde van Oostenrijk, Belgi, Denemarken, Finland, Griekenland, Ierland, Nederland, Portugal en Zweden) Grote landen (gemiddelde van Duitsland, Frankrijk, Itali, Spanje, VK, VS, Japan, Canada en Australi) Bron: Barell, Holland en Hurst (2012)

Economische Berichten

Tabel 1 - Geschatte begrotingsmultiplicatoren voor Belgi


(%-daling reel bbp als gevolg van uitgavenvermindering resp. ontvangstenverhoging met 1%-punt bbp) Model/periode (1) OESO (2009) (2) OESO (2012) (3) NISER (2012) (4) Van Aarle (2013) (5) Peersman (2013) Gemiddelde van diverse modellen NiGEM model NiGEM model 1995kw1 - 2011kw4 2008m1 - 2012m9 Belgi Gem. EU-15 Belgi Gem. EU-15 Belgi Gem. EU-15 Belgi Belgi Snoeien in uitgaven Consumptie Uitkeringen 0,30 0,41 0,17 0,59 0,62 0,66 -0,19 -0,10 0,20 0,29 0,04 0,19 -0,94 Belastingverhoging Indirecte Directe 0,10 0,12 0,05 0,10 0,03 0,10 0,15 0,03 0,14 0,12 0,17

Bas van Aarle (2013, Vives) zouden besparingen in Belgi een stimulerend i.p.v. remmend effect hebben op de economische groei, zij het heel licht (al lijkt die in geval van uitkeringstransferten wel groot). Hun conclusie rekent sterk op de eerder aangehaalde niet-Keynesiaanse effecten en ontkent dat de economie kapot wordt gesaneerd.

Een blik op de evolutie van het Belgische cyclisch-gezuiverd priBronnen: mair overheidssaldo in de voorbije (1) OECD Economic Outlook 2009, Interim Report, Chapter 3: The effectiveness and scope of fiscal stimulus decennia bevestigt dat er geen (2) Barell R., D. Holland and I. Hurst (2012), Fiscal multipliers and prospects for consolidation, OECD Journal: Economic Studies, vol. 2012/1 (3) D. Holland and J. Portes (2012), Self-defeating austerity?, National Institute Economic Review, no. 222, October duidelijk verband is tussen de strek(4) B. van Aarle (2013), Budgettaire stress en groeivertraging in Belgi: welke opties op korte en langere termijn?, VIVES Briefings (5) G. Peersman (2013), Is Belgi zich kapot aan het besparen?, voorlopige paper Universiteit Gent king van de budgettaire politiek (saneren versus stimuleren) en de economische groei (zie grafiek 5). erg kleine open economie met belangrijke weglekeffecten, De gemiddelde jaarlijkse rele bpp-groei in de jaren van verhet bestaan van substantile automatische stabilisatoren, de betering van het saldo (saneringsjaren) bedroeg 2,0%, die in combinatie van een hoge staatsschuld en hoge spaarquote de jaren van verslechtering van het saldo (stimuleringsjaren) waardoor Ricardiaanse effecten kunnen spelen. lag met 2,2% slechts beperkt hoger (zie grafiek 6). De forse bezuinigingen in 1982-1990 en 1993-1998 lijken wel de stelling De weinige schattingen die over Belgische begrotingsmultite ondersteunen dat saneren de economische groei niet per se plicatoren beschikbaar zijn, helpen ons niet veel verder. Tabel hoeft te ondermijnen. Daar moet wel aan worden toegevoegd 1 toont de geschatte multiplicatoren in geval van sanering dat de overheid destijds een indrukwekkende reeks bijkoen met betrekking tot het lopende jaar. Het cijferwerk van mende maatregelen en hervormingen doorvoerde (onder meer de OESO en het Britse NISER (National Institute of Social and devaluaties van de frank en ingrepen in de loonvorming), die Economic Research) ligt in de lijn van meer algemene bevindinvia een verbetering van het concurrentievermogen groeibevorgen in de literatuur, namelijk: multiplicatoren voor Belgi, een derend werkten. Vandaag is dat veel minder het geval (zie verkleine open economie, die klein zijn en kortetermijneffecten der) en vindt, zoals eerder gesteld, de consolidatie op grotere die groter zijn bij een vermindering van de overheidsconsumpEuropese schaal plaats, met langs de kant van de monetaire tie dan bij een belastingverhoging. Twee recente papers van politiek weinig resterende slachtkracht. Belgische economen komen evenwel tot andere, zelfs tegengestelde bevindingen. Volgens Gert Peersman (2013, UGent) en

Grafiek 5 - Budgettaire politiek en economische groei in Belgi (1970-2013)


8 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8 1970 73 76 79 82 85 88 91 94 97 2000 03 Rele bbp-groei (in %) Cyclisch-gezuiverd primair saldo (in % van het bbp)
Bron: EC (AMECO)

Grafiek 6 - Budgettaire politiek en economische groei in Belgi (1970-2013)


7 6 5 Rele bbp-groei (in %) 4 3 2 1 0 -1 -2 -3 -4 -5 stimuleringsjaren saneringsjaren 5 -4 -3 -2 -1 0 1 2 3 4 Wijziging cyclisch-gezuiverd primair saldo (in %-punten bbp) Gemiddelde jaarlijkse groei =2,2% Gemiddelde jaarlijkse groei = 2,0%

06

09

12

Bron: EC (AMECO)

Geen beleidsrichtsnoer

Hervormingstraject

De ongrijpbaarheid van de multiplicatoren impliceert dat het Ook Belgi kreeg van de Commissie groen licht om het sanesaneringsdebat onder politici vaak een kwestie is van ideologie ringstempo in 2013 wat te matigen (d.w.z. een begrotingsen partijpolitieke strategien. Of we de strakke begrotingsdoeltekort van 2,5% van het bbp i.p.v. de eerder vooropgestelde stellingen maar beter (tijdelijk) naast ons neer leggen, of juist niet, 2,15%), op voorwaarde dat ons land dit jaar structureel 1% van komt dan neer op de traditionele tegenstelling tussen rechtse het bbp bespaart. Op dat laatste vlak moeten we dan wel een politici, die gezonde publieke financin hoog in het vaandel voesterkere inspanning leveren dan in de voorbije jaren. De jongren, en linkse politici, die vrezen voor sociale gevolgen van een ste drie jaar maakte Belgi inzake structurele ingrepen nameharde discipline. In Belgi is dat niet anders. Het zou in principe lijk geen al te goede beurt. In 2010 bedroeg de structurele helpen, mocht een onafhankelijke verbetering van de Belgische overoverheidsinstantie in ons land berekeAangezien de grootteorde en stabili- heidsbegroting 0,5% van het bbp, in ningen maken met betrekking tot de 2011 was er een verslechtering ten teit van de multiplicatoren met grote belope van 0,2% van het bbp en in doorwerking van beleidsmaatregelen op de groei. In Nederland bijvoor- onzekerheid omgeven zijn, is het 2012 opnieuw een verbetering van beeld gebeurt dat door het Centraal voor de overheid nagenoeg onmo- 0,6% van het bbp. Gemiddeld is dat Planbureau (CPB). In het Belgische gelijk om er in de praktijk rekening een structurele sanering van slechts debat is er vooral aandacht voor de mee te houden. 0,3% van het bbp per jaar. De door omgekeerde relatie, namelijk de gevolEuropa vereiste jaarlijkse structurele gen van de economische groei op de aanpassing die het begrotingstekort begrotingssituatie. Over de effecten van de budgettaire politiek in 2012 moest terugdringen tot 3% van het bbp (kaderend in op de economie vinden we in de diverse publieke bronnen (bijv. de Excessive Deficit Procedure) bedroeg 0,75% per jaar. Meer de Economische Begroting van het Planbureau, de Algemene dan het dubbele dus. Omdat het de Europese doelstelling niet Toelichting bij de begroting, de adviezen van de Hoge Raad van heeft gehaald, riskeert ons land nu een Europese boete die Financin en het Monitoringcomit) niets terug. De Nederlandse theoretisch kan oplopen tot ruim 700 miljoen euro. ervaring leert evenwel dat ook de CPB-berekeningen ter discussie blijven staan (zie bv. Stegeman en Kamalodin, 2013). Bovenop de onzekerheid over de multiplicatorwerking is er nu onduidelijkheid over het structurele karakter van de jongste Het probleem blijft dus dat noch de voorstanders noch de begrotingscontrole. Hoewel veel (kleine) maatregelen ontegentegenstanders van austeriteit hun stellingname hard en ondubsprekelijk structurele ingrepen inhouden, is dat voor sommige belzinnig met cijfers kunnen staven. Wanneer de multiplicatoren (grote) posten, althans volgens de geest, niet zo (onder meer gekend zouden zijn, dan kon de overheid er zich desgevallend op de structurele meevaller van 321 miljoen euro extra winst die baseren bij het uitstippelen van het tempo van de consolidatie en de NBB zal uitkeren). Bijgevolg blijft het onzeker of Europa hierde beste keuze van maatregelen. Aangezien de grootteorde en mee akkoord zal gaan. Duidelijk is wel dat de overheid opnieuw stabiliteit van de multiplicatoren met grote onzekerheid omgeniet de gelegenheid heeft genomen om echt grote hervorminven zijn, is het voor de overheid nagenoeg onmogelijk om er in gen door te voeren in de fiscaliteit, het overheidsapparaat, de de praktijk rekening mee te houden. Aangezien ramingen van arbeidsmarkt of de sociale zekerheid. De voorbije crisisjaren de multiplicatoren fout kunnen zijn, en dus ook beleidsbeslissinhebben een aantal negatieve ontwikkelingen van de Belgische gen die erop zouden gebaseerd zijn, mogen zij bijgevolg geen economie (de verslechtering van onze concurrentiepositie, dominant richtsnoer zijn voor de te voeren budgettaire politiek. daaraan gekoppeld het wegkwijnen van het externe overschot, de stevige toename van het aantal ambtenaren, de blijvende De nieuwe focus die de Europese Commissie legt op strucmismatch op de arbeidsmarkt,) zichtbaar aan de oppervlakte tureel ingrijpen in de overheidsfinancin ligt in lijn met het gebracht. Geen van deze ontwikkelingen zorgen op dit ogenmoeilijk inschatten van de multiplicatoren. Zij erkent enerzijds blik voor acute problemen, maar samen ondermijnen ze wel de mogelijkheid dat te hard saneren averechts werkt, maar het toekomstpotentieel en de stabiliteit van onze economie. gaat er tegelijk vanuit dat dit de landen geen vrijgeleide biedt Voor sommige van de problemen werden al met mondjesmaat om weinig of niets te moeten doen. Praktisch heeft dat ertoe goede maatregelen genomen. De vrees blijft echter dat zij geleid dat de budgettaire teugels in nominale termen enigsruim onvoldoende zijn om het economisch groeipotentieel en zins mogen worden gevierd, op voorwaarde dat de lidstaten de houdbaarheid van de overheidsfinancin voldoende structureel blijven besparen en hervormen. Terwijl tegen de vergrijzingsachtergrond te vrijwaren. de kortetermijneffecten van budgettaire maatregelen op de De wat minder restrictieve invulling van de economie onzeker kunnen zijn, kan wel met meer zekerheid budgettaire politiek op de korte termijn moet worden gesteld dat structurele ingrepen de houdbaarheid van dan ook aanleiding zijn voor een grootser trade publieke financin op de langere termijn garanderen, vaak ject van meer diepgaande hervormingen (1). Johan Van Gompel johan.vangompel@kbc.be via de ondersteuning van het groeipotentieel van de economie.

(1) In de besluiten van haar jongste Artikel IV-visitatie in Belgi (27 maart 2013) stelt ook het IMF dat zij encourages the [Belgian] authorities to use the window of opportunity that exists before the next elections to advance the structural reform agenda and lock in some durable growth-enhancing fiscal adjustment. Voor een goed overzicht van noodzakelijke structurele hervormingen voor de Belgische economie, zie F. Heylen (2013).

Bibliografie A. Auerbach en Y. Gorodnichenko (2012), Measuring the output responses to fiscal policy, American Economic Journal: Economic Policy, American Economic Association vol. 4(2), blz. 1-27. O. Blanchard en D. Leigh (2013), Growth forecast errors and fiscal multipliers, IMF Working Paper WP/13/1. P. De Grauwe en J. Ji (2013), Self-fulfilling crises in the Eurozone: An empirical test, Journal of International Money and Finance nr. 34, blz. 15-36. F. Heylen (2013), Economisch beleid en crisis in Europa: evaluatie, en hoe nu verder?, UGent paper. D. Holland en J. Portes (2012), Self-defeating austerity?, National institute Economic Review nr. 222, blz. 4-10. G. Peersman (2013), Is Belgi zich kapot aan het besparen?, voorlopige paper Universiteit Gent A. Spilimbergo, S. Symansky en M. Schindler (2009), Fiscal multipliers, IMF Staff Position Note SPN/09/11. H. Stegeman en S. Kamalodin (2013), Meer doen door minder, ESB, 11 januari 2013. B. van Aarle (2013), Budgettaire stress en groeivertraging in Belgi: welke opties op korte en langere termijn?, VIVES Briefings.

U bent al KBC-Online-clint? Dan kunt u gratis onze Economische Berichten ontvangen per e-mail. Surf naar www.kbc.be/sb/e-nieuwsbrieven en registreer uw gegevens.

Voor vragen i.v.m. de inhoud van deze publicatie kunt u terecht bij: Johan Van Gompel (32) (0)2 429.59.54 E-mail: johan.vangompel@kbc.be Verantwoordelijke uitgever: Johan Van Gompel, Havenlaan 2, B-1080 Brussel Correspondentieadres & abonnementenbeheer: KBC Groep NV, Global Services, GCE, Havenlaan 2, 1080 Brussel, E-mail: economic.research@kbc.be Deze publicatie komt tot stand op de Chief Economist Department van KBC Groep. Noch de mate waarin de voorgestelde scenarios, risicos en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De prognoses zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies conform de Wet van 6 april 1995 inzake secundaire markten, het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledigheid ervan. Alle historische koersen, statistieken en grafieken zijn actueel tot en met 15 april 2013, tenzij anders vermeld. De beschreven meningen en vooruitzichten zijn die zoals ze gelden op 15 april 2013.