You are on page 1of 5

Pagina 1

Inhoud

Synaps 1

Hoofdstuk 2 (Cellen) 2

Hoofdstuk 3 (Celdeling) 6

Hoofdstuk 4 (Voortplanting) 8

Hoofdstuk 6 (Klassieke Erfelijkheidsleer) 12

Hoofdstuk 7 (Genetica) 13

Hoofdstuk 8 (Prenatale Diagnostiek) 16

Hoofdstuk 9 (Zenuwstelsel) 17

Hoofdstuk 10 (Hormonale Regulatie) 23

Hoofdstuk 11 (Gedrag) 30

Hoofdstuk 12 (Huid) 33

Hoofdstuk 13 (Afweer) 36

Synaps 2

Hoofdstuk 3 (Stofwisseling) 44

Hoofdstuk 4 (Eiwitten) 48

Hoofdstuk 5 (Voeding en Vertering) 52

Hoofdstuk 11 (Ecologie Deel 1) 58

Hoofdstuk 12 (Ecologie Deel 2) 60

Hoofdstuk 13 (Milieubiologie) 63

Hoofdstuk 14 (Ordening) 67

Hoofdstuk 15 (Evolutie) 71

Bijlagen

Bijlage Hormonen (Hoofdstuk 10, Synaps 1) 75

Bijlage Belang van groene planten (Hoofdstuk 3, Synaps 2) 76

Bijlage Woordenlijst (Synaps 1) 77

Bijlage Woordenlijst (Synaps 2) 83

Pagina 2
Samenvatting Biologie H2 (Cellen)

Microscopen
Lichtmicroscoop (LM)
- Antonie van Leeuwenhoek
- Robert Hooke (honingraten < > plantaardig weefsel → cellen)
- 40-1500 X
- Voorwerpen niet te dik (licht moet door het voorwerp heen kunnen schijnen)
D.m.v. de lichtmicroscoop 2 ideeën als celleer:
1. Celwanden van plantencellen zijn slechts de afscheidingsproducten van de eigenlijke
levende cellen
2. Planten en dieren bestaan uit levende cellen
Elektronenmicroscoop (EM)
Transmissie-elektronenmicroscoop (TEM)
- Tot 1.000.000 X
Scanning elektronenmicroscoop (SEM)
- Tot 6.000.000 X

Bouw + Functie
Kern
- Bevat DNA (i.c.m. speciale eiwitten: chromatine → bij celdeling zichtbaar als
chromosomen (46 in iedere cel, 23 paren, in geslachtscellen in ‘enkelvoud’))
- Bestuurt processen in de cel (geheel goed laten werken)
- Door de Kernporiën kunnen stoffen de kern in en uit
- In kernlichaampje (nucleolus) worden eiwitten voor ribosomen aangemaakt
Membranen
- Alle cellen (bij plantaardige cellen (cellulose), schimmels (chitine) en bacteriën
(murëine): celwand) pag. 41 Synaps 1 onderaan
- Dubbele laag vetmoleculen met fosforgroepen (fosfolipiden)
- Waterafstotend (hydrofiel binnenkant, hydrofoob buitenkant)
- Eiwitmoleculen zorgen voor transport van water en voedingsstoffen de cel in en water
en afvalstoffen de cel uit (kunnen ook als receptoren voor bepaalde hormonen dienen,
zowel binnen als buitenkant van membraan)
- Cel is herkenbaar door glycocalyx (uitstekende koolhydraten gebonden aan eiwitten en
vetten in membraan)
- Deze organellen bevatten membranen: Kernmembraan, Mitochondrium,
endoplasmatisch reticulum, Golgi-systeem, lysosomen, (evt. plastiden bij planten)
Mitochondriën
- Leveren energie aan organellen (cel actiever → meer mitochondriën (door deling))
- Dubbel membraan verdeelt mitochondriën in twee delen: (instulpingen: cristae)
- Matrix (verbranding van koolhydraten (brandstof) + zuurstof, energie
vastgelegd in energiemoleculen: ATP (Adenosine-Tri-Fosfaat)) → door
speciale enzymen in binnenmembraan. Afval: CO2 en H2O
- Intermembraanruimte
- DNA voor 13 soorten eiwitten (nodig voor verbranding)

Pagina 3
Samenvatting Biologie H3
(Stofwisseling)

Stofwisselingen (chemische omzettingen) gebeuren in alle cellen in het lichaam, hiervoor zijn
enzymen nodig. Ook voor nieuwe cellen (o.a. voor groei en reparatie) worden bepaalde
moleculen opgebouwd. Een cel heeft altijd energie nodig voor o.a. actief transport en
chemische reacties. Deze energie komt vrij bij afbreken van moleculen.
⅔ van alle energie in het voedsel wat je eet wordt gebruikt voor grond-stofwisseling (= basaal
metabolisme, het in stand houden van het lichaam)

(An)organische stoffen
Biochemie = onderzoek naar organische en anorganische stoffen in levende wezens
NB: Zie pag. 65 van Synaps 2 voor verschillen tussen organische en anorganische stoffen
Organische moleculen
- Koolhydraten - Bevatten koolstofskelet
- Vetten - Vaak groot (zeer grote vormen: polymeer
- Eiwitten (aaneenschakeling van rij moleculen van
- Nucleïnezuren hetzelfde type))
Polymeer geeft stevigheid aan structuren (cellulose of chitine in celwand, vetzuren in
membranen, nucleïnezuren in DNA). In moderne chemie worden synthetische polymeren
gebruikt.

Koolhydraten (C + H + O; Met ringvormige structuur)


- Monosachariden Eén ring (bijv. C6H12O6 → glucose of fructose) Suikers,
- Disachariden Twee dezelfde of verschillende ringen (aan elkaar gekoppeld) oplosbaar in
Bijv. glucose → zeer belangrijke energie leverancier water
- Polysachariden Meerdere ringen (ook aan elkaar gekoppelde suikers), niet
oplosbaar in water
- Zetmeel (in o.a. aardappelen, rijst, granen, brood)
- Cellulose (plantaardig voedsel, voedingsvezel →
niet af te breken door lichaam, stimuleert de
darmwerking, bacteriën in de darm bevatten cellulase →
deel afgebroken (belangrijk voor planteneters!))
NB: Zie pag. 67 van Synaps 2 voor enkele belangrijke koolhydraten

Condensatie- en hydrolyse-reacties
Monosachariden ↔ Disachariden ↔ Polysachariden
Koppelen Condensatiereactie (= dehydratie; H2O komt vrij) Kost energie
Loskoppelen Hydrolysereactie (H2O gesplitst → water nodig) Komt energie bij vrij
Gebeurt bij alle organische stoffen!

Pagina 4
Bijlage Woordenlijst Synaps 1

A
Aanleg 120
AB0-bloedgroepsysteem 273
Abortus 159
Actief transport 53
Actieve immunisatie 279
Addison, Thomas 198
Ademcentrum 180
Adenylcyclase 201
Adolescentie 110
Adrenaline 209
Afdalende banen 178
Afscheidingsfase 213
Afstoting 277
Afweersystemen 254
Agglutinatie 266, 273
Aids 286
Alarmkreten 227
Aldosteron 209
Allelen 121
Allergenen 285
Allergie 285
Altruïsme 236
Alzheimer 114
Ambivalent 222
Aminozuren 136
Anabole steroïden 216
Anabole werking 214
Animale zenuwstelsel 176
Antagonisten 195
Antibioticum 284
Anticonceptiemethoden 156
Antigeen 261
Antiserum 280
Antistoffen 261, 274
Apotheker 114
Aristoteles 198
Aschner, Bernard 199
Associatiebanen 181
ATP 43
Autochtone bacteriën 256
Auto-immuunziekten (suikerziekte en reuma)
291
Autonome zenuwstelsel 176
Autosomen 126
Autotroof en heterotroof 57

Pagina 5