You are on page 1of 4

Economische Vooruitzichten Update

Fiscal cliff voorlopig omzeild 2013 jaar van consolidatie Keerpunt monetair beleid in zicht?

Februari 2013

Consolidatie
Na een woelig 2012 zal 2013 allicht een jaar van economische consolidatie worden. De grootste conjunctuurrisicos voor de wereldeconomie lijken voorlopig geweken. De Amerikaanse conjunctuur stortte eind december 2012 niet in de gevreesde fiscal cliff. Vijf minuten na twaalf bereikten Democraten en Republikeinen een gedeeltelijk compromis en stelden ze de besprekingen over de automatische overheidsbesparingen en het optrekken van het schuldplafond een tweetal maanden uit. Dat betekent dat de onderliggende conjuncturele dynamiek zijn herstel langzaam maar zeker kan voortzetten en in 2013 allicht voor een rele bbp-groei van 2,1% zorgen. Het verder herstel van de bouwsector, de koopkrachtondersteuning van de gezinnen door de verwachte daling van de energieprijzen, een verdere daling van de spaarquote van de Amerikaanse consument en de inhaalvraag voor investeringen zijn de belangrijkste ingredinten van de Amerikaanse groeicocktail. Ook de Chinese conjunctuur zet het jaar

van de slang robuust in. Het dieptepunt van de Chinese economische cyclus lag in het eerste kwartaal van 2012. Sindsdien kende de Chinese economie een gestage groeiversnelling. Dat wordt ook bevestigd door het sterke producentenvertrouwen, dat zich continu boven het neutrale peil bevindt. Ondanks de moeilijkheden gepaard met de overgang van een uitvoergeleid groeimodel naar een model dat meer door de binnenlandse vraag wordt gedragen, zal het Chinese rele bbp in 2013 allicht nog altijd een groei van circa 8,1% kennen. In de EMU zijn in 2012 een aantal verregaande beleidsbeslissingen genomen zoals de creatie van het permanente noodfonds ESM, belangrijke stappen naar een Europese bankenunie en vooral de ECB die bereid was via haar OMT-programma haar rol als ultieme beschermer van de euro te spelen. 2013 zal vooral een jaar worden van implementatie van de genomen beslissingen. In deze politieke consolidatiefase is het waarschijnlijk dat ook de Europese conjunctuurcyclus in de loop van de eerste

helft van 2013 het dieptepunt van de recessie achter zich laat. Dat scenario wordt gevoed door een wat pragmatischere houding van onder meer de Europese Commissie ten aanzien van het Stabiliteits- en Groeipakt. Het saneringsbeleid zal hierdoor allicht minder op de economische groei wegen. Een tweede hoopgevend element zijn de vooruitzichten voor de Europese groeimotor Duitsland, die van de relatief gunstige wereldwijde conjunctuur, vooral in de VS en in China, profiteert. De stijging van de voorlopende component van de Duitse Ifo-indicator wijst in die richting. Op hun beurt zullen de Zuid-Europese economien hier baat bij hebben in de loop van 2013: het producentenvertrouwen in Spanje en Itali vertoont eerste tekenen van uitbodeming.

Keerpunt?
Tegen de achtergrond van de afgenomen politiek-economische risicos en de toegenomen rust op de financile markten, beginnen enkele van de grote centrale banken hun monetair beleid te (her)overwegen. Zo is volgens ECB-

Onze publicaties zijn online beschikbaar, via www.kbc.be/economischevooruitzichten/. U kunt ze ook gratis ontvangen per e-mail. Surf naar www.kbc.be/sb/e-nieuwsbrieven en registreer uw gegevens.

Voor vragen i.v.m. de inhoud van deze publicatie kunt u terecht bij: Dieter Guffens (32) (0)2 429.62.87 E-mail: dieter.guffens@kbc.be Verantwoordelijke uitgever: Johan Van Gompel, Havenlaan 2, B-1080 Brussel Correspondentieadres & abonnementenbeheer: KBC Groep NV, Global Services, GCE, Havenlaan 2, 1080 Brussel, E-mail: economic.research@kbc.be Deze publicatie komt tot stand op de afdeling Economic Research van KBC Groep. Noch de mate waarin de voorgestelde scenarios, risicos en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De prognoses zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies conform de Wet van 6 april 1995 inzake secundaire markten, het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledigheid ervan. 1 Alle historische koersen, statistieken en grafieken zijn actueel tot en met 17 januari 2013, tenzij anders vermeld. De beschreven meningen en vooruitzichten zijn die zoals ze gelden op 23 januari 2013.

EconomischeVooruitzichten

Update

voorzitter Draghi de EMU-conjunctuur aan het stabiliseren en verbeterde het vertrouwen op de financile markten zelfs significant. Samengevat komt dat erop neer dat de ECB haar beleidsrente niet verder verlaagt. Het is echter nog te vroeg om te spreken van een beginnende exit van de ECB uit haar extreem stimulerend beleid. Niettemin stellen we vast dat de liquiditeitsvoorziening door de ECB aan de financile sector langzaam maar zeker opnieuw afneemt. Dat illustreert nogmaals dat de nietconventionele beleidsmaatregelen van de ECB bij constructie zelfuitdovend zijn en er bijgevolg geen nood is aan een expliciete exit-strategie. Dat is wel nodig in de VS, waar de Fed haar beleid vooral versoepelt door de aankoop van obligaties op de secundaire markt. Deze vorm van ingrijpen is immers niet zelfuitdovend. Bovenop de start van de maandelijkse aankoop van hypotheekgerelateerde obligaties in september 2012 (QE3) en van langlopende overheidsobligaties in december 2012 (QE4) besliste de Fed bovendien dat ze die aankopen zolang zou volhouden tot de werkloosheidsgraad tot 6,5% gedaald is (nu 7,8%), weliswaar op voorwaarde dat de verwachte inflatie niet oploopt boven 2,5%. Ook binnen de Fed komen er stemmen op dat dit soort van beleid een brug te ver gaat. Zo verklaarden bijvoorbeeld de Fed-bestuurders Yellen

en Lacker dat het vermogen van het Fedbeleid om de werkloosheidsgraad nog voelbaar en duurzaam te verlagen, wordt overschat en dat het huidige Fed-beleid de kiemen van een monetaire ontsporing, lees oplopende inflatie, zaait. Deze opkomende discussie binnen de Fed over de grenzen van het monetaire beleid wijst erop dat de Fed langzaam begint na te denken hoe een exit-strategie eruit kan zien. Meteen betekent dit ook dat de steunaankopen door de Fed aan het lange einde van de rentecurve wel eens sneller kunnen uitdoven dan de markt op dit moment verwacht. Wanneer dat gebeurt, is het risico op een plotse en forse opwaartse rentesprong niet ondenkbaar.

lementsverkiezing van december zette de nieuwe Japanse premier Abe de centrale bank zwaar onder druk om dit probleem aan te pakken. Het resultaat is ten eerste een substantieel hogere aankoop van overheidsobligaties door de centrale bank vanaf 2014, tot de inflatie de verhoogde doelstelling van 2% bereikt. Deze actie wordt gecombineerd met budgettaire stimuli en structurele hervormingen van onder meer het belastingsstelsel. De facto is dit een bijkomende monetaire financiering van budgettaire stimuleringsmaatregelen. Dat plan lijkt sterk op een beleidsvoorstel dat de huidige Fed-voorzitter Bernanke in 2003 deed om de Japanse economie uit de deflatoire spiraal te bevrijden. Het positieve nieuws is dat een dergelijke cordinatie van expansief monetair en budgettair beleid bijna per definitie een deflatierecessiespiraal kan doorbreken indien ze voldoende grootschalig wordt doorgevoerd. Anderzijds leidt deze noodrem voor de korte termijn tot moeilijk in te schatten risicos voor de stabiliteit van het financile systeem op langere termijn. De exit-strategie van de Bank of Japan zal dan ook vele malen moeilijker zijn dan die van haar Amerikaanse en vooral haar Europese collegas.
Dieter Guffens dieter.guffens@kbc.be

Bernanke-fix
De Japanse centrale bank gaat op dit ogenblik de andere richting uit. Weliswaar was zij in de jaren 90 de uitvindster van het nulrentebeleid, maar na het faillissement van Lehman in 2008 bleef de Bank of Japan opmerkelijk terughoudend in vergelijking met de kwantitatieve versoepelingen door de Fed, de Bank of England en de ECB. Een van de gevolgen hiervan was een bijzonder sterke appreciatie van de JPY ten opzichte van de USD, die zowel de Japanse uitvoergroei fnuikte als de deflatoire druk verhoogde. Na de par-

Terughoudendheid Japanse centrale bank tijdens Grote Recessie...


(balansen centrale banken, nationale munt, xxx=100) 600 500 400 300 200 100 0 2007 Fed ECB 130 120 110 100 90 80 70 2007

...leidde tot sterke appreciatie JPY


(JPY per USD)

08

09

10

11 Bank of England Bank of Japan

12

13

08

09

10

11

12

13

EconomischeVooruitzichten

Grafieken

Economische activiteit in OESO


(kwartaalwijziging op jaarbasis in %) 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 2007 08 09 10 11 12 10 8 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 -2 -3 -4 2007 1 0 -1 2

(standaardafwijking van het LT-gemiddelde)

Vertrouwen G4

08 Ondernemers Consumenten

09

10

11

12

Bbp (reel, linkse schaal) Voorlopende indicator (rechtse schaal)

(consumptieprijsindex, jaarwijziging in %) 6 5 4 3 2 1 0 -1 -2 -3 2007 VS EMU 0 08 09 10 11 OESO 12 2007 08 200 300

Inflatie

Grondstoffenprijzen
(januari 2005=100)

BBP (reel)

Voorlopende indicator

100

09

10

11

12

13

Olie (brent, dollar per vat) Industrile metalen (Economist) Landbouw en voeding (S&P GSCI)

Ondernemers Renteverloop VS
VS
6 5 4 3 2 1 0 2007

EMU

(in %)

Consumenten
6 5 4 3 2

Renteverloop EMU
(in %)

OESO

1 Olie (brent, dollar per vat) 08 09 10 11 12 13

Obligatierente (10-jaar) Beleidsrente

Industrile metalen (S&P GSCI) Duitse obligatierente (10-jaar)


08 09 10 Beleidsrente

0 2007

11

12

13

Landbouw en voeding (S&P GSCI)

EconomischeVooruitzichten

Tabellen

Rele bbp-groei
2013 2014 2013

Inflatie
2014 17-01-2013 +3m

Beleidsrentes
+6m +12m

VS EMU Belgi Duitsland VK Zweden Noorwegen Zwitserland Slowakije Polen Tsjechi Hongarije Bulgarije Rusland Turkije Japan China Australi NIeuw-Zeeland Canada

2,1 0,0 0,5 0,9 0,8 1,1 2,2 1,4 1,5 1,2 0,0 0,5 1,6 3,4 3,6 0,8 8,1 2,5 2,5 2,3

2,7 1,4 1,5 1,9 1,8 2,0 2,5 1,6 2,5 2,8 2,0 0,7 2,1 3,4 3,8 1,0 8,1 2,7 2,4 2,4

1,6 1,8 1,5 1,5 2,4 1,3 1,6 0,4 2,4 2,4 3,0 5,2 3,0 5,7 6,9 0,1 3,2 2,9 1,6 1,8

2.1 1.8 2.0 1.6 2.2 1.9 1.7 0.8 3,0 2,7 2,5 4,0 3,1 5,0 6,7 0,4 3,5 2,7 2,0 2,0

VS EMU VK Zweden Noorwegen Zwitserland Polen Tsjechi Hongarije Roemeni Rusland Turkije Japan China Australi Nieuw-Zeeland Canada

0,25 0,75 0,50 1,00 1,50 0,13 4,00 0,05 5,75 5,25 8,25 5,50 0,10 6,00 3,00 2,50 1,00

0,25 0,75 0,50 1,00 1,50 0,13 3,50 0,05 5,75 5,25 8,25 5,50 0,10 6,00 2,75 2,50 1,00

0,25 0,75 0,50 1,00 1,75 0,13 3,50 0,05 5,50 5,25 8,25 5,50 0,10 6,00 2,75 2,75 1,00

0,25 0,75 0,50 1,00 1,75 0,13 3,50 0,05 5,25 5,25 8,25 5,50 0,10 6,00 2,75 2,75 1,00

Wisselkoersen
17-01-2013 +3m +6m +12m 17-01-2013 +3m

Tienjaarsrentes
+6m +12m

USD per EUR GBP per EUR SEK per EUR NOK per EUR CHF per EUR PLN per EUR CZK per EUR HUF per EUR RON per EUR BGN per EUR RUB per EUR TRY per EUR JPY per EUR RMB per USD USD per AUD USD per NZD CAD per USD

1,33 0,83 8,67 7,41 1,24 4,11 25,54 292,86 4,33 1,96 40,42 2,35 118,64 6,22 1,05 0,84 0,99

1,27 0,81 8,70 7,40 1,20 4,05 25,10 290,00 4,40 1,96 40,00 2,32 111,76 6,21 1,05 0,84 1,00

1,25 0,80 8,80 7,40 1,20 4,05 24,80 285,00 4,40 1,96 40,00 2,30 110,00 6,19 1,05 0,84 1,00

1,20 0,78 8,90 7,40 1,25 4,00 24,30 280,00 4,35 1,96 40,00 2,30 105,60 6,17 1,05 0,84 1,00

VS Duitsland Belgi VK Zweden Noorwegen Zwitserland Slowakije Polen Tsjechi Hongarije Bulgarije Rusland Turkije Japan China Australi Nieuw-Zeeland Canada

1,84 1,59 2,21 2,02 1,79 2,38 0,67 2,16 4,03 1,99 6,17 7,00 6,54 0,74 3,61 3,29 3,50 1,89

1,75 1,50 2,25 2,00 1,65 2,20 0,50 2,35 4,00 2,08 6,10 6,80 6,30 0,85 3,50 3,20 3,60 1,90

2,25 1,75 2,45 2,25 1,90 2,35 0,70 2,60 4,10 2,20 6,40 6,50 6,10 0,90 3,50 3,15 3,70 2,35

2,75 2,25 2,95 2,75 2,40 2,75 0,90 2,85 4,25 2,55 6,80 6,00 6,00 0,95 3,50 3,10 3,80 2,60