You are on page 1of 4

Economische Vooruitzichten Belgi

Na een woelig 2012 lijkt de Europese conjunctuur aan de beterhand. De herstelbeweging is vooral in Duitsland zichtbaar, maar ook in andere EMU-lidstaten zijn er tekenen van uitbodeming. Na de langdurige economische stilstand in 2011-2012 geven de recente indicatoren in Belgi nog een diffuus beeld. Toch zijn er ook bij ons prille indicaties dat de conjunctuur zich in positieve zin beweegt. Daarom behouden we onze groeivoorspelling voor 2013 op 0,5%.
ECONOMISCHE VOORUITZICHTEN BELGI (2013 -2014) 1. NATIONALE REKENINGEN
(rele jaarwijziging in %) Particuliere consumptie Overheidsconsumptie Investeringen in vaste activa Bedrijfsinvesteringen Overheidsinvesteringen Investeringen in woongebouwen Totale binnenlandse vraag Uitvoer van goederen en diensten Invoer van goederen en diensten Bruto binnenlands product (bbp) Beschikbaar gezinsinkomen Bruto-spaarquote van de gezinnen (in % beschikbaar inkomen)

Maart 2013

Consument overdreven pessimistisch over arbeidsmarkt Prille tekenen van economische herleving Inflatie duikt beneden die in de buurlanden Focus: Het spaargedrag van de gezinnen tijdens de crisis

2010
2,7 0,7 -1,4 -3,2 -3,1 3,1 1,4 9,6 8,9 2,4 -1,2 15,4

2011
0,2 0,8 4,1 8,6 5,3 -5,3 1,2 5,5 5,7 1,8 -0,8 14,4

2012
-0,7 0,1 -0,3 0,6 1,2 -2,8 -0,4 0,8 0,2 -0,2 -0,2 15,3

2013
0,1 0,3 0,1 0,4 0,7 -1,0 0,1 0,9 0,3 0,5 1,1 15,3

2014
1,0 0,5 1,8 2,0 0,8 0,9 1,1 4,2 3,9 1,5 1,5 14,5

2 EVENWICHTSINDICATOREN
2.1 Inflatie (gemiddelde jaarstijging in %) Consumptieprijzen Gezondheidsindex 2.2 Overheidsfinancin (in % van bbp) (cijfers bij ongewijzigd beleid) Financieringssaldo Primair saldo Overheidsschuld 2.3 Arbeidsmarkt Binnenlandse werkgelegenheid (verandering tijdens het jaar, in '000) Werkloosheidsgraad (einde jaar, EU-definitie) 2.4 Lopende rekening (in % van bbp)

2010
2,2 1,7

2011
3,5 3,1

2012
2,8 2,7

2013
1,0 1,1

2014
1,7 1,6

-3,8 -0,4 95,6 59 7,6 1,9

-3,7 -0,4 97,8 53 7,1 -1,4

-3,0 0,3 99,6 -12 7,5 -0,9

-2,4 0,8 99,3 15 7,9 -0,5

-2,5 0,6 98,5 30 7,7 -0,1

Onze publicaties zijn online beschikbaar, via www.kbc.be/economischevooruitzichten/. U kunt ze ook gratis ontvangen per e-mail. Surf naar www.kbc.be/sb/e-nieuwsbrieven en registreer uw gegevens.

Voor vragen i.v.m. de inhoud van deze publicatie kunt u terecht bij: Johan Van Gompel (32) (0)2 429.59.54 E-mail: johan.vangompel@kbc.be Verantwoordelijke uitgever: Johan Van Gompel, Havenlaan 2, B-1080 Brussel Correspondentieadres & abonnementenbeheer: KBC Groep NV, Global Services, GCE, Havenlaan 2, 1080 Brussel, E-mail: economic.research@kbc.be Deze publicatie komt tot stand op de Chief Economist Department van KBC Groep. Noch de mate waarin de voorgestelde scenarios, risicos en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De prognoses zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies conform de Wet van 6 april 1995 inzake secundaire markten, het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledig1 heid ervan. Alle historische koersen, statistieken en grafieken zijn actueel tot en met 20 februari 2013, tenzij anders vermeld. De beschreven meningen en vooruitzichten zijn die zoals ze gelden op 20 februari 2013.

EconomischeVooruitzichten

Belgi

Voorzichtig herstel in aantocht


Na de bekendmaking van de eerste raming voor de vierdekwartaalgroei opperden sommigen dat Belgi in een nieuwe recessie verkeert. Volgens de definitie van minstens twee opeenvolgende negatieve groeicijfers is dat strikt genomen het geval. In het tweede, derde en vierde kwartaal van 2012 kromp de activiteit met respectievelijk -0,5%, -0,03% en -0,1%. Gezien de kleine cijfers in de tweede jaarhelft gaat het evenwel om een milde terugval die niet overeenstemt met wat doorgaans onder het woord recessie wordt verstaan. Ter vergelijking: tijdens de Grote Recessie van eind 2008-begin 2009 kromp het bbp met 4,3%, tegenover cumulatief slechts 0,6% in de drie krimpkwartalen van 2012. De voorbije toestand kunnen we beter omschrijven als een langdurige stagnatie, die al sinds begin 2011 aanhoudt. Met zeven kwartalen op rij van negatieve of erg lage groei (minder dan 0,25% kwartaal-op-kwartaal) is dit de langstdurende malaise in de naoorlogse periode, op die van begin de jaren 80 na (toen waren er elf opeenvolgende kwartalen van negatieve of erg lage groei). Terwijl de terugval tijdens de Grote Recessie te wijten was aan de uitvoer en bedrijfsinvesteringen, was het zwakke klimaat van de voorbije twee jaar eerder consumptiegedreven. Het consumentenvertrouwen ging sinds begin 2011 in vrije val en zakte in Vlaanderen in januari zelfs even beneden het dieptepunt tijdens de Grote Recessie (linkse grafiek). Het negatieve sentiment heeft vooral te maken met de vrees voor werkloosheid. Ongetwijfeld hebben een aantal aangekondigde massaontslagen in grote industrile bedrijven, waaronder Ford Genk, die vrees aangewakkerd. Het valt echter op dat het negativisme over de arbeidsmarkt niet met de feitelijke ontwikkeling van de werkloosheid overeenstemt (rechtse grafiek). Ook tijdens de Grote Recessie was dat zo. Meer nog dan in die periode bleef de toename van de werkloosheidsgraad in 2012 beperkt. De stijging dateert bovendien van in de eerste jaarhelft, met een nagenoeg stabilisatie van de werkloosheidsgraad op 7,5% sinds de zomer. Dat cijfer is nog altijd beduidend lager dan de 11,7% in de EMU. Ook de terugval in de werkgelegenheid met 0,2% (10.000 banen) tussen het derde kwartaal van 2012 en het laatste van 2011 was kleiner dan die in de gehele EMU (-0,6%). allicht nog oplopen. Toch gaan wij niet uit van een dramatische verslechtering. Er is niet alleen een zeker absorptievermogen van de arbeidsmarkt door het nog behoorlijk aantal openstaande vacature (zie vorig nummer van deze publicatie). Ook zijn er prille indicaties dat de conjunctuur in positieve zin aan het keren is. Een hoopgevend element daarbij zijn de goede vooruitzichten voor de Europese groeimotor Duitsland, die van de relatief gunstige wereldwijde conjunctuur, vooral in de VS en in China, profiteert. De sterke stijging van de voorlopende component van de Duitse Ifo-indicator wijst in die richting. Ook elders in Europa, waaronder het VK, Spanje en Itali, vertoont het producentenvertrouwen tekenen van uitbodeming. In Belgi is dat eveneens het geval voor de NBB-indicator. Het valt te verwachten dat de indicator in het zog van de Duitse Ifo de komende maanden zal verbeteren. Wij gaan er dan ook van uit dat in 2013 een langzaam maar zeker herstel van de Belgische economie zich aandient. Dat zal bij beetjes door de verschillende bbp-componenten worden gevoed. Het opklaren van de Europese conjunctuurhemel zal de uitvoer goed doen. In het najaar van 2012 was er al indicatie van een sterkere jaarstijgingsdynamiek

Prille herstelsignalen
De arbeidsmarkt reageert doorgaans met vertraging op conjunctuur en dus zal de werkloosheid de komende maanden

(indicator van consumentenvertrouwen, afwijking van LT-gemiddelde) 2 1,5 1 0,5 0 -0,5 -1 -1,5 -2 -2,5 -3 2007 Vlaanderen Walloni 08 09 10 11 12 13 7 6 5 1985 10 9 8 11

Forse verbetering sentiment begin 2013

Consument nog altijd overdreven pessimistisch over arbeidsmarkt


80 70 60 50 40 30 20 10 0 -10 88 91 94 97 2000 03 06 09 12 -20

Werkloosheidsgraad (Eurostat, linkse schaal) Verwacht verloop werkloosheid (consumentenvertrouwen, rechtse schaal)

van de Belgische uitvoer naar de andere EU-lidstaten. Ook de halfjaarlijkse investeringsenqute van de NBB was eind 2012 vrij optimistisch. Volgens de enqute zouden de investeringen van de Belgische industrile bedrijven in 2013 zelfs met 13,7% toenemen. Meestal blijkt dit vroege vooruitzicht voor het komende jaar achteraf veel te hoog ingeschat. Ook ditmaal zal dat waarschijnlijk het geval zijn, al ligt het cijfer nu wel ruim hoger dan het gemiddelde van alle vroege investeringsinschattingen sinds 1980. Ten slotte zien we ook de particuliere consumptie in 2013 geleidelijk herstellen. Naarmate duidelijk wordt dat de vrees voor werkloosheid overdreven is, zullen de gezinnen hun vertrouwen herwinnen en hoeven zij hun spaarneiging niet verder op te drijven (zie focus blz. 4). In februari was er trouwens al een duidelijke kentering van het consumentenvertrouwen (linkse grafiek blz. 1). De inflatie, gemeten door het nationale indexcijfer, zal in 2013 fors afnemen tot gemiddeld 1,0%, tegenover 2,8% in 2012. De afkoeling is toe te schrijven aan drie factoren: de daling van de olieprijs in euro, de prijsverlaging voor gas en elektriciteit die leveranciers begin 2013 doorvoerden en de doorrekening van de koopjes in het indexcijfer. Er werd beslist

om het koopjeseffect te spreiden in de tijd en niet via twee schokken, in januari en juli, op de inflatie te laten inwerken. De groeivoet van de gezondheidsindex, die bij de loonindexering wordt gehanteerd, zal in 2013 zon 0,7 procentpunt lager uitkomen dan de door ons voorspelde gemiddelde inflatie in Nederland, Duitsland en Frankrijk. In 2008-2012 lag die groeivoet gemiddeld 0,7 procentpunt per jaar hoger dan in de buurlanden. De kunstmatige indexingreep draagt dus bij tot het indijken van onze concurrentiekrachthandicap. De uitwerking ervan is echter eenmalig en het valt te betwijfelen of zonder een meer structurele hervorming van het indexsysteem de handicap tegen 2018 zoals vooropgesteld volledig zal zijn weggewerkt. Door de indexmanipulatie is het officile inflatiecijfer trouwens verworden tot een beleidsinstrument. De geharmoniseerde Eurostat-inflatie, die een correcte vergelijking tussen de lidstaten mogelijk maakt, lag voor Belgi in januari bijna een half procentpunt hoger dan het nationale cijfer.

Foute voorspellingen
Door het gematigd optimisme behouden we onze groeivoorspelling voor 2013 op 0,5%. Dat is 0,3 procentpunt hoger dan

de 0,2%-groei die het Planbureau begin februari naar voren schoof ten behoeve van de begrotingscontrole. Bij de begrotingsopmaak voor 2013 ging het Planbureau nog uit van een groei van 0,7%. Uit de lagere voorspelling werd afgeleid dat de overheid voor een paar miljard euro nieuwe inspanningen moet leveren om dit jaar uit te komen op het afgesproken tekort van 2,15%. In welke mate de groei in 2013 effectief voor een tegenvaller in de overheidsbegroting zal zorgen, blijft vandaag echter erg onduidelijk. De voorbije jaren week de gerealiseerde groei beduidend af van de door het Planbureau bij het begin van het jaar voorspelde groei. In neergaande fasen was dat verschil negatief (0,9, 1,0 en 0,3 procentpunt te hoog ingeschatte groei in 2008, 2009 en 2012), in herstelfasen positief (1,0 procentpunt te laag ingeschatte groei in 2010) (rechtse grafiek). De kans is reel dat ook in 2013 de groei zal verrassen. De prille conjunctuurkentering is wel nog geen uitgemaakte zaak en risicos als een opflakkering van de eurocrisis of de appreciatie van de euro kunnen roet in het eten gooien.

Johan Van Gompel johan.vangompel@kbc.be

Inflatie in 2013 lager dan in de buurlanden


5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 -0,5 1999 2001 03 05 07 09 11 13 (*) -3 1 0 -1 -2 2 3

Raming rele bbp-groei Planbureau ten behoeve van de begroting

2008

09

10

11

12

13

Belgi - gezondheidsinflatie Belgi - algemene inflatie

3 buurlanden - algemene inflatie

(*) voorspelling

Groeiraming bij begrotingsopmaak (najaar t-1) Groeiraming bij begrotingscontrole (voorjaar t) Feitelijke groei

EconomischeVooruitzichten

Belgi

Focus
Het spaargedrag van de gezinnen tijdens de crisis
Algemeen wordt aangenomen dat de Belgen notoire spaarders zijn. Het voorbije anderhalve decennium lag de spaarquote (d.i. het deel van het beschikbaar inkomen dat wordt gespaard) van de Belgische gezinnen gemiddeld zon 2,5% procentpunten hoger dan in de eurozone. De Belgische spaarquote gaf sinds midden de jaren 80 niettemin een erg wisselend verloop te zien, met behoorlijke schommelingen tussen 13% en 20%. In het derde kwartaal van 2012 (het laatst beschikbare cijfer) bedroeg de spaarquote 15,6%. Dat is iets lager dan het langdurig gemiddelde van 16% en, in tegenstelling tot wat de voorbije maanden nogal eens werd geopperd, dus zeker niet historisch hoog. Besparingen van de gezinnen zijn het resultaat van een complex samenspel van economische, psychologische en demografische factoren. Naargelang de omstandigheden zijn andere verklaringen voor het spaargedrag van toepassing. Zo wordt de stijging van de spaarquote tot 1995 vaak verklaard door de oplopende schuldenlast van de overheid in die tijd. Onderliggend vertroebelt de demografie het beeld. De spaarquote verschilt per leeftijdscohorte en dus kunnen wijzigingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking de macro-economische spaarquote benvloeden. Op de korte termijn heeft het wisselend verloop van de spaarquote echter vooral te maken met de conjuncturele situatie en het daaraan gerelateerde vertrouwen van de gezinnen in de toekomst. In periodes van economische onzekerheid, in het bijzonder inzake de situatie op de arbeidsmarkt, zijn die geneigd hun voorzorgssparen te versterken, en omgekeerd. Dat verband kan worden gellustreerd aan de hand van de indicator van het consumentenvertrouwen, meer bepaald de component die peilt naar de verwachtingen inzake het verloop van de werkloosheid voor het komende jaar (linkse grafiek). Door het geschokte vertrouwen ingevolge de financile crisis steeg de spaarquote begin 2009 tot een recordniveau van bijna 20%. Dat de gezinsconsumptie tijdens de Grote Recessie desondanks goed standhield, had te maken met de veerkracht van de werkgelegenheid en een indexeringseffect. De forse versnelling van de inflatie in 2008 gaf in 2009 nog aanleiding tot een indexering van de lonen en sociale uitkeringen. Het reel beschikbaar inkomen nam daarom in volle crisis nog sterk toe. Tijdens het daaropvolgende herstel deed het omgekeerde zich voor. Het reel beschikbaar inkomen kromp in 2010, maar door de terugval van de spaarquote ingevolge het wegebben van de onzekerheid kon de consumptie in dat jaar stevig groeien (rechtse grafiek). Sinds het voorjaar van 2011 is het consumentenvertrouwen opnieuw fors verslechterd. Eind 2012 werd inzake pessimisme over het toekomstig verloop van de werkloosheid een niveau bereikt dat niet ver verwijderd is van de piek tijdens de Grote Recessie. Dat zette de gezinnen ertoe aan om hun voorzorgssparen opnieuw wat te vermeerderen. Gecombineerd met de matige rele inkomensontwikkeling zorgde dat voor een afname van de consumptie die groter en van langere duur was dan die tijdens de Grote Recessie. In het derde kwartaal van 2012 leek een kentering ingezet, maar, voortgaande op de eerste groeiraming, doet de nieuwe bbp-krimp in het laatste kwartaal vermoeden dat de consumptie weer zal zijn gekrompen. De vraag is nu of de spaarquote in lijn met de vrees voor werkloosheid verder zal toenemen. Wij gaan ervan uit dat dat niet het geval zal zijn. Doordat het reel beschikbaar gezinsinkomen opnieuw zal stijgen, kan de consumptie dit jaar toch beperkt groeien. De visie over de spaarquote is ingegeven door het feit dat de vrees voor werkloosheid fel overdreven is en verder zal corrigeren naarmate duidelijk wordt dat, net als tijdens de Grote Recessie, de toename van de werkelijke werkloosheid binnen de perken blijft.

Spaarquote en verwacht verloop van de werkloosheid


22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 1985 88 91 94 97 2000 03 06 09 12
Gemiddelde spaarquote 1985-2012

Spaarquote opnieuw wat hoger in 2012


80 70 60 50 40 30 20 10 0 -10 -20
98 Q4 2007 08 100 102 14 104 18 106 20

16

12

09

10

11

12

10

Verwacht verloop werkloosheid (consumentenvertrouwen, rechtse schaal) Spaarquote gezinnen (in % beschikbaar inkomen, linkse schaal)

Rele particuliere consumptie (Q4 2007 = 100) Reel beschikbaar gezinsinkomen (Q4 2007 = 100) Spaarquote gezinnen (in % beschikbaar inkomen, rechtse schaal)
Rele particuliere consumptie (Q4 2007 = 100) Reel beschikbaar gezinsinkomen (Q4 2007 = 100) Spaarquote gezinnen (in % besschikbaar inkomen, rechtse schaal)